2026.02.04 Concept verslag RO
Tekst van het document
De wethouder vindt de huidige stand iets voor iedereen die bij de totstandkoming betrokken is, niet alleen bewoners maar ook mensen bij de gemeente. De wethouder is blij dat het vereveningsfonds de ruimte biedt om te investeren met participatie en draagvlak en zal later iets zeggen over hoe deze werkwijze voortgezet kan worden. De wethouder vertelt over de 500 nieuwe starterswoningen die er 15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
op verzoek van de buurt gaan komen, en benoemt dat een van de vijf punten in de voor de vergadering uitgereikte brief dat de bewoners naast de starterswoningen ook hulp nodig hebben om een start te kunnen maken. De wethouder vindt dat dat erom vraagt de ondersteuning waarom wordt verzocht ook te geven. De wethouder verklaart een beetje zoekend te zijn en refereert aan de brief in de dagmail van gisteren over onder andere de voorzieningen, het wijkcentrum en de OBA Next. De eerste indieners van deze brief zijn zijn collega's Mbarki en Meliani en de wethouder vindt ook dat veel vragen bij hen thuishoren. Ook zijn er belangrijke punten die nog uitgepraat moeten worden, zoals de leefstart. De wethouder vertelt dat het college daar erg positief tegenover staat en dat de corporatie bezig is om hier een fysieke invulling aan te geven. De invulling van het programma zit volgens de wethouder meer bij maatschappelijke voorzieningen, terwijl deze commissie het ruimtelijk mogelijk maakt met het investeringsbesluit. De wethouder wijst erop dat de inzet er wel is, maar de financiële afdichting nog niet helemaal. Veel is gelukt, en een paar punten zijn overgebleven. De wethouder refereert aan de vele verzoeken om aparte ruimtes en weet dat wethouder Moorman dat pertinent niet wilde. Er zal dus ook nog verder gepraat moeten worden over het toewijzen van locaties.
Over het verzoek voor 2500 vierkante meter extra zegt de wethouder dat daar geen middelen voor zijn, ondanks dat het in het plan ruimtelijk wel mogelijk is. De wethouder deelt mede dat er in de GREX een aanzienlijk bedrag, dat de raad geheim heeft ontvangen, is vrijgemaakt om in de toekomst meer van dit soort samenwerkingen aan te gaan en onderschrijft het belang van de leefbaarheid, dat door het lid Aboelkasem is benoemd. De wethouder komt terug op het verzoek van de inspreker om de evaluatie door de buurt te laten doen en denkt dat dat beter thuishoort bij onder andere zijn collega Mbarki. Het lid TAJ stelt vast dat het fenomeen van doorverwezen worden in de ambtelijke wereld ook hier aan de orde is doordat de raadsleden nu worden doorverwezen naar andere wethouders. Het lid meent dat het een goed voorbeeld zou kunnen zijn voor de toekomstige werkwijze als ook de raad een aanspreekpunt heeft bij het college, en dat raadsleden niet steeds bij verschillende wethouders moeten shoppen voor de juiste informatie. Het lid gaat ervan uit dat de wethouder namens het volledige college spreekt en dat hij daartoe ook bevoegd is en benadrukt dat hij de wethouder niet aanvalt, maar wel de worsteling voelt en deze ook hoort vanuit de bewoners. Wethouder VAN WEYENBERG heeft de vraag van het lid Taj niet ervaren als een aanval en legt uit dat het college altijd met een mond spreekt.
De wethouder probeert breed te vertellen wat het college doet met bijvoorbeeld participatie en de ruimtelijke invulling in de investeringsnota. De wethouder ziet dat iedereen het over 99 procent eens is, en dat juist die ene procent waar dat niet zo is, bijvoorbeeld over de leefstart, cruciaal is. De wethouder kan echter niet de begroting van MV behandelen in de commissie RO. De wethouder vindt het fijn dat de andere brief nog voor de vergadering is gekomen, maar wil niet het gevoel uitstralen dat men bij de buurman moet zijn. Een aantal vragen rondom de invulling van de maatschappelijke voorzieningen zal de komende tijd nog een plek moeten vinden. Het lid MINDERHOUD ziet het als verantwoordelijkheid van de leden zelf om de dagmail in de gaten te houden, maar zou het op prijs stellen om een dergelijke brief bij de agenda te krijgen. Dan kunnen de leden de stukken integraal voorbereiden, wat meestal in het weekend voor de raadsvergadering gebeurt. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat de brief vooral gaat over de verdere investeringen, los van het voorliggende besluit. Het doel van de brief was om meer inzicht te geven in wat het college doet en welke vragen er nog liggen. De wethouder is blij dat deze informatie al beschikbaar is omdat het de leden een beeld geeft van wat er hierna gebeurt.
Op het moment dat de raad instemt met het investeringsbesluit is een aantal dingen ruimtelijk georganiseerd, maar er is een nog een aantal waar de middelen niet voor beschikbaar zijn. De wethouder vindt dat hij daar open over moet zijn omdat het dossier daarmee gebaat is, maar meent dat de raad ook zonder de brief prima een besluit kan nemen. Met het inzicht uit de brief is een aantal keuzes te maken, ook in het maatschappelijke voorzieningenbudget voor de toekomst. De wethouder meent dat hiermee een grote stap in eendracht wordt gezet, benadrukt dat de leefstart voor het college een integraal onderdeel is maar dat een aantal andere dingen misschien niet gaat lukken. De wethouder is trots en vindt dat men samen 16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
heel ver is gekomen. Het lid MINDERHOUD zegt de brief nog te moeten lezen en weet ook niet in hoeverre de vijf punten uit het pamflet daarin aan de orde komen. Toch verzoekt het lid of er nog een brief kan komen waarin op de vijf punten wordt ingegaan, vergezeld van een integraal overzicht van wat mogelijk is. Wethouder VAN WEYENBERG was in de veronderstelling de punten te hebben benoemd, behalve de evaluatie waar nog naar gekeken moet worden. De realiteit is volgens de wethouder dat er niet binnen twee weken ergens financiering vandaan kan komen. Het lid VEENHOFF vindt de vraag van het lid Minderhoud valide en refereert aan de vraag van een inspreker over de tegemoetkoming in de ondersteuning van 2 procent, waar nog geen antwoord op is gekomen. Wethouder VAN WEYENBERG verwijst naar de GREX, die de leden geheim hebben kunnen zien. Daar is een serieus bedrag in opgenomen voor ondersteuning voor een periode van vijf jaar en er lopen al gesprekken met in ieder geval Hart voor de K-buurt over de invulling ervan. Het lid VELDHUYZEN vraagt voor zijn eigen administratie of dit antwoord betekent dat er geen brief van het college komt. Wethouder VAN WEYENBERG is dat niet van plan, maar zegt toe er bij de raad op terug te komen als blijkt dat hij dingen vergeten is.
Wethouder VAN WEYENBERG vertelt nog over de hub waar het lid Alberts aan refereerde dat dat een hub op straat is, terwijl het college een gebouwde hub voor zich ziet en daar betere resultaten van verwacht. Het lid ALBERTS merkt op dat een gebouw geld kost, dat misschien voor andere dingen gebruikt zou kunnen worden. Het lid vraagt aanvullend of de 500 starterswoningen die genoemd zijn allemaal sociaal zijn. Wethouder VAN WEYENBERG bevestigt dit, voegt eraan toe dat er een corporatie mee bezig gaat en weet dat dat niet automatisch hetzelfde betekent. Voor het bouwen van een hub heeft de gemeentesubsidie gekregen, daar moet nog wel de exploitatie voor geregeld worden. Mocht dit niet van de grond komen dan blijft er geld over, maar de wethouder hoopt dat het lukt. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor middellange bespreking op de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen. 11 Vaststellen van het bedrag aan gemaakte kosten samenhangend met het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog in 2025 (VN2025-018746) Dit agendapunt wordt gehamerd.
