CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20250205 FKD conceptverslag Expertmeeting Moslimdiscriminatie.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 8 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 27 maart 2025 (1 van het openbare deel en 2 van besloten punten) en van de expertmeeting Moslimdiscriminatie d.d. 5 februari 20257.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit

FKD

Verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering

Openbare vergadering van de Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit (FKD) Vergaderdatum Donderdag 5 februari 2025 van 13.00 –15.30 uur in Willem Kraanzaal (commissiezaal) Verslag vast te stellen op: Voorzitter: K. van der Veen Verslaglegging: I. van Mourik (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Y. Bentoumya (GroenLinks), A. Bouhassani (PvdA), L. Heinhuis (PvdA), J. Badal (CDA), M. Lust (D66), J. Haijen (SP), J. Veldhuyzen (De Vonk), H.C. Burgers (VVD), I. Garmy (Volt), T. Bilgin (Forum voor Democratie) R. de Jong (JA21), F. Hakiki (DENK) E. Mangal (DENK), C.K.A. Kabamba (Lijst Kabamba) Overige aanwezigen: I. Abaaziz (Senior onderzoeker bij het Expertisecentrum Governance of Urban Transitions' van de Haagse Hogeschool en oprichter Meld Islamofobie), A. Koudiss (Bestuurslid Meld Islamofobie), E. Kendir (Voorzitter Collectief Jonge Moslims), J. Gouwen (Hoofd van het landelijke Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie), S. Boumedien (Politie Amsterdam), A. Tonouh (Politie Amsterdam), J. Marten (Directeur Stichting Discriminatie.nl regio Amsterdam)

De VOORZITTER heet iedereen welkom bij de expertmeeting over moslimdiscriminatie. Hij legt uit dat deze bijeenkomst een initiatief is van GroenLinks, in het bijzonder van lid Bentoumya. Het doel van de bijeenkomst is om informatie te verzamelen voor de commissieleden. Er vindt vandaag geen politieke discussie plaats, die volgt op 27 februari, wanneer het plan van aanpak moslimdiscriminatie wordt besproken. De sessie begint met een inleiding door onderzoeker Ibtissam Abaaziz, gevolgd door vragen. Daarna volgen twee panelgesprekken met een korte pauze ertussen. Lid BENTOUMYA bedankt de aanwezigen voor hun deelname. Ze legt uit dat GroenLinks deze expertsessie heeft geïnitieerd vanwege het toenemende verhardende klimaat, waarin verschillende groepen in de stad te maken krijgen met discriminatie, racisme en uitsluiting. Hoewel dit probleem vaker wordt besproken, vindt haar fractie het belangrijk om specifiek aandacht te besteden aan moslimdiscriminatie. Ze wil meer inzicht krijgen in wat dit precies inhoudt, hoe het de levens van mensen beïnvloedt en welke rol de raad en de gemeente hierin kunnen spelen. IBTISSAM ABAAZIZ, senior onderzoeker aan De Haagse Hogeschool en medeoprichter van Stichting Meld Islamofobie, bespreekt in haar lezing het onderwerp islamofobie.

Ze benadrukt dat dit een complex en hardnekkig probleem is, dat zowel alledaags als structureel van aard is en veel historie heeft. Ze legt uit dat er verschillende termen worden gebruikt, zoals islamofobie, moslimdiscriminatie, anti-moslimracisme en moslimhaat. Volgens haar is de precieze term minder belangrijk dan de vraag wat er precies gebeurt en hoe islamofobie zich manifesteert. Ze kiest voor de term islamofobie, omdat deze internationaal erkend is in zowel academische als publieke discussies.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

Ze stelt dat islamofobie verschillende dimensies heeft die met elkaar in wisselwerking staan. Het kan zich voordoen op individueel niveau, bijvoorbeeld discriminatie en geweld tegen moslims, op politiek niveau, bijvoorbeeld uitspraken van politici en beleidsmaatregelen, en op institutioneel niveau, zoals wet- en regelgeving. Daarnaast spelen zowel repressieve macht, zichtbare controlemechanismen zoals politie en wetten, als normaliserende macht, het bepalen van wat als normaal wordt gezien in de samenleving, een rol. Ze illustreert dit met verschillende voorbeelden, zoals het boerkaverbod, dat niet alleen invloed heeft op vrouwen die een gezichtssluier dragen, maar ook leidt tot bredere discriminatie, zelfs tegen vrouwen die geen sluier dragen. Media en politieke uitspraken versterken deze mechanismen, waardoor islamofobie in stand blijft. Verder heeft ze het over de racialisering van moslims. Dit betekent dat moslims als een homogene groep worden gezien, waarbij hun gedrag en identiteit uitsluitend aan hun religie worden toegeschreven. Dit leidt tot een negatieve stereotypering en problematisering van de islam en moslims. Ze laat zien dat islamofobie zich op verschillende manieren manifesteert, van discriminatie in het dagelijks leven tot politiek beleid en mediaframes.

Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat vrouwen met een hoofddoek vaker slachtoffer zijn van fysiek en verbaal geweld. Daarbij vinden veel incidenten overdag plaats, in het openbaar en in het bijzijn van getuigen. Tegelijkertijd is de meldingsbereidheid laag, mede door de normalisering van islamofobie in de samenleving. Ze benadrukt dat islamofobie een structureel probleem is dat niet met een eenmalige discussie opgelost kan worden. Het vraagt om voortdurende reflectie en actie. Ze pleit voor meer bewustwording over de mechanismen achter islamofobie en de manieren waarop macht, media en beleid bijdragen aan de instandhouding ervan. Pas als we deze mechanismen beter begrijpen, kunnen we effectieve oplossingen bedenken. Lid BURGERS vraagt hoe de meldingsbereidheid bij moslimdiscriminatie is. IBTISSAM ABAAZIZ geeft aan dat de meldingsbereidheid bij moslimdiscriminatie altijd al laag is geweest, net zoals bij andere vormen van discriminatie. Ze noemt verschillende oorzaken, waaronder een gebrek aan vertrouwen in instituties, vooral de politie, die door sommigen als onderdeel van het probleem wordt gezien. Daarnaast hebben mensen vaak het gevoel dat meldingen niets opleveren. Bovendien is discriminatie vaak een alledaagse ervaring, waardoor het praktisch onhaalbaar is om overal melding van te maken. Daarom pleit ze voor een andere manier van monitoring.

