CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.02.04 Concept verslag RO

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare vergaderingen van de raadscommissies van19.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

5 alinea's met “zienswijze”: 21 48 132 135 136

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie

RO

Raadscommissieverslag, 4 februari 2026

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Woensdag 4 februari 2026 van 13.30 uur tot 17.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 15 april 2026

Voorzitter: -Plaatsvervangend voorzitters: Van Munster, Von Gerhardt Portefeuillehouder(s): wethouder Van Weyenberg Commissiegriffier: Nieuwenhuis Commissieondersteuner: Dutilh Verslaglegging: Draaijer (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Keesman (PvdA), Minderhoud (PvdA), Taj (GroenLinks), Veenhoff (GroenLinks), Aslami (D66), Taşliyurt (D66), Von Gerhardt (VVD), Staartjes (VVD), Emmerik (Partij voor de Dieren), Meerburg (Partij voor de Dieren), Alberts (SP), Konings (Volt), Aboelkasem (DENK), Veldhuyzen (De Vonk), Lochtenberg (CDA), Noordman (Forum voor Democratie) Afwezige commissieleden (mk): Van Pijpen (voorzitter) Overige aanwezigen: bestuurder Vroege (stadsdeel Oost), bestuurder Piers (stadsdeel Zuid)

ALGEMEEN DEEL 1a Opening procedureel gedeelte De plaatsvervangend voorzitter voor deze vergadering is het lid Van Munster. De VOORZITTER deelt mede dat de vaste voorzitter wegens ziekte verhinderd is, wenst haar beterschap en bedankt haar voor het invullen van het voorzitterschap gedurende de afgelopen jaren. De VOORZITTER meldt dat de agenda overvol is met 16 insprekers en 24 agendapunten. Er zal om 17.00 uur worden geschorst tot 18.00 en dan kan de vergadering hopelijk tegen 19.30 uur worden afgerond. De VOORZITTER stelt vast dat er een quorum is en opent de vergadering. Er zijn geen afmeldingen ontvangen. 1b Mededelingen Wethouder VAN WEYENBERG heeft een lijst meegenomen met successen van de

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

afgelopen raadsperiode. In verband met de volle agenda noemt de wethouder kort de herontwikkeling van Het Twiske, een bijdrage voor het Spaarnwoude Park en de start van een agro-bosbouwpilot van zes jaar in het groengebied Amsterdam. De wethouder weet dat er veel dingen misgaan, maar wil deze keer benadrukken dat er ook veel dingen goed gaan. Verder sluit de wethouder zich aan bij de warme woorden van dank aan de voorzitter. 1c Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mede dat agendapunt 3, 4, 5, 6, 7, 11, 13, 14 en 15 gehamerd worden. Agendapunt 24 zal aan het eind van de vergadering in een besloten bijeenkomst worden behandeld. De agenda wordt vastgesteld. 1d Conceptverslag van de openbare RO-vergadering van 7 januari 2026 Het verslag van de openbare RO-vergadering d.d. 7 januari 2026 wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e Actielijst en langetermijnagenda’s, per portefeuille Er zijn geen opmerkingen. 1f TKN-lijst Tkn-stukken 2, 5 en 11 worden op verzoek van het lid Veenhoff geagendeerd voor de volgende vergadering. In verband met de verkiezingen zal dat de Tijdelijke Algemene Raadscommissie zijn van 15 april 2026. 1g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. INHOUDELIJK DEEL 2a De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering en deelt mede dat vanaf nu de spreektijden gaan lopen. 2b Inspreekmoment publiek.

Er hebben zich vijftien insprekers gemeld en ze krijgen allen twee minuten spreektijd. Bij agendapunt 2b Sven VAN DER BURG is stadsboer op stadslandbouwproject NoordOogst. Inspreker komt zijn enthousiasme delen voor Sport- en Voedselpark Noord, een groenpark waar sport en voedsel samenwerken voor een gezonde en leefbare stad. Het plan voor het park wordt deze week gepresenteerd en er wordt samengewerkt met Voedselpark Noord. Met verwijzing naar meegebrachte slides vertelt inspreker dat Sporten Voedselpark NoordOogst is al twaalf jaar een succesvol living lab voor meervoudige maatschappelijke waardecreatie is, met stadslandbouw als centrale ruggengraat. Lokale economie, duurzame voedselproductie, educatie, gezondheid, recreatie, sport en 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

bewegen, groen en natuur komen samen op NoordOogst. Inspreker vertelt dat een voorzichtige schatting van de maatschappelijke waarde van NoordOogst 10 tot 16 miljoen euro per jaar bedraagt. Onder verwijzing naar de volledige tekst in de stukken roept inspreker op deze visie uit te werken tot een toekomstbestendig Sport- en Voedselpark Noord. Het lid VEENHOFF dankt inspreker voor de bijdrage en vraagt wat de stand van zaken is met betrekking tot de locatie en hoe dat zich verhoudt tot de voordracht van vandaag. INSPREKER antwoordt dat de bestemming nu agrarisch is en dat het stadsdeel Noord aanstuurt op een gedeeltelijke invulling met sport, waarvoor sinds eind 2025 een grof faseringsplan ligt. Het plan van inspreker biedt een concrete invulling voor verdere ontwikkeling van het gebied. Het lid VEENHOFF vraagt of het plan voor dit gebied is, of voor een andere locatie. INSPREKER legt uit dat er een integraal plan is voor het hele gebied, waarbij ongeveer diezelfde hoeveelheid vierkante meters voor sport beschikbaar kunnen worden gesteld. Het lid ASLAMI is benieuwd hoe de plannen worden ontvangen en wat erover wordt gezegd. INSPREKER wijst erop dat het plan vers is en vanavond wordt aangeboden aan stadsdeelbestuur Noord. De eerste geluiden zijn positief, maar het is afwachten hoe het zich gaat ontwikkelen. Uiteraard is de achterban van inspreker erg positief.

Het lid EMMERIK vraagt of inspreker kan vertellen hoe belangrijk het plan is voor Amsterdam Noord, of zelfs voor heel Amsterdam. INSPREKER wijst op het feit dat Amsterdam Noord de afgelopen jaren fors is gegroeid en dat de leefbaarheid onder druk staat. Het park ligt precies tussen Noord en de geplande wijk Haven-Stad, en inspreker denkt dat een plek met een door de buurt gemaakt karakter belangrijk is om de leefbaarheid van de stad te behouden. Bij agendapunt 2b Annick DE VRIES spreekt in op persoonlijke titel en is samen met 200 anderen vrijwilliger bij de stadstuinderij op NoordOogst. Inspreker oogst al haar groenten van Amsterdamse bodem, en gunt dat iedereen in de stad. Inspreker refereert aan het landelijke coalitieakkoord, waarin wordt gestreefd naar minimaal 15 procent biologische landbouw in 2030, en vertelt dat dat nu nog geen 5 procent is. Inspreker ziet in Kopenhagen eens voorbeeld en vertelt dat daar wooncomplexen zijn met een gemeenschappelijke keuken, met als voordeel dat er actief energie wordt bespaard, voedselverspilling wordt tegengegaan en eenzaamheid voorkomen. Inspreker vertelt dat het plan Sport- en Voedselpark Noord door duizenden Amsterdammers wordt gedragen en roept de raad op deze vruchtbare grond te behouden.

