2026.02.04 Conceptverslag SO
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Stadsontwikkeling Woensdag 4 februari 2026 van 20.00 tot 23.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 15 april 2026 TAR (Tijdelijke Algemene Raadscommissie)
Voorzitter: mevrouw M. Yemane Portefeuillehouders: Wethouders Groot Wassink en Van Buren Portefeuillehouders afwezig: Wethouders Mbarki en Van der Horst Commissiegriffier: N. Vos Verslaglegging: Z. Dogan (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer J. Badal (CDA), mevrouw Y.E. Bentoumya (GroenLinks), mevrouw A. Bouhassani (PvdA), de heer J. Haijen (SP), mevrouw M. Lust (D66), de heer J. Noordman (Forum voor Democratie), de heer K.S.N. van der Veen (GroenLinks), de heer L. Staartjes (VVD), de heer J.A. Veldhuyzen (Lijst AhmadiVeldhuyzen), mevrouw J.M. Krom (Partij voor de Dieren), Afwezige commissieleden: de heer M.F. Asruf (PvdA), de fractie van Volt.
1 Algemeen deel 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 20.00 uur en heet iedereen welkom. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat wethouder Mbarki en wethouder Van der Horst zich hebben afgemeld voor de vergadering. Lid Asruf heeft zich wegens ziekte afgemeld en wordt vervangen door lid Bouhassani. Daarnaast meldt zij dat de fractie van Volt met het vertrek van commissielid Hendriks niet langer vertegenwoordigd is in deze raadscommissie. De VOORZITTER geeft aan dat dit de laatste vergadering is van de commissie Stadsontwikkeling, die als pilot is ingesteld en daarom geëvalueerd zal worden. Alle raadsleden, fractievertegenwoordigers en collegeleden ontvangen hiervoor binnenkort een enquête van het presidium, met het verzoek deze in te vullen. Verder licht zij toe dat bespreekpunten die vandaag op de agenda staan en die door leden nog in de raadsvergadering besproken moeten worden, direct worden geagendeerd voor de Raad van 18 en 19 februari. De VOORZITTER vraagt of er leden zijn met aanvullende mededelingen. Lid LUST geeft aan dat zij aanstaande maandag om kwart voor elf een kennismakingsgesprek heeft met de nieuwe programmadirecteur van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West. Zij nodigt geïnteresseerde leden uit om hierbij aan te sluiten.
Wethouder GROOT WASSINK merkt op dat in het recent gesloten coalitieakkoord op rijksniveau structureel middelen zijn vrijgemaakt voor de nationale
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
programma’s. Er wordt 135 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld, wat volgens hem zorgt voor continuïteit en langetermijnduidelijkheid over de financiering. Dit maakt het mogelijk om de beoogde meerjarige inzet voort te zetten. Daarnaast gaat hij in op eerder gestelde vragen over schijnzelfstandigheid onder jonge ondernemers, ingebracht door lid Bentoumya. Hij geeft aan dat de toezegging hierover is afgedaan via de raadsinformatiebrief ‘Informeer jongeren actief over ZZP-schap’ van 8 juli jongstleden. 1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER verwijst naar de tentatieve vergaderorde die de commissieleden via de Dagmail hebben ontvangen en vraagt of de commissie kan instemmen met de agenda. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SO d.d. 26 november 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.e. Actielijsten en langetermijnagenda, per portefeuille Er zijn geen op- of aanmerkingen op de termijnagenda. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft het volgende voorstel tot agendering in de volgende commissie ontvangen: 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. Inhoudelijk deel 2.a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. 2.b. Inspreekmoment publiek Inspreker BONDAM spreekt namens Tuintje van Adam en als gebruiker van NoordOogst.
Hij benadrukt de verwantschap tussen sport en stadslandbouw en stelt dat beide bijdragen aan gezondheid en ontmoeting. Volgens hem verlaagt stadslandbouw de drempel tot participatie voor mensen die minder snel aan sport deelnemen, terwijl sporters juist gebaat zijn bij bewustwording rondom voeding. Hij schetst NoordOogst als een plek waar bewegen en eten samenkomen en waar verschillende doelgroepen elkaar ontmoeten. Tot slot roept hij de commissie op om te onderzoeken hoe sport en stadslandbouw elkaar op deze locatie kunnen versterken. Lid KROM vraagt naar de maatschappelijke waarde en impact van NoordOogst op de omgeving. De heer Bondam geeft aan dat dit lastig in meetbare termen te vatten is, maar dat hij NoordOogst ervaart als een unieke, laagdrempelige plek waar ontmoeting,
2
SO
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
werkgelegenheid en sociale samenhang samenkomen. --Inspreker VAN LEEUWEN spreekt vervolgens namens een bewonerscollectief. Hij uit stevige kritiek op de werking van het Nationaal Programma en de wijkalliantie. Volgens hem is sprake van een top-down aanpak die bewoners belemmert in plaats van ondersteunt. Hij stelt dat er onvoldoende duidelijkheid is over doelstellingen, governance, communicatie en financiën en dat de projectleiding onvoldoende zichtbaar en bereikbaar is. Ook geeft hij aan dat bestaande initiatieven en opgebouwde netwerken onvoldoende worden erkend. Hij vraagt de commissie om te zorgen voor meer duidelijkheid, transparantie en daadwerkelijke betrokkenheid van bewoners. Lid VELDHUYZEN vraagt hoe het programma tot nu toe heeft gereageerd op de geschetste signalen. De heer VAN LEEUWEN antwoordt dat bewoners herhaaldelijk aandacht hebben gevraagd voor governanceproblemen, maar dat hierover geen inhoudelijk gesprek plaatsvindt. Volgens hem wordt participatie vormgegeven zonder dat fundamentele vragen over rollen, verantwoordelijkheden en mandaat bespreekbaar zijn. Lid LUST merkt op dat de tussentijdse rapportage over 2025 een ander beeld schetst en vraagt of er sprake is van recente veranderingen of van een te rooskleurige weergave.
De heer VAN LEEUWEN stelt dat de rapportage volgens hem niet overeenkomt met de praktijk en dat het aantal betrokken bewoners en partners wordt overschat. Hij geeft aan dat sommige partijen zich vooral aansluiten vanwege financieringsstromen en niet uit inhoudelijke overtuiging. Lid STAARTJES vraagt naar de democratische waarborging binnen de wijkallianties. De heer VAN LEEUWEN antwoordt dat vertegenwoordigers binnen themagroepen niet democratisch zijn gekozen en dat er geen sprake is van stemmingen of formeel draagvlak. Hij benadrukt dat dit vooral bij gevoelige thema’s zoals veiligheid problematisch is. Lid HAIJEN vraagt of bewoners ook vastlopen bij het doorgeven van concrete wensen aan de gemeente. De heer VAN LEEUWEN geeft aan dat basisvragen over leefbaarheid en veiligheid vaak worden afgehouden en dat bewonersinitiatieven slechts beperkte financiële ondersteuning krijgen. Volgens hem ontbreekt het aan duidelijke rollen, verantwoordelijkheden en communicatie. Lid BENTOUMYA vraagt naar het ideale scenario om democratische waarden beter te borgen. De heer VAN LEEUWEN pleit voor heldere governance, inzicht in budgetten, duidelijkheid over mandaat en transparantie over waar bewoners wel en geen zeggenschap over hebben. Lid LUST vraagt wat er volgens de inspreker nodig is om het tij te keren.
