20250417 Conceptverslag DC.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Raadscommissieverslag, 17-04-2025
Conceptverslag Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie Donderdag 17 april 2025 van 09.00 uur tot 12.30 uur in de raadszaal 22 mei 2025 Voorzitter: het lid Namane Wethouders: Pels en Van Buren Commissiegriffier: G. van Soest Commissieondersteuner: C. Lin Tsung Verslaglegging: N. Post (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Van Berkel (JA21), Deterink (VVD), Garmy (Volt), Haijen (SP), Van der Kamp (VVD), Koppejan (CDA), Krom (Partij voor de Dieren), Lust (D66), Meerburg (Partij voor de Dieren) Van Munster (GroenLinks), Nadif (GroenLinks), Noordzij (Partij van de Arbeid) en Norbruis (D66)
1. ALGEMEEN DEEL a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09:00 uur en constateert dat er voldoende fracties aanwezig zijn. b. Mededelingen De VOORZITTER wijst de commissie op de technische sessie Meewegen klimaateffecten in besluitvorming op 19 juni. Wethouder PELS memoreert een toezegging aan de Partij van de Dieren om zich in te zetten om natuurlijk gedag van paarden leidend te maken en meenemen in de lobbyprioriteiten. Hiervoor heeft zij helaas geen gehoor gekregen bij de G4. Het college zal het thema nu eigenstandig agenderen bij het rijk. c. Vaststellen agenda 8. Bespreken van de beantwoording van het raadsadres Klacht over monopolypositie en gebrekkige warmtelevering door Eteck VN2025-004510 Dit agendapunt wordt op verzoek van de leden Noordzij en Koyuncu verschoven naar de volgende vergadering. De agenda wordt vastgesteld.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie DC d.d. 13 februari 2025 Het verslag van de openbare vergadering van de raadscommissie DC van 13 februari 2025 wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda’s en bestuurlijke langetermijnagenda’s (BLTA), per portefeuille Het lid KROM merkt op dat de langetermijnagenda’s momenteel leeg zijn en vraagt het college om deze aan te vullen met zaken die al zijn gepland. Daarbij wijst ze specifiek op een aantal punten in de termijnagenda’s Dierenwelzijn en Afval en Reiniging waarvan de deadlines naderen of zelfs al zijn overschreden. Wethouder PELS zal zorgdragen voor een update van de termijnagenda Dierenwelzijn. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de informatie over de rolcontainers op de Geldersekade en bedrijfsafval na het reces gedeeld zal worden met de commissie en de raad. Het lid KROM vraagt wanneer de wethouder terugkomt op de afdoening van het voorstel De vervuiler verantwoordelijk. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat deze onderwerpen zijn opgenomen in de raadsinformatiebrief Schoon en Afvalvrij die 22 mei wordt aangeboden aan de commissie. Het lid KROM vraagt hoe het staat met het voorstel van een inspreker voor het beperken van huishoudelijk afval door grote elektrische apparaten te repareren in plaats van te recyclen.
Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er een proef start met het repareren van apparaten die zijn ingeleverd bij de recyclepunten en andere afzetkanalen en dat de inspreker wordt betrokken bij de uitwerking van de proef. Wethouder PELS meldt dat er voor 2025 vijf klimaatspreekuren in de planning staan die zijn gericht op doelgroepen. Het eerste klimaatspreekuur is gericht op jongeren en vindt plaats tijdens de ToekomstTiendaagse die wordt georganiseerd in het kader van Amsterdam 750 jaar. f. TKN-lijst De VOORZITTER meldt dat TKN5, kennisnemen van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezegging over het initiatiefvoorstel Een kleine molecuul als bron van grote welvaart geagendeerd staat voor de volgende commissievergadering. Het lid NOORDZIJ verzoekt TKN8, kennisnemen van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezeggingen over het getrapt boetesysteem bij afvaloverlast en de scenario’s over manieren van beboeten op afval te agenderen voor de volgende commissievergadering.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Het lid NORBRUIS verzoekt TKN7, kennisnemen van de raadsinformatiebrief over beleidsadvies energieopslag & ehubs CE Delft te agenderen voor de volgende commissievergadering. De TKN-lijst wordt voor kennisgeving aangenomen. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Deterink. Het lid DETERINK vraagt hoe de wethouder het onderzoek naar de gevolgen van het invoeren van statiegeld beoordeelt en of de geschatte kosten van vier miljoen euro eventueel verhaald kunnen worden op Verpact. Daarnaast pleit hij voor strengere handhaving en stelt hij voor om mensen die moedwillig prullenbakken openbreken en afvalzakken kapotscheuren strenger te beboeten. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren voor de beantwoording. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze moeite heeft met het afschuiven van de schuld voor zwerfafval op mensen die statiegeld verzamelen. Volgens haar ligt de verantwoordelijkheid bij degenen die de blikjes en flesjes weggooien in plaats van deze op de juiste manier in te leveren. Het inleveren van statiegeldverpakkingen moet zo laagdrempelig mogelijk worden gemaakt.
De kosten voor de stad als gevolg van de statiegeldproblematiek zullen waarschijnlijk hoger uitvallen dan de eerdergenoemde vier miljoen euro. Vooruitlopend op de uitbreiding van het aantal inleverpunten werkt de gemeente samen met Verpact aan de inzet van bulkautomaten en mobiele inlevermogelijkheden. Het is aan het rijk om kleine ondernemers te verplichten statiegeldverpakkingen in te nemen. Het lid DETERINK wil zo snel mogelijk duidelijkheid over de werkelijke kosten die de invoering van statiegeld met zich meebrengt voor de stad Amsterdam. Hij vraagt de wethouder of zij bereid is om een financiële analyse uit te voeren en de uitkomsten daarvan te delen met de raad. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat zij een goede inschatting kan maken van de kosten. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Noordzij voor een vervolgvraag. Het lid NOORDZIJ vindt het problematisch dat statiegeld niet altijd contant wordt uitbetaald en vraagt of de wethouder dat aspect kan meenemen.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er op dit moment samen met Verpact en andere betrokken organisaties wordt onderzocht of een debetkaart een werkbare oplossing kan zijn voor het uitbetalen van statiegeld. Daarnaast wordt er gewerkt aan mogelijkheden voor contante uitbetaling bij bulkautomaten. Ze benadrukt dat de inzet van mensen die blikjes en flesjes uit het afval verzamelen eraan bijdraagt dat er veel meer materiaal wordt gerecycled en dat dit mogelijk moet zijn zonder dat prullenbakken worden opengebroken of dat er zwerfafval op straat terechtkomt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koppejan voor een vervolgvraag. Het lid KOPPEJAN wijst op het feit dat in het centrum van Amsterdam nog steeds afvalzakken op straat worden gezet en dat dat bijdraagt aan het probleem. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat het stadsdeel Centrum werkt aan ondergrondse containers en dat in afwachting daarvan bovengrondse containers worden geplaatst. b. Inspreekmoment Publiek De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Hoogland die op persoonlijke titel inspreekt bij agendapunt 3, instemmen met de raads- en collegevoordrachten over de verlenging looptijd, herijking en bestedingsperspectief van het Klimaatfonds.
