CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20250227 FKD conceptagenda (gewijzigd)

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 27 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 27 februari 202527.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

15 alinea's met “pride”: 257 259 263 264 265 269 270 271 272 276 277 278 282 283 284

Ze staat hier positief tegenover en meldt dat de gemeente samen met het havenbedrijf al verkent hoe een Prodock 2.0 in het havengebied kan worden ontwikkeld.

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Wel waarschuwt ze dat het opnemen van de haven in het innovatiedistrictenbeleid niet wenselijk is. Innovatiedistricten richten zich op de clustering van bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in een stedelijke omgeving, terwijl de haven geen stedelijke omgeving is en dat ook niet moet worden. Daarom is het belangrijk om te spreken van een innovatiehub in plaats van een innovatiedistrict. Dit doet echter niets af aan het belang ervan, en inzichten uit de strategie voor innovatiedistricten kunnen mogelijk worden benut bij de verdere ontwikkeling van de innovatiehub in de haven. De wethouder geeft aan dat de gemeente samen met het havenbedrijf de mogelijkheden verkent voor een innovatiehub voor de energietransitie in het havengebied. Daarbij wordt ook bekeken of het nodig is om een kwartiermaker aan te stellen. Dit wordt op dit moment besproken met het havenbedrijf. Lid SCHMIT (D66) vraagt de wethouder om na afloop van de verkenning terug te komen naar de raad met de uitkomsten. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de raad op de hoogte gehouden zal worden van de voortgang van de innovatiehub in de haven. Ze belooft ook terug te komen op vragen over het afwegingskader brede welvaart, de investeringsbeslissingen van de haven, en de mogelijke opzet van een stoomnetwerk.

Ze bevestigt dat de havenbedrijven bezig zijn met het opnemen van de energiecoöperatie als best practice en dat er plannen zijn voor een nieuwe locatie voor de stadsnomaden. Wat betreft het hoogspanningsnet A9 Zuid, zegt ze dat de ontwikkelingen momenteel onduidelijk zijn door recente politieke veranderingen, maar dat er snel contact zal worden opgenomen met betrokkenen. Ze bespreekt verder de verwachting dat de dividenduitkering van het havenbedrijf de komende jaren zal afnemen, en benadrukt het belang van een evenwichtig dividendbeleid. Wat de toekomst van Damen betreft, zijn er gesprekken gaande met verschillende ministeries en de provincie Noord-Holland. Het doel is om de capaciteit van Damen in het Noordzeekanaalgebied te behouden, terwijl er ruimte wordt gecreëerd voor verdere ontwikkeling van Havenstad in Amsterdam-Noord. Tot slot meldt ze dat de uitspraak over het ADM-terrein wordt verwacht op 12 maart. Tweede termijn Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) maakt duidelijk dat hij vindt dat er geen goede reden is waarom de afbouw van aardolie in de haven zo veel trager zou moeten gaan dan de geplande stop op steenkool in 2030. Hij benadrukt dat het kabinet al in 2016 een harde stop op steenkool heeft ingesteld en vraagt zich af waarom aardolie zoveel langer zou mogen blijven, vooral in het kader van de klimaatcrisis.

Hij pleit ervoor om als gemeente, die volledig eigenaar is van het havenbedrijf, striktere maatregelen te nemen en de transitie naar aardolievrij sneller af te dwingen. Hij kondigt aan dat hij dit standpunt in een motie zal vastleggen. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt de wethouder of de informatie die de wethouder net voorlas over Bunge en de certificering, op papier beschikbaar kan worden gesteld. Dit zodat ze goed kan beoordelen of ze een motie wil indienen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de gevraagde informatie over Bunge en de certificering op schrift kan worden gesteld en naar de raad gestuurd. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER sluit de beraadslaging voor dit punt. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) stelt voor om ook agendapunt 11 en 12 in het middagdeel te behandelen. Dit wordt gehonoreerd, mits alle punten voor 5 uur behandeld kunnen zijn. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. 10.

32

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Bespreken van de aanvulling van de reservering van 100 miljoen euro uit de Begroting 2025 (VN2025-001085) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER heropent de vergadering. Eerste termijn Lid BURGERS (VVD) vraagt de wethouder om uitleg over de afwegingen die zijn gemaakt bij het besluit om de reservering naar 100 miljoen aan te vullen met het rekeningresultaat uit de najaarsnota 2024. De VVD wil weten hoe deze keuze is onderbouwd en of dit niet ten koste gaat van andere belangrijke uitgaven. Lid BOBELDIJK (SP) uit zijn bezorgdheid over de reserve van 100 miljoen die was ingesteld voor onverwachte kosten vanuit het Rijk, maar waarvan een deel werd gebruikt door de coalitiepartijen. Hij vraagt de wethouder om te verduidelijken hoe de reserve functioneert, vooral omdat andere gemeenten deze niet hebben. Daarnaast vraagt hij zich af hoe de reserve zich verhoudt tot de gemeentelijke schulden, aangezien deze waarschijnlijk hogere rente kosten dan de reserve oplevert, en of het mogelijk zou zijn om de schulden te verminderen en tegelijkertijd een buffer op te bouwen. Wethouder VAN BUREN legt uit dat elke gemeente een algemene reserve heeft, die nodig is om grote financiële klappen op te vangen. Ze bevestigt dat het rekeningresultaat, oorspronkelijk verwacht op 67 miljoen en later op 93 miljoen, inmiddels achterhaald is.

Het definitieve resultaat zal lager uitvallen door afwaarderingen op deelnemingen en andere factoren. Dit betekent dat de verwachte ruimte om moties en amendementen te dekken, grotendeels verdwenen is. Het college zal daarom in de voorjaarsnota geld uit andere delen van de begroting moeten vrijmaken om deze lasten te dekken. Lid BOBELDIJK (SP) vraagt hoe de 100 miljoen reserve zich verhoudt tot de gemeentelijke schulden, omdat de gemeente rente betaalt over de schulden. Hij vraagt zich af of het niet beter zou zijn om dit bedrag te gebruiken om schulden af te lossen, zodat er tegelijkertijd een buffer of speelruimte ontstaat. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de 100 miljoen reserve inmiddels niet meer in stand is, waardoor het lastig is om die direct in te zetten. Ze legt uit dat geld in de reserve rente oplevert, en dat de gemeente besloten heeft de algemene reserve aan te vullen en te behouden. Ze stelt voor om hier in de voorjaarsnota verder op in te gaan. Lid BOBELDIJK (SP) vraagt om een verdere toelichting in de voorjaarsnota over de verhouding tussen de rente op de schulden en de rente die de gemeente ontvangt op de reserve. Hij wil ook weten hoeveel flexibiliteit er ontstaat als een deel van de reserve wordt gebruikt om schulden af te lossen, zodat er minder rente betaald hoeft te worden.

