CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20250122 SED conceptverslag

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 26 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SED d.d. 22 januari 202510.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering

Openbare vergadering van de raadscommissie Sociaal,

Economische Zaken en Democratisering Vergaderdatum

Woensdag 22 januari 2025 van 13:30-16:50 uur in de commissiezaal

Verslag vast te stellen op:

Woensdag 26 februari 2025

Voorzitter: Portefeuillehouders: Commissiegriffier: Verslaglegging: Aanwezige commissieleden:

Afwezige commissieleden: Overige aanwezigen:

Igor Runderkamp Wethouder Groot Wassink, wethouder Mbarki Nicky Vos De Graaf-Schouwenaar (Notuleerservice Nederland) Abdi (PvdA), Alberts (SP), Aslami (D66), Badal (CDA), Belkasmi (PvdA), Bentoumya (GL), Broersen (VOLT), Van Haarlem (FvD), Kabamba (Lijst Kabamba), Krom (Partij voor de Dieren), Meerburg (Partij voor de Dieren), Namane (PvdA), Schmit (D66), Staartjes (VVD), Van der Veen (GL), Von Gerhardt (VVD) Mangal (DENK) -

1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent om 13:30 uur de vergadering en heet iedereen van harte welkom op deze openbare raadscommissievergadering SED. Er zijn voldoende fracties aanwezig. b. Mededelingen Er is een afmelding ontvangen van het lid Mangal. Er is een voorstel binnengekomen voor een werkbezoek rondom de opvang van ongedocumenteerden op woensdag 5 februari 2025 van 14:00 tot 15:30. De VOORZITTER wil peilen of hier voldoende belangstelling voor is. Er zijn ruim voldoende fracties die interesse tonen. Het lid ABDI verzoekt de organisatie om een nieuwe datum daar zij op 5 februari 2025 niet in staat is om te komen en haars inziens zullen veel leden al iets op die datum gepland hebben staan.

1

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

De VOORZITTER geeft aan dat het dan om een raadscommissie-vrije week gaat en geeft aan dat het goed zou zijn om het dan op woensdag of donderdag in te plannen. Het lid KROM meldt er die dag ook niet bij aanwezig te kunnen zijn en steunt het verzoek van het lid Abdi om de sessie te verplaatsen. De VOORZITTER stelt dat er naar een nieuwe datum gekeken zal worden. Wethouder GROOT WASSINK meldt over zijn toezegging van 9 oktober 2024 aan het lid Broersen om te informeren over het normbedrag Oekraïne. Op 13 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aangegeven dat de vergoeding per bed per nacht naar € 44,00 is verlaagd. Hij herhaalt zijn zorg over uitbreiding van opvang door dit normbedrag. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER meldt dat eerst vergaderpunt 10 tot en met 18 behandeld zal worden, en vervolgens punt 3 tot en met 9. Het lid Bentoumya heeft verzocht om agendapunt 6 te verschuiven naar de eerstvolgende vergadering als ook de scan Arbeidsmigratie gereed is. Het lid Heinhuis heeft verzocht om agendapunt 16 door te schuiven naar de eerstvolgende vergadering. De VOORZITTER geeft aan dat op basis van het aantal bespreekpunten eerst een avonddeel gereserveerd was. Op basis van het aantal aanmeldingen is de verwachting dat het in één middagdeel mogelijk moet zijn met een extra uur. Hij verzoekt om de spreektijden hierop aan te passen.

De agenda wordt met deze opmerkingen vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare raadscommissievergadering SED van 4 december 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda per portefeuille Het lid KROM vraagt de wethouders in algemene zin om naar de termijnagenda’s te kijken daar hier onderwerpen op vermeld staan waar de deadline al langere tijd van verstreken is. Verder geeft zij aan dat, inzake Economische Zaken, voor een aantal moties Brede Welvaart de deadline ook al verstreken is. Ook staat er een strategie op voor het samenvoegen van de Economie-agenda’s omdat er vanaf 2026 niet meer met aparte agenda’s gewerkt zou worden; de einddatum hiervoor is verschoven naar februari 2025. Daar het om een motie van 2023 gaat verzoekt zij de wethouder dit als einddatum aan te houden. Het lid MBARKI hoopt in dit kwartaal terug te kunnen komen op de moties Brede Welvaart. De termijnagenda wordt ter kennisgeving aangenomen.

2

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

f. Tkn-lijst voor de vergadering van de raadscommissie SED op 26 februari 2025. De VOORZITTER deelt mee dat het verzoek is ontvangen inzake de volgende verzoeken: tkn-15 op verzoek van de leden Alberts en Broersen, tkn-16 op verzoek van het lid Alberts, tkn-5 op verzoek van de leden Van der Veen en Krom, tkn-7 op verzoek van het lid Krom. Het lid SCHMIT verzoekt om tkn-8 samen te behandelen met het verzoek tkn-8 van het lid Krom. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken van de stadsdeelcommissies. 2. Inhoudelijke deel a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke gedeelte van deze vergadering. b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER meldt dat er geen insprekers zijn voor deze vergadering. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag Het lid STAARTJES brengt de vraag van het lid Schmit op 11 september over de bijzonder constructie rondom de bestuurscommissie Weesp naar voren, waar gesteld werd dat er een gesprek aangegaan zou worden met het Presidium. Hij zou graag horen wat de uitkomst van dit gesprek is en hoe de wethouder op dit moment tegen de constructie aan dat leden van een verkozen algemeen bestuur optreedt als verlengd bestuur van het college. Wethouder GROOT WASSINK meldt een juridische toets te hebben laten uitvoeren waarvan de uitkomst is dat het, juridisch gezien, niet kan.

Dit wordt meegenomen in de evaluatie. Hij begrijpt dat de bestuurscommissie Weesp een directe relatie met de raad wil; dit kan formeel geregeld worden maar dit kan men ook gewoon met elkaar aangaan. Het lid SCHMIT wil de wethouder erop attenderen dat partijen bezig zijn met de verkiezingen en is benieuwd wanneer de tweede evaluatie plaats gaat vinden.

3

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Wethouder GROOT WASSINK verwacht in februari 2025 een brief te kunnen sturen waarin de evaluatieresultaten gedeeld zullen worden. Daarnaast verwacht hij snel na het zomerreces een concept verordening op te stellen maar hij tracht het proces te versnellen daar waar mogelijk. Het lid VAN DER VEEN zou graag een update ontvangen over de winteropvang en is benieuwd of de eisen voor de vrijgekomen bedden bijgesteld kunnen worden en deze ook voor andere behoeftigen gebruikt zouden kunnen worden. Wethouder GROOT WASSINK wil niet vooruitlopen op de evaluatie, de samenloop met de WKR zal goed onderzocht moeten worden. Het lid VAN DER VEEN geeft aan te zoeken naar de flexibiliteit als het gaat om de leegstaande bedden. Wethouder GROOT WASSINK merkt op dat in noodsituaties deze flexibiliteit altijd betracht zal worden maar het aanpassen van de criteria is complex omdat niet duidelijk is wat de consequenties daarvan zullen zijn. Het lid VAN DER VEEN gaat in op het kunstwerk dat op het dak van GGZ-instelling Mentrum staat en uit zijn zorgen over het feit dat juist GGZ zich bezighoudt met suïcidepreventie. Hij vraagt zich af wat het college hiervan vindt. Wethouder GROOT WASSINK kan deze vraag niet als college beantwoorden daar kunst bij uitstek een persoonlijke uiting is.

