CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20241106 conceptverslag OZA

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 4 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 6 november 202418.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoe haalbaar acht de wethouder dat de Gezonde School Aanpak effectief kan worden uitgevoerd ondanks het lerarentekort in deze stadsdelen. Het lid DIDDEREN complimenteert met het goede plan. Wat hen betreft ontbreekt de duurzaamheid van de voedingsplannen. Mogelijk kan dit ook groter dan alleen het stukje voeding, door ecologische duurzaamheid echt onderdeel te maken van het programma en het lid vraagt hoe de wethouder hiernaar kijkt. Wat betreft het stukje beweging, zien ze de trend van de fatbike waardoor dit stuk dagelijkse beweging voor veel kinderen wegvalt. De wethouder heeft hier eerder een brief gestuurd naar scholen om dit te ontmoedigen. Zij zijn benieuwd naar wat voor vervolg hieraan wordt gegeven. Wethouder MOORMAN stelt dat bij de Oranje Nassauschool heel veel aandacht wordt gegeven aan gezonde voeding zij daar een integrale aanpak op hebben. Er is een landelijk onderzoek naar het effect, maar de GGD en VU zijn daarbij betrokken dus daar leren zij de lessen zo goed mogelijk. Binnenkort gaan zij het hebben over de verdere uitwerking van de schoollunches die ook in het coalitieakkoord staan. Over seksuele gezondheid zegt wethouder dat dit soms wordt vergeten dat dit ook onderdeel is van een gezonde school en ook de taak is van de adviseurs.

Het moet een integraal onderdeel zijn van de school, maar dat betekent niet dat alle expertise door de school zelf gevonden moeten worden. Het idee van deze aanpak met adviseurs is juist dat de schoolteams zo goed mogelijk van advies voorzien, zodat de scholen het zelf zo goed mogelijk kunnen doen en de expertise niet onafhankelijk hoeft te worden opgebouwd door elke school, de lessen te leren vanuit het onderzoek en daar zo goed mogelijk in mee te nemen. Wat betreft het lid Van Pijpen zegt de wethouder dat dit voor een deel al in het plan zit. De scholen in de wijken waar ze de grootste problemen zien krijgen de adviseurs juist meer uren, om de leraren te ontlasten. Over de schoollunches heeft de Partij voor de Dieren eerder een motie is aangenomen en een andere, dat het volledig veganistisch zou zijn, niet is aangenomen. Als het gaat over beweging, kan de wethouder niet alle vragen beantwoorden, maar geeft aan dat voor de sportdocenten op het basisonderwijs een FLOAregeling voor is. Daarnaast zijn scholen voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor het curriculum wat ze daarin bieden. Het lid DIDDEREN zegt op een later moment op haar vraag terug te komen. Wethouder MOORMAN zegt dat de afgelopen jaren ontzettend hebben geïnvesteerd in de schoolpleinen, die zijn zowel vergroend en er veel meer mogelijkheden tot bewegen

16

OZA

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

toegevoegd. Dat helpt ook om die beweging zoveel mogelijk te hebben. Zij vindt het ook heel onverstandig als ouders hun kinderen met een fatbike laten gaan of met de auto brengen. Het lid WEHKAMP vraagt hoe ze gezondheidsinterventies inzichtelijk kunnen krijgen.

het

succes

van

de

seksuele

Wethouder MOORMAN moet het antwoord daarop even schuldig blijven en wijst erop dat er heel veel onderzoeken lopen. Op het moment dat zij een update krijgen, besteden zij daar extra aandacht aan in de voortgangrapportages. De VOORZITTER concludeert dat het agendapunt voldoende is besproken. 8 Racisme en discriminatie van leerlingen op Amsterdamse scholen blijft hardnekkig (VN2024-015266) Het lid HAKIKI geeft dat het recent gepubliceerde onderzoek een waardevol inkijk geeft in de ervaring van migrantenouders en ouders van kleur in de stad. Het lid is teleurgesteld, omdat het lijkt alsof zij rondjes aan het rennen zijn. Precies tien jaar geleden zijn een aantal Amsterdammers, waaronder het lid zelf, naar de commissie gekomen om hun zorgen te uiten over het gebrek aan kansen voor Amsterdamse jongeren in het onderwijs. Er waren verhalen over uitsluiting, discriminatie en ouders die zich niet gehoord voelen door scholen. Destijds hebben zij om hulp gevraagd, maar nu tien jaar later vertelt het lid hetzelfde verhaal. De ervaring die zij had, zijn in het rapport nagenoeg hetzelfde als in het rapport. Het lijkt erop alsof ze geen stap verder zijn gekomen. Hoeveel pijn en verdriet zijn ondertussen voorbij gegaan. Hoeveel jongeren hebben niet gelijke kansen gekregen en lopen nu als volwassen rond met deze zware bagage. Het moet echt afgelopen zijn.

Het onderzoek toont aan dat niet alleen discriminatie wordt ervaren door medeleerlingen, maar ook door leerkrachten die jongeren onder adviseren in hun schoolcarrière. Het onderzoek legt ook bloot, dat bij het opkomen voor hun kinderen, vaak wordt gezien als probleemouders. De eerste generatie heeft de klappen van de zweep gevoeld, daarom proberen ouders nu dat ze gelijke rechten voor hun kinderen proberen op te eisen. Maar dan horen ze dat ze zich te veel ermee bemoeien. Een moeder heeft zelfs het label terreurmoeder gekregen, terwijl autochtone ouders dit nooit horen. Daarnaast is de onveiligheid op scholen een groeiend probleem, ook met pesten, waarbij scholen vaak geen pestprotocol krijgen. Tot slot noemt het lid dat veel kinderen met een complexe thuissituatie pas hulp krijgen, als de problemen zich opstapelen. Dit vraagt om een gerichte aanpak van scholen die vroeg signalen oppikken en ondersteuning bieden. Aan de wethouder vraagt het lid, hoe zij in samenwerking met ouders en scholen racisme effectiever kunnen tegengaan. Wat kunnen scholen nu nog meer concreet doen om onderwijsachterstanden weg te werken. Hoe kunnen ze een vertrouwensband opbouwen tussen ouders en scholen en welke rol ziet het college om de problemen beter op te pakken.

