20250326 SED definitief verslag
Tekst van het document
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
om bezoekersaantallen terug te brengen. Er is ook een verbod op een onredelijke heffingen, maar de vraag is wat die zijn en welke de extra lasten zijn die de gemeente door bezoekers heeft, evenals of de toeristenbelasting die dekt. Het is fijn dat de escalatieladder vakantieverhuringen er is en de PvdA vermoedt dat het uiteindelijk zal lukken om tot verboden te komen. Door de ladder is nu bekend welke de stappen tot verdere maatregelen zijn, waardoor mensen beter weten waaraan ze toe zijn. Het lid wil weten welke maatregelen er nog achter de hand zijn als in de toekomst aantallen niet worden gehaald en hoe de wethouder denkt over een bredere escalatieladder voor de bezoekerseconomie. Bewoners hebben daaraan behoefte. Tot slot is het lid blij dat er naar aanleiding van de motie binnenkort onderzoek komt naar het laten profiteren van bewoners en ondernemers in de buurten waar hotels komen, bijvoorbeeld door lokale inkoop en het aanbieden van goed werk. Het lid SCHMIT deelt met het lid Namane minder overlast in de binnenstad te willen en wil weten welke groepen volgens dat lid overlast veroorzaken in de stad. Het lid NAMANE omschrijft die groepen als personen die overlast geven en weet voor de rest niet hoe zij in te kaderen zijn. Men kan ze niet alleen bepalen op basis van de hoeveelheid geld die ze ter beschikking hebben. De VOORZITTER schorst de vergadering om 15.15 uur.
Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 15.25 uur. Wethouder MBARKI zegt dank voor de bijdrage van de insprekers, die met de gemeente meedenken en het bestuur van de nodige kritische adviezen voorzien. De uitvoeringprogramma’s binnenstad en bezoekerseconomie komen voort uit de verordening, die weer voortkomt uit de jaarlijkse cijfers, die rond de zomer met de raad worden gedeeld. Die cyclus houdt het college aan totdat men kan zeggen dat het is gelukt het doel te bereiken. Het perspectief is 2035. Het probleem is door de jaren gegroeid, maar tegelijk kan de gemeente trots erop zijn dat mensen in de stad komen kijken. Minder blij is de gemeente met de overlast. De gemeente moet ook goed kijken wat zij aankan. Het vraagstuk kent verschillende thema’s en draaiknoppen. Soms voelt het alsof de gemeente vecht tegen de bierkaai. De gemeente treft daarom ook meerdere maatregelen, die zowel regulerend als bemoedigend zijn. De stad kent meer kernen, zodat het vraagstuk ook niet zomaar op te lossen is. Begonnen is met reguleren, maar het gemeentebestuur moet ook gaan vertellen welke stad Amsterdam wil zijn. Hij begint daarom met het benoemen van een aantal genomen maatregelen. Belangrijk is de binnenstad te transformeren door bijvoorbeeld het opkopen van vastgoed via gemeentelijke deelnemingen.
Met het vastgoedfonds wil de gemeente ook kijken naar exploitatie om te zorgen voor diversiteit. Er zijn de afgelopen periode twintig extra woningen en bedrijfsruimten in het Sint Annakwartier gerealiseerd. Ook kwamen er ruim veertig nieuwe woningen boven winkels rondom de Kalverstraat en de Nieuwendijk. Tevens zijn maatregelen genomen met betrekking tot vergunningplicht voor toeristische handel en waren er campagnes, evenals vervroegde sluitingstijden voor de horeca. Het zijn allemaal belangrijke en cruciale regulerende maatregelen. Er is ook een subsidie voor initiatieven van inwoners en ondernemers in de binnenstad, zoals voor Red Light Jazz radio, een lokaal radiostation in het Wallengebied waar bewoners en ondernemers met elkaar het gesprek over de buurt aangaan. Andere voorbeelden zijn een discriminatiemeldpunt voor de regenbooggemeenschap en de heropening van het iconische nachtcafé San Francisco op de Zeedijk. Het gaat dus enerzijds om regleren en anderzijds het verhaal van vrijheid en openheid vertellen en daaraan recht doen. Met betrekking tot de bezoekerseconomie gaat het om het draaien aan de drie o’s van overnachtingen, overlast en overtoerisme en zo samenhangende maatregelen te nemen. Ook zijn er nog maatregelen die nog niet getroffen zijn, zoals het instellen van het i-
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
criterium. De getroffen maatregelen voor 2025 zijn bijvoorbeeld 25% minder riviercruiseschepen toelaten, slechts één ligplaats beschikbaar hebben voor zeecruiseschepen en het onderzoek naar verplaatsing van de passengerterminal. In het hotelbeleid zijn verschillende stappen gezet, zoals recent het nemen van het voorbereidingsbesluit om bij bestaande hotels het aantal slaapplaatsen te bevriezen. Momenteel zijn er in de stad 90.000 slaapplaatsen. De volgende stap is komen tot een lager aantal, maar dat kost wel heel veel geld. Het college is dus aan het begrenzen. De escalatie van vakantieverhuur zit in een volgende fase. Bij overmatige overlast zijn juridische stappen te zetten om te zorgen in een bepaalde wijk tot een algeheel verbod over te gaan. Hij zou het ook mooi vinden om breder dan de stad te kijken naar de regio. De bezoeker associeert de bestemming Nederland vaak met Amsterdam. Het zou daarom helpen dat andere steden ook beter hun best gaan doen, waarvan Amsterdam en de bredere regio profijt hebben. Het college wil die ontwikkeling verder helpen, maar dat kan niet vanuit de gemeente. Eerder heeft hij een oproep gedaan om een minister voor toerisme of voor bezoekerseconomie te benoemen, dan kan het Rijk een visie ontwikkelen op het vormgeven van de sector.
Momenteel treedt Amsterdam vrij eigenstandig met andere Europese steden op, maar mist hij hoe op nationaal niveau met het dossier verder wordt gegaan. Maatregelen zijn allemaal te lezen en bij vaststelling in de raadsvergadering kan daarover nog in gesprek worden gegaan. Hij hoopt wel dat de raad met het college wil meedenken om nog niet geopperde maatregelen toe te voegen, wat recht zou doen aan de verordening en naast het college ook de raad wordt aangesproken. Vervolgens gaat hij over tot het beantwoorden van de gestelde vragen. Hij erkent de opmerking van het lid Schmit dat de publiek-private samenwerking een mooi concept is. In de binnenstad werkt de gemeente op het gebied van veiligheid met beveiligingsbedrijf Maat samen en op het gebied van schoonhouden met een andere onderneming. Meerdere leden hebben vragen over de campagnes gesteld. Bij de aanvang heeft het college gezegd vooral te meten en te kijken wat werkt. Campagnes zijn tweeledig. Enerzijds zijn ze gericht op ontmoedigen en anderzijds op het vertellen van een verhaal over de toekomst van de stad. De campagne is ooit begonnen om bezoekers en bedrijven naar de stad toe te trekken. De stad kan echter niet meer alles hebben, omdat het drukker wordt. De doorontwikkeling van het stadsmerk is daarom een mooi moment om te kijken wat de gemeente kan doen. Een van de lijnen is herladen, maar er zijn ook andere lijnen.