Lid VELDHUYZEN wijst erop dat ook gemeentelijke organisaties te maken hebben met de vandaag besproken problematiek en verwijst naar een recent besproken bestuursopdracht over inclusie en diversiteit, gericht op het tegengaan van discriminatie en racisme binnen de gemeente. Hij vraagt of er bekende ‘good practices’ zijn van effectieve manieren om moslimdiscriminatie binnen grote organisaties aan te pakken. IBTISSAM ABAAZIZ geeft aan dat ze niet precies weet of er ‘good practices’ zijn voor het bestrijden van moslimdiscriminatie binnen grote organisaties, maar vindt het een interessante vraag die nader onderzocht zou moeten worden. Ze merkt op dat moslimdiscriminatie vaak niet als een op zichzelf staand probleem wordt gezien, maar als onderdeel van bredere discriminatie en racisme. Volgens haar is diversiteit en inclusie in feite de keerzijde van discriminatie en racisme, door diversiteit en inclusie te bevorderen, werk je automatisch tegen discriminatie. Lid HEINHUIS merkt op dat er ook recente ontwikkelingen in Nederland zijn die van invloed kunnen zijn. Ze vraagt of er kort kan worden ingegaan op hoe de recente geschiedenis, met name de manier waarop in de politiek over de islam en moslims wordt gesproken, effect heeft op de onderwerpen die zijn besproken.

IBTISSAM ABAAZIZ bespreekt de invloed van de recente Nederlandse politieke geschiedenis op de situatie van moslims in Nederland. Ze wijst op het integratiebeleid en het multiculturele drama van de jaren 2000, waarbij mensen steeds meer in religieuze termen

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

werden gedefinieerd. Het beleid begon minder te focussen op praktische zaken zoals taal, werk of studie, en meer op normen en waarden, waarbij moslims werden gepresenteerd als onverenigbaar met de Nederlandse samenleving. Ze noemt de politieke situatie van de afgelopen jaren, zoals de opkomst van Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh, als keerpunten voor het zien van moslims als veiligheidsrisico. Ze benadrukt dat deze ontwikkelingen veel impact hebben op de jongere generatie die is opgegroeid in een klimaat van stigmatisering. De VOORZITTER geeft aan dat er verder wordt gegaan met het eerste panelgesprek. Hij vraagt de deelnemers om een kleine introductie. ESMA KENDIR benadrukt dat moslimdiscriminatie een structureel probleem is, dat een diepgaande impact heeft op het leven van jonge moslims in Amsterdam. Discriminatie is geen abstract debat, maar een dagelijkse realiteit. Ze verwijst naar een recent onderzoek waaruit blijkt dat 55 procent van de moslims in Nederland in de afgelopen vijf jaar discriminatie heeft ervaren. Dit heeft gevolgen voor het gedrag van jonge moslims, vrouwen voelen zich onveilig om 's avonds alleen op straat te lopen, en mannen passen hun kleding aan om niet doelwit te worden. Jonge moslims ervaren politieke en maatschappelijke uitsluiting, waarbij de boodschap is dat zij er niet bij horen.

Discriminatie komt voor in verschillende sectoren, waaronder de arbeidsmarkt en het onderwijs, waar jongeren vaak worden afgewezen op basis van naam of uiterlijk. Ze geeft een voorbeeld van een vrouw die werd afgewezen voor een baan bij een brillenwinkel vanwege haar hoofddoek. Deze discriminatie leidt tot vertragingen in de studie en economische ongelijkheid voor jonge moslims. Ze wijst erop dat het gevoel van niet welkom zijn steeds sterker wordt, wat zelfs leidt tot overwegingen om naar het buitenland te emigreren. Dit komt niet uit een gebrek aan liefde voor Nederland, maar uit het gevoel dat zij zich niet beschermd of welkom voelen. Jonge moslims willen hun identiteit kunnen uiten zonder angst voor gevolgen, zoals het kiezen tussen carrière en geloof, of tussen zichtbaarheid en veiligheid. ANASS KOUDISS legt uit dat meldpunt Meld Islamofobie drie doelen heeft, het bieden van een veilige plek voor moslims die islamofobie ervaren, het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek naar onderwerpen die vaak genegeerd worden in Nederland, en het functioneren als kenniscentrum. Hij deelt statistieken die de ernstige toename van moslimhaat in Nederland aantonen, en benadrukt het groeiende gevoel van onveiligheid en wantrouwen onder moslims, die vaak niet de zorg en bescherming van de overheid ervaren.

Volgens een enquête die Meld Islamofobie vorig jaar afnam heeft 83 procent van de respondenten persoonlijke islamofobie incidenten meegemaakt en 57 procent van hen ervaart meer discriminatie dan het jaar daarvoor. Bijna een kwart van de 83 procent van de respondenten geeft aan meer dan vijf keer last te hebben gehad van islamofobie. De komst van Maccabi Tel Aviv-supporters naar Amsterdam heeft deze gevoelens versterkt. Verder worden de verkiezingswinst van extreemrechts, toename van negatieve beeldvorming over moslims en algeheel anti-Palestijns sentiment door Nederlandse moslims als grootste oorzaken genoemd. Daarnaast noemt hij anti-Palestijns racisme, dat vaak samen voorkomt met islamofobie. Hij wijst erop dat zelfs moslimvrouwen met een hijab vaak als Palestijns worden gezien, wat leidt tot extra discriminatie. Hij benadrukt dat islamofobie en anti-Palestijns racisme sterk met elkaar verbonden zijn, vooral in Amsterdam, waar 23 procent van de meldingen van islamofobie en anti-Palestijns racisme vandaan komen. Hij geeft aan dat hier binnenkort meer onderzoek over gepresenteerd zal worden. JERROL MARTEN deelt twee voorbeelden van alledaagse moslimdiscriminatie om de ernst van de situatie te illustreren. In het eerste geval werd een vrouw met een hijab in het centrum van Amsterdam fysiek aangevallen en uitgescholden.