Is het niet tijd voor een apart actieplan dat zich uitdrukkelijk richten op kinderen met een migratieachtergrond? En hoe kunnen ze een onafhankelijke organisatie inrichten dat bemiddeld bij conflicten tussen ouders en scholen en wat zou de rol en het mandaat van deze organisatie kunnen zijn? Het lid BOUHASSANI geeft aan blij te zijn dat het onderzoek gaat over verhalen en niet alleen over de cijfers. Het lid is zelf ook kind geweest met een migratieachtergrond en enkele verhalen komen haar bekend voor. Zoals leraren die niet om wisten te gaan met haar achtergrond of haar anders behandelden. Het vaker kijken naar wat niet kan, in plaats van wat wel kan, het vaker denken en praten in obstakels in plaats van kansen, perspectief en potentie. Leraren zijn het hart van het onderwijs, zijn vaak leraar geworden om kinderen te onderwijzen en hebben het beste met hen voor. De ervaringen in dit rapport zijn daarom ook ontzettend pijnlijk, maar niet nieuw. Het lid roept op om hierop actie te ondernemen en vraagt de wethouder hoe zij kijkt naar de bevindingen in dit rapport. Ook vraagt het lid hoe de wethouder onder advisering gaat oppakken, welke stappen zijn gezet zodat leraren ook beter om kunnen gaan met een diverse achtergrond en welke plannen heeft de wethouder verder

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

met betrekking tot deze problematiek. Tot slot vraagt het lid of het huidige meldpunt wat zij hebben op het gebied van discriminatie een rol hierin spelen. Het lid WEHKAMP geeft aan dat zij dit al langer weten, maar toch gebeurt het nog steeds, hetgeen haar verdrietig maakt. Het lid las een voortdurend gebrek aan verbinding tussen de scholen, ouders en leerlingen, waardoor zij zich machteloos voelen. Ook naar kinderen wordt niet goed geluisterd als zij de signalen aangeven. Kwaliteiten van kinderen worden niet gezien, met onder advisering en slecht onderwijs tot gevolg. Als je systematisch onderschat wordt, heeft dit enorm veel invloed op je zelfvertrouwen. Het lid is blij dat dit rapport ook voorgelegd wordt aan het burgerberaad van ouders met een migratieachtergrond en ouders van kleur, want wijsheid en ervaring hebben zij nodig en naar hen moeten zij ook luisteren. Het lid zou de aanbevelingen van het burgerberaad graag in de commissie willen bespreken en is benieuwd naar hoe de wethouder naar dit rapport kijkt. Als voorbeeld noemt zij een school in Zuidoost die geen formulier voor stichting Leergeld wilden afgeven voor bijles. En hoe kijkt de wethouder ernaar dat de verschillen in onderwijskwaliteit nergens zo groot zijn als in Amsterdam, waardoor kinderen met een achterstand volgens de onderwijsinspectie deze achterstand ook niet meer inhalen.

Ook vraagt het lid of de wethouder kan kijken hoe het lerarentekort doorwerkt op de prestaties van leerlingen. Een van de aanbevelingen is om het taboe op alledaags en institutioneel racisme te doorbreken en benadrukt het belang voor beide partijen om te leren van conflicten en deze te voorkomen, het ontwikkelen van zelfreflectie bij leraren is daarbij van groot belang. Kan de wethouder dit werkbaar maken voor de scholen? En kan de wethouder initiatieven zoals bij Zonova ook op andere scholen faciliteren en bij de volgende segregatiemonitor hierop terugkomen. Het lid is blij dat de Kinderombudsman gestart is met een spreekuur. Op 20 november 2024 wordt haar rapport over discriminatie en racisme voor kinderen in Amsterdam gepresenteerd. Helaas is discriminatie in het onderwijs slechts een deel wat mensen in de samenleving meemaken en het lid heeft de hoop dat zij dit in Amsterdam tegen kunnen gaan, maar dan moeten zij wel aan de slag. Het lid DIDDEREN ziet dat racisme en discriminatie nog steeds een diepgaand probleem, ook binnen het Amsterdamse onderwijssysteem. Kinderen met een migratieachtergrond worden regelmatig lager ingeschat en onder geadviseerd. Zij delen de frustraties die ouders hierover voelen.

De wethouder is er al veel mee bezig, maar zij vraagt of bij de wethouder meer bekend is over de kwantitatieve data? Ziet zij anders mogelijkheid om dit meer in kaart te brengen? En kunnen zij een pilot opzetten waarin schooladviezen extern en onafhankelijk worden gevalideerd, waaruit zij een werkwijze kunnen halen die ze breder op andere scholen kunnen implementeren. Het lid PERDOK zegt dat discriminatie en racisme op alle vlakken een groot probleem is. De oplossing ligt in dekolonisatie, een lang proces met een lange adem. Ze willen naar een echte inclusieve en diverse stad waar ras, gender en klassen geen voorwaarde is op uitsluiting. Voor het lid is onder advisering het belangrijkste punt hier, hetgeen een gevolg is van een onderwijscultuur met te weinig kennis over diversiteit en inclusie. Vanuit haar fractie vinden zij dat het onderwijssysteem gebaat is bij structurele onderwijzing en training over dit onderwerp. Hier hebben leerkrachten ook recht op, want de leergang inclusief onderwijs is al ingekocht. Zij willen graag dat deze trainingen niet meer op vrijwillige basis zijn, maar onderdeel van de verantwoordelijkheid van de leerkracht en de schoolleiding om te blijven investeren in actuele thema’s. Zo nemen zij de kans op ongelijke kennis en kennisoverdracht weg.

Deze trainingen geven professionals in het onderwijs die handelingsverlegen zijn, de juiste instrumenten om handelingsbehendig te worden en om te gaan met differentiatie in het onderwijs. Het lid DE JONG vraagt of dit tot de reikwijdte behoort van de wethouder Het lid PERDOK zegt dat onder advisering ook vrij ver gaat, waardoor zij harder moeten gaan handelen en moeten kijken dat het geen vrijwillige keuze is. Het lid DE JONG denkt dat het hier uitdragen niet zoveel helpt.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

Het lid PERDOK stelt dat onder advisering grote gevolgen heeft voor de sociale cohesie. In het rapport staat wat voor psychische en emotionele effecten dit heeft gehad op leerlingen en ouders. Als hiervoor niet de juiste interventies worden ingezet, is het uiteindelijke resultaat polarisatie, segregatie en minder vertrouwen in structuren die deze ongelijkheid in stand houden en veroorzaken. Het is tijd om adequaat te handelen zodat ze kunnen bijdragen aan een gezonde samenleving. Zij zijn voor een uitbreiding van de trainingstermijn, daar uit onderzoek gebleken is dat dit nodig is. Hoe denkt de wethouder erover om de ingekochte leergangen te verbreden en daarvoor de geschikte financiën vrij te stellen en om de training al op de PABO toe te voegen? Wil de wethouder hiervoor lobbyen en dit aan hen terugkoppelen? Onder advisering heeft een nare uitwerking op de psyche en emotionele welzijn, het is een onzichtbare rugzak wat vele gevolgen heeft. Hierdoor kampen de getroffenen met een laag zelfbeeld en psychische en emotionele klachten. Zijn hier vanuit de gemeente onderzoek naar gedaan? En zo niet, is de wethouder bereid dit te gaan doen? Is er een manier om in kaart te brengen welke gezinnen hiermee te maken hebben gehad? Ook vraagt het lid of er een monitoring is op de studiezalen en of zij hier een terugkoppeling van kunnen krijgen.