In samenspraak met ondernemers, bewoners en anderen wordt bezien waarop het stadsmerk uitkomt. Dat merk moet namelijk veel langer dan één periode meegaan. De stay away-campagne is doorontwikkeld en voert de gemeente niet meer. Experts voorzien het college van informatie en adviezen en kijken mee als het om effectmetingen gaat. Er is doorontwikkeld naar twee campagnes. De eerste is de Amsterdam Rules-campagne, die ervoor zorgt dat mensen erover nadenken of Amsterdam de plek is waar zij willen zijn. De tweede is de How to-campagne, die zich richt op de feesttoerist die al in Amsterdam is of ernaar toe onderweg is. Vaak zijn het borden op straat die bezoekers aanspreken op hun gedrag. De beide campagnes gaan veel meer over associaties en niet direct over een bepaald type gedrag. De huidige campagnes worden ook ondersteund door Koninklijke Horeca Nederland en worden gedragen door het bedrijfsleven. De gemeente meet campagnes op effect, maar het is niet zo dat campagnes leiden tot minder bezoek. Daarop is een samenspel van verschillende maatregelen gericht. De essentie van de vernieuwing van het stadsmerk is zich af te vragen welke stad je wilt zijn. De komende periode wordt het college nog wijzer en komt hij samen met de burgemeester bij de commissie terug bij het zetten van de volgende stap. Meten van impact is altijd goed.
De hotelstop met geen nieuwe bedden is heel concreet te maken, evenals het aantal riviercruises. Bezien wordt hoe de resultaten in voortgangsrapportages bij elkaar te brengen zijn. Daarop komt hij bij de commissie terug. Het CDA gaf aan dat te weinig op pieken wordt gestuurd en bepleitte het aantal toeristische evenementen op piekmomenten te beperken. De stad voert echter vooral beleid op haar inwoners. Er zijn dus geen specifieke evenementen gericht op toeristen. Amsterdam kent echter zulke populaire evenementen dat ze wereldwijd gezien en erkend worden en ook door bezoekers bezocht worden. Het is best moeilijk om die gedurende
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
een bepaalde periode te beperken. Gezien de cijfers kan men sinds 2019 ook niet meer spreken van een laagseizoen. Het aantal bezoekers en overnachtingen stijgt ook alleen maar. De suggestie van het CDA vindt hij daarom niet verkeerd, maar het is ingewikkeld om die praktisch uit te voeren. Musea zijn primair gericht op Amsterdamse en landelijke bewoners en die kan men niet in het hoogseizoen sluiten. De spreiding in tijd is opgenomen in de verordening en als de raad zegt dat punt te willen meenemen kan dat verder worden verkend. Van coffeeshops zijn verzoeken binnengekomen om zich te laten verplaatsen. Beleid daartoe moet nog verder uitgewerkt worden en in inspraak komen. Daarna wordt het vernieuwde plaatsingsbeleid ook echt in werking gesteld. Het college is verder gevraagd te reflecteren op de samenwerking op Europees vlak. Amsterdam trekt samen met andere Europese steden op, omdat zij daarmee ook veel meer gelijkwaardigheid kan betrachten, omdat deze steden te maken hebben met soortgelijke problemen, zoals in de vakantieperiode, over vliegbewegingen en het sturen daarop. Dat levert een steviger positie richting de Europese Commissie op. Als Amsterdam alleen in Europa aankomt wordt zij veel minder serieus genomen en krijgt zij veel minder voor elkaar. Europa richt zich vooral op allianties. Als Amsterdam zo’n alliantie kan vormen zal zij daarmee ook veel meer gaan bereiken.
Het lid HENDRIKS vraagt of met betrekking tot coffeeshops niet wordt ingezet op uitkoop en alleen op vrijwillige inzet. Wethouder MBARKI bevestigt dat dat is voorgesteld. Het lid HENDRIKS snapt de inzet op de lobbyactiviteiten in Europa, maar vroeg specifiek naar de uitwisseling. Wat geeft Amsterdam andere steden en welke dingen heeft Amsterdam van andere steden geleerd, los van de lobbyactiviteiten? Wethouder MBARKI kijkt bijvoorbeeld naar het Unesco-beleid, dat andere steden inzetten. Daarnaar kijkt Amsterdam ook. In het initiatiefvoorstel van raadslid Heinen is dat aspect ook meegenomen. De integrale aanpak en het maatregelenpakket van Amsterdam zijn voor heel veel andere Europese steden best inspirerend. Dat geldt ook voor de verordening. Het gaat steeds meer om op een gelijkwaardige positie kennis uitwisselen. Er is tweemaandelijks overleg. De onderwerpen daarin raken aan het toerisme, het bewaken van de leefbaarheid van de binnensteden en het historische aspect. Andere steden worstelen daarmee op een gelijke manier. Het lid Bentoumya informeerde naar een pas voor Amsterdammers. Vanuit Amsterdam & Partners is eerder een soort van activatieprogramma begonnen om te kijken hoe Amsterdammers daarin een rol is te geven. Het is namelijk moeilijk onderscheid te maken, omdat de zaak fiscaal juridisch moeilijk ligt. De 1 plus1-actie was bestemd voor Amsterdammers.
Bij het kopen van een kaartje kan een Amsterdammer een gratis kaartje krijgen. Dat is een manier om meer Amsterdammers voor de kunst- en cultuursector te interesseren. Hij krijgt signalen dat er sprake is van een daling van bezoek bij kunst- en cultuurinstellingen. Vandaar het aangekondigde onderzoek voor verder te gaan met het verhogen van de toeristenbelasting. Het zou helpen als Amsterdammers meer gebruik maken van voorzieningen en dat wordt uitgewerkt door Amsterdam & Partners. Het gesprek met de inspreekster over beleid heeft afgelopen week plaatsgevonden en was goed. Gezegd is voor de zomer nog een keer bij elkaar te komen om te kijken hoe lijnen nog korter te maken zijn en waar er bestuurlijke doorzettingsmacht nodig is om dingen voor elkaar te krijgen. De vraag in hoeverre stimulerende maatregelen rijmen met regulering is meermaals gesteld. Hotels in de stad liggen best verdeeld, maar vrijetijdsvoorzieningen zijn dat minder goed. Ook in Osdorp lopen bezoekers rond, maar men moet ze daar proberen te houden. Dat is een kwestie van lange adem. Ook daar misdragen zich echter bezoekers, zodat ook daar gedragscampagnes nodig zijn. Het college wil het instrument van de toeristenbelasting inzetten. Amsterdam is een van de steden met het hoogste tarief. De btw-knop wil het college nu nog niet indrukken, maar in de toekomst is dat er ook een om eventueel aan te draaien.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Op reclame die zich alleen richt op bepaalde voorzieningen komt hij nog terug. Tiktokrijen zijn een fenomeen op zich geworden, maar zijn soms ook een gevolg van goed ondernemerschap. Over Tiktokrijen die overlast gaven zijn goede afspraken met de ondernemers gemaakt. Veel ondernemers zijn ook bereid om afvalbakken te legen en te zorgen dat de rijen netjes staan. Het staan in een Tiktokrij is geen vermakelijkheid, zodat hij vreest daarvoor VMR (vermakelijkheidsretributie) niet te kunnen inzetten. Deels gaat het ook om afval. Drukte in zichzelf creëert meer afval, zodat de uitdaging daarop groot is. De VVD adviseerde niet alleen te focussen op aantallen en dat doet het college ook niet. Naast aantallen gaat het om overnachtingen, overlast en overtoerisme. Het gaat om samenhang tussen alle maatregelen. Het is best moeilijk om onderzoek te doen naar type toerist en economisch gedrag. Beter kan men onderzoek doen naar gedrag an sich, omdat dan te zien is welke mensen zich wel en niet gedragen. De gemeente is begonnen met de stay away-campagne, gericht op mannen in een bepaalde leeftijd uit een bepaald deel van de wereld. De diversiteit aan mensen bestaande uit een Amsterdammer, een dagbezoeker en een buitenlandse toerist die in Amsterdam overnacht laat zich bedienen door het aanbod waarvan iedereen gebruik maakt.
