CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-10-30 Conceptverslag commissie MOW.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 27 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie MOW d.d. 30 oktober 20257.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water

MOW

Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Donderdag 30 oktober 13.30 tot 17.00 uur Donderdag 27 november 2025

Voorzitter: Moeskops (plv. voorzitter) Portefeuillehouders: wethouders Van der Horst en Scholtes Commissiegriffier: mw. Van Loon Verslaglegging: mw. Dogan (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Ahmadi (De Vonk), Alberts (SP), Asruf (PvdA), Havelaar (CDA), Hendriks (Volt), IJmker (GL), Kreuger (JA21), Van Munster (GL), Noordman (FvD), Noordzij (PvdA), Van Pijpen (GL), Veenhoff (GL) De Vos (PvdD), Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden: Namane (voorzitter), Aboelkasem (DENK), Badal (CDA), Bakker (PvdD), Bilgin (FvD), Broersen (Volt), Garmy (Volt), Von Gebhardt (VVD), Haijen (SP), Hofland (D66), Hylkema (VVD), De Jager (D66), Kabamba (PvM), Koppejan (CDA), Koyuncu (DENK), Krom (PvdD), Moeskops (D66), Molema (JA21), Van Schijndel (FvD), Staartjes (VVD), Tasliyurt (D66), Veldhuyzen (De Vonk) Afwezige portefeuillehouders: Overige aanwezigen: Algemeen 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 13.30 uur en heet iedereen welkom. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER geeft aan dat zij vandaag de vaste voorzitter vervangt, die zich wegens ziekte heeft afgemeld. Ook heeft zij bericht van verhindering ontvangen van lid De Jager (D66). Lid HENDRIKS licht toe dat hij vanwege een nieuwe baan afscheid neemt van zijn werk in de commissie en bedankt iedereen voor de prettige samenwerking. De VOORZITTER spreekt haar waardering uit namens de commissie.

Namens de commissie wenst zij hem veel succes met de nieuwe functie, die gelukkig ook iets voor de stad betekent. Wethouder VAN DER HORST heeft drie mededelingen. Zoals toegezegd geeft zij een verslag van de stand van zaken rondom de werkzaamheden bij de ponthalte van de NDSM-werf. Zij herinnert aan haar eerdere toezegging om te kijken naar alternatieven in de dienstregeling samen met het GVB en het stadsdeel. De wethouder erkent dat de tijdelijke verminderde bereikbaarheid vervelend is, maar benadrukt dat de werkzaamheden noodzakelijk zijn. Ze legt uit dat er extra wordt gevaren tussen Distelweg en Pontsteiger: in de avondspits en in het weekend wordt de frequentie verhoogd van vier naar acht keer per uur. De pont van NDSM naar Centraal blijft ongewijzigd. Omwonenden zijn via een brief geïnformeerd, reizigers via het

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

GVB. Ook worden veiligheidsmaatregelen genomen, zoals het instellen van opstelvakken en het inzetten van verkeersregelaars. De wethouder meldt dat de situatie actief wordt gemonitord. De tweede mededeling gaat over de toegankelijkheid van tram- en busbanen voor spoedzorg, een onderwerp dat eerder door lid Koyuncu is aangekaart. De wethouder vertelt dat hierover overleg plaatsvindt binnen het regionaal overleg acute zorgketen (ROAS). Er wordt gekeken naar de bereikbaarheid van cruciale zorgfuncties, ook tijdens evenementen en werkzaamheden. Daarbij wordt eveneens onderzocht of verloskundigen en andere spoeddiensten gebruik kunnen maken van trambanen. Dit wordt meegenomen in de bredere herziening van het systeem van RVV-ontheffingen, die onder andere gaat over het parkeren op stoepen en rijden over fietspaden. De resultaten hiervan worden in de tweede helft van 2026 verwacht. De wethouder benadrukt dat de gesprekken met de zorgsector constructief verlopen en dat er veel begrip is voor de complexiteit van het onderwerp. Tot slot informeert de wethouder de commissie over de tussentijdse resultaten van de metingen van lood in oppervlaktewater, naar aanleiding van een eerdere toezegging aan lid Havelaar.

De metingen laten gunstige resultaten zien: op veel plekken is de concentratie lood zo laag dat deze niet te meten is, en waar wel gemeten wordt, blijft deze ruim onder de norm van de Kaderrichtlijn Water. De volgende commissie ontvangt meer informatie over het plan van aanpak van de Amsterdamse Hengelsportvereniging en de schriftelijke tussenrapportage. Lid ASRUF geeft een terugkoppeling van het werkbezoek aan Team Service en Veiligheid van het GVB. Hij vertelt dat het een interessant en leerzaam bezoek is geweest, vooral met het oog op sociale veiligheid en de toename van incidenten waar het team dagelijks mee te maken heeft. Hij benadrukt dat het GVB andere raadsleden en bestuurders uitnodigt om ook eens mee te lopen en spreekt zijn waardering uit voor de inzet van de medewerkers. 1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mee dat in tegenstelling tot de voorlopige planning lid Havelaar toch wenst te spreken bij agendapunt 4, waardoor dit niet wordt ‘gehamerd’. Agendapunt 5 blijft wel op de hamerlijst. De agenda wordt conform vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water d.d. 25 september 2025 wordt zonder wijzigingen vastgesteld. 1.e. Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Lid AHMADI vraagt naar de voortgang van de toezegging over maatregelen tegen overlast door motoren.

Wethouder VAN DEN HORST antwoordt dat het onderwerp in behandeling is en dat zij er de volgende keer op terugkomt.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft de volgende verzoeken ontvangen voor agendering in de volgende commissie. TKN-1 op verzoek van leden Van Pijpen (GL) en De Vos (PvdD). TKN-2 op verzoek van lid Veenhoff (GL). TKN-3 op verzoek van lid Noordzij (PvdA). TKN-4 op verzoek van leden Van Pijpen (GL) en De Vos (PvdD). TKN-7 op verzoek van lid Ahmadi (De Vonk). 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER kondigt aan dat er twee insprekers zijn. Indien raadsleden behoefte hebben om na afloop met de insprekers te spreken, zal de vergadering kort worden geschorst. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. 2.b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mee dat zich twee insprekers hebben aangemeld. Inspreker Bakker spreekt op persoonlijke titel. Inspreker Gielens spreekt namens MyWheels. Inspreker BAKKER vertelt dat zijn woonboot op 10 juli 2024, na herstelwerkzaamheden aan de kade, is teruggeplaatst op zijn ligplaats en dat sindsdien schade is ontstaan. Zijn schip is beschadigd, de toegangsvoorziening is kapotgemaakt en verschillende spullen, waaronder een antieke waterpomp en zijn brievenbus, zijn verdwenen of vernield. De geboden schadevergoeding is volgens hem onvoldoende om de schade te herstellen en nadat hij dat heeft aangegeven, hoort hij niets meer van de gemeente.

