CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20241016 FKD ochtend definitief verslag

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 16 oktober 2024, gemeente Amsterdam15.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Lid AHMADI corrigeert deze berekening en geeft aan dat 50 procent sociale woningen en 50 procent woningen met middeldure huur samen 100 procent maakt. De Wet Betaalbare Huur zal naar verwachting van de LAV positief bijdrage aan de opgaves die er liggen. Zij rekent op een grote inzet voor de bescherming van huurders die gebruik willen maken van deze wet door goede voorlichting. Lid ASLAMI refereert aan de bouwcrisis die momenteel in Nederland speelt. In Amsterdam wordt er echter het meeste gebouwd. Het is voor D66 belangrijk om de afdrachten van het Vereveningsfonds eveneens te gebruiken voor de woningbouw en niet door te sluizen naar de Algemene Middelen. Lid KREUGER verwijst naar de motie van JA21 met als doel pragmatisch te bekijken wat er nodig is om projecten van de grond te krijgen. Hij vraagt of D66 de motie zal steunen als dit meer woningen op zou leveren. Lid ASLAMI verklaart zich bereid de motie te bestuderen, zeker als dit meer woningen op kan leveren. Lid HEINHUIS geeft aan dat het juist voor de coalitie belangrijk is om de bouwverhoudingen te hanteren ten behoeve van betaalbare huren. Zij vraagt D66 of zij zich ook conformeert aan de afgesproken bouwverhoudingen. Lid ASLAMI geeft aan dat hij hier geen uitspraak over heeft gedaan. Hij is geïnteresseerd in voorstellen van alle collega’s.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

Lid HEINHUIS licht toe dat zij verwees naar de motie van JA21, waarbij lid Kreuger sprak over loslaten. Lid ASLAMI benadrukt nogmaals dat hij niet heeft gesproken over ‘loslaten’. Vervolgens noemt hij een aantal aspecten die momenteel een rol spelen bij de woningbouw, zoals inzetten op betaalbare huur middels de Wet Betaalbare Huur en de Wet goed verhuurderschap. Voor D66 is het belangrijk dat er zal worden gehandhaafd en dat dit voortvarend en daadkrachtig wordt doorgetrokken naar de komende jaren. D66 kan volledig instemmen met de Wet Betaalbare Huur. Lid Aslami is benieuwd wat de gemeente gaat doen met de middelen vanuit het Rijk ten behoeve van de implementatie van het handhavingstraject en de vormgeving hiervan. Tot slot verwijst lid Aslami naar een doorstroomplan dat volgend jaar wordt uitgevoerd. Hij spreekt zijn teleurstelling uit over de vertraging hiervan en de gevolgen die dit heeft. Hij hoop dat dit plan met de Voorjaarsnota kan worden opgepakt. Lid ALBERTS vraagt aandacht voor de gemaakte afspraak in de bouwsector 40-4020. Hier is inmiddels reeds vijf keer van afgeweken. Zij vraagt het college of zij toch akkoord gaat met deze formule, want de SP meent dat 40 procent sociale woningen van levensbelang is. Lid ASLAMI stelt dat de afwijkingen van de verdeelsleutel te maken hadden met buurten en wijken waar het overgrote deel van de woningen sociale huurwoningen zijn.

Hij vraagt de SP hierop te reflecteren. Lid ALBERTS geeft aan dat er voor haar niet genoeg sociale huur kan zijn. Zij beschrijft hoe er in het verleden sociale huurwoningen verdwenen uit een wijk, omdat er dan sprake was van een 60 procent aandeel. Dit heeft dramatische gevolgen gehad, geeft lid Alberts aan. Lid ASLAMI sluit zich hierbij aan. Voor D66 is het noodzakelijk om in een wijk met overgroot aandeel sociale huurwoningen bij verdichting ook een groot aantal middenhuurwoningen toe te voegen. Lid ALBERTS stelt dat hier nog verder over gesproken zal moeten worden binnen de coalitie, want hierin staan enkele partijen tegenover elkaar. Ten aanzien van de verhoging van de OZB schetst zij de voorgeschiedenis, waarbij er maatregelen werden genomen waarvan zij zich afvraagt of die wél zorgvuldig zijn ingevoerd. Zij twijfelt hieraan, aangezien hier ideologie achter zat en dat er de overtuiging heerste dat vastgoed aan de markt moest komen ten koste van vele bewoners. Zij sluit zich aan bij het betoog van Lijst AV, een standpunt dat de SP al meerdere keren in de raad heeft verwoord. Zij vraagt het college of het mogelijk is dat het geld dat wordt gegenereerd uit de verhoging van de OZB gebruikt kan worden om het probleem dat de corporaties zeggen te hebben, te weten het Verduurzamingsfonds, op te lossen.