Inspreker HOOGLAND vraagt of het mogelijk is om bij Energievoorziening Amsterdam (EVA) een centraal klachtenpunt in te richten voor inwoners die problemen ervaren in de communicatie met netbeheerders als Liander en TenneT. Een meldpunt kan bijdragen aan snellere en creatievere oplossingen binnen de energietransitie. Het lid NORBRUIS vraagt de inspreker of een klimaatspreekuur met als thema problemen in de energietransitie een oplossing zou kunnen zijn. Inspreker HOOGLAND antwoordt dat het vooral gaat om een directe lijn met de ambtenaren van EVA die contact hebben met Liander en TenneT. Het lid MEERBURG vraagt of het bij de inspreker gaat om de inpassing van een elektriciteitshuisje in de buurt. Inspreker HOOGLAND licht toe dat haar opmerking betrekking had op een onderstation maar benadrukt dat haar belangrijkste punt de moeizame communicatie met Liander en TenneT betreft. De VOORZITTER geeft het woord aan Etemad die op persoonlijke titel inspreekt bij agendapunt 6, bespreken van het initiatiefvoorstel Amsterdam een duifvriendelijke stad van het lid Krom. Inspreker ETEMAD vertelt dat ze de afgelopen twee jaar meer dan 350 gewonde duiven heeft geholpen en zich intensief heeft verdiept in zowel het grote dierenleed als de overlast die duiven kunnen veroorzaken voor bewoners.
Uit haar onderzoek blijkt dat gemeentelijke duiventillen waar duiven veilig kunnen verblijven, gevoerd worden en waar hun eieren worden verwisseld aantoonbaar de meest diervriendelijke én effectieve manier zijn om overlast terug te dringen. Ze doet een dringend beroep op de wethouder en commissieleden om het voorstel van de Partij voor de Dieren opnieuw te overwegen met inachtneming van de wetenschappelijk onderbouwde argumenten en ideeën die daarin naar voren worden gebracht.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Het lid KROM vraagt of de inspreker kan toelichten waarom gemeentelijke duiventillen succesvol zouden zijn. Inspreker ETEMAD antwoordt dat ervaringen met duiventillen in zowel Duitsland als Nederland laten zien dat het verwisselen van duiveneieren voor kalkeieren daadwerkelijk leidt tot minder overlast. Bovendien blijkt uit die praktijk dat de duiven bij de tillen over het algemeen ook gezonder zijn. Het lid LUST vraagt of er een meldpunt is voor gewonde duiven. Inspreker ETEMAD geeft aan dat er Facebook-groepen bestaan waarin gewonde duiven worden gemeld en dat er vrijwilligers zijn die deze duiven ophalen en verzorgen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de dierenambulance ontvangen deze vrijwilligers geen enkele vorm van ondersteuning. d. Rondvraag De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Norbruis voor een rondvraag. Het lid NORBRUIS wijst op de inspreker en de vele opengebroken straten als gevolg van de energietransitie. Ze vraagt de wethouder of het mogelijk is om een klimaatspreekuur te organiseren met als thema de uitbreiding van elektriciteitsnetten en de energietransitie. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels voor de beantwoording. Wethouder PELS herkent de moeizame communicatie waar de inspreker aandacht voor vroeg. De taskforce werkt aan participatie en communicatie maar ze kan niet garanderen dat het overal goed verloopt.
Er staat al een klimaatspreekuur gepland voor duurzame opwek en ze stelt voor om dit te combineren met de uitbreiding van het elektriciteitsnet en netcongestie zodat het gesprek gericht is op de impact voor de buurt. Het lid MEERBURG vraagt of de raad een evaluatie krijgt van de participatie rondom de inpassing van de trafostations en of de geleerde lessen meegenomen worden in een plan om het beter te doen. Wethouder PELS antwoordt dat het beter is om te kijken naar de geleerde lessen van de afgelopen jaren en die te relateren aan het plan voor de inpassing van elektriciteitshuisjes. Ze zoekt een goed moment om dat bespreken en komt er bij de termijnagenda op terug. Het lid VAN DER KAMP vraagt de wethouder de urgentie in het oog te houden zodat de elektriciteitshuisjes zo snel mogelijk geplaatst worden. Wethouder PELS antwoordt dat de participatie rondom elektriciteitshuisjes beperkt is, aangezien er al besloten is dat deze geplaatst worden. De inspreker had het over een onderstation wat veel meer ruimtelijke impact heeft en dan moet er zorgvuldig worden gekeken naar hoe er invulling gegeven kan worden aan de behoefte in een buurt om hierover te spreken zonder dat dit de planvorming beïnvloedt. Afval en Reiniging 10.
Bespreken van de ontwikkelrichting voor afvalinzameling in het centrum en de voortgang van de maatregelen tegen structurele afvaloverlast in het Wallengebied VN2025-005185
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koppejan. Het lid KOPPEJAN wijst op de structurele overlast van loshangende vuilniszakken en vuilophoping naast prullenbakken in het centrum waar bewoners en ondernemers veel last van hebben terwijl veel van de voorgestelde oplossingen nog in de test- of voorbereidingsfase verkeren. Ze vindt dat er sneller en strenger gehandhaafd moet worden op bedrijven en de horeca die een groot deel van het probleem veroorzaken en ze pleit voor minder pilots en meer concrete actie. Ze vraagt of de wethouder dit jaar nog met een uitvoeringsplanning komt voor het stoppen met zakkeninzameling in het centrum. Tevens vraagt ze of het mogelijk is om de avond voor de afvalinzameling een grote container op elke gracht of elk straatdeel te plaatsen, zodat de zakken daar ingezameld kunnen worden. Daarnaast wil ze weten of de handhaving op het illegaal aanbieden van bedrijfsafval geïntensiveerd kan worden en of er structureel overleg kan komen met horeca en commerciële afvalinzamelaars over hun verantwoordelijkheid. Ze vraagt ook naar de zomeraanpak, de mogelijkheid om statiegeldflessen apart in te leveren bij afvalpiramides, de plaatsing van extra statiegeldprullenbakken in parken met uitleg in meerdere talen en of de gemeente contact heeft met de vakbond voor statiegeldverzamelaars om samen aan oplossingen te werken.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Noordzij. Het lid NOORDZIJ vindt het belangrijk dat het inzamelen van zakken stopt en dat er ook in de binnenstad plekken komen waar Amsterdammers hun afval goed kunnen aanbieden. Hij vraagt wanneer de wethouder komt met het plan voor die transitie. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Deterink. Het lid DETERINK vraagt of de wethouder meer kan vertellen over de pilot voor het bedrijfsafval in de Negen Straatjes en wanneer ermee gestart kan worden in het hele centrum. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Lust. Het lid LUST vraagt of de wethouder meer kan vertellen over het periodiek overleg met Koninklijke Horeca Nederland, Amsterdam City en MKB Amsterdam waarbij gesproken wordt over de mogelijkheden die gezamenlijk opgepakt kunnen worden om de stad schoon te krijgen. Daarnaast sluit ze zich aan bij de vraag van het lid Noordzij over de toegezegde gedetailleerde planning voor ondergrondse containers in het centrum. Het stadsdeel heeft daar op 31 maart een beslissing over genomen en ze ziet ernaar uit om dat in de volgende commissie verder te bespreken. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren. Wethouder VAN BUREN meldt dat er recent inventarisaties zijn uitgevoerd naar geschikte locaties voor zowel tijdelijke bovengrondse als permanente ondergrondse afvalcontainers in het centrum.
