CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-12-aard-omvang-van-incidenten-onder-amsterdamse-lhbtiqa+-personen.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 15 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Onderzoeken naar aard, omvang en opvolging anti-lhbtiq+geweld en voortgang Actieplan (VN2025-018486)9.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aard & omvang van incidenten onder Amsterdamse lhbtiqa+ personen Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: Openbare Orde en Veiligheid Projectnummer: 240025 Auteurs: Iris Regeer, Farah Makrani, Sara Rubingh, Eva Karaçay Met medewerking van Sara de Wilde en Lotje Cohen Met dank aan Debbie Koekoek van Discriminatie.nl regio Amsterdam voor het aanleveren van extra cijfers over meldingen E-mailadres: s.rubingh@amsterdam.nl Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:

President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek.amsterdam.nl

Amsterdam, november 2025 Foto voorzijde: Regenboogkleuren in de stad Pride Amsterdam, fotograaf Alphons Nieuwenhuis (2020)

Inhoud Samenvatting en conclusie

4

Inleiding

8

Methode

10

1

11

Veiligheidsbeleving

1.1 Lhbtiqa+ personen in Amsterdam voelen zich vaker onveilig dan andere Amsterdammers en dan landelijk 11 1.2 Lhbtiqa+ inwoners van stadsdeel Zuidoost voelen zich het vaakst onveilig in eigen buurt 12

2

3

Discriminatie

14

2.1 Lhbtiqa+ inwoners voelen zich vaker gediscrimineerd 2.2 Lhbtiqa+ personen vaakst gediscrimineerd op basis van seksuele oriëntatie 2.3 Meer dan de helft van gediscrimineerde lhbtiqa+ personen heeft minder vertrouwen in mensen na discriminatie 2.4 Lhbtiqa+ personen maken vaker melding van discriminatie 2.5 Lhbtiqa+ personen vaker gepest

14 16 19 19 22

Slachtofferschap

24

3.1 3.2 3.3 3.4

25 26 27 29

Geen verschillen in slachtofferschap van vernieling Lhbtiqa+ personen vaker slachtoffer van bedreiging Geen verschillen aandeel slachtoffers mishandeling Seksueel geweld komt vaker voor onder lhbtiqa+ personen

Literatuurlijst

32

Bijlage 1 Toelichting gehanteerde groepen

34

Bijlage 2 Figuren

36

3

Samenvatting en conclusie Deze rapportage bevat de belangrijkste resultaten van analyses op Veiligheidsmonitordata waarmee aard & omvang van incidenten onder Amsterdamse lhbtiqa+ personen in kaart zijn gebracht. De analyses wijzen uit dat Amsterdamse lhbtiqa+ personen in 2024 vaker slachtoffer werden van discriminatie, pesten, bedreiging en seksueel geweld dan niet lhbtiqa+ personen. Daarnaast zijn de emotionele gevolgen voor lhbtiqa+ personen vaak groter dan voor niet lhbtiqa+ personen. De positie van lhbtiqa+ Amsterdammers is niet verbeterd ten opzichte van 2023. Amsterdam zet als ‘Regenboogstad’ met haar beleid in op de emancipatie en acceptatie van lhbtiqa+ personen en wil hiermee een veilige omgeving creëren waarin iedereen zichzelf kan zijn. Onder de lhbtiqa+ gemeenschap vallen lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, transpersonen, bi-plus seksuele personen, aseksuele personen, intersekse personen en queer personen. Ondanks de inzet en het beleid blijft discriminatie en geweld tegen lhbtiqa+ personen bestaan. Om het geweld tegen lhbtiqa+ personen actief te bestrijden, heeft de gemeente een actieplan opgesteld. Een doel is betrokken partners beter te laten samenwerken bij de opvolging van lhbtiqa+ incidenten, onder andere door middel van een vormgegeven handelingskader.

Dit handelingskader werkt volgens een aantal lijnen waarvan de belangrijkste betreft: “het slachtoffer staat centraal”. Om in de toekomst te kunnen monitoren hoe de aard en omvang van incidenten tegen de lhbtiqa+ gemeenschap zich ontwikkelen en hoe de opvolging van deze incidenten verloopt, wordt met dit rapport de huidige situatie in Amsterdam onderzocht. Sinds 2023 is in de Veiligheidsmonitor een uitgebreidere categorisering mogelijk van lhbtiqa+ personen dan voorheen. Daarom is in dit rapport gekeken naar dit eerste jaar (2023) en het meest recente jaar 2024. De onderzoeksvraag die hierbij centraal staat is: - Wat is de aard en omvang van incidenten tegen lhbtiqa+ personen in Amsterdam in 2023 en 2024? Analyses zijn uitgevoerd op de data uit de Veiligheidsmonitor. Deze cijfers zeggen iets over de ervaringen van lhbtiqa+ personen, maar er is niet bekend of de meegemaakte (gewelds)incidenten gerelateerd zijn aan het feit dat deze Amsterdammers tot de lhbtiqa+ gemeenschap behoren. In bijlage 1 van dit rapport is een uitgebreide toelichting te vinden van de gehanteerde indeling van de lhbtiqa+ gemeenschap en specifieke groepen daarbinnen. Op basis van deze indeling wordt in dit rapport gesproken over lhbtiqa+ personen wanneer het gaat over cijfers uit de Veiligheidsmonitor.

Wanneer cijfers uit andere rapportages worden weergeven, worden de definities gehanteerd zoals deze in de desbetreffende rapportage zijn gebruikt. Amsterdamse lhbtiqa+ personen voelen zich vaker onveilig en ervaren meer discriminatie Uit cijfers van de Veiligheidsmonitor blijkt dat in 2024 ongeveer een kwart van de lhbtiqa+ personen in Amsterdam zich weleens onveilig voelt in de eigen buurt (27%). Dit is iets meer dan onder niet-lhbtiqa+ personen (25%). Vier procent van de lhbtiqa+ Amsterdammers voelt zich vaak onveilig in de eigen buurt. In vergelijking met andere stadsdelen voelen in Zuidoost de lhbtiqa+ inwoners zich het vaakst onveilig in hun eigen buurt (9%). 4

Van personen in de lhbtiqa+ gemeenschap heeft een groter aandeel zich in 2024 wel eens gediscrimineerd gevoeld dan personen die niet tot de lhbtiqa+ gemeenschap behoren (25% tegenover 18%). Vier procent van de lhbtiqa+ Amsterdammers heeft zich vaak gediscrimineerd gevoeld. Wanneer wordt gekeken naar respondenten die zich het afgelopen jaar vaak gediscrimineerd hebben gevoeld, hebben vooral non-binair gender queer (NBGQ) personen (10%), aseksuele personen (8%) en transgender personen (8%) zich vaak gediscrimineerd gevoeld. Lhbtiqa+ personen zijn in 2024 bovendien vaker gepest (5%) dan niet-lhbtiqa+ personen (2%).

niet-lhbtiqa+

lhbtiqa+

Figuur 1. Ervaren discriminatie in de afgelopen 12 maanden, 2023 en 2024, lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+ personen (percentages) 2023

3

2024

4

2023

2

2024

3

18

0%

20%

22

25

16

40% wel eens

60%

80%

100%

vaak*

* respondenten die ‘vaak’ hebben geantwoord behoren ook tot de ‘wel eens’ percentages

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

De meest genoemde grond van discriminatie tegen lhbtiqa+ personen was seksuele oriëntatie. Deze grond komt vaker voor onder lhbtiqa+ personen dan onder niet-lhbtiqa+ personen. Dit geldt ook voor discriminatie op basis van geslacht. Lhbtiqa+ personen ervaren de discriminatie vooral op straat, tijdens het uitgaan, in een winkel en in het openbaar vervoer. Discriminatie tegen lhbtiqa+ personen vindt voornamelijk plaats door discriminerende opmerkingen en ongelijke behandeling. Discriminatie door geweld en bedreiging komt minder voor, maar wordt door lhbtiqa+ personen wel vaker ervaren dan door niet lhbtiqa+ personen.