Bij agendapunt 2b Piet BENNIK spreekt in op persoonlijke titel en vertelt in 2015 een privéplaats te hebben gekocht en daar een woonschip op gelegd te hebben. Inspreker moet nu een omgevingsvergunning aanvragen voor een drijvend bouwwerk, maar zijn bezwaar is dat hij een zelfstandig varend woonschip heeft dat uitsluitend op deze plek mag aanmeren. Inspreker vertelt een handhavingsbrief te hebben ontvangen, waarop hij via zijn rechtsbijstandsverzekering een reactie heeft gegeven. Inmiddels zijn er negen maanden voorbijgegaan zonder antwoord van de gemeente. Inspreker zou hier graag duidelijkheid over hebben. Bij agendapunt 3 Jindra MARKUS spreekt in op persoonlijke titel en vertelt woonachtig te zijn in De Houthaven op het Narva-eiland. Inspreker is met buurtbewoners in beroep gegaan tegen het plan van de gemeente met betrekking tot steigers in De Houthaven, waarna de gemeente het plan alleen zodanig heeft veranderd dat woonbootbewoners een boot mogen hebben die niet langer mag zijn dan 10 meter. Inspreker is van mening dat er bij dit plan, dat oorspronkelijk uit 2013 is, geen sprake is van voortschrijdend inzicht. Volgens inspreker is er onder druk van woonbootbewoner een plan gemaakt en de oudgedienden daaronder liggen nu prima in De Houthaven en willen niet terug naar hun oorspronkelijke plaats.

Inspreker wijst erop dat het Narva-eiland een klimaatneutrale wijk is en constateert 3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

dat de steigers vol liggen met allerlei soorten hout, dat door woonboten wordt opgestookt. De huiseigenaren zitten echter vast aan een duur erfpachtcontract met verplichte deelname aan het Warmtenet en een stookverbod. Inspreker vindt dat er geen sprake is van goede ruimtelijke ordening, wat een eerste vereiste is bij een omgevingsplan. Het lid VEENHOFF vraagt of inspreker deze bezwaren heeft ingebracht bij de zienswijzeprocedure of bij de stadsdeelcommissie, en wat daarop eventueel de reactie was. INSPREKER vertelt dat de buurt een advocaat in de arm heeft genomen die de bezwaren heeft ingebracht bij de zienswijze. De verwachting was dat het naar de Raad van State zou gaan, maar de gemeente heeft de zienswijze ingetrokken, het plan gewijzigd en denkt daar volgens inspreker mee weg te kunnen komen. Inspreker meent dat er leugens in het plan staan. Er zijn dertien jaar geleden wethoudersbrieven aan woonbootbewoners gegeven, maar de gemeente kan deze brieven niet meer achterhalen. Het gebied wordt in het seizoen gebruikt als recreatiegebied door duizenden bewoners van De Houthavens, en voor de deur van inspreker liggen dan vijftig bootjes in het water. Volgens inspreker is dit geen voortschrijdend inzicht. Bij agendapunt 10 David JONES spreekt in namens Jongerenteam Kraaiennext, uit de buurt rondom K-midden.

Inspreker vertelt dat bij de totstandkoming van dit project met de buurt is afgesproken dat het niet alleen gaat om een woonstart, maar ook om een leefstart. Het sociaal programma was nadrukkelijk een voorwaarde voor het draagvlak in de wijk. In de afgelopen periode zijn er verschillende experimenten uitgevoerd met initiatieven rondom ontmoetingen, leefbaarheid en ook het jeugdcentrum en de buurt heeft hier actief en constructief aan meegewerkt. Sommige experimenten hebben volgens inspreker niet het beoogde effect gehad, waardoor bijvoorbeeld jongeren niet blijvend zijn bereikt. Inspreker verzoekt om een grondige evaluatie van het traject K-Midden, inclusief het jeugdcentrum, die door de buurt zelf wordt uitgevoerd. Inspreker vraagt hier al langere tijd om. De bedoeling is om het project beter en duurzamer te maken, zodat de leefstart geen belofte op papier blijft, maar realiteit wordt in de wijk. Het lid KONINGS vraagt wat het in de praktijk betekent dat er naast een woonstart ook een leefstart is, zoals inspreker zei. INSPREKER antwoordt dat er in het project aan jongeren uit heel Zuidoost wordt geleerd hoe ze aan inkomen moeten komen en hoe ze zich moeten organiseren, dus hoe ze volwassen kunnen worden. Bij agendapunt 10 Angelique HOOGMOED spreekt in namens Hart voor de K-buurt.

Als lid van de stuurgroep van het traject K-Midden verzoekt inspreker de raad opdracht te geven voor het Kraaiennest Campusprogramma, zodat de benodigde middelen beschikbaar worden gesteld. De buurt heeft hard gestreden voor een buurtgebouw van 2500 vierkante meter en het lijkt te lukken om de financiering rond te krijgen. Inspreker stelt vast dat er al met de implementatie is begonnen zonder evaluatie van de experimenten en dat er is ook geen rol of positie voor de buurt is weggelegd ondanks een toezegging van een eerdere stadsdeelbestuurder dat de buurt in de lead is. Inspreker vraagt om middelen, ruimte en de positie om de uitkomsten van de experimenten mee te nemen in het vervolgtraject. Ook verzoekt inspreker om duurzame financiering om als buurt- en betrouwbare ontwikkelpartner gelijkwaardig aan tafel te zitten. Tot slot verzoekt inspreker dat 2 procent van de uitvoeringskosten van zelforganisatie van de buurt naar de buurt zullen gaan. Bij agendapunt 10 Angel COLMERO spreekt, in plaats van Khareem Wielingen, in namens The Ballroom tapes, House of Bodega. Inspreker vraagt aandacht voor een gender safe space voor meiden, binnen de ontwikkeling van de wijk. Voor veel meiden voelt de openbare ruimte niet vanzelfsprekend veilig. Dat is niet altijd in de cijfers terug te zien, maar het blijkt uit gesprekken, uit gedrag en uit wie er wegblijft.

Volgens inspreker is een gender safe space geen luxe en geen uitsluiting, maar een voorwaarde voor gelijke kansen. Inspreker constateert dat er veel wordt gebouwd en vernieuwd in de buurt en dat is goed is. Echte ontwikkelingen gaan echter niet alleen maar over gebouwen, maar ook over wie zich gezien en veilig voelt in de groei. Van een toekomstbestendige buurt moeten meiden 4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

een volwaardig en veilig onderdeel zijn en dat vraagt om bewuste keuzes, om ruimte en om luisteren vanaf het begin. Bij agendapunt 12 Timo GILHUIS spreekt in namens Bewonerscommissie Maassluisstraat en vertelt dat de nieuwbouwplannen in eerste instantie enthousiast werden ontvangen door de bewoners. Bij de presentatie van het stedenbouwkundig plan kwamen er echter fundamentele zorgen bij de bewoners, die vooral de schaal van de verdichting betreffen. Er wordt meer dan een verdubbeling van het huidige bewonersvolume gepland, binnen dezelfde ruimtelijke begrenzing. Deze verdichting zorgt voor een verdere belasting van de openbare voorzieningen, die nu al onder grote druk staan. Groen en parkeerplaatsen verdwijnen en het feit dat er veel meer mensen komen te wonen wordt door bewoners ervaren als een ingrijpende invloed op hun welzijn. 87 bewoners hebben een bezwaarschrift ingediend en al deze bezwaren zijn door de gemeente afgewezen. Inspreker vertelt namens de bewoners teleurgesteld en verontwaardigd te zijn omdat bijna ieder punt van het bezwaar zonder inhoudelijke onderbouwing of concrete beantwoording is afgedaan. De bewoners vinden dat hun zorgen door de gemeente worden doorgeschoven naar de toekomst en zien dat aangedragen reële alternatieven niet onderzocht worden.