Deze inventarisatie is uitgewerkt in een notitie die geagendeerd staat voor bespreking in de stadsdeelcommissie op 16 mei en in de commissie DC op 22 mei. Tegelijkertijd loopt er in de binnenstad een aanpak om misbruik van de huisvuilvoorzieningen door ondernemers te voorkomen. Deze preventieve inzet richt zich op het motiveren van ondernemers om hun bedrijfsafval op de juiste manier aan te bieden. Naast de reguliere inzet van handhavers is er dagelijks een team Aanpak Bijplaatsingen (ABP) actief op plekken waar veel afval wordt gedumpt. Dit team probeert via onderzoek in het afval de identiteit van de overtreder te achterhalen maar dat is in de praktijk vaak lastig. Daarnaast houden twee koppels op de fiets dagelijks tussen zeven ’s ochtends en tien uur 's avonds toezicht op afvaloverlast
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Er worden extra maatregelen genomen om de pakkans te vergroten bij overlast door bedrijfsafval. Zo wordt het ketenproces rondom het reinigingsrecht momenteel herzien omdat het huidige proces voor controle, toezicht en handhaving niet optimaal functioneert. Daarbij wordt ook gekeken naar de rolverdeling tussen de betrokken directies, Afval en Grondstoffen, THOR en Belastingen en naar de rol van de Omgevingsdienst en VTH. Na de zomer moet duidelijk zijn welk scenario en eindbeeld gewenst is waarna in 2026 gestart kan worden met de implementatie. De bevoegdheden van reinigingsinspecteurs worden uitgebreid. Vanaf de zomer kunnen zij bij constateringen tijdens controles een last onder dwangsom opleggen. Sinds mei 2024 zijn er 3.768 ondernemers bezocht om te controleren of zij reinigingsrechten betalen en een contract hebben met een erkende afvalinzamelaar. Naar verwachting zijn deze controles eind dit jaar afgerond waarna er op basis van de uitkomsten beleid ontwikkeld zal worden. In het overleg met commerciële afvalinzamelaars staat de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een schone stad centraal. Daarbij is ook besproken dat het aanbieden van bedrijfsafval in containers verplicht wordt. Sommige ondernemers zien het probleem en nemen hier zelf al initiatief in.
Er is bovendien structureel overleg met de Vereniging van BIZ’en en Ondernemersverenigingen Amsterdam (VBOA) waarbij is besproken op welke cruciale plekken in de stad extra inzet nodig is van zowel de gemeente als ondernemers. In de raadsinformatiebrief van 8 april is opgenomen hoe wordt omgegaan met de exploitatievergunning. Aanvullende vragen worden behandeld in de raadsinformatiebrief Schone Stad die in mei verschijnt. De horecasector is vertegenwoordigd via de VBOA en er is ook overleg met de Horecavereniging Amsterdam over het belang van schoonhouden van de openbare ruimte en de handhaving van de 25-meterregel. Het lid VAN MUNSTER constateert dat ondernemers vooral gemotiveerd worden om hun bedrijfsafval niet meer bij het huisvuil te plaatsen. Hij vraagt of die aanpak zal omslaan naar een handhavingsstrategie op het moment dat de reinigingsinspecteurs meer bevoegdheden krijgen. Daarnaast vraagt hij of de raad geïnformeerd kan worden over het aantal ondernemers dat een afvalcontract heeft zodra de controle eind dit jaar is afgerond. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er gestuurd wordt op handhaven en beboeten. Een bedrijfsafvalcontract is verplicht is bij meer dan acht vuilniszakken. Ze zegt toe de uitkomsten van de controle bij ondernemers te delen met de raad. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koppejan in tweede termijn.
Het lid KOPPEJAN herhaalt haar vragen over de statiegeldinzamelplekken in de parken in het kader van de zomeraanpak en vraagt opnieuw of er contact is met de vakbond voor statiegeldverzamelaars om samen te werken aan praktische oplossingen. Tot slot wil ze weten of in de komende raadsinformatiebrief een concrete planning wordt opgenomen met een duidelijke termijn waarop wordt gestopt met de afvalinzameling via zakken in het centrum. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren in tweede termijn. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat de zomeraanpak ook dit jaar weer wordt ingezet, inclusief het plaatsen van aparte inzamelcontainers voor statiegeld in parken. De volledige zomeraanpak is opgenomen in de raadsinformatiebrief. Wat betreft het contact met de vakbond voor statiegeldverzamelaars geeft ze aan dat er op dit moment nog geen contact is maar dat ze het een goed idee vindt en dit zal oppakken. Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie 3. Verlengen Klimaatfonds VN2025-002444
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Garmy. Het lid GARMY ziet voldoende reden om de verlenging van het Klimaatfonds te steunen. De nieuwe koers voor de warmtetransitie vraagt om aanvullende investeringen en het is belangrijk dat er voldoende middelen beschikbaar blijven om de vele ambities op het gebied van verduurzaming waar te maken. Het fonds zorgt er bovendien voor dat de energietransitie haalbaar en betaalbaar is voor mensen die anders niet mee zouden kunnen komen. Het bestedingsperspectief is vrij abstract. Het is moeilijk om precies te voorspellen welke investeringen op welk moment gedaan kunnen worden en met dit plan is het onduidelijk waar het college in 2033 hoopt te staan. Er is tot nu toe geen beroep gedaan op middelen uit het Klimaatfonds voor de verduurzaming van de haven en de industrie terwijl hier wel grote kansen liggen voor CO2reductie en ook n het voorstel komt dit weinig terug. In het bestedingsperspectief worden VvE's wel genoemd maar de complexiteit en obstakels waar bewoners en bestuurders tegenaan lopen blijven onderbelicht. Als deze doelgroep onvoldoende wordt ondersteund is er opnieuw risico op onderbesteding van de middelen. Systeemprojecten zoals netcapaciteit of warmte-infrastructuur lopen via andere trajecten, het Klimaatfonds is daar niet voor bedoeld maar raakt er wel aan.
Zonder goede afstemming tussen wijkgerichte systemen en gerichte maatregelen kunnen knelpunten ontstaan. Hoe wordt hierop gestuurd en hoe houdt de gemeente het overzicht? De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Meerburg. Het lid MEERBURG uit zijn zorgen over de versnippering van projectgelden binnen het Klimaatfonds die nu terechtkomen bij uiteenlopende thema’s en initiatieven zoals bedrijven, sporthallen, het stoomnetwerk, waterstof en all-electric warmtepompen. Dat voelt ongemakkelijk met het oog op bewoners die nog altijd in schrijnende omstandigheden verkeren, zoals mensen die in woningen met enkelglas wonen. Aan deze groep was ooit een isolatieoffensief beloofd maar in de praktijk is er voor velen nog geen zicht op concrete verbetering. Hij pleit er daarom voor om bij de herijking van het Klimaatfonds meer nadruk te leggen op isolatiemaatregelen met specifieke aandacht voor de wijken waar nog grote stappen nodig zijn De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Norbruis. Het lid NORBRUIS spreekt haar steun uit voor het voornemen van de wethouder om op korte termijn over te schakelen op warmtepompen en tegelijkertijd de ingezette lijn van het isolatieoffensief voort te zetten.