De heer VAN LEEUWEN stelt dat het Nationaal Programma bewoners beter moet begeleiden door een duidelijke basisstructuur neer te zetten, met heldere afspraken over aanspreekpunten, middelen, thema’s en escalatie. Daarnaast pleit hij voor structurele
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
feedback vanuit bewoners en partners. De VOORZITTER concludeert dat er verder geen vragen meer zijn. 2.c. Actualiteiten en mededelingen Er zijn geen actualiteiten of mededelingen. 2.d. Rondvraag De VOORZITTER constateert dat er geen rondvraag is ontvangen. BESPREEKPUNTEN Masterplan Zuidoost 3. Bespreken van de raadsinformatiebrief heroriëntatie Masterplan Zuidoost met bijbehorend evaluatierapport Drie jaar Masterplan Zuidoost en onderzoeksrapport Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder (2025) (VN2025-017563) De VOORZITTER opent het bespreekagendapunt en geeft aan dat agendapunt 3 betrekking heeft op het Masterplan Zuidoost. Aan de orde zijn de raadsinformatiebrief Heroriëntatie Masterplan Zuidoost, het evaluatierapport Drie jaar Masterplan Zuidoost, het onderzoeksrapport Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder en, daaraan gekoppeld, de tussentijdse rapportage 2025 Masterplan Zuidoost. Deze onderwerpen zijn geagendeerd op verzoek van lid Van der Veen en voormalig commissielid Hendriks. De VOORZITTER heet de leden van de Stadsdeelcommissie Zuidoost, mevrouw Luqman en mevrouw Simons, evenals mevrouw Jadnanansing namens het Dagelijks Bestuur, welkom. Zij licht toe dat eerst de Stadsdeelcommissie Zuidoost het woord krijgt, waarna vragen kunnen worden gesteld voordat de raadscommissie het debat in eerste termijn voert.
Stadsdeelcommissielid LUQMAN stelt zich voor als vicevoorzitter van de Stadsdeelcommissie Amsterdam Zuidoost met het Masterplan in haar portefeuille. Zij bedankt de raadsleden voor het blijvend agenderen van het Masterplan Zuidoost en benadrukt het belang daarvan, zeker in aanloop naar de komende wisseling van raads- en commissieleden. Zij spreekt haar waardering uit voor het werk dat gezamenlijk is verricht door raad, college, ambtenaren en alliantiepartners in de bestuursperiode 2022–2026. Volgens haar zijn daadwerkelijk stappen gezet, onder meer op het gebied van kunst en cultuur, waar recent nog een debat over heeft plaatsgevonden en waar de komst van een nieuw theater in Zuidoost als positief resultaat kan worden genoemd. Ook op het terrein van onderwijs ziet zij vooruitgang, met gerichter investeren en intensievere samenwerking, wat heeft geleid tot onder meer de realisatie van de Zuidoost Academie. Zij benoemt dat na eerdere fricties de Zuidoost-community inmiddels nadrukkelijker is betrokken bij beleidsvorming en wijst daarnaast op de Buurtrechtbank als voorbeeld van een aanpak waarin de mens centraal staat. Tegelijkertijd onderstreept zij dat deze resultaten blijvende inzet vragen. Mevrouw Luqman geeft aan dat zij haar werk in de Stadsdeelcommissie niet langer kan combineren met haar moederschap en andere werkzaamheden en dat dit haar laatste bijdrage in deze rol is.
Zij vraagt aandacht voor een zorgvuldige overdracht, zodat de ingezette koers kan worden voortgezet. Vervolgens gaat zij inhoudelijk in op het Masterplan en benoemt zij een zestal aandachtspunten namens de Stadsdeelcommissie als alliantiepartner. Zij stelt dat de visie van het Masterplan helder is en dat het koersplan in uitvoering is, mede met een nieuwe interim-directeur. Volgens haar is het moment aangebroken om de stap te maken van
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
visie naar concrete inrichting, sturing en verantwoording. Zij vraagt om expliciete langetermijndoelen die uit de visie voortvloeien en om vertaling daarvan naar concrete jaarplannen die gemonitord kunnen worden. Daarbij vraagt zij aandacht voor de onderbouwing van interventies, de gekozen indicatoren en de verhouding tussen kosten en maatschappelijke baten. Ten aanzien van mensen, middelen en financiën vraagt zij of de interne organisatie voldoende is toegerust, of de juiste capaciteit en expertise aanwezig zijn en hoe tekorten worden opgevangen. Zij vraagt inzicht in wat nodig is op korte en lange termijn en in hoeverre bestaande gemeentelijke en rijksmiddelen toereikend zijn. Over de alliantiepartners stelt zij voor om te evalueren of de huidige samenstelling nog passend is, welke bijdragen partners leveren en welke verantwoordelijkheden zij dragen, zowel inhoudelijk als financieel. Ook pleit zij voor duidelijke evaluatiemomenten. Mevrouw Luqman benadrukt vervolgens het belang van een structurele positie van de Stadsdeelcommissie binnen zowel de alliantie als de doorbraakteams. Volgens haar kan de Stadsdeelcommissie als adviserende partij bijdragen aan samenhang en afstemming tussen beleid en uitvoering. Zij merkt op dat hierover eerder toezeggingen zijn gedaan, maar dat een concrete uitwerking nog uitblijft.
Verder vraagt zij om helderheid over de rolverdeling tussen de Stadsdeelorganisatie en het Masterplan, zeker nu het Masterplan fysiek is ondergebracht in het stadsdeelkantoor. Tot slot benadrukt zij het belang van consequente monitoring, evaluatie en transparante rapportage, inclusief kwetsbaarheden en knelpunten, en blijvende aandacht voor participatie op burgerniveau. Stadsdeelcommissielid Simons gaat vervolgens in op de aanbevelingen uit de rapporten en de door GroenLinks aangedragen bespreekpunten. Zij geeft aan dat bewoners niet gereduceerd willen worden tot een groep met achterstanden, maar erkenning vragen voor hun ambities, gemeenschapskracht en de doorwerking van het koloniaal en slavernijverleden. Volgens haar betekent ongelijk investeren voor gelijke kansen dat dit principe structureel moet worden toegepast op alle beleidsterreinen, met bijzondere aandacht voor talentontwikkeling en doorgroeimogelijkheden binnen Zuidoost. Zij wijst erop dat veel talenten het stadsdeel verlaten vanwege een gebrek aan faciliteiten en pleit voor het bieden van podia, sportvoorzieningen en bedrijfsruimtes in Zuidoost zelf. Bij de tweede aanbeveling benadrukt zij het belang van continuïteit en structurele middelen. Zij pleit voor een evenwichtige samenstelling van doorbraakteams die niet slechts overlegstructuren zijn, maar daadwerkelijk sturen op resultaten.