12 Vaststellen van de investeringsnota Maassluisstraat en het beschikbaar stellen van bijbehorende uitvoeringskrediet (VN2026-000449) Het lid MINDERHOUD vindt het goed dat er wordt verdicht, gezien de grote woningnood in de stad en stelt vast dat verdichting met de nodige uitdagingen komt. Ook voor de zorgen van de bewoners moet oog zijn, en rondom dit project leven er zorgen over het groen. Het lid leest in de stukken dat er een klein aandeel groen verdwijnt binnen het voorliggende plan, maar dat er op het overblijvende groen een kwaliteitsslag wordt gemaakt. Het lid vindt dat een verbetering, maar maakt zich wel zorgen over zowel het proces als over de uitkomst. Het lid heeft begrepen dat er in 2021 een onderzoek is geweest met een raamwerk voor de ringzone West als gevolg. Dat raamwerk is nergens te vinden, maar er zou uit gebleken zijn dat er een kinderdagverblijf nodig is, dat er ook komt. Uit een onderzoek van STIPO is naar voren gekomen dat bewoners en ondernemers behoefte hebben aan kleinere winkels en ontmoetingsplekken. Het lid heeft dit vernomen na technische uitvraag, maar ook deze informatie is niet te vinden in de nota of online.
Op bijeenkomsten over het stedenbouwkundig plan is aan de aanwezigen gevraagd aan welke maatschappelijke voorzieningen zij behoefte hadden en daar werden vergelijkbare functies genoemd als die in het STIPO-onderzoek, naast de wens tot een vervangende locatie voor de huisartsenpraktijk. Het lid stelt vast dat er recentelijk prachtige plannen voorbij zijn gekomen en mist in het voorliggende plan diepgang in de analyse en waar het gaat over het betrekken van de inwoners voor de maatschappelijke voorzieningen. Het lid kan niet in de stukken zien wat er uit de onderzoeken is gekomen, 17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
laat staan hoe daaraan tegemoet is gekomen in de investeringsnota. Het is voor het lid volstrekt onduidelijk hoe de perspectieven van belanghebbenden uit de buurt en de omliggende buurten zijn meegenomen in het bepalen van de toekomstige invulling van het niet-wonenprogramma. In de stukken staat niets over wachtlijsten bij de huisartsenpraktijk in de buurt en bij de school, terwijl bewoners dat wel bij het lid hebben aangegeven. Het lid wil van de wethouder weten op basis waarvan er is bepaald hoeveel vierkante meter maatschappelijk wordt toegevoegd en wat de invulling en de samenwerking daarvoor gaan zijn. Het lid wijst op het feit dat er een verdichting van 121 procent is gepland en die komt boven op een recente andere verdichting. Bewoners hebben zorgen geuit, en er is nu onvoldoende informatie om te kunnen beoordelen of er in de plannen tegemoet wordt gekomen aan die zorgen. Het lid EMMERIK sluit zich aan bij het lid Minderhoud en heeft ook gesignaleerd dat veel bewoners protest hebben aangetekend. Het lid kijkt terug naar de inspreker, die heeft verteld dat bewoners zich niet serieus genomen voelen en dat alles op voorhand vaststond. Ook in de K-buurt voelden de inwoners zich pas na een participatiestaking gehoord. Het lid vraagt of de bewoners van de Maassluisstraat serieuzer kunnen worden genomen en of hun inzichten meegenomen kunnen worden in de plannen.
Ook vraagt het lid om meer aandacht voor voorzieningen en groen. Wethouder VAN WEYENBERG beaamt dat er serieus verdicht wordt, met toevoeging van sociale huurwoningen maar ook veel middenhuur en vrije sector. Er is volgens de wethouder veel participatie geweest in het traject, met acht bijeenkomsten. Wel waren er op voorhand wat uitgangspunten, en de wethouder begrijpt dat bewoners vinden dat het gesprek niet geheel open was. Er moet echter fors verdicht worden en de wethouder vindt dat je niet moet doen of je ruimte hebt als je die eigenlijk niet wilt geven. De wethouder zegt toe te kijken of er meer inzicht kan worden gegeven over de voorzieningen, maar benadrukt wel dat dit project hoognodig is. De wethouder kan cijfers overleggen waaruit blijkt dat het groen in aantal iets afneemt, maar dat wordt naar verwachting gecompenseerd met daktuinen. De wethouder ontkent niet dat er serieuze aantallen woningen bijkomen en dat per saldo de binnentuinen kleiner worden. Wel zal de kwaliteit van het groen toenemen, evenals de veiligheid. Er wordt nog apart nagedacht over de parkeerplaatsen, maar de wethouder denkt dat het verantwoord verdichten is en is blij dat het eindelijk kan gebeuren. Het lid MINDERHOUD zegt in een interruptie niet tegen verdichting te zijn, ook niet op deze locatie, maar dat dat op verschillende manieren kan.
Het lid ziet dat het groen beter gaat worden, maar dat dat niet geldt voor de voorzieningen. Wethouder VAN WEYENBERG begrijpt dat bewoners aandacht vragen voor het groen en heeft zelf veel intrinsieke motivatie om aan dit project te beginnen. De wethouder vertelt dat er ruimte komt voor voorzieningen, maar dat het klopt dat nog niet alles is ingevuld. Er komt in ieder geval een kinderdagverblijf en omdat het een bestaand verzorgingsgebied is, is er al veel activiteit, wat overigens volgens de wethouder niet afdoet aan de vraag van het lid Minderhoud. De wethouder zegt toe dat het vervolg van de invulling samen met de bewoners wordt gedaan, maar dat de ruimte voor maatschappelijke voorzieningen nu nog niet helemaal is ingevuld. Met de huisarts wordt het gesprek aangegaan over verplaatsing en voor de andere vragen wil de wethouder graag wat meer tijd om richting de raadsbehandeling wat meer context te kunnen geven. Het lid MINDERHOUD merkt op dat de raadsvergadering pas over twee weken is en vraagt of de wethouder in een brief aan kan geven wat er precies is gedaan om de behoefte van bewoners en ook om de omliggende organisaties en initiatieven mee te nemen. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dit graag toe en weet inmiddels uit ervaring dat zo'n brief als inzichtelijk wordt ervaren. Het lid EMMERIK is blij dat de wethouder deze toezegging doet en dat dit gaat verbeteren.
Wethouder VAN WEYENBERG benadrukt dat hij niets gaat verbeteren, maar dat hij heeft uitgelegd hoe de participatie is gegaan, hoe het voorstel tot stand is gekomen en waarom een aantal uitgangspunten op voorhand vastlagen. Wat de wethouder heeft toegezegd is dat bij verdere invulling van de voorzieningen aan de raad meer informatie zal worden verstrekt, eventueel samen met informatie over de relatie met de buurt en hoe 18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
het vervolgproces ronde de invulling van voorzieningen eruitziet. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor middellange bespreking op de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen. 13 Gedeeltelijk opheffen van de geheimhouding op de financiële paragraaf van de Investeringsnota Kolenkitbuurt Midden (VN2025-018833) Dit agendapunt wordt gehamerd. 14 Beschikbaar stellen van een investeringskrediet ten behoeve van het aankopen van het perceel in Amsterdam behoeve van erfpachtuitgifte aan Liander voor de ontwikkeling van een elektriciteitsstation (VN2025-018786) Dit agendapunt wordt gehamerd. 15 Beschikbaar stellen van een investeringskrediet voor projectgebied De Nieuwe Kern (VN2025-018701) Dit agendapunt wordt gehamerd. 16 Bespreken van de Actualisatie Meerjarenperspectief Grondexploitaties (AMPG) 2025 (VN2026-000477) Het lid LOCHTENBERG vertelt dat het CDA zich zorgen maalt dat de komende 10 tot 15 jaar beperkt vereveningsruimte beschikbaar is voor het vaststellen van plannen met een financieel tekort. Het lid vraagt of de wethouder kan kwantificeren hoeveel woningen niet gebouwd kunnen worden als gevolg hiervan en welke maatregelen het college kan nemen om de woningbouw op stoom te houden.
