CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025_11_27 MOW Conceptverslag.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 8 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie MOW d.d. 27 november 202510.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

3 alinea's met “rondvraag”: 31 36 49

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water

MOW

Raadscommissieverslag, 27 november 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Donderdag 27 november 13.30 tot 17.00 uur 8 januari 2026 Voorzitter: lid Kacha Portefeuillehouders: wethouder Van der Horst Commissiegriffier: mw. Nieuwenhuis Commissieondersteuner: N. Bakkali Verslaglegging: mw. Dogan (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Asruf (PvdA), Haijen (SP), Havelaar (CDA), IJmker (GroenLinks), Kabamba (Partij voor Morgen), Kreuger (JA21), Koyuncu (DENK), Moeskops (D66), Van Munster (GroenLinks), Noordman (Forum voor Democratie), Noordzij (PvdA), Van Pijpen (GroenLinks), Veenhoff (GroenLinks), De Vos (Partij voor de Dieren), Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden: Aboelkasem (DENK), Ahmadi (De Vonk), Alberts (SP), Badal (CDA), Bakker (PvdA), Bilgin (Forum voor Democratie), Bobeldijk (SP), Brante (JA21), Broersen (Volt), Burgers (VVD), Garmy (Volt), Von Gebhardt (VVD), Hendriks (Volt), Hofland (D66), Hylkema (VVD), Ihammanen (DENK), Van Jager (D66), Koppejan (CDA), Krom (PvdA), Molema (JA21), Namane (PvdA), Norbruis (D66), Staartjes (VVD), Stevens (CDA), Van Schijnel (Forum voor Democratie), Talisyurt (D66), Veldhuyzen (De Vonk), Wijmenga (CDA) Afwezige portefeuillehouders: Overige aanwezigen: Algemeen 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 13.30 uur. Hij stelt zichzelf voor en heet iedereen welkom. 1.b.

Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat er twee nieuwe gezichten aan tafel zitten. Marleen Nieuwenhuis treedt tijdelijk op als commissiegriffier. Hij spreekt zijn dank uit aan de vorige voorzitter. Later op de middag verwelkomt de commissie een aantal medewerkers van de gemeente Amsterdam die deelnemen aan de zogenoemde gemeentesafari om kennis te maken met het werk van de Griffie en de raad. Tot slot meldt hij dat Lid Ahmadi (De Vonk) zich heeft afgemeld. De VOORZITTER vraagt of er andere mededelingen zijn vanuit de leden. Dat is niet het geval. Hij vraagt vervolgens of de Wethouder een mededeling heeft. Wethouder VAN DER HORST meldt dat zij eerder heeft toegezegd terug te komen op het onderwerp intelligente toegang. Zij geeft aan dat de raad begin volgend jaar een brief ontvangt waarin de stand van zaken wordt toegelicht. Vervolgens gaat zij in op het onderwerp verkeersveiligheid. Zij zegt dat lid Koyuncu in de raad heeft verzocht te kijken naar specifieke locaties waar incidenten met het OV plaatsvinden. Zij heeft

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

inmiddels enkele locaties via de ambtelijke lijn doorgegeven en zegt de locaties serieus te onderzoeken. Zij verwacht hierover in januari of februari terug te komen in de raadsinformatiebrief Veilig lopen en fietsen. Ten slotte licht zij toe dat op 7 oktober in de regioraad is gesproken over de voorbereidingen voor een mogelijk regionaal deelvervoersysteem in 2027. Amsterdamse raadsleden hebben aangegeven dat hiervoor een technische sessie wenselijk is. In februari wordt de regioraad gevraagd kennis te nemen van het TNO-onderzoek naar de potentie van deelmobiliteit, een maatschappelijke verkenning door Haskoning en een inpassingsonderzoek. Daarna wordt de regioraad gevraagd in te stemmen met het proces en de planning. De Griffie zal polsen of er interesse is voor de genoemde technische sessie. Lid IJMKER zegt dat het goed lijkt om als Amsterdamse raad gezamenlijk de wensen, bedenkingen en standpunten te bespreken over het regionale systeem, omdat niet iedereen in de regioraad zit. Zij vraagt wanneer het onderwerp daar opnieuw op de agenda staat en benadrukt het nut van een voorbereidende Amsterdamse sessie. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat de technische sessie bedoeld is om voorafgaand aan de besluitvorming plaats te vinden, mits er voldoende interesse blijkt. 1.c.

Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt vast dat de commissie kan instemmen met de tentatieve vergaderorde zoals deze per mail is gedeeld. Lid KABAMBA stelt voor om agendapunt 8 als eerste te behandelen, onder meer vanwege de planning van verschillende leden. De voorzitter constateert dat er geen bezwaar is en het voorstel wordt aangenomen. Lid NOORDZIJ geeft aan dat zij agendapunt 6 graag wil bespreken. Ook hiertegen bestaat geen bezwaar. Lid VAN MUNSTER meldt dat lid Ahmadi heeft verzocht agendapunt 14 door te schuiven naar de volgende vergadering. Zij wil deze wens namens haar collega voorleggen. De VOORZITTER licht toe dat er geen aanmeldingen zijn voor agendapunt 4 (wensen en bedenkingen over verhoging garantielimiet Rijn-Kennemerland). Omdat agendapunt 6 wél een aanmelding heeft gekregen, vervalt de noodzaak om de voorstellen op dat punt inhoudelijk te behandelen en kan agendapunt 4 worden gehamerd in de raadsvergadering van december. Hij bevestigt dat lid Ahmadi zich heeft afgemeld en verzocht om agendapunt 14 (Voortgangsrapportage 2 vernieuwing station Amsterdam Lelylaan) door te schuiven naar de volgende vergadering. Aangezien zij de enige aanmelder is, stelt de voorzitter voor dit punt af te voeren. Vervolgens licht hij toe dat de commissie de agenda in aangepaste volgorde zal doorlopen, te beginnen met agendapunt 8.

Gezien de volle agenda stelt hij voor om rond 16.15 uur te evalueren of langer vergaderen nodig is. De agenda wordt vastgesteld. 1.d.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

Conceptverslag van de openbare en besloten vergadering Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water d.d. 30 oktober 2025 De VOORZITTER meldt dat er geen wijzigingsvoorstellen zijn binnengekomen. Het verslag wordt hiermee vastgesteld. 1.e. Er worden geen opmerkingen gemaakt. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft de volgende verzoeken ontvangen voor agendering in de volgende commissie: TKN-2 op verzoek van lid Moeskops (D66) TKN-3 op verzoek van leden Moeskops (D66) en De Vos (PvdA) TKN-5 op verzoek van lid Noordzij (PvdA) TKN-7 op verzoek van lid Van Pijpen (GroenLinks) TKN-8 op verzoek van lid Van Pijpen (GroenLinks) 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER deelt mee dat er geen ingekomen stukken zijn. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. 2.b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mee dat zich 9 insprekers hebben aangemeld. De heer NOOYEN spreekt in over het beleidskader Ruimte voor de voetganger. Hij benadrukt dat de norm van twee meter doorgangsruimte door de raad is vastgesteld en dat een motie is aangenomen om voetgangersknelpunten te inventariseren en jaarlijks te monitoren. De inventarisatie is op 27 februari naar de commissie gestuurd, maar tijdens de bespreking in maart is hier volgens hem geen aandacht aan besteed.