Met de aangekondigde onderzoeken gaat het college daarom door en die geven waarschijnlijk voldoende informatie om de raad voorstellen te doen om daarop te sturen. Het lid BRANTE informeerde ook nog naar de bereikbaarheid in het Centrum. Wethouder MBARKI heeft die vraag opgevat als gaande over autoluw in de binnenstad. Als het gaat om de gehele stad is dat een collegeaangelegenheid. Hij vervolgt dat uiteindelijk de rechter gaat over het oordeel wanneer sprake is van een onredelijke heffing op het gebied van de toeristenbelasting. Voor verhoging daarvan zijn wel een deugdelijke motivering en belangenafweging nodig, die het college ook probeert te geven. Het gaat ook om het voorkomen van schokken voor belastingplichtigen. Het lid NAMANE vraagt of er een beeld is van het in verhouding staan van de toeristenbelasting tot de extra lasten van de gemeente door het grote aantal bezoekers. Wethouder MBARKI vindt die vraag moeilijk te beantwoorden, omdat het over heel veel zaken gaat. De invloed van bezoekers op huisvesting is ook gigantisch en de vraag is hoe men die financieel gaat kwantificeren. Belasting kan een instrument zijn om iets met de aantallen te doen. Het is ook een instrument om de lasten te financieren. Wat bezoekers kosten is een vrij intensieve en onzekere berekening.
Met de escalatieladder vakantieverhuur is het college heel blij en het verwacht daarmee ook echt te kunnen gaan sturen. De escalatieladder is een juridische onderbouwing geweest voor een stapsgewijze regulering op een beleidsonderwerp, bijvoorbeeld vakantieverhuur. Dat kan men in retroperspectief ook zeggen over maatregelen ten aanzien van het aantal hotelbedden en de hotelstop. Veel andere maatregelen zijn een politiek-bestuurlijke afweging. Dagelijks bestuursvoorzitter van het stadsdeel Centrum STRENS wijst erop dat de aanpak binnenstad zich heel erg richt op een levendige en leefbare binnenstad, waarin het prettig is te wonen voor Amsterdammers en de Amsterdammer de binnenstad weer weet te vinden. In het programma is er ook een onderscheid tussen enerzijds maatregelen voor de lange termijn en transformatiedoelen en anderzijds maatregelen om de basis op orde te krijgen, die bijvoorbeeld gerichter ingaan op afval en veiligheid. Het gaat dan om het strenger aanpakken van straatdealers en het verlengen van de sluitingstijden op de Wallen. Een van de maatregelen is gericht op het drugsimago van de binnenstad, met name in het Wallengebied. Bezien wordt de mogelijkheid om via de APV nog strenger te zijn op reclame. Een onderneming die er volgens het bestemmingsplan legaal zit mag in de basis reclame maken voor die onderneming.
De Welstandsnota bevat strenge criteria, die in 2023 nog zijn aangescherpt. Gericht wordt bezien of reclame daaraan voldoet en of wellicht gericht handhaving is in te zetten.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Het lid HENDRIKS vraagt of er alleen inzet is op drugsreclame of ook op bredere neonverlichting. Dagelijks bestuursvoorzitter van het stadsdeel Centrum STRENS zet in principe in op drugsreclame. Ook vanuit de stadsdeelcommissie is de wens geuit om die inzet op reclame breder op te pakken, bijvoorbeeld ook voor seksinrichtingen. Vooral naar de schreeuwerigheid van reclame wordt gekeken. De huidige welstandsnota biedt randvoorwaarden waarmee gericht te handhaven is en waar niet direct nieuw beleid voor nodig is. Tegen afval zijn er enerzijds maatregelen gericht op schoon en anderzijds op afvalinzameling. De ambitie in het Centrum is om geen zak meer op straat te hebben, omdat daar gemakkelijk bijgeplaatst wordt. Hetzelfde geldt voor prullenbakken. Ook statiegeldzoekers geven vervuiling. Ten aanzien van schoon zijn er met bizzen van het Centrum initiatieven om extra afval in te zamelen. Er wordt extra ingezet op het schoonmaken van stegen en er wordt extra ingezameld bij op- en afstapplaatsen van boten. Wat betreft inzamelacties is de nadrukkelijke lijn waar het kan in te zetten op extra ondergrondse containers. De loopafstand daar naartoe wordt verlengd van 150 tot 250 meter. Daarnaast komen er brengpunten op het water. Het hele palet is vervat in de ontwikkelrichting Centrum en zal de komende tijd uitwerking behoeven om daaraan meer invulling te geven.
Die concrete plannen zijn er en haar collega Van Renssen en wethouder Van Buuren zijn hard bezig om daaraan invulling te geven. VOLT stelde vragen over het leefbaarheidspanel, ook in relatie tot buurtplatforms. De Participatieverordening vermeldt dat een buurtplatform van onderop gestart moet worden en bewoners zelf moeten aandragen om een platform te zijn. Die zijn er nu in het Centrum niet, maar wel is er het leefbaarheidspanel. Dat is een geloot panel met ondernemers en inwoners, dat heel gericht maatregelen en voorstellen over het Wallengebied bespreekt. Dat is al met heel mooie en concrete adviezen gekomen waaraan opvolging is gegeven. Waar buurtplatforms kunnen worden geholpen te ontstaan zal de stadsdeelcommissie dat zeker doen, maar die zijn er nu nog niet. VOLT opperde om het in plaats van prostitutie over sekswerk te hebben. Zij weet dat sekswerkers inderdaad waarde hechten aan het gebruik van de term sekswerk in plaats van prostitutie. In de maatregel wordt verwezen naar prostitutie, omdat dat verwijst naar de APV, die het heeft over prostitutiebeleid, omdat daarmee gericht een vergunning kan worden afgegeven. Het lid HENDRIKS weet dat de buurtplatforms vanuit de mensen zelf moeten komen, maar neemt aan dat de gemeente heel veel contact heeft met actieve bewoners, die graag willen meedenken, willen meedoen en die regelmatig komen.
Het lid zoekt meer naar de gemeente die een coördinerende functie invult, waarvoor VOLT heel veel ruimte ziet, ook op wijkniveau. Dagelijks bestuursvoorzitter van het stadsdeel Centrum STRENS blijft erbij dat bewoners zelf een buurtplatform moeten willen. Er zijn genoeg actieve bewonersverenigingen, die de stadsdeelcommissie ook spreekt. Zij worden geholpen om te verstevigen en naar een buurtplatform te gaan, maar het is aan bewoners zelf of ze in een dergelijke vorm willen opereren. De uitwerking van het initiatiefvoorstel Reclaim het Centrum zal in het tweede kwartaal van 2025 volgen, waarbij er ook nadrukkelijke aandacht zal zijn voor participatie van ondernemers en bewoners. Vervolgens reflecteert zij op de vraag van JA21 over bereikbaarheid, welk punt ook nadrukkelijk als ergernis naar voren komt. De stadsdeelcommissie heeft ook met veel ondernemers en bewoners contact over het veranderde doolhof waar mensen doorheen moeten om op hun bestemming te komen. Er is een inzet op dat voertuigen die daadwerkelijk in het centrum moeten zijn daar ook kunnen komen. Degenen met een alternatief of die in het centrum niets te zoeken hebben moeten daar ook niet komen. De huidige werkzaamheden zijn juist gericht om de bereikbaarheid van het gebied op de lange termijn te garanderen.