Wethouder VAN BUREN biedt aan om gesprekken met de dienst DMC aan te bieden, mocht er behoefte zijn om dieper in te gaan op de zaken. Dit kan helpen om verdere verduidelijking te krijgen. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER sluit de beraadslaging op dit onderwerp en geeft aan dat dit verder besproken zal worden in de raad. Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol) 11. Bespreken van de berichtgeving over 'Schiphol vervuilt de omgeving met PFAS' (VN2025-001829)

33

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Eerste termijn Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) uit zijn bezorgdheid over Schiphol, dat volgens hem steeds meer lijkt op Tata Steel wat betreft het negeren van milieuwetgeving. Hij merkt op dat het milieutoezicht op Schiphol onvoldoende is, aangezien zelfs milieu-inspecteurs geen toegang kregen tot het terrein voor onderzoek. Hij vraagt het college om de OD aan te moedigen om grondiger onderzoek te doen, met name om mogelijke bodemsaneringen te voorkomen. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) sluit zich aan bij de zorgen van lid Meerburg en roept zowel de wethouder als Schiphol op om een einde te maken aan de problematische praktijken. Ze benadrukt dat het essentieel is om dit probleem bij de bron aan te pakken. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er schriftelijke vragen zijn gesteld over de kwestie, en dat zij de antwoorden afwacht om te bepalen wat de meest effectieve aanpak is vanuit de Schiphol-portefeuille. Ze staat open voor verdere actie en zal de kwestie bij de aandeelhoudersvergadering inbrengen als de informatie dit rechtvaardigt. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER sluit de beraadslaging op dit onderwerp. 12.

Bespreken van het onderwerp 'Een eind aan de zeecruise in Amsterdam' (VN2025002017) Eerste termijn Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) uit zijn frustratie over het feit dat er in de zomer van 2024 werd besloten dat de gemeente liever geen zeecruises meer wil, maar dat er nu nog tien maanden gewacht moet worden op een onderzoek over de mogelijkheid om de cruiseterminal naar de Coenhaven te verplaatsen. Hij richt zich met name tot de progressieve coalitiepartijen en vraagt zich af waarom er niet gewoon besloten wordt om de verplaatsing naar de Coenhaven ook niet door te laten gaan. Hij betoogt dat de vervuiling enkel wordt verplaatst en dat de klimaatschade niet opgelost wordt door de verplaatsing. Lid Meerburg is tegen zeecruises en pleit voor het stoppen van dit massatoerisme. Lid SCHMIT (D66) vraagt of het onderzoek naar zeecruises volgens de tijdplanning verloopt en of het inderdaad halverwege 2025 afgerond zal zijn. Daarnaast vraagt hij of de wethouder van plan is om in de huidige collegeperiode een besluit te nemen over het verwijderen van zeecruises uit de stad. Wethouder VAN BUREN legt uit dat het onderzoek naar zeecruises, in lijn met de motie, Amsterdam vaart beter zonder cruise, is uitgevoerd en heeft geleid tot een handelingsperspectief dat door het college en de raad is overgenomen.

Dit perspectief omvat een afbouw van de cruiseschepen tot 2035, met als doel dat vanaf 2027 alleen schepen met walstroom liggen en een afname van het aantal cruiseschepen. De wethouder benadrukt de noodzaak om de leefbaarheid en duurzaamheid voorop te stellen en met realistische stappen te werken. Er wordt verder gewerkt aan het onderzoek om de zeecruises volledig uit de stad te krijgen, maar dit gebeurt in overleg met alle betrokken partijen en met inachtneming van bestaande contracten en afspraken. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER sluit de beraadslaging voor dit agendapunt en geeft aan dat het onderwerp verder besproken zal worden in de raadsvergadering van april. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER schorst de vergadering. Dienstverlening

34

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

4. Vaststellen van de wijziging van de Legesverordening Amsterdam 2025 vanwege correctie tarieven evenementenleges (zoals opgenomen in de bijlage) (VN2025-000886) Dit punt wordt niet inhoudelijk behandeld. ICT en Digitale stad 5. Bespreken van de raadsinformatiebrief over het Jaarverslag 2023 van de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam (VN2025-001090) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER heropent de vergadering. Eerste termijn Lid IJMKER (GroenLinks) bespreekt het jaarverslag van de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam (CPA) en benadrukt het waardevolle werk dat de commissie doet. Ze bedankt ook voor de verhelderende technische sessie over hun rol. Ze heeft twee vragen. Hoe kijkt het college naar de rol van de CPA en de Functionaris Gegevensbescherming (FG), en wat is de verhouding tussen deze twee organen en de raad? Hoe worden de adviezen van de CPA opgevolgd? Ze vraagt ook of er een systeem is voor het opvolgen van aanbevelingen, vergelijkbaar met dat van de Rekenkamer, en hoe de terugkoppeling naar de CPA plaatsvindt. Lid GARMY (Volt) bedankt de CPA voor hun waardevolle werk en begeleiding bij digitale vraagstukken. Hij zou graag willen dat het CPA wordt uitgenodigd om het jaarverslag toe te lichten, zoals ook gebeurt bij de Rekenkamer en de ombudsman.

Verder vraagt hij wanneer er concretere stappen worden gezet op de toezeggingen die in de college-reactie op het CPA worden gedaan, aangezien deze vaak blijven bij intenties. Wethouder MELIANI legt uit dat de CPA, ondanks de invoering van de FG in 2018, nog steeds een belangrijke aanvullende en adviserende rol vervult. De wet heeft het toezicht bij de FG gelegd, maar de CPA blijft een extra waarborg bieden. De twee organen vullen elkaar goed aan en werken samen om de privacy van Amsterdammers te waarborgen. Wat betreft de opvolging van de adviezen van de CPA, meldt wethouder Meliani dat de ambtelijke secretaris de voortgang van deze adviezen zal monitoren. Indien nodig kunnen er vragen worden gesteld aan de betrokken directies. De opvolging van de adviezen zal vanaf 2024 worden opgenomen in het jaarverslag van de CPA, zodat de raad beter inzicht krijgt in de voortgang. Tot slot ondersteunt ze het voorstel om een vertegenwoordiger van de CPA uit te nodigen om het jaarverslag toe te lichten. Ze stelt voor om naast de ambtelijke secretaris ook de voorzitter van de CPA uit te nodigen, en zal dit voorstel doorgeleiden naar haar collega die verantwoordelijk is voor digitale zaken en ICT. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER sluit de beraadslaging voor dit agendapunt. Deelnemingen (excl. AEB en Schiphol) 6.

Bespreken van de proactieve rol ten aanzien van de veiligheid van reizigers en medewerkers van het GVB (VN2025-002020) Dit punt wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering.

35

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 7. Bespreken van het plan van aanpak moslimdiscriminatie (VN2025-001087) Eerste termijn Lid GARMY (Volt) benadrukt het belang van een stevige aanpak van moslimdiscriminatie in Amsterdam. Net als antisemitisme en racisme ondermijnt dit de samenleving en raakt het aan de kernwaarden van de stad. De strijd tegen discriminatie is een gedeelde verantwoordelijkheid, en mensenrechten kunnen alleen bestaan als we ze ook voor anderen verdedigen. Hij wijst op de zorgwekkende toename van incidenten en de impact op islamitische Amsterdammers, vooral jongeren die twijfelen aan hun toekomst in Nederland. Uit gesprekken met hen merkt hij dat velen worstelen met de vraag of ze echt deel uitmaken van de samenleving of slechts worden getolereerd. Hij trekt parallellen met antisemitisme en benadrukt dat er geen hiërarchie in leed is, alle vormen van discriminatie verdienen een krachtige aanpak. Hij steunt verschillende voorstellen van het Collectief Jonge Moslims. Hij vraagt hoe de gemeente jongeren structureel betrekt bij de bestrijding van moslimdiscriminatie, pleit voor extra investeringen in de veiligheid van moskeeën en wil weten welke maatregelen worden genomen tegen discriminatie op de arbeids- en stagemarkt. Ook stelt hij voor om rolmodellen en contactpersonen binnen de islamitische gemeenschap in te zetten om de meldingsbereidheid te vergroten.

