CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.09.03 Conceptverslag RO.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 24 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie RO d.d. 3 september 202513.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 3 september 2025

RO

9 Bespreken van de raadsinformatiebrief over afdoening motie 213.23 van de leden Minderhoud c.s. inzake actieve grondpolitiek (VN2025-010217) Dit punt is doorgeschoven. Ruimtelijke Ordening Na een korte beraadslaging over het resterende deel van de agenda en de voortschrijdende tijd wordt besloten om na de gevoegde punten 10, 11 en 12 te bekijken of er nog tijd is om alle volgende punten te behandelen. 10 Bespreken van de raadsinformatiebrief over het oordeel 2024 van de provincie Noord-Holland omtrent de VTH-beleidscyclus van de gemeente Amsterdam (VN2025010223) 11 Bespreken van de raadsinformatiebrief en het Jaarverslag en beleidsevaluatie VTH Bouw & Gebruik 2024 (VN2025-010227) 12 Bespreken van de raadsinformatiebrief over het concept VTH Uitvoeringsprogramma 2025 (VN2025-010993) Het lid STAARTJES refereert aan de behandeling van een vergunningverleningstraject voor een nachtclub, in deze vergadering eerder dit jaar, en omschrijft dit als een ambtelijk horrorverhaal. In het onderzoek van de provincie wordt aangehaald dat dienstverlening niet altijd centraal staat bij vergunningverlening. Als raadslid krijgt hij deze signalen ook. Mensen die een vergunning aanvragen, zijn niet altijd enthousiast en dit geldt van het bellen met 14020 voor advies tot aan inhoudelijke behandeling van een aanvraag.

Het lid vindt het voor de gemeenteraad moeilijk te achterhalen of deze initiatiefnemers een terecht punt hebben, en of het uitmaakt of het gaat om een professional die de weg kent, of een inwoner die zijn woning wil uitbouwen. De provincie is positief over de beleidsmatige kant en die ziet de gemeenteraad ook. Maar de spanning zit hem in de tevredenheid. Amsterdam hanteert geen streefcijfers voor publieke tevredenheid en in het jaarverslag is hier niets over te vinden. Op grond van enquêtes zou het rapportcijfer rond de 8 liggen en dat lijkt het lid onwaarschijnlijk hoog. Gemeenten scoren zelden boven een 7, als gevolg van onvrede bij aanvragers of omwonenden over het resultaat. Daarnaast is het onduidelijk of het in alle stadsdelen even goed gaat, en er rijzen ook andere vragen. Hoe zit het met het spanningsveld tussen aanvragers en omwonenden, hoe implementeert Amsterdam het ja-mitsprincipe uit de Omgevingswet, en hoe verhoudt zich dat tot een dichtgebouwde stad met vele tegenstrijdige belangen? Deze aspecten hebben allemaal invloed op tevredenheid. Het gezond verstand van het lid zegt dat de druk op de vergunningverlening toeneemt en bereidt een motie voor de gemeenteraad voor om hier in de toekomst meer aandacht aan te besteden. De VOORZITTER laat het punt agenderen naar de raad.

Het lid ALBERTS geeft twee voorbeelden van hoe de procedure die mooi op papier staat in de praktijk mis kan gaan. Een voorbeeld betreft een zonder vergunning gekapte grote boom, die op basis van de herplantplicht moest worden vervangen. De bedoeling is om een vergelijkbare boom terug te planten, maar op basis van een rapport van een bomendeskundige die het moest doen met een foto van de gekapte boom werd er een appelboom teruggeplant. Het tweede voorbeeld betreft een ambtenaar die, gewezen op een vigerend bestemmingsplan, verklaarde dat Amsterdam zoveel bestemmingsplannen heeft dat dat niet allemaal op te zoeken is. In algemene zin constateert het lid dat omwonenden steevast niet worden uitgenodigd door de vergunningaanvrager. Lang niet iedereen is in staat een bezwaarprocedure in te gaan en de Omgevingswet is ingewikkeld. Terwijl de aanvrager meestal begeleid wordt door het 16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 3 september 2025