Het lid BENTOUMYA snijdt het onderwerp van de bijstand aan, waarbij de participatiewet vaak aanpreekt op wantrouwen en niet op vertrouwen waarbij men ook ziet dat mensen die in de bijstand zitten, verstrikt raken in een ingewikkeld systeem. In Utrecht is een nieuw initiatief gestart waarbij via crowdfunding bekeken kan worden hoe deze mensen ondersteund kunnen worden. Ze vraagt de wethouder hoe hij hier tegenaan kijkt en of er hier kansen voor zijn in Amsterdam. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat er lange tijd is samengewerkt met Collectief Kapitaal en waar hij zeer enthousiast over is. Hij verwijst naar tkn-13 waar gesproken wordt over inkomstenverrekening, waar het hier over gaat, maar uit de bereidheid om naar dit initiatief te kijken. Het lid BROERSEN vraagt naar de pilot van scholing van ongedocumenteerden, met name mbo’ers. De laatste update is van 17 december 2024 en er zou in 2025 een nieuwe update komen, de deadline voor inschrijving is echter 1 april 2025. Zij vraagt zich af of er een update mogelijk is. Wethouder GROOT WASSINK meldt dat ROC Amsterdam nog aan het onderzoeken is of zij kunnen toetreden tot het convenant. Hij zegt toe hier in de volgende commissie op terug te komen.

4

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

BESPREEKPUNTEN Democratisering (inclusief Bestuurlijk stelsel) 10. Bespreken van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezeggingen over de tussenevaluatie van het Actieprogramma AmsterDOEN Het lid IJMKER geeft aan blij te zijn dat dit programma een vervolg krijgt en dat er middelen voor vrijgemaakt zijn. Haars inziens zou het goed zijn meer inzicht te geven over de financiën omdat dit onder Economische Zaken zou moeten vallen en niet langer onder Democratisering, omdat dit te maken heeft met het stimuleren van de economie in Amsterdam. Bekeken moet worden hoe het een gezamenlijke samenwerking wordt tussen de gemeente en de verschillende initiatieven en er meer duidelijkheid komt over de verwachtingen en wat welke partij gaat doen. Ook geeft zij aan van mening te zijn dat alle directies bij dit project betrokken moeten zijn. Ze wil graag een update over de nulmeting over de bekendheid van begrippen als energietransitie en vraagt naar haar motie van ruim een jaar geleden over investeren in digitale publieke infrastructuur. Het lid KROM dankt de wethouder voor de tussenevaluatie en is blij met investeringen zoals die voor de groene hub.

Ze heeft wel enkele vragen:  Liggen we op koers?  Is het de bedoeling dat de acties over twee jaar zijn afgerond of blijven er zaken openstaan voor de periode daarna?  In dat geval, gaat de wethouder dan nadenken over de prioritering?  Wat gaan we doen na de twee jaar, kan de gemeente de inzet blijven leveren na afloop van het programma? Ze verzoekt de wethouder ook om in de eindevaluatie terug te zien hoe de coöperaties de samenwerking hebben ervaren, zeker als het gaat om gelijkwaardigheid. Wethouder MBARKI zegt toe dat er gekeken is naar meer middelen voor het komende en daar gaat men mee door. Als het gaat om de toekomst geeft hij aan dat er gepionierd wordt, zowel extern maar ook intern. Het programma gaat in elk geval door. Inzake de ingediende motie van lid IJmker stelt hij dat deze in uitvoering is en hij hoopt hier spoedig meer informatie over te kunnen geven. Wethouder GROOT WASSINK bevestigt dat bekeken wordt vanuit EZ en Democratisering hoe een en ander meer met elkaar verknoopt kan worden omdat daar de meerwaarde van wordt gezien en daar horen zijn inziens andere directies ook bij. Helderheid als het gaat om financiën en rollen is hier cruciaal in. Het blijft een zoektocht om te zien hoe men hier mee door wil na de periode van het programma. De evaluaties zullen samen met de coöperaties uitgevoerd worden.

Bestendiging van het programma is enerzijds door als gemeente steun te geven maar daarnaast ook te zorgen dat de beweging, op zichzelf, sterk genoeg is. Het lid KROM vraagt of de wethouder verwacht dat de genoemde actiepunten volgend jaar zijn afgerond. Wethouder GROOT WASSINK meent dat men in algemene zin op koers ligt maar zegt toe hier nog eens goed naar te kijken.

5

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Het lid BELKASMI vraagt de wethouder welke groepen bereikt worden met dit programma en meent dat het goed zou zijn om te bekijken of ook de groep Amsterdammers die niet bekend zijn met de wegen, hiermee bereikt worden. Wethouder GROOT WASSINK stelt dat collectieven ook ontstaan bij groepen waar men dit niet automatisch verwacht. Als het gaat om bijvoorbeeld energietransitie is duidelijk dat er interesse getoond wordt bij alle lagen van de bevolking. Het is wel goed om hier alert op te blijven. Het lid IJMKER vraagt de wethouder hoe er concreet vormgegeven gaat worden aan het helder krijgen van financiën en rollen. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat de actielijnen uitgevoerd worden maar hij zou ook graag met partijen en collectieven willen overleggen om het toekomstbeeld scherper te krijgen als het gaat om rollen. Wethouder MBARKI benadrukt dat de hoop bestaat dat er een infrastructuur gebouwd wordt zonder dat de gemeente daar betrokkenheid in heeft. Wel moeten er met de gemeente afspraken gemaakt worden over de randvoorwaarden waarbinnen zaken van de grond komen. De VOORZITTER concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn of nog een bespreking in de raad en sluit dit agendapunt af. Het lid NAMANE merkt op dat er door het naar voren halen van het avondgedeelte, haar fractie in de knel komt met punten 4 en 5.

Om deze reden stelt zij voor om deze niet vandaag maar in de raadscommissie over twee weken te bespreken. De VOORZITTER stelt vast dat hier geen bezwaar tegen is en besluit om agendapunten 4 en 5 door te schuiven naar de raadscommissie over twee weken. JONGERENWERK 11. Bespreken van de raadsinformatiebrief Jongerenwerk in School Het lid BELKASMI geeft aan dat het Jongerenwerk bijdraagt aan meer perspectief voor jongeren. De reden van deze motie is dat hij dit ook graag voor het mbo wil; hij spreekt waardering uit voor het feit dat hier geld voor gereserveerd is. Voortijdig schoolverlaten is een belangrijk signaal en een zorg die kan leiden tot het afglijden naar bijvoorbeeld criminaliteit. Jongerenwerk kan hier een positieve bijdrage aan leveren. De uitgangspunten voor het mbo zijn continuïteit en focus op schooluitval. Het is goed dat de pilot voor continuïteit is gestart maar hij is van mening dat dit minimaal twee jaar gedaan moet worden zodat samen geëvalueerd kan worden en vraagt de wethouder om zijn mening hierin. Als het gaat om focus op schooluitval merkt hij op dit niet terug te vinden in de brief en hij vraagt de wethouder nadrukkelijk dit wel hierin mee te nemen. Inzake Jongerenwerk op basisscholen vraagt hij de wethouder hoe dat hier nu mee staat en of de wethouder mogelijkheden ziet om dit een extra zet te geven zoals dit ook gedaan is bij VO en mbo.

Het lid SCHMIT verwijst naar de gezondheidsmonitor hoe de mentale gezondheid van jongeren onder druk staat. Hij is blij met de inzet van de wethouder om Jongerenwerk in te zetten op het mbo. Hij vraagt de wethouder om zijn visie als het gaat om de afstemming van de verhouding tussen de mentor, de jongerenwerker op het mbo en ker in de buurt.

6

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Verder zou hij het op prijs stellen als de jongeren zelf betrokken worden bij de implementatie van het Jongerenwerk op het mbo. Het lid BELKASMI vraagt het lid Schmit wat zijn visie is op het mentorschap. Het lid SCHMIT vindt het belangrijk dat de jongerenwerker in de buurt goed contact houdt met de jongerenwerker op het mbo zodat ze samen werken aan de ontwikkeling van de jongeren. Het lid BENTOUMYA beaamt dat het Jongerenwerk op de mbo zeer belangrijk is, daar waar de zorgen van jongeren opgehaald kunnen worden. Wel denkt zij dat het verschil in Jongerenwerk voor jongens en voor meisjes niet over het hoofd gezien mag worden en de expertise die hiervoor nodig is. Ze vraagt de wethouder of in kaart gebracht is waar de behoefte ligt van scholen die een aanvraag hebben gedaan maar die niet gehonoreerd is en of er alsnog tegemoet gekomen kan worden aan deze wensen. Ze is benieuwd hoe de lijn tussen het jongerenwerk op VO en mbo eruitziet en hoe jongeren daarin geholpen kan worden. Daarnaast wil ze graag weten hoeveel capaciteit er ingezet wordt op de pilot daar ook zij van mening is dat dit duurzaam ingezet moet worden. Wordt dit in samenspraak gedaan met Jongerenwerk en behoefte van jongeren? Het lid BADAL bevestigt dat er behoeft is aan Jongerenwerk op het mbo en is blij dat de wethouder samen met ROC een pilot start en hoopt op een positieve opvolging.

