CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.01.22 Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs Zorg en Armoedebestrijding 27937

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 26 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 22 januari 20258.049 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 22 januari 2025 van 9.00 tot uur in vergaderzaal Woensdag 26 februari 2025

Voorzitter: R. Alberts Portefeuillehouders: wethouders Moorman, Mbarki (ag.pt 3) Portefeuillehouders afw: wethouder Scholtes Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuner: Saelman Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Abdi(PvdA), Runderkamp (PvdA), Van Pijpen(GL), Wehkamp (D66), Hylkema (VVD), Perdok (De Vonk), Emmerik (Partij voor de Dieren), Broersen (Volt), Haijen (SP), Kabamba (Lijst Kabamba), Van Haarlem (Forum voor Democratie), Belkasmi (PvdA) (ag.pt. 3), Van der Kamp (VVD) (ag.pt. 3)

1. ALGEMEEN GEDEELTE 1a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat wethouder Scholtes afwezig is in verband met de geboorte van zijn dochter. Namens de gehele commissie feliciteert de voorzitter hem hier van harte mee. Wethouder Moorman zal de beantwoording van de vragen bij de Zorgonderwerpen voor haar rekening nemen. Vervolgens deelt de voorzitter mee, dat een groep leerlingen van het volwassenonderwijs van het ROC op de tribune de vergadering zal bijwonen. In het kader van de Burgerschapslessen bezoeken zij het stadhuis. Aan het eind van de vergadering zullen er enkele leerlingen van de Pabo op de tribune plaatsnemen in het kader van de minor Kansenongelijkheid. Wethouder MOORMAN heeft een drietal mededelingen: − De motie van de PvdA met als doel oudere minima toegang te geven tot de Stadspas is aangenomen. De financiële gevolgen zullen aan de orde komen bij de Voorjaarsnota. − Er is verscherpt toezicht ingesteld door de Inspectie Justitie en Veiligheid op Levvel. Dit heeft te maken met nachtelijke insluiting, waarvan Levvel aangeeft dat zij hier niet voor voelt, maar de wet schrijft dit nu nog voor. Hier worden gesprekken over gevoerd.

− Er worden enkele technische sessies aangeboden op 5 februari aanstaande: de Armoedemonitor en de Voortgang van Ondersteuning aan

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

gedupeerden van de Kinderopvang toeslagschandaal. De wethouder nodigt de commissieleden uit zich hiervoor aan te melden. 1c. Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mee dat er in het vervolg sprake is van een tentatieve vergaderorde. Deze wordt in de Dagmail een dag van tevoren aan de commissieleden bekend gemaakt. Deze vergaderorde wordt door de griffie opgesteld op basis van de aanmeldingen voor een bijdrage of bijdragen bij bepaalde onderwerpen.

Op verzoek van de leden Kabamba en Wehkamp wordt agendapunt 4, Rapport Kinderombudsman: ‘Anders behandeld’, doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. Dan zal de Kinderombudsman ook in de gelegenheid zijn haar rapport toe te lichten tijdens de vergadering. De commissie gaat hiermee akkoord. Vervolgens stelt de voorzitter voor om agendapunt 3, Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Derde voortgangsrapportage inzet Amsterdamse schoolveiligheid’ als laatste agendapunt te behandelen, aangezien wethouder Mbarki, die voor dit agendapunt zal aanschuiven, pas vanaf 11.00 uur beschikbaar is. De commissie gaat akkoord. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 4 december 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e. Termijnagenda, per portefeuille Lid VAN PIJPEN heeft geconstateerd dat een toezegging die aan haar gedaan zou moeten zijn bij lid Runderkamp terecht is gekomen en zij vraagt om dit te corrigeren. 1f.

TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de volgende vergadering: Op verzoek van het lid Van Pijpen(GL) wordt geagendeerd TKN-stuk 2, Raadsinformatiebrief stand van zaken kader sociale basis 2025; Op verzoek van het lid Kabamba (Lijst Kabamba) wordt geagendeerd TKN-stuk 3, Voortgang van de ondersteuning aan gedupeerden van het kinderopvangtoeslagenschandaal en zij wil tevens een stuk toevoegen aan de Armoedemonitor; Op verzoek van de leden Wehkamp (D66) en Havelaar (VVD) wordt geagendeerd TKN-stuk 4, Amsterdamse Armoedemonitor 2023, Schuldenmonitor 2024 en Minimaeffectrapportage 2024. De motivering voor deze verzoeken zijn in de Dagmail geplaatst. 1g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL 2a.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich geen insprekers gemeld. 2c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2d. Rondvraag Lid VAN PIJPEN verwijst naar een artikel in de media inzake de situatie bij het Verpleeghuis Ottho Heldring, Cordaan. De wethouder heeft eerder aangegeven in gesprek te gaan met Cordaan en zij ziet hiervan graag een terugkoppeling naar de commissie. De coalitie Ouderen is een onderdeel van Amsterdam Vitaal & Gezond. Het lijkt lid Van Pijpen wenselijk om ook daarmee in gesprek te gaan over de kwaliteit en signalen die er daar aankomen. Ten derde stelt zij voor in het plan Aanpak Personeelstekort ook de veiligheid van de zorg aandacht te geven. Zij krijgt hiervoor graag een toezegging van de wethouder. Wethouder MOORMAN citeert de uitspraken die wethouder Scholtes over deze kwestie heeft gedaan. De wethouder Moorman gaat er vanuit dat gesprekken met Cordaan al staan ingepland. Vervolgens geeft zij aan dat Zilveren Kruis inmiddels contact heeft gehad met Cordaan en hier zal een terugkoppeling naar de commissie van komen. Bespreking in de coalitie Ouderen gaat wel plaatsvinden, maar dit is een langere termijnplanning.