RO

proces, worden omwonenden na een vruchteloze bezwaarprocedure vaak verwezen naar de bestuursrechter. Dit kan niet verplicht worden aan mensen en daarom moet de gemeente veel meer gaan inzetten op participatie. Niet alleen door een hokje aan te vinken, maar door het daadwerkelijk te organiseren. Het lid geeft aan dat het niet de eerste keer is dat dit aangedragen wordt. Samen met GroenLinks is er al eens een initiatiefvoorstel over ingediend maar het blijft sudderen. De VVD is inmiddels ook aangesloten en het wordt tijd dat dit eens goed gaat komen en dat de VTH niet alleen maar een stempelmachine is. Het lid KEESMAN vertelt dat hij als privépersoon een vergunning heeft aangevraagd om een schuurtje te plaatsen, en dat het proces erg goed verlopen is. Hij constateert wel dat over het algemeen de realiteit is dat iemand iets wil, en dat de omgeving dat niet wil. En daar zit de gemeente dan met het verlenen van een vergunning tussenin. En de gemeente heeft bijvoorbeeld te maken met krapte aan capaciteit, en dat wordt de komende jaren niet beter. Daarom is het lid bang dat het de komende keer niet op orde is, zoals het lid Alberts graag wil. Het lid hoort graag of de wethouder dit beeld herkent. Verder stelt het lid voor om het Uitvoeringsprogramma 2025, dat pas in september naar de commissie komt, te laten gelden voor 2025 en 2026.

En het lid vraagt of er iets te zeggen valt over stadsdelen of beleidsthema’s waar krapte optreedt en hoe het college daarmee omgaat. Het lid VEENHOFF mist in de beleidsevaluatie het onderwerp bekendmakingen, terwijl daarmee wel wat aan de hand is. Het lid heeft 17 aanvragen voor vergunningen doorgestuurd en die werden vaak pas maanden later gepubliceerd. Dat is veel te laat, en het lid wil graag weten hoe dit verbeterd gaat worden. Verder vraagt het lid naar het fotobewijs bij herplant. In het verslag staat een aantal stappen die in dat proces gedaan zouden worden, maar uit schriftelijke vragen in West kwam naar voren dat dat in de praktijk niet gebeurt en dat dat volgens de Boomverordening ook niet toegestaan is. Het lid verneemt graag wat hiervoor de oplossing is. Het lid TAŞLIYURT stipt aan dat naast de Omgevingswet ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking is getreden. Dat heeft effect op de gemeentelijke organisatie aan de uitgavenkant, maar er zijn geluiden dat de gemeentelijke inkomsten hierin onder druk staan doordat er een afname is van grote bouwplannen en er meer vergunningvrij wordt gebouwd. Daardoor staan de legesinkomsten van gemeenten onder druk.

Is dit in Amsterdam ook het geval, en hoe anticipeert de wethouder hierop zodat er een robuuste VTH-organisatie behouden kan worden? Wethouder VAN WEYENBERG deelt mede dat bij het college dezelfde vraag leefde, maar heeft niet de indruk dat door het invoeren van de Omgevingswet allerlei leges worden misgelopen. Hij laat dit nog wel extern analyseren om dit met zekerheid te kunnen stellen, maar vooralsnog lijkt er geen grote impact te zijn op de legesinkomsten. Wat betreft de vraag van het lid Keesman over de krapte in de capaciteit geeft de wethouder aan dat er jaarlijks 12.000 vergunningen worden behandeld, en natuurlijk is daar ruimte voor verbetering. In een tijd met grote uitdagingen en ook krapte is het een uitdaging om medewerkers te behouden en nieuwe medewerkers te vinden. En er gaat veel goed maar er kan ook veel beter, en dat mogen bewoners van de gemeente vragen. Amsterdam kent, zoals het lid Staartjes aangaf, geen systematisch klanttevredenheidsonderzoek, maar uit ad-hoconderzoeken die af en toe gedaan worden komt een score van ongeveer een 8, wat een hoog cijfer is voor een proces als dit. Dat moet niet leiden tot achterover leunen, maar mag wel genoemd worden naast de voorbeelden die zijn genoemd waar het beter had gekund.