Daarnaast vraagt zij aandacht voor langjarige financiering van community-based initiatieven en duidelijke richtlijnen voor verantwoording, om herhaling van eerdere problemen te voorkomen. Lid VAN DER VEEN blikt terug op het langdurige traject van het Masterplan en spreekt zijn waardering uit voor de inzet van de Stadsdeelcommissieleden. Hij vraagt wat zij de raad en toekomstige collega’s willen meegeven voor de volgende periode. Mevrouw LUQMAN antwoordt dat het belangrijk is voort te bouwen op het fundament dat gezamenlijk is gelegd, met blijvende aandacht voor uitvoering, monitoring en kritische reflectie. Mevrouw SIMONS vult aan dat het essentieel blijft om de kloof binnen Zuidoost te overbruggen en bedrijven in de alliantie sterker te betrekken bij het inzetten van hun expertise en middelen. Lid LUST bedankt mevrouw Luqman voor haar inzet en vraagt verduidelijking over de rol van de Stadsdeelcommissie in de alliantie en de doorbraakteams. Mevrouw LUQMAN licht toe dat de voorzitter van de Stadsdeelcommissie deel uitmaakt van de alliantie en dat commissieleden een adviserende rol kunnen vervullen binnen de doorbraakteams, zonder besluitvormende bevoegdheid. In vervolg hierop vraagt lid Lust of er is gekeken naar ervaringen in andere stadsdelen. Mevrouw LUQMAN onderschrijft het belang van uitwisseling tussen nationale
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
programma’s. Lid STAARTJES vraagt hoe de Stadsdeelcommissie zich verhoudt tot actieve bewoners. Mevrouw Luqman geeft aan dat democratie een leerproces is en pleit voor een combinatie van representatieve democratie en brede participatie, waarbij signalen van insprekers serieus worden genomen. Lid BADAL vraagt hoe het Masterplan begrijpelijk wordt gemaakt voor bewoners. Mevrouw LUQMAN erkent dat de visie helder is, maar dat het ontbreekt aan concrete meerjaren- en jaarplannen die inzicht geven in wat wanneer wordt bereikt. Zij spreekt de hoop uit dat hierin met de nieuwe interim-directeur stappen worden gezet. Mevrouw Simons vult aan dat een structurele koppeling tussen Stadsdeelcommissie, Stadsdeelorganisatie en Masterplan hierbij kan helpen. De VOORZITTER constateert dat er geen verdere vragen zijn en bedankt mevrouw Luqman en mevrouw Simons voor hun bijdragen en inzet in de afgelopen jaren. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 4. Bespreken van de tussentijdse rapportage 2025 Masterplan Zuidoost (VN2025017564) Lid VAN DER VEEN reflecteert vervolgens inhoudelijk op de heroriëntatie van het Masterplan. Hij ziet daarin een beweging richting gelijkwaardigheid en gedeeld eigenaarschap met bewoners.
Hij stelt vragen over het duurzaam herstellen van vertrouwen, het structureel verankeren van bewonerszeggenschap in governance en financiering, en het borgen van community-based initiatieven. Daarnaast vraagt hij om duidelijkheid over financiële bijdragen van alliantiepartners en over toekomstige besluitvorming rond continuïteit en rapportage. Hij verzoekt het college expliciet te reageren op de inbreng van de Stadsdeelcommissie. Lid BADAL stelt namens het CDA vragen over de zichtbaarheid en meerwaarde van het Masterplan voor bewoners. Hij vraagt welke tastbare resultaten na vier jaar merkbaar zijn in buurten, hoe het Masterplan zich verhoudt tot regulier beleid en hoe hierover beter kan worden gecommuniceerd. Ook vraagt hij om toelichting op concrete bijdragen op het gebied van onderwijs, sociale basis en cultuur, waaronder de programmering van het nieuwe Bijlmerparktheater. Lid LUST merkt op dat dit de laatste raadscommissievergadering Stadsontwikkeling van deze periode is, wat volgens haar een melancholisch moment is, mede omdat dit voor haar persoonlijk ook de allerlaatste vergadering in deze commissie is. Zij constateert dat dit gevoel breder leeft binnen de commissie. Zij blikt terug op het ontstaan van de drie integrale aanpakken in deze bestuursperiode en vergelijkt deze met jonge programma’s die in vier jaar tijd zijn gegroeid.
Volgens haar is met vallen en opstaan gewerkt aan het versterken van organisatiestructuren en de geloofwaardigheid van de programma’s, met als centrale opgave het bij elkaar brengen van de systeemwereld van de gemeentelijke organisatie en de leefwereld van bewoners in Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Zij geeft aan dat het loslaten van bestaande werkwijzen op veel fronten uitdagend was en een flexibiliteit vergde die niet altijd vanzelfsprekend aanwezig was. Door echter te blijven sturen op cruciale succesfactoren en het uitgangspunt dat integrale benaderingen alleen kunnen slagen wanneer zij door bewoners worden gedragen, ziet zij dat er geleidelijk een omslag heeft plaatsgevonden. Verder spreekt zij de wens uit dat deze ontwikkeling in de komende bestuursperiode wordt voortgezet en zal leiden tot zichtbare verbeteringen en tot meer vertrouwen in de overheid, mogelijk ook zichtbaar bij de verkiezingen. Vervolgens richt zij zich specifiek op het Masterplan Zuidoost en de heroriëntatie
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
daarop. Zij spreekt haar dank uit aan de initiatiefgroep van bewoners en vertegenwoordigers van lokale organisaties die zich, na het vertrek van de programmadirecteur, hebben ingezet voor een herontwerp van het fundament van het Masterplan. Volgens haar onderstreept deze inzet zowel de betrokkenheid van bewoners als het belang van zeggenschap en mede-eigenaarschap voor het slagen van het Masterplan. Zij benadrukt dat het uiteindelijke doel het realiseren van een systeemtransitie is door keuzes te maken vanuit de leefwereld van bewoners. In het voorliggende rapport ziet zij ambities voor een vernieuwd, door bewoners gedragen Masterplan, waarin de behoeften van bewoners centraal staan in de uitvoering. Zij wijst op de oproep tot goed georganiseerde, pragmatische en resultaatgerichte samenwerking op basis van gelijkwaardigheid, evenals op het belang van het erkennen en structureel ondersteunen van gemeenschapskracht en community-based initiatieven om de continuïteit van het Masterplan te borgen. Zij stelt vervolgens twee vragen aan de wethouder. Zij vraagt naar de stand van zaken rond de werving van een nieuwe programmadirecteur, nu het proces is doorgeschoven naar eind 2025 en het inmiddels februari 2026 is. Daarnaast vraagt zij om een actuele stand van zaken ten aanzien van de tussentijdse rapportage, die loopt tot en met augustus 2025.
Zij wil weten hoe de situatie zich sindsdien heeft ontwikkeld en of de financiën in 2025 binnen de begroting zijn gebleven, zonder onder- of overbestedingen. Zij sluit af met de oproep om namens D66 met volle kracht vooruit te blijven gaan, waarbij zichtbare resultaten het draagvlak voor het Masterplan verder moeten versterken. Lid NOORDMAN geeft aan dat hij na bestudering van het Masterplan en de tussentijdse beoordeling constateert dat belangrijke thema’s worden gezien, zoals de inzet op oudercoaches, huiswerkbegeleiding, kunst- en cultuurprojecten en groenvoorzieningen. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor mogelijke problemen rond financiële prikkels bij subsidiëring. Hij stelt dat het risico bestaat dat problemen groter worden voorgesteld om financiering te behouden en verwijst daarbij naar internationale voorbeelden. Daarnaast uit hij zorgen over wat hij typeert als relatief zachte maatregelen, zoals bemiddeling bij huiselijk geweld, en geeft hij aan dat hij bij geweld tegen vrouwen en kinderen juist harde maatregelen noodzakelijk acht. Lid VAN DER VEEN reageert hierop en vraagt lid Noordman om concrete voorbeelden uit Amsterdam Zuidoost die zijn zorgen onderbouwen. Lid NOORDMAN benadrukt dat hij het succes van het plan voor ogen heeft en dat hij wil waken voor misbruik van het systeem.