5

Figuur 2. Manieren van discriminatie, 2024 (meerdere antwoorden mogelijk, percentage van slachtoffers discriminatie) 65%

discriminerende opmerkingen

50% 54%

ongelijke behandeling

54% 37%

negatief beeld/stigmatisering

bedreiging

geweld / agressief gedrag

27% 12% 6% 12% 8%

0%

10%

20%

30%

lhbtiqa+ (n=614)

40%

50%

60%

70%

80%

90% 100%

niet lhbtiqa+ (n=1.489)

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

Meldpunt Discriminatie.nl Regio Amsterdam registreert toename meldingen op basis van seksuele gerichtheid Van de slachtoffers van discriminatie in de lhbtiqa+ gemeenschap, heeft 12 procent ergens een melding gemaakt van de discriminatie, dat is meer dan van slachtoffers die niet tot de lhbtiqa+ gemeenschap behoren; van hen deed negen procent melding. Drie procent van de lhbtiqa+ slachtoffers van discriminatie deed aangifte bij de politie, wederom iets meer dan onder niet-lhbtiqa+ slachtoffers (1%). De lichte toename van ervaren discriminatie onder lhbtiqa+ Amsterdammers, ziet het Meldpunt Discriminatie.nl Regio Amsterdam ook terug in het aantal meldingen. De laatste jaren is er een toename van het aantal meldingen van discriminatie gericht op seksuele gerichtheid en geslacht, waaronder voor transgender en intersekse personen. Dit komt ook door een nieuw meldpunt genaamd RITA dat vanuit de gemeenschap is opgericht. Deze meldingen worden ook geregistreerd en opgepakt door Discriminatie.nl. In 2024 was het aantal discriminatiemeldingen op basis van seksuele gerichtheid waarbij specifiek sprake was van geweld met 40 meldingen hoger dan de jaren daarvoor, in 2021 ging dit nog om zeven meldingen. Het aantal discriminatie incidenten in Amsterdam op basis van seksuele gerichtheid dat door de Politie Eenheid Amsterdam werd geregistreerd neemt de afgelopen jaren ook toe.

In 2021 werden er 283 incidenten geregistreerd, in 2024 registreerde de politie eenheid 367 discriminatie incidenten op basis van seksuele gerichtheid in de politieregio.

6

Lhbtiqa+ personen vaker slachtoffer van verschillende vormen van criminaliteit Lhbtiqa+ personen werden in 2024 vaker slachtoffer van vormen van traditionele criminaliteit en online criminaliteit dan niet-lhbtiqa+ personen (figuur 3). Ook werden lhbtiqa+ personen vaker slachtoffer van geweldsdelicten (15 procent tegenover 9 procent). Lhbtiqa+ personen werden in 2024 met name vaker slachtoffer van bedreiging en seksueel geweld dan nietlhbtiqa+ personen. Het aandeel lhbtiqa+ personen dat slachtoffer werd van mishandeling is gelijk met het aandeel niet-lhbtiqa+ personen (2 procent). Figuur 3. Slachtofferschappen, lhbtiqa+ personen en niet-lhbtiqa+ personen, in 2024 (percentages) traditionele criminaliteit

42 35 21

online criminaliteit

17

15

geweldsdelicten*

9 12

bedreiging

7

mishandeling

2 2

seksueel geweld

5 2

0%

20% lhbtiqa+ (n=2.697)

40%

60%

80%

100%

niet-lhbtiqa+ (n=9.706)

*bedreiging, mishandeling en seksueel geweld zijn onderdeel van de geweldsdelicten.

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

De samengevoegde cijfers van 2023 en 2024 wijzen uit dat met name bi-plus vrouwen en NBGQ personen vaker slachtoffer zijn worden van seksueel geweld. Het CBS rapporteerde al dat uit de Veiligheidsmonitor 2023 bleek dat NBGQ personen in Nederland vaker slachtofferschap hebben ervaren ten opzichte van andere groepen in 2023 (CBS StatLine, 2024). Vanwege de kleine groepsgroottes van deze subgroepen per jaar, kunnen de percentages fluctueren en dient hier rekening mee te worden gehouden met het interpreteren van deze cijfers. Lhbtiqa+ personen in de stad ervaren vaak veel emotionele gevolgen van de ervaringen en in sommige gevallen meer dan niet-lhbtiqa+ personen. Zo ervaren slachtoffers uit de lhbtiqa+ gemeenschap vaker emotionele of psychische problemen dan slachtoffers die niet tot deze gemeenschap behoren.

7

Inleiding Nederland telt ongeveer 2,7 miljoen personen die zich identificeren als lesbisch, homoseksueel, bi-plus, transgender, queer, intersekse of aseksueel (CBS, 2024a). Uit verschillende onderzoeken blijkt dat deze groep Nederlanders relatief vaak slachtoffer is van verschillende incidenten. Uit de lhbt-monitor van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt bijvoorbeeld dat lhb-personen vaker slachtoffer werden van seksueel geweld dan heteroseksuele personen in Nederland (Huijnck et al., 2022). Recente cijfers van het CBS laten bovendien zien dat lhbtiqa+ personen in 2023 vaker slachtoffer werden van zowel vormen van traditioneel als van online criminaliteit dan niet-lhbtiqa+ personen. Dit verschil is het grootst bij geweldsdelicten (CBS, 2024b). lhbtiqa+ staat voor: lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, transpersonen, bi-plus seksuele personen, intersekse personen, queers, aseksuele personen en personen die zichzelf op een andere manier identificeren.

Ongeveer een op de vijf Amsterdammers behoort tot de lhbtiqa+ gemeenschap (21%). Dit komt neer op ongeveer 193.000 inwoners in 2024 (O&S, 2025). Amsterdam heeft de titel ‘Regenboogstad’. Steden met deze titel bevorderen actief de emancipatie en toename van acceptatie van lhbtiqa+ personen binnen de gehele bevolking (Rijksoverheid, 2022). Elke gemeente voert een eigen regenboogbeleid. Het regenboogbeleid in Amsterdam heeft zich de afgelopen jaren gefocust op gelijke kansen voor iedereen in de stad en het in vrijheid jezelf kunnen zijn, met als doel acceptatie en emancipatie van alle Amsterdamse lhbtiqa+ personen (Gemeente Amsterdam, 2019). Om het geweld tegen lhbtiqa+ personen aan te pakken, heeft de gemeente Amsterdam een actieplan opgesteld (Gemeente Amsterdam, 2023). Het actieplan heeft als doel om betrokken partners zoals het Openbaar Ministerie, politie en maatschappelijke partners beter te laten samenwerken bij de opvolging van geweldsincidenten tegen lhbtiqa+ personen. Daarnaast moet door middel van preventie en vroegtijdig ingrijpen, geweld tegen lhbtiqa+ personen worden voorkomen. Hiervoor wordt ingezet op drie actielijnen: 1. Verbeteren van de opvolging van meldingen 2. Toegankelijker en inclusiever maken van meldingen of aangiftes 3.

Verbeteren van registraties van incidenten Onderdeel van de eerste actielijn in het actieplan is een handelingskader dat is vastgesteld voor de opvolging van incidenten tegen lhbtiqa+ Amsterdammers. Het handelingskader bevat voor elk stadsdeel afspraken tussen projectleiders Veiligheid, de basisteams/wijkagenten en Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (DRA, discriminatie.nl) over de opvolging van incidenten. Ook het Openbaar Ministerie en Slachtofferhulp Nederland zijn betrokken. Het handelingskader is maatwerk voor ieder stadsdeel, maar kent drie leidende principes: - Het herstel van het slachtoffer staat centraal. - De projectleider Veiligheid van de gemeente Amsterdam heeft de regie op het herstel. - Bij herstel is aandacht voor de omgeving, (sociale) media, het bestuur en de dader. 8

O&S heeft onderzoek gedaan naar de aard en omvang van incidenten tegen lhbtiqa+ Amsterdammers om zo een basis te leggen voor toekomstige monitoring. Daarnaast heeft O&S onderzoek gedaan naar hoe de opvolging van de incidenten in de praktijk vorm krijgt en wat verbeterpunten zin voor die opvolging. In deze rapportage wordt de huidige stand van zaken in kaart gebracht met de volgende onderzoeksvraag: - Wat is de aard en omvang van incidenten tegen lhbtiqa+ personen in Amsterdam in 2023 en 2024?

9

Methode

Voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag ‘Wat is de aard en omvang van incidenten tegen lhbtiqa+ personen in Amsterdam in 2023 en 2024?’ zijn voor het eerst beschikbare cijfers voor deze groepen geanalyseerd uit de Veiligheidsmonitor. Voor het in kaart brengen van veiligheidsgevoelens, ervaren discriminatie en slachtofferschap van diverse vormen van criminaliteit zijn cijfers uit de Veiligheidsmonitor 2024 gebruikt. De Veiligheidsmonitor (VM) is een slachtofferenquête waarin inwoners van de regio Amsterdam-Amstelland jaarlijks vragen beantwoorden over slachtofferschap, veiligheidsbeleving, overlast, leefbaarheid en functioneren van de gemeente/politie. Voor dit onderzoek zijn de veiligheidsbeleving, ervaren discriminatie en ervaren slachtofferschappen geanalyseerd voor lhbtiqa+ personen die wonen in de gemeente Amsterdam, om zo in kaart te brengen of deze cijfers verschillen met niet-lhbtiqa+ Amsterdammers. Voor de operationalisering van de lhbtiqa+ en de niet-lhbtqia+ groep is gebruikgemaakt van een groepering die in 2024 voor het eerst is gehanteerd door het CBS (zie CBS, 2024a). Daarnaast zijn voor sommige analyses meer specifieke groepen binnen de gemeenschap uitgesplitst, zoals homoseksuele personen, transgender personen en non-binair gender queer personen (NBGQ, zie bijlage 1).