Het lid STAARTJES vraagt in een interruptie of de wethouder dit hoge cijfer niet eigenlijk een verdacht hoog cijfer vindt, waarop de wethouder antwoordt dat hij die indruk niet heeft en het gewoon een heel mooi cijfer vindt waar veel overheidsorganisaties alleen van durven dromen. Tegelijkertijd vindt de wethouder het een goed idee om klanttevredenheid een meer systematische plek te geven in plannen en verslagen, en hij verwacht dat het lid Staartjes daar in zijn motie in de raad nog wel op gaat stutten. Het lid STAARTJES vraagt in een tweede interruptie of de wethouder weet of het cijfer 8 afkomstig is van professionele aanvragers of van inwoners. De wethouder

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 3 september 2025

RO

antwoordt dat het gaat om een gemiddeld cijfer waarvan de verhoudingen niet bekend zijn. Wethouder VAN WEYENBERG is het eens met het lid Keesman dat de bespreking van stukken over een lopend jaar die pas in september plaatsvindt, erg laat is. Het plan is om voortaan bij nieuwe jaarplannen te beginnen op basis van cijfers van Q2, dan kan er drie maanden eerder begonnen worden met het maken van het plan. Ook de wethouder wil plannen graag eerder sturen, maar verwacht dat dit voornemen voor het nieuwe jaar nog geen werkelijkheid zal zijn. Het lid KEESMAN herhaalt in een interruptie zijn voorstel om nu het Uitvoeringsvoorstel 2025 om te dopen naar 2025-2026. De wethouder vindt dit voor dit jaar een goed idee, en spreekt uit het mee te nemen en de aangeboden hulp te waarderen. Tegelijkertijd benadrukt hij dat het de bedoeling blijft om het traject meer naar voren te halen. In algemeen antwoord op een aantal vragen schetst wethouder VAN WEYENBERG hoe het proces momenteel is ingericht. In 2025 is tot nu toe ongeveer 86 procent van de vergunningsaanvragen binnen de termijn behandeld. Overschrijdingen betreffen vaak enkele dagen tot hooguit twee of drie weken, dus niet regelmatig veel langer.

Over de dienstverlening en het contact tussen ambtenaren en aanvragers vertelt de wethouder dat dit strak is ingeregeld, en naast een telefonisch contactmoment na de aanvraag is er ook direct contact mogelijk met de behandelend ambtenaar. De gemeente is echter geen bouwkundig adviesbureau, dus het is niet de bedoeling dat er nog inhoudelijk met de ambtenaar wordt overlegd. Maar over het proces van de aanvraag is er intensief en persoonlijk contact mogelijk en er is in principe een aangewezen behandelend ambtenaar voor een aanvraag. In antwoord op de vraag van het lid Veenhoff over de tijdigheid van bekendmakingen licht hij toe dat de Wet elektronische publicatie gemeenten verplicht om alle officiële bekendmakingen online te zetten op de website officielebekendmakingen.nl. De gemeente heeft deze wet aangegrepen om de publicaties tussen de stadsdelen te uniformeren en het aantal publicaties uit te breiden naar ook diverse andere besluiten waarvoor geen wettelijke publicatieverplichting geldt. Dat daar soms veel tijd overheen gaat, kan wellicht komen doordat het systeem soms nog hapert, maar ook doordat er hard gewerkt wordt aan scholing om medewerkers door de hele stad deze werkwijze eenduidig, consequent en juist te laten hanteren. Er moeten hierin echter nog wel wat stappen gezet worden.

