CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20250226 Conceptverslag OZA.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 26 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 26 februari 202510.562 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 26 februari 2025, starttijd 9.00 uur in vergaderzaal Willem Kraanzaal Woensdag 26 maart 2025

Voorzitter: R. Alberts Portefeuillehouders: wethouders Moorman, Scholtes (ag. pt. 8 en 9) Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuners: Saelman Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Abdi(PvdA), Belkasmi (PvdA), Bouhassani (PvdA), Runderkamp (PvdA), Van Pijpen(GL), Wehkamp (D66), Hylkema (VVD), Van der Kamp (VVD), Perdok (De Vonk), Emmerik (Partij voor de Dieren), Broersen (Volt), Vesseur (Volt), Haijen (SP), Hakiki (DENK), Badal (CDA), Kabamba (Lijst Kabamba Overige aanwezigen: Nadif (GL), Anouar (Kinderraad), Emmy (Kinderraad), Myra (Kinderraad), Yuna (Kinderraad), Tuzgöl-Broekhoven (Kinderombudsman)

1. ALGEMEEN GEDEELTE 1a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat bij de fractie CDA lid Havelaar wordt vervangen door lid Badal. Het lid Vesseur(Volt) wordt welkom geheten bij haar eerste aanwezigheid in de commissie OZA. Lid NADIF verwijst naar een rondetafelgesprek georganiseerd door de GGD over genitale verminking. Deze vindt plaats in de commissievrije week en zij roept de leden op zich hiervoor aan te melden. Lid PERDOK geeft aan dat zij het onderwerp dat in de vorige commissie door haar fractie werd ingebracht alsnog wil agenderen. Zij biedt haar excuses aan dat zij in de vorige commissie voortijdig de vergadering heeft verlaten. Wethouder MOORMAN verwijst naar de evaluatie van de lerarenagenda 2024 en de toezeggingen die daarbij zijn gedaan. Fractie GroenLinks vroeg naar de ervaringen van ‘Leraar voor één dag’. Lid Wehkamp vroeg naar de stand van zaken omtrent het kwaliteitskader van Anders Organiseren, alsmede naar het Project Onderwijsambassadeurs. Van dit laatste geeft de wethouder aan dat dit project van start gaat.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

De wethouder geeft aan dat het herstelhuis voor de toeslagengedupeerden in Zuidoost navolging krijgt met een huis in Noord aan de Distelweg. In Nieuw-West is er op korte termijn geen mogelijkheid tot het verwezenlijken van een herstelhuis. Zelfs met een richtbedrag en aanvullende ondersteuning laat de markt het op dit moment niet toe om hier een locatie voor te vinden. 1c. Vaststellen agenda De VOORZITTER verwijst naar de regels van de tentatieve vergaderorde, die eigenlijk niet toelaten dat er op de dag van de vergadering nog aanmeldingen worden geaccepteerd. Op basis van de eerdere aanmelding van agendapunten werd de vergadertijd op maximaal 5 uren gesteld met daarin een avonddeel van 90 minuten. De voorzitter stelt voor om de maximale vergadertijd op 5 uren te houden. Vervolgens somt de voorzitter de spreektijd per fractie op. Wegens gebrek aan bijdragen voor agendapunt 3, Benoemen lid Raad van Toezicht van Stichting Progresso, wordt dit punt gehamerd. Op voorstel van lid Havelaar (CDA) wordt agendapunt 10, Positie van verloskundigen en hulpverleners van de spoedeisende psychiatrie in het verkeer, doorgeschoven naar de volgende vergadering. De commissie gaat hiermee akkoord. De gewijzigde agendavolgorde luidt als volgt: 1.

Agendapunt 4, Bespreken van het advies van de Kinderraad 2024-2025 omtrent ‘Kinderen in Armoede’ in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Kinderraad; 2. Agendapunt 5, Rapport Kinderombudsman: ‘Anders behandeld’ , in aanwezigheid van de Kinderombudsman. Dit agendapunt zal gevoegd worden behandeld met agendapunt 6, Bespreken van de raadsinformatiebrief met de bestuurlijke reactie op het rapport ‘Anders behandeld’ van de Kinderombudsman van de Metropool Amsterdam. 3. Wethouder Scholtes zal de vergadering voortijdig moeten verlaten. Daarom zullen agendapunten 8, Raadsinformatiebrief stand van zaken kader sociale basis 2025, en 9, Voortgang project Beschikken op Maat, na agendapunt 6 aan de orde komen. Vervolgens stelt de voorzitter voor om de volgorde van de tentatieve agenda, zoals deze heden in de Dagmail is gepubliceerd, aan te houden. Het toegevoegde agendapunt 16, Afname van doelgroeppeuters in Zuidoost die voorschoolse educatie volgen, wordt behandeld na agendapunt 12. Op verzoek van Lid Wehkamp (D66) wordt agendapunt 11, Wijzigen van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 (VloA2019) ten behoeve van schooljaar 2025-2026, gehamerd. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 22 januari 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e.

Termijnagenda en bestuurlijke langetermijnagenda’s (BLTA), per portefeuille Hier zijn geen opmerkingen over. 1f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de volgende vergadering:

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

Op verzoek van het lid Wehkamp (D66) worden geagendeerd TKN-stuk 1, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘actuele cijfers lerarentekort 2024’ en voortgangsrapportage Lerarenagenda 2024 en TKN-stuk 5, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de bezuinigingen van het kabinet op het funderend onderwijs; De motivering voor deze verzoeken zijn in de Dagmail geplaatst. Op verzoek van het lid Van Pijpen (GL) wordt geagendeerd TKN-stuk 11, Jaarrapportage 2024 activiteiten naar nul nieuwe hiv infecties in Amsterdam in 2026. Lid Van Pijpen vindt het onderwerp belangrijk genoeg om te bespreken. Op verzoek van het lid Kabamba (Lijst Kabamba)wordt geagendeerd TKN-stuk 4, Kennisnemen van de reactie op motie 435 d.d. 13 november 2024 van de leden Kabamba, Veldhuyzen, Broersen en Koyuncu over het organiseren van Educatieve tours naar The Black Archives tijdens Black History Month. Lid Kabamba wil de reactie op dit onderwerp bespreken in de commissie. Lid NADIF bedankt namens betrokkenen voor de steun die spreekt uit de reactie op de motie onder nummer 347. 1g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL 2a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich twee insprekers gemeld.

Inspreker 1, Emmeline BIJLSMA spreekt in namens Brancheorganisatie Kinderopvang, inzake agendapunt 12, Initiatiefvoorstel van de leden Wehkamp c.s. getiteld Ruimte voor Kinderopvang. Inspreker BIJLSMA vestigt de aandacht op de Stelselwijziging door de staatssecretaris en zij geeft aan dat voldoende locaties en voldoende mensen hierbij essentieel zijn. Zij stelt vervolgens dat het niet voldoende is om de focus alleen te richten op de twee instellingen kinderopvang en school. Het gaat juist om samenwerking op infrastructuurniveau. Ook is variatie in aanbod van kinderopvang essentieel om alle ouders een plek kunnen bieden op een kinderopvang die bij hen en hun kind past. Het bevreemdt inspreker BIJLSMA dan ook dat sociale ondernemers die zich bezighouden met kinderopvang en zodoende bijdragen aan de sociale cohesie vanuit het openbaar onderwijs weggeduwd worden in plaats dat de diversiteit wordt omarmd en het belang van het kind en het gezin centraal wordt gesteld. Inspreker BIJLSMA roept de raad op om dit tegen te gaan en te sturen op een gelijk speelveld. Tenslotte noemt inspreker BIJLSMA twee opties die gunstig zijn voor de kinderopvang: 1. Jobcarving zou uitkomst kunnen bieden, maar de regels die gelden bij kinderopvang staan dit in de weg. 2.