Ze is blij te zien dat de wethouder ontvankelijk is voor suggesties en voorstellen vanuit de raad en waardeert het dat twee eerder aangenomen moties over het isolatieoffensief zijn opgenomen in het voorstel. Ze heeft de volgende vragen aan de wethouder: - Hoeveel klimaatresultaat levert de 20 miljoen voor buurtinitiatieven op? - Waarom komt de pot duurzame mobiliteit van 5 miljoen niet terug in het voorstel? - Waarom is zijn de haven en industrie afgeschaald? - Valt het mkb voortaan onder haven en industrie? Daarnaast stelt ze voor om het duurzaam instellen van cv-installaties te betrekken bij de aanpak van energiearmoede omdat dit een laagdrempelige en effectieve manier is om direct energie te besparen. Ze vraagt of de wethouder kan bevestigen dat ook collectieve oplossingen zoals blokverwarming en collectieve warmtepompen onderdeel uitmaken van het voorstel. Het lid VAN DER KAMP vraagt of D66 niet ook vindt dat als eerste ingezet moet worden op isolatie en het oplossen van de netcongestie.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Het lid NORBRUIS antwoordt dat isoleren de eerste stap en belangrijkste stap is naar minder energieverbruik en ze vindt netcongestie inderdaad een probleem dat moet worden aangepakt. Beide wordt genoemd in het voorstel. Het lid VAN DER KAMP vraagt of het wel snel genoeg gaat en of stappen wel in de juiste volgorde worden gezet. Het lid NORBRUIS antwoordt dat er stappen worden gezet en dat D66 met ideeën komt om die stappen aan te scherpen. Het lid MEERBURG merkt op dat het vervangen van enkelglas het meeste klimaatresultaat oplevert per euro. Hij vraagt het lid Norbruis of in het Klimaatfonds daar niet meer de nadruk op gelegd zou moeten worden. Het lid NORBRUIS antwoordt dat woningcorporaties ook inzetten op isolatie bij het verduurzamen van woningen. Het lid MEERBURG wijst op de vraag van D66 over het klimaatresultaat bij buurtinitiatieven en vraagt of het daarom niet beter is om de nadruk te leggen op isolatie. Het lid NORBRUIS antwoordt dat enkelglas wordt aangepakt. Ze heeft de wethouder om uitleg gevraagd over de buurtinitiatieven omdat het haar niet duidelijk is wat het oplevert aan klimaatresultaat. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Haijen. Het lid HAIJEN sluit zich aan bij de oproep om in te zetten op het isoleren van woningen met dubbelglas. Hierbij zijn ook de woningcorporaties en particuliere verhuurders aan zet.
Hij stelt voor om de rechtspositie van huurders te versterken door enkelglas aan te merken als onderhoudsgebrek. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Noordzij. Het lid NOORDZIJ benadrukt dat het Klimaatfonds moet worden ingezet om het systeem van ongelijkheid binnen de klimaatcrisis te doorbreken zodat middelen niet alleen terechtkomen bij mensen die toch al in staat zijn om mee te doen. Hij ziet hiervoor aanknopingspunten in het voorgestelde bestedingsperspectief maar geeft aan dat hij nog meer inhoudelijke informatie nodig heeft om de plannen goed te kunnen beoordelen. Hij vraagt hoe het college ervoor zorgt dat plannen die worden aangekondigd ook daadwerkelijk worden uitgevoerd en niet blijven steken in goede bedoelingen zonder zichtbare resultaten. Het lid NORBRUIS vraagt het lid Noordzij of hij het een gemis vindt dat de tien grootste uitstoters niet zijn opgenomen in het voorstel. Het lid NOORDZIJ herhaalt dat het belangrijk is dat het Klimaatfonds bijdraagt aan het doorbreken van de ongelijkheid die parallel loopt met de klimaatcrisis. Op basis daarvan kijkt hij naar het bestedingsperspectief waarover hij nog vragen heeft. Hij vindt het daarom te vroeg om te beoordelen wat de juiste richting is De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Nadif.
Het lid NADIF wijst op de aangenomen motie klimaatrechtvaardigheid en benadrukt dat dit het uitgangspunt is van het klimaatbeleid. Het is belangrijk dat buurtinitiatieven gesteund en versterkt worden omdat draagvlak een essentieel onderdeel is van de maatregelen rondom klimaat en de energietransitie. De investeringen uit het Klimaatfonds gaan verder dan het verminderen van CO 2-uitstoot en duurzaamheid, het
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
gaat ook om rechtvaardigheid en eigenaarschap van bewoners en ondernemers in Amsterdam en dat is een resultaat dat niet altijd in cijfers uitgedrukt kan worden. Het lid NORBRUIS vraagt het lid Nadif of zij kan reflecteren op het uitgangspunt van maximaal resultaat bij CO2-uitstoot voor elke ingezette euro. Het lid NADIF antwoordt dat zij daar breder naar kijkt, omdat eigenaarschap bijvoorbeeld niet altijd gekoppeld kan worden aan CO 2-uitstoot. Er moet geïnvesteerd worden in het meenemen van burgers en dat gaat verder dan alleen maar kijken naar CO 2uitstoot. Het lid MEERBURG vraagt of het lid Nadif het rechtvaardig vindt dat de laagste inkomens vaak in de meest slecht geïsoleerde woningen wonen. Het lid NADIF vindt dat niet rechtvaardig en daarom zet GroenLinks in op het isolatieoffensief. De gemeente is niet de eigenaar van de woningen maar met de ondersteuning aan VvE’s wordt er wel voor gezorgd dat het isoleren van woningen makkelijker wordt. Het lid MEERBURG vraagt of de beloften die aan het begin van deze bestuursperiode zijn gemaakt nog worden nagekomen. Het lid NADIF antwoordt dat de gemeente wooncorporaties en particuliere verhuurders moet ondersteunen maar zij hebben zelf ook een verantwoordelijkheid in de klimaatcrisis.
Het lid MEERBURG herhaalt dat in het coalitieakkoord is beloofd dat de gemeente met de corporaties de wijken aanwijst en dat er een grootschalig isolatieoffensief wordt uitgerold. Dat betekent dat er meer geld naar isolatie moet gaan. Het lid NADIF vraagt waar de Partij voor de Dieren dat geld vandaan wil halen. Ze is voorstander van stevige ambities omdat daarmee ingezet kan worden op een grootschalige aanpak waarbij isolatie wordt gekoppeld aan de schimmelproblematiek en klimaatrechtvaardigheid. Dat is waar de gemeente op inzet binnen de grenzen van wat juridisch mogelijk is. Het lid NORBRUIS vraagt of GroenLinks ook verbaasd is dat de pot voor duurzame mobiliteit is verdwenen. Het lid NADIF is benieuwd naar het antwoord van de wethouder daarover. Het lid VAN DER KAMP heeft van VvE’s en woningbouwcorporaties vernomen dat het niet lukt. Hij vraagt of het lid Nadif concrete voorbeelden heeft van succesvolle bredere participatie. Het lid NADIF antwoordt dat in Zuidoost kunstenaars, bewoners en mensen uit de duurzaamheidssector bij elkaar kwamen met ideeën over bijvoorbeeld energiecoöperaties of trainingen voor energiecoaches. Zulke initiatieven vergroten het draagvlak en zorgen ervoor dat mensen bewuster omgaan met de klimaatcrisis en de energietransitie. Die gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt bereikt door breder te kijken.
Het lid VAN DER KAMP merkt op dat mensen die het zich niet kunnen veroorloven om de kachel aan te zetten geen baat hebben bij het weten dat ze niets meer zelf kunnen doen. Deze mensen hebben wel iets aan isolatie. Het lid NADIF antwoordt dat er een gezamenlijke inzet nodig is van gemeente, rijk en woningcorporaties.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Het lid VAN DER KAMP is van mening dat het geld van het Klimaatfonds besteed moet worden daar waar het meeste rendement wordt behaald bij het terugdringen van CO 2 maar ook op een manier die mensen daadwerkelijk in de portemonnee helpt. Het lid NADIF antwoordt dat dat is bereikt met het isolatieoffensief en dat verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de energierekening is gedaald. Het is belangrijk dat mensen worden geholpen met hun energierekening en dat er tegelijkertijd wordt ingezet op de schimmelproblematiek en een leefbare woning. Het lid MEERBURG vindt het een verkeerd signaal dat er wordt gewezen naar de corporaties. Het lid NADIF herhaalt dat het gaat om een gezamenlijke inzet. De gemeente investeert, ondersteunt en zorgt er waar mogelijk voor dat de energietransitie wordt bewerkstelligd, en dat de laagste inkomens daar het meest bij worden geholpen. Tegelijkertijd is het een gedeelde verantwoordelijkheid. Het lid MEERBURG wil met GroenLinks in gesprek om vanuit het Klimaatfonds meer te investeren in isolatie dan dat er nu wordt voorgesteld. Het lid wil graag weten waar dat geld vandaan komt. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels. Wethouder PELS geeft aan dat telkens wanneer er een plan is dat binnen de besteding van het Klimaatfonds valt dit met de raad besproken zal worden.