Het lid VEENHOFF vraagt in een interruptie of het hier dan een helemaal nieuw systeem betreft, omdat de tijdigheid van publicaties al heel lang een probleem is. De wethouder bevestigt dit en voegt toe dat de gemeente via dit systeem veel meer wil publiceren dan wettelijk is afgesproken, en dat dat een nieuwe werkwijze is. Op de vraag van het lid ALBERTS over het eerder inzetten van participatie meldt de wethouder dat de gemeente participatie voorafgaand aan de aanvraag stimuleert, en dat participatie bij buitenplanse aanvragen zelfs verplicht is. Indien er daarbij niet geparticipeerd is, wordt de aanvraag buiten behandeling geplaatst. Bij krapte helpen stadsdelen elkaar dat te doen. Het lid VEENHOFF vraagt in een interruptie of haar vraag over het opnemen van fotobewijs in de bomenverordening nog kan worden beantwoord. De wethouder antwoordt met excuses voor het niet beantwoorden van de vraag dat het toesturen van fotobewijs wel degelijk als standaardverzoek is opgenomen in de bomenverordening. Er zal bij de uitvoerende afdelingen nog extra nadruk worden gelegd, zodat de verordening overal eenduidig wordt uitgevoerd. Tweede termijn Het lid ALBERTS stelt dat het zo vaak misgaat dat dat niet meer als incidenten kan worden afgedaan, maar dat het eigenlijk gaat om een structureel probleem.

De wethouder wordt gevraagd of hij dat herkent, en of hij zich heel goed op de hoogte wil stellen als dat niet zo is. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt hierop dat hij niets wil afdoen aan de individuele voorbeelden van het lid Alberts, maar dat het hier gaat over twee waarheden en dat maakt het ingewikkeld. Waarschijnlijk speelt krapte bij het 18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 3 september 2025

RO

personeel hier een rol. Daarnaast werkt de persoonsgerichte aanpak met contact met de behandelend ambtenaar erg goed. Het is best lastig om de goede resultaten enerzijds en de vervelende voorbeelden anderzijds bij elkaar te krijgen, en de gemeente probeert te leren en te verbeteren waar mogelijk, en eventueel het beleid aan te passen. De wethouder wil niets afdoen aan elke individuele casus en de gemeente heeft de dure plicht het zo goed mogelijk te doen. Wethouder VAN WEYENBERG nuanceert tot slot zijn uitspraak over de legesinkomsten. Die zijn inderdaad wat lager geworden door de invoering van de Omgevingswet, maar op andere punten zijn er wat meer inkomsten gekomen en daardoor is er geen groot financieel gat ontstaan. De VOORZITTER laat optekenen dat punt 11 op verzoek van het lid Staartjes wordt doorgestuurd voor korte behandeling in de raadsvergadering van 8 en 9 oktober. 13 Bespreken van de raadsinformatiebrief over de voortgang Vervolgaanpak bouwdynamiek (VN2025-010219) Voor dit onderdeel is stadsdeelbestuurder Vink, van Zuid, te gast. Het lid TAŞLIYURT ziet dat er hard wordt gewerkt aan bouwdynamiek door middel van onder andere pilots met klussenlocaties, schouwers voor nulmetingen en de scanfeeds. De kernvraag is echter of de bewoners hier echt verbetering van merken.

Overlast verschuift vaak van de ene buurt naar de andere, en dan is het lastig om te beoordelen of deze aanpak structureel werkt. Daarom is inzicht gewenst in hoe het college de effecten meet, of de overlast aantoonbaar minder wordt en waar dat uit blijkt. Verder benadrukt het lid dat het risico bestaat dat de regels niet worden nageleefd zolang de capaciteit zo beperkt en kwetsbaar is per stadsdeel. Dan kunnen bewoners het vertrouwen verliezen, en juist dat vertrouwen is de basis voor het draagvlak voor vernieuwing in de stad. Het lid STAARTJES signaleert twee samenhangende problemen. Enerzijds zijn er gezagsgetrouwe en goedwillende ondernemers, waarvan signalen komen dat ze het ondernemen in de delen van de stad waar het nu om gaan steeds moeilijker vinden in verband met de toenemende regeldruk. Gezien het grote tekort aan aannemers in het land zoeken deze ondernemers hun heil dan elders. Dan blijven de ondernemers over die het met de regels minder nauw nemen, en dan blijkt uit de raadsinformatiebrief dat de grootste kwetsbaarheid bij deze aanpak het gebrek aan toezicht is.

