20250818 - Raadsinformatiebrief verduurzamen wagenpark
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 18 augustus 2025 Bedrijfsvoering Hester van Buren Facilitair Bureau (bestuurszaken.fb@amsterdam.nl)
Onderwerp
Verduurzaming Gemeentelijk Wagenpark richting 2030
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeer het college u over de verduurzaming van het gemeentelijk wagenpark. Op 30 november 2023 heb ik u hierover ook geïnformeerd. Dit was naar aanleiding van de Herijking van het Transitieplan Verduurzaming Gemeentelijk Wagenpark. Dit Transitieplan is in 2019 door ons vastgesteld en leidt naar een wagenpark dat in 2030 emissievrij is. In deze brief neem ik u mee in de stand van zaken en de risico’s en onzekerheden die mijn aandacht hebben.
Inleiding De bijdrage van het wagenpark aan de klimaatdoelstellingen en een schone lucht De verduurzamingsopgave van het wagenpark is een belangrijk thema binnen de Uitvoeringsagenda ‘Naar een Duurzame Gemeentelijke Organisatie 2020-2030’ (DGO). Elk jaar doen wij u daarover verslag in de Verduurzamingsrapportage. Uit de eerste cijfers blijkt dat door het elektrificeren van ons wagenpark de CO2-uitstoot van het wagenpark in 2024 per saldo met 17% is gedaald ten opzichte van 2023. Het gebruik van Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) als transitiebrandstof draagt hieraan zeker bij. De invoering van de stedelijke milieuzonering (vanaf 2020) en de nul-emissie-zonering (vanaf 2025) heeft voor de beheerders van de publieke ruimte geen inzetproblemen opgeleverd. Waar nodig zijn vervuilende voertuigen vervangen (eigendom en/of tijdelijke inhuur), krijgen vanwege een lopende aanbesteding (emissievrij) een ontheffing of worden tot vervanging buiten de zones ingezet.
Voortgang Voortgang afhankelijk van verschillende factoren De verduurzaming van het wagenpark hangt niet enkel af van de eigen inspanningen, maar voor een groot deel ook van de ontwikkelingen in de markt. Dit betekent dat de voertuigen die wij gebruiken – en dus geschikt zijn voor het werk - beschikbaar moeten zijn en door fabrikanten zijn te leveren. De verdere mogelijkheden van de verduurzaming hangen nauw samen met de voorzieningen die op onze werven (locaties) vooraf moeten worden getroffen. Denk aan stallingsruimte, stroomcapaciteit en laadpunten, maatregelen voor (brand)veiligheid en belemmeringen zoals netcongestie. Tot slot moeten de vervangingsinvesteringen en exploitatielasten meerjarig beschikbaar zijn om de transitie mogelijk te maken.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 18 augustus 2025 Pagina 2 van 6
Deze factoren – voertuig, locatie (werf), gebruiker en geld – vormen de hoekstukken van een puzzel. De envelop in het midden symboliseert de regie, communicatie en samenwerking die nodig is om de puzzel te maken. Het moet namelijk allemaal wel passen. Hierna zal ik aan de hand van deze factoren een actueel beeld schetsen over de stand van zaken en de aandachtspunten. 1. Regie: samenwerking vraagt integraal plannen Om de integraliteit van de verduurzamingsopgave te borgen, is de rol van stedelijk regisseur verduurzaming wagenpark in 2023 geïntroduceerd. Inmiddels heeft dit geleid tot 5 uitvoeringsplannen van de 5 directies met de grootste vloot (samen >95%). Op basis hiervan wordt het vervangingsplan uitgevoerd dat leidt naar een emissievrij wagenpark. Regievoering vraagt een integrale planning om de puzzelstukjes bij elkaar te brengen en waar de stukjes niet aansluiten oplossingen te zoeken. Een integrale planning maakt het mogelijk knelpunten snel te signaleren en het transitieproces langs verschillende kritische mijlpalen te volgen. Denk hierbij aan de momenten dat werflocaties – na eventuele bouw of verbouwing – beschikbaar worden gesteld voor het installeren van de laadinfrastructuur en laadvoorzieningen, het verkrijgen van het benodigde elektrisch vermogen van Liander en de levering van emissievrije voertuigen.
Deze integrale planning is voor het zomerreces gereed en wordt regelmatig herzien. 2. Voertuig: emissievrij wagenpark De afbeelding hierna geeft een beeld van de stand van zaken van de verduurzaming van het wagenpark per voertuigcategorie (peildatum 1 april 2025).