En is er een meldpunt of loket beschikbaar die signalen oppakt van ouders die te maken hebben gehad met onder advisering. Het lid geeft aan dat Finland en Noorwegen goed onderzoek gedaan naar schooladviezen. In hoeverre doen zij dit ook? Dergelijke monitoring heeft een positief effect op het verminderen van onder advisering. Als laatste vraagt het lid aandacht voor misdiagnostisering. Bij kinderen van kleur, daarin uitgelegd meisjes, wordt hoogbegaafdheid en neurodiversiteit, met grote gevolgen, waarin onder advisering er één van is. Kan de wethouder dit meenemen en zich actief voor inzetten? Kinderen met een migratieachtergrond naar een SLOK of ZMLK doorverwezen en dat is niet wenselijk. Om onder advisering weg te werken moet worden ingezet op combinatie van objectieve meetinstrumenten, bewustwordingstrainingen, structurele ondersteuning en monitoring, ouderbetrokkenheid. Dit benadrukt het belang van gelijke kansen en bewuste, eerlijke advisering in het onderwijs. Alle kinderen verdienen het om zichtbaar te zijn. Als laatste voegt het lid toe, dat het nooit haar intentie is om op de stoel van de wethouder te zitten, maar gewoon om ideeën aan te dragen zodat ze mooier onderwijs kunnen hebben. Het lid VAN PIJPEN vindt het een schokkend rapport.

Er zijn al veel onderwerpen aan de orde geweest en zij wil zich op één punt focussen, namelijk op pesten waarbij ook blijkt dat racisme en discriminatie een grote rol speelt. Hoe kan het college scholen ondersteunen bij het standaardiseren van pestprogramma’s die ook die complexe problematiek aanpakken en op welke manier daarin sociale cohesie in de klas en ouderparticipatie in wordt meegenomen. Kan daarbij ook de erkenningscommissie Interventies een rol spelen in het ontwikkelen van een dergelijk protocol. Het lid KABAMBA zit hier als raadslid, maar ook als voormalig slachtoffer en nu als held. Slachtoffer van racisme in het onderwijs vanuit leraren en leerlingen. Haar werd verteld dat ze zich moest invechten, waardoor ze ging debatteren en nu hier zit. Het is niet iedereens lotsbestemming noch iedereens kwaliteit om op die manier om te gaan met die pijn. Pesten kan zorgen voor blijvende persoonlijkheidsveranderingen en levenslang trauma. Sommige slachtoffers worden daders, andere laten het allemaal zitten, ook met hun onderwijs. Kinderen van kleur hebben dagelijks te maken van met uitsluiting, onder advisering en misdiagnostisering, met name meisjes, kinderen van kleur en vooral als je ouders hebt die niet met het juiste taalgebruik voor je kunnen vechten.

Wordt er nagedacht over diepgewortelde problemen die geworteld zijn in het koloniaal verleden? Wordt er bij pesters gekeken bij problemen thuis en andere onderliggende problemen, zodat zij stoppen met dit gedrag. Dit meteen na de eerste of tweede melding, niet na jarenlang trauma bij de slachtoffers. Hoe intensief wordt ingezet op slachtofferhulp van deze kinderen en etnisch sensitieve zorg van deze kinderen via zorgprofessionals van kleur die hier al over gepubliceerd hebben. Hoe worden de aanbevelingen uit het zwart manifest meegenomen in de aanpak van deze problemen in het onderwijs. Worden kinderen, door bijles en doorverwijzingen naar trajecten voor hoogbegaafdheid of neurodivergentie, voldoende ondersteund om hun potentieel te benutten? Het lid roept op deze stad te nemen als

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

voorbeeld om verantwoordelijkheid te nemen voor alle kinderen in Amsterdam en voor al die kinderen in andere steden, die geen raadsleden hebben van kleur die ooit een slachtoffer waren, geen raadsleden hebben die dit begrijpen of aan willen pakken, maar wel een bestuur hebben die dit over moet nemen van Amsterdam om een veilige leeromgeving te creëren waar ze zich kunnen ontwikkelen zonder angst voor uitsluiting en zonder angst voor discriminatie om uiteindelijk tot hun lot te komen. Het lid HAIJEN wil het lid Perdok bijvallen om aandacht te vragen voor onder advisering op de pabo’s en verwijst daarbij naar het Pygmalion-effect, omdat dit wel degelijk een groot probleem is in hun stad. Wethouder MOORMAN schetst de aanleiding van het rapport. Het is niet van de gemeente Amsterdam, maar van de gelijke kansen alliantie. In eerste instantie wilden ze dit in meerdere gemeenten te doen, maar het is alleen in Amsterdam gelukt. Het heet ook de herstel- en verzoeningscommissie met de bedoeling om de verhalen van de mensen op te schrijven, om duidelijk te maken wat het met je doet als je institutioneel racisme op school ervaart, waardoor je kansen in het leven minder worden. Al decennialang komen deze verhalen tot hen toe en zijn nog steeds aanwezig. Het is niet bedoeld als een representatief, kwantitatief onderzoek of evaluatie van wat zij hebben ingezet.

Het is eigenlijk om hen te doordringen van de pijn en schade die institutioneel racisme binnen het onderwijs kan doen en hoe zij daar goed mogelijk ook aandacht en urgentie voor blijven vragen. De waarde van dit rapport vindt de wethouder heel belangrijk, juist om ook tot de verzoening hierin te komen en mensen die hiervan bewust zijn, om dat wel hoog op de agenda te houden. De wethouder begrijpt wat het lid Hakiki en andere leden over hun ervaringen delen. Het is niet zo dat de gemeente Amsterdam niets heeft gedaan op het gebied van inclusiviteit en tegengaan van racisme en discriminatie. Zo hebben zij het programma Amsterdammerschap waar heel veel in zit in het jezelf kunnen verplaatsen, bewust worden van diversiteit, discussiëren kun je leren en heel veel meer. Daarnaast is het heel belangrijk, om ongelijk investeren voor gelijke kansen voort te zetten. Daarmee geven ze echt meer kansen. Als je in Amsterdam geboren wordt met al een achterstelling, omdat mensen op een bepaalde manier naar je kijken en zij investeren daar vervolgens niet in, is het heel moeilijk om dat weer in te halen. Dat is ook de reden waarom ze bijvoorbeeld inzetten op brede brugklassen, waar kinderen hun talenten langer kunnen ontwikkelen en onder advisering hun niet in de weg zit. En de kansenaanpak, om juist de taal ook goed te leren en daarin extra te investeren.

Daarvoor investeren ze ook in High Dosage Tutoring. Juist om kinderen het vertrouwen te geven dat ze het wel kunnen, de lat hoog te leggen, het tegengaan van het Pygmalion-effect of het Mattheuseffect. Ook investeren zij in familiescholen, de zuidoost academie en de leergang inclusief onderwijs. Het lid DE JONG vraagt of hij goed begrijpt dat er niets gaat veranderen aan het beleid naar aanleiding van het rapport. Wethouder MOORMAN vindt dat ze altijd weer goed moeten nadenken of alles wat ze doen bijdraagt, want helaas kunnen zij racisme en discriminatie met een toverstokje bestrijden. Wel kunnen zij heel doen om te zorgen dat het bewustzijn hiervan wordt vergroot dat daarmee de mensen acties kunnen nemen om dat tegen te gaan. Ook al hebben zij daar geen wettelijke taak toe. Zij kunnen dan ook geen leergang verplichten, maar dat betekent niet dat ze het niet belangrijk vinden. Daarom investeren zij zo ontzettend veel. De wethouder heeft willen zeggen dat ze in de tussentijd al heel veel gedaan hebben. Het rapport heeft een enorme waarde, maar is niet een evaluatie van alles wat ze aan het doen zijn. Het lid DE JONG stelt voor dat ze dan dit keer niets extra’s hoeven te doen, want er wordt al zoveel gedaan. Wethouder MOORMAN wil deze conclusie niet trekken. Zo vond zij de reactie van Zonova zo goed, maar ook dat soort dingen kunnen ze niet opleggen aan scholen.

