20251105 SED conceptverslag.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Raadscommissieverslag, 5 november 2025
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Woensdag 5 november 2025, van 13.30 uur tot 17.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 3 december 2025 Voorzitter: Runderkamp Plaatsvervangend voorzitter: Portefeuillehouders: wethouders Groot Wassink en Mbarki Portefeuillehouders afw: Commissiegriffier: Vos Commissieondersteuners: Verslaglegging: Prins (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Belkasmi (PvdA), Namane (PvdA), IJmker (GroenLinks), Bentoumya (GroenLinks), Yemane (GroenLinks), Aslami (D66), Schmit (D66), Von Gerhardt (VVD), Staartjes (VVD), Krom (Partij voor de Dieren), Haijen (SP), Aboelkasem (DENK), Perdok (De Vonk), Badal (CDA), Noordman (Forum voor Democratie), Kabamba (Partij voor Morgen) Afwezige commissieleden: Het lid Koyuncu Overige aanwezigen: Daalder (Rekenkamer), Oppenhuis (Rekenkamer)
1. ALGEMEEN DEEL 1a Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 13.30 uur en heet allen welkom. Het lid Koyuncu (DENK) heeft zich afgemeld en wordt vervangen door het lid Aboelkasem. Het lid Aboelkasem wordt benoemd tot vast commissielid van de commissie SED. 1b Mededelingen Wethouder GROOT WASSINK heeft toegezegd terug te komen op de vraag of er voor LHBTQ+-asielzoekers extra opvang moet komen. Daar is over gesproken met het COA. Medewerkers van het COA met als taakaccent LHBTQ+-asielzoekers zijn getraind door Veilige Haven en op dit moment levert de uitvraag geen aanleiding tot het inrichten van een aparte opvanglocatie. De tweede mededeling is dat Trajectus per 1 oktober 2026 zal worden vervangen door ZorgNed. De raad zal hier voor de zomer van 2026 verder over geïnformeerd worden. 1c Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor om agendapunten 11, Ontmoetingsplekken voor jongeren en 5, de ETHOS-rapportage, door te schuiven zodat zij besproken kunnen worden met kennis van de voortgang op de versterking aanpak dakloosheid, dat eind 2025 zal volgen. De ETHOS-rapportage zal behandeld worden tijdens de commissievergadering op 3 december 2025. Spreker stelt vervolgens voor om agendapunten 7, het vaststellen van de tarieven markt- en staanplaatsgelden 2026 en
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
agendapunt 8, het bespreken van de raadsinformatiebrief over de uitkomsten van de consultatie marktverordening, gevoegd te behandelen. De commissie stemt met beide in en de agenda wordt conform vastgesteld. 1d Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SED d.d. 1 oktober 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Het lid BELKASMI vraagt wat de status is van het beantwoorden van de schriftelijke vragen over de uitsluiting van politieke jongerenorganisaties bij de introductieweken. De beantwoordingstermijn is immers reeds versteken. Ten tweede, het initiatiefvoorstel geef jongeren een plek aan tafel. Wanneer kan de raad de beantwoording hierop verwachten? Tot slot, het initiatiefvoorstel over watertappunten en verlichte sportvelden. Ook dit wacht al lange tijd op afdoening. Wethouder MBARKI zal ervoor zorgen dat er zo spoedig mogelijk ofwel een voortgangsverslag ofwel een afdoening richting de raad zal volgen inzake deze punten.
1f TKN-lijst De VOORZITTER heeft de volgende voorstellen tot agendering ontvangen: - Stuk 2: de raadsinformatiebrief over de resultaten van de zwemdiplomameting 2025, op verzoek van het lid Kabamba; - Stuk 5: de voorgangsrapportage van de visie Amsterdamse sportparken, op verzoek van het lid Krom; - Stuk 9: de reactie op motie 275.24 van 26 juni 2024, op verzoek van het lid Schmit en het lid IJmker over de Brede welvaart; - Stuk 10: de raadsinformatiebrief ter afdoening van twee toezeggingen inzake AI en arbeidsmarktbeleid en social mediacampagnes binnenstad, op verzoek van het lid Broersen; - Stuk 12: over de veerkrachtige democratie, op verzoek van het lid Kabamba; - Stuk 13: over liefde voor lezen, op verzoek van het lid Bentoumya; - Stuk 14: over de pilot asielzoekers aan het werk, op verzoek van het lid Kabamba; - Stuk 16: over het verkenningsrapport over de bestuurlijke toekomst van de WOL-gemeenten, op verzoek van het lid Keesman. 1g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL 2a Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. 2B Inspreekmoment publiek Agendapunt 2b. Samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en buurtplatformen van Weesp en Noord Ellen ter Gast is coördinator van het bewonersplatform Vogelbuurt-IJplein.
Het platform is in mei erkend en op 6 november zal de samenwerkingsovereenkomst met de gemeente getekend worden. In Weesp heeft buurtplatform Leeuwensluis het
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
samenwerkingsverband al ondertekend. Inspreker is gevraagd namens de coalitie van buurtplatforms in te spreken om het bestaan hiervan meer bekendheid te geven. Ook al is het onderdeel van de participatieverordening, het blijkt spannend voor gemeenteambtenaren om deze vorm van samenwerking aan te gaan. Er valt nog veel te bereiken en het beste is om dat lerend te doen. Inspreker vraagt de raad om vooral betrokken te zijn bij dit proces omdat de enige manier om te ontdekken wat wel en wat niet werkt is door dit met elkaar te bespreken. Het lid SCHMIT vraagt wat in het afgelopen anderhalf jaar de grootste uitdaging was om tot dit moment te komen. Ellen ter Gast antwoordt dat de bewoners van Vogelbuurt-IJplein altijd al behoorlijk actief zijn geweest en dat er al samenwerkingen waren voordat de participatieverordening een feit werd. Het viel dus erg mee met de uitdagingen. Het lid YEMANE vraagt op welke manier de raad al lerend kan bijdragen aan de bewonersplatforms. Ook geeft zij aan graag eens langs te komen. Ellen ter Gast zou dat leuk vinden. Morgen gaat de ondertekening plaatsvinden bij de VerbroederIJ, daarbij zijn de commissieleden welkom. Met betrekking tot die lerende visie legt inspreker uit dat men zonder agenda maar met een open houding aan het traject begint, uitspreekt wat men spannend vindt en al doende leert.
Het lid BELKASMI vraagt welke activiteiten het buurtplatform in de komende tijd wil gaan opzetten. Ellen ter Gast antwoordt dat de activiteiten moeten gaan over vragen die nu spelen, zoals gentrificatie en achterstallig onderhoud. Het platform wil de verbinding in en met de buurt versterken. Het lid KABAMBA vraagt of inspreker, net als voorheen mevrouw Bollen, ruimte zal geven aan mensen die tijdens de verkiezingen willen langskomen voor politieke participatie. Ellen ter Gast vindt dat een goed plan. 2c Actualiteiten en mededelingen Er zijn geen actualiteiten of mededelingen. 2d Rondvraag voor publiek Het lid BENTOUMYA is erg geschrokken van het nieuws dat het nationale plan om uitbuiting van arbeidsmigranten tegen te gaan van tafel is geveegd door de nieuwe demissionaire VVD-minister. Dat betekent dat werkgevers een kwart van het salaris mogen blijven inhouden voor huisvesting. Dat vergroot het risico op uitbuiting. Eerder diende de fractie van GroenLinks een voorstel in om de positie van arbeidsmigranten in Amsterdam te versterken. Deelt de wethouder de zorgen van de fractie? Welke consequenties zal dit nieuws hebben voor arbeidsmigranten in Amsterdam? Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat het vervelend is dat het plan op het laatste moment is teruggetrokken. De wethouder ziet op dit moment niet de directe gevolgen voor Amsterdam en haar aanpak, maar indirect helpt het niet.
