20250604 SO conceptverslag.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Raadscommissieverslag, 4 juni 2025
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Stadsontwikkeling Woensdag 4 juni 2025 van 19.30 tot 22.30 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 3 september 2025
Voorzitter: M. Yemane Plv Voorzitter: Portefeuillehouders: wethouders Moorman en Groot Wassink Portefeuillehouders afw.: wethouder Mbarki Commissiegriffier: N. Vos Commissieondersteuner: M. Saelman Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Belkasmi (PvdA), Bouhassani (PvdA), Bentoumya (GL), Van der Veen (GL), Schmit (D66), Van der Kamp (VVD), Staartjes (VVD), Ahmadi (De Vonk), Kabamba (Lijst Kabamba), Ihammanen (DENK), Bobeldijk (SP) en Bilgin (FvD) Afwezige commissieleden (mk): Lust (D66), Hendriks (Volt) en Havelaar (CDA) Overige aanwezigen: Simons (stadsdeelcommissie Zuidoost), Luqman (stadsdeelcommissie Zuidoost), Reemnet (stadsdeelcommissie Zuidoost), Jadnanansing (stadsdeelvoorzitter Zuidoost) en Ünver (stadsdeelvoorzitter Nieuw-West)
Algemeen deel, 1 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 19.35 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat afmeldingen zijn ontvangen van het lid LUST. Zij zal worden vervangen door het lid SCHMIT. De leden HENDRIKS en HAVELAAR en wethouder MBARKI hebben zich eveneens afgemeld voor de vergadering. Ze deelt mee dat mevrouw VOS terug is als commissiegriffier en heet haar hartelijk welkom. Wethouder GROOT WASSINK heeft een aantal mededelingen: - De wethouder had het lid BOUHASSANI een toezegging gedaan over de bijdrage van andere partijen. Hij verwijst hiervoor naar het jaarbeeld dat bij de TKN-stukken is bijgevoegd. Daarin staat - voor zover mogelijk - wat de bijdragen van de alliantiepartners zijn. - Wat betreft toezegging 000057, een toezegging aan het lid BADAL, over de selectieprocedure voor burgers in het bestuur van de alliantie, kan de wethouder aangeven dat de selectieprocedure samen met bewoners is bedacht. Uit het proces kwam naar voren dat er met zeven
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
-
-
bewoners aan de slag zou worden gegaan. Dat is ook gebeurd. Alle zeven bewoners zijn nu lid van het alliantiebestuur. Per vergadering zijn er vijf aanwezig. Wat betreft toezegging 000060, een toezegging aan het lid BILGIN, over de informatie over beschikbare vacatures, geeft de wethouder aan dat hij dat op 16 april onder de aandacht heeft gebracht van het alliantiebestuur. Wat betreft toezegging 000058, aan het lid STAARTJES, over het vertraging daarvan, geeft de wethouder aan dat op 17 maart de subsidieregeling voor Nieuw-West in werking is getreden, dat in 2024 al vanaf januari 2025 uitnodigingen zijn verstuurd voor bijeenkomsten.
Wethouder MOORMAN heeft twee mededelingen: - Mede namens burgemeester HALSEMA kan de wethouder melden dat de heroriëntatie is afgerond. De alliantie heeft drie aanbevelingen aangenomen, waaronder die over de governance. Dat betekent onder meer dat het programmabureau organisatorisch geprogrammeerd wordt in de stadsdeelorganisatie met behoud van haar rol ten behoeve van de alliantiepartners. De programmadirecteur valt formeel onder de stadsdeeldirecteur en kan escaleren naar de gemeentesecretaris en het kernteam alliantie. De bewoners worden vertegenwoordigd in diverse gremia van het masterplan, ter vergroting van het eigenaarschap en om te zorgen dat de ambities en acties aansluiten bij de behoeften van de bewoners. De werving-en-selectieprocedure voor de programmadirecteur wordt in gang gezet. Naar verwachting ontvangt de commissie SO de uitkomsten en aanbevelingen van het rapport in de commissievergadering van 3 september. - In de commissievergadering van 25 september 2024 stelde het lid ASRUF een vraag over de AanDeBak-garanties. Op 12 juni wordt in Zuidoost een conferentie Loopbaanroute Zuidoost georganiseerd in het kader van het programma AanDeBak-garanties. De conferentie wordt in samenwerking met het ROC van Amsterdam Zuidoost georganiseerd. Ze geeft een korte toelichting over de opzet van de conferentie en nodigt alle raadsleden van harte uit om aanwezig te zijn. 1.c.
Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor om, op verzoek van de burgemeester, te beginnen met agendapunt 6. Dat betreft het bespreken van de Auditrapportage Masterplan Zuidoost 2021-2023 (VN2025-007202). De commissieleden zijn akkoord met dit voorstel. Bij agendapunt 5, Bespreken van de Definitieve bestedingsplannen integrale aanpakken 2025 Masterplan Zuidoost (VN2025-005943), zijn geen aanmeldingen. De fracties van D66 en GroenLinks hadden dit geagendeerd, maar zien af van een bijdrage. Ze stelt daarom voor dit punt af te voeren van de agenda. Besloten wordt agendapunt 5 af te voeren van de agenda. Lid BELKASMI stelt voor om agendapunt 4, Bespreken van de Definitieve bestedingsplannen integrale aanpakken 2025 Aanpak Noord (VN2025-005941), door te schuiven naar de volgende commissievergadering.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
De VOORZITTER constateert dat daar geen bezwaren tegen zijn. Besloten wordt agendapunt 4 door te schuiven naar de volgende commissievergadering. Lid IHAMMANEN zou graag van het college willen horen of de audit bij agendapunt 6 in openbaarheid besproken kan worden. Burgemeester HALSEMA geeft aan de behoefte daaraan te begrijpen. Volgens haar is de afspraak om zo veel mogelijk openbaar te bespreken. Afgewogen is echter dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van medewerkers, wier privacy hierbij geraakt wordt. Daarom zal mogelijk een deel in beslotenheid plaatsvinden. De agenda wordt, met inachtneming van bovengenoemde wijzigingen, vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SO d.d. 19 maart 2025. De VOORZITTER geeft aan geen wijzigingsvoorstellen te hebben ontvangen. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.e. De VOORZITTER constateert dat geen van de commissieleden hierbij een opmerking wenst te maken. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER geeft aan dat het lid BELKASMI de wens heeft om TKN 3, Kennisnemen van de reactie op motie 558.24 van de raadsleden Belkasmi (PvdA) en Lust (D66) over inspelen op de behoefte van jongeren in Noord (VN2025-005227) te betrekken bij agendapunt 4, het bestedingsplan aanpak Noord.
Lid BELKASMI geeft aan dat zojuist is besloten agendapunt 4 door te schuiven Lid BOUHASSANI wil graag TKN 9, Afdoening toezegging Het feitelijke bijdrage van Masterplan Nieuw-West (VN2025-008077) agenderen voor de volgende commissievergadering. De VOORZITTER antwoordt dat dit genoteerd is. Lid BENTOUMYA wil naar aanleiding van TKN 8, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en bijgaande O&S-onderzoeken over Lokale economie hotels Amsterdam en Onderzoek toeristisch dagbezoek Amsterdam (VN2025-005944), graag weten of dit al geagendeerd is bij een andere commissie. Mocht dat nog niet het geval zijn dan zou zij die graag willen agenderen voor de eerstvolgende vergadering van de commissie SO. De VOORZITTER geeft aan dat het misschien bij de commissie SED kan worden geagendeerd. Lid BENTOUMYA geeft aan dat het in dat geval haar voorkeur heeft dit punt bij die commissie te willen agenderen.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
De VOORZITTER geeft aan dat dit genoteerd is. Met inachtneming van deze wijzigingen stelt de commissie de TKN-lijst vast. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER deelt mee dat de stadsdeelcommissie Zuidoost een set vragen over de Auditrapportage Masterplan Zuidoost met de commissie heeft gedeeld. Ze stelt voor die bij agendapunt 6 te betrekken. De commissie is daarmee akkoord. Inhoudelijk deel, 2 2.a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. Deze zullen worden bijgehouden door de griffie en de voorzitter. 2.b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mee dat er geen insprekers zijn. 2.c. Actualiteiten De VOORZITTER deelt mee dat er geen actualiteiten zijn. 2.d. Rondvraag Lid VAN DER VEEN geeft aan, samen met de heer ASRUF, vorig jaar te hebben deelgenomen aan een fantastisch werkbezoek in Zuidoost. Ze bezochten onder meer de Zuidoost Academie in basisschool De Ster, wat hem betreft een zeer succesvol initiatief. Verteld werd dat de deuren aan het eind van het jaar zullen sluiten vanwege geplande woningbouw. Hoe zal dit initiatief nu verdergaan? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er waarschijnlijk per oktober een nieuwe locatie voor is gevonden. Het komt goed. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. BESPREEKPUNTEN Masterplan Zuidoost 6.
