CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.01.08 Conceptverslag commissie MOW.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 5 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie MOW d.d. 8 januari 20266.092 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water

MOW

Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

CONCEPT Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Donderdag 8 januari 13.30 tot 17.00 uur Donderdag 5 februari 2026

Voorzitter: Lid Kacha Portefeuillehouders: wethouders Van der Horst Commissiegriffier: mw. Nieuwenhuis Verslaglegging: mw. Dogan (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Asruf (PvdA), Garmy (Volt), Havelaar (CDA), IJmker (GroenLinks), Van Jager (D66), Koyuncu (DENK), Moeskops (D66), Van Munster (GroenLinks), Noordzij (PvdA), Van Pijpen (GroenLinks), Veenhoff (GroenLinks), Staartjes (VVD), De Vos (Partij voor de Dieren), Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden: Aboelkasem (DENK), Ahmadi (De Vonk), Alberts (SP), Badal (CDA), Bakker (PvdA), Bilgin (Forum voor Democratie), Bobeldijk (SP), Brante (JA21), Broersen (Volt), Burgers (VVD), Von Gerhardt (VVD), Haijen (SP), Hendriks (Volt), Hofland (D66), Hylkema (VVD), Ihammanen (DENK), Kabamba (Partij voor Morgen), Koppejan (CDA), Kreuger (JA21), Krom (PvdA), Molema (JA21), Namane (PvdA), Noordman (Forum voor Democratie), Norbruis (D66), Stevens (CDA), Van Schijnel (Forum voor Democratie), Talisyurt (D66), Veldhuyzen (De Vonk), Wijmenga (CDA) Afwezige portefeuillehouders: Wethouder Scholtes Overige aanwezigen: Algemeen 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 13.30 uur en heet iedereen welkom. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat wethouder Scholten zich heeft afgemeld en vraagt of er verdere mededelingen zijn vanuit de commissie.

Dat is niet het geval, waarna hij het woord geeft aan de wethouder. Wethouder VAN DER HORST doet twee mededelingen. De eerste betreft de Weesperstraat. Zij geeft aan dat de afgelopen maanden maatregelen zijn uitgewerkt om de leefbaarheid te verbeteren, waaronder de invoering van een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur en een gedeeltelijke versmalling van de rijstroken. Deze maatregelen zijn uitgebreid geanalyseerd, waarbij onder meer is gekeken naar de effecten op de verkeersdruk in de omgeving en de samenloop met werkzaamheden elders in de stad. Uit de analyses blijkt dat invoering verantwoord is. In de voorbereiding is intensief contact geweest met nood- en hulpdiensten, die ook bij de verdere uitwerking betrokken blijven. Eind deze maand spreekt zij met betrokken bewoners en ondernemers, waarna de besluitvorming en inrichting worden voorbereid. De tweede mededeling gaat over RVVontheffingen. De wethouder komt terug op een eerdere vraag van Lid Havelaar over het gebruik van tram- en busbanen door spoedzorg, zoals verloskundigen. Zij geeft aan dat dit onderwerp wordt meegenomen in de herziening van het RVV-beleid, waarbij ook wordt

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

gekeken naar ontheffingen voor stilstaan op de stoep, in rijverboden en het gebruik van trambanen. Zij benadrukt dat dit een complex vraagstuk is dat veel doelgroepen raakt, waaronder zorgverleners, andere dienstverleners en ondernemers. Op basis van een afwegingskader wordt hierover gesproken met verschillende partijen, waarbij ook de uitvoerbaarheid wordt betrokken. De wethouder geeft aan niet voornemens te zijn op korte termijn vooruit te lopen op besluiten. In de tweede helft van dit jaar komt het onderwerp op de agenda en wordt de raad hierover geïnformeerd. 1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt vervolgens de agenda vast. Hij constateert dat er geen bezwaren zijn tegen de voorgestelde vergaderorde en dat de agenda hiermee is vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare en besloten vergadering Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water d.d. 27 november 2025 De VOORZITTER meldt dat er geen wijzigingsvoorstellen zijn binnengekomen. Het verslag wordt hiermee vastgesteld. 1.e. Actielijst en langetermijnagenda’s, per portefeuille Er worden geen opmerkingen gemaakt. 1.f.

TKN-lijst De VOORZITTER heeft de volgende verzoeken ontvangen voor agendering in de volgende commissie: TKN-2 op verzoek van leden Van Pijpen en Havelaar TKN-5 op verzoek van lid Koyuncu (DENK) TKN-6 op verzoek van lid Koyuncu (DENK) TKN-7 op verzoek van lid Asruf (PvdA) TKN-8 op verzoek van lid Wijnants (VVD) TKN-9 op verzoek van leden Van Pijpen (GroenLinks) en Havelaar (CDA) TKN-11 op verzoek van lid Wijnants (VVD) 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER deelt mee dat er geen ingekomen stukken zijn. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. 2.b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mee dat zich negen insprekers hebben aangemeld.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