Ook op de Wallen wordt heel specifiek gekeken naar wat er nodig is om de logistieke bereikbaarheid van dat gebied in de toekomst te borgen. Daarover wordt heel
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
nadrukkelijk overlegd met de ondernemers. Het kan helpen om te zorgen dat de bereikbaarheid daar op de lange termijn wordt gegarandeerd. Het lid SCHMIT wil weten wanneer de vergunningsplicht zal worden uitgerold. Wethouder MBARKI wil daarmee zo snel mogelijk aan de slag gaan, maar daar is er nog een financieel vraagstuk op te lossen, en daarna een handhavingsvraagstuk. Zodra hij daarmee zover is zal hij het lid Schmit daarvan als eerste op de hoogte brengen. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp op de raadsagenda is opgenomen. 9. Bespreken van de stand van zaken en vervolgstappen rondom het initiatiefvoorstel ‘Bescherm de Amsterdamse kroeg’ Vooruitgeschoven op verzoek van het lid Heinen. 10. Bespreken van de verbouwing winkelcentrum Amsterdamse Poort De VOORZITTER deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van het lid Badal en geeft eerst het woord aan mevrouw Simons voor het geven van een toelichting op het ongevraagde advies. Vervolgens kunnen raadscommissieleden vragen aan het stadsdeelcommissielid stellen, waarna de eerste termijn volgt. Stadsdeelcommissielid Zuidoost SIMONS brengt naar voren dat het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuidoost de stadsdeelcommissie heeft gevraagd om te adviseren over het plan openbare ruimte Amsterdamse Poort. Dat advies is op 25 maart gegeven, welk advies unaniem is aangenomen.
De stadsdeelcommissie is nog in afwachting van de beantwoording van het dagelijks bestuur. Omdat vandaag het aansluitende onderwerp winkelcentrum op de agenda staat, wil zij toch al graag de zienswijze toelichten. De stadsdeelcommissie vindt het heel belangrijk dat er sprake is van een integrale aanpak in de ontwerpfase van de openbare ruimte, met de transitie die plaatsvindt in het winkelcentrum Amsterdamse poort. De gemeente Amsterdam hanteert bij haar groeiambities, economische ontwikkeling en groei van het inwoneraantal de strategische keuze voor meerkernige ontwikkeling. Daarbij ligt de focus op de transformatie van drie stadsdeelcentra naar gemengde stedelijke centra met een uitgebreid aanbod van voorzieningen, winkels etc. Dit geldt ook voor de Amsterdamse Poort en ArenAPoort. Dit biedt kansen voor Zuidoost. Dit wordt ook genoemd in de Ontwikkelstrategie ArenAPoort, die als één van de stukken was toegevoegd aan de commissieagenda. Er is ook opgemerkt dat er nu sprake is van een scheiding tussen de westelijke en oostelijke kant van het trein- en metrospoor, dat dwars door Zuidoost loopt. De bezoekers aan de grote evenementenlocaties, zoals de Johan Cruijff Arena, AFAS en de Ziggo Dome, komen vooral aan de westkant van het spoor en komen vaak niet verder dan het Stationsplein en de routes richting de evenementenlocaties.
Aan de oostkant van de spoorlijn liggen het winkelcentrum Amsterdamse Poort en verder weg de woonwijken van Zuidoost. De stadsdeelcommissie vindt het daarom heel goed dat de gemeente nu concreet invulling geeft aan het voornemen, zoals ook is vastgelegd in de ontwikkelstrategie, om met ingrepen in de openbare ruimte meer samenhang te brengen in het gebied, de scheidslijn tussen de west- en oostzijde van de spoorlijn te verzachten en de beide helften meer naar elkaar toe te trekken. Daarvoor is het concept van een lifeline ontwikkeld, die de verschillende gebieden lopend van de Arenaboulevard dwars door het winkelcentrum tot aan het Anton de Komplein, met elkaar verbinden. Dat concept vindt de stadsdeelcommissie aansprekend. Er is veel aandacht voor groen en biodiversiteit, klimaatbestendigheid en het zijn van een prettige verblijfsruimte, waar het nu in grote delen vooral een doorgangsruimte is. Een aantrekkelijke verbinding tussen de verschillende gebiedsdelen wordt nog extra belangrijk als er de komende jaren grote
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
aantallen woningen bijkomen in Bijlmer-West, ten zuiden en noorden van de ArenA en er ook duizenden nieuwe bewoners bij komen. Ondertussen staat de concurrentiepositie van winkelcentrum Amsterdamse Poort sterk onder druk, Er is sprake van langdurige leegstand. Het winkelaanbod wordt als onvoldoende aantrekkelijk ervaren en de aanblik buiten is rommelig. Straten zijn opgebroken of afgesloten vanwege bouwwerkzaamheden. Winkels zijn daardoor slecht bereikbaar en de bewegwijzering is onvoldoende. Er is sprake van een groot contrast tussen de groeiambitie van de gemeente, vastgelegd in de openbare ruimte- en in de ontwikkelstrategie en de huidige situatie in de Amsterdamse Poort. Om een dergelijke ambitie te realiseren vanuit een bestaande situatie vergt een integrale aanpak. De inrichting van de openbare ruimte kan niet los worden gezien van de gebouwde omgeving en moet samenhangen met een visie en strategie hoe van de Amsterdamse Poort een aantrekkelijk winkelgebied is te maken met een divers en betaalbaar winkelaanbod, voorzieningenniveau en horeca, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de bewoners, bezoekers, ondernemers en organisaties.
Wat nu opvalt in de ontwerpfase van de openbare ruimte is aan de ene kant een hoog ambitieniveau wat betreft de kwaliteit van materialen en groen, maar dat ambitieniveau wordt eigenlijk nu al getemperd, omdat er niet voldoende middelen beschikbaar zijn voor beheer en onderhoud. In het ambtelijk jargon is dat niveau sober genoemd. Te lezen is in het advies dat eigenlijk nu al in de ontwerpfase rekening moet worden gehouden met het risico dat vuil en afval zich opstapelen in de plantenbakken, wat afbreuk doet aan de verblijfskwaliteit en uitstraling van het gebied. Het lid KABAMBA informeert naar de boodschap van de stadsdeelcommissie naar de raadscommissie toe en wat zij wil dat de commissie uit deze bespreking over de verbouwing van het winkelcentrum haalt. Stadsdeelcommissielid Zuidoost SIMONS vindt het belangrijk dat er nu al goed wordt nagedacht over de financiële dekking van beheer en onderhoud. Nu bevindt men zich in de ontwerpfase en als je dan niet genoeg middelen hebt kun je niet de beoogde kwaliteit bereiken. De stadsdeelcommissie zou graag willen dat bedrijven van wie de entree wordt verbeterd ook bijdragen aan aanleg, onderhoud en beheer. Verder is het belangrijk bij de inrichting van de openbare ruimte ook te kijken wat er in de panden gebeurt en of dat horeca- of winkelactiviteiten zijn.
