20250507 SED conceptverslag.pdf
Tekst van het document
Peter Kwint erkent dat meer geld per vereniging uitkeren tot gevolg heeft dat er minder geld overblijft. Een deel van de verenigingen die geld nodig hebben wordt nu niet bediend. Dat is vooral het deel van de verenigingen, dat onder de tweederde regeling wel bediend zou worden. Het lid KROM vraagt hoe de heer Kwint kijkt naar gemeenten die externe adviseurs in een stichting hebben ondergebracht en op die manier de begeleiding van sportverenigingen verzorgen. Ook vraagt het lid de Sportraad of steun alleen moet gelden voor verenigingen die in aanmerking komen voor de tweederde regeling. Wellicht is het handig ook extra begeleiding te bieden bij de Eenderde regeling. Peter Kwint noemt het nadeel van een externe adviseur dat een deel van het schaarse budget dan daar naartoe gaat. Het voordeel daarvan is iets te realiseren dat vereniging die nu de draagkracht ontberen om een traject aan te gaan dat mogelijk wel halen. Over de vorm kan men discussiëren. De Sportraad roept sportbonden op om hun verantwoordelijkheid te nemen en te kijken of zij ook een bijdrage kunnen leveren. Dat levert overigens niet altijd voor een eerlijke verdeling op van de ruimte. De expertise van de gemeentelijke organisatie kan ook ten goede komen aan de stad.
Eerste termijn Het lid BELKASMI laat weten dat de PvdA staat voor weerbare, sterke en toegankelijke verenigingen en vindt het goed in Amsterdam een Eenderde regeling te hebben om verenigingen bijvoorbeeld te helpen bij de bouw van hun clubhuis. Met de gestegen bouw- en materiaalkosten doet de huidige regeling vaak te weinig. Daarbij valt het op dat vooral de verenigingen met veel organisatiekracht en middelen daarvan veel gebruik kunnen maken, terwijl de verenigingen die het moeilijker hebben, juist in de wijken waar de nood het hoogst is, het stukken moeilijker hebben. En dat is het tegenovergestelde van wat men zou moeten willen: ongelijk investeren voor gelijke kansen. De wethouder investeert op verschillende manieren ongelijk voor gelijke kansen, onlangs nog met het vrij maken van 17 miljoen euro voor nieuwe sportvoorzieningen. Tegelijkertijd staat de gemeente nu voor grote financiële uitdagingen, zodat extra geld best een uitdaging is. Het lid vraagt de wethouder in hoeverre deze 17 miljoen euro ook deels benut kan worden voor de Eenderde regeling. De PvdA vraagt de wethouder twee specifieke zaken
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
in de actualisatie mee te nemen. Ten eerste ongelijk investeren voor gelijke kansen, voor verenigingen die dat het hardst nodig hebben. Die moet de gemeente ondersteunen door te kijken hoe bijvoorbeeld nieuwe clubgebouwen overdag multifunctioneel inzetbaar zijn. Het lid STAARTJES vraagt of de PvdA het niet belangrijker vindt dat zoveel mogelijk verenigingen gebruik kunnen maken van de schaarse middelen. Het lid BELKASMI noemt die vraag terecht. De keuze van de PvdA is echter ongelijk te investeren voor gelijke kansen en zij kan zich voorstellen via de Tweederde regelingen juist verenigingen met weinig organisatiekracht en weinig middelen te ondersteunen. De gemeente moet ten tweede ook creatiever kijken, bijvoorbeeld naar het multifunctioneel gebruik van gebouwen, wat nu te weinig gebeurt. Te denken valt aan kinderopvanglocaties verhuren aan maatschappelijke organisaties of lokale bedrijven. Zo haalt men meer uit zo'n gebouw en blijft het in de weekenden en avonden ook nog beschikbaar voor de sportvereniging zelf. Er is dan tenminste ook een clubgebouw. Het lid is benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt en of dat aspect in de actualisatie meegenomen kan worden. Vervolgens gaat het lid in op meer ruimte binnen de regeling voor belangrijke voorzieningen.
Als voorbeeld noemt het lid de padel-/tennisvereniging in Zuidoost die voor weinig geld ook de jeugd op de accommodatie laat sporten. Die vereniging gaf aan dat een overkapping van padelbanen bijvoorbeeld niet valt onder de Eenderde regeling, terwijl juist daardoor ook jeugd bij slecht weer kan sporten. Gevraagd wordt daarom in hoeverre overkappingen financierbaar kunnen zijn via de Eenderde regeling. Het lid ASLAMI wijst erop dat de door de wethouder aangekondigde 17 miljoen euro ook bedoeld is voor sportverenigingen en vraagt hoe volgens de PvdA te voorkomen is om te schuiven met potjes, omdat het geld bestemd is voor sportverenigingen, waardoor de totale opgave onderaan de streep niet wordt opgelost . Het lid BELKASMI suggereerde de 17 miljoen euro voor extra sportvoorzieningen misschien voor sportverenigingen te benutten, ook in relatie tot de Eenderde regeling. De vraag is hoe dat budget te benutten is voor de Eenderde regeling. Het ASLAMI begrijpt dat er in totaal voor sport niet meer geld bij komt en vraagt of de PvdA dat anders ziet. Het lid BELKASMI erkent dat men helaas altijd een integrale afweging moet maken bij behandeling van de voorjaarsnota, maar kijkt nu wat de mogelijkheden zijn binnen bestaande budgetten. Het lid BADAL stelt vast dat sportclubs in Amsterdam het lastig hebben.
Niet alleen vanwege geldproblemen, maar omdat steeds minder mensen bestuurder of vrijwilliger willen worden. Bestuurders zijn namelijk persoonlijk aansprakelijk. Als er iets misgaat, worden ze privé financieel aangesproken en kunnen ze in het uiterste geval hun huis kwijtraken. Dat risico willen mensen liever niet nemen. De brief van wethouder Mbarki bevestigt wat men ziet: zwakkere clubs hebben het het zwaarst. Ze vinden lastig vrijwilligers en weten de gemeente niet goed te vinden. Het lid vindt dat veel goede maatregelen in de brief staan. Het CDA wil ook nog meer subsidie voor zwakke clubs, geen Eenderde regeling, maar een tweederde regeling, zoals de Sportraad adviseert. De wethouder wordt gevraagd naar de kosten daarvan. Het CDA wil ook een tegemoetkoming in de kosten van een verzekering laten bekijken. Zo durven mensen hopelijk weer bestuurslid te worden. Een coach kan een club helpen met geldzaken en papierwerk en in dat verband vraagt het lid hoe het staat met de pool van oud-bestuursleden. Tot slot wil het CDA weten hoe de relatie met de wijken kan versterken en de jeugd kan worden bewogen tot sporten in de vrije ruimte en verenigingsruimten.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Het lid KROM spreekt steun uit voor de punten uitgesproken door de heer Kwint van de Sportraad en vindt het reserveren van de middelen voor een tweederde regeling een goed idee, teneinde verenigingen die op achterstand staan te helpen. Dat draagt bij aan het ongelijk investeren voor gelijke kansen. De Partij voor de Dieren is heel benieuwd wat de wethouder daarvan vindt. Verenigingen kunnen beschikken over goedwillende vrijwilligers, die met een ingewikkeld bouwproces te maken krijgen. Het lid vindt het de plicht van de gemeente of de bonden om dan te zorgen voor goede begeleiding. Misschien ziet de wethouder iets in een externe oplossing. Bij betere begeleiding is ook beter bij te sturen. Het idee van de PvdA om multifunctioneel gebruik verder te onderzoeken vindt de Partij voor de Dieren creatief, wat ook geldt voor het duurzaamheidsaspect binnen de sportclubs, waarvoor wellicht via andere middelen extra geld te reserveren is. Het lid NIJHOF steunt de conclusies uit het rapport van de Sportraad. De punten van GroenLinks sluiten aan bij de bijdrage van het lid Krom. Sport is essentieel voor een gezonde stad. Het advies van de Sportraad is tweeledig, ten eerste gericht op financiën, maar daarnaast verzoekt die met name hoe de gemeente verenigingen en vrijwilligers kan ontlasten door meer begeleiding en ondersteuning te bieden bij het aanvragen van subsidieregelingen.