Misschien doet Zonova dit ook wel uit zichzelf, omdat zij al hebben geïnvesteerd in de zuidoost academie, omdat het thema ontzettend veel wordt besproken en er een ouderpanel was. Het bewustzijn in Zuidoost is heel groot en daarmee was een zeer respectvolle en goede reactie

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

van Zonova, andere schoolbesturen zag zij niet reageren. Dit vindt zij reden om in de toezichtgesprekken met de openbaar schoolbesturen dit thema te agenderen. De wethouder kan dit niet opleggen, maar kan er wel wat mee doen. Op het moment dat zij zo’n rapport krijgen, dat zij zichzelf altijd weer moeten vragen of het genoeg is. Moeten zij doorgaan met de dingen die ze doen en goed zijn en is er nog iets wat zij daar nog aan kunnen toevoegen. Zoiets als bijvoorbeeld het meenemen in de toezichtgesprekken van het openbaar onderwijs is bij deze een versterking van het beleid wat zij hierop hebben. Wat betreft de onafhankelijke organisatie, investeren zij enerzijds in het OCO, onderwijs consumenten organisatie Amsterdam, waar alle ouders met vragen over het onderwijs terecht kunnen en anderzijds hebben zij dicsriminatie.nl, waar ook de consulenten zijn die ouders kunnen bestaan op het gebied dat er iets speelt op het gebied van racisme of discriminatie met een school. Dat zijn de twee onafhankelijke organisaties die zij hebben, naast de meldpunten op de scholen zelf. Wat betreft het burgerberaad, geeft de wethouder aan dat OCW geen geld beschikbaar heeft gesteld voor het opzetten van een burgerberaad. Het is een advies van de GKA aan OCW, maar daar is nog geen reactie op gekomen. Ondertussen doen zij van Amsterdam van alles, zoals het ouderpanel in Zuidoost.

Het is niet dat zij daar niks aan doen. Wat betreft het voorbeeld van de formulieren voor Leergeld, is het moeilijk om op één signaal in te gaan. Er is ontzettend veel samenwerking tussen Leergeld en de verschillende scholen. Zij investeren hier ook in, net zoals in het Jeugdeducatiefonds dat op de scholen zelf zitten. Betreffende de onder-advisering, hebben zij elk jaar de monitor schoolloopbanen, waarin dit wordt gemonitord. Ook hebben zij vorig jaar geconstateerd dat de nieuwe toets, de doorstroomtoets, met de gedachte dat dit meer kansengelijkheid zou bieden, maar dat is zeer de vraag. Er zijn veel verschillende toetsen en de PO raad hebben geconstateerd dat er veel verschillen in toetsen en de doorstroomtoets is weer eerder dan de toets al eerder was. Wat betreft kansrijk adviseren, is de wethouder zeer voor de lat hoog leggen en zeer veel vertrouwen hebben, maar ze moeten oppassen dat ze kansrijk adviseren zonder dat kinderen de basis daarin hebben meegekregen. Tot slot benadrukt de wethouder dat ze niet zo vroeg moeten selecteren. Vervolgens geeft de wethouder aan dat Studiezalen echt een hele grote subsidiepartner is van hen, die in heel veel stadsdelen zit en altijd hun subsidie moet verantwoorden.

Wat betreft mis diagnosticeren is er vorig jaar een hele grote bijeenkomst geweest over hoogbegaafdheid, waar juist dit punt, meisjes en kinderen met een migratieachtergrond, heel erg stevig op de agenda heeft gestaan. De wethouder is het er mee eens dat leraren tijdens hun opleiding meekrijgen hoe hun eigen bril van invloed kan zijn op adviezen. Daarom is een leergang grote steden super cruciaal en daar is de wethouder al jaren met de pabo’s mee bezig. Wat haar betreft mag dit meer verplicht aan het begin van het curriculum. Het is wel zo dat de meeste pabo docenten in Amsterdam hun stage moeten lopen, maar dat betekent niet per definitie mee bezig bent. Ten aanzien van pesten is er een landelijk aanbod van school en veiligheid, maar zij hebben ook hun eigen schoolveiligheidsteams. Het is wettelijk verplicht voor elke school om een pestprotocol te hebben. Ook is er nog de vreedzame school. De wethouder hoopt hiermee alle vragen te hebben beantwoord. Het lid KABAMBA herhaalt haar vragen wat betreft de thuissituatie van pesters en het zwarte manifest. Wethouder MOORMAN wil buiten naast alles wat zij gezegd heeft, nog de PIT aanpak hierbij benoemen, het preventief interventieteam.

Op het moment dat er heel veel grensoverschrijdend gedrag wordt geconstateerd op een school, hebben ze dat PIT team, wat juist analyseert wat de achtergrond is en welke problematiek er speelt, want vaak is het een signaal van iets anders. Het lid HAKIKI zegt dat zij zien dat de wethouder veel doet, maar niet effectief en efficiënt. Dit horen zij al decennialang. Het lid vindt dat ze het nu hebben over ouders van de tweede en derde generatie die goed opgeleid zijn en verstand van zaken hebben. Het lid wil dit niet afdoen als een bundel verhalen en wil dit punt graag doorpiepen.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

De VOORZITTER stelt vast dat voor nu het agendapunt voldoende is besproken en gepiept wordt naar de raad. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 9 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het rapport ‘Effectief gebruik van de meldcode in de Wmo-praktijk’ (VN2024-013973) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende vergadering. 10 Kennisnemen van het programma Ouderen in Amsterdam 2024-2029 (VN2024013972) Dit agendapunt wordt gevoegd met agendapunt 11. Het lid VAN PIJPEN zegt dat het goed is dat er eindelijk een programma ligt voor en over ouderen, want ze leven in een vergrijzende samenleving. Amsterdam draait ook op ouderen. Ze spreken over de derde levensfase, de vitale, gepensioneerde oudere die zich volop in inzet voor de samenleving. En de vierde levensfase, de meer kwetsbare levensfase. Ook ouderen die kwetsbaar worden, hebben hulp en ondersteuning nodig, maar ook veel te bieden. Die wederkerigheid moeten ze ook benoemen en aan werken, zodat ze echt een stad van alle generaties zijn. Ouder worden is een opeenstapeling van verlieservaringen, of veranderervaringen. Daarbij hoort dat je mensen om je heen verliest, dat plekken die vertrouwd waren veranderen of verdwijnen, dat je je mobiliteit verliest. Die ervaring kunnen zij niet wegnemen, maar ze kunnen het wel erkennen, ruimte voor geven, ervan leren en vooral goede voorzieningen reageren.

