2025.11.26 Conceptverslag commissie RO.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Raadscommissieverslag, 26 november 2025
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Woensdag 26 november 2025 van 13.30 uur tot 15.50 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 7 januari 2026
Voorzitter: Van Pijpen Plaatsvervangend voorzitters: -Portefeuillehouder(s): wethouder Van Weyenberg Commissiegriffier: Nieuwenhuis Commissieondersteuner: Dutilh Verslaglegging: Draaijer (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Keesman (PvdA), Minderhoud (PvdA), IJmker (GroenLinks), Van Munster (GroenLinks), Taj (GroenLinks), Veenhoff (GroenLinks), Taşliyurt (D66), Von Gerhardt (VVD), Emmerik (Partij voor de Dieren), Konings (Volt), Aboelkasem (DENK), Lochtenberg (CDA) en Noordman (Forum voor Democratie) Afwezige commissieleden (mk): Overige aanwezigen: Hermans (DB West)
ALGEMEEN DEEL 1a Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER heet iedereen van harte welkom, stelt vast dat er een quorum is en opent de vergadering. 1b Mededelingen Wethouder VAN WEYENBERG komt terug op een verzoek van het lid Wehkamp om tussentijds een update te geven over de participatiehandreiking. De wethouder geeft aan dat een tussentijdse update bijna net zoveel werk kost als een evaluatie en dat dat dus geen werkbare vorm is. Wethouder VAN WEYENBERG deelt mede dat de gemeente bij het behandelen van de begroting een toezegging heeft gedaan om 100.000 euro bij te dragen aan het Diemerbos. De wethouder vertelt in gesprek te zijn met de Provincie en de gemeente Diemen en erop terug te komen als er nieuws is. Wethouder VAN WEYENBERG meldt dat de rechtbank uitspraak heeft gedaan in een civielrechtelijke zaak die door Attica Immo B.V. in 2024 tegen de gemeente is aangespannen. Het bedrijf vorderde een vergoeding voor geleden schade als gevolg van een besluit van de gemeente uit 2021. In dit besluit heeft de gemeente met 1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
terugwerkende kracht de tussen 2008 en 2010 verleende omgevingsvergunningen voor het oprichten van een nieuw bedrijfsgebouw aan de Generaal Vetterstraat ingetrokken. De reden hiervoor was dat Attica naar het oordeel van de gemeente te lang geen gebruik had gemaakt van die vergunning en omdat ze niet meer voldeed aan de op dat moment geldende duurzaamheidseisen. De bestuursrechter had daar al eerder anders over geoordeeld en op 12 november heeft de rechtbank de gemeente veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan Attica van 6,6 miljoen euro, te vermeerderen met rente en proceskosten. De wethouder vertelt dat de gemeente zich nog beraadt op juridische vervolgstappen, maar dat hij dit feit alvast aan de raad wilde mededelen. Ook zal de wethouder bezien of uit deze kwestie lessen te trekken zijn. Wethouder VAN WEYENBERG deelt mede dat rond deze tijd de eerste resultaten werden verwacht van de pilot naar aanleiding van het initiatiefvoorstel 'Voldoende Ruimte voor Maatschappelijke Organisaties en Buurtgroepen in Transformerende en Nieuwe Stad' van het lid Minderhoud uit 2023. De wethouder legt uit dat wegens de complexiteit en wat klemmen in de ambtelijke capaciteit de eerste waarderingstafels pas in december worden verwacht. Het doel is om de uitkomsten in april 2026 met de raad te delen.
1c Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor om agendapunten 3, 5 en 7 te hameren en de vergadering gaat hiermee akkoord. Op verzoek van de leden Lochtenberg, Alberts en Veenhoff wordt agendapunt 11 doorgeschoven naar januari of februari 2026. De VOORZITTER meldt dat voor agendapunt 13 Thomas Hermans, lid van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel West, zal aanschuiven. De VOORZITTER deelt mede dat op de tentatieve vergaderorde agendapunt 14 per abuis was afgevallen. Het punt is weer aan de agenda toegevoegd. De agenda wordt vastgesteld. 1d Conceptverslag van de openbare RO-vergadering van 30 oktober 2025 Het verslag van de openbare RO-vergadering d.d. 30 oktober 2025 wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e Actielijst en langetermijnagenda’s, per portefeuille Er zijn geen aanmeldingen voor dit agendapunt. 1f TKN-lijst Op verzoek van de leden Lochtenberg en Von Gerhardt wordt tkn-stuk 1 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van de leden Emmerik en Veldhuyzen wordt tkn-stuk 2 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van de leden Emmerik, Von Gerhardt en Taj wordt tkn-stuk 4 geagendeerd voor de volgende vergadering van de commissie WV. 1g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
INHOUDELIJK DEEL 2a De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering en deelt mede dat vanaf nu de spreektijden gaan lopen. 2b Inspreekmoment publiek. Er hebben zich twee insprekers gemeld en ze krijgen beiden drie minuten spreektijd. Ook is er van de eerste inspreker een schriftelijke bijdrage ontvangen. Deze bijdrage is terug te vinden bij de stukken van agendapunt 2b. Bij agendapunt 14 en TKN 3 Eva BOLLEN spreekt op persoonlijke titel over Pexpo in de Van der Pekstraat. Pexpo stimuleert en ondersteunt creatieve initiatieven op een laagdrempelige manier en de bijdrage voor de deelnemers is altijd naar draagkracht. Inspreker vertelt dat Pexpo samen met dertien andere belangrijke initiatieven in Amsterdam Noord dreigt te verdwijnen. Inspreker wijst op de ambities van de raad, die onder andere blijken uit het rapport 'De complete stad' en de prestatieafspraken met corporaties. Tegelijkertijd constateert inspreker dat initiatieven als Pexpo niet voorkomen in het jaarverslag van Ymere. Inspreker vindt dat dit patroon schuurt omdat jonge, enthousiaste creatievelingen met tenders naar schaarse ruimtes in transitiegebieden worden gelokt. Als de transitie vervolgens bijna voltooid is, moeten de initiatiefnemers weer vertrekken. 'Broedplaats is bouwplaats' is volgens inspreker in dit verband een bekende uitspraak in Amsterdam Noord.
Inspreker noemt een aantal kleinschalige initiatieven die heel belangrijk zijn en doet een dringend beroep op de raad om meer de regie te nemen voor het behoud van deze bijzondere plekken in de stad. Het lid EMMERIK vraagt of inspreker de uitspraak 'broedplaats is bouwplaats' kan toelichten. Inspreker BOLLEN legt uit dat leuke, spontane, laagdrempelige initiatieven moeten wijken voor bouwactiviteiten en noemt NDSM als voorbeeld. Inspreker noemt deze gang van zaken niet kies. Het lid KONINGS vraagt hoe lang het contract van Pexpo nog loopt en of de organisatie met de gemeente of Ymere in gesprek is over een nieuwe locatie. Inspreker BOLLEN antwoordt dat Pexpo per 1 januari aanstaande moet vertrekken. Er lopen gesprekken met de gemeente en het stadsdeel is welwillend, maar Ymere houdt zich erg afzijdig. Er is een nieuwe aanbieding voor een locatie aan de IJ-oever, maar Pexpo vindt dat een ongeschikte locatie omdat daar de dure kunstinstellingen zitten. Bovendien wil Pexpo midden in de wijken zitten. Het lid MINDERHOUD vraagt hoe de gesprekken met het stadsdeel verlopen en wat er in de tussentijd gedaan kan worden om voor de korte termijn een geschikte locatie te vinden. Ook is het lid benieuwd wat een Pexpo zelf een ideale locatie vindt voor de lange termijn.