Bespreken van de Auditrapportage Masterplan Zuidoost 2021-2023 (VN2025007202) De VOORZITTER heet de stadsdeelcommissieleden van Zuidoost SIMONS, LUQMAN en REEMNET hartelijk welkom bij dit agendapunt. Zij zijn aanwezig namens de stadsdeelcommissie Zuidoost. Namens het dagelijks bestuur is de voorzitter van de stadsdeelcommissie Zuidoost Tanja JADNANANSING aanwezig. De voorzitter heet ook haar hartelijk welkom.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
Het agendapunt zal zo veel mogelijk in openbaarheid worden behandeld, maar de Auditrapportage zelf is vertrouwelijk met de raadscommissie gedeeld. Mevrouw LUQMAN stelt zich voor. Ze spreekt haar dank uit voor de mogelijkheid aanwezig te mogen zijn bij deze vergadering. Ze wil graag, namens de stadsdeelcommissie Zuidoost een aantal zaken benadrukken en verschillende vragen stellen: - Naar aanleiding van de berichtgeving over de interne audit hebben leden van de stadsdeelcommissie tijdens de stadsdeelcommissievergadering op 27 mei mondelinge vragen gesteld aan het dagelijks bestuur van Zuidoost. De voorzitter gaf toen aan dat de openbare behandeling van de interne audit allereerst plaatsvindt in de raadscommissie SO en het daarom niet gepast vond om voor die tijd in te gaan op de vragen van de stadsdeelcommissie. Daarom zijn die vragen nu geagendeerd in deze commissie. Ze spreekt haar dank uit voor de beantwoording daarvan. - De doelen en de opzet van het masterplan blijven wat de stadsdeelcommissie overeind staan. - Ondanks dat er ruimte is voor verbetering, is er de afgelopen jaren al veel bereikt.
- Leden van de stadsdeelcommissie hebben meermaals aan de commissie SO hun zorgen geuit over het feit dat gereserveerde bedragen voor de aanpak veiligheid op de plank bleven liggen, ondanks de hoge urgentie van deze opgaven, over het gebrek aan transparantie van en de verantwoording over de doelen, activiteiten en resultaten van het masterplan versus de hoogte van de bestedingen en over het gebrek aan inzicht in de financiële bijdragen van private partners aan de publiek-private governancestructuur van het masterplan. Namens de stadsdeelcommissie heeft mevrouw LUQMAN in de vergadering van de alliantie op 3 juni nogmaals gepleit voor het vastleggen van doelen en beoogde resultaten in een jaarplan, voorzien -
-
-
-
-
verantwoordingsstructuur. In de antwoorden op de vragen van de stadsdeelcommissie en de partijen in de raadscommissie valt het op dat de onrechtmatigheden vooral te maken hebben met het gebrek aan implementatie van Europese en gemeentelijke aanbestedingsregels. De onrechtmatigheid lijkt vooral te zitten in een mogelijke schending van het mededingingsrecht van eventuele aanbieders en niet in de rechtmatigheid en doelmatigheid van de bestedingen. De stadsdeelcommissie ziet in de publieke informatie over de interne audit en in de antwoorden op vragen van raadscommissieleden onvoldoende terug dat in de oorspronkelijke opzet van het masterplan ruimte was voor pionieren en experimenteren. Onderkent de gemeente dat de naleving van aanbestedingsregels op gespannen voet kan komen te staan met community-based werken en de doelen van het masterplan, structurele lokale verankering van activiteiten en processen in het kader van het masterplan en verbeteringen van het sociaaleconomisch perspectief van bewoners in Zuidoost? In een latere fase zou er ook een externe audit uitgevoerd kunnen worden, waarbij de opdrachtverlening breder wordt ingestoken, in samenwerking met alliantiepartners en andere stakeholders van het masterplan en niet alleen gericht op de financiële verantwoording, maar ook gericht op de doelen versus de resultaten, op eigenaarschap en de impact op de lokale gemeenschap.
De stadsdeelcommissie vindt het jammer dat het de informatie via lokale en landelijke media en via een raadsinformatiebrief aan de gemeenteraadsleden heeft moeten vernemen en zelf niet actief is
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
-
geïnformeerd door gemeentelijke bestuurders. De stadsdeelcommissie nodigt de burgemeester en de wethouders vriendelijk uit om hen actiever te betrekken bij het opvolgen van de interne audit, de heroriëntatie, herijking en herontwikkeling. Ze hoopt dat hieraan samen met het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie vorm kan worden gegeven. Ze benadrukt ten slotte dat Zuidoost het masterplan echt nodig heeft. Ze roept op vooral ook te kijken naar wat er met elkaar al wel bereikt is.
Lid BOBELDIJK dankt mevrouw Luqman voor het uitgebreide betoog. Hij is benieuwd of de stadsdeelcommissie merkt dat er vertragingen zijn opgetreden vanwege de gebeurtenissen. Wat voor soort effecten ziet de stadsdeelcommissie? Mevrouw LUQMAN geeft aan dat er natuurlijk niet voor niets een masterplan is. Ze had graag gezien dat er al meer voortgang was gerealiseerd. Als ze kijkt naar de ambities inclusie en participatie, waarbij de bewoners centraal worden gesteld, dan constateert ze dat dat een uitdaging is. Ze begrijpt dat het proces van vertrouwen en samenwerking tijd heeft gekost. Tegelijkertijd voelt ze ook de urgentie. Ze wijst er nogmaals op, op 3 juni met de alliantiepartners om tafel te hebben gezeten. Er is ervaren en geleerd hoe het niet moet. Gelukkig is daarbij ook geleerd hoe het wel moet, hoewel het misschien nooit helemaal perfect zal gaan. Lid BOBELDIJK is benieuwd of het nieuws effect heeft gehad op partners. Is er daardoor minder snel doorgepakt? Mevrouw SIMONS geeft aan natuurlijk wel te merken dat er zorgen zijn onder bewoners en bewonersorganisaties, ze vrezen dat dit onderzoek ertoe zou kunnen leiden dat sommige initiatieven niet meer zullen worden ondersteund. De stadsdeelcommissie heeft die vragen ook gesteld en kreeg als antwoord dat de interne audit niet over bewonersinitiatieven ging.
Daarnaast ervaren bewoners het als onprettig dat Zuidoost op deze manier negatief in het nieuws is gekomen. Lid IHAMMANEN wijst erop dat het college heeft besloten om het Auditrapport geheim te houden. Klopt het dat de stadsdeelcommissieleden geen inzage krijgen in het rapport? Is het DB het ermee eens dat niet-openbaarmaking van het rapport de negatieve beeldvorming over het stadsdeel Zuidoost juist kan versterken? Mevrouw LUQMAN antwoordt dat de stadsdeelcommissieleden het rapport inderdaad niet hebben kunnen inzien. Op zich is zij aan de ene kant heel benieuwd naar wat erin staat. Persoonlijk vindt zij het tegelijkertijd echter ook prettig. Immers, als ze het rapport wel had mogen lezen, had ze te maken gehad met een geheimhoudingsplicht, waardoor ze er niets mee zou kunnen doen. Op dit moment voelt ze zich vrij genoeg om er wel wat van te vinden. Mevrouw SIMONS vindt het een dilemma. Aan de ene kant heeft de stadsdeelcommissie namelijk een controlerende taak en wil ze graag op de hoogte worden gehouden van wat er speelt. Tegelijkertijd is het natuurlijk mogelijk om in een andere setting geïnformeerd te worden over de interne audit, zonder per se inzage te krijgen in het rapport. Lid IHAMMANEN vraagt of dat zwaarder weegt dan dat het stadsdeel een slechte reputatie krijgt. Er wordt nu namelijk veel gegist en geroddeld.