Vanuit de VNG zal er gelobbyd blijven worden voor het invoeren van de maatregelen. Het lid KROM vraag wethouder Mbarki naar Shein en diens plannen zich te vestigen in Parijs. Shein is een productiemaatschappij waarbij spullen worden geproduceerd onder mensonwaardige omstandigheden, tegen lage lonen en met
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
kinderarbeid. Deze producten belanden nu op de Europese markt. Het lid Krom wil niet dat Shein naar Amsterdam komt en vraagt de wethouder om uit te zoeken welke lokale maatregelen mogelijk zijn om dit tegen te houden. Is de wethouder bereidt om met vastgoedondernemers in de stad het gesprek aan te gaan? Wethouder MBARKI meent dat de lokale maatregelen vrij beperkt zijn, maar zodra men uitspreekt dat het niet past binnen de doelstelling te investeren in bedrijven met een maatschappelijke opgave, dan geeft dat wel duidelijkheid. De wethouder is van plan om contact op te nemen met collega’s in Parijs om van hen te leren wat wel en niet werkt om dit soort bedrijven te kunnen weren. Het lid KROM is blij met dit antwoord en zou graag een terugkoppeling zien van de gesprekken met collega’s in Parijs. Daarnaast vraagt het lid de wethouder om ook in gesprek te gaan met vastgoedhandelaren in Amsterdam. Wethouder MBARKI hoort wat het lid Krom zegt. De gemeente heeft goed contact met een groot collectief aan vastgoedhandelaren, maar er zijn ook individuele handelaren en die zijn lastiger te bereiken. De wethouder zegt toe dat wel te gaan proberen. Het lid PERDOK heeft een vraag aan wethouder Groot Wassink. Enkele maanden geleden onthulde Het Parool onthutsende omstandigheden bij de luxe gym Saints & Stars.
Er zou sprake zijn van ongedocumenteerde arbeiders die onder valse voorwendselen naar Nederland waren gehaald en vervolgens zijn uitgebuit. Afgelopen week besloot het OM niet te vervolgen voor uitbuiting, maar alleen voor mensensmokkel omdat dit eenvoudiger te bewijzen is. Deze keuze heeft enorme gevolgen. De betreffende arbeiders verliezen mogelijk hun recht op opvang en verblijf en kunnen zelfs worden uitgezet. Slachtoffers die misstanden hebben gemeld worden daarmee gestraft voor het tonen van moed. De Vonk vindt dit onacceptabel en gezien de urgentie van de situatie, stelt het lid Perdok nu de volgende vragen: - Kan de wethouder garanderen dat deze arbeiders niet worden uitgezet en in een noodopvang kunnen blijven? - Welke mogelijkheden ziet het college om Saints & Stars toch aan te pakken nu het OM niet gaat vervolgen op uitbuiting? - Is er contact met andere instanties om dit te bevorderen? Wethouder GROOT WASSINK zou ervoor willen waken om te treden in de overwegingen van het OM. De procedures lopen nog en het college heeft met verschillende aangevers contact gehad in de opvang. Die contacten blijven er maar de wethouder kan nu geen toezeggingen doen omdat eerst de rechter een uitspraak moet doen. Het lid PERDOK legt uit dat de vraag vooral is of de gemeente nog iets kan betekenen voor deze mensen die nu vol angst in de noodopvang zitten te wachten op een uitspraak.
De fractie vindt het belangrijk om het statement af te geven dat als je uitgebuit wordt en je dit meldt, je daarvoor niet gestraft zou mogen worden. Wethouder GROOT WASSINK herhaalt dat de zaak nog onder de rechter is en dat de getroffenen nog in de opvang zitten en daar begeleid worden. De gemeente moet eerst de rechtszaak afwachten. Het lid STAARTJES vroeg de wethouder vorige maand naar de status van de Abcouderstraatweg, waar mogelijk een opvang zou komen. Graag hoort de VVD hier nu meer over. Wethouder GROOT WASSINK heeft vorige week gesproken met de GGA en er zal voor het einde van dit jaar een update naar de raad volgen. Het lid STAARTJES vraagt of de noodzakelijke grondruil voor de locatie is gelukt.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
Wethouder GROOT WASSINK heeft nog geen bindende afspraken gemaakt met de GGA en alle mogelijkheden worden nog onderzocht. BESPREEKPUNTEN Financiën
3 Vaststellen Begroting 2026 Gemeente Amsterdam (VN2025-013806) De gemeenteraad te adviseren over de raadsvoordracht (gemeenteraad d.d. 12 november 2025). Dit betreft een bespreking in tweede termijn. De eerste termijn vond plaats op 16 oktober jl.
De VOORZITTER geeft aan dat moties en amendementen die nu nog ingediend worden, alleen mondeling gepreadviseerd zullen worden tijdens de raadsvergadering. Tweede termijn Het lid KROM wil terugkomen op het preadvies dat de fractie heeft ontvangen op de motie waarin zij vraagt meer pods te plaatsen in de nachtopvang door bepaalde middelen vrij te maken. Daarmee zou het veiliger worden voor met name vrouwen, jongvolwassenen en queerpersonen. Het geld is er blijkbaar want er gaat ineens 3,2 miljoen euro naar het H’ARTmuseum, geld dat er eerder niet was toen kleinere – nu omgevallen - organisaties vroegen om de subsidie waar zij recht op hadden. In het preadvies wordt gezegd dat er 3 miljoen euro moet worden gebruikt voor het opvangen van Rijksbezuinigingen, door bijna de hele raad doorgeschoven na een motie van D66. Het lid Krom wil weten of de wethouder ook het nut inziet van meer pods in de nachtopvang. Wethouder GROOT WASSINK is momenteel aan het onderzoeken of er aan de Barnestraat iets kan komen voor de extra kwetsbaren, maar op dit moment blijft het college bij het preadvies. De VOORZITTER merkt op dat dit stuk geagendeerd staat voor de komende raadsvergadering. Sociale Zaken 4 Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Werken met een arbeidsbeperking (VN2025-014588) • De gemeenteraad te adviseren over de raadsvoordracht (gemeenteraad d.d. 12 november 2025).