Regelingen zijn complex en verenigingen en vrijwilligers kunnen hier zeker hulp bij gebruiken, zoals benoemd in het rapport. Voor de uitvoering van deze aanbeveling ziet de Sportraad kansen om de samenwerking aan te gaan met de sportbonden. Uit gesprekken met verenigingsbestuurders kwam naar voren dat sportbonden ook een belangrijke rol kunnen spelen in de ondersteuning van verenigingen, zoals de inspreker ook al aangaf. Het lid vraagt hoe de wethouder daartegenover staat, wat de gemeente daarin kan betekenen en of er ondersteuning vanuit de gemeente mogelijk is, zoals een tijdelijk speciaal loket voor sportverenigingen om hierbij te ondersteunen, ook voor mogelijke bouwplannen en verduurzaming. Wethouder MBARKI geeft aan dat het advies van de Sportraad tot stand is gekomen op verzoek van het college vanwege de constatering dat de Eenderde regeling en het verenigingsleven in Amsterdam op bepaalde plekken onder druk staan. Dat heeft geleid tot aanpassing van de regeling. Het college zal het advies van de Sportraad nader bestuderen en hij is voornemens om de raad met de actualisatie een bestuurlijke reactie op het advies te doen toekomen. Nu kan hij niet zeggen wat hij van bepaalde suggesties vindt, omdat hij zaken zorgvuldig wil doen. Hij hoopt dat alle clubs in de stad zoveel mogelijk krijgen, opdat zij uiteindelijk zelf alles kunnen doen.
Een deel van de gestelde vragen en gedane suggesties en opmerkingen over financiën neemt hij mee. De 17 miljoen euro gaat over investeringen, terwijl het bij de Eenderde regeling over vaak meerjarige subsidies gaat. Men wil ook niet dat investeringen ten koste gaan van subsidies. Daarop komt hij voor eind 2025 terug, omdat in 2026 wordt begonnen met de nieuwe kaders voor de Eenderde regeling. Het lid ASLAMI wijst op de grote opgaven in Amsterdam, waarbij de raad de taak heeft om die bij de provincie en het Rijk kenbaar te maken. Het lid vraagt of de wethouder bereid is te kijken naar wat de gemeente kan doen. Een landelijke subsidieregeling houdt vanaf 2029 op en de provinciale subsidieregeling voor duurzaam maatschappelijk vastgoed houdt eveneens op te bestaan, hetgeen pijnlijk is. Daar naartoe zou het signaal afgegeven moeten worden dat subsidies voor Amsterdam heel hard nodig zijn. Wethouder MBARKI voorzag in het coalitieakkoord al dat verenigingen in Amsterdam het niet altijd makkelijk hebben en de verdeling niet altijd eerlijk is, gezien de geografische ligging in de stad. Het punt van het teruggaan van subsidies heeft hij al eerder gemaakt. Staatssecretaris Karremans heeft hij daarop bevraagd. De Eenderde regeling is onderdeel van andere componenten, waaronder subsidies. Het landelijke potje behoort met het huidige kabinet nagenoeg tot het verleden.
Bezien moet daarom worden hoe Amsterdam een stap vooruit kan zetten. Dat punt zal het college bij het kabinet blijven
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
maken. Het verenigingsleven is echter meer dan middelen en gaat ook om het vitaal maken van een hele sport, om de kans van slagen van een subsidie aanvragende vereniging ook groter te maken. Soms heeft men namelijk volume nodig. Een kleinere vereniging heeft het daardoor moeilijker om zich te handhaven dan een grote vereniging. Een club met veel volume runnen vraagt weer om andere competenties. Het college kijkt nu naar de Eenderde regeling, maar er zijn ook veel andere opgaven, ook als het gaat om vitalisering. Hij zal elke gelegenheid blijven benutten om geld te vragen. Het lid ASLAMI heeft weinig hoop op een landelijke verandering, maar wellicht kan de wethouder meer vanuit de provincie halen. Dat ziet het lid te zijner tijd graag terug in de uitwerking. Wethouder MBARKI is blij met dat vertrouwen van het lid Aslami, maar wil afwachten wat met de actualisatie daadwerkelijk te concretiseren is, ook met middelen die niet uit de gemeentelijke begroting komen. Over multifunctioneel gebruik van gebouwen moet men goede afspraken maken, ook omdat de barinkomsten van verenigingen heel belangrijk zijn. Met ambtenaren, partners en de Sportraad gaat hij kijken hoe met een geactualiseerde regeling verenigingen in de stad de komende jaren goed te ondersteunen zijn.
Het lid BELKASMI begrijpt dat benoemde zaken als multifunctioneel gebruik en overkappingen terugkomen in de bestuurlijke reactie. Wethouder MBARKI is dat niet van plan, maar komt met een actualisering van de Eenderde regeling, waarover hij zich laat adviseren door de Sportraad en externe partijen. Ook gaat hij met verenigingen in gesprek. Na het delen van de geactualiseerde regeling en de bestuurlijke reactie op het advies van de Sportraad wil hij verder het gesprek met de commissie voeren. Het lid BELKASMI lijkt het handig om in de bestuurlijke reactie mee te nemen hoe de wethouder kijkt naar multifunctioneel gebruik en overkappingen. Wethouder MBARKI wil dat niet doen, omdat multifunctioneel gebruik al onderdeel is van de regeling en ook in andere stukken is gecommuniceerd. Hij wil niet te veel ingaan op één specifiek onderdeel van de regeling. Bij het herziene stuk wil hij het gesprek breder voeren en kijken of dat recht doet aan het doel van vitale verenigingen. Dat debat lijkt hem interessanter dan het praten over overkappingen. De VOORZITTER constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en raadsbehandeling. Economische Zaken 4. Intrekken van de BIZ-verordening Rijnstraat onder inwerkingtreding van 33 van de in totaal 34 BIZ-verordeningen
kennisneming
van
Het punt wordt afgehamerd. 5. Bespreken van de raadsinformatiebrief over het Overwegingskader brede welvaartscan, waarbij drie moties en een toezegging worden afgehandeld. De VOORZITTER leidt in dat agendering heeft plaatsgevonden op verzoek van het lid IJmker. Eerste termijn Het lid IJMKER herinnert aan een motie over het ook kijken naar later en elders in
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
plaats van het hier en nu. Die is op een bepaalde manier, met pijltjes en symbolen, verwerkt in de scan. Een andere motie ging over grenzen stellen, die niet wordt uitgevoerd, omdat is gesteld dat grenzen bepalen een politieke keuze is. Volgens haar doet het college echter niet anders dan politieke keuzen maken, zodat zij niet zo goed ziet waarom dat niet zou kunnen. Grenzen stellen gebeurt namelijk bijvoorbeeld wel met het idee van de donuteconomie. Daarbij bestaat de binnenste ring uit duurzame ontwikkelingsdoelen en de buitenste ring uit de planetaire grenzen. Dat is de bandbreedte waarin men opereert en er zijn ook bestaande kaders. Het wil vooral gaan doen, daarover een debat voeren en is benieuwd naar de collegeplannen. Het lid SCHMIT streeft naar een stad waar groei en leefbaarheid in balans zijn en ziet tot nu toe dat de economische groei zich niet altijd vertaalt in het welzijn van alle Amsterdammers. De inzet van brede welvaart als norm helpt echter wel voor het eerlijker verdelen van welzijn en brede welvaart. D66 is blij met uitvoering van de motie ‘Blik op de brede welvaart’, waardoor de gemeente eenmaal per twee jaar met de stad in gesprek gaat over de ontwikkeling van die brede welvaart.