De mogelijkheden van speelruimte voor kinderen te vergroten, zodat kinderen vaardigheden ontwikkelen die in de toekomst van groot belang zijn. Lid WEHKAMP vraagt hoe inspreker BIJLSMA kijkt naar het voorliggende voorstel en de reactie hierop.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

Inspreker BIJLSMA vindt het een goed voorstel en uit de reactie maakt zij op dat het college positief reageert op de initiatieven die genoemd worden. Zij vindt het jammer dat het bestaande beleid nu nog niet leidt tot voldoende locaties en mensen. Inspreker BIJLSMA benadrukt het belang van een intensivering van het beleid om tot oplossingen te komen. Inspreker 2, Yassir AIT HIO spreekt op persoonlijke titel, inzake agendapunt 5, Rapport Kinderombudsman: ‘Anders behandeld’ . Hij vraagt de commissie om hulp, aangezien hij sinds een aantal maanden niet meer welkom is op school. Hij geeft aan dat het te maken heeft met zijn achtergrond. 2c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2d. Rondvraag Lid ABDI verwijst naar een voorbeeld van huiselijk geweld. De vrouw die het overleefde deed haar verhaal in de media en beschrijft onder andere hoe de politie en hulpverlening vaak onvoldoende serieus op haar signalen hebben gereageerd, waardoor hulp vaak te laat kwam. Lid Abdi verwijst naar het voorstel dat zij indiende met de leden Nadif en Bakker om vrouwen zoals die uit haar voorbeeld te helpen aan de voorkant door middel van een ‘slachtofferdevice’. Zij pleit voor een pilot hiervan in Amsterdam naar voorbeeld van Rotterdam. Dit zou het voor de politie makkelijker maken om de vrouwen beter te beschermen.

Zij stelt de volgende vragen: − Wanneer gaat de pilot Slachtofferdevice van start in Amsterdam? − Is de wethouder bereid om samen met de burgemeester in gesprek te gaan met Reclassering om zo spoedig mogelijk met de pilot van start te gaan? − Welke alternatieven worden er momenteel onderzocht om vrouwen die slachtoffer dreigen te worden van geweld, beter te kunnen beschermen? Wethouder SCHOLTES is van mening dat Slachtofferdevice een goede manier is om vrouwen te beschermen en hij vindt dat de pilot zo snel mogelijk van start moet gaan. De pilot wordt geïnitieerd door de Reclassering in opdracht van het ministerie. Het is dan ook de Reclassering die aangeeft dat er gewacht moet worden tot de eerste uitkomsten in andere steden bekend zijn. Het Slachtofferdevice heeft een meerwaarde ten opzichte van de maatregelen die er nu bestaan om de dader bij het slachtoffer weg te houden en er kan sneller worden ingegrepen. De wethouder heeft gepleit voor een snelle invoering van de pilot in Amsterdam bij de Reclassering, maar dit heeft nog niet tot resultaat geleid. De wethouder zegt toe dat hij zich, samen met de burgemeester, blijft inzetten voor een snelle start van de pilot. In de ICT-systemen worden hier al voorbereidingen voor getroffen. Voor de aanpassingen van de personele inzet gaat de wethouder in overleg met de burgemeester, aangezien er ook sprake is van een veiligheidsaspect.

Lid WEHKAMP heeft geconstateerd dat het aantal startklassen is gestegen van 6 naar 14. Zij vraagt de wethouder dit te bevestigen. Ook wil zij weten of en op welke manier scholieren hierbij worden ondersteund. Wethouder MOORMAN schetst de aanleiding voor het opzetten van de startklassen, namelijk dat het doel is zoveel mogelijk kinderen naar het reguliere onderwijs te begeleiden. Nu lijkt het erop dat het grootste deel van de kinderen uit de startklassen

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

verder gaat in het regulier onderwijs. Meer startklassen is dus geen reden voor meer zorgen. Wethouder Moorman noemt eveneens een nieuw initiatief dat van start is gegaan, waarbij kinderen naar een onderwijsgroep kunnen gaan met extra zorg, zodat ook zij kunnen doorstromen naar het regulier onderwijs. Lid HAIJEN vraagt naar de positie van de startklas. Wethouder MOORMAN geeft aan dat dit verschilt per school. De startklassen zijn vooral bedoeld om de leerlingen op het niveau te brengen waarmee ze kunnen instromen in het regulier onderwijs. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 3. (GEHEIM) Benoemen lid Raad van Toezicht van Stichting Progresso (VN202500385) Dit punt wordt gehamerd. 4. Bespreken van het advies van de Kinderraad 2024-2025 omtrent ‘Kinderen in Armoede’ (VN2025-001014) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat een vertegenwoordiging van de Kinderraad zal aanschuiven, alsmede de Kinderombudsman. Zij heet de gastsprekers welkom. Zij zullen het onderliggende advies toelichten. De kinderen van de Kinderraad, Emmy, Yuna, Anouar en Myra brengen een aantal belangrijke punten en aanbevelingen uit het rapport onder de aandacht. Lid BOUHASSANI vraagt of de Kinderraad van mening is dat er momenteel voldoende activiteiten in de buurthuizen worden aangeboden voor jonge kinderen. Yuna (Kinderraad) geeft aan dat dit nog niet het geval is.

Zij vindt dat er meer activiteiten georganiseerd moeten worden, vooral voor kinderen die in armoede leven, zodat zij zich niet meer hoeven te schamen. Lid BOUHASSANI vraagt of je kunt zien op school welke kinderen in armoede leven. Emmy (Kinderraad) geeft aan dat via anonieme enquêtes bekend zou kunnen worden om hoeveel kinderen het gaat. Ook wordt duidelijk dat er sprake is van armoede, wanneer een kind niet kan deelnemen aan schoolreisjes, omdat de ouders dit niet kunnen betalen. Lid HAKIKI vraagt waar een vertrouwenspersoon ingezet moet worden. Anouar (Kinderraad) denkt dat een vertrouwenspersoon op school benaderd kan worden middels een briefje. De leerling kan dan na school of in de pauze met de vertrouwenspersoon in gesprek. Lid NADIF vraagt wat er voor kinderen georganiseerd kan worden om het zelfvertrouwen te vergroten.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

Myra (Kinderraad) stelt dat het meedoen aan activiteiten het zelfvertrouwen kan vergroten. In de buurthuizen moeten dan wel heel veel verschillende activiteiten worden aangeboden, zodat de kinderen kunnen ontdekken waar ze goed in zijn. Lid VAN DER KAMP vraagt of er mensen zijn die een rolmodel zijn voor wat betreft het zelfvertrouwen. Emmy (Kinderraad) geeft aan dat er inderdaad rolmodellen zijn, bijvoorbeeld bekende topsporters. In Amsterdam kunnen er nog wel meer rolmodellen komen. Lid PERDOK vraagt of het verschil zou maken als er trainingen zouden komen die de kinderen leren hoe ze om kunnen gaan met armoede. Zo zal schaamte voor armoede afnemen en zal het zelfvertrouwen groeien, stelt zij. Yuna (Kinderraad) vindt dit een goed idee. Kinderen kunnen er dan achter komen dat zij niet de enige zijn. De trainingen moeten dan in het buurthuis gegeven worden aan groepjes kinderen. Het moet niet meer nodig zijn dat kinderen zich schamen. Lid BROERSEN stelt voor om een vertrouwenspersoon in een buurthuis te plaatsen. Yuna (Kinderraad) vindt dit een goed idee, zodat het niet op school zichtbaar wordt dat een kind in armoede leeft. Lid KABAMBA vraagt op welke manier een vertrouwenspersoon het voor de kinderen zo leuk en goed mogelijk kan maken. Emmy (Kinderraad) geeft aan dat niet iedereen vertrouwenspersoon kan zijn, je moet daar wel voor zijn opgeleid.