De toegangsvoorziening, die pas een jaar oud is, is volgens hem met geweld losgetrokken terwijl demontage mogelijk was geweest. Hierdoor is zijn woonboot tijdelijk onbereikbaar, wat hoge kosten met zich meebrengt. Hij zegt dat ook zijn buurman soortgelijke problemen heeft ondervonden. Daarnaast klaagt hij over de nieuwe walkast die bij hem is geïnstalleerd en niet voldoet aan de technische eisen van het bestek. Volgens hem lekt er water in en is de waterleiding verkeerd aangelegd. Ondanks zijn inspanningen om dit op te lossen, krijgt hij naar eigen zeggen geen gehoor van de gemeente. Hij vraagt de wethouder wanneer hij zijn schade vergoed krijgt en wanneer de walkast zal worden aangepast aan de beloften die hem zijn gedaan. Inspreker GIELENS richt zich tot de commissie en de wethouder en vertelt dat MyWheels, als grootste aanbieder van elektrische deelauto’s in Europa, met negenhonderd auto’s in Amsterdam – waarvan 70 procent elektrisch – de visie van “Amsterdam maakt ruimte” ondersteunt. Hij benadrukt dat het bedrijf volledig achter de koers van de gemeente staat: minder particuliere auto’s, meer ruimte voor groen en

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

ontmoeting, en een verschuiving van bezit naar gebruik. Hij stelt echter een belangrijk aandachtspunt aan de orde: volgens hem is er behoefte aan vaste parkeerplekken met laadvoorzieningen voor deelauto’s. Hij wijst erop dat het gemeentelijk beleid momenteel de voorkeur lijkt te geven aan het zogenoemde free-floating-model, waarbij deelauto’s overal in de stad kunnen worden achtergelaten. Dit leidt volgens hem juist tot meer binnenstedelijk verkeer, omdat auto’s willekeurig worden opgehaald en neergezet. Vaste plekken zouden daarentegen zoekverkeer voorkomen, deelmobiliteit betrouwbaarder maken en de overstap van autobezit naar autodelen vergemakkelijken. Hij vraagt de commissie daarom om de wethouder aan te moedigen uitvoering te geven aan de aangenomen motie-Moeskops van 11 juni, waarin is gevraagd om vaste plekken met laadinfrastructuur te faciliteren. Lid HENDRIKS vraagt de inspreker of zijn oproep vooral bedoeld is als aanmoediging om de huidige koers voort te zetten of dat hij specifieke aanpassingen wenst. Inspreker GIELENS bevestigt dat het een oproep is om de bestaande lijn te behouden en te benadrukken dat vaste plekken essentieel zijn. Hij zegt dat MyWheels vooral een aanvulling wil vormen op het openbaar vervoer: de deelauto’s zijn bedoeld voor ritten van stad naar regio, niet voor korte binnenstedelijke ritten.

Daarom pleit hij ervoor om fietsen, metro en bus binnen de stad te gebruiken, en deelauto’s vooral voor de verbindingen buiten de stad. 2.c. Agendapunt 2.c. wordt niet besproken. 2.d. Rondvraag Lid DE VOS vraagt over het groot onderhoud aan de Linnaeusstraat. Daarbij worden in de aangrenzende Wijttenbachstraat een aantal volwassen bomen gekapt die deel uitmaken van de hoofdbomenstructuur en de vraag is of er alternatieven zijn onderzocht waarmee de bomen behouden kunnen blijven. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat de haltes toegankelijker moeten worden gemaakt en daarvoor breder worden. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden: de bomen kunnen niet blijven staan, omdat zij nog maar een beperkte levensduur hebben en niet verplantbaar zijn. De wethouder benadrukt dat kappen alleen gebeurt met een goede reden en dat het stadsdeel hierover een reactie opstelt. Zij zegt dat de gemeente waar mogelijk nieuwe bomen plant, maar dat het op dit specifieke stuk zeer lastig is ruimte te vinden. Lid VAN MUNSTER vraagt vervolgens of de wethouder bereid is te onderzoeken wat er precies misgaat in de zaak van inspreker Bakker en of er een oplossing kan worden gevonden. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat er al een schadetraject loopt en dat zij de uitkomst daarvan wil afwachten.

Zij geeft aan de kwestie te zullen volgen, maar niet actief in te grijpen zolang het proces loopt, omdat dit zorgvuldig wordt behandeld.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

Lid VAN MUNSTER merkt op dat het lopende traject volgens de inspreker niet voldoende lijkt en dat mogelijk een kleine interventie verschil kan maken. Wethouder VAN DER HORST blijft bij haar standpunt dat zij de procedure niet wil doorkruisen, maar wel aandacht houdt voor de voortgang. Lid HAVELAAR is benieuwd naar de metingen van lood in oppervlaktewater. Hij verwijst naar de positieve resultaten die de wethouder eerder heeft gedeeld en vraagt of dit betekent dat er geen aanleiding is om de Amsterdamse Hengelsportvereniging te vragen versneld van lood af te stappen. Wethouder VAN DER HORST zegt dat de gesprekken hierover nog lopen en dat het goed nieuws is dat de waarden laag zijn. Zij benadrukt dat minder lood altijd beter is, maar dat er geen reden is om het proces te versnellen. Lid HAVELAAR concludeert daarop dat de eerdere suggestie dat de hengelsport veel te veel lood in het water brengt, dus niet klopt. Lid HAVELAAR vraagt over het gebruik van trambanen door medische hulpdiensten waarom de analyse hierover pas in de tweede helft van 2026 gereed zal zijn en of er tussentijds een update kan worden gegeven. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat het onderzoek deel uitmaakt van een groter pakket maatregelen en daardoor complex is. Er zijn veiligheids- en opleidingsaspecten aan verbonden.