Hij vreest dat het onderwerp een stille dood sterft, wat volgens hem onwenselijk is voor bewoners, ambtenaren en maatschappelijke organisaties. Hij vraagt de commissie het initiatief voort te zetten, zeker in het jaar van de voetganger. ---Mevrouw CORNER spreekt op persoonlijke titel maar mede namens bewoners van Holysloot. Zij wijst op de invoering van betaald parkeren in Noord, waarvan bewoners, zorgverleners en werknemers gebruik kunnen maken via vergunningen. Bewoners van Landelijk Noord vallen echter buiten de regeling, terwijl zij afhankelijk zijn van parkeren in Noord om verder te reizen. Door het ontbreken van OV zijn zij gedwongen de auto te gebruiken. De kosten lopen voor hen fors op. Ze vraagt de commissie om Landelijk Noord als integraal onderdeel van Noord te erkennen en een parkeervergunning te verstrekken.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

Lid ASRUF vraagt of mevrouw Corner dan ook voorstander is van het invoeren van betaald parkeren in Landelijk Noord. Mevrouw Corner zegt dat dit voor haar niet het kernpunt is; het gaat haar om toegang tot Noord, niet om parkeerregels binnen Holysloot. Lid VAN MUNSTER verduidelijkt dat een bewonersvergunning normaal gesproken gekoppeld is aan betaald parkeren. Hij vraagt of er draagvlak is voor invoering daarvan in Holysloot. Mevrouw Corner zegt dat dit het probleem niet oplost, omdat parkeren in Holysloot geen alternatief vormt voor parkeren in Noord. Lid KREUGER merkt op dat de inspreker vooral vraagt om parkeermogelijkheden in Noord, ongeacht het systeem in Holysloot, en vraagt de Wethouder of dat kan worden geregeld. Lid KOYUNCU vraagt of het stadsdeel eerder is benaderd en wat daarvan het antwoord was. Mevrouw Corner antwoordt dat stadsdeel Noord positief staat tegenover het punt en dit ook heeft geadviseerd aan de raad. --Mevrouw HOLST, namens bewoners uit Nellestein, spreekt over het behoud van metrolijn 53. Zij stelt dat optie 4 de meest ecologische en sociaal duurzame variant is. Zij uit zorgen over de democratische verhoudingen binnen de Vervoerregio Amsterdam, omdat de gemeenteraad formeel wel maar feitelijk weinig invloed heeft op de kaders van het metronet. De unanieme voorkeur uit Zuidoost voor optie 4 is volgens haar genegeerd.

Zij benadrukt de noodzaak van een directe verbinding voor bewoners van Nellestein, zowel voor dagelijkse voorzieningen als voor veiligheid en toegankelijkheid. Overstappen, zeker op Van der Madeweg, werkt volgens haar slecht en brengt risico’s mee, bijvoorbeeld door niet-functionerende liften en roltrappen. Zij wijst ook op de betekenis van lijn 53 voor schooluitjes, ouderen en mobiliteitskwetsbare groepen. Lid KABAMBA vraagt naar de gevolgen voor jongeren en scholieren. Mevrouw Holst licht toe dat overstappen voor groepen kinderen risico’s oplevert en dat een directe verbinding essentieel is. Lid HAIJEN vraagt wat het wegvallen van de directe verbinding betekent voor de buurt. Mevrouw Holst zegt dat de metro een levensader is en dat bewoners zich buitengesloten voelen als deze wordt ingekort. --De heer FABER spreekt over het project OBA Next en het belang van metrolijn 53 voor Zuidoost. Hij zegt dat jongeren hard hebben gewerkt om OBA Next in hun wijk te krijgen, maar dat het schrappen van metro 53 directe gevolgen heeft voor bereikbaarheid en kansen. Hij vindt de geboden compensaties onvoldoende. Volgens hem zijn vertragingen, gemiste overstappen en toegankelijkheidsproblemen grote risico’s, vooral voor leerlingen en jongeren. Hij pleit ervoor de metro 53 te behouden.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

Lid HAIJEN vraagt of jongeren in Kraaiennest zijn bereikt tijdens de inspraakavonden. De heer Faber weet dat niet zeker maar geeft aan zelf niets te hebben gehoord. Lid KABAMBA vraagt welke compensaties nodig zijn als metro 53 toch wordt ingekort. De heer Faber geeft de voorkeur aan behoud van de lijn, maar noemt als alternatief het doortrekken van metro 51. Hij zegt dat andere maatregelen mogelijk zijn, maar dat deze nu lastig concreet te benoemen zijn. --De heer BRANDTJES spreekt eveneens over metro 53 en stelt dat Zuidoost onevenredig zwaar wordt getroffen. Hij spreekt over gebiedsontwikkeling, kansenongelijkheid en het risico dat plannen in Zuidoost worden teruggedraaid doordat verbindingen verdwijnen. Hij vraagt de commissie om de plannen te stoppen of te kiezen voor optie 4, en anders optie 2. Compensatiemaatregelen vindt hij onvoldoende; hij pleit voor substantiële maatregelen zoals een nachtmetro, gratis vervoer in Zuidoost, ondersteuning voor de BIMS-card en extra investeringen in gebiedsontwikkelingsprojecten. Lid ASRUF vraagt waaruit zo’n supercompensatieplan zou moeten bestaan. De heer Brandtjes noemt onder meer een nachtmetro, gratis OV voor bewoners, versterking van gebiedsontwikkelingsprojecten en het opwaarderen van OBA Next tot een iconisch gebouw. Lid KABAMBA vraagt naar het verschil tussen optie 1 en optie 2.

De heer Brandtjes legt uit dat optie 2 de lijnvoering omdraait, waardoor de impact voor Zuidoost kleiner wordt en metro 53 behouden kan blijven. --De heer ERINGA spreekt over Sprong over het IJ en uit zorgen over de voortgang. Hij zegt dat de stukken bij TKN 4 zorgwekkende signalen bevatten en dat er geen tijdlijn of opleverdatum meer is. Hij wijst op risico’s rond de Oostbrug, de verplaatsing van de Oranjewerf en de complexiteit van het proces. Hij adviseert de commissie om transparantie te vragen, pessimistische scenario’s serieus te nemen en de risico’s actief te verkleinen. Lid DE VOS vraagt of hij factoren ziet die bijdragen aan een verwaterde focus. De heer Eringa zegt dat het ontkoppelen van onderdelen zoals woningbouw, nautische activiteiten en gebiedsontwikkeling de samenhang uit het proces haalt en tot vertraging leidt. --Mevrouw VAN NIEROP spreekt over zonneschermen en klimaatadaptatie. Zij juicht de recente subsidiebeschikking van 2,5 miljoen toe, maar pleit voor spoed bij uitwerking en versoepeling van welstandsregels. In smalle straten zoals de Jordaan en de Leliegracht warmen gevels extreem op. Monumentale panden en sociale huurwoningen

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

krijgen te maken met hoge binnentemperaturen. Een vereenvoudigde vergunningprocedure en modellen voor zonneschermen die in het kozijn vallen zouden volgens haar helpen. --De heer LEIJTEN bespreekt de evaluatie van deelscooters en zegt dat het systeem goed functioneert en een bijdrage levert aan mobiliteit en leefbaarheid. De deelscooter vervangt vaak autoritten, vermindert parkeerdruk en wordt veel gebruikt in gebieden met minder OV. Hij benadrukt dat een stabiel beleidskader belangrijk is en dat de sector nauw samenwerkt met de gemeente. --De heer HERTZBERGEN sluit hierbij aan en benadrukt dat deelscooters het OV versterken doordat veel ritten worden gecombineerd. Hij wijst op dalende overlast en groeiend gebruik, vooral in Noord, Nieuw-West, Zuidoost en Weesp. Een stabiele markt en beleidslijn zijn volgens hem noodzakelijk om innovaties mogelijk te maken. Lid ASRUF vraagt wanneer mensen vooral gebruikmaken van deelscooters. De heer Hertzbergen zegt dat de deelscooter vooral wordt gebruikt wanneer het OV niet goed aansluit, zoals bij verplaatsingen naar de Arena. 2.c. Actualiteiten Geen. 2.d. Rondvraag De VOORZITTER opent de rondvraag en meldt dat er enkele vragen zijn ingediend. Hij geeft vervolgens het woord aan lid Kreuger voor diens vraag. Lid HAVELAAR neemt daarna het woord en stelt twee vragen over metro 53.