Het lid denkt eigenlijk beleidskeuzes te moeten maken over waar men goed in is, waarin men extra goed wil zijn en waar men meer maatschappelijke impact creëert, dus waar men brede welvaart in de stad wil laten groeien. D66 ziet wel iets in het ontwikkelen van AI en de Tech sector. Het zou mooi zijn dat Amsterdam de AI- en Tech capital van Europa wordt, waarmee men ook brede welvaart kan bereiken. D66 wil de wethouder daarom graag een brede welvaartscan laten houden over Amsterdam als tech en AIcapital. Het lid KROM begrijpt dat het lid Schmit vooral praat over brede welvaart in Amsterdam. Het lid SCHMIT doet dat over het uitgangspunt van brede welvaart hier en nu, elders en daar, zoals ook met elkaar is afgesproken. Het lid KROM reageert dat als men het over hier en elders heeft dat soms betekent keuzes te moeten maken die voor Amsterdam niet altijd per se de beste zijn, maar wel voor elders. Het lid vraagt of D66 daartoe bereid is en concessies wil doen aan de economische groei. Het lid SCHMIT hoopt dat met economische groei de brede welvaart eerlijk in de stad wordt verdeeld. Men zorgt altijd dat brede welvaart niet ten koste gaat van later of elders. Brede welvaart is in de regio niet altijd eerlijk verdeeld. Brede welvaart is er bij jongeren en bij Amsterdammers met een niet-Westerse achtergrond minder.
Het rapport van O&S rapporteert dat op regioniveau en dat wil D66 ook op Amsterdams niveau laten doen. Ook wil het lid brede welvaart per stadsdeel laten zien, zodat te zien is of masterplannen het gewenste effect bereiken. De wethouder wordt gevraagd om zich daarvoor in te zetten. Het rapport vermeldt te kijken naar de brede welvaart van laag-, midden- en hoogopgeleiden, maar het lid zou graag zien te spreken over praktisch en theoretisch opgeleiden en geadviseerd wordt om dat vanaf de volgende rapportage te wijzigen. Wethouder MBARKI is het volledig eens met het lid IJmker en wil beginnen, met de vraag of men dingen wel of niet moet doen en of ze al dan niet begrensd zijn. Het instrument zou men aan de voorkant niet met politieke afwegingen moeten begrenzen, maar men kan vooral kijken wat het oplevert. De kern is of men het ook over brede welvaart kan hebben voorafgaand aan een keuze in plaats van achteraf inzichtelijk maken hoe zaken geland zijn. De scan wordt niet alleen door de commissie SED ingezet, maar ook door andere commissies en het college, waarover vervolgens het gesprek gevoerd kan worden.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Uitsplitsing van de scan per stadsdeel vindt hij een goede suggestie. In plaats van hoog-, midden- en laagopgeleiden, zou het inderdaad over praktisch en theoretisch geschoolden moeten gaan. Het lid SCHMIT vraagt hoe de wethouder aankijkt tegen een brede welvaartscan op het thema van Amsterdam als AI- en Tech capital van Europa. Wethouder MBARKI vindt dat aan de raad, maar zou zo’n scan ondersteunen. Wel is de onderzoeksvraag van belang, waarbij men de richting bepaalt. De VOORZITTER constateert dat geen behoefte is aan een tweede termijn of raadsbehandeling. 6. Bespreken van afdoening motie 695.23 van lineair naar circulair Eerste termijn Het lid KROM vermeldt dat 5 mei de dag was dat Nederland al haar grondstoffen had verbruikt die de aarde kan produceren. Nederlanders belasten de wereld meer dan die aan kan, wat ten koste van een leefbare planeet gaat. Voor veel landen zijn klimaatverandering, ontbossing, vergiftiging en vernietiging van het milieu, verdroging of juist vernatting dagelijkse realiteit. Als men niets doet vernietigt men de leefwereld en bestaanszekerheid, dan helpen mensen de biodiversiteit om zeep en dan komt de voedselzekerheid in gevaar. Er ontstaat dan een tekort aan drinkwater en delen van de aarde zullen onleefbaar worden. En de Partij voor de Dieren vindt dat men alles op alles moet zetten om dit te voorkomen en dat ook Amsterdam moet doen wat zij kan.
Vandaar dat de Partij voor de Dieren samen met GroenLinks de motie indient om ervoor te zorgen dat de Amsterdamse economie geen beleid kent vanuit twee verschillende visies, die elkaar kunnen bijten in de uitvoering. Er is namelijk een verantwoordelijkheid om de footprint terug te brengen tot binnen de bandbreedte van wat de aarde aankan. Het lid bedankt de wethouder en diens medewerkers ook voor de uitvoeringsagenda, waarvan het lid eigenlijk best wel een beetje blij werd. Ook mist daarin een aantal zaken. Het lid is blij met de keuze van de wethouder om circulaire ondernemers te ondersteunen met een aantal maatregelen, maar de vraag is dan wat de strategie wordt voor ondernemers die op geen enkele manier bijdragen aan circulariteit. Ook wordt gevraagd wat de wethouder bijvoorbeeld wil met ondernemers die goedkope wegwerpkleding produceren of met alle steakhouses in de stad. De grootste totale milieukosten zitten in de groepen voedsel, fossiele brandstoffen, witgoed en elektronica. De wethouder wordt gevraagd wat die vanuit diens portefeuille specifiek zal doen op deze groepen. Wellicht wordt het tijd voor een grondstoffenbegroting, zodat er veel beter inzicht komt en te sturen is op het reduceren van het gebruik, wat de uitvoeringsagenda mist: meetbaarheid en het monitoren van de vorderingen.
Het lijkt de Partij voor de Dieren verstandig als er een jaarlijkse rapportage komt van de uitvoeringsagenda met daarin opgenomen de hoeveelheid grondstoffen die ondernemers verbruiken. In zo’n begroting is het ook makkelijker te controleren welke maatregelen uit deze uitvoeringsagenda effectief zijn en bij welke grondstoffen de grootste winst te behalen valt, dus eigenlijk gewoon een smart formulering van de doelstelling onder de grondstoftransitie. Het lid wil een motie indienen om de term klimaatrechtvaardigheid uit het stuk te halen als de wethouder daarover geen toezegging wil doen. Het tegengaan van klimaatrechtvaardigheid vraagt volgens het lid een beleidskader op zich, een overdenking hoe men recht kan doen aan alle mensen die lijden onder vraatzucht en overconsumptie. Het gaat over onrechtvaardige structuren en systemen die de agenda eigenlijk helemaal niet bespreekt. Het lid IJMKER is van mening dat de motie niet echt is uitgevoerd, omdat die vroeg om een gezamenlijke agenda voor een duurzame economie, of in ieder geval een strategie daar naartoe. Anderhalf jaar geleden is geconstateerd dat er nog steeds twee aparte portefeuilles zijn. Enerzijds Economische Zaken en anderzijds Circulaire
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Economie. De ambitie moet volgens de raadsmeerderheid zijn om naar een gezamenlijke agenda toe te werken. De motie is bedoeld om iets te veranderen. En als de agenda’s gekoppeld zijn blijven het twee aparte agenda's en niet een gezamenlijke agenda, zoals de motie vroeg. Het lid is benieuwd wat de wethouder gaat doen om de motie wel uit te voeren. In de uitvoeringsagenda duurzaam ondernemen staan mooie dingen, maar dat was al een van de onderdelen van de visie op de lokale economie. In de agenda mist het lid welk type bedrijvigheid de gemeente in de duurzame economie wil stimuleren. GroenLinks benadrukt dat coöperatieve ondernemingen ook onderdeel zijn van de economie, die het stuk niet noemt. Dit terwijl er op het gebied van energie en duurzaamheid daarvoor heel veel mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld voor bedrijven om gezamenlijk in een bepaalde energiebehoefte te voorzien en die gezamenlijk te organiseren. Wethouder MBARKI zegt dank voor de complimenten en de feedback op het stuk. Zowel de Agenda circulair als de Economische visie op de lokale economie hebben een looptijd van drie jaar. De circulaire agenda gaat over meer dan alleen de economie. Nu is het onderdeel economie alleen daaruit gehaald en is geprobeerd om aan te geven wat daaraan in de uitvoering al is te doen. Richting 2030 wil het college kijken hoe zaken bij elkaar komen.
