20250507 SED definitief verslag
Tekst van het document
Democratisering (inclusief bestuurlijk stelsel) 12. Bespreken van drie raadsinformatiebrieven over het proces van de evaluatie bestuurlijk stelsel. De VOORZITTER vermeldt dat agendering is voorgestaan door het lid Staartjes. Het lid STAARTJES memoreert dat de raad al in 2021 het college verzocht om het bestuurlijke stelsel in deze periode te evalueren. Dat vindt het lid niet gek, omdat de vorige evaluatie zeer kritisch was en de vele in 2022 doorgevoerde wijzigingen zich nog moesten bewijzen. Daarmee is nu een start gemaakt. De raadsinformatiebrief vermeldt dat timing van de evaluatie belangrijk is en dat is de VVD met de wethouder eens. Het lid vraagt waarom het college kiest voor een invulling van een flitsevaluatie, waarbij een bureau onder stoom en kokend water een rapport moet opstellen. Dat is een gevolg van het krappe tijdpad, waardoor eigenlijk alleen geschoven kan worden met punten en komma´s, terwijl het bestuurlijke stelsel een aantal serieuze opgaven kent. Na ontvangst van de collegereactie heeft de commissie maar een paar
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
weken de tijd om over heel veel complexe zaken te praten. Grote zaken zijn dan vrijwel onmogelijk. Het lid is benieuwd hoe het college daarnaar kijkt. Het lid BELKASMI maakt zich zorgen over het proces van de evaluatie van het bestuurlijke stelsel. Er was vier jaar gelegenheid om die voor te bereiden. De gesprekken met de onderzoekers waren heel fijn, maar veel ervan waren in een periode van drie weken gepropt. Het gaat het lid vooral om de gebrekkige communicatie vooraf. Uitnodigingen en informatie werden pas een week tevoren geleverd, zodat het lastig was om aanwezig te zijn en input te leveren. Het lid vraagt waarom gezien de lange bekendheid van de evaluatie niet ruimer tevoren is gecommuniceerd over data en verschillende interviews. Verschillende mensen konden daardoor niet aanwezig zijn, omdat aankondigingen last minute gecommuniceerd waren. Wellicht heeft dat invloed op de representativiteit en de inhoud van de resultaten. De vraag is of de wethouder de zorgen over de inhoud kan wegnemen. Wethouder GROOT WASSINK luistert met enige verbazing naar de inbreng van de commissie en herkent zich niet in de vorige kritische evaluatie en dat het nu een flitsevaluatie zou zijn die onder stoom en kokend water moet gebeuren.
Hij herinnert zich een fundamentele herindeling van het bestuurlijke stadsdeelstelsel, die in december voor de verkiezingen erdoorheen is gejast door een bestuur waarvan de VVD onderdeel was. De motie heeft hij zorgvuldig willen opvolgen, die het over een doorontwikkeling en niet over een volledige evaluatie heeft. Het zou vreemd zijn om al na een jaar een volledige evaluatie te doen, terwijl wat wijzigingen zijn doorgevoerd en men onderwijl met elkaar is gaan leren. Dat heeft tijd nodig. Het gaat echter nadrukkelijk om een doorontwikkeling van het bestuurlijke stelsel. Het staat de raad volstrekt vrij om daarvan iets te vinden. De wethouder denkt dat een representatieve evaluatie heeft plaatsgevonden. De tijd daarvoor was soms kort, maar het proces is ook belangrijk. Men moet die niet te vroeg en ook niet te laat doen. Er zijn heel veel wijzigingen aangebracht in de relatie tussen het dagelijks bestuur van het college, de stadsdeelcommissie en de gemeenteraad. De tijd was nodig om het stelsel enigszins te laten rijpen. Het is zijn overtuiging dat er geen ander moment was om na de zomer de bestuurlijke hoofdlijnen in reactie op het onderzoeksrapport te bespreken, waarbij de raad alle ruimte en alle vrijheid heeft om de toekomst van het bestuurlijke stelsel in de stad te bepalen.
Het lid BELKASMI gaat het niet zozeer om het moment van evalueren, maar om slechts drie dagen de tijd krijgen om op een enquête te reageren. Een week tevoren werd een uitnodiging gestuurd voor een interview, waardoor sommige stadsdeelcommissieleden daarbij niet aanwezig konden zijn. Wethouder GROOT WASSINK wijst erop dat raadsleden continu over de planning zijn geïnformeerd via de termijnagenda. Op 20 maart kregen commissieleden en db’ers een brief met een dagmail met informatie over de planning en interviews. De onderzoekers hebben voldoende reacties ontvangen op de enquête. Aan het begin van de vergadering van de commissie SED heeft de voorzitter ook nog aan de raadsinformatiebrief herinnerd. De tijdspanne was vrij kort, maar dat wil volgens hem niet zeggen dat er niet een representatieve en goede evaluatie heeft kunnen plaatsvinden, gericht op de doorontwikkeling van het bestuurlijke stelsel. Het lid BELKASMI wist pas een week tevoren van een interview en slechts een aantal dagen tevoren van een enquête, waarvoor er drie, vier dagen de tijd was om die in te vullen. Die signalen ontving het lid ook van de stadsdeelcommissieleden. Dat had beter gemoeten. Wethouder GROOT WASSINK neemt daarvan nota, maar heeft niet eerder over de interviews gecommuniceerd, maar wel over de planning via de termijnagenda. Dat had misschien eerder gekund.
De vraag is niet of raadsleden zijn betrokken, maar of er een representatief onderzoek heeft plaatsgevonden. Hij is tevreden over hoe het onderzoek is gegaan. Het spijt hem als twee weken tevoren daarover een bericht gestuurd had moeten
34
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
worden. Het gaat dus niet om een volwaardige evaluatie, zoals die er eerder was. Hij vindt dat de betrokkenen voldoende in staat zijn gesteld om een bijdrage te leveren. Het lid STAARTJES heeft van onderzoekers gehoord in een korte termijn het onderzoek te moeten doen. Daarom moesten mensen binnen drie dagen een enquête invullen en na aankondiging binnen twee dagen op gesprek komen. Daarom heeft het lid zorgen, die breed worden gedeeld binnen stadsdeelcommissies, of er voldoende input is opgehaald. Er zijn ingrijpende wijzigingen doorgevoerd en dan is het ook logisch te verwachten dat een evaluatie daar goed naar kijkt. Het gaat het lid niet om de timing, maar om de voorbereiding. Wethouder GROOT WASSINK is via een motie opdracht tot doorontwikkeling gegeven en denkt dat een onderzoeksbureau in zes weken heel veel zinnig werk kan doen. Zelf is hij vanwege persoonlijke omstandigheden niet aanwezig geweest bij de interviews. Het gaat om een korte tijdspanne, die mogelijk vervelend is. Hij is echter van mening dat er een goede evaluatie heeft plaatsgevonden en dat er een goed rapport voorligt, dat tot een goede bestuurlijke reactie zal leiden. Uiteindelijk is het vervolgens aan de raad. Na het reces wil hij het rapport en de bestuurlijke hoofdlijnen aan de raad voorleggen, zodat er ruimte is om met elkaar het gesprek te voeren en niet pas vlak voor de verkiezingen.
