CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20241107 FKD inzake agp. 10 Evenementenbeleid schriftelijke bijdrage Jan Schrijver

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 7 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspreekmoment Publiek992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inbreng over de Planning van het evenementenbeleid, agendapunt 10 Raadscommissie FKD 7-11-2024 Geachte raadsleden, Op 7 november bespreekt u de planning van het nieuwe evenementenbeleid en een uitvoeringsagenda. Ik focus op participatie-aspecten. In de stukken ontbreekt jammer genoeg een participatieplan, iets wat krachtens de nieuwe Participatie-verordening verplicht is voorafgaand aan het vormen van nieuw gemeentelijk beleid. In de stukken wordt wel verwezen naar of gehint op participatie van betrokkenen, maar die passages laten veel ruimte voor interpretatie en roepen vooral veel vragen op, die ik hieronder noem. Wellicht kunt u deze vragen ook aan de wethouder stellen tijdens de behandeling. Ook is het een gemis dat er nog geen collegereactie beschikbaar is op het Raadsadres van diverse organisaties inzake participatie evenementenvisie Amsterdam 2024 (TA2024-000768). Uit die reactie had kunnen blijken hoe het college intussen denkt over de participatie van bewoners(organisaties). Ook hierover moeten we nu kremlinologie bedrijven op de stukken. Wat valt nu te destilleren uit de teksten? 1. In de raadsinformatiebrief staat op blz. 3: “de stadsdelen hebben een sleutelrol om de gesprekken te voeren met alle belanghebbenden.

Daarin moet de basis worden gelegd voor nieuwe locatieprofielen die aansluiten op de eisen en uitgangspunten die door het college zijn vastgesteld, maar die tegelijkertijd ook recht doen aan de belangen van bewoners, organisatoren en bezoekers van evenementen.”

1.a. Wat zijn de genoemde uitgangspunten? (= beleidskader waarbinnen beleidsruimte voor de participatie is gedefinieerd?) Zijn die randvoorwaarden voor de participatie gelijk te stellen aan de evenementenvisie (juli 2024) en aanvullende beleidsplannen in de Uitvoeringsagenda? Let wel: over de evenementenvisie heeft destijds discutabele participatie plaatsgevonden (zie raadsadres), over de aanvullende beleidsplannen in het geheel niet, althans niet met bewoners. 1.b. Wie zijn de genodigden voor de participatie? De genoemde belangen zijn niet zonder meer de overlegpartners van de gemeente. Bezoekers zijn bijvoorbeeld moeilijk per locatieprofiel aan tafel uit te nodigen. Zij worden als hun klanten vertegenwoordigd door de organisatoren van evenementen. Wat zijn wel de echte stakeholders? Vertegenwoordigers van evenementenorganisatoren (welke per locatieprofiel?) en de lokale bewonersorganisaties/buurtplatformen?; het stadsdeel lijkt te worden gezien als vertegenwoordiger van het algemeen belang. Maar de rol van de bestuurlijk verantwoordelijke centrale stad blijft op de achtergrond, achter de coulissen? Is de rol van de centrale stad (Stedelijk Evenementenbureau) dan beperkt tot het toetsen of de uitkomsten van de participatie binnen de randvoorwaarden van het beleidskader blijven? 2. Op blz.

4 van de brief staat: “Het uitgangspunt dat belanghebbenden moeten kunnen meedenken over concrete oplossingen, zoals de locatieprofielen, sluit ook aan bij de nieuwe Amsterdamse participatieverordening, en het komt tegemoet aan één van de aanbevelingen van de Amsterdamse Ombudsman”.

2.a. Is meedenken in de context van de Participatieverordening (art 5, lid 1 sub d) uit te leggen als meebepalen of samenwerken (co creatie)? Op blz. 4 en ook in eerdere stukken wordt onderscheid gemaakt tussen de fase van participatie en de inspraakfase. Dat laatste valt onder artikel 6 van de Participatieverordening (reageren) en staat open voor iedereen, de eerste is alleen voor ‘stakeholders’ en zou gericht moeten zijn op het bereiken van consensus (mutual gains).

2.b. Indien dit klopt, mag dan worden verlangd dat de participatie overleggen worden geleid door een onafhankelijke gespreksleider met mediation-vaardigheden om maximale kans op consensus te bereiken? 2.c. Welke aanbeveling van de Ombudsman wordt in deze passage bedoeld? NB Dit rapport (waarvoor de Ombudsman uitgebreid heeft gesproken met de evenementenbranche, maar niet met bewonersorganisaties) heeft weinig te maken met participatie. Het rapport gaat vooral over goede communicatie, ‘leg het allemaal nog een keer goed uit’ en streven naar wederzijds begrip. 3. Op blz. 5 vindt het college het nodig nog dit te melden: “Met de organisatoren, zowel die verenigd in de Evenementenvereniging Amsterdam, als het verbond van organisatoren van gratis toegankelijke en niet-commerciële evenementen, is geregeld contact.” Vreemd. Moet hier weer even blijk gegeven worden van de eenzijdigheid in de veronderstelde balans tussen levendigheid en leefbaarheid? Want er is geen regelmatig contact met de verenigde bewonersverenigingen en parkvrienden. 4. In de Uitvoeringsagenda staan veel voorstellen die het speelveld kunnen vergroten, wat op zichzelf kan helpen om de kans op overeenstemming tussen de overlegpartners te vergroten. 4.a. Op blz. 3 staat het voornemen om een onafhankelijke adviescommissie in te richten die kan helpen om de schaarse ruimte toe te delen aan de gegadigden.

Maar daaronder staat dit: “We willen expertise (bodem, ecologie, geluid) en lokale kennis (programmacommissie, beheerders locaties, bewonersverenigingen) benutten bij het verdelen van de schaarse ruimte door ze een adviesrol te geven”. Slaat dit nu op dezelfde centrale adviescommissie? Omdat er vele programmacommissies, locatiebeheerders, bewonersverenigingen zijn, passen die niet allemaal in eenzelfde commissie. Is deze tekst niet raadselachtig? 4.b. Op blz. 4 vinden we voornemens over onderzoek: “We gaan structureel onderzoek doen naar de grote evenementen in de stad. Het gaat dan om bezoekers onderzoek (wie komt er naar de evenementen, hoe worden ze gewaardeerd) en omwonenden (gaan omwonenden naar het evenement, wat vinden ze ervan, ondervinden ze hinder?).”

Dit is een verbetering ten opzichte van het draagvlakonderzoek, dat veel te grofmazig het net uitgooide over de hele stad. Maar dan wordt aangekondigd ook dit draagvlakonderzoek te gaan herhalen in 2029 of eerder. Dat lijkt dan overbodig. 4.c. In het stuk wordt verdere aanscherping van het VTH-proces aangekondigd. Daar is alle aanleiding toe, omdat ook bij evenementen de belangenafweging te vaak ten voordele van de aanvragers plaatsvindt. In het vergunningsproces voor rondvaartboten is de gemeente door toedoen van de hoogste rechter hardhandig gebotst op de Europese Dienstenrichtlijn. Kan het vergunningstelsel voor evenementen wel door deze beugel? Ziet u parallellen? Over de voorgestelde opschorting van de invoering van het nieuwe beleid kan een uiting van verbazing volstaan. Het lijkt een constante in het evenementenbeleid van de laatste jaren. Gebrek aan capaciteit, slechte planning en vooruitschuiven. De evenementen gaan ondertussen gewoon door en bewoners worden eenvoudig voor het blok gezet. Uitstel van burgerparticipatie? Met vriendelijke groet, Jan Schrijver Bestuurskundige

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14769010/2