De heer VAN DE STRAATEN namens Drive het woord over de laadpleinstrategie. Hij benadrukt dat een groot deel van de Amsterdamse tankstations is aangesloten bij Drive en dat dit veelal bemande stations zijn die worden geëxploiteerd door mkb-ondernemers. Volgens Drive kan de energietransitie het beste plaatsvinden op bestaande energiestations, waar het laden van elektrische voertuigen kan worden toegevoegd aan het huidige aanbod. Hij wijst op de onzekerheid over de toekomstige vraag naar elektrisch laden en pleit voor zorgvuldige timing bij het uitplaatsen van tankstations. Ook vraagt hij aandacht voor het behoud van voldoende brandstofaanbod, het bieden van investeringszekerheid aan ondernemers, eerlijke markttoegang bij nieuw uitgiftebeleid en het voorkomen van overbelasting van het elektriciteitsnet door een wildgroei aan AC-laadpalen. Hij roept de raad op om in gesprek te blijven met Drive. Lid WIJNANTS vraagt wat volgens Drive het belangrijkste kritiekpunt is op het huidige beleidskader. De heer VAN DE STRAATEN antwoordt dat in de transformatieanalyse locaties worden aangewezen om te verdwijnen terwijl alternatieven nog niet zijn gerealiseerd, wat kan leiden tot onvoldoende aanbod. Hij benadrukt het belang van fasering en het benutten van bestaande locaties. --De heer GLASER namens Stichting Stop Sluipverkeer Amsterdam Nieuw-West.

Hij geeft aan dat op de Sloterweg de doelen op het gebied van verkeersveiligheid zijn behaald, maar dat dit buiten de spits en op andere wegen, zoals de Laan van Vlaanderen, niet het geval is. Hij wijst op verkeersonveiligheid, ongevallen en de situatie rond basisscholen in de wijk. Daarnaast uit hij kritiek op de eindevaluatie, die volgens hem te technisch is en onvoldoende ingaat op veiligheid, snelheid en leefbaarheid. Hij roept de raad op het rapport te zien als een eerste stap om de doelen van het mobiliteitsbeleid ook in Nieuw-Sloten te realiseren. --De heer BAKKER over schade aan zijn woonboot en wal-kast als gevolg van kadeherstel. Hij stelt dat hij al lange tijd geen voortgang ervaart in de afhandeling van zijn schade en dat communicatie vanuit de gemeente ontbreekt. Hij uit zorgen over de staat van zijn wal-kast, het risico op bevriezing van leidingen en het ontbreken van documentatie. Hij spreekt zijn ongenoegen uit over de wijze waarop hij zich behandeld voelt. --De heer KAPELLE spreekt namens het Burgerberaad Groene Stad en benadrukt het belang van het volgen van het eindadvies van het burgerberaad. Hij waardeert de inzet van de raad en het college en licht toe dat een monitorgroep betrokken blijft bij de uitvoering en verduidelijking van de adviezen. Tegelijkertijd spreekt hij de zorg uit dat adviezen blijven steken in “uitvoeren, maar eerst onderzoeken”.

Hij roept de raad op om creatief en voortvarend met de adviezen om te gaan en het belang van groen stevig te blijven agenderen.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

Lid DE VOS vraagt hoe de monitoring de komende periode vorm krijgt. De heer KAPELLE antwoordt dat er voor het komende jaar vier contactmomenten met ambtenaren zijn gepland. Lid DE VOS geeft aan het op prijs te stellen als de raad geïnformeerd wordt over de voortgang. Lid VAN PIJPEN complimenteert de inspreker en vraagt naar zijn oordeel over de bestuurlijke reactie, waarop de heer Kapelle aangeeft dat het traject als leerzaam is ervaren. Lid GARMY vraagt naar lessen voor toekomstige burgerberaden. De heer KAPELLE geeft aan dat het proces overwegend positief is ervaren en dat het belangrijk is dat de gemeente laat zien de adviezen serieus te nemen. --De heer WESSELS namens Stichting IJbaan Amsterdam over de raadsinformatiebrief inzake de haalbaarheid van een kabelbaan over het IJ. Hij geeft aan dat uit onderzoek blijkt dat een kabelbaan een hoogwaardige OV-verbinding kan vormen met een haalbare businesscase en dat realisatie rond 2030 mogelijk is. Hij spreekt zijn teleurstelling uit over het besluit tot uitstel en betoogt dat de argumenten daarvoor onvoldoende zijn. Hij roept de raad op om zich uit te spreken voor realisatie en het college te verzoeken de vervolgstappen te zetten. Lid ASRUF vraagt waarom juist nu een besluit nodig is.

