CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20251029 Memo Inlichtingenplicht(62762054.2).pdf

RAAD 22 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het juridisch advies over de inlichtingenplicht van de burgemeester aan de gemeenteraad (VN2025-018059)3.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

AAN

Stichting ondersteuning Amsterdamse gemeenteraadsfractie FVD T.a.v. mr. drs. A.H.J.W. van Schijndel

VAN

Advocaat TELEFOON E-MAIL POSTADRES

29 oktober 2025 ONS KENMERK 1006743 DATUM

ONDERWERP

Gerrit van der Veen +31 88 253 5556 gvanderveen@akd.nl Postbus 4302 3006 AH Rotterdam

WEBSITE

www.akd.nl

Inlichtingenplicht burgemeester

1

INLEIDING

1.1

U stelde mij de vraag naar de reikwijdte van de informatieplicht van de burgemeester van artikel 180 Gemeentewet. U deed dat in de context van de drie sets schriftelijke vragen in relatie tot de Maccabirellen van november 2024 in Amsterdam waarop de burgemeester naar uw mening niet of onvoldoende heeft geantwoord en daarmee haar inlichtingenplicht aan de raad heeft verzaakt.

1.2

Ik bespreek eerst de inlichtingenplicht als zodanig aan de hand van (voornamelijk) literatuur, (punt 2), geef daarna een concrete invulling van eisen die uit de inlichtingenplicht voortvloeien (punt 3) en maak dan nog enige aanvullende opmerkingen over een aantal antwoorden op de drie sets schriftelijke vragen in relatie tot de genoemde Maccabi-rellen (punt 4). Ik rond af met een korte slotbevinding.

2

DE INLICHTINGENPLICHT

2.1

Op grond van artikel 180 lid 2 Gemeentewet moet de burgemeester de raad alle inlichtingen geven die hij nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Dit is een actieve inlichtingenplicht. De burgemeester moet uit eigen beweging de inlichtingen verschaffen. Artikel 180 lid 3 Gemeentewet kent daarnaast een passieve inlichtingenplicht. Het lid bepaalt dat de burgemeester de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen geven, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. De burgemeester verschaft inlichtingen op verzoek van de gehele raad, dan wel op verzoek van één of meer individuele raadsleden.

2.2

De inlichtingenplicht van de burgemeester aan de raad(sleden) bestrijkt het bestuur dat hij als ambt burgemeester voert. Zie M.A.D.W. de Jong, T&C GPW, commentaar op art. 180 Gemw, aantekening 1. De verantwoordingsplicht bestrijkt het bestuur dat de burgemeester als eenhoofdig In Nederland wordt de praktijk uitgevoerd door AKD N.V., statutair gevestigd in Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de algemene voorwaarden van AKD N.V. van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 22/2023 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op https://www.akd.eu/.

#62762054v2

pagina 1 van 7

bestuursorgaan uitoefent. De verantwoordingsplicht is ruim geformuleerd (‘door hem gevoerde bestuur’) en wordt bovendien ruim uitgelegd: zowel alle handelingen die de burgemeester als ambtsdrager verricht, het eventueel nalaten te handelen, als handelingen of gedrag die het aanzien van het ambt burgemeester kunnen raken, vallen onder de verantwoordingsplicht. Zie M.A.D.W. de Jong, T&C GPW, commentaar op art. 180 Gemw, aantekening 2. Tot deze verantwoordingsplicht behoort het rekenschap afleggen van het beleid van de burgemeester (MvT, Kamerstukken II, 1968/69, 9882, 3, p. 3). 2.3

De burgemeester verstrekt geen inlichtingen, indien het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. De in artikel 180 lid 3 Gemeentewet opgenomen weigeringsgrond voor het verstrekken van inlichtingen is dus het openbaar belang. De burgemeester zal zich dan wel dienen te beroepen op het openbaar belang als de burgemeester meent dat informatie niet verstrekt kan worden. Een beroep op het openbaar belang behelst dus niet, dat de plicht tot het afleggen van verantwoording vervalt. De burgemeester zal dienen uit te leggen waarom de burgemeester van mening is dat de verschoningsgrond van toepassing is. Zie J.L.W. Broeksteeg, Gemeenterecht (Handboeken staats- en bestuursrecht), Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 266. Het is vervolgens zo, dat de raad beslist of hij zich al dan niet in het beroep op die uitzonderingsgrond zal kunnen vinden. Zie S.A.J. Munneke, De Gemeentewet en haar toepassing, art. 169 Gemw, aant. 2.3.3. Naar mijn idee hoeft de gemeenteraad niet “te makkelijk” akkoord te gaan met een eventueel beroep van de burgemeester op het algemeen belang. Dat is zo, omdat de literatuur uit de parlementaire behandeling van de weigeringsgrond afleidt dat het beroep tot de hoge uitzonderingen moet blijven behoren. Zie A.H.M. Dölle/D.J. Elzinga, Handboek van het Nederlandse Gemeenterecht, derde druk, Deventer 2004, p. 518. Wat uitgebreider is M.A.D.W.

de Jong, T&C GPW, commentaar op art. 180 Gemw, aantekening 6: In lid 3 is bepaald dat de burgemeester alleen inlichtingen mag weigeren indien het verstrekken daarvan in strijd is met het openbaar belang. De regering gaf aan dat slechts indien zwaarwegende belangen in het geding zijn, een beroep op 'strijd met het openbaar belang' gedaan mag worden en de burgemeester aldus onder de inlichtingenplicht kan uitkomen. De burgemeester zal zich expliciet op de uitzonderingsgrond moeten beroepen indien hij informatie weigert en de raad zal vervolgens moeten beoordelen of dit beroep wordt aanvaard (MvT, Kamerstukken II, 1985/86,19403, 3, p. 145-146).

2.4

De literatuur geeft al met al een strenge lezing aan de inlichtingenplicht van de burgemeester over het bestuur dat hij als ambt burgemeester voert, en kent slechts zeer beperkte ruimte toe aan een eventueel beroep op het openbaar belang om inlichtingen niet, dan wel slechts beperkt te verschaffen. Indien de burgemeester een beroep zou doen op openbaar belang, is het aan de raad om dat beroep te beoordelen in relatie tot de verantwoordingsplicht die de burgemeester hoe dan ook heeft, ook dan.

3

CONCRETE INVULLING VAN DE INLICHTINGENPLICHT

3.1

Het bovenstaande behelst naar mijn idee het volgende. De burgemeester dient feiten te verschaffen en zo nodig eigen nader onderzoek te doen om rekenschap af te leggen van het beleid.

3.2

Ik ga eerst in op feiten.

3.3

De burgemeester is gehouden tot een volledige eigen feitenverschaffing omtrent de handelingen die de burgemeester als ambtsdrager verricht, het eventueel nalaten te handelen, en omtrent

#62762054v2 #62762054v2

pagina 2 van 7

handelingen of gedrag die het aanzien van het ambt burgemeester kunnen raken. De burgemeester heeft een eigen gehoudenheid tot het beoordelen op juistheid en volledigheid van feiten die de burgemeester van “elders” ontvangt, en kan die dus niet zonder meer één op één doorgeleiden. De verantwoordingsplicht is niet beperkt tot een soort “doorzendplicht”. 3.4

Het vorenstaande draagt in zich een vorm van een vergewisplicht. Ontvangt de burgemeester feitelijke weergaven van anderen, dan dient de burgemeester zich terdege te vergewissen van de juistheid van die presentaties. Wanneer de presentaties van anderen daartoe aanleiding geven, dient de burgemeester navraag te doen bij de verschaffers van de feiten, dan wel zelf nader onderzoek te doen naar de juistheid of onjuistheid van de gepresenteerde feiten.

3.5

Het verschaffen van feiten door de burgemeester kan betekenen dat uit een veelheid van gegevens een selectie moet worden gemaakt. Het kan zijn dat er feiten gedestilleerd moeten worden om “ondersneeuwen” door een grote hoeveelheid materiaal te voorkomen. Tegelijkertijd mag een selectie er uiteraard niet toe leiden, dat (bijvoorbeeld) kleuring van feiten plaatsvindt of bepaalde feiten worden weg gefilterd.

3.6

Wanneer feiten niet precies zijn vast te stellen, wil dat niet zeggen dat ze in het geheel niet zijn vast te stellen. Dan zullen ze bij benadering vast te stellen zijn en dan dient de burgemeester dus een beredeneerde benadering van feiten te verschaffen. Gaat het – bijvoorbeeld – om een inschatting van een aantal demonstranten, dan dient de burgemeester zich terdege te vergewissen van de juistheid van de inschattingen die anderen presenteren, dan wel zelf alsnog een beredeneerde inschatting te maken. Het resultaat daarvan dient verschaft te worden. Wanneer bijvoorbeeld – zoals bij een lange demonstratie het geval kan zijn – gedurende een periode het aantal demonstranten uiteenloopt, dan zal een beredeneerde inschatting van een bandbreedte gegeven moeten worden. Wanneer de raad of een raadslid vraagt om aantallen van – bijvoorbeeld – demonstranten, dan lijkt het mij kwestieus als de burgemeester in het geheel geen (beredeneerd) antwoord op de vraag naar aantallen geeft.