Zij zegt het verzoek te begrijpen en belooft begin volgend jaar een mondelinge update te geven in de commissie. Lid AHMADI stelt een vraag over de aanhoudende problemen met de liften op station Lelylaan. Zij wijst erop dat de liften vaak stuk zijn en dat dit vooral voor kwetsbare reizigers problemen veroorzaakt. Zij vraagt of de wethouder het GVB kan aansporen om creatiever te zijn in het vinden van tijdelijke oplossingen, zoals inzet van busjes of verbeterde communicatie. Wethouder VAN DER HORST erkent dat dit een terugkerend probleem is en noemt het een frustrerende situatie. Zij geeft aan dat er een structureel verbeterplan loopt binnen de vervoerregio, gericht op vernieuwing van de liften en snellere levering van onderdelen. Hoewel het probleem nog niet overal is opgelost, benadrukt de wethouder dat de aandacht voor dit onderwerp sterk is toegenomen. Zij zal opnieuw via de vervoerregio aandacht vragen voor de situatie op Lelylaan. Lid AHMADI merkt op dat communicatie en tijdelijke voorzieningen nog steeds tekortschieten. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat dit punt wordt meegenomen en dat zij de urgentie begrijpt. De VOORZITTER sluit de rondvraag en hiermee ook het agendapunt af.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

Bespreekpunten Financiën 3. Vaststellen Begroting 2026 Gemeente Amsterdam (VN2025-013800) De VOORZITTER geeft het woord aan lid Van Pijpen voor haar bijdrage. Lid VAN PIJPEN licht toe dat zij tijdens de vorige vergadering geen spreektijd meer had en nu terugkomt op haar eerdere toezegging om vragen te beantwoorden. Zij verwijst naar haar motie over bomen, die betrekking heeft op het herbeplanten van lege boomspiegels en het instellen van een bomenfonds. Volgens haar gaat het om drie samenhangende zaken: meer investeren in bomen, versnelling van de herplant en uitbreiding van het fonds, zodat extra financiering mogelijk wordt buiten de reguliere begroting om. Lid HAVELAAR vraagt om verduidelijking van een opmerking die lid Van Pijpen eerder maakte. Hij herinnert zich dat zij heeft gezegd dat bomen op de assetlijst kunnen worden gezet, waardoor investeringen in bomen als kapitaaluitgaven kunnen worden gezien en dus kunnen worden gefinancierd met leningen. Hij vraagt of hij dat goed heeft begrepen. Lid VAN PIJPEN bevestigt dat dit klopt en zegt dat zij daarover inmiddels meer informatie heeft ingewonnen. Zij geeft aan dat het moeilijk te achterhalen is hoe de gemeentelijke investeringen in bomen precies zijn opgebouwd, maar dat zij inmiddels heeft vastgesteld dat er al aanzienlijke bedragen worden geïnvesteerd.

Deze uitgaven vallen onder de investeringsportfolio openbare ruimte, waarin naast stenen ook groen wordt meegenomen. Zij vraagt de wethouder om dit in toekomstige begrotingen zichtbaarder te maken, zodat duidelijker wordt hoeveel er daadwerkelijk in groen wordt geïnvesteerd. Verder merkt zij op dat het bijzonder is dat de tweede termijn nu plaatsvindt terwijl de pre-advisering van de moties nog niet bekend is. Ze zegt dat ze de komende weken verder in gesprek blijft met ambtenaren om de financiële onderbouwing van haar motie te verbeteren. Het doel om lege boomspiegels versneld te herbeplanten blijft daarbij ongewijzigd, maar de precieze invulling kan nog worden aangepast op basis van de adviezen en technische informatie. Lid HAVELAAR zegt dat hij de bijdrage van lid Van Pijpen interessant vindt, maar dat hij twijfels heeft bij een deel van haar motie. Hij vraagt of GroenLinks bereid is om de motie te splitsen, zodat hij het ene deel kan steunen en tegen het andere kan stemmen. Lid VAN PIJPEN antwoordt dat zij dat vooralsnog niet wil toezeggen, omdat de onderdelen van de motie inhoudelijk sterk met elkaar samenhangen. Zij wil eerst meer duidelijkheid krijgen over de financiële constructie voordat zij besluit of splitsing zinvol is. Lid HAVELAAR wijst vervolgens op de politieke implicaties van de constructie.

Hij zegt dat bomen op de assetlijst plaatsen betekent dat zij worden gefinancierd met schuld, wat vragen oproept over de afschrijving wanneer een boom doodgaat. Hij vindt dat de gemeentelijke schuld al aan de hoge kant is en ziet het schuldaspect daarom niet als aantrekkelijke manier van financiering.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

Lid VAN PIJPEN reageert dat bomen nu al als asset op de begroting staan en dat er dus al op deze manier wordt geïnvesteerd. Volgens haar is de politieke vraag nu vooral of dit bedrag moet worden uitgebreid om de herplant te versnellen. Ze zegt dat ze nog bezig is om precies inzichtelijk te maken hoeveel geld er binnen het investeringsportfolio naar groen gaat en hoeveel extra middelen daarvoor nodig zouden zijn. Lid HAVELAAR dringt opnieuw aan op het splitsen van de motie en zegt met een glimlach dat hij graag eens met GroenLinks zou meestemmen, maar dat de schuldconstructie hem tegenhoudt. Lid VAN PIJPEN zegt dat zij dit verzoek heeft gehoord, maar dat zij pas een beslissing neemt zodra de verdere informatie beschikbaar is. Wethouder VAN DER HORST zegt dat zij begrijpt waar de verwarring vandaan komt, omdat de investeringen in groen niet expliciet in de begroting worden genoemd. Zij bevestigt dat er wel degelijk al structureel wordt geïnvesteerd in vergroening binnen het investeringsdomein. Dat gebeurt bewust, omdat dit een duurzame manier is om ruimte te creëren voor groen in plaats van alleen voor stenen. Zij noemt het een bewuste keuze om vergroening onderdeel te maken van de investeringsagenda en zegt dat zij er trots op is dat deze koers al is ingezet.

De wethouder erkent dat het lastig is om de begroting tegelijkertijd leesbaar en volledig transparant te houden, maar zegt dat zij zal onderzoeken hoe dit onderwerp in de toekomst duidelijker kan worden weergegeven. Zij benadrukt dat de verschuiving naar meer groen in de investeringsruimte al is gemaakt en dat de politieke discussie nu gaat over de mate waarin dat wordt uitgebreid. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en sluit het agendapunt. Water (inclusief varen) 4. Wijzigingen Verordening Binnenhavengeld Pleziervaart 2026 (VN2025-014262) De VOORZITTER deelt mee dat twee leden vragen hebben. Lid HAVELAAR uit zijn zorgen over het vignettensysteem voor passanten, met name in Weesp. Hij legt uit dat het huidige systeem volgens hem onrechtvaardig uitpakt: kleine boten betalen hetzelfde bedrag als grote schepen, terwijl in de rest van Nederland doorgaans per strekkende meter wordt afgerekend. Voor Weesp, dat een uitgesproken watersportstad is, vindt hij dat systeem niet passend. Daarnaast moeten passanten tarieven betalen alsof zij Amsterdam binnenvaren, terwijl zij vaak alleen de Vecht bevaren. Hij pleit daarom voor een systeem gebaseerd op strekkende meters, te betalen via het gebruikelijke aan-uitsysteem.