De vraag is dus ook hoe ze een stad maken voor alle generaties, waarin oudere zich veilig en thuis voelen. In de plannen die nu voorliggen, herkent het lid veel van wat in de praktijk en de wetenschap wordt aangegeven als noodzakelijk. Hiervoor complimenteert het lid de wethouder en de ambtenaren. De beeldvorming is ontzettend belangrijk, daar ziet het lid vaak veel misgaan. Kunnen ze niet tien 75-jarigen als ambassadeur van oud worden aan de slag laten gaan? Voor en door ouderen met gesprekken, zichtbaar voor de mooie en minder mooie zaken van het ouder worden. Ook met alle generaties. Nederland is een land van generatiehokjes. Buiten de familie, is er vaak weinig contact met andere generaties, terwijl dit wederzijds zo waardevol kan zijn. Het houdt ouderen vitaal en jongeren leren volop. Ook dat is inclusie. Wat zijn de mogelijkheden om nog meer in deze aanpak ook de intergenerationele aanpak vorm te geven, bijvoorbeeld binnen de sociale basis of op een andere manier. De vraag is wat daar dan voor nodig is. Het MKB speelt een hele grote rol in het leven van oudere, het zou mooi zijn daar meer samen te werken. Het lid is benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt en of ze daar nog stimulans voor kunnen geven.

Het lid blij dat de basis voor het programma The Age Friendly City is, maar het lid vindt de aandacht voor de fysieke omgeving wat onderbelicht, terwijl daar het nodige te winnen valt. Bijvoorbeeld of de afstand naar ontmoetingsplekken veilig is, de veiligheid op straat en in het verkeer. De wethouder zou hiermee willen doen en is benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt. Wat betreft wonen bedankt het lid Cliëntenbelang en de ouderen, die aan hebben bijgedragen, voor het manifest. Het lid vraagt naar de reactie van het college over en in het bijzonder voor het voorstel van de taskforce. Het lid vond de ervaringen met Argonaut zeer schokkend, waardoor het lijkt alsof zij niet met de Amsterdamse maatwerkmethode werken. Klopt dit en wat is ervoor nodig dat zij daarmee gaan werken? Dan gaat het lid ervanuit dat zij het plan ouderenhuisvesting, de maatregelen die door Cliëntenbelang worden voorgesteld daarin worden meegenomen en benadrukt het belang dat die nota er snel komt. Ook vraagt zij of daarin ook de voorstellen over de WMOaanpassingen in naar voren komen. Wat betreft mantelzorg, vindt zij het fijn dat het actieplan er is en benadrukt zij dat deze ook ondersteuning nodig hebben. Ze vindt het jammer dat nu bijlage bij de agenda ouderen wordt neergelegd, want het verdient een zelfstandige plek. In

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

de inhoud kan zij zich grotendeels vinden. Het lid ziet het als een hernieuwd begin van aandacht en maatregelen die nodig zijn. Wat betreft De financieringsvraag, met name het punt van de WOZ en de WMO, is echt een probleem. In de WOZ wordt steeds meer gezegd dat ze gaan werken met mantelzorg, maar voor het weet gaan ze concurreren met elkaar. Het lid steunt het voorstel van Platform Mantelzorg. Wat betreft de buurtteams vindt zij het goed dat daarvoor extra geld komt, maar is dat dan ook gespecialiseerd en gaan ze ook de wijk in? Het mantelzorgcompliment is afgeschaft en nu leest het lid niks over andere vormen van waardering voor mantelzorger. In het stuk mist het lid nog de logeervoorzieningen. Het lid RUNDERKAMP stelt dat Amsterdam vergrijst hetgeen een aanpassing vergt op de inrichting van hun stad. Het lid sluit zich aan bij de inleiding van het lid Van Pijpen. Het plan van aanpak mantelzorg steunt het lid en hij ziet de samenhang met het programma ouderen, dat de geplande zorgzame buurt gespreid over de stad wordt gerealiseerd. Zodat ouderen dus in de buurt van hun mantelzorg kunnen gaan wonen, in plaats van dat je één plek zou hebben waar de mantelzorgers heen moeten en dat op deze manier dit is geborgd. Wat betreft het manifest Help Ouderen, bedankt het lid Cliëntenbelang en sluit het lid zich aan bij de vragen vanuit de insprekers.

Ook was hij blij met de mededeling van de wethouder ten aanzien van de trapliften en is hij benieuwd naar de reactie. Het lid ziet ook het belang van de doorstroming en ook specifiek van triage, het belang van maatwerk, met betrekking tot het verhuizen en vraagt of de wethouder daarop kan terugkomen. Het programma ouderen, is het ontzettend goed dat het er is, herkent hij er veel in en vindt hij het goed dat ze de komende jaren daar vijftien miljoen in investeren, maar ze moeten niet denken dat dit genoeg is om alles te dekken. De vergrijzing stijgt harder dan dat de investering stijgt. De passage hoe ze nu meten of ze succesvol zijn wordt verwezen naar de verschillende programmaonderdelen, is dit vrij summier. Kan de wethouder daarop reflecteren? Het lid WEHKAMP zegt dat het goed is dat ze als stad en voor de Amsterdammer zelf erop voorbereid zijn dat er steeds meer ouderen komen. Ze bedankt cliëntenbelang voor het manifest en verwijst ook naar de bijdragen van de insprekers, die aangeven waar tegen hoeveel knelpunten ze aanlopen. Als D66 hebben zij voorstellen gedaan om de doorstroming naar woningen te bevorderen. In het eerste deel van 2025 komt hier een aanpak voor. Hoe gaan ze zorgen dat de Amsterdamse maatwerkmethode hierin wordt meegenomen? Voor D66 is het belangrijk dat ze autonoom zelfstandige keuzes moet kunnen maken voor een situatie die bij jou past.

Welke situatie dat precies is, is ook afhankelijk van de persoon en hoe iemand ouder wordt. In het programma ouderen is gewezen op het belang van zelfregie, in de uitwerking is de wens van de ouderen niet echt terug te vinden. Kan de wethouder dit toelichten? Wat betreft de vier levensfases, stelt het lid dat ouderen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd best wel wat jaren hebben die zij kunnen besteden aan vrijwilligerswerk. Het is belangrijk in deze fase ook betekenis te geven aan anderen. Hoe bereiken ze deze groep in het kader van mantelzorg. Het lid is het daarin eens met de opmerkingen van GroenLinks daarover. Preventief beleid is nodig, zodat mensen ook in gesprek gaan met families, over bijvoorbeeld mantelzorg. Tot slot hoopt het lid dat de wethouder aan de slag wil met de aanbevelingen van Cliëntenbelang. Het lid WIJMENGA zegt dat terwijl Amsterdam vergrijst, schiet de individualisering door en is de geworteldheid minder, wat consequenties gaat krijgen. Tegelijkertijd zien ze veel tijdelijke internationale bewoners. Dit zijn twee maatschappelijke ontwikkelen die volgens het lid waardeloos zijn. Voor een sociaal inclusieve stad is meer nodig dan wat nu in het programma staat. Voor een age friendly stad, wil je dat op alle beleidsterreinen doortrekken.