De heer WESSELS antwoordt dat het uitblijven van een besluit het risico vergroot dat er de komende decennia geen verbinding over het IJ komt en dat financiers alleen instappen bij voldoende bestuurlijke zekerheid. Op een vervolgvraag van lid Asruf over de afhankelijkheid van aansluitingen, zoals de verlenging van tramlijn 5, geeft hij aan dat bij een tijdig besluit voldoende tijd resteert om beide projecten te realiseren. 2.c. Actualiteiten Geen. 2.d. Rondvraag De VOORZITTER opent de rondvraag en meldt dat er enkele vragen zijn ingediend. Lid WIJNANTS vraagt naar de planning voor het delen van het ontwerp voor de Weesperstraat met de raad. Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat zij na gesprekken met bewoners beter zicht heeft op de verdere planning en daarop terugkomt.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

Lid WIJNANTS vraagt of er al een concreet ontwerp ligt. De wethouder antwoordt dat er concepten zijn die nog worden afgestemd en eerst met bewoners worden besproken. Lid HAVELAAR vraagt of naast nood- en hulpdiensten ook andere witte beroepen worden betrokken. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat meerdere doelgroepen worden betrokken en dat met de nood- en hulpdiensten specifieke afspraken zijn gemaakt. Lid ASRUF geeft aan behoefte te hebben aan meer schriftelijke informatie over de stand van zaken. De wethouder acht het niet verstandig om tussentijds stukken te delen en wijst erop dat de hoofdlijnen eerder al met de raad zijn gedeeld. Lid WIJNANTS stelt dat is toegezegd de raad na de bewonersgesprekken te informeren. De wethouder verduidelijkt dat zij heeft toegezegd terug te komen op de verdere planning. Lid VAN PIJPEN vraagt naar alternatieven voor het kappen van bomen aan de Brouwersgracht. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat de kade in slechte staat verkeert en dat door een innovatieve aanpak al maximaal is ingezet op behoud van bomen. Vijf bomen blijven behouden, één wordt verplant en vijf moeten worden gekapt. Zij zegt toe het door bewoners aangedragen alternatief nog te bespreken. Lid HAVELAAR vraagt naar de kosten van herplanting, waarop de wethouder aangeeft dat dit in de tonnen kan lopen.

Lid VAN MUNSTER vraagt of het college bereid is te kijken hoe juridische procedures in het geval van de woonboot kunnen worden voorkomen. Wethouder VAN DER HORST geeft aan dit te herkennen en dat wordt ingezet op betere doorverwijzing en contact, maar dat zij zich niet mengt in het oordeel van verzekeringskwesties.

De VOORZITTER sluit het agendapunt rondvraag. Bespreekpunten Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 3. Vaststellen van de nota parkeernormen auto en fiets stadsgebied Weesp (VN2025017645) Lid HAVELAAR geeft aan dat er in de voorliggende stukken volgens hem op ten minste drie punten sprake is van fundamentele problemen. Hij benadrukt allereerst dat Weesp een andere mobiliteitsbehoefte heeft dan Amsterdam. Weesp is volgens hem een kleine stad met een sterke regionale functie, onder meer vanwege voorzieningen als het ziekenhuis, de huisartsenpost en winkelcentra. Daarnaast vervult het station van Weesp

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

een belangrijke regionale functie voor inwoners van omliggende plaatsen zoals Muiden, Nigtevecht, Nederhorst den Berg en Driemond, die veelal met de auto naar Weesp komen om daar de trein te nemen. Hij verwijst naar de Omgevingsvisie Weesp 2050 en stelt dat daarin is aangekondigd dat onderzocht zou worden hoe het station als OV-knooppunt goed bereikbaar kan blijven met de auto. Hij vraagt de wethouder of dit onderzoek inmiddels is afgerond. Ten tweede wijst hij op de snelle groei van Weesp en de geplande nieuwbouw. Hij stelt dat het categorisch uitsluiten van parkeervergunningen voor nieuwbouw onterecht en onnodig is. Hij pleit voor een systeem met een vergunningenplafond en eventueel een wachtlijst, zoals dat ook in delen van Amsterdam wordt toegepast. Daarmee kunnen bewoners die geen auto nodig hebben of gebruikmaken van deelmobiliteit afzien van een vergunning, terwijl bewoners die wel afhankelijk zijn van een auto zich kunnen aanmelden. Hij vraagt de wethouder waarom niet voor een dergelijk model wordt gekozen. Ten derde gaat hij in op het Cacaokwartier. Hij stelt dat de bestuurscommissie Weesp zich tegen de voorgestelde normering heeft uitgesproken en dat het CDA deze redenering volgt. Hij vraagt welke ruimte er nog is om aan de wensen van de bestuurscommissie tegemoet te komen.

Hij merkt daarbij op dat de voordracht de indruk wekt dat Weesp in haar eigen Omgevingsvisie 2050 al zou hebben gekozen voor het sturen op minder auto’s. Volgens hem is dit een te Amsterdamse interpretatie van de visie, omdat daarin alleen voor het centrum en de Nieuwstraat wordt gesproken over autoluw of autovrij beleid. Hij vraagt de wethouder of zij bereid is het beleid minder “Amsterdams” in te vullen en meer aan te sluiten bij de Weesper context, met behoud van parkeervergunningen tot een bepaald plafond, een goed bereikbaar station en inachtneming van de wensen van de bestuurscommissie over het Cacaokwartier. Tot slot stelt hij een meer algemene vraag die ook buiten Weesp relevant is. Hij wijst erop dat het bij kleine nieuwbouwprojecten vaak lastig is om parkeervoorzieningen te realiseren. Hij vraagt of de wethouder bereid is hierover in overleg te treden met de wethouder Ruimtelijke Ordening om te onderzoeken of in tenders meer ruimte kan worden geboden om parkeervoorzieningen bij kleinere projecten gezamenlijk te organiseren. Lid ASRUF vraagt verduidelijking over het Cacaokwartier. Hij stelt dat het college juist gebied 1 en 2 heeft samengevoegd, mede op advies van de bestuurscommissie, en vraagt wat Lid Havelaar daar nog aanvullend in mist.