Hoewel hij positief is over het plan van het college, zet hij vraagtekens bij de toegevoegde waarde van een stedelijke coördinator discriminatie en vraagt hij om verduidelijking van deze rol. Lid BOUHASSANI (PvdA) benadrukt dat moslimdiscriminatie diepgeworteld en genormaliseerd is in de samenleving. Het manifesteert zich in zowel expliciete vormen, zoals geweld en uitsluiting, als in subtiele, maar even schadelijke vormen zoals stigmatiserende opmerkingen en discriminatie op de arbeids- en woningmarkt. Ze wijst erop dat moslims in het publieke debat vaak als de ander worden neergezet. Ze deelt persoonlijke ervaringen met discriminatie en merkt op hoe dit voor veel Amsterdamse moslimjongeren een dagelijkse realiteit is. Een Europees rapport bevestigt dat meer dan de helft van de moslims in Nederland discriminatie ervaart, wat aantoont dat dit geen incidenten zijn, maar een structureel probleem. Experts waarschuwen dat moslimdiscriminatie steeds gewoner en extremer wordt. Daarom vraagt ze de wethouder hoe het college dit als een breed en structureel vraagstuk wil aanpakken, in plaats van met losse initiatieven. Daarnaast wijst ze op de tegenstrijdigheid tussen het Amsterdamse beleid, dat discriminatie bestrijdt, en landelijke ontwikkelingen die minderheden juist verder stigmatiseren.

Ze vraagt hoe de gemeente hiermee omgaat en of er een strategie is om deze tegenstellingen te overbruggen. Ze benadrukt ook het belang van zichtbaarheid en toegankelijkheid in de aanpak. Ze refereert aan haar eerder ingediende motie voor een communicatieplan om het meldpunt beter bekend te maken en de meldingsbereidheid te verhogen. Ze vraagt hoe deze motie wordt meegenomen en hoe de gemeente ervoor zorgt dat melders zich serieus genomen voelen. Tot slot pleit ze ervoor om Amsterdamse moslims niet alleen als doelgroep te zien, maar als actieve partners bij beleid, niet alleen op het gebied van discriminatie en veiligheid, maar ook onderwijs en werkgelegenheid. Ze werkt aan een voorstel om educatie over moslimdiscriminatie te bevorderen en lesmateriaal hierover beschikbaar te maken. Investeren in bewustwording en educatie is volgens haar cruciaal om de volgende generatie betere kansen te geven. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) spreekt met een dubbel gevoel over het plan tegen moslimdiscriminatie. Enerzijds is haar fractie blij dat de wethouder dit serieus neemt, anderzijds is het verdrietig dat apart beleid nodig is. Ze benadrukt dat moslimdiscriminatie steeds meer is genormaliseerd, en dat het landelijk beleid dit probleem zelfs vergroot. In Amsterdam kiest men

36

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

echter voor een andere koers, erkenning en zichtbaarheid van moslims als onderdeel van de gedeelde identiteit van de stad. Ze vraagt hoe deze aanpak concreet vorm krijgt binnen verschillende beleidsterreinen, omdat uitsluiting in meerdere leefgebieden speelt. Ook wil ze weten hoe kritisch wordt gekeken naar de eigen organisatie van de gemeente en hoe bewoners met discriminatie-ervaringen serieus worden genomen. Ze benadrukt het belang van samenwerking met moskeeën en organisaties zoals het Collectief Jonge Moslims, niet alleen ad hoc, maar structureel en breed binnen het beleid. Daarnaast vraagt ze hoe gendersensitiviteit wordt meegenomen in het beleid, met specifieke aandacht voor vrouwenorganisaties. Deze spelen een cruciale rol in het gevoel van erbij horen en in het vergroten van meldingsbereidheid. Ze noemt organisaties als Dappere Dames en Stichting Prachtvrouw en vraagt hoe zij worden betrokken bij het actieplan en ondersteund kunnen worden in hun werk. Verder sluit ze zich aan bij de PvdA over het belang van educatie en vraagt welke initiatieven er zijn binnen het onderwijs, zowel voor kennis over de islam als voor ondersteuning van leerlingen die met discriminatie te maken hebben. Tot slot prijst ze de week tegen racisme en discriminatie en vraagt hoe deze zichtbaarder kan worden en de hele stad kan bereiken.

Lid BILGIN (Forum voor Democratie) steunt het plan tegen moslimdiscriminatie en erkent dat de wethouder het probleem serieus neemt. Hij benadrukt dat discriminatie mensen belemmert in hun ontwikkeling, bijvoorbeeld bij het vinden van stages of banen, wat niet alleen nadelig is voor de individuen zelf, maar ook voor de samenleving door verspilling van talent. Hij wijst op de uitdaging rondom meldingsbereidheid. Bestaande meldpunten worden soms gewantrouwd omdat ze met de overheid worden geassocieerd. Dit zou ook een obstakel kunnen zijn voor de coördinator die de gemeente overweegt aan te stellen. Hij stelt dat zo’n aparte coördinator mogelijk overbodig is, omdat de wethouder deze taken zelf kan uitvoeren. Hij vraagt hoe mensen met wantrouwen jegens de overheid toch kunnen worden gestimuleerd om discriminatie te melden. Hij suggereert dat tussenpersonen, waarin mensen meer vertrouwen hebben, hierbij een rol zouden kunnen spelen. Tot slot ondersteunt hij het idee van Volt om jongeren meer te betrekken. Hij wijst op de nieuwe jongerenadviescommissie in Nieuw-West, die divers is samengesteld en waardevolle inzichten kan bieden. Hij moedigt de wethouder aan om met hen in gesprek te gaan. Lid LUST (D66) vindt het plan doordacht, met een goede balans tussen bewustwording en concrete handvatten tegen moslimdiscriminatie.

Zij is positief over de mogelijke aanstelling van een stedelijke coördinator antidiscriminatie en racisme. Ze wijst op het voorbeeld van Arnhem, waar zo’n functie al anderhalf jaar bestaat en voorkomt dat het thema verdwijnt door wisselende politieke stromingen. D66 vindt dat dit ook in Amsterdam een kans moet krijgen. Lid Lust richt zich specifiek op de pijler meldingen. Ze benadrukt dat de politie momenteel geen specifieke projectmeldcode heeft voor moslimdiscriminatie, maar wel van plan is dit in de toekomst te registreren. Ze vraagt de wethouder om duidelijkheid over de termijn waarop dit zal gebeuren, omdat inzicht in de problematiek essentieel is. Daarnaast wijst ze op de ernstige discriminatie die vrouwen met een hoofddoek ervaren. Uit meldingen blijkt dat zij vaak slachtoffer zijn van vijandigheid, ongelijke behandeling op de arbeidsmarkt en zelfs geweld. Tijdens een bijeenkomst in West werd gesteld dat 70 procent van de moslima’s met hoofddoek vijandigheid ervaart, terwijl slechts 3 procent aangifte doet of melding maakt. Vrouwenorganisaties gaven aan dat ze graag training willen om slachtoffers beter te ondersteunen. Omdat het plan van aanpak hier geen concrete actie voor bevat, wil ze dit onderwerp agenderen in de raad en een motie indienen om in deze behoefte te voorzien.