Hij benadrukt dat Weesp boten wil ontvangen, niet weren, en vraagt de wethouder of het college bereid is om het beleid te heroverwegen en een eerlijker systeem voor Weesp te ontwikkelen. Lid KREUGER sluit daarop aan en herinnert aan een eerdere discussie over leges en retributies. Hij zegt dat hij samen met lid Havelaar heeft gevraagd om alle tarieven opnieuw te beoordelen, omdat er twijfels zijn over het Ernst & Young-rapport uit

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

2019 waarop de huidige tarieven zijn gebaseerd. Volgens hem worden in dat rapport onevenredig veel kosten voor kades en bruggen doorberekend aan booteigenaren. Hij vraagt of er een second opinion kan komen van een onafhankelijk bureau om dit te toetsen. Lid HAVELAAR vraagt ter interruptie om een inschatting van de omvang van de bedragen waar het om gaat. Lid KREUGER antwoordt dat het naar schatting om 6 tot 8 miljoen euro gaat die wordt toegerekend aan booteigenaren. Hij benadrukt dat er geen directe relatie is tussen het aantal boten en de schade aan kades of bruggen. Zelfs als het aantal boten halveert, blijven de onderhoudskosten gelijk, omdat de schade voornamelijk door autoverkeer en zware voertuigen wordt veroorzaakt. Wethouder SCHOLTEN zegt dat de brief over dit onderwerp afkomstig is van zijn collega Van Buren en dat hij haar verzoek zal doorgeven. Hij legt uit dat de huidige berekening gebaseerd is op artikel 2.9 van de Gemeentewet, dat toestaat kosten toe te rekenen aan het gebruik en beheer van gemeentelijke infrastructuur, waaronder kades en bruggen. Volgens hem is de totale opbrengst uit het binnenhavengeld in 2023 ongeveer 3,6 miljoen euro, wat binnen de wettelijke grenzen blijft. Hij zegt dat hij de genoemde bedragen zal laten verifiëren en dat collega Van Buren hierop zal terugkomen.

Lid HAVELAAR zegt dat het belangrijk is om te weten over welke orde van grootte het gaat. Als het om kleine bedragen gaat, is de discussie korter; bij grotere bedragen is een diepgaand debat gerechtvaardigd. Wethouder SCHOLTEN zegt toe dit uit te zoeken en de informatie terug te koppelen. Vervolgens gaat hij in op de situatie in Weesp. Hij erkent dat het BAG-systeem zoals dat daar is ingevoerd negatieve gevolgen heeft gehad, ondanks dat het in overeenstemming is met de fusieafspraken. Volgens hem is Weesp een uniek gebied en voert hij hierover overleg met het dagelijks bestuur. Hij heeft al tijdelijke maatregelen genomen: kort aanmeren wordt gedoogd tot het volgende vaarseizoen en er is geen doorvaartvignet meer nodig. Hij werkt aan een structurele aanpassing die begin volgend jaar aan de raad zal worden voorgelegd. Lid HAVELAAR vraagt of dat betekent dat er voorlopig niets verandert en dat er ’met een oogje dicht wordt gewerkt tot de nieuwe regels ingaan. De wethouder antwoordt dat dit niet helemaal zo is: tot zes uur mag gratis worden afgemeerd en voor langer aanmeren gelden vereenvoudigde regels. Hij benadrukt dat hij serieus onderzoekt hoe Weesp in de toekomst een eigen, eerlijker systeem kan krijgen. Lid HAVELAAR zegt blij te zijn met die toezegging, maar wil weten wat er concreet verandert na 1 januari.

Wethouder SCHOLTEN legt uit dat het huidige systeem voorlopig blijft gelden, met de genoemde uitzonderingen, totdat de raad de nieuwe verordening vaststelt. Lid HENDRIKS vraagt naar de tijdlijn en of de besluitvorming op tijd zal zijn voor het nieuwe vaarseizoen.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

Wethouder SCHOLTEN antwoordt dat hij verwacht dat dit lukt, aangezien het vaarseizoen doorgaans in april begint. Lid KREUGER voegt toe dat volgens gegevens uit 2020 ongeveer 10 procent van de kosten voor kades en bruggen wordt toegerekend aan booteigenaren, wat neerkomt op 6,2 miljoen euro. De VOORZITTER dankt de wethouder voor de beantwoording en sluit het agendapunt af. Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 5. Vaststellen van de Legesverordening ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s Amsterdam 2026 en wijziging van de Legesverordening Amsterdam 2026 (VN2025-012576) De VOORZITTER licht toe dat dit agendapunt in principe is gehamerd, maar dat lid Ahmadi nog een bijdrage wil leveren. Lid AHMADI zegt dat haar fractie een groot voorstander is van betere luchtkwaliteit, maar maakt zich zorgen over de gevolgen van het beleid voor marktkooplieden. Deze ondernemers, die vaak al met moeite het hoofd boven water houden, kunnen naar verwachting ook in 2030 nog niet overstappen op elektrische of hybride voertuigen. Volgens haar vervullen markten een belangrijke rol in de stad, zowel economisch als sociaal, en dragen zij bij aan betaalbaarheid en circulariteit.

Zij vraagt de wethouder of de gemeente bereid is om deze groep te ondersteunen, bijvoorbeeld met een subsidieregeling of door verlenging van de ontheffingsperiode voor ondernemers die de overstap financieel nog niet kunnen maken. Wethouder VAN DER HORST zegt begrip te hebben voor de zorgen en benadrukt dat er al een regeling bestaat voor ondernemers die door de overstap in ernstige financiële problemen komen. In zulke gevallen is maatwerk mogelijk om extra ontheffing te verlenen. Zij geeft aan dat de gemeente de uitvoering van dit beleid nauwlettend blijft volgen richting 2030 en dat steeds zal worden bekeken of aanvullende maatregelen nodig zijn. De VOORZITTER concludeert dat het agendapunt zonder verdere bespreking gehamerd kan worden in de raad. 6. Initiatiefvoorstel van het lid ASRUF (PvdA) getiteld Vervoersarmoede, de drempel naar een verbonden stad (VN2025-013552) De VOORZITTER meldt dat het gaat om een gewijzigde versie van het voorstel, waarvoor geen nieuwe schriftelijke bestuurlijke reactie is gevraagd. Lid ASRUF licht toe dat het voorstel aandacht vraagt voor het groeiende probleem van vervoersarmoede: mensen die zich niet vrij kunnen verplaatsen omdat vervoer te duur is of ontbreekt. Volgens hem leidt dit tot ongelijkheid en uitsluiting. Hij pleit ervoor om binnen het mobiliteitsbeleid een sociale ondergrens vast te leggen en het begrip