Hij stelt zich niet gewantrouwd te willen voelen en geeft aan dat hij zijn opmerkingen mede baseert op signalen van insprekers over democratie en organisatie. Hij vraagt vervolgens of hij zijn vraag mag vervolgen. Lid VAN DER VEEN geeft aan dat hij kritisch luistert naar de inbreng van lid Noordman, mede vanuit het bredere debat over vertrouwen in Zuidoost. Hij benadrukt dat vertrouwen kwetsbaar is en dat woorden zorgvuldig gekozen moeten worden, zeker gezien eerdere commissiedebatten over dit thema. Lid NOORDMAN herhaalt dat zijn inzet juist is gericht op het beschermen van bewoners, die volgens hem de dupe worden als middelen niet zorgvuldig worden besteed of problemen niet daadwerkelijk worden opgelost. Lid HAIJEN brengt concrete voorbeelden in en wijst op dakloosheid in verschillende buurten van Zuidoost. Hij vraagt lid Noordman of hij vindt dat er middelen moeten worden ingezet voor woningbouw en zorg om deze mensen te helpen. Lid NOORDMAN antwoordt dat hij geen bezwaar heeft tegen het op peil houden van sociale voorzieningen. Vervolgens stelt hij de vraag of er consequenties worden verbonden aan het niet behalen van doelstellingen en of er duidelijk verantwoordelijkheid wordt genomen wanneer resultaten uitblijven.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
Lid VELDHUYZEN stelt daarna een vraag aan lid Noordman over diens verhouding tot standpunten en personen binnen zijn partij, mede in relatie tot de samenstelling van de bevolking van Zuidoost. Lid NOORDMAN geeft aan hier niet op te zullen reageren omdat dit volgens hem niet het onderwerp van de vergadering betreft. Lid HAIJEN richt zich vervolgens op positieve ontwikkelingen binnen Zuidoost, zoals de vrijmaking van middelen voor de nieuwbouw van het Bijlmerparktheater en de geplande woningbouw in de K-buurt, waarbij een aanzienlijk deel sociale woningen betreft en jongeren uit Zuidoost voorrang krijgen. Hij benadrukt dat deze plannen na intensieve participatie tot stand zijn gekomen, maar plaatst dit in de context van eerder ervaren onvrede onder bewoners. Hij vraagt de wethouder hoe het vertrouwen van bewoners structureel kan worden hersteld en hoe mooie ambities concreter kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld door tastbare afspraken met woningcorporaties en werkgevers, zodat bewoners duidelijk zien wat het Masterplan oplevert. Lid VAN DER VEEN merkt op dat hij de heroriëntatie leest als een bottom-upproces dat door bewoners wordt gedragen en ziet dit als een vorm van vertrouwen. Lid HAIJEN onderschrijft dit als een eerste stap, maar vraagt hoe wordt voorkomen dat dit vertrouwen opnieuw verloren gaat.
Lid BOUHASSANI, namens lid Asruf, spreekt waardering uit voor de evaluatie en heroriëntatie en stelt dat deze voldoende bouwstenen bieden voor de toekomst. Zij plaatst het Masterplan in het bredere debat over ongelijk investeren voor gelijke kansen en vraagt of hier na de verkiezingen structureel voor wordt gekozen. Zij wijst erop dat reguliere gemeentelijke dienstverlening, zoals afvalinzameling en gladheidsbestrijding, eveneens ongelijk kan uitpakken tussen stadsdelen en vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Daarbij vraagt zij specifiek hoe de opgedane kennis vanuit het Masterplan zal worden benut, onder meer op het terrein van afvalbeleid. Zij benadrukt dat het Masterplan niet allesomvattend is, maar zich moet richten op het oplossen van de grootste problemen op het gebied van veiligheid, leefbaarheid en gelijke kansen, in samenspraak met bewoners. Zij merkt op dat dit tevens de laatste bijdrage van zijn collega lid Asruf in deze commissie is. Lid STAARTJES stelt dat het Masterplan Zuidoost met hoge verwachtingen is gestart, maar dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat het plan tot nu toe onvoldoende succesvol is geweest. Hij wijst op het vertrek van de programmadirecteur, signalen van bewoners die zich niet gehoord voelen en onderzoeken naar financiële rechtmatigheid.
Hoewel hij ziet dat wordt geprobeerd het tij te keren, vraagt hij of er voldoende vertrouwen is dat het Masterplan in de komende periode wel zal slagen. Hij benadrukt dat publieke middelen ook aan andere voorzieningen besteed hadden kunnen worden en stelt dat het Masterplan meer moet opleveren dan onderzoeken en rapportages. Hij vraagt wanneer het college concreet zicht verwacht te hebben op haalbare en meetbare resultaten en wanneer aan de randvoorwaarden uit de evaluatie is voldaan. Daarnaast uit hij zorgen over mogelijke belangenverstrengeling bij actieve bewoners die zowel betrokken zijn bij besluitvorming als subsidie ontvangen en vraagt hij hoe de wethouder hiertegen aankijkt. Ook vraagt hij naar de visie van de wethouder op de verhouding tussen de Stadsdeelcommissie en actieve bewoners. Lid KROM bespreekt de impact van het Masterplan op het stadsdeel en spreekt waardering uit voor de verbeterde samenwerking tussen bewoners en partners en voor de vele initiatieven die worden uitgevoerd. Tegelijkertijd vraagt zij hoe de maatschappelijke impact en systemische vooruitgang worden gemeten en gevolgd. Zij geeft aan dat het belangrijk is om successen zichtbaar te maken en te kunnen onderbouwen met concrete resultaten. Zij vraagt of instrumenten zoals een Theory of Change hierbij kunnen helpen en hoe de wethouder en de stadsdeelbestuurder hiertegen aankijken.
Daarnaast vraagt zij aandacht voor de afstemming van gemeentelijke systemen op de werkwijze van het
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
Masterplan en voor de rol van de gemeente in het versterken van participatieve democratie. Tot slot vraagt zij of het college tevreden is over de opbrengsten tot nu toe en hoe de implementatie van de adviezen uit de heroriëntatie zal verlopen, evenals welke rol de raad hierin kan spelen. Lid VELDHUYZEN licht toe dat zijn eerdere vraag aan lid Noordman wel degelijk verband houdt met het Masterplan en verwijst naar passages uit de heroriëntatie over erkenning van het koloniaal en slavernijverleden. Hij vraagt de wethouder naar recente ontwikkelingen sinds de raadsinformatiebrief van juli 2025 en stelt diverse vragen over de betrokkenheid van bewoners, waaronder de voortgang van het Community Development Plan, de inrichting van het communitybureau, de planning en de samenwerking tussen alliantiepartners, het programmabureau en het stadsdeel. Hij vraagt hoe verbeteringen in deze verhoudingen zichtbaar worden en of deze leiden tot betere resultaten, en sluit zich aan bij eerdere vragen over het herstellen van vertrouwen onder bewoners. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit voor haar de eerste raadscommissievergadering is waarin het Masterplan Zuidoost wordt besproken, en mogelijk ook haar laatste. Zij merkt op dat zij hiermee een gedeeld moment heeft met meerdere commissieleden.
Zij licht toe dat zij Marjolein Moorman heeft opgevolgd op deze portefeuille en dat zij dit met veel plezier doet. Voor haar voelt het werken aan het Masterplan Zuidoost als een terugkeer, omdat zij in een eerdere functie als alliantiepartner vanuit een woningcorporatie nauw betrokken was bij de start van het Masterplan. Hoewel zij het proces op afstand heeft gevolgd, constateert zij dat er in de tussentijd veel is gebeurd. Zij benadrukt haar blijvende betrokkenheid bij Zuidoost en spreekt haar waardering uit voor het feit dat er in het landelijke coalitieakkoord structurele middelen beschikbaar zijn gesteld voor de nationale programma’s, wat zij van groot belang acht. Ook vanuit haar rol in het VNG-bestuur onderstreept zij het belang van deze structurele financiering. Voorts geeft zij aan dat een van de belangrijkste verbeteringen van de afgelopen periode is dat bewoners inmiddels een vaste plek hebben gekregen binnen alle geledingen van het Masterplan, waaronder de alliantie, de doorbraakteams en de werkgroepen. Zij stelt dat deze ontwikkeling voortkomt uit de vernieuwde governance, die tot stand is gekomen via een zorgvuldig heroriëntatieproces samen met bewoners. De aanwezigheid van bewoners aan tafel heeft volgens haar geleid tot een andere manier van samenwerken, gebaseerd op gedeelde waarden en een meervoudig perspectief.