Moet het winkelgebied vergelijkbaar worden met het Stadshart Amstelveen? Wil je dat daar cultuur, horeca en winkels allemaal door elkaar heen lopen, of wil je die juist focussen per gebied? Al die strategische keuzes bepalen ook de inrichting van de openbare ruimte. Er zijn nu veel horecalocaties waar veel wordt afgehaald en waar scooters af- en aanrijden door de ArenAPoort. Als dat blijft, is het heel belangrijk dat die bevoorrading aan de achterkant plaatsvindt, zodat afhalen niet in de winkelstraten gebeurt. Het lid KABAMBA wil graag weten wat de stadsdeelcommissie heeft vernomen over wat bewoners en lokale ondernemers met het winkelcentrum willen. Stadsdeelcommissielid Zuidoost SIMONS kan niet goed met ondernemers in contact komen, omdat er geen actieve winkeliersvereniging is. Individuele ondernemers maken zich zorgen en zouden willen dat er veel meer wordt nagedacht over wat men wil met het winkelcentrum als geheel. Dat vindt nu onvoldoende plaats. De geluiden zijn ook onvoldoende gesprek te kunnen voeren met vastgoedbeheerder CBRE, die nu vaak de eerste gesprekspartner is met de gemeente. Onder bewoners leeft de sterke wens van meer winkelaanbod, maar wel moet dat betaalbaar zijn en verschillende doelgroepen bedienen. Zij zijn bang voor gentrificatie en dat het winkelaanbod zich gaat richten op mensen met een beter gevulde portemonnee.
Eerste termijn Het lid BADAL verneemt na gesprekken met betrokkenen en uit het advies van de stadsdeelcommissie wat problemen bij de herinrichting van de Amsterdamse Poort. De communicatie tussen partijen verloopt nog niet goed. Zo zijn ondernemers van de
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Amsterdamse Poort niet meegenomen als stakeholder. Het lid vraagt of de wethouder dit beeld herkent. De Amsterdamse Poort heeft op dit moment geen actieve winkeliers en er is ook geen marktcommissie actief, die gesprekken namens hen kan voeren. Hoe kijkt de wethouder naar het idee om een winkelstraatmanager of omgevingsmanager aan te stellen om de herinrichting beter te coördineren, zoals ook geadviseerd is door de stadsdeelcommissie? De ondernemers in het gebied weten niet waar ze aan toe zijn, blijkt uit gesprekken die het lid heeft gevoerd en uit het advies van de staatsdeelcommissie. Daarom wordt de wethouder gevraagd een duidelijke tijdlijn met hen af te spreken en te zorgen voor doorlopende communicatie met de ondernemers in de Amsterdamse Poort. Om het winkelcentrum weer levendig te maken zijn concrete acties nodig. Zo bestaat de wens om de markt in het winkelcentrum plaats te laten vinden in plaats van op het Anton de Komplein. Het CDA wil weten hoe de wethouder naar dit voorstel kijkt. Bewoners en bezoekers ervaren de Amsterdamse Poort nu als een bouwput waar zij snel weer weg willen. Winkelstraten zijn opengebroken en parkeerterreinen zijn niet goed bereikbaar. Welke maatregelen kan de wethouder nemen om de overlast te verminderen? Te denken valt bijvoorbeeld aan het instellen van alternatieve routes.
Als men dit gebied wil neerzetten als tweede groot uitgaansgebied en als tweede stadshart van Amsterdam, dan moet dat in goed overleg met alle partijen. Gevraagd wordt of de wethouder daarin een rol zal spelen. Het lid KABAMBA sluit zich daarbij aan. De bewoners en de lokale ondernemers verdienen het gevoel te hebben dat dit goed zal gaan voor hetgeen zij graag willen in hun leefomgeving. Zij ondersteunt het om grote bedrijven aan het beheer en de inrichting te laten meebetalen, zoals Douwe Egberts en H&M. De angst voor gentrificatie is volgens het lid reëel in Zuidoost. Er wordt al jarenlang voor gewaarschuwd en het gebeurt langzaam. Daarop wil het lid graag een reflectie van de wethouder hebben, evenals hoe daarop wordt getoetst. Het lid vraagt wat er mogelijk is met betrekking tot de ontbrekende winkeliersvereniging, of lokale ondernemers hier gefaciliteerd worden en of er expliciet met CBRE naar meer betaalbare winkels wordt gekeken. Het lid NAMANE gaat de toekomst van de Amsterdamse Poort ook aan het hart, maar er staan oude plannen op de agenda, terwijl er sinds gisteravond een nieuw advies van de stadsdeelcommissie is, waarop het dagelijks bestuur nog niet heeft gereageerd. De verantwoordelijkheden zijn dus nog onbekend en wellicht kan de wethouder daarover iets zeggen.
Wethouder MBARKI vindt het ook ingewikkeld dat er nog geen advies is van het dagelijks bestuur van de stadsdeelcommissie. Daarom wil hij nog niet uitgebreid op dat advies reageren. De regie ligt namelijk bij het dagelijks bestuur. De VBOA (Verenigde Bizzen en Ondernemersverenigingen Amsterdam) heeft als soort verzamelkoepel van bizzen in de stad middelen ontvangen om ondernemers elkaar te laten helpen. Die vereniging is ook bezig om in Zuidoost iets op te zetten. De biz is ook geen heilige graal, maar ondernemers moeten zich vooral vertegenwoordigd voelen. Verhuurders verenigen soms ondernemers via een afdracht van de huur. Bezien wordt welke vorm het beste gaat werken. Over de suggestie om de stadsmanager daarop in te zetten moet hij zich laten adviseren door het dagelijks bestuur van de stadsdeelcommissie. Belangrijk is dat gebieden zich verder ontwikkelen en er sprake zal zijn van meer kernen. De zorgen van de commissie heeft hij vernomen en daarmee zal hij zich tot het dagelijks bestuur wenden. Op basis van antwoorden daarvan zal hij dan meer de verdieping ingaan. Het lid BADAL wil het onderwerp weer agenderen als het advies van de stadsdeelbestuurders is ontvangen.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
De VOORZITTER reageert dat het eenieder vrij staat om het onderwerp opnieuw te agenderen en stelt vast dat het agendapunt nu voldoende is besproken. 11. Bespreken van de raadsinformatiebrief en het programma Internationaal Verbinden 2025-2026 Eerste termijn Het lid IJMKER zegt de wethouder dank voor de nieuwe koers en is daarmee in algemene zin best blij. Wat betreft het vestigingsbeleid wordt er meer naar kwaliteit gekeken. Het viel het lid op dat een aantal indicatoren nog wel aanstuurt op groei, namelijk het aantrekken van een aantal bedrijven of start-ups per jaar. GroenLinks vraagt hoe dat zich verhoudt tot de nieuwe koers. GroenLinks miste ook reflecties op de risico's van groei, mogelijke nadelen of maatschappelijke kosten als gevolg van dit beleid en het aantrekken van meer bedrijven. Ooit heeft GroenLinks een poging gedaan een motie in te dienen over een MKBA-analyse voor deze koers, die hier een goed idee zou zijn. De gemeente geeft aan het onderwerp namelijk 2 miljoen euro per jaar uit, waarvan de gemeente de helft betaalt. Het is dus belangrijk om de verschillende kanten van maatregelen goed in kaart te brengen. Het voorstel van het lid is om de brede welvaartsscan hierop toe te passen, wat de raad vijf keer per jaar mag doen. Tot slot wil GroenLinks ter kennisnamestuk 13 laten agenderen voor de volgende commissievergadering.
Het lid HENDRIKS merkt op dat Amsterdam profiteert van internationale samenwerking, maar nu het moment is om haar Europese betrokkenheid te verdiepen. Het Draghi-rapport benadrukt hoe cruciaal Europese samenwerking is bij het aanpakken van grote maatschappelijke opgaven, juist om Europese competitiviteiten te vergroten. Toch ligt in het stuk de focus vooral op samenwerking binnen Nederland. Gevraagd wordt hoe de wethouder zorgt dat Amsterdam zich actiever verbindt aan Europese programma's en netwerken, zoals Interreg en Eurocities en of er andere concrete internationale partnerschappen en e-transities zijn waar Amsterdam zich bij aan wil sluiten. Ook wil het lid weten wat de Europese strategie is om deze uitdagingen samen aan te gaan. Daarnaast vindt VOLT dat de impact van bedrijven in Amsterdam en de MRA ook breder gemeten moet worden. Het gaat niet alleen om banen en investeringen, maar ook om CO2-reductie. De wethouder wordt een toelichting gevraagd op de monitoring van de impact van het beleid in de toekomst en het daartoe indicatoren toevoegen, zoals het lid IJmker al aangaf. Wethouder Scholtes kwam afgelopen week naar buiten met zijn programma over digitale onafhankelijkheid. VOLT vraagt om de toezegging dat er binnen de ICT-component van dit programma actief wordt ingezet op het gebruik van open source technologie en/of Europese alternatieven waar mogelijk.