Inspreker BOLLEN legt uit dat Pexpo nu moet wijken vanwege een renovatie en dat het ideaal zou zijn om op dezelfde locatie terug te komen. De aanbiedingen van Ymere zijn tot dusver niet realistisch of haalbaar voor Pexpo. Het lid TAJ vraagt of er zicht is op een alternatieve locatie en houdt het antwoord van inspreker BOLLEN nog te goed, eventueel tijdens de volgende schorsing. Bij agendapunt 15 Koen DE LANGE spreekt in namens Stichting Erfpachters Belang Amsterdam (SEBA). Inspreker schetst dat SEBA begin dit jaar op basis van gegevens van de gemeente een analyse heeft gepubliceerd waaruit blijkt dat er problemen zijn bij veel erfpachters bij het einde van een tijdvak of bij de canonherziening. Deze problemen doen zich met name voor in de buitenwijken van Amsterdam. Na de reactie van het college en het daaropvolgende raadsadres van SEBA is er nu een antwoord gekomen van het college, dat volgens inspreker niet de kern raakt. De kern is namelijk dat veel 3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
huiseigenaren op erfpachtwoningen geconfronteerd gaan worden met een hefboom in het grondwaardebeleid. Hierbij gaat de afkoopsom van 9000 euro omhoog naar 109.000 euro. Het college stelt dat de aantallen niet kloppen, maar is daar volgens inspreker niet concreet over, zodat nog steeds niet duidelijk is om hoeveel huiseigenaren het gaat. Voor SEBA is het niet zozeer van belang over hoeveel mensen het gaat, maar dat het een groot en actueel probleem is. Het college heeft daar inhoudelijk niet op gereageerd en nu komen de komende jaren duizenden Amsterdammers in grote financiële problemen. Inspreker noemt de raad hier verantwoordelijk voor en meent dat de raad zijn hoofd in het zand blijft steken. Het lid LOCHTENBERG ziet dat dit vraagstuk mensen in alle wijken en van alle politieke stromingen raakt. Het lid vraagt of inspreker vindt dat erfpachters goed zijn geïnformeerd, met name over de hefboomwerking. Inspreker DE LANGE antwoordt dat dat niet het geval is. Het beleid is dat erfpachters voor het einde van een tijdvak een aanbieding moeten krijgen voor canonherziening, en een aanbieding voor een overstap naar eeuwigdurende erfpacht. In de praktijk krijgen mensen vaak maar een enkele aanbieding met een deadline.
Deze mensen trekken op advies van SEBA aan de bel bij de gemeente om een overstapaanbieding, maar in deze brief wordt niet uitgelegd dat er een hefboomwerking in de regeling zit en hoe deze werkt. 2c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten te melden. 2d Rondvraag Het lid VEENHOFF refereert aan de mededeling van wethouder Van Weyenberg over de participatiehandreiking. Het lid meldt dat er een rechtszaak loopt over onder andere het hanteren van de participatierichtlijnen en vraagt of de raad in ieder geval geïnformeerd kan worden over de uitkomsten van deze rechtszaak. Wethouder VAN WEYENBERG zegt toe dat als er uit deze rechtszaak jurisprudentie ontstaat, dat schriftelijk of mondeling met de raad te delen. BESPREEKPUNTEN Financiën 3 Vaststellen van de Najaarsnota 2025 (VN2025-016288) Dit agendapunt wordt gehamerd. Grond en Ontwikkeling 4 Aanpassen van het woningbouwprogramma Sluisbuurt, Zeeburgereiland (VN2025015149) Het lid MINDERHOUD complimenteert om te beginnen de wethouder met de prestatie van het omzetten van woningen naar het veelgevraagde middensegment. Het lid zet uiteen dat het soort woningen waar het om gaat alleen voor de eerste koper betaalbaar is, maar dat het niet gezegd is dat de woningen daarna nog binnen het segment blijven. Het lid VON GERHARDT vraagt in een interruptie waar het lid Minderhoud deze aanname op baseert.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
Het lid MINDERHOUD antwoordt dat de woningen nu betaalbaar zijn, maar door de eigenaar vervolgens met winst kan worden verkocht. Het lid VON GERHARDT vindt dat het lid Minderhoud suggereert dat het om woningen gaat die met belastinggeld goedkoop worden gehouden. Het lid MINDERHOUD ontkent dat en legt uit dat het een probleem kan worden dat een koper die het geluk heeft een betaalbare woningen te bemachtigen de woning kan verkopen voor een bedrag waardoor de woning niet meer bereikbaar is voor kopers die zoeken in dit segment. Het lid VON GERHARDT wijst erop dat alle woningen in het land met de jaren duurder worden. Het lid MINDERHOUD herhaalt dat het gevaar dreigt dat de woning op een gegeven moment wegdrijft uit het initiële prijssegment. Het lid wil graag van de wethouder weten of er binnen andere ontwikkelgebieden ook dit soort omzettingen plaats kan vinden. Het lid VON GERHARDT merkt op dat de PvdA alleen nog maar huurwoningen wil, zodat alles gereguleerd kan worden. Het lid MINDERHOUD antwoordt dat de PvdA zoveel mogelijk betaalbare woningen nastreeft en dat koopwoningen daar een minder grote bijdrage aan leveren. Het lid VON GERHARDT concludeert dat in de optiek van de PvdA alleen huishoudens met een inkomen tot 80.000 euro nog in aanmerking komt voor een woning in Amsterdam.
Het lid MINDERHOUD zegt dat alle mensen die voldoende geld hebben om een woning te kopen terecht moeten kunnen op de markt. Tegelijkertijd heeft de grootste groep Amsterdammers behoefte aan een betaalbare woning en als de markt dat gaat regelen vallen deze mensen volgens het lid buiten de boot. Het lid VON GERHARDT ontkent dat deze mensen op de markt terecht kunnen en stelt dat door de 40-40-20-regeling het segment koopwoningen tussen 405.000 euro en 600.000 euro verdwijnt. Het lid MINDERHOUD bestrijdt dit en wijst op het aanbod op Funda. Overigens vindt het lid een woning van 600.000 euro een duurdere woning. Het lid TAŞLIYURT meent dat de gemeente wel de mogelijkheid heeft om aan knoppen te draaien om te voorkomen dat betaalbare woningen snel met winst doorverkocht worden en is benieuwd hoe het lid Minderhoud dat ziet. Het lid MINDERHOUD denkt dat zo'n kettingbeding er in Amsterdam niet is voor betaalbare koopwoningen. Wel is er een anti-speculatiebeding dat bepaalt dat een woning onder een bepaald bedrag niet binnen vijf jaar na aankoop doorverkocht mag worden. Het lid herhaalt dat het punt van zijn betoog is dat een woning die voor de eerste keer doorverkocht wordt in prijs kan zijn gestegen door invloeden waar de eerste koper niets mee van doen heeft. De meerwaarde komt toe aan de eerste koper en de woning verdwijnt naar een segment dat voor veel mensen onbereikbaar is.