Hij geeft aan dat het CDA het onacceptabel vindt dat het opknappen van een metrostation en het aanbrengen van verlichting nu als een soort tegemoetkoming wordt gepresenteerd, terwijl de beslissingen rondom het schrappen van een noodzakelijke basisvoorziening nog lopen. Hij benadrukt dat het CDA kiest voor alternatieve opties, zoals optie 2 of 4, en dat de gemeente minimaal voorwaarden moet stellen wanneer de huidige plannen toch worden doorgezet. De nieuwe regeling mag volgens haar pas ingaan wanneer Van der Madeweg volledig is verbouwd en er moeten garanties zijn voor de bereikbaarheid bij uitval of grote evenementen in de arena. Hij vraagt aan de Wethouder welk krachtig signaal het college op dit moment richting de vervoerregio kan afgeven. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat het vooral effectief is wanneer raadsleden die in de regioraad vertegenwoordigd zijn het gesprek daar voeren. Volgens haar ligt dat orgaan het meest voor de hand om invloed uit te oefenen op dit besluit.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

Lid HAVELAAR reageert dat hij niet in de regioraad zit en dat raadsleden in Amsterdam een eigen politieke verantwoordelijkheid dragen. Hij vindt dat de stad een krachtiger signaal moet afgeven richting de vervoerregio en wil weten op welke manier dit het best kan worden georganiseerd. Hij uit haar zorg dat de stad nu vooral lijkt te reageren op ontwikkelingen in plaats van zelf richting te geven. Wethouder VAN DER HORST stelt dat het college op dit moment achter het besluit van de vervoerregio staat. Als de raad iets anders wenst, moet dat volgens haar vanuit de gemeenteraad zelf komen en niet enkel via een gesprek tussen haar en het CDA. Zij geeft aan dat een inhoudelijke discussie op dit moment niet passend is binnen de rondvraag. Volgens haar werkt de voorgestelde ontvlechting juist positief voor de stad. Lid ASRUF vraagt daarna hoe het college aankijkt tegen de timing van de renovatie van Van der Madeweg, die pas in 2029 gereed is, en de samenloop daarvan met de ontvlechting van de metrolijnen. Wethouder VAN DER HORST benadrukt dat de renovatie van Van der Madeweg noodzakelijk is en dat de vervoerregio maatregelen treft om overstappen te vergemakkelijken, waaronder de inzet van personeel om reizigers een veilig gevoel te geven. Veiligheid en minimale reistijdverlies zijn voor het college belangrijke voorwaarden.

Lid IJMKER gaat verder op het onderwerp en verwijst naar eerdere besluitvorming over de noodzaak van ontvlechting. Zij maakt zich zorgen over de volgorde van werkzaamheden, omdat de grote renovatie van Van der Madeweg pas in 2029 start. Zij vraagt welke kleine aanpassingen al worden getroffen ter bevordering van de veiligheid. Zij merkt op dat de inzet van stewards haar eerder een gevoel van onveiligheid geeft dan geruststelling en vraagt hoe de Wethouder dit ziet. Wethouder VAN DER HORST zegt dat het inzetten van stewards als geruststellende maatregel is bedoeld. Of dit daadwerkelijk nodig is, moet blijken in de praktijk. Hij herhaalt dat het college inzet op een veilige overstap zonder reistijdverlies en dat verdere details in de regioraad worden besproken. Lid HAIJEN richt zich op een aanvullende maatregel van het GVB: het aanbieden van stageplaatsen en een donatie aan voedselbanken. Hij vindt dit ongepast en beschrijft het als een aalmoes, zeker gezien de essentiële functie van lijn 53 in Zuidoost. Bewoners beschouwen de lijn al jaren als hun levensader. Hij vraagt of de Wethouder begrijpt dat deze maatregel verkeerd valt en of de Wethouder dit werkelijk een passende compensatie vindt. Wethouder VAN DER HORST zegt dat de kritiek de maatregel ridiculiseert en dat dit volgens haar een verkeerd signaal is richting Zuidoost.

Hij stelt dat er juist 20 tot 30 miljoen euro extra geïnvesteerd wordt in het OV in Zuidoost. Er komen meer buslijnen en bestaande lijnen gaan vaker rijden. Het langer doorrijden van lijnen — een uur eerder beginnen en een uur langer doorgaan — wordt door het college gezien als een concrete verbetering. Hij benadrukt dat overstappen op metrolijnen gebruikelijk is in wereldsteden en dat de gekozen variant juist gunstig is voor mensen met een beperking, omdat deze zonder reistijdverlies kan overstappen. Er blijven directe lijnen beschikbaar voor andere belangrijke routes.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

Lid KAMAMBA wijst op het blijvende wantrouwen in Zuidoost richting het politieke systeem. Hij benoemt dat er jarenlang petities en demonstraties zijn geweest om metro 53 te behouden. Bewoners voelen zich volgens hem niet gehoord. Zij vraagt hoe de Wethouder dit aan bewoners gaat uitleggen en hoe zij voorkomt dat hun politieke betrokkenheid opnieuw tot teleurstelling leidt. Wethouder VAN DER HORST zegt begrip te hebben voor het sentiment. Zij geeft aan dat juist vanwege deze zorgen de vervoerregio en het college inzetten op verbetering van het OV in Zuidoost. Er komen extra lijnen en opschaling van bestaande verbindingen. De enige verandering die overblijft is het overstappen zonder reistijdverlies. Lid HAVELAAR stelt vervolgens een nieuwe vraag over kerstverlichting op rondvaart- en salonboten tijdens het Amsterdam Light Festival. Volgens hem worden er plotseling boetes opgelegd zonder voorafgaande communicatie. Hij vraagt hoe dit precies zit en of het echt nodig is om voor een enkel kerstlampje te beboeten. Hij verzoekt om een snelle schriftelijke terugkoppeling. Wethouder VAN DER HORST verwijst naar het binnenvaartpolitiereglement, waarin staat dat verlichting die de navigatieverlichting kan verstoren verboden is.

Zij legt uit dat kerstdecoraties soms de zichtbaarheid van navigatieverlichting belemmeren en dat handhaving in zulke gevallen optreedt uit veiligheidsoverwegingen. Zij zegt toe in de commissie terug te komen op de vraag of er sprake is van nieuw beleid. Lid HAVELAAR verduidelijkt dat haar signaal is dat er nu generiek wordt beboet, maar dat dit volgens de Wethouder niet aan de orde lijkt. Hij vraagt om bevestiging. Wethouder VAN DER HORST herhaalt dat enkel in gevallen waarin de veiligheid in het geding is handhaving optreedt en zegt toe dit schriftelijk te laten bevestigen. Lid IJMKER stelt daarna een vraag over snelle e-bikes en fatbikes naar aanleiding van recent nieuws. Zij verwijst naar een eerdere motie van GroenLinks uit 2024 waarin werd gevraagd om een verbod in parken. Zij vraagt waarom de huidige aanpak zich specifiek richt op fatbikes en niet op alle te snelle e-bikes, aangezien die eveneens voor gevaar zorgen. Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat brede steun bestaat voor de proef en dat landelijke regelgeving effectiever zou zijn, bijvoorbeeld via een leeftijdsgrens voor ebikes of een kentekenplicht. Omdat dit lang op zich laat wachten, kijkt de gemeente nu naar mogelijkheden binnen de APV. Volgens haar zijn fatbikes het meest opgevoerd en veroorzaken zij de meeste ongelukken onder jongeren, waardoor een gerichte aanpak logisch is.