Zo zouden ze met een taskforce of ambassadeur een check, Is dit geschikt voor ouderen, kunnen doen, waarbij het lid graag een reactie van de wethouder zou willen krijgen. Wat betreft het voorliggende plan vinden zij de doelen uitstekend, maar vragen ze zich af of dit voldoende gaat zijn voor de grijze golf die er traag, maar zeker aan komt. Ze kunnen aan verschillende knoppen draaien, maar het is eigenlijk iets is wat ze sinds de jaren vijftig hebben zien aankomen. Gaat dit voldoende zijn voor de hoeveelheid ouderen die er is? Kunnen de ambities nog groter? Is bijvoorbeeld het beweegaanbod van de GGD voldoende voor de vergrijzing? Heel veel dingen die er staan vinden ze heel erg goed, maar moeten die

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

voorzieningen dan niet nog dichter bij huis. Bijvoorbeeld met een rollatorradius, binnen 200 meter van huis. De grote vraag bij het plan is, het is ambitieus, is het plan voldoende? Het manifest Ouderen past daar goed bij en ze verwijst naar de aanbevelingen van de insprekers. Kan de wethouder daarop reflecteren? Ook vraagt het lid of zij verder kunnen kijken naar het individue als ze het over trapliften hebben, want nu wordt na een overlijden een traplift eruit gesloopt, terwijl andere bewoners deze ook gebruiken. Hoe wordt er nu gekeken naar de nu bestaande voorrangsregelingen voor de verhuizing en is daar een aanpassing op nodig? Uit onderzoek blijkt dat van alle 65plussers, 54 procent binnen de eigen buurt wil verhuizen, de voorkeur is echt op lokaal niveau. Aan die voorrangsregelingen hebben ze dan niet zoveel, want dat kan alleen binnen het eigen stadsdeel en die zijn kolossaal als ze die rollatorradius aanhouden. Is er voldoende zicht op de groep ouderen in koopwoningen en is er met hen rekening gehouden in deze plannen? Zijn alle ouderen in beeld? 60 procent van de 65plussers geeft aan in een niet volledig toegankelijke woning te wonen, dat wil zeggen dat zijn 75.900 personen, dat zijn heel veel hulpvragen.

Hoe zijn ze hierop voorbereid? Tot slot wil het lid aangeven dat ze het manifest waarschijnlijk wil piepen, want het CDA wil een aantal van deze voorstellen indienen als moties. Wonen in een prettige woning in een sociale buurt staat onder druk, terwijl juist dat ervoor zorgt dat je gezond blijft. Het lid HAIJEN richt zich op het manifest van cliëntenbelang. Er zijn genoeg regelingen in Amsterdam, maar als er dan een Amsterdammer vervolgens een halve vierkante viermeter te kort komt, om in aanmerking te komen voor de regeling van Groot naar Beter, vraagt het lid zich af wat deze regeling voor zin heeft. Iedereen begrijpt dat woningen in tijden van schaarste netjes toegewezen moeten worden door corporaties. Waarom houden zij zich zo halsstarrig vast aan de letter van de wet en waarom handelen zij niet in de geest van de regelgeving? Is dit halsstarrigheid van de corporatie, angst van de corporatie of hebben zij geen bewegingsvrijheid? Wat betreft het aanpassen van de huidige woningvoorraad, weet het lid dat zij gemeenschapsgeld maar één keer kunnen uitgeven, maar kunnen zij niet flexibeler omgaan bij het aanpassen van een woning? Het lid snapt dat de gemeente niet altijd staat te popelen om een woning aan te passen, maar de wachttijden voor een rolstoelwoning zijn lang.

Ze kunnen mensen toch niet in de tussentijd laten verpieteren in hun woning, ze raken dan sociaal geïsoleerd en misschien zijn ze dan straks wel veel meer gemeenschapsgeld kwijt aan zorgkosten, die ze anders niet hadden hoeven maken. De SP zal zich beraden op een voorstel, het liefst in samenspraak met andere partijen, over het budget van woningaanpassing binnen de WMO niet kunnen verhogen. Want ze moeten de huidige woningvoorraad benutten om ouderen een passende woning te laten vinden. Tot slot wijst het lid naar de raadsvragen met betrekking tot het behalen van de prestatieafspraken van de rolstoelwoningen, want als je nu op woningnet gaat kijken zie je één rolstoelwoning per week vrijkomen, daar gaan ze de grote behoefte mee vervullen. Wethouder SCHOLTES stelt dat hij blij is met de brede aandacht voor de ouderen in de vergrijzende stad. Dat is voor de wethouder vanaf het begin af aan prioriteit geweest. Het is een gegeven waar zij de stad klaar voor moeten maken. Het manifest van cliëntenbelang is iets wat hen gaat helpen om de plannen die ze al hebben aan te scherpen en te verbeteren. Wat betreft de casussen waar hij kennis van heeft genomen, gaan zij hier heel serieus naar kijken met collega De Jager en de ambtelijke organisatie los van de concrete voorstellen in het Manifest.

De wethouder zegt dan ook met cliëntenbelang een bestuurlijk overleg te hebben om te kijken wat ze kunnen oppakken. De wethouder denkt dat ze met de plannen die ze nu hebben en het geld wat is vrijgemaakt, op een heel aantal vlakken de wensen van cliëntenbelang tegemoetkomen. Of het nu gaat over hulp bij verhuizen, ouderen die alleen zijn of slechter ter been zijn, wonen en zorg goed organiseren, denkt de wethouder dat ze elkaar goed tegemoetkomen. Er zijn een aantal punten waarop ze verbeteringen kunnen doorvoeren en daarvoor gaat hij verder met hen in gesprek. Bij zijn eerste werkbezoek bij stichting Mi na Mi heeft de wethouder voorbeelden gezien, die motiveerden om een prioriteit te maken van het versterken vanuit de sociale basis van de gemeente. Het voorstel van het lid Van Pijpen, wat betreft het voorstel van Amsterdam 750 jaar, gaan ze dat wat betreft de wethouder gewoon doen. Ook verdient de intergenerationele aanpak meer aandacht, wel denkt hij dat het per bewonersgroep verschilt wat ze willen. Er

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

zijn verschillende voorbeelden van waar dat heel mooi kan zijn, dan wil de wethouder kijken waar hij dat mede mogelijk kan maken. De wethouder stelt ook dat er nog te weinig aandacht is geweest voor wat de private sector zou kunnen betekenen en wil kijken hoe ze dit zouden kunnen versterken. De wethouder is blij dat zij de komende tijd maken zij structureel negen miljoen euro extra vrij maken voor de sociale basis, waarvan specifiek een deel gericht op activiteiten voor ouderen, maar hij is er ook overtuigd van dat zij de komende jaren meer nodig hebben. De wethouder gaat er wel voor knokken voor meer geld voor de sociale basis, maar ziet dit als een mooi begin is om de sociale basis te versterken als onderdeel het werken aan een meer zorgzame buurten. Wat betreft de fysieke omgeving, wordt er binnen het college integrale gekeken hoe ze deze stad klaar kunnen maken voor de toekomst. Collega Van der Horst komt binnenkort met haar Amsterdam maakt ruime plannen, waar ook aandacht is voor wat voor keuzes ze moeten maken in de openbare ruimte. De wethouder geeft ook aan dat hij binnenkort ook komt met een voorstel voor toegankelijkheid van gebouwen of openbare ruimte om dat weer verder te stimuleren. Zij zijn in gesprek met Argonaut, daar Argonaut ook moet gaan werken met die methode. De wethouder ziet wel verbetering met Argonaut, maar er zijn nog verdere verbeteringen nodig.