Lid BROERSEN vraagt aandacht voor de fraude die er plaatsvindt op de woningmarkt en zij stelt dat er in de begroting sprake is van een laag aantal handhavingsbesluiten. Volt heeft een aantal vragen over de effectiviteit van het huidige handhavingsbeleid. Lid Broersen vraagt zich af of deze aanpak wel doeltreffend is gezien de verhouding tussen de meldingen, huisbezoeken en de handhavingsbesluiten. Volt spreekt haar tevredenheid uit over de eerlijke uitleg en de openheid die uit de brief naar voren komt, maar het is jammer dat er niet voldoende is stilgestaan bij de impact van het besluit. Zij vraagt of het college toch nog staat achter het verhogen van de OZB. Ook hoort zij graag op welke wijze het college de corporaties hierin tegemoet gaat komen. Of zou een heroverweging tot de mogelijkheden behoren, als de corporaties niet tegemoet

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

worden gekomen? Volt verneemt graag wat de wethouders van plan zijn aan de orde te stellen in de aankomende gesprekken met de corporaties. Lid KOYUNCU uit zijn zorgen om de situatie van bewoners van een gebrekkige woning, nu onduidelijk is wat de gevolgen zijn van de OZB-verhoging voor sociale huurwoningen. Hij vindt het ook zorgelijk dat nu eerst de begroting wordt vastgesteld en dat er later wordt gekeken wat dit de gemeente gaat kosten. Dit druist volgens hem in tegen de gebruikelijke werkwijze. Lid KREUGER brengt allereerst de bouwcijfers onder de aandacht, die voor JA21 teleurstellend zijn. Hij stelt daarom voor om voor de komende drie jaar de bouwverhoudingen los te laten en in samenspraak met bouwondernemers en ontwikkelaars te komen tot het bouwen van zoveel mogelijk woningen, ongeacht het aantal vrijesectorwoningen. Hij heeft de indruk gekregen dat D66 en LAV hier achter staan. Ten aanzien van de OZB-verhoging geeft lid Kreuger aan dat het zou moeten gaan om het goed besturen van de stad en het juist informeren van de raad. Dat blijkt in dit geval niet goed uit te pakken en werd er vanuit het college tegenstrijdige informatie gegeven. Lid ASLAMI stelt dat de woningcorporaties bijdragen aan de realisaties van de middenhuurwoningen, aangezien zij in staat zijn om anticyclisch te bouwen en ondanks de marktomstandigheden de bouwproductie op peil kunnen houden.

Hij vraagt of JA21 ook van mening is dat er Europees voor moet worden gezorgd dat woningbouwcorporaties middenhuurwoningen kunnen bouwen en dat zij ook daadwerkelijk de bouwproductie voor het middensegment op peil houden. Lid KREUGER is het hier mee eens, maar geeft tevens aan dat uit de praktijk blijkt dat sommige projecten geen doorgang vinden, omdat dit wordt afgeremd doordat de vrijesector maar 20 procent mag bedragen. Voor JA21 zou het goed zijn om dit percentage te verhogen, sterker nog, er hoeven geen sociale huurwoningen meer bij te komen, aangezien de 40 procent hiervoor al in beeld is. Lid Kreuger pleit voor het loslaten van de bouwverhouding, want dit zou kunnen leiden tot uitvoering van meer projecten. Lid ASLAMI kan zich niet vinden in de stellingname van JA21 om zich te onderwerpen aan de grillen van de markt. Lid KREUGER benadrukt dat het JA21 erom gaat om zoveel mogelijk woningen te bouwen. Lid HEINHUIS verbaast zich erover dat JA21 van mening is dat er geen sociale huurwoningen meer gebouwd moeten worden. Zij verwijst naar het enorme tekort aan sociale huurwoningen en de wachtlijsten die er hiervoor bestaan. Daarbij komt, zoals lid Aslami al aangaf, dat de corporaties wel blijven bouwen tijdens de wooncrisis.