Voor het onderdeel warmte wordt het concrete voorstel op dit moment nog uitgewerkt. Dit zal vóór de zomer met de raad worden gedeeld. Daarbij wordt ook aangegeven wat het voorstel betekent op het gebied van ongelijk investeren en de verwachte CO₂-reductie. Investeren in de laagste inkomens levert niet de maximale CO₂-winst op omdat deze huishoudens weinig uitstoten vanwege beperkte financiële middelen. Het gaat dus om het vinden van een balans tussen ongelijk investeren en CO₂-reductie. De gemeente ziet grote kansen bij de haven en de industrie maar die liggen deels bij de provincie en vooral bij het rijk omdat er nog veel onduidelijkheid bij ondernemers is over regelgeving waardoor investeringen uitblijven. Er wordt gewerkt aan afspraken met de tien grootste uitstoters. Deze zullen rond de zomer met de raad worden gedeeld en dan wordt ook duidelijk hoe de middelen besteed zullen worden. Het lid GARMY vraagt waarom nu al is besloten om minder dan 8,5 miljoen uit te geven aan de haven en de industrie. Wethouder PELS antwoordt dat er tot op heden te weinig planvorming is geweest om een groter bedrag te reserveren. Het genoemde bedrag is een inschatting van een reële bijdrage aan plannen die op korte termijn tot stand kunnen komen. Het wordt vastgesteld op basis van wat daadwerkelijk besteed kan worden en niet op basis van wat als belangrijk wordt beschouwd.
Met alle bedragen bij elkaar opgeteld wordt er overgeprogrammeerd en op het moment dat zich een kans voordoet in de haven of bij de industrie, dan zal zij de raad voorstellen om van het oorspronkelijke plan af te wijken. Het lid NORBRUIS vraagt of het voorgestelde bedrag voldoende is aangezien het ook gaat om het mkb, de ziekenhuizen en de andere grote uitstoters. Wethouder PELS heeft de indruk dat het voldoende is. Het gaat om afspraken waarbij concreet wordt geleverd en het bedrijf duidelijk aangeeft wat ze gaan doen, op welke termijn en welke reductie zij meer realiseren dan alleen het project zelf.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Het lid NORBRUIS vraagt waarom er voor warmte wel een bedrag is vastgesteld terwijl er nog geen concrete uitwerking is. Wethouder PELS antwoordt dat ze een inschatting kan maken van de plannen voor warmte. Het is belangrijk dat dit geld wordt gereserveerd voor plannen die op de korte tot middellange termijn gerealiseerd kunnen worden en dat er geen middelen worden vastgezet enkel omdat een bepaald thema belangrijk wordt gevonden. De VvE’s blijven een belangrijk aandachtspunt met als grootste uitdaging het vinden van voldoende specialisten die VvE’s kunnen ondersteunen bij de planontwikkeling richting realisatie. De focus ligt op VvE’s in de 169 buurten die via het isolatieoffensief zijn aangedragen. Er is veel geld beschikbaar voor Nieuw-West en Zuidoost en recent is besloten om ook middelen vrij te maken voor Noord. Het lid GARMY concludeert dat de VvE’s een grote uitdaging vormen en dat er voldoende budget beschikbaar is maar dat er te weinig mensen zijn op dit moment die expertise hebben om de VvE's goed te kunnen begeleiden. Wethouder PELS antwoordt dat het grootste probleem voor de VvE’s is het uitwerken van plannen. Er is extra budget gereserveerd voor isolatie maar uit de evaluatie is gebleken dat er onvoldoende expertise beschikbaar is in de markt. Er wordt op verschillende manieren gezocht naar oplossingen hiervoor.
Het lid VAN DER KAMP vraagt of de wethouder in gesprek is met woningbouwcorporaties die deel uitmaken van VvE’s maar vanwege beperkingen in hun beleid de uitvoering van plannen tegenhouden. Wethouder PELS wijst erop dat zij deze vraag al heeft beantwoord tijdens de bespreking van het isolatieoffensief. Er zijn gesprekken gaande met de woningbouwcorporaties en op verzoek van de raad wordt een sessie georganiseerd over de financiering en financierbaarheid van de uitdagingen waar woningbouwcorporaties mee te maken hebben aangezien zij niet overal tegelijk aan de slag kunnen. Het lid VAN DER KAMP vraagt of er informatie gedeeld kan worden over het totale aantal VvE’s in de stad waar woningbouwcorporaties deel van uitmaken. Op basis van die informatie kan hij beoordelen of er bij die VvE’s sprake is van vooruitgang, of juist niet. Wethouder PELS stelt voor dat het lid Van der Kamp dit als een technische vraag behandelt. De sturing waar Volt naar informeerde vindt plaats binnen de projecten. Tegelijkertijd wordt er op thema's door de projecten heen alles in de gaten gehouden omdat bijvoorbeeld netcongestie niet per project bekeken kan worden. Netcongestie heeft een eigen team dat voor de integrale afweging bij de projecten meekijkt naar het effect op netcongestie of duurzame opwekking.
In de gesprekken met VvE’s en woningbouwcorporaties is het belangrijk dat er in één keer een totaalaanbod wordt gedaan waarbij de verschillende teams worden betrokken. Die integraliteit is belangrijk om het overzichtelijk te houden voor de inwoners. De sturing zelf vindt plaats in de projecten maar tegelijkertijd zijn er doorsnijdende thema's waarop gestuurd wordt naar de projecten toe. Er is door de coalitie een grootschalig isolatieoffensief gelanceerd waardoor de afgelopen drie jaar 50.000 huishoudens tussen de 300 en 600 euro per jaar hebben bespaard. Dat is in totaal 15 tot 30 miljoen euro per jaar die deze mensen gezamenlijk besparen. Net als de SP is zij van mening dat enkelglas als een gebrek beschouwd zou moeten worden. Op dit moment worden de juridische grenzen opgezocht van wat mogelijk is bij de pilots om bewoners te ondersteunen bij het aanvragen van duurzaamheidsmaatregelen voor hun woning en wordt er gewacht op een uitspraak van het hof hierover. Hoewel ze geen hoge verwachtingen heeft van steun hiervoor vanuit het rijk zal ze zoeken naar een moment om het opnieuw te agenderen in Den Haag.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Het lid HAIJEN bedankt de wethouder voor haar antwoord en verzoekt haar om verder te gaan met het zoeken naar de maximale juridische ruimte om enkelglas te kwalificeren als gebrek. Wethouder PELS dankt de SP voor het agenderen van het onderwerp en antwoordt dat ze de maximale ruimte blijft zoeken waar dat kan. Omdat de gemeente geen eigenaar is van de woningen worden de middelen ingezet om eigenaren te stimuleren om vol in te zetten op snelle isolatie. Het is goed dat er nu middelen zijn voor Zuidoost, Nieuw-West en Noord maar er moet meer geld bij omdat het nog lang niet af is. Het lid MEERBURG vraagt of in het Klimaatfonds meer nadruk gelegd kan worden op enkelglas aangezien de wethouder eerder heeft laten weten dat het een kwestie is van meer geld. Wethouder PELS antwoordt dat het gaat om meer geld van particuliere verhuurders die jarenlang goed verdiend hebben aan de woningen en van de rijksoverheid die jarenlang heeft bezuinigd op volkshuisvesting en vennootschapsbelasting heft op sociale woningen. De buurtinitiatieven zijn belangrijk, omdat ze zorgen voor lage prijzen voor bewoners die directe invloed hebben op de bron. Ze kiezen allemaal voor duurzame warmtebronnen en het is goed dat de gemeente bijdraagt aan de ontwikkeling van warmtenetten die in handen zijn van haar inwoners.