Hij heeft een aantal vragen voor de wethouder:  Is er al een concrete aanpak als het gaat om jongerenwerkers die bekend zijn in de wijk van de betreffende mbo’er?  Hoe wordt de samenwerking tussen ROC en gemeente Amsterdam vormgegeven?  Zijn er specifieke afspraken gemaakt over cofinanciering?  Het zou goed zijn als de jongerenwerkers ook als docenten in het onderwijs kunnen instromen. Is hier een omscholingstraject voor?  Wat zijn de criteria voor afwijzing van de scholen die een aanvraag voor jongerenwerk hebben ingediend?  Is de wethouder bekend met het concept van de pedagogische wijk en ziet hij kansen dit verder uit te bouwen in de samenwerking met het onderwijs? Wethouder MBARKI geeft aan dat als het gaat om de pilot van continuering er vanuit de gemeente een financiering is voor twee jaar. Hier is sprake van cofinanciering met de mbo’s, daarmee gaat de organisatie het ook dragen. De mentor is het eerste aanspreekpunt voor jongeren op het mbo. De jongerenwerker dient verbinding te maken tussen de wijk en de school en het verbinden van de professionals aan elkaar. Idealiter is de jongerenwerker op de school en de jongerenwerker in de buurt dezelfde persoon, dit is echter niet overal mogelijk. Jongeren wonen vaak niet in dezelfde wijk als dat ze naar school gaan.

Schooluitval is zeker een thema waarbij scholen goed moeten registreren, het onderwijs aantrekkelijk wordt en dat de jongerenwerker hierin een rol kan pakken samen met docenten. Als het gaat om de scholen die zijn afgevallen, merkt hij op dat men te maken heeft met beperkte middelen en moet er geobjectiveerd worden. Naast dat de aanvragen beoordeeld worden, wordt er ook objectief gekeken naar de populatie en of daar jongerenwerk nodig is. Het lid BENTOUMYA merkt op dat de school wel een aanvraag heeft gedaan en er dus waarschijnlijk wel een behoefte bestaat. Gaat de gemeente dan wel het gesprek aan over deze behoefte, juist omdat de populatie van de scholen divers is?

7

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Wethouder MBARKI stelt dat de gemeente dit in overleg met het samenwerkingsverband heeft gedaan. In principe weten de scholen of zij wel of niet in aanmerking komen en kunnen er dan voor kiezen om wel of niet een aanvraag in te dienen. Als een school die in aanmerking komt, geen aanvraag indient betekent dit dat de lijst doorschuift en kunnen scholen die niet in aanmerking komen alsnog een aanvraag indienen. Over de opmerking van lid Bentoumya dat er ook gekeken moet worden naar het verschil in jongens en meisjes, stelt de wethouder dat hier een grote kans ligt omdat, klassiek gezien, het jongerenwerk meer op jongens gericht is. De wethouder hoopt dat binnen het mbo dit ook op meisjes gericht zal zijn. Over de pedagogische wijk zegt de wethouder dat dit concept bekend is en dat met het jongerenwerk dat men voor ogen heeft, die gedachte nagestreefd wordt. Inzake het kinderwerk merkt de wethouder op dat in bepaalde wijken dit ook ingezet wordt op basisscholen maar niet alle scholen kiezen voor deze manier maar meer voor de sociale basis. Het lid BELKASMI herhaalt de vraag waarom de wethouder er bewust voor kiest om het jongerenwerk niet op het primair onderwijs in te zetten. Wethouder MBARKI verwijst naar de discussie van hedenmorgen en stelt dat het gaat om het kijken naar de behoefte op elke school en de stadsdelen hebben daar ook een specifieke rol in.

Hoewel Jongerenwerk nu specifiek op VO en mbo ingezet wordt zijn er ook vele initiatieven in het PO. Het lid SCHMIT herhaalt zijn vraag of de wethouder het met hem eens is dat jongeren ook zelf betrokken moeten worden bij het implementeren van Jongerenwerk in het mbo. Wethouder MBARKI vindt dit een vanzelfsprekendheid, dit geldt niet alleen voor Jongerenwerk maar ook voor de beleidsmakers. De VOORZITTER concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn of nog een bespreking in de raad en sluit dit agendapunt af. MBO EN TOELEIDING ARBEIDSMARKT 12. Bespreken van het O&-rapport ‘Jongeren met en zonder startkwalificatie’ Het lid KABAMBA geeft aan dat de cijfers rondom jongeren zonder startkwalificatie zorgwekkend blijven, vooral in stadsdeel Noord, Nieuw-West en Zuid-Oost. Dit geeft een risico voor de jongeren voor de toekomst maar ook voor deze tijden van arbeidskrapte.

Ze heeft een aantal vragen voor de wethouder:  Welke gerichte interventies worden in de stadsdelen om jongeren zonder startkwalificatie te helpen?  Hoe wordt de omgeving daarin ingezet?  Hoe wordt voorkomen dat de cijfers in deze stadsdelen blijven stagneren?  Hoe vaak worden ouders en jongeren boven 21 op de hoogte gebracht van mogelijkheden als het Colloqium doctum, als zij aangeven door onder advisering weinig motivatie hebben om terug te gaan naar school?  Worden andere factoren als trauma, neurodivergentie of onder advisering structureel onderzocht bij jongeren zonder startkwalificatie?  Hoe wordt begeleiding en preventiehulp afgestemd en wat zijn de concrete resultaten van deze aanpak?  Wat is de oorzaak van de groeiende groep jongeren zonder inkomen en uitkering?

8

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

 

Hoe komt het dat al deze interventies er niet voor hebben gezorgd dat er een dalende lijn zien hierin? ZZP-activiteiten zijn niet meegenomen bij jongeren zonder startkwalificatie en niet ingeschreven stonden bij een onderwijsinstelling. Hoe zit dit en zal dit de volgende keer anders aangepakt worden?

Het lid SCHMIT merkt op dat 7% van de jongeren tussen de 23 en 26 geen startkwalificatie hebben. Hij is blij met impactondernemers die jongeren willen begeleiden. Hij vraagt de wethouder:  Op welke wijze werken het gemeentebestuur samen met dit soort initiatieven?  Ziet de wethouder mogelijkheden om dit met nog meer impactondernemers te doen, met name in Noord, Nieuw-West en Zuidoost? Het lid BENTOUMYA gebruikt dit agendapunt om het te hebben over de manier waarop de gemeente jongeren ondersteunt. Zij is het eens met lid Kabamba dat dit een zorgelijke rapportage is. Ze vraagt de wethouder:  Hoe zorgen we ervoor dat de manier waarop wij jongeren zonder startkwalificatie begeleiden duurzaam is? Dit omdat zij ook vaak hoort dat jongeren behoefte hebben aan ondersteuning bij het behouden van hun baan. Het lid VON GERHARDT vraagt het lid Bentoumya waar de verantwoordelijkheid van de gemeente start en waar die van de persoon zelf om de baan te behouden. In welke mate vindt GroenLinks dat de gemeente zich moet bemoeien met de werkcarrière van jongeren? Het lid BENTOUMYA is van mening dat het goed is als de gemeente een rol heeft in het vinden van passende banen voor jongeren. Sommige jongeren hebben een groot netwerk door waar ze geboren zijn et cetera maar andere jongeren hebben dat niet.

Het zou goed zijn als de gemeente daar kijkt waar zij meer ondersteuning kunnen bieden, zoals projecten als Grote Spelers. Het lid Bentoumya vervolgt met haar vragen:  Wat doet de gemeente om jongeren te stimuleren hun opleiding af te maken ook al hebben zij een baan aangeboden gekregen?  Welke acties onderneemt de gemeente als het gaat om jongeren die ‘schijnzelfstandigheid’ hebben en dus aan het einde van het jaar daar problemen mee krijgen? Wellicht zou een informatievoorziening of campagne hierbij kunnen helpen. Wethouder MBARKI beaamt dat dit zorgen baart en ziet graag dat jongeren hun startkwalificatie behalen waar ze later op terug kunnen vallen. De krapte op de arbeidsmarkt geeft jongeren echter de mogelijkheid om te gaan werken zonder hun opleiding af te maken. Anderzijds heeft het ook te maken met motivatie; daarom wordt er nu ook gewerkt met deelcertificaten waardoor de jongeren op kunnen bouwen waar zij later op terug kunnen vallen. Inzake de 21+ toets wordt deze wel degelijk aangeboden bij onder advisering. Over impactondernemers beaamt hij dat dit soort initiatieven gefaciliteerd worden door de gemeente. Als het gaat om duurzaamheid, stelt de wethouder dat het jongerenpunt en de begeleiding daarin cruciaal is. Ook is de kwaliteit van het onderwijs van groot belang om jongeren te binden aan school en hun diploma te laten behalen.

Over de schijnzelfstandigheid merkt de wethouder op dat dit een terecht punt is en dat er vanuit Amsterdam een programma Jong Plus Baas dat aan jongeren tussen 18 en 27 aangeboden wordt om jongeren te helpen bij zelfstandigheid zodat zij weten hoe zij aan meer opdrachtgevers moeten komen.

9

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Het lid BENTOUMYA is blij dat dit programma bestaat maar is van mening dat dit voor jongeren is die zich bewust zijn van het feit dat zij ondernemen. Haar punt gaat juist over jongeren die zich hier niet van bewust zijn of niet een bewuste keuze hiervoor gemaakt hebben. Wethouder MBARKI zal bekijken of hier een campagne voor is maar is van mening dat, gezien het publieke debat dat hierover bestaat, een groot thema is waar iedereen zich wel van bewust is. Hij zal op deze vraag terugkomen. Het lid KABAMBA vraagt nogmaals naar het feit dat ZZP-schap niet in de cijfers is meegenomen. Wethouder MBARKI legt uit dat dit te maken heeft met een zeer kleine groep, 4% van de mbo-afgestudeerden. Het lid BELKASMI merkt op dat de cijfers tot 2022 gaan en dat er nu meer jongeren zijn zonder startkwalificatie. Hij vraagt de wethouder of er actuele cijfers 2023, 2024 en later zijn. Wethouder MBARKI zal de cijfers delen met de raad zodra deze beschikbaar zijn. De VOORZITTER concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn maar wel een korte bespreking in de raad en sluit dit agendapunt af. 13. Bespreken van de Voortgang mbo-agenda 2023-2027 en Economische Arbeidsmarktbeleid 2023-2026 Het lid BELKASMI complimenteert de wethouder voor het agenderen van dit punt en het mbo keer op keer aandacht geeft die het verdient.

Hij is van mening dat het zeer belangrijk is dat er een gezamenlijke introductieweek georganiseerd moet worden voor het mbo, hbo en VO. Over de stagevergoedingen stelt hij dat deze binnen de gemeente gebaseerd zijn op leeftijd wat leidt tot grote verschillen wat onrechtvaardig voelt. Hij vraagt de wethouder naar zijn visie hierop en of er een toezegging gedaan kan worden om te onderzoeken of er een betere en eerlijkere verdeling mogelijk zou zijn. Het lid SCHMIT is blij met de voortgang van de mbo-agenda. Hij voegt toe dat hij samen met lid Belkasmi blijft strijden voor een gezamenlijke introductieweek. Vandaag wil hij zich richten op de kwaliteit van het onderwijs en de belangrijke rol van de mbo-docent. Zijns inziens zal er een tekort zichtbaar worden op Informatica en Techniek. Hij vraagt de wethouder wat er nog meer gedaan kan worden in samenwerking met ROC om dat vak aantrekkelijker te maken? Goede docenten creëren gemotiveerde studenten, is zijn mening. Het lid VON GERHARDT is het eens met het lid Schmit dat er goede docenten moeten zijn op het mbo. Het is duidelijk dat, als men bijvoorbeeld naar het vak Nederlands kijkt, het voor docenten aantrekkelijke is om op de middelbare school les te geven dan op het mbo. Hij vraagt naar de visie van lid Schmit hierin.

Het lid SCHMIT benadrukt dat hij de wethouder vraagt wat er gedaan kan worden om het vak op het mbo aantrekkelijker te maken voor de docenten, bijvoorbeeld door middel van training. Het lid VON GERHARDT stelt dat het lid Schmit geen antwoord gegeven heeft op zijn vraag. Het gaat hem om het feit dat docenten op middelbare scholen meer voordelen krijgen dan op het mbo, zoals bijvoorbeeld een toeslag of parkeren bij de school. Hij vraagt het lid Schmit of hij dit gelijk zou willen trekken zodat een docent geen keuze hoeft te maken.

10

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Het lid SCHMIT is van mening dat dankzij D66 de docenten een behoorlijke stijging in het salaris hebben gekregen waardoor het lesgeven aantrekkelijker geworden is. Hij geeft aan dat er ook gekeken kan worden naar zij-instromers waar hij zich voor ingezet heeft. Hij vraagt de wethouder wat hij nodig zou vinden om ervoor te zorgen dat de zij-uitstroom lager wordt. Het lid BADAL brengt de app Temper ter sprake die flexwerk aan leerkrachten aanbiedt en welke zeer populair is. Jongeren vinden via deze app makkelijk betaald werk en stoppen daardoor sneller met hun opleiding. Hij vraagt de wethouder of hij ook van mening is dat dit niet wenselijk is en of dit meegenomen kan worden. Het lid KABAMBA stelt dat het mbo de ruggengraat van de arbeidsmarkt vormt. Het is essentieel dat studenten toegang krijgen tot ondernemerschap. Ze vraagt de wethouder hoe ervoor gezorgd kan worden dat er makkelijker toegang is tot het idee van startkapitaal en hoe dat verkrijgbaar is. Ook moeten discriminatie en tekortkomingen in stages blijven aanpakken, en moeten bedrijven gestimuleerd worden om samenwerkingen aan te gaan met school.

 Hoe stimuleert de gemeente de bedrijven om langdurige samenwerkingen aan te gaan en een toezegging te doen om gedurende lange tijd de stageplekken te leveren?  Welke initiatieven zijn gepland om de waardering voor het mbo en de zichtbaarheid van prestaties te vergroten, bijvoorbeeld in de aanloop naar de Week van het Vakmanschap? Het lid BENTOUMYA is blij met de voortgang van de mbo-agenda en dat de gemeente hier veel inzet levert. Als het gaat om gendergelijkheid is eerder een motie ingediend om daar aandacht voor te vragen in de toeleiding naar werk.  Hoe staat het hiermee en welke doelstellingen heeft de gemeente op dit vlak?  Welke ambities heeft de wethouder zelf als het gaat om inclusie in het Amsterdamse bedrijfsleven?  Inzake de scan Arbeidsmigratie vraagt zij de wethouder: Wat is de stand van zaken? Wethouder MBARKI beaamt dat er nog stappen nodig zijn als het gaat om de waardering voor het mbo. Over de introductieweek merkt hij op reikt de ambitie verder dan alleen het mbo, dit moet van de instellingen zelf af komen en dan zal de gemeente daar zeker bij helpen. Hij is niet eens met de stelling van lid Belkasmi dat de stagevergoeding in Amsterdam niet eerlijk zou zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat een vergoeding op basis van leeftijd het meest eerlijke is, differentiëren op basis van onderwijsniveau is juist niet gewenst.

Hij nodigt fractieleden uit te komen met een andere variant die beter zou zijn. Het lid BELKASMI haalt als voorbeeld aan dat een 18-jarige en 22-jarige derdejaars mbo-student bij de gemeente komen werken. Ze zitten in hetzelfde jaar maar ontvangen verschillende vergoedingen. Hij vraagt de wethouder of hij dit een eerlijke verdeling vindt. Wethouder MBARKI vraagt het lid Belkasmi of hij terug wil naar een situatie waar de opleiding als basis dient. Zijns inziens hoort het ook bij het leven dat de één sneller is met een opleiding als een ander. Het lid BELKASMI vraagt waarom de gemeente er dan niet voor kiest om vanaf 18 jaar een gelijke stagevergoeding vast te stellen. Wethouder MBARKI herhaalt zijn standpunt dat dit een vergoeding op basis van leeftijd het beste werkt en dat dit ook door het bedrijfsleven omarmt wordt. Hij adviseert om het de tijd te geven.

11

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

De wethouder vervolgt zijn betoog dat onderwijskwaliteit cruciaal is; als deze niet op orde is moet men daar ook naar durven te kijken. Het is makkelijker om bij uitval naar de student te wijzen. Onderwijskenmerken moeten de komende jaren goed in kaart gebracht gaan worden om te zien waar de uitval zit. Op het mbo wordt lesgegeven door een onderwijsteam waarbij niet iedereen dezelfde bevoegdheid heeft. Zijns inziens is er eerder een uitdaging op het kwalitatieve dan op het kwantitatieve vlak. Hij voegt eraan toe dat de parkeervergunningen ook voor het mbo ingezet zal worden. Hij is het eens met lid Schmit dat in het onderwijs op het mbo de juiste mensen voor de klas staan en dat vraagt iets van de gemeente maar ook van de onderwijsinstellingen zelf. Het lid SCHMIT vraagt de wethouder welke instrumenten vanuit het college ingezet kunnen worden om de doelstelling van een kwalitatief goede leraar en minder uitval te bereiken. Wethouder MBARKI is van mening dat er vooral meer op gestuurd moet gaan worden en te zorgen dat de beste mensen voor de klas komen te staan. Over de zij-uitstroom kan hij nu geen antwoord geven en hij denkt dat ook het mbo deze vraag niet kan beantwoorden maar hij zal het wel proberen.

Het lid SCHMIT moedigt de wethouder aan om wel het gesprek met ROC Amsterdam aan te gaan omdat het goed zou zijn om samen te bekijken hoe de zij-uitstroom verminder kan worden. Hij vraagt de wethouder hier een toezegging over te doen. Wethouder MBARKI wil de uitvraag doen maar wil niet rapporteren, hij wil bij een latere voortgangsrapportage weer naar deze vraag kijken en komt dan bij de raad hierop terug. De wethouder komt terug op de vraag Temper (TMPR) en stelt dat het van belang is de student erop te wijzen dat het halen van een diploma cruciaal is, daar moet op ingezet worden. Inzake het bewust maken van ondernemerschap stelt de wethouder dat er opleidingen op het mbo zijn die gaan over het ondernemerschap en is van mening dat het aanbod er wel degelijk is maar dat het ook afhangt van de interesse van de student. Over het verduurzamen van de samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven verwijst hij naar de publiek-private samenwerking. Dit jaar wordt er gestart met de GreenTechcampus wat hier een bijvoorbeeld van is. De vraag van het lid Bentoumya over inclusief onderwijs ziet hij als een terechte vraag. Zijns inziens is mbo een van de meest inclusieve vormen van onderwijs omdat de laagdrempeligheid en toegankelijkheid hier groter is dan bij andere onderwijsvormen.

Hij haalt Amsterdam Plus aan waarvoor bekeken moet worden of ook ongedocumenteerden hier een plek kunnen krijgen. Hier zitten studenten in allerlei levensfases en dit geeft de inclusiviteit weer. Over genderdiversiteit meldt de wethouder dat hier niet direct extra op ingezet zal gaan worden omdat deze niet bij de mbo-agenda past. Het is echter wel een belangrijk onderwerp dat op andere aspecten terug kan komen. Er wordt nog gewerkt aan de Scan Arbeidsmigratie; zodra deze is afgerond zal de wethouder de commissie hierover informeren. Met betrekking tot inclusie in het bedrijfsleven en wanneer de wethouder daarover tevreden is, stelt hij dat diversiteit een gegeven is en ziet dit ook terug in het bedrijfsleven. De wethouder is tevreden wanneer er vanuit een bedrijfseconomische benadering iedereen erbij gehouden wordt. Hij ziet dit ook bij Het Stagepact; dit is geen goedwillendheid van het bedrijfsleven maar dit is ook in hun eigenbelang. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het hoeft niet verder in de raad te worden besproken. Het lid KABAMBA verzoekt om de motie voor agendapunt 7 door te schuiven gezien het feit dat zij door haar spreektijd heen is.

12

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

De VOORZITTER stelt dat er zich vijf sprekers voor dit agendapunt hebben aangemeld en zal een kleine coulance met betrekking tot de spreektijd van het lid Kabamba aanhouden. De vergadering wordt om 15:07 geschorst tot 15:15 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 15:18 uur SPORT EN BEWEGEN 14. Bespreking van de afdoening motie inzake het toepassen van digitale speelelementen (gamificatie) bij sport- en speelplekken Het lid BELKASMI heeft met deze motie de speelplek van de toekomst voor ogen. Jongeren bewegen te weinig met alle gevolgen van dien. Het combineren van buitenspelen met gamen is een vernieuwende stap en hij is blij dat de wethouder deze motie omarmt. Tegelijkertijd betreurt hij dat na een jaar men pas aan het inventariseren van digitale speelelementen toe is.  Wat is het afgelopen jaar concreet gebeurt op dit vlak?  Wanneer wordt de speelplek gerealiseerd?  Wanneer kan men de resultaten van het onderzoek verwachten?  Hoe kan het mbo bij deze pilot aanhaken? Is de wethouder daartoe bereid?  

Het lid VAN HAARLEM is enthousiast over deze motie. Heeft de wethouder al gekeken naar samenwerking met de bedrijven omdat veel bedrijven al ervaring hebben met gamificatie? Is een samenwerking met hbo en wo mogelijk, ook voor studies en opdrachten? Zijns inziens zijn er veel studies die hierop aansluiten.

Wethouder MBARKI zou net als het lid Belkasmi willen dat het project sneller gaat. Het onderwerp gamificatie is in de openbare ruimte vrij nieuw en daarom duurt het traject langer dan gewenst. Ook de samenwerking met drie directies speelt hierin mee. Er zijn ook nog weinig bewezen effecten van gamificatie in de openbare ruimte. De extra beheerkosten worden nu in kaart gebracht en samen met de stadsdelen moet er naar een geschikte locatie gezocht worden. De doorlooptijd voor een gewone speelruimte buiten is minimaal anderhalf jaar. Bedrijven lopen ook nog niet voorop dus er moet ook een markt zijn die dit duurzaam kan leveren. Er is nu een projectleider aangesteld vanuit Sport en Bos, de wethouder zal erop toezien dat snel met dit project gestart wordt. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het hoeft niet verder in de raad te worden besproken. ECONOMISCHE ZAKEN 15. Bespreken van de raadsinformatiebrief Markten voor bijna de helft gefinancierd door de Gemeente, nieuw tariefstelsel en uitwerking Marktdagen. Het lid SCHMIT merkt op dat ondernemers aangeven dat er weinig vooruitgang is geboekt en zich afvragen wat hun perspectief op de markt is.

13

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Hoe verklaart de wethouder het gat tussen de acht miljoen euro die de gemeente bijdraagt aan de markten en de ondernemers die de service niet ervaren?

Nog belangrijker is dat de ondernemers perspectief krijgen dat mogelijk zou zijn via een Marktverordening die aangeeft wat er in de toekomst wel en niet op de markt mag. Deze is cruciaal voor de ondernemers maar is nog altijd niet geregeld. Daarnaast zijn de MAC-leden nog niet betrokken geweest bij het samenstellen van de marktverordening. De Europese dienstenrichtlijn is een reden tot bezorgdheid. Het is van belang dat het college met een visie hierop komt.  Wat voor impact heeft deze richtlijn op ondernemers?  Welke sectoren worden hier nog meer door getroffen?  

Het lid Schmit herhaalt zijn voorkeur voor markten op afstand. Hoe ziet de wethouder dit? Hoe kan in de marktverordening ervoor gezorgd worden dat er ook ruimte komt voor deze markt op afstand?

Het lid IJMKER vraagt wat D66 denkt over de toegankelijkheid van de markt als deze op afstand zou zijn. Gelden prijzen en aanbod ook voor andere doelgroepen in de stad? Het lid SCHMIT antwoordt dat de ondernemer altijd hetzelfde belang heeft, namelijk een toegankelijke markt met producten die in de buurt gevraagd worden. Het lid IJMKER merkt op dat D66 meer vanuit de ondernemer redeneert en GroenLinks vanuit de bewoner. Het lid SCHMIT heeft niet de illusie dat de gemeente moet bepalen wat er op de markt verkocht moet worden. Het lid IJMKER geeft aan dat de gemeente wel de voorwaarden moet scheppen voor wat voor markten er in de stad zijn. Het is een belangrijke taak om te bekijken welke Amsterdamse bewoners hiermee bediend worden. Het lid SCHMIT heeft vertrouwen in de ondernemers en adviseert het lid IJmker dit ook te doen. Het lid NAMANE verwijst naar de motie om de afhandeling van sociale initiatieven goed in de markt te zetten naar aanleiding van onderbezetting op enkele markten maar ook veel organisaties geen waren verkopen maar wel in contact willen komen met het marktpubliek. In de stukken wordt vooral gesproken met sociale ondernemers maar het is een goede kans voor bijvoorbeeld de gemeente, verenigingen et cetera om andere mensen te bereiken. Ze vraagt de wethouder dit mee te nemen.

Het lid ALBERTS vindt het een slecht idee om een markt op afstand te doen en in de brief staan voldoende argumenten hiervoor. Het lid SCHMIT wijst het lid Alberts op een aantal markten die op afstand functioneren tot volle tevredenheid van de ondernemers en bewoners, bijvoorbeeld de markt op IJburg. Het lid ALBERTS is bekend met deze markten maar vraagt het lid Schmit of hij het risico herkent dat het niet lukt en de gemeente hierin weer zou moeten bijspringen. Het lid SCHMIT vraagt het lid Alberts aan te geven wanneer in Amsterdam een markt op afstand mislukt is.

14

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Het lid ALBERTS geeft aan dat dit afhankelijk is van de omgeving, de wet van vraag van aanbod, en hoe dat risico gedragen kan worden of niet. Het lid SCHMIT stelt dat dit duidelijk een voorbeeld van het verschil in ideologie tussen SP en D66 is. D66 heeft het vertrouwen in de ondernemer dat hij het aanbod zal geven waar de bewoner naar vraagt. Het lid ALBERTS merkt op dat de tarieven geïndexeerd worden maar er zou ook gedacht kunnen worden aan het indexeren van de bijdrage vanuit de gemeente. Het lid BADAL geeft aan dat markten belangrijk zijn voor de levendigheid van de wijken en voor de ondernemers die daar werken. In de brief van de wethouder wordt aangegeven dat er mogelijk nog besparingen moeten plaatsvinden maar dat deze niet substantieel zullen zijn.  Hoe ziet de minimale bezetting er precies uit?  Hoe kijkt de wethouder tegen het feit dat de marktondernemers vinden dat er te weinig mensen met praktijkervaring in de organisatie zitten?  Welke mogelijkheden zijn er nog om de organisatie efficiënter in te richten?  Kent de wethouder de klachten over de schoonmaak van de markten die te wensen overlaat terwijl er wel kosten voor in rekening gebracht worden en wat gaat hij hieraan doen?  De ondernemers in de Amsterdamse Poort ervaren een gebrek aan sturing vanuit de gemeente als het gaat om de vernieuwing die daar plaatsvindt.

Heeft de wethouder deze zaak op het oog en kan hij hier een update over geven? Het lid IJMKER vindt het van belang dat er een diversiteit van het aanbod van markten gewaarborgd blijft. De nieuwe marktverordening wordt ook door haar als een structurele oplossing gezien.  Hoe staat het nu met de nieuwe marktverordening en de Europese dienstenrichtlijn?  Wat is de visie van het college hierop? Wethouder MBARKI stelt dat het goed is dat thema van markten weer op de agenda staat, niet in de laatste plaats vanwege het feit dat het college in de brief over de kosten hiervan gesproken heeft. Inzake de nieuwe marktverordening is hij het ermee eens dat het goed zou zijn als deze er komt, maar het tempo waar dit mee gaat heeft ook invloed op de ondernemers die al heel lang op de markt staan, zorgvuldigheid is dus geboden. De gemeente heeft er daarom voor gekozen om de tarieven niet te verhogen ook al zijn de kosten voor de gemeente wel gestegen. Daarmee is de bijdrage van de gemeente aan de markten substantieel omdat de mening is dat de markten meer zijn dan alleen een plaats waar ondernemers hun handel kunnen verkopen, men wil de openbare ruimte daarvoor ter beschikking stellen en er moet goed bekeken worden hoe dit richting de toekomst gedaan kan blijven worden.

Voor de nieuwe marktverordening dienen keuzes gemaakt te worden die voor de lange termijn werken en marktondernemers daarin mee laten participeren. Hij herkent zich niet in de toezegging dat de marktverordening er in 2024 al zou zijn. Het lid SCHMIT verwijst naar de brief van februari 2023 waarin staat dat de marktverordening vrij wordt gegeven voor inspraak. Hij is het ermee eens dat er zorgvuldig omgegaan moet worden met de verordening, maar dat deze er nog niet is geeft ook onrust bij de ondernemers. Wethouder MBARKI herhaalt dat er zeer zorgvuldig omgegaan moet worden met de te maken keuzes. Het gezamenlijks startpunt waren de marktdagen waar met verschillende partijen over de toekomst is nagedacht dat aangevuld is met andere bronnen zoals die van de Ombudsman. De fase van het in kaart brengen van de kosten is redelijkerwijs voorbij, nu komt de fase van de participatie met de ondernemers.

15

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Daarna volgt de tweede, gerichte participatie waarin er advies gevraagd wordt over de eerste twee fases. Als het concept van de marktverordening is opgesteld komt deze nog formeel in de inspraak. Het lid SCHMIT vraagt de wethouder hoe de marktondernemers moeten weten dat er vertraging is in het opstellen van de marktverordening, als de commissieleden al niet op de hoogte zijn. Wethouder MBARKI ontkent dat er sprake is van vertraging maar dat er voor de marktondernemers niets veranderd en dus zekerheid hebben. Het lid VON GERHARDT begrijpt de interruptie van de heer Schmit omdat de marktondernemers wel vooruit willen kunnen kijken. Als er geen zekerheid wordt gegeven over de marktverordening blijven ondernemers in onzekerheid over wanneer er wel veranderingen gaan komen. Hij vraagt de wethouder om een tijdlijn op te stellen of minstens wat meer duidelijkheid kan geven wanneer de verwachting is dat de verordening in de inspraak komt en ingaat. Wethouder MBARKI is van mening dat er wel een stappenplan opgezet kan worden maar ook dat niet onderschat moet worden dat er een opgave voorligt die niet alleen met de nieuwe marktverordening maar ook met de tijdsgeest waarin ondernemers niet meer dezelfde zijn als die van dertig jaar geleden. De online concurrentie speelt hierin een grote rol. Hij blijft hameren op zorgvuldigheid en de bestaanszekerheid van de marktondernemer.

Zijn verwachting is dat er op zijn vroegst 2027 een marktverordening ligt. Het lid VON GERHARDT geeft aan dat deze tijdslijn al een bepaalde zekerheid aan marktondernemers geeft. Hij vroeg enkel om duidelijkheid en raadt de wethouder aan om toekomstige vertragingen tijdig te melden. Wethouder MBARKI wil de marktondernemers de zekerheid geven dat zij kunnen blijven doen wat zij nu aan het doen zijn en dat de tarieven niet verhoogd worden. Er zijn veel factoren die meespelen dan alleen de verordening en dat vraagt om zorgvuldigheid. De tijdspanne die nu gegeven is, is realistisch maar hangt ook nog samen met de inspraak. Aangaande de vragen van het lid Namane inzake sociale initiatieven meldt de wethouder dat er geïnventariseerd is bij marktondernemers of zij ideeën hebben over initiatieven aanwezig zijn die een aanvulling kunnen zijn. Dit zal tot de zomer 2025 doorlopen en zodra de input binnen is, kan het geformaliseerd worden. Het lid NAMANE verzoekt de wethouder om dan breder te kijken naar wat de gemeente zelf wil en dat dit meegenomen wordt in het verhaal. Wethouder MBARKI bevestigt dat dit meegenomen zal worden. Verder geeft de wethouder aan over de vragen van het lid Badal dat de basis op orde moet zijn en dat het vierogen-principe zeer belangrijk is. Hij is van mening dat de huidige bezetting een redelijk scherpe is.

Met betrekking tot de reiniging herkent hij de opmerkingen dat deze beter kan maar stelt dat hier geen klachten over binnenkomen bij de afdeling zelf. Wel is duidelijk dat er meer handel van groente- en fruitkramen blijft liggen dan wenselijk is. Voor de vragen over de markt Amsterdamse Poort verwijst hij naar stadsdeel Zuid-Oost omdat hij niet dusdanig specifiek op markten kan inzoomen en de verantwoordelijkheid ook daar ligt. Het lid BADAL denkt dat het goed is om hier de komende maanden een verdieping te maken en meer informatie naar boven te krijgen. Ook hij zal zich hiervoor inspannen.

16

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn maar dat er wel behoefte is aan een korte bespreking in de raadsvergadering van 5 en 6 maart 2025 door het lid Schmit. 17. Bespreken van de raadsinformatiebrief met een voortgang van de advies- en fixteams Mkb Het lid SCHMIT geeft aan dat er omwille van de tijd en het feit dat de wethouder het voldoende heeft toegelicht, geen bijdrage nodig is. TOEGEVOEGD BESPREEKPUNT SPORT EN BEWEGEN 18. Bespreken van de raadsinformatiebrief, waarin de inhoudelijke plannen voor het versterken van meiden- en vrouwenvoetbal 2024-2028 worden gepresenteerd. Het lid BELKASMI complimenteert voor deze plannen, het versterken van meiden- en vrouwenvoetbal is van groot belang, PVDA steunt dit van harte. Voetbal heeft de unieke kracht om mensen te verbinden. Hij zou graag de mogelijkheid geboden zien worden om deze momenten samen te kunnen beleven door schermen te plaatsen in openbare ruimten en vraagt voor een gezamenlijke viering in Amsterdam als er een overwinning plaatsvindt. Het lid BADAL waardeert dat er meer aandacht is voor het meiden- en vrouwenvoetbal in Amsterdam. Het is een mooie kans om gemeenschappen en verenigen te versterken en vrouwelijke rolmodellen te creëren, ook als deze buiten de leeftijd van 25-35 jaar vallen. Een toezegging van de wethouder hierin wordt gevraagd.

Een samenwerking met scholen wordt gemist in de brief, de wethouder wordt om zijn visie hierin gevraagd. Wethouder MBARKI is het eens met het lid Belkasmi dat er aandacht voor mag zijn. Het moet zeker mogelijk zijn voor ondernemers (niet vanuit de gemeente) om schermen te plaatsen. Hij richt zich tot de KNVB door te zeggen dat Amsterdam de uitgelezen plek is om een viering te laten plaatsvinden als de vrouwen kampioen worden. Hoe dit moet plaatsvinden moet uitgezocht worden, maar de wethouder zou dit zeker in Amsterdam willen doen. Het lid BELKASMI is blij met de positieve reactie en bereidheid van de wethouder. Hij zou dit graag duidelijk naar de horecaondernemers willen communiceren, net zoals dat gedaan is met het herenvoetbal in 2024. Wethouder MBARKI onderschrijft dat dit op dezelfde wijze moet plaatsvinden als in 2024 met het herenvoetbal. Aangaande het verzoek van het lid Badal om de leeftijd uit te breiden naar onder 25 en ouder dan 35 jaar, stelt de wethouder dat dit een goede suggestie is die opgevolgd zal gaan worden. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het hoeft niet verder in de raad te worden besproken. De vergadering wordt om 16:00 geschorst tot 16:10 uur.

17

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

De VOORZITTER heropent de vergadering om 16:10. BESPREEKPUNTEN Sociale Zaken 3. Vaststellen verordening Adviesraad Participatiewet Amsterdam Het lid NAMANE is tevreden over het feit dat dit onderwerp weer op orde komt. Zij is benieuwd naar de nieuwe adviesraad en vraagt om een bijeenkomst zodra deze samengesteld is. Het lid BADAL herhaalt het streven naar een diverse samenstelling waarbij het waarborgen van diversiteit van groot belang is. In de praktijk blijkt dit vaak niet mogelijk. De wethouder wordt gevraagd hoe de raad dit kan waarborgen. Wethouder GROOT WASSINK zal zijn uiterste best doen voor een bijeenkomst met de adviesraad maar het uiteindelijke besluit ligt bij de raad zelf. Diversiteit waarborgen wordt getracht via diverse kanalen en het inzetten van flexibele mensen die niet deel kunnen nemen in de vaste raad. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het hoeft niet verder in de raad te worden besproken. 7. Bespreken van de inzet op asielzoekers en werk. Het lid KABAMBA is benieuwd naar de pilot van Asielzoekers aan het Werk. Het is goed om te zien dat het college arbeidsparticipatie van asielzoekers actief stimuleert.

 Hoe wordt specifiek aansluiting gezocht bij sectoren waar personeelstekorten zijn?  Welke stappen onderneemt de gemeente om vrijwilligerswerk voor asielzoekers te faciliteren en daarmee de stap naar betaald werk te vergemakkelijken?  Hoe pakt de gemeente obstakels als het verkrijgen van BSN, aan? Kan de wethouder een overzicht verstrekken van de wijze waarop deze pilot inspeelt op de uitvoering van de motie?  Hoe verloopt de samenwerking met COA, Vluchtelingenwerk en andere organisaties in het kader van deze pilot?  Op welke wijze wordt het leren van de Nederlandse taal geïntegreerd op de werkvloer, bijvoorbeeld via een buddy-systeem?  Hoe monitort het college de resultaten van de pilot en wanneer denkt het college een eindevaluatie te kunnen bespreken met de raad? Het lid BROERSEN is content dat deze pilot nu van start kan gaan. Veel moet duidelijk worden als de pilot loopt en afgelopen is.  Wordt er gekeken naar belemmeringen waar men tegenaan loopt en op welke wijze wordt dit aangepakt? Komt dit terug in deze pilot?  Op welke aspecten wordt de eerste helft van de pilot gefocust en wordt er geëvalueerd?  Hoe worden de gelden die hiervoor gereserveerd zijn besteed? Kunnen ook de belemmeringen hiermee opgelost worden?

18

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Het lid BADAL vindt het positief dat er in de pilot aandacht is voor vrijwilligerswerk, dat niet alleen de asielzoekers en statushouders actief betrekt bij de samenleving, maar hen ook de kans geeft om de Nederlandse taal te leren.  Wordt er gewerkt met specifieke medewerkers van de vrijwilligerscentrale die ervaring hebben in het ondersteunen van vluchtelingen?  Wordt er in de pilot onderzocht hoe asielzoekers het doen van vrijwilligerswerk ervaren en wat de impact is op hun sociale netwerk, taal, werkvoorbereiding et cetera?  

Het lid VAN HAARLEM heeft twee vragen: Vergroot het hebben van werk de kans dat de asielzoeker wordt toegewezen als statushouder in Amsterdam, aangezien zij dan economische binding hebben met de stad? Wordt de taakstelling dan groter gezien het huisvesten van statushouder of blijft dit netto gelijk?

Het lid ASLAMI is blij dat de pilot van start gaat, zeker voor de asielzoekers die in eigen land ingenieur, arts of leraar met veel ervaring zijn. In Nederland is de realiteit dan niets anders dan wachten met veel procedures. Hij heeft een aantal vragen aan de wethouder:  Worden obstakels als een tewerkstellingsvergunning weggenomen?  Worden eerlijke arbeidsvoorwaarden gewaarborgd?  Wat wordt er gedaan met asielzoekers die korter dan de zes maanden in het proces zitten maar wel veel potentieel hebben? Het lid ABDI sluit zich aan bij de vorige sprekers en waardeert het dat gemeente Amsterdam flink investeert om asielzoekers aan een betaalde baan te helpen en perspectief te bieden.  Hoe wordt gemonitord dat er ook eerlijk naar de ervaringen van de asielzoekers wordt geluisterd in deze pilot? Wethouder GROOT WASSINK onderschrijft dat er belemmeringen zullen zijn, op voorhand maar ook later. Op 6 februari a.s. is de kick-off met een convenant met COA en UWV. De gemeente zal werkgevers actief van informatie voorzien. De wethouder maakt zich over de tewerkstellingsvergunning niet echt zorgen maar het zal meer gaan over zaken als reiskosten, kinderopvang et cetera. Validatie van diploma’s om passend werk te krijgen is een buitengewoon complex vraagstuk, dit is wel het einddoel maar de ervaring van deze pilot is daar wel voor nodig.

De belemmeringen die gedurende de pilot omhoogkomen zullen opgepakt worden, daar is ook budget voor. Als het gaat om de asielzoekers die voor een kortere periode in het proces zitten, stelt de wethouder dat niemand weggestuurd wordt maar dat bekeken wordt naar wat wel kan. Het lid KROM geeft aan dat er ook op voorhand al nagedacht kan worden over welke belemmeringen er verwacht kunnen worden zodat er aan andere belemmeringen waar nog niet over nagedacht is, voldoende tijd besteed kan worden. Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat het de bedoeling is om al zoveel mogelijk belemmeringen in kaart te brengen en weg te nemen. Het lid ASLAMI bevestigt dat een aantal obstakels al op voorhand duidelijk zijn, zoals bijvoorbeeld diploma’s en erkenning daarvan. Hier zijn wel degelijk oplossingen voor waar al naar gekeken kan worden, dit ziet hij niet terug in de brief maar vraagt de wethouder wel naar zijn mening hierover.

19

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Wethouder GROOT WASSINK zegt toe dat er een brief naar de raadsleden komt over diploma-erkenning. Hij geeft toe dat de brief wellicht uitvoeriger had gekund maar er wordt wel degelijk over veel zaken op voorhand al nadrukkelijk gesproken en nagedacht. Hij stelt voor om na de pilot in de breedte deze te evalueren. Over sectoren geeft de wethouder aan deze zo breed mogelijk te willen inzetten en geprobeerd wordt om middels het convenant zoveel mogelijk werkgevers hieraan te verbinden. Als het gaat om vrijwilligerswerk prefereert de wethouder betaald werk, maar er wordt wel samengewerkt met Vrijwilligerscentrale Amsterdam om ook daar de mogelijkheden in te bekijken. Inzake de tussen- en eindevaluatie bevestigt de wethouder dat deelnemers zeker om hun ervaring gevraagd moeten worden. In relatie tot de taakstelling geeft hij aan dat een asielzoeker niet meer kans heeft op een status als er in Amsterdam gewerkt wordt of automatisch wordt gekoppeld. Wel is het mogelijk dat een asielzoeker aan Amsterdam gekoppeld wordt wanneer deze daar werkt, het heeft echter geen invloed op de taakstelling van gemeente Amsterdam. Over de Financiën geeft hij aan dat het doel een intensieve aanpak met persoonlijke begeleiding is. Er blijft dan zeker nog een deel budget over voor aanvullend taalaanbod, trainingen of bijvoorbeeld de aangehaalde reiskosten.

Het lid ASLAMI geeft aan dat er toezeggingen zijn gedaan inzake de evaluatie van de pilot en vraagt of deze als dusdanig zijn genoteerd. Wethouder GROOT WASSINK merkt op dat alle aspecten die besproken zijn onderdeel gaan uitmaken van de evaluatie zodat er in de volle breedte kunt zien wat reeds voorziene belemmeringen waren en welke in de tussentijd opgekomen zijn. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het hoeft niet verder in de raad te worden besproken. OPVANG (MO/BW, ONGEDOCUMENTEERDEN EN VLUCHTELINGEN) 8. Bespreken van het Programmaplan Ondersteuning Mentale Gezondheid Nieuwkomers van het Programma MA&O Het lid BROERSEN benadrukt dat mensen sneller mee kunnen doen als zij zich goed voelen. Daarom is sociale hulp zeer belangrijk en dat maakt dat zij blij is met de behandeling van deze moties. Zij heeft een aantal vragen aan de wethouder:  Het programma gaat voornamelijk over statushouders maar is het mogelijk om hier ook de ontheemden uit de Oekraïne en ongedocumenteerden aan toe te voegen?  De gelden die hiervoor beschikbaar zijn, zijn voor de periode tot en met 2026. Is de wethouder het eens met het feit dat dit een financiering voor meerdere jaren zou moeten zijn?  Hoe worden de raadsleden op de hoogte gesteld van het programma en kan er specifiek ingegaan worden op het uitwerken van de motie Psychosociale Hulp in Eigen Taal?

Het lid VAN DER VEEN bedankt iedereen die meegeholpen heeft in de totstandkoming van dit programma. Is er binnen het college aandacht voor cultuurverandering binnen de GGZ?

Het lid ABDI sluit zich aan bij de vragen van het lid Broersen over haar motie. Hoe kijkt de wethouder aan tegen het zorglandschap?

20

Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering

Hoe kijkt de wethouder aan tegen statushouders die zwanger die bevallen zijn, voornamelijk omdat zij niet de zorg krijgen die zij verdienen?

Wethouder GROOT WASSINK stelt dat in een ideale wereld dit alles goed geregeld zou moeten zijn. Hij geeft toe dat de reguliere kanalen vaak niet de juiste zorg kunnen bieden. De doelgroep is zeker breder dan alleen statushouders. Als het gaat om de Financiën wordt bekeken, ook in G4-verband, of met hier verder mee kan dan alleen de gestelde periode tot 2026. Structurele middelen zijn echter altijd complex, er wordt wel naar continuering gezocht. De afhandeling van de motie over de eigen taal zal de wethouder meenemen in zijn brief. Primair is het doel passende zorg bieden aan mensen die dit het hardst nodig hebben, daarnaast is het doel zeker ook om de samenwerking tussen formele en informele organisaties te bevorderen. Reflecteren op het zorglandschap is voor de wethouder een ingewikkelde kwestie. Wel is duidelijk dat Zorg zwaar onder druk staat en is soms niet effectief genoeg in het bereiken van mensen. Over de zorg na de bevalling zijn schriftelijke vragen gesteld, daar zal de wethouder op terugkomen. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het hoeft niet verder in de raad te worden besproken. 9. Bespreken van de reactie op motie 316.23 van raadslid Van der Veen (GroenLinks) over Wooninitiatieven PGB Beleid Thuis Amsterdam. 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15159978/1