Hij vindt dat de motie wel is uitgevoerd, maar pas 2026 is het moment om te kijken wat de economische agenda is, omdat de circulaire agenda veel groter is. Bezien is wat met extra middelen te doen is op de energietransitie, een groter thema dan alleen de economische portefeuille. De gemeente investeert om mkb’ers te helpen om een transitie te maken. Het college richt zich op de zakelijke markt en de haven, die ondersteuning nodig hebben. De economie van de regio omvat 220 miljard euro en de gemeente moet daarop bijsturen met 23 miljoen euro. Hij is het ermee eens de beweging naar de circulaire economie te maken. Per gemeentelijk onderdeel is er nu een klimaatbegroting, waarin vooral scope 1en scope 2-emissies worden opgenomen. De Partij voor de Dieren pleit ervoor ook te kijken naar scope 3, producten en diensten die in Amsterdam worden gemaakt en waarvan de CO2 elders vrij komt. Hij pleit ervoor geen aparte grondstoffenbegroting op te nemen, maar te kijken naar de toekomstige klimaatbegroting, waaraan scope 3 op enig moment wordt toegevoegd. Dat gaat verder dan de portefeuille Economische Zaken. Het lid KROM wil dan weten hoe de wethouder op 50% reductie gaat sturen, omdat men moet weten wat men verbruikt, uitgeeft of nodig heeft om dat te kunnen doen.
Wethouder MBARKI begint met zaken in kaart brengen en beschikt nu per gemeentelijke afdeling over een klimaatbegroting op scope 1 en 2. Bij scope 3 beschikt men pas over een nulpunt. Daarop zou de brede welvaartscan toe te passen zijn. Geen gebruik maken van bepaalde producten gaat ten koste van iets en de vraag aan allen is of men bereid is die stap te zetten. Scope 3 gaat meer informatie geven over de effecten elders. De gemeenschapseconomie is niet in het stuk benoemd, maar sluit hij zeker niet uit, ook vanwege een eigen programmalijn die daarover gaat. Het lid KROM herhaalt de vraag of de wethouder bereid is om de term ‘klimaatrechtvaardigheid’ uit het stuk te halen. Daarnaast gaat het ook om elders. Wethouder MBARKI is vooral bezig met een aanbodgerichte aanpak om een rol te kunnen pakken, terwijl het lid Krom vraagt om een bredere visie. Die heeft de gemeente al gemaakt met ‘De stad van morgen’, die laat zien welke beperkingen er zijn. De voorliggende agenda gaat erover wat de gemeente kan met de beschikbare middelen en het in kaart brengen van sectoren die het niet zelf kunnen. Op basis daarvan biedt de gemeente ondersteuning. Ook heeft men te maken met landelijke ontwikkelingen, waartoe de lokale overheid zich moet verhouden. Het stuk is inderdaad niet allesomvattend.
23
SED
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
De term ‘klimaatrechtvaardigheid’ staat eenmaal in het stuk en hij verklaart zich eventueel bereid om dat eruit te halen als de beladenheid daarvan te groot zou zijn. Daarover praat hij graag na de vergadering met het lid Krom verder. Het lid KROM steunt het lid IJmker in de opvatting dat de motie niet afgedaan is zoals is bedoeld en vraagt daarom niet pas in 2030 met een gezamenlijke agenda te komen, maar eerder en de raad daarin aan de voorkant goed mee te nemen. Wethouder MBARKI gaat het om ‘richting 2030’. Als beide programma’s in 2026 ophouden is dat een logisch moment om te kijken hoe het circulaire economiedeel toe te voegen is aan het algemene economiedeel. De VOORZITTER concludeert dat behandeling door de commissie voldoende heeft plaatsgevonden en raadsbehandeling niet gewenst is. Het lid KROM wil de mogelijkheid van een middel-raadsbehandeling open houden. 7. Bespreken van de stand van zaken initiatiefvoorstel ‘Bescherm de Amsterdamse kroeg’
en
vervolgstappen
rondom
het
De VOORZITTER geeft aan dat het lid Heinhuis om agendering heeft verzocht. Eerste termijn Het lid HEINHUIS reageert op de brief en is blij met de gezette stappen voor de uitvoering van het initiatiefvoorstel, omdat steeds meer prachtige bruine kroegen verdwijnen, waarmee naast erfgoed ook plekken verdwijnen waar sociale verbindingen ontstaan. Het lid is blij met de opgestelde lijst met 26 kroegen, die in aanmerking komen voor een speciale monumentenstatus. Er zijn kroegen die interesse hebben om op die lijst te worden opgenomen en het lid verzoekt het college daarnaar te kijken. De brief bevat een aantal interessante vervolgstappen. Het kan vanwege juridische ingewikkeldheid voor kroegen lastig zijn om een speciale status te krijgen. Het lid moedigt aan echt te kijken naar het beschermen van de interieurs van de kroegen en is benieuwd naar de stand van zaken van de aanvragen. Bovenal is het lid benieuwd naar de gesprekken met particulieren in de stad. Gevraagd wordt om een gesprek daarmee en met bedrijven, zodat kan wordt opgehaald wie allemaal wil bijdragen aan de kroegen. Het lid hoort graag op welke termijn dat gesprek gaat plaatsvinden. Verder was het lid blij te lezen over de mogelijkheid van een inventarisatie van iconische winkels en ondernemers in Amsterdam.
De PvdA en de SP hebben vorige week schriftelijke vragen ingediend over het dreigende verdwijnen van een iconische theewinkel in de Haarlemmerstraat, omdat de verhuurder op een schandalige manier een schandalig hoge huur vraagt. Zo raakt de stad stukjes erfgoed kwijt die nooit meer terugkomen. Het lid ALBERTS viel het op dat de brief van 24 oktober dateert en informeert of een aanvraag is ingediend, of een gesprek met stakeholders heeft plaatsgevonden en wat daaruit is gekomen. Het verkennen van iconische winkels vindt de SP heel goed, zeker als blijkt dat dit soort bewegingen op meerdere plekken in Europa plaatsvindt. Lang geleden heeft het lid aandacht gevraagd voor het behoud van café Rooie Nelis, waarbij het heeft aangedragen dat het voor brouwers ook interessant kan zijn dergelijke kroegen als uithangbord van hun brouwerij te sponsoren. De oppervlakte van een bruine kroeg is vaak namelijk te klein om de noodzakelijke omzet te draaien om de huur te betalen. Gevraagd wordt hoe de wethouder daartegenaan kijkt en of daarmee een gesprek kan plaatsvinden. Wethouder MBARKI heeft bij het aannemen van het initiatiefvoorstel expliciet aangegeven dat uit te voeren binnen de bestaande middelen, zodat dat wat langzamer gaat.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Er is inmiddels een gesprek met kroegeigenaren en KIEN georganiseerd over het immaterieel erfgoed van bruine kroegen, met de bedoeling een aanvraag daartoe in te dienen. Dat gesprek loopt nog. Ook wordt gekeken of er buiten de ring kroegen zijn die meegenomen kunnen worden in een aanvraag. Als men sneller wil handelen zal bij de voorjaarsnota naar meer geld moeten worden gekeken. Het college heeft al wel geld vrijgemaakt om de genoemde stappen te kunnen zetten. Voor het betrekken van andere winkels, zoals theewinkels en het aanhaken van de markt, moet bekeken worden of er capaciteit kan vrijkomen. Nu wordt een in te zetten model of instrument gezocht en in de volgende fase vindt opschalen plaats. Het idee van het beschermen van de Amsterdamse kroeg is nu vooral gebaat met een goed plan. Daarna kan men kijken of dat werkt en of opschaling mogelijk is. Het lid HEINHUIS hoort dat private partijen in de stad graag die middelen beschikbaar willen stellen en meent dat het organiseren van een rondetafelgesprek een boost aan het voorstel kan geven. Wethouder MBARKI merkt op dat publiek-private samenwerking meer is dan een gesprek organiseren. Dat vraagt ook iets van governance en moet men goed regelen en organiseren. Dat gesprek faciliteert het college en daaruit gaat het iets ophalen. Hij gaat bekijken of een werkend model kan worden gevonden, waarmee ook KIEN bezig is.