Inspreker noemt de nota van beantwoording een procedurele afvinklijst waarin zorgen worden weggeformuleerd in standaard reacties. Inspreker pleit voor heroverweging en herziening van het huidige stedenbouwkundige plan, dat in de basis niet solide is. Het lid EMMERIK vraagt op welke punten er is bijgesteld op basis van bewonersinput. INSPREKER vertelt dat er wel inspraak is geweest, maar dat dat er grotendeels plannen gepresenteerd werden, die al nagenoeg vast stonden. Het lid MINDERHOUD wil graag weten waar volgens inspreker de ruimtelijke en sociale grens ligt van wat de wijk kan dragen en welke planvariant recht zou doen aan de woningbouwopgave en de leefbaarheid. Verder vraagt het lid een concreet voorbeeld van waar de zorgen van de bewoners zijn weggerelativeerd in de nota van beantwoording. De bewoners zijn volgens INSPREKER niet tegen verdichting, maar vinden dat er meer oog moet zijn voor leefbaarheid en draagkracht van de wijk. Inspreker wijst erop dat het aantal woningen van 240 wordt verhoogd naar 515, dat is 121 procent verdichting. De bewoners hebben vanaf het begin een middenweg voorgesteld van 390 tot 440 woningen. De gemeente heeft dat afgewezen en blijft star vasthouden aan het huidige plan. Het lid KONINGS vraagt of de bewoners nog andere alternatieven hebben aangedragen.

INSPREKER vertelt dat er in het huidige plan vier flinke blokken zijn opgenomen die in de tuinen moeten komen. De bewoners hebben als alternatief en met tegenzin voorgesteld om wel hoogbouw te plegen en de tuinblokken achterwege te laten, maar dat is ook afgewezen. Bij agendapunt 17 Jint DE GROOT spreekt in namens TEEGHEN 94-96-98. Inspreker verwijst naar de raadsinformatiebrief van 30 september, waarin staat dat de oorzaak van de plotselinge verzakking aan de Van Eeghenstraat overbelasting is van meerdere houten paalschachten, als gevolg van fouten die meer dan 120 jaar geleden bij het heien zijn gemaakt. Inspreker meent dat met deze constatering niet wordt voldaan aan de toezegging om de oorzaak van de verzakking te achterhalen, maar dat het hiermee juist begint. Inspreker verwijst naar een rapport van Fugro, dat geen structurele funderingsgebreken meldt. Ook is er een rapport van Deltares, dat aangeeft dat de snelle bodemdaling in onder andere het Vondelpark om urgente actie vraagt. Inspreker wijst ook op het negatieve advies van Waternet voor grote kelderbouw in deze omgeving en vertelt dat de bodem bij de panden sinds het begin van de graafwerkzaamheden zichtbaar is gedaald. Inspreker maakt zich ernstig zorgen over de bouw van meer grote, veelal privé-, parkeerkelders die niet grondwaterneutraal zijn, en vraagt welke rol de gemeente hierbij speelt.

Inspreker verzoekt de gemeente om een vervolgonderzoek in te stellen naar de werkelijke oorzaak van de verzakking. Het lid VEENHOFF memoreert aan eerdere bespreking van dit onderwerp in de commissie, waarbij wethouder Van Dantzig onder andere heeft uitgesproken dat de uitzondering in het parapluplan is bedoeld voor publieke parkeerkelders. Het lid vraagt 5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

hoe inspreker zo zeker weet dat de grondwatersituatie bij het Vondelpark problematisch is, omdat dat niet goed uit de onderzoeken is gebleken. INSPREKER antwoordt dat bij grondwaterneutrale kelders moet worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Momenteel ziet inspreker dat de voorwaarden worden bijgesteld ten nadele van de grondwaterneutrale kelders. Inspreker merkt op dat er niet voor niets regels zijn, en vraagt zich af of men zich hieraan houdt omdat bijvoorbeeld wordt geconstateerd dat vergunningen vaak worden gegeven zonder er goed bij na te denken. Het lid ALBERTS vraagt of inspreker het idee heeft dat het laatste rapport heeft uitgelegd waarom de verzakking heeft plaatsgevonden. INSPREKER antwoordt dat dat niet het geval is en dat het alleen een constatering betreft dat er een paal is verschoven in de fundering. Inspreker vraagt om een verklaring waarom die paal dan verschoven is. Het lid LOCHTENBERG vraagt of inspreker tot doel heeft te komen tot een aanpassing van het waterbeheer of minder kelderbouw. INSPREKER meldt met andere groepen in gesprek te zijn en dat er grote zorgen zijn over de kelderbouw. Naar aanleiding van het aanvechten van het bestemmingsplan in 2019 bij de Raad van State heeft de gemeente vastgesteld dat het aantal kelders beperkt zou blijven. Hoeveel kelders er zijn en wat wordt bedoeld met een beperkt aantal kelders is onduidelijk gebleven.

De bewoners willen graag weten wat de definitie van de gemeente is. Uiteindelijk houdt de gemeente zich niet aan de parkeernorm en verzakken de huizen. Bij agendapunt 18 Klaas BREUNISSEN pleit namens de Bond van Volkstuinders voor meer plekken in de stad waar Amsterdammers samen kunnen tuinieren. Inspreker vertelt dat actief tuinieren vele vormen kent en dat er een grote behoefte is aan nieuwe tuinierplekken en dat de wachtlijsten bij de volkstuinparken lang zijn. De bond heeft een doordacht en onderbouwd raadsadres gestuurd, maar het antwoord van het college is dat volgens inspreker niet. Inspreker vindt dat het college suggereert dat de gemeenteraad in 2021 heeft besloten het volkstuinareaal niet uit te breiden, maar dat is niet juist. Ook klopt het niet dat er in de stad geen plaats is voor meer tuinierplekken, zoals het college schrijft, en het voorstel van de bond toont het tegendeel. De bond vraagt zich af waarom een areaalnorm voor parkeernormen wel in de gemeentelijke beleidslijn past, maar niet die voor natuurlijk tuinieren. Inspreker stelt vast dat het college schrijft zich onverminderd in te willen zetten voor het stimuleren van stadstuinieren, en vraagt zicht af waarom het college het aanbod van de bond om deze plekken te realiseren niet aanneemt.

Inspreker roept de raad op ervoor te zorgen dat het voorstel voor meer tuinierplekken en de invoering van een areaalnorm een serieuzere behandeling krijgt. Het lid EMMERIK vraagt of inspreker weet wat de reden is dat er niet wordt uitgebreid. INSPREKER meent dat de schrijvers van het antwoord denken dat er ruimtegebrek is, maar de bond denkt dat dat niet waar is en dat er prachtige plekken te vinden zijn om te tuinieren, als men ze maar wil vinden. Inspreker vindt dat het niet kunnen vinden van geschikte plekken meer falend beleid is dan daadwerkelijk ruimtegebrek. Bij agendapunt 20 Dr. Corinne CATH spreekt in namens Stichting Article 19 / Leitmotiv en vertelt namens een aantal initiatieven op 10 december jongstleden een brief te hebben gestuurd over de bouw van een hyperscale datacenter. De initiatiefnemers van de brief hebben grote zorgen over de bouw van dit datacenter, dat net zoveel elektriciteit gaat vragen als alle Amsterdamse huishoudens bij elkaar. Niet alleen is dat in strijd met het huidige moratorium en het gemeentelijke vestigingsbeleid. Uit recente publicaties in de NRC is gebleken dat het een dedicated hyperscale datacenter wordt voor Microsoft, ter waarde van twee miljard euro, terwijl de aankoopprijs in 2015 circa vijf miljoen euro bedroeg.

