CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20251203 SED Schriftelijke bijdrage dhr. Afkari inzake Onderzoek Hart voor K-buurt

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 3 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspreekmoment Publiek1.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie – Onderzoek Hart voor de K-buurt Datum: 12 november 2025

Managementsamenvatting Het externe onderzoek door BMC naar de subsidierelatie en inkoopopdrachten met Stichting Hart voor de K-buurt (2019–2023) omvatte 9 subsidies en 21 opdrachten (circa € 900.000). Van de subsidielasten is circa 24% verdiepend getoetst; uitkomsten: ongeveer 94% rechtmatig, 3% onrechtmatig en 3% niet vast te stellen. Ongeveer 28% van de uitgaven betreft betalingen aan vier gelieerde stichtingen; integraal keteninzicht ontbrak. De gemeentelijke besluitvorming (verlenen, bevoorschotting, vaststellen, opschorten/intrekken) is niet systematisch als apart onderzoeksobject getoetst; een formele toets aan inkoop- en aanbestedingskaders viel buiten scope. De rol van de interne auditdienst (ACAM) is in de beschikbare stukken niet zichtbaar. Een eerdere interne ‘geïntensiveerde controle’ is beëindigd en vervangen door het BMConderzoek, zonder openbaar uitgewerkte bestuurlijke motivering. Conclusie: methodisch deugdelijk binnen de gekozen scope, maar niet integraal op keten en niet volledig op het handelen van de gemeente. Aanbeveling: aanvullend, onafhankelijk en systeembreed vervolgonderzoek.

1. Aanleiding en doel van deze notitie Naar aanleiding van het door BMC uitgevoerde onderzoek naar subsidies en opdrachten aan Stichting Hart voor de K-buurt, en de bijbehorende raadsinformatiebrief van het college, bestaat behoefte aan een feitelijke inventarisatie van: (i) wat wél is onderzocht, (ii) wat aantoonbaar níet of slechts beperkt is onderzocht, (iii) structurele beperkingen van het onderzoek en (iv) openstaande vragen. Deze notitie baseert zich op openbaar gemaakte stukken en benoemt controle-technische en bestuurlijke aandachtspunten, zonder personen te beschuldigen of conclusies over fraude te trekken.

2. Kerngegevens van het BMC-onderzoek 2.1 Type en normenkader Het onderzoek is gepositioneerd als onafhankelijk onderzoek (geen formele accountantscontrole). Als normenkader zijn gebruikt: de Algemene wet bestuursrecht (Awb; subsidietitel), de Algemene Subsidieverordening Amsterdam (ASA; geldend 2019–2023), toepasselijke subsidieregelingen en beschikkingen, en afspraken rond inkoopopdrachten. Voor de toetsing zijn benut: administratie en verantwoordingen van de stichting; brondocumenten (facturen, declaraties, contracten, bankafschriften); informatie uit een eerdere niet-afgeronde interne ‘geïntensiveerde controle’; interviews (gemeente/stichting/externe accountants); en aanvullend bewijs (verslagen, roosters, beeldmateriaal).

Pagina 1 van 6

2.2 Reikwijdte (scope) De stukken duiden de scope als 2019–2023. Het totale financiële volume omvat circa € 900.000 (subsidies + opdrachten).

2.3 Uitkomsten financiële toetsing Voor 21 inkoopopdrachten is een 100%-toets uitgevoerd. Voor subsidielasten is een verdiepende toets uitgevoerd op circa € 182.000 van circa € 747.000 (ongeveer 24%). Binnen deze 24% is circa 94% rechtmatig, circa 3% onrechtmatig en circa 3% niet vast te stellen op basis van de beschikbare informatie.

2.4 Tijdkader en toepasselijk recht De stukken noemen geen exacte peildata (dag/maand/jaar) en geen versiespecificatie per besluitjaar. Per beschikking en per opdracht dient inzichtelijk te zijn welke ASA-versie, subsidieregeling, peildatum en — voor verslagjaar 2023 — welk controleprotocol is toegepast (zie Aanbeveling 3).

2.5 Begripsafbakening Rechtmatigheid: handelen conform toepasselijke wet- en regelgeving, subsidieregelingen, beschikkingen en — waar relevant — aanbestedingskaders. Doelmatigheid: het bereiken van beoogde effecten met een redelijke inzet van middelen, bezien tegen vooraf vastgelegde doel- en prestatie-indicatoren. Keten: betalingen en prestaties via gelieerde partijen (stichtingen/vennootschappen) die financieel, organisatorisch of personeelsmatig aan de subsidieontvanger zijn verbonden.

3. Keten van stichtingen en keten-/doorbetalingsrisico’s 3.1 Gelieerde stichtingen Circa 28% van de subsidielasten bestaat uit betalingen aan vier stichtingen die bestuurlijk of personeelsmatig met Hart voor de K-buurt zijn gelieerd; het rapport onderkent het (schijn)risico van belangenverstrengeling.