Zij wijst ook op de snelle stijging van meldingen van overlast. Lid KOYUNCU wijst op het risico dat onderdelen van fatbikes bij scholen worden gestolen, zoals remonderdelen, wat grote gevaren oplevert voor jongeren. Hij vraagt of de Wethouder bereid is dit onderwerp mee te nemen in de voorlichtingscampagnes. Wethouder VAN DER HORST zegt dat zij dit zeer ernstig vindt en dat zij graag bekijkt hoe dit in communicatie opgenomen kan worden.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

Lid ASRUF complimenteert de aanpak maar vraagt om een juridische analyse van de keuze om fatbikes specifiek te reguleren in plaats van bredere categorieën ebikes. Hij vermoedt dat verbreding juridisch sterker kan zijn. Wethouder VAN DER HORST zegt dat een bredere categorie onder de Wegenverkeerswet kan vallen en dat de huidige definitie — gebaseerd op banddikte en elektrische aandrijving — juist duidelijk en handhaafbaar is. Zij benadrukt dat dit pionieren is en dat de gemeente leert van eerdere ervaringen zoals met de bierfiets en scooters. Uitbreiding blijft mogelijk in de toekomst. Lid WIJNANTS vraagt of de juridische adviezen die aan dit voorstel voorafgaan met de raad gedeeld kunnen worden, zodat de raad kan beoordelen hoe solide de basis is. Wethouder VAN DER HORST zegt toe dit te doen wanneer het voorstel vanuit de stadsdelen terugkomt naar de raad. Lid KREUGER stelt vervolgens een vraag over parkeervergunningen in Landelijk Noord. Hij vraagt of het mogelijk is bewoners een vergunning te geven om binnen hun eigen gebied te kunnen parkeren, ook als daar geen betaald parkeren geldt of men een eigen parkeerplaats heeft. Hij wijst op de huidige onpraktische situatie voor dagelijkse ritten zoals boodschappen doen. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat dit beleid door de raad is vastgesteld en dat parkeervergunningen primair zijn bedoeld om bij de woning te kunnen parkeren.

Een verruiming zou in feite neerkomen op het invoeren van betaald parkeren. Zij wijst erop dat er in Noord nog plekken zijn waar kort parkeren gratis of goedkoop is. Zij begrijpt de wens maar benadrukt dat dit destijds zorgvuldig is afgewogen. Lid KREUGER merkt op dat bij behandeling van de parkeerverordening een meerderheid dat beleid alsnog kan wijzigen. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat de raad de uiteindelijke beslissingsmacht heeft. De VOORZITTER sluit het agendapunt rondvraag. Bespreekpunten Financiën 3. Vaststellen van de Najaarsnota 2025 (VN2025-016290) De VOORZITTER stelt dat dit betreft een raadsvoordracht voor de Raad van 10 en 11 december 2025. Bespreking vindt in alle commissies plaats. Lid VAN PIJPEN geeft aan dat zij iets positiefs leest in de najaarsnota, namelijk dat het programma Bomen 3 miljoen extra krijgt, waar zij blij mee is. Zij merkt echter ook iets raars op: de uitvoering van de extra middelen voor klimaatadaptatie wordt in 2025 niet

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

besteed, terwijl daar eerder veel over is gedebatteerd. Zij vraagt de wethouder om toelichting hierover. Lid WIJNANTS noemt dat het idioot is dat er net een begroting is vastgesteld en er vervolgens een week later al een correctie op de lopende begroting komt, inclusief een 30 miljoen slechter saldo. Hij stelt verder vragen over de parkeeropbrengsten, naar aanleiding van eerdere opmerkingen van lid Kreuger over 6 miljoen minder opbrengsten. Hij wil weten of dit vaker voorkomt, of dit een eenmalige afwijking betreft en wat de wethouder concludeert over tarieven of dalende behoefte aan betaald parkeren in Amsterdam. Lid HAVELAAR voegt toe dat ook hij vragen heeft over de parkeeropbrengsten, zoals eerder door andere partijen is opgemerkt. Hij vraagt of de raming voor de komende jaren structureel te hoog is. Daarnaast uit hij zorgen over het programma Bruggen en Kademuren, omdat vacatures niet zijn vervuld door krapte op de arbeidsmarkt, wat mogelijk leidt tot extra veiligheidsconstructies, kosten en verkeershinder. Hij vraagt de wethouder om hierover te informeren. Ten slotte vraagt hij om toelichting over bijna 6 miljoen extra kosten voor stadsbehoud en of deze incidenteel of structureel zijn. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat de uitvoering van klimaatadaptatie wel degelijk plaatsvindt en dat de doelstellingen van het programma voor 2025 conform plan zijn gehaald.

De verlaging van de interne uurtarieven en het opnemen van activiteiten door lijnorganisaties verklaren de lagere kosten. De resterende middelen worden in 2026 gebruikt om het programma over te dragen aan de lijnorganisatie. Wat betreft de parkeeropbrengsten, dit is de eerste keer dat ze lager uitvallen dan verwacht. De oorzaak is dat bezoekers korter parkeren en minder naheffingsaanslagen krijgen, wat conform de beoogde uitvoering werkt. De afwijking is beperkt (1,5%) en wordt in de komende jaren goed gemonitord. Over de bruggen en kademuren merkt de wethouder op dat veiligheidsconstructies nodig zijn om de kademuren overeind te houden. Dit kan tijdelijke kosten met zich meebrengen, gemiddeld 1 miljoen per project, afhankelijk van de locatie. De bereikbaarheid wordt soms beperkt, maar veiligheid staat voorop. Een rapportage over het programma Brug en Kademuren komt binnenkort naar de raad. De extra kosten voor stadsbehoud worden veroorzaakt door hoge indexaties en het uitvoeren van werk met werk, waarbij verkeersveiligheid en klimaatadaptatie worden meegenomen. Lid HAVELAAR vraagt of de opmerkingen van de wethouder betekenen dat er slecht nieuws volgt in de rapportage, aangezien de najaarsnota anders lijkt dan verwacht, met hogere risico’s en kosten.

Wethouder VAN DER HORST verduidelijkt dat de hogere kosten voortkomen uit indexatie en soms aanpassingen in overleg met bewoners. Dit kan leiden tot hogere kosten, maar ook tot behoud van bomen en betere uitvoering van projecten. Vertraging kan optreden, maar er is geen reden tot alarm. Inspecties laten zien dat sommige zaken beter zijn dan verwacht. Lid VAN PIJPEN merkt op dat de antwoorden van de wethouder op verschillende vragen elkaar lijken tegen te spreken, met betrekking tot kosten van klimaatadaptatie en

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

de uitvoering in de lijn. Zij vraagt om financiële duidelijkheid over de betekenis van het overbrengen van het programma Klimaatadaptatie naar de lijnorganisatie. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat door “werk met werk” te maken, klimaatadaptatie geïntegreerd wordt in lopende projecten, waardoor er geen aparte projecten nodig zijn. Dit is efficiënter en effectiever dan losse projecten uitvoeren. De zeven miljoen beschikbare middelen worden zo optimaal ingezet, en er is extra nodig om volledig klimaat-adaptief te werken. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het in de raadsvergadering naar verwachting om een middellange bespreking zal gaan. Waters (excl. Varen) 4. Uiten van wensen en bedenkingen over het verhogen van de garantielimiet voor de Watertransportmaatschappij Rijn-Kennemerland (WRK) (VN2025-016143) De VOORZITTER deelt mee dat het om een raadsvoordracht gaat voor de raad van 17 juli a.s. Lid IJMKER dankt voor de beantwoording van haar last minute vragen. Onder b staat dat een uitzondering mogelijk is voor tijdelijke gebouwen om iets te doen aan waterberging als er geen ruimte is. Volgens haar moet het gebouw er niet komen als er geen ruimte is, omdat dit een te groot effect op de waterafvoer heeft. 5.