De initiatiefnemers vragen zich af wat de gemeente had kunnen doen om speculatie en vestiging van een enkele big tech huurder en eindgebruiker in het havengebied te voorkomen. Inspreker wijst op het feit dat het project oorspronkelijk is goedgekeurd omdat het open zou zijn voor een diversiteit aan lokale initiatieven en ook moest het voldoen aan hoge milieueisen. Beide voorwaarden zijn ergens in het proces losgelaten, zonder afdoende toezicht. Inspreker stelt vast dat de gemeente op meerdere momenten 6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

betrokken was bij dit traject, terwijl er tegelijkertijd ambities werden geformuleerd op duurzaamheid, een gelijk speelveld en digitale autonomie. Initiatiefnemers verzoeken de raad om uit te zoeken hoe deze ambities zich verhouden tot de daadwerkelijk genomen keuzes die hebben geleid tot de huidige situatie. Ook verzoeken de initiatiefnemers aan de raad om onderzoek te laten doen naar juridische mogelijkheden om de bouw van deze hyperscaler te heroverwegen om de eerdergenoemde redenen. Het lid KONINGS is benieuwd of inspreker contact heeft gehad met ambtenaren van de gemeente over wat er mis is gegaan in het proces, en wat die er eventueel over te zeggen hadden. INSPREKER vertelt dat er momenteel contact wordt gezocht met verschillende autoriteiten die een rol hebben gespeeld, zoals de gemeente, de Omgevingsdienst en Provinciale Staten. De publicaties van de NRC zijn wel recent en de coördinatie van de informatievergaring kost tijd. Het lid MEERBURG vindt dat de inspraak en de publicaties lijken te suggereren dat de gemeente niet zorgvuldig heeft gehandeld, maar vraagt zich af of dat echt zo is. INSPREKER denkt dat het onderzoek van de NRC in ieder geval aantoont dat het project niet is ontspoord door techniek, maar door bestuurlijke en ruimtelijke keuzes die de afgelopen tien jaar gemaakt zijn.

Inspreker wijst op het feit dat de gemeente tien jaar lang inhoudelijk betrokken is geweest op het dossier, door de bestemming te wijzigen, het terrein aan te kopen en het vervolgens in erfpacht uit te geven. Tegelijkertijd werden de milieu- en duurzaamheidseisen elke keer verlaagd als het project van de ene naar de andere ontwikkelaar ging. Ook heeft dit project zijn beslag gekregen voordat de gevolgen voor het elektriciteitsnet volledig waren gewogen. Nu ziet men dat veel plannen voor onder meer woningbouw en lokale bedrijven vastlopen op netcongestie, terwijl deze hyperscaler wel toegang heeft gekregen. Dat roept volgens inspreker fundamentele vragen op over de prioritering binnen het ruimtelijk beleid en de creatie van een eerlijk speelveld in de stad. Het lid MEERBURG merkt op dat de beslissing om te gaan ontwikkelen tijdens deze collegeperiode is genomen. De gemeente kan zich dus niet beroepen op de kennis van toen, omdat de netcongestie al bekend was. INSPREKER beaamt dit en zegt dat dat precies de vragen zijn waarover duidelijkheid gewenst is. Inspreker voegt hier nog aan toe dat zij als moeder van twee zoontjes vanwege de netcongestie tegen lange wachtlijsten aanloopt voor opvang en scholen, terwijl Microsoft wel toegang krijgt tot het elektriciteitsnet.

Het lid ASLAMI vindt de situatie ongewenst, maar constateert dat de aanvraag is ingediend voordat de gemeente een datacenterstop heeft ingesteld. Het lid vraagt of inspreker kan reflecteren op hoe de regels kunnen worden, of hadden kunnen worden ingezet om deze situatie te voorkomen. INSPREKER verwijst naar de volgende inspreker, die daar beter op ingelezen is. Inspreker denkt zelf dat er een aanscherping moet komen, omdat het niet zo kan zijn dat dit wel mogelijk is terwijl het niet in de geest is van de regels die de gemeente heeft. Daarnaast denkt inspreker dat het belangrijk is om mee te nemen dat de eerste goedkeuring een datacenter betrof dat beschikbaar zou zijn voor lokale initiatieven, zoals rekenkracht voor universiteiten en het lokale bedrijfsleven. Het lid ASLAMI vindt ook dat de regels moeten worden aangepast en gaat daar graag mee aan de slag. Het lid ALBERTS wijst op het feit dat in de datacenterstrategie staat dat de stop niet geldt voor lopende projecten en dat ook de provincie vindt dat daarmee de kous af is. Het lid vraagt hoe inspreker dit ziet. INSPREKER begrijpt de rechtszekerheid die hiermee gemoeid is, maar vindt dat het onderzoek van de NRC nieuwe feiten brengt, waardoor er gekeken moet worden of alle procedures goed zijn doorlopen en of het een eerlijk proces is geweest.

Het lid ALBERTS vraagt of inspreker net als zijzelf vindt dat de gemeente het lef moet hebben om eventuele rechtsgang aan te gaan als vergunningen worden ingetrokken. INSPREKER meldt zeker lef te hebben en dat het belangrijk is om te kijken naar het hele traject, dat al tien jaar loopt zonder dat er een paal de grond in is gegaan. Het lid VEENHOFF vertelt wat vragen te hebben uitgezet over hoe bepaalde afspraken tot stand zijn gekomen, en te horen hebben gekregen dat er nergens iets is vastgelegd. Het lid vraagt of inspreker kan vertellen waar de voorwaarden te vinden zijn die golden voor de oorspronkelijke vergunning. Ook is het lid benieuwd of er bezwaren of juridische procedures zijn aangespannen. INSPREKER antwoordt niet bekend te zijn met eventuele procedures, maar wel te weten dat daar interesse voor is. De informatie over de 7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

specifieke afspraken die er gemaakt zijn komt nu uit de berichtgeving van de NRC, en de initiatiefnemers hopen op steun van de raad bij het doen van vervolgonderzoek. Het lid MEERBURG refereert aan soortgelijke gevallen in Middenmeer en Zeewolde en vraagt of inspreker parallellen ziet met andere hyperscale datacenters in Nederland. INSPREKER is blij dat het probleem groter wordt gezien wordt dan iets dat alleen in Amsterdam speelt en vertelt ook betrokken te zijn bij wat er in Middenmeer gebeurt. Daar staan ook hyperscale datacenters van Microsoft, waar veel weerstand tegen is van de lokale bevolking. Op dit moment wordt er bijgebouwd en daarnaast wordt er nog veel meer capaciteit gehuurd in Haarlemmermeer. Dat roept voor de initiatiefnemers de fundamentele vragen op hoeveel capaciteit een bedrijf nodig heeft in Nederland, hoeveel van onze schaarse grondstoffen en capaciteit er naar Microsoft gaan en wat dat ons concreet oplevert behalve onder andere netcongestie, capaciteitstekorten, verlies aan digitale autonomie en vertraagde woningbouw. Bij agendapunt 20 Dr. Fieke JANSEN spreekt in namens critical infrastructure lab UVA, een onderzoeksgroep die onderzoek doet naar onder andere datacenters. Het lab is een van de initiatiefnemers van de brief die door voorgaande inspreker is besproken.

Inspreker wil uit de publicaties van de NRC over dit onderwerp belichten dat de overheid, ondanks verschillende pogingen om controle te houden op de datacenterindustrie, nauwelijks grip heeft gekregen op deze grond. Inspreker meent dat hieruit blijkt dat degenen met de diepste zakken momenteel rekenkracht en energie opkopen en bewoners, zorg, onderwijs, MKB, maar ook Nederlandse datacenterpartijen het nakijken hebben. Inspreker vraagt zich af hoe het mogelijk is dat de kennis over de negatieve impact van datacenterlocaties, met name hyperscalers, op het klimaat en de energietransitie niet zijn meegewogen bij de verlening van de vergunningen. Inspreker wijst erop dat de komst van de hyperscaler zal leiden tot intensivering van het fossiele brandstofgebruik en verhoogde uitstoot, onder andere door het installeren van noodaggregaten. Inspreker verzoekt de bouw van deze hyperscaler tot nader order stil te leggen en te kijken naar een moratorium om na te denken over instrumenten waarmee de gemeente Amsterdam wel grip kan krijgen op deze markt. Verder vraagt inspreker de vergunningen te herzien van deze hyperscaler en daarbij de klimaatverplichtingen die rusten op de provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam mee te nemen. Het lid MEERBURG vraagt hoe het kan dat tijdens het traject niet zorgvuldig is gekeken naar de impact op omgeving en klimaat.