Wat hem betreft zouden eventuele privégegevens in het rapport weggelakt kunnen worden. Hij vindt het cruciaal dat de informatie in het rapport bekend wordt. Mevrouw SIMONS antwoordt dat het niet aan de stadsdeelcommissie is om te besluiten of het rapport geheim moet zijn. Wel heeft de stadsdeelcommissie er begrip voor
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
dat er zorgvuldig wordt omgegaan met informatie over personen waar een onderzoek naar gaande is. Lid AHMADI heeft een vraag naar aanleiding van de opmerking dat de aanbestedingsregels en het inkoopbeleid best kunnen schuren met de mensen die vanuit een stadsdeel aan het werk gaan. Hebben de stadsdeelcommissieleden zelf gesproken met organisaties die dit aankaartten? En kunnen er voorbeelden gegeven worden van organisaties die hier tegenaan lopen? Mevrouw LUQMAN antwoordt dat Zuidoost te maken heeft met uitdagingen die echt nu opgepakt moeten worden. Daarbij kan niet altijd worden gewacht op een aanbesteding. Sommige gezinnen hebben bijvoorbeeld vandaag een bed nodig. Er zijn lokale partijen die dat soort uitdagingen adequaat kunnen oplossen. Daar is budget voor nodig. Het masterplan biedt ruimte om inderdaad adequaat in te spelen op dit soort behoeften. Lid VAN DER VEEN wijst erop dat vertrouwen te voet komt en te paard gaat. Zijn er daarom door de stadsdeelcommissie gesprekken gevoerd met community-basedinitiatieven en partijen uit Zuidoost? Mevrouw LUQMAN geeft aan dat het wat haar betreft hierover mag gaan: vertrouwen. Het is moeilijk om vertrouwen te blijven houden in instanties en de overheid, in dat wat eigenlijk goed zou moeten functioneren met het oog op wat er echt nodig is. Ze voegt eraan toe: we moeten hoop blijven houden.
Het is daarom belangrijk te blijven kijken naar de dingen die wel bereikt zijn. Mevrouw SIMONS wijst erop dat er natuurlijk een groot verschil is tussen belangenverstrengeling en het niet naleven van aanbestedingsregels. In de communicatie maakt het heel erg uit hoe iets geframed wordt. Lid VAN DER VEEN vraagt wat voor advies mevrouw SIMONS mee zou willen geven. Mevrouw SIMONS adviseert om in de communicatie rekening te houden met hoe een rapport door de bewoners ontvangen wordt. Nu is via de media sterk het beeld ontstaan alsof er hele grote misstanden zijn in Zuidoost en mensen onrechtmatig zijn omgegaan met gemeenschapsgeld. Lid IHAMMANEN vraagt of het beeld dat er grote misstanden zijn in Zuidoost niet juist is. Staat dat in de besloten audit? De VOORZITTER geeft aan dat de stadsdeelcommissieleden daar geen inzage in hebben gehad. Lid IHAMMANEN bepleit nogmaals openbaarmaking van het rapport. Dan kan worden nagegaan of het echt faliekant is misgegaan of niet. De VOORZITTER wijst erop dat de stadsdeelcommissie daar niets aan kan doen. Ze adviseert het lid IHAMMANEN die vraag in de eerste termijn aan het college te stellen. Ze bedankt de leden van de stadsdeelcommissie voor hun komst, de beantwoording van de vragen en hun inbreng. Eerste termijn Lid VAN DER VEEN verwijst opnieuw naar zijn bezoek vorig jaar aan de Zuidoost Academie.
Hij zag daar veel positieve dingen gebeuren. Laten we niet vergeten waar dit masterplan ooit voor begonnen is, benadrukt hij: het bestrijden van structurele ongelijkheid.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
Het masterplan is wat GroenLinks betreft een krachtig instrument. Hij ziet uit naar de bespreking van de heroriëntatie op 3 september, om het dan weer echt te hebben over de inhoud, over de mensen van Zuidoost. Het is belangrijk om als overheid te kijken wat er beter kan. Alleen dan kunnen er dingen hersteld worden en kan er weer verder worden gekeken. Uit de interne audit blijkt dat middelen over de periode 2021-2023 niet rechtmatig zijn besteed en dat het geld vaak niet terecht is gekomen waar het voor bedoeld was. Overigens was er in het afgelopen jaar in de gehele gemeente sprake van 81 miljoen euro aan onrechtmatige inkoop. Hij hecht eraan dat bij wijze van perspectief mee te nemen in de discussie. Hij heeft een aantal vragen aan het college: - De wens om snel resultaten te boeken mag niet ten koste gaan van zorgvuldigheid en transparantie. Tegelijkertijd moet er ruimte zijn om dingen op een andere manier te kunnen doen, voor pionieren. In hoeverre is de gemeente Amsterdam hier goed op voorbereid? Hebben bestuurders en ambtenaren hier voldoende op geanticipeerd? - De governance was onvoldoende ingericht. Het toezicht was gebrekkig en bijsturing bleef uit.
Wat is de rol van de Stopera hierin geweest? En van het stadsdeelkantoor? En van het stadsdeelbestuur? En van het college? - Waarom is de raad niet eerder, bijvoorbeeld via mededelingen in de commissie SO, geïnformeerd? - Is het college het met GroenLinks eens dat de kern van het probleem op ambtelijk en bestuurlijk niveau ligt en dat het dus niet ligt aan de mensen van Zuidoost? - Hoe gaan het college en het stadsdeelbestuur in Zuidoost zorgen voor een structurele verandering? En hoe wordt ervoor gezorgd dat het vertrouwen bij de inwoners van Zuidoost, en alle leden van deze commissie, terugkomt? Hij eindigt met een pleidooi voor de kracht van de mensen van Zuidoost, met name de community-based-initiatieven. Zij maken al jarenlang het verschil. Hij overweegt een motie in te dienen om de financiering van de community-based-initiatieven veilig te stellen. Er is bijvoorbeeld 3,5 miljoen in het kader van ongelijk investeren niet gecontinueerd in de voorjaarsnota. Die gelden zouden structureel worden ondergebracht bij directies, alleen is die slag volgens hem nog niet gemaakt. Hoe zit dit? En is er een manier waarop de community-based-initiatieven blijvend ondersteund kunnen worden? Of kan er anders in elk geval worden gezocht naar manieren om dat te doen? Lid SCHMIT benadrukt het enorme belang van het Nationaal Programma Amsterdam Zuidoost.