Het uiten van wensen en bedenkingen over het wijzigen en verlengen van de bestaande garantieraamwerkovereenkomst tussen Stichting Waternet, de gemeente Amsterdam en het waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV) (VN2025-015643) De VOORZITTER stelt dat dit betreft een raadsvoordracht voor de vergadering van de Raad van 10 en 11 december. Lid HAVELAAR geeft aan dat het CDA voor verlenging van één jaar is, zoals beschreven in de voordracht. Hij merkt echter op dat de garantieovereenkomst wordt beschreven als eeuwigdurend maar wel jaarlijks opzegbaar, wat twee verschillende zaken zijn. Hij benadrukt dat verlenging voor één jaar acceptabel is, maar niet voor langer. Tevens vindt zij het bedrag van 120 miljoen veel te hoog. Lid NOORDZIJ geeft aan dat hij zich kan vinden in de overeenkomst, maar vraagt hoe het bedrag van 120 miljoen zich verhoudt tot nieuwe taken en veranderingen waar Waternet mee te maken heeft. Zij vraagt ook hoe de risico’s die eerder bij Waternet speelden, mogelijk ook na de ontvlechting, in deze overeenkomst zijn meegenomen. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat beide partijen het recht hebben de overeenkomst na één jaar te beëindigen, zoals vermeld in artikel 4.1. Het bedrag van 120 miljoen is ongewijzigd en de verwachting is dat de Stichting Waternet dit niet volledig zal benutten. Nieuwe leningen worden eerst aan de gemeente voorgelegd.

Er is 46 miljoen aan langlopende leningen en een rekeningcourant-faciliteit van 30 miljoen gegarandeerd. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het naar verwachting om een korte bespreking in de raad zal gaan.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

6. Een actualisering vast te stellen van het investeringskrediet uitbreiding langzame zandfilters drinkwaterproductielocatie Weesperkarspel (VN2025-015818) De VOORZITTER stelt dat dit agendapunt betreft een raadsvoordracht voor de vergadering van de Raad op 10 en 11 december aanstaande. Lid NOORDZIJ benadrukt dat een goede drinkwatervoorziening een basisbehoefte is voor alle Amsterdammers, wat de investering noodzakelijk maakt. Hij uit zorgen over de forse kostenstijging bij waterzuivering en vraagt waarom eerdere maatregelen niet eerder zijn genomen. Hij wil weten of de stijging verband houdt met eerdere problemen bij Waternet en of er meer projecten zijn waar een vergelijkbare kostenstijging te verwachten is. Tevens vraagt zij waarom het project nu onder de regeling grote projecten valt en wat het effect van eventuele versnelling op de kosten zal zijn. Hij vraagt ook naar de consequenties voor Amsterdammers en of voldaan wordt aan de eisen van de ILT. Lid DE VOS schetst dat schoon drinkwater decennialang vanzelfsprekend was, maar dat de groei van de stad, chemische vervuilingen zoals PFAS en medicijnresten, en klimaatverandering dit bemoeilijken. Hij noemt de enorme kostenstijging van de nieuwe filterinstallatie van 65 miljoen naar 235 miljoen in drie jaar en vraagt hoe dit verschil wordt verklaard.

Hij vraagt verder welke maatregelen worden genomen om de vraag naar drinkwater te beperken. Lid WIJNANTS reageert dat het betoog van lid De Vos erg negatief is en dat het Nederlandse drinkwater van hoge kwaliteit is. Hij vraagt lid De Vos dit ook te erkennen. Lid DE VOS benadrukt dat hij de investering ondersteunt, maar dat hij de uitdagingen door klimaatverandering en andere factoren wil signaleren, en dat er geen tijd te verliezen is bij andere dossiers. Lid WIJNANTS merkt op dat het belangrijk is dat de heer De Vos aangeeft dat hij voor de investering stemt, ondanks het negatieve betoog. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat de installatie bestaat uit twee grote betonnen bakken met speciaal zand, waardoor voorgezuiverd water wordt gezuiverd op een duurzame manier. Het gebruik van twee bakken verhoogt de capaciteit en de kwaliteit van het drinkwater, waardoor aan de normen van het IOT wordt voldaan. De hogere kosten zijn het gevolg van een eerdere foutieve raming, niet van daadwerkelijke overschrijdingen. De opname van het project in de regeling grote projecten is in 2025 formeel gemaakt, maar in 2024 werd al conform de regeling gewerkt. Met betrekking tot de ILT wordt voldaan aan de normen en er is regelmatig contact en rapportage. Tevens wordt gewerkt aan het verminderen van watergebruik in lijn met het Nationaal Plan Aanpak Drinkwaterbesparing.

Lid NOORDZIJ vraagt om aanvullende toelichting over de verschillen in de ramingen, of dit verband houdt met eerdere Waternet-problemen, en of andere projecten vergelijkbare ramingsproblemen hebben gehad.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat er aanvankelijk een gebrek aan technisch personeel was, waardoor de ramingen niet scherp waren. Na marktconsultatie en aanpassing van de bezetting is een nieuwe, goed onderbouwde maar duurdere raming tot stand gekomen. Een doorlichting van de gehele investeringsportefeuille drinkwater is gedaan om herhaling te voorkomen. De ontvlechting speelt hierbij geen rol. De tarieven voor Amsterdammers worden binnen de regels van het ILT vastgesteld. Lid NOORDZIJ vraagt hoe de forse kostenstijgingen eerlijk kunnen worden verdeeld over Amsterdammers, zonder extra lasten voor kwetsbare groepen. Wethouder VAN DER HORST stelt dat inkomenspolitiek via drinkwatertarieven niet mogelijk is binnen de vastgestelde normen, maar hij begrijpt de zorgen. De VOORZITTER meldt dat het agendapunt voldoende is besproken en dat het kort wordt behandeld tijdens de Raad van 10 en 11 december. 7. Beschikbaar stellen van een krediet voor vervanging en uitbreiding van de drinkwaterdistributie 2026 (VN2025-014207) De VOORZITTER deelt mede dat dit agendapunt is gehamerd. Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 8. Vaststellen Tweede wijzigingsverordening Parkeerverordening Amsterdam 2025 (VN2025-013123) De VOORZITTER geeft aan dat dit een raadsvoordracht betreft voor de vergadering van de gemeenteraad van 10 en 11 december aanstaande.

Lid HAVELAAR zegt kritisch te zijn over het feit dat maatschappelijke vergunningen meetellen in het vergunningenplafond. Hij herhaalt dat eerder door het college is aangegeven dat dit in geen van de gebieden tot langere wachttijden zou leiden, en vraagt hoe dit nu ligt. Hij vraagt zich af of dit besluit op dit moment wel verstandig is, gezien de recente bespreking over maatschappelijke beroepen en hun afhankelijkheid van de auto. Daarnaast zegt zij het tarief in het Centrum – meer dan 8 euro per uur, 24 uur per dag – onrechtvaardig te vinden. Hij stelt dat bezoekersparkeren of een vergunningsgebied enkel voor bewoners en hun bezoekers een eerlijkere oplossing zou zijn. Volgens haar dienen centrumbewoners nu als melkkoe, terwijl het parkeerprobleem hiermee niet wordt opgelost. Lid MOESKOPS merkt op dat een aantal technische wijzigingen in de parkeerverordening logisch en nuttig zijn, zoals de mogelijkheid voor chauffeurs van leerlingenvervoer om een vergunning te krijgen zodat zij hun bus niet meerdere keren per dag heen en weer naar Zaanstad hoeven te rijden. Wel vraagt zij waarom er een uitzondering op deze uitzondering is opgenomen voor autoluwe nieuwbouwwijken, terwijl chauffeurs in de praktijk hun voertuig dan gewoon een paar straten verderop zullen parkeren. Zij vraagt tevens naar het voorstel om een deel van de schone parkeerregelingen (L3 t/m L7) terug te draaien.