De aanpak Doorstroming komt vanuit collega De Jager, dan wel Pels. De wethouder hoopt ook dat deze er zo snel mogelijk zal zijn, want dat is absoluut een belangrijk onderdeel van ouderenhuisvesting. Daarin worden ook de voorstellen van Cliëntenbelangen en verhuisregelingen in meegewogen. Ten aanzien van mantelzorg voelt het voor de wethouder niet als bijlage, maar als aparte prioriteit. De wethouder heeft diverse gesprekken gevoerd met mantelzorgers en dat heeft hem best emotioneel geraakt. Het is een grote prioriteit en de wethouder wil kijken hoe ze mantelzorgers verder kunnen ondersteunen met vrijwilligers. Ten aanzien van de mantelzorg worstelt de wethouder er ook mee wat nu de gepaste vorm van waardering is. Richting het CDA, geeft de wethouder aan dat hij pleit voor het versterken van gemeenschap en sociale samenhang. Dat is juist ook de kern aan het werken aan de zorgzame buurten. De wethouder denkt niet dat het voldoende is, maar dat het een goed begin is. Er is meer nodig vanuit Den Haag. De wethouder heeft het idee dat Den Haag wel denkt dat het vanzelf wel goed komt, of ze gaan nog meer medicaliseren. Het feit dat ook de discussie nog steeds is of ze structureel geld vrij moeten maken of verschuiven naar de voorkant, naar welzijn en sociaal, dat dit nog steeds geen vanzelfsprekendheid is, illustreert dat ook.

De wethouder denkt dat ze hier een mooi begin maken, mooie dingen kunnen doen en daar waar meer kan, doet de wethouder dat graag. Ten aanzien van wonen hebben zij die volgens de wethouder deels al besproken toen zij de uitvoeringsagenda ouderenhuisvesting bespraken en voor de rest komt dat terug in de bespreking van het manifest en plannen van collega de Jager. Wat betreft de opmerkingen van de SP, stelt de wethouder dat maatwerk soms ook iets te makkelijk gezien wordt. De wethouder vindt dat er altijd gekeken moet worden naar de omstandigheden en dat hij daar nog verder naar wil kijken met cliëntenbelang. Het lid HAIJEN merkt op dat ze volgens hem niet moeten willen dat mensen niet in aanmerking komen voor een regeling vanwege een halve vierkante meter. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat zij elkaar heel goed begrijpen en dat hij richting de collega’s probeert uit te stralen, dat waar zij vastlopen in de regelingen, er ook een bestuurlijke tafel moet zien waar zij dan de afweging kunnen maken wat zij wel en niet gaan doen aan maatwerk. Er is ook nog een doorbraakteam. Ten aanzien van het budget van woningaanpassingen verhogen, neemt de wethouder nog even mee in de bestudering van het manifest. Zij komen nog nader terug op het manifest en op de vraag of 15 miljoen euro genoeg is. Het mag en moet meer, maar de wethouder kan hier wel goede dingen mee doen.

De meetbaarheid en monitoring is inderdaad nog wat vaag, dit willen ze nog nader uitwerken. Sowieso zullen zij in 2026, of eerder, met een tussenstand van het programma komen waarin ze resultaten zullen presenteren waar ze ook wat nader de monitoring en meetbaarheid uitwerken, gebruik makend van de bronnen die ze hebben en ook de cijfers van ouderenhuisvesting. De

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

wethouder ziet ook positieve dingen, zo heeft hij het startschot mogen geven voor een nieuw verpleeghuis, waarbij ook extra zelfstandige ouderenwoningen en een mooie binnentuin voor de buurt komen. Zij hameren er ook op dat als ze gaan verbouwen of nieuwbouw, ze kijken waar extra woningen en faciliteiten voor de buurt kunnen toevoegen. Ten aanzien van zelfregie, is het hele idee juist dat alles eraan moet bijdragen dat mensen meer zelfregie hebben. Juist in die zorgzame buurt is zelfregie een essentieel onderdeel, tegelijkertijd wat ervoor nodig is om die zelfregie te kunnen hebben. De wethouder is het eens met wat het lid Wehkamp zei ten aanzien van maatwerk. Ten aanzien van praat vandaag over morgen, is de wethouder het er mee eens dat ze dit gesprek niet moeten voeren als er geen alternatieven zijn waar ze naartoe kunnen verhuizen. Daarvoor hebben ze die doorstroomagenda nodig, maar ook dat ze goed moeten kijken waar ze woningen voor ouderen neerzetten, dan heb je ook discussie over voorrangregelingen. Andersom willen ze ook in een lang leven flat een gemêleerde populatie. Dat gesprek vindt dus wel plaats. Tijdens het herfstreces is er ook een grote bijeenkomst geweest. Die gesprekken gaan ze ook in 2025 en 2026 voeren, om zo goed mogelijk voort te lichten wat er wel mogelijk is.

Tot slot geeft de wethouder aan dat hij verwacht in Q1 2025 een reactie geeft op wat ze gaan doen met het manifest. De VOORZITTER geeft aan dat de toezeggingen op de termijnagenda komen en stelt vast dat beide agendapunten gepiept worden naar de vergadering van 11 en 12 december 2024. 11 Bespreken Manifest ‘Help! Ouderen’ (VN2024-014700) Dit agendapunt is gevoegd behandeld bij agendapunt 10. 12 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ter afhandeling van motie 357.22 van 6 oktober 2022 van raadslid Wehkamp, Lust, Abdi, Bouhassani, Bentoumya, Von Gerhardt, Broersen en Ahmadi inzake Mensenrechtenscan 2023 (VN2024-013971) Dit agendapunt is doorgeschoven naar een volgende vergadering. 13 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ter afdoening van motie 15 van Van der Veen c.s. inzake onzichtbaar geweld: lhbtiq+ en seksueel geweld (VN2024-015017) Het lid VAN DER VEEN was boos toen hij de brief las. Het is fijn dat het college de noodzaak onderschrijft, maar het lid ziet dit niet terug in de acties die zijn ondernomen. Het opleiden van professionals over lhbtiq+ zou eigenlijk een onderdeel moeten zijn van ieders werk in het werkveld en zou ook onderdeel moeten zijn van scholing.

