CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20250507 Conceptverslag commissie OZA

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 4 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 7 mei 202511.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 7 mei 2025, starttijd 9.00 uur in vergaderzaal Willem Kraanzaal Woensdag 4 juni 2025

Voorzitter: R. Alberts Plv. Voorzitter: Van Pijpen (a.p. 4) Portefeuillehouders: wethouders Moorman, Scholtes Portefeuillehouders afw.: Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuners: Saelman Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Runderkamp (PvdA), Yemane (GL), Van Pijpen (GL), Van der Veen (GL), Nijhof (GL), Wehkamp (D66), Hylkema (VVD), Van der Kamp (VVD), Emmerik (Partij voor de Dieren), Vesseur (Volt), Koyuncu (DENK), Hakiki (DENK), Badal (CDA), Kabamba (Lijst Kabamba) Afwezige commissieleden (mk): De Jong (JA21), Haijen (SP), Overige aanwezigen:

1. ALGEMEEN GEDEELTE 1a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat zich twee leden hebben afgemeld, De Jong (JA21) en Haijen (SP). Ook heet zij lid Nijhof (GL) welkom die voor het eerst de commissie OZA bijwoont. Wethouder SCHOLTES deelt mee dat er in de stad 70 gevallen van mazelen zijn gemeld, waarvan de meeste in Nieuw-West. 30 gevallen zijn gerelateerd aan twee basisscholen in Nieuw-West. Er zal extra aandacht komen voor kinderen die in de meivakantie Marokko of Roemenië hebben bezocht en scholen, maar ook ouders, worden erop geattendeerd hier extra alert op te zijn en bij vragen of twijfels contact op te nemen met de GGD. Vervolgens verwijst de wethouder naar een aantal acties die in gang zijn gezet, zoals de inloopspreekuren in Nieuw-West en de extra inloopspreekuren in andere stadsdelen. De wethouder verwijst voor zijn tweede mededeling naar het artikel dat is gepubliceerd over Follow the Money en de Weekend Academie. Het college is bezig met de beantwoording van de vragen hierover die door verschillende fracties zijn gesteld. Het college heeft contact opgenomen met de Weekend Academie om alle gegevens boven

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

tafel te krijgen. De wethouder geeft aan dat er wordt geprobeerd om voor de volgende commissie alle vragen te kunnen beantwoorden. Tenslotte somt de wethouder op welke acties er worden ondernomen met betrekking tot wmo-hulpmiddelen. Dit naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamer dat op verzoek van de commissie is uitgebracht. De conclusie van het rapport is dat de basis redelijk op orde is, maar er zijn verbeteringen nodig als het gaat om complexe gevallen. De wethouder vindt het onacceptabel dat dit nog niet op orde is. Het college is in gesprek met de leveranciers, er worden meer en vaker cijfers opgevraagd evenals verbeterplannen. De wethouder zegt toe binnenkort te komen met een brief waarin de cijfers en de resultaten worden beschreven. Wethouder MOORMAN verwijst naar een toezegging die wethouder Mbarki heeft gedaan richting lid Wehkamp, inzake de Amsterdamse Maatwerkmethode. Er is een TKN toegestuurd, maar hierin ontbreekt de mededeling dat de toezegging hiermee is afgedaan, hetgeen het geval is. 1c. Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor de agendapunten 6, GEHEIM – Benoemen van een lid van de Raad van Toezicht van Stichting Amsterdam West Binnen de Ring (AWBR,) 7, GEHEIM – Benoemen van een lid van de Raad van Toezicht van Stichting Spinoza Lyceum en 8, GEHEIM – Herbenoemen van twee leden van de Raad van Toezicht van Staij, te hameren.

De commissie gaat hiermee akkoord. De voorzitter noemt het verzoek van het CDA om agendapunten 4, Amsterdamse Armoedemonitor 2023, Schuldenmonitor 2024 en Minima-Effectrapportage 2024 en agendapunt 12, Follow The Money artikel over de Weekend Academie, door te schuiven. Naar aanleiding van de app-discussie over het onderwerp van agendapunt 4 die heeft plaatsgevonden, lijkt het de voorzitter echter logisch dat dit punt op de agenda blijft voor bespreking. De commissie is het hiermee eens. De commissie gaat wel akkoord met het doorschuiven van agendapunt 12, al heeft lid Van der Kamp hier bij de Rondvraag een vraag over. Tenslotte vraagt de voorzitter of de commissie akkoord gaat met het eventueel naar voren schuiven van besprekingen van agendapunten waarbij wethouder Moorman is betrokken, aangezien de wethouder de vergadering eerder zal moeten verlaten. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 26 maart 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e. Termijnagenda en bestuurlijke langetermijnagenda’s (BLTA), per portefeuille Hier zijn geen opmerkingen over. 1f.

TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de volgende vergadering: Op verzoek van het lid Badal (CDA) wordt geagendeerd TKN-stuk 2, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Uitslag Centrale Loting en Matching 2025’. Op verzoek van het lid Wehkamp (D66) wordt geagendeerd TKN-stuk 4, Kennisnemen van het jaarverslag Leerplicht Schooljaar 2023-2024.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

Op verzoek van de leden Wehkamp (D66) en Badal (CDA) wordt geagendeerd TKN-stuk 5, Mazelencluster Amsterdam. Op verzoek van lid Badal (CDA) wordt geagendeerd TKN-stuk 7, Raadsbrief preventieve aanpak overlast ratten. De motivatie is gepubliceerd in de Dagmail. Nagekomen zijn de verzoeken van de leden Emmerik (Partij voor de Dieren) en Nijhof (GL) voor de agendering van de TKN-stukken 3, 5 en 7. De toelichting hierop zal later in de Dagmail worden geplaatst. 1g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL 2a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich zeven insprekers gemeld. Inspreker 1, Nathalie CRUIJFF spreekt in op persoonlijke titel, inzake agendapunt 2b TKN 6, De wet psychisch geweld, de pilot en de uitvoering hiervan. Inspreker CRUIJFF verwijst naar het plan van de regering om in mei 2025 een wetsvoorstel te doen om psychisch geweld strafbaar te maken. Er wordt een pilot uitgevoerd in verschillende gemeenten om erachter te komen wat ervoor nodig is om deze wet goed te kunnen uitvoeren. Namens inwoners van Amsterdam vraagt inspreker CRUIJFF of deze pilot ook hier wordt uitgevoerd, aangezien de gemeente Amsterdam inmiddels wordt beschouwd als de meest gewelddadige stad van Nederland.

Aan het vaak voorkomende psychische geweld hier liggen een aantal sociale oorzaken ten grondslag, zoals het dicht op elkaar wonen van veel mensen en de hoge mate van armoede in de stad. Inspreker CRUIJFF stelt voor om educatie op onder andere scholen, buurthuizen, medische centra en online aan te bieden. Het is belangrijk dat iedereen begrijpt wat psychisch geweld inhoudt om het wetsvoorstel te doen slagen. De pilot richt zich voornamelijk op instanties als Veilig Thuis, en inspreker CRUIJF pleit voor een bredere aanpak, waarbij bewustwording een belangrijk aspect is, zodat de politie en instanties als Veilig Thuis precies weten hoe er met psychisch geweld moet worden omgegaan. Lid WEHKAMP vraagt wat de inspreker voor ogen heeft om meer te kunnen doen. Inspreker CRUIJFF geeft aan dat meer voorlichting nodig is om in de complexe situaties als psychisch geweld hulp te kunnen bieden. Inspreker 2, Dilek AVSAR spreekt op persoonlijke titel, inzake agendapunt 3, Verordening Jeugdhulp Amsterdam. Inspreker AVSAR leest de brief voor die zij heeft ingestuurd en waarin haar schrijnende persoonlijke situatie staat beschreven toen zij en haar zesjarige zoon te maken kregen met Jeugdzorg. Inspreker AVSAR spreekt in met als doel dat de commissie haar zal zien, aanhoren en helpen. Lid VAN DER VEEN vraagt of inspreker hulp krijgt vanuit een hulpdienst voor volwassenen, zoals Veilig Thuis.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