Zij benadrukt dat ook de doorwerking van het koloniaal en slavernijverleden inmiddels expliciet onderdeel uitmaakt van het Masterplan en merkt op dat dit bij de start onvoldoende aandacht heeft gekregen. Zij ziet dit als een noodzakelijke bewustwording. De wethouder geeft aan dat deze aanpak niet onopgemerkt is gebleven, zowel bij andere steden met nationale programma’s als bij het Rijk, en dat Zuidoost in dit opzicht als voorbeeld wordt gezien. Zij schetst vervolgens enkele ontwikkelingen binnen het Masterplan. Zo wijst zij op de uitbreiding van het aantal wijkactieteams, dat is gegroeid van één team in de Venserpolder naar vijf actieve teams in verschillende wijken. Deze teams brengen buurtteams, woningcorporaties, politie en gemeente samen om veiligheidsproblemen aan te pakken, zowel achter als voor de voordeur. De wethouder benadrukt dat deze intensieve samenwerking bijdraagt aan het herstel van vertrouwen bij bewoners, maar dat dit een langdurig proces is dat vraagt om blijvende aanwezigheid en concrete acties in de wijk. Zij benadrukt daarbij dat het Masterplan is opgezet voor een periode van 20 jaar en dat ook de alliantiepartners zich voor deze termijn hebben gecommitteerd.
Volgens haar is het van belang dat het Masterplan niet afhankelijk is van wisselingen in bestuur of college, en dat deze lange adem juist nodig is om het vertrouwen van bewoners duurzaam te herstellen. De wethouder gaat ook in op vragen over organisatieontwikkeling en afvalbeleid. Zij licht toe dat de organisatieontwikkeling richting 2030 mede gericht is op het versterken van de relatie tussen overheid en burger en op het verbeteren van de uitvoeringskracht binnen stadsdelen. Dit vraagt tijd, maar zij benadrukt dat het uitgangspunt is om medewerkers in de wijken meer ruimte te geven en intensiever samen te werken met
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
alliantiepartners. Zij noemt voorbeelden op het gebied van werk en participatie, zoals samenwerkingen met partners rond de Amsterdamse Poort, Open Hiring-initiatieven en afspraken met werkgevers als Randstad en de Johan Cruijff ArenA. Ook verwijst zij naar de voorrang voor jongeren uit Zuidoost op de woningmarkt en de positieve impact die dit heeft op bewoners. Vervolgens gaat de wethouder in op de vragen uit de commissie. Ten aanzien van het wervingsproces voor een nieuwe programmadirecteur bevestigt zij dat tussen augustus en oktober van het voorgaande jaar een zorgvuldig wervingstraject is doorlopen, dat geen vaste kandidaat heeft opgeleverd. Daarom is gekozen voor de aanstelling van een interim-directeur, die minimaal voor één jaar is aangesteld om continuïteit te borgen. Zij licht toe dat het hier nadrukkelijk niet gaat om een tijdelijke orde-op-zaakstelling, maar om voortzetting van de ingezette koers. De interim-directeur, Marelva van Erp, is in november gestart. Lid LUST vraagt daarop waar het wervingsproces structureel stokt, aangezien dit niet de eerste keer is dat het niet lukt om een vaste directeur te benoemen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat zij hiervoor geen eenduidige verklaring kan geven, maar dat de functie complex is en vraagt om een breed profiel.
Zij benadrukt dat er bewust wordt gekozen voor kwaliteit en dat geen concessies worden gedaan aan de geschiktheid van kandidaten. Over de tussentijdse rapportage en de financiële stand van zaken geeft de wethouder aan dat de cijfers over 2025 binnenkort beschikbaar komen. Zij stelt dat er op dit moment geen signalen zijn van grote onder- of overbestedingen en dat de commissie hierover nader zal worden geïnformeerd. In reactie op vragen over ongelijk investeren voor gelijke kansen geeft de wethouder aan dat hier binnen de organisatie stappen in zijn gezet, onder meer binnen begroting en uitvoering en in samenwerking met stadsdelen. Zij noemt afval en reiniging als voorbeeld en geeft aan dat deze werkwijze wordt uitgerold over meerdere domeinen, zowel fysiek als sociaal. Zij benadrukt dat het aan een volgend college is om hierin verdere keuzes te maken, maar spreekt uit dat zij deze beweging essentieel vindt, met name voor Noord, Zuidoost en Nieuw-West. Ten aanzien van vragen over gladheidsbestrijding en afvalinzameling licht zij toe dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen stadsdelen. Zij verklaart dat in Zuidoost de hoger gelegen wegen eerder toegankelijk waren voor afvalinzameling, terwijl lagergelegen woonwijken later konden worden bediend vanwege veiligheidsredenen. Volgens haar heeft dit geen relatie met ongelijke prioritering.
Zij erkent organisatorische knelpunten in Noord, maar benadrukt dat deze zo snel mogelijk zijn opgelost. De wethouder gaat vervolgens in op vragen over de relatie tussen het Masterplan en andere gemeentelijke domeinen. Zij stelt dat de doorbraakteams het inhoudelijke en operationele zwaartepunt vormen en dat gemeentelijke opdrachtgevers vanuit betrokken directies hierin participeren. Zij erkent dat niet alle thema’s expliciet in het Masterplan zijn opgenomen, maar benadrukt dat dit niet betekent dat deze onderwerpen, zoals afval, geen aandacht krijgen. Zij noemt concrete voorbeelden van samenwerking met woningcorporaties, waaronder een geplande aanpak in de H-buurt, waarin renovatie en afvalproblematiek gezamenlijk met bewoners en corporaties worden opgepakt. Ten aanzien van community-based initiatieven geeft de wethouder aan dat er vanuit de regiodeal meerjarig één miljoen euro beschikbaar is tot en met eind 2028. Zij benadrukt het belang van structurele middelen om te voorkomen dat het Masterplan een projectencarrousel wordt en stelt dat deze middelen ruimte bieden om succesvolle initiatieven te verduurzamen. In antwoord op vragen van lid Van der Veen verduidelijkt zij dat het bedrag jaarlijks beschikbaar is tot en met 2028.
Over bewonerszeggenschap licht zij toe dat het communityplan, vastgesteld in januari 2025, de basis vormt voor activiteiten en begrotingen binnen de doorbraakteams. Vertegenwoordigers uit het stadsdeel, communities en grassrootsorganisaties zijn hierbij betrokken, waarna afstemming plaatsvindt binnen de alliantie. Op vragen over de zichtbaarheid van resultaten voor bewoners herhaalt de
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
wethouder dat het Masterplan een langjarig programma is en dat effecten op thema’s als inkomen, werk en armoede tijd vragen. Zij noemt opnieuw concrete voorbeelden, zoals woningtoewijzing aan jongeren en het werken met ervaringsdeskundigen, dialoogsessies en samenwerking met buurtteams en wijkactieteams. Zij stelt dat communicatie vooral effectief is door zichtbare aanwezigheid in de wijk. Ten aanzien van recente ontwikkelingen noemt zij initiatieven zoals Zuidoost Werkt, de wijkactieteams, de Buurtrechtbank, de Zuidoost Academie, familiescholen, verduurzaming van woningen en een ondernemerswinkel. Zij benadrukt dat het werk tijdens de heroriëntatie onverminderd is doorgegaan. Ook bevestigt zij dat renovatieopgaven en samenwerking met woningcorporaties binnen de alliantie worden afgestemd. Over de verhouding tussen stadsdeel, programmabureau en doorbraakteams licht zij toe dat de voorzitters van de doorbraakteams een grotere rol hebben gekregen in het bewaken van samenhang en koers. Het programmabureau is sinds november 2025 gehuisvest in het stadsdeelkantoor, wat de samenwerking heeft verbeterd en de lijnen heeft verkort. Tegelijkertijd blijft het programmabureau werken voor de alliantie als geheel. Zij erkent dat verdere verduidelijking van rollen en verantwoordelijkheden nodig blijft en dat hieraan wordt gewerkt.