Motoren en vergelijkbare voertuigen

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

stoten minder uit dan auto’s, maar zij ziet niet waarom zij niet aan dezelfde Euro-5-richtlijn zouden moeten voldoen voor het verkrijgen van een vergunning. Lid KOYUNCU spreekt mede namens lid Kabamba en zegt zeer kritisch te zijn op het laten meetellen van maatschappelijke vergunningen in het vergunningenplafond. Dit is volgens hem een verkapte manier om het aantal bewonersvergunningen verder te verlagen. Hij vraagt hoe bewoners die afhankelijk zijn van de auto hierdoor worden geraakt wanneer er maatschappelijke voorzieningen in de buurt komen. Vervolgens gaat hij uitgebreid in op het nieuwe bezoekersvergunningssysteem, dat volgens hem chaotisch, onhandig en een verslechtering is. Hij noemt als voorbeeld dat het bij aanvullen van parkeersaldo tijdens het starten van een sessie niet meer mogelijk is, waardoor gebruikers opnieuw moeten beginnen. Ook wijst hij op het ontbreken van een functie in de app om automaatnummers op te zoeken, waardoor mensen de straat op moeten of andere apps nodig hebben. Hij vraagt de wethouder hoe dit heeft kunnen gebeuren en hoe de problemen zo snel mogelijk kunnen worden opgelost. Hij benadrukt dat deze situatie aantoont dat een klankbordgroep met gebruikers noodzakelijk is, zoals hij eerder heeft voorgesteld. Lid ASRUF zegt dat de vergunningen voor chauffeurs van leerlingenvervoer een goede ontwikkeling zijn, passend bij Amsterdam Maakt Ruimte.

Hij sluit zich aan bij de vraag van lid Moeskops over de uitzondering voor autoluwe wijken. Daarnaast vraagt hij naar de gevolgen van het eenmalig verhogen van het vergunningenplafond voor maatschappelijke vergunningen, en of dit leidt tot langere wachttijden voor bewoners of andere groepen. Lid KREUGER merkt op dat met de voorgestelde stappen nu overal in Amsterdam betaald parkeren is ingevoerd. Hij zegt dat zelfs problemen zoals overlast en prostitutie volgens recente berichtgeving met betaald parkeren worden aangepakt. Hij wijst erop dat er volgens de najaarsnota 6 miljoen euro minder is opgehaald dan begroot. JA21 zou zien dat deze inkomsten nog verder dalen. Hij deelt de kritiek op het nieuwe bezoekersvergunningssysteem, mede op basis van signalen van gebruikers. Hij vraagt of het mogelijk is in de parkeerverordening ook het systeem van progressieve tarieven verder te herzien, om bewoners minder te laten betalen voor vergunningen. Lid WIJNANTS merkt op dat de opmerking van lid Kreuger over de 6 miljoen minder parkeeropbrengst thuishoort bij de bespreking van de najaarsnota. Lid KREUGER reageert dat progressieve tarieven niet in de najaarsnota kunnen worden geregeld en dat zijn eerdere opmerking als grapje bedoeld was, wat volgens hem duidelijk was.

Lid HAIJEN wijst erop dat straatparkeren Amsterdammers, met name sociale huurders met huursubsidie, financieel zwaar kan belasten. Hij vraagt de wethouder of zij zich hierover geen zorgen maakt. Wethouder VAN DER HORST zegt altijd te willen kijken naar verbeteringen en dat zij het niet eens is met de stelling dat het systeem enkel een verslechtering is. Zij ziet verbeteringen, maar benadrukt dat zij de door lid Koyuncu aangedragen knelpunten serieus neemt en hier actief mee aan de slag gaat. Binnenkort volgt een update van het

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

systeem, waarin verbeterpunten worden meegenomen. Over het vergunningenplafond zegt zij dat de ophoging voor maatschappelijke voorzieningen eenmalig is en momenteel geen effect heeft op wachttijden. Eventuele gevolgen treden pas later op en blijven naar verwachting minimaal. Over de progressieve tarieven legt zij uit dat deze bedoeld zijn om korte bezoeken – zoals aan begraafplaatsen of sportvelden – mogelijk te maken tegen lagere tarieven, maar niet om langdurig parkeren goedkoop te maken. Evaluatie volgt later. Over de leerlingenvervoerlocaties zegt zij dat de uitzondering noodzakelijk is op plekken waar geen openbare parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Lid MOESKOPS vraagt ter verduidelijking of de uitzondering inderdaad niet geldt voor alle witte vlek gebieden zoals Overhoeks. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dit en legt vervolgens technisch uit waarom motoren en quads anders worden behandeld in de emissieclassificering: er geldt een andere Europese norm, waardoor aanvragen niet goed beoordeeld kunnen worden zonder een uitzonderingsbepaling. Het herstellen hiervan is volgens haar goed bestuur; inhoudelijke keuzes over motorvergunningen moeten expliciet in beleid worden opgenomen. Lid MOESKOPS vraagt of er een planning is om de parkeerverordening opnieuw te herschrijven, omdat deze inmiddels zeer complex is geworden en moeilijk te begrijpen voor inwoners.

Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat de verordening twee jaar geleden volledig is herschreven en dat er sindsdien juist geprobeerd is onderdelen te versimpelen, maar dat dit lastig is door de wens voor maatwerk. Meer maatwerk betekent meer complexiteit. Zij wijst op het dilemma tussen generiek beleid en de menselijke maat. Wethouder VAN DER HORST gaat vervolgens in op de najaarsnota en zegt dat lagere opbrengsten mede komen door het succesvolle gebruik van de bezoekersregeling. Minder parkeertijd en meer meldingen in apps leiden tot minder naheffingen, wat zij positief vindt. Dit vraagt mogelijk om een aangepaste raming, maar er is geen beleid om parkeertarieven te verlagen. Over inpandig parkeren zegt zij zich hier soms zorgen over te maken, omdat het hogere kosten kan betekenen voor bewoners, maar dat dit een gevolg is van eerder vastgesteld beleid om de parkeerdruk in de openbare ruimte te verlagen. Zij werkt momenteel aan oplossingen voor onder andere de Molenwijk. Lid ASRUF vraagt op welke termijn duidelijkheid over de Molenwijk kan worden verwacht. Wethouder VAN DER HORST zegt dat zij geen exacte termijn kan geven, maar dat zij hier zo snel mogelijk op terugkomt en licht voorts toe dat voor een deel van het centrum bewust geen bezoekersparkeren is gekozen vanwege de enorme drukte. Voor 65-plussers en mensen met een beperking bestaat wél een kraskaart.

Voor overige bezoekers zijn er volgens haar voldoende alternatieven, zoals P+R en openbaar vervoer. Lid HAVELAAR reageert dat hij het niet eens is met de wethouder. Hij schetst een voorbeeld van vrienden met jonge kinderen die vanuit Odijk naar Amsterdam willen komen, waarvoor het openbaar vervoer geen realistisch alternatief vormt. Volgens hem

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

vraagt het college 8 euro per uur voor een bezoek dat niet door parkeerdruk wordt veroorzaakt en dat op andere manieren kan worden opgelost. Hij stelt dat toeristen in het centrum veel parkeerruimte innemen en dat bewoners normalere bezoekersmogelijkheden moeten krijgen. Wethouder VAN DER HORST zegt bij haar standpunt te blijven dat er voldoende alternatieven zijn en dat autogebruik in het centrum niet verder moet worden gestimuleerd. De VOORZITTER stelt vast dat dit agendapunt voldoende is besproken. De voordracht staat geagendeerd voor de vergadering van 10 en 11 december en zal middellang worden besproken. Openbare Ruimte en Groen 9. Beschikbaar stellen tweede voorbereidingskrediet Oostbrug (VN2025-015803) De VOORZITTER deelt mede dat het onderwerp een raadsvoordracht betreft voor de vergadering van 10 en 11 december 2025. Lid IJMKER deelt mede dat er interesse inzake informatie over de Oostbrug. Het blijkt complexer dan gedacht. Zij maakt zich dan ook zorgen over de voortgang, vooral omdat het lijkt dat de nautische partners niet willen meewerken. Zij vraagt wat dit betekent voor de planning. Lid ASRUF sluit zich aan bij lid IJmker en licht toe dat het belangrijk is dat er vaart wordt gemaakt op dit dossier. De Oostbrug is cruciaal voor de bereikbaarheid van Noord.