Het is ook een pluspunt als een vertrouwenspersoon een ervaringsdeskundige is of als de vertrouwenspersoon het kind al kent. Maar het belangrijkste is dat het kind mag beslissen over de vertrouwenspersoon en kan aangeven wat het van de vertrouwenspersoon verwacht. De VOORZITTER geeft het woord aan de Kinderombudsman De Kinderombudsman benadrukt het belang van een vertrouwenspersoon, omdat het haar ervaring is dat kinderen in een problematische situatie het moeilijk vinden om erover te praten. Haar onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen dan heel graag met een vertrouwenspersoon willen praten. De Kinderombudsman beschrijft welke gevolgen het heeft voor een kind als het niet kan praten over de situatie waar het in zit. Ook geeft zij aan dat de Kinderraad een cruciale rol heeft; kinderparticipatie is niet vanzelfsprekend, maar wel heel belangrijk. Lid WEHKAMP vraagt hoe er nog beter kan worden geluisterd naar de kinderen. De Kinderombudsman geeft aan dat bij besluitvorming de kinderen niet altijd worden betrokken, ook niet als het gaat om beslissingen die voor kinderen belangrijk zijn. Zij verwijst naar een rapport dat is gepubliceerd en dat gaat over het gebrek aan jeugdparticipatie bij voetbal. De Kinderombudsman heeft een praatplaat ontwikkeld die aangeeft hoe je kinderen kunt betrekken bij belangrijke besluiten door vertrouwen te wekken en goede informatie te geven.

De VOORZITTER schorst de vergadering om 9.55 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 10.45 uur

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

De VOORZITTER stelt voor om bespreking van de agendapunten 4, 5 en 6 door te schuiven tot na de bestuurlijke reactie. Deze zal over ongeveer 6 weken worden gepubliceerd. Wethouder MOORMAN geeft aan dat de bestuurlijke reactie op het advies van de Kinderraad (agendapunt 4) binnen 6 weken bekend zal kunnen zijn. Zij stelt voor om dit sowieso op de agenda te zetten. De reactie op het rapport van de Kinderombudsman kan dan later worden besproken, aangezien dit niet tegelijkertijd hoeft. De commissie gaat akkoord met dit voorstel. 5. Rapport Kinderombudsman: ‘Anders behandeld’ (VN2025-000956) Dit punt wordt doorgeschoven. 6. Bespreken van de raadsinformatiebrief met de Bestuurlijke reactie op het rapport ‘Anders behandeld’ van de Kinderombudsman van de Metropool Amsterdam (VN2025002028) Dit punt wordt doorgeschoven. Publieke Gezondheid en Preventie 7. Gezondheidsmonitor jongvolwassenen 2024 (VN2025-000969) De VOORZITTER leidt het agendapunt in. Het is geagendeerd door het lid Wehkamp. Lid WEHKAMP wil graag een lans breken voor het maken van onderscheid in de gezondheidscijfers tussen mannen en vrouwen en aandacht te hebben voor gender. Als we dit onderscheid kennen, weten welke specifieke zorgen de jongvolwassenen hebben, kan er ook beter beleid worden gemaakt om die zorgen aan te pakken.

Ze geeft aan op één specifiek punt uit de Gezondheidsmonitor in te zullen gaan, de seksuele gezondheid. Uit het achterliggende onderzoek blijkt dat 13 procent van de meisjes gedwongen wordt tot een seksuele handeling en dat dit voor 7 procent van de jongens geldt. Hoe zit dit in andere delen van de stad? Amsterdamse jongeren vrijen vaker onveilig dan de gemiddelde Nederlandse jongere. Dat benadrukt het belang van vrij-veiligcampagnes. Kan de vraag worden toegevoegd of jongeren zich weleens hebben laten testen op een SOA? Of hebben ze vragen over anticonceptie? Verder zou het goed zijn om te onderzoeken hoe vaak jongens een condoom bij zich dragen. Ze kijkt uit naar het Beleidsplan Seksuele Gezondheid. Ze werkt momenteel aan een discussienota over seksuele gezondheid. Die wil ze graag in deze commissie bespreken, om samen vorm te geven aan het nieuwe seksuele gezondheidsbeleid. Lid VAN PIJPEN wijst erop dat GroenLinks en D66 gezamenlijk een voorstel hebben ingediend over gendermainstreaming. Het is van groot belang dat dit op dit soort gegevens wordt toegepast. In hoeverre kan dat gedaan worden? Uit de monitor blijkt dat de mentale gezondheid echt een issue is onder jongeren, dat er meer middelengebruik is en dat er vaak sprake is van onveilige seks. Positief is dat Amsterdamse jongeren meer sporten en bewegen.

Ze is benieuwd hoe deze gegevens verwerkt gaan worden bij de aanpak die er al is. Ze hoort hierover graag een reflectie van de wethouder. Lid RUNDERKAMP benoemt dat het niet goed gaat met de mentale gezondheid van jonge Amsterdammers. Hij benoemt een aantal cijfers hierover uit de Gezondheidsmonitor. Dit onderwerp is echter vaker geagendeerd in deze commissie. Hij noemt de ontwikkelingen in de monitor ten opzichte van 2022 licht positief, maar

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

vergeleken met de rest van het land zijn de cijfers niet goed. De grootste oorzaak daarvoor zit in het problematisch gebruik van sociale media. Dat probleem is in Amsterdam vele malen groter dan in de rest van het land. Hij ziet uit naar de uitwerking van het Programma Online leefwereld van jongeren. Hij pleit voor maatregelen om het overmatige gebruik van sociale media door jongeren terug te dringen. Lid VAN DER KAMP heeft een interruptie. Hij onderschrijft dat mobiele telefoons inderdaad een probleem zijn. Het is inmiddels landelijk beleid dat ze in de klas verboden zijn. Wat zou Amsterdam op dit punt nog meer kunnen regelen? Lid RUNDERKAMP vindt de landelijke richtlijn erg goed. Hij heeft nu niet direct dé oplossing wat er nog meer zou kunnen worden gedaan. Je zou wel iets kunnen doen aan de sociale media. Hij vindt het voorstel dat D66 in de Tweede Kamer deed om een leeftijdsgrens in te stellen van 15 jaar een goed idee en is ook positief over het beleid hieromtrent in Australië. Je kunt zoiets natuurlijk niet alleen in Amsterdam invoeren. Lid VAN DER KAMP heeft een vervolgvraag. Hij is het eens met de heer Runderkamp. Graag wil hij met hem verder nadenken over wat je nu nog extra zou kunnen doen in Amsterdam. Lid RUNDERKAMP geeft aan daar graag op in te willen gaan. Echter, zijn collega, het lid Abdi, is bezig met online veiligheid.

Hij stelt voor het lid Van der Kamp met haar in contact te brengen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Vesseur. Ze merkt op dat het haar eerste bijdrage is. Lid VESSEUR vraagt om in het Programma Online leefwereld jongeren expliciet aandacht te besteden aan digitale geletterdheid en mentaal welzijn in het digitale domein. Bijvoorbeeld door samen te werken met onderwijsinstellingen en experts op dit gebied. Ze pleit ervoor niet alleen in te zetten op weerbaarheid, maar ook op kennis. Voor haar fractie is het van belang dat ook de stem van jongeren zelf centraal staat bij de ontwikkeling en de uitvoering van zo’n programma. Ze roept het college op om structurele participatie van jongvolwassenen te waarborgen, zodat de maatregelen die worden getroffen daadwerkelijk aansluiten bij hun behoeften en leefwereld. Hoe gaat het college dit concreet vormgeven? Technologie moet een middel zijn dat ten dienste staat van publieke waarden en niet van de portemonnee van een techmiljardair of als middel om invloed uit te oefenen. Juist nu is het belangrijk dat publieke waarden, zoals privacybescherming, onafhankelijkheid van big tech, non-discriminatie en open standaarden mee worden genomen in zo’n programma.

Hoe zorgt het college ervoor dat publieke waarden in dit programma worden meegenomen in de digitale toepassingen, zodat ze bijdragen aan een eerlijke en inclusieve aanpak? Tot slot vraagt het lid Vesseur om bij de verdere uitwerking van het programma expliciet in te zetten op digitaal welzijn, jongeren actief te betrekken, technologie in te zetten op een manier die de publieke waarden waarborgt, want alleen zo kan een toekomstbestendige aanpak worden gerealiseerd die rechtdoet aan de uitdagingen van jongvolwassenen in Amsterdam. Lid EMMERIK wijst erop dat vorig jaar de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 is behandeld. In die monitor waren ook vragen over voeding opgenomen. Dit is ook voor jongvolwassenen belangrijk. Het lijkt hem waardevol om meer inzicht te krijgen in hun voedingsgedrag. Waarom zijn er in de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen geen vragen over voeding opgenomen? Volgens de GGZ maakt 75 procent van de jongeren zich zorgen over het klimaat. In hoeverre is, volgens de wethouder, een thema als klimaatstress ook van invloed op de mentale gezondheid van jongvolwassenen?