Ten aanzien van meetbaarheid geeft de wethouder aan dat zij begrijpt dat hier vragen over zijn, maar benadrukt dat het gaat om langjarige ontwikkeling. Zij stelt dat wordt gestuurd op algemene indicatoren, zoals het terugdringen van armoede en schooluitval richting het stedelijk gemiddelde, en dat maatregelen worden gemonitord op effectiviteit. Zij zegt toe dat de raad hierover geïnformeerd blijft. Lid VAN DER VEEN vraagt tot slot om een bestuurlijke reactie op de ingekomen stukken van de stadsdeelcommissies. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat zij dit een goede suggestie vindt en dat hier een bestuurlijke reactie op zal volgen, aangezien besluitvorming hierover binnen de alliantie plaatsvindt. In reactie op een verduidelijkende vraag van lid Staartjes benadrukt de wethouder opnieuw dat het behalen van randvoorwaarden tijd vraagt en dat de meerwaarde van het Masterplan juist ligt in de gezamenlijke inzet met alliantiepartners. Zij geeft aan dat deze partners niet alleen menskracht maar ook financiële middelen inzetten en dat woningcorporaties bijvoorbeeld extra investeren in Zuidoost ten opzichte van andere stadsdelen, wat zij ziet als een concreet effect van het Masterplan.
Lid STAARTJES geeft aan dat hij streng wil zijn en verwijst naar de evaluatie van de onderzoekers uit 2024 en 2025, waarin duidelijke randvoorwaarden zijn benoemd waaraan moet worden voldaan om het Masterplan Zuidoost tot een succes te maken. Hij constateert dat een van deze randvoorwaarden, het aanstellen van een nieuwe programmadirecteur, opnieuw niet structureel is ingevuld en vraagt hoe het staat met de overige randvoorwaarden en of de gemeente in staat is hieraan te voldoen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er op dit moment een programmadirecteur is aangesteld die intern afkomstig is en voor minimaal één jaar beschikbaar is. Zij erkent dat hierover verschillend kan worden gedacht, maar benadrukt dat hiermee in ieder geval invulling wordt gegeven aan de continuïteit. Ten aanzien van de overige randvoorwaarden stelt zij dat deze serieus worden genomen en dat hier actief aan wordt gewerkt, hetgeen ook onderdeel vormt van de verantwoording die het college hierover aflegt. Lid STAARTJES geeft aan dat dit antwoord zijn vertrouwen niet vergroot. Hij stelt dat de randvoorwaarden ambitieus maar noodzakelijk zijn gezien de complexiteit van het Masterplan en dat hij onvoldoende houvast ervaart in algemene antwoorden over lange adem, inzet en verantwoording. Hij spreekt zijn twijfel uit of het in de komende vier jaar wel zal lukken wat in de afgelopen vier jaar niet is gelukt.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
Wethouder VAN BUREN reageert dat volgens haar verschillende zaken door elkaar worden gehaald. Zij benadrukt dat investeren in wijken en bewoners per definitie een kwestie van een lange adem is en verwijst daarbij naar vergelijkbare langlopende programma’s in andere steden. Zij stelt dat Zuidoost juist op onderdelen, zoals de structurele betrokkenheid van bewoners, een voorbeeldfunctie vervult. Het Masterplan is volgens haar nadrukkelijk geen projectencarrousel met korte termijndoelen, maar een programma dat is ingericht voor een periode van twintig jaar. Zij wijst erop dat het uitgevoerde onderzoek en de heroriëntatie juist hebben geleid tot bijsturing en dat hierover in deze vergadering verantwoording wordt afgelegd. In reactie op een vraag van lid Noordman over subsidieverstrekking geeft wethouder aan dat hierbij dezelfde uitgangspunten worden gehanteerd als elders binnen de gemeente. Er wordt gekeken naar behaalde resultaten en naleving van afspraken, en indien deze onvoldoende zijn, kan subsidie worden beëindigd. Zij verwijst hierbij naar de geldende subsidieverordening die recent is vastgesteld door de raad. Lid STAARTJES stelt vervolgens een vervolgvraag over de spanning die in de evaluatie wordt benoemd tussen actieve bewoners die deelnemen aan doorbraakteams en tegelijkertijd betrokken zijn bij projecten die subsidie ontvangen.
Hij merkt op dat deze spanning in de heroriëntatie onvoldoende expliciet is geadresseerd en vraagt hoe de wethouder hiernaar kijkt. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat zij uitgaat van vertrouwen en dat de inbedding van de programmaorganisatie binnen het stadsdeel juist bijdraagt aan zorgvuldigheid in subsidieverstrekking en aanbesteding. Op de vraag of het wenselijk is dat actieve bewoners die mogelijk subsidie ontvangen meeschrijven aan plannen, antwoordt zij dat zij niet bekend is met concrete gevallen waarin dit speelt. Lid STAARTJES wijst erop dat dit punt expliciet als aandachtspunt is opgenomen in de evaluatie en uit ambtelijke signalen naar voren is gekomen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit een aandachtspunt was, maar dat zij niet kan bevestigen of dit recent heeft plaatsgevonden en dat dit ook niet de bedoeling is. Zij geeft het woord aan mevrouw Jadnanansing voor een nadere toelichting. Mevrouw JADNANANSING geeft aan dat er randvoorwaarden zijn gecreëerd en dat er op dit moment actief wordt gewerkt aan het zorgvuldig inrichten van processen, zoals de evaluatie vraagt. Zij erkent dat er nog geen volledig afgerond antwoord ligt, maar benadrukt dat er op dit moment wordt gewerkt aan het realiseren van de zeven benoemde randvoorwaarden en dat dit onderwerp nadrukkelijk aandacht krijgt.
Zij spreekt vervolgens haar waardering uit voor de uitgebreide en betrokken wijze waarop de commissie vragen stelt. Zij geeft aan dat deze betrokkenheid voor Zuidoost van grote betekenis is en bijdraagt aan het gevoel gezien te worden door de stad. In reactie op vragen, onder meer van lid Badal, gaat zij in op het belang van de familieschool. Zij benadrukt dat onderwijs voor haar de sleutel is tot succes en dat de familieschool het kind centraal stelt, waarbij ook de omgeving en ouders als partners worden betrokken. Zij stelt dat deze werkwijze goed aansluit bij de kern van het Masterplan. Inmiddels is het aantal familiescholen gegroeid van één naar zeven en bestaat de ambitie om dit uit te breiden naar twintig. Zij noemt dit een concreet en zichtbaar resultaat van het Masterplan. Zij benadrukt dat een van de grootste opbrengsten van de heroriëntatie is dat bewoners niet langer alleen meedenken, maar volwaardig partner zijn geworden. Zij erkent dat in het verleden bewoners onvoldoende zijn meegenomen en dat hiervoor expliciet excuses zijn gemaakt. Wat betreft vertrouwen stelt zij dat dit breder onder druk staat, niet alleen richting het Masterplan maar ook richting instituties in het algemeen. Zij schetst dat inwoners van Zuidoost vaak afstand ervaren tot politie en andere instellingen en benadrukt dat dit een gezamenlijke opgave is.