De suggestie dat iets in een vrij korte periode doen automatisch leidt tot een onvoldoende evaluatie deelt hij niet. Wellicht had het wel beter gekund, maar zijns inziens is een prima proces doorlopen. Als dat tot chagrijn heeft geleid verklaart hij zich bereid om daarover met mensen te praten. De wethouder vindt het veel belangrijker dat er een goed rapport ligt waarover men met elkaar kan praten en dat er over de bestuurlijke indeling van de stad een goed debat kan plaatsvinden, dat niet in de hectiek van de verkiezingen plaatsvindt. In dat geval wordt het onderdeel van een speelbal, waaraan hij zich misschien zelf vlak voor de verkiezingen van 2018 ook wel een beetje schuldig heeft gemaakt. Het lid BELKASMI is blij dat de wethouder heel tevreden is over het onderzoek en de resultaten daarvan, omdat de inhoud uiteindelijk leidend is. Het proces naar de aanloop van evaluatie van het bestuurlijke stelsel had stukken beter georganiseerd en eerder gecommuniceerd kunnen worden. Wethouder GROOT WASSINK herhaalt zijn opmerking dat zijn werk in het algemeen suboptimaal is. 13. Bespreken van de beantwoording van het raadsadres over ‘houd de Regeling integraal maatschappelijk initiatief (RIMI) in leven’ De VOORZITTER deelt mee dat het onderwerp is aangevraagd door het lid Staartjes.
Eerste termijn Het lid STAARTJES vraagt zich af waarom het college de regeling per se wil afschaffen, temeer omdat de evaluaties positief waren. De regeling gaat niet alleen over geld geven, maar is ook bedoeld om tegen verkokering op te treden, zorgen dat er niet twintig aparte regelingen komen en dat er één efficiënte regeling komt, op basis waarvan men kan besturen. Dat is precies een van de problemen die het college wilde aanpakken. Het lid is flabbergasted, omdat de regeling doet wat die moet doen, zodat de VVD wil weten waarom het college die wil afschaffen. Het lid YEMANE is eveneens flabbergasted dat de VVD dit nu allemaal naar voren brengt. In haar tegenbegroting werd namelijk vooral gehamerd op besparen op subsidies en het besparen van 6 miljoen euro per jaar op democratisering. Het lid vraagt of de VVD nu om is nadat zij een positieve evaluatie heeft gelezen.
35
SED
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Het lid STAARTJES is van mening dat er te veel subsidieregelingen zijn, waarin dus het mes kan. Wat het lid betreft kunnen dingen efficiënter. Het college riep een subsidieregeling in het leven die daartoe een aanzetje geeft, zorgt ervoor dat er efficiënter geld verdeeld kan worden en er besparingen kunnen plaatsvinden, maar schaft die regeling vervolgens af, waarna sectorale regelingen overblijven, wat het lid niet begrijpt. Het lid BROERSEN verbaast het waarom begrotingsvergadering geen vragen heeft gesteld.
de
VVD
hierover
bij
de
Het lid STAARTJES heeft het punt vanwege voortschrijdend inzicht geagendeerd en wil weten hoe zaken precies zijn verlopen. Het lid KABAMBA vraagt of de VVD nog meer maatschappelijke voorzieningen wil redden, nu die fractie zo eerlijk is. Het lid STAARTJES wil de voorliggende regeling laten bestaan als er andere regelingen verdwijnen. Wethouder GROOT WASSINK zegt dank voor het agenderen van het onderwerp en erkent dat het gaat om een buitengewoon succesvolle regeling, die in de coronaperiode is ingevoerd om de versnippering van verschillende regelingen te beëindigen. Het college zag tegelijkertijd een beperking in de regeling in de huidige vorm. De RIMI was als tijdelijke regeling bedoeld, maar ging voor sommige initiatieven als structurele financieringsbron gelden, wat inherent ingewikkeld is. De conclusie zou men daaruit kunnen trekken dat de gemeente substantieel te weinig geld in maatschappelijke initiatieven in de stad pompt. Dat zou een heel legitieme en logische conclusie zijn. Initiatieven kunnen na een of twee jaar niet automatisch op eigen benen staan. De financieringsbronnen waren deels de coalitiemiddelen ´Samen sterker uit de crisis van coronatijd´ en daarna democratisering, wat per definitie een zwaktebod was.
Het college heeft moeilijke onderhandelingen gehad en heeft gemeend de regeling te moeten beëindigen vanwege te maken andere keuzen, zoals op jeugdzorg en anderszins. Als verantwoordelijke voor de regeling heeft hij gezegd dat die alleen zin heeft als er een substantieel bedrag tegenover staat. Met een klein bedrag moet men de regeling niet in stand houden. Hij hoopt dat de geleerde les is dat er mogelijkerwijs in een nieuwe bestuursperiode nog eens goed naar allerlei verschillende subsidieregelingen wordt gekeken. Het college heeft echter het besluit moeten nemen, omdat het niet tot een substantieel bedrag kwam om een goede tranche te vullen. De regeling werd veel gebruikt en werd vaak overvraagd, wat vooral aangeeft dat er enorm veel vraag is naar ondersteuning van maatschappelijk initiatief. Gezien de financiële uitdagingen van de gemeente heeft het college helaas een ander besluit moeten nemen. Tweede termijn Het lid STAARTJES lijkt het beter om de vele regelingen te bundelen om integraal werken mogelijk te maken. Het lid is het ermee eens dat de kerngedachte van integraal samenwerken en vanuit één bron te subsidiëren goed is. Nu werkt de gemeente met veel potjes en regelingen, wat niet goed is voor de Amsterdammer, die daardoor door de bomen het bos niet meer ziet. Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat. Ook de RIMI-regeling was suboptimaal.
Eerder is gezocht of zaken in reguliere financieringsbronnen konden worden opgenomen, wat niet altijd lukte, waardoor er een stapeling binnen de RIMI-regeling plaatsvond. De regeling heeft er wel toe geleid dat initiatieven die eerder tussen wal en schip vielen nu wel werden gehonoreerd vanwege integraliteit. De integraliteit was een absolute meerwaarde. Het is daarom goed om meer integraal naar subsidies te kijken, waarvoor dit een interessant experiment is geweest. Het voorzitterschap wordt overgedragen aan het lid Yemane. 14.
36
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Bespreken van de raadsinformatiebrief over de evaluatie van het burgerberaad ‘Schone stad’ en de afdoening van motie 595 van het lid Garmy. De VOORZITTER deelt mee dat het punt is geagendeerd op initiatief van het lid Broersen. Eerste termijn Het lid BROERSEN vindt het bij een goede participatie belangrijk om te doen wat is beloofd, in dit geval het opvolgen van adviezen. Men kan pas spreken van echte inspraak als daarmee ook echt iets gebeurt. Adviezen zouden alleen niet worden overgenomen als ze financieel, juridisch of praktisch onuitvoerbaar zijn. De collegereactie op sommige adviezen gelezen hebbend heeft VOLT de indruk dat het zich daaraan niet volledig heeft gehouden. Sommige delen van adviezen zijn bijvoorbeeld niet van een reactie voorzien en sommige adviezen neemt het college niet over of is er iets anders voorgesteld. Dat is niet in lijn met de afspraak gemaakt bij de startnotitie en het beleidskader. Het lid wil discussiëren over de evaluatie en wil bij het volgende burgerberaad en de volgende evaluatie graag zien dat de adviezen en de reactie van het college daarop worden meegenomen. Het lid mist verder het gebruik van hulpmiddelen voor deelnemers. Iedereen moet namelijk kunnen meedoen en in de evaluatie is niet te lezen of hulpmiddelen, zoals kinderopvang en reiskostenvergoeding, daadwerkelijk zijn ingezet.