Lid KHAN (DENK) complimenteert de wethouder met het plan, dat als eerste in Nederland expliciet gericht is op de bestrijding van moslimdiscriminatie. Hij noemt het een kleine revolutie en hoopt dat het een voorbeeld zal zijn voor de rest van het land.

37

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Volgens hem is het essentieel om de oorzaken van moslimdiscriminatie te begrijpen, waarbij hij wijst op de manier waarop Nederland zijn identiteit definieert. Hij bekritiseert regeringspartijen die spreken van een joods-christelijke identiteit, waarmee volgens hem wordt uitgesloten dat de islam bij Nederland hoort. Hij benadrukt dat moslims al ruim 60 jaar onderdeel zijn van de Nederlandse samenleving, en dat de islam historisch gezien altijd verbonden is geweest met Europa, via Noord-Afrika, West-Afrika, Indonesië en het Ottomaanse Rijk. Lid Khan benadrukt de invloed van islamitische wetenschappers en denkers op de westerse beschaving. Hij noemt bijvoorbeeld algoritmes, die hun oorsprong vinden bij de islamitische geleerde Al-Chwarizmi, en islamitische bijdragen aan geometrie en architectuur. Hij stelt dat veel klassieke Europese gebouwen elementen bevatten die uit de islamitische wereld komen, zoals spitsbogen en glas-in-loodramen. Hij benadrukt dat, ongeacht iemands persoonlijke mening over de islam, het een feit is dat de islam al eeuwenlang onderdeel uitmaakt van Europa. Lid BILGIN (Forum voor Democratie) vraagt verduidelijking van de connectie tussen architectuur en moslimhaat. Lid KHAN (DENK) benadrukt dat de islam al eeuwenlang deel uitmaakt van Europa en roept moslims op zich niet als slachtoffers te zien, maar als volwaardige burgers die bijdragen aan de samenleving.

Hij bekritiseert de politieke keuze om Nederland als een joods-christelijke natie te definiëren, wat volgens hem bijdraagt aan verdeeldheid en discriminatie. Hij wijst op de dubbele standaarden in Amsterdam, moskeeoproepen stuiten op weerstand, terwijl kerktorens worden geaccepteerd, de ramadan wordt niet gefaciliteerd, maar stadsloketten zijn wel gesloten op christelijke feestdagen. Volgens hem gaat de weerstand niet over religie in het algemeen, maar specifiek over de zichtbaarheid van de islam. Hij pleit voor een identiteit gebaseerd op Amsterdamse tradities van gelijkwaardigheid tussen geloven en nietgeloven, zonder nieuwe tegenstellingen te creëren. Lid Khan benoemt de gevolgen van islamofobie, zoals discriminatie op de arbeidsmarkt, geweld tegen moslims en aanvallen op islamitische scholen. Hij stelt dat deze incidenten voortkomen uit een maatschappelijke hiërarchie waarin moslims als tweederangsburgers worden behandeld. Hij is blij dat de wethouder erkent dat er sprake is van anti-moslimracisme en vindt het belangrijk om dit probleem breed aan te pakken, omdat het ook niet-religieuze moslims en andere minderheden raakt. Daarnaast stelt hij dat moslimhaat niet alleen genormaliseerd is, maar zelfs overheidsbeleid is geworden. Hij wijst op moskeeën die bespioneerd worden, moslims die op terroristenlijsten terechtkomen en wetten die islamitische uitingen beperken.

Dit zou in een gezonde democratie tot een groot debat moeten leiden, maar volgens hem wordt het probleem genegeerd. Hij trekt parallellen met de opkomst van extreemrechts in Europa en waarschuwt voor de gevolgen van het negeren van deze signalen. Hij roept Amsterdam op om het goede voorbeeld te geven en zich uit te spreken tegen discriminerend overheidsbeleid. Hij stelt voor om beleid dat moslims benadeelt, voor te leggen aan het College voor de Rechten van de Mens, de EU of de VN Mensenrechtenraad. Ook pleit hij voor conferenties met Europese partners om islamofobie zichtbaar te maken. Lid BOBELDIJK (SP) benadrukt dat het politieke klimaat in Nederland en internationaal minderheden tegen elkaar opzet en haat zaait. Hij vindt het onvoorstelbaar dat partijen die haat verspreiden een bestuurlijke rol hebben gekregen. Hij verwijst naar de leider van de grootste partij van Nederland, die veroordeeld is voor haat zaaien, maar nog steeds dezelfde retoriek gebruikt. Volgens hem had het verkiezingsprogramma van deze partij, met discriminerende standpunten over de islam, niet in de koelkast moeten worden gezet om te kunnen regeren, maar volledig vernietigd moeten worden. Hij is blij dat Amsterdam nog een PVV-vrije gemeente is en pleit ervoor dat dit zo blijft.

Hij steunt het plan van aanpak tegen moslimdiscriminatie, maar maakt zich zorgen over de brede impact van het politieke klimaat. Hij roept op om niet op te geven in de strijd tegen discriminatie en haat zaaien. Daarnaast vraagt hij om aandacht voor de effectiviteit van de maatregelen, zodat

38

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

ze echt resultaat boeken en deze problematiek uiteindelijk niet langer op de agenda hoeft te staan. Lid DETERINK (VVD) vraagt naar de manier waarop de vorig jaar aangenomen motie over arbeidsmarktdiscriminatie is verwerkt in het beleidskader inclusie en antidiscriminatie, omdat hij dit niet duidelijk terugvindt. Daarnaast stelt hij een kritische vraag over de meldingsbereidheid in het plan van aanpak. Hij vindt het opvallend dat het verhogen van de meldingsbereidheid onder islamitische Amsterdammers expliciet als doel heeft om inzicht te krijgen in de groep die hen discrimineert. Dit wijkt volgens hem af van hoe er wordt omgegaan met andere vormen van discriminatie, zoals LHBT-discriminatie, waar het aanwijzen van specifieke groepen vaak als stigmatiserend wordt gezien. Hij vraagt de wethouder om een reactie op deze inconsistentie. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) verwijst naar eerdere besprekingen over antisemitisme, waarbij lid Deterink goede ideeën had over het Joodse leven en het belang van ontmoetingen tussen verschillende gemeenschappen. Ze vraagt de VVD of zij dezelfde urgentie zien voor het vergroten van de zichtbaarheid van islamitische Amsterdammers en het bevorderen van ontmoetingen tussen verschillende groepen. Daarnaast wil ze weten of de VVD denkt dat dit kan bijdragen aan het tegengaan van alledaagse vormen van discriminatie.

Lid DETERINK (VVD) geeft aan dat hij in zijn woonplaats veel groepen naast elkaar ziet leven zonder veel interactie. Hij zou dat graag anders zien. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER schorst de vergadering kort. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER heropent de vergadering. Wethouder MELIANI bespreekt haar persoonlijke ervaring met discriminatie en het belang van zichtbaarheid voor moslims in Amsterdam. Ze deelt hoe zij, als kind van islamitische achtergrond, zichzelf vaak onzichtbaar maakte om conflicten te vermijden, maar benadrukt nu dat het belangrijk is om volledig zichzelf te kunnen zijn, inclusief het uiten van religie. Ze stelt dat moslimdiscriminatie een structureel probleem is dat op verschillende niveaus, zoals op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en de openbare ruimte, voorkomt. Het plan van aanpak richt zich op vier pijlers, representatie en interactie, normerend handelen, meldingsbereidheid, en netwerken en kennisuitwisseling. De wethouder benadrukt dat het plan een eerste stap is, maar dat er nog veel meer moet gebeuren. Ze benoemt ook het belang van het verhogen van de zichtbaarheid van moslims in de stad, bijvoorbeeld via tentoonstellingen en campagnes. Daarnaast is er een focus op het verbeteren van de meldingsbereidheid en het versterken van samenwerkingen met maatschappelijke organisaties om structurele veranderingen te realiseren.