Het lid realiseert zich dat het een uitdaging is om aan voldoende toezichthouders te komen, maar wil graag van het college weten hoe er naar deze spanning gekeken wordt en of het dus niet gewoon betekent dat deze aanpak bouwdynamiek alleen kan slagen als het lukt om voldoende toezicht te houden, ook in de toekomst. Wethouder VAN WEYENBERG licht nog toe dat de term bouwdynamiek eigenlijk bouwoverlast betekent. Inhoudelijk licht hij toe dat daarin al een aantal maatregelen is genomen als het aanpassen van bestemmingsplannen, optoppen en het uitbouwen in binnentuinen. Daarin wordt geen ruimte meer gezien om nog meer te doen, maar er viel wel wat te winnen rondom de overlast in de openbare ruimte. Over de beperkte capaciteit meldt de wethouder dat elk stadsdeel momenteel een toezichthouder heeft voor bouwactiviteit in de openbare ruimte, maar dat is niet voldoende om alle meldingen op te pakken. Wel wordt er samengewerkt tussen de stadsdelen. Op de vraag van het lid Taşliyurt of de bewoners iets merken van de verbeteringen, meldt de wethouder dat er variatie is in de overlast, op basis van de buurt, het type en de aantallen bouwactiviteiten. Er wordt per maatregel gekeken, maar ook naar bijvoorbeeld naar de pilot clusterlocaties die tot het eind van het jaar loopt, en daar zal dan een evaluatie op komen.

Ook wordt informatie opgehaald bij bewoners en ondernemers in de buurt en er worden enquêtes afgenomen bij aannemers die een vergunning hebben aangevraagd.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 3 september 2025

RO

Bestuurder VINK van stadsdeelraad Zuid merkt op dat binnen de vastgestelde beleidskaders door alle stadsdelen eenduidig wordt getoetst. Wellicht zijn er kleine verschillen naar aanleiding van specifieke bestemmingsplannen, maar er wordt scherp getoetst. Vanuit de stadsdelen Zuid en West is er met de wethouder hard gewerkt om te kijken naar het bestrijden van de overlast op verschillende plekken. In een brief aan de commissie is dit toegelicht en er is een vijftal maatregelen bekeken. Twee van die maatregelen blijken in de praktijk niet effectief, of er zitten nadelen aan. Het gaat om het stellen van voorwaarden aan de esthetiek van tijdelijke bouwwerken en om het stellen van een maximum aantal bouwactiviteiten in een straat. De drie andere maatregelen, die in de brief zijn toegelicht, zijn doorgevoerd en daarvan worden positieve resultaten verwacht. Er zal scherp worden gekeken of deze maatregelen het gewenste effect opleveren. Het lid LOCHTENBERG vraagt of er wordt getoetst op de parkeernormen in kelders en hoe omwonenden kunnen melden dat de normen worden overschreden. Bestuurder VINK antwoordt dat daar zeker op wordt getoetst en dat bewoners melding kunnen doen bij 14020 of op de website van de gemeente als ze twijfelen of normen worden overschreden. Verder meldt de bestuurder dat de pilot clusterlocaties een van de maatregelen is die worden doorgevoerd.