Inspreker AVSAR geeft aan dat Veilig Thuis bekend is met de bedreigingen die zij ondervindt door de vader van haar kinderen, maar er komt geen hulp of beveiliging. De VOORZITTER deelt inspreker AVSAR mee, na overleg met de wethouder, dat zij wordt opgehaald door een ambtenaar, waarna zij de gelegenheid krijgt haar verhaal te doen en er zal worden bekeken welke hulp er voor haar en haar gezin mogelijk is. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker. Inspreker 3, Monica VAN KOPPENHAGEN spreekt in als ZZP voor onder andere de Empowerment Coöperatie Amsterdam, inzake agendapunt 5, Voortgang van de ondersteuning aan de gedupeerden van he kinderopvangtoeslagenschandaal. Inspreker VAN KOPPENHAGEN beschrijft haar persoonlijke situatie en zij geeft aan dat zij meermalen in conflict is geraakt met de overheid. Inspreker VAN KOPPENHAGEN brengt met haar bijdrage de misstanden en het onrecht die plaatsvinden in de stad onder de aandacht bij de commissie. De Empowerment Coöperatie zet zich in voor de gedupeerden van het toeslagenschandaal, zo ook de Participatieraad die is opgezet door de Sociale Maatschap Uitvoeringen Buurtteams Noord en Zuidoost. Inspreker VAN KOPPENHAGEN heeft zich tevens aangesloten bij de politieke partij Hart voor Vrijheid. Vanuit dit kader beschrijft inspreker VAN KOPPENHAGEN de misstanden die zij waarneemt in de samenleving.

Maar zij neemt ook goede ontwikkelingen waar; mensen die zich inzetten voor de goede zaak en de steun en de troost die men vaak vindt bij elkaar. Inspreker VAN KOPPENHAGEN vraagt ook aandacht voor de niet erkende gedupeerden, die geen recht hebben op hulp en ondersteuning. Voor haar voelt dit onrechtvaardig. Tot slot doet zij een uitgebreide oproep aan de raad die erop neerkomt om niet vanuit bureaucratische overwegingen, maar meer vanuit medemenselijkheid hulp te bieden aan iedereen die dit nodig heeft. Lid YEMANE vraagt een toelichting op de passage over de buurtteams en de financiële verantwoording. Zij vraagt inspreker VAN KOPPENHAGEN te komen met een voorbeeld hoe het anders zou kunnen. Inspreker VAN KOPPENHAGEN geeft aan dat zij vanuit haar raamwerk groepen die niet in beeld zijn bij de gemeente kan waarnemen. De gemeente zou dan breder moeten kijken naar waar de hulp nodig is. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker. Inspreker 4, Eefje SUK spreekt in namens de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam, onderdeel Arkin, inzake agendapunt 13, Positie van verloskundigen en hulpverleners van de spoedeisende psychiatrie in het verkeer. Inspreker SUK is psychiater bij de spoedeisende psychiatrie, afdeling Crisisdienst, waar 24/7 zorg wordt verleend aan mensen die in crisis zijn, zoals bij psychotische of suïcidale klachten.

Haar verzoek aan de raad is om de afdeling Crisisdienst een uitzonderingspositie te verlenen in het verkeer. Zij noemt een voorbeeld waarbij de noodzakelijk psychiatrische hulp eigenlijk te laat kwam en welke gevolgen dit had. Ook wanneer vervoer van een (jongere en onrustige) patiënt noodzakelijk is, is snel vervoer vaak van het hoogste belang. Lid VAN PIJPEN vraagt of inspreker SUK en haar afdeling gebruik maken van privéauto’s. Inspreker SUK geeft aan dat er neutraal ogende dienstauto’s beschikbaar zijn, aangezien men niet op locatie aan wil komen met een auto waarop staat dat het gaat om psychiatrische patiënten. Dat zou stigmatiserend kunnen werken. Misschien zou dan

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

eventueel met een magneet kunnen worden aangegeven als er sprake moet zijn van uitzonderlijk en snel vervoer. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker. Inspreker 5, Mw. Lony WESSELING spreekt in als bewoner van de H-buurt, inzake agendapunt 15, Zorgaanpak verslavingsproblematiek en uitbreiding inloopvoorziening voor druggebruikers in de H-buurt Amsterdam-Zuidoost. Inspreker WESSELING beschrijft het karakter van een geïntegreerde voorziening of gebruikersruimte en welke mensen hier gebruik van maken. Dit heeft een grote impact op de omgeving, zowel qua veiligheid als leefbaarheid en dit vraagt nogal wat van de wijk op het gebied van draagkracht en weerbaarheid. De H-buurt is hierop een uitzondering, aangezien deze draagkracht en weerbaarheid niet in voldoende mate aanwezig zijn, zoals dat bij andere locaties wel het geval is. Inspreker WESSELING beschrijft welke problemen er spelen in de H-buurt en zij vraagt aan de raad waarom er hier als enige locatie geen rekening gehouden met de draagkracht van de buurt. Ook vraagt zij de raad lokalisatie van de gebruikersruimte te heroverwegen en voor elke buurt met dezelfde maat te meten. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker.

Inspreker 6, Camiel WELLING spreekt in namens Lokale Ondernemers Amsterdamse Poort, inzake agendapunt 15, Zorgaanpak verslavingsproblematiek en uitbreiding inloopvoorziening voor druggebruikers in de H-buurt Amsterdam-Zuidoost. Inspreker WELLING beschrijft het karakter van de Amsterdamse Poort, waarbij de verbondenheid tussen de lokale ondernemers en de bewoners centraal staat. Er is hier echter veel overlast van drugsgebruik, ook door verslaafden van buiten de buurt die komen en gaan en veel rotzooi achterlaten. Inspreker WELLING geeft aan dat er door de betrokken ambtenaren niet voldoende wordt gecommuniceerd over het Inloophuis met de bewoners en de ondernemers van de Amsterdamse Poort en dat communicatie eenzijdig is. Inspreker WELLING pleit voor samenwerking en ruimte voor inbreng van de ideeën van de bewoners en lokale ondernemers. Ook zijn er twijfels over de locatie van de hvoopvang, de methadonbus en het Inloophuis en de evaluatie hiervan. Lid VAN DER VEEN vraagt wat de inspreker als vertegenwoordiger van de lokale ondernemers kan doen om de draaglast van de bewoners te ondersteunen. Inspreker WELLING geeft aan dat de focus niet alleen gericht moet zijn op ‘harmreduction’, maar tevens op preventie, curatieve en systemische zorg. Lid BADAL vraagt of inspreker Welling bereid is om mee te denken met de wethouder bij het zoeken naar een oplossing.

Inspreker WELLING zegt dit toe en hij geeft aan dat de oplossing wel moet passen bij de aard van de buurt en de diversiteit van de populatie, zodat er ook wordt gekeken naar de mogelijkheden van herstel in plaats van mensen in een vicieuze cirkel van gebruik te laten blijven. Inspreker 7, A. BAKKER spreekt in als directeur van de Eerstelijns Verloskundigen Amsterdam-Amstelland (EVA), inzake agendapunt 13, Positie van verloskundigen en hulpverleners van de spoedeisende psychiatrie in het verkeer. Inspreker BAKKER beschrijft de problemen die de verloskundigen in toenemende mate in het verkeer ondervinden, wanneer er bij spoed niet kan worden uitgeweken naar de trambaan, niet kan worden gerekend op een escort van de politie en geen gebruik kan worden gemaakt van een ambulance, omdat er geen sprake is van een levensbedreigende situatie. Verloskundigen worden binnen de verkeerswetgeving niet erkend als acuut zorgverlener en krijgen geen uitzonderingspositie in het verkeer toebedeeld bij spoedzorg. Inspreker BAKKER uit haar zorgen over de problemen in de zorgketen die zullen ontstaan bij de toekomstige veelheid aan wegwerkzaamheden. Inzet