Het lid VEENHOFF deelt mede het voorstel goed te snappen. Wel ziet GroenLinks dat dit project de grootste dichtheid heeft die de gemeente ooit heeft gebouwd en de fractie heeft daar wat zorgen over. Het gaat om 200 woningen per hectare, wat het dubbele is als bijvoorbeeld op het Java-eiland. Aan dit aantal worden nog eens 289 woningen toegevoegd en dat doet iets met de voorzieningen en het groen. Het lid vindt de oplossing daarvoor in de raadsbrief daarover te summier en vindt dat daar nu al over nagedacht moet worden. Het lid is er niet van overtuigd dat de rekensom van het college sluitend is en vraagt om een betere onderbouwing. Het lid VON GERHARDT begrijpt de overwegingen van de wethouder om woningen op deze manier om te zetten. Het bezwaar van de VVD zit in het feit dat er is gekozen om er huurwoningen te maken. Het lid wijst erop dat er grote behoefte is aan koopwoningen rond de 500.000 à 550.000 euro en vraagt of de wethouder heeft overwogen om de woningen op deze manier in te zetten. Het lid 5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
MINDERHOUD vraagt waar de VVD het idee vandaan heeft gehaald dat er grote behoefte is aan de woningen die het lid Von Gerhardt noemde. Volgens het lid staat in de laatste versie van de WiA dat er juist behoefte is aan woningen in het middensegment. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat de wethouder dit enige tijd geleden in een brief heeft geschreven, en in dezelfde brief stelde dat een groot gedeelte van de nieuwbouw verdwijnt. Het lid legt uit dat er tussen het gereguleerde gedeelte en de vrije sector van 800.000 een gat zit en vindt dat dat gat gedicht moet worden. Het lid vraagt zich af of dit project niet juist geschikt is om dat gat te dichten. Het lid MINDERHOUD stelt dat het genoemde pleidooi van de wethouder ging over een middenhuursegment plus en dat dat niet overeenkomt met koopwoningen van 550.000 euro. Ook zijn de vaste lasten bij een woning van 550.000 euro volgens het lid aanmerkelijk hoger dan de woonlasten in het segment waar de wethouder in de brief over schreef. Het lid VON GERHARDT weerspreekt dit en stelt voor om te vragen wat de wethouder hierover denkt. Ook stelt het lid dat uit de WiA-cijfers waarnaar het lid Minderhoud verwees blijkt dat 70 procent van de Amsterdammers het liefst een huis zou willen kopen.
Het aanbod koopwoningen in Amsterdam ligt aanmerkelijk lager dan het landelijk gemiddelde en dat is volgens het lid een reden dat de prijzen van koopwoningen stijgen. Het lid herhaalt de vraag hoe de wethouder dit ziet. Het lid MINDERHOUD rekent voor dat een woningen van 405.000 euro in dit project 30 vierkante meter beslaan en dat is te klein. Voor een gezin is er minimaal 70 vierkante meter nodig en daarmee zou een woning 55 procent stijgen en daarmee is de woning niet meer bereikbaar voor de doelgroep van het lid Von Gerhardt. Het lid meent dat er dan beter in het middensegment gebouwd kan worden. Het lid VON GERHARDT zegt dat een markt die voor 80 procent gereguleerd is geen woningmarkt is maar een sterk gereguleerde markt. Het bredere pleidooi van het lid is dat er een groot gat is ontstaan tussen wat er gereguleerd is en het vrije segment en dat daardoor een grote groep huizenkopers buiten de boot valt in Amsterdam. Dat is volgens het lid slecht voor de doorstroming. Mensen die toe zijn aan een duurdere woning, laten een betaalbare woning achter. Daardoor komt er een beweging op gang waarbij ook meer sociale huurwoningen vrijkomen. Wethouder VAN WEYENBERG verduidelijkt dat het gaat om 209 woningen per hectare. Het gaat om een hoogbouwgebied en voor het park dat de gemeente hier beoogt zijn al vergelijkingen gemaakt met Battery Park in Manhattan.
Wat betreft het geplande groen wordt volgens de wethouder net aan de norm voldaan omdat ook het groen op de kavels mag worden meegeteld. De wethouder legt uit dat er lang is nagedacht over de invulling van de extra ruimte die was ontstaan door het kleiner maken van de woningen en benadrukt dat hij zich zorgen maakt over het segment betaalbare koop en dat er geen sprake van is dat hij geen koopwoningen wil bouwen. De prijzen van de woningen zijn volgens de wethouder marktconform en de eerste koper ontvangt geen subsidie van de gemeente. De wethouder ziet dat de koopprijzen de afgelopen jaren sterker zijn gestegen dan de inflatie, maar stelt dat dat geen natuurwet is en dat dit ook andersom kan zijn. De wethouder vertelt dat er is geprobeerd om zo dicht mogelijk bij de woonprogrammering te blijven en er is niet geprobeerd de woningen naar de vrije sector te halen. De verdeling voor dit project was, zoals eerder door de raad aangegeven, 40-35-25 en als er ruimte over was konden er 140 sociale woningen bij worden gebouwd. De wethouder heeft er daarnaast 144 vrijesectorwoningen naast laten zetten, waarbij de ruimte tussen koop en huur is vrijgelaten, omdat de vrije sector serieus geld oplevert voor de gemeente. Daarnaast zijn er vijf rolstoelvriendelijke woningen toegevoegd.
De wethouder geeft toe dat dit alles ten koste gaat van het percentage woningen in het middensegment, maar wijst erop dat deze woningen gemiddeld 50 vierkante meter bedragen in plaats van 30 vierkante meter. De wethouder ziet dat het Zeeburgereiland in korte tijd een aantrekkelijke buurt is geworden en vertelt dat ervoor is gekozen om in het project geen studentenwoningen op te nemen omdat er 6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
al relatief veel jongeren- en studentenwoningen in het gebied zijn. De wethouder constateert dat er in Amsterdam een grote behoefte is aan sociale huurwoningen. Ook is er als gevolg van de 40-40-20-regeling een gat ontstaan boven deze gereguleerde inkomensgrens van ongeveer 80.000 euro en de vrije sector. Deels is dat op te lossen door woningen in het middensegment plus, maar de wethouder wil nu niet ingaan op de technische vraag van welke andere sector dit segment afgetrokken zou moeten worden, dat is voor de campagnedebatten en daarna voor een nieuw college. Wel wijst de wethouder op het belang van doorstroming en hij legt uit dat er op het moment veel mensen die te duur huren omdat er in hun segment niet voldoende woningen beschikbaar zijn. Tweede termijn Het lid VEENHOFF constateert dat door het dichtbouwen het extra groen dat eerder in de openbare ruimte was voorzien wegvalt en elders gecompenseerd moet worden. Het lid vraagt een onderbouwing op papier van hoe dit opgelost gaat worden. Wethouder VAN WEYENBERG blijft erbij dat het er nu verantwoord uitziet, wat volgens hem is bevestigd door mensen die de buurt goed kennen. De ligging langs het water draagt hieraan bij. Het belang van het bouwen van grotere woningen voor honderden mensen is groot en dat kan alleen worden betaald door woningen toe te voegen.