Daarom wordt de wethouder gevraagd daarover alsnog iets te zeggen. Het lid BELKASMI vraagt aandacht voor representativiteit, die voorafgaand aan het burgerberaad een grote zorg van de PvdA was. Het lid is echter best wel positief verrast over hoe de representativiteit in het burgerberaad uiteindelijk is gebleken. Wel vraagt het lid hoe men ervoor zorgt dat ook de mindertalige Amsterdammer volwaardig kan meedoen aan het burgerberaad. Daarop kan volgens de PvdA nog winst worden behaald en daarom wordt gevraagd hoe die groep beter kan worden bereikt en worden ondersteund bij een volgend burgerberaad en hoe de representativiteit op orde blijft. Het lid STAARTJES stipt uit de evaluatie het advies over de herinvoering van het ‘treintje’ aan. De gemeente wist al uit de gemeentelijke organisatie dat dat werkte, maar eerst nadat dat in het burgerberaad werd gezegd nam het college dat pas over. De vraag is dus of het burgerberaad wel efficiënt is, omdat kennis via ambtenaren veel makkelijker bij het college kan komen. Het lid BROERSEN vraagt of het lid Staartjes weet welk aantal adviezen door het burgerberaad is ingediend en welk aantal is aangenomen. Het lid STAARTJES zegt dat niet te weten. Het lid BROERSEN vindt het makkelijk om er één advies uit te pikken en andere buiten beschouwing te laten, wat niet helemaal representatief is.
Het lid STAARTJES gaf het voorbeeld van het initiatief dat met de grootste meerderheid van 85% is aangenomen en dat ook naar buiten is gekomen. De organisatie had al de beschikking over de betreffende kennis van het treintje en had dus niet hoeven te wachten op het advies vanuit het burgerberaad. Het lid BROERSEN vindt het een terechte vraag of dit ook anders had gekund, maar stelt dat dat verder niets zegt over de efficiency van een burgerberaad en hoe een burgerberaad kan bijdragen. Voor de andere adviezen geldt dat misschien niet en zijn er wellicht creatieve en waardevolle ideeën gekomen. Door één advies uit de evaluatie te pikken kan men volgens het lid niet zeggen dat het burgerberaad niet nodig zou zijn geweest.
37
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Het lid STAARTJES wijst verder op de kwetsbaarheid van het burgerberaad, doordat experts die hun boodschap makkelijk weten te verwoorden een grotere kans hebben om invloed te hebben en een bijdrage te leveren aan het advies dan experts met een ingewikkelde en genuanceerde boodschap, die deelnemers veel minder goed kunnen begrijpen en onthouden. Het lid heeft dus meerdere problemen met het burgerberaad, omdat er een behoorlijke kwetsbaarheid in het instrument zit. Het lid BROERSEN vindt het goed om dat punt op te brengen en dat te bespreken. In een eerdere bijdrage van de VVD kwam wel over dat het hele burgerberaad niet had gehoeven door dat ene advies, wat het lid tekort vindt doen aan het hele burgerberaad. Het lid BELKASMI herinnert aan het geschreven stuk van het lid Staartjes over burgerberaden, waarin werd aangegeven dat er weinig vertrouwen is in de representativiteit van een burgerberaad. Uit de evaluatie blijkt nu dat de representativiteit redelijk op orde is, zodat het lid vraagt of het lid Staartjes diens woorden daarover terugneemt. Het lid STAARTJES vindt een van de kritieken op de burgerberaden de pluriformiteit van denken, waarop het moeilijk selecteren is. Men kan een representatieve loting doen, maar dat betekent niet dat burgerberaden elke doelgroep weten te binden. Het is sterk afhankelijk van de onderwerpen welke groepen die het meest aanspreken.
Afval spreekt meer groepen aan dan bijvoorbeeld klimaat en groen. Dat blijft een punt van zorg. Het lid BELKASMI vraagt hoe de VVD het burgerberaad op basis van de evaluatie beoordeelt. Het lid STAARTJES kan daarover alleen zeggen dat er op een aantal kenmerken een representatieve deelnemersgroep was. Wethouder GROOT WASSINK lijkt de stelling van het lid Staartjes dat Amsterdammers meer geïnteresseerd zouden zijn in afval dan in groen een aanname die hij niet zou willen verdedigen. Hij denkt zelf dat het burgerberaad een heel zinnig instrument is voor tal van onderwerpen. Ook meent hij dat het lid Staartjes causaliteit en correlatie in dezen een beetje verwart. Omdat het advies van experts van in en buiten de gemeente over het treintje niet direct op de tafel van het bestuur terecht is gekomen zou het burgerberaad waardeloos zijn. Hij zou echter willen dat alle signalen uit de uitvoering vlug op zijn bureau terecht komen. Dan zouden er veel dingen veel beter zijn, maar het kenmerk van bureaucratie is dat dat moeilijk wordt. Hij kijkt terug op een zinvol en mooi burgerberaad, waar wel degelijk veel lessen uit te leren zijn. Het lid Belkasmi heeft veel goede dingen gezegd over representativiteit en minderdaligheid. Geprobeerd is dat een belangrijke plek te geven. Dat is nadrukkelijk gedaan door het kiezen van niet talige werkvormen, zoals tekeningen, excursies en spelelementen.
De evaluatie laat zien dat dat nog beter kan. Het college wil oog houden voor mindertaligheid en zoekt meer instrumenten daartoe. Hij zegt toe daarmee in de toekomst meer rekening te zullen houden. Hulpmiddelen zijn belangrijk en leden van het burgerberaad hebben daarvoor een vergoeding gekregen. Mensen konden in het aanmeldformulier aangeven of ze ondersteuning nodig hebben, zoals een tolk of kinderopvang. Circa vijftien deelnemers zijn ondersteund door tolken. Een persoon heeft van kinderopvang gebruik gemaakt en ook rolstoeltoegankelijkheid was geregeld. Er is dus geprobeerd om hulpmiddelen maximaal in te zetten en dat is een permanent onderwerp van aandacht, evenals de focus op inclusiviteit, representativiteit en mindertaligheid. Efficiëntie lijkt in sommige kringen vooral naar financiën te wijzen. Tolken voor een paar mensen zijn best duur. Hij zegt toe collegereacties per advies inzichtelijk te maken en aan te geven waarin de beperking zit en wat het college daarmee doet. Hij dankt de commissieleden voor terechte opmerkingen over mindertaligheid, representativiteit, inzet van hulpmiddelen en het zichtbaar maken van adviezen. Hij vindt
38
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
het burgerberaad desalniettemin een heel mooi instrument, waarmee men mensen engageert. De toegevoegde waarde is wat hem betreft onomstreden. Het lid BROERSEN vraagt hoe in het vervolg wordt omgegaan met het bespreken van een burgerberaad door de commissie SED of de inhoudelijke commissie. Wethouder GROOT WASSINK vindt de vragen van de leden Broersen en Belkasmi aansluiten bij de systeemverantwoordelijkheid. De opmerkingen over het ‘treintje’ zijn meer inhoudelijk van aard. Naar de integraliteit is het altijd een beetje zoeken in een enigszins verkokerde organisatie als de gemeente Amsterdam. De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en raadsbehandeling. Sociale zaken 15. Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Start in Zuidoost, Nieuw-West en Noord’ met 120 tijdelijk gesubsidieerde banen en van het Wijzigingsbesluit Subsidieregeling buurtbanen Amsterdam 2021 De VOORZITTER deelt mee dat het punt is geagendeerd op verzoek van het lid Bentoumya. Eerste termijn Het lid BENTOUMYA hoopt dat iedereen bekend is met de Stichting Prachtvrouw van Habiba Bouanan in Oost, die zelf ooit een buurtbaner was. Met de opgedane ervaringen als buurtbaner heeft ze die stichting opgericht, waarvan de stad kan genieten. Deze banen zijn bedoeld voor Amsterdammers die graag aan de slag willen, maar die nog niet goed hun weg kunnen vinden naar betaald werk.