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

Lid KABAMBA benoemt dat jongeren op het gebied van mentale gezondheid slechter scoren dan anderen. Er is sprake van middelenmisbruik en risicovol socialemediagebruik. Op fysieke plekken is er steeds meer grip op jongeren, maar online is nog steeds sprake van een wild westen. De voorlichting hierover kan beter, al ziet zij wel dat dit serieus genomen wordt. Ze heeft het dan specifiek over seksualiteit, bescherming van het eigen lichaam en het online gedrag. Hoe worden de mentale en fysieke zorg voor jongeren in de praktijk gekoppeld aan de gendermainstreaming? Hoe kunnen jongeren actief beschermd worden tegen de negatieve gevolgen van excessief social-mediagebruik op een preventieve manier? Dus voordat ze tien of twaalf jaar oud zijn. En hoe wordt ervaringsdeskundigheid ingezet om jongeren met een divers etnisch-culturele achtergrond passende hulp te geven, ook vanaf jonge leeftijd? Wat doet de gemeente om de scholen en zorgverleners beter toe te rusten op de verschillen in signalering en de verschillen in begeleiding onder de verschillende genders? Ouders worden uitgenodigd bij het consultatiebureau. Daar krijgen ze veel informatie. Er zijn programma’s zoals de Gezonde School-aanpak. Hoe kan dit structureel verbeterd worden, zodat scholen en ouders die niet zo snel aan de bel trekken betrokken worden bij de problematiek? Daarbij duidt ze ook op preventieve acties.

Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de commissie een factsheet heeft ontvangen waar zeker niet alles in staat. Wie zich verder wil verdiepen in de cijfers kan terecht op ggdgezondheidinbeeld.nl. Daar staan bijvoorbeeld ook cijfers opgenomen over de klimaatstress die jongeren ervaren. Jongeren maken zich het meest zorgen over resp. de woningmarkt, stijgende prijzen, het klimaat en over oorlog. 53 procent van de jongeren heeft veel of heel veel zorgen over het klimaat. Dat is aanzienlijk meer dan het landelijk gemiddelde. Maar het is significant minder dan in 2022. Richting het lid Wehkamp geeft de wethouder aan dat in de monitor de genderverschillen worden meegenomen. 60 procent van de vrouwen maakt zich bijvoorbeeld zorgen over het klimaat tegenover 43 procent van de mannen. Het klopt dat over voeding nu geen vragen zijn gesteld. Wel zijn er vragen toegevoegd over social media. Dat is ook gedaan om de vragenlijst behapbaar te houden. Lid EMMERIK heeft een interruptie. Hij begrijpt het dat de enquête behapbaar moet zijn. Is het niettemin een optie om de volgende keer voeding via een, twee of drie vragen op te nemen? Wethouder SCHOLTES geeft aan het genoteerd te hebben als een van de wensen. Er is een breed bestuurlijk team Online leefwereld. Hij benoemt wie daar deel van uitmaken. Dit team kijkt naar wat er nodig is om jongeren beter te beschermen.

De publieke waarden, waar we allemaal voor staan, zijn daar leidend in. Hij hoopt dat het lid Vesseur ook lid wordt van de commissie FKD. Dan kan zij samen met enkele andere leden een harde kern vormen van mensen die echt veel afweten van dit onderwerp. Hij is het ermee eens dat digitale geletterdheid ook een belangrijk thema is. Daarom is dat een van de prioriteiten in de Agenda Digitale Stad. En daarom wordt hier volop in geïnvesteerd. Hij geeft hiervan een aantal voorbeelden. Recent was de wethouder in Brussel om te lobbyen om jongeren beter te beschermen tegen verslavende algoritmen. Veel social media zijn ontworpen om jongeren lang bezig te houden. Veel experts en wetenschappers hebben grote zorgen over wat het doet met het welzijn van jongeren. Het gebruik van social media is de laatste jaren opnieuw verder toegenomen. We zien ook steeds sterkere algoritmen. En we zien dat het met name op kwetsbare jongeren veel impact heeft. Het is dan ook geen vraagstuk of jongeren beter beschermd zouden moeten worden. In reactie op de oproep om jongeren te betrekken bij het onlineleefwereldvraagstuk geeft de wethouder aan het daar helemaal mee eens te zijn. Geprobeerd wordt om de stem van jongeren daarbij mee te nemen en samen met hen te ‘cocreëren’. Hij noemt hier enkele voorbeelden bij. Bij alle gegevens wordt er goed gekeken naar de verschillen tussen jongens en meisjes.

De uitkomsten worden gedeeld met de partners. Bij de online leefwereld wordt er

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

specifiek gekeken naar de relatie tussen de mentale gezondheid, slaap en het gebruik van social media. Daarbij wordt ook specifiek gekeken naar achtergrondkenmerken zoals gender. De wethouder wijst op de Landelijke Monitor Seks onder je 25e. Die wordt om de vijf jaar uitgevraagd. Die bevat veel meer vragen over seksuele gezondheid. De eerstvolgende komt in 2028. Hij vindt de vraag over gedeelde verantwoordelijkheid rondom anticonceptie een interessante. De wethouder had al toegezegd om het beleidsplan rondom seksuele gezondheid te actualiseren en daarbij specifiek naar gender en sekse te kijken. Daarin kan de gedeelde verantwoordelijkheid voor anticonceptie worden meegenomen. Alle collega-wethouders zullen ten aanzien van de monitor nagaan wat ze ervan kunnen leren als het gaat om gendermainstreaming. De expertise over hoe je omgaat met gendermainstreaming zit echt bij de hulpverleners en de aanbiedersorganisaties zelf. Het lid Runderkamp vroeg terecht aandacht voor de inspanningen van het lid Von Gerhardt op het gebied van mentale gezondheid. Ook is hij het ermee eens dat het zorgelijk is hoe de Amsterdamse jongeren scoren in vergelijking met de rest van het land. Wel zien we in andere grote steden vergelijkbare ontwikkelingen.

Wel is, ten opzichte van de vorige Gezondheidsmonitor, de mentale gezondheid op een aantal punten licht verbeterd, maar de cijfers zijn nog steeds schrikbarend. De VOORZITTER concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 8. Raadsinformatiebrief stand van zaken kader sociale basis 2025 (VN2025-000958) De VOORZITTER benoemt dat de Raadsinformatiebrief is geagendeerd door het lid Van Pijpen. Lid VAN PIJPEN is dankbaar voor de brief. Ze is er blij mee. Dat geldt ook voor het dashboard. Het is goed om te zien hoe het leren en de samenwerking met elkaar vorm krijgt. Ze heeft een vraag over het onderzoeksdeel, de monitoring. Van het kwalitatieve deel wordt aangegeven dat dat nog niet definitief is. Eerder brak zij een lans voor meer antropologisch onderzoek, om vanuit meer participatief langjarig onderzoek te kijken naar de impact van de sociale basis. Dat mist ze hier nog. Ten tweede wil ze weten hoe het nu verder gaat. En kan daar nog een keer met elkaar over worden gesproken? Lid WEHKAMP wil graag haar dank uitspreken voor al het gedane werk. Ze is zeer onder de indruk van het dashboard. Wethouder SCHOLTES licht toe dat per 1 januari dit jaar begonnen is met een nieuwe periode voor de sociale basis, voor een periode van zes jaar.

Hij is blij met de nieuwe werkwijze en met het dashboard. De monitor zal nog verder worden uitgewerkt en verfijnd. Hij stelt voor om, als de monitor nader wordt uitgewerkt, nog eens verder te spreken over wat we zien gebeuren in de stadsdelen. Hij zal nagaan wanneer dat het geval zal zijn. Hij herkent de vraag van het lid Van Pijpen over het kwalitatieve deel. Dat is echt ook het meest complexe onderdeel. In het klein zal er onderzoek worden gedaan naar de impact van het burennetwerk en de Odensehuizen. Hij denkt er nog over na hoe dat onderzoek nog breder kan worden gedaan. De wethouder dankt D66 voor de complimenten en zal die doorgeven aan zijn collega’s. Lid VAN PIJPEN heeft een vervolgvraag. In de brief staat dat dit onderdeel nog niet helemaal is uitgewerkt. Daarom is haar vraag: hoe gaat het verder uitgewerkt

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

worden? En wanneer krijgt de raad daar bericht over? En kan daar ook inbreng over worden geleverd? Wethouder SCHOLTES zegt toe snel te zullen delen op welk moment die stap zal worden gezet. De VOORZITTER concludeert dat er een toezegging is gedaan door de wethouder en dat het onderwerp voor nu voldoende besproken is. 9. Voortgang project Beschikken op Maat (VN2024-018683) De VOORZITTER leidt het agendapunt in. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Van Pijpen. Lid VAN PIJPEN geeft aan graag te willen weten hoe het staat met de voortgang met betrekking tot de aanschaf van een nieuw systeem. Ook verneemt ze graag hoe het programma van eisen wordt voorbereid. Ze heeft daarnaast nog een drietal vragen: − Hoe zit het met de risico’s van RIS Wijkzorg? En welk risicomanagement wordt daarop toegepast? − Kan er straks nog om een beschikking worden gevraagd? Zoals het nu geformuleerd staat lijkt het alsof dat niet meer het geval is. − Wanneer is er meer specifieke informatie beschikbaar, in besluitvormende zin? Lid BROERSEN sluit zich aan bij de gestelde vragen. Ze vindt het jammer dat er nu op drie belangrijke onderdelen geen voortgang plaatsheeft, doordat gewacht moet worden op het nieuwe systeem. Ze is benieuwd wat dit in de praktijk betekent voor het komende jaar. Ook voor de mensen zelf.

Wat wordt er met hen gecommuniceerd? Wethouder SCHOLTES brengt in herinnering dat al best lang bekend is dat RIS Wijkzorg als ICT-systeem niet meer naar wens functioneert. Vanaf volgend jaar januari moet de opvolger van RIS Wijkzorg er zijn. Hierover vinden nu goede gesprekken plaats met de buurtteams. Hij kan zich voorstellen dat GroenLinks hier meer over wil weten. Hij zegt toe een voortgangsbrief te zullen sturen in het tweede kwartaal. De beschikkingen kunnen niet aangepast worden in RIS Wijkzorg. Dus alle aanpassingen moeten handmatig, buiten het systeem om, worden gedaan. Het is dus niet wenselijk dat dat op grote schaal gebeurt. Gehoopt werd dat er een aanpassing zou komen in RIS Wijkzorg om dit wel mogelijk te maken. Besloten is nu echter om geen enkele aanpassing meer te doen in RIS Wijkzorg. Dit vanwege het risico dat het misgaat. De wethouder vindt het ook uitermate pijnlijk dat er nu door ICT-problemen geen stappen kunnen worden gezet, geeft hij in antwoord op het lid Broersen aan. Hij geeft aan er alles aan te zullen doen om, als het nieuwe ICT-systeem er is en goed draait, het zo snel mogelijk alsnog verder te zetten, zodat de beschikkingen langer en flexibeler ingezet kunnen worden. De VOORZITTER constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Het onderwerp is voor dit moment voldoende besproken. 10.

Positie van verloskundigen en hulpverleners van de spoedeisende psychiatrie in het verkeer (VN2025-002018) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de eerstvolgende commissievergadering OZA.

Onderwijs

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

11. Wijzigen van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 (VloA2019) ten behoeve van schooljaar 2025-2026 (VN2025-001824) Dit punt wordt gehamerd. 12. Initiatiefvoorstel van de leden Wehkamp c.s. getiteld Ruimte voor Kinderopvang (VN2025-001345) De VOORZITTER leidt het agendapunt in. Ze geeft allereerst het woord aan het lid Wehkamp. Lid WEHKAMP benadrukt dat Amsterdam een stad moet zijn waar iedereen kan wonen: jong en oud, arm en rijk en een stevige middengroep ertussenin, met en zonder kinderen. Daar horen alle faciliteiten bij om dat mogelijk te maken. Kinderopvang hoort daarbij. De beschikbaarheid daarvan staat in Amsterdam onder druk. Dat zorgt voor lastige situaties voor ouders en kinderen. Ze illustreert dit aan de hand van een aantal voorbeelden. Ook kinderen zijn gebaat bij kwalitatief goede kinderopvang. Op dit moment heeft niet elk kind dezelfde mogelijkheden. Kinderopvang moet een publieke voorziening worden. Tot het zover is moet bekeken worden wat er in Amsterdam kan worden gedaan om ruimte voor kinderopvang te geven. De nood is hoog. Ze legt uit waarom. Ze roept op om ruimte te maken voor kinderopvang. Er moet gezorgd worden voor genoeg fysieke ruimte en voor voldoende medewerkers. Daar richt het voorstel zich op. Ze is blij met de toezeggingen die in de bestuurlijke reactie staan. Wel denkt ze dat er nog wat meer stappen gezet kunnen worden.

Ze bedankt iedereen die heeft meegedacht over en meegewerkt aan het voorstel: alle experts, alle projectontwikkelaars, de kinderopvangorganisaties, de ambtenaren, de ouders en haar raadscollega’s. Lid BELKASMI geeft aan dat de PvdA eveneens van mening is dat er een groot tekort is aan kinderopvangplekken. Hij bedankt het lid Wehkamp en de mede-indieners voor hun inzet. Bij een aantal punten staat ‘ondersteunend aan beleid’. Hij wil het lid Wehkamp vragen welke verandering zij met dit voorstel hoopt te maken. En hoe gaat dit daadwerkelijk leiden tot meer ruimte voor kinderopvang? Lid WEHKAMP is blij dat er best een aantal punten is overgenomen. Ze benoemt deze zaken. Ze is van mening dat sommige elementen nog wat verbeterd kunnen worden, zoals het behoefteonderzoek. Daar worden de ouders nu niet in meegenomen. Het zou goed zijn als ook zij hun stem kunnen laten horen. Dan ontstaat er een completer overzicht. Ze is blij dat er gekeken zal worden naar panden waar ruimte kan worden gemaakt voor kinderopvang. Wel zou het goed zijn als er ook gekeken wordt naar bijvoorbeeld kadastrale splitsingen. Er wordt verwezen naar de IKC-vorming, waar dat niet nodig is, maar er zijn natuurlijk ook specifieke kinderopvanglocaties. Daar kan een definitieve bestemming wel mogelijk zijn. Ze licht uitgebreid toe dat ze met diverse schoolbesturen heeft gesproken in verschillende delen van de stad.

Zowel voor het onderwijs als voor de kinderopvang is het heel waardevol als daar meer samenwerking tussen komt. Bijvoorbeeld door middel van een structureel gesprek tussen de kinderopvangorganisaties en de schoolbesturen. De schoolbestuurders met wie het lid Wehkamp gesproken heeft, gaven zelf ook aan daar behoefte aan te hebben. De VOORZITTER merkt op dat er een verduidelijkende vraag was gesteld. Dit was niet alleen maar een verduidelijkend antwoord. Het was vooral een betoog. Ze checkt of er nog andere vragen aan de indiener zijn. Dat is niet het geval. Ze geeft vervolgens wederom het woord aan het lid Wehkamp. Lid WEHKAMP merkt op dat er al veel gezegd is. Ze bedankt de wethouder voor haar reactie. Ze vraagt de wethouder om een reactie op de punten die ze zojuist deelde.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

Dus het meenemen van de ouders bij het behoefteonderzoek, het beter bestemmen van panden en het meer betrekken van de scholen. Ook vraagt ze of er beleid kan worden gemaakt over het maximum aantal kilometers dat ouders afwonen van de kinderopvang. Lid BELKASMI vindt dat er in Amsterdam een goede balans moet zijn tussen woningen en maatschappelijke voorzieningen zoals huisartsen, kinderopvang, sportfaciliteiten en ontmoetingsplekken. Hij begrijpt de gedachte achter dit voorstel. Hij geeft zijn complimenten aan de opstellers ervan, voor het werk dat ze erin gestoken hebben. Ingewikkeld is wel dat de kinderopvang helaas een commerciële voorziening is. Daardoor is de rol van de gemeente enigszins beperkt. De wethouder doet binnen de mogelijkheden die zij heeft best veel om die ruimte alsnog te creëren, bijvoorbeeld via de onderwijshuisvesting. Hoe gaat er echt uitvoering worden gegeven aan dit voorstel, zodat het ook daadwerkelijk gaat leiden tot meer ruimte voor kinderopvang? Lid NADIF dankt het college voor de beantwoording. Ze merkt op haar collega Bouali te vervangen. Kinderopvang is een voorziening die erg nodig is in een grote stad. Tegelijkertijd is het een commerciële voorziening. Daar moeten we bewust mee omgaan. Het is van belang om echt te gaan voor de vraag die er is in de stad. Ze vindt het goed dat in de beantwoording staat dat daar echt oog voor is.

Verder gaf het lid Bouali aan dat het belangrijk is om goed te kijken welke obstakels er weggenomen kunnen worden voor combinatiebanen tussen kinderopvang en onderwijs, om op die manier een structurele oplossing aan te kunnen bieden voor de personeelstekorten in beide sectoren. Lid BADAL bedankt de initiatiefnemers voor dit voorstel. Ruimte voor kinderopvang is belangrijk. Het is goed dat in kaart wordt gebracht waar de tekorten zitten. Het CDA is voorstander van samenwerking met maatschappelijke organisaties. Goed kinderopvang geeft ouders de mogelijkheid om zich in te zetten voor werk, opleiding en persoonlijke ontwikkeling. Bovendien vergroot het hun maatschappelijke kansen. Het lid Badal staat eveneens positief ten opzichte van verbinding met het onderwijs en ziet daarbij mogelijkheden voor een stabielere leeromgeving. Er moet gekeken worden naar sterke lokale leerlijnen, waarbij kinderopvang, basisschool en voortgezet onderwijs goed op elkaar aansluiten. Daarnaast draagt goed georganiseerde lokale kinderopvang bij aan de sociale samenhang in buurten. Een praktische oplossing zou het uitbreiden van bestaande schoolgebouwen kunnen zijn met kinderopvangruimtes.

Daar zit wel een risico aan, want wat gebeurt er als zo’n school sluit of wil uitbreiden? Hoe kunnen we de kinderopvangruimtes bij scholen beter beschermen? Wethouder MOORMAN spreekt allereerst haar dank uit aan het lid Wehkamp voor dit initiatiefvoorstel. Het deed haar denken aan een initiatiefvoorstel van veertien jaar geleden door een niet nader te noemen raadslid. De ontwikkeling van kinderen staat hoog op de agenda in Amsterdam. Kinderopvang speelt daar een heel belangrijke rol in. Ze spreekt liever over het recht op ontwikkeling van kinderen dan over kinderopvang. Het is bovendien een functie die onder druk staat, ook vanwege regelgeving uit Den Haag die het niet makkelijk maakt voor gemeenten om daarop te sturen. Ze wijst erop dat in de gemeentelijke verordening staat dat elke school die wordt gebouwd een IKC moet zijn. Daarmee wordt dus ook steeds meer ruimte gemaakt voor voorschoolse en kinderopvangfuncties. Daarnaast zijn er panden buiten de scholen die een maatschappelijke bestemming hebben, die in de helft van de gevallen in het bezit zijn van de gemeente, die ook die functie vervullen. De ontwikkeling die er nu is om vanuit het openbaar onderwijs samenwerking op te zoeken met de kinderopvang juicht ze zeer toe. Het is goed om scherp te blijven kijken naar het beleid en na te gaan of de dingen die worden gedaan de juiste dingen zijn en of het niet nog beter kan.

Dit initiatiefvoorstel heeft daar zeker toe geleid. Er is veel sprake van ondersteuning van beleid, maar er wordt ook wel degelijk gekeken of het op de juiste wijze wordt aangepakt. Een impuls voor de sport-BSO is daar een voorbeeld van. Daar kan inderdaad nog wat worden bereikt. Het lid Wehkamp vroeg nog naar een aantal punten waarvan het college heeft aangegeven die niet te gaan doen, zoals het behoefteonderzoek. Er komt namelijk een

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

nieuw financieringsstelsel. Daar heeft het college veel zorgen over. Het zal er namelijk toe leiden dat ouders met een laag inkomen er totaal niet van gaan profiteren. Er zal daarnaast verdringing gaan ontstaan. En de prijzen zullen door schaarste opnieuw gaan stijgen. Ze hoopt dat er van alle kanten stevig geageerd zal worden tegen het nieuwe financieringsstelsel. Het zal zeker wat gaan doen met de vraag. Daarom denkt ze dat een onderzoek nu niet zo zinvol is. Ten tweede denkt ze dat de antwoorden die in het behoefteonderzoek gegeven worden niet tot ander beleid zullen leiden. We weten namelijk al dat er op sommige plekken schaarste is en daar wordt al aan gewerkt. Lid WEHKAMP geeft aan het voorstel van veertien jaar geleden van het toenmalige raadslid Moorman te hebben gelezen. Daarin werd ook om een behoefteonderzoek gevraagd. Ze hoopt dat het mogelijk is elkaar op dit punt toch te kunnen vinden. Wethouder MOORMAN geeft aan dat er in de afgelopen veertien jaar gelukkig wel het een en ander is gedaan. Er zijn ‘groene gebieden’ in Noord en er zijn zeker ook gebieden in Noord die op ‘rood’ staan. Ook in Weesp is er op dit moment een knelpunt. Daar wordt op dit moment razendsnel bijgebouwd.

Ze vindt het fijn dat in de commissie door de verschillende fracties breed wordt onderstreept dat het heel verdrietig is dat de zorg voor de allerkleinsten en de meest kwetsbaren in onze samenleving aan de commerciële markt is overgelaten. Het zou goed zijn om met elkaar na te denken of dat nu wel zo verstandig is. Het is niet zozeer de bestemming die het probleem is, want het heeft allemaal een maatschappelijke bestemming. De huurcontracten en het juridisch eigenaarschap zijn veel meer het probleem. Lid WEHKAMP geeft aan dat als je het vast bestemt als ‘specifiek voor kinderopvang’ in plaats van ‘maatschappelijk’ dan kan er niks anders komen dan een kinderopvang, terwijl ‘maatschappelijk’ veel breder is. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dat niet kan. Ook onderwijs heeft als bestemming ‘maatschappelijk’. Een bestemming ‘kinderopvang’ bestaat niet. Het lid Nadif had een vraag over de combinatiebanen. Ze geeft aan dat de kinderopvangorganisaties daar zelf over gaan. Er zijn echter ook stimuleringsmaatregelen. Ze wil graag wijzen op een heel mooi initiatief in Nieuw-West, een onderdeel van het Nationaal Programma. Daar worden met name moeders van kinderen op school opgeleid tot kinderopvangmedewerker. Er blijkt ontzettend veel behoefte aan. Het mes snijdt daarbij aan alle kanten. Ze licht dit kort toe.

Lid NADIF geeft aan dit ook een mooi voorbeeld te vinden met het oog op emancipatie en financiële onafhankelijkheid voor deze groep. Ze hoopt dat dit verder kan worden uitgebreid over de stad. Wethouder MOORMAN geeft aan dat er in Zuidoost iets vergelijkbaars plaatsvindt. Ze licht dat voorbeeld kort toe. Uit beide voorbeelden zullen zeker lessen getrokken gaan worden. Ze geeft aan de woorden van het lid Badal als zeer ondersteunend te hebben ervaren aan het initiatiefvoorstel. Ze is daar blij mee. Ze hoopt dat ook de Tweede Kamerfractie van het CDA tot het inzicht is gekomen dat kinderopvang ontzettend belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen. De VOORZITTER vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Lid WEHKAMP vraagt de wethouder om de scholen beter te betrekken bij het realiseren van de combinatiebanen. Het Nova College in Noord doet dit al heel goed. In het initiatiefvoorstel wordt voorgesteld om bijvoorbeeld een link te leggen met de

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

Onderwijsregio. Hierdoor zouden de combinatiebanen veel beter benut kunnen worden. Vanuit het onderwijsveld is aangegeven dat daar behoefte aan is. Wethouder MOORMAN geeft aan te kunnen kijken of daar een haakje voor is, om het daar in te brengen. Wel wijst ze erop dat er vanuit de vakbond soms wat met argusogen naar gekeken wordt, omdat daar ook wel de gedachte is dat mensen die een opleiding tot kinderopvangmedewerker hebben dan ineens onderwijsbanen gaan overnemen. De VOORZITTER vraagt de indieners of het initiatiefvoorstel nog zal worden aangepast. Lid WEHKAMP geeft aan blij te zijn met de antwoorden die gegeven zijn. Ze zal er nog even rustig naar kijken, maar verwacht dat het voorstel ongewijzigd door kan. De VOORZITTER geeft aan dat te hebben genoteerd.

Jeugd(zorg) 13. De publicatie van het rapport ‘groeipijn’ op 30 januari jl. over de bezuinigingen op de jeugdzorg (VN2025-000957) De VOORZITTER licht toe dat het punt geagendeerd is op verzoek van het lid Abdi. Lid ABDI geeft aan blij te zijn dat er nu eindelijk kan worden gesproken over de jeugdzorg, want er is heel veel gebeurd en het is heel urgent. Ze geeft als voorbeeld een aantal schrijnende voorbeelden. Dat zijn helaas geen uitzonderingen, het is de realiteit van de jeugdzorg anno nu. De wachtlijsten groeien en structureel raken de hulpverleners overbelast. Maar in plaats van structurele oplossingen te bedenken, blijft ‘Den Haag’ steken in discussies over bezuinigingen en kostenverdelingen. De meest kwetsbare kinderen wachten te lang op hulp en vallen soms zelfs buiten het systeem. De staatssecretaris geeft aan dat er minder kinderen naar de jeugdzorg moeten worden gestuurd en dat er meer moet worden ingezet op weerbaarheid. De vraag is hoe realistisch dat is, als we zien dat bijvoorbeeld armoede toeneemt, de schulden zich opstapelen en basisvoorzieningen onder druk staan. Het rapport van de commissie-Van Ark bevestigt wat al lang bekend is: de jeugdzorg is structureel ondergefinancierd. Gemeenten worden met tekorten opgezadeld en er is nog altijd geen duurzame oplossing. Het rapport stelt dat het systeem onhoudbaar is.

De oplossing die wordt voorgesteld, roept bij het lid Abdi echter ook vragen op. Ze is benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Ze gelooft zeer in een brede aanpak. Er moeten niet alleen binnen de jeugdzorg dingen worden gedaan, maar in het hele systeem daaromheen. Maar hoe kan Amsterdam dit volhouden als er zoveel bezuinigingen aankomen? Wat betekent dit concreet voor de stad? Ze besluit haar bijdrage met een aantal vragen aan de wethouder: − Hoe kijkt de wethouder naar de conclusies van het rapport-Van Ark? − Waar gaan de klappen vallen als er in de Voorjaarsnota niets verandert? − Wat kan de gemeente doen om de noodsignalen richting het Rijk te versterken? − Wat gebeurt er als de gesprekken opnieuw vastlopen? Of als er te laat duidelijkheid wordt gegeven, waardoor Amsterdam zich niet op tijd kan voorbereiden? Is VNG bereid om dan opnieuw naar de rechter te stappen? − En hoe kunnen we eindelijk teruggaan naar de inhoud? Naar de kinderen en hun ouders. Hun perspectieven en verhalen moeten veel meer centraal staan.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

Ze kondigt aan, samen met het lid Nadif, binnenkort jongeren en kinderen te willen uitnodigen om met hen in gesprek te gaan. Lid NADIF geeft aan chagrijnig te zijn over de manier waarop dit agendapunt door deze commissie behandeld wordt. Het gaat namelijk om een heel belangrijk rapport en er komen vanuit ‘Den Haag’ zeer harde bezuinigingen aan op het gebied van preventie en jeugdzorg. Ze maakt zich daar ernstige zorgen over. Het ravijnjaar is nog niets vergeleken met de consequenties die de Voorjaarsnota van dit jaar gaat hebben. Ze benadrukt dat jeugdzorg en zorg onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: als het niet goed gaat met de ouders, gaat het ook niet goed met de kinderen. Dit is een moment om input te kunnen geven voorafgaand aan de Voorjaarsnota, richting het Rijk. Dit moment kan aangegeven worden hoe belangrijk het is. Dat besef mist ze nu. Amsterdam heeft, net als andere grote gemeenten, een wat andere functie binnen het jeugdzorglandschap. Hier wordt meer hoog specialistische zorg aangeboden en er zijn meer mogelijkheden om te experimenteren. Er moet bekeken worden om dit ook meer regionaal te regelen, zodat niet al deze zorg alleen in Amsterdam wordt aangeboden. Ze licht dit kort toe.

Het lijkt haar goed niet alleen op provincieniveau te kijken, maar ook daarbuiten, want we zien ook kinderen vanuit de provincies Flevoland, Utrecht en ZuidHolland naar Amsterdam komen voor de hoog specialistische jeugdzorg. Hoe minder preventie, hoe meer zorg er later moet worden geboden, stelt het lid Nadif. Ze voorziet hier een groot probleem, omdat er veel zorgprogramma’s worden geschrapt door het Rijk. Het is daarom van belang om vanuit Amsterdam en andere gemeenten aan te geven dat wat er in de Voorjaarsnota staat echt niet kan. Er ontstaat dan een veiligheidsprobleem en een gezondheidsprobleem. De betreffende kinderen, jongeren, ouders en jeugdzorgmedewerkers mogen niet in de steek worden gelaten. Ze geeft aan geen enkel vertrouwen te hebben in het kabinet als het gaat om zorg en jeugdzorg. Het is echter belangrijk om in Amsterdam voorbereid te zijn op de maatregelen die zij gaan nemen. Hoe gaan we ervoor zorgen dat niet in één klap al die netwerken, al die ervaringsdeskundigheid en al die kennis wegvallen? Ze pleit ervoor goed voorbereid te zijn op wat er op de stad afkomt, in samenwerking met andere gemeentes en met de VNG. Er is veel aanbod in Amsterdam. Dat is hartstikke goed. Maar eigenlijk is het voor OKT’s, jeugdzorgmedewerkers, jeugdartsen en ouders onmogelijk om passende zorg te vinden. Ze wijst erop dat er in de zorg ook veel criminaliteit is.

In een krantenartikel stond recent dat er veel zzp’ers actief zijn in de zorg die niet over de juiste papieren beschikken. Voor ouders is het onmogelijk om in te schatten of de persoon die ze tegenover zich hebben zitten wel betrouwbaar is. Ze pleit ervoor dat zij beter ondersteund worden. Lid HAKIKI bedankt het lid Nadif voor haar oprechte bijdrage. Ziet zij mogelijkheden voor de gemeente Amsterdam om betere acties te bedenken? Los van het Rijk. Lid NADIF antwoordt dat in heel Nederland wethouders van verschillende politieke partijen aangeven dat het niet kan. Ze kunnen hun werk op deze manier niet doen. Ze is van mening dat de raad en de raadsleden van verschillende politieke partijen ook een verantwoordelijkheid hebben. Het is dus ook aan de raadsleden om te lobbyen richting het Rijk, ‘Den Haag’ en de ‘eigen Kamerleden’ om ervoor te zorgen dat het hoog op de agenda staat. Wethouder MOORMAN geeft aan blij te zijn met het rapport van de commissieVan Ark. Ze vindt het belangrijk om met z’n allen na te denken over hoe het komt dat zoveel kinderen in Nederland jeugdzorg nodig hebben. Het geeft aan dat er iets heel erg mis is in Nederland. Ze pleit ervoor na te denken over hoe kinderen het recht kunnen krijgen om geen jeugdzorg nodig te hebben. Ze is het met het lid Nadif eens dat er moet worden geïnvesteerd in onderwijs, bestaanszekerheid, volwassenzorg e.d.