Vervolgens kijken partijen gezamenlijk naar opschalen en wat dat van de gemeente vraagt. Daarna is te bezien wat aan de markt kan worden gevraagd. Dat alles moet wel op een zorgvuldige en goede manier gebeuren. De VOORZITTER concludeert dat geen tweede termijn en raadsbehandeling gewenst zijn. 8. Bespreken van de Amsterdam City Index: ondernemers in Amsterdam luiden de noodklok Het agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. TOEGEVOEGD AGENDAPUNT Economische Zaken 23. Bespreken van het adviesrapport van Rabobank over de rol van Tech in het aanjagen van de brede welvaart in de Metropool Regio Amsterdam Eerste termijn Het lid SCHMIT deelt mee dat D66 heel graag wil dat Amsterdam de AI- en Techcapital van Europa gaat worden en het rapport laat zien dat er meer dan voldoende kansen daarvoor zijn en voordelen te behalen zijn. Te denken valt aan de economische bijdrage en de mogelijkheid van geopolitieke onafhankelijkheid binnen Europa. Het rapport geeft ook aan waaraan het nog schort in het Amsterdamse ecosysteem. Er is nog onvoldoende organisatie, de Tech sector is onvoldoende betrokken bij sociale vraagstukken en de overheid heeft te weinig inzicht in wat de Tech sector kan doen en betekenen, bijvoorbeeld voor brede welvaart in Amsterdam.
Wat betreft het lid is het daarom helder dat er een actieplan nodig is om met de tech sector een samenwerking te realiseren, waarbij D66 een duidelijke rol ziet weggelegd voor het Amsterdamse gemeentebestuur. D66 is daarom benieuwd hoe de wethouder aankijkt tegen de conclusies in het rapport en welke acties die hieraan gaat verbonden. Ook vraagt het lid of de wethouder ook wil dat Amsterdam de AI- en tech capital van Europa moet worden. Het lid IJMKER vraagt wat D66 ermee bedoelt dat Amsterdam de AI- en Tech-
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
capital van Europa moet worden. Het lid SCHMIT antwoordt dat Amsterdam een concurrentievoordeel zou moeten realiseren en in Europa bekend zou moeten staan als AI- en Tech capital, waar het goed ondernemen is. Het lid IJMKER vraagt wat daarvoor dan nodig is. Het lid SCHMIT denkt aan samen met de branche samenwerken om het ondernemersklimaat voor de Tech sector te verbeteren. Er zijn volgens het lid veel kansen om de brede welvaart voor Amsterdam te verbeteren, maar ook om een AI- en Tech sector op Europese waarden te bouwen. Het lid IJMKER hoorde van Tech bureaus die zijn weggegaan uit Amsterdam dat er nu te veel regels zijn en dat het aantal regels moet verminderen. Het lid SCHMIT wil vooral met de Tech sector aan tafel gaan om te bezien hoe samen het ondernemersklimaat voor de die sector kan verbeteren. Het lid ALBERTS weet dat er voor AI ongelofelijk veel datacapaciteit nodig is, terwijl juist is afgesproken dat datacenters in Amsterdam en Nederland er niet veel ruimte erbij gaan krijgen. Het lid vraagt hoe D66 dat voor zich ziet. Het lid SCHMIT ontkent dat elk AI-Tech bedrijf meteen zou leiden tot meer data. Er is wel een keuze te maken over ruimte en een oplossing kan door de MRA gevonden worden. D66 roept op om op het onderwerp een brede welvaartscan los te laten.
Het lid ALBERTS is het bekend dat de provincie al heeft gezegd dat er hooguit nog één datacenter in Uithoorn kan bijkomen en vraagt D66 om nu weer met beide voeten op de grond te gaan staan. Het lid SCHMIT droomt van een sterke AI-Tech sector in Amsterdam, waarin de gemeente onderscheidend kan zijn. In het Amsterdam Science Park wordt gewerkt aan het verbeteren van de voedsel supply chain. Er is volgens het lid sprake van een grote kans voor Amsterdam. Het lid BROERSEN noemt het voorstel van het lid Schmit interessant, maar vraagt wat D66 in dezen daadwerkelijk wil met AI en waar de specifieke wens vandaan komt. Het lid SCHMIT geeft het voorbeeld van Eindhoven dat met bedrijven en instellingen samenwerkt aan een sterke regio. Amsterdam moet volgens D66 toewerken naar een economie met een hoge productiviteit, die waarde toevoegt. De AI-Tech sector is nu juist zo’n sector met veel productiviteit en veel toevoegende waarde en kan ook helpen met de brede welvaart. Het lid BROERSEN wil van D66 horen wat de precieze vraag is. Het lid SCHMIT hoorde van de sector dat die aan de stad wil bijdragen op het gebied van brede welvaart. Als voorbeeld vermeldt het lid dat foodbedrijven op het Amsterdam Science Park zorgen dat de derving uit de supply chain weggaat, wat een CO2-reductie betekent.
Het lid BROERSEN zou het gezien de huidige discussie in Europa eerder de trant zien van niet meer afhankelijk willen zijn van Amerikaanse bedrijven en AI, waardoor men het eerder heeft over digitale autonomie. Wellicht moet het gesprek dan daarover gaan. AI heeft verschillende doelen en groeit ontzettend hard en het daarover hebben vindt het lid nog steeds heel vaag.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Het lid SCHMIT erkent dat het ook gaat over digitale onafhankelijkheid. Door het bouwen van een Tech sector kan men digitaal onafhankelijk worden van Amerikaanse of Chinese AI. Het lid VON GERHARDT vraagt wat de gemeente moet doen om de AI- en Tech hoofdstad van Europa te kunnen worden. Het lid SCHMIT herinnert aan de lange traditie in Amsterdam van mooie start-ups en scale-ups, waaruit mooie bedrijven zijn ontstaan. Die wil het lid vooral koesteren, zodat wordt aanbevolen in gesprek met de sector te gaan met de vraag wat er nodig is om de sector sterk te maken. Het lid VON GERHARDT snapt dat, maar constateert dat de sector juist vanwege regelgeving, bepaalde maatregelen van het college en gebrek aan ruimte uit Amsterdam vertrekt. Het lid vraagt of nu het beleid moet veranderen. Het lid SCHMIT denkt dat het gemeentebestuur sterk op het onderwerp kan inzetten. Groningen heeft sterk op de supercomputer ingezet en heeft die binnengehaald. De Europese Unie heeft nog meer supercomputers beschikbaar, die aan ruimte negen parkeerplekken kosten. Daarom beveelt D66 aan die naar Amsterdam te halen, wat de Tech sector helpt. Het lid VON GERHARDT vraagt of de gemeente Amsterdam concrete maatregelen moet nemen om de Tech hoofdstad te kunnen worden en bedrijven naar de stad te halen.