• Annelies Daalder en Eric Oppenhuis van de Rekenkamer zijn uitgenodigd om eventuele vragen over het rapport te beantwoorden. De VOORZITTER heet mevrouw Daalder en de heer Oppenhuis van de Rekenkamer welkom. DAALDER merkt op dat er tijdens de technische sessie over het onderzoek al veel vragen zijn beantwoord. Spreekster wil nu nog enkele punten toelichten. De hoofdconclusie luidt dat het Amsterdamse beleid om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en houden resultaat heeft. Dat is positief, maar op diverse punten kan het beter. De groep die begeleiding nodig heeft, is heel divers. Op zijn minst moet er onderscheid gemaakt worden tussen de groep die tijdelijk ondersteuning nodig heeft en de groep die dit langdurig of permanent nodig heeft. Het college heeft opgemerkt dat er in verband met de privacy beperkingen zijn ten aanzien van wat er vastgelegd kan worden. De Rekenkamer roept het college op te kijken naar wat er wel kan. Daarmee geeft het ook invulling aan het advies van de VN in het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, om in beleid specifiek aandacht te schenken aan mensen met een
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
handicap. Zorgen liggen er met betrekking tot de monitoring van mensen die langdurige of permanente ondersteuning nodig hebben. Daarnaast komt uit onderzoek naar voren dat er inefficiënties zitten in de werkwijzen waardoor het systeem op onderdelen niet effectief is. Dit legt, samen met de toegenomen instroom en problematiek, extra druk op het systeem waardoor het overbelast dreigt te raken. Uit het onderzoek komen vier aanbevelingen: 1. Maak beleid en aanpak voor verschillende doelgroepen concreter; 2. Zorg voor een beter zicht op de resultaten van beleid en op de doelgroep; 3. Maak duidelijke afspraken over werkwijzen en processen; 4. Zorg voor een divers aanbod aan passende werkplekken. Het college heeft toegezegd om in het eerste kwartaal van 2026 met een plan van aanpak te komen en dat ziet de Rekenkamer met belangstelling tegemoet. Het lid SCHMIT erkent het belang om voor elke groep apart beleid te maken. Welke mogelijkheden zijn er om die doelgroepen in kaart te brengen? DAALDER antwoordt dat de AVG wel toestaat om uitzonderingen te maken. In artikel 30, lid 2 van de Uitvoeringswet van de AVG staat dat gegevens over gezondheid verwerkt mogen worden als dit geschiedt door overheidsinstellingen en dit noodzakelijk is voor de re-integratie of begeleiding van werknemers of uitkeringsgerechtigden in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid.
Het lid SCHMIT krijgt uit het midden- en kleinbedrijf vaak te horen dat men wel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in wordt ervaren. Het mkb moet ook lang wachten voordat de subsidie wordt uitgekeerd, daarvoor is de forfaitaire loonkostensubsidie, maar zou daar wellicht meer aandacht aan gegeven kunnen worden? OPPENHUIS legt uit dat er niet uitvoerig is gekeken naar de loonkostensubsidie en kan daar dus niets over zeggen. Wel ziet spreker dat de forfaitaire loonkostensubsidie steeds vaker wordt ingezet. Het lid NAMANE vraagt wat de Rekenkamer per se zou willen terugzien in het plan van aanpak van het college. DAALDER meent dat het belangrijk is om te beginnen met het verbeteren van het zicht op de doelgroepen omdat dit een voorwaarde is voor het kunnen uitvoeren van de overige aanbevelingen. Het lid BENTOUMYA wil ingaan op de inefficiënties in werkwijzen en de hoge werkdruk. De Rekenkamer raadt enerzijds uniformiteit aan, maar anderzijds moet er ruimte zijn voor maatwerk. Welke aandachtspunten wil de Rekenkamer - wat dit punt betreft - aan het college meegeven? Deze kunnen immers ook op gespannen voet staan met elkaar. OPPENHUIS is zich er bewust van dat daar spanning tussen zit. Wat uit het onderzoek duidelijk werd, is dat de intensiteit nogal verschilt per jobcoach. Een hogere intensiteit is een succesfactor voor met name het behouden van werk.
Wat iemand tijdens zo’n traject nodig heeft, verschilt weer per persoon en daar komt het stukje maatwerk aan te pas. Inhoudelijke behandeling in de commissie, eerste termijn Het lid NAMANE heeft wat aandachtspunten die de fractie hoopt terug te zien in het plan: - Benader de doelgroep proactief. - Onderzoek het risico op verdringing. De fractie wil dat mensen die het moeilijkst te begeleiden zijn ook worden geholpen en hoopt dat de wethouder daar alvast op kan reageren.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
-
De vacatures van werkgevers die aankloppen bij de gemeente worden soms moeilijk ingevuld. Kan dit makkelijker gemaakt worden en kan het nog laagdrempeliger gemaakt worden om mensen in dienst te nemen? Tot slot denkt de fractie dat de caseload mede zo hoog is omdat ook mensen die eigenlijk nog niet klaar zijn voor werk, aangemeld worden. Hoe krijgt het college deze mensen job ready?
Het lid HAIJEN vindt dat de Participatiewet te veel aandacht besteedt aan betaald werk en te weinig aan beschut werk of een sociaal vangnet. Duizenden mensen zijn hun beschutte werkplek kwijtgeraakt. Positief aan het voorliggende onderzoek is dat steeds meer Amsterdammers aan het werk gaan bij reguliere werkgevers en dat dit vaker leidt tot een duurzaam dienstverband. Wat zorgen baart is dat de gemeente ervoor kiest om iedereen te helpen die zonder ondersteuning niet in staat is om het minimumloon te verdienen, waardoor men zich niet meer primair richt op mensen met een arbeidsbeperking. Hierdoor is het risico op verdringing ontstaan. Wat gaat het college doen om deze groep goed in beeld te krijgen? Tot slot vraagt de SP zich af of de werkdruk is toegenomen vanwege de verruiming van de doelgroep. Wat vindt de wethouder daarvan? Het lid BENTOUMYA meent dat het rapport de raad veel inzicht geeft dat meegenomen kan worden naar het plan van aanpak. Een aantal punten zijn al gemaakt door collega’s, waaronder de werkdruk. Het is bekend dat intensieve begeleiding met maatwerk voor bepaalde doelgroepen ontzettend belangrijk is, maar hoe gaat het college ervoor zorgen dat de werkdruk niet de spuigaten uitloopt? Oppenhuis gaf aan dat de geboden intensiteit per jobcoach verschilt. GroenLinks wil graag de reflectie van de wethouder hierop horen.
Tot slot gaat een van de aanbevelingen over de monitoring en de fractie is benieuwd of de wethouder de raad daarin kan meenemen. Het lid SCHMIT denkt dat het goed is om te kijken naar het doelgroepenbeleid. De Rekenkamer is van mening dat het mogelijk is om hier beter inzicht in te krijgen, hoe denkt de wethouder daar over? Staat de wethouder open voor een samenwerking met brancheorganisaties? Tot slot de toegankelijkheid van de regeling. Inmiddels wordt er steeds meer gebruik gemaakt van loonkostensubsidies, wat heel goed is, maar tegelijkertijd twijfelen werkgevers omdat die subsidie zo laat wordt uitbetaald. Daarom is er de forfaitaire regeling gekomen. Is de wethouder bereidt om hier meer bekendheid aan te geven zodat hij vaker kan worden ingezet? Wethouder GROOT WASSINK meent dat de Rekenkamer goede aanbevelingen heeft gedaan en het college zal daarmee aan de slag gaan. Het is logisch dat meer inzicht in de doelgroep helpend kan zijn en het college verwacht nog dit jaar toegang te krijgen tot het doelgroepregister. Het is ook de bedoeling om de doelgroep proactief te gaan benaderen. Het klopt dat de doelgroep is verruimd, maar spreker wil ervoor waken om een strikte hiërarchie te gaan hanteren. Het is de bedoeling dat iedereen aan het werk gaat. Desalniettemin is het goed om zicht te krijgen op de diverse groepen zodat deze op de juiste wijze geholpen kunnen worden.