Wat GroenLinks betreft zijn buurtbanen ook manieren waarmee belangrijke sleutelpersonen, zoals Habiba, van hun kennis en visie hun werk kunnen maken. Zij hebben een enorme meerwaarde voor de stad. GroenLinks is erg enthousiast over de buurtbanen en diende eerder een motie daarover in. Het lid is blij dat daaruit 120 nieuwe buurtbanen zijn voortgekomen. Het lid vraagt welke inzichten de afgelopen periode zijn opgedaan over de buurtbanen en hoe die worden meegenomen bij de uitbreiding daarvan. Meer stichtingen doen geweldig werk en hebben soms te maken met financiële onzekerheid. Wellicht kan de gemeente actief helpen om buurtbaners en stichtingen aan elkaar te koppelen, zodat het werk versterkt kan worden. Ook is het lid benieuwd of er al koppelingen worden gemaakt tussen initiatieven zoals de alliantie ‘Samen sterk naar werk’ en de buurtbaners, waarbij Amsterdammers die trajecten volgen rondom toeleiding naar werk eerst kunnen uitstromen naar een buurtbaan en daarna hun carrière verder kunnen voortbouwen en hoe de gemeente hierin actief kan ondersteunen. Het lid NAMANE is ook heel erg blij met de buurtbanen als opstap naar regulier werken voor mensen in de Participatiewet. Het lid vraagt hoe men zorgt dat het subsidiebedrag daadwerkelijk gaat naar begeleiding van de buurtbaner en hoe zij een bijdrage leveren aan de stad.
Verder is het de vraag hoe de gemeente zorgt voor een goede doorstroming van de buurtbaners naar regulier werk, zodat ze niet terugvallen naar de Participatiewet. Wethouder GROOT WASSINK wijst erop dat het voorliggende onderwerp niet over buurtbanen gaat. In het verleden zijn die ingesteld en het is een voorziening waarop hij buitengewoon trots is. Op verzoek van met name de leden Bentoumya en Namane is gekeken naar een vorm van gesubsidieerd werk, niet zijnde de werkbrigade. Geconstateerd is iets anders te doen, wat buurtmedewerkers zijn. Buurtbaners komen juist in dienst bij een organisatie met doorstroming als doel. Met buurtmedewerkers subsidieert de gemeente vitale functies in buurten, waarmee zij erkent dat het werk dat zij doen buitengewoon
39
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
belangrijk is. De buurtbaan is echt gericht op een stap door, terwijl het bij buurtmedewerkers gaat om iemand die fantastisch werk doet en de gemeente stelt die in staat stelt dat voor maximaal twee jaar te doen. Daarbij zit ondersteuning van jobcoaching en -ontwikkeling. Een van de geleerde zaken is dat bij buurtbaners alles in het teken van doorstroming staat. Bij sommige initiatieven zou men echter willen dat mensen bij het initiatief blijven en daarvoor gewoon betaald worden. Daarin zit ook de beperking van de regeling, die niet goedkoop is, maar daarmee wordt voor een beperkte tijd in buurten geïnvesteerd. Hij roept zijn opvolger op hiervoor geld te blijven vrijmaken, omdat het voor de buurten en betrokkenen belangrijk is en een grote meerwaarde heeft. Hij kan zich echter ook voorstellen dat buurtmedewerkers wel een verdere stap zetten. De subsidie is niet alleen bedoeld voor begeleiding, maar ook voor dekking van andere kosten in verband met buurtmedewerkers. Begeleiding is heel belangrijk voor het welslagen. Buurtmedewerkers en buurtbaners wordt jobcoaching aangeboden om te kijken of de stap naar regulier werk te zetten is, maar het is bij buurtmedewerkers minder een voorwaarde. Uitstroom naar regulier werk is het dilemma, omdat men dat voor sommige buurtmedewerkers niet wil, omdat daarmee een gat valt in een voor een buurt buitengewoon cruciale functie.
Het lid BENTOUMYA zou de financieringsmogelijkheden voor buurtmedewerkers in beeld willen brengen, evenals de te trekken lessen en de zoektocht naar vervolgfinanciering. Wethouder GROOT WASSINK zou willen dat het gaat om een continu proces, waar mensen verder gaan naar regulier werk. De harde scheiding tussen betaald en onbetaald werk vindt hij sowieso een problematisch concept. Hierdoor kan men zinvolle verantwoordelijkheden betalen. De komende twee jaar kan de gemeente nog leren om de regeling te verfijnen. Eerder had de gemeente een werkbrigade, die maar voor een specifieke groep een werkbaar instrument was. De daarna opgezette buurtbanen zijn zinvol, maar de strikte doorstroomeis is voor sommige mensen en functies niet verstandig, zodat er nu ook buurtmedewerkers zijn. Hij ziet het dus als een lerend proces, waarbij men mensen en bepaalde activiteiten en buurten meer waardeert. Daarom wil hij de buurtmedewerkers ook goed volgen en hij denkt daarmee goud te pakken te hebben. Het lid NAMANE vreest dat mensen na twee jaar terugvallen in de Participatiewet vanwege de onmogelijkheid in dienst te kunnen blijven en niet te kunnen doorstromen naar regulier werk. Hoe zorgt men ervoor mensen na die twee jaar niet aan hun lot over te laten? Wethouder GROOT WASSINK gaat veel meer de LKS (loonkostensubsidie) en de no risk polis inzetten.
De functie omvat ook een kwetsbaarheid, omdat men stichtingen niet altijd kan vragen een rol op zich te nemen. Er is een breed palet aan instrumenten beschikbaar, waardoor er niet alleen in financiële zin een instrumentarium is. Doorstroom is wel degelijk een mogelijkheid. Het lid NAMANE vindt het heel fijn dat te horen en wil ook verder kijken dan de tweejaartermijn. Het lid is benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. Wethouder GROOT WASSINK wil niemand achterlaten. De VOORZITTER concludeert dat geen raadsbehandeling is gewenst. 16. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake ‘Meer Amsterdammers ondersteunen via sociaal netwerkpartners (reguliere werkgevers, Pantar en sociale firma’s)’ 17. Bespreken van de Zienswijze begroting Pantar 2025
40
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
De VOORZITTER wijst erop dat de agendapunten 16 en 17 gevoegd worden behandeld en zijn geagendeerd op verzoek van het lid Schmit. Het lid SCHMIT vindt dat de maatschappij de primaire taak heeft om mensen te laten meedoen, ongeacht hun afkomst of hun fysieke of verstandelijke handicap. Ze moeten de vrijheid hebben en de kans krijgen om hun talenten te ontwikkelen en verdiende erkenning te krijgen. Dat mag de maatschappij geld kosten, wat logisch is, omdat het tegelijkertijd de maatschappij ook veel oplevert. Pantar mag dus ook geld kosten, maar de financiële opbouw van Pantar is op lange termijn niet houdbaar, wat komt door de verkapte Haagse bezuinigingen. Daarom maakt D66 zich zorgen over de toekomst, ook vanwege de maatschappelijke taak die Pantar in Amsterdam uitvoert. Te zien is dat Amsterdam de rekening van Pantar betaalt. Het gaat sinds 2019 om bijna 40 miljoen euro. Daarvoor heeft het lid begrip. Tekorten groeien dit jaar naar 15 miljoen euro, wat op een gegeven moment niet meer houdbaar is. Daarom wil het lid kijken naar een meerjarenstrategie, op welk gebied er twee smaken zijn, namelijk zaken houden zoals ze zijn of kijken naar een strategische optie om Pantar tot een sociale onderneming te ontwikkelen met de nadruk op waarde toevoegen.