Het lid SCHMIT noemt in dat verband bijvoorbeeld de inzet van het college om de supercomputer naar Amsterdam te halen. Daardoor kan het klimaat voor de Tech sector sterk verbeteren. Het lid KABAMBA denkt aan klimaatverandering en mist een groot idee in de wens. Het lid zou graag willen dat die wens een combinatie is van het humanitaire aspect en de behoefte om als stad technologisch vooruit te gaan. Het lid SCHMIT meent dat de stad dat juist kan bereiken door een sterke AI-Tech sector te bouwen op basis van Europese waarden, in plaats van afhankelijk te zijn van Amerika of China. Het Rabobank-rapport vermeldt dat het in Amsterdam nog schort aan een Tech ecosysteem. Daarom vraagt D66 de wethouder met zijn allen aan dat ecosysteem te werken, zodat bedrijven echt betrokken worden bij het ontwikkelen van brede welvaart in Amsterdam. Het lid KABAMBA weet niet of het aantrekken van AI- en Tech bedrijven kan samengaan met regelgeving die de mensheid helpt. Het lid SCHMIT wil daarom een Tech sector bouwen op Europese waarden, waarin privacy is geborgd. Met bedrijven die zich voor brede welvaart willen inzetten kan men juist zorgen dat Amsterdammers daarvan profiteren.
Het lid KROM vraagt het lid Schmit om brede welvaart en een breed begrip als AI niet zomaar aan elkaar te koppelen, omdat brede welvaart voor zoveel meer staat dan een Tech industry, waarin veel niet-ethische zaken plaatsvinden. Daarom daagt het lid D66 uit om eerst zaken beter uit te denken en te vertellen wat precies brede welvaart is en hoe AI daaraan kan bijdragen. Het lid SCHMIT wil leidend zijn in Tech en AI en Tech bouwen op Europese waarden. Als men dat privacybeschermend doet is daarop een economie te bouwen die brede welvaart brengt.
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Het lid KROM wil eerst laten nadenken over een iets doordachtere visie, vooral in combinatie met brede welvaart, dat echt iets anders is dan een health industry in Amsterdam op poten zetten en dan zeggen dat die bijdraagt aan brede welvaart. AI gaat over zoveel meer dan dat dat het lid denkt dat D66 dat een beetje te kort doet. Het lid SCHMIT raadt het lid Krom in reactie daarop aan om het Rabobankrapport beter te lezen, omdat dat echt richting geeft aan hoe Amsterdam dat beter kan doen. Het lid IJMKER staat niet achter de definitie van brede welvaart van de Rabobank. Indicatoren en definities betreffen ook politieke keuzen. GroenLinks vraagt D66 ook keuzes te maken, omdat brede welvaart te vaag is, evenals de Tech- en AIsector. Het lid vraagt welke keuzes D66 maakt. Het lid SCHMIT antwoordt dat D66 staat voor het uitgangspunt van privacy van iedereen . Het Rabobank-rapport geeft aan dat de Tech-sector in Amsterdam nog onvoldoende georganiseerd is en onvoldoende betrokken is bij sociale vraagstukken. Het rapport zegt ook dat de overheid te weinig inzicht heeft in wat de tech sector nu doet en wat die voor brede welvaart kan betekenen. Dat is voor D66 de eerste stap om daarover met het bedrijfsleven in gesprek te gaan en te spreken over wat men daarin voor elkaar kan betekenen.
Het lid IJMKER vindt het goede nieuws dat er al heel veel over wordt gepraat bij de Amsterdam Economic Board. Het lid BADAL stelt een vraag aan de wethouder in het kader van een bericht in de media. De wethouder heeft meermaals aangegeven innovatieve bedrijvigheid te willen. Het CDA wil weten hoe serieus de ambitie is om innovatieve Tech industrie aan te trekken. Maatschappelijk gezien is er een groot issue, namelijk meer zelfvoorzienend te worden als land of als Europa. Men kan de geopolitiek namelijk niet negeren. In Het Parool van 18 april gaf minister Beljaarts in een interview aan dat Amsterdam niet in is voor de nieuwe AI-faciliteit, wat het lid bevreemdt. Groningen heeft daar inmiddels wel oren naar. Het lid vraagt of de wethouder kan toelichten waarom Amsterdam zich afzijdig houdt in deze maatschappelijk relevante ontwikkeling en wat het eenduidige standpunt van dit college is gezien de verschillende opinies van de wethouders. Wethouder MBARKI wijst erop dat antwoorden op gestelde schriftelijke vragen snel naar de raad komen, zodat hij zijn bijdrage nu zal beperken. Hij stimuleert de commissie om het zojuist gehouden debat vaker te voeren en zich te verhouden tot wat er in de stad gebeurt. Amsterdam beschikt over een Tech ecosysteem. De vraag is alleen welke richting men dat wil laten opgaan.
De stad krijgt volgend jaar de kwantumcomputer op het Science Park, een keuze die is gemaakt. De vraag is ook of men een tech ecosysteem heeft als men beschikt over datacenters. Hij wil vooral kijken naar wat er is en binnen het programma Innovatie en Ecosystemen te kijken hoe de Tech sector is te verbinden aan de maatschappelijke opgaven. Een voorbeeld is dat Monumental de tech component implementeert in het bouwen van mensenrobots. Er zijn ook Tech bedrijven die zich met eiwittransitie bezighouden. De essentie is dat het gaat over technologie en innovatie, die vele vormen heeft. Die kan een datacentrum nodig hebben, maar soms alleen een kennisinstelling of het mbo. Dat moet men volgens hem versterken. In de beantwoording van schriftelijke vragen komt hij op het onderwerp terug. Veel bedrijven in de stad opereren op het snijvlak van tech en maatschappelijk. De stad probeert kennisinstellingen te linken aan tech en ook het mbo heeft een belangrijke taak als het gaat om technologie en innovatie. De Amsterdam Economic Board heeft gezegd om technologie en innovatie als een van de belangrijke thema’s te hebben, naast schone groei en gezondheid. De stad heeft de kans om de technologiehoofdstad van Europa te
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
worden, maar is ook afhankelijk van Europese middelen en wet- en regelgeving. Hij kijkt uit naar het vervolg van het gesprek. De VOORZITTER constateert dat geen behoefte is aan een tweede termijn en raadsbehandeling. Jongerenwerk 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief Intensivering jongerenwerk 2025-2028 Eerste termijn Het lid BELKASMI vindt jongerenwerk ontzettend belangrijk, omdat dat werkt om jongeren perspectief te bieden en de gemeente daar ook de nodige investeringen voor doet. Over het jongerenwerk op het mbo is GroenLinks heel enthousiast. Het is mooi om te zien dat het aantal voortijdig schoolverlaters op het mbo in Amsterdam inmiddels daalt. Dat aantal blijft wel zorgwekkend, maar wel is een dalende trend te zien. Het lid denkt dat het jongerenwerk op het mbo daaraan ook zeker een bijdrage kan leveren. Er wordt nu een pilotfase van twee jaar ingegaan en de wethouder wordt gevraagd of een evaluatie zal plaatsvinden. Als dat niet het geval is informeert het lid of de wethouder voornemens is om die alsnog wel te doen. In het initiatiefvoorstel over masterplannen en de aanpak Noord is aandacht gevraagd voor ontmoetingsplekken voor jongeren. De afgelopen tijd is een mooie ontwikkeling te zien, waarbij jongerencentra worden gerenoveerd en heropend. In Noord is er bijvoorbeeld de opening van The Wave.
De wethouder wordt gevraagd om daarop blijvend in te zetten en ook specifiek te kijken naar Zuidoost, dat nog ontbrak in de brief. Jongerencentra worden vaak tijdelijk toegekend, meestal voor een periode van tien jaar, maar wellicht is het veel beter in te zetten op permanentte jongerenlocaties. De wethouder had voor het vakkundig jongerenwerk en de alliantievorming een aantal doelen, namelijk verdere professionalisering en het tegengaan van versnippering. Deze doelen zijn in een korte tijd al best wel goed bereikt en gevraagd wordt hoe de wethouder daarop zelf terugkijkt. Het lid BADAL mist de intensieve samenwerking in het traject, evenals het pedagogisch werk. Het lid ALBERTS ziet in de brief dat het best ingewikkeld is om te voorkomen dat jongeren afglijden naar jeugdcriminaliteit, waarin de jongerenwerkers ondersteund moeten worden. Dat vindt het lid een nogal zware opdracht, waarover de SP zich zorgen maakt. Het lid BELKASMI ziet dat jongerenwerk bijdraagt aan het perspectief bieden aan jongeren, bijvoorbeeld in het vinden van een baan of stage of het volgen van een opleiding. Die elementen voorkomen het zetten van verkeerde stappen richting jeugdcriminaliteit. Gevraagd wordt of het lid Alberts dat ook zo leest. Het lid ALBERTS leest dat ook zo, maar er is nog meer in de wereld dan alleen dat.