Het lid VON GERHARDT stelt dat het tekort aan woningen alleen kan worden opgelost door het bouwen van woningen, en dat de raad plannen moet vaststellen om te kunnen bouwen. Het lid voorziet dat dit agendapunt op dat vlak in de toekomst een probleem kan worden. Volgens de stukken zal de commerciële portefeuille worden uitgepompt en grotendeels niet meer worden aangevuld. Dat betekent dat de komende tien tot vijftien jaar nauwelijks ruimte is om nieuwe negatieve plannen vast te stellen. Het lid vraagt duidelijkheid over de vermelding in de stukken dat de 35 miljoen euro voor de komende twee jaar genoeg is, maar dat er elders staan dat er 60 miljoen euro is voor de komende 10 tot 15 jaar. Dat betekent volgens het lid dat er ergens 25 miljoen euro extra vandaan gaat komen voor het vaststellen van negatieve plannen. Het lid wil weten wanneer deze extra 25 miljoen euro verwacht kan worden en hoe de verspreiding er dan uit gaat zien. Het lid vindt dat de oorzaak van dit probleem ligt in de grote uitnames uit het vereveningsfonds door de linkse partijen, die geld dat bestemd was voor het bouwen van woningen hebben uitgegeven aan andere zaken die ze belangrijker vonden. Het lid is van mening dat deze partijen daar bij de komende verkiezingscampagne eerlijk over moeten zijn.
Het lid MINDERHOUD stelt dat de enige oplossing van de VVD voor het oplossen van de woningnood bestaat uit het bouwen van dure woningen. Het lid roept de VVD op te komen met een oplossing om 80 procent betaalbaar te bouwen voor de groepen die het nodig hebben. Het lid VON GERHARDT stelt dat koopwoningen in Amsterdam nooit leeg staan en dat er dus behoefte aan is. Verder vindt het lid dat dure koopwoningen zorgen voor de meeste doorstroming en dat de plannen om 80 procent betaalbaar te bouwen de afgelopen jaren hebben geleid tot 100 miljoen euro verlies. Volgens het lid zorgen GroenLinks en de PvdA ervoor dat plannen binnenkort niet meer kunnen worden vastgesteld. Het lid TAJ brengt in herinnering dat het in 2017 een VVD-wethouder is geweest die het 40-40-20-beleid heeft geïntroduceerd en vindt het opvallend dat de VVD de linkse partijen nu de maat neemt over de onhoudbaarheid van deze percentages. Het lid wil 19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
weten wat de reflectie van het lid Von Gerhardt hierop is. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat de invoering een keuze in het coalitieakkoord was en de eerste keer dat er een middensegment werd vastgesteld. Het lid zegt dat uiteindelijk moest worden geconcludeerd dat het te duur was en een te grote aanslag legde op het vereveningsfonds. Het lid Taj heeft zelf 400 miljoen euro uit het fonds heeft gehaald en vervolgens vast willen houden aan een concept dat per jaar 100 miljoen euro verlies leidt. Het lid TAJ zegt dat de VVD vergeet te vertellen dat deze middelen zijn gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen en bereikbaarheid. Het lid VON GERHARDT vindt dat GroenLinks eerlijk moet zeggen dat de 400 miljoen niet besteed is aan wonen maar aan andere dingen. Het lid gaat verder met de vragen aan de wethouder en wil weten wat er kan worden gedaan om binnen 10 tot 15 jaar meer vereveningsruimte te krijgen. Ook is het lid benieuwd of er een overzicht is van de plannen die er nu liggen die op termijn vereveningsruimte nodig hebben. Het lid TAŞLIYURT meldt dat ook de D66-fractie zich zorgen maakt over de houdbaarheid van het vereveningsfonds. Het lid schetst dat het verdienvermogen van de grondportefeuille voor de komende 10 tot 15 jaar met 800 miljoen euro fors is, maar dat 740 miljoen euro hiervan al is vastgelegd in bestaande afspraken.
De resterende 60 miljoen euro is de komende 5 tot 10 jaar nodig voor plannen die nu in voorbereiding zijn, dus in feite is de ruimte vrijwel op. Het besteden van 400 miljoen euro aan andere doelen was verdedigbaar in tijden van ruime grondopbrengsten en heeft geleid tot de realisatie van belangrijke dingen, maar nu is de situatie anders. Het lid wil weten of het college de analyse deelt dat met de huidige ambities de nog te verdienen vereveningsruimte structureel te klein is en dat dit vraagt om fundamentele keuzes en zo ja, waar het college dan aan denkt. Het lid wijst verder op een samenloop van risico's bij de resterende 60 miljoen euro en vraagt hoe het college bij deze beperkte ruimte omgaat met het optreden van risico's. Het lid wil weten wat dat concreet betekent voor tempo en prioritering van nieuwe plannen en of er nu al plannen bekend zijn die om deze reden geen doorgang kunnen vinden. Het concludeert namens de fractie van D66 dat het niet langer gaat om een technisch-financieel vraagstuk, maar om een strategisch probleem en dat er iets moet veranderen als de gemeente ongelijk wil blijven investeren. Het lid hoort graag van de wethouder welke richting het college hierin ziet. Het lid TAJ vertelt dat de fractie van GroenLinks de stukken over het AMPG met interesse heeft gelezen.
Het standpunt van GroenLinks is dat de gemeente ongelijk moeten investeren voor gelijke kansen in de stad, ook als het aankomt op woningbouw en de partij zet in op betaalbare woningen. Daar wordt het vereveningsfonds gebruikt en het lid vindt dat dat robuust moet blijven. Het lid kijkt vooruit naar de verwachte uitwerking van een bestuursopdracht, waarin kan worden gezien aan welke knoppen de gemeente kan draaien. Het lid weet dat een van die knoppen de afdracht naar de algemene middelen en meldt dat in het verkiezingsplan van GroenLinks is opgenomen dat de partij daartegen is. Het lid VON GERHARDT zegt in een interruptie keer op keer een motie te hebben ingediend met precies dit doel, en dat GroenLinks daar iedere keer tegen was. Het is benieuwd waarom GroenLinks van mening is veranderd. Het lid TAJ antwoordt dat het destijds niet nodig was, maar nu wel. Het lid VON GERHARDT zegt in een vervolginterruptie dat er in de onderhandelingen voor het coalitieakkoord 2022-2026 door ambtenaren expliciet is aangegeven dat extra uitnames onverstandig waren om het vereveningsfonds gezond te houden voor de toekomst. GroenLinks heeft er toen samen met de coalitiepartners voor gekozen om het wel te blijven doen en kan nu volgens het lid niet stellen dat het toen niet nodig was.