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

vervoersarmoede structureel te betrekken bij besluitvorming. Daarmee kan worden vastgesteld wie in de knel zit, waar dat speelt en hoe beleid dat onbedoeld versterkt. Hij benadrukt dat een duurzaam vervoerssysteem ook sociaal rechtvaardig moet zijn en noemt investeringen buiten de A10 en betaalbaarheid van vervoer als voorbeelden van maatregelen. Lid WIJNANTS vraagt verduidelijking over het punt van inkomensafhankelijke subsidies voor duurzame vervoersalternatieven. Hij wil weten of dit nog in het voorstel staat, en hoe lid Asruf dat concreet voor zich ziet. Lid ASRUF antwoordt dat dit onderdeel inmiddels is geschrapt naar aanleiding van de bestuurlijke reactie. De genoemde voorbeelden in het voorstel dienen vooral als denkrichting voor het college. Hij erkent dat het college op onderdelen al stappen heeft gezet, bijvoorbeeld bij het uitwerken van de afwegingskaders voor doelgroepen, en ziet het voorstel vooral als stimulans om beleid structureel langs de sociale meetlat te leggen. Lid ALBERTS complimenteert lid Asruf met het voorstel, maar wijst op een passage uit de eerdere bestuurlijke reactie waarin staat dat voorstellen geen extra druk op gemeentelijke middelen mogen leggen. Volgens haar betekent dit feitelijk dat vervoersarmoede zal blijven bestaan, wat zij betreurt.

Lid ASRUF legt uit dat de door lid Alberts aangehaalde passage uit de oude reactie stamt en dat het college in deze sessie mondeling op de nieuwe versie reageert. Hij benadrukt dat de kern van het voorstel – het vastleggen van een sociale ondergrens – juist is overgenomen. Eén onderdeel, over een werkgeversubsidie, blijft echter overeind, ondanks een negatief preadvies van het college. Hij begrijpt dat de gemeente hier fiscaal beperkt is, maar vraagt of er andere manieren zijn waarop werkgevers kunnen bijdragen aan een robuust mobiliteits- en ov-beleid. Wethouder VAN DER HORST zegt dat zij het belangrijk vindt om vervoersarmoede te blijven bespreken en legt uit dat de gemeente al werkt met een werkgeversaanpak, waarbij in overleg met grote bedrijven wordt gekeken hoe mobiliteit slimmer en betaalbaarder kan worden georganiseerd. Via organisaties als Breikers krijgen werkgevers advies over duurzame alternatieven en werknemersmobiliteit. Volgens haar is directe cofinanciering door werkgevers in ov-investeringen complex en fiscaal moeilijk uitvoerbaar, maar er zijn wel voorbeelden van samenwerking, bijvoorbeeld bij bedrijventerreinen. Zij benadrukt dat de gemeente dit actief oppakt binnen de huidige mogelijkheden. Lid ALBERTS maakt ter afsluiting duidelijk dat zijn eerdere opmerking was gebaseerd op de oude versie van het voorstel en dus niet meer van toepassing is.

Zij onderstreept wel het belang van blijvende publieke investeringen in openbaar vervoer als maatschappelijke basisvoorziening. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zonder verdere wijzigingen kan worden doorgeleid naar de raad. Lid ASRUF bevestigt dat dit de bedoeling is en dat de griffie hierover contact zal opnemen. Daarmee sluit de voorzitter het agendapunt.

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

7. Kennisnemen van het Afwegingskader Doelgroepen Autoverkeer (VN2025013553) Lid ASRUF spreekt zijn waardering uit voor de wethouder en de betrokken ambtenaren voor het omvangrijke en zorgvuldige werk. Hij noemt het afwegingskader met zo’n driehonderd doelgroepen en een uitgebreide adviesstructuur een belangrijk fundament voor het toekomstige mobiliteitsbeleid. Volgens hem is het van belang dat dit kader niet alleen eerlijkheid en rechtvaardigheid bevordert, maar ook begrijpelijk en uitvoerbaar blijft. Hij vraagt hoe de wethouder ervoor zorgt dat de keuzes binnen het kader breed draagvlak hebben en ruimte bieden voor maatwerk. Lid ASRUF wijst op het belang van goede sturingsinformatie en het gebruik van opgedane kennis uit pilots, zoals bij maatschappelijke vergunningen, intelligente toegang en logistiek. Wat hij mist, zijn de alternatieven voor autogebruik, zoals openbaar vervoer en deelmobiliteit. Hij vraagt of het kader verder wordt ontwikkeld naar andere modaliteiten, met nadruk op het OV, en hoe de samenwerking met de regio en de metropoolregio verloopt, onder meer rond P+R-terreinen aan de stadsranden. Lid ALBERTS sluit zich deels aan bij lid Asruf en wijst erop dat ruim een derde van de automobilisten in Amsterdam bezoekers uit Nederland zijn, waarvan een groot deel naar het centrum rijdt.

Volgens hem benadrukt dit de noodzaak om P+Rvoorzieningen uit te breiden in plaats van te verminderen. Hij pleit voor meer overleg met de regio om bezoekers beter buiten de stad op te vangen. Daarnaast vraagt hij aandacht voor de opkomst van Biro’s, die steeds meer ruimte innemen, en stelt hij voor om huisvuil buiten de spits op te halen om opstoppingen te voorkomen. Lid HENDRIKS geeft aan dat zijn fractie met belangstelling naar dit stuk heeft uitgekeken, vooral vanwege de koppeling met intelligente toegang. Hij wijst erop dat hier al sinds 2019 over wordt gesproken in uiteenlopende beleidsstukken, maar dat de uitvoering nog op zich laat wachten. Hij vraagt de wethouder wat nodig is om nu daadwerkelijk tot invoering te komen en welke belemmeringen sinds 2019 zijn opgetreden. Ook wil hij weten wat de samenwerking met andere steden heeft opgeleverd en waar het plan van aanpak uit 2023, waarin een gefaseerde invoering wordt aangekondigd, zich bevindt. Hij vraagt om een overzicht van de opgestarte projecten, duidelijkheid over de volgende stappen en een tijdlijn. Daarnaast benadrukt hij het belang van privacybescherming en dataveiligheid binnen het systeem van intelligente toegang. Lid WIJNANTS noemt het afwegingskader een goed en evenwichtig stuk.