Ontwikkelingen, zoals via Snapchat, gaan heel snel en de vraag is het jongerenwerk die allemaal kan opvangen. Het lid NADIF zegt dank voor de brief en de inzet op de intensivering van het jongerenwerk, evenals op versterking van het vakmanschap. Het lid richt zich in de bijdrage specifiek op jongeren met een beperking. Seksueel misbruik en uitbuiting komen drie tot vijf keer vaker voor bij mensen met een beperking. Deze doelgroep komt het lid niet tegen, evenals manieren waarop jongerenwerkers de juiste tools gegeven kunnen worden, zoals samenwerking met zorginstellingen. De risicofactoren bij deze doelgroep zijn anders. Dat geldt niet alleen voor seksuele uitbuiting, maar ook voor criminele activiteiten. Bij het versterken van het vakmanschap zou er dus
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
ook aandacht moeten zijn voor het beschermen van deze specifieke doelgroep. Ervaringsdeskundigheid werkt heel goed In reactie op het lid Alberts weet het lid dat in criminele organisaties miljoenen omgaan en dat men criminele ronselaars niet moet onderschatten. Wethouder MBARKI zegt een evaluatie over het jongerenwerk op het mbo na twee jaar toe en neemt de tijdsduur van de locaties mee in de te maken plannen. Professionals moeten zichzelf kunnen verbeteren om te zorgen dat jongeren het beste krijgen. De AJA (Amsterdamse Jongerenwerk Academie) is daarvan een belangrijke invulling. Programmering wordt inhoudelijk vormgegeven en ook wordt er gaandeweg geleerd. Partijen committeren zich zes jaar aan een opdracht, wat rust geeft in het veld, evenals ruimte om inhoudelijk door te ontwikkelen. Hij begrijpt het lid Alberts, maar is bezig met het neerzetten van een sociale en pedagogische infrastructuur, waar ouders, docenten, politie, jongerenwerkers, straathoekwerkers en straatcoaches iets van weerstand kunnen bieden om afglijden van jongeren naar criminaliteit te voorkomen. Jongerenwerkers kunnen het dus niet alleen en hij begrijpt de worsteling van het lid Alberts daarover. Jongeren worden begeleid, ook als zij tot een bepaalde categorie behoren en ook daar speelt inhoudelijke kennis van de materie een belangrijke rol.
Het is een thema, dat in de stad breder speelt, zoals kwetsbare meisjes en jongeren met een LVB-indicatie (licht verstandelijke beperking). Het jongerenwerk sluit niemand uit, maar van alle doelgroepen is wel kennis nodig, waarin de AJA de komende jaren hopelijk zal voorzien. Het lid NADIF vraagt om de doelgroep expliciet mee te nemen in de monitoring en om die onderdeel van het debat te maken. Wethouder MBARKI kan dat doen, maar dat zal dan vooral kwantitatief van aard zijn. Iedereen mag namelijk binnenkomen en er wordt gewerkt in groepsverband. Wel moeten jongerenwerkers beter beslagen ten ijs kunnen komen om een jongere uit een doelgroep te kunnen helpen. Tweede termijn Het lid BADAL ziet de doorlopende lijn nog niet in de sociale structuur. Het gaat daarbij om jongeren met een vraag, die door een bepaalde partij niet geholpen kunnen worden, maar door een andere partij wel. Wethouder MBARKI wijst op de insteek te zorgen voor minder versnippering, waardoor de doorlopende lijn en samenwerking beter van de grond komen. Door beschikkingen aan instellingen voor een periode van zes jaar zijn zij beter in staat te helpen en continuïteit van jongerenwerk in de wijk te bieden. Daardoor heeft de doorlopende lijn meer kans van slagen. Het lid BADAL merkt dat het jongerenwerk intern nog georganiseerd moet worden. Wethouder MBARKI is het daarmee eens.
De VOORZITTER schorst het middagdeel van de vergadering om 17.13 uur. Schorsing. Opvang (MO/BW, ongedocumenteerden en vluchtelingen) Het voorzitterschap wordt overgedragen aan het lid Namane. De VOORZITTER heropent de vergadering om 19.30 uur. 10.
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Bespreken het initiatiefvoorstel ‘Een toekomstbestendig informeel aanbod voor nieuwkomers in Amsterdam’ van de leden Yemane (GL), Aslami (D66) en Broersen (Volt) De VOORZITTER neemt de werkwijze voor de behandeling van initiatiefvoorstellen met de commissieleden door. De indieners krijgen eerst drie minuten de tijd om het initiatiefvoorstel toe te lichten. Vervolgens is de commissie in de gelegenheid om de initiatiefnemers over het voorstel te bevragen. Deze vragen worden per stuk beantwoord en de tijd besteed aan het stellen van vragen gaat wel van de spreektijd van de commissie af, maar niet van de spreektijd van de initiatiefnemers. Daarna begint de eerste termijn. Het lid ASLAMI licht het initiatiefvoorstel toe en spreekt waardering uit voor eenieder die zich inzet voor het informele aanbod in de stad, de vele professionals, vrijwilligers en betrokken Amsterdammers, die vaak op eigen kracht zorgen dat nieuwkomers in Amsterdam een warm onthaal krijgen. Dankzij hen is Amsterdam ook een barmhartige stad waarop eenieder zo trots is. Nieuwkomers moeten een kans krijgen om mee te doen en zich thuis te voelen, het liefst vanaf dag een. Informele organisaties spelen daarin een cruciale rol. Zij brengen mensen samen, zorgen voor een laagdrempelig aanbod en bereiken vaak wat formele organisaties niet kunnen, omdat dat vaak net buiten hun scope valt.
Dat is belangrijk werk, dat nu vaak versnipperd is door tijdelijke financiering en financiering door stadsdelen. De initiatiefnemers zien graag één stadsdeeloverstijgende structuur met dito financiering. Het lid BROERSEN gaat in op de punten twee en drie van het initiatiefvoorstel, die gaan over de benodigde inventarisatie van het informele aanbod voor nieuwkomers en de subsidiëring daarvan. Het initiatiefvoorstel uit maart 2024 was toentertijd al heel relevant. Na de verdere ontwikkelingen het afgelopen jaar en de gepresenteerde en in werking getreden kabinetsplannen is dat nu nog veel belangrijker en veel relevanter. De druk op ondersteuning van de groep wordt alleen maar groter, terwijl het belang van deze ondersteuning door het informele netwerk alleen maar sterker gevoeld wordt. Ondersteuning van deze organisaties was tot nu toe vaak houtje touwtje, vanuit de sociale basis en niet heel duurzaam, wat het moeilijk maakt voor organisaties om mensen daadwerkelijk goed te helpen. Tegelijkertijd was er niet altijd goed zicht op de beschikbare hulp. Daarom willen de initiatiefnemers een inventarisatie van het aanbod en financiële hulp voor het Netwerk Nieuwkomers Amsterdam om een breed en inclusief aanbod voor nieuwkomers te blijven borgen en te positioneren.