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

van de ambulance, zoals dit op ROAZ-niveau is besproken, is geen oplossing, aangezien dit de ambulancedienst ongepaste zorg oplevert plus een bedrag van 385 euro aan eigen bijdrage. Ook is er bij de ambulancedienst momenteel beperkte capaciteit. Voor de verloskundigen zal het uitkomst bieden als er de mogelijkheid wordt geboden gebruik te maken van de trambaan in het geval van spoed en spits, ontheffing in het geval van een spoedsituatie om specifieke wegafsluiting in verband met werkzaamheden te passeren en het vergoeden van kosten van de noodzakelijke ambulancedienst in het geval van spoed aan bewoners met een minimum inkomen. EVA verzoekt het college helderheid te verschaffen in welk proces en tijdslijn zij de vraagstukken onderzocht en tot concrete oplossingen gebracht ziet om de zorg toegankelijk, veilig en betaalbaar te houden. Lid VAN PIJPEN vraagt bij hoeveel van de ritten het gaat om spoed. Inspreker BAKKER geeft aan dat bij vijf procent van de 6000 bevallingen per jaar het gaat om ‘bloedspoed’, waarbij de ambulancedienst wordt ingezet. Een vergelijkbaar aantal spoedgevallen kan door de verloskundige zelf worden behandeld. Inspreker BAKKER benadrukt dat het EVA niet gaat om het standaard gebruik van de trambaan, maar zij dit alleen nodig heeft voor spoedgevallen die gevaar voor de gezondheid opleveren.

Lid WEHKAMP vraagt waarom het niet mogelijk is om de ambulancedienst in te zetten als dit nodig is. Inspreker BAKKER geeft aan dat dit in de meeste van de gevallen niet de passende zorg verleend kan worden, aangezien de ambulancemedewerkers niet gespecialiseerd zijn in verloskunde. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. 2c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2d. Rondvraag Lid WEHKAMP verwijst naar berichten over het gebruik van vapes op scholen. Uit onderzoek is gebleken dat deze gevaarlijk zijn voor de gezondheid van de gebruikers. Zij vraagt de wethouder wat er in Amsterdam wordt gedaan aan het tegengaan van dit fenomeen. Wethouder SCHOLTES erkent dat er in Amsterdam meldingen zijn gekomen over leerlingen die onwel zijn geworden na het vapen en er zijn hierover veiligheid gerelateerde incidenten gemeld. Scholen hebben diverse handelingsperspectieven en kunnen melding doen bij het Drugs Alert Team Amsterdam. Dit Team kan testen uitvoeren en waarschuwen voor de gevaren middels posters en flyers op scholen. Scholen kunnen ook zelf beleid voeren op vapes en nicotine. Zij worden daarbij ondersteund vanuit het programma Helder op School als onderdeel van De Gezonde School. Lid VAN DER KAMP vindt het teleurstellend, dat het de gemeente niet lukt om de informatie inzake Follow the Money sneller te verschaffen.

Het is voor de VVD vooralsnog onduidelijk of de gemeente op de hoogte was van de beschreven constructie, aangezien berichtgeving vanuit de Stichting Weekend Academie dit wel suggereert en de Stichting

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

aangeeft transparant te zijn geweest. Hij vraagt het college of zij hier wel of niet bekend mee was. De VOORZITTER plaatst een kritische kanttekening bij de lengte van deze Rondvraag, voordat zij het woord geeft aan de wethouder. Wethouder SCHOLTES benadrukt dat zorgvuldigheid bij het onderzoek naar zulke situaties van het hoogste belang is en dat er niet te snel conclusies moeten worden getrokken. Vervolgens beschrijft de wethouder aan welke voorwaarden subsidieverstrekking vanuit de sociale basis moet voldoen en dat bleek op orde. Het artikel Follow the Money richt zich echter ook op andere activiteiten van de Weekend Academie, waar de gemeente geen relatie mee heeft. Het onderzoek hiernaar kost meer tijd. De wethouder zegt toe hier zo snel mogelijk bij de commissie op terug te komen. Lid VAN DER KAMP verwoordt de essentie van zijn vraag, die erop neerkomt dat in het artikel wordt gesuggereerd dat de gemeente op de hoogte was van deze constructie. Hij vraagt of de wethouder dit kan bevestigen. Wethouder SCHOLTES benadrukt dat het college een subsidierelatie heeft met de Stichting binnen de sociale basis en dat hiervoor goedkeuring bestaat van de accountant. Ook is er verantwoording afgelegd over de activiteiten, die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Het college gaat zich nu verdiepen in de financiële situatie en de relaties met bv’s die er al dan niet achter zitten.

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman voor een aanvulling hierop. Wethouder MOORMAN vindt het belangrijk dat de raad zorgvuldig en compleet wordt geïnformeerd. Zij benadrukt dat er subsidies aan de Weekend Academie zijn verstrekt vanuit de sociale basis en niet vanuit Onderwijs. Wel heeft er eenmalig inkoop plaatsgevonden bij onderwijs aan Oekraïense leerlingen in 2022. De VOORZITTER attendeert de commissie erop dat dit punt werd doorgeschoven en dat hier later op wordt teruggekomen. Lid YEMANE verwijst naar de plannen van Zonova om het onderwijs te dekoloniseren. Namens haar fractie geeft lid Yemane aan dat zij achter dit plan kan staan en zij verzoekt de wethouder op deze plannen te reflecteren. Ook hoort zij graag of de wethouder mogelijkheden ziet om dit plan te koppelen aan de Lerarenagenda. Wethouder MOORMAN staat positief tegenover dit plan en zij stelt dat dit in lijn is met de koers van de gemeente binnen het onderwijs, zoals bij het programma Amsterdammerschap met daarin aandacht voor het koloniaal verleden en de gevolgen die dit heeft. In dit kader verwijst de wethouder naar de aankomende conferentie over racisme en discriminatie binnen het onderwijs. Bestuurder Ensberg van Zonova is hiervoor uitgenodigd als een van de sprekers. Voor een koppeling met de Lerarenagenda verwijst de wethouder naar de Zuidoost academie.

Binnenkort start hier een pilot ‘Zuidoost Bekwaam’, waarin les wordt gegeven in ‘Zuidoostkunde’ in de vorm van workshops. Lid YEMANE vraagt of er in dit plan van Zonova meer mogelijkheden zijn voor Zuidoost in het kader van de Lerarenagenda. Wethouder MOORMAN stelt dat dit plan juist wordt gekoppeld aan de Lerarenagenda van buurten waar meer achterstand en achterstelling plaatsvindt. Zij somt op welke acties hiervoor worden ondernomen. Hier sluit het Koersplan 2030 van Zonova op aan met aandacht voor het lerarentekort, de doorwerking van het koloniale verleden en de kwaliteit van het onderwijs.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

Zij stelt dat de heer Ensberg van Zonova nauw betrokken is bij de ontwikkelingen in Zuidoost en Zonova is ook partner van de Alliantie. De gemeente investeert bovendien fors in Zuidoost op het gebied van onderwijs. Zo spelen er allerlei zaken tegelijkertijd. Lid KOYUNCU refereert aan het verzoek aan het college van zijn fractie bij de commissie MOW om onder andere verloskundigen gebruik te laten maken van de trambaan. Dit bleek niet mogelijk te zijn. Hij vraagt de wethouder om met de organisaties die vanochtend hebben ingesproken in gesprek te gaan. De VOORZITTER stelt voor om dit onderwerp verder te bespreken bij agendapunt 13, Positie van verloskundigen en hulpverleners van de spoedeisende psychiatrie in het verkeer. Lid YEMANE refereert aan een schietpartij die onlangs heeft plaatsgevonden in Noord. Zij vraagt het college of er inmiddels contact is met de scholen. Ook wil zij weten hoe het gaat met de slachtoffers en met de mensen die getuige waren van dit incident. Wethouder MOORMAN geeft aan dat er contact is met het Team Schoolveiligheid en met de omliggende scholen. Het college bekijkt wat zij kan doen om te helpen waar dat nodig is, samen met de politie en het om. Over de opsporing kan de wethouder geen uitspraken doen. BESPREEKPUNTEN Jeugd(zorg) 3.