Het lid droomt van een Amsterdams ecosysteem met sociale ondernemingen, die veel kansen kunnen geven aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het lid NAMANE vraagt wat Pantar als een sociale onderneming volgens het lid Schmit betekent. Het lid SCHMIT licht toe dat Pantar zich dan ontwikkelt met meer toegevoegde waardetaken, waarmee meer geld te verdienen is. Dat betekent ook samenwerken met het bedrijfsleven, zodat nog meer mensen een plek krijgen om werk te doen. Door meer toegevoegde waardetaken dalen de kosten voor de belastingbetaler en is nog steeds mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek te geven. Het lid NAMANE vraagt of er in zo’n sociale onderneming ook ruimte is voor de Amsterdammers, die nu bij Pantar terecht kunnen. Het lid SCHMIT ziet dat zeker. Het gaat om een meer brede mix van mensen met eigen talenten, die soms activiteiten doen met minder toegevoegde waarde en soms met meer toegevoegde waarde. Daardoor kan Pantar een gezonder bedrijf worden met een lagere bijdrage vanuit de gemeente. Het lid NAMANE heeft de indruk dat het lid Schmit bedoelt dat het enige verschil is dat er meer verdiend moet worden door mensen die bij Pantar werken.
Het lid SCHMIT licht toe dat Pantar de gelegenheid kan worden gegeven om zich tot een sociale onderneming te ontwikkelen, waardoor er meer activiteiten kunnen plaatsvinden, waardoor er meer toegevoegde waarde voor het bedrijf komt, waardoor de kosten voor de gemeente lager zouden kunnen zijn. Het lid BENTOUMYA kan meer rendabel werk en meer geld bijleggen door de gemeente niet met elkaar rijmen en vraagt hoe realistisch dat is. Het lid SCHMIT wil Pantar de mogelijkheid geven om meer toegevoegde waardeactiviteiten te creëren, waarbij mensen uit de doelgroep bij Pantar blijven werken, maar waardoor tekorten ook minder worden. In Brabant gebeurt dat al en dalen de kosten per medewerker. Het lid BENTOUMYA snapt het door de heer Schmit voorgestane model niet zo goed en vraagt of er meer geld voor begeleiding van mensen nodig is of mensen zonder afstand tot de arbeidsmarkt in dienst van Pantar zullen komen.
41
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Het lid SCHMIT herhaalt dat Pantar de mogelijkheid krijgt om een brede mix van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de kans te geven om werk te doen. Pantar kan de kans krijgen om zich verder te ontwikkelen tot een social enterprise. Bij het houden van de situatie zoals die is moet de gemeente 15 miljoen euro tot 20 miljoen euro bijleggen. Pantar kan ook de mogelijkheid krijgen om zich door te ontwikkelen als een sociale onderneming, met een sterk ecosysteem waaraan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen meedoen. Het lid ALBERTS verwijst naar het SP- en CDA-voorstel uit 2020 in de Tweede Kamer, dat erop neerkwam dat mensen met een beperking in welke vorm dan ook recht op toegang tot werk hebben. Dat voorstel is geschreven, omdat in de jaren daaraan voorafgaand nauwelijks geïnvesteerd werd in mensen in de bijstand. Er was sprake van een trend van een kille en inhumane houding van ‘zoek het maar uit’. Door een netwerk op te richten van sociale ontwikkelbedrijven zou voor deze mensen een rol in de maatschappij gecreëerd worden. In het voorstel wordt het Rijk gehouden tot een adequate financiering richting gemeenten. Daar gaat het echter mis. Rijksfinanciering is namelijk ontoereikend. De gemeente Amsterdam vat haar taak heel erg goed op en zorgt uit eigen zak voor het in stand houden van deze werkvorm. Dat doet de gemeente al jaren.
Dat de wethouder van Pantar vraagt een meerjarenstrategie te ontwikkelen is begrijpelijk, maar de SP is van mening dat de ramp komend vanuit het Rijk goed duidelijk gemaakt moet worden. Het Rijk is de schuldige en gemeenten vangen de klappen op. Het initiatiefvoorstel van de SP en het CDA is destijds aangenomen, maar de vraag is wat het vervolg is, omdat het lid het idee heeft dat er niets gebeurt. Sociale werkbedrijven leveren volgens de SP ook geld op, omdat ze bijvoorbeeld kosten vanuit de bijstand uitsparen. Het lid BENTOUMYA wil een sociaal ontwikkelbedrijf waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk kunnen gaan op een manier die bij ze past. Bedrijfseconomische afwegingen zijn volgens GroenLinks ondergeschikt aan een meerwaarde van het begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk. Het lid is heel blij te lezen dat dat ook de zienswijze van het college is. Het belangrijkste probleem is gigantisch tekortschietende rijksmiddelen voor participatie. Tijdens het interessante werkbezoek aan Pantar heeft het lid een sociaal ontwikkelbedrijf gezien dat zijn best doet om te zoeken naar goede begeleiding en een financieel goed systeem. Het werk bij Pantar is een mooie mix van verschillende werksoorten. De gemeente kan naast het geven van financiële steun kijken naar wat zij kan betekenen om de bedrijfsvoering bij Pantar te verbeteren.
Wellicht is te kijken naar doorstroom vanuit eigen klantmanagers. Ook kan de link gelegd worden met het gemeentelijke social return-beleid en kan men helpen in de zoektocht naar meer renderende werksoorten. Het lid NAMANE vindt het van groot belang dat mensen die ondersteuning nodig hebben om aan de slag te gaan ook kunnen werken. Het is goed om te zien dat steeds meer Amsterdammers met ondersteuning aan het werk komen, ook bij reguliere werkgevers, maar er staan ook nog veel mensen aan de kant. Het lid vraagt hoe men kan zorgen dat veel meer mensen worden geholpen en aan de slag komen, hoe het is gesteld met middelen en hoe aantallen op te hogen zijn. Het gaat niet goed met de financiën van Pantar en het is zonde dat het Rijk niet meer investeert in werk en begeleiding van de doelgroep. Het kost de samenleving ook minder als mensen goed worden begeleid. Er moet wel altijd plek zijn voor mensen die geen andere optie hebben dan dit type werk. Volgens de PvdA kunnen sociale firma’s nooit de plek van sociale ontwikkelbedrijven overnemen en het lid hoort graag hoe het college daarover denkt. Sociale firma’s kunnen wel een grote rol spelen in het bieden van werk voor mensen die ondersteuning nodig hebben. Daarin ligt een grote opgave voor de stad.