Het lid dankt de wethouder voor de positieve reactie en kijkt uit naar de eerste stappen richting de uitwerking van beide punten. Het lid YEMANE is ontzettend blij met het overnemen van punten. Het voordeel van een mooi netwerk van informeel aanbod is ook dat de gemeente als organisatie ontzettend veel daarvan kan leren. Informele organisaties komen vaak iets dichter bij de mensen en zien vaak ook de behoeften op een andere manier. Informele contacten en kennis kunnen ontzettend helpen bij het maken van beleid ter ondersteuning van nieuwkomers. De behoeften van nieuwkomers moeten ook gezien worden, zodat de gemeente beter beleid kan maken, dat echt aansluit op die behoeften. Het voorstel is gemaakt samen met partners en eveneens is het klankbord nieuwkomers gehoord. De initiatiefnemers zijn blij dat het college dat op deze manier overneemt. Het lid BELKASMI complimenteert de indieners, die laten zien dat de stad staat voor nieuwkomers. Het lid ondersteunt het voorstel. Het lid ASLAMI steekt de organisaties en de mensen achter de schermen een hart onder de riem, die ook de druk vanuit Den Haag voelen. Het is menens, woorden doen ertoe en worden gevoeld door mensen die deze niet in de context kunnen plaatsen. Dat wordt gezien en erkend en daarop kan het verschil gemaakt worden.
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
Eerste termijn Het lid YEMANE zegt dank voor de complimenten en hoopt dat het klankbord nieuwkomers goed wordt ingezet om de gemeente zo goed mogelijk te adviseren. Het is goed om te kijken naar de diversiteit aan nieuwkomers, zoals degenen die niet zo goed Engels of Nederlands spreken. Voor hen moet de drempel niet te hoog zijn om alsnog met de gemeente in gesprek te gaan over hun behoeften. Het gaat dan ook over mensen die een grotere hindernis ervaren om mee te doen in een klankbordgroep. Ook kan men informele organisaties daarvoor goed inzetten. Het lid ASLAMI constateerde dat het college in de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel aangaf dat er een stadsbrede subsidieregeling in ontwikkeling is voor aankomst en infrastructuur voor vluchtelingen en ondersteuning aan ongedocumenteerden (AVOO). Daarover zou de raad in de eerste helft van 2025 geïnformeerd worden en het lid vraagt naar de stand van zaken daarvan. Daarnaast is een onderzoek aangekondigd naar andere vormen van ondersteuning van nieuwkomers, specifiek het idee van een stedelijke opdracht voor informeel aanbod, samen met het veld. Wellicht is daarover ook nog iets toe te lichten. Het lid BROERSEN vraagt om een tijdlijn en wanneer meer informatie te verwachten is.
Wethouder GROOT WASSINK vindt het een heel belangrijk initiatiefvoorstel, dat een grote bijdrage levert aan heel goede ondersteuning en tegelijkertijd een erkenning is van het al opererende netwerk. Hij ziet dat de gemeente al gezegend is met tal van organisaties die zich inzetten en het initiatiefvoorstel probeert daarvoor een goede structuur te maken. De subsidieregeling is daarin heel belangrijk. De gevraagde aandacht voor de diversiteit aan nieuwkomers is een terecht punt, dat hij begrijpt. Er zijn anderstalige medewerkers en klantmanagers, maar het helpt als mensen zich enigszins kunnen uitdrukken. Soms helpt enige taalbeheersing van een groep, die wat dominanter is in het aanbod van nieuwkomers. Het college is ook absoluut bezig met dat uitgangspunt. Het is nog niet gelukt om de subsidieregeling AVOO nu al aan te kondigen en hij gaat er van uit dat dat wel na de zomer lukt. Nu wordt nog gewerkt aan een goed ontwerp daarvoor. De door hem bijgewoonde bijeenkomst van het netwerk was fantastisch, om dat daar veel dynamiek, enthousiasme, passie en bevlogenheid voor het werk was te zien. Met een onderzoek naar andere vormen van ondersteunend stadsbreed aanbod moet het college nog beginnen. Nu worden allerlei verschillende netwerken nog samengebracht. Zaken bij elkaar brengen en daarvoor een financieringsbasis bieden is goed.
In de stad vormen zich nu allerlei gemeenschappen van onschatbare waarde die men moet koesteren, zonder ze te institutionaliseren, omdat ze van enorme importantie zijn voor de beleidsdoelen die de gemeente steunt. Het lid ASLAMI dankt de wethouder voor diens erkenning dat juist dergelijke organisaties van onschatbare waarde zijn, in een tijd dat de minister een uitstapje van nieuwkomers naar De Efteling onmogelijk maakt. De reactie uit de samenleving is dat toch te organiseren en dat laat precies zien dat het gaat om een bottom up gevoel, dat er in heel Nederland is. Dat erkennen en omarmen is ook belangrijk. Het lid vraagt of de AVOO na de zomer naar de commissie zal komen. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat direct toe en erkent ook dat er tegelijkertijd meerdere realiteiten zijn, zoals zorgen over de instroom en draagvlak voor de opvang van vluchtelingen. Er zijn veel mensen die het verschil willen maken. Het gaat er volgens hem om in de stad een coalition of the willing te bouwen. De verwevenheid met de infrastructuur van buurten, los van formele organisaties, helpt ook om het nog steeds massief aanwezige draagvlak verder te versterken en allerlei doemverhalen weg te blazen. De VOORZITTER concludeert dat het initiatiefvoorstel ongewijzigd door kan
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Concept-raadscommissieverslag, 7 mei 2025
worden geleid naar de raadsvergadering van 11 en 12 juni. 11. Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Vestigen opvanglocaties aan de Provincialeweg 38) De VOORZITTER deelt mee dat het punt is geagendeerd op initiatief van het CDA-lid Stevens. Eerste termijn Het lid BADAL vraagt of de wethouder de commissie kan meenemen in het perspectief van spreiding van opvanglocaties over de gehele stad en hoe die er voor de toekomst uit ziet. Nu worden 525 mensen op een totaal van ruim 4.500 mensen opgevangen. Dat vindt hij uiteraard fijn en goed. Naast Nederland kan men ook in de stad pleiten voor spreiding. De wethouder zou in gesprek gaan met mensen die op de inspraakavond in Zuidoost kritisch waren en het lid vraagt of dat gesprek al heeft plaatsgevonden en zo nee, wanneer dat eventueel zal gebeuren. Ook wil het lid weten of de wethouder al contact heeft met de gebiedsmakelaar. Verder is het CDA benieuwd hoe de wethouder acteert nu de Spreidingswet wordt afgeschaft, dan wel niet wordt uitgevoerd of gehandhaafd door de minister en wat het betekent voor opvang van statushouders binnen gemeenten, als zij niet meer met voorrang kunnen doorstromen naar een woning, wat een fatsoenlijke en snelle inburgering op zijn kop zet, met alle gevolgen van dien. De vraag is wat de wethouder hieraan doet.
Wethouder GROOT WASSINK zegt dank voor de gemaakte opmerkingen en denkt dat het fijn en goed is om in Amsterdam een opvanglocatie te realiseren. Haagse regelgeving noemt hij tegenstrijdig, contraproductief en getuigen van pennywise poundfoolishness. Als men mensen lang in een AZC laat verpieteren weet men zeker dat ze niet snel inburgeren en aan het werk komen en niet snel een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. In de gemeenteraad was er groot draagvlak voor de pilot ‘Asielzoekers aan het werk’. Men zou zo snel mogelijk moeten kijken hoe mensen onderdeel kunnen worden van de samenleving, ongeacht of hun toekomst hier of elders ligt. Het verbod op voorrang noemt hij in die zin een buitengewoon onzalig idee, omdat daardoor nog meer mensen in AZC’s blijven, wat voor de mensen, de rijksfinanciën en de gemeenten niet goed is. Wat hem betreft wordt de Spreidingswet niet ingetrokken, gezien de voorliggende contourennota, waarop het IPO, de VNG en de raad van commissarissen nog gaan reageren. Hij hoopt dat de wet niet wordt ingetrokken, omdat dat zijns inziens namelijk een buitengewoon dom idee zou zijn. Niet spreiden betekent in zekere zin free riders belonen. Hij is voor verevening. In alle opvangmodaliteiten probeert hij een spreiding over de hele stad te bewerkstelligen, wat hem niet altijd in dank wordt afgenomen.