INSPREKER vertelt dat er vaak wordt gekeken naar waar de stroom vandaan komt, maar niet naar de impact op het bredere energienetwerk. De claims over net zero betekenen niets, omdat de datacenters vaak op fossiele brandstoffen draaien. Als ze wel op groene stroom draaien, betekent dat vaak dat andere partijen meer afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. Inspreker licht toe dat lokale partijen vaak interessante technische oplossingen hebben voor slim energiegebruik, maar dat de hyperscalers daar geen belang bij hebben. Bij agendapunt 22 Wilfred Hunsel spreekt in namens Undercurrent en dankt de gemeente en het stadsdeel Noord voor de omgevingsvergunning van vijf jaar, die onlangs is toegekend. Inspreker vertelt dat er een tienjarige vergunning was aangevraagd voor meer bedrijfszekerheid en ook om het gebouw te kunnen verduurzamen omdat de ambitie is om volledig energieneutraal te gaan werken. Inspreker ziet dat de projectgroep Ponthaven geen rekening houdt met de gecombineerde functie van ponthaven en evenementenlocatie als Undercurrent. Er wordt nu getekend aan een ponthaven in het kanaal zonder een evenementenlocatie. Inspreker ziet dat de ponthaven maximaal 85 procent van het wateroppervlak nodig zegt te hebben en vertelt dat zijn huidige bedrijf maar 3,6 procent van het wateroppervlak inneemt.

In het najaar wordt de nota van uitgangspunten gepresenteerd en Undercurrent kan daar een zienswijze op geven, maar inspreker weet wel hoe de hazen lopen als het plan er eenmaal ligt. Inspreker verzoekt de commissie om zich nogmaals uit te spreken over het belang van een evenementenlocatie in dit gebied, voor een blijvende boost voor de dans-, nacht- en uitgangscultuur en voor de sociale veiligheid in het bedrijvengebied en het Keerkringpark. Inspreker hoopt dat de 8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

commissie het college wil oproepen nog dit jaar een ultieme poging te wagen een langer blijvende evenementenlocatie in het plan voor het kanaal op te nemen. Het lid TAŞLIYURT refereert aan de motie die twee jaar geleden is aangenomen en vraagt wat de reden is dat er nu weer aandacht wordt gevraagd voor deze zaak. INSPREKER vertelt dat er na de breed gedragen motie van twee jaar geleden contact is geweest met de projectleiding van de Ponthaven, waarbij een actieve rol is gevraagd bij het ontwerpproces. De projectleider heeft daar afwijzend op gereageerd en de zorg van inspreker is dat Undercurrent niet betrokken wordt, of zelfs niet wordt ingetekend in de plannen. Inspreker denkt dat een nota van uitgangspunten in het derde kwartaal te laat is om bij te sturen, mocht Undercurrent daar niet in voorkomen. Het lid VON GERHARDT vraagt of inspreker iets kan zeggen over de rol van de stadsdeelcommissie in deze kwestie. INSPREKER weet dat de stadsdeelcommissie positief is, maar dat zij ook rekening hebben te houden met mogelijke plannen van de Ponthaven. Inspreker herhaalt dat er van de 15 percent wateroppervlak die er overblijft maar een deel gevraagd wordt en meent dat een combinatiefunctie op deze locatie mogelijk moet zijn. Bij agendapunt 23 Jan Meeuwissen & Nina Schein spreken in op persoonlijke titel over de Spijtoptantenregeling bij erfpacht.

Insprekers vertellen ten tijde van de aankondiging van de spijtoptantenregeling in 2021 hun huis te hebben gekocht. Zij hebben zich zorgvuldig verdiept in de erfpachtsituatie en de aangekondigde regeling is expliciet meegenomen in de waardering van de woning. De verkopers hebben nog voor het sluiten van de koopovereenkomst hun overstapdatum geregistreerd en de gemeente gevraagd onder de regeling te vallen. Het antwoord van de gemeente was dat registratie niet mogelijk was, omdat de regeling formeel nog niet bestond. De regeling is formeel ingevoerd toen de leveringsdatum al geweest was, daardoor konden de verkopers zich niet meer registreren en insprekers vielen hiermee tussen wal en schip. Insprekers menen dat zowel de verkoper als zijzelf aantoonbaar alles hebben gedaan om onder de regeling te vallen en dat de financiële strop van 73.000 euro uitsluitend is veroorzaakt door bestuurlijke timing en procedurele keuzes waar insprekers geen invloed op hadden. Insprekers vragen geen voorkeursbehandeling, maar wel een gelijke behandeling omdat zij zorgvuldig en te goeder trouw hebben gehandeld, evenals de verkopers. Het lid LOCHTENBERG vraagt wat insprekers hebben gedaan richting de gemeente of andere instanties om deze situatie recht te zetten.

INSPREKERS vertellen klachten te hebben ingediend bij de uitvoerende dienst, het college, de ACM, de ombudsman en recentelijk bij de geschillencommissie. Hierbij hebben insprekers telkens een inhoudelijke toelichting gegeven en gevraagd om een redelijkheidstoets. De reacties van de gemeente waren formeel en afwijzend en van de ombudsman en de ACM is geen reactie ontvangen. Het lid LOCHTENBERG vraagt wat de ervaringen van insprekers waren met de geschillencommissie. INSPREKERS antwoorden dat een ambtenaar ze heeft verteld dat ze niet aan de voorwaarden voldeden, waarna ze expliciet hebben gevraagd de zaak toch door te zetten naar de commissie opdat de zaak onafhankelijk kon worden bekeken. De poort werd echter ook daar dichtgehouden. Insprekers voelen zich als consument niet beschermd als een onafhankelijke beoordeling buiten bereik is. Het lid VON GERHARDT vraagt of het klopt dat de regeling was aangekondigd maar nog niet in werking was toen insprekers het kochten. De gemeente zegt dat insprekers hun huis twee maanden later hadden moeten kopen. INSPREKERS bevestigen dit en leggen uit dat de verkopers niet met de leveringsdatum konden schuiven. 2c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten te melden. 2d Rondvraag 9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

Er zijn geen aanmeldingen voor de rondvraag. BESPREEKPUNTEN Ruimtelijke Ordening 3 Vaststellen van het TAM-omgevingsplan H22J De Houthaven 2013 1e wijziging (VN2025-018684) Dit agendapunt wordt gehamerd. 4 Vaststellen van het TAM-omgevingsplan H22K Oude Houthaven 1e wijziging (VN2025-018693) Dit agendapunt wordt gehamerd. 5 Vaststellen van het TAM-omgevingsplan H22 Sciencepark Kavel 12A (VN2025018706) Dit agendapunt wordt gehamerd. 6 Intrekken van de in 2021 vastgestelde Omgevingsvisie Weesp, als aanvullend besluit op de geactualiseerde Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (VN2025-018649) 7 Gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ‘Mercatorpark’ (herstelbesluit) (VN2025-018142) 8 Vaststellen van de wijziging van het Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: aanvulling transitieplannen (VN2025-016615) Het lid KEESMAN vindt het goed dat het proces van de omzetting van bestemmingsplannen naar omgevingsplannen in een vroegtijdig stadium is geëvalueerd en dat daardoor de werkwijze vereenvoudigd wordt. De PvdA is akkoord met de voorgestelde vereenvoudigingen en kan zich voorstellen dat er nog tijdsbesparing zal ontstaan door het inleereffect, ook zonder de maatregelen. Het lid heeft begrepen dat er 50 ambtenaren de komende zes jaar met deze operatie bezig zijn en hoort graag van de wethouder of dat inderdaad zo is.