Het is ook heel belangrijk dat er wordt geïnvesteerd in het vertrouwen van de bewoners en ondernemers in het stadsdeel Zuidoost. In de raadsbrief las hij verschillende zaken die dat vertrouwen juist schaden. Aan de coördinerend wethouder van het masterplan Zuidoost vraagt hij: hoe ziet zij haar rol? En hoe ziet zij de governance op het masterplan Zuidoost? Aan de stadsdeelvoorzitter heeft hij dezelfde vraag: hoe reflecteert de stadsdeelvoorzitter op de governance van het masterplan Zuidoost? Ten slotte vraagt hij aan de stadsdeelvoorzitter om te reflecteren op hoe de stadsdeelcommissie eerder betrokken is bij de governance. En hoe zal de stadsdeelcommissie hierbij betrokken worden bij de opvolging? Lid BOBELDIJK geeft aan enorm te balen van dit soort berichten. De SP was en is namelijk altijd een enorm pleitbezorger van de masterplannen, om te investeren in onder andere Zuidoost, waar een jarenlange, intensieve aanpak de mensen de kansen kan geven die ze verdienen. Het college heeft logischerwijs via de audit de vraag gesteld: hoe heeft dit kunnen ontstaan? Hij complimenteert het college dat het vrij snel is gestart met de audit. Het had hem goed geleken om, op het moment dat de audit werd gestart, de raad daarover in vertrouwen te informeren. Kan het college daarop reageren? Hij is benieuwd in welke mate dit, omdat het een landelijk programma is, landelijke impact zal hebben.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
Ook verneemt hij graag hoe ervoor gezorgd kan worden dat de initiatieven zo veel mogelijk door zullen gaan. Hij vraagt zich ten slotte af of dit alleen in Zuidoost had kunnen gebeuren. Lid IHAMMANEN vraagt zich eveneens af hoe dit nu allemaal heeft kunnen gebeuren. Wat de fractie van DENK betreft, heeft het college flinke steken laten vallen. Ooit onrechtmatige en soms ook ondoelmatige besteding van belastinggeld? Hoe kan het dat het college er niet bovenop zat? DENK steunt het masterplan Zuidoost volledig en zal dat blijven doen. Dat het geld niet rechtmatig is besteed, betekent niet dat het geld de buurt niet heeft geholpen. Het college schrijft dat er na twee jaar onderzoek nog steeds zaken onduidelijk zijn. Het weet niet bij alle transacties of het geld doelmatig is besteed en of er sprake was van belangenverstrengeling. Wel is duidelijk dat het college dit masterplan aan zijn lot heeft overgelaten. Het college kiest ervoor om het auditrapport geheim te houden. Waarom mag de stadsdeelcommissie Zuidoost dit rapport niet inzien? Waarom is het rapport niet openbaar gemaakt? DENK snapt dat openbaarmaking van het rapport kan leiden tot stigmatiserende krantenkoppen. Dat zou pijnlijk zijn voor Zuidoost, dat juist van de negatieve beeldvorming af wil. Dit is echter een kogel die het college zou moeten opvangen.
Het college moet volmondig erkennen dat het heeft gefaald in het bieden van duidelijke structuren en dat het masterplan onvoldoende is ondersteund. Het moet transparantie bieden, geen geheimhouding. Is het college bereid om de hand in eigen boezem te steken en te zeggen: wij hebben als college gefaald? Lid BELKASMI geeft aan zijn bijdrage te geven namens zijn collega ASRUF. Hij wil allereerst vooropstellen dat het masterplan Zuidoost hard nodig is. Het is nodig om extra te investeren om de jarenlange ongelijkheid weg te werken. Voor de PvdA viel de raadsinformatiebrief rauw op het dak. Hij heeft enkele vragen: - Hoe heeft het kunnen gebeuren dat een bedrag van 1,9 miljoen euro onrechtmatig is uitgegeven? - Ook wil hij graag weten waarom de commissie nu pas wordt geïnformeerd. - Er lopen diverse onderzoeken. Wanneer wordt duidelijk wat daaruit -
-
-
mogelijk sprake geweest van belangenverstrengeling? De PvdA is ook bezorgd over de doelmatigheid. Bij een aantal transacties is onduidelijk wat er precies geleverd is. Om welke bedragen gaat het? Kan het college de zorg wegnemen dat al het geld dat is uitgegeven ook echt is uitgegeven ten behoeve van de mensen in Zuidoost? Het belangrijkste is dat er lessen worden getrokken en wordt voorkomen dat het nog een keer gebeurt. Is er niet ook sprake van een botsing tussen de systeem- en de leefwereld? En een botsing van de oude manier van werken en het pionieren? Hoe wordt voorkomen dat het weer gebeurt en wat betekent dat voor de financiële governancestructuur? En wordt het geen tijd om te kiezen voor een andere vorm: dichter op het stadsdeel en de gemeente? Kan het college daarop reflecteren?
Lid VAN DER KAMP geeft aan dat iedereen het erover eens is dat Zuidoost hét stadsdeel is dat vooruitgang verdient. Iedereen in Zuidoost moet mee kunnen doen. Hij complimenteert de stadsdeelcommissieleden en de stadsdeelvoorzitter voor hun goede hart en het harde werken voor het stadsdeel. De VVD onderschrijft het doel van het masterplan Zuidoost.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
Hij wijst erop dat er zowel vanuit de stadsdeelcommissie als vanuit de raad aandacht is gevraagd voor het feit dat de governance sinds het begin niet op orde is. Helaas is de hakbijl aan de wortels van de boom gezet en was het niet gewapend met governance om de bescherming te bieden die het verdient. Het is goed dat er een audit is gedaan. Er moet van geleerd worden. De uitkomsten van de audit zijn echter ernstig. Het schaadt het vertrouwen, terwijl de bewoners juist vertrouwen nodig hebben. Zuidoost verdient beter. De VVD verneemt graag van het college welke structurele verbetermaatregelen er getroffen gaan worden om herhaling te voorkomen. Welke lessen worden er geleerd? Ook wil de VVD weten hoe de raad systematisch zal worden geïnformeerd over de voortgang van de financiële beheersing. Hoeveel van elke euro zit er nu in overhead en wat blijft er van elke euro daadwerkelijk over voor de bewoners voor wie het bedoeld is? De VVD is voor daadkrachtig beleid, maar dat mag nooit ten koste gaan van zorgvuldigheid. Het college moet ingrijpen en duidelijke kaders stellen. Lid KABAMBA geeft aan dat de droom van een vitaal Zuidoost nog steeds werkelijkheid kan worden door de beoogde doelen te blijven nastreven. De berichten over Zuidoost in de media kwamen keihard aan. Onvoldoende is duidelijk gemaakt dat het ging om aparte problemen.
Aan de ene kant was er sprake van belangenverstrengeling, aan de andere kant werden aanbestedingsregels niet nageleefd. Er is vooral naar voren gekomen hoe kwetsbaar de situatie was en nog steeds is. Wie is ervoor verantwoordelijk dat dit niet is voorkomen? Het gaat hier namelijk wel om zeer grote bedragen. niet en of ze uit Zuidoost kwamen of niet. En waren de bedragen groter als het belangrijke oude bedrijven waren? Het lid KABAMBA heeft hiernaast nog een aantal vragen: - De procedures en rapportages worden beschreven, maar wat het lid KABAMBA betreft te vaag. Wat kan er publiekelijk bekend gemaakt worden, zodat erover gesproken kan worden hoe dit voorkomen kan worden in de toekomst? - Welke functies moeten misschien gecreëerd worden, zodat dit niet meer gebeurt? - Hoe wordt ervoor gezorgd dat de bewoners en de lokale organisaties die nu structureel betrokken zijn betrokken kunnen blijven en niet benadeeld worden? - En hoe wordt ervoor gezorgd dat Zuidoost centraal blijft staan in de toekomst? Ook als uit onafhankelijk onderzoek zou blijken dat het nodig is om aanpassingen te plegen, mag op geen enkele manier worden toegelaten dat er sprake gaat zijn van gentrificatie. Het rapport wordt nu gebruikt als een instrument tegen de bewoners van Zuidoost, die alleen maar net zo gelukkig willen worden als de bewoners in de rest van de gemeente.