Het lid NORBRUIS vraagt of de wethouder iets kan zeggen van de verwachte CO2reductie bij buurtinitiatieven. Wethouder PELS antwoordt dat CO₂-reductie afhankelijk is van het aantal woningen dat zich aansluit en dat is bij de meeste initiatieven nog niet bekend. Voor duurzame mobiliteit is het bestedingsperspectief aangepast omdat er geen plannen zijn en omdat eerder is besloten om ongelijk investeren en de gebouwde omgeving meer centraal te stellen in de bestedingseffecten. Het lid NORBRUIS wijst op het Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit en de opgave om 18.000 laadpalen te plaatsen. Wethouder PELS herhaalt dat er op dit moment geen concrete bestedingsplannen vanuit mobiliteit zijn. De plannen die eerder zijn aangekondigd worden opgenomen in de definitieve versie van het voorstel en in de rapportage Onze stad van morgen wordt gekeken naar waar de stad in z’n geheel staat als het gaat om reductie en de plannen die er zijn voor reductie. Op basis daarvan kan de raad sturen met eventueel aanvullende plannen. Het lid GARMY vraagt of er een concreet meetbaar doel wordt vastgesteld voor 2033. Wethouder PELS antwoordt dat ze zal kijken naar wat er meetbaar is op het moment dat de plannen voor warmte zijn uitgewerkt. Dat is een groot nieuw aandeel in het fonds en wanneer dat concreet is kan ze meer zeggen over de totale bandbreedte.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een middellange bespreking in de raad. Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie 7. Bespreken van het collegebesluit met als onderwerp Vaststellen van het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA) en het PlanMER Programma Windenergie Amsterdam VN2025-004326
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koppejan. Het lid KOPPEJAN wijst op het ontbreken van een landelijke geluidsnorm en het feit dat de gemeente zelf een lokale norm heeft vastgesteld. Een klankbordgroep met strengere normen werd opzijgeschoven omdat deze normen de bouw van windturbines in de stad in de weg stonden. In plaats daarvan werd een expertgroep ingesteld die met een soepelere norm van 42 decibel kwam waar gemotiveerd van afgeweken mag worden. Bij de Noorder IJplas werd vervolgens 45 decibel toegestaan om het project rendabel te houden. Ze uit zorgen over de gezondheidseffecten voor duizenden omwonenden en vraagt waarom het college stelt dat de milieu-informatie volledig is terwijl de commissie MER juist wijst op ontbrekende gegevens. Ze wil weten hoe de wethouder bewoners gaat compenseren als blijkt dat zij ziek worden van de turbines, of deze dan worden afgebroken en wie er verantwoordelijk is voor eventuele ziektekosten. Tot slot vraagt ze naar duidelijkheid over het geldende beleidskader voor de gehanteerde geluidsnorm. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Berkel. Het lid VAN BERKEL had verwacht dat het college na eerdere fiasco’s voorzichtiger zou zijn maar met het plaatsen van grote windturbines in woonwijken in Amsterdam Zuidoost ligt er opnieuw een onverstandig plan. Deze windturbines zijn niet rendabel, overbodig en ongewenst.
Er zijn ruim tweeduizend kritische zienswijzen ingediend tegen de plannen voor Holendrecht, Diemerscheg en de Gaasperplas, de besturen van de betrokken stadsdelen zijn tegen en het ongevraagde advies van stadsdeel Zuidoost om een afstandsnorm in te stellen wordt genegeerd. De norm van 600 meter is in 2022 door de provincie geschrapt en nu kunnen windturbines dicht bij woonwijken worden geplaatst. JA21 vindt dit onacceptabel en vraagt het college om op het besluit terug te komen. De windturbines op deze locatie zijn waarschijnlijk niet rendabel en volgens Urgenda, TNO en CE Delft is extra wind op land niet nodig om de RES-doelen te halen. De bewoners hebben zich luid en duidelijk uitgesproken maar dit college gaat door. Het is een slecht besluit waarbij de wensen van omwonenden worden genegeerd. Hij stelt voor om daarover na te denken wanneer de raad zich afvraagt waarom meer dan de helft van de bewoners niet meer naar de stembus komt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Haijen. Het lid HAIJEN memoreert dat de SP tegen industriële windturbines in Zuidoost is omdat turbines die te dicht bij woningen staan de nachtrust kunnen verstoren en daarmee gezondheidsrisico’s opleveren. De SP wil geen windturbines in de natuurgebieden van Zuidoost die dienen als rustplek voor bewoners en in sommige gevallen onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland of de Hoofdgroenstructuur.
De SP ziet de haven als enige geschikte locatie voor windturbines in de stad. In de raadsbrief staat dat er nog veel onderzoek nodig is en dat er geen onomkeerbare besluiten worden genomen. Uiterlijk eind 2026 moet een besluit worden genomen over de vergunningverlening in Zuidoost terwijl pas twee jaar later duidelijk wordt waar in de haven turbines geplaatst kunnen worden aangezien het Luchthavenindelingbesluit pas in 2028 wordt aangepast. Hij vreest daarom dat de urgentie om de klimaatdoelen te halen ertoe zal leiden dat men uitwijkt naar Zuidoost zonder definitieve duidelijkheid over de mogelijkheden in de haven. Hij vraagt of er voorafgaand aan de vergunningverlening nog een ProjectMER komt aangezien de huidige PlanMER is gebaseerd op theoretische opstellingen en geen duidelijkheid geeft over de daadwerkelijke plaatsing en de bijbehorende effecten zoals geluidsoverlast en slagschaduw. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Wethouder PELS begrijpt dat bewoners zorgen hebben geuit en benadrukt dat er vanaf het begin is gekozen voor een eerlijk, open en menselijk proces waarbij nooit is beloofd dat het makkelijk zou zijn of dat iedereen het ermee eens zou zijn. Ze vindt het belangrijk om bij grote besluiten inzichtelijk te maken hoe die tot stand zijn gekomen. Ze begrijpt niet dat er nog steeds discussie is over het al dan niet doorgaan en over mogelijke alternatieven terwijl de meerderheid van de Nederlanders vindt dat het kabinet te weinig doet tegen klimaatverandering. Ze stelt dat het haar verantwoordelijkheid is om overlast zoveel mogelijk te beperken maar ook om duurzame bronnen aan te boren en de eigen uitstoot te reduceren. Besturen betekent dat je durft je nek uit te steken. Ze hoopt dat het kabinet hierin ook meer stappen gaat zetten en de gemeenten steunt die windmolenplannen netjes uitvoeren conform de wensen en doelstellingen van VVD-ministers. Het lid VAN DER KAMP vraagt of het niet verstandiger is om te kijken naar locaties waar windmolens minder weerstand oproepen, zoals bijvoorbeeld in de haven Wethouder PELS antwoordt dat het college zich steeds heeft ingezet om de locaties in de haven maximaal te benutten en dat er nog geen keuze is gemaakt om windmolens in andere gebieden te plaatsen.