Lid HAVELAAR antwoordt dat hij heeft begrepen dat de bestuurscommissie heeft verzocht om een ruimere parkeernorm voor het Cacaokwartier en dat hij betwijfelt of hier voldoende aan tegemoet is gekomen. Lid ASRUF stelt dat volgens de stukken juist expliciet is gekozen voor samenvoeging op verzoek van de bestuurscommissie en vraagt zich af of het CDA de stukken anders leest. Lid HAVELAAR geeft aan dat hij recent nog overleg heeft gehad met vertegenwoordigers van de bestuurscommissie, die vinden dat hun advies onvoldoende is overgenomen en dat het beleid te sterk vanuit Amsterdam is ingestoken. Hij vraagt de wethouder of zij bereid is het advies van de bestuurscommissie op alle punten te volgen. Lid ASRUF geeft aan dat hij het uitgangspunt “Weesp is Weesp” deelt. Tegelijkertijd stelt hij dat het college met dit voorstel juist probeert recht te doen aan het eigen karakter van Weesp als stadsgebied met eigen voorzieningen. Volgens hem sluiten

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

de voorgestelde parkeernormen aan bij deze ontwikkeling. Hij benadrukt dat strengere parkeernormen hand in hand moeten gaan met investeringen in openbaar vervoer en wijst in dat verband op verbeteringen zoals buslijn 49, die nu ook in de avond en in het weekend rijdt. Hij vraagt de wethouder om een bredere reflectie op hoe Weesp zich kan blijven ontwikkelen en tegelijkertijd goed bereikbaar blijft. Lid HAVELAAR stelt dat de wens om minder auto’s alleen expliciet geldt voor het centrum en de Nieuwstraat, en niet voor andere gebieden van Weesp. Lid ASRUF wijst erop dat de Omgevingsvisie ruimte laat voor maatwerk en voor het maken van keuzes tussen verschillende modaliteiten, zeker in gebieden waar veel ontwikkeling plaatsvindt. Beiden erkennen dat monitoring nodig is om te beoordelen of het beleid in de praktijk werkt. Lid WIJNANTS sluit zich aan bij eerdere sprekers en stelt aanvullende vragen. Hij merkt op dat het advies van het stadsdeel over het Cacaokwartier uiteindelijk is overgenomen, maar dat de stevige bewoordingen in het advies laten zien dat de verhouding tussen Amsterdam en Weesp nog aandacht vraagt. Hij vraagt om duidelijkheid over de uitsluiting van parkeervergunningen bij nieuwbouw, de differentiatie per woningtype en de mate waarin de normen afwijken van het Amsterdamse beleid.

Hij waarschuwt voor het risico dat bewoners van Weesp klem komen te zitten tussen beperkte parkeermogelijkheden en onvoldoende OV-alternatieven. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat het college juist expliciet heeft geluisterd naar de bestuurscommissie Weesp ten aanzien van het Cacaokwartier en dat hierover goed overleg is gevoerd met het Dagelijks Bestuur. Zij benadrukt dat de relatie met het stadsgebied goed is. Zij geeft aan dat de Omgevingsvisies van Weesp en Amsterdam inmiddels zijn samengevoegd, maar dat het college het vanzelfsprekend vindt dat het station goed bereikbaar blijft, ook met de auto. Het P+R-terrein bij het station behoudt volgens haar zijn functie en staat los van de parkeernormen bij nieuwbouw. De wethouder legt uit dat Weesp sterk groeit en dat het hanteren van ruime parkeernormen bij nieuwbouw, net als in Amsterdam, kan leiden tot knelpunten in ruimtegebruik, kosten en leefbaarheid. Zij benadrukt het uitgangspunt van parkeren op eigen terrein bij nieuwbouw en maakt onderscheid tussen parkeernormen bij ontwikkelingen en parkeren in de openbare ruimte. Er zijn volgens haar nog veel gebieden met gratis parkeren en het college is niet voornemens dit op korte termijn te wijzigen.

Ten aanzien van de Nieuwstraat geeft de wethouder aan dat dit primair een lokale discussie is waar het Dagelijks Bestuur van Weesp aan werkt en die al speelde voordat Weesp onderdeel werd van Amsterdam. Zij schetst dat het doel is om sluipverkeer te verminderen en dat hierover gesprekken met ondernemers worden gevoerd. Zij acht het passend dat deze afwegingen lokaal worden gemaakt. Over de OV-bereikbaarheid geeft de wethouder aan dat Weesp nog onder een provinciale concessie valt en dat er wordt gewerkt aan verbeteringen binnen die kaders. Zij noemt dat gesprekken worden gevoerd richting de periode na 2030 en benadrukt dat het college blijft inzetten op betere OV-verbindingen. Lid MOESKOPS vraagt naar een eerdere toezegging om met Arriva in gesprek te gaan over een nachttrein die in Weesp stopt.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