Lid AHMADI is eveneens van mening dat het masterplan bijzonder hard nodig is. Ze gelooft er nog steeds sterk in. Ze vindt het, net als iedereen, ontzettend spijtig wat er is gebeurd, maar ze ziet ook dat pionieren en vooruitstrevend zijn en progressieve plannen maken waarbij je mensen aanstelt die uit de gemeenschap komen en een logge gemeente met ontzettend complexe regels met elkaar kunnen schuren. Ze hoopt dat in een toekomstig proces mensen veel meer bij de hand kunnen worden genomen bij dit soort plannen. Hoe kunnen we dit nu verbeteren? En hoe kan dat gelijk worden meegenomen bij de andere masterplannen? Het lid AHMADI ziet veel mogelijkheden om winst te behalen door de masterplannen.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
Ze hoopt vooral dat er geconcludeerd kan gaan worden dat pionieren en gemeentelijke regels met elkaar verenigbaar ingetekend kunnen worden en dat in de toekomst vooral daarop zou moeten worden ingezet. Burgemeester HALSEMA bedankt alle leden voor hun inbreng en wil graag allereerst vaststellen dat bij alle leden de steun voor het masterplan onverminderd is. Ze wenst eerst iets te zeggen over de beginfase van het masterplan. In die periode zijn er in het systeem fouten ontstaan die op een later moment gevolgen hebben gehad. De beginfase van het masterplan vond plaats in de coronaperiode. Onder leiding van het programmabureau, dat fantastisch werk heeft gedaan, zijn er vele goede initiatieven tot stand gekomen. De burgemeester somt er een groot aantal op. Het idee om te starten met masterplannen in een aantal gemeentes werd door verscheidene burgemeesters, onder wie burgemeester HALSEMA zelf, en een aantal ambtenaren voorgelegd aan het Ministerie, in navolging van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Dat gold als een voorbeeld. De burgemeesters hebben steun gevonden bij het Rijk. Zo ontstond de start van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Vanaf het begin zijn er vrij strenge eisen aan gesteld. Voor het bestuurlijke stelsel van Amsterdam zijn die echt heel ingewikkeld. Dat had de gemeente zich toen meer moeten realiseren.
Er moest een onafhankelijk bureau worden gevestigd met zeggenschap over de financiën en over de inhoud, onder leiding van een eigen, zelfstandige directeur en gecontroleerd door een maatschappelijke alliantie onder het voorzitterschap van de burgemeester, die uit publieke, private en maatschappelijke partners bestond. Daarbij was eigenlijk niet goed gedefinieerd hoe die controle moest verlopen. Extra problematiserend was dat de situatie onvergelijkbaar is met die in Rotterdam Zuid, omdat Amsterdam Zuidoost al een stadsdeel is, met een stadsdeeldirecteur, een stadsdeelcommissie en een stadsdeelvoorzitter. Die rollen waren niet geëxpliciteerd ten opzichte van het programmateam en de alliantie. Dat gold ook voor de rollen van het college en het stedelijk apparaat. Het streven was destijds vooral om snel te starten, omdat de urgentie in Zuidoost groot was, en omdat er een aanbestedingsregels, zoals die op gemeentelijk niveau gelden, zijn toen wel meegedeeld aan het programmateam, maar er is nooit volslagen helderheid over geschapen of die voor hen volledig golden en in welke mate men verantwoording had af te leggen. Ook is nagelaten om, ondanks dat het streven was de onafhankelijkheid van het programmateam te waarborgen, een aantal stappen naar voren te zetten en te zeggen: ondanks de onafhankelijkheid gelden de volgende financiële regels en gelden deze governanceregels.
In de eerste periode is dat onvoldoende gebeurd en dat is niet de schuld van het programmabureau noch van de programmadirecteur. Het is ook zeker niet de verantwoordelijkheid van de mensen die geld ontvangen hebben in Zuidoost. Die hebben gewoon in goed vertrouwen, althans misschien op een aantal uitzonderingen na, verzoeken voor projecten ingediend en daarnaar gehandeld. Lid BOBELDIJK geeft aan het betoog van de burgemeester goed te kunnen volgen. Hij vraagt of er signalen zijn afgegeven toen duidelijk werd dat er gewerkt zou worden binnen een wat vaag kader. In zijn ogen dien je om kaders te vragen als je die niet hebt. Burgemeester HALSEMA geeft aan dat niet helemaal meer precies te kunnen reconstrueren. Wel is het een zoektocht geweest. De programmadirecteur heeft er erg mee geworsteld, met wat de onafhankelijkheid in de praktijk zou moeten betekenen. Het lid AHMADI gaf terecht aan dat dat schuurt. Bovendien heeft vanaf het begin centraal gestaan dat het ook om eigenaarschap in de buurt moest gaan, dat het moest gaan om initiatieven die aangedragen worden door de inwoners zelf. Lid BOBELDIJK denkt dat er ook een verantwoordelijkheid lag bij het programmabureau, hoewel niet de eindverantwoordelijkheid. Bij elk projectmanagement begin je met een duidelijke opdrachtformulering. Als die vaag is, moet je teruggaan naar je opdrachtgever en om meer kaders vragen.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
Burgemeester HALSEMA herinnert zich dat er vanuit het programmabureau met regelmaat gesproken is met de alliantie. Maar ook daar was, zeker in de beginfase, sprake van een zoektocht, naar wat precies de taak van de alliantie was. Zijzelf vertegenwoordigde daarin niet het gemeentelijke belang, maar ze was echt de overkoepelende voorzitter. Lid VAN DER KAMP herinnert zich dat de programmadirecteur van het NPRZ enkele jaren geleden zijn ervaringen heeft gedeeld. Hadden we daar meer van kunnen leren? Burgemeester HALSEMA denkt dat er vooral meer het besef had moeten zijn dat de situaties onvergelijkbaar waren, zowel qua governance als wat betreft de aanwezigheid van publieke middelen. De relatie tussen de programmadirecteur NPRZ en het college was ook veel meer op afstand. En de community in Rotterdam Zuid speelde nauwelijks een rol. Achteraf is het NPRZ te veel als voorbeeld genomen, zonder iets af te doen aan de kwaliteit daarvan. Lid VAN DER KAMP merkt op dat de alliantie, waar publieke en private partijen in samenwerken, geen juridische entiteit is. Zou het een oplossing kunnen zijn om iets te creëren wat wel een juridische entiteit is? Burgemeester HALSEMA geeft aan dat dat een van de problemen was die gaandeweg werden vastgesteld. Na het vertrek van de programmadirecteur is de fase van heroriëntatie ingegaan.
De community in Zuidoost kwam in opstand en vond dat zij onvoldoende vertegenwoordigd was in het masterplan. Daar hadden ze volkomen gelijk in. Met de opstand van de inwoners tegen de gehanteerde werkwijze bij het masterplan werd een eerste doel zichtbaar: de inwoners wilden niet alleen actief meepraten, maar ook mee besluiten, mee organiseren en mee selecteren. De community moest dus een veel betere plek worden gegeven in het masterplan. Dat was punt één van de heroriëntatie. Ten tweede was er vastgesteld dat de verantwoordingslijnen, financieel en bestuurlijk, verhelderd moesten worden. Inmiddels is de heroriëntatie afgerond en de alliantie heeft ingestemd met de nieuwe governancestructuur. Het programmabureau is nu ondergebracht bij het stadsdeel, waarbij de stadsdeeldirecteur verantwoordelijk is voor de randvoorwaarden, het programmabureau een grote mate van inhoudelijke onafhankelijkheid houdt en het programmabureau kan escaleren naar de gemeentesecretaris als dat het gevoel heeft onvoldoende medewerking te krijgen vanuit het stadsdeel. De private partijen en de alliantie zijn de inhoudelijke partners die meedenken, mee oordelen en meesturen op de ontwikkeling van het masterplan. Lid VAN DER VEEN vraagt zich af of te makkelijk werd gedacht dat het wel goed zou komen, vanwege het enthousiasme over het NPRZ.