Voor uitsplitsingen naar deze specifieke groepen zijn de VM-bestanden van 2023 en 2024 samengevoegd. Hiermee zijn de subgroepen groter waardoor er betere uitspraken kunnen worden gedaan over slachtofferschap binnen deze groepen. Voor de analyses van de lhbtiqa+ groep als geheel zijn de jaartallen apart geanalyseerd. Bij alle analyses is enkel gekeken of lhbtiqa+ personen en bepaalde groepen binnen deze gemeenschap bepaalde incidenten vaker of minder vaak meemaken dan niet-lhbtiqa+ Amsterdammers, ongeacht of dit volgens hen te maken had met het behoren tot de lhbtiqa+ gemeenschap. Daardoor is niet bekend of de meegemaakte (gewelds)incidenten gerelateerd zijn aan het feit dat deze Amsterdammers tot de lhbtiqa+ gemeenschap behoren. Daarnaast gaan de cijfers uit de Veiligheidsmonitor alleen over bewoners van Amsterdam. Hun ervaren discriminatie of slachtofferschap hoeft niet in Amsterdam te hebben plaatsgevonden maar kan ook buiten Amsterdam zijn ervaren. Over ervaringen van bezoekers aan de stad zijn geen enquêtegegevens beschikbaar. Aanvullend zijn de enquêtecijfers voor discriminatie tegen lhbtiqa+ personen aangevuld met cijfers over de meldingen die zijn binnengekomen bij het meldpunt Discriminatie.nl regio Amsterdam (DRA). Onder de Regio Amsterdam vallen de gemeenten: Amsterdam, Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel.

Met deze cijfers kan er een beter beeld worden geschetst van welke incidenten van discriminatie daadwerkelijk ook gemeld worden bij dit meldpunt.

10

1 Veiligheidsbeleving

In dit hoofdstuk wordt de veiligheidsbeleving van lhbtiqa+ personen in Amsterdam in kaart gebracht. Het gaat hier om veiligheidsgevoelens in de eigen buurt, in het algemeen en ook wordt in kaart gebracht hoe het veiligheidsgevoel is onder lhbtiqa+ personen in verschillende stadsdelen. Hierbij is niet gekeken of het gevoel onveiligheid een gevolg is van ervaren slachtofferschap, maar gaat het om beleving in het algemeen.

1.1 Lhbtiqa+ personen in Amsterdam voelen zich vaker onveilig dan andere Amsterdammers en dan landelijk In 2024 voelde 48 procent van de Amsterdamse lhbtiqa+ personen zich in het algemeen wel eens onveilig en 27 procent wel eens in de eigen buurt. Dit is (iets) vaker dan personen die niet tot de lhtbiqa+ gemeenschap behoren; van deze respondenten voelde 40 procent zich in het algemeen wel eens onveilig en 25 procent in de buurt (figuur 1.1). Van de lhbtiqa+ gemeenschap in Amsterdam voelt vier procent zich vaak onveilig in de buurt of in het algemeen, wat vergelijkbaar is met personen die niet tot de lhbtiqa+ gemeenschap behoren. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met cijfers uit 2023.

lhbtiqa+ (n=2.679)

algemeen

4

buurt

4

niet-lhbtiqa+ (n=9.706)

Figuur 1.1 Onveiligheidsgevoelens lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+ in de buurt en in het algemeen, 2024 (percentages)*

algemeen

3

buurt

4

0%

48

27

40

25 20%

40% wel eens

60%

80%

100%

vaak*

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024 *de respondenten die zich vaak onveilig voelen zitten ook in de percentages wel eens

Voor percentages onder specifiekere groepen binnen de lhbtiqa+ gemeenschap zijn de cijfers van 2023 en 2024 samengevoegd. Hierin is terug te zien dat NBGQ personen het vaakst hebben aangegeven zich weleens onveilig te voelen in het algemeen (71%) (figuur 1.2). Verder is te zien dat voor alle specifieke groepen, vrouwen zich vaker weleens onveilig voelen dan mannen. Met name bi-plus vrouwen geven relatief vaak aan zich weleens onveilig te voelen in het algemeen (59%). 11

Figuur 1.2. Onveiligheidsgevoelens in het algemeen 2023/2024, uitsplitsingen (percentages)* NBGQ personen (n=111) bi-plus vrouw (n=2.249) lesbische vrouw (n=216) hetero vrouw (n=8.551)

59

3 51

3

50

3

aseksueel vrouw (n=205)

hetero man (n=8.576)

44

7 40

3

aseksueel man (n=95) bi-plus man (n=1.473)

50

7

transgender personen (n=156) homo man (n=1.150)

71

6

39

5 35

2 30

2

0%

20% weleens

40%

60%

80%

vaak

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024 *de respondenten die zich vaak onveilig voelen zitten ook in de percentages wel eens

*let op: door deze uitsplitsingen kunnen bepaalde respondenten onder max. twee groepen vallen

1.2 Lhbtiqa+ inwoners van stadsdeel Zuidoost voelen zich het vaakst onveilig in eigen buurt In stadsdeel Zuidoost voelen lhbtiqa+ bewoners zich relatief het vaakst onveilig: negen procent van de lhbtiqa+ personen tegenover 3 procent van de niet-lhbtiqa+ personen in het stadsdeel voelt zich vaak onveilig in de eigen buurt (figuur 1.3). In 2023 voelde lhbtiqa+ inwoners in stadsdeel Nieuw-West zich nog het vaakst onveilig in hun eigen buurt (10% in 2023), maar dit is afgenomen (6% in 2024). In de rest van de stadsdelen zijn de veiligheidsgevoelens voor lhbtiqa+ personen en niet-lhbtiqa+ personen vergelijkbaar. In stadsdeel Centrum, Nieuw-West, West en Zuid geven lhbtiqa+ personen minder vaak aan zich vaak onveilig te voelen dan niet-lhbtiqa+ personen.

12

Figuur 1.3 Vaak onveilig in eigen buurt lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+, per stadsdeel, 2024 (percentages) 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 6 5% 0%

2

3

Centrum

9

7 5

5

5

4

4 2

Nieuw-West

Noord lhbtiqa+

Oost

West

1

2

Zuid

3

Zuidoost

niet-lhbtiqa+

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

13

2 Discriminatie

In vergelijking met andere Europese landen, is Nederland een land waarin discriminatie van lhbtiq-personen minder voorkomt. Personen in de lhbtiq-gemeenschap in Nederland verbergen minder vaak hun lhbtiq- identiteit op werk, ervaren minder discriminatie tijdens educatie en in contact met overheidsinstanties, in vergelijking met veel andere Europese landen (European Union Agency for Fundamental Rights, 2024). Uit ditzelfde rapport blijkt dat lhbtiq-personen in Nederland in vergelijking met andere Europese landen wel vaker rapporteren dat de intolerantie en vooroordelen jegens lhbtiq-personen toenemen. Tegelijkertijd neemt het vertrouwen in de overheid en haar instanties sterker af onder lhbtiqpersonen in Nederland dan in andere Europese landen. Er vindt dus in vergelijking met andere Europese landen minder discriminatie plaats tegen lhbtiq-personen in Nederland, maar lhbtiq-personen uit Nederland rapporteren wel steeds meer toenemende intolerantie vergeleken met andere Europese landen. En hoewel Nederland het beter doet dan andere Europese landen, ervaren lhbtiq-personen in Nederland nog steeds meer discriminatie dan niet lhbtiq-personen. In 2023 bleek dat lhbtiqa+ personen in Nederland meer discriminatie ervaren dan heteroseksuele en cisgender personen (CBS, 2024c). In dit hoofdstuk worden beschikbare cijfers over discriminatie geanalyseerd.

Er wordt in kaart gebracht hoeveel procent van de lhbtiqa+ Amsterdammers discriminatie ervaart, wat de gronden van discriminatie zijn, waar de discriminatie plaatsvindt en de gevolgen gediscrimineerde lhbtiqa+ personen hiervan ervaren. O&S maakt een uitgebreidere monitor over discriminatie in Amsterdam. De monitor met cijfers over 2022 is te vinden op de O&S website.

2.1 Lhbtiqa+ inwoners voelen zich vaker gediscrimineerd In 2024 heeft 25 procent van de lhbtiqa+ personen in Amsterdam zich wel eens gediscrimineerd gevoeld in de afgelopen 12 maanden (figuur 2.1). Dit is meer dan personen die niet tot de lhbtiqa+ gemeenschap behoren (18%). Ongeveer vier procent van de lhbtiqa+ gemeenschap heeft zich vaak gediscrimineerd gevoeld in 2024, wat overeenkomt met het gemiddelde percentage Amsterdammers dat zich vaak gediscrimineerd heeft gevoeld. Voor beide groepen ligt het aandeel dat zich wel eens gediscrimineerd heeft gevoeld iets hoger dan in 2023, toen 22 procent van de lhbtiqa+ personen en 16 procent van de niet-lhbtiqa+ personen zich wel eens gediscrimineerd voelde. Lhbtiqa+ inwoners van alle stadsdelen hebben zich de afgelopen 12 maanden vaker weleens gediscrimineerd gevoeld dan niet-lhbtiqa+ inwoners. In stadsdeel Noord geeft het hoogste aandeel lhbtiqa+ personen aan zich vaak gediscrimineerd te hebben gevoeld; acht procent van de lhbtiqa+ inwoners van het stadsdeel voelde zich in 2024 vaak gediscrimineerd, tegenover drie procent van de niet-lhbtiqa+ inwoners (zie bijlage 2, figuur 1). De discriminatie hoeft overigens niet te hebben plaatsgevonden in het stadsdeel zelf, maar kan ook in een anders stadsdeel of zelfs buiten Amsterdam hebben plaatsgevonden.