Ze verwijst naar de stedelijke coördinatie tegen discriminatie als een mogelijke stap om de aanpak te versterken. Lid BILGIN (Forum voor Democratie) vraagt of bij de verkenning van de stedelijke coördinatie tegen discriminatie ook rekening wordt gehouden met de resultaten van coördinatoren in andere steden, zowel binnen Nederland als daarbuiten. Wethouder MELIANI legt uit dat de verkenning naar een stedelijke coördinator voor antidiscriminatie in Amsterdam zich voorlopig richt op Nederlandse steden, met de ervaring in Arnhem als referentiepunt. Ze geeft aan dat ervaringen uit andere landen ook meegenomen kunnen worden als de verkenning verder vordert. Wat betreft de totstandkoming van het plan benadrukt ze dat er veel maatschappelijke organisaties bij betrokken zijn die zich specifiek inzetten voor de positie van islamitische vrouwen. Daarnaast werden inzichten van onderzoekers en nationale en lokale onderzoeken naar moslimdiscriminatie meegenomen. De wethouder beantwoordt ook de vraag van lid Bentoumya over de samenwerking tussen verschillende bestuurders. Ze legt uit dat het college breed achter het plan van aanpak staat en dat alle betrokkenen, waaronder bestuurders van verschillende portefeuilles zoals onderwijs en openbare orde, verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de maatregelen. Als

39

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

agenderend wethouder speelt zij een centrale rol in het bespreekbaar maken van het onderwerp binnen het college. Ze noemt de inzet van factsheets, die aan alle bestuurders verstrekt worden, zodat zij concrete handvatten hebben voor de uitvoering van het beleid. Dit zorgt ervoor dat het probleem van moslimdiscriminatie op een integrale manier in de stad wordt aangepakt. Wat betreft de betrokkenheid van moskeebesturen en andere organisaties benadrukt de wethouder dat het belangrijk is om brede betrokkenheid te waarborgen. De wethouder benadrukt het belang van voortdurende betrokkenheid van islamitische Amsterdammers bij het beleid. In maart staat een gesprek gepland met het Collectief Jonge Moslims over hun betrokkenheid bij de uitvoering van het plan. Daarnaast geeft ze aan dat er veel adviesraden zijn waarmee ze in gesprek wil blijven om inclusiviteit te bevorderen. Verder gaat ze in op de Week tegen Racisme, waar dit jaar activiteiten buiten de reguliere locaties plaatsvonden, bijvoorbeeld in Zuidoost en gericht op tieners. De wethouder benadrukt dat er bredere aandacht voor racisme is dan alleen moslimdiscriminatie. Voor de toekomst wil ze de activiteiten verder uitbreiden naar andere stadsdelen.

Wethouder Meliani reageert ook op vragen over gendersensitief beleid, waarbij ze aangeeft dat het plan van aanpak gebaseerd is op onderzoek en gesprekken met islamitische vrouwen, en dat de discriminatie die zij ervaren op de arbeidsmarkt, bij stages en op straat sterk toeneemt. Ze verwijst naar initiatieven zoals een bijeenkomst voor jonge moslimmeiden, waar ze samen in gesprek gaan over de uitdagingen die ze tegenkomen, en dat ze meer van dergelijke avonden wil organiseren. Ze gaat verder met het bespreken van de expertsessie die de institutionele aard van moslimdiscriminatie benadrukte. De wethouder erkent dat concrete maatregelen nodig zijn op verschillende beleidsterreinen, zoals onderwijs, arbeidsmarkt, en veiligheid, en dat deze lessen uit de sessie meegenomen zullen worden bij de verdere uitwerking van het plan. De wethouder benadrukt de noodzaak van gezamenlijke inzet voor inclusiviteit. Ze noemt Amsterdam een stad die gebouwd is op diversiteit en wederzijds respect, ondanks de nationale trends van verharding. Het voorbeeld van de foto-expositie van mensen met verschillende achtergronden die in gesprek gaan over hun verlies, wordt aangehaald als een teken van de positieve kracht van dialoog in de stad. Tot slot reageert ze op de vraag over de coördinator antidiscriminatie, waarbij ze het belang van de verkenning erkent.

Ze is ervan overtuigd dat zo'n rol noodzakelijk kan zijn om beter grip te krijgen op conflicten en discriminatie in de stad, maar benadrukt dat een definitief besluit nog moet worden genomen op basis van de verkenning. Ze geeft aan open te staan voor verdere gesprekken hierover. Lid BILGIN (Forum voor Democratie) wil graag nog een reflectie van de wethouder wat betreft de mogelijkheid van een tussenpersoon voor meldingen van discriminatie, in gevallen waarin er in de meldpunten zelf niet voldoende vertrouwen aanwezig is. Wethouder MELIANI antwoordt dat er meer aandacht en middelen naar de meldpunten gaan, zodat ze beter zichtbaar zijn in de stad, vooral door outreach naar wijken en samenwerking met vrouwenorganisaties. Ze is ervan overtuigd dat dit de effectiviteit van het meldpunt zal verbeteren. Als deze aanpak echter niet succesvol blijkt te zijn, staat ze open voor het idee van een tussenpersoon zoals voorgesteld door lid Bilgin, en zal ze daarover verder nadenken. Lid BOBELDIJK (SP) wil graag dat de effectiviteit van het plan wordt getoetst, om te bepalen wat het meest zinvol is en welke vervolgstappen nodig zijn om het probleem van discriminatie verder terug te dringen. Wethouder MELIANI zegt toe naar de effectiviteit te kijken. Verder geeft ze aan dat zij schriftelijk zal terugkomen op de vraag over stagediscriminatie.

Ze benadrukt dat wethouder Mbarki al bezig is met arbeidsdiscriminatie en dat het Amsterdamse stagepact mbo, opgesteld met bedrijven en onderwijsinstellingen, het uitbannen van stagediscriminatie als een van de kernambities heeft. Daarnaast erkent ze dat een specifieke zin in het plan onhandig is geformuleerd en mogelijk een averechts effect kan hebben. Daarom stelt ze voor om deze aan te passen.

40

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER sluit de beraadslaging op dit punt en geeft aan dat dit onderwerp verder behandeld zal worden tijdens de raadsvergadering in april. 8. Bespreken van de berichtingeving 'Gemeente maakte uitzonderingen op subsidieregels voor Queer Amsterdam' (VN2025-001088) Gevoegd behandeld met Evenementen 9. Bespreken van de ongelakte documenten van een afgehandeld WOO-verzoek inzake subsidie Queer & Pride Amsterdam 2023 en 2024 (VN2025-002054) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER geeft aan dat dit agendapunt geheime documenten bevat waarvan de inhoud niet in het openbaar besproken mag worden. Eerste termijn Lid DETERINK (VVD) uit kritiek op de organisatie Queer Amsterdam, die in 2023 en 2024 een deel van de Pride organiseerde en daarvoor veel subsidie ontving. Hij noemt amateurisme, slecht bezochte evenementen en uitzonderingen op subsidieregels als problemen. Hoewel het doel was om de Pride diverser en inclusiever te maken, vraagt hij zich af of dat is geslaagd. Lid Deterink wijst erop dat er veel gemeenschapsgeld is geïnvesteerd en wil bespreken wat dit heeft opgeleverd. Hij vraagt de wethouder waarom het beeld dat naar buiten werd gebracht positiever leek dan wat uit interne documenten en mediareconstructies blijkt.

Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) geeft aan dat de organisatie van Queer Amsterdam een experiment was en vraagt aan de VVD of zij de opbrengsten daarvan ook van waarde vinden. Lid DETERINK (VVD) bevestigt dat het experiment waardevolle inzichten heeft opgeleverd. Daarom pleit hij voor een uitgebreidere evaluatie, omdat een beoordeling op hoofdlijnen volgens hem niet volstaat om echte lessen te trekken. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) vraagt of de VVD, na de eerdere roep om meer evaluaties en cijfers, ook in gesprek is gegaan met de gemarginaliseerde groepen die Queer Amsterdam vertegenwoordigt. Lid DETERINK (VVD) stelt dat hij niet zozeer geïnteresseerd is in de cijfers, maar vooral in de lessen die getrokken kunnen worden uit het experiment met Queer Amsterdam. Hij vraagt zich af waarom de wethouder zo veel vertrouwen had in de organisatie na 2023, ondanks de problemen die naar voren kwamen, zoals slechte communicatie en slechte organisatie. Lid Deterink vraagt ook of er ooit een moment was waarop de wethouder overwogen heeft om de stekker eruit te trekken. Daarnaast uit hij zorgen over de signalen van oud-vrijwilligers, die een slechte sfeer en wanbeheer binnen de organisatie beschrijven. Ten slotte bekritiseert hij de uitzonderingen die zijn gemaakt op de subsidieregels, wat volgens hem niet kan vanwege het belang van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.

Lid NOORDZIJ (PvdA) vraagt of het volgens de VVD beter zou zijn geweest als Queer & Pride helemaal niet door zou zijn gegaan, gezien de uitzondering die gemaakt werd op de aanvraagtermijn. Hij wijst erop dat zonder die uitzondering het evenement überhaupt niet had kunnen plaatsvinden.

41

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Lid DETERINK (VVD) benadrukt dat het niet gaat om de uitzondering op de aanvraagtermijn, maar om het stapelen van subsidies, waarbij telkens uitzonderingen werden gemaakt. Hij wijst erop dat evenementenorganisaties die wel correct werken met de subsidieregels, hierdoor oneerlijk behandeld worden, omdat er telkens coulance werd verleend aan Queer & Pride, zoals bijvoorbeeld bij de eigen bijdrage die niet werd gehaald. Lid NOORDZIJ (PvdA) wijst erop dat de VVD in sommige gevallen bezwaar maakt tegen coulance en uitzonderingen, maar in andere gevallen geen probleem ziet, zoals bij Queer & Pride beide. Hij vraagt zich af wanneer de VVD nu precies een uitzondering wel of niet als een probleem beschouwt. Lid DETERINK (VVD) verduidelijkt dat de VVD altijd zorgvuldig wil omgaan met belastinggeld en daarom subsidieregels belangrijk vindt. Hij benadrukt dat de kwestie vooral gaat om het voorbeeld dat gesteld wordt met de constante coulance voor het evenementenfonds. Hij geeft aan dat zijn standpunt helder is en dat hij blij is dat de Pride doorging, ondanks de rommelige aanloop en het lange besluitvormingsproces. Hij benadrukt dat de evaluatie van het experiment te oppervlakkig is en niet voldoende de lessen trekt die nodig zijn.

Hij stelt dat het belangrijk is om te begrijpen of de gemarginaliseerde groepen die zich niet vertegenwoordigd voelden in de Pride zich nu wel vertegenwoordigd voelen, maar dat dit niet duidelijk wordt uit de korte evaluatie. Hij vraagt de wethouder of zij alsnog bereid is om een diepgaandere evaluatie te doen. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) vraagt hoe de VVD denkt dat de gemarginaliseerde groepen daadwerkelijk geholpen kunnen worden en hoe deze groepen op een effectieve manier het podium gegeven kunnen worden om hun problemen aan te kaarten. Lid DETERINK (VVD) legt uit dat de nieuwe opzet van de Pride ontstond uit een bredere dialoog waarin werd vastgesteld dat een deel van de gemeenschap zich niet vertegenwoordigd voelde. Hij benadrukt het belang van een grondige evaluatie om te bepalen of deze nieuwe aanpak daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het gevoel van inclusie voor die groepen, en of het de wens van de gemeenschap en de raad heeft vervuld. Lid VAN BERKEL (JA21) benadrukt dat de wethouder herhaaldelijk de eigen subsidieregels negeert door grote bedragen belastinggeld aan Queer Amsterdam toe te kennen. In 2023 ontving Queer Amsterdam 475.000 euro, een uitzonderlijke extra subsidie uit het evenementenfonds. Lid MOESKOPS (D66) geeft aan dat het afwijken van subsidieregels een collegebevoegdheid is die niet aan de raad voorgelegd hoeft te worden.

Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt zich af waarom er regels zijn voor subsidiëring als deze niet worden nageleefd. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) wijst erop dat de raad regelmatig is geïnformeerd over de hoogte van de subsidies voor Queer en Pride, onder andere via het evenementenfonds en verschillende brieven en mededelingen. Hij vraagt zich af wanneer JA21 bereid zou zijn om na te denken over de toekomst van Queer en Pride, in plaats van voortdurend te analyseren en mogelijk te zoeken naar kritiekpunten. Lid VAN BERKEL (JA21) merkt op dat het moeilijk is om vooruitgang te boeken in de raad en bij de wethouder, aangezien ze nog steeds wachten op de vaststelling van 2024, evenals voor Queer Amsterdam in 2023. Lid NOORDZIJ (PvdA) stelt aan JA21 of het volgens hen beter was geweest om de uitzonderingen niet te maken, zelfs als dat betekende dat Queer Amsterdam het evenement niet

42

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

had kunnen organiseren. Hij wijst erop dat JA21 zelf ook op de hoogte was van deze uitzonderingen en deze eerder had ontvangen in de schriftelijke beantwoording van vragen. Lid VAN BERKEL (JA21) stelt dat de beste optie volgens hem zou zijn om helemaal geen subsidie uit te keren, en verwijst naar de oorsprong van de Gay Pride, die aanvankelijk een initiatief was van de gay horeca in Amsterdam zonder dat er subsidie nodig was. Lid BOBELDIJK (SP) stelt dat er geen regels zijn overtreden, maar dat er gebruik is gemaakt van de bevoegdheid van het college. Hij pleit voor meer gepaste woorden, aangezien nu gesuggereerd wordt dat er onwettige handelingen zijn verricht. Lid VAN BERKEL (JA21) uit zijn frustratie over de situatie rondom de subsidiëring van Queer Amsterdam. Hij benadrukt dat hij zelf de woorden kiest die hij wil gebruiken en uit zijn boosheid over hoe er achter de schermen zaken worden geregeld. Lid Van Berkel verwijst naar geheime documenten en stelt dat er mogelijk meer aan de hand is dan wordt aangegeven, wat hij als problematisch ervaart. Lid Van Berkel benadrukt dat de organisatie van Queer Amsterdam 2023 bijna een half miljoen euro subsidie ontving zonder dat er sponsoring werd geworven, en dat in 2024 wederom een substantiële subsidie werd verstrekt, ondanks de belofte om strikter te beoordelen.