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 18 augustus 2025 Pagina 3 van 6
De eerste flinke stappen naar volledig emissievrij zijn gezet. De figuur geeft een wat vertekend beeld als niet gelijktijdig in ogenschouw wordt genomen dat het afgelopen jaar veel is geïnvesteerd in: - Marktconsultaties: met marktconsultaties worden de ontwikkelingen in de markt gevolgd en wordt geconstateerd dat de voertuigen die nodig zijn voor het werk langzaamaan beschikbaar komen. Dit geldt echter nog niet voor alle voertuigen en machines, zoals zware tractoren en de smalspoor-voertuigen die worden ingezet in het centrum van Amsterdam. Datzelfde geldt voor tijdelijk inhuur van voertuigen. Leveranciers zijn vaak niet in staat zwaardere of specifieke voertuigen in een elektrische variant beschikbaar te stellen (bijvoorbeeld sleepvoertuigen). - Inzet van kennis en capaciteit: het is noodzakelijk om nieuwe contracten in de markt af te sluiten. Daar vindt een enorme inspanning op plaats. - Aanbestedingsprocedures: aan de levering van een nieuw voertuig of laadinfrastructuur gaan Europese aanbestedingen vooraf. Europees aanbesteden kent vaste procedures die tijd vragen. De levertijd na contractdatum kan lang zijn. Voor bijvoorbeeld inzamelvoertuigen zijn levertijden afgeven van 15 en 18 maanden. - Aanbesteden laadinfrastructuur: het realiseren van laadvoorzieningen op werven gaat aan de levering van het voertuig vooraf.
Het eerder beschikken over voertuigen is dan niet wenselijk. De aanbesteding voor de aanleg van laadsystemen is inmiddels in volle gang en leidt tot 4 contractpartijen: 2 voor de laadinfrastructuur, 1 voor de transformatoren en 1 voor het laadmanagementsysteem in derde kwartaal van dit jaar. Het instemmingsbesluit met het gunningsadvies wordt voor het zomerreces aan het college van B&W voorgelegd. Om de voortgang in het juiste perspectief te plaatsen, is het zinvol om u een beeld te geven 0ver de stand van zaken van de aanbestedingen (emissievrij). Onderscheid is gemaakt in gegunde opdrachten, gepubliceerde opdrachten en de voorbereiding daarvoor. Het overzicht staat hieronder. Contractfase (gunning) ZE-leasevoertuigen (358) ZE-veegmachines (89)
Aanbestedingsfase (vanaf publicatie) ZE-veegmachine met truckopbouw (2) ZE-tuin- en parkmachines (klein)
Specificatiefase (tot publicatie) ZE-chassis-cabine-voertuigen (365) ZE-sleepvoertuigen (8)
ZE-inzamelvoertuigen (45)
ZE sleep/duwboot (1)
ZE-patrouillevaartuigen (2)
ZE rollpackers (6)
ZE-mobiel kantoor (1)
Zoals u kunt zien, is het afgelopen jaar op inkoopgebied veel werk verzet met de nodige resultaten: − De zero-emissie-leasevoertuigen (306 personenauto's en 52 kleine bestelbusje) zijn vrijwel volledig (98%) in bedrijf. Van de laatste 9 brandstofvoertuigen komen er 3 niet meer terug. − De eerste 26 van de 89 zero-emissie-veegmachines uit de nieuwe overeenkomst zullen nog dit jaar worden geleverd. − De eerste van de 45 bestelde zero-emissie-inzamelvoertuigen worden de tweede helft van 2026 verwacht en de leveringen lopen door in de eerste helft van 2027. Dit is conform de verwachtingen die eerder met u zijn gedeeld. − In het verlengde hiervan is er ook een aanbesteding gedaan voor de inhuur van inzamelvoertuigen inclusief twee uitstootvrije voertuigen. Deze aanbesteding is afgerond en in uitvoering, waarbij geconstateerd is dat de twee uitstootvrije voertuigen niet geleverd
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
−
Datum 18 augustus 2025 Pagina 4 van 6
kunnen worden binnen de contractuele afspraken en gestelde termijnen. Het opdoen van ervaringen met het elektrisch rijden in aanloop naar de 45 aangeschafte voertuigen zal daarom op een andere manier worden georganiseerd. Hetzelfde geldt voor de inhuur van een derde sleepvoertuig voor de Handhaving naast de 2 al ingehuurde elektrische sleepvoertuigen. Dit derde voertuig is niet elektrisch beschikbaar. Dit betekent dat wij – tot het moment dat de Handhaving naar verwachting op zijn vroegst eind 2027 over eigen elektrische sleepvoertuigen beschikt – tijdelijk gebruik maken van sleepvoertuigen die rijden op HVO.