14

niet-lhbtiqa+

lhbtiqa+

Figuur 2.1. Discriminatie in de afgelopen 12 maanden lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+, 2023 en 2024 (percentages) 2023

3

2024

4

2023

2

2024

3

18

0%

20%

22

25

16

40% wel eens

60%

80%

100%

vaak*

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2023 & 2024 *let op: de respondenten die vaak hebben geantwoord zitten ook in de wel eens percentages

Voor percentages onder specifiekere groepen binnen de lhbtiqa+ gemeenschap zijn de cijfers van 2023 en 2024 samengevoegd. Dan is te zien dat NBGQ personen vaker weleens discriminatie hebben meegemaakt. Aseksuele personen en transgender personen voelen zich relatief vaak gediscrimineerd hebben gevoeld. Figuur 2.2. Discriminatie in de afgelopen 12 maanden in 2023/2024, uitsplitsingen* (percentages) 9

NBGQ personen (N=111) homo man (N=1150)

56

5

32 8

aseksueel man (N=95) transgender personen (N=156)

6

lesbische vrouw (N=216)

5

bi-plus vrouw (N=2249)

3

30 25 24 23

7

aseksueel vrouw (N=205) hetero vrouw (N=8551)

2

bi-plus man (N=1473)

3

hetero man (N=8576)

3

weet (nog) niet (N=203)

2

0%

22 18 17 16 15 20%

40%

vaak

wel eens

60%

80%

100%

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2023/2024 * let op: de respondenten die vaak hebben geantwoord zitten ook in de wel eens percentages *let op: door deze uitsplitsingen kunnen bepaalde respondenten onder max. twee groepen vallen

15

2.2 Lhbtiqa+ personen vaakst gediscrimineerd op basis van seksuele oriëntatie De volgende cijfers gaan over percentages onder de groep respondenten die heeft aangegeven zich gediscrimineerd te hebben gevoeld.

Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie ligt een stuk hoger onder gediscrimineerde lhbtiqa+ personen dan onder gediscrimineerde niet-lhbtiqa+ personen (respectievelijk 41% en 3%) (figuur 2.3). Ook discriminatie op basis van geslacht komt vaker voor onder lhbtiqa+ personen (35% tegenover 26% van de gediscrimineerde niet-lhbtiqa+ personen). Hoewel ras en nationaliteit bij alle Amsterdammers vaak als discriminatiegrond worden genoemd, liggen deze percentages onder lhbtiqa+ personen lager dan onder niet-lhbtiqa+ personen die zich wel eens gediscrimineerd hebben gevoeld. Figuur 2.3. Gronden discriminatie lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+ personen, 2024 (meerdere antwoorden mogelijk, percentages) seksuele oriëntatie

41 3 36

ras, huidskleur

50 35

vrouw of man zijn

26 32

nationaliteit

45

transgender achtergrond of nonbinair zijn

6 0

burgerlijke staat

3 4

arbeidsduur

3 4

intersekse zijn

1 0

anders 0%

7 8 20%

40%

lhbtiqa+ (n=614)

60%

80%

100%

niet lhbtiqa+ (n=1.489)

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

Discriminatie tegen lhbtiqa+ personen vond het vaakst plaats door discriminerende opmerkingen (figuur 2.4). Ook gaf meer dan de helft van de gediscrimineerde lhbtiqa+ personen aan dat dit gebeurde door ongelijke behandeling. Discriminatie door stigmatisering of een negatief beeld werd door 37 procent van de gediscrimineerde lhbtiqa+ personen ervaren. Dit is hoger dan in 2023 toen dit nog 31 procent was. Discriminatie door geweld en bedreiging komen procentueel minder vaak voor dan andere vormen. Maar dit komt wel vaker voor onder lhbtiqa+ personen dan onder niet-lhbtiqa+ personen. Van de gediscrimineerde lhbtiqa+ personen heeft 12 procent discriminatie door geweld meegemaakt en van de gediscrimineerde niet-lhbtiqa+ personen is dit acht procent. In 12 procent van de gevallen van discriminatie tegen lhbtiqa+ personen was sprake van 16

discriminatie door bedreiging. Dit was zes procent van de gevallen van discriminatie tegen niet-lhbtiqa+ personen. Figuur 2.4. Manier van discriminatie onder gediscrimineerde lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+ personen, 2024 (meerdere antwoorden mogelijk, percentages) discriminerende opmerkingen

54 54

ongelijke behandeling negatief beeld/stigmatisering meer een gevoel

20

roddels

geweld / agressief gedrag vernieling anders 0%

27 28

37

27 26

negeren / uitsluiting

bedreiging

65

50

6

14 10 12 8

12

2 2 4 6 10%

20%

30%

lhbtiqa+ (n=614)

40%

50%

60%

70%

80%

90% 100%

niet lhbtiqa+ (n=1.489)

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

Discriminatie van lhbtiqa+ personen vond het meeste plaats op straat; 55 procent rapporteert dit in 2024 (figuur 2.5). Dit is een toename ten opzichte van 2023 toen dit 48 procent was. Ongeveer een derde van de slachtoffers van discriminatie rapporteert discriminatie tijdens het uitgaan en ongeveer een kwart van de lhbtiqa+ slachtoffers geeft aan wel eens gediscrimineerd te zijn in een winkel, in het openbaar vervoer en/of op het werk. Discriminatie op straat, tijdens het uitgaan, in het openbaar vervoer en tijdens het sporten vond in 2024 vaker plaats onder slachtoffers in de lhbtiqa+ gemeenschap dan personen die niet tot lhbtiqa+ gemeenschap behoren. De rest van de situaties komt ongeveer evenveel voor onder lhbtiqa+ personen en niet-lhbtiqa+ personen.

17

Figuur 2.5. Situatie discriminatie onder gediscrimineerde lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+ personen, 2024 (meerdere antwoorden mogelijk, percentages) op straat tijdens het uitgaan

32

15

in een winkel in het openbaar vervoer

21

op het werk 16 18

zoeken naar werk zoeken naar woning op school/opleiding tijdens het sporten

4

55

28 27 26 25 27

12 9 10 9 8

3 2

toelating school/opleiding

41

21 24

in een andere situatie 0%

20%

40%

lhbtiqa+ (n=614)

60%

80%

100%

niet lhbtiqa+ (n=1.489)

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

Aan alle respondenten van de VM is ook gevraagd of zij zich wel eens respectloos behandeld voelen door verschillende groepen. Meer lhbtiqa+ personen voelen zich wel eens respectloos behandeld door onbekenden op straat (28%) dan niet-lhbtiqa+ personen (24%). Ook in het OV, door personeel van winkels en bedrijven en door bekenden voelen lhbtiqa+ personen zich iets vaker respectloos behandeld dan niet-lhbtiqa+ personen. Figuur 2.6. Respectloos behandeld door diverse groepen, lhbtiqa+ en niet lhbtiqa+ personen, 2024 (percentages) 100% 80% 60% 40% 20% 0%

28

24

onbekenden op straat

21

19

onbekenden in het openbaar vervoer

16

14

personeel van winkels of bedrijven

lhbtiqa+ (n=2.697)

8

8

8

6

personeel van bekenden zoals overheidsinstanties partner, familie of vrienden

niet-lhbtiqa+ (n=9.706)

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

18

2.3 Meer dan de helft van gediscrimineerde lhbtiqa+ personen heeft minder vertrouwen in mensen na discriminatie Het meemaken van discriminatie kan emotionele gevolgen hebben voor slachtoffers. Discriminatie kan resulteren in emotionele reacties, zoals verdriet, boosheid, en gevoelens van onveiligheid en ongeluk (Felten, e.a., 2021). Op lange termijn kan het leiden tot zowel psychische als fysieke problemen voor de gezondheid (ibid.). Slachtoffers van discriminatie in de lhbtiqa+ gemeenschap ervaren meer emotionele en/of psychische gevolgen van deze discriminatie dan slachtoffers van discriminatie die niet tot de lhbtiqa+ gemeenschap behoren. Slachtoffers in de lhbtiqa+ gemeenschap hebben vooral minder vertrouwen in mensen en voelen zich minder veilig. Lhbtiqa+ personen ervaren na discriminatie ook vaker depressieve klachten, angstklachten, slaapproblemen en/of herbelevingen dan niet-lhbtiqa+ personen (figuur 2.7). Figuur 2.7. Emotionele gevolgen van discriminatie in 2024, onder lhbtiqa+ personen en niet-lhbtiqa+ personen (meerdere antwoorden mogelijk, percentages) 56

minder vertrouwen in mensen

50 37

voelde mij minder veilig

23 16

depressieve klachten

12 14

angstklachten en/of paniekaanvallen

10 13 9

slaapproblemen beleefde het voorval telkens opnieuw

13 7

geen van deze 0%

26 29 20% lhbtiqa+ (n=614)

