20250403 Raadsinformatiebrief voortgang TOOI
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 3 april 2025 Openbare Orde en Veiligheid F. Halsema Openbare Orde en Veiligheid (secretariaatoov@amsterdam.nl) Voortgangsbrief toezicht en controle op het Team Openbare Orde Handhaving (TOOI) en afdoening drie toezeggingen
Geachte leden van de gemeenteraad, In de commissievergadering Algemene Zaken van 18 april 2024 is gesproken over het Team Openbare Orde Inlichtingen (hierna: TOOI) van de politie, waarbij zowel het ‘Initiatiefvoorstel toezicht op TOOI bescherm grondrechten’ als de bestuurlijke reactie hierop is besproken. Het voorstel is voor kennisgeving aangenomen en ik heb tijdens het debat een drietal toezeggingen gedaan. In deze brief neem ik de raad graag mee in de voortgang omtrent het organiseren van toezicht en controle op het TOOI, zal ik de drie gedane toezeggingen afdoen en blik ik vooruit op de rest van 2025. De regionale adviescommissie TOOI In het Regionaal Bestuurlijk Overleg (hierna: RBO1) van 3 juli 2024 is besloten dat, net als bij de overige eenheden in het land, een zogenaamde regionale adviescommissie TOOI (hierna: commissie) zal worden op- en ingericht die het gezag zal adviseren in het kader van toezicht en controle op het TOOI. Burgemeester Boog van de gemeente Diemen is namens de regio portefeuillehouder TOOI en tevens voorzitter van de commissie. Daarnaast neemt de directeur OOV van de gemeente Amsterdam en het Hoofd Operatien van de politie-eenheid Amsterdam zitting in de commissie. De commissie heeft nadrukkelijk een adviserende rol en neemt het gezag niet over.
De gezagsrol is en blijft bij de burgemeester van de gemeente waar de mogelijke openbare ordeverstoring plaatsvindt en de reguliere wijze van informeren van het gezag door het TOOI blijft intact. Voor wat betreft de rol van de commissie wordt aangesloten bij de landelijke handreiking. Hierin staat dat ‘de essentie van controle en toezicht door het gezag op de werkzaamheden van het TOOI is, dat het gezag zich ervan overtuigt dat het TOOI opereert binnen de wettelijke kaders en de inzet van het TOOI voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit’. In bepaalde gevallen kan de commissie of de bestuurlijk portefeuillehouder ook een meer inhoudelijke rol hebben, bijvoorbeeld als sparringpartner van de politie in het geval het nog niet helder is wie in een bepaalde casus precies het gezag is. 1
In het RBO zitten de zes burgemeesters van de regio Amsterdam-Amstelland, de politiechef van de eenheid Amsterdam en de (plv.) Hoofdofficier van Justitie van het arrondissementsparket Amsterdam van het Openbaar Ministerie. Het RBO stelt onder meer het Regionaal Veiligheidsplan vast en de jaarlijkse Regionale Veiligheidsrapportages. Verdeling van politiecapaciteit vindt ook plaats in het RBO.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 3 april 2025 Pagina 2 van 5
De commissie is eind vorig jaar voor het eerst bij elkaar gekomen, waarbij onder meer de onderwerpen uit deze brief zijn besproken. De commissie heeft begin dit jaar een werkbezoek afgelegd aan het TOOI en zal dit jaar (minimaal) twee keer bij elkaar komen. Drie momenten van controle en toezicht op TOOI Er zijn drie momenten waarop het gezag kaders kan bepalen en/of bestuurlijke externe controle en toezicht kan uitoefenen op het TOOI: 1. Vooraf in regionaal beleid: bijvoorbeeld het bepalen van prioritaire aandachtsgebieden; 2. Tijdens bij gevoelige casuïstiek: richting bieden aan de professie bij vraagstukken rondom proportionaliteit en subsidiariteit van een specifieke inzet; 3. Achteraf in een steekproefsgewijze controle op de taakuitvoering van het TOOI: toetsen of is gewerkt binnen de wettelijke kaders en de gestelde beleidskaders. Ad 1. De prioritaire aandachtsgebieden komen onder meer voort uit de Nationale Intelligence Agenda, de Eenheids Intelligence Agenda en het Regionaal Veiligheidsplan. Deze zullen ter bevestiging en akkoord worden voorgelegd aan de leden van het (eerstvolgende) RBO. De aandachtsgebieden zijn op dit moment als volgt: • • • •
Politiek activisme / extremisme Evenementen Maatschappelijke Onrust Polarisatie
De werkwijze van het TOOI is kortgezegd het inwinnen van informatie door middel van gesprekken met burgers, die zich hier beschikbaar voor tonen. In deze gesprekken wordt aan de burger altijd duidelijk gemaakt dat zij spreken met de politie. De middels deze gesprekken ingewonnen informatie wordt door verschillende methodes geverifieerd, zoals het gebruik van Open Source Intelligence en/of het niet stelselmatig volgen van groepen of personen. Dezelfde methodes worden ook toegepast om te onderzoeken of een burger geschikt is als potentiële informant. Alle werkzaamheden van het TOOI vallen daarmee onder de volgende “methoden”: • • •
Praten met burgers; Niet-stelselmatig volgen van burgers; o Dit kan gedaan worden met behulp van een (peil)baken; Open Source Intelligence (OSINT); o Hieronder valt ook het met een ‘fake-account’ betreden van online groepen, met uitzondering van besloten groepen2;
2
Volgens het ministerie van J&V (tweede halfjaarbericht politie 2024) is een groep besloten zodra er een effectief deurbeleid wordt gevoerd en de politie zichzelf moet voordoen als gelijkgestemde van de groep om deel te nemen. Het TOOI zit dus niet in besloten groepen waarbij je (als het ware) moet solliciteren om binnen te komen, wel als je bijvoorbeeld door op een knop te drukken toegang krijgt.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
o
Datum 3 april 2025 Pagina 3 van 5
Het betreden van deze groepen gebeurt enkel ter veredeling / falsificatie van informatie van informanten en het vinden van potentiële informanten.