Hij verwijst naar een eerdere technische sessie die hij samen met lid Asruf bijwoonde en waardeert de aandacht in het document voor de positie van ondernemers en de afhankelijkheid van de auto. Wel vraagt hij, net als anderen, wanneer de volgende stappen in de invoering van intelligente toegang worden gezet. Hij mist daarnaast specifieke aandacht voor gezinnen, die volgens hem vaak niet zonder auto kunnen functioneren in de stad. Hij pleit voor beleid dat juist gezinnen ondersteunt met alternatieven, in plaats van hen te ontmoedigen. Lid HAVELAAR sluit zich aan bij de eerdere opmerkingen en zegt dat het kader vooral een gemeenschappelijke taal biedt voor toekomstige afwegingen. Hij vraagt of het

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

klopt dat bij besluiten over bijvoorbeeld parkeerbeleid voortaan inzichtelijk wordt gemaakt welke overwegingen op basis van het afwegingskader zijn gemaakt, zodat de raad hierover transparant kan debatteren. Lid VAN MUNSTER vraagt hoe het kader in de praktijk verder wordt toegepast, gelet op de verschillen tussen stadsdelen. Hij stelt voor om pilots te doen, bijvoorbeeld in het centrum, waarbij tijdelijk geen taxi’s worden toegelaten om effecten te meten. Hij betwijfelt of taxi’s als alternatief voor de auto kunnen gelden, aangezien veel ritten leeg worden gereden. Ook vraagt hij aandacht voor overleg met werkgevers om werknemers te stimuleren het openbaar vervoer te gebruiken. Verder merkt hij op dat in de participatielijst bewoners niet worden genoemd en wil hij weten of zij wel zijn betrokken. Ten slotte wijst hij op de toenemende aanwezigheid van Biro’s en de noodzaak om hun rol in de verkeersveiligheid te betrekken. Lid WIJNANTS vult aan dat buitenlandse kentekens een aanzienlijk deel van het verkeer vormen en stelt voor om deze groep als eerste te betrekken bij de invoering van intelligente toegang. Lid VAN MUNSTER reageert instemmend en benadrukt dat ook zijn fractie intelligente toegang steunt, mits juridisch haalbaar.

Lid HENDRIKS vraagt hem vervolgens te verduidelijken dat niet iedereen in staat is om te fietsen, aangezien hij dat in zijn betoog enkele malen suggereert. Lid VAN MUNSTER erkent dit en benadrukt dat zijn opmerkingen vooral betrekking hadden op de ruimtelijke impact van de Biro. Hij voegt eraan toe dat het krijgen van kinderen niet automatisch betekent dat een auto noodzakelijk is, al begrijpt hij dat het die keuze wel vergemakkelijkt. Lid HENDRIKS reageert luchtig maar vraagt hem om zijn eerdere uitspraak over participatie te nuanceren. Lid VAN MUNSTER zegt dat zijn partij participatie belangrijk vindt, maar dat hij persoonlijk soms moeite heeft met de manier waarop het in de praktijk verloopt. Wethouder VAN DER HORST dankt de commissie voor de vele opmerkingen en zegt dat het afwegingskader een belangrijke stap is naar een integrale en meer genuanceerde benadering van mobiliteit. Het stelt de gemeente in staat om beter te differentiëren tussen doelgroepen en beleid minder generiek te maken. De wethouder bespreekt dat het voor sommige groepen aanzienlijk moeilijker is om zonder auto te functioneren, zoals ondernemers, mensen met een beperking, scholieren en vervoerders. Ze benadrukt dat de lessen van de afgelopen jaren hebben bijgedragen aan beter inzicht in deze problematiek, wat helpt bij het voeren van rechtvaardige discussies over ingrijpende maatregelen.

Op het gebied van intelligente toegang stelt de wethouder dat er al diverse maatregelen zijn genomen, zoals milieuzones, uitstootvrije zones en bepaalde gebieden waar alleen bewoners toegang hebben. Deze instrumenten worden gebruikt, maar nog

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

niet op grote schaal. Er is bij de Sloterweg veel ervaring opgedaan die nuttig is voor toekomstige stappen, bijvoorbeeld in de binnenstad en bij parkeerbeleid. Bij het toepassen van intelligente toegang moet zorgvuldig worden afgewogen, vooral bij buitenlandse kentekens, aangezien niet alle buitenlandse voertuigen toeristisch zijn. Lid ASRUF vraagt om een concreter tijdpad voor de invoering van intelligente toegang in de binnenstad en welke stappen het college in de komende maanden verwacht te zetten. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat het kader verkeersnetten nog zal bijdragen aan keuzes over verkeersstromen en dat ook bij de Weesperstraat en het taxibeleid verdere stappen worden gezet. Ze benadrukt dat het belangrijk is zorgvuldig om te gaan met gelijke behandeling en dat verdere discussies hierover nodig zijn. Lid HAVELAAR stelt voor dat het college in het eerste jaar systematisch reflecteert op voorstellen rondom parkeren, toegang en tarieven aan de hand van het afwegingskader, en dat dit na een jaar wordt geëvalueerd. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat het zinvol is om het doelgroepenkader bij grotere beleidswijzigingen te gebruiken, zonder dat dit verzandt in te gedetailleerde procedures. Ze benadrukt dat dit geldt voor grotere maatregelen en niet voor alle kleine wijzigingen, zoals individuele parkeerplaatsen.

Over P&R-locaties merkt de wethouder op dat er nu meer aandacht is voor regionale samenwerking, zodat autoverkeer buiten de stad wordt opgevangen. Ze geeft aan dat alleen P&R-plekken niet voldoende zijn; alternatieven moeten goed beschikbaar zijn om het autoverkeer naar het centrum daadwerkelijk te verminderen. Daarnaast bespreekt de wethouder Biro’s, waarbij gekeken wordt naar de vraag of deze mobiliteitsoplossingen een auto of fiets vervangen. Er geldt een plafond op het vergunningenbeleid, maar dit blijft een onderwerp van verder overleg. Over het ophalen van huisvuil benadrukt de wethouder dat efficiënte bedrijfsvoering belangrijk is, waardoor een ideale verdeling van werkzaamheden buiten de spits niet altijd uitvoerbaar is. Wel blijft er aandacht voor routes bij scholen en andere kritische punten. Lid WIJNANTS merkt met betrekking tot de positionering van gezinnen binnen het afwegingskader voor mobiliteit en deelvervoer in de stad op dat het kader slechts één keer verwijst naar een specifiek huishoudtype, zonder echt een doelgroep te benoemen, en vindt dit onvoldoende. Volgens hem is dit een bepalend moment voor het autobezit en zou het college hier concreter beleid op moeten maken. Hij verwijst naar de opmerkingen van de wethouder over deelauto’s en kinderzitjes, maar benadrukt dat de problematiek van gezinnen breder is dan dat.