Ze stelt dat de VVD weliswaar de voorkeur uitspreekt voor de haven maar zelf geen plan heeft voor het geval dat die locatie niet mogelijk blijkt. Dit is een probleem dat in heel Nederland speelt en gemeenten maken elkaar verwijten over wie de verantwoordelijkheid moet nemen. Ze benadrukt dat goed bestuur juist betekent dat je een keuze durft te maken in het belang van de toekomst van de stad, ook als niet iedereen daar enthousiast over is. Het lid VAN DER KAMP antwoordt dat de VVD niet tegen windmolens is zolang ze maar ver weg van de bewoonde wereld staan. Volgens hem jaagt de wethouder met haar plannen mensen juist weg van de transitie. Wethouder PELS wijst op de VVD-minister die heeft aangegeven dat wind op land noodzakelijk is om de klimaatdoelen te halen en zelfs een uitbreiding overweegt om die doelen te realiseren. Het lid VAN DER KAMP herhaalt dat de VVD Amsterdam niet blij is als het dichter bij de bewoonde wereld komt. Het lid VAN BERKEL herhaalt dat de doelen van wind op land worden gehaald zonder de windturbines in Amsterdam Wethouder PELS antwoordt dat ze inzet op verschillende technieken maar dat ontslaat de gemeente niet van haar verantwoordelijkheid. Het lid VAN BERKEL vraagt waarom de wethouder blijft herhalen dat ze geen keuze heeft en waarom ze blijft vasthouden aan Zuidoost.
Wethouder PELS antwoordt dat er uitgebreid en degelijk onderzoek is gedaan waarbij ook de Commissie MER betrokken was en specifiek is gekeken naar gebieden die voldoen aan de norm van 45 decibel. Het is onterecht dat Van Berkel doet alsof er willekeurig locaties zijn gekozen aangezien hier jaren van onderzoek aan vooraf zijn gegaan. Dat kan zelfs JA21 niet ontkennen aangezien alle informatie is gedeeld met de raad, er sessies zijn georganiseerd en er een klankbordgroep is ingesteld die alles zorgvuldig heeft gewogen. Het kan zijn dat JA21 het niet eens is met de uitkomst van het onderzoek maar op basis van de vragen die het lid Van Berkel stelt krijgt ze de indruk dat JA21 de afgelopen jaren niet heeft opgelet in deze discussie. Het lid VAN BERKEL wijst erop dat de geluidsnormen in het onderzoek niet goed zijn vastgesteld. Hij vraagt de wethouder de plannen voor Zuidoost in te trekken omdat ze geen draagvlak hebben bij Amsterdamse bevolking.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Wethouder PELS antwoordt dat het aan de Amsterdammers is om zich eens in de vier jaar bij verkiezingen uit te spreken over draagvlak voor het beleid, inclusief windenergie. De huidige coalitie is hierover open geweest en heeft alsnog een meerderheid behaald. Het college heeft vervolgens de opdracht om te zorgen voor goede participatie zodat iedereen gehoord wordt. Maar dat betekent niet dat met elke inbreng iets gedaan kan worden. Ze raadt het lid Van Berkel aan om contact op te nemen met de commissie MER voor technische vragen en benadrukt dat het onderzoek degelijk is uitgevoerd en getoetst is aan landelijk beleid. Het lid KOPPEJAN heeft moeite met de verschillende uitkomsten van verschillende onderzoeken en vindt dat als eerste verantwoordelijkheid genomen moet worden voor de gezondheid van mensen. Wethouder PELS antwoordt dat de gemeente uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de effecten van verschillende geluidsnormen op diverse gebieden in de stad en dat dit al eerder met de commissie is besproken. Ze waarschuwt voor dubbele standaarden. Bij de Noorder IJplas bleek bijvoorbeeld dat de geluidshinder door windmolens minimaal was vergeleken met het verkeerslawaai. In de stad is verkeer nog steeds de grootste bron van geluidsoverlast en het is belangrijk dat Amsterdammers daarin niet vergeten worden terwijl er bij windmolens strengere eisen worden gesteld.
De discussie over de expertgroep en de klankbordgroep vindt ze achterhaald, omdat sindsdien veel gesprekken zijn gevoerd. Wat betreft het Luchthavenindelingbesluit verwacht ze voor 2028 duidelijkheid van het rijk. Het moment waarop dit ter inzage wordt gelegd zal bepalend zijn voor het gemeentelijk handelen en de inschatting of alle windturbines in de haven kunnen worden geplaatst. Het lid HAIJEN vraagt of de wethouder het met hem eens is dat dat er eerst duidelijkheid moet zijn over wat er mogelijk is in de haven voordat wordt besloten waar eventueel elders in de stad turbines geplaatst gaan worden. Wethouder PELS antwoordt dat het Luchthavenindelingbesluit de grootste onzekerheid is maar dat elk project altijd meerdere onzekerheden heeft. Daarom vindt het college dat Amsterdammers niet te lang in onzekerheid gehouden mogen worden en dat het besluit uiterlijk eind 2026 genomen moet worden zodat er duidelijkheid komt over welke gebieden wel of niet gebruikt zullen worden. Dat besluit zal genomen worden op basis van de zekerheden die op dat moment beschikbaar zijn. Het lid HAIJEN vraagt of het mogelijk is dat er een windturbine in Zuidoost wordt geplaatst en dat later blijkt dat die toch in de haven geplaatst had kunnen worden. Wethouder PELS schat in dat er voldoende informatie beschikbaar is om een afweging te maken.
Zolang de wet nog niet is aangenomen is er geen absolute zekerheid. Er kan niet gewacht worden op die zekerheid omdat de rijksoverheid verlangt dat uiterlijk in 2028 alle vergunningstrajecten zijn afgerond om de doelstellingen uit de RES te kunnen halen. Het lid HAIJEN concludeert op basis van het antwoord van de wethouder dat hij er niet zeker van kan zijn dat er geen onomkeerbare besluiten genomen zullen worden. Wethouder PELS verwacht dat het uiteindelijke moment van afweging pas komt zodra er meer duidelijkheid is over de beschikbare ruimte. Mocht die ruimte in de haven er niet zijn, dan zal er een gezamenlijk lobbytraject met de raad en het college nodig zijn om het belang van die ruimte opnieuw te benadrukken. Er komt in ieder geval een moment waarop de raad kan wegen of er voldoende zekerheid is om het besluit te nemen of niet. Het huidige PlanMER is opgesteld voor de hele stad maar voor elk project zijn nog afzonderlijke onderzoeken nodig. Welke vorm die krijgen hangt af van de eisen die gesteld
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
worden aan het project en dat is nu nog niet te zeggen omdat de projecten en de gebieden nog ingevuld moeten worden. Het lid VAN BERKEL vraagt hoe de wethouder aankijkt tegen de toekomstige realisatie van de enorme woningbouwopgave in het havengebied in combinatie met de bouw van windturbines daar. Wethouder PELS ziet daar geen belemmeringen in. Het lid VAN BERKEL verwacht dat de windturbines in de weg staan als er woningen worden gebouwd. Wethouder PELS antwoordt dat bij alle woningbouwplannen rekening is gehouden met het Programma Windenergie Amsterdam. De woningbouw en de woningbouwambities worden daar niet door geraakt. Dierenwelzijn 4. Bespreken van het initiatiefvoorstel Amsterdam een duifvriendelijke stad van het lid Krom en kennisnemen van de bestuurlijke reactie VN2025-004328 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom voor een toelichting op het initiatiefvoorstel. Het lid KROM legt uit dat met het initiatiefvoorstel een gat in de zorgplicht voor dieren wordt opgevuld. Ze wijst erop dat bijna de helft van de Amsterdamse duiven lijdt aan draadvoet wat veroorzaakt wordt door afval dat zich om de poten wikkelt en wat tot ernstige verwondingen leidt. Daarnaast is er sprake van ongezonde voeding omdat duiven in de versteende stad nauwelijks toegang hebben tot natuurlijke zaden en ze zich moeten voeden met junkfood.