Ze deed aangifte, maar in de officiële registratie werd de islamofobe aard van de aanval niet erkend. In het tweede geval kreeg een islamitisch Marokkaans meisje op school een nul op een toets nadat ze weigerde haar religie en etniciteit te vermelden. Klachten hierover bij de school leverden weinig op.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

Hij benadrukt dat het niet alleen om aantallen meldingen gaat, maar vooral om de schrijnende en mensonterende aard van deze incidenten. Hij signaleert een toename in bedreigingen, geweld en vijandige bejegening, met name tegen vrouwen die een hoofddoek dragen. Dit omvat het aftrekken van hoofddoeken, bespuugd worden en zelfs fysieke aanvallen waarbij kinderwagens worden geduwd. Daarnaast wijst hij erop dat na de komst van Maccabi Tel Aviv-supporters naar Amsterdam de helft van de meldingen in die periode is geregistreerd. Het aantal meldingen is gestegen van 55 in 2023 naar 170 in het afgelopen jaar. De meest voorkomende vormen van discriminatie zijn bedreiging, fysiek geweld, belediging en uitsluiting van dienstverlening. JIM GOUWEN geeft aan dat er nog geen cijfers beschikbaar zijn over moslimdiscriminatie voor het afgelopen jaar, maar dat die in april worden verwacht. Wel ziet de politie al enkele jaren een toename van meldingen over moslimdiscriminatie, wat in lijn ligt met de algemene stijging van discriminatiemeldingen. De politie maakt geen onderscheid tussen vormen van discriminatie en bestrijdt deze in algemene zin. Een uitdaging in de registratie is dat discriminatie vaak niet expliciet als zodanig wordt vastgelegd.

Incidenten worden meestal geregistreerd op basis van het strafrecht, waarbij het hoofdmisdrijf, zoals mishandeling, wordt erkend, maar het discriminatoire aspect niet altijd wordt meegenomen. Daarom monitort het politie-expertisecentrum discriminatiemeldingen en koppelt ze terug naar de betreffende eenheden als een discriminatoir element wordt vastgesteld. Uit de geregistreerde meldingen blijkt dat moslimdiscriminatie vooral gericht is tegen vrouwen met een hoofddoek, waarbij belediging, bedreiging en in toenemende mate fysiek geweld worden gemeld. In 2023 registreerde de politie in Amsterdam 39 meldingen van moslimdiscriminatie, maar hij benadrukt dat dit aantal niet in verhouding staat tot de daadwerkelijke incidenten. Een groot probleem blijft de lage meldingsbereidheid van slachtoffers. Uit een recent CBS-rapport blijkt dat slechts 1 op de 10 mensen die discriminatie ervaren, dit daadwerkelijk meldt. De overheid en instanties moeten zich daarom inzetten om de drempels voor het melden van discriminatie te verlagen. ABDER TONOUH is wijkagent in Nieuw-West en voorzitter van het Marokkaans netwerk binnen de politie-eenheid Amsterdam. Dit netwerk, bestaande uit politiecollega’s met een Marokkaanse achtergrond, bundelt expertise om bij te dragen aan het verbeteren van de aanpak van maatschappelijke problemen, waaronder moslimhaat en islamofobie.

Hij vindt het pijnlijk om te horen dat sommige mensen zich niet beschermd voelen door de politie en benadrukt dat ze er alles aan doen om dat te verbeteren. Een groot knelpunt is dat veel mensen geen aangifte doen van discriminatie, vaak omdat ze het gevoel hebben dat er toch niets mee gebeurt of dat het moeilijk te bewijzen is. Daarnaast lijkt er soms een soort gewenning op te treden, waarbij mensen zich neergelegd hebben bij discriminatie, wat volgens hem niet normaal is. Het Marokkaanse netwerk binnen de politie probeert de drempel voor aangifte en meldingen te verlagen en biedt naast strafrechtelijke vervolging ook andere oplossingen, zoals gesprekken tussen betrokken partijen. Ze zoeken actief de samenwerking met instellingen en stichtingen om het vertrouwen van de gemeenschap in de politie te vergroten. Toch erkent hij dat er nog veel werk te doen is op dit gebied. SOUAD BOUMEDIEN is coördinator interne netwerken en lid van het Marokkaanse netwerk binnen de politie. Ze geeft aan dat het netwerk regelmatig te maken krijgt met thema’s zoals moslimdiscriminatie en islamofobie. Hun taak is niet alleen om deze problemen te signaleren, maar ook om ze intern binnen de politie bespreekbaar te maken. Ze benadrukt dat politiemedewerkers naast hun werk ook burgers zijn en dus zelf de maatschappelijke sentimenten ervaren.

Het netwerk probeert deze ervaringen te vertalen naar de interne organisatie, zodat de politie beter begrijpt wat er speelt in de samenleving en effectiever kan inspelen op de behoeften van burgers. Daarnaast werken ze aan het versterken van de relatie tussen de politie en de gemeenschap, zodat meer mensen zich gesteund voelen en bereid zijn om incidenten te melden.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

Lid HAIJEN vraagt aan Jerrol Marten om verduidelijking wat betreft uitsluiting van moslims bij dienstverlening. Gaat het om alledaagse situaties, zoals boodschappen doen bij de bakker, of betreft het ook ernstigere vormen van uitsluiting, zoals problemen bij het openen van een bankrekening? JERROL MARTEN bevestigt dat uitsluiting van dienstverlening zowel gaat over zowel het weigeren van een bankrekening, als over alledaagse situaties, zoals geweigerd worden in een winkel. Hij geeft voorbeelden, waaronder een moslima die door andere klanten bijna een banketbakkerij uit wordt gejaagd met de boodschap dat ze daar niet thuishoort. Daarnaast merkt hij op dat omstanders in zulke situaties vaak niet ingrijpen. Lid BILGIN stelt een vraag aan de politie over het proces van melding en aangifte van discriminatie. De politie antwoordt kort dat aangiftes in principe direct worden opgenomen. Lid Bilgin deelt echter zijn eigen ervaring, waarbij hij aangeeft dat er in de praktijk twee opties zijn, online melding doen of telefonisch aangifte regelen. Hij vertelt dat als je naar het bureau gaat, je wordt gevraagd om te bellen. Vervolgens neemt een team anoniem contact op, op een willekeurig moment. Als je dat gesprek mist, plannen zij zelf een datum in, zonder dat je daar altijd van op de hoogte bent. Hierdoor ligt er veel verantwoordelijkheid bij het slachtoffer om het proces te volgen.