Het lid vindt deze inzet een enorm beslag op de ambtelijke capaciteit en vraagt zich af of het Rijk deze kosten betaalt omdat de omzetting vanuit de landelijke overheid is opgelegd. Het lid STAARTJES vult aan dat de oorspronkelijk geschatte 500 uur per bestemmingsplan nu 800 uur blijkt te zijn. Voor de meer dan 500 bestemmingsplannen is dat een fikse belasting, waardoor ook het reguliere vergunningsproces onder druk komt te staan. Het lid memoreert regelmatig zijn zorgen te hebben geuit over de VTH-taken, de opgaven vanuit de Omgevingswet en de gevolgen ervan. Het lid stelt vast dat de wethouder in de raadsvoordracht het beeld schetst dat het gebruik van AI in het hele proces het aantal uren met 50 procent kan verminderen, en daar kan de VVD niet tegen zijn, omdat de inzet van 800 mensuren per bestemmingsplan onhoudbaar is. Het lid vraagt zich wel af of dit beeld realistisch is en is benieuwd welke maximale urennorm per plan het college hanteert vanaf de volgende tranche. Ook wil het lid graag weten bij welke overschrijding de wethouder zelf concludeert dat er wellicht nog een versnelling nodig is. Het lid vraagt op grond van welke criteria het college beoordeelt of een wijziging beleidsneutraal of -arm is en of het college deze beoordeling zelf doet of dat deze ambtelijk is.

Tot slot vraagt het lid wanneer voor het eerst meetbaar is wanneer de nieuwe werkwijze onder de 800 uur per plan komt en of de wethouder bereid is de raad 10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

tussentijds te informeren als de aannames opnieuw te optimistisch blijken te zijn. Wethouder VAN WEYENBERG beaamt dat de operatie in de papieren loopt en deelt mede dat de financiering vanuit het Rijk na 2026 stopt. De wethouder meent dat de omzetting daarmee niet houdbaar is, maar denkt ook dat er in de werkwijze stappen vooruit kunnen worden gemaakt. Het lid KEESMAN neemt aan dat de wethouder voornemens is om met het Rijk te gaan heronderhandelen. Wethouder VAN WEYENBERG vertelt dat er al veel onderhandelingen zijn geweest, die hebben geleid tot de huidige afspraken, maar dat hij niet de illusie heeft dat er grote heroverwegingen komen. De wethouder ziet dat het meer werk is gebleken dan voorzien, maar wil proberen het zo efficiënt mogelijk te doen. Het lid KEESMAN stelt dat de gemeente de bal kan terugleggen bij het Rijk, dat kennelijk een zak geld voor het eerste jaar heeft gegeven met de boodschap het daarna zelf uit te zoeken. Het lid ziet niet waarom de gemeente dan verantwoordelijk zou moeten zijn voor deze operatie en stelt voor dan te stoppen met het overzetten. Wethouder VAN WEYENBERG denkt dat de gemeente hier vooral zelf last van zal krijgen. Verder loopt er een evaluatie van de VNG, waarvan het financiële punt onderdeel is. Het probleem geldt uiteraard niet alleen voor Amsterdam en de wethouder neemt aan dat de VNG dit punt onder de aandacht blijft brengen.

Wethouder VAN WEYENBERG vertelt dat de gemeente probeert de genoemde 800 fte per bestemmingsplan te halveren met gebruik van kunstmatige intelligentie. De verwachting is dat daarmee ongeveer 88 mensjaren bespaard kunnen worden. Er wordt beleidsneutraal overgezet, dus beleid dat is vastgesteld wordt meegenomen en beleid dat niet is vastgesteld niet. De organisatie groeit nog toe naar de genoemde 50 fte. De voortgang van de transitie wordt op jaarbasis gemonitord, en de wethouder denkt dat het goed is om daarin mee te nemen in hoeverre de nieuwe werkwijze de gehoopte besparing oplevert. De wethouder zegt toe deze uitkomsten bij de jaarlijkse evaluatie mee te nemen. De wethouder meldt dat er geen maximale urennorm is, maar denkt dat het goed is eerst te kijken of het aantal uren kan worden teruggedrongen. De beoordeling op beleidsneutraliteit ligt bij de stadsdelen. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking op de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen. 9 Afwijken van de Hoofdgroenstructuur voor het plaatsen van een zendmastinstallatie ter hoogte van de Linnaeusstraat 2C in Amsterdam. (VN2025-016604) De VOORZITTER deelt mede dat bestuurder Vroege van stadsdeel Oost voor dit agendapunt aanschuift.

Het lid VEENHOFF stelt vast dat er twee voorwaarden zijn voor het afwijken van de Hoofdgroenstructuur, namelijk dat de noodzaak helder moet zijn en dat alle alternatieven in beeld moeten zijn geweest en afgevallen zijn. Voor GroenLinks is er op beide punten een onvoldoende. Wat betreft de noodzaak begrijpt het lid dat een goede dekking nodig is, maar die is altijd nodig en het is niet inzichtelijk waarom dat voor deze locatie geldt. De suggestie dat de mast voor nooddiensten belangrijk is begrijpt het lid niet, omdat er aparte masten zijn voor hulpdiensten. Ook is er nu een tijdelijke mast die functioneert, dus er is volgens het lid geen spoed bij. GroenLinks vindt het niet voldoende dat er in de voordracht staat dat de alternatieven zijn onderzocht, maar niet welke alternatieven dat zijn. Het lid suggereert dat er nu al een tijdelijke mast staat en dat dat de weg van de minste weerstand is. Ook wijst het lid op de negatieve adviezen van Stedenbouw en de TAC en ook wil het lid nader kijken naar het proces. Er is een afspraak gemaakt over een tijdelijke mast en de mast zou terugkomen op het dak van het hotel. Inmiddels is er een omgevingsvergunning verleend voor de verbouw van het hotel en het lid vraagt of de vergunningverlener op de hoogte was van deze afspraak, omdat de nieuwe mast niet geplaatst kan worden op het verbouwde dak.

Verder is er sprake van een BOPA, waarvoor participatie verplicht is. Er staat echter niets over participatie in de stukken. Tot slot wijst het lid op de zorgen van de TAC over het gebrek aan regie op dit soort projecten 11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

en het lid vindt dat daar paal en perk aan gesteld moet worden. Het lid STAARTJES vraagt of GroenLinks inzage wil in de onderzochte alternatieven, of dat de fractie gaat tegenstemmen. Het lid VEENHOFF vindt dat er nog tijd is, omdat de tijdelijke mast al twee jaar staat en de dekking geen noodzaak oplevert. Het lid refereert aan een soortgelijk geval in Zuid, waar een verzoek verdween nadat het DB had teruggeduwd. Het lid KEESMAN meldt dat de PvdA-fractie twijfels heeft als GroenLinks. Het lid vindt dat het verlenen van een verbouwingsvergunning aan het hotel nadere verklaring behoeft, omdat daarmee de voor de hand liggende plaats voor een teruggeplaatste mast is verdwenen. Ook is het lid benieuwd of er soortgelijke gevallen bekend zijn waarin weerstand ervoor heeft gezorgd dat het toch is goedgekomen. Het lid wil graag inzicht in de alternatieven om te kijken in hoeverre ze haalbaar zijn. Het lid KONINGS noemt de Hoofdgroenstructuur geen luxe maar een noodzaak om het groen in Amsterdam te beschermen. Daarom moet uiterst zorgvuldig worden omgegaan met uitzonderingen die leiden tot aantasting ervan. Het lid noemt het des te wranger dat nu gesproken wordt over een uitzondering die is ontstaan door een fout in het proces. Het lid schetst kort dat een zendinstallatie op het dak van het hotel tijdelijk moest worden verplaatst naar het groen vanwege een dakrenovatie.