Het lid TAJ herinnert zich dat het destijds ging over de robuustheid van het fonds op de lange termijn en dat de uitwerking van de bestuursopdracht precies daarover gaat. Het lid VON GERHARDT is van mening dat besturen vooruitkijken betekent en dat GroenLinks in 2022 had moeten weten dat het niet houdbaar was. Daarmee is er uiteindelijk volgens het lid voor gezorgd dat de woningen voor Amsterdammers er niet gaan komen. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat de waarheid in het midden ligt en gaat over tot het beantwoorden van de vragen. Het vereveningsfonds is volgens de wethouder 20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
gezond en dingen die tot nu toe zijn afgesproken kunnen worden betaald. Er zijn robuuste risicoreserveringen en de wethouder vindt het fonds per saldo behoedzaam en pas als alles samen tegenzit kan het zijn dat het vastloopt. Ook is er vereveningsruimte naar de toekomst toe en de wethouder wijst erop dat het daarbij zo is dat er altijd meteen een voorziening komt voor negatieve plannen, terwijl positieve plannen vaak pas na een paar jaar worden ingeboekt. De wethouder vindt dat het lid Von Gerhardt wat enthousiast was in zijn woordgebruik en dat de realiteit is dat er bestuurlijke keuzes zijn gemaakt waarbij het geld nuttig is besteed. Ook heeft er wat compensatie plaatsgevonden ten opzichte van vorige bestuursperiodes door wat meer nadruk op sociale bouw te leggen. De vereveningsruimte is volgens de wethouder afhankelijk van allerlei zaken, zoals netcongestie. Het is overigens niet zo dat het fonds ineens stopt en de realiteit is dat zowel het AMPG als het MPG steeds worden bijgesteld en dat er ook andere meevallers zijn, zoals de waarde van de grond. De wethouder wijst op het feit dat er naast de negatieve plannen ook voor ongeveer 170 miljoen euro aan positieve plannen is vastgesteld, maar denkt dat 40-40-20 blijven bouwen geld kost en niet houdbaar is met het huidige vereveningsfonds.
De wethouder heeft geen lijst paraat met negatieve plannen, maar denkt dat de gemeente nog wel anderhalf jaar voort kan. Er zijn drie keuzes voor het gezond houden van het fonds. Ten eerste kan er worden gekeken naar de afdracht naar de algemene middelen. Ten tweede kan worden besloten om minder negatieve plannen vast te stellen en ten derde kan het verdienvermogen gevolgd worden. De wethouder merkt op dat vele fracties de tweede optie in ieder geval onverstandig vinden en dat het college de derde optie belangrijk vindt, met de kanttekening dat er verschillende manieren zijn om dat te doen en dat niet alleen grootschalig kan worden gebouwd op a-locaties. Ook over de programma's is een discussie te voeren en de wethouder ziet dat elke fractie andere manieren heeft om de leegloop van het vereveningsfonds op te vangen. De wethouder hoopt dat het debat over woningbouw niet alleen vanuit de begroting gevoerd wordt en maakt zich bijvoorbeeld zorgen over het feit dat de 20 procent vrijesectorwoningen vaak groot en duur is en daarmee een grote groep woningzoekenden buiten de boot valt. Daar is de doorstroming vervolgens niet mee gebaat en de wethouder pleit ervoor om meer vrijesectorwoningen te bouwen tussen de 400.000 en 500.000 euro.
Ook is bouwen voor het middenhuursegment een steeds grotere financiële uitdaging en de wethouder constateert dat het woondebat veel ingewikkelder is dan alleen praten over percentages en euro's. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking op de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen. Ruimtelijke Ordening 17 Bespreken van de raadsinformatiebrief en het onderzoeksrapport verzakking Van Eeghenstraat 94-96-98 (VN2025-018227) De VOORZITTER heet bestuurder Piers van stadsdeel Zuid van harte welkom. Het lid ALBERTS vindt het een mooi rapport, dat de oorzaak van de verzakking echter niet helemaal verklaart. Het lid verbaast zich hierover omdat daar wel naar gevraagd was. Het lid wijst op het feit dat, meteen nadat uit een onderzoek kwam dat de fundering toekomstbestendig was, bij een verbouwing van de buren de boel instortte. Volgens het lid moet de verklaring daarvoor worden gezocht in de verbouwing. Omdat te verklaren met fouten in 1903 gaat er niet in en het lid vindt dat er opnieuw een onderzoek moet komen. Ook is het lid van mening dat er bij het verlenen van een dergelijke ingrijpende vergunning eerder verleende vergunningen uit het verleden bekeken moeten worden op gevolgen. Participatie moet daarbij verder gaan dan een vinkje op de vergunningaanvraag en het lid noemt het slecht dat er bijna altijd wordt aangestuurd op rechtsgang.
Het lid vindt dat de gemeente een duidelijke uitspraak moet doen over de weg naar het verlenen van de vergunning. Het lid LOCHTENBERG deelt de zorgen die inspreker zich maakt over de grote 21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
parkeerkelders die aan de Van Eeghenstraat worden gegraven. Het lid vraagt of de wethouder deze zorgen ook deelt en wat hij kan doen om deze zorgen weg te nemen. Het lid VEENHOFF licht toe dat in het parapluplan Grondwaterneutraal een uitzondering is gemaakt voor parkeerkelders groter dan 300 vierkante meter, maar dat deze uitzondering is bedoeld voor publieke voorzieningen en dat daarbij nog beter moet worden verantwoord en toezicht moet worden gehouden op hoe het gebeurt. Aan zowel de Van Eeghenstraat als aan het Raamplein worden nu private kelders gebouwd van 600 en 400 vierkante meter en dat moet men volgens het lid vanwege de risico's niet willen. Het lid wijst op het feit dat voormalig wethouder Van Dantzig er niet op tegen was om hier iets aan te doen en is benieuwd naar het standpunt van de wethouder hierin. Bestuurder PIERS deelt mede zich te beperken tot deze specifieke kwestie en de vragen die erover zijn gesteld. Over dit specifieke pand meldt de wethouder dat een onderzoek van Fugro heeft uitgewezen dat er sprake van een slechte fundering bij de bouw in 1903. Er is een verkeerde stand van een funderingspaal vastgesteld die het gevolg is van de latere inbouw van een lift en een aantal zaken bij dit pand is specifiek hieraan te wijten. Wat het stadsdeelbestuur betreft is rapport daarover helder en de conclusie duidelijk.
Het lid ALBERTS wijst er in een interruptie op dat desondanks een funderingsrapport enkele jaren daarvoor heeft uitgewezen dat de fundering nog 25 jaar meekon en dat het daarom vreemd is dat het rapport van Fugro vervolgens zegt dat er problemen met de fundering zijn. Het lid meent dat er dan iets kan worden gezegd over het verschil tussen de uitkomsten van beide rapporten en dat er een verband moet zijn met de bouw die er nogal grootschalig is toegepast. Bestuurder PIERS laat deze conclusie voor rekening van het lid Alberts en oppert bovendien dat het onderzoek van Fugro beter kan zijn geweest dan het eerdere. Wat het stadsdeelbestuur betreft is het resultaat van het onderzoek van Fugro een duidelijk rapport van een gerenommeerd bedrijf. Wethouder VAN WEYENBERG benadrukt dat er gehandhaafd gaat worden als blijkt dat er ergens meer auto's worden geparkeerd dan vergund en dat alle kelders van enige omvang worden getoetst aan wet- en regelgeving. De afwegingsgrond is daarbij niet of er een publieke of een private bestemmingsgrond is, maar de grootte, waarbij er dan een geohydrologisch rapport gemaakt moet worden. Dat rapport moet aantonen dat er grondwaterneutraal gebouwd kan worden en als de vergunning daarmee voldoet aan de wettelijke regelgeving kan hij niet worden geweigerd.