Lid WIJNANTS sluit zich aan bij de woorden van lid Asruf en licht toe dat we zien dat het project langer zal duren en duurder zal worden dan nu geschat. De originele planning is 2034, maar gezien de complexiteit is 2038 realistischer. De huidige geschatte kosten zijn 450 miljoen euro, mogelijk oplopend tot 850 miljoen euro. Desondanks blijft het project noodzakelijk. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat dit project een prioriteit is. Het is complex door de vele betrokken partijen, waaronder nautische partners, Rijkswaterstaat en Port of Amsterdam. De planning blijft 2034 als streefdatum, maar er zijn nog veel onderzoeken lopende. Het eerstvolgende besluit is het definitiebesluit in de tweede helft van volgend jaar, inclusief inspraak. De wethouder licht toe dat er wordt gewerkt aan versnelling en goede samenwerking met alle partijen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 10. Bespreken van de raadinformatiebrief over de vaststelling van de Koele Groene Stratenkaart en afdoening toezegging in de raad van 2 april 2025 over Ontwerprichtlijnen HvA voor schaduwplekken (TA2025-000657) (VN2025-015473) Lid DE VOS informeert dat de groene stratenkaart inspirerende toekomstschetsen voor 2050 bevat, maar er ontbreekt financiering en concrete instrumenten om de

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

doelstellingen te realiseren. Hij vraagt wat gaat de wethouder doen om vaart te maken met de realisatie van groene straten. Lid VAN PIJPEN spreekt zich positief uit over het plan, maar benadrukt dat er een tekort is aan financiën. Zij licht toe dat er behoefte is aan een groot structuurplan waarin alle puzzelstukjes vallen en zij vraagt welke concrete uitvoering kan worden verwachten. Wethouder VAN DER HORST benadrukt dat dit een belangrijk instrument is om het beschikbare geld effectief te besteden. Zij licht toe dat de gemeente al volop bezig met vergroening, ecologisch beheer en giftvrije methoden. Het plan is onderdeel van de Strategie Strategisch Vergroenen en biedt richting voor toekomstige coalitieperiodes. Waar mogelijk zal worden blijven opgeschaald. Lid VAN PIJPEN bevestigt dat het opnemen van extra klimaatadaptatie in bestaande projecten logisch is, en dat dit past bij de afgesproken lijn voor de inzet van beschikbare middelen. Wethouder VAN DER HORST concludeert dat de middelen worden gebruikt om projecten klimaatadaptiever uit te voeren, zonder dat er losse projecten worden opgezet. Dit is effectiever dan aparte projecten uitvoeren. De VOORZITTER stelt dat het agendapunt voldoende is besproken. Het wordt geagendeerd voor een korte bespreking op 21 of 22 januari 2026. 11.

Bespreken van de afhandeling van de toezegging Laatste stand van zaken bomen Postjeskade (VN2025-015474) Lid VEENHOF geeft aan blij te zijn met het project, maar merkt op dat in de brief vooral over fracture pruning wordt gesproken, terwijl dit slechts één onderdeel van de pilot is. Hij vraagt aandacht voor de communicatie en stelt voor een andere projectnaam te gebruiken om duidelijkheid te geven bij toekomstige evaluaties. Daarnaast vraagt hij dat bij de evaluatie een vergelijking wordt gemaakt met de kosten van volledig kappen en herplanten. Lid DE VOS is positief over de pilot aan de Postjeskade en benadrukt dat het behouden van bomen belangrijk is. Vraagt nog om verduidelijking over de relatief hoge kosten in vergelijking met kandelaberen. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat de hogere kosten voortkomen uit de complexiteit van fracture pruning in vergelijking met kandelaberen. Er is meer voorbereidingstijd en ingewikkelder werk nodig. Ze benadrukt dat het project zorgvuldig en met stadsdeel West en bewoners wordt uitgevoerd. Mevrouw FABRIEK (stadsdeel West) geeft een toelichting op de uitvoering van de pilot en de ondergrondverbetering. Nodigt de commissie uit om bij toekomstige evaluaties de stand van zaken te komen bekijken. De pilot wordt voortaan aangeduid als “Pilot Populieren”.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

Lid VEENHOF bevestigt dat vergelijking met volledig herplanten meegenomen moet worden. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dit. De VOORZITTER stelt dat het agendapunt voldoende is besproken. Het punt wordt niet geagendeerd voor bespreking in de raad. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 12. Opvolging aanbevelingen Auke Bijlsma symposium (VN2025-015476) Lid ASRUF bespreekt het symposium over democratische controle bij grote projecten. Hij vraagt om reflectie en extra ondersteuning voor raadsleden bij toekomstige grote projecten, zoals Zuidasdok en de Oostbrug. Lid MOESKOPS begrijpt de keuze om geen nieuw symposium te organiseren, maar benadrukt dat aandacht voor ondersteuning van raadsleden nodig blijft, met name bij langdurige infrastructuur- en gebiedsontwikkelingsprojecten. Wethouder VAN DER HORST erkent de behoefte aan ondersteuning en rapporteert dat eerdere aanbevelingen worden opgevolgd via de regeling Grote Projecten. Geeft aan na te denken over aanvullende maatregelen voor de volgende raadsperiode. De VOORZITTER stelt dat het agendapunt voldoende is besproken. Het punt wordt niet besproken in de raad. 13. Raadsinformatiebrief Evaluatie en doorontwikkeling Houtwerf Amsterdamse Bos (VN2025-015472) Lid DE VOS vraagt kritisch naar de houtwerf.

Hij constateert dat 80 procent van het hout wordt versnipperd en vraagt hoe de houtwerf bijdraagt aan het onderhoud van het Amsterdamse bos. Lid VAN PIJPEN benadrukt dat het doel is om Amsterdams hout hoogwaardig binnen de stad te gebruiken. Vraagt om verduidelijking van investeringscijfers en het verloop van veilingen. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat de houtwerf primair een circulair systeem heeft. Hout dat niet geschikt is voor veiling wordt gebruikt voor eigen projecten of verwerkt tot snippers. Geeft aan dat het huidige overschot en opbrengsten beperkt zijn, maar er plannen zijn voor verbetering. Ze belooft terug te komen op de precieze verdeling van hout en capaciteit. Lid DE VOS vraagt of de opbrengst van de houtwerf voldoende is voor het onderhoud van het bos.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

Wethouder VAN DER HORST beklemtoont dat de houtwerf niet het volledige onderhoud kan dekken, maar wel bijdraagt aan circulair gebruik en aanvullende middelen oplevert. Lid VAN PIJPEN benadrukt de behoefte aan aanvullende informatie om de controlerende taak van de raad goed uit te voeren. De VOORZITTER stelt dat er behoefte is aan een korte bespreking van dit agendapunt op 21 en 22 januari 2026. Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 14. Bespreken van Voortgangsrapportage 2 van project Vernieuwing Station Amsterdam Lelylaan (VN2025-015475) De VOORZITTER deelt mede dat dit punt is afgevoerd. Toegevoegde bespreekpunt Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 15. Bespreken van de raadsinformatiebrief over deelscooters, deelbakfietsen, deelfietsen in hubs en het proces rond de uitwerking voor een regionaal systeem voor deeltweewielers (VN2025-015782) De VOORZITTER geeft aan dat dit punt geagendeerd is op verzoek van lid IJmker. Lid IJMKER geeft aan dat zij dit punt belangrijk vindt voor het vervolg van de discussie. Twee jaar geleden is in de raadsvergadering de nota deelvervoer besproken, waarbij diverse standpunten naar voren kwamen. Een van de uitkomsten was dat op initiatief van GroenLinks de deelscooters zouden worden verlengd, maar dat er over twee jaar opnieuw goed gekeken zou worden naar de effecten.