Te denken valt aan cloud-oplossingen, digitale infrastructuur en softwareontwikkeling, die passen in het kader van de digitale autonomie. Tot slot stelt VOLT het onrustige en ongunstige werknemersklimaat in de VS aan de orde. Samen met Europese nationale collega’s heeft VOLT dit onderwerp recent geagendeerd in Brussel en Den Haag. In een brief aan de Europese Commissie is gepleit voor een stevig antwoord op de Amerikaanse braindrain. Nationaal riep VOLT al op tot snelle maatregelen om Amerikaans talent aan te trekken, dat juist nu hard nodig is in sectoren als klimaat, digitalisering en zorg, waar het tekort aan vaardigheden namelijk heel groot is. Daarom doet VOLT het voorstel om in Amsterdam met een gerichte strategie te komen om Amerikaans talent aan te trekken, omdat dit het moment is om te zeggen dat je in Amsterdam welkom bent als je dat in de VS niet bent. Het lid SCHMIT zag berichten dat internationale bedrijven zich steeds minder vestigen in de stad. Ook de tech-sector gaf een maand geleden aan dat Amsterdam steeds minder een hotspot is geworden, terwijl die natuurlijk een rijke historie heeft met Booking.com, Adyen, Thuisbezorgd en een enorm aantal start-ups en scale-ups. D66 vraagt
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
hoe de wethouder dit duidt en welke rol die ziet voor zichzelf binnen Amsterdam om zich in te zetten voor het aantrekken van internationale investeringen in de stad. Wellicht zouden mensen die uit Amerika weg willen als kenniswerker in Amsterdam aan de slag kunnen gaan. Het lid BRANTE informeert naar de precieze invloed van de in 2025 begonnen Amerikaanse president op het Amsterdamse vestigingsklimaat in 2024. In ProArtikel staat dat het aantal buitenlandse nieuwkomers slinkt sinds de stad haar wervingsbeleid heeft aangepast. Zo ligt de focus nu op het aantrekken van bedrijven die zich bezighouden met innovatie, duurzaamheid, energietransitie, de omslag van dierlijk naar plantaardig voedsel en op ondernemingen die vooral laag gekwalificeerde banen meebrengen. Wellicht is het dan volkomen logisch dat er minder bedrijven zich in Amsterdam willen vestigen. Men zou ook kunnen zeggen dat het nieuwe wervingsbeleid juist heel goed werkt. Het college verklaart de meeste bedrijven niet welkom en ze blijven netjes weg. Graag verneemt het lid hoe de wethouder dit ziet Wethouder MBARKI merkt op dat de cijfers voorliggen die met het nieuwe beleid te maken hebben, waarbij het om Rijksbeleid gaat. Het agentschap dat zich landelijk met acquisitie bezig houdt is van volume naar kwaliteit gegaan.
Die beweging is een aantal jaren terug al begonnen, bijvoorbeeld vanwege de schaarse ruimte, talent op de arbeidsmarkt en energiecongestie. Nu spelen ook geopolitieke ontwikkelingen mee. Er zijn maatregelen die ervoor zorgen dat Amerikaanse investeringen in de VS blijven, welke voorheen ook naar Europa kwamen. De stad heeft last van het vestigingsklimaat in Europa en Nederland, maar doet het nog best goed, omdat zij 30% van de bedrijven huisvest, ook nu. Het totaalaantal is echter geslonken en daarvan ondervindt de stad ook de effecten. De stad doet het economisch goed met een voorspelde economische groei van 3% tot 3,5% volgend jaar. Aantrekken van bedrijven is een strategisch instrument om te zorgen dat ecosystemen zich blijvend versterken. Wel moet de gemeente opletten om de juiste dingen te doen, ook voor de toekomst. Amsterdam is een belangrijke plek, met een bruto regionaal product van 200 miljard euro per jaar, 20% van het Nederlandse bnp. Vandaar zijn oproep aan het kabinet om met de stad mee te kijken. Hij maakt zich zorgen over de toekomstige sectoren. Gemaakte keuzen hebben te maken met economische groeisectoren. In het verleden acquireerde de stad op vastgoedketens en flitsbezorgers, maar dat gebeurt niet meer.
De gemeente ontbeert namelijk ruimte en de arbeidsmarkt piept en kraakt, zodat specifiek gekeken wordt naar ecosystemen met betrekking tot energie, verduurzaming, voedselopslag en een aantal andere. De gemeente moet alert blijven om een innovatieve stad te blijven. Bezuinigingen op kennisinstellingen helpen daarbij niet. De gemeente acquireert specifiek op de innovatietak en op wat er in het ecosysteem ontbreekt. De gemeente weert geen bedrijven en wat voorligt gaat om de actieve inzet om buitenlandse bedrijven in Amsterdam te laten landen. Er kunnen dus nog steeds bedrijven in Amsterdam landen zonder gemeentelijke inspanning, maar dat wordt wel ingewikkeld gezien de beschikbare ruimte, energie en arbeidsmarkt. Groei gaat niet specifiek over de groei van het aantal bedrijven, maar wel over de economische groei, die de stad nodig heeft om maatschappelijke opgaven te kunnen financieren. Grote transacties vragen ook economische groei. Wel is het goed te kijken wat de gevolgen van die groei zijn. De brede welvaartsscan is daarvan een voorbeeld. Een uitdaging is beleid kwantificeren, omdat het beleid geen directe invloed heeft op alle bedrijven die in Amsterdam zouden kunnen landen. De vraag is dan wat men dan precies gaat onderzoeken. Wel is het gesprek daarover te voeren.
Het rapport-Draghi ging erover hoe de voorlopergebieden in Europa, waarvan Amsterdam een voorbeeld is, nog meer te versterken zijn. Dat betekent keuzen maken die hij al heeft proberen te agenderen als het gaat om de keuzen die het kabinet moet maken. Amsterdam wil inzetten op technologie en innovatie, samen met kennisinstellingen en bedrijven. Dat vraagt ook om investeringen vanuit het Rijk in plaats van bezuinigen en het internationale karakter van universiteiten.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Wethouder Scholtes heeft een eerste stap gezet op de cloud-oplossing, maar dat kan Amsterdam niet alleen en zij moet daarbij ook op Europees vlak kijken. De huidige tijdgeest gaat daarbij ook helpen, ook vanuit defensieperspectief om autonomer te opereren. Bedrijven gaan daarbij helpen, wat specifieke acquisitie vraagt. Amsterdam heeft nooit geworven op landen, maar wel op sectoren. Er zijn nu wel recent meer aanvragen vanuit de VS. Het lid HENDRIKS begrijpt dat de inzet bij de ICT-strategie op open source en Europese bedrijven is gericht en vraagt of dat klopt. Wethouder MBARKI heeft gezegd het verstandig te vinden om dat te doen, maar niet dat het voorgestane beleid zich daarop direct richt, omdat er nu nog afhankelijkheid is van andere clouds. Hij is het ermee eens dat Europa moet bijschakelen, maar in de tussentijd moet men het ook met andere dingen doen, anders valt het stil. Het lid HENDRIKS wijst erop dat Amerikaans talent een veilige en mooie open stad zoekt en stelt voor het op dat punt anders te doen dan vroeger. Wethouder MBARKI maakt daarin geen onderscheid, maar het beleid was niet om daarop specifiek in te zetten. Hij ziet geen aanleiding om dat beleid te veranderen, maar iedereen blijft welkom. Hij ziet een toename van aanvragen uit de VS die de gemeente afhandelt zoals altijd is gedaan.