De wethouder zegt toe transparantie te verschaffen en dat de cijfers gedeeld zullen worden met de raad. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking op de volgende raadsvergadering. 5 Gedeeltelijk opheffen van geheimhouding op een verslag van een ambtelijke financiële werkgroep uit 2015 (VN2025-015789) Dit agendapunt wordt gehamerd. 6 Gedeeltelijk opheffen van geheimhouding op overeenkomsten met bijlagen en niet opheffen geheimhouding op bijlage bij beantwoording schriftelijke raadsvragen (VN2025015351) De VOORZITTER licht toe dat het om een raadsvoordracht gaat en benadrukt dat de stukken geheim zijn. Vragen kunnen in de openbaarheid gesteld worden, maar de voorzitter verzoekt in de bijdragen geen geheime zaken te delen. Het lid LOCHTENBERG constateert dat het gaat om een Woo-verzoek van februari 2022 en vraagt of er procesmatige onvolkomenheden zijn geweest waardoor de openbaarmaking zo lang op zich heeft laten wachten. Het lid vraagt of deze onvolkomenheden in de toekomst mogelijk voorkomen kunnen worden. Volgens het lid vragen de verzoekers om openbaarmaking van de REOK en maken zij zich vooral zorgen of ze een plek kunnen terugkrijgen in het verbouwde Food Center Amsterdam. Het lid vindt het wegnemen van angsten belangrijker dan het openbaar maken van stukken en vraagt of de wethouder daartoe een mogelijkheid ziet.
Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat met de tijd is gebleken dat er meer openbaar kan worden gemaakt dan eerder gedacht. Inhoudelijk ziet de wethouder de rol van de gemeente als tweeledig. De wethouder spreekt met alle partijen, zonder in de formele rollen van anderen te treden, en wil niet spreken over zaken waarin hij geen bevoegdheid heeft. Het staat iedereen vrij te kiezen welke instrumenten tot voortgang hij wil gebruiken. 7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
Het lid LOCHTENBERG bedankt de wethouder voor wat hij doet. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen om op de volgende raadsvergadering gehamerd te worden. Ruimtelijke Ordening 7 Benoemen van de leden van de Commissie Omgevingskwaliteit (VN2025-013982) Dit agendapunt wordt gehamerd.
8 Bespreken van het initiatiefvoorstel Amsterdam 800: Elke dag Feest op de Ring van de leden Van Munster, IJmker en Veenhoff (VN2025-015908) De VOORZITTER licht toe dat initiatiefnemers bij een initiatiefvoorstel maximaal drie minuten technische tijd krijgen om het voorstel toe te lichten. Commissieleden kunnen vervolgens verduidelijkende vragen stellen en de voorzitter benadrukt dat dit de enige mogelijkheid is om dat te doen. Toelichting en vragen Het lid VEENHOFF nodigt de raad uit om ver vooruit te durven kijken en daarin urgentie te voelen. Het lid kijkt terug op het Festival Op de Ring van 21 juni jongsleden, toen de ring A10 voor een dag werd vrijgemaakt voor Amsterdammers en een podium was voor sport, kunst en muziek. Veel mensen hebben kunnen ervaren wat er allemaal mogelijk is op de ring. Het lid licht toe dat het initiatiefvoorstel voortbouwt op het voorstel 'Geen snelweg, maar huizen' uit 2021. Genoemd voorstel vraagt om een gefaseerd onderzoek naar een andere inrichting van de Ring West. Een doel hiervan is om te zorgen dat de stadsdelen West en Nieuw-West beter worden verbonden. Anderzijds vraagt het voorstel om te kijken wat er mogelijk is om extra woningen te realiseren zonder de fysieke ruimte en de geluidshinder van de ring. Het lid ziet dat er in het gebied al goed openbaar vervoer is. Ook de luchtkwaliteit is een aandachtspunt.
Het lid vindt het tijd om vooruit te kijken en een plan te maken. Het lid IJMKER zet uiteen dat de initiatiefnemers onder andere zijn geïnspireerd door de Groene Loper in Maastricht. Daar is de A2 deels ondertunneld, wat een gunstig effect heeft op de luchtkwaliteit aldaar. Ook is de geluidsoverlast afgenomen en de komende jaren worden er meer dan duizend huizen gebouwd. Het lid vertelt dat de voorbereidingen in Maastricht al in 2003 zijn begonnen en ziet dat als een aansporing om nu na te gaan denken over hoe Amsterdam er over 30 of 50 jaar uit moet zien. Het lid noemt ook Groningen, Parijs en Amsterdam Zuidoost als voorbeelden. In het initiatiefvoorstel is volgens het lid een belangrijk onderdeel om het effect op de verkeerscirculatie mee te nemen in het onderzoek, omdat er voorzien wordt dat er een verschuiving gaat plaatsvinden richting de buitenring van de A9 en de A5, met als gevolg dat de A10 een binnenstedelijke weg wordt. Ook is het noodzakelijk om de regionale en landelijke partners goed te betrekken. Het lid VON GERHARDT vraagt wat het verschil is tussen dit voorstel en het initiatiefvoorstel uit 2021 en wat er uit het nieuwe onderzoek moet blijken wat destijds niet is ontdekt. Het lid IJMKER legt uit dat dat voorstel in de raad is besproken maar nooit is ingediend. Het onderzoek waar destijds om verzocht werd is dus nooit uitgevoerd.
Het lid VON GERHARDT merkt op dat een onderzoek kan leiden tot een investering van miljarden euro's en vraagt of GroenLinks bereid is om daar geld voor vrij te maken. Het lid wijst op het feit dat er al honderden jaren wordt gezocht naar geld om 8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
twee bruggen over het IJ te bouwen en vraagt zich af of het hier niet gaat om een onderzoek om het onderzoek, of dat er geld komt om het waar te maken. Volgens het lid IJMKER is het doel van een onderzoek om een afweging te kunnen maken en dat daarbij niet alleen gekeken wordt naar wat het kost, maar ook wat het oplevert. Om die afweging te kunnen maken zijn er feiten nodig. Het lid TAŞLIYURT vraagt of het lid IJmker weet hoeveel voertuigen er dagelijks op de A10 rijden. Het lid IJMKER antwoordt dat niet uit te hoofd te weten. Het lid TAŞLIYURT vindt dit essentiële basisdata voor het starten van een studie naar een specifieke locatie. Het lid IJMKER wijst op de uitleg van het lid Veenhoff waarom er voor de A10 West wordt gekozen. Deze weg gaat dwars door de stad en verwijdert twee stadsdelen van elkaar. Het lid benadrukt dat het effect op verkeer een belangrijk onderdeel van het onderzoek is. Het lid TAŞLIYURT wijst erop dat de A10 valt onder de rijksinfrastructuur en vraagt waarom aan de gemeente wordt gevraagd een onderzoek uit te voeren dat in feite alleen door het Rijk kan worden geïnitieerd, gefinancierd en uitgevoerd. Het lid IJMKER stelt dat iemand het initiatief moet nemen en het voorstel doet omdat Amsterdam erg veel belang heeft bij dit plan. Het lid TAŞLIYURT vraagt of er al gesprekken zijn gevoerd met Rijkswaterstaat en wat daarvan de houding is.