Het lid schrok ook van het idee dat bij het Centrum voor Seksueel Geweld een aandachtsfunctionaris lhbtiq+ aanwezig zou moeten zijn, want één van de risicogroepen zijn lhbtiq’ers, dus dit zou onderdeel moeten zijn van het hele centrum. Het lid verwijst ook naar de schriftelijke inspraak van Men as Well en artikelen die verschenen over slachtoffers. Voor lhbtiq’ers die nog niet uit de kast gekomen zijn, is het ook niet vanzelfsprekend om naar het Centrum voor Seksueel Geweld toe te gaan. Daarom zijn initiatieven als Men as Well zo van belang in deze stad. Hij vraagt aan het college of de afdeling Zorg en Veiligheid ook met organisaties zoals Men as well gesproken? Hebben zij een subsidievraag kunnen indienen? En waarom is ervoor gekozen om het geld te geven aan al bestaande organisaties en niet aan de community waar veel vrijwilligers elke dag mensen bij staan. Voordat je inclusie hebt, moet je eerst een onderwerp lhbtiq+ en seksueel geweld apart nemen, om iedereen duidelijk te maken wat er aan de hand is. Het lid is zelf bezig met een ronde tafel en vraagt of de wethouder daarbij aan schuiven. Tot slot zou graag de motie willen piepen naar de volgende raad.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

Het lid DIDDEREN steunt de oproep van het lid Van der Veen, deelt de frustraties en onderschrijft zijn vragen. Zeker met de trend van dalende acceptatie die de kwetsbaarheid van de gemeenschap vergroot, lopen lhbtiq’ers nog meer risico op geweld. Zij denken daarbij dat organisaties in het veld structureel verdienen, of in ieder geval als opvolging van deze motie. Het lid is benieuwd of zij organisaties in de ruimte kunnen geven om hun boodschap te verspreiden en zou graag de wethouder de mogelijkheden verkent tot het opzetten van een campagne die door de gemeenschap en organisaties in het veld worden uitgevoerd, maar dat zij de plekken faciliteren, opdat het duidelijker wordt voor mensen in de gemeenschap, waar ze zich laagdrempelig kunnen melden. Het lid NOORDZIJ stelt dat de onzekerheid en angst om jezelf te zijn en tegelijkertijd dat taboe over seksuele veiligheid, zijn twee losse dingen die in de praktijk vaak samen komen bij stilte en schaamte over dit onderwerp. Dat los je niet in één keer op. Het is goed dat in de brief staat dat er op lange termijn gekeken moet wonden, maar het lid hoopt ook dat de verschillende punten voor een structurele aanpak die uit in de motie beschreven worden daarin meegenomen worden.

Het lid LUST verwijst naar haar bijdrage in de raadsvergadering van 24 januari 2024, waarin zij heeft aangegeven dat een belangrijk obstakel bij het op de kaart zetten van het probleem van seksueel geweld binnen de lhbtiq+ gemeenschap een grote mate van ontkenning en gebrek aan herkenning is binnen de gemeenschap zelf. Het lid heeft toen gepleit voor openheid en kennis bij slachtoffers die zich vaak niet realiseren dat zij in een huiselijk geweld situatie zitten. Die blinde vlek zowel bij de lhbtiq’ers en hulpverleners maakt, dat er vooralsnog weinig hulpbronnen beschikbaar zijn. De afdoeningsbrief geeft een uitgebreid algemeen overzicht van wat er gebeurt, gebeurd is en gaat gebeuren, maar roept ook vragen op tot concreetheid over de acties. Wie gaat bijvoorbeeld de trainingen geven aan lhbtiq+ organisaties, wordt bijvoorbeeld Men as well daarbij betrokken? Dat dit specifieke lhbtiq+ probleem binnen het huiselijk geweld spectrum allicht vraagt om een meer out of the box oplossing, waarbij het niet betrekken van externe expertpartners een gemiste kans zou zijn.

Wat is er concreet uit de werkconferentie van 8 oktober 2024 voortgekomen? Ligt het in de bedoeling om de kosten bij het aandachtsfunctionaris bij het Centrum voor Seksueel Geweld onderdeel vanaf volgend jaar onderdeel te laten zijn van de regio aanpak 2025 – 2029? Kan de wethouder al iets zeggen over zijn toekomstvisie met betrekking tot de borging van dit onderwerp binnen de hulpverlening. Tot slot vraagt het lid of dit keer bij de donkere dagen campagne dit keer ook huiselijk en seksueel geweld bij de lhbtiq+ gemeenschap wordt betrokken. Wethouder SCHOLTES zegt het jammer te vinden dat de raad teleurgesteld is over de uitvoering van deze motie. Het ging over 50.000 euro, wat niet heel veel geld is. Er is wel degelijk ingezet op het versterken van de samenwerking met organisaties binnen de community en het bewustzijn van wat daar allemaal gebeurt. De aandachtsfunctionaris kan juist een mooie rol spelen in het versterken van de expertise en het leggen van de juiste verbindingen met informele organisaties. De wethouder benadrukt dat bij de opening van het inloophuis seksueel geweld de burgemeester en de wethouder zelf nadrukkelijk hebben aangegeven dat seksueel geweld niet alleen is richting vrouwen in heterorelaties, maar juist ook richting mannen, transpersonen en richting de queergemeenschap.

Uit onderzoek weten ze ook dat personen uit de queergemeenschap extra kwetsbaar zijn voor dit geweld. De wethouder denkt dat er wel degelijk met dit geld goede stappen zijn gezet om contact te leggen met deze community, maar hij luistert uiteraard naar wat er anders kan. Het geld betreft incidenteel geld. Vanuit de gemeenschappelijke regeling komt er een nieuwe regioaanpak voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij organiseren een sessie met de raad zodat zij input kan geven. Voor de wethouder is het vanzelfsprekend dat in die nieuwe regioaanpak echt goede aandacht komt voor de lhbtiq+ gemeenschap en dat het goed wordt ingebed in de regioaanpak, inclusief die aandachtsfunctionaris. De commissie heeft ook de ruimte om nog input mee te geven voor die regioaanpak. Bij die werkconferentie zijn er contacten gelegd tussen verschillende sleutelfiguren uit de community en zorgpartners, is er ook aan de hand van voorbeelden inzicht gekomen van vormen van geweld en zijn er verdiepende workshops geweest. Eind november volgt nog

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Conceptraadscommissieverslag, 6 november 2024

een evaluatie en een verslag. Wat betreft de aandachtsfunctionarissen, is het de bedoeling om de financiering in te bedden in de regioaanpak. Als het gaat over het huiselijk geweld Kerst campagne, sluiten ze aan op de landelijke campagne, waarvan de focus nu ligt op kindermishandeling. Daarnaast hebben ze Orange the World weken, waar de focus ligt op partnermishandeling. De wethouder denkt dat het goed is bij een volgende campagne deze doelgroep mee te nemen en ook voor te bereiden met de doelgroep. Tot slot herhaalt de wethouder het jammer te vinden dat de raad hier niet mee tevreden is. Het lid LUST merkt op richting de wethouder dat ze wel de inzet en betrokkenheid op dit onderwerp ziet. De VOORZITTER stelt vast dat dit agendapunt voor nu voldoende is besproken en gepiept wordt naar de raad. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 13.13 uur.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14847660/1