Hij beschuldigt de wethouder ervan regels te negeren om deze organisatie te steunen, wat volgens hem in strijd is met beginselen van behoorlijk bestuur. Hij vraagt zich af waarom de wethouder dergelijke uitzonderingen blijft maken voor Queer Amsterdam en wijst op de vertraagde vaststelling van de subsidies. Hij maakt zich zorgen over de transparantie en noemt de geheime documenten rondom de subsidiëring verdacht. Lid NOORDZIJ (PvdA) benadrukt dat er behoefte was aan meer diversiteit binnen de gemeenschap, wat leidde tot de keuze voor een tijdelijke oplossing. Hij spreekt zijn bezorgdheid uit over de moeilijke balans tussen de lange traditie van de Pride en de noodzaak om gemarginaliseerde groepen binnen de gemeenschap meer ruimte te geven. Hij stelt dat de gemeente een belangrijke faciliterende rol heeft, maar dat het succes van de Pride niet afgemeten moet worden aan de kwantiteit van de opkomst. Hij vraagt wanneer de gemeente zou ingrijpen als er niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor subsidies en vergunningen. Ten slotte benadrukt hij dat de strijd voor queeremancipatie een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, niet alleen voor de queergemeenschap, maar voor de samenleving als geheel, inclusief de gemeente.

Lid GARMY (Volt) benadrukt dat inclusie en diversiteit belangrijke waarden zijn voor de stad, maar stelt dat goed bestuur en transparantie even essentieel zijn bij het bevorderen van deze waarden. Volgens hem gaat dit debat niet over het bevorderen van diversiteit, maar over de beste manier om dit te doen. Hij uit zijn zorgen over de uitzonderingen op de subsidieregels die Queer Amsterdam kreeg, ondanks organisatorische problemen en onvoldoende verantwoording. Hij vraagt zich af wanneer en voor wie coulance moet worden toegepast, en of er duidelijke scheidslijnen voor zijn. Ook wil hij weten of bij de beoordeling van de subsidieaanvraag voor 2024 daadwerkelijk gekeken wordt of aan alle voorwaarden is voldaan en of er consequenties zijn bij tekortkomingen. Ten slotte vraagt hij zich af of de gemeente niet meer had kunnen investeren in de ondersteuning en professionalisering van het initiatief, in plaats van uitzonderingen op de financiële regels te maken. Lid BOBELDIJK (SP) haalt aan dat het nieuws over transmilitairen die in de VS het leger uit moeten, benadrukt hoe belangrijk het is dat groepen die zich minder herkend voelen in de Pride, zichtbaar zijn en een plek krijgen. Hij is blij met de doelstellingen van Queer Amsterdam, maar uit tegelijkertijd zijn kritiek, aangezien de resultaten op sommige momenten tegenvielen, wat ook erkend wordt.

Hoewel hij begrijpt dat het om een leerproces gaat en Queer Amsterdam een startende organisatie is, vindt hij het belangrijk om kritisch te kijken naar de toekenning van de subsidie, zeker gezien het hoge bedrag. Hij geeft aan dat er nu een andere methode komt met de Pride maand, maar verwacht toch meer reflectie op hoe de subsidie is toegekend en hoe het

43

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

leerproces is verlopen. Zijn vraag aan de wethouder is of er zaken zijn die zij anders zou aanpakken als ze nu opnieuw in dezelfde situatie zou staan, en of ze het proces anders zou doorlopen of hetzelfde zou doen. Lid MOESKOPS (D66) benadrukt dat de raad bewust koos voor samenwerking met Queer Amsterdam om Pride inclusiever te maken. De lessen van de afgelopen twee jaar zijn verwerkt in het nieuwe Pride-beleid, waaronder het Empowerment- en Zichtbaarheidsfonds. Ze onderstreept het belang van Amsterdam als een bastion van vrijheid en gelijkheid in een polariserende wereld. Hoewel de samenwerking met Queer Amsterdam moeizaam verliep, stoort het haar dat sommige bijdragen in het debat vol insinuaties en onjuistheden zitten. Ze wijst erop dat het college bevoegd is af te wijken van subsidieregels en dat deze besluiten openbaar zijn. Afwijkingen waren een direct gevolg van de wens van de raad om Queer Amsterdam een kans te geven. Ze stelt dat stilstand op het gebied van gelijkheid achteruitgang betekent en dat de politiek soms meer lef moet tonen. Ze vindt uitgebreide evaluaties nu niet zinvol, maar pleit voor een herziening van het beleid over een paar jaar. Tot slot vraagt ze of er nog verdere lessen te trekken zijn en of er consequenties volgen voor Queer Amsterdam nu de subsidies nog niet zijn afgerond.

Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) reflecteert op zijn persoonlijke ervaring met Pride en zijn jeugd in Friesland, waar hij als jongere al verlangde naar de vrijheid die Amsterdam bood. Hij erkent dat de queer gemeenschap divers en uitgesproken is, wat voortkomt uit een geschiedenis van achterstelling en strijd voor gelijkheid. Hoewel hij de uitdagingen rond Queer Amsterdam kent, ziet hij die als inherent aan emancipatieprocessen. Hij benadrukt dat vooruitgang niet vanzelf gaat en dat er altijd discussie en protest nodig zijn geweest. Lid Van der Veen roept de raad op om voorbij tegenstellingen te kijken en gezamenlijk in gesprek te gaan. Hij stelt voor om een technische sessie of werkbezoek te organiseren om de uitdagingen van gemarginaliseerde groepen beter te begrijpen en met elkaar de diepte in te gaan. Wethouder MELIANI begint met het belang van Pride en het ontstaan van de samenwerking tussen Pride Amsterdam en Queer Amsterdam. Er waren meerdere partijen die zich niet gehoord voelden, en de gemeente heeft zich ingespannen om hen samen te brengen. Dit proces was intensief en leidde uiteindelijk tot een afsprakenkader in december 2022, hoewel de aanvraagdeadline toen al verstreken was. Daarom werd een uitzondering gemaakt, zodat beide partijen hun subsidieaanvraag alsnog konden indienen. Ze verdedigt deze beslissing als rechtmatig en maatschappelijk noodzakelijk.