Verordening Jeugdhulp Amsterdam 2025 (VN2025-005536) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee wie van de leden het woord heeft gevraagd. Lid WEHKAMP refereert aan de bespreking van de Jeugdvisie, waarin het belang van het kind voorop staat en het uitgangspunt luidt, dat niet het kind, maar de omgeving dient te veranderen. Zij citeert uit het gestelde in de Jeugdvisie. Zij vraagt de wethouder wat er van de genoemde versterking in de kinderopvang terecht is gekomen, zoals een eigen contactpersoon bij iedere kinderopvang. Bij een werkbezoek aan een kinderopvangorganisatie bleek echter dat men daar niets afwist van een vaste OKA. Zij vraagt de wethouder wat de stand van zaken is met betrekking tot deze toezegging en zij zou graag middels een brief hiervan op de hoogte worden gesteld. Voor D66 is het belangrijk dat er bij de Verordening uitgegaan wordt van vertrouwen. Zij vraagt de wethouder om toelichting op de nadere regels die het college kan opstellen voor controle. Tenslotte geeft lid Wehkamp aan dat het Jeugdplatform het belangrijk vindt om domein overstijgend te werken en de wethouder heeft aangegeven dat zij dit toejuicht. Dit blijkt in de praktijk niet altijd te worden toegepast en lid Wehkamp vraagt de wethouder hoe dit kan worden bewerkstelligd.

Lid VAN DER VEEN krijgt graag inzicht in hoe het gaat met de Jeugdzorg in de andere domeinen en hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Hij trekt een parallel met de bestuursopdracht Diversiteit en Inclusie, waarvan ook is bepaald dat het gehele college hiermee bezig gaat. Lid RUNDERKAMP verwijst naar de Voorjaarsnota waarin de bezuinigingen op de Jeugdzorg de komende jaren niet worden doorgevoerd. Er is echter wel een taakstelling geformuleerd die aangeeft dat vanaf 2028 gemeenten 1,5 miljard euro in plaats van 1 miljard euro moeten meebetalen. Hij verneemt graag de visie van de

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

wethouder vanuit haar VNG-positie Jeugd op de ontwikkelingen van het Rijk met betrekking tot de jeugdhulp. In de gewijzigde Verordening ziet lid Runderkamp de geest van de geformuleerde visie terugkomen, maar hij heeft nog wel twee technische vragen: Het is eenvoudiger voor de Amsterdammer om een pgb aan te vragen, hetgeen ertoe kan leiden dat meer Amsterdammers een pgb aan zullen vragen. Dit is echter niet terug te zien in de financiële onderbouwing van de raadsvoordracht en hij vraagt de wethouder dit toe te lichten. Vervolgens verwijst lid Runderkamp naar de Verordening Leerlingenvervoer die twee jaar geleden werd vastgesteld en waarin de zes kilometergrens werd geformuleerd. Die wordt nu in de nieuwe Verordening eruit gehaald naar aanleiding van de uitspraak van de hoogste rechter en hij vraagt zich af welke gevolgen dit heeft voor de Verordening Leerlingenvervoer. Lid VESSEUR is er namens haar fractie over verheugd dat het Jeugdplatform heeft meegedacht bij de herziening van de Verordening en dat dit zorgvuldig is gebeurd. Er bevinden zich echter nog enkele vage begrippen in de beschrijving, zoals ‘eigen mogelijkheden’ en ‘probleemoplossend vermogen’ en lid Vesseur vraagt of dit niet concreter kan worden gemaakt. In het proefschrift van Stellaard wordt met nadruk gewezen op concretisering.

Lid Vesseur mist expliciete aanduiding van de verschillende opvoedingsstijlen of de niet-standaardgroeicurve waar het Jeugdplatform zo specifiek over is. Volgens lid Vesseur wint de Verordening aan kracht als wordt benoemd dat gezinnen worden benaderd vanuit vertrouwen. Zij vraagt de wethouder of dit alsnog kan worden toegevoegd aan de huidige Verordening. Wethouder MOORMAN beaamt dat het de bedoeling is dat de Verordening ook moet worden bekeken vanuit de Jeugdvisie, maar het is wel een uitwerking van de Jeugdwet en in die zin vrij technisch. De wethouder geeft aan dat elke kinderopvangorganisatie een OKA heeft en dat geldt ook voor de kinderopvangorganisatie die lid Wehkamp heeft bezocht. Wellicht is de verwarring opgetreden omdat het via de SAG loopt, die volgend jaar samengaat met de OKT. Lid WEHKAMP neemt dit aan en heeft geen behoefte meer aan een brief hierover. Wethouder MOORMAN vindt het lastig om vertrouwen in regels vast te leggen. De essentie van de Verordening is om breed te kijken wat er nodig is. Dat is ook de reden waarom de kilometergrens uit de Verordening is gehaald. Dit gaat overigens niet over leerlingenvervoer, maar over het vervoer naar Jeugdzorg. Het is dan beter als ouders hierbij zijn, vanwege de intensiteit van de gesprekken, waarbij de betrokkenheid van ouders nodig is.

Een goede toepassing van de Amsterdamse Maatwerkmethode kan worden bewerkstelligd door een goed personeelsbeleid en een goede overdracht. De wethouder is het eens met lid Van der Veen als het gaat om het verband met de jeugdvisie en het behouden van de brede blik door ook vanuit de andere domeinen hiernaar te kijken. Zij beschrijft een aantal voorbeelden van de werkwijze door het college, dat een gezamenlijke verantwoordelijkheid voelt voor een aantal disciplines. Er blijft echter sprake van een verkokerde organisatie. In reactie op de bijdrage van lid Runderkamp inzake de Voorjaarsnota beschrijft de wethouder met welke dynamiek de gemeente hierbij te maken krijgt. De wethouder gaat er niet van uit dat de vereenvoudigde procedure bij het pgb zal leiden tot een vermeerdering van het aantal pgb’s, aangezien de beoordeling ongewijzigd blijft. De wethouder geeft aan dat het Jeugdplatform een belangrijke partner is. Zij is echter van mening dat de Verordening concreet genoeg is, aangezien alle termen staan uitgelegd.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

Voor de vragen over vertrouwen verwijst de wethouder naar haar reactie op de eerdere bijdrage van lid Wehkamp en zij voegt hieraan toe dat het gaat om een cultuur en een houding die men hierin aanneemt. Lid VESSEUR legt uit dat het haar gaat om het benoemen van dat vertrouwen in de Verordening, hetgeen nu niet het geval is. Wethouder MOORMAN kan dit nu niet bevestigen, dan zou ze de Verordening nog eens door moeten lezen. Wat zij wel kan aangeven is dat de geest van het vertrouwen wel degelijk in de tekst aanwezig is. Zij wil ervoor waken dat alles in regels precies wordt vastgelegd, omdat je dan weer de schijn van wantrouwen oproept. De VOORZITTER concludeert dat dit onderwerp voldoende is besproken en kan worden gehamerd. Zij schorst de vergadering voor een korte pauze en een voorzitterswissel om 10.25 uur. De plv. VOORZITTER heropent de vergadering om 10.33 uur Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 4. Amsterdamse Armoedemonitor 2023, Schuldenmonitor 2024 en MinimaEffectrapportage 2024 (VN2025-004628) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van de leden Wehkamp en Havelaar/Badal. Lid WEHKAMP leest in de Armoedemonitor dat zelfstandigen het minst gebruik maken van de armoederegeling, dit is slechts 14 procent. D66 vindt dit zorgelijk voor de effectiviteit van de armoederegeling.