40% 60% 80% niet lhbtiqa+ (n=1.489)

100%

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

2.4 Lhbtiqa+ personen maken vaker melding van discriminatie Van de gediscrimineerde lhbtiqa+ personen in 2024, zegt 12 procent een melding van discriminatie te hebben gemaakt bij één of meerdere instanties, dat is vaker dan nietlhbtiqa+ personen (9%). Dit is vergelijkbaar met 2023, toen deed 11 procent van lhbtiqa+ personen en 8 procent van niet-lhbtiqa+ personen een melding. Naast het melden van discriminatie, kan men ook aangifte doen bij de politie. Van de gediscrimineerde lhbtiqa+ personen deed drie procent aangifte bij de politie. Dit is iets hoger dan onder niet-lhbtiqa+ slachtoffers, waar één procent aangifte deed. Lhbtiqa+ personen die geen aangifte of melding hebben gedaan bij de politie, geven het vaakst als reden dat ze verwachten dat het toch niets helpt (figuur 2.8). Verder hebben veel gediscrimineerde lhbtiqa+ personen er niet aan gedacht om aangifte te doen en 18 procent heeft er geen tijd voor of zin in gehad.

19

Figuur 2.8. Redenen voor geen aangifte of melding discriminatie bij de politie doen, lhbtiqa+ en nietlhbtiqa+ personen, 2024 (meerdere antwoorden mogelijk, percentages) het helpt toch niets

40 38 33

niet aan gedacht 18 15

geen zin of tijd voor gehad 11 8

eerder een zaak voor een andere instantie angst voor vervelende reactie schuld-/schaamtegevoel

45

5 1

9 4

het was al opgelost

3 2

het lukte niet om digitaal aangifte te doen

2 1

andere reden 0%

11 11 20% 40% 60% 80% lhbtiqa+ (n=597) niet lhbtiqa+ (n=1.471)

100%

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

De Politie Eenheid Amsterdam registreerde in 2024 in totaal 367 discriminatie-incidenten op basis van seksuele gerichtheid. Dit is meer dan de geregistreerde incidenten door politieeenheden van de andere G4-gemeenten; Den Haag (335), Midden-Nederland (347) en Rotterdam (317) (Art.1., 2025). Van de registraties in de Eenheid Amsterdam vonden er 350 plaats in de gemeente Amsterdam (discriminatie.nl, 2025). 2.4.1 Meldingen Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam in 2023 en 2024 Eén procent van de gediscrimineerde lhbtiqa+ personen geeft in de Veiligheidsmonitor aan dat zij een melding hebben gedaan bij het meldpunt voor discriminatie. Het meldpunt voor Discriminatie.nl Regio Amsterdam (DRA) ziet het aantal meldingen van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid sinds 2021 toenemen. In 2021 kwamen er in totaal 56 meldingen binnen, in 2022 waren dat er 71, in 2023 84. In 2024 zijn er 342 meldingen binnengekomen van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid in de regio Amsterdam. Het aantal meldingen is daarmee bijna vier keer zo groot als in 2023. Veruit de meeste meldingen werden gemaakt door homoseksuele personen. De stijging kan deels worden verklaard door de meldingen die via een nieuw meldpunt RITA zijn binnengekomen (Discriminatie.nl, 2025; zie volgende paragraaf).

20

Figuur 2.9 Meldingen bij DRA van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid, 2021-2024 (aantallen) 342

350 300 250 200 150 100

84

71

56

50 0 2021

2022

2023

2024

Bron: discriminatie.nl

De meeste meldingen van deze vorm van discriminatie gaan over voorvallen in de openbare ruimte. Het aantal meldingen over voorvallen in de openbare ruimte is in 2024 flink toegenomen, van 24 in 2023 naar 148 in 2024. De discriminatie die werd gemeld was meestal een vorm van vijandige bejegening maar ook bedreigingen en geweld kwamen relatief vaak voor. Het aantal meldingen van vijandige bejegening en bedreiging was redelijk stabiel tussen 2021 en 2023, maar is ook toegenomen in 2024. Het aantal meldingen van discriminatie in de vorm van geweld betrof in 2021 en 2022 nog enkele meldingen. In 2024 is dit toegenomen tot 40. Figuur 2.10 Vorm van discriminatie van meldingen van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid bij DRA, 2021-2024 (aantallen) Vijandige bejegening 18 17 20

Bedreiging Geweld

16 6 7

Omstreden behandeling Overig

15 10 6 2 2

Onbekend

1 1 1 0

280

39 42 39 43

2024 2023 2022 2021

40 32

50

100

150

200

250

300

Bron: discriminatie.nl

Tot 2024 werden de meeste meldingen behandeld doormiddel van het geven van advies/informatie. Het aantal meldingen waarbij advies/informatie wordt gegeven is stabiel rond de 35. In 2024 zijn er meer meldingen alleen geregistreerd. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand anoniem meldt. Dit is toegenomen van 3 in 2023 naar 302 in 2024. 21

Het DRA heeft ook meldingen binnengekregen van discriminatie op grond van geslacht en het zijn van een transgender persoon. In 2024 zijn er bij het DRA 251 meldingen binnengekomen van discriminatie op grond van geslacht. In 2023 ging het nog op 95 meldingen. Deze meldingen werden deels gedaan door transgender personen (30 meldingen in 2024) en intersekse personen (50 meldingen in 2024). De meeste meldingen met de discriminatiegrond geslacht, gaan over voorvallen op de arbeidsmarkt (149 meldingen). De gemelde discriminatie was het vaakst in de vorm van omstreden behandeling (173 meldingen), gevolgd door vijandige bejegening (87 meldingen). De meeste van deze klachten (199) zijn alleen geregistreerd. In 47 gevallen is er advies of informatie gegeven. Meldingen van discriminatie op grond van het zijn van een transgender persoon gaan ook het meest over voorvallen op de arbeidsmarkt (10 meldingen), en ook deze meldingen namen vaak de vorm aan van vijandige bejegening (19 meldingen) en omstreden behandeling (10 meldingen). De meeste meldingen (24) zijn alleen geregistreerd. 2.4.2 Meldingen Report It Always (RITA) RITA is een platform over onveiligheid en discriminatiebestrijding, ontstaan na meldingen over discriminatie, uitsluiting en geweld in het openbaar vervoer en taxi’s.

Bij dit meldpunt kan ook melding worden gedaan van LGBTIQA+ discriminatie, voornamelijk in de gemeente Amsterdam, maar ook daarbuiten (RITA, 2024). Deze meldingen worden doorgestuurd naar Discriminatie.nl en daar behandeld. In totaal heeft RITA in 2024 297 meldingen ontvangen Het gaat daarbij met name om meldingen van discriminatie op grond van seksuele geaardheid. Als we het aantal meldingen bij RITA delen door het totaal aantal meldingen bij Discriminatie.nl regio Amsterdam zien we dat in 2024 ongeveer 15 procent van de meldingen bij Discrminatie.nl regio Amsterdam via RITA kwam.

2.5 Lhbtiqa+ personen vaker gepest Naast discriminatie is aan respondenten in de Veiligheidsmonitor ook gevraagd of zij de afgelopen 12 maanden weleens gepest zijn. In 2024 geeft 5 procent van de lhbtiqa+ personen aan in de afgelopen 12 maanden (online en/of offline) te zijn gepest, tegenover 2 procent onder niet-lhbtiqa+ personen. Lhbtqa+ Amsterdammers tot en met 24 jaar zijn iets vaker gepest dan lhbtiqa+ Amsterdammers van 25 jaar en ouder (6% en 4%). Onder lhbtiqa+ slachtoffers werd 39 procent online gepest, 44 procent werd op een andere manier gepest en 16 procent zowel online als op een andere manier. In 2023 en 2024 geven NBGQ personen (15%) en transgender personen (8%) het vaakst aan (online) pesten te hebben ervaren in de afgelopen 12 maanden.