Lid KREUGER beschrijft de dynamiek van verhuisbewegingen die er plaats zal vinden als er woningen gebouwd worden in een hoger segment dan de sociale huurwoningen. Volgens hem zijn het de links georiënteerde fracties die dit tegenhouden. Lid HEINHUIS is verbaasd over het standpunt van JA21, die eerder altijd leek op te komen voor de mensen met een kleine portemonnee. Lid KREUGER geeft nogmaals zijn argumenten voor het bouwen van woningen in het hogere segment; dit zal de doorstroming bevorderen, ook in de sociale huursector. Lid HEINHUIS ziet dit anders en vindt dat JA21de markt vrij spel geeft en daarmee de stad verkoopt aan de rijken. Dit zorgt ervoor dat alle andere mensen geen enkele kans meer hebben om in Amsterdam te kunnen wonen.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

Lid ALBERTS verwijst naar een artikel uit de krant waarin wordt gesteld dat de nieuwbouwwoningen gemiddeld 2300 euro per maand moeten gaan kosten. Zij vraagt aan JA21 hoeveel mensen dit zouden kunnen betalen en of het reëel is om dit voor een appartement te vragen. Lid LOCHTENBERG voorziet verdere lastenverhogingen, ook bij begrotingen in de jaren hierna. Vervolgens beschrijft hij de verdichtingsproblematiek die zich voordoet. Hij vestigt de aandacht op een gebied ten noorden van de A10, waar nog ruimte is. Hier wordt echter geen plan voor ontwikkeld. Hij heeft de volgende vragen voor de wethouder:  Hoe worden de bouwdoelstellingen gehaald?  Is de wethouder bereid om onderzoek te doen naar een wijk erbij? Lid BILGIN vraagt of het CDA een nieuwe wijk wil bebouwen in landelijk Noord? Lid LOCHTENBERG pleit voor onderzoek hiernaar en of IJburg erbij getrokken kan worden. Vervolgens concludeert hij dat de ambities uit de prestatieafspraken inzake de volkshuisvesting te laag zijn. Een som geld die 7000 woningen representeert, wordt door de corporaties onbenut gelaten. Hij stelt dat de verhoging van de OZB leidt tot meer schulden voor de corporaties en niet tot meer woningen. Het komt erop neer dat de gemeente haar schuld doorschuift naar de sociale woningbouw.

Lid Lochtenberg geeft aan dat de uitgaven van de gemeente te hoog zijn door verkeerd beleid en hij beschrijft wat hier aan ten grondslag ligt. Hij stelt de volgende vragen:  Gaat het college de OZB verlagen of de schulden van de corporaties laten oplopen?  Hoe gaat de wethouder bij zijn eigen afdeling de kosten verlagen nu het Rijk 22 procent wil snoeien? Lid BILGIN uit zijn kritiek op de wijze waarop het college de OZB-verhoging doorvoert. Hij refereert aan de samenwerkingsafspraken van enige tijd geleden, toen ook aan het licht kwam dat de corporaties het financieel zwaar hebben. Forum voor Democratie maakt zich de meeste zorgen over de goede spreiding van sociale huurwoningen door de gehele stad of juist het gebrek hieraan. Lid Bilgin refereert aan de signalen die hem bereiken vanuit de wijken zelf. Hij stelt dat door de corporaties meer lasten toe te bedelen, de ongelijkheid toeneemt. Ook benadrukt lid Bilgin dat doorstroming een belangrijke manier is om passend wonen te bevorderen en hij noemt hierbij enkele voorbeelden. Hij heeft echter vernomen dat niet iedere corporatie hieraan wil meewerken. Hij vraagt de wethouder dit toe te lichten en hiervan eventueel een overzicht aan de raad te doen toekomen. Lid VON GERHARDT stelt in een punt van orde het nu geldende tijdsgebrek aan de orde.