Hij concludeert dat het hem nooit is gelukt om direct op het bureau aangifte te doen. SOUAD BOUMEDIEN bevestigt dat er een aangifteagenda is en dat er vaak niet genoeg personeel beschikbaar is om direct een aangifte op te nemen. Als iemand binnenloopt en er ruimte is, wordt de aangifte wel direct opgenomen. Anders wordt de persoon doorverwezen om zelf te bellen en een afspraak te maken. Ze erkent de verbeterpunten die lid Bilgin noemt en bedankt hem voor de feedback, die ze meeneemt. Lid GARMY stelt een vraag aan sprekers Kendir en Koudiss over hoe de meldingsbereidheid bij slachtoffers van discriminatie verhoogd kan worden. Hij verwijst naar de politie, die aangeeft dat ook de overheid en raadsleden hierin een verantwoordelijkheid hebben. Hij vraagt concreet welke acties raadsleden kunnen ondernemen om het vertrouwen bij mensen te vergroten, zodat zij daadwerkelijk een melding doen. ESMA KENDIR benadrukt dat duidelijkheid over de meldingsprocedure en concrete vervolgstappen essentieel zijn om de meldingsbereidheid te verhogen. Ze pleit ervoor dat discriminatie ook daadwerkelijk bestraft wordt, bijvoorbeeld door sancties voor werkgevers, verhuurders of instellingen die zich hieraan schuldig maken. Daarnaast wijst ze op de impact van discriminatie op slachtoffers, het maakt hen letterlijk ziek en uitgeput, waardoor ze vaak geen energie meer hebben om melding te doen.

Het besef dat een melding waarschijnlijk geen effect heeft, draagt bij aan de lage meldingsbereidheid. Daarom denkt ze dat striktere handhaving en echte gevolgen voor daders ervoor kunnen zorgen dat meer mensen zich durven uit te spreken. ANASS KOUDISS vindt het belangrijk om de verantwoordelijkheid niet alleen bij de slachtoffers van discriminatie te leggen, maar ook de oorzaken binnen de instanties zelf te onderzoeken. Hij benadrukt de barrières die slachtoffers tegenkomen bij het doen van aangifte, zoals ongetrainde agenten die niet goed weten hoe ze discriminatie, islamofobie of racisme moeten behandelen. Hij noemt het voorbeeld van een slachtoffer dat niet goed werd behandeld door de politie, waarbij fouten werden gemaakt en discriminatie niet werd meegenomen in de aangifte. Hij pleit ervoor om niet steeds opnieuw te onderzoeken waarom mensen geen aangifte doen, aangezien dit al meerdere keren is onderzocht. In plaats daarvan zou de focus moeten liggen op het verbeteren van de procedures binnen de instanties die discriminatie behandelen, zodat deze zaken beter worden opgepakt en opgelost. ESMA KENDIR wijst op de normalisering van islamofobie en moslimdiscriminatie in Nederland. Ze benadrukt dat slachtoffers vaak twijfelen of hun ervaringen daadwerkelijk als

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

moslimdiscriminatie erkend worden. Ze geeft een concreet voorbeeld van een vrouw die in de tram werd lastiggevallen door een man die opmerkingen maakte over haar hoofddoek. Toen de vrouw aangifte wilde doen bij de politie, werd haar situatie geminimaliseerd, en werd gezegd dat ze het maar als een compliment moest zien. Ze stelt dat deze normalisatie van moslimdiscriminatie een grote uitdaging is en dat het belangrijk is om deze houding te veranderen om discriminatie effectief aan te pakken. JERROL MARTEN reageert op de vraag over wat de gemeenteraad kan doen om discriminatie aan te pakken. Hij benadrukt dat het verhogen van de meldingsbereidheid moeilijk is, en dat zijn meldpunt zich richt op outreachend werken, waarbij ze actief naar mensen toe gaan om verhalen op te halen. Dit helpt om te begrijpen waar en hoe discriminatie plaatsvindt, zodat er veranderingen kunnen worden doorgevoerd. Hij stelt voor dat de raad samen met hen zoekt naar oplossingen, en ook aandacht besteedt aan het beïnvloeden van omstanders en de bredere samenleving om discriminatie te stoppen, omdat dit de kern van het probleem is. Lid MANGAL stelt drie vragen. Ten eerste vraagt hij of de gevallen waarbij mensen niet in staat zijn om aangifte te doen, en daardoor doorverwezen worden, ook meegenomen worden in de gepubliceerde cijfers.

Hij suggereert dat partners zoals Meld Islamofobie mogelijk kunnen helpen bij het verzamelen van deze gegevens. Ten tweede vraagt hij wat de politie nodig heeft aan wetgeving om islamofobie effectiever aan te pakken. Ten slotte vraagt hij of islamofobie apart geregistreerd wordt en of die cijfers beschikbaar zijn. JERROL MARTEN geeft aan dat ze moslimdiscriminatie registreren met verschillende subcategorieën, en dat ze daar cijfers en duidingen over kunnen verstrekken. JIM GOUWEN legt uit dat bij de politie moslimdiscriminatie geregistreerd wordt, maar zonder subcategorieën. Wanneer mensen een melding doen en ze worden doorverwezen naar een andere afspraak, worden die gegevens niet altijd vastgelegd in het systeem, afhankelijk van de alertheid van de betreffende collega. Hij noemt ook wetgeving die momenteel in de Eerste Kamer ligt, waarbij het discriminatoir-aspect als apart strafbaar feit wordt benoemd, wat de politie zal helpen om dergelijke gevallen beter vast te leggen en de vervolging te verbeteren. Dit zal naar verwachting in de zomer wet worden. JERROL MARTEN legt uit dat wanneer iemand zich bij hun meldpunt meldt en wordt doorverwezen, dit altijd wordt geregistreerd. Hun ondersteuning richt zich ook op het begeleiden van mensen bij het doen van aangiften, vooral wanneer ze zich onzeker voelen of niet prettig voelen bij het doorverwezen worden.