De concrete casus was ruimtelijk onderbouwd met een wettelijk toegestane afwijkingsmogelijkheid naar 300 vierkante meter, omdat het geohydrologisch onderzoek had aangetoond dat grondwaterneutrale bouw mogelijk was. Ook een uitspraak van de rechtbank heeft bevestigd dat de omgevingsvergunning op de juiste gronden is verleend. Het lid VEENHOFF verduidelijkt dat de vraag niet technisch maar politiek was. Het lid weet dat bij het verlenen van de vergunning het beleid is gevolgd, maar wil dat beleid juist veranderen, omdat het nooit bedoeld is geweest voor private garages maar voor publieke situaties. Wethouder VAN WEYENBERG heeft geen plannen om de regels te veranderen en wijst op het feit dat het lid Veenhoff ook geen voorstander is van het parkeren in tuinen, wat zonder dit beleid zou gebeuren. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking op de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen. 18 Bespreken van het raadsadres van de Bond van Volkstuinders getiteld Ruimte voor groei en kennisnemen van de brief met de bestuurlijke reactie op het raadsadres (VN2026-000480 Het lid VEENHOFF vindt de beantwoording van de brief summier. Het lid begrijpt dat omdat de gemeente bij de verdere ontwikkeling van de stad geen volkstuinen wil. 22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
Volgens het lid is dat geen staand beleid en heeft de raad zich daar nooit specifiek over uitgesproken. Het lid wijst erop dat de indieners erg hun best hebben gedaan om locaties aan te dragen, bijvoorbeeld het Gasunieterrein in Noord. Daar is al door de gemeente aangegeven dat er ruimtelijk gezien geen belemmeringen zijn en dat zou dus een goede plek kunnen zijn voor het aanleggen van nutstuinen of moestuinbakken. Het lid verzoekt om uitgebreidere beantwoording van het raadsadres, specifiek over de aangedragen locaties. De VOORZITTER bedankt bestuurder Piers alsnog voor zijn aanwezigheid. Het lid EMMERIK ziet dat de volkstuinders met een concreet en doordacht voorstel zijn gekomen en dat het college zegt dat uitbreiding niet haalbaar is. Het lid schetst dat de raad in 2021 heeft besloten het bestaande areaal te beschermen, maar niet om uitbreiding principieel uit te sluiten. Volgens het lid laat het raadsadres zien dat vergroening en stedelijke ontwikkeling samen kunnen gaan en daarbij gaat het niet alleen om klassieke tuinparken, maar ook om bijvoorbeeld braakliggende terreinen, tunnelparken en nieuwe gebiedsontwikkelingen als Haven-Stad.
Het lid constateert dat er duizenden mensen op wachtlijsten staan en vraagt of het college kan bevestigen dat de gemeenteraad nooit heeft besloten dat uitbreiding van het volkstuinareaal onmogelijk was, maar uitsluitend bestaande areaal beschermd wordt. Ook is het lid benieuwd waarom actief tuinieren niet structureel wordt meegenomen in grote gebiedsontwikkelingen als Haven-Stad. Tot slot wil het lid weten waarom het college een afrekenbare norm voor een volkstuinareaal niet wil verkennen, terwijl dergelijke normen wel bestaan voor sport- en onderwijsvoorzieningen. Wethouder VAN WEYENBERG stelt vast dat er nergens staat dat er nooit meer een volkstuinpark bij mag komen, en dat dat ook zijn beleid niet is. Wel staat er dat niet kan worden verwacht dat er in een verdichtende stad parken worden toegevoegd. Het is volgens de wethouder al een hele uitdaging om de bestaande parken te behouden en de wethouder wil graag de indruk wegnemen dat hij tegen volkstuinen zou zijn. De wethouder wijst op de groennorm en legt uit dat het college daar een andere invulling voor ziet dan de traditionele parkstructuur. De wethouder beseft dat veel van de opgebouwde kennis en expertise van waarde kan zijn en noemt als voorbeeld het opzetten van stadslandbouw in de Lutkemeerpolder, waar wordt afgeweken van de traditionele volkstuinvorm.
De wethouder benadrukt dat er voor veel plaatsen kan worden gekeken naar vormen van stadstuinieren, maar dat dat anders is dan het instellen van een areaalnorm voor parken. Het lid EMMERIK begrijp dat er wel volkstuinen kunnen komen, maar niet in de vorm van een park, en vraagt aan de wethouder of dat beeld klopt. Wethouder VAN WEYENBERG zegt voor actief tuinieren te zijn maar niet de indruk te willen wekken dat hij ergens nog ruimte voor een park ziet. Het lid VEENHOFF vindt het onbevredigend dat niet wordt ingegaan op de in het raadsadres genoemde locaties, waar door de Bond van Volkstuinders veel werk in is gestopt. Het lid vraagt of de wethouder hier een inhoudelijke reactie op wil geven. Wethouder VAN WEYENBERG is best bereid te kijken, maar zegt alvast dat een park-inparksetting niet de insteek is. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking op de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen. De VOORZITTER schorst de vergadering voor het avondeten. Het lid Von Gerhardt begint de avondsessie als waarnemend voorzitter, omdat het lid Van Munster het woord zal voeren bij agendapunt 19. 19 Bespreken van de raadsinformatiebrief over de zienswijze op het ontwerpbesluit omgevingsvergunning ICL (VN2026-000481) Het lid VAN MUNSTER vraagt naar de beloofde meetresultaten van ICL van 23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
september en meldt dat ook de resultaten van oktober er nog niet zijn. Verder is het lid benieuwd naar de vervolgstappen van de wethouder in het geval dat de strakke zienswijze niet goed gaat landen in de definitieve vergunning. Het lid EMMERIK is blij met de zienswijze van het college en wijst op het feit dat er geredeneerd wordt vanuit het gegeven dat er iets mis kan gaan. Het lid stelt echter vast dat er sprake is van jarenlange structurele overtredingen, falen van techniek en gezondheidszorgen van omwonenden. Het lid vindt dat niet de bewoners moeten aantonen dat ICL fout zit, maar op basis van de overlast en overtredingen die al hebben plaatsgevonden moet ICL aantonen dat de uitstoot aantoonbaar en duurzaam binnen de veilige normen blijft. Het lid vraagt hoe ervoor wordt gezorgd dat deze aanscherpingen daadwerkelijk en snel worden afgedwongen, wat er gebeurt bij nieuwe overschrijdingen voordat de vergunning is aangepast en of het college bereid is om aanvullend onafhankelijk gezondheidsonderzoek te laten uitvoeren. Ook wil het lid graag weten of het college bereid is tot het verkennen van een tijdelijke sluiting totdat ICL zelf aantoont dat de uitstoot aantoonbaar en duurzaam veilig is. Het lid VELDHUYZEN is blij de zienswijze te lezen en is benieuwd naar het vervolg in februari, wanneer er een publicatie komt van de Omgevingsdienst.
Wethouder VAN WEYENBERG dankt de leden voor de brede steun aan de zienswijze en zegt dat deze best bijzonder is in zijn stevigheid. De wethouder is blij dat er een nieuwe vergunning komt waarin stank is opgenomen en de regels voor zoutzuur zijn aangescherpt. Het college vindt dat het nog scherper kan op beide gebieden en daar is in de zienswijze op ingezet, ook dat in de vergunning staat dat stillegging tot de mogelijkheden behoort bij nieuwe overtredingen. De wethouder is het met het lid Emmerik eens dat de bewijslast niet bij de bewoners ligt, maar bij het bedrijf en vertelt dat om die reden handhaving is georganiseerd door het controleren van de Omgevingsdienst. Als handhaving niet mogelijk is, ben je met een scherpe vergunning niets opgeschoten. Het verhogen van de last van de dwangsommen is een mogelijkheid, maar in de zienswijze is expliciet opgenomen dat stillegging een mogelijkheid is. De wethouder meldt dat ook hij met smart op de meetresultaten wacht, maar dat die er inmiddels zijn en nu bij de Omgevingsdienst liggen. De Omgevingsdienst gaat ook zelf capaciteit ontwikkelen om metingen te kunnen doen. Indien de provincie besluit om niet alle punten uit de zienswijze over te nemen in de vergunning, zal de wethouder dat eerst rustig bestuderen maar niet vertragen omdat er snel iets moet gebeuren.