Het zou volgens hem de zorgvuldigheid van de beantwoording ten goede komen als iedereen akkoord gaat met een uitloop tot 13.00 uur. Hij verzoekt tevens om dan de spreektijden aan te passen. De VOORZITTER geeft aan dat de mogelijkheid om uit te lopen tot 13.00 uur bestaat, maar zij verzoekt de aanwezigen hier niet voetstoots vanuit te gaan en alsnog beknopt en bondig te zijn in de bijdragen en beantwoording, zodat de vergadering zo snel mogelijk kan worden gesloten. Lid VON GERHARDT herhaalt zijn ordevoorstel.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

De VOORZITTER kan akkoord gaan met de verlenging, maar het zal later pas duidelijk worden of de spreektijden kunnen worden aangepast. Zij stelt dat tot 13.00 uur de maximale uitlooptijd is en zij verzoekt alle sprekers hier rekening mee te houden. Lid VON GERHARDT stelt alsnog voor om de aanpassing van de spreektijden in stemming te brengen. De VOORZITTER is bereid hiertoe over te gaan. Lid HEINHUIS stelt in een punt van orde dat zij voor het aanpassen van de spreektijden is, maar dat het wellicht ook zinvol is om een avonddeel toe te voegen aan de vergadering. Lid TAJ wijst op de mogelijkheid om de discussie voort te zetten in de tweede termijn die volgende week plaatsvindt. De VOORZITTER concludeert dat er een meerderheid is voor de aanpassing van de spreektijden. Zij stelt voor de vergadering voort te zetten. Wethouder VAN DANTZIG antwoordt dat vanuit zijn portefeuille corporaties bouwen en stedelijk vernieuwen op extreem gunstige voorwaarden. Vervolgens geeft de wethouder aan dat hij de moties van de Partij voor de Dieren en anderen schriftelijk zal behandelen. Aan de SP deelt de wethouder mee dat 40-40-20 nog altijd het uitgangspunt is. Indien het CDA een wijk erbij wil, zou de wethouder graag een stuk grond erbij krijgen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het haar deugd doet dat bij de raad het belang van corporaties wordt gezien, ook bij de VVD en JA21.

Lid KREUGER proeft een niet serieuze ondertoon bij de wethouder en hij kan dit niet accepteren. Hij neemt de taak om het college te controleren serieus en verwacht van de wethouder een serieuze benadering van de vragen Lid VELDHUYZEN stelt in een punt van orde dat lid Kreuger regelmatig aangeeft dat hij mag zeggen wat hij wil, dus dit zou voor de wethouder ook moeten gelden. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat er geenszins sprake is van een grap, maar dat zij reageert vanuit haar hart, omdat voor haar de corporaties belangrijk zijn. Zij benadrukt tevens met klem dat het college een zorgvuldige afweging heeft gemaakt bij het verhogen van de OZB. Het gaat om 85 miljoen euro. Er zijn berekeningen gemaakt voor woningen en niet-woningen en het college wil ook voorkomen dat er gekort moet worden op bijvoorbeeld Jeugdzorg en de sociale basis. Bovendien is het belangrijk dat de bewoners van de corporaties in sterke buurten en wijken wonen. Lid VON GERHARDT vraagt de wethouder om te bevestigen dat er een zorgvuldige afweging is gemaakt om de OZB te verhogen. Wethouder VAN BUREN beaamt dat er een brede afweging is gemaakt. In de brief wordt beschreven welke partijen er last hebben van die OZB-verhoging. Er is ook voor gekozen om de OZB bij zakelijk vastgoed niet te verhogen, want die was al behoorlijk hoog.

Lid VON GERHARDT refereert aan de passage in de brief waar staat dat het college niet expliciet heeft stilgestaan bij de effecten voor de corporaties. Hij vraagt of de wethouder dat zorgvuldig vindt.