Wethouder VAN DER HORST erkent de zorgen van lid Wijnants, maar wijst erop dat het niet praktisch is om voor alle mogelijke doelgroepen uitzonderingen te maken. Er zijn volgens haar ook genoeg gezinnen in Amsterdam die geen auto bezitten. Wel belooft zij om binnen het kader van deelvervoer verder te kijken naar mogelijkheden om gezinnen beter te faciliteren, zonder dat dit een generiek recht op auto betekent.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

Lid WIJNANTS benadrukt dat er ook gezinnen zonder auto bestaan en dat het opnemen van gezinnen in het kader geen absolute regel is, maar een manier om een bepalend moment voor autobezit mee te nemen in de afwegingen. Hij vindt het argument van het college om ‘generieke groepen’ niet mee te nemen in dit kader niet passend, aangezien het hele kader volstaat met generieke groepen, en zelfs voor specifieke gevallen zoals het Koninklijk Huis uitzonderingen worden gemaakt. Wethouder VAN DER HORST reageert dat het Koninklijk Huis juist een specifieke groep is en bevestigt dat zij toezegt om bij deelvervoer breder naar gezinnen te kijken, maar waarschuwt dat het benoemen van gezinnen als groep met automatisch recht op bepaalde faciliteiten te ver zou gaan. Lid HENDRIKS vult aan dat het opnemen van gezinnen in het afwegingskader geen verplichting oplegt, maar dat de raad in de toekomst kan beslissen of uitzonderingen gewenst zijn. Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat gezinnen als afweging al aanwezig zijn, maar zoekt naar concrete suggesties voor aanvullende tekst. Lid WIJNANTS stelt voor om het concept naar de raad te sturen en eventueel te overwegen dit in een motie te verwerken. Lid VAN MUNSTER bespreekt het gebruik van taxi’s als alternatief voor de auto.

Hij wijst erop dat één op de vijf taxi’s bezet is en dat taxi’s veel lege ritten maken, waardoor ze slechts beperkt een alternatief zijn. Wethouder VAN DER HORST erkent dat taxi’s een rol vervullen in het mobiliteitssysteem en dat het belangrijk is dat het beleid de positie van taxi’s hierin erkent, zonder te suggereren dat taxi’s volledig het eigen vervoer vervangen. Daarnaast gaat de wethouder in op bewonersparticipatie. Ze benadrukt dat bewoners op verschillende manieren betrokken zijn, onder andere via het programma Amsterdam Maakt Ruimte en de participatieve waarde-evaluatie. Deze input is meegenomen in het beleid en de afwegingen binnen het kader. Lid ASRUF legt de nadruk op het meenemen van alternatieven voor mobiliteit, zoals openbaar vervoer, fietsen of deelvervoer, bij de afweging van doelgroepen. Hij merkt op dat het huidige kader te veel is gericht op één modaliteit, namelijk de auto, en vraagt om doorontwikkeling zodat een integrale afweging kan plaatsvinden. Wethouder VAN DER HORST benadrukt dat het beleid juist gericht is op het aanbieden van alternatieven, zoals het nachtnet voor bewoners die vroege of late diensten draaien. Zij noemt dit een afweging die moet plaatsvinden bij het opstellen van specifieke maatregelen en erkent dat het een complexe kwestie is waarin verschillende modaliteiten en praktische oplossingen tegen elkaar moeten worden afgewogen.

Lid ASRUF vult aan dat bijvoorbeeld bij maatregelen zoals het weren van buitenlandse kentekens in de Weesperstraat de opvang van deze voertuigen aan de stadsranden en de beschikbaarheid van goed openbaar vervoer cruciaal zijn. De integrale

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

afweging moet volgens hem altijd gemaakt worden om de consequenties van specifieke maatregelen voor verschillende doelgroepen inzichtelijk te maken. Het gesprek illustreert een voortdurende zoektocht naar balans tussen praktische uitvoerbaarheid, gelijke behandeling van doelgroepen en het stimuleren van alternatieven voor autogebruik. Het afwegingskader wordt gezien als instrument om deze keuzes transparant en onderbouwd te maken, terwijl concrete maatregelen zoals deelvervoer en OV-investeringen in uitvoeringsagenda’s verder worden uitgewerkt. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat het afwegingskader inderdaad gebruikt wordt, maar altijd op projectbasis. Bij een specifiek project wordt gekeken of er alternatieven zijn en wat de gevolgen zijn voor verschillende doelgroepen. Het kader zelf geeft geen concreet beleid of maatregelen aan; het is bedoeld om keuzes binnen projecten goed te kunnen wegen. Op die manier kan het mobiliteitsbeleid eerlijk en rechtvaardig worden uitgevoerd, ook al zijn de keuzes vaak moeilijk vanwege de beperkte ruimte in de stad. Het kader vervangt geen uitvoeringsagenda, maar ondersteunt de besluitvorming bij maatregelen en helpt de stad leefbaar en bereikbaar te houden.

Lid VAN MUNSTER vraagt of het afwegingskader concreet gebruikt kan worden voor nieuwe maatregelen, zoals het beperken van taxi’s op bepaalde plekken of alleen bewoners in specifieke gebieden. Wethouder VAN DER HORST benadrukt dat het kader vooral een hulpmiddel is bij bestaande en toekomstige projecten en dat het gebruikt wordt in de uitvoeringsagenda van Amsterdam Maakt Ruimte, waarbij korte-, middellange- en langetermijnmaatregelen worden beschreven. Het kader biedt de mogelijkheid om keuzes goed af te wegen en het juiste bestuurlijke en politieke gesprek te voeren, maar het betekent niet dat overal maatwerk op straatniveau mogelijk is. Over intelligente toegang geeft de wethouder aan dat dit al in gebruik is en dat bij de uitwerking altijd aandacht wordt besteed aan data, veiligheid en privacy. Projecten worden stap voor stap uitgevoerd, omdat te snelle invoering tot fouten kan leiden. Zij wijst erop dat er al voorbeelden zijn zoals de Sloterweg, milieuzones, uitstootvrije zones en maatregelen binnen het taxibeleid. Samenwerking met andere steden wordt bekeken om van hun ervaringen te leren, maar Amsterdam heeft andere randvoorwaarden en middelen, waardoor sommige maatregelen zoals grootschalige beprijzing hier niet mogelijk zijn.