Ze stelt dat het de verantwoordelijkheid van het college is om uitzonderingen te maken als dat in het algemeen belang is. Ze erkent dat Queer Amsterdam een startende organisatie was en extra ondersteuning nodig had, maar benadrukt dat de gemeente zich in de toekomst terughoudender zal opstellen en strikter zal toezien op subsidieverlening. Wat betreft evaluatie geeft de wethouder aan dat er in 2023 al een evaluatie is geweest en dat het beleid voor 2025 al is vastgesteld. Een extra evaluatie op korte termijn acht ze niet zinvol, maar ze stelt voor om over twee jaar te kijken hoe het nieuwe beleid functioneert. Zo kan de effectiviteit ervan beter beoordeeld worden. Lid NOORDZIJ (PvdA) vraagt hoe de wethouder omgaat met de rol als subsidieverstrekker, vooral wanneer organisaties niet aan de subsidievoorwaarden voldoen. Hij wijst erop dat dit een grijs gebied kan zijn, zeker bij kleinere organisaties. Hij wil weten wanneer de gemeente ingrijpt en steun biedt, en wanneer er wordt besloten om een subsidie in te trekken of terug te vorderen. Wethouder MELIANI legt uit dat de situatie in 2024 anders is dan in 2023, toen de gemeente extra capaciteiten moest inzetten om verschillende partijen samen te brengen. Dit jaar wordt verwacht dat de betrokkenen zelf verantwoordelijk zijn voor de organisatie van Pride,

44

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

waarbij ze een professioneel communicatieplan moeten hebben. De wethouder geeft aan dat er altijd ruimte is voor extra ondersteuning als nieuwe situaties met kleinere groepen zich voordoen, maar benadrukt dat de gemeente ook een andere rol heeft in diversiteit en evenementenvergunningen. Verder reflecteert de wethouder op de moeilijke samenwerking met meerdere partijen en concludeert dat het belangrijk is om meerdere groepen de kans te geven bij te dragen aan de Pride. Het nieuwe beleid zorgt ervoor dat een grote organisatie de verantwoordelijkheid neemt, maar dat kleinere initiatieven meer ruimte krijgen om zelf aanvragen te doen. Ze benadrukt ook dat de procedures voor de subsidie en vergunningen zijn gevolgd en dat alles rechtmatig is gegaan. Tot slot zegt de wethouder dat de subsidie, na een evaluatie, lager is uitgevallen door niet uitgevoerde activiteiten en dat de uiteindelijke vastgestelde subsidie minder is dan oorspronkelijk was toegekend. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of de wethouder het niet gebruikte bedrag van de subsidie zal terugvorderen op Queer Amsterdam. Wethouder MELIANI verduidelijkt dat de subsidie voor de Pride van 2023 en 2024 is aangepast, omdat sommige activiteiten niet doorgingen en de kosten lager uitvielen dan oorspronkelijk begroot.

Dit heeft geleid tot een lagere subsidie, en een bedrag van 66.000 euro voor 2023 en 83.000 euro voor 2024 wordt teruggevorderd van Queer Amsterdam en de organisatie. Deze terugvorderingen zijn in lijn met de vastgestelde regels en de betrokken organisaties zijn hiervan op de hoogte. De wethouder benadrukt dat dit proces volgens de afgesproken procedures verloopt en dat alles rechtmatig gebeurt. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt de wethouder of zij erin is geslaagd om met Queer Amsterdam een diversere en inclusievere Pride neer te zetten. Wethouder MELIANI geeft aan dat het doel was om de Pride diverser en inclusiever te maken, in lijn met de wensen van de LHBTI-gemeenschap en de raad. Dit werd bereikt door een maandlange Pride te organiseren, waarin diverse organisaties, inclusief gemarginaliseerde groepen, zich konden aanmelden. Ze is overtuigd dat dit geslaagd is, aangezien de gemeenschap blij is met de naast elkaar bestaande initiatieven. Ze benadrukt echter dat ze kritisch was over de manier waarop Queer Amsterdam sommige mensen en de ambtenarij behandelde. Ze benadrukt dat ze altijd handelt in het belang van de LHBTI-gemeenschap, ondanks de nodige kritische benadering en strikte procedures.

Ook benadrukt ze dat als het geld niet goed besteed werd, het teruggevorderd wordt, en dat haar prioriteit altijd ligt bij rechtvaardigheid en het ondersteunen van kwetsbare groepen binnen de gemeenschap. Ze geeft verder aan dat het een eis was dat Queer ook sponsoring van anderen had. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt de wethouder of zij vindt dat het Queer Amsterdam is gelukt om voldoende sponsoren te vinden. Wethouder MELIANI legt uit dat Queer Amsterdam in een korte tijd als nieuwe organisatie veel moest organiseren, wat het moeilijk maakte om sponsoren te vinden. Ondanks de steun die ze kregen, hadden ze moeite om aan de eis van sponsoring te voldoen, maar ze zochten ook naar andere inkomstenbronnen. Ze benadrukt dat de eis voor sponsoring niet van de tafel is gegaan. Verder stelt de wethouder voor om vaker in gesprek te gaan met de betrokken organisaties en het belang van samenwerking te benadrukken, vooral met het oog op de World Pride in 2026. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER geeft aan dat agendapunt 8 in de raadsvergadering van april wordt besproken en sluit de beraadslaging voor deze agendapunten. TOEGEVOEGDE BESPREEKPUNTEN Deelnemingen (incl. AEB)

45

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

13. Bespreken van de raadsinformatiebrief en het verantwoordingsverslag over het verloop en de uitkomst van het AEB verkoopproces (VN2025-002300) Dit punt wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. 14. GEHEIM - Uiten van wensen en bedenkingen over AEB (VN2025-002304) Dit punt wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. TKN-LIJST Kunst en Cultuur TKN 1 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de afhandeling van motie 2081.19 inzake Onderzoek naar de ongelijkheid in huurbeleid voor cultuurinstellingen zoals het Nationale Opera en Ballet (VN2025-001696) TKN 2 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de inhaalslag Kunst en Cultuur in Zuidoost (VN2025-001690) TKN 3 Kennisnemen van raadsinformatiebrief ‘Stand van zaken Nationaal Slavernijmuseum – update december 2024’ (VN2025-001651) Lucht- en Zeehaven (incl.

Schiphol) TKN 4 Raadsinformatiebrief over uitfaseren giftige dampen en elektrisch taxiën van de vliegtuigen (TA2024-001256 afdoening toezegging) (VN2025-001537) Coördinatie Bedrijfsvoering TKN 5 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over gratis verstrekking menstruatiemiddelen (Afdoening motie Broersen) (VN2025-001389) Evenementen TKN 6 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de planning van het nieuwe evenementenbeleid (afdoening toezegging aan lid Moeskops) (VN2025-001752) Inclusie en Antidiscriminatiebeleid TKN 7 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Campagne om joden en moslims een gezicht te geven’ (Afdoening motie 626.23 Khan en Garmy) (VN2025-001760) TKN 8 Kennisnemen van de schriftelijke reactie op het advies kinderraad 20 juni 2024 (VN2025-001714) TKN 9 Kennisnemen van de beantwoording van de raadsadressen over ervaringen van Palestijnse Amsterdammers (VN2025-001823) TKN 10 Kennisnemen te nemen van de toekenning van de meerjarige subsidie voor de duur van drie jaar (2025-2027) aan het meldpunt DRA (VN2025-001805) Personeel en Organisatie

46

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

TKN 11 Kennisnemen van de raadsbrief Vervolgaanpak inclusie stadsdeelorganisatie Zuidoost, inclusief bijlagen (VN2025-001273) TKN 12 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de rectificatie overschrijding bezoldigingsnorm externe inzet (VN2025-001478) Financiën TKN 13 Kennisnemen van de afronding van de bestuursopdracht Inzicht in beleid, geld en keuzes (VN2025-000064) TKN 14 Kennisnemen van raadsinformatiebrieven over de achterstand bij betaling facturatie (VN2025-002096) SLUITING De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER bedankt de aanwezigen en sluit de vergadering om 22.10 uur.

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15312080/1