Hebben we het vervolgens te veel laten vieren? En is er in de tussentijd voldoende interesse geweest in wat er allemaal gebeurde? Burgemeester HALSEMA geeft aan dat het goed is om te realiseren dat Rotterdam Zuid in feite een voorsprong van tien jaar had. In alle gemeentes waar de nationale verschilde natuurlijk sterk. In de beginfase waren de verantwoordelijk bestuurders vooral bezig met de uitwisseling van best practices en andere leerpunten. Geleidelijk drong het besef door dat het format dat door het Nationaal Programma opgelegd werd voor het hele land niet voor iedereen werkt. In de snelheid is er een structuur geschapen zonder dat daarin vanaf het begin de community volledig gekend was. Lid SCHMIT is blij met de uitleg, waardoor duidelijk wordt hoe de ontstaansgeschiedenis is geweest. Hij ziet de complexiteit. Hij onderschrijft ook het uitgangspunt dat bij het masterplan lokale bewoners en lokale ondernemers mee moeten denken en mee besluiten over de gelden. Ook zouden private partijen inderdaad nooit moeten kunnen besluiten over publiek geld. Is het college van mening dat het beter is
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
daartoe eventueel governanceregels te overtreden of moeten de governanceregels zo worden georganiseerd dat lokale mensen op een zorgvuldige manier moeten kunnen meebesluiten? Burgemeester HALSEMA geeft aan dat er door een groot aantal leden terecht kanttekeningen zijn geplaatst bij de vraag wat onrechtmatigheid nu precies betekent. Het van belang om daarbij een secuur onderscheid te maken. Een deel van de aanbestedingsregels wringt heel erg met het op kleine schaal snel kunnen experimenteren met lokale initiatieven. Daar moet een weg in worden gezocht. Wat er is aangetroffen, is in een aantal opzichten niet goed. Daarom heeft er een audit plaatsgevonden. Dat wil echter niet zeggen dat wat er met het geld gebeurd is altijd slecht was. Soms is het geld namelijk heel snel toegekend aan lokale organisaties. Het is van belang dat nu gezocht wordt naar instrumentarium dat de snelheid en de lokale participaties in stand houdt, maar ons ook in staat stelt om gedegen financiële controle uit te oefenen. De heroriëntatie, de conclusies daarbij en de governancestructuur die daarbij is uitgerold, worden naar de raad gestuurd. De bespreking daarvan is geagendeerd op 3 september in de commissie SO. Er is wat het college betreft geen reden tot somberheid over het masterplan. Het college vindt het wel pijnlijk wat er is gebeurd. Een audit is per definitie intern.
Normaal gesproken wordt zes maanden nadat het gemeentelijk managementteam een audit heeft vastgesteld, de audit openbaar. In verband met de uitkomsten van déze audit, achtte het college het van belang om het op hoofdlijnen met de raad te delen. Het college vond dat de raad geïnformeerd moest worden over wat er aan de hand was. Eigenlijk is dat dus een uitzonderlijke situatie. Alle raadsleden kunnen vaststellen dat er geen groot verschil is tussen het Auditrapport en wat er in de raadsinformatiebrief op hoofdlijnen is gedeeld. Het college heeft besloten om de audit alleen met de raad, vertrouwelijk, te delen omdat het college niet wil dat er zaken terug te leiden zijn naar medewerkers die volledig te goeder trouw zijn geweest, hard gewerkt hebben en daardoor misschien alsnog in de media, in het publieke debat of in het politieke debat kwetsbaar kunnen worden. Lid SCHMIT wijst erop dat in de rekeningencommissie is geconstateerd dat de onrechtmatigheden in de gemeentelijke organisatie zijn gestegen richting 80 miljoen euro. Natuurlijk kan dat betekenen dat het geld nog steeds goed besteed geld is aan een goed project, maar het streven moet wel zijn om te komen tot minder onrechtmatigheid, want dat hoort bij goede governance en goede control.
Kan de burgemeester daarop reflecteren? Achteraf wordt nu vastgesteld dat de governance vanaf het begin beter georganiseerd had moeten worden. Is er vanuit de centrale audit, hier in de Stopera, nooit een signaal gekomen richting het gemeentebestuur of de raad om daarop te letten? Burgemeester HALSEMA geeft het lid SCHMIT volledig gelijk op het eerste punt. Onrechtmatige bestedingen zijn niet goed en moeten zo veel mogelijk worden teruggedrongen. Tegelijkertijd is onrechtmatigheid niet hetzelfde als, bijvoorbeeld, frauduleus. Dat onderscheid moet nauwkeurig worden gemaakt. In antwoord op de tweede vraag van het lid SCHMIT wijst de burgemeester op de tijdslijn, die is verstuurd in antwoord op vragen van het lid VAN DER VEEN. Daarin is te lezen dat het college een aantal keer is geïnformeerd, net als de stadsdeelvoorzitters en de alliantie. Ook de stadsdeelcommissie is geïnformeerd. Voor de burgemeester was het van belang dat er wederhoor plaats heeft kunnen vinden met de voormalige programmadirecteur. Zij gaf in eerste instantie aan dat het voor haar afgerond was. Dat vond de burgemeester begrijpelijk, maar ze vond het niettemin belangrijk dat haar die mogelijkheid werd geboden. Vrij snel nadat zij daar alsnog gebruik van maakte, is de raad geïnformeerd.
Lid BELKASMI vindt het terecht dat de burgemeester een onderscheid maakt Tegelijkertijd worden er in de brief situaties benoemd
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
die mogelijk wijzen op belangenverstrengeling. Is de burgemeester het met de PvdA eens dat het wel cruciaal is om vast te stellen of daar wel of niet sprake van is? Burgemeester HALSEMA is het daarmee eens. Daar waar er een vermoeden van belangenverstrengeling is of fraude wordt er een melding gedaan bij BI en volgt er onderzoek. In een beperkt aantal gevallen loopt dat onderzoek nog. Lid VAN DER VEEN heeft er begrip voor dat niet alle audits met de raad worden gedeeld. Waarom is er besloten om deze wel te delen met de raad? Burgemeester HALSEMA licht toe: omdat de betrokkenheid van de raad bij dit masterplan heel groot is, het heel belangrijk wordt gevonden en het niet wenselijk was dat op een systeemprobleem waarvan ze hoopt dat het zich niet zal herhalen, maar dat wel ook Lid BOBELDIJK wijst erop dat het moment dat de programmadirecteur opstapte een moment had kunnen zijn om de raad in het geheim te informeren over het feit dat er een audit loopt. Waarom is de raad dus wel geïnformeerd over de uitkomsten van de audit, maar is niet tussentijds gemeld dat die plaatsvond? Burgemeester HALSEMA wil graag bovenal de suggestie wegnemen dat er een relatie zou zijn tussen deze audit en het vertrek van de programmadirecteur. Daarvan is geen sprake. Zij is om eigen redenen vertrokken. Ze wijst er nogmaals op dat het uitzonderlijk is dat een audit met de raad gedeeld wordt.
Ze wil op basis van feiten met de commissie kunnen praten en wil voorkomen dat het speculatief wordt. Lid AHMADI kan zich voorstellen dat dit ook bij andere stadsdelen speelt, omdat zij ook met lokale initiatieven en lokale ondernemers werken waar ze snel mee willen starten. Is er enig zicht op hoe het daar gaat en hoe daarbij ondersteund kan worden? Burgemeester HALSEMA geeft aan dat het lid AHMADI haar hiermee overvraagt. Ze heeft uiteraard geen complete overview over de hele stad en kan die ook niet geven. Wel kan ze in algemene zin zeggen dat de wens om community-based te werken en lokale organisaties veel meer zeggenschap en initiatief te geven zich niet gemakkelijk verhoudt tot de logheid van het eigen gemeentelijk apparaat. Dus wordt er gezocht naar manieren om dat te flexibiliseren. Zuidoost startte als eerste. Er zijn op basis daarvan al lessen getrokken in Nieuw-West en in Noord. Lid BELKASMI zag in de tekst staan dat het bij een aantal transacties onduidelijk is of er daadwerkelijk geleverd is. Het betreft transacties uit de periode 2021-2023. We zijn nu twee jaar verder. Is inmiddels duidelijk geworden of er bij die betreffende transacties ook geleverd is? Burgemeester HALSEMA geeft aan het antwoord hierop schuldig te moeten blijven, omdat ze daar geen totaaloverzicht van heeft en omdat het kan gaan om nog lopende onderzoeken waarover ze geen uitspraken kan doen.