Bij de renovatieplannen is echter geen plek is gereserveerd om de zendmast terug te plaatsen, waardoor de tijdelijke locatie in het groen een permanente locatie dreigt te worden. Dat roept volgens het lid fundamentele vragen op over de manier waarop het traject is verlopen en over de vraag waar de verantwoordelijkheid ligt voor deze fouten in het traject. Het lid vraagt concreet waarom er bij de renovatie van het hotel geen ruimte is gereserveerd voor het terugplaatsen van de zendmast, of er toezeggingen zijn gedan over de terugkeer van de zendmast naar het dak en wie er verantwoordelijk is voor het bewaken hiervan. Ook wil het lid weten of het college bereid is om in lijn met het advies van de TAC zelf de regie te nemen bij het aanwijzen van locaties voor zendmasten en zendinstallaties, in plaats van uitsluitend te reageren op aanvragen van telecomaanbieders. Het lid EMMERIK ziet de zoveelste afwijking van de Hoofdgroenstructuur met bovendien een negatief advies van de TAC, onder verwijzing naar afbreuk van kwaliteit en precedentwerking. Het lid stelt vast dat het ooit een tijdelijke uitzondering betrof met de toezegging dat de zendmast terug op het dak zou komen.

Het feit dat dit niet is gebeurd is voor de Partij voor de Dieren geen reden om af te gaan wijken van de Hoofdgroenstructuur en de vragen aan de wethouder zijn hetzelfde, namelijk kijken of er alternatieve locaties zijn, checken of de mast alsnog op het dak geplaatst kan worden en onderzoeken hoe de precedentwerking kan worden tegengegaan. Het lid ALBERTS ziet dat alle vragen al gesteld zijn. De kernvraag is volgens het lid of het klopt dat in de verbouwingsplannen vergeten is de zendmast mee te nemen en dat daarom de Hoofdgroenstructuur moet wijken. Het lid vindt dit van de zotte. Het lid ASLAMI wil graag weten hoe het zover heeft kunnen komen en hoe kan worden geborgd dat dit soort situaties niet meer gaan voorkomen. Het lid merkt op dat het natuurlijk zo is dat zendmasten een maatschappelijk belang hebben voor het betrouwbaar digitaal verbonden zijn door heel Amsterdam Wethouder VAN WEYENBERG is het met alle sprekers eens en vindt de mast bloedlelijk. Volgens de wethouder is het wel de realiteit dat een mast op een gebouw niet afgedwongen kan worden. Wel was het wenselijk geweest dat de mast na de verbouwing opnieuw een plek had gekregen. De wethouder vertelt dat er een nieuw antennebeleid komt, waarbij het uitgangspunt blijft wat het nu is. De wethouder wil de masten niet in de Hoofdgroenstructuur, en mocht daarvan afgeweken worden dan komt het langs de raad.

Er is wat de wethouder betreft geen sprake van precedentwerking, en er zal altijd alles aan gedaan moeten worden om dit te voorkomen. De wethouder vertelt dat dit dossier een paar keer heen en weer is gegaan tussen de staf van de wethouder en die van 12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

bestuurder Vroege, om te kijken of het echt niet anders kan. De conclusie is uiteindelijk dat er geen alternatief is. Het lid VEENHOFF vindt dat de wethouder nu zegt dat hier geen precedent geschapen wordt, maar dat bij een volgende aanvraag precies dezelfde argumenten gebruikt kunnen worden. Wethouder VAN WEYENBERG meent dat dat ook kan zonder deze casus. De wethouder vindt dat de procedure die is afgesproken met de TAC in dit geval waar hij voor bedoeld is. Als de wethouder tot een dergelijke lastige afweging is gekomen, komt de afweging naar de raad en de wethouder doet dat nu met oprecht zwaar gemoed. Er is al vastgesteld dat de antenne niet alsnog op het dak geplaatst kan worden. De wethouder stelt vast dat de spanning op de openbare ruimte steeds meer toeneemt en dat het steeds lastiger wordt om plekken te vinden. Er is alles aan gedaan om deze aanvraag te voorkomen, maar een alternatief is niet gevonden. Overigens is de tijdelijke antenne al verdwenen, dus de tijd die het lid Veenhoff dacht te hebben is er niet. Het lid ALBERTS vraagt of het ook zonder kan, nu de tijdelijke mast al weg blijkt te zijn. Wethouder VAN WEYENBERG toont aan de hand van een dekkingskaartje dat dat geen optie is. Het lid STAARTJES vraagt ter verduidelijking of het urgent is dat er zo snel mogelijk een mast komt.

Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat het niet plaatsen van een mast onverantwoord is. Het lid VEENHOFF wijst op het feit dat de tijdelijke vergunning twee keer is verleend en vraagt wat de reden is geweest voor de verwijdering, als de dekking gevaar liep. Wethouder VAN WEYENBERG vraagt of bestuurder Vroege deze vraag wil meenemen. Het lid EMMERIK vraagt of het een idee is om de tijdelijke mast weer neer te zetten en op zoek te gaan naar alternatieven. Wethouder VAN WEYENBERG denkt dat dat niet zal helpen. Bestuurder VROEGE vertelt dat alle vragen die vandaag langs zijn gekomen ook hardop gesteld zijn in het traject dat heeft geleid tot deze voordracht. De conclusie is dat een aantal dingen niet goed is gegaan en een schuldige is niet eenvoudig aan te wijzen. De verbouwing van het hotel heeft jaren geduurd en heeft vertraging opgelopen. Niet alleen zijn de vergunningaanvragen in de tussentijd steeds opnieuw ingediend, ook alle verantwoordelijken zijn een paar keer vervangen. Ergens in het proces is de antenne van het dak gevallen en dat had in de laatste vergunningaanvraag geconstateerd kunnen worden. Dat is echter geen taak of verantwoordelijkheid van de gemeente, want vergunningen worden beoordeeld zoals ze binnenkomen.

Op een gegeven moment werd het terrein opnieuw ingericht, waardoor de tijdelijke antenne weg moest, en op deze plaats liggen nu een grasveld en de toegangsweg naar het nieuwe restaurant. Toen pas bleek dat de antenne niet meer terug kon op het dak, omdat de draagconstructie niet voldoende is en het dak al vol staat met andere technische installaties. De bestuurder vertelt dat de enige oplossing in de buurt het plaatsen van een permanente mast is op de parkeerplaats bij het hotel. Dat is naast een bestaande stroominstallatie en een gemaal en dus niet echt in het fysieke groen, maar het is wel de Hoofdgroenstructuur. Met deze oplossing is niemand blij, ook de providers niet omdat een vaste mast van 30 meter hoog veel duurder is dan een zendmast op een dak. De omgeving is onderzocht en er dreigen meer zendmasten van daken te verdwijnen. De plek bij het Oosterpark is nodig voor een betrouwbaar netwerk in het gebied. De hulp- en nooddiensten eigen systemen, maar de bestuurder wijst erop dat het wel fijn is als mensen zelf hulpdiensten kunnen bellen als er iets gebeurt. Al met al werd geen andere oplossing gezien en daarom heeft het Dagelijks Bestuur ingestemd met het verlenen van de vergunning, met hopelijk de toestemming van de gemeenteraad.

Het stedenbouwkundige argument van de zichtlijn richting het Oosterpark heeft het in dit geval volgens de bestuurder afgelegd tegen het belang van een goede bereikbaarheid, niet alleen voor het hebben van een betrouwbaar netwerk in geval van nood, maar ook van de horeca en de vele pinbetalingen die er in het gebied plaatsvinden. De bestuurder vat samen dat het beter had gekund en gemoeten, maar dat dit is hoe het proces is verlopen. Het lid EMMERIK vraagt of hij het goed begrepen heeft dat deze installatie er 13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

permanent komt en waarom het niet mogelijk is om nog een tijdelijke mast neer te zetten en op zoek te gaan naar alternatieven. Bestuurder VROEGE antwoordt dat het gaat om een aanvraag voor een permanente zendinstallatie. Verder is er goed gezocht en er is geen alternatieve locatie in de omgeving van het Oosterpark. De bestuurder ziet in de stad wel een uitdaging voor het zoeken naar locaties waar masten op daken kunnen worden geplaatst, bijvoorbeeld op gemeentelijk vastgoed. Het lid KEESMAN denkt dat het hotel zelf ook niet blij is met een hoge zendmast zo dichtbij. Het lid kan zich bijna niet voorstellen dat met wat creativiteit een plek op het dak kan worden gevonden en is ook benieuwd hoe groot de straal is geweest bij het zoeken naar alternatieven. Bestuurder VROEGE meldt dat technici hebben vastgesteld dat het dak er niet op berekend is en bovendien vol staat. De dekking is mede afhankelijk van waar andere zendmasten en installaties staan, en rond het Oosterpark is er bij twee providers een groot gat dat moet worden opgevuld en er is goed onderzocht hoe dat kan. De technische informatie hierover is opgestuurd of in ieder geval beschikbaar. Wethouder VAN WEYENBERG vult aan dat dit alleen wordt gedaan omdat het alternatief volledig onverantwoord is en zegt toe dat er wordt gekeken of er nog aanvullende afbeeldingen kunnen worden verstrekt.