Bij de Stichting ‘Over Rood’ leerde zij dat ondernemers niet aankloppen bij de gemeente, omdat ze er weinig vertrouwen in hebben. De Kamer van Koophandel heeft zogenaamde ‘Ondernemerspleinen’, waar ondernemers terecht kunnen voor alle informatie over de overheid. Online blijkt de informatiepagina KvK Amsterdam niet aanwezig te zijn. Lid Wehkamp vindt dit onacceptabel. Lid Wehkamp vraagt ook aandacht voor werkende armen, dit zijn mensen met een baan die toch in armoede verkeren. Dit kan voor de kinderen van deze gezinnen nare consequenties hebben in de schoolomgeving, bijvoorbeeld wanneer de kosten voor het overblijven niet kunnen worden betaald; de kinderen gaan dan buiten de school hangen en dit kan voor onveilige situaties zorgen. Lid Wehkamp vraagt de wethouder of zij hiermee bekend is en of zij hier een oplossing voor heeft vanuit de school. Tenslotte stelt lid Wehkamp voor om in navolging van de gemeente Wageningen één potje ‘Maatschappelijk Meedoen’ in te stellen ter vervanging van alle verschillende potjes die er nu zijn. Dit heeft meerdere voordelen, zoals vermindering van de administratieve lasten en geldverstrekking meer op persoonlijke situatie geënt. Lid BADAL stelde eerder namens zijn fractie vragen over het aantal bestaande armoederegelingen en om hoeveel geld het hierbij gaat. Het CDA ziet de antwoorden graag tegemoet.

Het CDA is van mening dat de overheid meer moet zijn dan alleen een vangnet voor mensen met een laag inkomen. Het lijkt hem gepast om aan deze mensen te vragen wat zij op hun beurt kunnen bijdragen aan de stad. Dit zal het gevoel van waardigheid kunnen verhogen. Hij stelt voor om dit alvast bij één armoederegeling toe te passen. Lid ALBERTS bespeurt in de bijdrage van he CDA een ondertoon als waren de mensen die financiële ondersteuning nodig hebben niet mans genoeg om op eigen kracht te functioneren.

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

Lid BADAL geeft aan dat wanneer men eenmaal gefaciliteerd is een uitnodiging om verder te kunnen gaan op zijn plaats is. Door de financiële ondersteuning is er een basis gelegd. Lid ALBERTS reageert kritisch op dit standpunt. Zij is van mening dat de gemeente is afgestapt van de werkwijze om mensen een tegenprestatie te vragen voor een uitkering. De VOORZITTER geeft het woord aan lid Alberts voor de bijdrage van de SP. Lid ALBERTS stelt dat Amsterdam in de huidige tijd wel wordt gezien als de armoedehoofdstad van Nederland. Dit heeft veelal te maken met de flink gestegen kosten voor het levensonderhoud. In dit kader vraag de SP aandacht voor een groep mensen die voor de gemeente moeilijk te bereiken is, de werkende armen, zoals in de schoonmaakbranche, in de horeca en de zzp. Lid Alberts stelt voor deze groep werknemers via de werkgever te informeren over de mogelijkheden die er zijn. Vervolgens refereert lid Alberts aan de proef die enige tijd geleden is gedaan en waarbij Amsterdammers gericht werden geholpen bij het vinden van een nieuwe baan of het opstellen van een sollicitatiebrief. Hier bleek veel behoefte aan te bestaan gezien het grote aantal aanmeldingen. Voor de SP is dit tevens een bewijs dat veel mensen graag willen werken.

Vanwege het succes pleit lid Alberts ervoor om deze proef direct een vervolg te geven met een beleid om mensen naar werk te helpen, zonder eerst te hoeven wachten op een evaluatie en andere stappen die vooraf zouden moeten worden genomen. Er zal dan moeten worden bekeken door de raad en het college of hier geld voor beschikbaar kan worden gesteld. Lid RUNDERKAMP verwijst naar ‘De Week van het Geld’, die eind maart plaatsvond. Een onderdeel hierbij was dat professionals uit de financiële sector lessen verzorgden op scholen. Lid Runderkamp benadrukt het belang hiervan voor jongeren, die zo leren hoe je met geld om moet gaan. Hij deelt het standpunt van de wethouder om de diensten als ‘buy now, pay later’ voor jongeren te verbieden. Lid Runderkamp is blij dat hij in de Armoedemonitor leest dat het aantal jongeren in armoede afneemt, maar hij vindt het zorgelijk dat het aantal ouderen in armoede toeneemt. Met de agenda Bestaanszekerheid worden hier concrete acties op ondernomen. Het lijkt hem niet juist om de statistiek als enige uitgangspunt te hanteren, maar ook te blijven kijken naar de werkelijke situatie. De PvdA is van mening dat het bestrijden van armoede niet alleen een kwestie van geld is, maar dat het ook belangrijk is om Amsterdammers die dit nodig hebben, gericht te ondersteunen, zoals de moties van GroenLinks en DENK beschrijven.

Lid VESSEUR pleit namens haar fractie voor een vereenvoudiging van armoederegelingen. Er doet zich hier nu een kans voor met het wetsvoorstel Participatie in Balans om één loket voor armoederegelingen in te richten. Zij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Uit gesprekken met studentenvakbonden blijkt dat studenten veelal onbekend zijn met de bestaande hulp, zoals vanuit de buurtteams. Volt vraagt het college om jongeren structureel te betrekken bij het armoedebeleid. Ook wil zij weten op welke manier het taboe om hulp te vragen bij jongeren kan worden doorbroken, zodat ook voor hen de regelingen toegankelijk worden. Lid NIJHOF heeft een aantal vragen, inzake de groepen die minder goed bereikt worden bij de armoederegelingen. − Welke regelingen kunnen worden toegepast voor eenpersoonshuishoudens? − Hoe kan er inzake armoede en schulden nog beter gebruik worden gemaakt van de informele netwerken?

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

−

Is er een mogelijkheid de aanpak van eenzaamheid te koppelen aan de programma’s voor schulden en armoede? Lid Nijhof ziet hier een verband. − Wat kan er worden gedaan om het bereik van de aanpak te vergroten voor de Amsterdammers met problematische schulden die geen hulp ontvangen? − Wat kan de gemeente doen inzake de gokverslaving die vaak de oorzaak is van schulden? − Wat kan er worden gedaan aan de werk gerelateerde kosten bij werkenden? − Hoe kan de collectieve zorgverzekering nog beter onder de aandacht komen? − Wat kan er worden gedaan om menstruatieproducten op geschikte locaties vrij verkrijgbaar te laten zijn? − Is er een mogelijkheid om bewustwordingscampagnes voor scholen op te starten? Voor het overige sluit lid Nijhof zich aan bij de vragen van de leden Wehkamp en Alberts over zzp en werkenden. Ook antwoord op de vragen inzake voorlichting aan jongeren, zoals lid Runderkamp die stelde, zijn voor de GroenLinks van belang. GroenLinks is evenals D66 voorstander van vereenvoudiging van de armoederegelingen. Lid WEHKAMP verwijst inzake de menstruatieproducten naar het initiatiefvoorstel dat is ingediend en waarin voorlichting op scholen wordt voorgesteld. Zij vraagt lid Nijhof zijn verzoek hierover te verduidelijken. Lid NIJHOF antwoordt dat de verantwoordelijke organisatie heeft aangegeven dat de voorlichtingscampagne hierover nog niet goed loopt.

De VOORZITTER geeft het woord aan lid Kabamba voor haar bijdrage. Lid KABAMBA sluit zich aan bij de vragen van lid Nijhof inzake de menstruatieproducten. Vervolgens stelt zij dat veel voorzieningen niet iedereen bereiken. Huisvesting en voedsel staan enorm onder druk en verschillende groepen kunnen de weg niet vinden in alle regels. Lid Kabamba wil weten wat de gemeente als offensief doet om dit structureel te doorbreken in samenwerking met sleutelfiguren. Lid Kabamba vindt het cruciaal voor volwassenen en kinderen dat ouders die in armoede leven hun weg kunnen vinden. Zij vraagt op welke manier scholing en bijscholing worden aangeboden aan deze doelgroep. Ook wil zij weten of aan deze gezinnen de mogelijkheid wordt geboden om een andere weg in te slaan. Is hier nog verbetering nodig? Hoe worden de minima ondersteund bij het zetten van stappen? Tenslotte wil lid Kabamba weten welke lessen er kunnen worden getrokken uit de doorbroken generatie armoede en hoe dit structureel wordt toegepast. Lid HYLKEMA vindt het goed nieuws dat er minder minima huishoudens zijn en dat er minder kinderen in armoede leven. Hij verwijst naar de adviezen van het Nibud, dat pleit voor een ongedeeld budget voor vooral de kindregelingen. Lid Hylkema zou dit breder willen trekken en pleit voor een eenvoudiger systeem van alle regelingen, zoals dit ook door andere fracties al is genoemd.