Werven gebeurt door met name bedrijven vooral op sectoren en niet specifiek op landen. Het lid Schmit informeerde naar tech-bedrijven en daarop reageert hij dat de gemeente inzet op technologie en innovatie, waaronder AI ook valt. Het versterken van ecosystemen op het gebied van innovaties blijft belangrijk, maar wordt nu nog urgenter. Het is belangrijk om dat in gezamenlijkheid te doen. De gemeente moet goed gaan nadenken over het zo goed mogelijk faciliteren van start-ups. Daarbij is het Rijk nodig, wat ook geldt voor grote bedrijven die in Amsterdam landen. Zij zullen altijd een toegevoegde waarde moeten hebben. Die zal Amsterdam faciliteren als zij daarmee haar ecosystemen kan versterken. Het gaat ook om health. Het staat buitenlandse bedrijven altijd vrij om in Amsterdam te landen. Het beleid gaat over de inzet die de gemeente zelf doet. De VOORZITTER stelt vast dat het lid IJmker behoefte heeft aan een midden bespreking van het onderwerp in de raadsvergadering. 12. Bespreken van de raadsinformatiebrief met een stand van zaken rondom het Impact Investeringsfonds en ontwikkelingen in het versterken van het impact ecosysteem Het lid SCHMIT is bijna acht jaar bezig met het versterken van het social impact fund en social enterprises in de stad, zodat het lid blij is met de inzet. Sociale ondernemers kunnen echt een mooie rol vervullen in de stad.
Ze mogen lekker winst maken, maar dragen ook bij aan de duurzaamheid en geven heel vaak mensen met een afstand op de arbeidsmarkt een extra kans. Een knelpunt is vaak dat social enterprises geen kapitaal hebben. Het fonds gaat daarbij helpen en de concrete vraag aan de wethouder is wanneer de volgende stap wordt gezet. Het lid IJMKER informeert naar de doelen van het fonds en wanneer de voortgangsrapportage en de eerste resultaten te verwachten zijn. Daarnaast wil het lid weten of er ook samenwerking is met het Community Wealth Building programma en wat er breder gebeurt aan de gemeenschapseconomie, die ook over impact van ondernemers gaat. Het lijkt het lid mooi om die zaken te combineren en niet apart te zien. Wethouder MBARKI waardeert de inspanning van het lid Schmit zeer, maar succes kent meerdere vaders. Er waren namelijk twee initiatieven, het Amsterdams Verbond en een verkenning naar het social impact fund. Het college zag het initiatiefvoorstel als een aanmoediging van hetgeen het aan het doen was. Binnenkort kunnen sociale
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
ondernemers van het fonds gebruik maken. Het gaat om leningen met een revolverend karakter waardoor ondernemingen verder te brengen zijn. Voor 1 juli hoopt het college de toekenning van de subsidie te kunnen afronden en daarna de raad een update te kunnen geven. Naar aanleiding van de vraag over community wealth building is een van de gestelde voorwaarden in de fijnmazigheid van de stad te gaan zitten. Het fonds is specifiek gericht op Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Dat community wealth building en de gemeenschapseconomie daarvan onderdelen zijn is evident. Verder voegt hij toe expliciet te hebben gemaakt om corporaties daarbij te betrekken, omdat dat direct de te stimuleren gemeenschapseconomie in de stad is. Doelstellingen zijn gelijk aan de doelstellingen van de gemeenschapseconomie. In dezen gaat het om het net zo belangrijke financieringsvraagstuk. Belangrijk is dat het om bedrijfsmodellen gaat, waarmee geld verdiend wordt om de lening op termijn te kunnen terugbetalen. Dat men een lening tegen heel goede voorwaarden kan krijgen gaat daarbij helpen. De VOORZITTER stelt vast dat raadsbehandeling niet gewenst is en dat het agendapunt voldoende is besproken. Jongerenwerk 13. Bespreken van de raadsinformatiebrief Intensivering Jongerenwerk 2025-2028 Vooruitgeschoven naar 7 mei 2025. Sociale Zaken 14.
Bespreken van de raadsinformatiebrief Start in Zuidoost, Nieuw-West en Noord met 120 tijdelijk gesubsidieerde banen en van het Wijzigingsbesluit Subsidieregeling Buurtbanen Amsterdam 2021 Vooruitgeschoven naar 7 mei 2025. 15. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake Meer Amsterdammers ondersteunen via sociaal netwerkpartners (reguliere werkgevers, Pantar en sociale firma’s) Vooruitgeschoven naar 7 mei 2025. 16. Bespreken van de reactie op motie 496 van 13 november 2024 van raadslid Kabamba over versterking van digitale toegankeijkheid voor diverse ouderen Vooruitgeschoven naar 7 mei 2025. Gemeentelijke vastgoed 17. Bespreken van de reactie op motie 590 (13 november 2024) van het lid Krom (PvdD) over ‘onderzoek hoe structurele financiering gevonden kan worden voor de onderhouds- en verduurzamingsopgave van het gemeentelijk vastgoed’ Vooruitgeschoven naar 7 mei 2025. 18.
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake voorkeurslocatie woonzorgvoorziening in stadsdeel Zuidoost Vooruitgeschoven naar 7 mei 2025. Democratisering (inclusief Bestuurlijk stelsel) 19. Bespreken van de beantwoording van het raadsadres over ‘Houd de Regeling Integraal Maatschappelijk Initiatief (RIMI) in leven’ Vooruitgeschoven naar 7 mei 2025. TOEGEVOEGDE BESPREEKPUNTEN Democratisering (inclusief Bestuurlijk stelsel) 20. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de evaluatie van het burgerberaad schone stad en de afdoening van de motie 595 van het lid Garmy Vooruitgeschoven naar 7 mei 2025. Sport en Bewegen 21. Bespreken van het uitbreidingsplan sportpark Kadoelen De VOORZITTER deelt mee dat het punt is geagendeerd op verzoek van het lid Krom. Eerste termijn Het lid KROM vindt het jammer dat opnieuw groen en sport tegen elkaar uitgespeeld moeten worden en dat de Partij voor de Dieren weer hetzelfde punt moet maken. Op sportpark Kadoelen moet een extra hockeyveld komen en eveneens gaat het over gebiedsontwikkeling, waardoor de druk op een sportclub toeneemt, waardoor die naarstig op zoek moet naar een extra ruimte om die druk op te vangen. De bescherming van elke snipper groen in de stad gaat niet alleen over het leefgebied van dieren, maar ook over behoud van biodiversiteit, het tegengaan van klimaatverandering en klimaatadaptatie.