22

Figuur 2.10. Pesten in de afgelopen 12 maanden in 2023/2024, uitsplitsingen* (percentages) gemiddelde Amsterdam: 2% NBGQ personen (n=111)

15

transgender personen (n=156)

8

aseksueel vrouw (n=205)

7

homo man (n=1.150)

5

aseksueel man (n=95)

5

lesbische vrouw (n=216)

4

bi-plus man (n=1.473)

4

bi-plus vrouw (n=2.249)

3

hetero vrouw (n=8.551)

2

hetero man (n=8.576)

1

weet (nog) niet (n=203)

2

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2023/2024

*let op: door deze uitsplitsingen kunnen bepaalde respondenten onder max. twee groepen vallen Zeven op de tien slachtoffers van pesten uit de lhbtiqa+ gemeenschap geven aan emotionele of psychische problemen te hebben ervaren na het pesten, tegen ruim zes op de tien slachtoffers buiten deze gemeenschap. Evenals bij discriminatie voelde een groter deel van de lhbtiqa+ slachtoffers van pesten zich minder veilig (62%) dan slachtoffers die niet tot de lhbtiqa+ gemeenschap behoren (42%). Ook hadden lhbtiqa+ personen vaker angstklachten en/of paniekaanvallen, depressieve klachten en herbelevingen door het pesten dan niet lhbtiqa+ personen.

23

3 Slachtofferschap

Het handelingskader van de gemeente is vooral gericht op geweldsincidenten. In dit hoofdstuk zal voornamelijk verder worden ingegaan op de slachtofferschappen van vormen van geweld; vernieling, bedreiging met fysiek geweld, mishandeling en seksueel geweld. Volgens cijfers van de European Union Agency for Fundamental Rights gaf in 2023 12 procent van de lhbtiqa+ personen in Nederland aan de afgelopen vijf jaar minstens een keer slachtoffer te zijn geweest van een vorm van fysiek of seksueel geweld (European Union Agency for Fundamental Rights, 2024). Het SCP rapporteert in 2022 dat 11 procent van lesbische/ homoseksuele personen de vijf jaar daarvoor slachtoffer werd van een geweldsdelict. Bij de biseksuele personen betrof dit negen procent, terwijl dit aandeel bij heteroseksuele personen zeven procent was (Huijnk et al., 2022). Om slachtofferschappen onder Amsterdamse lhbtiqa+ personen in kaart te brengen, zijn er cijfers uit de Veiligheidsmonitor geanalyseerd. Voor iets meer context is eerst gekeken naar slachtofferschap van meer vormen van criminaliteit dan alleen geweld. Lhbtiqa+ personen worden vaker slachtoffer van traditionele vormen van criminaliteit dan niet-lhbtiqa+ personen (42 procent tegenover 35 procent) in 2024 (figuur 3.1). Onder deze criminaliteit vallen vermogensdelicten waaronder diverse vormen van diefstal, vernielingen en geweldsdelicten.

In 2024 was het percentage hoger dan in 2023; toen werd 36 procent van de lhbtiqa+ personen in Amsterdam slachtoffer van traditionele vormen van criminaliteit, tegenover 34 procent van de niet-lhbtiqa+ personen. Deze toename is het gevolg van kleine toenames van slachtofferschappen van onderliggende delicten, zoals diefstal, woninginbraak en vernieling. Landelijk lagen de percentages in 2023 lager dan in Amsterdam, 25 procent van de lhbtiqa+ personen werd slachtoffer van traditionele criminaliteit tegenover 19 procent van de niet-lhbtiqa+ personen. Lhbtiqa+ personen werden ook vaker slachtoffer van vormen van online criminaliteit in 2024 (21 procent tegenover 17 procent). Zij worden met name vaker slachtoffer van interpersoonlijke criminaliteit, zoals sexting, cyberpesten, online stalken en online bedreiging. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met 2023. Amsterdamse lhbtiqa+ personen werden in 2024 ook vaker slachtoffer van geweldsdelicten dan niet-lhbtiqa+ personen (15 procent tegenover 9 procent). In 2023 waren deze percentages respectievelijk 14 en 8 procent. Het percentuele verschil in Amsterdam is groter dan landelijk, waar 9 procent van de lhbtiqa+ personen slachtoffer werd van geweldsdelicten in 2023 en 6 procent van de niet-lhbtiqa+ personen. Onder geweldsdelicten vallen bedreiging met fysiek geweld, mishandeling en seksueel geweld.

In de rest van dit hoofdstuk worden deze delicten nader geanalyseerd.

24

Figuur 3.1. Slachtofferschap in de afgelopen 12 maanden, lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+, 2024 (percentages) 100% 80% 60% 40%

42

35

20% 0%

21

17

traditionele criminaliteit

online criminaliteit

lhbtiqa+ (n=2.697)

niet-lhbtiqa+ (n=9.706)

15

9

geweldsdelicten

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

3.1 Geen verschillen in slachtofferschap van vernieling Van de lhbtiqa+ personen in Amsterdam geeft in zowel 2023 als in 2024 12 procent aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geworden van vernieling (figuur 3.2). Ook onder personen die niet tot de lhbtiqa+ gemeenschap behoren geeft 12 procent aan vernieling te hebben meegemaakt. Er zijn dus geen verschillen tussen ervaren slachtofferschap van vernieling tussen lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+ personen in Amsterdam. Landelijk werden er wel verschillen in slachtofferschap van vernieling gevonden tussen lhbtiqa+ personen (8%) en niet-lhbtiqa+ personen (6%) (CBS, 2024b). Figuur 3.2. Vernieling meegemaakt in de afgelopen 12 maanden, lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+, in 2024 (percentages) 88

5

7

niet-lhbtiqa+ (n=11.100)

88

6

6

lhbtiqa+ (n=2.697)

88

5

7

niet-lhbtiqa+ (n=9.706)

88

6

6

2024

2023

lhbtiqa+ (n=3.164)

0%

20%

40% nooit

60% een keer

80%

100%

twee keer of vaker

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

25

3.2 Lhbtiqa+ personen vaker slachtoffer van bedreiging Bij bedreiging kan er gedreigd zijn met slaan, schoppen of met een mes of ander wapen. Dit kan ook om online bedreigingen gaan. In 2024 heeft 12 procent van de lhbtiqa+ personen slachtofferschap ervaren van bedreiging, waarbij werd gedreigd met fysiek geweld in de afgelopen 12 maanden (figuur 3.3). Dit is hoger dan niet-lhbtiqa+ personen, waar het percentage dat dit heeft ervaren op 7 procent ligt. Het percentage onder lhbtiqa+ personen is hoger dan in 2023, toen 8 procent van de lhbtiqa+ personen aangaf bedreiging met fysiek geweld te hebben meegemaakt. Landelijk rapporteerde in 2023 6 procent van de lhbtiqa+ personen deze vorm van bedreiging te hebben ervaren. Figuur 3.3. Bedreiging meegemaakt in de afgelopen 12 maanden, lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+, 2024 (percentages) 92

4 4

niet-lhbtiqa+ (n=11.100)

94

4 3

2023

lhbtiqa+ (n=3.164)

89

niet-lhbtiqa+ (n=9.706)

93

7

5

2024

lhbtiqa+ (n=2.697)

0%

20% nooit

een keer

40%

4 3 60%

80%

100%

twee keer of vaker

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

Wanneer er wordt uitgesplitst naar genderidentiteit en seksuele oriëntatie, zijn er verschillen te zien tussen de groepen binnen de gemeenschap (figuur 3.4). In 2023 en 2024 geven NBGQ personen (15%) en homoseksuele mannen (13%) het vaakst aan bedreiging te hebben ervaren in de afgelopen 12 maanden. In een regressie analyse is dit verband ook terug te zien voor homomannen; zij worden vaker slachtoffer van bedreiging dan niethomomannen wanneer wordt gecontroleerd voor achtergrondkenmerken leeftijd, opleidingsniveau en migratieachtergrond. Voor NBGQ personen lijken andere achtergrondkenmerken dan de genderidentiteit het verschil in slachtofferschap te verklaren, het significante verschil valt namelijk weg in de regressie waarin wordt gecontroleerd voor de kenmerken leeftijd, opleidingsniveau en migratieachtergrond.

26

Figuur 3.4. Bedreiging in de afgelopen 12 maanden in 2023/2024, uitsplitsingen* (percentages) gemiddelde Amsterdam: 8% NBGQ personen (n=111)

15

homo man (n=1150)

13

bi-plus man (n=1473)

11

transgender personen (n=156)

9

bi-plus vrouw (n=2249)

9

hetero man (n=8576)

8

lesbische vrouw (n=216)

7

aseksueel vrouw (n=205)

7

aseksueel man (n=95)

6

hetero vrouw (n=8551)

6

0%

20%

40% 60% 80% 100% Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

*let op: door deze uitsplitsingen kunnen bepaalde respondenten onder max. twee groepen vallen In 2024 geeft acht procent van de lhbtiqa+ slachtoffers van bedreiging aan online te zijn bedreigd. Dit aandeel betreft drie procent onder niet-lhbtiqa+ slachtoffers. De andere lhbtiqa+ slachtoffers geven aan dat de bedreiging op een andere manier plaatsvond (83%) of zowel online als op een andere manier (7%). De meest voorkomende andere locatie waar bedreiging heeft plaatsgevonden is op straat (61%). Ook maken lhbtiqa+ Amsterdammers relatief vaak bedreiging mee in een winkel ten opzichte van niet-lhbtiqa+ Amsterdammers (zie bijlage 2, figuur 2). Wanneer er gekeken wordt naar de gevolgen van bedreiging, geven slachtoffers uit de lhbtiqa+ gemeenschap (36%) vaker aan dat zij emotionele of psychische problemen als gevolg ervaren dan slachtoffers die niet tot deze gemeenschap behoren (26%). Het voorval werd door 16 procent van de lhbtiqa+ slachtoffers gemeld bij de politie, dit is minder dan niet-lhbtiqa+ slachtoffers waarvan 22 procent melding deed bij politie. De voornaamste reden om geen aangifte of melding bij de politie te doen van bedreiging is dat lhbtiqa+ slachtoffers denken dat het toch niets helpt of er niet aan hebben gedacht en/of niet zo belangrijk vonden (zie bijlage 2, figuur 3). Dit is ook het geval onder slachtoffers die niet tot de gemeenschap behoren.