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

Wethouder VAN BUREN vindt van wel. Met betrekking tot de berekeningen geeft de wethouder aan dat dit ook zorgvuldig wordt gedaan, voordat er een gesprek plaatsvindt met de corporaties. Lid VON GERHARDT concludeert dat er sprake is van onzorgvuldigheid, aangezien nog niet bekend is wat het effect is op de samenwerkingsafspraken die de gemeente heeft ondertekend. Hij verwacht van de wethouder dat zij deze onzorgvuldige gang van zaken erkent. Wethouder VAN BUREN ontkent dit stellig en zij is van mening dat het college een zorgvuldige afweging heeft gemaakt. Een heleboel berekeningen hebben informatie opgeleverd en de effecten van de verhoging van de OZB zijn zorgvuldig afgewogen. Lid HAVELAAR maakt op uit de beantwoording van een van de technische vragen dat het een dermate grote variëteit aan woningen betreft, dat er niet bepaald kan worden wat de verhoging betekent, niet alleen voor de corporaties, maar ook voor de Amsterdamse woningeigenaren. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er een berekening is gemaakt van het gemiddelde en dat kwam neer op 85 euro per jaar bij een gemiddelde woningwaarde van zes ton. Er kan dan worden uitgerekend wat dit betekent voor woningen met een andere waarde. Lid HAVELAAR citeert uit de beantwoording van de technische vragen, waaruit hij opmaakt dat het juist niet mogelijk is om dit te berekenen.

Wethouder VAN BUREN legt uit dat er niet voor elk afzonderlijk huishouden berekend kan worden wat het effect is. De eerste berekeningen vond plaats op 23 september, maar toen werd er nog geen rekening gehouden met de gemiddelde waarde van woningen en woningcorporaties. Een tweede berekening van 2 oktober kwam uit op 10,1 miljoen euro. De wethouder heeft deze berekening op 4 oktober ontvangen. Lid VON GERHARDT concludeert dat de eerste berekening is gemaakt op de dag nadat de begroting gepubliceerd werd. Wethouder VAN BUREN beaamt dit. Lid VON GERHARDT concludeert vervolgens dat het college een berekening heeft gemaakt nadat de woningcorporaties hadden aangegeven dat de verhoging gevolgen zou hebben voor hen. Wethouder VAN BUREN kan dit ook bevestigen, maar heeft daar de verklaring voor dat er niet specifiek een berekening is gemaakt voor de woningcorporaties, maar dat er vooral is gekeken naar het verschil tussen wonen en niet-wonen. Verder ontkent de wethouder dat er de komende vier jaar 1100 woningen minder gebouwd kunnen worden. Lid VON GERHARDT geeft aan dat beide wethouders hebben aangegeven dat er tijdens de begrotingsbehandeling al cijfers en implicaties bekend waren. Dit blijkt nu volgens de VVD feitelijk onjuist, als er wordt gekeken naar de data waarop de berekeningen zijn gemaakt en de cijfers bekend werden.

En daarom heeft het college naar zijn mening de raad verkeerd geïnformeerd. Wethouder VAN BUREN ontkent dit stellig. Zij herhaalt welke berekeningen er zijn gemaakt en zij geeft aan dat er nooit is gezegd dat er expliciet berekeningen zijn gemaakt voor de corporaties.

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

Lid KREUGER betoogt, dat er is gezegd dat er specifiek naar de corporaties is gekeken en dat er ook berekeningen waren. Hij geeft aan dat wethouder De Jager heeft bevestigd dat erover is gesproken. Dit is in tegenspraak met wat er in de brief wordt aangeduid. Hij vraagt de wethouder terug te komen op haar woorden van vorige week en de fout te erkennen. Wethouder VAN BUREN herhaalt dat zij niet heeft gezegd dat er specifieke berekeningen waren voor de corporaties, maar dat er berekeningen zijn gemaakt voor wonen en niet-wonen. In de brief staat dan ook dat het college niet expliciet over de corporaties heeft gesproken, maar wel over de gevolgen voor allerlei groeperingen in Amsterdam. Lid KREUGER refereert aan de vraag van lid Wijnants over de berekening van de corporaties en daarop werd toegezegd dat dit zou worden toegestuurd aan de raad. Echter, zo geeft hij aan, die berekeningen bleken er niet te zijn. Ook heeft wethouder De Jager aangegeven, dat erover gesproken is. Volgens lid Kreuger wijkt deze gang van zaken af van wat er nu over wordt gezegd. Wethouder VAN BUREN legt uit dat er aan haar is gevraagd of er berekeningen waren. Zij heeft toen bevestigend geantwoord en aangegeven dat zij op 4 oktober berekeningen heeft gekregen. Deze zijn met de raad gedeeld.