Ook het Nibud-advies om het niet-gebruik van regelingen te verminderen spreekt de VVD aan. Dit speelt voornamelijk bij werkenden een zzp. Voor deze doelgroep, die wisselend recht hebben op regelingen, moet dit makkelijk en simpel zijn. Uit zijn ervaring blijkt dat dit nog niet het geval is. Lid Hylkema vraagt de wethouder hoe zij de adviezen van het Nibud beoordeelt en of zij deze gaat overnemen. Ook wil hij weten of de wethouder mogelijkheden ziet om de regelingen beter passend te maken voor de zelfstandigen.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

Tot slot stelt lid Hylkema voor om nog meer regelingen toe te voegen aan de ‘Pakje-Kans’ methode, zodat er vanuit de aanvrager al sprake is van vereenvoudiging. Wethouder MOORMAN stelt dat het bereik van de armoederegelingen in Amsterdam hoog ligt in vergelijking met het landelijke gemiddelde. Zij erkent dat sommige groepen hierbij lager scoren, en het blijkt dat het bij de zzp problematisch is. Dit heeft niet alleen met gebrek aan vertrouwen te maken, maar een zelfstandige wil graag zelfstandig blijven en een beroep doen op de overheid voor ondersteuning staat daar haaks op. De gemeente moet bij deze doelgroep zeer laagdrempelig te werk gaan. Het bereik neemt wel toe, maar het blijft lager dan het bereik bij uitkeringsgerechtigden. Het is de wethouder gebleken dat in Amsterdam ‘Over Rood’ nauwelijks meerwaarde heeft. Het is de KvK die ervoor moet zorgen dat de pagina op het Ondernemersplein weer operationeel wordt. Op het Ondernemersplein wordt de informatie gebiedsspecifiek gegeven, zoals de Ondernemerswinkel in Zuidoost. In antwoord op de vragen van D66 over de overblijfkosten geeft de wethouder aan dat deze kosten niet vallen onder de Wet op de Kinderopvang. De wethouder meent dat hiervoor een oplossing ligt bij de familiescholen of een vergoeding bij de Stichting Leergeld.

Lid WEHKAMP vindt het vreemd dat de scholen dan wel klagen over de kinderen die zich buiten de school in onveilige situaties bevinden. De scholen zouden de ouders dan in ieder geval kunnen attenderen op de bestaande armoedebudgetten. Wethouder MOORMAN geeft aan dat ze daarom verwees naar de familiescholen. Ook is zij van mening dat alle scholen bekend zijn met de Pak-je-Kansmethode. De wethouder heeft begrip voor de roep om vereenvoudiging van de regelingen, maar wijst erop dat de uitvoering hiervan lastig is. Zolang de bestaanszekerheid niet op orde is, zullen de armoederegelingen ervoor moeten zorgen dat de mensen hun hoofd boven water kunnen houden en zal het niet mogelijk zijn om regelingen af te schaffen. Lid WEHKAMP ontkent dat de oproep was bedoeld om regelingen af te schaffen, maar om het voorbeeld van Wageningen na te volgen. Wethouder MOORMAN vindt de Wageningse methodiek interessant, maar zij heeft wel kunnen constateren dat hier nu dertig procent van de mensen buiten de regelingen valt. Zij verklaart waardoor het in Wageningen mogelijk werd om te kiezen voor deze vereenvoudiging. In Amsterdam kan dit niet worden toegepast, aangezien het hier gaat om veel meer mensen. De wethouder is er trots op dat de meeste armoederegelingen die Amsterdam heeft een hoog bereik hebben. Als voorbeeld noemt zij de Stadspas, waarbij een aantal regelingen worden samengevoegd.

In antwoord op de vraag van lid Badal inzake een tegenprestatie bij financiële ondersteuning geeft de wethouder aan dat dit niet zal worden toegepast. De ondersteuning is een onderdeel van het op orde brengen van de bestaanszekerheid, en om ervoor te zorgen dat mensen kunnen deelnemen aan de samenleving. Lid BADAL vraagt hoe deze doelgroep kan worden geactiveerd. Wethouder MOORMAN geeft aan dat ze ervoor wil zorgen dat deze mensen mee kunnen doen en niet voortdurend stress hebben door de armoede waarin ze leven. Zij wil voorkomen dat deze mensen de ene schuld op de andere moeten stapelen en de compensatie stelt ze in staat weer deel te nemen aan de samenleving. Dit draagt bij aan de vergroting van de bestaanszekerheid. Lid BADAL kan zich hierin vinden. Wethouder MOORMAN erkent dat Amsterdam de armoedehoofdstad van Nederland is. Dit bevestigt het belang van de vele armoedevoorzieningen in Amsterdam.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

Zij is het tevens eens met lid Alberts dat het belangrijk is om de werkende armen te informeren over de armoederegelingen. Het voorstel om de proef met betrekking tot de ondersteuning bij het vinden van werk direct om te zetten in een structureel beleid zal de wethouder voorleggen aan wethouder Groot Wassink. De wethouder benadrukt nog eens dat zij, net als lid Runderkamp, ‘buy now-pay later’ een slecht idee vindt. Ook deelt zij de zorgen over de situatie van ouderen die in armoede leven. Voor deze groep is er geen perspectief op inkomensgroei. De wethouder vindt het belangrijk dat deze groep onder de aandacht blijft. Wethouder Moorman wijst het voorstel van lid Vesseur om één loket in te richten af. Eén loket in de buurtteams bestaat al, maar de wethouder vindt het belangrijk dat de informatie eveneens zo goed mogelijk wordt gedeeld in de familiescholen en bij de informele partijen. De ‘Flying Squad’ is hierbij een belangrijk instrument. Deze gaat naar de mensen toe en is in staat om in zeven verschillende talen de mensen te informeren over de armoederegelingen. Voor studenten gelden niet alle regelingen, maar wel de collectieve zorgverzekering. De wethouder benadrukt het belang van het voorkomen van armoede. De gemeente investeert veel in financiële educatie en budget-coaching om jongeren te ondersteunen.

Op de vragen van lid Nijhof geeft de wethouder aan dat de informele netwerken belangrijk zijn. De gemeente heeft hier inmiddels waardevolle contacten opgedaan, ook tijdens de covidperiode. Buurtinitiatieven zijn een belangrijk onderdeel om eenzaamheid te bestrijden, zoals koken voor elkaar. De Stadspas zorgt ervoor dat mensen de deur weer uit kunnen gaan. De wethouder waardeert de inzet van de raadsleden om de relatie tussen armoede en eenzaamheid te benadrukken, want armoede is niet alleen het gebrek aan geld, maar ook gebrek aan contacten. Vervolgens uit de wethouder haar trots over het grote bereik dat er vanwege de vroegsignalering wordt behaald. Dit is veel hoger dan het landelijk gemiddelde en dat laat zich ook zien in de schuldenlast. De wethouder beschouwt het gokken als een zeer groot probleem en de schulden die daaruit voortkomen hebben een groot effect op de andere schulden, zoals huur en vaste lasten. Er is een nieuwe wet op komst, maar die zal pas volgend jaar ingaan. Ondertussen wordt er nog wel reclame gemaakt voor gokken en de wethouder veroordeelt krachtig de bekende Nederlanders die in deze reclames mensen oproepen om te gaan gokken. In het kader van de menstruatie armoede somt de wethouder een aantal acties op die hiervoor worden ondernomen, zoals Neighborhood Feminist en het Armoedefonds.