3.3 Geen verschillen aandeel slachtoffers mishandeling In 2024 geeft twee procent van de lhbtiqa+ personen aan één keer of vaker in de afgelopen 12 maanden te zijn aangevallen of mishandeld (figuur 3.5). In 2023 betrof dit drie procent. Onder niet-lhbtiqa+ personen geeft in 2024 ook twee procent aan dit één keer of vaker te hebben meegemaakt in de afgelopen 12 maanden, in 2023 ging dit om twee procent. 27

Figuur 3.5. Mishandeling meegemaakt in de afgelopen 12 maanden, lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+, 2024 (percentages) 97

3

niet-lhbtiqa+ (n=11.100)

98

2

lhbtiqa+ (n=2.697)

98

2

niet-lhbtiqa+ (n=9.706)

98

2

2024

2023

lhbtiqa+ (n=3.164)

0%

20% nooit

40%

60%

80%

100%

een keer of vaker

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

Zes op de tien van de lhbtiqa+ slachtoffers van mishandeling geven aan dat dit plaatsvond op straat (figuur 3.6). Lhbtiqa+ personen ervaarden vaker mishandeling in het OV en bij iemand anders thuis dan niet-lhbtiqa+ personen. Figuur 3.6. Locatie van mishandeling lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+, 2024 (percentages) 60 op straat 61 8 in het ov 5 7 thuis 12 6 in/rondom een horecagelegenheid 6 uitgaansgebied 6 2 bij iemand anders in huis 6 2 in een winkel 4 3 3 op werk 2 op school

4

ergens anders

2

0%

20%

lhbtiqa+ (n=59)

40%

60%

80%

100%

niet-lhbtiqa+ (n=175)

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

De helft van de lhbtiqa+ slachtoffers van mishandeling ervaart emotionele of psychische problemen als gevolg. Dit is vaker dan onder niet-lhbtiqa+ slachtoffers. 21 procent van de lhbtiqa+ slachtoffers heeft lichamelijke verwondingen of letsel als gevolg van de mishandeling. Dit is minder vaak dan onder niet-lhbtiqa+ slachtoffers (zie bijlage 2, figuur 4). Driekwart van de slachtoffers van mishandeling in de lhbtiqa+ gemeenschap voelt zich minder veilig na het voorval (figuur 3.7). Ongeveer de helft ervaart minder vertrouwen in mensen na het voorval. Lhbtiqa+ personen (29%) ervaren vaker angstklachten en/of paniekaanvallen dan niet-lhbtiqa+ personen (12%). Meer dan een kwart van de lhbtiqa+ 28

personen (28%) ervaart slaapproblemen. Verder ervaart ongeveer één op de vijf van de lhbtiqa+ personen depressieve klachten (20%) en/of herbeleven het voorval telkens opnieuw (18%). Figuur 3.7. Emotionele gevolgen van mishandeling lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+, 2024 (meerdere antwoorden mogelijk, percentages) 75

voel(de) me minder veilig

64 48

minder vertrouwen in mensen

63 29

angstklachten en/of paniekaanvallen

12 28

slaapproblemen

18 20

depressieve klachten

10 18 22

beleef(de) het vooral telkens opnieuw 11 10

geen van deze 0%

20%

40%

lhbtiqa+ (n=59)

60%

100%

80%

niet-lhbtiqa+ (n=175)

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

Het voorval werd door 39 procent van de lhbtiqa+ personen en 43 procent van de nietlhbtiqa+ personen gemeld bij de politie.

3.4 Seksueel geweld komt vaker voor onder lhbtiqa+ personen In 2024 geeft twee procent van de lhbtiqa+ personen aan eenmaal in de afgelopen 12 maanden tegen de zin te zijn aangeraakt of vastgepakt met seksuele bedoelingen en drie procent geeft aan dit vaker dan één keer te hebben meegemaakt (figuur 3.8). Lhbtiqa+ personen maken dit vaker mee dan niet-lhbtiqa+ personen. 3.8. Seksueel geweld meegemaakt in de afgelopen 12 maanden, lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+ (percentages) lhbtiqa+ (n=3.164)

3 4

2023

93 98

lhbtiqa+ (n=2.697)

94

niet-lhbtiqa+ (n=9.706)

98

1 1 23

2024

niet-lhbtiqa+ (n=11.100)

0%

20% nooit

40% een keer

11 60%

80%

100%

twee keer of vaker

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

29

In 2023/2024 geven bi-plus vrouwen (12%) en NBGQ personen (9%) het vaakst aan in de afgelopen 12 maanden tegen de zin te zijn aangeraakt of vastgepakt met seksuele bedoelingen (figuur 3.9). Personen die (nog) niet weten hoe zij zich identificeren als gender of seksuele oriëntatie (7%) en lesbische vrouwen (7%) maken dit ook vaker mee dan het Amsterdamse gemiddelde. Het CBS rapporteerde al dat uit de Veiligheidsmonitor 2023 bleek dat NBGQ personen in Nederland vaker slachtofferschap hebben ervaren ten opzichte van andere groepen in 2023 (CBS StatLine, 2024). Figuur 3.9. Seksueel geweld in de afgelopen 12 maanden in 2023/2024, uitsplitsingen* (percentages) gemiddelde Amsterdam: 3% bi-plus vrouw (n=2.249)

12

NBGQ personen (n=111)

9

lesbische vrouw (n=216)

7

transgender personen (n=156)

5

hetero vrouw (n=8.551)

4

aseksueel vrouw (n=205)

3

homo man (n=1.150)

2

bi-plus man (n=1.473)

2

aseksueel man (n=95)

1

hetero man (n=8.576)

1

weet (nog) niet (n=203) 0%

7 20%

40%

60%

80%

100%

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2023/2024

*let op: door deze uitsplitsingen kunnen bepaalde respondenten onder max. twee groepen vallen Iets meer dan een derde van de lhbtiqa+ slachtoffers van seksueel geweld maakt dit mee in een uitgaansgebied (figuur 3.10). Een kleiner aandeel van de lhbtiqa+ slachtoffers maken dit op straat mee en in of rondom een horecagelegenheid (beide 17%). Lhbtiqa+ personen worden vaker slachtoffer in een uitgaansgebied, in of rondom een horecagelegenheid, thuis of bij iemand anders in huis, ten opzichte van niet-lhbtiqa+ personen. Lhbtiqa+ personen worden minder vaak slachtoffer op straat, in het openbaar vervoer en op het werk, ten opzichte van niet-lhbtiqa+ personen.

30

Figuur 3.10. Locatie gebeurtenis seksueel geweld, 2024 (percentages) uitgaansgebied

23

op straat

17

in/rondom een horecagelegenheid

17

op werk thuis bij iemand anders thuis in het ov in een winkel ergens anders

12 8 11 7 2 5 3 4 8 2 1 9 6

0% lhbtiqa+(n=132)

31 34

20%

40%

60%

80%

100%

niet-lhbtiqa+ (n=198)

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

Vier op de tien lhbtiqa+ slachtoffers van seksueel geweld ervaren emotionele of psychische problemen na het voorval. Daarnaast ervaart twee procent van de lhbtiqa+ slachtoffers lichamelijke verwondingen of letsel en vier procent financiële problemen. Dit verschilt niet van de aandelen onder niet-lhbtiqa+ personen. Het voorval werd door negen procent van de lhbtiqa+ personen en zeven procent van de niet-lhbtiqa+ personen gemeld bij de politie. De voornaamste reden om geen aangifte te doen voor lhbtiqa+ slachtoffers was dat ze denken dat het toch niet helpt (40%), er niet aan gedacht was en/of het niet zo belangrijk was (36%), en/of het geen zaak voor de politie vinden (27%, zie bijlage 2, figuur 5).