Voorts geeft de wethouder aan dat de verhoging bij de corporaties effect heeft op de beleidswaarde, maar het is volgens de wethouder niet zo dat er 1100 woningen minder gebouwd kunnen worden. Binnenkort gaat wethouder De Jager in gesprek met de corporaties, die overigens weten dat de verhoging van de OZB een middel is dat de gemeente kan inzetten. Zij geeft aan dat het college veel belang hecht aan de woningcorporaties en er wordt genoeg gedaan om deze te ondersteunen. De wethouder benadrukt ten enen male dat het college een zorgvuldige afweging heeft gemaakt voor de OZB-verhoging. Als de raad hier niet in meegaat, hoort de wethouder graag van welke financiële ondersteuning moet worden afgezien, bijvoorbeeld de Jeugdzorg of de sociale basis verkleinen. Lid KOYUNCU concludeert dat er een gesprek met de corporaties moet plaatsvinden om te kijken waar zij geraakt worden en of zij gecompenseerd kunnen worden. Het lijkt hem logischer om eerst deze gesprekken te voeren en daarna pas de verhoging van de OZB voor te stellen. Nu zijn er vraagtekens rondom de samenwerkingsafspraken ontstaan. Voor DENK heeft het college hierin onzorgvuldig gehandeld. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er geen sprake is van onzorgvuldigheid. Er is ook niet vooraf gesproken met andere partijen die geraakt worden door de verhoging.

Ter vergelijking noemt de wethouder dat er ook niet vooraf met hotels wordt gesproken als de toeristenbelasting wordt verhoogd. De omstandigheden op dit terrein veranderen voortdurend en daar wordt altijd over gecommuniceerd in de samenwerking. Lid KOYUNCU is van mening dat de vergelijking die de wethouder maakt met toeristenbelasting mank gaat. In onderhavig geval heeft het te maken met bewoners die een behoorlijk dak boven hun hoofd moeten hebben en DENK verwacht dan van het college dat zij alle details checkt en zich gedegen voorbereidt, voordat zij met een voorstel komt. Het gaat hier volgens lid Koyuncu om een speerpunt van het college en dat maakt het des te pijnlijker. Wethouder VAN BUREN erkent dat het hier gaat om een speerpunt van het college, maar het ging haar bij het voorbeeld dat zij noemde meer om het proces. De wethouder vindt het niet zinvol om te discussiëren over de onjuiste aanname dat er 1100 woningen minder worden gebouwd, het gaat haar en de corporaties erom dat het goed gaat met bewoners. Hierover wordt met de corporaties in overleg gegaan.

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

Lid KOYUNCU stelt dat het aantal woningen er niet toe doet, het gaat erom dat er minder woningen gebouwd kunnen worden. Hij vraagt of dit voor het college van belang is. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het geen eenvoudige zaak betreft en als voormalig bestuurder van een corporatie weet zij hoe het er daar aan toe gaat. Nu spreekt zij vanuit haar functie als wethouder Financiën en voor de gesprekken met de corporaties verwijst zij door naar wethouder. Lid VON GERHARDT vraagt om hoeveel woningen het gaat die minder gebouwd kunnen gaan worden. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat er gesprekken moeten komen met de corporaties en zij geeft aan dat deze gesprekken in goede harmonie en met open boek verlopen binnen de samenwerking. Zij neemt afstand van de suggestie dat er een wig zou worden gedreven tussen het college en de corporaties. Lid VON GERHARDT concludeert dat de indruk bij de raad bestaat dat het college niet weet welke implicaties er zijn. Hij stelt wederom de vraag of het niet bestuurlijk zuiver was geweest als de analyse vooraf aan de beslissing van het college om de OZB te verhogen was gemaakt. Wethouder VAN BUREN blijft bij haar standpunt dat de beslissing weloverwogen is genomen en dat het college zich bewust was van de effecten. Maar de wethouder weet ook dat er door het college aan verschillende knoppen gedraaid kan worden.