Als het lid BELKASMI eraan hecht om een definitief overzicht te krijgen van de middelen die niet op de juiste plek terecht zijn gekomen dan kan hij daar mettertijd vertrouwelijk schriftelijk over worden geïnformeerd. Lid BELKASMI zou dat erg fijn vinden. Burgemeester HALSEMA geeft aan zichzelf even te moeten corrigeren. Er zijn natuurlijk wel jaarverslagen uitgebracht waarin een volledig financieel overzicht wordt gegeven over de doelmatigheid van de uitgaven. Dus wat betreft de grote lijnen is het lid BELKASMI al volledig geïnformeerd.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
Lid BELKASMI geeft aan dat dat helder is. Hij herhaalt zijn vraag: is inmiddels duidelijk of er bij voornoemde transacties geleverd is? Kan daar inzicht in worden gegeven? Burgemeester HALSEMA geeft aan dat dat in de latere jaarverslagen zichtbaar zou moeten zijn gemaakt. Mocht dit antwoord, na overleg met de ambtenaren, onvoldoende blijken, dan komt ze daar, zodra ze daartoe in staat is, een keer schriftelijk op terug. De scheiding die in de beantwoording wordt gemaakt tussen de wethouder en de burgemeester heeft veel te maken met de verbeterde governance. In de periode tot en met 2023 kenden we nog geen sterke coördinerende wethouders. De introductie daarvan heeft echt verbetering gebracht in de verantwoordingslijnen. Lid VAN DER VEEN geeft aan niet te weten of hij er zelf behoefte aan heeft om zo in detail inzichtelijk te krijgen waar het geld niet goed besteed is. Het lijkt hem ingewikkeld als er zo op detailniveau wordt geïnformeerd. Burgemeester HALSEMA wil daar een opmerking bij maken: als er onverhoeds nog informatie boven water komt waarvan verondersteld kan worden dat dat de details te boven gaat dan zal de raad geïnformeerd worden. Lid BOBELDIJK geeft aan prijs te stellen op een geheime sessie. Burgemeester HALSEMA geeft aan aan het einde te zijn gekomen van haar beantwoording.
Wethouder MOORMAN geeft aan dat er door de stadsdeelcommissie werd gezegd dat er gereserveerde bedragen op de plank blijven liggen. Dat is niet het geval. Er is dit jaar eerder sprake van een overbesteding dan een onderbesteding. Het lid VAN DER VEEN stelde een vraag over community-based initiatieven. Het klopt dat daar twee jaar geleden extra geld voor is vrijgemaakt, incidenteel voor twee jaar. meer gekeken naar een herverdeling van de middelen, waarbij niet is gezegd dat dat dan meteen community-based is. Mevrouw JADNANANSING heeft één vraag gekregen. Die vraag was in hoeverre de stadsdeelcommissie vanaf nu zal worden betrokken. Op 3 september zal de commissie SO de heroriëntatie bespreken. Daarin zal staan dat de stadsdeelcommissie zeer ordentelijk zal worden betrokken. Ze heeft even gecheckt bij de voorzitter van de stadsdeelcommissie of zij die mening deelt. Dat is het geval. Ze wil ten slotte iedereen bedanken voor de gestelde vragen. Tijdens de vergadering ontving ze appjes van bewoners die meekijken. Een van hen gaf aan: wij zijn nu niet meer alleen. De betrokkenheid van deze raadscommissie werd echt gevoeld. Maar de bewoners gaan er nu ook van uit dat die betrokkenheid er nog heel lang zal blijven. Lid VAN DER VEEN heeft een interruptie richting wethouder Moorman over de community-based initiatieven.
Klopt het dat dat inhoudelijk zal worden besproken bij de heroriëntatie? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het aan de commissie is welke vragen er zullen worden gesteld, maar bij de heroriëntatie zal er voor een groot gedeelte gesproken worden over de werkwijze en de governance. Lid SCHMIT heeft een vraag aan de stadsdeelvoorzitter. Hoe ziet zij haar rol bij de governance van het masterplan? Mevrouw JADNANANSING antwoordt dat ook dat in de heroriëntatie is meegenomen. Ze vindt dat haar rol daarin op een heel prettige manier is beschreven. Er zal nog meer werk worden verricht in de zogenoemde doorbraakteams die allemaal een eigen voorzitter krijgen. Hoe concreter, hoe beter, is daarbij het adagium. Zij mag van al die
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
groter. Ze is tevens de vicevoorzitter van de alliantie. Lid SCHMIT heeft een interruptie. Hij zou graag een reflectie horen van de stadsdeelvoorzitter op de governance vanaf het begin, zoals de burgemeester het schetste. Mevrouw JADNANANSING geeft aan dat zij het helemaal eens is met wat de burgemeester daarover zei. Lid IHAMMANEN wil de burgemeester, de wethouder en de stadsdeelvoorzitter bedanken voor hun heldere uitleg en de beantwoording van de vragen. Hij vindt het heel goed dat er verantwoordelijkheid is genomen. De VOORZITTER checkt of alle gestelde vragen uit de eerste termijn zijn beantwoord. Lid VAN DER KAMP geeft aan dat hij de vraag had gesteld welke structurele verbetermaatregelen er worden getroffen om herhaling te voorkomen. Ook stelde hij de vraag hoe de raad systematisch zal worden geïnformeerd, met name over de financiële beheersing. Hij vroeg ook hoeveel er van elke euro naar overhead gaat. Voor hem is van belang hoe er nu voor gezorgd gaat worden dat er van elke euro zo veel mogelijk bij de bewoners terecht gaat komen. Wethouder MOORMAN licht toe dat de begroting en de jaarverslagen in de commissie worden behandeld. In de jaarverslagen staat steeds een gedetailleerde opsomming van wat er wordt besteed aan het programmabureau en wat er wordt besteed aan de verschillende ambities.
Lid VAN DER KAMP vraagt of de conclusies uit de audit ertoe gaan leiden dat daar verandering in zal komen. Of blijft er op dezelfde manier gerapporteerd worden? Wethouder MOORMAN geeft aan dat de commissie heeft kunnen zien dat er steeds gedetailleerdere informatie en steeds meer sturingsinformatie wordt gegeven. Dit zal voortdurend worden geoptimaliseerd, maar dat is niet zozeer het gevolg van de heroriëntatie. Lid VAN DER KAMP gaf aan dat de stadsdeelcommissie zei dat er vanuit de alliantie heldere plannen komen. Mogelijk kan dat ook op 3 september worden besproken. indicatoren bij? Wethouder MOORMAN geeft aan dat de commissie daar vaker naar gevraagd heeft. Zuidoost had overigens sowieso al haar eigen set met indicatoren. Bij de verschillende masterplannen gebeurt dit aan de hand van zo goed mogelijke indicatoren om goed te kunnen zien waar de geldstromen naartoe gaan. Tweede termijn Lid IHAMMANEN geeft aan dat erkend is dat er bestuurlijk is gefaald. Er is sprake geweest van een opeenstapeling van bestuurlijk falen. Wat gaat de burgemeester nu doen? Zijn hier politieke consequenties aan verbonden? Burgemeester HALSEMA vraagt wat het lid IHAMMANEN zou willen dat ze zou doen. Lid IHAMMANEN geeft aan dat hij geen idee heeft en daar niet over gaat.
Misschien zou het goed zijn om de audit openbaar te maken, zodat alle betrokkenen over de informatie kunnen beschikken die de commissieleden wel hebben.
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
Burgemeester HALSEMA geeft aan het oordeel van het lid IHAMMANEN niet geheel in verhouding te vinden staan tot de situatie zoals die is beschreven. Het college neemt bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de periode waarin het masterplan van start ging zonder dat de governance goed georganiseerd was. Wat betreft de openbaarheid is de burgemeester van mening dat ook het lid IHAMMANEN er gevoeliger voor zou moeten zijn dat de private gegevens van medewerkers zomaar op straat moeten worden gegooid. Met die gegevens moet juist secuur worden omgegaan. Lid IHAMMANEN geeft aan dat volkomen begrijpelijk en logisch te vinden. Dat probleem is echter opgelost als alle privacygevoelige informatie wordt weggelakt. Als dat niet mogelijk is, dan sluit hij zich graag aan bij de keuze van de burgemeester. Burgemeester HALSEMA licht toe dat het college ervoor gekozen heeft een raadsinformatiebrief te sturen die behoorlijk volledig is. De VOORZITTER schorst de vergadering vervolgens voor een aantal minuten. Schorsing De VOORZITTER heropent de vergadering. Ze deelt mee dat er geen besloten deel hoeft te worden georganiseerd. Burgemeester HALSEMA licht toe dat na een kort overleg met het lid BOBELDIJK bleek dat een besloten overleg toch niet nodig is. Er ontstond een misverstand door haar beantwoording van het lid BELKASMI.