Het lid IJMKER vindt dit een mooie vraag voor de wethouder. Het lid NOORDMAN juicht verbetering van de luchtkwaliteit toe, maar wijst op de ontwikkeling van elektrische en zelfrijdende auto's. Het lid vraag of er rekening mee wordt gehouden dat het probleem van de luchtvervuiling wellicht in de toekomst is opgelost. Het lid IJMKER antwoordt dat elektrisch rijden hopelijk een gunstig effect heeft op de luchtkwaliteit, maar dat de andere argumenten voor het voorstel ook bij een verbeterde luchtkwaliteit standhouden. Het lid NOORDMAN vraagt of de initiatiefnemers ondanks het zwaartepunt op het openbaar vervoer het belang erkennen van de vrijheid om de auto te pakken en de snelweg op te gaan. Het lid IJMKER noemt dit een leuke discussie voor de commissie MOW en legt uit dat de initiatiefnemers niet bedoelen dat de volledige weg moet verdwijnen, maar bijvoorbeeld getransformeerd of afgewaardeerd moet worden naar een stadsweg, met als gevold goede gezondheidseffecten en meer ruimte. Het lid wijst erop dat er nog andere wegen lopen in het gebied en dat het openbaar vervoer er al rijdt. Eerste termijn Het lid VON GERHARDT vraagt of de economische impact op de bedrijvigheid die kan ontstaan als de weg wordt afgewaardeerd wordt meegenomen in het onderzoek.
Wethouder VAN WEYENBERG wil los van het debat en de al gegeven schriftelijke reactie nog kwijt dat hij een initiatiefvoorstel een mooi instrument vindt van de raad. De wethouder vertelt dat het college met deze initiatiefnota beter uit de voeten kan dan met de vorige, omdat het een vergezicht schetst in het volle bewustzijn van wat er allemaal voor nodig is en hoeveel uitzoekwerk het vergt. De wethouder meent dat het niet gaat om een onderzoek omwille van het onderzoek en dat je het exacte eindpunt niet hoeft te weten voordat je een onderzoek uitvoert. In de bestuurlijke reactie heeft het college gesteld met een eerste ronde te willen starten om te kijken wat er scherp kan worden gekregen. De wethouder verwacht tot en met het tweede kwartaal van 2026 nodig te hebben voor deze inventarisatie en daarna zal in afstemming met het nieuwe college worden gesproken over het vervolg. De wethouder beaamt dat dat in goede samenwerking met het Rijk moet gebeuren. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking op de raadsvergadering van januari.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
Grond en Ontwikkeling 9 Bespreken van het initiatiefvoorstel Herstel niet onderbouwde prijsverhogingen erfpacht bij (zolder) bergingen van het lid Havelaar (VN2025-016272) De VOORZITTER licht toe dat dit agendapunt is geagendeerd op verzoek van de initiatiefnemer en dat het lid Lochtenberg hierover het woord zal voeren. Het lid LOCHTENBERG licht toe dat de gemeentelijke directie Grond en Ontwikkeling vanaf eind 2015 een prijsverhoging in rekening bracht aan de erfpachters die zolderbergingen gebruikten als woonvertrek. Deze verhoging was niet gebaseerd op nieuw beleid en waar de gemeenteraad niet over werd geïnformeerd. Dit raakte volgens documenten die zijn verkregen met de Wet open overheid mogelijk 3700 woningen en de prijsverhogingen liepen volgens voorbeeldberekeningen op tot 50.000 euro per berging. Het lid vertelt dat ambtenaren aan hebben gegeven dat de prijsverhoging juridisch onvoldoende was onderbouwd en dat eigen onderzoek van het CDA heeft aangetoond dat de verhoging mogelijk in strijd was met het beleid. Na november 2023 is Grond en Ontwikkeling volgens het lid gestopt met deze uitvoeringspraktijk zonder eerdere gevallen terug te draaien. Het lid legt uit dat het CDA zich niet alleen zorgen maakt over het gebrek aan onderbouwing voor de prijsverhogingen, maar ook over de bedrijfscultuur waarbinnen dit mogelijk was.
Het voorliggende initiatiefvoorstel pleit voor een onafhankelijk onderzoek naar restitutie van te veel betaalde erfpacht en naar erfpachters die vanwege deze hoge kosten af hebben gezien van de overstap naar eeuwigdurende erfpacht. Het lid is verheugd om uit de bestuurlijke reactie van de wethouder te hebben vernomen dat dit onderzoek al is uitgevoerd en dat het om een kleiner aantal woningen lijkt te gaan dan eerder is aangenomen. Het CDA pleit voor herstel voor de benadeelden en voor waarborgen om dit soort misstanden in de toekomst te voorkomen. Het lid toont zich verheugd dat de gemeente de landelijke 'Handreiking Algemene Erfpachtbepalingen voor gemeentelijke erfpacht bij particuliere woonbestemmingen' uit 2024 mee gaat nemen bij het formuleren van nieuw beleid en vertelt het initiatiefvoorstel verder te willen brengen door het schrappen van voorstellen die al gerealiseerd zijn en een paar voorstellen opnieuw te formuleren. Eerste termijn Het lid LOCHTENBERG wijst erop dat in stukken is gesproken over 3.700 woningen en 600 bergingen. Het lid is het door de wethouder in de reactie genoemde aantal van 150 niet tegengekomen en vraagt of de wethouder hier duidelijkheid over kan geven. Verder vraagt het lid langs welke lijnen de wethouder een herstelregeling voorziet en wanneer de erfpachters deze kunnen verwachten.