3.7

Het spreekt naar mijn idee voor zich dat het bovenstaande ook geldt voor (bijvoorbeeld) een fluctuerende inzet van agenten gedurende een bepaalde periode en/of in een bepaald gedeelte van een stad. Wat agenten zoal doen, en waar zij dat doen, en met hoeveel zij zijn, zal in meer of mindere mate gerapporteerd zijn. Het ligt voor de hand om aan de hand van dergelijke gegevens enig beeld te vormen van de feiten en het resultaat aan de raad mede te delen. Het lijkt niet bij de strekking van artikel 180 te passen, om met verwijzing naar fluctuerende inzet in het geheel geen inzicht in aantallen te geven wanneer juist daarom expliciet is gevraagd.

3.8

Ik kom vervolgens te spreken over het zo nodig doen van nader onderzoek om rekenschap af te leggen.

3.9

Het kan zijn dat feiten op enig moment toch niet juist of niet volledig blijken te zijn. Het kan ook zijn dat bevindingen van anderen op enig moment toch niet juist of niet volledig blijken te zijn. Dan zal de burgemeester alsnog nader onderzoek moeten (laten) doen om rekenschap van het beleid af te leggen. Dat dient ten behoeve van reflectie op dat beleid om daarover zo nodig van gedachten te kunnen wisselen. Tot de verantwoordingsplicht behoort het rekenschap afleggen van het beleid van de burgemeester. Het komt mij voor dat het afleggen van rekenschap er mede toe dient om lering te trekken uit feiten en omstandigheden. Dat geldt steeds. Dat geldt zowel wanneer zaken (erg)

#62762054v2 #62762054v2

pagina 3 van 7

goed zijn verlopen, maar te sterker wanneer er aanleiding kan bestaan om zaken een volgende keer zo mogelijk anders te laten lopen. Er is nu eenmaal – zo mogelijk – altijd plaats voor waardering en complimenten, net zo goed als voor kritiek. 3.10

Indien de burgemeester is afgegaan op feiten, rapporten, verslagen en/of impressies van anderen om daarop vervolgens haar handelen (mede) af te stemmen, dan past het om verantwoording af te leggen over die bronnen, om de reden(en) waarom de burgemeester erop is afgegaan en hoe de burgemeester dat gedaan heeft.

4

ENIGE OPMERKINGEN OVER ANTWOORDEN

4.1

Na het algemene kader ga ik kort in op de schriftelijke vragen en de beantwoording daarvan.

4.2

Het gaat om een eerste set van 20 november 2024 (https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/15755746/1?connection_type=17&connection_id =12077326), een tweede set van 21 november 2024 (https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/15755791/1?connection_type=17&connection_id =12077413) en een derde set van 4 december 2024 (https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/15755865/1?connection_type=17&connection_id =12077513).

4.3

Mij vielen uit de drie sets twee zaken op. De beantwoording van de vragen is gegeven door het college, terwijl de vragen in mijn beleving met name gaan over bevoegdheden van de burgemeester. Dan zou beantwoording door de burgemeester zelf wellicht meer voor de hand hebben gelegen. Voor de inhoud van de antwoorden maakt het zo te zien niet uit dat het college heeft geantwoord, nu de burgemeester (ook) deel uitmaakt van het college. Ten tweede wordt in geen van de sets antwoorden een beroep gedaan op openbaar belang om enige informatie niet te verschaffen. Kennelijk is er geen openbaar belang aan de orde dat zich verzet tegen beantwoording van de gestelde vragen. Ik kan zelf ook niet zo vlot een reden formuleren, welk openbaar belang geraakt zou worden bij beantwoording, Het komt dus vrij rechttoe-rechtaan neer op de vraag, of de vragen naar behoren zijn beantwoord in het licht van de inlichtingenplicht.

4.4

Mij vielen in dat verband uit de eerste set de volgende vragen en antwoorden op.

4.5

2. Is dit bericht over een aanstaande ‘Joden jacht’ door de politie gedetecteerd? Zo ja, op welk tijdstip?

4.6

De Inspectie Justitie en Veiligheid heeft onderzoek gedaan naar de informatiepositie van de politie voorafgaand aan en tijdens de ongeregeldheden in Amsterdam. De Inspectie concludeert dat de informatievoorziening voorafgaand aan de gebeurtenissen op orde was, maar dat dit geen garantie is voor voorspelbaarheid. De rol van sociale media blijkt van grote invloed op de gebeurtenissen. De Inspectie concludeert dat het duiden van de overload aan online signalen lastig is: het is de vraag welk gewicht aan dikwijls gewelddadige (online) uitingen moet worden gegeven, zeker waar een exacte omvang en locatie vaak ontbreekt of onduidelijk is.

4.7

Ik leid uit dit antwoord af, dat het echte antwoord is “Nee, dit bericht is niet gedetecteerd”. Een heldere vraag naar feiten kan met een helder feitelijk antwoord beantwoord worden.

#62762054v2 #62762054v2

pagina 4 van 7

4.8

3. De gemeente beschikt over een netwerk van jongerenwerkers, straatcoaches. ‘credible influencers’ en buurtvaders. Waarom heeft geen enkel lid van dit netwerk gewaarschuwd voor hitand-run acties, dat wil zeggen het kris kras door de binnenstad -te voet , per scooter of (taxi-)autorondgaan om kleine plukjes Maccabi-fans op weg naar hun hotel te grazen te nemen?

4.9

Omdat deze specifieke werkwijze niet was voorzien, ook niet door het netwerk van de gemeente. Zoals het onderzoeksrapport van het COT concludeert waren wij continu voorbereid op ongeregeldheden en hielden rekening met confrontaties tussen groepen. Het kantelmoment, de intensiteit en de specifieke werkwijze was niet voorzien. De vraag is of dit voorzien had kunnen worden en of dat eventueel tot andere maatregelen had geleid. Het COT concludeert dat dit niet te voorzien was.

4.10

Ik leid uit dit antwoord af, dat de burgemeester verwijst naar bevindingen van het COT. Het antwoord maakt niet duidelijk of de burgemeester de bevindingen van het COT (kritisch) tegen het licht heeft gehouden. Het antwoord “Het COT concludeert dat dit niet te voorzien was” neemt de burgemeester niet expliciet over en laat dus ruimte voor aarzeling, wat de burgemeester zelf vindt.

4.11

5. Hoe kan het dat de dienst Openbare Orde en Veiligheid c.q. de burgemeester -naar het zich laat aanzien- elke informatiepositie over wat er op til was bij onze ‘scooterjongens’, mist?

4.12

Beide onderzoeksrapporten concluderen niet dat er informatie zou zijn gemist of dat de informatiepositie niet op orde zijn. Er was ongelooflijk veel informatie die dagen. Er waren tienduizenden berichten in diverse appgroepen en op social media zoals vaak rondom voetbalwedstrijden. In deze ”overload” aan informatie was nauwelijks te filteren en duiden wat werkelijk een dreiging was en wat niet. Zowel de Inspectie van J&V en het COT concluderen dat deze “hit and run” acties niet te voorspellen en te voorzien waren.

4.13

Ik leid uit dit antwoord af, dat de burgemeester alleen verwijst naar bevindingen van anderen, in dit geval politierapporten en bevindingen van het COT. Een beoordeling van die bevindingen en/of een eigen analyse ontbreekt. De burgemeester geeft evenmin expliciet aan, dat zij de bevindingen onderschrijft.

4.14

Mij vielen uit de tweede set de volgende vragen en antwoorden op.

4.15

1. Hoe kan het dat, met de vorige nacht nog in gedachten, er in de nacht van 7 op 8 november te weinig politie in de binnenstad op de been was om ongeregeldheden te voorkomen na afloop van de wedstrijd Ajax-Maccabi Tel Aviv?

4.16

De Inspectie Justitie en Veiligheid heeft onderzoek gedaan naar of de taakuitvoering, onder meer op het gebied van toerusting, heeft bijgedragen aan het beheersen en beperken van de ordeverstoringen en het waarborgen van de openbare veiligheid. De Inspectie heeft geconcludeerd dat de toerusting voldoende was voor de voorziene risico’s. De inspectie concludeert dat ook bij een ruime inzet van mensen en middelen de grenzen van uitvoerbaarheid voelbaar zijn geworden.