De minister van Justitie en Veiligheid (hierna: J&V) bereidt momenteel een wetsvoorstel voor om, onder bepaalde voorwaarden, de informatiepositie van politie op het terrein van de openbare ordehandhaving te verbeteren. In die wet wordt de bevoegdheid tot stelselmatige informatievergaring in publiek toegankelijke online bronnen geregeld. Daarnaast werkt het ministerie aan een verkenning van de bevoegdheid tot het verschaffen van toegang tot online besloten groepen, het opvragen van identificerende gegevens en het gebruikmaken van technische hulpmiddelen. Ad 2. Voor wat betreft casuïstiek waarbij de commissie of het gezag richting kan bieden bij vraagstukken rondom proportionaliteit en subsidiariteit van een specifieke inzet, zal de praktijk uit moeten wijzen in hoeverre dit zal voor komen. In veel gevallen wordt er namelijk gebruik gemaakt van de politie interne gezagslijn, zijn er korte lijntjes tussen de verschillende TOOI’s en tussen de politie en de betreffende gemeente. Daarnaast kost het inschakelen van de commissie mogelijk te veel tijd bij ad hoc casuïstiek. Bovenal is het in de eenheid Amsterdam, waarbij de meeste TOOIactiviteiten op Amsterdam zijn gericht, vermoedelijk eenvoudiger schakelen met het gezag dan in eenheden met tientallen gemeenten.
De commissie verwacht dat dergelijke casuïstiek amper zal voor komen en dat er, als het zich aandient, al doende mee geoefend moeten worden. Ad 3. Het achteraf toetsen van de gemaakte afspraken gebeurt door middel van een jaarlijkse rapportage die de politie verstrekt aan de commissie en door middel van steekproefsgewijze controle door de commissie. Op deze wijze kan het gezag, na een advies van de commissie, tot een oordeel kan komen of er is geacteerd binnen de wettelijke en beleidsmatige kaders. Daaronder valt ook verantwoording door de politie aan het gezag over het belonen van informanten. De externe controle is aanvullend op de interne controle binnen de beheerslijn van de politie. Gezagsvraagstuk als locatie ordeverstoring niet bekend is De commissie heeft verkend hoe om te gaan met de situatie waarbij er meerdere gemeenten betrokken zijn bij een casus. Het (wettelijke) uitgangspunt is dat de burgemeester in wiens gemeente de openbare ordeverstoring (naar verwachting) zal plaatsvinden, het gezag is. Dit is vaak bekend, maar regelmatig ook niet. In die gevallen kan het behulpzaam zijn dat het TOOI dat onderzoek doet of wil doen, (naast afstemming met andere TOOI’s) contact opneemt met de commissie. Ook kan de woonplaats van het subject of de informant aanleiding zijn om contact te leggen met het betreffende gezag.
De belangrijkste vraag is vervolgens of de inzet van TOOI voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. In dit kader zijn veel verschillende scenario’s denkbaar en het is dan ook noodzakelijk dat de politie, de commissie en het gezag ruimte en tijd krijgen om hier ervaring mee op te doen en daarvan te leren.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 3 april 2025 Pagina 4 van 5
Onderzoek Autoriteit Persoonsgegevens Op 18 oktober 2024 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) een brief gestuurd aan de Tweede Kamer. In die brief staat onder meer: “De AP heeft, ondanks reguliere gesprekken met de Nationale Politie (NP) en de onlangs door de NP gepubliceerde Handreiking, gerede twijfel met betrekking tot de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door het TOOI. De grondslagen die door de NP worden aangewezen voor de verwerking van persoonsgegevens door het TOOI zijn mogelijk onvoldoende. De AP vond een onderzoek daarom wenselijk.” De AP doet in een drietal politie-eenheden nader onderzoek (Den Haag, Noord-Holland en Amsterdam). Zodra het onderzoek is afgerond en er eventuele aanbevelingen zijn gedaan, zal bezien worden of die van invloed zijn op de invulling van de toezichtsrol door het gezag. Afdoening drie toezeggingen Toezegging 1: Op verzoek van het lid Hofland heeft de burgemeester toegezegd om, in overleg met de andere betrokken burgemeesters, te onderzoeken of en zo ja hoe de notificatie mogelijkheden verbeterd zouden kunnen worden.