De TAC (Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur) heeft al twee keer een negatief advies afgegeven voor de plannen. Het college heeft de verplichting om een complete stad te bouwen, waarbij voldoende sport wordt meegenomen in de plannen en waarbij de groei van de sportclubs al wordt voorzien in de bestemmingsplannen, zodat groen en sport elkaar niet elke keer de tent hoeven uitvechten. En ook dit punt maakte de TAC in een van de adviezen. Het lid citeert daaruit: “Stedelijke opgaven worden te gemakkelijk het groen ingeschoven.” Het lid verzoekt de wethouder een proactieve houding aan te nemen en het advies van het dagelijks bestuur niet af te wachten, zodat men kan zorgen voor voldoende ruimte voor sport, bijvoorbeeld voor extra ruimte voor deze hockeyclub. Als de wethouder dat niet wil zou hij kunnen kijken naar het alternatief geopperde plan, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de meer dan voldoende aanwezige parkeergelegenheden bij McDonalds en de andere naastliggende bedrijven. En er zitten bijvoorbeeld ook een sport- en tennisclub, waar ook heel veel parkeerplaatsen zijn, dus misschien kan de wethouder daar iets mee doen. Het lid BELKASMI vindt het belangrijk om te blijven bouwen aan een complete stad waar mensen kunnen sporten, naar het buurthuis kunnen en kunnen genieten van het groen. In een steeds voller wordende stad staat die ruimte steeds meer onder druk.
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Het vinden van een juiste balans tussen wonen, sport, groen en maatschappelijke voorzieningen is complex, maar absoluut noodzakelijk. Want je wilt in een stad leven waar dit allemaal mogelijk is en dat maakt deze casus opnieuw een ingewikkelde. De PvdA begrijpt het toevoegen van een sportvoorziening goed, zeker als die grotendeels op een verhard parkeerterrein komt. Waarmee het lid wel wat meer moeite heeft, is dat voor het realiseren van de parkeerplaatsen groen verdwijnt. Mensen moeten natuurlijk ook het sportpark met de auto kunnen bereiken, maar het is wel pijnlijk dat het groen daar eventueel ten koste van zou moeten gaan. De PvdA wil de wethouder alvast een aantal punten meegeven, namelijk in hoeverre er is gekeken naar alternatieve parkeerstroken in de directe omgeving. Zo zijn er voor de tennisvereniging bijvoorbeeld vijf oude parkeerplekken, waar nu fietsnietjes staan. Die fietsnietjes zijn iets eenvoudiger te verplaatsen. Verder wil het lid weten of ook is onderzocht of in de hoogte te bouwen is bij een nabijgelegen parkeervoorziening. Tot slot is de PvdA benieuwd hoe noodzakelijk de uitbreiding is van het aantal parkeerplaatsen in het licht van de invoering van betaald parkeren in de omliggende omgeving. Bekend is namelijk dat een dergelijke maatregel ook de parkeerdruk kan verlichten.
Het lid VAN PIJPEN stelt vast dat het punt is geagendeerd zonder dat er eigenlijk een officieel besluit wordt gevraagd over de uitbreiding van het sportpark Kadoelen. Dat maakt ook dat de commissie nog niet over alle stukken beschikt, zoals een advies van de TAK over deze nieuwe plannen. Daarnaar is GroenLinks heel erg benieuwd, met name over de uitbreiding naast het sportveld, over die verandering van het stuk groen aldaar. Daarover wil het lid eerst het advies van de TAC afwachten, juist ook omdat er nu nog geen definitief besluit nodig is. Het is nu ook een goed moment om de inzet hierbij helder te maken. Met de plannen komt er ook een nieuw parkeerterrein, want de parkeernorm moet worden gehaald op het park zelf. Dat kan en hoeft echter niet. Het lid vindt het hoog tijd om op een andere manier naar mobiliteit rond sportparken te gaan kijken, zodat samen met de uit- en thuisverenigingen wordt gekeken naar andere vormen van vervoer, pendelen vanaf OV-knooppunten of externe parkeerplaatsen. De vanzelfsprekendheid van parkeren in de hoofdgroenstructuur moet er volgens GroenLinks af. De hoofdgroenstructuur is er namelijk niet voor niets. Ook de stadsdeelcommissie is duidelijk, die ook zegt het niet te doen.
Daarom wordt de wethouder gevraagd om geen nieuwe parkeerplaatsen in het groen te plannen en juist nu al met verenigingen, sportbonden, sportouders, omliggende bedrijven en/of andere partijen alternatieven voor vervoer van en naar het sportpark te ontwikkelen. En dat is wat betreft GroenLinks niet vrijblijvend, maar de enige manier om de mobiliteit en dus parkeren te realiseren rondom sportparken in de hoofdgroenstructuur. Het lid BELKASMI stelt dat het soms gewoon nodig is om een auto te hebben om bij de sportvereniging te komen en vraagt of het lid Van Pijpen het daarmee eens is, zeker als er uit- en thuisspelende ploegen zijn die enorme afstanden moeten afleggen om op locaties te komen. Het lid VAN PIJPEN is het daarmee eens, zeker op dit park waar OV niet in de buurt is. Daarom heeft het lid het ook over pendelmogelijkheden en parkeren in de buurt met veilige looproutes om op het sportpark te komen. Natuurlijk moeten er bij het sportpark wel een aantal parkeerplaatsen overblijven, bijvoorbeeld voor mensen met een handicap. Het lid ASLAMI sluit zich aan bij de vragen van GroenLinks en de PvdA en denkt dat de TAC heel helder is, waarop de wethouder kan reageren. Veder vraagt het lid of sportvelden slimmer in te delen zijn.
Wethouder MBARKI vindt het eigenlijk een prematuur moment om het onderwerp te bespreken, zodat hij zich niet helemaal comfortabel voelt om de diepte in te gaan. Ook hij wacht op het advies van de TAC, evenals een advies van het dagelijks bestuur, zodat hij met veel voorbehoud begint aan de beantwoording.
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag, 26 maart 2025
Verschillende inzetten zijn door de partijen helder gemaakt. Een aantal zaken is niet onderhandelbaar, namelijk het laten stijgen van de beweegcijfers, wat spanning geeft ten opzichte van het groen. Op een later moment wil hij over het vraagstuk verder praten. Het lid VAN PIJPEN is het ermee eens dat de beweegcijfers omhoog moeten, maar het groenbehoud is ook niet onderhandelbaar, de reden waarom er een hoofdgroenstructuur is. Wethouder MBARKI zet twee belangrijke zaken tegen elkaar af en ergens moet dat dan tot een oplossing komen. Ruimte knelt echter. Hij stelt voor het gesprek later te vervolgen na ontvangst van adviezen van de TAC en het dagelijks bestuur. Het lid VAN PIJPEN benadrukt dat het hier vooral gaat om parkeren in plaats van sport. Er moet ruimte voor sport komen, maar dat wil niet automatisch zeggen dat er verharding komt in de hoofdgroenstructuur. Die afweging valt voor GroenLinks nadrukkelijk uit in het voordeel van het groen. Wethouder MBARKI heeft die herhaalde inzet gehoord. Het lid KROM heeft het punt geagendeerd om te voorkomen een volledig plan te moeten bespreken, zonder bijna de mogelijkheid om daarop nog iets aan te passen. Daarom heeft de Partij voor de Dieren het onderwerp eerder naar de commissie gebracht. Er zijn al twee negatieve TAC-adviezen en ook de stadsdeelcommissie is niet positief over het plan.
Daarom vraagt het lid de wethouder wat meer de regie te pakken en om nu meer invloed uit te oefenen. Wethouder MBARKI meent dat het proces ook zo is ingericht dat de regie begint waar die hoort. Het advies van het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie komt naar de raad, die vervolgens een oordeel moet vellen. Hij heeft geen enkele moeite met het scherp stellen van de inzet. Het is de Koninklijke route om ook het dagelijks bestuur daarvan iets te laten vinden. Het lid KROM vraagt om raadsbehandeling. De VOORZITTER zegt dat toe. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 17.00 uur.
31