4.17

Ik leid ook uit dit antwoord af, dat de burgemeester alleen verwijst naar bevindingen van anderen. Een beoordeling van die bevindingen en/of een eigen analyse ontbreekt. De burgemeester geeft

#62762054v2 #62762054v2

pagina 5 van 7

evenmin expliciet aan, dat zij de bevindingen onderschrijft. Dat is opvallend, omdat de vraag expliciet aan haarzelf is gesteld, hoe het kon dat er te weinig politie was. 4.18

Wat was de verdeling om middernacht in aantallen agenten tussen inzet rond de Arena en inzet rond Centraal Station, Damrak en Burgwallen?

4.19

Het is niet mogelijk om deze precieze inzet weer te geven, omdat de inzet continu fluctueert.

4.20

Dit is geen antwoord op de vraag. Wanneer een vraag naar feiten wordt gesteld, kan best denkbaar zijn dat de feiten niet precies (meer) zijn te traceren. Dan past een beredeneerde poging tot benadering van de gevraagde feiten. Als inzet fluctueert, fluctueert de inzet tussen bandbreedtes. Met de wetenschap van de ingezette agenten, al dan niet fluctuerend tussen bandbreedtes, en de diverse gebieden waar de agenten zijn ingezet, is het nu gegeven antwoord bepaald onvoldoende.

4.21

Mij vielen uit de derde set de volgende vraag en antwoord op.

4.22

Telt het aantal agenten die deel uitmaken van de Aanhoudingseenheden, Vredeseenheid, Verkenners, Hondengeleiders, Bereden politie en de Voetbaleenheid op tot 600 m/v na middernacht in het centrum daadwerkelijk inzetbare agenten? Graag een uitsplitsing van de aantallen agenten van genoemde eenheden en hun -eventuele- inzet na middernacht in het Centrum van Amsterdam.

4.23

De dag van het optreden zijn voor na de wedstrijd 5 Amsterdamse pelotons ME en overige kwaliteitsgroepen ingezet. Dit is afgezet tegen andere optredens rond voetbalwedstrijden in Nederland uitzonderlijk veel. Als gezegd hebben collega’s langere diensten gedraaid, waardoor er per saldo meer kwaliteitsgroepen op straat aanwezig waren. Daarnaast hebben andere politieonderdelen van de eenheid Amsterdam, alsook kwaliteitsgroepen uit andere eenheden een bijdrage geleverd. De Inspectie J&V heeft onderzoek gedaan naar de toerusting van de politie en heeft geconcludeerd dat de toerusting voldoende was voor de voorziene risico’s.

4.24

Dit is geen antwoord op de vraag. Wanneer een vraag naar feiten wordt gesteld, zoals een vraag naar uitsplitsing van agenten en het optellen van aantallen, kan best denkbaar zijn dat de feiten niet precies (meer) zijn te traceren. Dan past een beredeneerde poging tot benadering van de gevraagde feiten. Als ook andere politieonderdelen en/of andere kwaliteitsgroepen een bijdrage hebben geleverd, zijn er dus beslissingen genomen om (ook) die in te schakelen. Ook daarbij horen aantallen. Het nu gegeven antwoord is bepaald onvoldoende omdat het vragen omtrent feiten als aantallen, locaties en tijdstip niet eens bij benadering poogt te beantwoorden. Het wel gegeven antwoord lijkt overigens een loutere verwijzing naar bevindingen van anderen. Het mist daarom een eigen analyse.

5

KORTE SLOTBEVINDING

5.1

De inlichtingenplicht van de burgemeester heeft in de literatuur groot gewicht. Tot de inlichtingenplicht behoort het feitelijk juist en volledig beantwoorden van vragen. Wanneer vragen worden gesteld met een feitelijk karakter, zoals vragen naar aantallen, hoeveelheden, locaties en zo voort, zou verwacht mogen worden dat de burgemeester zo feitelijk, precies en correct mogelijk antwoordt. Ik zie in een aantal antwoorden niet terug dat de burgemeester zo feitelijk, precies en volledig mogelijk heeft geantwoord. Daarbij merk ik op dat de burgemeester geen beroep heeft

#62762054v2 #62762054v2

pagina 6 van 7

gedaan op “openbaar belang” als (eventuele) reden om niet, of minder feitelijk, minder precies en/ of minder volledig te antwoorden. Er is dus nog wel een slag te maken bij de beantwoording van een aantal gestelde vragen. Ik kan het mij daarom voorstellen dat u de nog niet volledig (etc.) beantwoorde vragen dus nogmaals aan de burgemeester voorlegt, met de vraag om nu wel volledig (etc.) te antwoorden. Met vriendelijke groet, Gerrit van der Veen

#62762054v2 #62762054v2

pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16511290/1