Dit zal niet makkelijk zijn omdat sommige mensen in het bestand niet zijn opgenomen in het doelgroepregister. Ook moet er goed nagedacht worden over het registreren van dingen, want wat registreer je dan? Er zitten dus wel haken en ogen aan. Met betrekking tot vragen over verdringing meent de wethouder dat men dan weer in de discussie over hiërarchie verzandt en dat is ingewikkeld. Recentelijk wordt een afstand tot de arbeidsmarkt ook als beperking gedefinieerd en daar moet men mee oppassen. Het lid NAMANE meent dat als de doelgroep in kaart gebracht is, men kan zien wie wel en wie niet goed geholpen is. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat dat natuurlijk de wenselijke situatie zou zijn. Ook met betrekking tot het monitoren. Het gaat echter niet zo zijn dat van iedereen gezien kan worden welk instrument is ingezet en of dit het beste was. De
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
wethouder herhaalt dat het goed zou zijn om de beschikbare data te gebruiken ter verbetering van de effectiviteit, maar dat dit nooit 100% zal lukken. Als alles geregistreerd moet worden, wordt de werkdruk nog hoger. En daar zit ook een zorg. Het aantal fte is uitgebreid, maar de caseload zal op deze manier ook niet minder worden. Binnen de organisatie zullen er dan weer keuzes gemaakt moeten worden over wie wel en wie niet ondersteund wordt. De wethouder meent dat het plan van aanpak scherper kan krijgen wat bepaalde keuzes gaan opleveren. Het lid SCHMIT spreekt over ‘het mkb’ alsof het een eenheidsworst is en dat is niet zo. Gelukkig zijn er inderdaad veel werkgevers waar de gemeente goed mee samenwerkt maar er zijn er ook die moeilijker te bereiken zijn. Afgelopen week is in het college vastgesteld op welke manier de LKS nog beter bij het mkb onder de aandacht gebracht kan worden. Spreker zou wel willen waken voor generalisatie. Het lid SCHMIT vraagt of de wethouder herkent dat het voor mkb’ers in Amsterdam soms moeilijk is om toegang te krijgen tot de regelingen? Wethouder GROOT WASSINK hoort daar wisselende verhalen over, maar is het ermee eens dat de dienstverlening aan werkgevers verder geharmoniseerd moet worden. Voorfinancieren kan niet, maar er is een forfaitaire regeling en een no-riskpolis, dus er kan veel.
De samenwerking met brancheorganisaties zit al in de aanpak sociaal werken en ligt bij het werkgeversservicepunt. Het lid SCHMIT zou de wethouder willen aanmoedigen om ook te gaan praten met belangenorganisaties van mensen met een arbeidsbeperking. Wethouder GROOT WASSINK is daar niet op tegen, maar vraagt zich af wat het de gemeente gaat opleveren. Met betrekking tot de vraag over jobcoaches klopt het dat de ene jobcoach meer inzet levert dan een ander. Dat is iets waar binnen de organisatie naar gekeken zal moeten worden. Het lid BENTOUMYA nuanceert dat het gaat om een verschil in intensiteit en dat een duidelijkere omschrijving van de taken kan helpen de werkdruk te verminderen. Wethouder GROOT WASSINK onderschrijft dat. Het college gaat aan de slag met de eerste aanbeveling en dat zal mogelijk effect hebben op de organisatie. Het is niet gek om dan ook de eigen werkprocessen tegen het licht te houden. Het doel is om zoveel mogelijk mensen die dat nodig hebben, aan het werk te helpen. De VOORZITTER constateert dat het onderwerp is afgehandeld en geen behandeling tijdens de raadsvergadering behoeft. Spreker schorst de vergadering tot 15.00 uur. Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden en Vluchtelingen) 5 Bespreken van de ETHOS-rapportage Amsterdam-Amstelland 2025 (VN2025-014633) Ter bespreking en voor kennisgeving aannemen.
Geagendeerd op verzoek van de leden Van der Veen (GL) en Abdi (PvdA). Dit agendapunt wordt verschoven naar de vergadering van 3 december. Sport en Bewegen 6 Uiten van wensen en bedenkingen over de actualisatie van de borgstellingsvoorwaarden voor sportverenigingen in het kader van de Subsidieregeling Verenigingsaccommodaties Buitensport Amsterdam (VN2025014280)
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
De gemeenteraad te adviseren over de raadsvoordracht (gemeenteraad d.d. 12 november 2025).
Eerste termijn Het lid BELKASMI is blij dat er ongelijk geïnvesteerd zal gaan worden voor gelijke kansen. In de afgelopen jaren was het voor sterke verenigingen vaak makkelijker gebruik te maken van de regeling en ziet men dat er in stadsdeel Zuid twaalf keer een subsidie is toegekend. Dat is bijna net zoveel als voor Zuidoost, Nieuw-West en Noord samen. De PvdA heeft twee bedenkingen voor de wethouder. In de regeling staat dat overkappingen niet subsidiabel zijn, maar een overkapping zou juist kunnen helpen om in de winter beter gebruik te maken van de voorzieningen tegen lagere kosten. Zou dit wel toegestaan kunnen worden? De verhoging van de subsidie van 40% tot maximaal 500.000 euro is met het oog op fusies inhoudelijk heel begrijpelijk. Het risico is echter dat een toekenning al bijna 70% van de subsidieruimte kan opslokken en dat verkleint de opties voor andere verenigingen. Hoe ziet de wethouder dat? Het lid BADAL meent dat de 1/3-subsidie voor kleine investeringen, de budgetverhoging van 1 miljoen euro en de verruimde borgstellingen goed zijn. Dat geeft de sportverenigingen kansen om te investeren in de toekomst. Het liefst zag de fractie die 2/3-regeling zoals de Sportraad deze voorstelde, maar heeft begrip voor de overwegingen van het college.
Op papier ziet het ondersteuningspakket er goed uit, maar hoe gaat dit de kleine clubs daadwerkelijk bereiken? Gaat het college hier actief op af, of moeten zij zelf de weg zien te vinden? Het lid STAARTJES geeft aan dat zijn fractie geen wensen of bedenkingen heeft ten aanzien van het borgstellingsplafond, maar het aanvragen van een 1/3-subsidie vraagt veel van verenigingen. Deels terecht omdat het gaat om forse investeringen met grote impact. De Sportraad meent dat vooral sterke verenigingen hiervan profiteren en vraagt aandacht voor de clubs die dat niveau nog niet hebben bereikt. De VVD meent dat grote investeringen vragen om solide verenigingen die hun zaken op orde hebben. De huidige regeling biedt deze transparantie en voorkomt willekeur. Het college lijkt echter richting de Sportraad te willen bewegen. Dat klinkt sympathiek, maar hierdoor dreigt versnippering. Het risico is dat er met kleine beetjes steun minder wordt bereikt, projecten minder haalbaar worden voor vitale verenigingen en zwakte wordt beloond. De VVD vindt dat onwenselijk. De huidige regeling werkt omdat zij helder en effectief is en schaarse middelen gaan naar projecten die echt verschil maken. Het lid ASLAMI merkt op dat er ook kleine verenigingen zijn die geen grote investeringen doen, maar die wel baat hebben bij hulp en subsidie vanuit de gemeente.