Deze twee laatste voorbeelden laten zien dat de beschikbaarheid van elektrische huurvoertuigen bij leveranciers (nog) niet vanzelfsprekend is. De 26 veegmachines en 45 inzamelvoertuigen zijn in blauw aangegeven in de eerder getoonde afbeelding. Zo wordt duidelijk dat de gemeente op relatief korte termijn met deze 2 categorieën een belangrijke sprong voorwaarts gaat maken. 3. Locaties: ruimte, stroom en (brand-)veiligheid Het laden van elektrische voertuigen vindt – in lijn met uitgangspunten van het vastgestelde strategisch plan voor de laadinfrastructuur voor de stad (2020-2030) – volledig op eigen terrein plaats. Tot op heden zijn zo’n 400 laadpunten – zogenaamde AC-laders – op verschillende vestigingen gerealiseerd. Deze zijn vooral bedoeld voor de lichte vloot (personenwagens). Het voorzien in de verdere uitbreiding van (snel-)laadcapaciteit op ruim 50 werflocaties is een omvangrijke opgave en dient vooraf te gaan aan de levering van elektrische voertuigen. Van die locaties vallen 14 uitvoeringslocaties onder het Transitieplan Werven en Overslagpunten (TWO). Hierin worden 14 grote werven en overslagpunten ingrijpend verbouwd en klaargemaakt voor de toekomst. Een ingewikkelde afstemming, omdat de laadinfrastructuur moet worden ingevlochten in plannen die in een aantal gevallen al verder zijn gevorderd.
De planning van TWO is kritisch, omdat TWO behalve een grote en complexe bouwopgave ook een schuifplan is tussen nieuw te realiseren locaties en andere af te stoten locaties. De planning van dit schuifplan is kritisch. Mochten er wijzigingen in de planning van TWO optreden dan moeten deze ook opgevangen worden in de planning van ELWC wat een grote afstemmingsinspanning vraagt. Voor 5 grote werven – Toetsenbordweg, Luchtvaarstraat, Nieuw Zeelandweg, Schepenbergweg en Meerkerkdreef - is met de netbeheerder een overeenkomst gesloten voor het verhogen van het gecontracteerde vermogen en verzwaren van de fysieke aansluitingen. Spannend wordt of voor de andere werven voldoende elektrisch vermogen door de netbeheerder beschikbaar is of wordt gesteld en/of eventuele kabelwerkzaamheden daarvoor op tijd worden uitgevoerd. Voor 11 werven – waarvan 7 werven binnen TWO - ligt dit nu kritisch en is voldoende vermogen pas na 2030 voorzien. Ook speelt mee dat bestaande huisvesting en werven worden verduurzaamd en van het gas afgaan. Zo kan de plaatsing van all-electric-warmtepompen de elektrificatie van de voertuigen in de weg staan (of andersom). Dit lijkt erop dat op mitigerende maatregelen moeten worden geanticipeerd. Denk aan batterijen, aggregaten en extern laden.
De gemeente als vastgoedeigenaar stelt vast in welke mate risico’s bij het stallen van elektrische voertuigen (nog) acceptabel zijn en/of aanvullende beheermaatregelen, zoals brandschermen, rookmelders of het verhogen van de opstalverzekering nodig zijn. Dit vraagt om een beleids- of handelingskader brandveiligheid dat in de 3e kwartaal van dit jaar door ons wordt vastgesteld.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 18 augustus 2025 Pagina 5 van 6
4. Gebruikers: continuïteit van het werk voor de stad Tijdens de transitie moet het werk voor de stad niet in gevaar komen. Dat kan betekenen dat een aantal voertuigen wat langer vast wordt gehouden om bij falen van het nieuwe wagenpark voldoende flexibiliteit te hebben. Daarnaast vraagt de verduurzamings- en besparingsdoelstelling van de gebruikers (directies) kritisch te kijken naar de omvang van het eigen wagenpark in relatie tot de opgave voor en groei van de stad. Voor de personenvoertuigen (facilitaire deel van de vloot) betekent dit meer delen en hogere bezettingsgraden nastreven, zodat met minder voertuigen kan worden volstaan. De inzet van bedrijfswagens hangt nauw samen met de vastgestelde kwaliteitsnormen voor de openbare ruimte of intensiteit van de handhaving op straat. Besparingen en of versobering zou normaal gesproken moeten leiden tot minder inzet van voertuigen. Ook een efficiëntere logistiek (routeoptimalisatie) leidt tot de inzet van minder voertuigen. 5. Geld: meerjarig investeringskader Alle investeringen in het wagenpark en de laadinfrastructuur moeten worden ingepast binnen de beschikbare investeringsruimte. Deze investeringen worden dan ook opgenomen in de meerjarige investeringsportfolio’s. De meest recente investeringsportfolio’s (2024-2028) zijn vastgesteld bij de Begroting 2025.