Wethouder VAN WEYENBERG benadrukt het woord 'misstanden' niet te willen gebruiken. Wat betreft de aantallen licht de wethouder toe dat er 150 gevallen zijn waar er zorg is of het goed is gegaan. Dat aantal is tot stand gekomen door van alle dossiers met deze bestemmingswijziging met meerwaarde de commerciële rechten en wijzigingen van commercieel naar wonen af te trekken. Er bleven 150 woningen over waar de wijziging van wonen naar wonen ging en daarbij is gekeken of er sprake was van een nieuwe zelfstandige woning in combinatie met berging. De wethouder stelt dat er niet in al deze gevallen sprake is van ongelijke behandeling en dat morgen wordt begonnen met het doornemen van deze 150 dossiers. De wethouder verwacht de uitkomst hiervan in de eerstkomende raadsinformatiebrief over de erfpachtontwikkelingen te kunnen bekendmaken en dat is vermoedelijk in februari 2026. De wethouder zegt dat er indien nodig met terugwerkende kracht gecorrigeerd wordt. Tweede termijn
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
Het lid LOCHTENBERG spreekt zijn dank en waardering uit voor de antwoorden en over de herstelregeling. Het lid vraagt of er ook dossiers zijn waarbij er bergingen met een binnentrap zijn verbonden met zolderkamers. Ook wil het lid graag weten of er nog op een andere manier wordt gecommuniceerd, naast de een-op-een communicatie waar de wethouder het over had. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat de gevallen waar sprake is van een binnentrap niet vallen onder de 150 dossiers die nu worden bekeken. Verder deelt de wethouder mede dat de gemeente zelf contact opneemt met erfpachters bij dossiers waarbij blijkt dat het niet goed is gegaan. Het lid LOCHTENBERG meldt het initiatiefvoorstel aan te gaan passen. De VOORZITTER spreekt de verwachting uit dat het lid het voorstel te zijner tijd zelf inbrengt voor bespreking in de raad en sluit het agendapunt. Ruimtelijke Ordening 10 Bespreken van het Jaarverslag 2023-2024 van de Commissie Omgevingskwaliteit (VN2025-015830) Het lid VEENHOFF signaleert dat er uit diverse hoeken een oproep komt om iets te doen aan het beleid omtrent woonkwaliteit, met name in gebouwen. Het lid vertelt een tentoonstelling te hebben bezocht over Mooi Mokum en refereert aan een onderzoek van de afdeling R&D waaruit blijkt dat veel onderzochte woningen eenzijdige oriëntatie hebben.
Dat houdt in dat de woningen aan een kant van een gebouw gelegen zijn en dat meer dan de helft bestaat uit corridorwoningen. Het lid noemt het opmerkelijk dat de Commissie Omgevingskwaliteit nu een oproep doet voor criteria en constateert dat er hierover in het Bouwbesluit niets geregeld is. Optische elementen kunnen grond tot weigering zijn, maar bijvoorbeeld het ontbreken van een raam in de slaapkamer niet. Het lid vertelt bezig te zijn met het schrijven van een stuk hierover, maar dat dat nog wel een jaar op zich kan laten wachten. Het lid is benieuwd waar de gemeente nu staat. Het lid EMMERIK sluit zich deels aan bij de woorden van het lid Veenhoff en noemt het huidige uitgangspunt van de commissie, dat het een taak voor de komende jaren is om te komen tot duidelijke criteria voor woonkwaliteit en duurzaam bouwen, erg vrijblijvend. Het lid wijst erop dat er momenteel enorme stadsdelen worden gebouwd en dat er nu behoefte is aan harde, toetsbare criteria voor zaken als woonkwaliteit en duurzaamheid en niet over een paar jaar. Het lid vraagt wanneer de Nota Omgevingskwaliteit wordt verwacht en of de criteria in deze nota bindend worden. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat de term 'omgevingskwaliteit' die nu vanuit de Omgevingswet wordt gebezigd, vroeger de Welstandsnota was.
De eerste stappen in het opstellen van de Amsterdamse nota zijn volgens de wethouder nu gezet, en daarna wordt gekeken of er criteria voor bijvoorbeeld woonkwaliteit en duurzaam bouwen in moeten worden opgenomen of dat daar elders al in wordt voorzien. De wethouder wil een goede balans houden in de regeldruk en niet lokaal landelijke regels toevoegen. De wethouder legt uit dat woonkwaliteit en duurzaamheid door alle subcommissies van de Commissie Omgevingskwaliteit sinds 1 januari 2024 worden meegenomen in de advisering. Ze zijn geen weigeringsgrond, maar komen wel aan bod. De wethouder vertelt dat er iedere vier weken afstemming is met ambtenaren om knelpunten te signaleren, en dat er een handreiking in de maak is rond duurzaam renoveren. De wethouder vindt dit niet, zoals het lid Emmerik stelde, vrijblijvend maar stelt dat er zorgvuldig wordt gekeken. De wethouder kan niet precies aangeven wanneer er hierover meer informatie kan worden gegeven maar herkent wel dat het Bouwbesluit bepaalde zaken niet bevat. De VOORZITTER sluit het agendapunt. 11 11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
Bespreken van de raadsinformatiebrief en het onderzoeksrapport verzakking Van Eeghenstraat 94-96-98 (VN2025-015831) Dit agendapunt wordt op verzoek van de leden Lochtenberg, Alberts en Veenhoff doorgeschoven naar januari of februari 2026. Openbare Ruimte en Groen 12 Bespreken van de raadsinformatiebrief over de uitvoering van de motie behoud veenweidegebied aan de Spaarndammerdijk (VN2025-015832) De VOORZITTER deelt mede dat bestuurder Hermans van stadsdeel West voor dit agendapunt aanschuift. Het lid EMMERIK toont zich verheugd over de aankoop en de concessie die begraafplaats Sint Barbara heeft gedaan. Het lid pleit ervoor dat dit stuk natuur ook echt natuur blijft en vindt de toegankelijkheidseis die door het Rijk is opgelegd als voorwaarde voor aankoop voor dit kleine gebied niet logisch. Het lid schetst een klein veenweidegebied waar men moeiteloos omheen kan lopen en waarvan het juist de kracht is dat men er niet doorheen kan lopen. Volgens het lid biedt het gebied een zeldzaam stukje rust voor vogels, kwetsbare insecten en kleine zoogdieren. Het lid is benieuwd waarom het Rijk destijds de toegankelijkheidseis heeft gesteld en of de gemeente heeft geprobeerd de voorwaarde te nuanceren. Ook wil het lid graag weten of het college bereid is om voor dit gebied een heroverweging te maken. Het lid VEENHOFF meldt geen bijdrage te hebben, maar erg blij te zijn dat het is gelukt.
Het lid begrijpt het voorbehoud van de Partij voor de Dieren, maar ziet de opgelegde toegankelijkheid als een fait accompli vanwege het geld dat er met de aankoop gemoeid is. Wethouder VAN WEYENBERG vindt dat het vinden van een oplossing het belangrijkst is. De wethouder wijst erop dat er een bomenrij komt tussen het bezinningscentrum en de veenweide. Bestuurder HERMANS toont zich eveneens verheugd over de aankoop en licht toe dat de rijksregeling bedoeld is om gemeenten te ondersteunen bij woningbouw en de voorzieningen die daarvoor nodig zijn. De bestuurder licht toe dat het de bedoeling is dat het gebied beperkt toegankelijk wordt en maakt de vergelijking met de waternatuurtuinen in het Westerpark, die slechts een deel van het jaar toegankelijk zijn en geen verharde paden hebben. De bestuurder licht toe dat er geen gesprekken zijn geweest met het Rijk om de voorwaarden te veranderen, omdat de gemeente denkt dat de voorwaarden op de genoemde functies goed met elkaar zijn te combineren. Het lid EMMERIK pleit er nogmaals voor dat de natuur zo min mogelijk verstoord wordt. Bestuurder HERMANS meldt hierop dat het ontwerp nog wordt besproken in de stadsdeelcommissie West en roept de leden op om daar desgewenst in te spreken of contact te maken met de partijen in de stadsdeelcommissie. De VOORZITTER sluit het agendapunt.