Het lid STAARTJES antwoordt dat de gemeente slechts een beperkt bedrag heeft om te vergeven en dan is het aan de raad om te bepalen wat de voorkeur heeft. Verenigingen zijn private organisaties en sommige hebben hun zaakjes goed op orde en daardoor zijn zij in staat om met wat subsidie grote projecten mogelijk te maken. De gemeente heeft er dan ook zicht op dat het geld goed besteed wordt. Het lid ASLAMI kijkt daar toch anders naar. D66 meent dat het ook gaat om het versterken van de potentie van verenigingen die wellicht nog niet zo ver zijn. Het is belangrijk dat ook zij gesteund worden om vitaal de toekomst in te gaan. Het lid STAARTJES vindt dat sympathiek, maar het gaat wel om veel gemeenschapsgeld. Het lid ASLAMI merkt op dat het nu net lijkt of de wethouder als een soort Sinterklaas met geld loopt te strooien, maar ook de kleine verenigingen moeten aan voorwaarden voldoen.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
Het lid STAARTJES gebruikt inderdaad graag een Sinterklaasvergelijking bij veel subsidies, maar juist bij deze regeling niet. Het gaat echt over de doelmatigheid en doeltreffendheid. Er wordt veel gevraagd aan de verenigingen en dan is het niet gek om als gemeente de sterke en vitale verenigingen voor deze regeling in aanmerking te laten komen. Het lid BELKASMI merkt op dat de opgave het grootst is in stadsdelen zoals Nieuw-West en Oost waar het sporten heel erg achterblijft. Kijkend naar hoe de subsidieregeling destijds is uitgevoerd, is te zien dat deze 12 keer is uitgekeerd aan Zuid. Dat is toch oneerlijk? Het lid STAARTJES meent dat dit ook komt omdat in Zuid veel meer buitensportverenigingen over accommodaties in eigendom beschikken. Dit zou in andere stadsdelen anders geregeld kunnen zijn. Het lid BELKASMI vraagt of er niet juist geïnvesteerd moet worden in stadsdelen waar de bewegingsopgave erg achter blijft? Het lid STAARTJES antwoord dat ongelijk investeren voor gelijke kansen niet de slogan is van de VVD. De fractie steunt wel het idee dat kleinere verenigingen accommodaties moeten delen. De VVD zou het liefst zien dat de regeling blijft zoals deze is. De fractie van het lid ASLAMI wil dat alle Amsterdammers kunnen sporten en niet alleen de mensen die in de juiste wijk wonen. De opgave is het grootst in Noord, NieuwWest en Zuidoost.
D66 is blij met de indexatie van het budget, de verruiming van de borgstelling, de langere looptijden en de toetsing door SWS, al zouden de kleinere verenigingen die het moeilijk hebben, wel meer steun moeten krijgen. Daarnaast meent de fractie dat het goed is om de raad jaarlijks te voorzien van een overzicht van hoe het staat met de borgstelling, de looptijden en de spreiding over de stadsdelen. Een goed moment hiervoor zou de behandeling van het Clubgebouwenbeleid 2.0 komend jaar zijn. Het lid YEMANE wil weten hoe de eventuele extra kosten die gemaakt worden door verenigingen die sport aanbieden voor een bepaalde doelgroep, meegenomen gaan worden in de berekeningen. Wethouder MBARKI licht toe dat Amsterdam een van de eerste steden is die met het voorliggende stuk naar voren treedt. Die 1/3-regeling bestaat al geruime tijd, maar de wereld is veranderd. Veel steden hebben te maken met verouderde voorzieningen, zo ook Amsterdam. Het voorliggende voorstel wil daar iets aan doen. Het nieuwe Clubgebouwenbeleid moet inderdaad nog volgen want het 1/3-beleid lost slechts een deel van het probleem op. Een grotere vraag is hoe de clubs die per definitie niet in staat zijn om de middelen bij elkaar te krijgen om een 1/3--regeling aan te vragen - en daarnaast ook nog eens een lening en een waarborg - geholpen kunnen worden.
De clubs die wel zelf een aanvraag kunnen indienen, worden hier wel mee bediend en er gaat meer aandacht uit naar stadsdelen waar deze voordien tekort schoot. Met betrekking tot de vraag of er subsidie mogelijk is voor een overkapping, antwoordt de wethouder dat ervoor gekozen is om de middelen allereerst in te zetten voor de noodzakelijke kwaliteit, toegankelijkheid en de verduurzaming van de bestaande accommodaties. Overkappingen zijn waardevol, maar op dit moment niet het meest urgent. Het gaat overigens wel over sportverenigingen die accommodaties in bezit hebben en die lid zijn van de NOC*NSF. Op de vraag over die subsidieverhoging van 40% naar maximaal 500.000 euro geeft de wethouder aan dat hier bewust voor is gekozen, wetende dat er uitputting kan plaatsvinden. Mocht dat gebeuren dan zal de wethouder bij de raad terugkomen. Het lid BELKASMI maakt zich, als gevolg van die subsidieverhoging, zorgen over het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen. Sommige verenigingen in
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
stadsdelen die al een hoge beweegrichtlijn hebben, zullen sneller een aanvraag rond krijgen dan kleinere verenigingen elders. Hoe verhoudt de wethouder zich tot die zorgen? Wethouder MBARKI antwoordt dat hier al rekening mee gehouden wordt en noemt als voorbeeld de voetbalverenigingen in Noord, Nieuw-West en Oost. Zij kunnen jaarlijks een investering tot 50.000 euro aanvragen, maar dan met een hogere bijdrage (2/3). Echter, als er nu twee clubs in Zuid zeggen te willen fuseren in een gebouw zodat zij in exploitatie veel gezonder worden en daarom die maximale aanvraag doen, dan is dat ook goed. Meerdere clubs in een accommodatie is een beleidslijn die gestimuleerd wordt vanuit het college. Dat is in de laatste jaren niet vaak voorgekomen en daarom die verhoging van de subsidie als extra prikkel om dat wel te gaan doen. Aangaande de vraag van het lid Badal legt de wethouder uit dat er naast dit beleid een projectleider opstalrechten is geworven die de clubs zal begeleiden bij de juridische voorwaarden. Daarnaast is er een projectleider duurzaamheid die ondersteunt bij energiemaatregelen en bijpassende subsidies en in Noord, Nieuw-West, Zuidoost en bij de voetbalverenigingen komt extra begeleiding in de vorm van een vast contactpersoon. De gemeente zorgt er dus ook voor dat kennis van de regeling daadwerkelijk bij de mensen terecht komt.
Ten aanzien van de constateringen van het lid Staartjes vraagt de wethouder hoe dit rijmt met diens inbreng tijdens een vorige commissie waarin het lid aangaf dat sportpark Sloten aandacht behoeft? Het lid STAARTJES merkt op dat hier wel een verschil in zit. De accommodaties van sportpark Sloten zijn eigendom van de clubs daar die ook samen nadenken over hoe het park op de beste manier geëxploiteerd kan worden. De zorgen die de VVD daarover had, gingen over de delen die van de gemeente zijn. Dat is voor de fractie een belangrijk onderscheid en dat is waar het lid tijdens de vorige commissie een punt van maakte. Wethouder MBARKI antwoordt dat de ingrepen die de gemeente heeft moeten doen in sportpark Sloten noodzakelijk waren en het gevolg van besluiten die in het verleden anders zijn gemaakt. Het nieuwe beleid is juist bedoeld om dit te voorkomen en van het idee dat wat sterk is, versterkt moet worden, wil de wethouder juist af. Het lid ASLAMI sprak over het monitoren van de borgstelling en of de raad daarover geïnformeerd kan worden. Een terechte vraag en de wethouder zal kijken waar dit aan gekoppeld kan worden maar merkt ook op dat er in de afgelopen zestig jaar geen claim is geweest op die borg. Daarnaast heeft de gemeente een risicoreservering waarmee een eventuele claim kan worden afgedekt.
Met betrekking tot de laatste vraag van het lid Yemane over extra kosten die sommige verenigingen maken om de sport toegankelijk te maken voor beperkten, merkt de wethouder op dat voor buitensportverenigingen de fysieke toegankelijkheid voor Amsterdammers met een beperking nu expliciet binnen de regeling valt. Deze extra kosten zijn dus meegerekend, maar wel met de voorwaarde dat de vereniging eigenaar is van de accommodatie. Het lid YEMANE vraagt of er ook rekening mee gehouden wordt dat deze verenigingen vaak meerkosten maken om inclusieve sport te kunnen aanbieden? Wethouder MBARKI antwoordt dat zij een aanvraag kunnen indienen en daarin worden voorzien. Ook is er de subsidie Sterke Sportclubs waar een aanvraag voor dit soort voorzieningen ingediend kan worden. De VOORZITTER constateert dat het agendapunt geen tweede termijn behoeft, maar wel tijdens de raadsvergadering kort aan bod dient te komen.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
Economische Zaken 7 Vaststellen van de tarieven markt- en staanplaatsgelden 2026 (VN2025011687) De gemeenteraad te adviseren over de raadsvoordracht (gemeenteraad d.d. 12 november 2025). 8 Bespreken van de raadsinformatiebrief over de uitkomsten van de consultatie marktverordening (VN2025-010798) Ter bespreking en voor kennisgeving aannemen. Geagendeerd op verzoek van het lid Schmit (D66). Was TKN 13 in de vergadering van 2 juli 2025. De VOORZITTER stelt gevoegd aan de orde agendapunten 7 en 8. Het lid SCHMIT merkt op dat de marktkooplui die hem aanspreken zich afvragen of er wel iets gebeurt bij de gemeente. Marktondernemers zijn immers gebaat bij zekerheid. D66 ziet de markten teruglopen en de onvrede groeien. De fractie kent de wethouder als iemand die zich hard maakt voor het behoud van de markten, maar toch zijn er zorgen. Waarom wordt de nieuwe verordening steeds uitgesteld? Het laatste nieuws is dat deze pas in 2027 in werking zou kunnen treden. Het lid NAMANE meent dat markten een sociale functie hebben en begrijpt dat het lid Schmit er graag haast mee wil maken. Aan de andere kant wordt het proces nu heel zorgvuldig doorlopen door het college en dat kost tijd. De PvdA heeft gelezen dat vernieuwing van de markten wel al mogelijk gemaakt wordt voordat de verordening ingaat.
Is het wellicht mogelijk om ook alvast te starten met het testen van maatregelen in de praktijk? De motie van het lid dat vraagt om een plek op de markt voor maatschappelijke initiatieven is in het stuk geland en dat is positief. De fractie kijkt uit naar de verordening, maar zou ook graag de mogelijkheid willen zien om bijvoorbeeld slechts een keer op de markt te kunnen staan, of een kortere periode, zodat, als voorbeeld, de gemeente er zelf kan gaan staan naar aanloop van de verkiezingen. De fractie van het lid BADAL wil de markten ondersteunen met maatwerk. Daarom zou het CDA graag willen weten hoe de markten draaien en welke kosten daaraan verbonden zijn. Zwakke markten moeten worden ontzien en sterke markten kunnen meer dragen. Wat betreft het proces hoopt het CDA dat de input van marktondernemers serieus wordt meegenomen in de nieuwe verordening. Participatie moet niet vrijblijvend zijn. Kan de wethouder dat toezeggen? Het lid VON GERHARDT hoort het lid Badal zeggen dat de participatie wel voor iets moet zijn geweest, maar in het rapport staat dat elke koopman andere wensen heeft. Hoe ziet het CDA dan voor zich daarin mee te bewegen? Het lid BADAL antwoordt dat er bij elke markt gekeken moet worden naar het karakter van de markt, de samenstelling, de verkochte producten, de verhouding met de omgeving en de sociale functie.
Het lid VON GERHARDT begrijpt dat, maar er zijn soms ook verschillen binnen een markt. Hoe kijkt het CDA daarnaar? Het lid BADAL meent dat gewoon per markt het gesprek aangegaan moet worden om zo tot een besluit te komen. Het lid VON GERHARDT vraagt of dat betekent dat het ook private markten kunnen worden, of gaat het alleen om markten van de gemeente?
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
Het lid BADAL denkt dat er gekeken moet worden naar wat past binnen een bepaalde omgeving. Het lid ABOELKASEM merkt op dat de markten al eeuwenlang onderdeel vormen van Amsterdam en van grote waarde zijn voor zowel bewoners als bezoekers. Het is daarom belangrijk dat het beleid rondom de markten financieel goed onderbouwd is. Op dit moment wordt ervoor gekozen te indexeren zonder dat er per markt een financieel overzicht beschikbaar is. Zonder deze informatie is het lastig om doelgericht beleid te voeren en te onderzoeken of tariefdifferentiatie mogelijk is. De fractie zou daar graag een reflectie op willen van de wethouder. De consultatie over de marktverordening heeft voor waardevolle informatie gezorgd. Ondernemers hebben meegedacht over de toekomst van het beleid, maar hebben ook laten weten dat er op bepaalde punten verbetering mogelijk is. Sommige ondernemers hebben het gevoel dat zij de complexe Europese regelgeving moeten begrijpen en hun wensen juridisch moeten kunnen onderbouwen, maar dat is voor een deel van hen lastig. Om die reden is het wenselijk het participatieproces iets toegankelijker te organiseren. Tot slot heeft DENK van enkele marktondernemers vernomen dat zij bezig zijn met een concept marktverordening die zij graag aan de gemeente willen aanbieden wanneer deze af is.
Staat het college ervoor open deze in ontvangst te nemen? Het lid IJMKER deelt het ongeduld van het lid Schmit. Natuurlijk moet het proces zorgvuldig doorlopen worden, maar inmiddels zou de markt wel gebaat zijn bij een verordening met duidelijke regelgeving. Het lid IJmker was ook blij met de positieve reactie op de motie van het lid Namane en spreker zelf over meer ruimte voor maatschappelijke diensten op de markt en ziet graag dat daarmee aan de slag wordt gegaan. Het idee van een markt op afstand of het privatiseren van markten, leveren zorgen op. Wat gaat dat betekenen voor kleine ondernemers? En laat men vooral niet de sociale functie van de markt vergeten. Tot slot mist GroenLinks in het stuk het perspectief van bezoekers en omwonenden. Is er wellicht sprake van overlast? Of zijn er andere zaken die spelen? Ook dat perspectief moet meegenomen worden in het beleid. Het lid SCHMIT hoort GroenLinks zeggen dat op een private markt de kleine ondernemer geen kans zou hebben en er geen sociale functie is. Zou de fractie dit willen toelichten? Het lid IJMKER ontkent dit gezegd te hebben. Het lid citeerde uit het rapport dat ondernemers zich er zorgen over maken dat kleinere ondernemers weggedrukt worden door de mogelijke komst van grotere en financieel sterkere partijen, zorgen die gedeeld worden door de fractie.