Zij noemt als voorbeeld het traject rond veiligheid en de film Zwijgrecht, die samen met jongeren en ouders uit Zuidoost is ontwikkeld na een intensief dialoogproces van een
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
jaar. Zij beschouwt dit traject, evenals het succes van de film, als een belangrijk teken dat gezamenlijke reflectie en samenwerking tot impact kunnen leiden. Volgens haar ligt het succes van het Masterplan niet alleen in meetbare einddoelen, maar ook in de stappen die nu samen met bewoners worden gezet. Zij spreekt de wens uit dat de raad deze ontwikkeling blijft steunen en bewoners het vertrouwen geeft om deze lange termijnopgave samen vorm te geven. Lid BADAL uit zorgen over de gelijke start van jongeren in Zuidoost en het aanleren van sociale en maatschappelijke vaardigheden naast taal- en rekenvaardigheden. Mevrouw JADNANANSING onderschrijft dit en geeft aan dat in Zuidoost initiatieven zijn gestart gericht op levens- en leiderschapsvaardigheden, netwerken en rolmodellen. Zij noemt als voorbeeld bijeenkomsten in de raadzaal met het Ingenieur Lely Lyceum, waarbij jongeren in contact worden gebracht met rolmodellen. Zij geeft aan dat de belangstelling groot is en dat deze initiatieven worden opgeschaald. Op een vervolgvraag van lid Badal over de aansluiting van life skills-projecten op scholen licht zij toe dat er in Zuidoost meerdere organisaties actief zijn die jongeren na schooltijd begeleiden en dat het Masterplan erop is gericht succesvolle initiatieven op te schalen en te versterken.
Lid STAARTJES stelt vervolgens een vraag over de rol van de Stadsdeelcommissie binnen het Masterplan en het beperkte democratische mandaat in wijken met lage opkomstcijfers. Mevrouw Jadnanansing antwoordt dat de Stadsdeelcommissie een volwaardige rol heeft binnen de alliantie, doordat de voorzitter van de Stadsdeelcommissie daarin zitting heeft met hetzelfde mandaat als andere partners. Zij geeft aan dat deze inrichting expliciet is bevestigd tijdens de heroriëntatie. Op de vraag of het dagelijks bestuur het beperkte democratische mandaat herkent, antwoordt zij dat de Stadsdeelcommissie in Zuidoost zeer actief en betrokken is en haar bevoegdheden effectief benut om resultaten te behalen. Volgens haar gaat het uiteindelijk niet alleen om formele bevoegdheden, maar om de mate waarin resultaten worden gerealiseerd, en daarin ziet zij de Stadsdeelcommissie als succesvol. Lid VELDHUYZEN vraagt naar de voortgang van het Community Development Plan. Wethouder VAN BUREN licht toe dat de Zuidoost Communitywerkgroep samen met het Doorbraakteam Ambitie 1 het wervings- en selectieproces heeft ingericht. Communityverbinders zijn vanuit de gemeenschap zelf voorgedragen. De subsidie voor asset mapping is toegekend en het platform zal in 2026 worden gerealiseerd. Daarnaast wordt gewerkt aan een verbindingsplatform waarin bewonersnetwerken en organisaties samenkomen.
Zij geeft aan dat de opstartfase meer tijd heeft gekost dan gepland vanwege de inrichting van het nieuwe doorbraakteam en het creëren van de juiste randvoorwaarden, maar dat dit de actuele stand van zaken is. De VOORZITTER constateert tot slot dat het agendapunt voldoende is besproken. Het onderwerp wordt hiermee afgedaan en niet doorgeleid naar een volgende raadsvergadering. Masterplan Nieuw-West 5. Bespreken van de tussentijdse rapportage 2025 Nationaal Programma Samen Nieuw-West (VN2025-017565) De VOORZITTER opent de vergadering en verwelkomt de aanwezige leden van het dagelijks bestuur Nieuw-West, waaronder de heer Ünver, en de leden van de stadsdeelcommissie Nieuw-West, de heer Janssen en mevrouw De Zwart.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
De heer JANSSEN licht toe dat het Nationaal Programma Samen Nieuw-West in 2022 is opgericht met als missie de toekomst van huidige en toekomstige bewoners van Nieuw-West te verbeteren op het gebied van inclusie, wonen, werk, veiligheid en kansen voor kinderen. Meer dan honderd partners, bewoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheden werken samen om hardnekkige problemen in het stadsdeel te doorbreken. Vier jaar later is er een stevige basis gelegd met tastbare resultaten en in sommige domeinen fundamentele vooruitgang. Wijkallianties zijn opgezet, wijkverbinders en projectleiders komen uit Nieuw-West zelf, en bewoners nemen deel aan het alliantiebestuur. Op het gebied van veiligheid zijn extra toezichthouders, straatcoaches en voorzieningen voor jongeren gerealiseerd, waaronder drie tijdelijke jongerenlocaties. Initiatieven zoals de Grote Spelers en het Moedernetwerk ondersteunen jongeren en gezinnen, terwijl ook op wonen, leefomgeving en lokaal ondernemerschap belangrijke stappen zijn gezet. De heer JANSSEN benadrukt echter dat er ook verbeterpunten zijn. Sinds 2024 worden bewoners nadrukkelijk betrokken, maar signalen wijzen op onduidelijkheid over financiële vergoedingen, onregelmatige betalingen en soms jarenlange vertragingen.
Hij pleit voor tijdige, heldere en uniforme informatie over vergoedingen, uitbetalingsmomenten en mogelijke gevolgen voor inkomen of toeslagen, evenals voor transparante en eenduidige procedures bij het aanvragen van middelen, met ruimte voor kleinere initiatieven. De communicatie blijft een groot aandachtspunt: het programma is bij veel bewoners nog onbekend, de website is onvoldoende gebruiksvriendelijk, wijkallianties slecht vindbaar en vergaderingen nauwelijks aangekondigd. Een duidelijke communicatiestrategie met openbare agenda’s en laagdrempelige kanalen is volgens hem essentieel. Op het gebied van governance merkt hij op dat veel bewoners ervaren dat besluitvorming buiten hun zicht plaatsvindt en hun rol beperkt is tot instemming achteraf. Bewoner-bestuurders weten vaak niet wat hun rol inhoudt en brandbrieven, zoals van het Dijkgraafplein, worden niet serieus opgepakt. Hij benadrukt de noodzaak van transparante regels, een helder organogram en meer talent uit Nieuw-West op invloedrijke posities om het programma echt van en voor bewoners te maken. Samenwerking werkt, maar de volgende fase vraagt om meer communicatie, transparantie en eerlijke waardering van bewoners om het programma duurzaam en toekomstbestendig te maken. Lid LUST vraagt vervolgens naar de zichtbaarheid en bereikbaarheid van de wijkallianties.