Het gaat hierbij om inmiddels 200 uitgiftepunten die hebben gezorgd voor de halvering van de menstruatie armoede, mede door de grote inzet van de raad. Op de overige vragen van lid Kabamba kan de wethouder niet één eenduidig antwoord geven. Het zijn grote vraagstukken die zij aan de orde stelt, eigenlijk waar de gehele problematiek over gaat. Lid HYLKEMA herhaalt de vraag of er aan die Pak-je-Kans methode behalve de 11 regelingen die hier al onder vallen, nog andere regelingen kunnen worden toegevoegd. Wethouder MOORMAN geeft aan dat er zoveel mogelijk regelingen worden samengevoegd, al gaat dit wel ten koste van de grip erop. Dat hoeft geen probleem te zijn, omdat er wordt gewerkt vanuit vertrouwen. Er zijn echter ook regelingen die niet geschikt zijn om met andere samen te voegen, zoals de meerkostenregeling bij chronisch zieken. Zo zijn er meer regelingen die specifiek gaan over de eigen situatie. Waar het ambtshalve kan, wordt er geprobeerd de regelingenaanvragen te vereenvoudigen. Dit is ook voordelig voor de administratieve lasten die hiermee gepaard gaan. Voor specifieke ideeën hierover vanuit de raad staat de wethouder open.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

Lid NIJHOF verwijst naar zijn eerdere vraag over de bewustwordingscampagne op scholen met betrekking tot de menstruatie armoede. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er op de meeste scholen menstruatie producten worden uitgedeeld. Voor het overige wordt er veel geïnvesteerd in budgetcoaching en educatie, want menstruatie armoede is ook armoede en het is belangrijk dat hier bij iedereen bewustwording ontstaat. De VOORZITTER concludeert dat dit onderwerp voldoende is besproken en dat het wordt geagendeerd voor de raad van 11 en 12 juni 2025. Zij draagt de voorzittershamer over aan voorzitter Alberts. 5. Voortgang van de ondersteuning aan gedupeerden van het kinderopvangtoeslagenschandaal (VN2025-004627) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van het lid Kabamba en het betreft de TKN-3 van 22 januari jongstleden. Lid KABAMBA beschrijft de situatie die er op dit moment is voor de gedupeerden van het toeslagenschandaal. Zij spreekt van een nasleep van een mensenrechtenschandaal waar nog steeds geen oplossing voor is geboden. Zij vraagt zich af hoe ervoor kan worden gezorgd dat de gedupeerden niet nog langer in onzekerheid leven. Ook wil zij graag een oplossing zien om de gevluchte gedupeerden terug te laten keren naar Nederland. Lid Kabamba spreekt de hoop uit dat er rust komt voor alle gedupeerden.

Lid RUNDERKAMP geeft aan dat hij in een eerdere carrièrefase betrokken is geweest bij de parlementaire enquête inzake de toeslagenaffaire. Als raadslid komt hij er nu achter dat de gemeente Amsterdam door de trage afhandeling van de hersteloperatie nog niet in staat is geweest om de gedupeerden te compenseren. Hij sluit zich aan bij de bijdrage van lid Kabamba en ook hij vindt dat correcte afhandeling nu zo snel mogelijk moet gebeuren. Hij vraagt de wethouder of het mogelijk is om te schuiven in ambtelijke capaciteit om het grote verschil in de wachttijden tussen de verschillende stadsdelen te verkleinen. Lid YEMANE sluit zich aan bij de vraag van lid Runderkamp. Zij wijst op de lange wachttijden die er zijn, zowel voor de gedupeerde ouders als voor de kinderen. Lid Yemane beschrijft met een voorbeeld wat dit kan betekenen voor een gezin. Vervolgens refereert zij aan de mogelijkheden om de schulden van DUO over te nemen van de kinderen van de gedupeerde ouders. Hier is in de raad al eerder over gesproken. Lid Yemane uit kritiek op het feit dat de gedupeerden in Amsterdam gemeentebelasting moesten betalen van de 30000 euro die zij als compensatie hebben gekregen, terwijl deze groep eerder kwijtschelding hiervoor kreeg. En zo zijn er nog meer hindernissen en hobbels te nemen.

Zij roept de raad en het college op om alles op alles te zetten, zoals nog meer informele organisaties erbij betrekken, om de lange wachttijden korter te maken. Tot slot spreekt zij haar hoop uit dat de mensen die dit is overkomen nu zo snel mogelijk worden geholpen, zodat zij dit dossier kunnen afsluiten. Lid KOYUNCU beschrijft wat hij heeft ervaren bij zijn bezoek dat hij onlangs heeft afgelegd aan het Herstelhuis. Het heeft hem geraakt dat het Herstelhuis de gedupeerden biedt wat de raad voor ogen had, toen het werd gerealiseerd. Helaas schiet het systeem dat hen zou moeten helpen nog steeds tekort. DENK pleit daarom voor concrete verbeteringen en geeft de volgende punten mee:

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

−

Doorbraakteams worden pas ingezet als de situatie escaleert en DENK vindt dit te laat; lid Koyuncu pleit voor eerdere en laagdrempeliger inzet om problemen te voorkomen in plaats van ingrijpen als het mis gaat. − Het is niet acceptabel om bedragen uit de herstelregelingen te beschouwen als spaargeld. − De zesmaandentermijn waarin gedupeerden moeten aangeven wat ze de komende twee jaar aan hulp nodig hebben vindt DENK onrealistisch en lid Koyuncu pleit ervoor de mensen de ruimte te geven om hulp te vragen wanneer ze hieraan toe zijn. Het is in zijn ogen verkeerd om een deadline te stellen aan mensen die leven met stress, onzekerheid en schaamte. − Het is voor DENK belangrijk om gezinnen bij elkaar te houden en binnen de regelingen als één geheel te zien. − Tenslotte geeft lid Koyuncu aan dat er een zorgvuldige overdracht moet plaatsvinden, zodat de gedupeerde in zo’n situatie niet opnieuw het hele pijnlijke verhaal hoeft te vertellen of dat een gedupeerde bij een nieuw contactpersoon weer helemaal achteraan in de rij komt te staan. Ondanks dat de gemeente in hoge mate afhankelijk is van het Rijk, moet er volgens DENK gezocht blijven worden naar kansen en verbeteringsmogelijkheden. Wethouder MOORMAN is het eens met alle kritische standpunten ten aanzien van dit dossier. Zij betreurt het dat er geen oplossingen lijken te zijn op dit moment en dat herstel zo lang duurt.

Zij geeft aan dat de wachtlijsten helemaal zijn opgelost wat komt door inzet van extra capaciteit, vooral in Zuidoost. Er is wel een nieuwe wachtlijst ontstaan voor wat betreft een groep jongeren die geïnformeerd werd over de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor compensatie. Lid YEMANE vraagt of er dan voor deze groep jongeren ook extra capaciteit kan worden ingezet. Wethouder MOORMAN geeft aan dat hier wel naar wordt gestreefd, maar voor jongeren gelden andere regelingen. De DUO-regeling is wel saneerbaar voor de gedupeerde ouders, maar niet voor hun kinderen. Dit geldt ook voor de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. Beide zijn wettelijke regelingen waar de gemeente zich aan moet houden. Als reactie op de opmerkingen van lid Koyuncu deelt de wethouder mee, dat de doorbraakteams in principe te allen tijde betrokken worden bij complexe casussen en niet alleen als het is geëscaleerd. Het is aan de buurtteams om in andere gevallen met oplossingen te komen. De zesmaandentermijn is de termijn waarin het plan moet worden gemaakt. Het is noodzakelijk dat hier een termijn voor is, aangezien de gemeente alleen tussentijdse oplossingen biedt en het daadwerkelijke herstel moet landelijk worden uitgevoerd. Lid KOYUNCU vraagt wat er kan worden gedaan als er gaandeweg een nieuwe hulpvraag ontstaat.