Ze helpen door mee te gaan of zelfs het woord voor hen te doen als dat nodig is. ANASS KOUDISS geeft aan dat Meld Islamofobie dezelfde aanpak hanteert. Wanneer meldingen binnenkomen, vragen ze altijd of deze al elders zijn gemeld of, of er aangifte is gedaan. Ze registreren alle meldingen die ze ontvangen, gebaseerd op het betreffende vraagstuk. Lid BOUHASSANI stelt een vraag over de normalisering van moslimdiscriminatie. Ze benadrukt dat moslimdiscriminatie nu als normaal wordt beschouwd, wat het gevaarlijker maakt. Ze vraagt hoe deze normalisering kan worden aangepakt, zodat moslimdiscriminatie weer als abnormaal wordt gezien. Daarnaast vraagt ze of er voldoende ruimte is voor vertegenwoordigers van verschillende perspectieven, zoals jongeren, om betrokken te worden in gesprekken en of hun input voldoende wordt opgehaald door zowel lokale als landelijke overheden. ESMA KENDIR bespreekt de bredere impact van moslimdiscriminatie op verschillende aspecten van het leven van moslims, van school en stage tot werk en bankdiensten. Ze benadrukt dat deze discriminatie dagelijks aanwezig is. Ze pleit ervoor dat jonge moslims regelmatig en structureel betrokken worden in gesprekken met zowel de lokale als landelijke overheid om hun unieke ervaringen, zoals discriminatie naast de gebruikelijke problemen van

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

jongeren, zoals woningnood, te delen. Ze stelt dat er meer aandacht moet zijn voor deze groep en dat gesprekken met hen een essentieel onderdeel moeten zijn van beleid en verandering. ANASS KOUDISS wijst er op dat, hoewel er wel contact is met de overheid en media, de tijdsinvesteringen vaak mager zijn en de aanpak niet voldoende structureel is. Hij benadrukt dat de overheid bewust geen interesse toont in islamofobie, wat blijkt uit parlementaire documenten waarin antisemitisme veel vaker wordt genoemd dan islamofobie. IBTISSAM ABAAZIZ reflecteert op haar ervaring met betrokkenheid bij gesprekken met ministeries en de overheid, waarbij ze aangeeft dat deze gesprekken vaak sporadisch waren en voornamelijk gericht waren op meldingsbereidheid. Ze wijst erop dat haar organisatie zich destijds profileerde als onafhankelijk en zelfstandig, wat mogelijk deuren sloot vanwege een ongemak bij de overheid over het te radicale of te confronterende verhaal dat zij naar voren brachten. Ze benadrukt dat islamofobie anders is dan andere vormen van racisme vanwege de institutionele dimensie, waarbij wet- en regelgeving in Nederland specifiek gericht is op moslims, zoals het boerkaverbod en wetgeving ter voorkoming van terrorismefinanciering. Verder bespreekt ze de geschiedenis van gesprekken tussen moslims en de overheid, waar een gelijkwaardigheid en eigenaarschap vaak ontbraken.

Ze stelt dat gesprekken meer doelgericht zouden moeten zijn, en dat in plaats van alleen oplossingen te zoeken, het belangrijk is te kijken naar wat er al wordt gedaan om problemen van moslims aan te pakken. Lid VELDHUYZEN bedankt insprekers Kendir en Koudiss voor hun moedige en kritische uitspraken over de aanwezige instituten, wat hij waardeert als heel Nederlands en direct. Hij benadrukt dat de gemeente zich specifiek moet richten op moslimdiscriminatie, vooral vanwege de institutionele dimensie van deze vorm van discriminatie, zoals benoemd door Ibtissam Abaaziz. Verder refereert hij aan het gevoel dat jonge moslims hebben dat ze niet door de politie worden beschermd. Hij vraagt de politie in hoeverre er ruimte is om moslimdiscriminatie als specifieke vorm van discriminatie aan te pakken, en of er een plan van aanpak kan komen om deze zorgen aan te pakken, gezien de ernst van de signalen die gedeeld zijn. Lid LUST uit haar bezorgdheid over de twijfel om te emigreren die bij sommige moslims leeft. Ze vraagt zich af in hoeverre het zou kunnen helpen dat er een speciaal netwerk binnen de politie is dat zich richt op de moslimgemeenschap om de drempel voor aangiftes te verlagen. Ze vraagt de politie om meer uitleg over hoe moslimdiscriminatie wordt geregistreerd, gezien de opmerking dat het apart wordt bijgehouden, en of er specifieke projectcodes voor bestaan.

Lid BADAL uit zijn zorgen over de vele incidenten van moslimdiscriminatie, maar benadrukt ook dat er verbeteringen in de samenleving zijn. Hij stelt vragen over de kennis over oriëntalisme en of er vooruitgang is geboekt in het begrip hiervan, gezien de groeiende reizen naar het Oosten en de toegenomen kennis. Verder vraagt hij hoe partijen in de samenleving, zowel moslims als niet-moslims, met elkaar omgaan en of er ruimte wordt gegeven voor acceptatie. Hij benoemt het belang van netwerken en vraagt hoe deze vraagstukken in de samenleving opgelost kunnen worden, waarbij iedereen, zowel mensen met migranten- als Nederlandse achtergrond, betrokken moeten worden. Lid KABAMBA deelt haar ervaring als lid van de 9-11-generatie, waarbij ze heeft kunnen zien hoe de wereld veranderd is na 9-11. Ze vraagt specifiek naar psychologische hulp voor slachtoffers van discriminatie. Ze wil weten of er een protocol is bij de politie voor het automatisch aanbieden van slachtofferhulp wanneer discriminatie wordt gemeld, vooral als het gaat om discriminatie op basis van geloofsovertuiging. Ze uit bezorgdheid over de vrijblijvendheid van de huidige meldsystemen en vraagt of er in de toekomst regels komen om dit te voorkomen.

Verder vraagt ze aan de organisaties Meld Islamofobie en Collectief Jonge Moslims hoe psychologische hulp wordt geboden aan slachtoffers, of de hulp gefinancierd wordt door de overheid, en of er

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

cijfers beschikbaar zijn. Zo niet, wat er volgens hen zou moeten veranderen om snel toegang te krijgen tot deze hulp. Lid MANGAL vraagt wat er zou moeten gebeuren met mensen die islamofobie vertonen binnen hun eigen organisatie. SOUAD BOUMEDIEN bespreekt hoe netwerken intern hebben gekeken naar hun beleid en waar ze mogelijk verbeteringen kunnen aanbrengen. Ze geeft aan dat de collega’s zelf ook de drempels van discriminatie ervaren in de samenleving. Ze benadrukt dat ze een plan van aanpak aan het ontwikkelen zijn, en dat de sessie haar ogen heeft geopend. Ze nodigt anderen uit om mee te denken en het plan verder te verrijken. Wat betreft de vraag over het Marokkaanse netwerk binnen de politie, zegt ze dat hoewel dit netwerk waardevol is, het niet de hele islamitische gemeenschap vertegenwoordigt, gezien de diversiteit binnen de gemeenschap. Ze benadrukt dat structurele problemen, zoals etnische profilering, aangepakt moeten worden. Het zou voor jonge moslims bijvoorbeeld helpen als er geen etnische profilering plaatsvindt en als de politie ingrijpt wanneer zij zich niet veilig voelen. ANASS KOUDISS stelt een vraag over het Marokkaanse netwerk binnen de politie. Hij vraagt zich af wat dit netwerk precies inhoudt, of het een betaalde functie betreft of een groep die is samengekomen om de belangen van de Marokkaanse gemeenschap te behartigen.