Wethouder VAN DER HORST zegt toe hierop bij een volgende gelegenheid terug te komen. Lid HAVELAAR vraagt of er ruimte is voor een schaars vergunningenmodel in plaats van categorische uitsluiting van nieuwbouw. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat dit ingewikkeld is, omdat het risico bestaat dat parkeerdruk wordt afgewenteld op omliggende gebieden met gratis parkeren. Zij benadrukt dat het uitgangspunt blijft dat parkeren bij nieuwbouw zoveel mogelijk op eigen terrein wordt opgelost, juist om de openbare ruimte te beschermen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Het agendapunt wordt doorgeleid naar de raadsvergadering, waar een korte bespreking wordt verwacht. Openbare Ruimte en Groen 4. Uitvoeren, verder onderzoeken of niet overnemen van de adviezen van het Burgerberaad Groene Stad (VN2025-016514) Lid VAN PIJPEN spreekt waardering uit voor het Burgerberaad en benadrukt dat groen structureel onvoldoende is verankerd en gefinancierd. Zij vraagt wat er concreet verandert naar aanleiding van de adviezen en hoe het college geld vrijmaakt. Daarnaast vraagt zij waarom bestaand beleid, zoals het initiatiefvoorstel Een stem voor groen, niet is genoemd in de bestuurlijke reactie. Lid STAARTJES vraagt of het niet aan de raad is om budgetten vast te stellen. Lid VAN PIJPEN bevestigt dit en wijst op eerdere voorstellen voor extra middelen.

Lid DE JAGER wijst erop dat vergroening een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van coalitiepartijen. Lid VAN PIJPEN herhaalt haar zorg dat plannen vaak zonder financiering blijven. Lid GARMY benadrukt dat het Burgerberaad expliciet buiten bestaande kaders mocht adviseren en plaatst kanttekeningen bij het afwijzen van adviezen omdat zij niet in bestaand beleid passen. Hij vraagt om reflectie van de wethouder en om betrokkenheid van het Burgerberaad bij verdere uitwerking. Lid DE JAGER vraagt hoe deelnemers aan het Burgerberaad worden teruggekoppeld en betrokken bij het vervolg. Lid DE VOS spreekt steun uit voor de adviezen en vraagt hoe groene plannen beter worden geborgd wanneer belangen botsen. Hij vraagt daarnaast hoe monitoring en rapportage plaatsvinden. Wethouder VAN DER HORST bedankt het Burgerberaad uitvoerig en noemt het proces hoopgevend voor de democratie. Zij geeft aan dat de relatie met bewoners zal veranderen en dat adviezen richting geven aan toekomstig beleid. Niet alle adviezen kunnen direct worden uitgevoerd; sommige vragen nader onderzoek of zijn juridisch of financieel niet haalbaar, zoals volledige ondertunneling van de A10. Zij zegt toe dat er een voortgangsupdate volgt en dat de monitoringgroep wordt betrokken bij het vervolg. Ook erkent zij dat terugkoppeling naar alle deelnemers beter kan worden georganiseerd.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

Lid DE VOS vraagt om opname van de adviezen op de termijnagenda. De wethouder bevestigt dat in Q4 een update volgt. Lid HAVELAAR vraagt expliciet aandacht voor de complexiteit van de gemeentelijke organisatie en verwijst naar adviezen over structuur en regie. Wethouder VAN DER HORST geeft aan deze signalen te herkennen en het belang te zien van eenvoud en effectiviteit. Lid VAN PIJPEN kondigt aan mogelijk met amendementen te komen, onder meer over de A10 en groene normen in de bestaande stad. De VOORZITTER sluit het agendapunt en stelt vast dat het onderwerp middellang is besproken. 5. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de Voortgangsrapportage Klimaatadaptatie 2025 en de langetermijnbenodigdheden voor klimaatadaptatie (VN2025017711) De VOORZITTER stelt dat dit betreft een raadsvoordracht voor de vergadering van de Raad. Lid VAN PIJPEN geeft aan dat zij de informatiebrief een helder en overzichtelijk document vindt. Zij herhaalt haar eerdere verbazing dat er middelen zijn doorgeschoven en stelt hierover een inhoudelijke vraag. Zij vraagt hoe het college ervoor wil zorgen dat wordt toegewerkt naar de norm van 90 millimeter hemelwateropvang in plaats van 70 millimeter. Zij benadrukt dat de schade bij extreme buien zeer groot kan zijn en dat het verhogen van de norm daarom van groot belang is.

Lid NOORDZIJ vraagt aandacht voor kinderen en jongeren, een groep die volgens haar vaak onderbelicht blijft bij klimaatadaptatie. Hij waardeert dat de gevolgen van klimaatverandering voor kinderen nu expliciet in de rapportage worden benoemd, onder meer op het gebied van hittestress, gezondheid en ontwikkeling. Hij wijst erop dat deze effecten vooral kinderen in gezinnen met lage inkomens en in sociale huurwoningen raken. Tegelijkertijd constateert hij dat deze inzichten nog onvoldoende terugkomen in de lange termijn benodigdheden en vraagt hij hoe deze groep daarin beter kan worden meegenomen. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat het verschil tussen 70 en 90 millimeter per uur aanzienlijk is. Zij geeft aan dat de ophoging van de norm in de hemelwaterverordening inmiddels onderdeel is van het omgevingsplan, maar dat deze norm alleen geldt voor nieuwbouw en grootschalige renovaties. Daardoor leidt deze maatregel niet automatisch tot een evenredige afname van schade in de bestaande stad. Zij benadrukt dat elke stap helpt, maar dat het effect beperkt blijft. De wethouder wijst erop dat momenteel wordt gewerkt aan de beantwoording van motie 5-22 van leden Bakker en Van Pijpen over voorbereid zijn op de bui van de toekomst.