Wethouder MOORMAN is vanuit de VNG met het Rijk in gesprek dat er voor psychosociale problemen veel langer hulp beschikbaar zou moeten zijn, gefinancierd vanuit het Rijk. Het is volgens de wethouder goed denkbaar dat pas wanneer de adequate hulp wordt geboden de behoefte aan psychosociale hulp ontstaat. Lid KOYUNCU twijfelt aan het vermogen van de buurtteams om gedupeerde van het toeslagenschandaal te ondersteunen, aangezien deze problematiek een heel ander karakter heeft dan de problemen waar zij normaliter mee te maken krijgen. Wethouder MOORMAN weerlegt dit en geeft aan dat er hulpverleners zijn die zich specifiek richten op de gedupeerden en hulp bieden binnen de afspraken die zijn gemaakt. Er is wel soms discussie over welke hulp er wel en welke er niet kan worden

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

geboden. Zolang het Rijk niet komt met oplossingen zullen onzekerheden een rol blijven spelen. Jongeren vanaf 16 jaar vallen onder andere regelingen dan hun ouders en veel jongeren willen dat juist. Bij het inzetten van de hulp wordt er wel gekeken naar de brede context van de gezinsgeschiedenis. De wethouder is het eens met het standpunt van DENK dat de overdracht zo zorgvuldig mogelijk moet gebeuren en dit wordt voortdurend bekeken en verbeterd waar nodig. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken en dat het wordt geagendeerd voor de raad op 11 en 12 juni aanstaande. Onderwijs 6. GEHEIM – Benoemen van een lid van de Raad van Toezicht van Stichting Amsterdam West Binnen de Ring (AWBR) (VN2025-005262) Dit punt wordt gehamerd. 7. GEHEIM – Benoemen van een lid van de Raad van Toezicht van Stichting Spinoza Lyceum (VN2025-005269) Dit punt wordt gehamerd. 8. GEHEIM – Herbenoemen van twee leden van de Raad van Toezicht van Staij (VN2025-005142) Dit punt wordt gehamerd. 9. Kennisnemen van de reactie op motie 435 d.d. 13 november 2024 van de leden Kabamba, Veldhuyzen, Broersen en Koyuncu over het organiseren van Educatieve tours naar The Black Archives tijdens de Black History Month (VN2024-004629) De VOORZITTER leidt het agendapunt in. Het onderwerp is geagendeerd op verzoek van het lid Kabamba.

Lid KABAMBA hoort graag van de wethouder wat het vervolg is nu de motie is aangenomen. Ook meent zij dat intensief contact met The Black Archives belangrijk is voor de toekomst. Wethouder MOORMAN geeft aan dat de scholen op de tours zijn geattendeerd en het is uiteindelijk aan de scholen zelf of zij hier, of van ander aanbod gebruik willen maken. De VOORZITTER constateert dat het punt voldoende is besproken. 10. Ieder kind heeft het recht op goed onderwijs (VN2025-005223) De VOORZITTER leidt het agendapunt is en deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van lid Wehkamp. Lid WEHKAMP vindt het belangrijk dat hierbij de nadruk ligt op leerrecht, hetgeen inhoudt dat de kinderen onderwijs krijgen.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

De aanleiding voor de agendering is de mededeling van het om dat zij kinderen met vrijstelling van onderwijs onder Art. 5b niet langer gaat vervolgen. D66 vreest dat door deze keuze van het om er meer vrijstellingen zullen worden aangevraagd en er minder zicht komt op kinderen die thuis onderwijs krijgen. Ook wordt de rol van de leerplichtambtenaar vrijblijvender; waar zij voorheen met de ouders van elk 5b-kind een gesprek aangingen, zal dit niet gebeuren als de ouders dit niet willen. D66 vraagt zich bovendien af of er voldoende capaciteit is bij Leerplicht als het aantal aanvragen toeneemt. Lid Wehkamp vraagt de wethouder of de gesprekken met de leerplichtambtenaar en de ouders nog wel doorgang zullen krijgen. Ook wil zij graag worden geïnformeerd over het aantal Art. 5b-kinderen. Lid HAKIKI vindt het begrijpelijk dat het om heeft besloten vervolging van Art.5bkinderen te staken. Zij vindt het wel belangrijk dat deze kinderen in beeld blijven op een alternatieve wijze. Namens DENK pleit zij voor het investeren in een alternatieve onderwijsvorm die zowel het recht op onderwijs waarborgt als rekening houdt met de overtuiging van ouders. Wethouder MOORMAN beschrijft de situatie op dit moment in Amsterdam, waarin het nog niet is voorgekomen dat er een afwijzing heeft plaatsgevonden op inhoudelijke gronden. Wel zijn er negen afwijzingen geweest op formele grond.

De wethouder noemt de nieuwe situatie theoretisch. Het aantal aanvragen op basis van Art.5b is de afgelopen jaren vrij stabiel gebleven op zeventig en de wethouder weet niet of dit aantal nu zal toenemen. In reactie op de voorstellen van lid Hakiki geeft de wethouder aan dat dit afhankelijk is van de wet. Lid WEHKAMP vreest toch dat er meer aanvragen zullen komen met betrekking tot Art. 5b en dit wordt bevestigd door de PO-raad. Wethouder MOORMAN heeft hier nog niets van gemerkt, maar houdt het in de gaten. De VOORZITTER constateert dat het punt voldoende is besproken. Wethouder MOORMAN zegt toe dat de schriftelijke vragen van de SP over dit onderwerp nog beantwoord zullen worden. 11. Bespreken van het advies van de Kinderraad 2024-2025 omtrent het thema ‘Kinderen in Armoede’ (VN2025-005996) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en zij deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd door lid Wehkamp. Lid WEHKAMP stelt voor om bij de buurthuizen niet alleen te kijken naar de activiteiten die daar worden aangeboden, maar ook hoe de buurthuizen fysiek zijn ingericht. Bovendien is het belangrijk voor D66 om te luisteren naar de wensen van de jongeren inzake het aanbod. Er zal worden bezuinigd op de organisatie van de ‘Rijke Schooldag’ en lid Wehkamp is benieuwd naar de andere plannen terzake van de wethouder.

Wethouder MOORMAN vindt het een mooi gegeven dat de Kinderraad de buurthuizen betrekt bij haar brede advisering. In reactie op de bijdrage van lid Wehkamp stelt de wethouder dat dit valt onder de sociale basis en de stadsdelen. De wethouder zegt toe dat zij het advies van de Kinderraad bij de stadsdelen onder de aandacht zal brengen.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 mei 2025

De VOORZITTER constateert dat het punt voldoende is besproken. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 12. Follow The Money artikel over de Weekend Academie (VN2025-005208) Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de commissie van 4 juni 2025. 13. Positie van verloskundigen en hulpverleners van de spoedeisende psychiatrie in het verkeer (VN2025-004630) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit ook al aan de orde werd gesteld door een aantal insprekers. Het onderwerp is geagendeerd op verzoek van lid Havelaar van CDA, maar lid Badal zal namens deze fractie het woord voeren. Lid BADAL bedankt de insprekers voor hun bijdragen die aantonen hoe groot dit probleem is. Hij vraagt de wethouder wat de plannen zijn naar aanleiding van de gesprekken met de verloskundigen. Lid Badal vat kort samen wat er door de verschillende insprekers werd aangegeven inzake de problemen die zij ervaren. Hij hoopt dat de wethouder ook vindt dat de wensen van de verloskundigen en psychiatrische hulpdiensten moeten worden ingewilligd. Hij vraagt op welke termijn dit kan gebeuren. Het gaat dan om ontheffingen om de inrijverboden te kunnen passeren. Ook vraagt hij de wethouder te reflecteren op de suggestie om in een noodsituatie een herkenningsmagneetstick en lichten te plaatsen op het dak van het vervoersmiddel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15581401/1