ABDER TONOUH legt uit dat het Marokkaanse netwerk binnen de politie bestaat uit collega's die in dienst zijn van de politie en hun eigen functies hebben. Het netwerk fungeert als een nevenfunctie en biedt een veilige haven voor collega's, terwijl het ook de culturele expertise van de leden bundelt. Dit netwerk draagt bij aan de politieoperaties, zoals het begeleiden van demonstraties en het ondersteunen van familierechercheurs bij moeilijke gesprekken, door hun culturele kennis in te zetten. ANASS KOUDISS uit kritiek op het feit dat het Marokkaanse netwerk binnen de politie specialistisch werk verricht zonder daarvoor betaald te worden. Hij wijst erop dat de leden van dit netwerk al een gemarginaliseerde positie hebben binnen de politie en stelt dat de verantwoordelijkheid voor dit werk niet bij hen zou moeten liggen. Hoewel hij erkent dat het netwerk belangrijk is voor onderlinge steun, benadrukt hij dat er racisme en discriminatie binnen de politie bestaan, zoals blijkt uit meldingen en landelijke schandalen. Hij pleit voor een betaalde functie of een gespecialiseerde groep die specifiek onderzoek doet naar deze problematiek. Dit zou niet alleen gericht moeten zijn op islamofobie, maar ook op andere gemarginaliseerde groepen, zoals zwarte mensen en queer personen, die eveneens barrières ervaren bij het doen van aangifte.

Hij benadrukt dat als mensen uit deze gemeenschappen in zo’n groep willen werken, ze daarvoor betaald moeten worden om te voorkomen dat gemarginaliseerde groepen onbetaald extra werk verrichten binnen een toch al moeilijke positie. JIM GOUWEN legt uit dat het netwerk Divers Vakmanschap onderdeel is van de bredere politie-strategie Politie voor Iedereen. Dit beleid faciliteert verschillende netwerken binnen de politie om beter verbinding te maken met zowel interne als externe doelgroepen. Expertisecentrum Aanpak Discriminatie maakt ook deel uit van deze strategie en wordt ondersteund door de korpsleiding. Met betrekking tot projectcodes voor discriminatiezaken bevestigt hij dat er een specifieke projectcode bestaat in het basis-BVA-systeem, waar politiegegevens worden geregistreerd. Daarnaast screent het Expertisecentrum Aanpak Discriminatie tweewekelijks zaken waarin mogelijk een discriminerend aspect zit, en deze worden in een apart systeem vastgelegd. Er wordt gewerkt aan harmonisatie en verbetering van deze registratieprocessen. Verder meldt hij dat het expertisecentrum ruimte heeft gekregen om structureel te groeien en dat er plannen zijn om gespecialiseerde discriminatie-experts aan te trekken. Dit team

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

zal zich richten op verschillende discriminatiethema’s, waarbij moslimdiscriminatie expliciet als een van de focuspunten wordt genoemd. IBTISSAM ABAAZIZ reageert op de vraag van de heer Badal over oriëntalisme en de veranderingen daarin. Ze legt uit dat oriëntalisme op verschillende gebieden voorkomt, zoals wetenschap, kunst, cultuur en denkbeelden. Wetenschappelijk gezien is er voortgebouwd op het werk van Edward Said uit de late jaren '70, wat duidt op enige vooruitgang. Echter, in de alledaagse werkelijkheid blijven oriëntalistisch denken en islamofobe denkbeelden sterk aanwezig. Ze verwijst naar recente gebeurtenissen in Amsterdam, zoals de problemen rond de Maccabi Tel Aviv supporters en stelt dat moslims vaak als daders worden geframed, zelfs in situaties waarin ze slachtoffer zijn. Dit heeft invloed op hoe discriminatie en meldingen van islamofobie worden behandeld, het idee dat moslims slachtoffer kunnen zijn, wordt soms als onrealistisch gezien. Dit ondermijnt de bereidheid om aangifte te doen en beïnvloedt de manier waarop incidenten worden geframed en behandeld. ANASS KOUDISS bespreekt een zaak waarbij een vrouw in Amsterdam slachtoffer werd van fysiek geweld met een islamofobe achtergrond.

Ze werd bespuugd, geslagen, vervolgens in een nekklem gelegd en op de grond getrokken en er werd geprobeerd haar hoofddoek af te trekken, terwijl haar Anti-Palestijnse leuzen werden toegeschreeuwd. Hij benadrukt dat het systeem en de instituties op alle niveaus hebben gefaald in haar bescherming. De politie zag haar aanvankelijk als verdachte in plaats van slachtoffer, de aangifteprocedure was niet cultureel sensitief, en er werden fouten gemaakt in de registratie. Bovendien was er geen geschikte psychologische zorg beschikbaar. Hij stelt dat hulpverleners niet de juiste sensitiviteit hebben om slachtoffers van islamofobie en racisme te ondersteunen. In de zorg wordt islamofobie nauwelijks erkend als een bron van trauma, en psychische gevolgen zoals PTSS worden niet serieus genomen. Hierdoor blijven slachtoffers zonder adequate hulp achter. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft aan dat de sprekers nu hun oplossingen voor de problemen kunnen aandragen. IBTISSAM ABAAZIZ benadrukt dat er niet één enkele oplossing is voor moslimdiscriminatie en islamofobie. Ze pleit ervoor om het vragen naar oplossingen specifieker te maken in plaats van algemeen te blijven.

Gemeenten en andere instanties zouden niet alleen vragen naar oplossingen, maar ook moeten laten zien welke maatregelen al zijn genomen, wat daarvan de resultaten zijn en waar ze tegenaan lopen. Daarnaast wijst ze op de diversiteit binnen de islamitische gemeenschappen. De uitdagingen en behoeften van jongeren kunnen bijvoorbeeld heel anders zijn dan die van islamitische ouders. Daarom is het belangrijk om met verschillende gesprekspartners in dialoog te gaan. Ze benadrukt ook dat islamofobie een complex en gelaagd probleem is, vaak gekoppeld aan bredere institutionele en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit vraagt om een aanpak die niet alleen gericht is op het vergroten van meldingsbereidheid, maar ook op structurele veranderingen binnen instanties. Lid BENTOUMYA stelt een vraag aan de experts over hoe de gemeenteraad en de gemeente kunnen bijdragen aan het normeren van gedrag rondom islamofobie en discriminatie. Ze benadrukt dat wat niet normaal is, ook niet genormaliseerd moet worden, en vraagt welke signalen de gemeente kan afgeven om dit duidelijk te maken. Daarnaast wil ze weten hoe Amsterdammers bewust kunnen worden gemaakt van het belang van ingrijpen en solidariteit tonen bij discriminatie. IBTISSAM ABAAZIZ benadrukt dat het bestrijden van moslimdiscriminatie vraagt om politieke moed en het innemen van standpunten die niet altijd populair zijn. Ze wijst op de

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

politieke dimensie van islamofobie, zowel op lokaal als landelijk niveau, en hoe wet- en regelgeving een rol speelt in institutionele discriminatie. Ze noemt voorbeelden zoals het onbewust op een signaleringslijst belanden en problemen bij het openen van een bankrekening. Volgens haar is het belangrijk dat raadsleden zich hierover uitspreken en niet meegaan in de normalisering van islamofobie. Kleine, maar moedige stappen, zoals het benoemen en bekritiseren van deze vormen van discriminatie, kunnen een groot verschil maken en worden door Amsterdammers gewaardeerd. ESMA KENDIR sluit zich aan bij deze beantwoording en benadrukt verder het belang van onvoorwaardelijk Nederlanderschap voor jonge moslims. Ze stelt dat hun burgerschap niet afhankelijk zou moeten zijn van hoe goed ze presteren op school of werk, of van het al dan niet maken van fouten. Volgens haar is het essentieel dat zowel de politiek als de gemeente duidelijk maken dat alle burgers worden gesteund, ongeacht achtergrond of gedrag. Ze wijst erop dat jonge moslims moedeloos kunnen worden als ze ondanks hun inspanningen telkens weer bij problemen gestigmatiseerd worden. Dit tast hun bestaanszekerheid aan. ANASS KOUDISS sluit zich aan bij eerdere sprekers en legt de nadruk op het belang van een krachtig weerwoord tegen extreemrechts.

Hij roept op om islamofobie expliciet te benoemen, zonder deze pas ter sprake te brengen na eerst antisemitisme te hebben genoemd. Volgens hem is dat patroon, waarbij islamofobie pas erkend wordt als een soort bijzaak, problematisch en onnodig. Hij erkent het belang van het bestrijden van antisemitisme, maar benadrukt dat islamofobie als een op zichzelf staand probleem benoemd en aangepakt moet worden. Daarnaast bekritiseert hij het gebruik van de moslimgemeenschap, en met name jongeren, als een soort publiciteitsmiddel door publieke figuren zoals de burgemeester en wethouders. In plaats van hen alleen in beeld te brengen bij fouten van de overheid, pleit hij ervoor om oprecht in gesprek te gaan, buiten de camera’s om, en daadwerkelijk excuses te maken en te luisteren naar verbeterpunten. Lid BOUHASSANI benadrukt dat ze graag concreet wil worden en vindt het belangrijk om naast praten ook met tastbare oplossingen te komen. Ze vertelt dat ze aan een aantal voorstellen werkt. Eén van de ideeën waar ze benieuwd naar is, gaat over het verbeteren van de representatie en het zijn van een gesprekspartner voor zowel de landelijke als de lokale overheid. Ze merkt op dat vaak moskeeën worden uitgenodigd voor gesprekken, maar dat niet iedereen in de moslimgemeenschap zich vertegenwoordigd voelt door een moskee of vindt dat een moskee namens hen kan spreken.

Ze vraagt of een interreligieus adviesorgaan misschien een oplossing zou kunnen zijn, zodat moslims bij verschillende thema’s kunnen meepraten, zoals onderwijs, wonen en scholen, en niet alleen als het over veiligheid of problemen in de wijk gaat. Daarnaast wijst ze op een ander probleem, het gebrek aan lesmateriaal over moslimdiscriminatie. Ze benadrukt dat als je het probleem bij de kern wilt aanpakken, je al jong moet beginnen. Daarom is ze benieuwd hoe de experts aankijken tegen het ontwikkelen van specifiek lesmateriaal over moslimdiscriminatie, als onderdeel van concrete aanbevelingen om het probleem aan te pakken. ESMA KENDIR wijst erop dat gesprekken over moslimdiscriminatie vaak blijven steken in het benoemen van het probleem, terwijl dat allang helder is en uitgebreid is onderzocht. Wat nu nodig is, zijn echte stappen, want zonder concrete maatregelen raken jonge moslims ontmoedigd. Ze zijn het zat om steeds hetzelfde gesprek te voeren zonder dat er iets verandert. Volgens haar kan er ook op lokaal niveau veel gedaan worden. Het plan van aanpak van het college heeft zij samen met haar Collectief Jonge Moslims doorgenomen. Hoewel ze de intenties van het college waardeert, vindt ze dat het plan daadkracht mist. Er wordt te veel nadruk gelegd op bewustwording en interactie, terwijl stevige, concrete maatregelen uitblijven.

Daarom presenteert ze zelf een aantal oplossingsrichtingen. Als eerste pleit ze voor de aanstelling van een coördinator moslimdiscriminatie binnen de gemeente. Deze optie lag eerder op tafel, maar is niet meegenomen in het uiteindelijke plan van

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

het college. Landelijk bestaat er een nationaal coördinator tegen racisme en discriminatie, maar het is onzeker of deze functie blijft bestaan. Daarom is het des te belangrijker dat Amsterdam op lokaal niveau actie onderneemt. Daarnaast is het essentieel om structureel en duurzaam in gesprek te gaan met jonge moslims. Verder stelt ze voor om een rentevrij woonfonds in te voeren voor moslims. Dit zou hen de mogelijkheid geven om een huis te kopen zonder in strijd te komen met hun geloofsovertuiging. Rotterdam heeft al een pilot lopen voor rentevrij kopen, en Amsterdam zou hierin moeten volgen. Ook benoemt ze de noodzaak om mosliminclusie te bevorderen door bijvoorbeeld eeuwige grafrust te garanderen, net zoals dat voor andere religieuze gemeenschappen is geregeld. Verder moet de meldingsbereidheid worden vergroot en moeten er duidelijke sancties komen bij discriminatie. Stage-discriminatie moet structureel worden aangepakt en bedrijven moeten zich verantwoorden over hun selectiebeleid. Ze pleit voor een systeem van naming en shaming, stimuleert open hiring en wil ervoor zorgen dat studenten geen studievertraging oplopen door discriminatie. Een ander belangrijk punt is dat de gemeente Amsterdam haar eigen rol kritisch moet evalueren. Dat geldt zowel voor het interne beleid rondom ambtenaren als voor de manier waarop zij haar eigen burgers behandelt.