De PvdA ziet dat de gemeente daarop goed inzet en dat zij de groei van het aantal werkplekken wil stimuleren door financiële compensatie, wat prima is. Zorgwekkend is dat sociale firma’s aankloppen bij de gemeente voor medewerkers en dat de gemeente dan niet met
42
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
kandidaten komt. Dat begrijpt het lid niet zo goed, omdat er genoeg mensen aan de kant staan. Ongeveer 450 werkzoekenden zijn in bemiddeling en er is niet te zien hoeveel ruimte er is bij bedrijven en of Amsterdam die mensen kan leveren. Wethouder GROOT WASSINK is heel blij met de woorden van het lid Schmit, omdat hij uit diens eerdere bijdrage het idee kreeg dat tekorten door Pantar of het college zouden komen. Eerder was het tekort standaard 8 miljoen euro. Het is de bedoeling geweest om mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt of een beperking aan het werk te helpen, waar eerder sprake was van een collectief risico met rijksfinanciering. Dat risico is nu naar de gemeenten gegaan. Er zijn absoluut mensen die in een beschermde omgeving dingen moeten kunnen doen. Anderen met een beperking zouden ook wel naar een reguliere werkgever kunnen. De gemeente heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd om zoveel mogelijk mensen naar de reguliere arbeidsmarkt te leiden, wat in het nadeel van Pantar was. Wellicht is Pantar wel een onmogelijke opdracht gegeven. Voor hetgeen het lid Schmit wil heeft Pantar zich de afgelopen jaren enorm ingezet. Pantar heeft nadrukkelijk geprobeerd een sociale firma te worden. Een rendabele businesscase bereiken waarmee men het onrendabele deel kan afdekken is echter niet mogelijk door de beperkte rijksfinanciering.
Daarnaast plaatst de gemeente ook graag werk in de markt. Uiteindelijk is het de vraag welke samenleving men wil zijn. Voor sommige groepen moet er altijd geld bij om hen een zinvolle besteding te geven. Sommige gemeenten doen dat niet, maar hij vindt dat mensen met een beperking recht hebben op een zinvolle dagbesteding, wat echter geld kost. De vraag is in welke vorm men dat doet. In Enschede is het sociaal werkbedrijf een gemeentelijke afdeling, waarvan het tekort in een programma wordt weggeschreven. De gemeente Amsterdam heeft gekozen voor Pantar als een verbonden partij. Daaraan zitten ook beperkingen, maar in de markt kan men daarmee de eigen broek niet ophouden. Het gesprek is volgens hem nodig over hoe de gemeente voor de doelgroep wil zorgen en welke infrastructuur daarbij hoort. De gemeente zet de mensen uit de Participatiewet graag in de markt weg en op dat gebied zou de samenwerking met Pantar beter moeten zijn. Het lid SCHMIT is het ermee eens dat Pantar altijd geld blijft kosten, maar ziet mogelijkheden dat het bedrijf zich ontwikkelt tot een sociale onderneming, met activiteiten met meer toegevoegde waarde en meer renderende activiteiten. Er is volgens hem ruimte daartoe. Het lid vraagt of dat dit een van de strategische opties voor Pantar is. Wethouder GROOT WASSINK heeft dat de afgelopen jaren ook nadrukkelijk geprobeerd.
Pantar is een vehikel voor een hoger maatschappelijk doel. Hij is er niet tegen dat Pantar een sociale onderneming is met voldoende rendement waarmee ze haar kerntaak kan doen. Tegelijkertijd ziet hij die rentabiliteit op korte termijn niet. De afgelopen jaren zijn de doelstellingen voor de doelgroep verhoogd, waardoor het tekort oploopt. Als Pantar alleen de basis moet doen is het tekort laag, maar het maatschappelijke rendement eveneens. De vraag is dus wat de gemeente wil. Hij is niet tegen het ontwikkelen van Pantar als sociale onderneming. Het tekort loopt echter dusdanig op, dat hij vindt dat hij moet ingrijpen, zodat hij de voorliggende reactie op de begroting heeft bijgevoegd. Misschien moet men zich in de toekomst beperken tot de kerntaak van beschut werk en daarnaast deels de Participatiewet. Dan bespreekt men aantallen en een prijs daarvoor. Het is ook afhankelijk van rijksfinanciering en het gesprek van de raad wat men precies wil. Hij vindt dat de gemeente met betrekking tot social return nog meer kan doen. Dat wordt uitgewerkt. Het is in de praktijk best moeilijk om rendabele activiteiten aan Pantar te koppelen. Het lid SCHMIT vraagt of het ontwikkelen van deels rendabele activiteiten door Pantar in de strategie onderzocht kan worden.
Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat dat al sinds 2021 in de strategie van Pantar stond en vindt dat dat onvoldoende is gematerialiseerd. Hij is daar dus niet tegen,
43
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
maar vindt ook met Pantar het gesprek over kostenbeperking te moeten voeren, evenals over het uitvoeren van de kernactiviteit. Pantar begeeft zich ook in een omgeving waar er veel sociale firma’s zijn. De context is dus dusdanig ingewikkeld dat hij een social enterprise niet als hoofddoel van een strategie wil zien. Gezien de kostenbeheersing is de kerngroep en een deel Participatiewet het meest verstandige om zich op te focussen. Het gaat om een enorme zoektocht om enerzijds mensen vanuit de Participatiewet bij reguliere bedrijven te plaatsen en anderzijds zich te richten op de functie van Pantar voor mensen met een beperking. Het lid NAMANE is heel tevreden over de antwoorden op gestelde vragen, maar mist nog een antwoord op de vraag over mensen die de gemeente niet zou kunnen leveren. De vraag is of de wethouder dat beeld herkent. Wethouder GROOT WASSINK heeft de afgelopen jaren stevig ingezet op dienstverlening aan sociale firma’s, onder andere door het publiceren van tenderkalenders. Schaal is daarbij best relevant. Geprobeerd is de catering aan sociale firma’s te gunnen, maar de omvang van dat kavel stond dat niet toe. Het lukt in het algemeen vrij goed om mensen bij sociale ondernemingen te plaatsen, maar soms gaat dat ten koste van Pantar, omdat de aard van de werkzaamheden niet helemaal bij Pantar past.
De gemeente zou meer werk bij sociale firma’s en Pantar kunnen plaatsen, wat in strijd is met het uitgangspunt dat men ook mensen met een beperking een reguliere werkgever en dito salaris gunt. De VOORZITTER stelt vast dat er behoefte is aan raadsbehandeling over het onderwerp op 11 en 12 juni. 18. Bespreken van de reactie op motie 496 van 13 november 2024 van raadslid Kabamba over versterking van digitale toegankelijkheid voor diverse ouderen Het lid KABAMBA zegt dank voor de zorgvuldige afdoening van de motie en waardeert het niet alleen inzetten op het vergroten van het bereik in het algemeen en de zichtbaarheid van het ondersteuningsaanbod voor digitale vaardigheden, maar ook dat dat gebeurt via toegankelijke en vertrouwde kanalen. Ook is het lid positief over de samenwerking met maatschappelijke organisaties en buurtteams, de inzet van trainingen voor vrijwilligers en het gratis cursusaanbod via het taaloffensief, waarmee op een inclusieve en structurele manier wordt gewerkt aan het dichten van de digitale kloof van ouderen met een migratieachtergrond.
Aandachtspunten van het lid zijn nog: - het verkennen van hoe familieleden van ouderen betrokken kunnen worden bij het proces; zij kunnen een cruciale rol spelen in het aanleren en ondersteunen van digitale vaardigheden en tegelijkertijd de intergenerationele verbindingen en solidariteit versterken; - overwegen om jongere generaties in de families bewust als bruggenbouwers te betrekken; - in de praktische uitvoering rekening houden met de grote diversiteit binnen de doelgroep ouderen op het gebied van leeftijd, vaardigheid en hun sociale netwerk, zodat niemand buiten de boot valt; - de wijze van evalueren met diverse organisaties en vertegenwoordigers. Het lid is ontzettend blij met de aanpak tot nu toe en ziet die als een weg naar meer effectiviteit en wil weten of een jaarlijkse terugkoppeling mogelijk is. Het lid BENTOUMYA zegt het lid Kabamba dank voor het indienen van de motie en vindt het ontzettend belangrijk om aandacht te hebben voor ouderen met een migratieachtergrond en waaraan zij specifiek behoefte hebben en hoe zij nog beter met gemeentelijke dienstverlening te bereiken zijn. GroenLinks is ook blij met de afdoening van de motie en dat veel verschillende organisaties worden betrokken bij het uitbreiden van de dienstverlening en om deze nog beter te bereiken.