3.2 Beperkt keteninzicht Beoordeling vond plaats op basis van de administratie van Hart voor de K-buurt; jaarrekeningen en volledige administraties van de gelieerde stichtingen zijn niet integraal onderzocht. Daardoor ontbreekt volledig keteninzicht in geldstromen.

3.3 Controle-technische consequentie Zonder integrale inzage blijft een reëel keten- en doorbetalingsrisico (meervoudige financiering/onderlinge verrekening) bestaan dat binnen deze scope niet kan worden uitgesloten.

Pagina 2 van 6

3.4 Assurance-niveau en materialiteit Het BMC-onderzoek is geen accountantscontrole met zekerheidsoordeel. Voor transparantie verdient het aanbeveling het gehanteerde assurance-niveau (geen/beperkt/redelijk), materialiteitsgrenzen, foutdefinities en eventuele extrapolaties expliciet te maken.

4. De rol van de gemeente als subsidieverstrekker en opdrachtgever 4.1 Beschikkingen als norm Beschikkingen en subsidieregelingen zijn als normkader gebruikt, maar het rapport reconstrueert niet systematisch per subsidie hoe de gemeente tot elk besluit kwam en welke weigerings- of intrekkingsgronden zijn gewogen.

4.2 Gemeentelijk handelen buiten scope Een formele toets aan gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid viel expliciet buiten scope. De rechtmatigheidstoets ziet primair op bestedingen bij de stichting en slechts beperkt op de bestuurlijke besluitvorming (verlening, bevoorschotting, vaststelling, eventuele terugvordering). Juist die fasen zijn essentieel voor de toets aan zorgvuldigheid (Awb) en ASA.

4.3 Voortzetting onder onzekerheid Het rapport bevat geen afzonderlijke beoordeling of het bestuurlijk verantwoord was om — bij lopende signalen/onderzoeken — subsidierelaties voort te zetten, te wijzigen of op te schorten.

4.4 Mandaat en bevoegdheden Per besluit (verlening, wijziging, vaststelling, terugvordering) dienen mandaatgrondslag (met mandaatcode) en de bevoegdheidsketen (college → DB/stadsdeel) aantoonbaar te zijn vastgelegd, inclusief weging van instrumenten als opschorten, lager vaststellen, wijzigen of intrekken bij signalen of onzekerheden (Awb/ASA).

4.5 Aanbestedingsdrempels en uitzonderingen Omdat een formele toets aan inkoop- en aanbestedingskaders buiten scope viel, verdient het aanbeveling alsnog te toetsen aan destijds geldende drempels, uitzonderingen en interne inkoopregels, inclusief documentatie van marktverkenning of onderbouwing van enkelvoudige opdrachtverlening (voor zover relevant).

4.6 Rechtmatigheidsverantwoording (vanaf 2023) Vanaf verslagjaar 2023 leggen gemeenten een rechtmatigheidsverantwoording af. Het verdient aandacht hoe deze casus daarin is betrokken (bevindingen, correcties, onzekerheden) en welke opvolgacties bestuurlijk zijn vastgelegd.

Pagina 3 van 6

5. Brede doelen en beperkte toetsbaarheid van doelmatigheid Acht van de negen betrokken regelingen/beschikkingen hanteren breed geformuleerde doelen zonder scherp gedefinieerde, meetbare indicatoren. Doelmatigheid is daarom kwalitatief beoordeeld (activiteiten/resultaten, brede doelen, interviews/documentatie). Dit laat een grijze zone waarin doelmatigheid niet juridisch hard is af te bakenen.

5.1 Resultaatkaders (SMART) Voor toekomstige beschikkingen is het noodzakelijk per regeling/beschikking SMARTindicatoren en bewijseisen vooraf vast te leggen (output/outcome, doelgroep, tijd, bewijs). Zonder zulke kaders blijft doelmatigheid ex post beperkt hard toetsbaar.

6. Beleidscontext: participatie/democratisering en rol Hart voor de K-buurt Hart voor de K-buurt is een structurele partner in trajecten rond bewonerszeggenschap (o.a. proeftuin buurtplatformrecht, Coalitie van Buurten). Ambtelijke diensten voor participatie en democratisering zijn hier directe samenwerkingspartners. Het rapport positioneert Hart voor de K-buurt als pionier binnen de democratiseringsagenda. Dezelfde bestuurlijke lijnen die daarvoor verantwoordelijk zijn, waren ook betrokken bij de beëindiging van de interne controle, de opdrachtverlening aan BMC, de scopebepaling en de bestuurlijke duiding van de resultaten. In de stukken is niet zichtbaar dat afstand- of recusal-maatregelen zijn getroffen. Dit roept vragen op over objectiviteitsborging en de schijn van belangenverstrengeling bij opzet en duiding van het onderzoek.

7. Samenvattende beoordeling en aanbevelingen Binnen de gekozen scope is het onderzoek methodisch zorgvuldig, maar niet integraal op keten en beperkt op gemeentelijk handelen. Beleidsverwevenheid, onduidelijke auditbetrokkenheid en beperkte doelmatigheidskaders maken dat dit onderzoek geen eindpunt vormt.