Ze noemt bijvoorbeeld de rol die de gemeente heeft gespeeld bij het Haga Lyceum. Amsterdam moet erkennen dat ze niet neutraal is in dit probleem en verantwoordelijkheid nemen voor haar eigen beleidskeuzes. ANASS KOUDISS wil nog enkele punten toevoegen, vooral met betrekking tot educatie en de aanpak van islamofobie binnen beleid en instituties. Hij verwijst naar het Joods Akkoord dat in 2018 door de meeste raadsleden werd geaccepteerd. In dat akkoord staan belangrijke maatregelen, met name op het gebied van educatie, die volgens hem zo kunnen worden overgenomen in de strijd tegen moslimdiscriminatie. Vooral het onderwijzen van de geschiedenis van de islam en de bijdrage van moslims aan de Europese beschaving zou een belangrijke stap zijn. Dit zou helpen om de heersende oriëntalistische en stereotype denkbeelden in de samenleving te doorbreken. Daarnaast wijst hij op een burgerinitiatief om educatie over dit onderwerp structureel op te zetten. Dit is een taak van de overheid, en Amsterdam zou hierin het voortouw moeten nemen. Verder haakt hij in op de eerdere vraag over representatie en participatie van moslims binnen bredere maatschappelijke thema’s. Hij is het ermee eens dat moslims niet alleen uitgenodigd moeten worden wanneer het gaat om veiligheid, maar dat zij ook betrokken moeten worden bij onderwerpen als onderwijs, economie en kunst.

Moslims zijn immers actief in alle sectoren en op alle niveaus. Een ander cruciaal punt dat hij benadrukt, is de noodzaak van een officiële definitie van islamofobie. Zonder een heldere, erkende definitie blijft het lastig om islamofobie effectief te bestrijden. Daarom moet worden aangestuurd op een uniforme definitie die door alle instanties, inclusief de politie, wordt gehanteerd. Dit zorgt ervoor dat discriminatie wordt herkend, gedocumenteerd en erkend, waardoor ervaringen van moslims serieus worden genomen en het probleem beter bestreden kan worden. Tot slot benadrukt hij de verantwoordelijkheid van de gemeente om bewustwording binnen haar eigen instituties te vergroten. Sensitiveringstrainingen en educatie binnen de gemeente moeten structureel worden ingezet om ervoor te zorgen dat ambtenaren en instanties beter leren omgaan met moslimdiscriminatie. Lid MANGAL richt zich in zijn bijdrage op de verantwoordelijkheid van organisaties wanneer er sprake is van onheus of onredelijk handelen jegens moslims. Hij vraagt concreet welke maatregelen hiervoor nodig zijn. JIM GOUWEN benadrukt in zijn betoog dat de politie zich actief inzet tegen uitsluiting, discriminatie en racisme binnen de eigen organisatie. Hij verwijst hierbij naar het programma Politie voor Iedereen, dat onder andere gericht is op het creëren van veilige en inclusieve teams.

Daarnaast wijst hij op de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten, die zich bezighoudt met handhaving bij incidenten binnen de politieorganisatie.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept verslag expertsessie Moslimdiscriminatie, 5 februari 2025

FKD

Hij noemt een recent voorbeeld waarbij vier agenten uit Amsterdam zijn ontslagen vanwege discriminerende uitlatingen. Dit laat volgens hem zien dat de politie dergelijke incidenten serieus neemt en duidelijke grenzen stelt aan wat wel en niet acceptabel is binnen het korps. Verder benadrukt hij het belang van het melden van incidenten, zowel door burgers als door collega’s binnen de politie. Het is noodzakelijk om meldingen te krijgen, zodat er daadwerkelijk kan worden opgetreden en de norm duidelijk kan worden gesteld. Hij erkent dat er in de samenleving een beeld bestaat dat de politie niets doet tegen intern discriminerend gedrag, maar stelt nadrukkelijk dat dit beeld onterecht is. De politie neemt dergelijke zaken zeer serieus en blijft zich inzetten om een inclusieve organisatie te zijn waarin geen plaats is voor discriminatie. JERROL MARTEN roept in zijn slotwoord de gemeente Amsterdam en de gemeenteraad op om een actieve rol te spelen als poortwachter en waakhond tegen eenzijdige berichtgeving vanuit de gemeente en de politiek. Hij benadrukt dat het essentieel is om als collectief verontwaardiging uit te spreken wanneer dit soort situaties zich voordoen. Volgens hem draagt een kritische houding bij aan de bescherming van de inwoners van Amsterdam en helpt het om polarisatie in de samenleving tegen te gaan.

JIM GOUWEN benadrukt dat de handreiking naar de moslimgemeenschap alleen succesvol kan zijn als dit collectief wordt aangepakt. Volgens hem is het essentieel dat verschillende instanties samenwerken en niet afzonderlijk proberen de gemeenschap te benaderen. Als elke instantie afzonderlijk aan de deur klopt, leidt dit volgens hem tot verlies van effectiviteit en rendement. ANASS KOUDISS benadrukt dat er een unieke kans is om de moslimgemeenschappen institutioneel te beschermen, in plaats van hen aan te vallen, zoals hij constateert in de huidige situatie in Nederland. Lid BENTOUMYA benadrukt dat de samenleving, en zeker ook de gemeenteraad van Amsterdam, zich bewust is van wat er moet gebeuren. Ze bedankt de experts voor hun bijdragen, haar collega's voor de vragen en de eensgezindheid die zij heeft ervaren in de urgentie van het aanpakken van dit probleem. Ze benadrukt dat ze dit gezamenlijk willen doen en dat ze deze taak voort willen zetten. De VOORZITTER sluit de expertmeeting.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15468288/1