44
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Het lid mist nog informele organisaties in de opsomming, omdat dat plekken van samenkomst zijn, waar ouderen met een migratieachtergrond echt worden bereikt en waar zij in alle vrijheid hun behoeften en hindernissen in Amsterdam kunnen bespreken. Wethouder GROOT WASSINK begint niet helemaal opnieuw, gezien de kinderen en kleinkinderen die al enorm helpen. Er zijn ook al sociale initiatieven die het gevraagde al doen en daarmee werkt de gemeente samen. Hij erkent dat informele netwerken heel belangrijk zijn en die hadden explicieter in de brief kunnen staan. Er is al aandacht voor kinderen en kleinkinderen, maar dat is ook een dilemma, omdat men jongeren soms ook wil ontlasten. Kinderen met een migratieachtergrond moeten soms te veel verantwoordelijkheden voor hun ouders opnemen. Daarom wil hij via jongerenorganisaties en plekken waar jongeren samenkomen jongeren wijzen op het reguliere aanbod. Het is goed dat zij ondersteuning bieden, maar hij wil ook oog houden voor het ontlasten van jongeren en hoopt dat zij zoveel mogelijk kunnen doorgeleiden naar het reguliere aanbod, dat er ook voor ouderen is. Bruggenbouwers zijn cruciaal, evenals informele organisaties en partners in de stad.
Het college wil heel graag een kwantitatieve evaluatie houden en gaat monitoren welk aantal ouderen deelneemt aan cursussen digitale vaardigheden en welk aantal zich aanmeldt voor digitale ondersteuning na interventies, zover dat mogelijk is. Ook houdt het college een kwalitatieve evaluatie met verschillende betrokken partijen en de doelgroep. Hij geeft dus grote steun aan de aanbevelingen van de sprekers en de motie. De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en raadsbehandeling. Gemeentelijk Vastgoed 19. Bespreken van de raadsinformatiebrief over stand van zaken nieuwe gemeentelijke huisvesting De VOORZITTER geeft aan dat het punt is geagendeerd op verzoek van het lid Staartjes. Het lid STAARTJES wijst erop dat er nog wel eens een college valt over nieuwbouwplannen voor de eigen organisatie. Budgetoverschrijdingen en te hoge verwachtingen over functionaliteit liggen daaraan vaak ten grondslag. In Amsterdam verkoopt het college nieuw- en verbouwplannen als een bezuinigings- of efficiencyslag, wat ook de voorliggende brief ademt. Daarmee is de VVD blij. Als zo’n plan gemaakt wordt gaan goed, snel en goedkoop echter zelden samen. De beloofde efficiencyslag en bezuiniging komen er vaak niet.
Daarom wil de VVD het project aanmelden als risicovol en wil het lid bestuurlijke duiding over de uitgangspunten in de brief, hoe die zich tot elkaar verhouden en de kostenbesparing. De brief vermeldt nadrukkelijk de eigen gemeentelijke huurpanden, die het college graag in eigen beheer wil hebben. Betekent dit dat deze als eerste opgegeven worden ten bate van het nieuwe pand? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat de aanleiding van de overweging niet alleen de taakstelling is. De manier waarop de gemeentelijke organisatie werkt is in de post Covid-periode veranderd. Daarnaast zag het college dat vrij slecht onderhouden panden, die weinig duurzaam maar heel duur waren, werden gehuurd. Dat heeft ertoe geleid daarover na te denken. Hij heeft onmetelijk vertrouwen in de kwaliteit van de organisatie dat de nieuwe huisvesting prima zal gaan, maar er zou sprake kunnen zijn van een forse investering. Het college kijkt er zorgvuldig naar en neemt geen besluit over een nacht ijs. Het lijkt hem wat vroeg om de investering nu al onder de regeling risicovolle projecten te brengen, gezien de eerste aankondiging. Hij denkt dat een goede businesscase te maken is. Sommige huurpanden kan de gemeente volgens hem afstoten, omdat die slecht en duur zijn. Hij snapt
45
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
de zorgen, omdat een verbouwing wel eens mis kan gaan, maar wil wachten tot een verdere te zetten stap, waarna het college terugkomt. Het is goed om van de dure huurpanden af te komen en om te kijken hoe tot goede nieuwe huisvesting is te komen. Bij een besluit daarover kan worden bepaald of opname in de regeling risicovolle projecten nodig is. Het gaat niet alleen over een subjectieve afweging. Enerzijds gaat het over bereikbaarheid voor medewerkers en anderzijds over kosten. Criteria en uitgangspunten over kosten, duurzaamheid, goed en aantrekkelijk werkgeverschap, samenwerking, bereikbaarheid, maatschappelijke waarden, een mogelijke impuls aan de omgeving en toegankelijkheid zijn opgesteld. Die zaken zijn relevant en moeten bij een definitieve keuze bijdragen aan het pand. Men moet daarin fijn en prettig kunnen werken, wat als het even kan kostenbesparend is ten opzichte van de huidige lasten van de panden voor ambtelijke huisvesting. De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en raadsbehandeling. 20.
Bespreken van de reactie op motie 590 (13 november 2024) van het lid Krom (PvdD) over ‘onderzoek hoe structurele financiering gevonden kan worden voor de onderhouds- en verduurzamingsopgave van het gemeentelijk vastgoed’ Eerste termijn Het lid STAARTJES erkent dat de VVD vaak kritiek heeft op gemeentelijke ambities als vastgoedbeheerder, omdat bij eigendom ook verantwoordelijkheid komt kijken, zoals onderhoud en verduurzaming van bezit. Een mogelijke uit te werken oplossing is om rendabele investeringen buiten het investeringsplafond te plaatsen. Daaruit begrijpt de VVD dat dat hetzelfde is als de toch al formidabele schuld van Amsterdam verder te laten oplopen. Daarnaast wordt de gemeente ook speculant, omdat vastgoed wel moet blijven renderen. De VVD is niet enthousiast over deze oplossingsrichtingen en wil weten hoe zij dit moet zien. Wat het lid betreft zou het mogelijk zijn om kosten door te berekenen aan de huurder via het huurcontract, wat alleen kan als die een marktconforme prijs betaalt die past bij het huidige prijspeil. Dat betekent dat contracten geactualiseerd moeten zijn en het lid weet niet of dat het geval is en of dat er nog ruimte is voor verduurzaming van het vastgoed. Wethouder GROOT WASSINK herinnert aan onlangs genomen besluiten over de vastgoedvisie en kostprijsdekkende huur.