Bij de Begroting 2026 worden de portfolio’s weer geactualiseerd, en wordt de jaarschijf 2029 toegevoegd. De investeringen voor laadinfrastructuur en voertuigen zal globaal leiden tot hogere exploitatie kosten. Voor de meeste directies wordt dit gedekt vanuit de algemene middelen en voor de afvalinzameling voornamelijk vanuit de Afvalstoffenheffing (ASH). Dit effect treedt op vanaf 2026 (na het opleveren van de eerste laadvoorzieningen en voertuigen) en loopt op richting 2030. Het college houdt dit in de gaten en bekijkt hoe ook na 2026 het tarief van de afvalstoffenheffing beperkt gehouden kan worden. Risico’s en onzekerheden Het belangrijkste risico is dat er ‘haperingen’ ontstaan in de keten. Diverse partijen zijn van elkaar afhankelijk. De (ver)bouwactiviteiten en installatiewerken, het beschikbaar komen van laadvoorziening (met vermogen) en de levering van voertuigen hangen in de tijd met elkaar samen. De integrale planning is het instrument om dit te bewaken. De overige risico’s zijn vooral operationele risico’s die te herleiden zijn naar de afzonderlijke programma’s, projecten en reguliere taken binnen directies. Dit vraagt vanuit de regisseur om een opgavegerichte coördinatie, de beschikking over de eerdergenoemde integrale planning en de ruimte om verschillen te overbruggen.
Vaak blijkt dat men het eens is over de doelen, maar dat men over de weg daarnaartoe verschilt van mening. Dat kan bijvoorbeeld gaan over maatregelen vanwege brandveiligheid in relatie tot bedrijfscontinuïteit (verzekering), de verdeling van beschikbare ruimte en tijdige netcapaciteit op werven (in relatie tot netcongestie), voldoende beschikbaarheid van laadpunten, budgettaire belemmeringen (prijsontwikkeling), vertragingen en inkoop- en aanbestedingsvraagstukken. Voor nu is onze aandacht toegespitst op: − Brandveiligheid: de stalling van elektrische voertuigen betekent extra of juist andere brandrisico’s, waardoor extra verzekerings- of beheersmaatregelen nodig kunnen zijn. Dit vraagt een risico-acceptatieproces – een kader brandveiligheid – dat moet worden vastgesteld
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
−
Datum 18 augustus 2025 Pagina 6 van 6
door de eigenaar. Risico is dat de benodigde gebouw-gebonden aanpassingen als gevolg van het programma niet begroot zijn. Tariefdiensten: de gevolgen van de investeringen in voertuigen en laadinfrastructuur voor tariefdiensten zijn in beeld voor de afvalstoffenheffing. Het college houdt in de gaten dat de tarieven voor de afvalstoffenheffing beperkt blijven.
Tot slot zijn er onzekerheden waarop wij minder invloed kunnen uitoefenen en de gevolgen op dit moment niet voldoende kunnen inschatten. Denk aan Europese en Nationale wetgeving en geopolitieke ontwikkelingen. Maar denk ook aan netcongestie en prioritering op het net. Juist omdat onze invloed op de Amsterdamse netcongestie vrij klein is, is het belangrijk alternatieve energievoorziening op het voertuig (dus niet aan de stekker) niet uit het oog te verliezen. Geschikte waterstofvoertuigen hebben van de netcongestie immers geen of veel minder last, maar zijn nu nog niet standaard beschikbaar. We liggen op koers De ambitie is stevig gesteld. Het is daarom goed om met elkaar vast te stellen dat we concrete stappen zetten richting 2030. Ik ben blij dat de aanbestedingen van veegmachines en inzamelwagens succesvol zijn verlopen en kijk uit naar de inzet van deze elektrische voertuigen in 2025 en 2026. Voor het vervolg hangt veel af van de tijdige beschikbaarheid van voertuigen en laadvoorzieningen op de markt en lokale oplossingen voor het netcongestieprobleem. Dat maakt dat we in dit stadium nadenken over welke mitigerende maatregelen we achter de hand moeten houden mocht netcongestie en/of laden een 'spelbreker’ zijn (een plan B). Daarom houden wij het komende jaar de ontwikkelingen scherp in de gaten, zodat we met meer zekerheid kunnen aangeven of de ambitie realistisch is.
Duidelijk is dat de stappen richting 2030 ingewikkelder worden. Medio 2026 breng ik u weer op de hoogte van de actuele situatie. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Hester van Buren Wethouder Bedrijfsvoering
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl