CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20250213 - Discussienota - geen dubbele standaard maar mensenrechten voor iedereen

Raadscommissie Algemene Zaken 27 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de discussienota ”Geen dubbele standaard, maar mensenrechten voor iedereen” (VN2025-002196)2.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Discussienota: geen dubbele standaard, maar mensenrechten voor iedereen De afgelopen anderhalf jaar heeft het Israël-Palestina-conflict opnieuw geleid tot extreme spanningen, met name in Amsterdam. Op 19 januari 2025 is een fragiel staakt-het-vuren ingegaan, maar het zou naïef zijn om te verwachten dat dit de maatschappelijke verdeeldheid in onze stad plots doet verdwijnen. De kernoorzaak van de spanningen is immers niet alleen het onrecht dat zich daar afspeelt, maar primair dat onze regering ervoor wegkijkt en het zelfs mede mogelijk maakt. Zolang Den Haag mensenrechten selectief toepast, zullen de frustraties onder Amsterdammers dus niet afnemen; integendeel, ze zullen juist verder oplopen. De vraag is dan ook niet óf, maar hoe en op welke wijze de maatschappelijke polarisatie zich verder zal uiten. Bovendien heeft de afgelopen periode laten zien hoe landelijke politici deze spanningen uitbuiten om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten en om democratische grondrechten in te perken. Deze nota bepleit een antwoord: een stadsvisie waarin Amsterdam consequent mensenrechten centraal stelt. Door internationaalrechtelijke oordelen leidend te maken, handel en samenwerking kritisch te toetsen, en draagvlak te creëren voor rechtvaardigheid, kan de stad een verbindend alternatief bieden aan de dubbele standaard.

Sheher Khan s.khan@amsterdam.nl Fractievoorzitter DENK Amsterdam 27 februari 2025

1

H1 De kernoorzaak van de spanningen: de dubbele standaard De spanningen in Amsterdam zijn niet slechts een afspiegeling van het IsraëlPalestina-conflict, maar vloeien voort uit een fundamentele selectiviteit in het nationale mensenrechtenbeleid. Terwijl de Nederlandse regering scherpe sancties instelt tegen Rusland vanwege oorlogsmisdaden in Oekraïne, blijft een vergelijkbare juridische en morele beoordeling van Israëlische misdaden achterwege. Dit meten met twee maten ondermijnt het vertrouwen in de politiek en voedt de maatschappelijke polarisatie.

Voorbeelden van de gevolgen van de dubbele standaard voor Amsterdam: 1. Bezoek van de Israëlische president o In maart 2024 bezocht de Israëlische president Yitzhak Herzog Nederland, ondanks dat hij door het Internationale Gerechtshof werd genoemd als voorbeeld van genocidale opruiing1. Zijn komst leidde tot protesten en maatschappelijke onrust. 2. Selectieve sancties en sportboycots o De regering eist het verbreken van samenwerkingen met Russische universiteiten en het weren van Russische sportclubs. Tegelijkertijd blijft samenwerking met Israëlische instellingen bestaan en mogen Israëlische sportclubs zonder problemen deelnemen aan competities. Denk hierbij aan de komst van Maccabi Tel Aviv. 3. Handel in producten uit illegale nederzettingen o De economische banden met Rusland zijn zoveel als mogelijk doorgesneden, zelfs de gasinvoer is drastisch ingeperkt. Maar Israëlische producten uit bezette Palestijnse gebieden – die categorisch illegaal zijn – blijven beschikbaar in elke supermarkt. De bewuste keuze van Den Haag om met twee maten te meten, heeft directe gevolgen voor Amsterdammers, die hier dagelijks mee worden geconfronteerd. Ook wijst er helemaal niets erop dat de regering lering heeft getrokken uit deze periode. Integendeel, zolang dit beleid voortduurt, zal de maatschappelijke verontwaardiging niet wegebben, maar keer op keer oplaaien.

H2 De dagelijkse impact op Amsterdam De gevolgen van deze dubbele standaard zijn ook voelbaar in het alledaagse leven. Een voorbeeld hiervan is de ervaring van Sara Harderwijk, een Amsterdamse onderwijsondersteuner die hierover schreef in Het Parool2: Ik werk op een school waar in de klassen duidelijk te merken is dat de sympathie van de meerderheid bij het lot van het Palestijnse volk ligt. Deels is dit gevoel van huis uit meegegeven, en deels komt dit door de beelden van vermoorde kinderen die de leerlingen dag in dag uit te zien krijgen. Kinderen 1

h ps://rightsforum.org/van-genocidale-opruiing-be chte-israelische-president-komt-naar-nederland-vooropening-holocaustmuseum/ 2 h ps://www.parool.nl/columns-opinie/opinie-mijn-leerlingen-zi en-vol-vragen-over-gaza-maar-krijgen-nuniet-het-gevoel-dat-daar-ruimte-voor-is~b1737a76/

2

hebben een haarscherp rechtvaardigheidsgevoel, en een jaar geleden heb ik mijn schoolleiding dan ook gevraagd of we als school een sponsorloop konden organiseren om geld in te zamelen voor kinderen in Gaza. Mijn idee was dat de leerlingen zo hun machteloze gevoel konden omzetten in een positieve actie. Het antwoord op dit verzoek was echter nee: het onderwerp zou te gevoelig liggen bij een deel van onze leerlingen. Ik probeerde uit te leggen dat deze gevoeligheid vooral bij de ouders van een aantal leerlingen leeft. Onze leerlingen kregen de kans niet om volwassenen te laten zien dat geld inzamelen voor oorlogsslachtoffers geen politiek of religieus project is, maar dat het gaat om het tonen van medemenselijkheid en medeleven. Deze ervaring laat zien hoe de inconsistentie in nationaal beleid zich vertaalt naar de klaslokalen. Docenten (maar ook de coaches, jongerenwerkers en raadsleden) bevinden zich in een moreel en politiek spanningsveld. Terwijl zij jongeren leren dat mensenrechten universeel zijn, toont het nationale beleid iets anders.

De consequenties hiervan, in de woorden van mevrouw Harderwijk: “We riskeren een generatie kinderen die vanuit de schoolleiding indirect te horen heeft gekregen dat hun mening (namelijk: kinderen horen niet gebombardeerd te worden) te gecompliceerd ligt.” Het ‘gecompliceerd’ maken van bepaalde mensenlevens komt volledig op de rekening van de regering. Anderzijds is een nieuwe generatie burgers en activisten opgestaan die zich solidair voelt met de Palestijnse zaak, omdat voor hen mensenlevens wél universeel zijn. Ook volgen zij social media-accounts die wél aandacht besteden aan het Palestijnse leed en zien zij hoe, bijvoorbeeld sinds het staakt-het-vuren, tientallen Palestijnen zijn gedood zonder enige politieke reactie vanuit Den Haag. De conclusie is onontkoombaar: de opstelling van de regering zal de maatschappelijke verontwaardiging alleen maar verder aanwakkeren. De vraag is dan ook niet óf Amsterdam opnieuw met spanningen te maken krijgt, maar wanneer en in welke vorm. En de reactie vanuit de landelijke politiek? Die zal, zoals eerder, neerkomen op een herhaling van zetten: bevolkingsgroepen tegen elkaar uitspelen en democratische grondrechten, zoals het demonstratierecht, verder onder druk zetten.

H3 Een stadsvisie op universele mensenrechten De gemeente Amsterdam heeft beperkte invloed op het Nederlandse buitenlandbeleid, maar kan wél een voortrekkersrol spelen in het consequent toepassen van universele mensenrechten op lokaal niveau. De stad heeft al stappen gezet door:  

In te zetten op dialoog en verbinding; Oproepen tot een staakt-het-vuren; 3

 

Financiële steun voor noodhulp in Gaza; Kabinet opgeroepen om internationaal recht na te leven.

Deze reacties op incidenten waren noodzakelijk, maar bieden geen structurele oplossing voor de kern van het probleem: hoe moet de stad omgaan met een regering die dubbele standaarden hanteert en daarmee de voedingsbodem legt voor spanningen en conflicten die onze stad binnen worden gehaald?

De bespreekpunten De enige manier om de dubbele standaard in mensenrechtenbeleid tegen te gaan, is door zelf universele mensenrechten als uitgangspunt te nemen. De Grondwet stelt dat de overheid verplicht is om mensenrechten te bevorderen, zowel nationaal als internationaal. Dit betekent dat de gemeente Amsterdam een mandaat heeft om mensenrechten te respecteren. Dat vertaalt zich naar de volgende drie bespreekpunten.  Bespreekpunt 1: consistent taalgebruik Een van de grootste kritiekpunten rondom het debat over mensenrechten en internationale conflicten is het precieze taalgebruik. Voor veel betrokkenen draait de discussie niet alleen om de feiten, maar ook om de erkenning die schuilt in de gebruikte terminologie. De keuze voor bepaalde woorden – zoals “genocide” of “apartheid” – wordt vaak gezien als een bevestiging of ontkenning van de ernst van het leed dat wordt ervaren. Dit leidt echter tot een oneindig conflict over terminologie, waarin de focus verschuift van de feiten en juridische realiteit naar een taalkundige strijd. In plaats van duidelijkheid te scheppen, zorgt deze discussie juist voor verdere polarisatie, waarbij elke term onderhevig is aan politieke interpretatie en maatschappelijke controverse. Hierdoor blijft de gemeente in een voortdurende positie waarin ze, welke keuze ze ook maakt, altijd van een kant kritiek zal ontvangen.

Maak internationaalrechtelijke oordelen leidend Dé manier om mensenrechten leidend te maken, is door uitspraken van internationale gerechtshoven centraal te stellen in het gemeentelijk beleid. Dit voorkomt politieke subjectiviteit en zorgt ervoor dat Amsterdam zich baseert op internationaal erkende rechtsnormen. De gemeente Amsterdam hoeft dus geen eigen oordeel te vellen over het onrecht, maar kan simpelweg die van de internationale gerechtshoven letterlijk overnemen. Bijvoorbeeld: -

3

Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) heeft vastgesteld dat er sprake is van schendingen van rassendiscriminatie en apartheid in de bezette Palestijnse gebieden3;

h ps://www.icj-cij.org/case/186

4

-

In een tussenvonnis heeft het ICJ geoordeeld dat er een reëel en imminent risico op onherstelbare schade is aan de rechten van Palestijnen onder de Genocideconventie4.

Door internationaalrechtelijke oordelen als uitgangspunt te nemen, kan Amsterdam een objectieve en juridisch onderbouwde duiding van internationale conflicten hanteren. Hiermee kan mensenrechten dus ook niet afhankelijk worden van politieke druk of media-aandacht. In die zin gaat het ook niet per se over Israël-Palestina, maar over een bredere verantwoordelijkheid om als stad consequent en rechtvaardig te handelen. Tevens haalt dit de druk weg bij docenten, jongerenwerkers en andere professionals die nu vaak worstelen met de vraag hoe ze deze thema’s moeten bespreken zonder politiek te worden. Voor de helderheid: dit is geen oproep om proactief uitspraken te doen over conflicten. Het gaat erom dat de duiding van internationale conflicten gebaseerd is op uitspraken waar iedereen zich achter kan scharen. Dit zal verbindend werken, omdat de Amsterdammer in de wetenschap verkeert dat haar stadsbestuur consistent en consequent zal handelen – ongeacht het conflict.  Bespreekpunt 2: handel in lijn met internationaal recht De afgelopen jaren is de Stopera regelmatig het toneel geweest van demonstraties en oproepen om de gemeente Amsterdam niet (in)direct bij te laten dragen aan mensenrechtenschendingen in Palestina. Zo hebben activisten en maatschappelijke organisaties gewezen op de problematische banden van bedrijven als Booking.com en het openbaarvervoerbedrijf EBS56.

Deze oproepen zullen blijven komen, omdat de kern van het probleem – de dubbele standaard in het mensenrechtenbeleid van de Nederlandse regering – niet wordt aangepakt. De stad kan niet alle gevolgen van deze dubbele standaard beïnvloeden, maar kan echter wél voorkomen dat zij zelf bijdraagt aan deze mensenrechtenschendingen. Conflicten niet importeren Het hanteren van juridische uitspraken als uitgangspunt betekent ook dat de stad ernaar handelt. Met betrekking tot het recente oordeel van het Internationaal Gerechtshof (19 juli 2024), werd vastgesteld dat de Israëlische bezetting van Gaza en de Westelijke Jordaanoever niet alleen illegaal is, maar ook neerkomt op illegale annexatie. Bovendien stelde het Hof dat alle staten en internationale organisaties verplicht zijn deze situatie niet te erkennen en er geen steun aan te verlenen. Ondanks deze verstrekkende veroordeling is er geen wijziging in het nationale beleid geweest. Ook al laat de regering na om op te treden, neemt dit niet weg dat het oordeel van het Hof directe implicaties heeft voor de gemeente Amsterdam. De recente bevindingen uit het Don't Buy into Occupation-rapport (DBIO) van PAX belichten dat 4

h ps://www.icj-cij.org/case/192 h ps://ex nc onrebellion.nl/xr-jus ce-now-demonstreert-bij-hoofdkantoor-booking-com-en-nodigtmedewerkers-uit-om-mee-tedoen/#:~:text=De%20groep%20komt%20in%20ac e,vijf%20uur%20lang%20hebben%20geblokkeerd. 6 h ps://bdsnederland.nl/bloed-klee -aan-ebs-banden/ 5

5

Nederlandse financiële instellingen, pensioenfondsen en bedrijven betrokken zijn bij de Israëlische nederzettingeneconomie7. Op de volgende manieren is onze stad hierbij betrokken: a. Gemeentelijke contracten en middelen kritisch evalueren - De gemeente Amsterdam heeft in het verleden laten zien dat het wél invloed kan uitoefenen op internationale kwesties. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, stelde Nederland economische sancties in, en Amsterdam nam actief maatregelen om samenwerking met Russische entiteiten stop te zetten. De vraag is dus niet of Amsterdam dit kan – maar waarom het in sommige gevallen wel en in andere niet optreedt. Dit is een kwestie van politieke wil. Daarom moet de gemeente een duidelijke ethische richtlijn opstellen voor haar financiële partners, waarbij het DBIO-rapport en VNrichtlijnen leidend zijn en bedrijven die bijdragen aan mensenrechtenschendingen worden uitgesloten van gemeentelijke samenwerking. - Het DBIO-rapport stelt ook dat pensioenfondsen zoals het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds en Pensioenfonds Zorg en Welzijn investeren in bedrijven die actief zijn in illegale nederzettingen. De gemeente Amsterdam moet dit nader onderzoeken. Als dat het geval is, moet de gemeente aandringen op desinvestering, net zoals Noorse en andere Europese pensioenfondsen dat al hebben gedaan.

-

b. Banken en verzekeraars moet aanspreken op hun betrokkenheid De huisbankier van de gemeente Amsterdam is Rabobank. Deze en andere Nederlandse banken zoals ING en ABN AMRO hebben tussen 2021 en 2024 gezamenlijk voor bijna 10 miljard dollar geïnvesteerd in bedrijven die betrokken zijn bij de nederzettingen;  Amsterdam kan het gesprek aangaan met banken waarmee de gemeente samenwerkt om aan te dringen op verhoogde due diligence en desinvestering uit de nederzettingeneconomie;

-

Amsterdam werkt samen met Zilveren Kruis, dat onderdeel is van Achmea. Achmea wordt in verband gebracht met investeringen in bedrijven die betrokken zijn bij de Israëlische nederzettingeneconomie.  Amsterdam moet in gesprek gaan met Zilveren Kruis en Achmea om duidelijkheid te krijgen over hun investeringsbeleid en hun eventuele betrokkenheid bij bedrijven die bijdragen aan mensenrechtenschendingen.

Bespreekpunt 3: draagvlak creëren voor een consequent mensenrechtenbeleid Een Amsterdamse visie op universele mensenrechten moet breed gedragen worden door zowel de samenleving als de politiek. Dit is des te belangrijker bij een gevoelig 7

h ps://paxvoorvrede.nl/publica es/dont-buy-into-occupa on-2024/

6

thema als Israël-Palestina, waar uiteenlopende perspectieven en belangen samenkomen. Juist door actief te zoeken naar consensus met betrokken gemeenschappen kan Amsterdam een verbindende rol spelen en de polariserende gevolgen van de dubbele standaard verminderen. Het doel is niet om volledige overeenstemming te bereiken – dat is bij complexe thema’s onrealistisch – maar om een gedeeld kader te scheppen waarin Amsterdam consequent en rechtvaardig handelt, ongeacht welk internationaal conflict aan de orde is. Dat Amsterdam in staat is om grote maatschappelijke spanningen te overbruggen, is al eerder bewezen. De Zwarte Piet-discussie liet zien dat de stad, ondanks hevige tegenstellingen, in staat was om stap voor stap een breed gedragen verandering te realiseren8. Door middel van dialoog, stapsgewijze aanpassingen en een proactieve rol van de gemeente was een nieuwe norm gesteld zonder de stad te splijten. Tot slot moet worden onderkend dat in de politiek altijd keuzes worden gemaakt. Kiezen voor een mensenrechtenbeleid dat niet consequent wordt toegepast, betekent in feite kiezen voor selectiviteit en dubbele standaarden. Met die keuze brokkelen internationaal recht en mensenrechten verder af, en winnen de Wildersen en Trumps van de wereld. En dat is géén Amsterdamse optie.

8

h ps://www.rtl.nl/nieuws/nederland/ar kel/1709901/amsterdam-verandert-uiterlijk-zwarte-piet-vier-jaar

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15174528/1