Grond en Ontwikkeling 13 Bespreken van de raadsinformatiebrief over PFAS-bodemkwaliteitskaart en het plan van aanpak van het onderzoek naar plekken waar PFAS in de bodem mogelijk gezondheidsschade kunnen veroorzaken, zogenaamde PFAS-aandachtslocaties (VN2025-015828)
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
Het lid EMMERIK is blij dat de PFAS-bodemlocaties nu in kaart zijn gebracht. Het lid ziet dat in de PFAS-bodemkwaliteitskaart staat dat er rond Schiphol geen significant hogere PFAS-gehalten in de bodem zijn aangetroffen dan in gebieden elders. Tegelijkertijd valt te lezen dat op en rondom Schiphol sprake is van verontreiniging en volgens het lid is dat al jaren bekend. Het lid constateert dat Schiphol zelf een PFASgrondreinigingsinstallatie gaat bouwen en vraagt hoe deze twee realiteiten met elkaar verenigd moeten worden. Verder ziet het lid dat de Lutkemeerpolder een van de meest PFAS-vrije gebieden van Amsterdam is. Het lid noemt het ecologisch onlogisch dat er nog steeds een meerderheid is voor het verharden van dit gebied en vraagt de wethouder om een reflectie. Het lid KEESMAN refereert aan een technische sessie die er onlangs is geweest over dit onderwerp en noemt de sessie buitengewoon interessant en inzichtgevend. Het lid heeft de indruk dat de gemeente met een zorgvuldig proces bezig is en meldt dat zijn fractie met interesse afwacht hoe dit zich zal ontwikkelen. Het lid heeft uit de sessie begrepen dat het gebruik van PFAS nog steeds niet verboden is en dat dat moeilijkheden met zich meebrengt. Het lid vindt dat het nu dweilen is met de kraan open, met name voor de afdeling Toezicht en Handhaving. Het zou volgens het lid veel makkelijker zijn als PFAS verboden werd.
Het lid vraagt of er vanuit het college bij het Rijk wordt gelobbyd om een verbod op PFAS tot stand te brengen. Wethouder VAN WEYENBERG is blij dat de technische sessie gewaardeerd wordt. De wethouder is het met het lid Keesman eens dat PFAS verboden zou moeten worden en meldt dat niet alleen Amsterdam, maar ook de VNG en het IPO hiervoor actief bij het Rijk lobbyen. In het vervolg daarop moet het Rijk dan in Brussel gaan lobbyen. Ten aanzien van de Lutkemeerpolder wijst wethouder VAN WEYENBERG op de plannen die er liggen voor onder andere uitbreiding van De Boterbloem, het toevoegen van een deel van de polder aan kavel N5 en dat er een groot aaneengesloten stadslandbouwgebied ontwikkeld wordt. Wethouder VAN WEYENBERG verduidelijkt dat uit de metingen blijkt dat er rondom Schiphol en onder de aanvliegroutes geen significant hogere PFAS-gehaltes in de bodem zijn aangetroffen dan in gebieden verder weg van Schiphol. Voor bijvoorbeeld bluslocaties is dat een ander verhaal en daar zit het onderscheid in waar het lid Emmerik op wees. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het op verzoek van het lid Emmerik agenderen voor korte bespreking op de raadsvergadering van 21 en 22 januari.
14 Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afhandeling van motie 640 van 11 december 2024 van de leden Van Munster (Groen Links), Aslami (D66) en Minderhoud (PvdA) over voorrang voor lokale ondernemers in de gebiedsontwikkeling (VN2025015829 Het lid VAN MUNSTER dankt de wethouder voor de beantwoording en is blij dat het voorstel nu uitgevoerd kan worden. Het lid zegt getriggerd te zijn in de opmerking in de notitie dat huisvesting voor ondernemers geen wettelijke taak van de gemeente is. Het lid beaamt dat dat volgens de letter van de wet klopt, maar hoopt dat het naar de geest van de wet anders is. Het gaat volgens het lid om de ziel van de stad, en daar horen niet alleen woningen bij maar ook ruimte voor ondernemers. Het lid noemt met name de financiële ruimte die er voor startende lokale ondernemers is om een plek op te eisen. Het lid ziet dat er enerzijds wordt gesteld dat dat vanwege Europese regels lastig is, maar dat er anderzijds wordt gerefereerd aan de werkcoöperatie, waarbij de gemeente nadrukkelijk een stap naar voren zet door te willen zoeken naar betaalbare bedrijfsruimte voor ondernemers. Het lid is benieuwd hoe dit zich verhoudt tot het onderzoek dat wethouder Mbarki volgens de raadsinformatiebrief gaat doen en is benieuwd hoe wethouder Van Weyenberg hiernaar kijkt.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
Het lid ABOELKASEM onderschrijft het belang van het geven van kansen aan ondernemers in Zuidoost. Het lid roept op om deze discussie niet te beperken tot Zuidoost omdat de uitdagingen waarop de motie gebaseerd is ook spelen in andere delen van de stad, met name Noord en Nieuw-West. Het lid stelt voor om de komende verkenning breder te trekken en ook Noord en Nieuw-West mee te nemen. Wethouder VAN WEYENBERG zet uiteen dat er nu een onderzoek gaat starten naar de mogelijkheid een voorrangsregeling te ontwikkelen. In dit onderzoek zullen meerdere zaken worden onderzocht en daarbij zal het onderzoek ook breder worden gedaan dan alleen naar de mogelijkheid in Zuidoost. De wethouder stelt voor het vervolg ook aan de EZ-kant te doen omdat het naar zijn mening moet worden geïntegreerd in het bredere ondernemersbeleid en wijst erop dat het onderzoek nu eerst bij wethouder Mbarki ligt. Wethouder VAN WEYENBERG legt naar aanleiding van de vraag van het lid Van Munster uit dat er bij de gemeente niet zoiets als een huisvestingsverordening bestaat in dit verband en dat er derhalve geen sprake is van een wettelijke taak. Wel kan de gemeente volgens de wethouder bij gebiedsontwikkeling sturen op het reserveren van ruimte voor ondernemers.
De wethouder noemt in dit verband de situatie aan de Klaproosweg, waar ondernemers niet alleen in de plinten gehuisvest zijn maar waar ook op het terrein van de GVB drie kavels zijn gereserveerd die zich bijvoorbeeld goed lenen als garage. De wethouder ziet dat het prijsbeleid in dit verband een specifiek aandachtspunt is en dat is de reden dat er ook via een tender wordt gekeken of een werkcoöperatie kan worden opgericht. Deze tender is op 25 november gelanceerd en zoekt naar een stichting die zorg gaat dragen voor de exploitatie van bedrijfsruimtes voor stadsverzorgende productieve ondernemers. Dat gaat dus niet over kantoren of commerciële maatschappelijke voorzieningen, maar over bijvoorbeeld makers en ambachtsbedrijven. De gemeente levert expertise en een beperkte financiële ondersteuning aan de totstandkoming van zo'n organisatie. Het lid VAN MUNSTER zegt in een interruptie al eerder te hebben willen opmerken erg blij te zijn met de beantwoording van de wethouder. Het lid hoopt dat met name ondernemers in het sociaalmaatschappelijke domein als huisartsen en kinderopvang in het onderzoek worden meegenomen.