De pilot is in de P.C. Hooftstraat, waar twee plekken zijn aangewezen waar alle tijdelijke bouwwerken als bouwhekken, toiletten en keten mogen staan. Op andere plekken zijn deze bouwwerken niet meer toegestaan. Voor bestaande activiteiten zijn geen clusterlocaties aangewezen, dus het is mogelijk dat daarvan nog tijdelijke bouwwerken aanwezig zijn. De pilot loopt tot het einde van het jaar, en als hij succesvol is kan deze maatregel ook elders worden toegepast. Verder wordt het aantal parkeerplekken per project beperkt tot twee. In West zijn daar goede ervaringen mee en dat wordt nu breder doorgevoerd. Indien er meer parkeerplekken nodig zijn, dient dat heel goed onderbouwd te worden. De derde maatregel bestaat uit het doen van een schouw voorafgaand aan de bouwactiviteiten, om achteraf vast te kunnen stellen of er bouwschade is opgetreden, bijvoorbeeld als beschadigde openbare ruimte of geveltuintjes. Die kunnen dan aan het einde van de bouwactiviteit worden hersteld. Ook hier gaat het om een pilot tot het einde van het jaar. Tweede termijn Het lid KEESMAN vraagt in hoeverre het mogelijk is dat bewoners vroegtijdig gestimuleerd worden met elkaar in gesprek te gaan en refereert aan het bouwbord. Het lid is ervan overtuigd dat er veel onzekerheid kan worden weggenomen als men weet wat er gaat gebeuren.

Het lid STAARTJES vraagt in hoeverre bekend was dat er aannemers zijn die in de pilotgebieden liever geen activiteiten meer willen ondernemen, en hoe het college de toegenomen regeldruk op deze zin beoordeelt. Wethouder VAN WEYENBERG stelt dat er geen signaal bekend is van ondernemers die geen activiteiten meer willen ondernemen in de pilotgebieden. Deze signalen worden uiteraard verwelkomd. Bestuurder VINK ziet de vraag van het lid Keesman over het vroegtijdig in gesprek gaan met bewoners als een aansporing om dat actief te blijven doen. 14 Bespreken van de raadinformatiebrief ter afdoening van de toezegging over vraag over het bouwbord (VN2025-010218) Het lid VEENHOFF stelt dat er weliswaar in de werkinstructie staat dat er gecontroleerd wordt dat de maatregelen bij kelders volgens de vergunning zijn uitgevoerd voordat beton wordt gestort, maar dat dat voor de bewoners niet inzichtelijk is en dat er niets meer te zien is na dit kritieke moment in de bouwfase. Het is belangrijk het vertrouwen van de bewoners terug te winnen, en de vraag aan de wethouder is of er nagedacht kan worden over wat er hierin aan communicatie kan worden gedaan. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat hij een verzoek tot nadenken niet afslaat, maar dat hem niet meteen iets bruikbaars te binnen schiet.

Het lid VEENHOFF stelt voor om het bijvoorbeeld in de vergunning op te nemen, of in de informatie die sowieso voor 20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 3 september 2025

RO

iedereen beschikbaar gemaakt gaat worden en er als het goed is voor het einde van het jaar moet zijn. De wethouder herhaalt dat het in de werkinstructie zit, en dat hij hier verder even over moet nadenken. Hij denkt niet dat hij kans ziet om binnen twee weken nog met een brief te komen, waarop de VOORZITTER het punt op verzoek van het lid Veenhoff laat agenderen voor korte bespreking in de raad van 8 en 9 oktober. 15 Bespreken van de raadsinformatiebrief over de uitgangspunten van de zonering van Het Groene Veld (VN2025-010226) Voor dit onderdeel is stadsdeelbestuurder Abid, van Noord, te gast. Het lid TAŞLIYURT geeft aan dat sportvoorzieningen in Amsterdam van groot, en in Noord wellicht nog van iets groter, belang zijn. De vraag naar sport groeit, niet alleen vanwege positieve effecten op de gezondheid, maar ook vanwege ontmoeting en binding in de buurt. De inspreker heeft een paar mooie voorbeelden gegeven van wat rugby in dit verband kan betekenen. En voor rugby is er nu een mooie kans op Het Groene Veld. Waar het stadsdeel een duidelijke voorkeur heeft uitgesproken voor twee velden, kiest het college nu nog voor een voorzichtige stap met één veld. Het lid begrijpt de zorgvuldigheid maar wil graag perspectief houden op groei, zodat de vereniging en de buurt weten waar ze aan toe zijn.