Het lid VON GERHARDT vraagt zich af of de gemeente bij dit beleid niet onder de Europese dienstenrichtlijn uit kan komen. Kijkend naar de bezette plekken en de verleende vergunningen is dat wellicht wel een puzzel die te leggen valt. Uit de consultatie blijken grote verschillen tussen de wensen van markten en marktlieden en de fractie wil al die wensen omarmen. Door ruimte te geven aan die verschillen, krijgt men de meest levendige markten omdat het ervoor zorgt dat men op het juiste moment met de juiste producten op de markt staat. Het lid IJMKER las in het stuk dat het juist gaat om een balans vinden tussen maatwerk en differentiatie, uitvoerbaarheid en kosten. Hoe reflecteert het lid Von Gerhardt daarop? Het lid VON GERHARDT meent dat als markten levendig en aantrekkelijk zijn, dit ook meer bezoekers aantrekt, het verdienmodel van de markt omhoog helpt en de kosten van de gemeente drukt.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
Het lid IJMKER constateert dat de VVD zegt het niet eens te zijn met het dilemma dat wordt beschreven in het stuk. Het lid VON GERHARDT denkt dat de VVD iets meer vertrouwen heeft in de markt en zijn ondernemers. Geef die ondernemers de ruimte voor hun aanbod. De gemeente moet vooral faciliteren. Het lid IJMKER licht toe dat de zorgen van GroenLinks vooral gaan over hoe de gemeente moet omgaan met dat dilemma en vindt het spijtig dat de VVD daar niet serieus op ingaat. Het lid VON GERHARDT wil de procedures makkelijk houden en niet helemaal dichttimmeren. Dat schept vertrouwen en kost minder. Privatiseren is ook nog een optie. Wethouder MBARKI legt uit dat er erg veel zorgvuldigheid betracht wordt in dit dossier omdat men te maken heeft met de bestaande rechten van ondernemers, rechten die vaak over jaren zijn opgebouwd. Ook marktondernemers zelf geven aan dat het complex is. Amsterdam kent veel markten, maar geen enkele markt is hetzelfde. Die vereenvoudiging bewerkstelligen wordt lastig als markten ook de ruimte moeten krijgen voor maatwerk. Tegelijkertijd wil het college de verordening naar buiten brengen met daarin de optie voor markten op afstand. Deze optie zou de kosten voor markten die wel onder de gemeente blijven, beter draagbaar maken. De wethouder heeft begin 2025 al gezegd dat er niets verandert voor ondernemers zolang er geen verordening ligt.
Hun bestaande rechten blijven. Op het moment dat de gemeente heeft besloten tot een nieuwe werkwijze, zal er allereest nog een overgangsregeling komen om de rust te behouden. De wethouder wil te allen tijde voorkomen dat er te snel wordt gegaan en er keuzes gemaakt worden waar men later spijt van krijgt. Het college kijkt ook naar hoe andere gemeenten dit doen en is aan het bouwen aan een marktverordening die hopelijk vele jaren meegaat. Het lid SCHMIT vraagt of de wethouder vijf jaar niet wat lang vindt voor een zorgvuldig proces? Wethouder MBARKI krijgt juist het verzoek om voorzichtig en zorgvuldig te zijn met een nieuwe verordening omdat de huidige al vijftig jaar bestaat. Daarnaast wordt via de experimenteerruimte nu al gekeken of er ruimte geboden kan worden aan nieuwe ondernemers. Het klopt dat de motie van het lid Namane en het lid IJmker is geland. Enerzijds is het voor marktondernemers zo dat als je ingeschreven staat in het marktregister, je ook als loteling kunt meedingen op markten waar je niet op de lijst staat. Voor nieuwe marktondernemers geldt dat als je ingeschreven staat in het register, je op elke markt kunt staan als loteling of sollicitant en, helemaal in lijn met de motie, voor wie niet ingeschreven staat in het register – zoals sociaal maatschappelijke initiatieven - wordt het nu heel pragmatisch geregeld.
Men mag staan op een markt waar plek is zolang het niet in strijd is met het economisch belang van de markt. De motie helpt het college om bij de verordening en consultatie dit soort voorbeelden mee te kunnen nemen. Ten aanzien van de vragen van het lid Badal legt de wethouder uit dat een markt niet alleen zijn waarde uitdrukt in wat de markt kost. De stad kent een diversiteit aan markten en de bijdrage die deze leveren is heel verschillend. De vraag is of het moet gaan om een economische bijdrage of een sociale bijdrage? Een markt kan ook veel betekenen voor het opleven van een buurt. Daarnaast merkt het lid Badal op dat maatwerk in de marktwerking een oplossing zou kunnen zijn voor de kosten. De wethouder wil de raad herinneren aan het besluit dat vorig jaar is genomen ter vereenvoudiging van het tariefstelsel omdat uit evaluaties bleek dat dit heel complex was. Het college wil daarom vanuit het solidariteitsbeginsel naar dit onderwerp kijken: de markten dragen elkaar en op die manier zou het ook georganiseerd moeten worden. Het lid Aboelkasem vroeg het college om aandacht te hebben voor ondernemers die ondersteuning nodig hebben om tot een betere duiding te komen van de regelgeving. De wethouder is het daarmee eens en ook om die reden is er tijd nodig om dit proces zorgvuldig te doorlopen. Als dat
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
betekent dat het college een conceptverordening in ontvangst moet nemen, dan staat het daarvoor open. Het lid IJmker merkte op dat de markten niet alleen voor ondernemers zijn. Dat klopt. Deze zijn primair bedoeld voor bewoners, maar de gemeente heeft wel te maken met de bestaande rechten van ondernemers. Op de vraag van het lid IJmker om ook de belangen van bezoekers en bewoners mee te wegen, merkt de wethouder op dat dat al plaatsvindt via de marktmonitor. De resultaten van de nieuwe monitor worden begin 2026 verwacht en zullen ook meegenomen worden in de ontwikkeling van de nieuwe verordening. De VOORZITTER constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Agendapunt 7 is gaat naar de begroting. Spreker vraagt of er behoefte is om punt 8 te bespreken in de raad. Dat is niet het geval. MBO en Toeleiding Arbeidsmarkt 9 Bespreken van de bestuurlijke reactie op motie 338 d.d. 17 juli 2024 van de leden Bentoumya, Schmit, Belkasmi en Broersen inzake ongedocumenteerde mbostudenten (VN2025-013949) Ter bespreking en voor kennisgeving aannemen. Geagendeerd op verzoek van het lid Bentoumya (GL). Was TKN 2 in de vergadering van 1 oktober 2025. Het lid BENTOUMYA meent dat ook ongedocumenteerde mbo-studenten onderdeel zouden moeten zijn van het Stagepact mbo dat als uitgangspunt een inclusieve en solide arbeids- en stagemarkt hanteert.
Zij ervaren in Amsterdam echter obstakels die dit voor hen moeilijk maken en om die reden heeft de fractie GroenLinks samen met D66, PvdA en VOLT deze motie ingediend. De fractie is blij om te lezen dat er ook stappen zijn gezet, zoals bijvoorbeeld een integriteitsformulier in plaats van een VOG. Een punt uit de motie was het aansluiten bij het convenant voor ongedocumenteerde studenten, waar mbostudenten nog geen onderdeel van uitmaken. Daar zou onderzoek naar gedaan worden en GroenLinks hoort graag de stand van zaken. Een ander obstakel is het doorstromen naar een vervolgopleiding. Wordt dit ook ondervangen met het convenant of wordt er op een andere manier gekeken naar 18+/18- voor ongedocumenteerde studenten? Tot slot is het belangrijk dat de mbo-scholen, maar ook de ongedocumenteerde studenten zelf, op de hoogte gebracht worden van de stappen die er zijn gezet. Het lid wil graag weten hoe dit wordt gedaan en of de gemeente daar een actieve rol in speelt. Het lid BELKASMI sprak een jongeman die een mbo-opleiding deed maar na zijn 18de ineens geen examen meer mocht doen. Wat gebeurt, is dat deze jongen zijn motivatie verliest en niet verder kan. Dat is niet goed voor hem en niet voor het land. In Amsterdam wonen duizenden ongedocumenteerden. Dan kan men twee dingen doen: principieel niets regelen, of erkennen dat deze mensen er zijn.