Wethouder VAN WEYENBERG merkt nog op dat voldoende maatschappelijke voorzieningen, zoals de huisarts en andere vormen van eerstelijnszorg, zijn geborgd met de referentienorm, waar per woning 0,3 vierkante meter aan eerstelijns zorgvoorzieningen moeten worden opgenomen in de planvorming. De VOORZITTER sluit het agendapunt. 15 Bespreken van de bestuurlijke reactie op het raadsadres van SEBA inzake “Afdoening toezegging TA2025-000222 uit de raadsvergadering van 29 januari 2025 over de overstap van woningerfpachters naar eeuwigdurende erfpacht” (VN2025-013614) Het lid LOCHTENBERG refereert aan de opmerking van de wethouder in de brief dat de analyse van SEBA geen goed beeld geeft van de werkelijke aantallen overgestapte particuliere woningerfpachters. Het lid vertelt een maand geleden om de precieze aantallen te hebben gevraagd en die pas op 20 december te zullen ontvangen. Het lid wil graag weten waarom dit zo'n moeilijke vraag is en verzoekt de wethouder om indicatief aan te geven hoeveel rechten van particuliere erfpacht nog voortdurend zijn. Voor het CDA is het niet zozeer belangrijk om hoeveel erfpachters het gaat, maar wel of het klopt of er sprake is van exorbitante kostenstijgingen, zoals de media vermelden. Het lid vraagt of de wethouder een beschreven prijsexplosie van 9.000 naar 109.000 kan bevestigen en of deze berekeningen van SEBA wel kloppen.
Ook wil het lid graag weten hoe de erfpachters in Nieuw-West en Zuidoost over dergelijke sprongen zijn geïnformeerd. Het lid vertelt met veel van deze mensen te hebben gesproken en dat zij vaak de Nederlandse taal niet goed machtig zijn. Ook is volgens het lid een deel van deze mensen afgehaakt omdat zij de 1.500 euro notariskosten niet konden betalen. Het lid vraagt hoe een 14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
prijsverhoging van 100.000 euro past in de gemeentelijke zorgplicht, en of het bij een links college past om op deze manier de gentrificatie te versnellen voor erfpachters die dergelijke verhogingen niet kunnen opbrengen. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat het beantwoorden van het verzoek van het lid Lochtenberg naar aanvullende gegevens tijd en energie kost. Het lid vraagt niet alleen naar gegevens rond erfpachters maar naar aantallen woningen. Die gegevens moeten opnieuw uit het systeem worden gehaald. De wethouder zegt dat dit zorgvuldig wordt gedaan door een unit die het al buitengewoon druk heeft met vaak complexe zaken en waar achterstanden moeten worden weggewerkt. Inhoudelijk zegt de wethouder te staan achter de cijfers die door het college zijn gecommuniceerd. Er zijn geen plannen voor een spijtoptantenregeling en de wethouder vindt dat er over deze kwestie op verschillende manieren netjes door de gemeente is gecommuniceerd. De wethouder begrijpt wel dat er mensen zijn die nu willen dat ze destijds gebruik hadden gemaakt van de kortingsregeling. De wethouder denkt dat de hefboom een rekenkundig gegeven is waar mensen minder in geïnteresseerd zijn dan in de vraag wat voor hen het kostenplaatje wordt. Dat is volgens de wethouder de reden dat daarover niet meer iedere keer wordt gecommuniceerd.
De wethouder zegt toe te laten uitzoeken of het klopt dat erfpachters niet meer tegelijkertijd hun aanbiedingen krijgen, zoals door de inspreker werd gemeld, maar herhaalt niet van plan te zijn een nieuwe spijtoptantenregeling te maken. De wethouder benadrukt dat afkoop altijd een keuze is en geen verplichting.
Tweede termijn Het lid LOCHTENBERG zegt dat zijn verzoek wellicht zorgvuldiger geformuleerd had kunnen worden en dat het niet zijn bedoeling is extra werk te veroorzaken als dat niet nodig is. Het lid wijst erop dat de wethouder stelt dat de overstap vrijwillig is, maar dat dat niet geldt voor mensen die aan het einde van een tijdvak zitten en waarvoor een nieuwe grondprijsberekening wordt gemaakt. Dit treft volgens het lid vooral mensen in NieuwWest en Zuidoost, die een paar jaar geleden vanwege de hoge notariskosten hebben afgezien van de overstap en nu worden geconfronteerd met een verhoging van 100.000 euro. Het lid vraagt zich af of deze consequentie destijds voldoende is gecommuniceerd. Wethouder VAN WEYENBERG herhaalt dat de bedragen die worden genoemd gaan over afkoopbedragen en die zijn altijd op vrijwillige basis. Destijds kregen mensen een korting aangeboden en inmiddels zijn de woningwaardes van een heel andere orde. De wethouder stelt dat destijds niet kon worden geadviseerd gebruik te maken van de regeling omdat de huizenprijzen sterk zouden stijgen, dat kon niemand voorzien en bovendien was er dan een huizenmarktcrisis gekomen.
De wethouder begrijpt dat mensen achteraf zien dat ze destijds beter op de aanbieding hadden kunnen ingaan, maar benadrukt dat het niet aan de gemeente is om een financieel advies te geven over de te verwachten ontwikkelingen op de woningmarkt. Het lid VON GERHARDT vraagt in een interruptie hoe nu kan worden omgegaan met mensen die zich nu in deze situatie bevinden en deze enorme sprong niet kunnen betalen en daardoor misschien zelfs hun huis moeten verkopen. Wethouder VAN WEYENBERG noemt het een realiteit en benadrukt dat hij nooit zal zeggen dat deze mensen blij mogen zijn dat hun huis meer waard is geworden. De wethouder constateert dat ook andere belastingen gebaseerd zijn op WOZ-waarde en wijst erop dat mensen zich bij acute betalingsproblemen kunnen melden bij de gemeente. De wethouder is zich ervan bewust dat als de waarde van een huis in de stenen zit, een canonstijging ingewikkeld kan zijn voor een erfpachter. De wethouder herhaalt dat de grote bedragen die door de inspreker en het lid Lochtenberg zijn genoemd betrekking hebben op de afkoop en niet op de jaarlijkse stijging van de canon. Daarmee wil de wethouder de stijging niet bagatelliseren, maar hij vindt het zuiver om de getallen uit elkaar te blijven houden.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 26 november 2025
RO
Het lid VON GERHARDT kent de door de wethouder genoemde verschillen, maar wijst erop dat de canonsprong erg groot is en dat veel mensen niet het inkomen of het vermogen hebben om deze te betalen. Wethouder VAN WEYENBERG wijst op de tegemoetkomingsregeling en heeft niet het beeld dat daar heel veel gebruik van wordt gemaakt. Het lid VON GERHARDT stelt in een laatste interruptie dat het hier juist gaat om kwetsbare groepen die wellicht de regeling niet kunnen vinden. Het lid vraagt of daar meer aan gedaan kan worden. Wethouder VAN WEYENBERG zegt toe te gaan kijken hoe de gemeente communiceert over de tegemoetkomingsregeling en of daar meer in gedaan kan worden. Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor de bijdrage en sluit de vergadering om 15.50 uur.
16