De vraag aan de wethouder is welke criteria of signalen er gehanteerd gaan worden om te bepalen of en wanneer een tweede rugbyveld aan de orde is. Het lid STAARTJES merkt op dat de RCA duidelijk behoefte heeft aan twee velden om te kunnen groeien en spelen, en dat wordt onderschreven door stadsdeel Noord. Het college gaat hier niet in mee en wat het lid betreft is dit een onverstandige keuze. Daarnaast is er de vreemde situatie dat de gemeente een festivalterrein met 40.000 bezoekers gedoogt midden in een woonwijk. Omwonenden ervaren hier overlast van, maar volgens het college concentreert de overlast zich met name rondom het nachtprogramma en hierbij is de buurt nauwelijks betrokken. Het convenant is volgens het college een goede stap in de richting van balans tussen levendigheid en leefbaarheid. Het lid Staartjes vindt dat wat mager. De bewoners vinden dat de gemeente een rol behoort te spelen in het bieden van structurele oplossingen als verkeersplannen, plaatsen van hekken en borden, en handhaving. De vraag is wat het college gaat doen om overlast voor omwonenden te beperken, en of het college bereid is de nachtprogrammering te beperken als de overlast structureel blijft.

Het lid VAN MUNSTER is benieuwd of het multifunctionele veld zo kan worden aangelegd dat het snel tot een tweede rugbyveld kan worden gemaakt, want zonder tweede veld is de RCA eigenlijk niet levensvatbaar. Verder is het verzoek om de uitgewerkte plannen terug te leggen bij het Dagelijks Bestuur voor advies en consultatie, zodat er een breed gedragen besluit kan worden genomen. Wethouder VAN WEYENBERG bevestigt dit, en licht verder toe dat het altijd zoeken en passen en meten is met plannen voor een goede benutting van de schaarse buitenruimte. Het college denkt dat het plan dat er nu ligt inpasbaar is. Deze week is er nog een gesprek met beide partijen en de gemeente over samen kunnen bestaan op Het Groene Veld, en er ligt een buurtspecifiek convenant rondom de Verademing. Parkeren gaat een plek krijgen in het zoneringsgebied. Er is nu ingetekend op een rugbyveld en een multifunctioneel sportveld, maar er is expliciet afgesproken dat het inpassen van een tweede volledige rugbyveld door de beoogde invulling niet onmogelijk wordt gemaakt. De wethouder hoopt dat de RCA een succes wordt, maar dat hoopt hij net zo goed voor de Verademing, ook in goede samenwerking met de buurt. Over het tijdspad meldt de wethouder dat de bestuurlijke behandeling van het zoneringsplan gepland staat voor het einde van voorjaar 2026.

En hij hoopt dat met de verschillende invullingen iedereen zich op een goede manier naast elkaar kan ontplooien. Bestuurder ABID gaat in op de vraag van het lid Staartjes over de aanpak van de overlast en het proces dat de bewoners en de Verademing hierin samen zijn aangegaan. Er zijn afspraken gemaakt over het tijdig informeren van bewoners over wanneer er activiteiten plaatsvinden. Daarnaast zijn de tijden aangepast. Alle partijen staan hier achter. De horecavergunning is verlengd, met inachtneming van de gemaakte afspraken, 21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 3 september 2025

RO

en het beeld is nu dat de zorgen van de bewoners zijn weggenomen. Dit zal wel gemonitord moeten blijven worden. Wethouder VAN WEYENBERG komt nog terug op de vraag hoe eventueel bepaald gaat worden dat het licht op groen kan voor het tweede rugbyveld. De veldbezetting wordt gemonitord door de afdeling Sport en Bos op een uniform bezettingspercentage. Per sport zijn daar meetmethoden voor. Worden deze percentages gehaald en is er sprake van een groei in de jaren daarvoor, dan is dat een indicatie richting het tweede veld. De wethouder hoopt voor de RCA dat het goed gaat en dat deze fase bereikt wordt. Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor zijn bijdrage, wijst nog even op de bijeenkomst van de Kinderraad en de Jongerenraad en sluit de vergadering om 17.33 uur.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15954291/1