De wethouder vindt veiligheid een belangrijk onderdeel en dit zal zeker een aandachtspunt vormen in het plan Aanpak Personeelstekort. Lid HAIJEN verwijst naar de schriftelijke vragen die zijn partij heeft ingediend over de situatie bij Cordaan en hij vraagt de wethouder deze voortvarend op te pakken. Wethouder MOORMAN zegt dit toe. Lid RUNDERKAMP verwijst naar de nieuwe wet vanuit het ministerie van VWS die bedoeld is om de GGZ-gegevens van patiënten te beschermen. Een gevolg hiervan is dat de instellingen geen facturen meer kunnen indienen bij de zorgverzekeraars, aangezien bepaalde informatie niet meer op de facturen mag worden weergegeven. De staatssecretaris heeft aangegeven dat er in april hiervoor een oplossing komt, maar tot die tijd moeten de instellingen leveren op basis van buffers. Dit is vooral voor kleine instellingen en ZZP nadelig. Hij hoort graag van de wethouder of dit in Amsterdam een probleem is. Wethouder MOORMAN beschrijft het proces bij de overheid dat hiertoe heeft geleid. De gemeente kan hierin geen rol nemen. Bij navraag bij Zilveren kruis is gebleken dat er op dit moment nog geen signalen zijn binnengekomen van zorgaanbieders in Amsterdam.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

BESPREEKPUNTEN 3. Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Derde voortgangsrapportage inzet Amsterdamse schoolveiligheid’ (VN2024-017878) De VOORZITTER heropent de vergadering om 11.03 uur. Zij leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit werd geagendeerd op verzoek van de leden Abdi en Belkasmi. Dit onderwerp was een TKN in de vergadering van 4 december jongstleden. Bij dit agendapunt zijn uitgenodigd wethouder Mbarki en de commissie SED. Lid ABDI geeft in haar inleiding het belang aan van de Aanpak Schoolveiligheid en zij noemt een aantal onveilige situaties waar regelmatig sprake van is, vooral ook op sociale media. De politiechef heeft een dringende oproep gedaan om onveilige situaties te melden. Er zijn mogelijkheden om hulp te bieden, zoals vanuit ‘Help Wanted’, een platform waar je anoniem terecht kunt voor advies en hulp. Helaas is dit platform nog niet voldoende bekend op scholen en lid Abdi vraagt de wethouder hoe de bekendheid hiervan kan worden vergroot. Een ander punt van aandacht is het creëren van ruimte om gesprekken over online te voeren met de jongeren, vooral op scholen. Ook de ouderbetrokkenheid moet een grotere plek krijgen binnen deze problematiek. Zij vraagt de wethouder hoe dit kan worden bewerkstelligd.

Voorts verwijst lid Abdi naar het voorstel dat de PvdA heeft ingediend, inzake een pilot op basisscholen om schoolveiligheid ook hier ter sprake te brengen. Helaas is deze pilot nooit van start gegaan en zij vraagt de wethouder wat er voor nodig is om dit wel door te laten gaan. Lid Abdi geeft vervolgens aan dat de veiligheidscoördinatoren op scholen veelal aangeven dat zij niet precies weten wat hun taak is. De invulling van hun takenpakket verschilt per school en lid Abdi pleit voor uniformiteit. Tenslotte vraagt zij de wethouder hoe Kinderwerk kan worden bevorderd in de stad. Lid VAN DER KAMP beschrijft de extra taken op het gebied van schoolveiligheid en verzuim die op het bordje liggen van de docent. Lid Van der Kamp verwijst naar de vragen die de VVD aan het college heeft gesteld inzake het afpersen via Snapchat en lid Van der Kamp kijkt uit naar de beantwoording hiervan. Vervolgens brengt lid Van der Kamp het probleem van verzuim onder de aandacht en hij relateert dit aan schoolveiligheid. Hij stelt dat de aandacht van het onderwijs gevend personeel en het onderwijsondersteunend personeel zoveel mogelijk gericht moeten zijn op het geven van onderwijs en dit vereist optimale ondersteuning van Leerplicht, jongerenwerkers en andere ketenpartners.

Lid Van der Kamp vraagt de wethouder hoe het onderwijs gevend personeel en het onderwijsondersteunend personeel ontzorgd kan worden, onder andere door beperking van de administratieve lasten. Lid Van der Kamp vraagt vervolgens aandacht voor de continuïteit in de keten van samenwerkende partners. Vanwege de vele personeelswisselingen bestaat het gevaar dat er kennis verloren kan gaan. Hij stelt voor om protocollen vast te leggen, zodat daar op kan worden teruggevallen. Een andere vraag die hij stelt aan de wethouder is welke extra maatregelen kunnen er worden toegepast om scholen te ontzorgen bij de administratieve taken. Het lijkt lid Van der Kamp zinvol om ketenpartners en mensen uit het onderwijs bij het aanbod van educatieprogramma’s zelf te laten kiezen op grond van hun behoefte en de hiaten in hun kennis en vaardigheden. Voor lid Van der Kamp is het eveneens belangrijk om de impact van deze aanpak te kunnen meten en te onderzoeken wat voor effect de maatregelen hebben op het verzuim en de kwaliteit van het onderwijs. Tenslotte verwijst hij naar de pilot van gegevensuitwisseling en vraagt hij de wethouder hoe dit wordt geëvalueerd en hoe deze kan bijdragen aan het ontzorgen van docenten en ondersteunend personeel.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

Lid KABAMBA stelt een aantal vragen: − Hoe wordt de effectiviteit van maatwerk systematisch getoetst? − Welke verbeteringen zijn er al doorgevoerd? − Hoe wordt internetveiligheid meegenomen bij ouderinformatie en jeugdbescherming? − Hoe waarborgt de gemeente de effectieve combinatie van de zorg en strafrechtelijke middelen met oog voor de belangen van jongeren en ouders? − Hoe wordt de naschoolse begeleiding toegankelijk gemaakt? − Hoe worden ouders actief betrokken bij de ontwikkeling van hun kind als het gaat om de veiligheid en begeleiding van jongeren met betrekking tot de problematiek? Lid WEHKAMP sluit zich aan bij de vragen die gesteld zijn inzake de afpersing van jongeren via Snapchat en bij de vragen over de ouderbetrokkenheid. Zij geeft aan dat de onveiligheid op scholen mede wordt veroorzaakt door de maatschappelijke problemen. Daarom verheugt het haar dat er sprake is van passende aanpak per situatie. Zij vraagt de wethouder of de jongeren zelf wordt gevraagd naar ideeën om de veiligheid te bevorderen. In het kader van preventie stelt lid Wehkamp voor om een ouder-kindadviseur een intensieve preventieve aanpak te laten opstellen. Zij vraagt de wethouder of er al sprake is van een OKA op iedere school. Ook wil zij weten wat de wethouder ervan vindt om Leerplicht te vragen om zo’n intensieve preventieve aanpak in te zetten.

Lid Wehkamp verwijst naar een passage in het rapport waar wordt beschreven dat er te weinig wordt geregistreerd. Hierdoor is er onvoldoende zicht op acties die rondom verzuim zijn genomen. Capaciteitsproblemen zouden hiervan de belangrijkste oorzaak zijn en lid Wehkamp vraagt of er een manier is waarmee de scholen hierbij ondersteund kunnen worden. Lid Wehkamp stelt vast dat Leerplicht steeds beter zicht krijgt op het verzuim, doordat de ambtenaren nu vaker de scholen bezoeken. Zij vraagt zich af of dit een juiste constatering is. Vervolgens vraagt zij aandacht voor de kinderen die thuiszitten, aangezien deze leerlingen ook vallen onder de verantwoordelijkheid van de school. Namens lid Schmit stelt zij de vraag welke acties er worden ondernomen om te voorkomen dat mbo-jongeren in de criminaliteit terechtkomen. Lid VAN PIJPEN stelt de volgende vraag namens haar collega lid Bouali: Hoe wil de gemeente ervoor zorgen dat de voorgestelde intensievere samenwerking met en vroegtijdige betrokkenheid van de ketenpartners, die meestal overbelast zijn, binnen de aanpak van schoolverzuim ook haalbaar en effectief wordt zonder extra druk te leggen op hun capaciteit? Wethouder MOORMAN doet een voorstel met betrekking tot de beantwoording van de vragen.

Zij zal de vragen beantwoorden met betrekking tot de schoolveiligheidsaanpak, terwijl wethouder Mbarki zich richt op de vragen over mbo, verzuim en Leerplicht. In antwoord op de vragen van lid Abdi stelt de wethouder dat het essentieel is dat de schoolveiligheidsaanpak in netwerk gebeurt. Er zijn meestal maatschappelijke problemen die hier een rol bij spelen. De opzet van het programma helpt om de ontwikkelingen in de samenleving een plek hierin te geven. De online-leefwereld gaat een steeds grotere impact hebben op de veiligheid van de jongeren en gebeurtenissen heden ten dage onderschrijven dit. Maar omdat de samenleving zich verder ontwikkelt, moet ook het programma Schoolveiligheid zich blijven ontwikkelen. In antwoord om de vragen van de VVD geeft de wethouder aan dat onder andere door de veiligheidscoördinatoren te trainen het programma geborgd kan worden. Bij de basisscholen ligt dat anders, hier spelen andere vraagstukken en hier sluit het aanbod niet op aan. Er wordt nu gezocht naar aanbod dat hier wel op aansluit.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

De netwerkfunctie zorgt er ook voor dat zorg en veiligheid zo goed mogelijk worden geborgd. Het is belangrijk dat de scholen met de jeugd- en veiligheidspartners zo goed mogelijk in contact blijven in de wijken en de stadsdelen. Er zijn acties geweest om ‘Help Wanted’ bekender te maken. De wethouder stelt dat mensen zich pas bewust worden van bepaalde informatie wanneer ze het nodig hebben. Het is dan ook noodzakelijk om ‘Help Wanted’ permanent in beeld te hebben en niet alleen campagnes te voeren. Vanwege het pilot-karakter zal het ook tijd nodig hebben om bij de Amsterdammers bekend te worden. Bij de evaluatie van de pilot zal er aandacht worden geschonken aan de bekendheid. De wethouder erkent het belang van ouderbetrokkenheid, maar zij vindt het essentieel dat dit op schoolniveau plaatsvindt, want daar bevindt zich de specifieke informatie die hiervoor nodig is. Lid ABDI benadrukt dat er veel verschil zit in de ruimte die scholen geven aan de veiligheidscoördinatoren en zij pleit voor een soort norm bij veiligheidscoördinatie. Zij is het eens met de wethouder dat ouderbetrokkenheid begint bij de scholen, maar zij stelt voor om in dit kader stadsgesprekken te organiseren, waarbij de ouders handvatten krijgen aangereikt, zodat zij beter kunnen omgaan met de problematiek.

Wethouder MOORMAN ziet als rode lijn in de vragen van de PvdA het dilemma of er sprake is van aanbod gedreven of vraag gedreven aanpak. Het eerste lijkt het geval te zijn, al is dat nooit de bedoeling geweest. Door de ontwikkelingen in de samenleving komen er echter steeds nieuwe vragen op en deze zullen moeten worden verwerkt in de aanpak. Zij benadrukt dat de ouderbetrokkenheid heel schoolspecifiek is en op de scholen vindt de aansluiting plaats door individueel contact met de ouders, maar eveneens op groepsniveau met voorlichting. Tenslotte geeft de wethouder aan dat de wens voor een norm bestaat, maar er zijn grote verschillen tussen de aanpak veiligheidscoördinatie op de scholen. Zij legt uit waarom het lastig is om tot uniformiteit te komen. Lid VAN DER KAMP herhaalt zijn vraag over het ontzorgen van docenten. Wethouder MOORMAN geeft aan dat zij hier nog niet aan was toegekomen. De VOORZITTER verzoekt de wethouder haar beantwoording enigszins overzichtelijk te houden en niet teveel uit te weiden gezien de tijd. Wethouder MOORMAN beaamt het belang dat lid Van der Kamp hecht aan werkvreugde, zoals hij in zijn bijdrage aangaf. Wanneer er sprake is van werkvreugde bij docenten, creëert dit een positief klimaat en kan dit onveilige situaties uiteindelijk voorkomen. Ook sluit zij aan bij het standpunt van lid Van der Kamp dat aanwezigheid belangrijk is.

Maar hierbij speelt het dilemma van de administratieve lasten en de wethouder stelt dat hier een goede balans in moet worden gevonden. Pas met goede registratie kan er actie worden ondernomen en kunnen grotere problemen voorkomen worden. Lid VAN DER KAMP hoort graag van de wethouder wat er gedaan kan worden om de administratieve lasten niet ten koste van het onderwijs te laten zijn. Wethouder MOORMAN vindt dat verzuimregistratie hoort bij de taken van docenten en dit moet niet worden geproblematiseerd. Lid VAN DER KAMP is van mening dat dit valt of staat met een goede organisatie, zodat er geen sprake is van een papieren werkelijkheid.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

Wethouder MOORMAN is van mening dat de Leerplichtambtenaar de taak heeft om hier in samenspraak met de scholen een plan voor te maken. Lid WEHKAMP sluit aan bij de zorgen die de VVD uit en zij verwijst naar een passage in het rapport waarin wordt beschreven dat registratie niet altijd plaatsvindt. Wordt hiermee het probleem niet in stand gehouden? Wethouder MOORMAN is er al blij mee dat dit wordt geconstateerd. Zij herhaalt dat het de taak is van de Leerplichtambtenaren om een plan te maken met de scholen om de registratie goed te laten verlopen. Lid WEHKAMP heeft aan willen geven dat registratie moet gebeuren, maar dat dit niet altijd gebeurt. Wethouder MOORMAN herhaalt dat het de bedoeling is dat de Leerplichtambtenaar een plan maakt in samenspraak met de scholen, waarin dit is opgenomen. In antwoord op de vraag van lid Van der Kamp hoe de impact wordt gemeten, geeft de wethouder aan dat het de bedoeling is om veel te voorkomen en dit kan niet worden gemeten. Vervolgens is de wethouder het eens met lid Van der Kamp dat continuïteit belangrijk is en dit moet worden geborgd in het systeem van het netwerk. Lid VAN DER KAMP vraagt de wethouder om hiervoor concrete handvatten aan te bieden. Wethouder MOORMAN geeft aan dat dit gebeurt bij de schoolveiligheidsoverleggen tussen de veiligheidscoördinatoren en de netwerkpartners uit de buurt.

Lid VAN DER KAMP vraagt of die uniformiteit hierbij besproken wordt en of de wethouder hier zicht op heeft. Wethouder MOORMAN stelt dat er een balans moet zijn tussen uniformiteit en maatwerk, aangezien de problematiek vaak verschilt per school. De wethouder meent dat een groot deel van de vragen van lid Kabamba al gaandeweg zijn beantwoord. Maar lid Kabamba wil ook nog weten hoe de omgeving van de school er zoveel mogelijk bij kan worden betrokken. Dat gebeurt voornamelijk in de gesprekken die plaatsvinden. De wethouder stelt dat Onderwijs, Zorg en Veiligheid een zo goed mogelijk netwerk vormen, waarbij ook de thuiszittende jongeren in het vizier blijven. Leerplicht speelt hierbij een belangrijke rol. Maar de scholen hebben ook een zorgplicht voor de thuiszittende leerlingen, die vaak nog zijn ingeschreven op een school. Aan lid Van Pijpen deelt de wethouder mee dat er geen sprake hoeft te zijn van meer capaciteit, omdat hier veel mee wordt voorkomen wat uiteindelijk ook weer op het bordje zou komen van de Zorgprofessionals. Er vindt dan wel een verschuiving plaats, maar de werkdruk wordt niet groter. De VOORZITTER heet de studenten van de Pabo welkom op de tribune. Zij zijn hier in het kader van de minor ‘Kansenongelijkheid’ die zij volgen.

Wethouder MBARKI beschrijft de rol van het college bij de vormgeving van het beleid, die erop is toegespitst om de regie te houden op het Onderwijs en het betrachten van maatwerk. Hij beschrijft een beslissing vanuit de gemeente om een schoolagent toe te voegen aan het pakket. Volgens de wethouder heeft dit niet bewezen efficiënt te zijn, aangezien onveilige situaties niet altijd zichtbaar zijn. Maatwerk toepassen blijft essentieel, aangezien er sprake is van verschillende scholen, met een verschillende participatie van ouders en een verschillende populatie van

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

leerlingen. De wethouder kijkt derhalve schoolgebonden naar wat er nodig is. De visie is om te kijken hoe er meer kan worden samengewerkt en daarbij de regierol bij de scholen te houden en de schil eromheen te faciliteren met professionals. Ten aanzien van het Kinderwerk hebben bepaalde stadsdelen er bewust voor kozen om het Kinderwerk in het po te subsidiëren. Andere stadsdelen, zoals Centrum, kiezen ervoor om jongerenwerkers naar de po’s te sturen en de leerlingen toe te leiden naar de jongerencentra. Er vinden ook andere vormen plaats vanuit de sociale basis. De wethouder verwijst in dit kader ook naar het Preventieve Interventie Team (PIT), dat ook aanwezig is op scholen. Vervolgens stelt de wethouder dat het registreren van incidenten geen wettelijk taak is voor scholen, maar wel kan helpen bij het beleid. Een gevolg van registratie kan zijn dat de school een bepaald imago krijgt en dat er in de commissie veel debatten over worden gevoerd. Lid VAN DER KAMP stelt dat het registreren van absentie voor scholen wel een wettelijke taak is bij leerlingen tot 18 jaar of wanneer er nog geen sprake is van een startkwalificatie. Wethouder MBARKI geeft aan dat hij sprak over incidentenregistratie en het dilemma dat scholen hierbij kunnen hebben. Het is aan de gemeente om de scholen hierover een beter gevoel te geven. De verzuimregistratie is wel een wettelijke taak.

De gemeente is nu bezig om de focus te verleggen naar aanwezigheid in plaats van op verzuim. Wethouder Mbarki zoekt naar een manier om dit centraal te stellen in de gesprekken. Ook moet er worden voorkomen dat de Leerplichtambtenaar pas aan het eind van het proces in beeld komt met een sanctie of een gesprek. Om al aan het begin het tij te kunnen keren, moeten de Leerplichtambtenaren zich bewust worden van hun regierol. Dit houdt in dat er aan het begin van het schooljaar een startgesprek plaatsvindt met de schoolleiding waarin afspraken worden gemaakt over de procedure. Voor de Leerplichtambtenaar houdt dit in dat hij 1-op-1 gesprekken voert, maar ook oog heeft voor een bepaald verzuimfenomeen bij een specifieke klas. De wethouder hoopt dat dit de komende jaren zal leiden tot positieve resultaten. Lid BELKASMI geeft aan dat de problematiek rondom imago belemmerend werkt op het delen van informatie met elkaar. Hij vraagt de wethouder hoe er binnen de samenwerking wordt gezorgd voor een vertrouwensband die het mogelijk maakt om zaken met elkaar te delen, zonder dat dit ten koste gaat van het imago en de reputatie van de school. Wethouder MBARKI benadrukt dat juist die vertrouwensband belangrijk is. Continuïteit is hierbij een belangrijke factor, waarbij vakmensen elkaar al langer kennen, een goede samenwerking tussen de scholen en het OKT, de wijkagent, de straatcoaches.

Er is hierbij sprake van een gezamenlijke missie namelijk het zorgen voor veiligheid en vanuit de juiste intentie het goede willen doen. Lid VAN DER KAMP herhaalt zijn vraag over de persoonsgegevensuitwisseling in de evaluatie en de link hiervan naar het ontzorgen van docenten. Hij wil weten of dit hierbij ook een rol speelt. Wethouder MBARKI deelt mee dat de gemeente vanuit haar rol een aantal persoonsgegevens van leerlingen kan inzien, maar niet alle gegevens. Als het gaat om de echte veiligheidsvraagstukken speelt de privacywet ook een rol. De wethouder vindt het een goede zaak dat niet zomaar alle informatie gedeeld kan worden. Bovendien zou bepaalde informatie de docent kunnen beïnvloeden in zijn mening over een leerling. Volgens de wethouder is het belangrijk om informatie uit te wisselen alleen als daar een aanleiding voor bestaat. Dat gebeurt dan ook via Leerplicht.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

Lid WEHKAMP herhaalt de vraag die zij stelde namens haar collega Schmit inzake de verleiding om geld te verdienen bij mbo-leerlingen. Wethouder MBARKI citeert in antwoord hierop uit de brief een passage over welke acties er bij de mbo-scholen worden ondernomen. De VOORZITTER concludeert dat dit punt voor nu voldoende aan de orde is geweest en onder voorbehoud zal worden geagendeerd in de raadsvergadering van 5 en 6 maart 2025 voor een korte bespreking. Onderwijs 4. Rapport Kinderombudsman: ‘Anders behandeld’ (VN2024-018843) Dit punt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 5. Raadsinformatiebrief over het rapport ‘Effectief gebruik van meldcode in de Wmopraktijk’ bespreken (VN2024-17877) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en geeft aan dat dit punt in een eerdere commissievergadering werd uitgesteld. Lid PERDOK benadrukt het belang van de meldcode.

Zij heeft enkele vragen: − Hoe wordt een interculturele visie meegenomen in de uitvoering van de meldcode, zodat signalen eerlijk en respectvol worden behandeld? − Worden zorgprofessionals regelmatig getraind in interculturele competenties? − Zijn waarden, normen, opvoedstijlen en familiepatronen binnen verschillende gemeenschappen onderdeel van de Wmo-meldcode? − Hoe garandeert de gemeente dat alle Wmo-aanbieders volledig voldoen aan de wettelijke eisen van de meldcode? − Wat doet de gemeente om de grote verschillen in toepassing tussen de Wmo-domeinen te verkleinen? Is de beperkte deelname aan trainingen hiervan de oorzaak, zoals het rapport stelt? − Hoe ondersteunt de gemeente medewerkers bij de onzekerheid over signalering en meldingen, zodat de meldcode effectief blijft en niet aan kracht verliest? − Hoe realistisch is het om de meldcode effectief te implementeren met de berichtgeving over werkdruk en wachtlijsten? − Zijn er plannen om structurele trainingen en bewustwordingscampagnes te organiseren voor Wmo-medewerkers? − Hoe bevordert de gemeente Amsterdam de samenwerking tussen de Wmo-aanbieders, gemeente en andere relevante partijen om de implementatie en toepassing van de meldcode te versterken? − Is er bij de gemeente onderling informatie-uitwisseling? Wethouder MOORMAN verzoekt lid Perdok in een punt van orde haar de vragen schriftelijk toe te zenden, aangezien zij

van mening is dat de vragen van De Vonk een zekere mate van technische aard hebben en zij nog geen inzage heeft gekregen in deze vragen ter voorbereiding. Zij wordt graag in de gelegenheid gesteld om zorgvuldige antwoorden te formuleren en dat zou niet goed mogelijk zijn staande deze vergadering. Lid PERDOK geeft aan dat zij de vragen schriftelijk aan de wethouder zal toesturen.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

De VOORZITTER adviseert lid Perdok om een dergelijke lange lijst met vragen vooraf in te dienen bij voorkeur per e-mail. Dit vergroot de kans op een zorgvuldige beantwoording. In dit geval verwacht zij dat de wethouder antwoord zal geven op de vragen die zij kan beantwoorden en dat zij schriftelijk zal reageren op de ingediende vragen per e-mail. Lid PERDOK geeft aan dat zij al enkele weken probeert haar vragen bij de wethouder Scholtes in te dienen. Zij hoopt dat wethouder Moorman wel antwoord kan geven op de vragen over de interculturele visie binnen de meldcode. De VOORZITTER plaatst een kritische noot bij het feit dat De Vonk dit onderwerp al twee keer heeft doorgeschoven. Lid PERDOK geeft een verklaring voor het feit dat het onderwerp moest worden doorgeschoven; het lukte haar niet om een afspraak te krijgen met de wethouder om informatie uit te wisselen voorafgaand aan de bespreking in de commissie. Lid VAN PIJPEN vraagt aandacht voor het feit dat er weinig wordt gemeld vanuit de huishoudelijke zorg. Volgens haar komt dit door de angst om de vertrouwensband te schaden of vanuit onwetendheid waar en hoe er kan worden gemeld. Bovendien zijn er vanwege tijdgebrek weinig werkoverleggen voor deze werknemers. Lid Van Pijpen betwijfelt of de aanbevelingen uit het rapport enig effect zullen sorteren. Praktisch onderzoek zou dit aan het licht kunnen brengen.

Vervolgens vraagt zij of er ook naar andere mogelijkheden wordt gezocht. Dit zou moeten gebeuren met aantrekkelijke sessies voor medewerkers, in betaalde werktijd en bijvoorbeeld met inzet van theater. Lid Van Pijpen pleit voor creatieve manieren om medewerkers van informatie te voorzien en niet te volstaan met e-learning. Zij hoopt dat de wethouder kan aangeven hoe deze aanpak vorm kan krijgen en dit terug kan koppelen naar de commissie. Lid BROERSEN sluit zich aan bij de vragen van GroenLinks. Aanvullend wil zij weten of er bij dit onderwerp ook gekeken wordt naar andere doelgroepen behalve 65plussers. Het lijkt lid Broersen noodzakelijk dat aanbieders het eigenaarschap van de meldcode erkennen. Zij vraagt de wethouder of hierop wordt gelet. Lid WEHKAMP vraagt of er lessen kunnen worden getrokken uit dit onderzoek van de meldcode bij Wmo die kunnen worden meegenomen naar andere velden, zoals onderwijs. Lid ABDI zou graag meer informatie krijgen over de knelpunten die hulpverleners ervaren bij het toepassen van de meldcode. Wethouder MOORMAN karakteriseert de vragen die er zijn gesteld als min of meer technisch. Zij stelt voor vanwege de zorgvuldigheid en de volledigheid hier schriftelijk op terug te komen. Zij verzoekt lid Perdok alsnog al haar zorgvuldige vragen schriftelijk aan de wethouder te sturen.

Ook ontvangt zij graag de andere bijdragen van de leden op dit punt op schrift. De VOORZITTER meent dat dit de juiste werkwijze is om dit onderwerp door de raad heen te geleiden. Zij stelt vast dat de commissie hiermee akkoord gaat en rondt de bespreking van dit agendapunt af. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

6. Bespreken bezetting Ambulance Amsterdam (VN2024-018887) Eerste termijn De VOORZITTER leidt het agendapunt in en geeft aan dat dit onderwerp is geagendeerd op verzoek van het lid Haijen. Lid HAIJEN verwijst naar berichtgeving in de media, inzake de inzet van ambulances in Amsterdam, die te wensen overliet. Een groot aantal keren is de ambulance niet uitgereden, terwijl dit wel had gemoeten, en er zijn meldingen gedaan over de veiligheid van patiënten. Lid Haijen vraagt het college of er navraag is gedaan naar deze meldingen. Lid Haijen erkent dat het ambulancepersoneel bijzonder hard werkt om de ene dienst na de andere te draaien. De wethouder heeft in de media aangegeven dat alles goed gaat bij de ambulance, maar lid Haijen vraagt zich af hoe het college aan deze informatie komt. De medewerkers van Ambulance Amsterdam hebben al een paar keer aangegeven, dat het juist niet goed gaat. Als tweede vraag wil lid Haijen weten of het stadsbestuur kan uitsluiten dat zich in de afgelopen zomer onveilige situaties hebben voorgedaan. De SP heeft in de afgelopen jaren regelmatig aandacht gevraagd voor de onderbezetting in de zomer bij Ambulance Amsterdam. Nu het ambulancepersoneel wederom aangeeft dat er sprake is van misstanden, geeft de wethouder in de media aan dat dit geen zaak is voor de gemeente, maar voor de zorgverzekeraars.

De SP vindt het onacceptabel dat de gemeente op deze wijze afstand doet van haar plicht en de verantwoordelijkheid om voor de Amsterdammers goede zorg te regelen. De SP vraagt zich af of het in de komende periode, waarin allerlei evenementen staan gepland, allemaal wel goed kan blijven gaan. Vervolgens verwijst lid Haijen naar een brief die aan het college is gestuurd en hij hoort graag of het college deze brief heeft ontvangen. In deze brief worden serieuze misstanden gemeld en hij wil weten hoe het college heeft gereageerd op deze brief, als zij hem inderdaad heeft ontvangen. Lid VAN PIJPEN stelt dat er ook hierbij weer sprake is van een zorgwekkend bericht, waarbij het de vraag is of de ambulance nog wel in staat is om haar belangrijke taak te vervullen in de stad. In haar optiek ligt hier toch ook een taak voor de gemeente om in samenwerking ervoor te zorgen dat de Amsterdammers goede zorg geleverd krijgen. De informatie die lid Van Pijpen heeft komt hoofdzakelijk uit de media. Zij hoort graag van de wethouder wat de stand van zaken is, zowel op het gebied van de bedrijfscultuur als wat betreft het personeelstekort. GroenLinks maakt zich ernstige zorgen over de Zorg in de stad en is van mening dat in een politiek debat naar oplossingen moet worden gezocht. De bespreking van het plan Aanpak Personeelstekorten past hier goed in.

Lid RUNDERKAMP sluit in zijn inleiding aan bij de beschrijvingen van de situatie door de eerdere sprekers. Het is voor hem echter onduidelijk hoe de onderbezetting consequenties heeft gehad voor de veiligheid van de Amsterdammers, zoals lid Haijen heeft aangegeven. Hij wil graag weten of er bij de Ambulancedienst hiervoor is geprioriteerd en zo ja, op welke wijze dat is uitgevoerd en of de ziekenhuizen hiervan hinder hebben ondervonden. In het kader van personeelstekort vraagt lid Runderkamp waar hier binnen de Ambulancedienst sprake van is en hoe hier op wordt ingespeeld. Lid HYLKEMA sluit zich allereerst ook aan bij de vorige sprekers waar het gaat om de beschrijving van de situatie. Vervolgens verwijst lid Hylkema naar een plan ter verbetering dat er ligt, maar dat nog niet helemaal is uitgewerkt. Hij vraagt de wethouder te onderzoeken bij Ambulancedienst Amsterdam welke problemen er spelen bij de

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

planning en wat de moeilijke periodes zijn. Hij vraagt zich af of de gemeente met verkeersexperimenten wellicht heeft bijgedragen aan deze problemen en of dat in de nabije toekomst weer het geval zal zijn. Lid KABAMBA vraagt het college wat zij doet om de werkdruk te verminderen en het beroep aantrekkelijker te maken. Welke structurele oplossingen hebben aangetoond een positieve bijdrage te leveren, zodat deze kunnen worden toegepast tijdens de komende evenementen? Vervolgens vraagt zij of er bestuurlijke middelen beschikbaar zijn gesteld om de problemen bij de Ambulancedienst aan te pakken, zoals de bereidheid om met externe audits te werken. Als laatste wil zij weten of een eventuele technische sessie de commissie kan informeren over zaken waar nu nog geen weet van is. Wethouder MOORMAN geeft aan dat er regels bestaan volgens welke ambulancevervoer moet plaatsvinden. De wethouder snapt de zorgen die hierover bestaan. Zij benadrukt dat het niet de verantwoordelijkheid van de gemeente is om zich te bemoeien met de dagelijkse bedrijfsvoering van de Ambulancedienst. Dit is wel het geval als het gaat om ingewikkelde situaties en bij grote evenementen vindt er overleg plaats. Naar aanleiding van de signalen en de brief heeft het college contact opgenomen met de Ambulancedienst Amsterdam.

Hieruit is gebleken dat er op dit moment geen tekorten zijn op de rijdende dienst, maar dat was in de zomer een andere situatie. Bij de centralisten is wel een personeelstekort. In antwoord op de vraag van lid Haijen deelt de wethouder mee dat zij niet kan uitsluiten dat zich in de afgelopen zomer onveilige situaties hebben voorgedaan. Laat onverlet, stelt de wethouder, dat er zoveel mogelijk moet worden gedaan om het uit te kunnen sluiten. Ook vraagt de wethouder aan lid Haijen om het vertrouwen te behouden, want zij geeft aan dat het stadsbestuur in partnerschap samenwerkt met de geprivatiseerde zorgorganisatie. Op de vraag van lid Van Pijpen antwoordt de wethouder dat zij geen reden heeft om aan te nemen dat er iets mis is met de bedrijfscultuur. Het personeelstekort bevindt zich vooral bij de afdeling Centralisten. Aan lid Runderkamp legt de wethouder de reguliere werkwijze uit van de Ambulancedienst; er wordt triage toegepast en hoewel hier meer druk op komt, is dit systeem goed ingericht. Het lijkt de wethouder niet toepasselijk om bij onderhavig agendapunt een discussie over ‘knips’ te voeren, het verkeersinstrument waar lid Hylkema naar verwijst. De wethouder erkent dat dit jaar heel intensief wordt, maar alle partners spelen hier zo goed mogelijk op in.

Lid HYLKEMA verduidelijkt zijn vraag en wil weten of er verkeerssituaties bestaan waar de gemeente nog invloed op kan hebben. Wethouder MOORMAN benadrukt dat haar collega wethouder Verkeer met haar maatregelen het belang van de hulp- en nooddiensten vooropstelt . Lid HYLKEMA vraagt de wethouder om een overzicht van waar en wanneer de kritieke punten in de Ambulancedienst Amsterdam bestaan . Wethouder MOORMAN stelt dat zij het niet terecht vindt dat de VVD van het belangrijke onderwerp om de Amsterdammers te voorzien van goede zorg een verkeersdebat wil maken. Zij benadrukt dat er bij de keuzes die gemaakt worden met betrekking tot verkeersveiligheid, er altijd wordt gekeken vanuit het perspectief van de veiligheid van Amsterdammers en hoe de hulp- en nooddiensten zo goed en zo snel mogelijk kunnen aanrijden. Lid HYLKEMA geeft aan dat het voor de raad vooral belangrijk is om te weten waar de tekorten zijn die mogelijk gaan plaatsvinden deze zomer. Hij hoort graag van de

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

wethouder wat er wordt verstaan onder ‘moeilijke periodes’, waar de Ambulancedienst zelf ook over spreekt. Wethouder MOORMAN geeft aan dat zij de eerdere vraag van lid Hylkema verkeerd heeft begrepen en verontschuldigt zich. De laatste vraag van lid Hylkema vindt zij ingewikkeld om te beantwoorden. Zij legt uit dat de gemeente geen rechtstreekse verantwoordelijkheid heeft voor de bedrijfsvoering van de Ambulancedienst Amsterdam. Slechts in geval van calamiteiten en rampen is de situatie anders. Ook zal het college contact opnemen met de Ambulancedienst als er signalen van problemen zijn, zoals nu is gebeurd. De Ambulancedienst Amsterdam heeft de wethouder ervan verzekerd dat zij zich kunnen houden aan de wettelijke normen en de wethouder vertrouwt hierop. Tweede termijn Lid HAIJEN verwijst naar de brief die kennelijk door het college is ontvangen. Hij vraagt de wethouder of zij bereid is om de inhoud van de brief met de raadscommissie Zorg te delen, evenals haar reactie op de brief. Het lijkt hem tevens gepast om met de directie en het personeel van de Ambulancedienst in gesprek te gaan over de inhoud van de brief. Lid VAN PIJPEN stelt dat er hier geen sprake is van een raadsadres en zij vraagt zich af of het dan wel opportuun is om de briefinhoud met de raad te delen.

Ten tweede vraagt zij de wethouder aan te geven of de processen goed geregeld zijn, opdat vertrouwen in de Ambulancedienst terecht is. Zij realiseert zich dat er nooit garantie kan worden gegeven dat alles altijd goed zal gaan. Lid HYLKEMA vraagt de wethouder informatie te delen met de raad over hoeveel capaciteit en eventueel overprogrammering er is gepland door de Ambulancedienst tijdens de grote evenementen die eraan komen. Wethouder MOORMAN geeft aan dat de anonimiteit van de brief de feitenchecks in de weg staat. Het is voor de Ambulancedienst Amsterdam ingewikkeld om op de brief te reageren. De wethouder neemt de signalen uit de brief wel serieus. Het college is al regelmatig in gesprek met de Ambulancedienst, maar de commissie heeft er nog weinig gevoel bij. Daarom stelt de wethouder voor om een werkbezoek te organiseren aan de Ambulancedienst Amsterdam. De wethouder maakt uit de vragen van lid Hylkema op, dat de VVD enig wantrouwen heeft ten opzichte van de organisatie en de inzet van de hulp- en nooddiensten en dat vindt zij niet terecht. Lid HYLKEMA weerlegt dit en stelt dat zijn vraag aan de wethouder is om de informatie over hoe de hulpdiensten zich voorbereiden met de commissie te delen. Wethouder MOORMAN stelt dat hier geen taak ligt voor de raad. Lid HAIJEN vraagt of het mogelijk is voor het college om haar reactie op de brief te delen met de commissie.

Hij zoekt naar een passende manier om als raad wat meer betrokken te kunnen zijn bij de problemen die er spelen bij de Ambulancedienst. Hij neemt in elk geval graag deel aan het werkbezoek dat de wethouder noemde. Wethouder MOORMAN is het met lid Haijen eens dat het inderdaad zoeken is naar de juiste manier. Zij geeft aan dat er geen formele reactie vanuit het college is gekomen op de brief, aangezien deze anoniem is. Zij stelt voor om naar aanleiding van het werkbezoek het gesprek hierover voort te zetten. Zij is van mening dat er dan sprake zal kunnen zijn van goede samenwerking om de bestaande problemen op te lossen. Lid VAN PIJPEN neemt graag deel aan het werkbezoek en zou dan tevens een gesprek willen voeren met de or.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

De VOORZITTER constateert dat de wethouder hiermee akkoord gaat. Vervolgens inventariseert zij de animo voor het werkbezoek en deze is overtuigend aanwezig. Zij kondigt een e-mailbericht aan waarmee de leden zich officieel kunnen aanmelden. Lid KABAMBA refereert aan haar voorstel voor een technische sessie en vraagt de wethouder hierop te reflecteren. De VOORZITTER vermoedt dat de technische sessie al min of meer plaats zal vinden in het kader van het werkbezoek. Zij concludeert vervolgens dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken. Lid HAIJEN heeft er geen behoefte aan om dit onderwerp naar de raad door te schuiven nu er een werkbezoek is gepland. De VOORZITTER schorst de vergadering om10.03 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 10.16 uur. Onderwijs 7. Bespreken van de voortgangsbrief ‘Amsterdammerschap in het onderwijs 20232027’ en de bijbehorende factsheet (VN2024-0188587) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee, dat het is geagendeerd op verzoek van lid Wehkamp. Lid WEHKAMP geeft in haar inleiding aan dat veel jongeren zich zorgen maken over de toekomst en uit onderzoek is gebleken dat slechts de helft van de jongeren vertrouwen heeft in de democratie. Onderzoek van de UvA heeft ook aangetoond dat de kennis van democratie en burgerschap bij Nederlandse jongeren beduidend minder is dan in andere Europese landen.

In de brief worden veel kwantitatieve feiten opgesomd, maar dit geeft geen inzicht in hoe de jongeren de burgerschapslessen ervaren. Zij vraagt de wethouder of er mogelijkheden zijn om te onderzoeken wat het effect is van de burgerschapsacties die er nu bestaan. Een kwalitatief onderzoek onder jongeren zou hier meer inzicht in kunnen geven, meent lid Wehkamp. Lid KABAMBA benadrukt het belang van de diversiteit van de deelnemers. Zij stelt een aantal vragen: − Zijn er strategieën ontwikkeld om de diversiteit van de deelnemers te bestuderen? − Wordt er structureel geëvalueerd hoe de jongeren en de ouders dit beschouwen en hoe zij het Amsterdammerschap ervaren? − Welke stappen worden er ondernomen om ouders actiever te betrekken? − Zijn er plannen om deze perspectieven mee te nemen in een dieper onderzoek en bij de ontwikkeling van toekomstige programma’s? − Welke concrete resultaten zijn er op dit moment behaald? − Wat zijn de belangrijkste verbeterpunten op basis van feedback? − Is de wethouder bereid om in gesprek te gaan met de commissie als de resultaten bekend zijn? Lid VAN PIJPEN vraagt namens haar collega Bouali hoeveel basisscholen er geen gebruik gemaakt hebben van het ondersteuningsaanbod rondom relationele en

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

seksuele vorming. Is het bekend hoe deze scholen dit thema zelfstandig invullen? Dit is belangrijke informatie gezien de groeiende cijfers van de anti-LHBTIQ+ sentimenten. Lid RUNDERKAMP benadrukt het belang van burgerschapsonderwijs. Hij verwijst naar de Open Scholengemeenschap Bijlmer met de jongerenrechtbank. Lid Runderkamp schetst wat de leerlingen hiermee aan vaardigheden kunnen aanleren. Wethouder MOORMAN constateert dat de commissie positief staat tegenover het programma. Het is voor de gemeente geen verplichting om dit programma aan te bieden, maar het biedt goede mogelijkheden om met scholen samen te werken. In het kader van De Gezonde School heeft de GGD hier ook een belangrijke rol in, al gaat het niet alleen om een gezonde kantine. De vier waarden, zelfrealisatie, ontmoeting, inlevingsvermogen en verantwoordelijkheidsbesef, zijn heel belangrijk en hier moeten de programma’s die worden aangeboden aan voldoen. De kwantitatieve metingen in het rapport geven niet voldoende inzicht of dit ook gebeurt. Deze informatie zal voornamelijk uit de evaluaties naar voren komen, die er bij deze gesubsidieerde projecten plaatsvinden. Zij noemt als voorbeeld de leergang Fawaka, waarvan uit de evaluatie het belang hiervan bleek.

Ook werd duidelijk dat docenten bij deze leergang wat meer handvatten nodig hadden en de wethouder heeft dit neergelegd bij de ontwikkelaars van de leergang. Naar aanleiding van de rapportages wordt er met scholen en schoolbesturen besproken hoe de leergangen worden gebruikt. De wethouder geeft aan dat de uitkomsten van deze gesprekken niet goed in rapportages te vangen zijn. Lid WEHKAMP stelt voor om hiervoor met de UvA in gesprek te gaan, aangezien deze instelling al eerder dergelijke onderzoeksresultaten heeft gepubliceerd. Ook suggereert zij om een kwalitatief onderzoek uit te voeren, waarbij de jongeren zelf aan het woord zijn over hun ervaringen met de leergangen. Wethouder MOORMAN stelt dat er al veelvuldig met jongeren wordt gesproken en zij somt een aantal instellingen op die zich hiermee bezighouden. Ook geeft zij aan dat er momenten zijn dat er een kwalitatieve evaluatie plaatsvindt, zoals bij de evaluatie van de subsidie. Er wordt op een weloverwogen manier omgegaan met het verstrekken van de subsidies; de subsidiepartners moeten duidelijk aangeven wat zij met het verstrekken van subsidie beogen en aan het einde moet duidelijk worden wat zij hebben bereikt. Het blijft lastig om aan te tonen dat er sprake is in een programma van de vier waarden, aangezien hier vele andere factoren ook een rol spelen. Lid WEHKAMP heeft alle begrip voor de uitleg van de wethouder.

Zij zou echter graag zien dat de stem van de jongeren in het vervolg bij de evaluaties wordt meegenomen om erachter te komen hoe effectief het is. Wethouder MOORMAN benadrukt dat het niet mogelijk is om aan te tonen hoe effectief het is. Om de commissie toch meer inzicht te geven stelt zij voor om een aantal belangrijke punten uit de evaluaties mee te nemen in de rapportage. Zij geeft daar wel bij aan dat dit dan wel een kwalitatieve manier is, maar die is ook selectief. Hiermee wordt slechts een indruk gegeven van hoe het wordt gewaardeerd en wat ermee is bereikt. Lid WEHKAMP is hier tevreden mee. Zij herhaalt haar voorstel om in gesprek te gaan met de UvA over de meetmethode die zij hebben gebruikt voor burgerschap en of deze ook op stedelijk niveau toepasbaar is. Wethouder MOORMAN is van mening dat dit niet het geval is, aangezien de UvA haar meting aan het einde verricht en er is dan geen causaal verband met verschillende interventies of inzet. Zij concludeert dat er ook in de wetenschap wordt gezocht naar de juiste methode om kwalitatieve metingen te doen. Het bestempelt maar weer hoe noodzakelijk burgerschap is en de impact die het heeft op de samenleving. Op de vraag van lid Van Pijpen kan de wethouder geen antwoord geven. Zij heeft geen overzicht van het aantal scholen die geen gebruik maakt van de methode. Maar ook

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 22 januari 2025

omdat niet de gemeente, maar de inspectie hierbij het controlerend orgaan is. De gemeente heeft er ook geen belang bij om controlerende taken te hebben, want dat zou belemmerend kunnen werken bij het accepteren van het aanbod van programma’s vanuit de gemeente. Lid VAN PIJPEN heeft begrip voor het dilemma van de wethouder en zij zal haar reactie meenemen naar de feitelijke woordvoerder van haar partij. Wethouder MOORMAN stelt vervolgens dat een aantal vragen van lid Kabamba al beantwoord werden in haar reactie op de bijdrage van lid Wehkamp. De wethouder erkent het belang van de ouderbetrokkenheid en er is een aantal programma’s dat er op gericht is om de familiecontext erbij te betrekken. De wethouder hoopt dat lid Kabamba zich kan vinden in de toezegging die de wethouder eerder deed aan lid Wehkamp, inzake de evaluaties. Lid KABAMBA kan hiermee instemmen als hierbij de ouderbetrokkenheid eveneens aandacht krijgt. Lid WEHKAMP geeft aan dat zij het agendapunt onder voorbehoud wil bespreken in de raad. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken en dat het onder voorbehoud op voorspraak van lid Wehkamp wordt geagendeerd in de raadsvergadering van 5 en 6 maart 2025. De vergadering wordt na schorsing voortgezet met de bespreking van agendapunt 3.

De VOORZITTER heet de leerlingen van het volwassenonderwijs van het ROC welkom, die hebben plaatsgenomen op de tribune in het kader van de burgerschapslessen. Zij stelt de commissie voor om in afwachting van wethouder Mbarki buiten de vergadering om met de leerlingen in gesprek te gaan en schorst de vergadering om10.39 uur. De VOORZITTER geeft aan dat de volgende commissievergadering op 26 februari 2025 zal plaatsvinden en sluit de vergadering om 12.00 uur.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15151602/1