Het lid EMMERIK vraagt of alle in aanmerkingen komende daken in de buurt zijn onderzocht. Bestuurder VROEGE bevestigt dit. Het lid STAARTJES wijst op de mogelijkheid dat de raad tegen gaat stemmen en vraagt of de bestuurder kan vertellen wat er dan voor vreselijks gebeurt. Bestuurder VROEGE hoopt dat er dan geen rampen gebeuren of hulpdiensten nodig zijn. De bestuurder denkt dat de technische informatie die nog wordt verstrekt duidelijk zal maken dat er echt geen alternatief is. Het lid VEENHOFF vindt het een probleem dat de gemeente maar moet geloven waarom marktpartijen zeggen dat het nodig is. Het lid vraagt of er gemeten kan worden of het nu nog nodig is, nu de tijdelijke mast is verdwenen. Verder is het lid benieuwd of de bestuurder denkt dat in de onderhandelingen met de pandeigenaren het onderste uit de kan is gekomen. Wethouder VAN WEYENBERG vindt dat de raad de marktpartijen niet hoeft te geloven, maar hem wel. De wethouder wijst op het feit dat deze permanente locatie voor de providers veel duurder is dan plaatsing op een dak en dat er echt een prikkel is geweest om zoveel mogelijk te zoeken. Bestuurder VROEGE vult aan dat niet alleen financiën een overweging zijn voor vve's of andere partijen, maar dat er bijvoorbeeld ook ouders zijn die hun kind naar een andere school dreigen te sturen als er een antenne op het dak van de school komt.

De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor middellange bespreking op de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen. De VOORZITTER stelt vast dat het lid Aslami de vergadering heeft verlaten. Grond en Ontwikkeling 10 Vaststellen van de investeringsnota K-midden in stadsdeel Zuidoost en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet. (VN2025-018295) Het lid VEENHOFF spreekt lof uit aan allen die hebben bijgedragen aan het plan en is van mening dat de raad zich eigenlijk terughoudend zou moeten opstellen bij een proces als dit. Het lid constateert wel dat er eerder gesproken over beloften die niet helemaal zijn ingewilligd, bijvoorbeeld het toevoegen van 500 woningen waar wisselgeld voor is gevraagd dat niet helemaal uitbetaald is. Het gaat nu te ver om dit helemaal te overzien, maar het lid neemt aan dat de wethouder de brief met de vijf punten ook heeft gekregen en hoopt dat er een antwoord op komt. Het lid MINDERHOUD vindt het plan dat er nu ligt een schoolvoorbeeld van samen een stad maken dat nog niet eerder is gezien. Het lid stelt vast dat er uit de technische sessie een aantal kleine punten is overgebleven, met name op het gebied van co-creatie. Het lid kan niet overzien wat de effecten zijn van het pamflet met vijf punten dat vlak voor 14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026

RO

de vergadering is uitgedeeld, of wat de mogelijkheden zijn om de punten eventueel uit te voeren. Het lid ziet ze graag integraal afgewogen terug in een brief voor bespreking in een volgende raadsvergadering. Het lid ALBERTS ziet dat er veel goede dingen staan in de investeringsnota, maar vindt het wel treurig dat de bewoners ooit een participatiestaking hebben moeten afkondigen om af te dwingen dat er naar ze geluisterd werd. Het lid ziet een punt van aandacht in de woningen voor jongeren, zoals ook uit de inspraak is gebleken. De SP ondersteunt van harte dat die woningen er gaan komen. Verder refereert het lid aan het feit dat er in de stukken een mobiliteitshub bij het Kraaiennest wordt genoemd. Die hub is er volgens het lid al, want er staan deelfietsen en vooral deelscooters, waarvan de SP overigens niet het idee heeft dat er veel gebruik van wordt gemaakt. Het lid noemt het oliedom om de beste vorm van deelmobiliteit, namelijk metrolijn 53 naar het centrum van de stad, door te knippen. Het lid TAŞLIYURT vertelt dat ook D66 blij is met de investeringsnota, die laat zien hoe gebiedsontwikkeling meer kan zijn dan woningbouw alleen en waarin verdichting, voorzieningen en langetermijnkwaliteit nadrukkelijk samenkomen.

Bovendien is de nota in co-creatie opgesteld en ondanks een negatief saldo op de investeringsnota is het dankzij het vereveningsfonds mogelijk om het plan door te zetten. Het spreekt het lid aan dat wonen niet los wordt gezien van wat mensen nodig hebben om mee te doen in de stad. Het lid constateert dat het dagelijks bestuur van Zuidoost positief is over het idee om vaker in co-creatie plannen op te stellen en is benieuwd hoe de wethouder hier tegenaan kijkt. Ook is het lid benieuwd of de co-creatie wordt gehandhaafd bij de verdere uitwerking van de investeringsnota. Al met al ziet D66 een zorgvuldig uitgewerkt plan met een duidelijke visie en de fractie zal instemmen met de investeringsnota. Het lid VELDHUYZEN verwacht dat de meerderheid van de raad de verzoeken van bewoners die nog liggen zal steunen en dat ook het college de bewoners graag tegemoet wil komen. Het lid stelt vast dat er op vijf punten zes verzoeken liggen en sluit zich aan bij het verzoek van het lid Minderhoud om een bestuurlijke reactie. Dan kan de raad bepalen in hoeverre tegemoet kan worden gekomen aan nog onvervulde behoeftes van bewoners. Ook het kostenplaatje is dan belangrijk, want als er meer geld nodig is wil het lid graag weten hoeveel geld dat dan is en dan kan de raad nadenken over waar dat geld dan vandaan zou moeten komen.

Het lid verzoekt dan ook een financiële toelichting van het college op de reactie van de bewoners op het voorliggende stuk. Het lid sluit af met hulde aan iedereen in de K-buurt die zich inzet voor de buurt en dank aan raad en college voor de steun die zij bewoners hierin geven. Het lid ABOELKASEM ziet dat het stedenbouwkundig plan van de K-buurt Midden voortkomt uit een uniek experiment, waarbij bewoners niet alleen meepraten maar medeeigenaar zijn van de toekomst van de buurt. Het lid noemt de ontwikkeling van de OBA Next en stelt vast dat dat geen eindpunt is, maar onderdeel van een veel groter geheel. De gehele inzet in de K-buurt brengt samenhang en een sterke sociale basis, en daarom is het voorliggende plan iets om trots op te zijn. Het lid ziet dat er twee politieke keuzes nodig zijn om het plan te laten slagen. Ten eerste gaat het om sociale afspraken en de leefbaarheid, die nodig zijn voor de acceptatie van de verdichting van 500 woningen. Het lid hoort graag een reflectie van de wethouder hierop. Ten tweede is het buurtgebouw van de toekomst volgens het lid geen bijzaak maar een randvoorwaarde. Het lid verzoekt om mogelijk sociaal bewonerseigenaarschap vast te kunnen leggen en deze meetbare doelen terug te koppelen naar de raad in een rapportage. Wethouder VAN WEYENBERG vertelt dat het een proces van lange adem is geweest, en noemt het een bumpy road.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789511/2