Afdoening toezegging 1: Voor wat betreft het al dan niet notificeren wordt aangesloten bij het landelijke standpunt zoals beschreven door het ministerie van J&V in het halfjaarbericht politie van juni 2024: ‘Bij de vergaring van informatie door het TOOI staat niet het individu centraal, maar de aankomende verstoring van de openbare orde. Het TOOI wint daarom niet gericht informatie over een individu in. De vergaring van informatie door het TOOI is gericht op de aankomende ernstige verstoring van de openbare orde. De verstoring en het individu zijn daarbij niet helemaal los van elkaar te zien: verstoringen van de openbare orde vinden in de regel plaats door groepen en groepen bestaan uiteindelijk uit individuen. Echter, omdat de focus van het TOOI is gericht op de verstoring van de openbare orde, wordt niet gericht ingewonnen op informatie van een individu. Vergaring van informatie door het TOOI is dan ook geenszins vergelijkbaar met de vergaring door de opsporing in geval van een verdachte van een strafbaar feit, waarvoor de notificatieplicht wél geldt. Een notificatieplicht is derhalve op dit moment niet praktisch uitvoerbaar. Het enkele feit dat de persoonsgegevens voorkomen in politiesystemen betekent derhalve niet dat iemand verdacht wordt van betrokkenheid bij een openbare ordeverstoring of een strafbaar feit.
Er geldt dan ook geen notificatieplicht.’ Toezegging 2: Op verzoek van het lid Hofland heeft de burgemeester toegezegd nader onderzoek te doen naar de landelijke regeling betaling informanten in relatie tot de voorstellen uit het initiatiefvoorstel over betaling aan informanten.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 3 april 2025 Pagina 5 van 5
Afdoening toezegging 2: Er heeft onderzoek plaatsgevonden naar de landelijke regeling van het betalen van informanten. Ook bij deze toezegging wordt aangesloten bij het landelijke standpunt zoals beschreven door het ministerie van J&V in het halfjaarbericht politie juni 2024): ‘Informanten kunnen een bescheiden geldelijke beloning krijgen voor het delen van informatie over mogelijke ernstige verstoringen van de openbare orde. Tevens kan een informant een tegemoetkoming krijgen voor gemaakte onkosten. Er is een vertrouwelijke politie-interne landelijke circulaire die uniforme kaders bevat voor de beloning van informanten. Overigens is er in lang niet alle gevallen sprake van beloning van informanten. De informatie van informanten vormt een aandeel in de informatiepositie van de politie op het gebied van ernstige openbare ordeverstoringen. Ik vind het belangrijk dat deze informatiepositie behouden blijft. De taakuitvoering van het TOOI geschiedt onder het gezag van de burgemeester, dus ook het verstrekken van beloningen aan informanten. Bij de controle en toezicht op de activiteiten van het TOOI kan ook het verstrekken van beloningen betrokken worden.’ Toezegging 3: Op verzoek van het lid Khan heeft de burgemeester toegezegd om de leden nader te informeren over de verwevenheid tussen TOOI en CTER.
Afdoening toezegging 3: In Amsterdam bestaat er geen verwevenheid tussen CTER en TOOI. Wel kan het voor komen dat binnen een TOOI onderzoek sprake is van de aanwezigheid van een CTER subject. In de eenheid Amsterdam houdt TOOI zich niet bezig met radicalisering en extremisme. Vanuit openbare orde (TOOI) krijgt iemand dus niet een CTER-code. Vooruitblik 2025 Zoals beschreven in deze brief zal 2025 het jaar zijn waarin de regionale adviescommissie TOOI in werking treedt. Dit jaar wordt ook gebruikt om ervaring op te doen met het uitvoeren van toezicht en controle op het TOOI, waarbij de commissie het uitvoerende werk verricht en vervolgens zal adviseren aan het gezag (de zes regionale burgemeesters). Op landelijke niveau wordt gewerkt aan ‘blauwdrukken’ zodat er - ook in onze regio - zo veel mogelijk landelijk uniform gewerkt kan worden. Het is te verwachten dat dit jaar gepionierd moet worden om het nieuwe stelsel van toezicht en controle goed in te richten en dat er regelmatig zal moeten worden bijgeschaafd. Ik zie dat proces met veel vertrouwen tegemoet en zal uw raad blijven informeren over de voortgang. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Femke Halsema Burgemeester
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl