CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 september 29 Raadsinformatiebrief svz maatregelen plan van aanpak hbh.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 3 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Stand van zaken maatregelen plan van aanpak hulp in het huishouden (VN2025-015846)5.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 29 september 2025 Portefeuille(s) Zorg en maatschappelijke ontwikkeling Portefeuillehouder(s): Alexander Scholtes Behandeld door Jeugd, zorg en diversiteit, bestuurszaken.ojz@amsterdam.nl Datum

Bijlagen

Onderwerp

1.

Plan van aanpak wachtlijsten Hulp bij huishouden (vastgesteld 27 juni 2023)

2.

Overzicht voortgang maatregelen Plan van aanpak wachtlijsten Hulp bij huishouden

3.

Uitkomsten en evaluatie Project Grote Schoonmaak

4.

Factsheet O+S “Toekomst Hulp bij huishouden in Amsterdam”

Voortgang maatregelen Plan van aanpak wachtlijsten Hulp bij huishouden

Geachte leden van de gemeenteraad, Zoals u weet kampen wij in Amsterdam al enige jaren met wachtlijsten voor de Wmo-voorziening Hulp bij huishouden (Hbh). Om deze wachtlijsten terug te dringen heeft het college op 27 juni 2023 een plan van aanpak vastgesteld. Hierin staan uiteenlopende maatregelen, gericht op vergroting van de personele capaciteit, inperking van de vraag en het versoepelen van processen. Met deze brief bied ik u de stand van zaken van rond de maatregelen. Tevens wordt ook de stand van zaken meegenomen over de verdere uitvoering van de moties ‘Grote Schoonmaak’ (Motie 456-2023) en ‘Aanpak wachtlijsten door personeelstekort in de huishoudelijke zorg op door nog meer wijk- en buurtgericht te werken’ (Motie 345-2024).

1. Huidige situatie met betrekking tot de wachtlijsten Stijgend aantal Amsterdammers met hulp in het huishouden Op 1 augustus 2025 ontvangen gemiddeld per maand 12.112 Amsterdammer hulp in het huishouden. Het aantal cliënten dat iedere maand huishoudelijke zorg krijgt, stijgt. Momenteel worden iedere maand circa 1.000 meer Amsterdammers geholpen dan begin 2023. Dat is een groei van gemiddeld ruim 3% per jaar. Het pakket van maatregelen met inzet van alle betrokken partijen 2020lijkt hierbij effect te hebben, onder meer door het werven en inzetten van extra medewerkers. Wachtlijsten Per 31 december 2024 stonden er in totaal 1.433 mensen op de wachtlijsten van de aanbieders. Dit is 4,5 % minder dan de ongeveer 1.500 mensen die een jaar eerder op de wachtlijst stonden. In de eerste acht maanden van 2025 is de wachtlijst met 148 wachtenden verder verminderd tot 1.285, een daling van ruim 10%. Het overgrote deel van de 1500 mensen die vorig jaar op de wachtlijst stonden, heeft inmiddels zorg. Het lukt de aanbieders ook om Amsterdammers die vanwege urgentie voorrang krijgen boven de wachtlijst, snel ondersteuning te bieden. Er is met succes hard aan gewerkt om meer cliënten in zorg te nemen en de wachtlijst administratief op te schonen.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 september 2025 Pagina 2 van 10

Ondanks deze positieve resultaten blijven de wachtlijsten onder druk staan. De toestroom van nieuwe cliënten groeit namelijk ook. Naast de vergrijzing speelt waarschijnlijk mee dat, ongeacht het inkomen, voor iedereen dezelfde eigen bijdrage geldt van € 21 per maand voor alle Wmo-hulp. Sommige Amsterdammers die hun huishoudelijke hulp zelf zouden kunnen organiseren en betalen, kiezen om financiële redenen voor huishoudelijke ondersteuning van de Wmo. Het rijk wil per 2027 een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) invoeren. Wel is landelijk de verwachting dat dit dan in verband met uitvoeringsrealisatie per 1 januari 2028 effectief wordt. De inkomensafhankelijke eigen bijdrage is een van de belangrijkste maatregelen om de gemeentelijke Wmo-dienstverlening beschikbaar te houden voor inwoners die hulp en ondersteuning het hardst nodig hebben en niet vanuit ‘eigen kracht’ kunnen organiseren. Wachttijden Vooral door betere uitwisseling tussen aanbieders van Amsterdammers op de wachtlijst zijn de langste wachttijden licht verminderd: van zestien maanden, naar vijftien maanden en veertien maanden in de stadsdelen waar de druk het hoogst is: Nieuw-West, Centrum, Zuid en Oost. Het streven om de wachttijd overal terug te brengen naar maximaal twaalf maanden is helaas niet nog niet bereikt.

De wachttijd verschilt per stadsdeel van 9 tot 15 maanden in de verschillende stadsdelen: in Nieuw-West 15 maanden, in Centrum, Zuid en Oost 14 maanden, in West 13 maanden, in Noord 12 maanden, in Zuidoost en Weesp 9 maanden. Dit zijn kleine verschuivingen ten opzichte van een jaar eerder. Deze wachttijden betreffen cliënten die niet op eigen verzoek wachten. Om uiteenlopende redenen kunnen cliënten op eigen verzoek langer wachten dan het aangegeven maximum per stadsdeel: bijvoorbeeld vanwege ziekenhuisbezoek of revalidatie, vanwege langdurig verblijf in het buitenland of vanwege een tijdelijke eigen oplossing. Deze cliënten worden in de wachttijden buiten beschouwing gelaten om het beeld niet te vertroebelen. Oorzaak wachtlijsten De oorzaak van de wachtlijsten is onveranderd het gebrek aan personeel. De arbeidsmarkt is moeilijk en het is ook moeilijk medewerkers vast te houden. Desondanks is het de acht aanbieders afgelopen jaar gelukt om extra personeel aan te trekken, onder andere met de campagne ‘Zorg voor Amsterdam’. Ook zijn in 2024 de lonen conform CAO 2 x 2,5% verhoogd. De trend vanaf 2023 tot heden is dat het ieder jaar lukt in personeel te groeien en daardoor meer mensen te helpen. Financiële middelen in verhouding tot aantallen Tot en met 2024 zijn we binnen budget gebleven.

In 2025 zijn extra middelen beschikbaar gesteld om een groei naar hulp aan 12.250 huishoudens gemiddeld per maand mogelijk te maken. Hier groeit de gemeente naar toe. Het college monitort de groei en de budgettaire uitputting en zal indien nodig hierover middels de P&C-cyclus de raad informeren en indien nodig besluiten voorleggen. Indien de begroting niet meer toereikend is, kan budget een beperkende factor worden om Amsterdammers op de wachtlijst te helpen.

2

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 september 2025 Pagina 3 van 10

2. Plan van aanpak wachtlijsten hulp bij huishouden Het afgelopen jaar is doorgewerkt aan de 29 maatregelen uit het plan van aanpak om de wachtlijsten te verminderen dat in juni 2023 door het college is vastgesteld (zie bijlage 1). In de matrix (zie bijlage 2) ziet u een totaaloverzicht van de stand van zaken van alle maatregelen. Een groot deel van de maatregelen is afgerond of staand beleid geworden. Een aantal hiervan heeft een positief effect gehad, deze worden hieronder uitgelicht. Sommige maatregelen zijn nog in ontwikkeling of hebben een langere doorlooptijd: de belangrijkste hiervan worden ook hieronder benoemd. Enkele moeten nog verder ontwikkeld worden, met name ‘Verbetering toekomstperspectief Hbh-medewerkers’ (maatregel 20) en ’Aanbieden van robotstofzuigers1 ‘ (maatregel 22). Effect van de maatregelen Het is niet goed vast te stellen welke maatregel welk effect heeft, en ook niet wat het totaaleffect van de maatregelen is. Aanbieders zetten zich sowieso in om zo veel mogelijk personeel te werven en aan zich te binden, en ook om kritisch te kijken welke aanvragers welke hulp precies nodig hebben en wie en wat misschien niet of minder. Wat we zien is dat aanbieders erin zijn geslaagd meer personeel te vinden en daarmee meer cliënten te helpen. Alleen door de groei in de vraag blijft het moeilijk om de wachtlijsten sterk te verminderen.

Maatregelen met positief effect Van onderstaande maatregelen zien we zeker een positief effect, al is het niet goed te kwantificeren hoeveel. Maatregel 19 - Campagne ‘Zorg voor Amsterdam’ In 2024 zijn ongeveer 80 kandidaten die via de campagne “Zorg voor Amsterdam” binnen zijn gekomen, geplaatst bij een van de acht gecontracteerde aanbieders: 80 medewerkers kunnen ongeveer 500 cliënten helpen. Kanttekeningen bij deze cijfers: - We weten niet hoeveel van deze medewerkers langere tijd in dienst blijven – het bijhouden daarvan bleek administratief niet uitvoerbaar. - We weten niet of deze kandidaten zonder de campagne ook hun weg naar Hbh zouden hebben gevonden. - 80 medewerkers vormen circa 15% van het aantal medewerkers dat ieder jaar vanwege verloop vervangen moet worden. Om niet alleen verloop te compenseren maar ook groei te kunnen realiseren nemen de aanbieders samen naar schatting 500 nieuwe medewerkers per jaar aan. De campagne loopt in 2025 door met een accent in de maanden september t/m november.

1

Een onderzoek rond de inzet van robotstofzuigers bij 100 klanten in Amsterdam en Den Haag leidde niet tot heel bruikbare uitkomsten: bij sómmige klanten in sómmige huishoudens lijkt het een béétje te helpen, alleen een duidelijk profiel van die klanten of huishoudens kwam niet uit het onderzoek naar voren. We hebben deze inzet ook als mogelijkheid meegegeven aan de huishoudcoach om te kijken of daar een stimulans uit zou komen; ook daaruit komt niet een direct in te zetten richting uit naar voren. We blijven samen met onze partners de ontwikkelingen op inzet van technische ondersteuningsapparatuur volgen en verkennen hoe we dit met pilots verder kunnen ondersteunen.

3

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 september 2025 Pagina 4 van 10

Maatregel 6 – Aanbrengbonus voor werven nieuwe collega’s De aanbrengcampagne heeft ook enige tientallen medewerkers opgeleverd, waarvan we weten dat ze minstens een half jaar in dienst zijn gebleven. We weten niet of deze medewerkers zonder campagne ook waren binnengekomen. Mond tot mondreclame van bestaande medewerkers is altijd al de meest effectieve werving om nieuw medewerkers te vinden. Maatregel 12 - Nieuwe cliënten ontvangen standaard eens in de veertien dagen hulp Deze maatregel is geïntroduceerd als tijdelijke maatregel om meer mensen te kunnen helpen. Gedurende maximaal het eerste half jaar van de huishoudelijke ondersteuning zouden cliënten eens per veertien dagen hulp krijgen, ook wanneer eens per week nodig leek. In dat half jaar kon dan worden onderzocht of die cliënten genoeg zouden hebben aan hulp eens in de veertien dagen, eventueel met aanvullende vrijwillige hulp de andere week. De afspraak was dat uiterlijk een half jaar na start van de zorg de cliënt de benodigde inzet krijgt. De maatregel werkt in de praktijk zo dat aanbieders bij het starten van de huishoudelijke zorg kritischer kijken dan vroeger of eens in de veertien dagen genoeg zou kunnen zijn. Wanneer zij bij aanvang inschatten dat eens per week echt nodig is, dan zetten ze dat ook meteen in. Dat is voor cliënten wel zo prettig, en alsnog opschalen na een half jaar is praktisch ook lastig.

In praktijk gebeurt het opschalen na verloop van tijd naar eens per week zelden, vooral omdat aanbieders tevoren goed inschatten bij welke cliënten eens in de veertien dagen wel of niet genoeg is2. Aanbieders rapporteren dat hulp eens in de veertien dagen voor een heel aantal cliënten afdoende blijkt te zijn, bij grove inschatting een kwart, en dat ze dat vaker inzetten dan voorheen. Hoeveel dat aantal gestegen is door invoering van deze maatregel is geen feitelijk zicht op: er is geen administratieve data ‘voor’ en ‘na’ hiervoor beschikbaar omdat hierop geen registratie plaatsvindt.

Maatregelen in ontwikkeling of met langere doorlooptijd Maatregel 10 - Controle op huisgenoten met hulp van gegevens van Bureau Registratie Persoonsgegevens (BRP) Na een pilot bij één aanbieder om te kijken hoe het werkte, is eind 2024 gestart met het systematisch sturen van gegevens over huisgenoten van bestaande Hbh cliënten aan Hbhaanbieders, vlak voor de jaarlijkse evaluatie. Hierdoor kunnen aanbieders voorafgaand aan de jaarlijkse evaluatie controleren of er sprake is van ingeschreven huisgenoten waar ze niet van op de hoogte waren en daar het gesprek met cliënten over aangaan. Soms zijn huisgenoten niet in staat tot het leveren van gebruikelijke zorg, soms staan er onderhuurders op hetzelfde adres ingeschreven en dan wordt er geen gebruikelijke zorg verwacht, maar soms ook is er wel degelijk een huisgenoot die niet eerder ter sprake is geweest die gebruikelijke zorg zou kunnen leveren. Aanbieders gaan daar het gesprek over aan. Het is nog niet bekend hoe vaak deze evaluaties tot de conclusie leiden dat vermindering of beëindiging van de hulpverlening passend is. Bij onenigheid tussen aanbieder en cliënt wordt een onafhankelijk advies van Argonaut Advies gevraagd. 2

De inschatting wat nodig is voor het bereiken van een schoon en leefbare woning gebeurt in afstemming met de Amsterdammer. De inwoner kan bij verschil van inzicht zich ook wenden tot herbeoordeling door de aanbieder. En, indien er daarna ook geen consensus is, ook een onafhankelijke toets door Argonaut aanvragen.

4

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 september 2025 Pagina 5 van 10

Maatregel 11 – Project huishoudcoach Van november 2024 tot de zomer 2025 is een verkennende pilot huishoudcoach in Zuidoost gehouden. Bij het starten van huishoudelijke hulp wordt naast de hulp ook een ergotherapeut ingezet die fungeert als huishoudcoach. De ergotherapeut adviseert over eventueel andere inrichting van de woning om huishoudelijk werk lichter te maken en gaat een traject van 5 of 6 bezoeken met cliënten aan om hen bij te staan in het zelfredzamer worden in hun huishouden. Deelname aan de pilot was op op vrijwillige basis. Het bleek lastig om cliënten te motiveren om deel te nemen. Dit werd grotendeels veroorzaakt door zorgen over hun recht op Hbh kwijt te raken. Ook bleek dat deelnemers uitvielen omdat hun fysieke en of cognitieve capaciteiten onvoldoende ruimte bieden om meer zelfstandig het huishouden uit te oefenen. Ook was niet elke deelnemer voldoende gemotiveerd om het traject succesvol af te ronden. Een aantal deelnemende cliënten boekte kleine successen in zelfredzaamheid. Bijvoorbeeld in het verschonen van het bed of stofzuigen. Niet in grote taken zoals de badkamer schoonmaken. Hier blijft hulp bij nodig. Vergroting van zelfredzaamheid kan leiden tot eigen regie, ziekte-inzicht, gedragsverandering en fitter worden. Dit kan op termijn leiden tot minder inzet van zorg (breder dan Hbh).

Er zijn geen grote effecten op de inzet van Hbh gedurende de pilotperiode zichtbaar geworden. Het lijkt dat een traject met coaching in het huishouden van 12 weken te weinig is om structurele doelen in zelfredzaamheid te behalen en te behouden. Maatregel 14-III – Inzet anderstaligen De belangstelling bij aanbieders om mensen met beperkte kennis van het Nederlands in te zetten als huishoudelijke hulp is nadrukkelijk aanwezig, maar het is in de praktijk niet eenvoudig en vergt een intensieve aanpak om mensen te werven. Er wordt gebruik gemaakt van het aanbod ‘Slim met Taal’ van het programma Sociaal Werkgeverschap, waarmee medewerkers in werktijd een taaldocent krijgen op kosten van de gemeente, met een cursus gericht op taalverwerving relevant voor het werk. Er wordt ook onderzocht wat de mogelijkheden zijn met ‘vertaaloortjes’, luidsprekertjes in de oren gekoppeld aan een app op de telefoon die meteen vertalingen kan geven van en naar het Nederlands vanuit alle mogelijke talen, waardoor mensen in verschillende talen sprekend toch met elkaar kunnen communiceren. Er wordt samengewerkt met verschillende geledingen en samenwerkingsverbanden van de gemeente (JZD, Sociaal Werkgeverschap, RWC, WPI). Vanuit de campagne Zorg voor Amsterdam waren er al eerder intensieve contacten met het RWC.

Maatregel 23 – Huisvesting en Hbh combineren / Lang leven thuis flats Bij de maatregel ‘huisvesting en hulp in het huishouden combineren’ geldt als nieuwe, aanvullende invulling de aandacht voor specifieke woonvormen voor ouderen, zoals de Lang Leven Thuisflats en de woonzorgcirkels. Zoals benoemd in de voorjaar 2024 vastgestelde ‘Uitvoeringsagenda Ouderenhuisvesting’. Deze nieuwe woonvormen maken efficiënte inzet van zorgpersoneel mogelijk en faciliteren ‘het zorgen voor elkaar’ met ontmoetingsruimten en een optimaal welzijnsaanbod in de buurt. Aanbieders Hbh willen meewerken aan het aanwijzen van één preferente Hbh-aanbieder per Lang Leven Thuisflat voor grotere efficiëntie en deelname aan het integrale zorgteam per flat. Verdeling van flats over aanbieders wordt nu voorbereid en georganiseerd, door na te gaan in welke flats bepaalde aanbieders al overwegend aanwezig zijn. 5

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 september 2025 Pagina 6 van 10

Maatregel 29 – Preventie door gebiedsgerichte samenwerking In het plan van aanpak ‘Hulp in het huishouden’ is de inzet op preventie door gebiedsgerichte samenwerking opgenomen. Dit valt samen met de ontwikkelopgave die Hbh aanbieders hadden om te komen tot een gebiedsgerichte aanpak van huishoudelijke hulp. Na afstemming met de gemeente zijn de volgende gebiedsgerichte werkafspraken met de Hbh-aanbieders vastgelegd: 1 Uitwisseling met collega-aanbieders Hbh op lokaal niveau, in het bijzonder over uitwisseling (wachtlijst)cliënten. Hierdoor kunnen meer en sneller cliënten worden toebedeeld aan medewerkers van aanbieders die in de betreffende buurt werkzaam zijn. 2 Lokale bijeenkomsten met buurtteams: deelnemen en bij toerbeurt organiseren. Via de buurtteams kunnen Amsterdammers worden aangemeld voor hulp in het huishouden. Ook voeren de buurtteammedewerkers de regie op de ondersteuningsinzet wanneer er sprake is van meer dan alleen hulp in het huishouden. 3 Intercollegiaal overleg bij wijktafels/ lokale expertisenetwerken met professionals: deelnemen. 4 Netwerkvorming sociale basis in samenwerking met buurtteam: kennismaking, deelname netwerktafels, en/of opstellen sociale kaart. 5 Cliënten die (bv vanwege eenzaamheid) een maatje kunnen gebruiken in contact brengen met buurtteam, de sociale basis en/of Burennetwerk.

6 Contact onderhouden met lokale organisaties die potentiële kandidaten kunnen leveren, in het kader van buurtgerichte personeelswerving. Toelichting 2t/m6: Hbh-aanbieders zetten zich voor bovenstaande gebiedsgerichte samenwerking in. Vanuit het contractmanagement van de gemeente wordt hierop gemonitord. Directe effecten een op een gekoppeld aan cliënten zijn niet kwantitatief te meten. Door een goed contact tussen de aanbieders, de buurtteams en de formele en informele partijen in de sociale basis wordt de Amsterdammer met een ondersteuningsvraag zo goed mogelijk de ondersteuning geboden die nodig is.

Aanvullende maatregelen Werkende weg zijn ook nieuwe maatregelen bedacht en uitgeprobeerd. Voorschakeltrajecten Eén hiervan is een samenwerking van twee aanbieders met Pantar om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt met behulp van extra werkbegeleiding in de loop van een half jaar te begeleiden naar volledig zelfstandig bij cliënten kunnen werken. De gemeente heeft zich bereid verklaard om voor een pilot de meerkosten van deze aanpak te dragen om er ervaring mee op te kunnen doen. Dit project is nu in de fase van het werven van deelnemers. Geen automatische verlenging indicatie bij afhouden hulp Een andere maatregel ontstond naar aanleiding van de constatering dat er af en toe wachtlijstcliënten zijn die aan de beurt zijn voor ondersteuning, maar op het moment van aanbieden van hulp afzien. Dat gebeurt om uiteenlopende redenen, bijvoorbeeld omdat ze het bij nader inzien toch nog wel zelf kunnen, of omdat ze inmiddels een andere oplossing hebben gevonden waar ze voorlopig nog mee door willen gaan. Cliënten op de wachtlijst die geen hulp willen, geven een vertekening van de wachtlijst en kosten aandacht die ook besteed kan worden aan Amsterdammers die wel direct hulp nodig hebben en wensen. 6

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 september 2025 Pagina 7 van 10

Het mogelijk van de wachtlijst afhalen roept bij sommigen weerstand op: ze willen nu dan weliswaar geen hulp, maar misschien later wel en tot die tijd willen ze op de wachtlijst blijven. Cliëntenbelang Amsterdam vindt dat deze cliënten toch op de wachtlijst moeten kunnen blijven staan: ook al houden ze de zorg op zo’n moment af, hebben ze die misschien toch wel nodig. Juridisch is het niet goed mogelijk mensen die hulp afhouden van de wachtlijst te verwijderen: zolang ze een lopende beschikking hebben, hebben ze recht om op de wachtlijst te blijven. De maatregel die nu wordt uitgevoerd is om de indicatie niet te verlengen van cliënten die bij de jaarlijkse evaluatie hulp afhouden. Cliëntenbelang Amsterdam geeft hierbij aan dat het cruciaal is om grondig onderzoek te doen naar de redenen om hulp af te houden voor er wordt besloten de indicatie van een wachtlijstcliënt niet te verlengen. Het college is het daarmee eens en stelt dit als voorwaarde aan aanbieders. Daarnaast kunnen cliënten wanneer zij alsnog hulp nodig hebben die opnieuw aanvragen. Als daarbij blijkt dat zij urgent hulp nodig hebben, kunnen ze alsnog met voorrang worden geholpen.

3. Motie Versterking Buurtgerichte Werving In november 2024 is de afdoening voor de motie 345-2024 “Aanpak wachtlijsten door personeelstekort in de huishoudelijke zorg op door nog meer wijk- en buurtgericht te werken” aan de gemeenteraad aangeboden. Hierin heeft het college uiteengezet dat de werving binnen de imago- en wervingscampagne ‘Zorg voor Amsterdam’ meer wijkgericht zal worden uitgevoerd. Inmiddels wordt er binnen de campagne samengewerkt met gebiedspartners, stadsdeeladviseurs WPI en adviseurs Sociale Basis vanuit stadsdelen met de grootste tekorten hbh. De collega’s in de stadsdelen hebben goed voor ogen waar het potentieel zit en weten ook welke stichtingen kunnen helpen bij het vinden van dat potentieel. Verder wordt er vanuit deze samenwerking bekeken hoe de campagne verbeterd moet worden. De collega’s en stichtingen in de stadsdelen weten dat solliciteren voor een kandidaat laagdrempelig en eenvoudig moet zijn. Het Regionaal Werk Centrum (RWC) en het Werkgevers Service Punt (WSP) blijven een belangrijk onderdeel in het wijkgericht werven. Met name vanuit het project Ongekend Talent is het RWC in contact met organisaties en stichtingen in de wijken. Vanuit de gesprekken in de stadsdelen worden lijsten samengesteld met organisaties die van belang zijn voor het wijkgericht werven.

Vanuit het RWC wordt steeds bekeken in hoeverre er al wordt samengewerkt met deze organisaties. Waar dat niet het geval is wordt maatwerk toegepast, zodat de juiste interventies worden gedaan per stadsdeel. In stadsdeel Nieuw-West is met behulp van de gebiedspartner bijvoorbeeld een bijeenkomst georganiseerd met relevante stichtingen. In stadsdeel West is met name per organisatie of stichting bekeken hoe de campagne onder de aandacht moet worden gebracht. Dit kan plaatsvinden via een al bestaande banenmarkt of informatiemiddag bij een stichting. In zowel NieuwWest als West zijn stichtingen gevraagd om de campagne zoveel mogelijk mee te nemen in de dienstverlening richting Amsterdammers. In stadsdeel Oost wordt gezamenlijk met de gebiedspartner een gesprek georganiseerd met collega’s van het stadsdeel. Samen met hen wordt ook voor dit stadsdeel bekeken hoe de doelgroep het best bereikt kan worden in de wijken van Oost. Het is niet kwantificeerbaar hoeveel kandidaten via de buurtgerichte wervingsinzet de weg naar de aanbieders vinden. Hier vindt vanuit de aanbieders geen registratie en administratie op plaats. 7

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 september 2025 Pagina 8 van 10

4. Uitkomsten en evaluatie project Grote Schoonmaak Het Project Grote Schoonmaak, in gang gezet naar aanleiding van motie 546-2023 “Een grote schoonmaak voor iedereen op de wachtlijst Hulp bij het Huishouden”, is uitgevoerd tussen 1 maart en 30 september 2024. De uitkomsten en de evaluatie van het project treft u in uitgebreidere vorm aan in bijlage 3. Hierbij een samengevatte versie van uitkomsten en evaluatie. Samenvatting uitkomsten Aan iedereen die in 2023 op de wachtlijst voor Hbh is gekomen, is in 2024 een eenmalige grote schoonmaak aangeboden van 2x3 uur. Voor de uitvoering hiervan zijn middels een aanbesteding twee schoonmaakbedrijven geworven. Ongeveer 260 Amsterdammers hebben volgens de rapportages van de uitvoerders een Grote Schoonmaak gekregen. Bij ongeveer de helft van deze cliënten was de woning na de eenmalige grote schoonmaak weer op orde. Bij de andere helft was er nog steeds een kleine of grotere achterstand. Conclusie evaluatie en aanbeveling Het project Grote Schoonmaak heeft voor enkele honderden cliënten een welkome hulp geboden. Zowel de huishoudelijke hulp als de geste vanuit de gemeente zijn door verschillende cliënten hogelijk gewaardeerd, zo bleek uit opmerkingen gemaakt bij het klanttevredenheidsonderzoek. De tevredenheid over de schoonmaak en de vriendelijkheid van medewerkers is heel behoorlijk.

Echter het oordeel over de schoonmaakbedrijven valt overwegend negatief uit. Niet alleen waren er veel problemen in de uitvoering, maar de communicatie werd ook steeds moeizamer en de gemeente kon de uitvoering nauwelijks bijsturen. De gemeente had veel moeite om überhaupt twee partijen te vinden die bereid waren deze opdracht uit te voeren. Bij beide opdrachtnemers waren grote problemen in continuïteit, bereikbaarheid en informatievoorziening. De conclusie is dat de kans niet groot lijkt dat er andere partijen te vinden zijn die het veel beter zouden doen. Daar komt bij dat de inzet en kosten van ambtelijke capaciteit voor dit project groot zijn in verhouding tot de daadwerkelijk geboden hulp. Het college is hierom niet voornemens een dergelijk project te herhalen, en evenmin om schoonmaakpartijen op andere wijze in te zetten om de wachtlijst in te lopen of de gecontracteerde Hbh-aanbieders te ontlasten.

5. Toekomstperspectieven voor Hbh De dienstverlening Hulp bij huishouden staat onder druk. Dat is niet alleen in Amsterdam zo, dat speelt in het hele land. Zowel gebrek aan personeel als gebrek aan middelen spelen daarin mee. Ook het rijk buigt zich hierover. Er is een wet in de maak om weer een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren vanaf 1 januari 2028: de inkomens-en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb). Het rijk doet een meerjarig onderzoek naar de houdbaarheid van de Wmo. Vanuit de gemeente Amsterdam is er een werkgroep opgezet “Toekomst van Hbh” om als gemeente ook een eigen oriëntatie te doen op toekomstmogelijkheden voor Hbh. Invoering inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) Het rijk is van plan (onder voorbehoud van wijzigingen door nieuw aankomende kabinet) om de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 2028 in te voeren (eerder was 2027 aangekondigd). Wanneer dit wetsvoorstel door de Tweede en Eerste Kamers wordt aangenomen, zullen mensen die meer inkomen of vermogen hebben dan ongeveer 130% van het minimuminkomen naar rato een hogere eigen bijdrage moeten betalen.

8

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 september 2025 Pagina 9 van 10

Dit zal voor naar schatting ongeveer 15%3 van de Amsterdamse Hbh-cliënten een verhoging van de eigen bijdrage betekenen, variërend van een kleine tot een forse verhoging. Inkomsten uit de verhoogde eigen bijdragen komen ten goede aan de gemeente Amsterdam. Dat levert in principe baten op ten opzichte van de huidige situatie, al zullen alleen de hoogste eigen bijdragen ook kostendekkend zijn. De extra baten zijn door het rijk al ingecalculeerd en vallen meteen weg tegen de korting die het rijk doorvoert zodra de nieuwe regeling ivb van kracht wordt. Volgens de VNG gaan gemeenten minder voordeel hebben dan het rijk gaat korten. Het belangrijkste effect van de ivb voor de gemeente is dat een aantal Amsterdammers met meer financiële armslag zal kiezen een particuliere hulp te nemen en de Wmo-hulp vanuit de gemeente op te zeggen. Dat is een gewenste ontwikkeling en dat zal de druk op de wachtlijsten zeker verlichten.

Alleen zal het zal naar verwachting niet genoeg zijn om de wachtlijsten op te lossen, vanwege dat: - naar verwachting een belangrijk deel van de huidige cliënten de bestaande hulp niet willen verliezen en een hogere eigen bijdrage voor lief nemen; - dat door de toenemende vergrijzing het moeilijker wordt om particuliere hulpen te vinden; - een deel hulp met regie nodig heeft en die blijven op gemeentelijke hulp aangewezen; - een deel van de mensen met hulpvraag weliswaar een hogere eigen bijdrage zal moeten gaan betalen, maar niet meer dan ze aan een particuliere hulp zouden moeten uitgeven. Er is dan geen financiële prikkel om voor een particuliere hulp te kiezen; - tenslotte zijn in deze tijd van lage werkloosheid ook particuliere hulpen moeilijker te vinden dan voorheen. Rijksonderzoek naar houdbaarheid Wmo De combinatie van enerzijds de toenemende vergrijzing met daardoor een toenemende druk op zorgvoorzieningen, en anderzijds de personele krapte en beperkte middelen, geven door het hele land het beeld van een zorgstelsel onder druk. Ook VWS ziet deze druk toenemen. In 2022 is door VWS en VNG een onderzoek gestart naar de houdbaarheid van de Wmo 2015 en mogelijke maatregelen die de houdbaarheid kunnen vergroten. De verwachting is dat dit onderzoekstraject eind dit jaar afgerond kan worden.