Lid HENDRIKS merkte op dat het beleid rond intelligente toegang in de praktijk nog stilstond en dat hij graag concrete informatie wilde over wat er is gebeurd en welke lessen zijn geleerd. De wethouder antwoordde dat er updates zijn geweest en dat resultaten van projecten gebruikt worden om verder te leren. Het is belangrijk om intelligente toegang te zien als een van de middelen om beleid uit te voeren, en niet als het doel op zich. Wethouder VAN DER HORST legt betreft de aanpak richting werkgevers en werknemers uit dat er actief contact is met werkgevers om transities en modelshiften te stimuleren, waardoor werknemers steeds meer worden meegenomen in de veranderingen. Dit is een structurele aanpak die bijdraagt aan de uitvoering van het mobiliteitsbeleid.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

Ten slotte wordt afgesproken dat de wethouder zal bekijken hoe de vragen rond intelligente toegang in een brief of een volgende raad kunnen worden beantwoord, waarbij de nadruk ligt op concrete stappen en geleerde lessen uit projecten. De VVD had aangegeven dit punt door te schuiven naar de volgende raad op 10 december, aangezien het een TKN-punt betreft. De VOORZITTER dankt de wethouder voor de beantwoording en sluit het agendapunt af. Toegevoegd bespreekpunt 8. Verminderde bereikbaarheid Noord door renovatie ponthalte NDSM (VN2025014982 Lid WIJNANTS opent het agendapunt door te verwijzen naar een eerdere mededeling van de wethouder en bedankt voor het delen van de tekst vanuit de publieke tribune. Hij legt uit dat hij veel vragen hoort van bewoners van de NDSM-werf. Een veelgehoorde vraag is waarom er niet gekozen wordt om de pont vaker te laten varen van NDSM-werf naar Pontsteiger, terwijl de verbinding van NDSM naar Centraal juist veel door bezoekers en toeristen wordt gebruikt. Volgens lid Wijnants is de pont van NDSM naar Pontsteiger voor de bewoners van Noord de belangrijkste route, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer, en is dit vaak de kortste en snelste fietsroute. Hij merkt op dat veel fietsers van de NDSM terug naar de Buiksloterweg reizen en dat de keuze voor de huidige pontregeling hierdoor niet volledig vanuit het perspectief van bewoners lijkt te zijn gemaakt.

Hij vraagt zich af of dit ook is meegenomen in de alternatieve onderzoeken die eerder zijn uitgevoerd en hoe het momenteel gesteld is met de veiligheid en de frustraties die bewoners ervaren. Lid IJMKER sluit hierbij aan en vertelt dat de commissie hierover al eerder vragen heeft gesteld en antwoorden heeft ontvangen. Hij verwijst op een luchtige manier naar een Instagram-filmpje van de wethouder waarin een deel van zijn technische vragen werd beantwoord en merkt op dat het soms verwarrend kan zijn dat informatie eerst via social media wordt gedeeld voordat deze via formele kanalen beschikbaar is. Vervolgens bespreekt hij de gebruikte statistiek dat het in de winter 30 tot 35 procent rustiger is. Hij legt uit dat dit een gemiddelde over de dag betreft en dat dit geen uitspraak doet over de drukte in de spits. Volgens haar kan het dus zijn dat de spitsuren nog steeds erg druk zijn, terwijl het gemiddelde over de dag lager uitvalt. Hij benadrukt dat dit punt een belangrijke zorg is voor GroenLinks, maar geeft aan dat hij openstaat voor aanvullende cijfers die het tegendeel aantonen. Daarnaast sluit hij zich aan bij de vraag van de VVD over welke ponten vaker varen en de verdeling daarvan. Wethouder VAN DER HORST licht vervolgens uitgebreid de gemaakte keuzes toe.

Ze benadrukt dat de keuze voor Centraal Station zorgvuldig is genomen, met advies van stadsdeel Noord dat het bewonersperspectief meeneemt. Volgens haar zijn er na de aansluiting op Centraal veel meer voetgangers, waardoor alternatieven voor fietsers en lopers minder optimaal zijn. Dit is een belangrijke reden voor de gemaakte keuze. Wat betreft de veiligheid legt de wethouder uit dat monitoring plaatsvindt zodra de werkzaamheden beginnen. Medewerkers zijn aanwezig om de situatie in goede banen te leiden en er wordt voortdurend gekeken naar de drukte bij de ponten. Ze erkent dat het vooral in de spits druk kan worden, maar benadrukt dat de situatie goed wordt gevolgd en

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025

MOW

dat er waar nodig bijgestuurd kan worden. Daarbij maakt ze het verschil duidelijk tussen zomer- en wintermaanden en geeft ze aan dat de drukte in de spits realistisch bekeken moet worden, met aandacht voor de ervaringen van reizigers en bewoners. Lid WIJNANTS bedankt de wethouder voor de uitleg en benadrukt dat iedereen begrijpt dat de werkzaamheden noodzakelijk zijn. Hij vraagt echter door over de analyse die ten grondslag ligt aan de keuze van welke ponten vaker varen. Volgens hem gaat het niet alleen om advies van het stadsdeel, maar moet er ook een vervoerswaarde-analyse zijn uitgevoerd, zodat de verdeling van de vaarten goed onderbouwd is. Daarnaast merkt hij op dat monitoring nodig is om bij te sturen als blijkt dat bij bepaalde ponten grote wachtrijen ontstaan, zodat er flexibel kan worden ingespeeld op de feitelijke vraag. Wethouder VAN DER HORST bevestigt dat naast het advies van stadsdeel Noord ook vervoerswaardecijfers zijn meegenomen bij de beslissing. Ze benadrukt dat monitoring ervoor zorgt dat er waar nodig kan worden bijgestuurd en dat de veiligheid altijd gewaarborgd blijft. Lid IJMKER merkt op dat de wethouder aangeeft dat bijsturing mogelijk is en dat de raad dit met interesse zal volgen.

Hij stelt daarnaast een vooruitkijkende vraag: de huidige werkzaamheden betreffen vooral vervanging en onderhoud van de bestaande aanlegsteigers, maar hij wil weten of er ook meer plekken voor ponten bij komen. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat de werkzaamheden toekomstbestendig worden uitgevoerd en dat er ruimte wordt gecreëerd om in de toekomst op te schalen. Ze geeft aan dat er een traject loopt voor de uitbreiding van het aantal ponten, met aanbestedingen en andere voorbereidingen, zodat in de toekomst eenvoudig extra ponten kunnen worden ingezet indien nodig. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de openbare vergadering om 16.00 uur. De volgende vergadering vindt plaats op 27 november 2025. .

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16232687/1