Huuropbrengsten zijn niet voldoende voor volledige financiering van onderhoud en verduurzaming van het vastgoed. In het verleden is er structureel te weinig aandacht daarvoor geweest. Twee, drie jaar geleden is er bij de voorjaarsnota 150 miljoen euro vrijgemaakt voor verduurzaming van het vastgoed, dat liep tot 2027. Er resteert dan nog een opgave. Hij erkent dat meer investeren de gemeentelijke schuld laat toenemen, maar tegelijkertijd is het de vraag hoe erg schuld is. De gemeente blijft wat dat betreft netjes binnen alle marges en ratio’s. Een schuld is op zichzelf niet een probleem als daar maar voldoende waarde tegenover staat. Als men vastgoed niet onderhoudt, dan daalt de waarde daarvan. Hij maakt zich veel meer zorgen over het slechte onderhoud van vastgoed, wat betekent dat de leegstand toeneemt en de inkomsten dalen. Het college is zich er terdege van bewust dat er zowel op onderhoud als verduurzaming investeringen nodig zijn om het vastgoed op niveau te houden. Investeren is niet per se slecht, ook niet als men daarvoor een schuld aangaat mits daar waarde tegenover staat. Tweede termijn Het lid STAARTJES is het grotendeels eens met het gezegde door de wethouder. De VVD heeft tegen de hernieuwde vastgoedstrategie gestemd, omdat zij zich bewust is van de opgave, die eigenlijk komt door het onderhouden en verduurzamen van vastgoed.
In het verleden was er daarvoor onvoldoende aandacht, waardoor volgens de VVD een vreemde situatie is ontstaan. De VVD maakt zich zorgen over de gemeentelijke schuld en zij is daarom niet vanzelfsprekend blij met de gekozen oplossingsrichting.
46
SED
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Kosten kan men doorberekenen in het prijspeil en het lid weet dat het gemeentebestuur heeft gekozen om als het kan tegen kostprijs of daaronder te verhuren. Tegelijkertijd weet het lid dat er ook wordt verhuurd tegen een al een tijdje niet geactualiseerd prijspeil. Het lid vindt een veel logischer oplossingsrichting om de onderhoudsopgave aan te pakken. Wethouder GROOT WASSINK wijst erop dat de gemeente huren altijd indexeert. Tegelijkertijd wil de meerderheid van de gemeenteraad het gemeentelijk vastgoed niet altijd tegen de hoogste commerciële tarieven verhuren vanwege verregaande consequenties van allerlei maatschappelijke initiatieven. Bovendien is sprake van contracten waardoor dat niet kan. De gemeente heeft bezit en over de mate daarvan kan men van mening verschillen. Hij zou het beter vinden meer bezit te hebben, ook gezien de waardevastheid daarvan. Als men bezit heeft is het best verstandig om dat te onderhouden en ook te verduurzamen. Dat noemt hij logisch en goed en niet zozeer een politieke stellingname. Het lid STAARTJES vindt het precieze punt dat bezit onderhouden moet worden, maar de politieke vraag is hoe men dat betaalt. Daarover heeft de VVD zorgen. Wethouder GROOT WASSINK blijft erbij dat onderhoud een onvermijdbare kostenpost is en vindt het een beetje gek dat de gemeente dat de afgelopen jaren zo weinig heeft gedaan.
De VOORZITTER stelt vast dat het punt voldoende is besproken en raadsbehandeling niet nodig is. 21. Bespreken van de raadsinformatiebrief woonzorgvoorziening in stadsdeel Zuidoost
inzake
voorkeurslocatie
Het lid STAARTJES informeert naar de stand van zaken van het haalbaarheidsonderzoek betreffende Langerlust. Ook zijn er zorgen in de omgeving van de Abcouderstraatweg, die deels kwamen vanuit het Reigersbos. Ook kwamen er vragen over de betekenis voor de buurgemeenten, ook Abcoude, en of die worden meegenomen. Een van de zaken die het haalbaarheidsonderzoek vermeldde is dat de ingebruikname van het pand nog zes jaar kan duren. In 2019 moest Langerlust eigenlijk in gebruik genomen worden omdat er een directe aanleiding was voor die voorziening, maar die kan er nu pas in 2030 zijn. De vraag is hoe dat zich verhoudt tot de wettelijke verplichting tot creatie van de voorziening. Het lid KABAMBA maakt zich zorgen over de keuze van de locatie en wil weten of er een minder kwetsbare locatie mogelijk is, of er een alternatief mogelijk is en of er is nagedacht over het eventueel opsplitsen van de groep. De stadsdeelcommissie Zuidoost heeft ook duidelijk uitgesproken dat de locatie Langerlust niet gewenst was Wethouder GROOT WASSINK herinnert eraan dat het college in 2020 heeft besloten Langerlust te verbouwen tot een woonzorgfunctie. De raad heeft een motie aangenomen met de opdracht om te blijven doorzoeken naar een alternatief, wat is gebeurd.
Vorig jaar heeft hij meerdere opties onderzocht en heeft hij ook aangegeven er nu klaar mee te zijn, omdat veel dingen die hij doet suboptimaal zijn. Het college houdt zich aan zijn wettelijke taak, maar de betreffende doelgroep heeft ook een keer recht op een prikkelarme voorziening, waarvoor Langerlust en de Abcouderstraatweg geschikt zijn. Daarom heeft hij gemeend de zoektocht met instemming van de raad stil te zetten. Wat hem betreft is de voorkeurslocatie van het college de Abcouderstraatweg. Als die locatie niet lukt valt men terug op Langerlust, wat niet is wat hij bij voorkeur zou willen. Hij gaat dus niet verder zoeken en vindt de Abcouderstraatweg een betere optie dan Langerlust. Hij heeft contact met de colleges van omliggende gemeenten en heeft een delegatie van het Abcouder college op bezoek gehad. Ook bewoners van Abcoude worden
47
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 7 mei 2025
betrokken. Hij verwacht dat de ruil deze zomer zal zijn afgerond, waarover hij de raad zo snel mogelijk zal berichten, zodat hopelijk kan worden gestart met het bouwen van de woonzorgvoorziening. Tweede termijn Het lid STAARTJES hoorde nieuws over het deze zomer afronden van de complexe ruil, wat suggereert dat er goed uitzicht is dat die zal plaatsvinden. Dat zou betekenen dat deze zomer het proces betreffende de Abcouderstraatweg in werking treedt en de buurt zal worden betrokken bij het realiseren van de voorziening. Wethouder GROOT WASSINK heeft gezegd te verwachten dat deze zomer het haalbaarheidsonderzoek zal zijn afgerond en dat er ambtelijke overeenstemming is over de mogelijke ruil. Naar verwachting is er dan eind dit jaar een bestuurlijke afronding, waarna inspraak, participatie en de vergunningverlening zullen gaan lopen, wat altijd de planning is geweest. Na de zomer verwacht hij een bestuurlijk besluit, waarin de commissie zal worden meegenomen. Het lid STAARTJES klinkt het als een goed vooruitzicht dat de complexe ruil gaat lukken en dat daarmee Langerlust van tafel is. Wethouder GROOT WASSINK heeft goede hoop dat de ruil, hoewel complex, een begaanbaar pad is. De Abcouderstraatweg is alles afwegend de voorkeurslocatie van het college, maar als die niet lukt moet hij tot zijn spijt terugvallen op de eerdere locatie.
Het lid STAARTJES wil weten of de eerdere informatie over de realisatietermijn van zes jaar en de bijbehorende kosten nog steeds actueel zijn volgens de huidige inzichten. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat de gedeelde informatie over de finale zoektocht, ook over en het tijdpad, nog steeds geldig is. De VOORZITTER stelt vast dat het punt voldoende is behandeld en kort in de raadsvergadering zal worden behandeld. 22. Bespreken van de raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage 2024 Transitieplan werven en overslagpunten Het punt is doorgeschoven. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.15 uur.
48