Bovendien heeft de wethouder geen vergunning nodig om ICL aan de regels te houden, want omwonenden hebben er al veel te lang last van. Wethouder VAN WEYENBERG meldt in een terzijde dat een overzicht van de huurcontracten van bedrijven in de Coenhaven en de Vlothaven conform verzoek van het lid Van Munster onderweg is in de vorm van een raadsinformatiebrief. Dit zal onder geheimhouding gebeuren. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen om op de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen gehamerd te worden. Het lid Van Munster keert terug als voorzitter en het lid Von Gerhardt is vanaf dit moment weer raadslid. 20 Bespreken van de brief van Stichting PILP inzake aandacht voor de verleende omgevingsvergunningen activiteit milieu (VN2026-001059) Het lid MEERBURG memoreert dat hyperscalers van aanvang af niet gewenst waren en vindt dat er een goedkope, doorzichtige truc is uitgehaald om onder het verbod uit te komen. Het lid vraagt zich af waarom alle kundige mensen en alle wil om de hyperscaler te weren niet hebben kunnen voorkomen dat een bedrijf in drie verschillende bv'tjes een vergunning kan aanvragen en vervolgens met een aansluiting een hyperscaler 24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
kan neerzetten. Het lid vraagt hoe dit heeft kunnen gebeuren. Het lid VEENHOFF stelt vast dat er ontzettend veel over dit onderwerp is gesproken en dat ook de minister en Gedeputeerde Staten op zoek gaan naar het veranderen van de definitie. Daar heeft op dit moment echter niemand iets aan. Het lid vindt dit niet acceptabel en denkt dat de gemeente alles uit de kast moet halen om te kijken wat er nog aan gedaan kan worden. Het lid vraagt zich af of de termijn voor een rechtsgang al verstreken is en of er al niet iets loopt in dat opzicht. Ook is het lid benieuwd of ooit ergens belegd is dat de claim dat het om verschillende huurders zou gaan niet klopt. Het lid vraagt duidelijkheid over een vergunning, die een voorwaarde zou zijn en is ook benieuwd hoe de lobby bij het Rijk hierover verloopt. Het lid wil graag weten wie precies de omgevingsvergunning heeft verleend en ook hoe groot het stroomverbruik van de hyperscaler zal zijn. Het lid vindt het opmerkelijk dat er blijkbaar geen MER nodig is en verzoekt dat in ieder geval mee te nemen in de lobby naar het Rijk. Het lid KONINGS deelt mede dat Volt het belang van datacenters erkent voor de stad Amsterdam, voor Nederland en voor Europa, maar vaststelt dat de ontwikkeling van het datacenter in het Westelijk Havengebied haaks staat op andere doelen die de stad zich heeft gesteld.
Het lid wijst op het feit dat de landelijke overheid al in 2022 heeft besloten dat hyperscalers in de meeste gevallen vanwege de fysieke ruimte en het stroomverbruik niet langer inpasbaar zijn in Nederland, afgezien van de randen van het land. Daarmee zouden alleen de Eemshaven en de Wieringermeerpolder in aanmerking komen voor de bouw van een hyperscale datacenter. Het lid wijst erop dat het feit dat de drie nieuw te bouwen torens formeel niet als hyperscaler zijn aangemerkt het gevolg is van een juridische truc. In de praktijk gaat het wel degelijk om een hyperscale datacenter met een zeer hoog energieverbruik, dat wordt aangesloten op een elektriciteitsnet dat nu al overbelast is. Het lid wijst erop dat de netcongestie in Amsterdam inmiddels zo groot is dat de bouw van 30.000 woningen en 50 onderwijslocaties mogelijk moet worden uitgesteld. Daarnaast staat deze ontwikkeling op gespannen voet met het versterken van de digitale soevereiniteit en Europese autonomie. Amsterdam is volgens het lid een belangrijk internationaal internetknooppunt en de keuzes die de raad maakt hebben gevolgen voor heel Europa. Het lid wil weten op welke wijze zijn de belangen van de gemeente Amsterdam meegewogen in het vergunningsproces en of er afstemming heeft plaatsgevonden tussen de gemeente Amsterdam en de provincie en/of de Omgevingsdienst.
Ook is het lid benieuwd of het college nog juridische mogelijkheden ziet om de drie torens gezamenlijk aan te merken als hyperscaler in plaats van als drie afzonderlijke datacenters. Het lid vraagt wat de impact is van dit nieuwe datacenter op het Amsterdamse elektriciteitsnetwerk, in hoeverre die bijdraagt aan netcongestie en wat zijn de gevolgen daarvan voor andere maatschappelijke opgaven. Tot slot vraagt het lid hoe het verlenen van deze vergunning en het volledig verhuren van de beschikbare ruimte aan Microsoft zich verhoudt tot het streven van Amsterdam naar digitale soevereiniteit. Het lid ALBERTS refereert aan nieuwe informatie uit december, waaruit blijkt dat de vergunning eigenlijk niet kan. Het lid wil weten wat de wethouder ervan weerhoudt om terug te komen op de vergunning, als blijkt dat die is afgegeven op oneigenlijke gronden. Het lid VELDHUYZEN vraagt of de wethouder in het algemeen kan reageren op de insprekers. Verder wil het lid weten of bij het verlenen van de vergunning aan alle eisen voldaan is en dat alle procedures goed zijn doorlopen. Ook is het benieuwd wanneer welke beslissingen genomen zijn op basis van welke informatie, en hoe compleet die informatie was, zodat opgeteld kan worden gezegd dat het proces netjes verlopen is. Wethouder VAN WEYENBERG meldt dat er ook bij het college groot ongemak is over deze kwestie.
De wethouder vertelt dat het proces al lang loopt en stamt uit een tijd dat er anders werd aangekeken tegen datacenters dan nu en er geen netcongestiedebatten waren. In 2017 heeft Port of Amsterdam een onderzoek laten uitvoeren door de TU Delft en binnen de toenmalige kaders kon het. Inmiddels ligt de wereld er anders bij. 25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
Het lid MEERBURG wijst erop dat Leander al in 2019 waarschuwde dat datacenters de grootste bijdrage zouden gaan leveren aan netcongestie en dat er sindsdien veel mogelijkheden zijn geweest om dit de kop in te drukken. Het lid vraagt waarom er toen niet gehandeld is en ook niet binnen de huidige collegeperiode. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat de drie torens in 2020 als een project zijn aangevraagd, beoordeeld en vergund en dat overigens de minister van mening is dat het project niet aan de criteria voor een hyperscaler voldoet. Ook de wethouder denkt dat een vergunning die in gezamenlijkheid was aangevraagd zou zijn toegekend. De beoordeling bij hyperscalers wordt gedaan op basis van grondoppervlakte, in dit geval van de drie torens samen. Hoewel het naar de letter van het beleid geen hyperscaler betreft, gaat de minister er wel naar kijken en dat lijkt de wethouder verstandig maar voor Amsterdam niet relevant omdat de stad een veel strenger beleid hanteert. De wethouder benadrukt dat het beleid is dat er geen nieuwe datacenters bijkomen, maar dat de stad zich te verhouden heeft tot de zes die al een vergunning hebben en daar is dit er een van. Terugdraaien is niet mogelijk zonder hoge schadeclaims en de wethouder heeft een juridisch onderzoek onder geheimhouding bijgevoegd, waaruit blijkt met welke bedragen dat gepaard gaat.