Door duiventillen te plaatsen hoopt ze zowel de gezondheid van de duiven te verbeteren als de overlast voor bewoners te verminderen. De tillen bieden centrale broedplekken en de mogelijkheid tot het geven van gezond voedsel. Ze benadrukt dat de duif net als zwerfkatten als een verwilderd gedomesticeerd dier moet worden beschouwd en dat brengt een bepaalde zorgplicht met zich mee. Het lid LUST vraagt of dit initiatiefvoorstel pleit voor een uitbreiding van de Toevlucht en de dierenambulance. Het lid KROM antwoordt dat vooral in het begin meer zorg nodig is en dat zij ervoor pleit om de samenwerking met de dierenambulance en de Toevlucht uit te breiden. Het lid LUST verwacht dat het verzorgen van gewonde duiven een grote impact zal hebben op deze organisaties. Het lid KROM is het daar mee eens maar dat betekent niet dat er geen oplossing gezocht moet worden. Ze verwacht dat de eerste hulp voor duiven afneemt wanneer de duivenpopulatie gezonder wordt met behulp van de duiventillen. Het lid LUST vraagt wat het punt over informatievoorziening in het initiatiefvoorstel toevoegt aan de bewustwordingscampagne rond dieren en zwerfafval. Het lid KROM verwacht dat Amsterdammers op meerdere vlakken nog meer bewust gemaakt kunnen worden van de duiven die horen bij de stad.
Zwerfaval is maar een deel van probleem en wanneer mensen weten welke problemen er spelen rondom de duiven, dan kunnen ze beter opletten en worden duiven niet meer gezien als vervelende, overlastgevende dieren.
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom in eerste termijn. Het lid KROM wijst op het fenomeen van speciecisme waarbij mensen de ene diersoort anders behandelen dan de andere. Katten en honden worden met veel zorg omringd terwijl varkens, koeien, kippen en ook duiven vaak worden genegeerd, zelfs als ze lijden. Ze pleit voor meer erkenning van de duif als hulpbehoevend dier, ook als het nog kan vliegen, en vraagt de wethouder of ze bereid is dit standpunt te heroverwegen. Ze nodigt de wethouder uit voor een wandeling op de Nieuwmarkt om de ernst van de problemen met de duiven met eigen ogen te zien. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Lust. Het lid LUST is sinds achttien jaar vrijwilliger bij de dierenambulance in Amsterdam en heeft in die tijd zeker duizend duiven gered of uit hun lijden verlost. Ze heeft een groot hart voor duiven en waardeert het dat de Partij voor de Dieren zich voor deze dieren inzet. Tegelijkertijd vindt ze het initiatiefvoorstel losgezongen van de actualiteit en noemt ze het getuigen van een gebrek aan realiteitszin dat er 50.000 euro per jaar wordt gevraagd voor een duivenredteam. In lijn met de conclusie van de wethouder dat hulp voor duiven al voldoende is geborgd via subsidiepartners zal de fractie van D66 het voorstel niet steunen. Het lid KROM is teleurgesteld over de reactie van D66. Het lid LUST begrijpt die teleurstelling.
Ze speelt een kort fragment af van het Jan Rap Orkest over de duifjes in Amsterdam. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels. Wethouder PELS bedankt de Partij voor de Dieren voor het indienen van het initiatiefvoorstel en spreekt haar waardering uit voor de vrijwilligers die zich inzetten voor de gezondheid van duiven in Amsterdam. Ze benadrukt het belang van een stad die ook een goede leefomgeving biedt voor wilde dieren maar wijst er tegelijkertijd op dat sommige diersoorten overlast kunnen veroorzaken. Ze onderstreept het belang van beter zwerfafvalbeheer en handhaving van het voederverbod. Het college ziet op dit moment geen ruimte voor extra inspanningen voor duiven aangezien er al partners zijn die goed werk verrichten. Het aanpassen van de definitie van een hulpbehoevende duif acht zij niet noodzakelijk omdat het beleid voor duiven in Amsterdam gelijk blijft aan dat voor andere wilde dieren. Ze heeft zelf geregeld duiven gevangen en verzorgd en is goed op de hoogte van de uitdagingen die duiven in de stad ondervinden. Toch vindt zij niet dat de gemeente op dit moment extra inzet moet plegen op dit vlak Het lid KROM is teleurgesteld in het gebrek aan oprechte interesse voor dieren in de stad die in nood verkeren. Ze verzoekt het initiatiefvoorstel te agenderen voor de gemeenteraad.
De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp wordt besproken tijdens de gemeenteraad van 14 en 15 mei. Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de start van het Buurtberaad Warm Huis VN2025-004500 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Garmy.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Concept-raadscommissieverslag, 17-04-2025
Het lid GARMY wijst op een motie voor een buurtburgerberaad gericht op de warmtetransitie omdat dit thema mensen raakt tot achter de voordeur. Medewerking van bewoners is essentieel en een burgerberaad kan bijdragen aan samenwerking, vertrouwen en solidariteit in een buurt. Collectieve oplossingen zijn alleen succesvol wanneer bewoners die samen vormgeven met ondersteuning van de gemeente op het gebied van regels, informatie, infrastructuur en financiële hulp. Hij is blij dat het eerste buurtberaad nu daadwerkelijk van start gaat. Hij heeft zorgen over de formulering van de hoofdvraag die gericht op betaalbaarheid van de energierekening terwijl het college eigenlijk een klimaatdoelstelling nastreeft. Hij vindt dit verwarrend en vraagt of dat onderscheid niet schadelijk is voor de duidelijkheid van het beraad. Hij vraagt of het college voldoende in gesprek is geweest met het stadsdeelbestuur dat een belangrijke uitvoerende rol kan spelen maar in het plan slechts zijdelings wordt genoemd. Ook vraagt hij wat er gebeurt met de aanbevelingen van het buurtberaad. Worden ze enkel opgenomen in plannen of daadwerkelijk uitgevoerd als ze binnen de kaders passen? Tot slot merkt hij op dat in het plan van aanpak nog twee stukken staan over de vergoeding voor jongeren en het betrekken van uitkomst van het beraad in partijprogramma’s terwijl deze de afgelopen raad zijn geamendeerd.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Noordzij. Het lid NOORDZIJ vindt het belangrijk dat voor het buurtberaad gezocht is naar een buurt die een goede afspiegeling is van de stad. Dit is slechts tot op zekere hoogte haalbaar omdat elke buurt anders is. Hij is benieuwd hoe wordt omgegaan met de lessen die tijdens het buurtberaad worden geleerd en hoe ervoor gezorgd wordt dat deze niet éénop-één op andere buurten worden toegepast maar wel op een passende manier kunnen worden meegenomen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels. Wethouder PELS is verheugd dat ze met het buurtberaad van start kunnen gaan omdat dit een kans biedt om veel te leren over de warmtetransitie. Het is niet de bedoeling om in de hoofdvraag een tegenstelling te creëren tussen betaalbaarheid en CO₂-reductie. Voor bewoners is betaalbaarheid doorslaggevend terwijl het college als achterliggende doel vooral de maximale CO₂-reductie voor ogen heeft. Met de formulering van de vraag richting de bewoners is getracht niet te blijven hangen in een theoretisch kader. Indien gewenst kan tijdens de introductiebijeenkomst de CO₂-reductie nog extra worden benadrukt. Het stadsdeel heeft een belangrijke rol als adviseur in het gehele project en is actief betrokken bij de totstandkoming van het buurtberaad.