Veel van hen werken in de informele economie, vaak onder slechte omstandigheden en soms zelfs uitgebuit. Het PvdA zou graag wat meer flexibiliteit willen zien ten aanzien van de mogelijkheden zodat zij bij kunnen dragen aan de stad in plaats van erbuiten te worden geplaatst. Het is mooi als deze jongeren hun diploma kunnen halen, maar het zou nog beter zijn als zij daarna ook kunnen gaan werken. Kan de wethouder aangeven of er gezocht wordt naar manieren om deze jongeren perspectief te bieden? Het lid SCHMIT beaamt dat het belangrijk is dat ongedocumenteerden na het behalen van hun diploma zo snel mogelijk in de samenleving mee kunnen doen. D66 heeft twee vragen: - Hoe kijkt de wethouder tegen het mogeljk snelle omzetten van een buitenlands diploma in een Nederlands diploma aan? - Kan er niet gekeken worden naar een proeve van bekwaamheid in plaats van dat er eerst stage gelopen moet worden?
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
Het lid KABAMBA vindt de maatregelen die genomen worden waardevol, maar uit de brief blijkt toch dat deze studenten nog steeds tegen belemmeringen aanlopen. Zowel na het behalen van een diploma als na de 18de verjaardag. Het lid zou graag vernemen hoe in de komende pilot gewaarborgd wordt dat de ervaringen van studenten en docenten meegenomen worden in de evaluatie zodat de raad dit ook terug kan lezen. Daarnaast vraagt de fractie of de wethouder kan toezeggen eventuele knelpunten nog dit studiejaar terug te koppelen aan de raad. Wethouder MBARKI vertelt dat de ondertekening van het convenant voor mbostudenten zal plaatsvinden op woensdag 26 november a.s., een heel belangrijke stap vanuit het oogpunt van onbenut werkpotentieel en vanuit menselijkheid. De wethouder zou, in plaats van het beantwoorden van de gestelde vragen, graag eerst een brief willen sturen aan de raad met daarin de afspraken uit het convenant en de uitwerking daarvan. Het lid BENTOUMYA is blij om dit te horen, maar wil ook aandacht vragen voor die 18- /18+-grens en dan niet alleen met betrekking tot het convenant, maar ook over wat er allemaal is gedaan voor ongedocumenteerde mbo-studenten die meerderjarig worden. Wethouder MBARKI zal dit meenemen en denkt ook aan een technische sessie om een en ander nog duidelijker te krijgen, mits de raad daarvoor openstaat.
Het lid BELKASMI vraagt wanneer de raad deze brief kan verwachten. Wethouder MBARKI lijkt het goed om de brief samen te laten vallen met een technische sessie. De VOORZITTER vraagt of er behoefte is aan een technische sessie en constateert dat een meerderheid voor stemt. Het lid SCHMIT stelt voor om deze sessie dan te houden op een mbo-school. De VOORZITTER ziet de wethouder knikken, dus dat is een goed idee. 10 Bespreken van de reactie op motie 108.25 van de leden Bentoumya, Schmit, Belkasmi en Kabamba inzake ‘Informeer jongeren actief over zzp-schap’ (VN2025013948) Ter bespreking en voor kennisgeving aannemen. Geagendeerd op verzoek van het lid Bentoumya (GL). Uitgesteld in de vergadering van 1 oktober 2025. Het lid BENTOUMYA legt uit dat deze motie is ingediend om aandacht te vragen voor schijn zzp-constructies waarbij met name jongeren grote risico’s lopen. Deze motie richt zich dus specifiek op jongeren die niet weten dat ze ondernemen. Gelukkig is er een nieuwe wet die erin toeziet schijnconstructies moeilijker te maken, maar er zijn nog steeds risico’s. GroenLinks is onvoldoende overtuigd van het bereik van sommige acties.
Het geven van informatie over ondernemerschap is mooi, maar bereik je dan ook deze doelgroep? Zijn er wellicht andere plekken waar over dit onderwerp informatie gegeven kan worden, bijvoorbeeld bij burgerschap? Daarnaast leest de fractie dat de suggestie over de Sociale Werkkoepel geen relevantie suggestie was en daarom wil GroenLinks graag een nieuwe suggestie doen: zou het werkgeversservicepunt betrokken kunnen worden bij deze acties? Het lid BELKASMI heeft een vraag. In de reactie van het college wordt verwezen naar de Masterplan-gebieden, terwijl het bij Noord gaat om Aanpak-Noord. Het lid heeft ook signalen uit Noord ontvangen en daarom vraagt de PvdA zich af of Noord hierbij wel aangehaakt is.
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 5 november 2025
Het lid KABAMBA ziet dat de gemeente belangrijke stappen zet om jongeren bewuster te maken van de risico’s van ondernemerschap. Toch zijn er nog veel jongeren die niet eens weten dat zij zzp’er zijn of die onder druk in dit soort situaties terecht komen. Kan er samengewerkt worden met ondernemersorganisaties en dan vooral van culturen die dichterbij staan, die uitleggen hoe het is om ondernemer te zijn? Is er een samenwerking met het KvK en de mbo’s en kan de raad een update krijgen over het verkrijgen van een erkend certificaat op het mbo dat helpt in dit soort situaties? Tot slot vraagt het lid Kabamba of het mogelijk is om al informatie te geven voordat jongeren 18 worden. Wethouder MBARKI legt uit dat het college, als reactie op de motie, naar de raad heeft gecommuniceerd waar de gemeente mee bezig is en de nieuwe suggestie van het lid Bentoumya over het werkgeversservicepunt zal ook meegenomen worden. Het college heeft geconstateerd dat jongeren die al in een schijnconstructie zitten, heel moeilijk te bereiken zijn. Wel wordt er veel gedaan om voortijdig te informeren. Zo worden jongeren voor de inschrijving bij de KvK op de hoogte gebracht van de risico’s. Daarnaast organiseert de Belastingdienst informatiesessies waar de gemeente naar doorverwijst en wordt er informatie gegeven op scholen. Daar wordt ook aan gewerkt in AmsterdamNoord.
Op deze manier hoopt het college zoveel mogelijk jongeren te bereiken. Het lid BELKASMI vroeg specifiek naar Noord omdat in de brief staat dat er primair gekeken wordt naar de Masterplan-gebieden en dan denkt de PvdA aan Nieuw-West en Zuidoost omdat de Aanpak-Noord een andere naam heeft. Wordt er ook primair gekeken naar de doelgroep in Amsterdam-Noord? Wethouder MBARKI antwoordt dat er gesprekken worden gevoerd met Noord om te kijken hoe de activiteiten ook daarnaartoe uitgebreid kunnen worden. De VOORZITTER constateert dat het onderwerp voldoende is behandeld. TOEGEVOEGD BESPREEKPUNT Jongerenwerk 11 Bespreken van het onderwerp 'Ontmoetingsplekken voor jongeren' Ter bespreking en voor kennisgeving aannemen. Geagendeerd op verzoek van het lid Belkasmi (PvdA). Dit punt is op 28 oktober toegevoegd aan de agenda. Dit agendapunt wordt verschoven naar een volgende vergadering. De VOORZITTER sluit de vergadering.
17