De wethouder stelt vast dat de vergunning ooit verleend is onder de toen geldende regels binnen het juridische kader van toen. De gemeente kan geen eisen stellen aan de huurder. De wethouder vertelt dat wethouder Scholtes afgelopen week te gast was in de Tweede Kamer, en daar deze wens opnieuw onder de aandacht heeft gebracht. In het kader van digitale autonomie had het college een andere invulling voor ogen, die geen onderdeel is geweest van de vergunning en waar de gemeente geen houvast aan heeft. De wethouder vindt er van alles van dat er een nu een grote Amerikaanse partij in het datacenter komt, maar dat is de realiteit. De wethouder meldt dat er momenteel een juridische procedure loopt bij de Raad van State van twee partijen die datacentra exploiteren, tegen het aangescherpte stoppen op nieuwe datacentra van de gemeente Amsterdam. Het lid ALBERTS heeft niet het beeld dat het Amsterdamse beleid scherper is dan de provinciale datacenterstrategie. Het lid vraagt of de procedures die de wethouder noemde tegen de gemeente Amsterdam lopen of tegen de provincie, omdat in de provinciale datacenterstrategie staat dat de provincie toezicht houdt op de vergunningverlening en daar de regie op heeft. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat de procedure loopt tegen het Amsterdamse beleid, waar het bevoegd gezag bestaat uit het college van B en W.
De vergunning wordt in mandaat verleend door de Omgevingsdienst, en bij milieu en natuur is de provincie het bevoegd gezag. De Omgevingsdienst is ook daarvoor gemandateerd. De wethouder meldt dat dit onderdeel is van de toezegging die hij aan het lid Emmerik heeft gedaan bij de bespreking van het beleid om de raad op de hoogte te houden van de stand van zaken van de zes geplande datacenters. Ruim voor de zomer zal de wethouder met een overzicht komen. Samenvattend stelt de wethouder dat er geen juridisch aanknopingspunt is om iets terug te draaien, maar dat de realiteit is dat het college onaangenaam verrast is over de invulling en daarop bij het Rijk lobbyt. Het lid MEERBURG stelt dat er al jaren bekend was dat het niet zou passen op het stroomnet en vraagt waarom er tijdens deze bestuursperiode niet een bestuurlijke afweging is gemaakt om te kijken of de vergunning kon worden ingetrokken vanwege de enorme maatschappelijke kosten. Wethouder VAN WEYENBERG wijst op het feit dat er een tijd geleden al een voorbereidingsbesluit is genomen en dat de vergunning is verleend op basis van wat destijds het beeld was. Dat levert een recht op waar de gemeente zich toe moet verhouden. De wethouder wijst nogmaals op de bedragen die worden genoemd in het geheime stuk over een eventueel intrekken van de vergunning.
Het lid MEERBURG vraagt naar de geheime bedragen en meent dat er beter naar de kosten van het intrekken kan worden gekeken zonder dat de gemeente op haar rug gaat liggen en claimt dat het niet betaald kan worden. Het lid vindt dat de concrete kosten in geld niet opwegen tegen een bedrijf die het equivalent van alle woningen in Amsterdam inneemt in het stroomnet. De maatschappelijke kosten daarvan zijn volgens het niet te betalen, zowel financieel als maatschappelijk. Wethouder VAN WEYENBERG bestrijdt dat het college op zijn rug is gaan liggen en wijst op de maatregelen die genomen zijn om de komst van nieuwe datacenters tegen te gaan. 26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
Het lid KONINGS is op zoek naar wat er nog wel kan, misschien niet juridisch maar achter de schermen, omdat er in de maatschappij geen draagvlak is voor dit plan. Wethouder VAN WEYENBERG ziet hiertoe geen ruimte, omdat alle partijen zich aan de geldende regels hebben gehouden. De wethouder wil hiermee overigens niets afdoen aan het ongemak. Het lid VEENHOFF vraagt of het klopt dat de termijn om bezwaar te maken is verlopen en wijst naar de nog onbeantwoorde vragen over onder andere de MER. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat er naar zijn weten geen juridische zaken lopen en dat de termijnen op de vergunningen verstreken zijn. Naar de vraag over de MER wil de wethouder nader kijken en hij komt daar apart op terug. Het lid VEENHOFF vraagt meer duidelijkheid over het proces van de verlening en heeft begrepen dat er drie vergunningen zijn verstrekt door de Omgevingsdienst. Namens het college, namens de provincie en over de derde vergunning is volgens het lid onduidelijkheid. Wethouder VAN WEYENBERG verklaart dat er in 2022 nog een wijziging is geweest en dat er ook nog een wijziging is geweest in de juridische systematiek. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor middellange bespreking op de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen.
Kunst en Cultuur 21 Bespreken van de ingekomen brief Vrienden van de Sloterplas over de Nieuwe Meervaart en reactie daarop (VN2026-000479) De VOORZITTER stelt vast dat alleen het lid Emmerik zich heeft aangemeld, maar dat het lid door de spreektijd heen is. Het agendapunt wordt niet behandeld. Evenementen 22 Toekomstbestendigheid evenementenlocatie Undercurrent (VN2026-001347) Het lid VON GERHARDT memoreert dat er twee jaar geleden bijna raadsbreed een motie is aangenomen voor het behoud van een current, of in ieder geval een evenementenlocatie, in de Ponthaven. Ook was dat een wens van stadsdeel Noord. Het lid woont in de buurt en heeft zelf vastgesteld wat de evenementenlocatie voor het gebied heeft gedaan. Het lid wijst op de schaarste van dit soort locaties in Amsterdam en ziet dat ook de veiligheid op het bedrijventerrein vooruit is gegaan. Het lid heeft vernomen dat er momenteel wordt ingetekend voor een definitieve invulling van de Ponthaven, maar dat de bestaande evenementenlocatie hierin niet wordt meegenomen. Het lid wil weten of dit klopt en vindt het belangrijk dat de Ponthaven op een duurzame manier wordt ingevuld en dat deze locatie behouden blijft voor de stad en voor deze plaats.
Het lid TAŞLIYURT vraagt of het in aanvulling op de vraag van het lid Von Gerhardt of het zinvol kan zijn om Undercurrent actief verder te blijven betrekken bij de verdere planuitwerking. Het lid verzoekt of Undercurrent weer een plek aan tafel kan krijgen om mee te denken. Het lid denkt dat het waardevol is een gezamenlijke verkenning te doen zodat in ieder geval kan worden vastgesteld of de aanwezigheid van Undercurrent haalbaar is of niet. Wethouder VAN WEYENBERG wijst op het feit dat Undercurrent voor vijf jaar is verlengd en noemt dat een verre van vanzelfsprekende en ook langdurige verlenging. Hieruit spreekt volgens de wethouder het belang dat niet alleen het stadsdeel, maar ook het college geeft aan de activiteiten van Undercurrent en de bijdrage van Undercurrent aan het culturele- en evenementenlandschap van Amsterdam. De wethouder onderschrijft het belang van Undercurrent, maar wijst ook op het belang dat ponten naar Noord goed worden onderhouden. Momenteel is er een zoektocht gaande naar hoe dat het beste kan, en er zijn twee mogelijke varianten. De eerste variant is de huidige locatie. De tweede variant gaat uit van het Cornelis Douwesterrein en als hier de keuze op valt, moet er 27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
worden gekeken of de locatie de mogelijkheid heeft tot een gecombineerde functie. Is dat het geval, dat zal er voor de evenementenfunctie worden getenderd. De wethouder vindt dat de gemeente als publiek orgaan eerst moet onderzoeken wat de voorkeursvariant wordt. Pas daarna kan er worden gekeken naar wat combineerbaar is, waarbij de wethouder opmerkt dat deze vraag wat ingewikkelder is dan alleen het beslag op vierkante meters omdat bijvoorbeeld ook de veiligheid moet worden meegenomen. De wethouder vat samen dat er eerst een voorkeursvariant wordt gekozen en dat daarna wordt gekeken of die combineerbaar is met een culturele functie. En of dat Undercurrent wordt of een andere partij zal worden bepaald door de spelregels. De wethouder onderschrijft het belang van goede communicatie hierover en wil ook niet dat Undercurrent het niet uit de krant leest. Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder in ieder geval de wens uit de motie voor een evenementenlocatie meeneemt in de combinatie van functies die passen. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dit met liefde toe. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen op de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen.