Aanbevelingen 1. Aanvullend ketenonderzoek: integrale controle op gelieerde stichtingen (jaarrekeningen/administraties) en beoordeling van meervoudige-financieringsrisico’s. 2. Toets gemeentelijk handelen: afzonderlijke toets op verlenen, bevoorschotting, tussentijdse beheersmaatregelen, vaststelling en inzet van Awb/ASA-instrumenten. 3. Tijd- en versieborging: lever een per-beschikking/per-opdracht matrix met peildatum, toegepaste ASA-versie, subsidieregeling en (vanaf 2023) controleprotocol; voeg opdrachtbrief, steekproefopzet en selectiecriteria toe. 4. Verantwoording per beschikking: expliciete termijnbewaking en volledigheidstoets van verantwoordingen; beslisnotities over opschorting/lager vaststellen/terugvordering bij onvolledigheid of onzekerheid. 5. Auditborging (ACAM): vaktechnische beoordeling van opzet, reikwijdte en uitkomsten; bepaal of aanvullend intern auditwerk nodig is.

Pagina 4 van 6

6. Rekenkameronderzoek: systeemsgewijze toets op sturing, verantwoording en gelijke behandeling (vergelijk met peer-initiatieven). 7. Opschortingsdiscipline: bestuurlijke beslisregels voor opschorten/wijzigen/lager vaststellen bij lopende signalen/onderzoeken; voorkom verlening/vaststelling bij materiële onzekerheid. 8. Aanbestedingsrechtelijke toets: aanvullende beoordeling aan inkoop- en aanbestedingskaders waar relevant. 9. Resultaatkaders (SMART): meetbare indicatoren en bewijsvereisten per beschikking. 10. Rol- en belangenmanagement: scheiding van rollen (beleid ↔ controle) en recusal waar verwevenheid bestaat; leg dit zichtbaar vast in opdrachtbrieven en eindrapportage. 11. Gelijke behandeling & peer-vergelijking: ontwikkel uniforme criteria (toekenning, controle, foutmarges, herstelruimte) en vergelijk de casus met peers (in/buiten Zuidoost). 12. Rechtmatigheidsverantwoording 2023: leg vast hoe dit dossier daarin is verwerkt en welke opvolgacties zijn genomen. 13. Woo-aanvulling en leesbaarheid: publiceer een integrale inventarislijst, opdracht/scopedocumenten en doorzoekbare (OCR) versies, met motivering bij redactie.

8. Bestuurlijke context, integriteit en beleidsrelevantie De casus raakt de kern van integriteit, toezicht en participatiebeleid. Maatschappelijke partners die meewerken aan beleid zijn soms ook subsidieontvanger; die dubbele rol vraagt om extra transparantie en rol-scheiding. Het ontbreken van zichtbare afstandsmaatregelen tussen ambtelijke samenwerking en onderzoeksopdracht vergroot de schijn van belangenverstrengeling. De beëindiging van interne controle zonder openbaar gemotiveerde toelichting roept vragen op over toezichtdiscipline. Voor bewonersvertrouwen in objectieve en rechtvaardige subsidiestromen is een onafhankelijke, systeemgerichte herbeoordeling noodzakelijk.

9. Relatie met gebiedsontwikkeling K-midden en andere trajecten • • • • • •

Koppelingen tussen subsidiedoelen/activiteiten en participatie- of communicatieopgaven binnen K-midden (met verwijzing naar projectdocumenten). Eventuele convenanten/samenwerkingsovereenkomsten tussen gemeente, ontwikkelende partijen en Hart voor de K-buurt; duidelijkheid over rollen, belangen en tegenprestaties. Besluitvormingslijnen: welke bestuursorganen/middelen zijn gebruikt (subsidie, opdracht, inkoop) en onder welk mandaat? Cumulatierisico’s: worden vergelijkbare activiteiten gelijktijdig via meerdere kanalen (subsidie + opdracht + projectbudget) gefinancierd? Verantwoording en toetsing: hoe is gecontroleerd dat deliverables projectmatig en subsidietechnisch zijn geleverd, zonder dubbelfinanciering? Gelijke behandeling: zijn vergelijkbare buurtorganisaties binnen het K-midden-gebied op gelijke wijze benaderd en gefinancierd?

Pagina 5 van 6

Bronnenlijst • • • • • • •

BMC, Onderzoek Hart voor de K-buurt (openbaar gemaakte versie). College van B&W, Raadsinformatiebrief “Onderzoek Hart voor de K-buurt” (openbaar gemaakte versie). Gemeente Amsterdam, Woo-dossier ID 2331 – https://open.amsterdam/woozoeken/?mode=gallery&view=list&q=id%202331 Algemene wet bestuursrecht (Awb): art. 2:4, 3:2, 3:4 lid 2, 3:46, 4:35, 4:46, 4:48, 4:49, 4:84. Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 (incl. wijzigingen t/m 2022). Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 (vanaf 01-08-2023; incl. controleprotocol 2023). Subsidieregeling Buurtbudgetten Amsterdam (relevante versies 2019–2023).

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16315045/1