Het gaat om al die dingen die ervoor kunnen zorgen dat kinderen niet in een individualistisch traject terechtkomen om zorg nodig te hebben. Ze bedoelt daarmee uiteraard niet dat de hele

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

jeugdzorg dan maar kan stoppen, want er blijven altijd kinderen die dat nodig hebben. Het is belangrijk dat er ruimte blijft voor de kinderen die het echt nodig hebben. In het rapport wordt gezegd: kramp eraf, druk erop. Daar is de wethouder het zeer mee eens. Ze vindt dat er een draai gemaakt moet worden naar de samenleving. Onderwijs is geen aanpalend domein van de jeugdzorg. Het is andersom: jeugdzorg is een aanpalend domein van het onderwijs en van bestaanszekerheid. Eerst moet de financiële kramp eraf. De VNG heeft aangegeven het rapport in z’n geheel te omarmen. De wethouder geeft aan niet te weten wat het Rijk zal gaan doen. Ze hoopt dat het Rijk heel goed gaat luisteren naar wat de commissie-Van Ark heeft gezegd. Als dat niet gebeurt dan zijn in heel Nederland de kinderen die jeugdzorg nodig hebben letterlijk het kind van de rekening. Ze vindt het, net als het lid Nadif, geen goed teken dat er in de Tweede Kamer geen gesprek heeft plaatsgevonden over het rapport, maar hoopt dat het niettemin serieus genomen zal worden. Iedereen heeft de voorzitter van de VNG kunnen horen bij Nieuwsuur. Ook wijst de wethouder erop dat de toon van haar verhaal ‘net even twee octaven hoger is’ dan normaal. Er zal niet rustig afgewacht worden. Ze beklemtoont dat in de Gemeentewet staat dat het Rijk moet betalen voor de taken die de gemeentes hebben.

In het mbo-team zitten inderdaad kinderen die niet in Amsterdam wonen, maar hier wel hun opleiding volgen. Voor de specialistische jeugdhulp geldt gewoon het woonplaatsbeginsel. Dan zitten ze bijvoorbeeld wel bij Levvel, maar dan betaalt de gemeente waar het kind vandaan komt. Lid NADIF geeft aan dat het haar er niet om gaat wie betaalt, maar dat Amsterdam deze voorzieningen huisvest en faciliteert. Ze denkt dat het goed is erover na te denken deze voorzieningen wat meer te verspreiden over de regio. Wethouder MOORMAN geeft aan dat het complexe van jeugdzorg is dat het op heel veel verschillende niveaus wordt georganiseerd, ook afhankelijk van de complexiteit van de zorg. Kleinschalige woonvoorzieningen worden bijvoorbeeld gerealiseerd via Thuis voor Noordje. Dat gaat om heel Noord-Holland. Op dit gebied loopt Noord-Holland qua regionale samenwerking voorop. De inkoop aanvullende jeugdhulp doet Amsterdam samen met de DUO-gemeentes. Er wordt nu gekeken om dat ook met Aalsmeer te kunnen gaan doen. Ze legt uit dat er in principe een dekkend zorglandschap is gemaakt. In principe is alle zorg aanwezig. Het doel is wel om het aantal PGB’s te verlagen, omdat er uitgegaan wordt van gelijke kansen, en PGB’s kunnen een manier zijn om wachtlijsten te omzeilen, of om precies die zorg te krijgen terwijl die ook gewoon met elkaar is ingekocht.

Lid NADIF licht toe dat ze specifiek doelde op ouders met een complexe zorgvraag, als het bijvoorbeeld gaat om verschillende vormen van een beperking. Vaak zie je dat deze ouders niet de informatie krijgen die ze nodig hebben. Ze vindt het belangrijk dat ervoor gewaakt wordt dat deze ouders niet het gevoel krijgen dat ze het zelf maar moeten uitzoeken. Wethouder MOORMAN geeft aan deze specificering te snappen. Ze dankt het lid Nadif voor de grote kennis die ze inbrengt, want dat helpt. Ze herkent dat de complexe zorgvragen tot hele specifieke behoeftes leiden. Wel wijst ze erop dat bijvoorbeeld is afgesproken om in Amsterdam geen ABRA-therapie meer in te kopen, terwijl er wel ouders zijn die dat wel wensen. Soms moeten er ook gewoon keuzes worden gemaakt. Ze benadrukt dat dit onderwerp natuurlijk heel uitgebreid terug zal komen bij de Voorjaarsnota. Ook bij de vorige begroting en de vorige Voorjaarsnota is er heel veel geld vrijgemaakt voor jeugdzorg. Het is niet zo dat het hierbij blijft. Lid NADIF stelt voor dat het college een brief schrijft na het overhedenoverleg van 11 maart en daarin aangeeft wat er gaat gebeuren. Ze stelt voor het te agenderen voor de eerstvolgende raadsvergadering daarna.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 26 februari 2025

Wethouder MOORMAN geeft aan dat als er iets te melden valt na het overhedenoverleg op 11 maart ze het prima vindt de raad per brief te informeren. Mocht er op dat moment nog niets te melden zijn dan lijkt het haar goed dat alsnog te doen op het moment dat dat wel het geval is. De VOORZITTER concludeert dat dat voorstel wordt omarmd. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 14. Amsterdamse Armoedemonitor 2023, Schuldenmonitor 2024 en MinimaEffectrapportage 2024 (VN2025-000959) Dit punt wordt doorgeschoven naar de commissievergadering van 26 maart 2025. 15. Voortgang van de ondersteuning aan gedupeerden van het kinderopvangtoeslagenschandaal (VN2025-000957) Dit punt wordt doorgeschoven naar de commissievergadering van 26 maart 2025. TOEGEVOEGDE BESPREEKPUNTEN 16. Afname van doelgroeppeuters in Zuidoost die voorschoolse educatie volgen (VN2025-002228) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en geeft aan dat dit punt naar voren wordt gehaald, omdat het enigszins aansluit op het laatst besproken agendapunt 12. Lid BELKASMI benadrukt het grote belang van de voorschool. Amsterdam scoort op dit gebied goed, behalve in Zuidoost, waar het bereik ruim vijf procent onder het gemiddelde ligt. Ook is het percentage deelname in de wijk Bijlmer-Centrum gedaald naar 57 procent.

Deze daling is sedert drie jaar ingezet en lid Belkasmi vraagt aan de wethouder waarom hier niet eerder op is ingegrepen. Hij vraagt tevens middels een brief geïnformeerd te worden over de acties die ondernomen worden om verbeteringen in de kinderopvang te bewerkstelligen. Ook vraagt hij de wethouder te starten met een campagne in samenwerking met de relevante partners om ouders te motiveren hun peuters naar de voorschool te brengen. Lid WEHKAMP heeft tijdens haar bezoek aan een voorschool in Zuidoost een aantal tips gekregen: − Ontwerp een protocol ten behoeve van de gesprekken met ouders over de indicatie; − Maak de verbinding met het Masterplan; − Maak de verbinding met de OKA duidelijker; − Zorg voor zomeraanbod op de voorschool; − Realiseer een Kiss&Ride bij de parkeerplaats; − Verbetering van de toeleiding vanuit een AZC. Lid HAIJEN stelt dat het belang van de voorschool door de ontwikkelingen in Zuidoost duidelijk is en hij roept de raad op om alles in het werk te stellen om het bereik van de voorschool te vergroten. Lid BADAL benadrukt het belang van de voorschool voor de ontwikkeling van kinderen. Ook zijn fractie vindt dat het aantal kinderen dat naar de voorschool moet toenemen. Dit kan worden bewerkstelligd door administratieve drempels weg te nemen en ouders voor te lichten over de meerwaarde. Hij heeft geconstateerd dat het college er veel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15256396/1