Dit houdbaarheidsonderzoek maakt deel uit van het proces om te komen tot een nieuwe Wmo, dat op z'n vroegst in 2031 zou kunnen komen. De gemeente Amsterdam heeft op verschillende momenten, zowel op eigen titel als in samenspraak met G4 en G40, input geleverd door deelname aan o.a.: - Rondetafelgesprekken (dec 2024, jan t/m mrt 2025) - Het onderzoek naar diversiteit in de uitvoeringspraktijk (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en CEBEON) (dec 2024 en jan 2025). Dit heeft erin geresulteerd dat de wachtlijstproblematiek rond hulp bij huishouden bovenaan de lijst met knelpunten is geplaatst waarvoor maatregelen moeten worden bedacht.

3

15%: Uit een onderzoek dat we hebben laten uitvoeren in 2021 bleek 15% ruwweg het aandeel cliënten met een middelhoog tot hoog inkomen, terwijl dat in 2018 nog ruwweg 5% was. We nemen aan dat de wachtlijsten ontmoedigend werken voor vooral Amsterdammers met hoger inkomen en dat hun aandeel daarom niet verder is gegroeid.

9

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 september 2025 Pagina 10 van 10

In de eindrapportage van het houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015 zullen de opgedane inzichten worden samengevat en een aantal scenario’s voor een maatschappelijk, personeel en financieel houdbare Wmo worden geschetst met voor- en nadelen. Per scenario zal worden aangegeven welke maatregelen daarbij horen en waar mogelijk, hoe maatregelen elkaar versterken.

Werkgroep Toekomst Hbh (gemeente Amsterdam) In juni 2023 heeft het college aangekondigd een werkgroep in te stellen om na te denken over de toekomst van hulp bij huishouden op langere termijn. De bedoeling is voor de langere termijn mogelijke oplossingen te inventariseren hoe het college Hbh als voorziening overeind kan houden ondanks het aanhoudende personeelstekort en de toenemende vergrijzing. Voor een beeld van de omvang van de uitdaging heeft O+S een factsheet opgesteld van de verwachte ontwikkeling in de vraag op basis van demografische ontwikkelingen (zie bijlage 4). Hierin wordt de ‘zorgkloof’ inzichtelijk gemaakt, het verschil tussen de zorgvraag en het (potentiële) aanbod op basis van beschikbaar personeel. Er zijn veel onzekere factoren en hoe verder we in de toekomst kijken hoe mistiger het beeld, maar grofweg kunnen we terugzien dat door toenemende vergrijzing en een personeelsaanbod dat daar geen gelijke tred mee houdt, de zorgkloof tussen nu en 2034 met gemiddeld ongeveer 1% per jaar groter wordt (vgl Tabel 9 van de Factsheet O + S in bijlage 4). Dat is geen explosieve toename, maar het suggereert wel dat er nieuwe oplossingen nodig zijn. Er is een werkgroep samengesteld met gemeente, Hbh-aanbieders, andere zorgaanbieders, Buurtteams, MEE en Cliëntenbelang Amsterdam. Ook vanuit VWS heeft een ambtenaar belangstelling getoond om mee te doen.

Bij de eerste bijeenkomst is overlegd over de juiste samenstelling van de werkgroep en naar aanleiding daarvan zijn nog aanvullend enkele deelnemers uitgenodigd om mee van start te gaan. Vanuit een begeleide brainstorm zijn door de werkgroep een aantal richtingen voor nader onderzoek geïnventariseerd. De werkgroep constateert dat er al heel veel ideeën en maatregelen verkend en/of in werking zijn. In 2025 en 2026 wordt deze werkgroep vervolgd en zal uiteindelijk een advies uitbrengen aan het college wat aanvullend voor de toekomst als meest wenselijke scenario’s en/of praktisch in te zetten pilots uitgewerkt kan worden.

Tot slot Het College blijft onverminderd werken aan de uitvoering van het plan van aanpak en het terugdringen van de wachtlijsten voor hulp bij huishouden. Tegelijk kijkt het college vooruit om te zien hoe we in ieder geval de kwetsbaarste mensen ook in de toekomst hulp bij huishouden kunnen blijven bieden. Voor dit moment hoop ik u voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Alexander Scholtes Wethouder Zorg & Maatschappelijke Ontwikkeling

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16269632/1