De heer JANSSEN geeft aan dat er elf focusbuurten actief zijn en dat het voor bewoners lastig is om precies te achterhalen wie wat doet. Brandbrieven, zoals die van het Dijkgraafplein, worden niet geagendeerd, waardoor bewoners onvoldoende zicht hebben op de gang van zaken. Op de vraag naar een communicatiestrategie stelt hij dat er een kalender op de website staat, maar dat vergaderingen van wijkallianties en werkgroepen niet duidelijk worden vermeld. Anderhalf jaar geleden is een PowerPoint met communicatiestrategie ontvangen, waarin staat dat 90 procent van de inwoners niet weet dat het programma bestaat. Sindsdien is er geen nieuwe strategie gecommuniceerd, ondanks verzoeken om middelen zoals billboards. Lid BENTOUMYA vraagt naar het benutten van talent op invloedrijke posities binnen het programmateam. De heer JANSSEN geeft aan dat de samenstelling van het team nauwelijks een afspiegeling is van Nieuw-West en dat bewoners graag mensen uit de buurt in invloedrijke functies zien. Het programma moet beter aansluiten bij de lokale bevolking om signalen van bewoners serieus te nemen. Lid BENTOUMYA benadrukt verder dat er geen verschillen zouden mogen zijn in ervaringen van Amsterdammers, ongeacht hun stadsdeel. Zij stelt vragen over de
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
concrete effecten van het programma voor bewoners, de probleemanalyse voorafgaand aan acties en de samenhang tussen integrale programma’s om van elkaar te leren. Lid LUST vraagt naar de laatste stand van zaken van het programma, de overbesteding van 300.000 euro, het hogere kostenplaatje vergeleken met Zuidoost en de Aanpak Noord, en de preventieve functie van de nieuwe jongerenlocaties. Ze wijst op positieve ontwikkelingen zoals certificaten voor moeders in kinderopvang en onderwijs, stijgende vaccinatiegraad en de opstart van Community Wealth Building, en vraagt naar de resultaten van de eerste meting van de Hogeschool van Amsterdam en toezeggingen over het delen van toekomstige evaluaties. Lid BADAL merkt op dat het goed is dat veel partijen samenwerken en dat ook kleinere organisaties en bewonersinitiatieven ruimte moeten krijgen. Hij vraagt naar concrete voorbeelden waarin het programma het verschil maakt voor burgers en of er voldoende doorgepakt wordt in de uitvoering, evenals lessen uit projecten die niet lukken. Lid STAARTJES constateert dat de commissie-SO in de afgelopen vier jaar nauwelijks raadsvoordrachten heeft voortgebracht en dat de commissie vooral repetitief bijeenkomt.
Ze uit zorgen over het Nationaal Programma Samen Nieuw-West, in het bijzonder over Community Wellbuilding en communicatie, omdat volgens haar te veel geld hiernaartoe gaat zonder aanwezigheid van een duidelijk communicatieplan. Ze merkt op dat kritische punten vaak niet zichtbaar zijn in de rapportages en dat cijfers soms te rooskleurig worden gepresenteerd. Ze wijst op het gebrek aan doorbraak van bewoners naar wijkallianties en het nationale programma. Staartjes vraagt het dagelijks bestuur om de genoemde knelpunten te erkennen en benadrukt dat de Raad een actievere rol moet nemen in het doorhakken van knopen en het realiseren van een integrale aanpak. Ze sluit af met de oproep dat de komende Raad de integrale aanpak zorgvuldig moet ondersteunen. Lid BENTOUMYA benadrukt dat het belangrijk is daadwerkelijk te doen wat nodig is binnen het nationale programma. Ze wijst op structurele veranderingen die nodig zijn om het leven van bewoners in Nieuw-West te verbeteren en benadrukt het belang van een effectieve uitvoering, ondanks kritische geluiden van andere fracties. Lid STAARTJES verduidelijkt dat zij het nationale programma en de integrale aanpak ondersteunt, maar niet alle onderdelen, zoals community well-building, waarvan zij meent dat deze niet optimaal bijdragen.
Ze onderstreept de noodzaak van discussie over wat nodig is binnen de integrale aanpak en wenst dat de volgende Raad proactief stappen onderneemt om beslissingen tijdig te nemen. Lid KROM erkent dat er veel positieve ontwikkelingen plaatsvinden, maar benadrukt dat het lastig is een groot programma als Samen Nieuw-West goed te bespreken in een commissievergadering. Ze uit zorgen over signalen van gebrekkige transparantie, governance en betalingen aan betrokkenen. Krom wijst op het gebrek aan duidelijkheid over maatschappelijke impact en pleit voor meetinstrumenten om te monitoren of het programma daadwerkelijk effect heeft op veiligheid, perspectief voor jongeren en lokale werkgelegenheid. Ze sluit zich aan bij Bentoumya over samenhang en het leren van andere programma’s en vraagt of ervaringen uit Zuidoost ook in Nieuw-West toepasbaar zijn. Lid VELDHUYZEN sluit zich aan bij Krom en vraagt specifiek hoe het programma samenwerkt met grassroots- en migrantenorganisaties om de betrokkenheid van bewoners te waarborgen. Lid BOUHASSANI benadrukt dat geboorteplaats nog steeds invloed heeft op kansen in Nieuw-West en dat er meer aandacht nodig is voor diversiteit in het alliantiebestuur en transparantie over financiële bijdragen van bestuursleden. Zij vraagt naar de besteding van middelen voor preventie met gezag en naar reflecties op het
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Concept Raadscommissieverslag, 4 februari 2026
Masterplan, met het oog op belangrijke lessen voor de volgende Raad. Wethouder GROOT WASSINK erkent het onbehagen over rapportages en commissieproces, maar benadrukt dat financiële rapportages verplicht zijn en dat de commissie zich vooral richt op het gemeentelijke deel. Hij bevestigt dat signalen van bewoners en de Stadsdeelcommissie serieus worden genomen en verwerkt binnen de programmaorganisatie. Groot Wassink licht toe dat diversiteit in het alliantiebestuur vooruitgaat en dat middelen van preventie met gezag worden ingezet voor jongerenwerk, straatwerk en tijdelijke voorzieningen, zoals jongerencentra en wijkrechtspraak. Hij benadrukt dat samenwerking met het Rijk en partners leidt tot tastbare resultaten, maar dat structurele veranderingen tijd vergen en dat leren en iteratie een belangrijk onderdeel blijven van de aanpak. De heer ÜNVER (voorzitter DB Nieuw-West) benadrukt dat bewoners vooral concrete verbeteringen merken, zoals extra veegrondes, straatcoaches en toezicht. Hij erkent dat het merendeel van bewoners het Nationaal Programma niet kent, maar dat hun leven zichtbaar beter wordt door structurele verbeteringen. Hij licht concrete voorbeelden toe, zoals de extra jongerenlocaties in Osdorp en de Ossenstal, waar structurele verbeteringen in samenwerking met bewoners zijn doorgevoerd.
ÜNVER erkent dat er soms vertragingen zijn, maar dat deze gezamenlijk worden opgepakt en dat er voortdurend wordt geleerd van signalen uit de praktijk. Lid LUST vraagt naar de hogere kosten van de programmaorganisatie in NieuwWest in vergelijking met andere stadsdelen. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat het verschil relatief klein is en noodzakelijk voor de stappen die het programma wil zetten. Hij legt uit dat voortgang in andere stadsdelen later op gang kwam, wat het verschil deels verklaart. De VOORZITTER stelt vast dat het punt hiermee voldoende is besproken. De VOORZITTER merkt op dat dit de laatste commissie-SO is voor de verkiezingen. Er wordt stilgestaan bij de inzet, betrokkenheid en inzet van raadsleden, wethouders en het dagelijks bestuur de afgelopen vier jaar. Lid Bouhassani bedankt namens alle raadsleden, wethouders en de DB-voorzitter, en lid Lust bedankt tevens de griffier. De voorzitter sluit de vergadering formeel.
16