31

Literatuurlijst

Art.1. (2025). Discriminatiecijfers in 2024. Rijksoverheid. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/04/02/rapportdiscriminatiecijfers-in-2024 Andriessen, I., J. Hoegen Dijkhof, A. van der Torre, E. van den Berg, I. Pulles, J. Iedema en M. de Voogd-Hamelink (2020). Ervaren discriminatie in Nederland II. Sociaal en Cultureel Planbureau. Geraadpleegd via https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2020/04/02/ervaren-discriminatie-innederland-ii CBS. (2024a). Nederland telt 2,7 miljoen LHBTQIA personen. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/41/nederlandtelt-2-7-miljoen-lhbtqia-personen CBS. (2024b). 1 op 10 LHBTQIA personen slachtoffer van geweld. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/50/1-op-10lhbtqia-personen-slachtoffer-van-geweld CBS. (2024c). Ervaren Discriminatie in Nederland. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/ervarendiscriminatie-in-nederland?onepage=true CBS StatLine. (2024). Veiligheidsmonitor; kerncijfers, persoonskenmerken. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd via https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85844NED/table?dl=A143F Discriminatie.nl. (2025). Monitor discriminatie regio Amsterdam.

Geraadpleegd via https://mdra.nl/monitor-discriminatie-2024-amsterdam/ European Union Agency for Fundamental Rights, 2023. (2024). LGBTIQ at a crossroads: progress and challenges. European Union Agency for Fundamental Rights. Geraadpleegd via https://fra.europa.eu/en/publication/2024/lgbtiq-crossroadsprogress-and-challenges Felten, H., Wonderen, van R., Cadat-Lampe, M. en Kamp, van der J. (2021). Openlijk en onomwonden racisme. Kennisplatform Integratie & Samenleving. Opgehaald van https://www.kis.nl/sites/default/files/2022-06/rapport-openlijk-racisme.pdf Gemeente Amsterdam (z.d.). Amsterdam Regenboogstad. Geraadpleegd via https://www.amsterdam.nl/diversiteit/amsterdam-regenboogstad/

32

Gemeente Amsterdam (2019). Nota regenboogbeleid 2019-2022. Geraadpleegd via https://openresearch.amsterdam/nl/page/48504/nota-regenboogbeleid-2019-2022 Gemeente Amsterdam (2023). Aanpak anti-lhbtiqa+ geweld. Geraadpleegd via https://openresearch.amsterdam/image/2023/5/23/aanpak_anti_lhbtiq_geweld.pdf Huijnk, W., Damen, R., & Van Kampen, L. (2022). LHBT-monitor 2022. Sociaal Cultureel Planbureau. Geraadpleegd via https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/07/05/lhbt-monitor-2022 O&S. (2025). Lhbtiqa+ personen in Amsterdam. RITA (z.d.). website: https://www.ritacommunity.com/over Rijksoverheid (2022). Regenboogsteden krijgen tot en met 2026 jaarlijks 1,24 miljoen. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/10/15/regenboogsteden-krijgentot-en-met-2026-jaarlijks-124-miljoen

33

Bijlage 1 Toelichting gehanteerde groepen Zie hiervoor ook: https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2024/hoeveellhbtqia-personen-telt-nederland-/2-methode De indelingen zijn gemaakt aan de hand van vragen over genderidentiteit en seksuele oriëntatie die zijn gesteld aan de respondenten. Intersekse is vastgesteld aan de hand van de vraag: ‘Bent u intersekse? Intersekse personen zijn geboren met een lichaam dat niet past in wat maatschappelijk wordt gezien als mannenof vrouwenlichaam.’ Met antwoordopties: - Ja - Nee Genderidentiteit werd bepaald door de vraag: ‘Hoe identificeert u zichzelf? Hoe u zichzelf identificeert kan anders zijn dan hoe u bent ingeschreven bij de geboorte.’ Hierbij hadden respondenten de volgende antwoordopties: - Man - Vrouw - Non-binair - Anders namelijk … De ingevulde antwoorden bij ‘Anders, namelijk…’ werden op basis van hun inhoud ingedeeld bij man, vrouw, NBGQ of ontbrekend. Personen worden tot de groep NBGQ gerekend wanneer zij zich niet identificeren als man of vrouw. Hiervoor werden literatuur en experts geraadpleegd. Seksuele oriëntatie werd bevraagd aan ‘Tot wie voelt u zich seksueel aangetrokken?’.

Antwoordopties zijn: - Alleen tot mannen - Vooral tot mannen - Evenveel tot mannen als vrouwen - Vooral tot vrouwen - Alleen tot vrouwen - Tot mensen, ongeacht hun geslacht - Ik voel me seksueel (bijna) niet aangetrokken tot andere personen - Anders dan bovenstaand - Weet ik (nog) niet - Geen antwoord Voor sommige kruisingen is ook gebruik gemaakt van de variabele ‘geslacht’. Deze variabele vertelt hoe een persoon staat geregistreerd bij de gemeente.

34

Op basis hiervan ontstaan de volgende indelingen die zijn gebruik in de rapportage: Groep Heteroseksueel man Heteroseksueel vrouw Homoseksueel man Lesbische vrouw Bi-plus man

Bi-plus vrouw

Aseksueel man

Aseksueel vrouw

Non-binair gender queer NBGQ Transgender man Transgender vrouw Lhbtiqa+

Kruising van Genderidentiteit: ‘Man’ Seksuele oriëntatie: ‘Alleen tot vrouwen’ Genderidentiteit: ‘Vrouw’ Seksuele oriëntatie: ‘Alleen tot mannen’ Genderidentiteit: ‘Man’ Seksuele oriëntatie: ‘Alleen tot mannen’ Genderidentiteit: ‘Vrouw’ Seksuele oriëntatie: ‘Alleen tot vrouwen’ Genderidentiteit: ‘Man’ Seksuele oriëntatie: ‘Vooral tot mannen’ OF ‘Evenveel tot mannen als vrouwen’ OF ‘Tot mensen, ongeacht hun geslacht’ OF ‘Anders dan bovenstaand’ Genderidentiteit: ‘Vrouw’ Seksuele oriëntatie: ‘Vooral tot vrouwen’ OF ‘Evenveel tot mannen als vrouwen’ OF ‘Tot mensen, ongeacht hun geslacht’ OF ‘Anders dan bovenstaand’ Genderidentiteit: ‘Man’ Seksuele oriëntatie: ‘Ik voel me seksueel (bijna) niet aangetrokken tot andere personen’ Genderidentiteit: ‘Vrouw’ Seksuele oriëntatie: ‘Ik voel me seksueel (bijna) niet aangetrokken tot andere personen’ Genderidentiteit: NBGQ Genderidentiteit: ‘Man’ Geslacht: ‘Vrouw’ Genderidentiteit: ‘Vrouw’ Geslacht: ‘Man’ Respondenten zijn ingedeeld in 3 dichotome variabele: 1. intersekse of niet intersekse, 2. Cisgender of transgender/NBGQ 3. Heteroseksueel of niet-heteroseksueel.

Respondenten worden ingedeeld in lhbtiqa+ groep wanneer ze minstens één kenmerk van deze groep hebben (dus intersekse en/of transgender/NBGQ en/of niet-heteroseksueel) en als nietlhbtiqa+ wanneer ze geen enkel kenmerk van deze groep hebben (dus niet intersekse én cisgender én heteroseksueel).

35

Bijlage 2 Figuren Figuur 1. Vaak discriminatie meegemaakt onder lhbtiqa+ en niet lhbtiqa+ personen, naar stadsdeel, in 2024 (percentages)

Centrum

3

2

lhbtiqa+ (n=2.679) 4

Nieuw-West Noord

8

3

Oost

4

2

West

5

3

Zuid

2

3 3

Zuidoost 0%

2%

niet lhbtiqa+ (n=9.706)

5

4 4%

6%

8%

Figuur 2. Locatie gebeurtenis bedreiging onder lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+ slachtoffers, in 2024 (percentages) 61% op straat 63% 8% in een winkel 3% op het werk 6% 5% 6% 8% in het openbaar vervoer 5% 6% ergens anders 5% 4% in een uitgaansgebied 4% 5% in of rondom een… 4% 4% bij iemand anders in huis 1% 1% op school 1% 1% thuis

0%

20% lhbtiqa+ (n=261)

40%

60%

80%

niet-lhbtiqa+ (n=668)

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024

36

Figuur 3. Redenen voor geen aangifte of melding van bedreiging bij de politie doen onder lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+ personen, in 2024 (percentages) 38% 37% 34% 32%

het helpt toch niets ik heb hier niet aan gedacht/het was niet zo…

19% 15% 17% dit is geen zaak voor de politie 16% 12% andere reden 11% uit angst voor een vervelende reactie of wraak 7% 9% 6% het was al opgelost 5% door schuld- of schaamtegevoel 3% 2% het lukte niet om digitaal een melding/aangifte te… 2% 1% 2% op advies van de politie 4% 1% geen antwoord 3% geen zin of tijd voor gehad/te veel moeite

nog niet aan toegekomen, maar ga ik wel nog doen

1%

0% lhbtiqa+ (n=252)

20% 40% niet-lhbtiqa+ (n=617)

60%

80%

Bron: O&S, Veiligheidsmonitor [Dataset], 2024 Figuur 4. Gevolgen van mishandeling onder lhbtiqa+ en niet-lhbtiqa+ slachtoffers, in 2024 (meerdere antwoorden mogelijk, percentages) 52%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413665/1