De indruk kon ontstaan dat het college het niet nodig vond om bij niet doelmatige bestedingen de raad te informeren. Ze wil daarom duidelijk stellen: bij ernstige, ondoelmatige bestedingen of nog ernstiger zaken zal het college de raad schriftelijk en vertrouwelijk informeren. De VOORZITTER sluit het agendapunt af. Ze vraagt de commissieleden of het onderwerp voldoende is besproken of geagendeerd dient te worden in de raad. Ze concludeert dat de commissie in meerderheid wenst het onderwerp te behandelen in de raadsvergadering van 9 en 10 juli. Ze bedankt de stadsdeelcommissieleden en de stadsdeelvoorzitter, wethouder MOORMAN en burgemeester HALSEMA nogmaals hartelijk. Masterplan Nieuw-West 3. Bespreken van de Definitieve bestedingsplannen integrale aanpakken 2025 Nationaal Programma Samen Nieuw-West (VN2025-005942) De VOORZITTER licht toe dat dit punt is geagendeerd op verzoek van het lid LUST. Het lid LUST wordt tijdens deze vergadering vervangen door het lid SCHMIT. Ze heet de voorzitter van het dagelijks bestuur van de stadsdeelcommissie, de heer ÜNVER, hartelijk welkom. Lid SCHMIT legt uit dat met het masterplan Nieuw-West met elkaar wordt gestreefd naar een leefbaar en veilig stadsdeel. Daarvoor is voldoende ruimte nodig voor maatschappelijke instellingen en sociale ondernemers.
In Nieuw-West wordt het aanbod van betaalbaar vastgoed voor maatschappelijke initiatieven en sociale ondernemers minder en minder. Bij het voorbereiden van dit agendapunt moest hij denken aan zijn initiatiefvoorstel om een vastgoedfonds op te richten. Het zou mooi zijn om niet alleen een NV Zeedijk te hebben in het centrum, maar ook een NV Nieuw-West. Het nieuwe publiekprivate fonds zou dan tegen een maatschappelijke huur ruimtes kunnen verhuren aan maatschappelijke instellingen en sociale ondernemers. Nu zijn de vastgoedprijzen in
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
Nieuw-West misschien nog net betaalbaar, maar als dit initiatief nu wordt genomen dan kunnen we daar de komende tien of twintig jaar heel veel profijt van hebben, verwacht hij. Het lid SCHMIT is benieuwd naar de reflectie van de wethouder hierop. Ziet hij ook kansen -West? En ziet hij ook dat dit kan bijdragen aan betaalbare ruimte voor maatschappelijke instellingen en sociale ondernemers? Lid BOBELDIJK heeft een interruptie. Hij wijst erop dat er ook gemeentelijk vastgoed in Nieuw-West staat dat de gemeente wil verkopen. Hoe kijkt het lid SCHMIT daarnaar? Lid SCHMIT is van mening dat er altijd slim moet worden omgegaan met het gemeentelijk vastgoed. Soms kan het verstandig zijn om iets te verkopen, soms niet. Hij heeft het nu echt over een publiekfonds zou geborgd kunnen worden dat er in Nieuw-West in de toekomst ruimte blijft voor maatschappelijke initiatieven. Lid BENTOUMYA is van mening dat hét thema van deze vergadering vertrouwen is. Dat is ook heel terecht, want de stadsdelen die deze vergadering besproken worden, zijn structureel tekortgekomen. De bewoners verdienen meer en beter dan dat. Het gaat om het zien en faciliteren van talent in het stadsdeel, om de basis op orde hebben en om de structuren aan te pakken die zorgen voor ongelijkheid. Ze vindt het belangrijk om dit te blijven benoemen, want het zijn langdurige aanpakken waaraan de raad zich heeft gecommitteerd.
Het is belangrijk elkaar scherp te houden in dat wat nodig is en dat ook te blijven doen. Ze is van mening dat er in het bestedingsplan goede stappen worden ondernomen. Bewonersbetrokkenheid is een belangrijke doelstelling, zeker als het gaat om bewoners die onvoldoende worden gehoord. Tegelijkertijd is het ook belangrijk je te realiseren dat het soms ook een reden heeft dat mensen niet kunnen participeren. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn omdat ze er niet de energie en de tijd voor hebben. Daarom is het belangrijk dat de gemeente goed ingebed is in deze wijken, zelf, via sleutelpersonen en informele organisaties. Kan de wethouder hier iets meer over vertellen? In de bestedingsplannen las ze dat namelijk niet echt terug. In Het Parool stond onlangs een artikel over Nieuw-West, waarin stond dat de inwoners er steeds meer langs elkaar heen leven. De bewoners van de chique nieuwbouw en de Amsterdammers die al decennialang in de tochtige schimmelwoningen leven, komen weinig met elkaar in contact. Hier ligt een taak voor het Nationaal Programma en voor de bewoners zelf. Hoe worden de nieuwe, kapitaalkrachtige inwoners geactiveerd om hier een rol in te hebben? Het lid BENTOUMYA geeft aan benieuwd te zijn naar hoe het staat met de wijkallianties. Ook hoort ze graag hoe bewoners worden betrokken buiten het opgaveteam over democratisering.
Veel jongeren in Nieuw-West willen ondernemen. Het is daarom belangrijk dat er goed wordt gecommuniceerd wat de mogelijkheden zijn vanuit coöperatieve of door onvoldoende kennis over schijn-zzp in de schulden terechtkomen. Kunnen daarover acties worden opgenomen in dit programma? Ten slotte stipt ze de time-outwoningen aan voor mensen die te maken hebben met huiselijk geweld. GroenLinks vindt dat zeer van belang. Hoe staat het daarmee? Het leren van integrale aanpakken is ook belangrijk. Welke lessen uit andere aanpakken worden, met het debat van het vorige agendapunt in het achterhoofd, meegenomen in het Nationaal Programma Samen Nieuw-West? Lid BILGIN vindt het punt van het lid SCHMIT interessant. Hij hoort namelijk vaak terug dat voorzieningen geen plek kunnen vinden, omdat de huren te hoog zijn. Het lid SCHMIT sprak over een publiek-privaat vastgoedfonds, maar je zou ook op andere manieren ondernemers, huisartsen of wie dan ook aan een betaalbare ruimte kunnen helpen. Hij wijst daarbij op de zogenoemde sociale-huurwinkels. Maar je zou ook als gemeente meer panden kunnen laten bouwen of kopen en die tegen een schappelijke prijs
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Concept raadscommissieverslag, 4 juni 2025
kunnen verhuren. Graag hoort hij van de wethouder een reflectie over wat volgens hem de beste manier zou zijn. Hij las dat er in twee buurten met bewoners gesproken gaat worden om tot oplossingen te komen. Dit is echter maar een fractie van de buurten waar deze uitdagingen spelen. Waarom gaat het slechts om twee buurten? Is, bij het budget dat hiervoor is gereserveerd, ook geld opgenomen voor oplossingen? Of is het budget alleen bedoeld voor het mogelijk maken van de gesprekken en komt het geld voor de oplossingen dan bijvoorbeeld volgend jaar? En welke verantwoordelijkheid gaat de gemeente zelf nemen? Hij kan zich namelijk goed voorstellen dat er in de gesprekken ook bepaalde onderliggende zaken worden benoemd, zoals de ongelijke verspreiding van de sociale huurwoningen in deze stad, wat ertoe leidt dat mensen uit het PHKG met groepen tegelijk in dezelfde buurten komen. Hoe gaat de gemeente dat aanpakken? Lid AHMADI is blij dat het over Nieuw-West gaat. Sowieso zijn de masterplannen van onmiskenbare waarde. Er liggen in Nieuw-West heel veel uitdagingen. Ze is daarom blij dat er veel in wordt geïnvesteerd. Het viel haar fractie op dat er heel mooie nieuwe initiatieven worden opgezet. Ze merkt op dat er bij veiligheid vermeld werd dat veiligheid verweven is met andere domeinen en dat de echte oplossingen vaak buiten het veiligheidsdomein liggen. Daar is ze het mee eens.