Volgens lid IJmker is het belangrijk te evalueren of de belofte dat deelscooters de auto vervangen, ook daadwerkelijk wordt waargemaakt. Zij merkt op dat de cijfers van de afgelopen twee jaar nog niet overtuigend zijn. Slechts 14 procent van de gebruikers geeft aan dat zij anders een auto hadden genomen, terwijl bijna 80 procent aangeeft dat het OV een alternatief had kunnen zijn en dertig procent zelfs had gelopen. De gemiddelde afstand van een ritje is drie kilometer, wat volgens haar ook goed te lopen of fietsen is. Zij constateert dat het gebruik in de buitenring is toegenomen, wat logisch is omdat daar voorheen geen deelscooters beschikbaar waren, maar zij vindt dat het beoogde effect nog niet volledig is bereikt. Zij uit ook zorgen over overlast, vooral buiten het centrum, en vraagt of er meer maatregelen mogelijk zijn om dit te beperken. Tot slot vraagt zij aandacht voor de duurzaamheid, aangezien onderzoek uitwijst dat een elektrische deelscooter meer vervuilend kan zijn dan een benzinescooter. Lid HAVELAAR geeft aan dat hij later de antwoorden terugluistert vanwege een eerdere afspraak. Hij wil een toezegging van de wethouder dat de huidige overeenkomst voor deelbakfietsen niet enkel wordt verlengd, maar dat er gekeken wordt naar aanpassingsmogelijkheden, zoals babyzitjes. Hij geeft aan dat het CDA verheugd is dat

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

de Pilot Buurthub stopt en stelt vragen over handhaving bij Donkey Republic, met name bij Centraal Station, en over de tarieven die marktconform zouden moeten zijn. Lid MOESKOPS benadrukt de mobiliteitsopgave in Amsterdam en wijst erop dat het college alternatieven biedt voor de auto, zoals deelscooters, die een betrouwbare optie vormen voor inwoners, ook in gebieden met minder OV-aanbod. Uit evaluaties blijkt dat de deelscooter een belangrijke rol speelt, met meer dan 2 miljoen ritten in het afgelopen jaar, en dat een op de zes ritten start of eindigt in de wijken waar extra aandacht nodig was. Dertig procent van de ritten wordt gecombineerd met het OV, en 14 tot 25 procent zou anders met de auto zijn gemaakt. Zij benadrukt dat aanbieders hebben voldaan aan alle eisen en dat het niet eerlijk is om hen nu te straffen; beter beleid van de gemeente is nodig als er verbeteringen mogelijk zijn. Zij erkent wel knelpunten, zoals overlast op specifieke plekken en te weinig hubs bij stations. Lid IJMKER reageert dat het belonen van aanbieders niet het doel is; het gaat erom doelstellingen te bereiken. Lid MOESKOPS antwoordt dat de pilot is opgezet om maximaal twee keer met een jaar te verlengen en dat het onjuist is om na het voldoen aan alle eisen alsnog de verlenging af te wijzen. Betere vragen en beleid zijn nodig, maar de dienstverlening moet blijven bestaan.

Lid ASRUF vraagt naar de cijfers over vervanging van ritten door OV, aangezien volgens het rapport 64 procent van de ritten anders met het OV zou zijn gemaakt. Lid MOESKOPS legt uit dat het meten van vervanging complex is, omdat gebruikers die geen auto hebben automatisch kiezen voor OV of lopen. Het feit dat 14 tot 15 procent anders de auto had genomen, vindt zij significant. Lid ASRUF verduidelijkt dat de vraag specifiek over het OV gaat: als 64 procent anders OV had gebruikt, is het dan wenselijk om te investeren in OV of juist alternatieven te ontwikkelen die OV buitenspel zetten? Lid MOESKOPS reageert dat 30 procent van de ritten een last mile vormt die het OV ondersteunt, en dat het systeem dus niet per se het OV kannibaliseert. Er zijn nog steeds knelpunten, zoals onvoldoende hubs en hoge kosten voor gebruikers. Overlast wordt verminderd door hubs en beperkingen van free floating scooters. Zij vraagt de wethouder te kijken naar uitbreiding van hubs en verdere beperkingen van free floating, zowel voor deze vergunning als voor toekomstige beleidsdoelstellingen. Ook benadrukt zij het belang van regionale samenwerking om deelmobiliteit goed te integreren in het OVnetwerk en de last mile te verbeteren. Zij concludeert dat zij voor verlenging van de vergunning is, onder voorwaarden van meer hubs, actieve klachtenaanpak en regionale afspraken.

Lid WIJNANTS vraagt hoe de verlenging met een jaar wordt gezien vanuit het perspectief van aanbieders, gezien de onzekerheid die het met zich meebrengt, en of een “verlenging light” mogelijk is.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 27 november 2025

MOW

Lid MOESKOPS antwoordt dat de afspraak met de aanbieders een vorm van betrouwbaarheid biedt, maar erkent dat er nog knelpunten zijn en dat dit jaar gebruikt moet worden om verbeteringen door te voeren, waarna verdere evaluatie volgt. Lid WIJNANTS dankt het college voor de evaluatie, waarin een overwegend positief beeld naar voren komt, zoals lid Moeskops eerder heeft geschetst. Hij constateert een politieke filosofische verdeling rondom het onderwerp deelscooters: aan de ene kant een sterke focus op maakbaarheid en voorschrijven van mobiliteit, aan de andere kant het geven van ruimte aan burgers om zelf te kiezen hoe zij zich verplaatsen. Hij geeft aan dat lid ASRUF deze analyse waarschijnlijk zal bevestigen. Hij reageert dat zijn beeld anders is. Hij merkt op dat hij publieke voorzieningen, zoals het openbaar vervoer, belangrijk vindt en vraagt zich af of de voorkeur ligt bij commerciële partijen die mobiliteit aanbieden of bij het OV. Lid WIJNANTS geeft aan dat hij nog haar verhaal wil afronden en wijst erop dat het volstrekt logisch is dat de overheid voorwaarden stelt aan partijen die de openbare ruimte gebruiken, zoals ook gebeurt bij het GVB. Hij benadrukt dat het gebruik van deelscooters nog aanzienlijk kan toenemen, zeker in drukke gebieden, en dat het verstandig is dat dit meer in een concessie wordt ingebouwd.

Hij vindt het positief dat het gebruik buiten de ring sterk groeit, met een verdubbeling of zelfs verdriedubbeling in sommige wijken, en dat klachten over de aanbieders zijn afgenomen door betere partijen en het hub-systeem. Tot slot verwijst hij naar de vervanging van OV-ritten door deelscooters, waarbij dit grotendeels afhankelijk is van de vraagstelling in enquêtes, en benadrukt dat het een interessante discussie is over keuzevrijheid versus voorschrijven van mobiliteit. Hij vraagt de wethouder ook hoe de verlenging van de vergunning met een jaar zo “light” mogelijk kan worden vormgegeven voor bestaande bedrijven, zodat zij hun bedrijfsvoering kunnen continueren en investeringen verantwoord kunnen doen. Lid ASRUF benadrukt dat voor de PvdA deelvervoer een alternatief moet zijn voor het openbaar vervoer en niet als vervanging mag gelden. Hij ziet positieve ontwikkelingen, zoals afname van klachten en meer gebruik in buitenwijken, maar wil graag meer inzicht in de redenen waarom mensen deelscooters gebruiken in plaats van OV. Hij vraagt de wethouder bij de volgende evaluatie informatie over de afwegingen van gebruikers en de beschikbaarheid van OV in verschillende wijken en tijden. Lid MOESKOPS reageert dat het onrealistisch is te denken dat ooit een systeem kan bestaan zonder last mile-problemen, en dat alternatieven nodig zijn zolang het OV dit niet volledig kan bieden.

Lid ASRUF erkent dit, maar wijst op een kip-en-ei-situatie: deelscooters kunnen de prikkel verminderen om in OV te investeren. Hij wil dat de volgende evaluatie hierover meer duidelijkheid biedt. Lid MOESKOPS merkt op dat investeren in OV geld- en infrastructureel gedreven is, terwijl aanbieders van deelscooters geen investering van de gemeente vragen. Lid ASRUF erkent dat het gebruik van de openbare ruimte voorwaarden rechtvaardigt, en vindt dat de gemeente op termijn ook financieel iets kan terugvragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16377783/2