20250625 WV agendering TKN 1 ovv het lid Lochtenberg (CDA)
Tekst van het document
Verzoek agendering ter kennisnamepunt voor de raadscommissie (Wonen en Volkshuisvesting) Van Datum Onderwerp
Lochtenberg 24 juni 2025 TKN 1 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en wijzigingsvoorstellen voor de Huisvestingsverordening per 1 januari 2026 (VN2025-007582)
Reden bespreking In de nieuwe huisvestingsverordening worden twee extra treden aan de escalatieladder toegevoegd.
Bij het bestuderen van de totstandkomingsgeschiedenis blijken deze twee treden te zijn toegevoegd mede naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State uit 2023 over een wijkverbod dat was ingevoerd in 2020.i ‘Bij besluit van 23 juni 2020 heeft het college met ingang van 1 juli 2020 de wijken Burgwallen Oude Zijde, Burgwallen Nieuwe Zijde en Grachtengordel-Zuid aangewezen als gebieden waar het verboden is woonruimten in gebruik te geven voor vakantieverhuur (...). Dit besluit is tot stand gekomen met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. In de toelichting bij het besluit staat dat het doel van de maatregel is om de leefbaarheid in de directe woonomgeving
Gemeente Amsterdam Pagina 2 van 2
en de woningen zelf, achter de voordeur, te verbeteren in wijken waar de druk van het toerisme op de woonfunctie en leefbaarheid te hoog is opgelopen.’
De Raad van State oordeelde dat de onderbouwing van een wijkgericht verbod op vakantieverhuur tekortschoot. De Raad van State eiste onderzoek naar minder vergaande maatregelen. ‘Hoewel het aanwijzen van wijken waar een verbod op vakantieverhuur geldt op zichzelf in beginsel niet in strijd is met de Hvw, zoals de Afdeling hiervoor, onder 6, heeft geoordeeld, volgt wel uit de wetsgeschiedenis dat met het weigeren van vergunningen terughoudend moet worden omgegaan. Het totaal verbieden van vakantieverhuur in bepaalde wijken is een vergaande maatregel. Dit mag alleen als daarvoor goede redenen zijn, die verband houden met het doel en de strekking van de Hvw. Daarom had het college eerst moeten onderzoeken of minder vergaande maatregelen genomen konden worden om het beoogde doel te bereiken. Niet is gebleken dat het college dit heeft gedaan. Zo heeft het college bijvoorbeeld niet onderzocht, of zou kunnen worden volstaan met een quotum, hoger dan nul, voor het aantal onttrekkingsvergunningen voor vakantieverhuur in de aangewezen wijken. Ook is niet bij de afwegingen betrokken dat het vergunningstelsel de mogelijkheid biedt om verleende vergunningen in te trekken wanneer er te veel overlast is.
Ook uit het rapport volgt niet dat naar minder vergaande maatregelen is gekeken, omdat dit onvoldoende bruikbare gegevens voor die afwegingen bevat en dit kennelijk geen onderdeel uitmaakte van de onderzoeksvraag. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:261, is pas sinds 1 juli 2020 een vergunningplicht voor vakantieverhuur in de Hvv opgenomen. Tegelijkertijd trad ook het aanwijzingsbesluit in werking, waardoor een verbod op vakantieverhuur in de drie aangewezen wijken gold. Daarnaast is weliswaar vanaf 1 januari 2019 het nachtencriterium beperkt van 60 naar 30 nachten per jaar, maar het rapport kon hier onvoldoende rekening mee houden. Voor de indicator vakantieverhuur is namelijk het aantal aangeboden woningen en kamers op Airbnb voor het jaar 2018 gebruikt. Het effect van het aangepaste nachtencriterium is dan ook nog niet voldoende onderzocht. Omdat het college niet eerst de mogelijkheid en het effect van minder vergaande maatregelen heeft onderzocht had het niet zonder deze afwegingen over mogen gaan tot het aanwijzen van wijken waar in het geheel geen vergunningen worden verleend voor vakantieverhuur.’
Nu heeft de gemeente verder onderzoek gedaan, maar niet naar alle maatregelen die de Raad van State benoemd. Dat maakt de nieuwe escalatieladder juridisch kwetsbaar. Maar bovenal, als gemeenteraad zijn wij verplicht ons beleid goed te motiveren en het beleid moet evenredig zijn. Het CDA vraagt zich af of de twee nieuwe treden in de escalatieladder voldoende tegemoet komen aan de eisen die de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de Raad van State daaraan stellen.
i
Raad van State, ECLI:NL:RVS:2023:2076, 31 mei 2023.