In deze beantwoording wordt ingegaan op de geldende normen, de uitgangspunten daarvan, de onderlinge samenhang en de structurele financiële middelen die nodig zouden zijn voor een verhoging van de norm. Deze beantwoording wordt uiterlijk in maart met de raad gedeeld. Ten aanzien van kinderen en andere kwetsbare groepen bevestigt de wethouder

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

dat hiervoor extra aandacht nodig is bij alle doelen en maatregelen. Zij noemt voorbeelden zoals gratis toegang tot zwembaden voor stadspashouders tijdens hitte, het klimaatbestendig maken van sportvelden en speelplekken en andere activiteiten die bijdragen aan het welzijn van kinderen bij klimaatverandering. Zij erkent dat dit onderwerp in de toekomst alleen maar belangrijker zal worden. Lid NOORDZIJ vraagt in vervolg hierop of kinderen expliciet worden meegenomen onder het kopje ‘extra hulp aan kwetsbaren’ bij de lange termijn maatregelen en wat dit concreet betekent. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat kinderen hieronder vallen en dat hier specifiek aandacht voor is. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. Het onderwerp wordt niet geagendeerd in afwachting van de beantwoording van de motie. 6. Bespreken van de afhandeling van motie 656.23 ‘Versterk ecologische inrichting, beheer en onderhoud van openbaar groen’ (VN2025-017710) Lid VAN PIJPEN spreekt waardering uit voor de uitwerking van de motie en noemt deze inzichtelijk. Zij stelt vast dat het om een eenmalige investering gaat en vraagt of het mogelijk is om de benodigde 2,5 miljoen euro voor bloemrijke wijken op korte termijn te organiseren. Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat zij hiervoor geen extra middelen beschikbaar heeft.

Zij benadrukt dat middelen binnen klimaatadaptatie niet zijn vrijgevallen doordat activiteiten niet doorgaan of goedkoper zijn geworden, maar dat de dekking is doorgeschoven naar 2026 om lopende activiteiten in 2025 voort te zetten. Zij noemt onder meer de wijkaanpak, de Tegelservice, de knelpuntenaanpak klimaatadaptatie en de netwerk aanpak Waterproof als belangrijke projecten die hiermee worden voortgezet. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het wordt geagendeerd voor 19 februari 2026 voor een korte bespreking. Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 7. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de stand van zaken Programma Versterken OV (PVOV) (VN2025-017706) Lid MOESKOPS reageert op de rapportage over de nachtmetro en geeft aan blij te zijn met de eerste proef tijdens het Feest op de Ring. Zij stelt vast dat meer mensen dan verwacht gebruik hebben gemaakt van de nachtmetro, wat volgens haar laat zien dat Amsterdammers ’s nachts actief zoeken naar mogelijkheden om thuis te komen. Zij ziet hierin een positief perspectief voor de toekomst van de nachtmetro. Zij vraagt hoe het college verder wil met de nachtmetro en doet de suggestie om deze tijdens ADE een hele week in te zetten.

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

Lid ASRUF benadrukt dat naast de nachtmetro ook andere onderdelen van het programma van groot belang zijn. Hij noemt de investering van 7,5 miljoen euro in OVinfrastructuur, toegankelijkheid van haltes, gratis OV voor kinderen en de samenwerking met de vervoerregio. Hij spreekt zijn trots uit over deze stappen, zeker gezien de moeilijke jaren voor het OV. Tegelijkertijd uit hij zorgen over passages in de brief waarin wordt gesproken over vertragingen en mogelijk vrijvallende middelen. Hij vraagt of de volledige 7,5 miljoen euro daadwerkelijk aan het openbaar vervoer wordt besteed. Daarnaast vraagt hij naar gebruikscijfers van de nachtmetro tijdens ADE en Oud en Nieuw en naar de bekendheid en het bereik van Kids Vrij, inclusief een eventuele nieuwe campagne. Lid IJMKER sluit zich aan bij de positieve toon en benadrukt dat de brief een reeks concrete en waardevolle projecten bevat. Zij vindt het belangrijk dit te benoemen, omdat vaak vooral aandacht is voor maatregelen die mensen als negatief ervaren. Zij spreekt haar enthousiasme uit over de groei van het vrijwilligersvervoer en ziet in de nachtmetro, met name in Zuidoost, ook potentie voor woon-werkverkeer. Wethouder VAN DER HORST bedankt de leden voor de complimenten en geeft aan trots te zijn op de behaalde resultaten.

Zij benadrukt haar steun voor de nachtmetro en licht toe dat tijdens ADE, Oud en Nieuw en het Feest op de Ring verlengde dienstregelingen zijn ingezet, met goede resultaten. Zij noemt gebruikscijfers van circa 12.000 ritten tijdens ADE, 10.000 ritten tijdens Oud en Nieuw en eveneens 10.000 ritten tijdens het Feest op de Ring. Zij geeft aan dat communicatie een belangrijke rol speelt en dat hiervan wordt geleerd. De wethouder schetst dat in de concessie harde afspraken zijn gemaakt over de nachtmetro tijdens Oud en Nieuw en dat vanaf 2028 verdere uitbreiding van het nachtnet wordt voorzien. Ten aanzien van Kids Vrij geeft zij aan dat inmiddels ruim 21.000 kinderen gebruikmaken van de regeling, wat meer dan een derde van de doelgroep is. Zij licht toe welke campagnes zijn ingezet om dit bereik te vergroten en dat de regeling loopt tot januari 2027. Zij zegt toe de raad in het tweede kwartaal verder te informeren over de tussenevaluatie. Lid MOESKOPS vraagt aandacht voor veiligheid in het nachtnet en doet de suggestie om zogenaamde ‘requested stops’ te onderzoeken, zodat reizigers op verzoek tussen haltes kunnen uitstappen. Wethouder VAN DER HORST zegt toe dit voorstel te onderzoeken en hierop terug te komen. Lid ASRUF stelt voor om basisscholen actiever te betrekken bij de bekendmaking van Kids Vrij.

Wethouder VAN DER HORST geeft aan dit een goed idee te vinden en zich hiervoor in te willen zetten. Lid DE VOS vraagt in hoeverre bekend is of de regeling leidt tot extra OV-gebruik door gezinnen. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat dit moeilijk exact vast te stellen is, maar dat wel een stijging zichtbaar is in het gebruik, met name in de ochtend.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken en niet wordt geagendeerd. 8. Bespreken van de raadsinformatiebrief waarin het college de raad informeert over de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek naar een kabelbaan over het IJ en de te nemen vervolgstappen (VN2025-017707) Lid MOESKOPS vertelt dat het project al jaren speelt en dat de raad meerdere keren enthousiasme heeft uitgesproken over deze extra verbinding over het IJ. Ze merkt op dat het ego-technisch vervelend voelt dat Parijs Amsterdam net is voorgegaan met een echte OV-kabelbaan in de stad, maar tegelijkertijd vindt ze het ook goed om te zien dat zo’n verbinding functioneert in een stedelijke context zonder grote hoogteverschillen. Haar kernpunt is dat de intentie altijd is geweest om de kabelbaan onderdeel te laten zijn van het OV-netwerk. Het dilemma is dat de OV-aansluitingen nog niet op orde zijn om dit daadwerkelijk te realiseren, terwijl de initiatiefnemers aangeven dat uitstel het project kan laten stagneren. Het grootste risico bij uitstel ziet ze in het faillissement van de initiatiefnemers, waardoor een stalen karkas in het IJ zou achterblijven. Ze geeft aan dat dit juridisch goed vastgelegd moet worden, zodat de gemeente of de raad een eerste pandrecht heeft en een andere schuldeiser er niet mee aan de haal kan gaan.

Ze denkt ook na over het scenario waarin de kabelbaan eerder wordt gebouwd. In dat geval verspreidt het dagelijks 900 tot 1000 bezoekers van het centrum naar West en Noord. Het mag geen toeristische attractie worden en volgens haar gebeurt dat ook niet. De tijdelijke gebruiksperiode van één tot drie jaar maakt het nog niet tot een toeristische trekpleister. Het onderzoek toont aan dat er een serieuze vervoersvraag is en haar vraag aan de wethouder is welk risico het meest onwenselijk wordt geacht: de tijdelijke spreiding van 900 bezoekers of het risico dat het project mogelijk niet doorgaat. Lid DE VOS vraagt hoe lid Moeskops denkt dat duizenden online travel influencers zullen reageren zodra de gondel op honderd meter hoogte over het IJ rijdt. Lid MOESKOPS antwoordt dat nieuwsgierigen in de eerste maanden zeker gebruik zullen maken van de kabelbaan, maar dat het dezelfde mensen zijn die nu al drukke ponten gebruiken. Ze kan zich niet voorstellen dat een kabelbaan in West veel meer aantrekkingskracht heeft dan een boottocht over het IJ. Lid DE VOS merkt op dat Amsterdam en Parijs niet vergelijkbaar zijn; in Parijs loopt de kabelbaan over industriële en onaantrekkelijke gebieden, hier gaat het over een prachtige waterweg. Lid MOESKOPS geeft aan dat ze de pont nog steeds niet als wezenlijk anders ziet voor dezelfde bezoeker.

Lid ASRUF worstelt met het project en vraagt of de vervoerswaarde van 900 reizigers opweegt tegen de benodigde capaciteit, afspraken en juridische afbakening, en tegen de puzzel van de OV-schakelingen. Lid MOESKOPS antwoordt dat het niet gaat om de tijdelijke 900 bezoekers, maar om de vervoerswaarde van de duizenden reizigers die er komen zodra Havenstad af is en de OV-verbindingen aanwezig zijn. Het risico is anders dat de stad tientallen jaren moet wachten op een vaste verbinding over het IJ.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

Lid ASRUF wijst op alternatieven zoals de ponten, tramlijn 5 doortrekken of een kleine ring sluiten en maakt zich zorgen over het toeristische imago van Amsterdam. Lid MOESKOPS stelt dat zij de kabelbaan ziet als een OV-verbinding. De stad mist een fysieke verbinding over het IJ, en ponten kunnen veel opvangen, maar blijven kostbaar. De kabelbaan kost de stad niets in exploitatie en sluit aan bij eerdere moties en standpunten van de PvdA. Lid ASRUF maakt de zorg kenbaar dat de urgentie voor de Westbrug kan afnemen door de kabelbaan. Lid MOESKOPS antwoordt dat de vervoerswaarde van de Westbrug vele malen hoger is en dat de noodzaak voor andere voertuigen, hulpdiensten en verkeer onverminderd blijft. Het rijk zal niet oordelen dat een noodzakelijke brug overbodig is omdat er een kabelbaan is. Lid DE VOS benadrukt dat het initiatief historisch moet worden geplaatst. In 2014 start het burgerinitiatief IJ aan het IJ, in 2016 verschijnen de eerste onderzoeken, in 2018 volgen de ontwerpen en in 2019 een motie van de raad. In 2020 publiceert de Commissie D’Hooghe een rapport waarin geen ruimte is voor een kabelbaan, behalve ver weg bij de Coenhaven. In 2021 wordt de verordening Toerisme in Balans vastgesteld. Sindsdien werkt de gemeente voort aan dit dossier. Een kabelbaan zou de urgentie van de Westbrug ondermijnen en ambtelijke capaciteit vergen.

Hij ligt toe dat er een motie ligt om niet te wachten tot 2027 en dringt aan op een keuze: koers houden en een brug bouwen. Lid ASRUF haalt aan dat de initiatiefnemer in de technische sessie zei dat er nu een keuze gemaakt moet worden. Voor de PvdA betekent dit nu geen kabelbaan. Hij vraagt de wethouder of er alternatieven zijn om mensen tijdelijk van A naar B te brengen. Wethouder VAN DER HORST reageert dat zij het initiatief vanuit de stad waardeert en prijst het doorzettingsvermogen en de creativiteit van de initiatiefnemers. Zij legt uit dat het project iets verder in de tijd wordt gezet om draagvlak in de raad te creëren en ervoor te zorgen dat het een echte OV-verbinding wordt en geen toeristische attractie. Zij ziet de urgentie van de Westbrug hierdoor niet afnemen. Alternatieven op dit moment zijn de ponten, maar die hebben een verzadigingspunt. Vaste oeververbindingen blijven essentieel en de gemeente werkt daar actief aan. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt is besproken en agendeert het voor middellange bespreking. 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief en Voortgangsrapportage 2 van project Vernieuwing Station Amsterdam Lelylaan (VN2025-017708) Lid ASRUF vraagt aandacht voor de netheid en het onderhoud van het stationsgebied tijdens de vertraging van het project.

Wethouder VAN DER HORST licht toe dat het gebied dagelijks wordt schoongemaakt binnen de vastgestelde beheerniveaus en dat NS en GVB

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

verantwoordelijk zijn voor hun eigen delen. Zij geeft aan dat sociale veiligheid en verlichting aandacht krijgen en dat NS en ProRail verbetermaatregelen onderzoeken. Lid ASRUF herhaalt zijn oproep om hierover met betrokken partijen in gesprek te blijven omdat in werkelijkheid veel op te merken valt over de netheid van het station. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken en wordt geagendeerd voor korte bespreking in de raad. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en wordt geagendeerd voor een korte bespreking. Water (excl. Varen) 10. Bespreken van de ontvlechtingsdocumentatie Stichting Waternet (VN2025017709) Lid NOORDZIJ vraagt naar de voortgang en vervolgstappen van de ontvlechting. Lid IJMKER spreekt waardering uit voor het verloop van het proces en stelt vast dat de risico’s beheersbaar zijn gebleven. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat de ontvlechting juridisch is afgerond en dat de bestuursstructuur inmiddels compleet is. Zij schetst de vervolgstappen richting toezicht, rapportage en verdere organisatorische uitwerking en benadrukt de goede samenwerking met het waterschap. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken en niet wordt geagendeerd. Toegevoegde bespreekpunt Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 11. Agendapunt 11 is afgevoerd. 12.

Bespreken van de voortgangsbrief Programma Bruggen en Kademuren 2025 (VN2025-016126) Lid VAN MUNSTER reflecteert op de ontwikkeling van het programma en vraagt aandacht voor het structureel vastleggen van informatie over bruggen en kademuren in een centrale database. Wethouder VAN DER HORST onderschrijft het belang hiervan en geeft aan dat hieraan wordt gewerkt. Zij zegt toe de raad hierover via toekomstige voortgangsrapportages nader te informeren. Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering om 16:26 uur.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 8 januari 2026

MOW

.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16521362/1