Ruimtelijke Ordening 23 Bespreken van de discussienota Consumentenbescherming Erfpacht (VN2026001410) Het lid LOCHTENBERG ziet dat de consumentenbescherming bij erfpacht onder druk staat, wat ook is geconstateerd door Berenschot en de ACM. Onder andere voldeed de voorlichting niet en de aanknopingspunten waren in strijd met de wet Oneerlijke handelspraktijken. Het college beloofde verbetering, maar het lid stelt vast dat de consumentenbescherming nog onvoldoende is verbeterd. In 2023 bleek uit onderzoek in opdracht van de gemeente dat de voorlichting bij de spijtoptantenregeling niet voldeed en in augustus 2024 bleek dat de gemeente de canon bij voortdurende erfpacht bij bepaalde doelgroepen met een te hoog percentage heeft geïndexeerd. Het lid vermeldt verdere publicaties over enorme stijgingen van erfpacht en verwijst naar de insprekers die vertelden dat de ontvankelijkheid van hun klacht bij de geschillencommissie niet door de commissie is beoordeeld maar ambtelijk is afgehandeld. Het lid pleit voor een erfpachtbijsluiter naar het model van de Nationale Hypotheekgarantie, dat verplicht is bij particuliere erfpacht. Het lid vertelt dat de gemeente Den Haag deze bijsluiter inmiddels ook gebruikt.
Het lid juicht toe dat er nu ook een Amsterdamse versie komt van deze bijsluiter en verzoekt deze bijsluiter te borgen in de erfpachtverordening zodat voor iedereen duidelijk is wat de spelregels zijn. Het lid wil naar de burgers dezelfde afspraak maken over de consumentenbescherming met de Handreiking Erfpacht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Deze handreiking is door de hele sector geaccordeerd en het lid heeft begrepen dat de gemeente het nieuwe beleid al toetst aan in de handreiking opgenomen criteria voor veilige erfpacht. Het lid vraagt hoe de wethouder de bijsluiter en de consumentenbescherming kan borgen in de erfpachtverordening. Het lid STAARTJES wijst op de gevolgen voor mensen die niet zijn overgestapt op eeuwigdurende erfpacht en stelt dat een verhoging van 350 euro naar 35.000 voor veel mensen onbetaalbaar is. Het lid onderkent de eigen verantwoordelijkheid van mensen, maar wijst erop dat zelfs voor veel raadsleden de erfpacht onbegrijpelijk is en dat dat ook geldt voor veel Amsterdammers. Het lid vindt dat daar een rol voor de gemeente ligt. De VVD pleit voor het openlaten van de spijtoptantenregeling en vindt dat de gemeente dat moet doen, ondanks dat het geld kost. Het lid wil graag weten hoe de wethouder naar de situatie kijkt.
Het lid NOORDMAN memoreert dat het erfpachtsysteem is bedacht door Willem Treub om speculatie op de huizenmarkt tegen te gaan. Het lid vertelt dat Treub hier later op teruggekomen is vanwege de problemen die het systeem voortbracht, onder andere een enorme bureaucratische last. Het lid stelt dat dat nu ook speelt en refereert aan 28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 4 februari 2026
RO
rapporten van Berenschot en Delta, waaruit blijkt dat het ingewikkelde materie is. Ook moeten er allerlei pleisters worden geplakt om de problemen te verhelpen. Het lid wijst op de enorme schuld die de gemeente heeft aan bankleningen en noemt de verwachte inkomsten uit erfpacht daar een van de hoofdoorzaken voor. Het lid schetst de cyclus van het drukken van geld door de overheid, de aankoop van huizen met dat geld, de waardestijging van de huizen, het temperen van de waardestijging door het erfpachtsysteem. Hierdoor kunnen mensen volgens het lid nergens heen. Wethouder VAN WEYENBERG voelt zich niet genoeg financieel onderlegd om de redenering van het lid Noordman helemaal te kunnen volgen, maar vindt in de kern dat de stijging van de waarde van de grond van de gemeente deels toekomt aan de gemeenschap. Dat biedt volgens de wethouder ook ruimte voor het voeren van de regie. De wethouder ziet dat hij een andere duiding heeft dan het lid Lochtenberg over hoe het in het verleden is gegaan en dat zij daar de nodige uitwisseling over hebben gehad. De wethouder stelt vast dat zowel rechters als ACM en DNB vaak kritisch naar het nieuwe erfpachtstelsel hebben gekeken en dat door hen niet wordt geconcludeerd dat het in strijd is met consumentenrecht, algemene beginselen van behoorlijk bestuur of welke rechtsregel dan ook.
Het college is werkelijk van mening dat de vernieuwing van het erfpachtstelsel in 2016-2017 voldoet aan het overgrote deel van het afwegingskader en de best practices in de handreiking van het ministerie van 2024. Er wordt volgens de wethouder voortdurend gewerkt aan verbetering en dat is ingewikkeld vanwege de veelheid van regelingen en organen die bij het stelsel betrokken zijn. De wethouder benadrukt dat betrokkenen rechthebbend moeten zijn en dat is de reden geweest dat insprekers geen toegang hebben gekregen tot de geschillencommissie. De wethouder vertelt dat er wordt gewerkt aan communicatie en aan de erfpachtbijsluiter en herinnert de commissie eraan dat hij dat medio 2025 heeft toegezegd. De wethouder verwacht de bijsluiter rond de zomer met de raad te kunnen delen. Ook wordt er gewerkt aan minder zichtbare dingen als een toelichting op de Algemene Bepalingen 2016 op taalniveau B1 en de wethouder benadrukt het belang van het goed uitleggen van deze ingewikkelde materie. Daarnaast wil de gemeente ook erfpachters die de canon van hun voortdurende erfpacht hebben afgekocht, of een tien- of vijftigjarige Canon-indexering hebben, periodiek informeren, om verrassingen te voorkomen. Bovendien wordt er een rekentool ontwikkeld voor de website voor een indicatie van de grondwaardeontwikkeling. Met deze maatregelen probeert de gemeente voor transparantie te zorgen.
De wethouder is niet voornemens om de handreiking in het juridisch kader te betrekken. Het lid LOCHTENBERG begrijpt dat niet, omdat de wethouder de handreiking wel toepast bij beleidsontwikkeling. Wethouder VAN WEYENBERG stelt dat het geen normatief kader is waaraan getoetst kan worden. De handreiking gaat over afwegingen en zorgvuldigheid, maar is geen juridisch kader. Het lid LOCHTENBERG verklaart dit jammer te vinden en vraagt onder welke voorwaarden de wethouder de handreiking wel zou kunnen borgen. Wethouder VAN WEYENBERG vindt dat dit een onmogelijk geformuleerde vraag is. De handreiking biedt ondersteuning bij het opstellen van beleid, dat is waar hij voor bedoeld is. Het lid LOCHTENBERG wijst er nogmaals op dat de handreiking wordt gebruikt voor het opstellen van beleid en vraagt waarom hij dan niet kan worden vastgelegd. Wethouder VAN WEYENBERG herhaalt dat iets wat je meeneemt als handleiding in de ontwikkeling van beleid, iets anders is dan het juridisch kader waar zaken juridisch op worden getoetst. Tweede termijn Het lid LOCHTENBERG vraagt of de wethouder nog eens naar de casus van insprekers en soortgelijke casussen kan kijken, waar mensen niet hebben lopen gokken op een gunstige uitkomst, maar te goeder trouw hebben gehandeld. Wethouder VAN WEYENBERG vindt dit ingewikkeld, omdat elke regeling een ingangsdatum heeft en dat heeft niets met kwader trouw te maken.