Zij vraagt de raad er ook bij stil te staan dat als de verhoging niet zou plaatsvinden er moet worden gekeken waar de 85 miljoen euro dan vandaan moet komen. Lid VON GERHARDT herhaalt zijn eerdere betogen en hij dringt erop aan dat de wethouder toegeeft dat er onzorgvuldig is gehandeld door het college door niet vooraf te analyseren wat de verhoging betekent voor de partners in de stad en hiermee tevens de samenwerkingsovereenkomst met de corporaties geweld aan te doen. Wethouder VAN BUREN legt nogmaals uit dat er geen sprake is van onzorgvuldigheid en beschrijft de werkwijze van het college. Zij refereert aan haar woorden die zij vorige week op persoonlijke titel heeft uitgesproken, dat zij wellicht de corporaties iets meer had kunnen informeren, maar daarbij heeft zij willen voorkomen dat er sprake is van belangenverstrengeling door de corporaties vooraf te informeren. De corporaties hebben echter wel signalen gekregen en zij weten dat zij er voortdurend rekening mee moeten houden dat er dingen gebeuren. Zij geeft tot slot aan dat door het kabinetsbeleid veel gemeenten genoodzaakt zijn om de OZB te verhogen. Lid AHMADI ziet de toegevoegde waarde van de maatregel die niet de meest kwetsbare mensen in de samenleving treft.

Zij verzoekt de wethouder zich langdurig in te zetten voor deze groepen en te voorkomen dat er moet worden bezuinigd in de sociale domeinen door dit soort maatregelen. Zij wordt graag geïnformeerd over de inzet van de wethouder hiervoor. Wethouder VAN BUREN is van mening dat dit volledig aansluit bij het beleid van dit college en voor haar is belangrijk dit beleid nog lang voort te zetten. In antwoord op de sigarendoosvraag van lid Von Gerhardt geeft de wethouder aan dat de corporaties haar dit hebben gezegd. Er is afgesproken dat er zorgvuldig en met Excel-sheets wordt berekend wat de waarde is van de woningen en de verdeling tussen de corporaties. In eerste instantie vond er een grove berekening plaats. Zij blijft bij haar standpunt dat dit klopt.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

Zij benadrukt tot slot dat de OZB-verhoging eveneens wordt uitgevoerd, zodat de afvalstoffenheffing niet hoeft te worden verhoogd en zo de meest kwetsbaren te beschermen tegen hogere lasten. Lid VON GERHARDT stelt dat in de tegenbegroting van de VVD beide mogelijk is. In de brief erkent de wethouder dat de berekening van de corporaties klopt, terwijl zij dit in de raad ontkende. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Wethouder VAN BUREN legt uit dat de berekening die zij op 4 oktober heeft ontvangen van de belastingdienst uitkwam op 10,1 miljoen euro en dit betrof alleen de woningen. In de brief legt de wethouder uit, dat de corporaties waarschijnlijk nog rekening hebben gehouden met het zakelijk vastgoed, zodat zij uitkwamen op een andere berekening. De wethouder gaat hier nog mee aan de slag om in samenspraak met de corporaties te komen tot een juiste berekening. Aan de belastingdienst heeft de wethouder gevraagd om rekening te houden met de waarde van de woningen van de corporaties. Lid VELDHUYZEN zou graag een duidelijker beeld krijgen van de verschillende scenario’s die kunnen gelden voor deze kwestie. Wat zouden de mogelijkheden kunnen zijn voor compensatie? Kan het college overwegen om sociale woningen op te kopen? Dit zijn enkele vragen die er bij LAV leven.

Lid KOYUNCU vraagt of de wethouder kan bevestigen dat er niets wordt beslist dat ten koste zal gaan van de ambities. Wethouder VAN BUREN verwijst voor deze en de vragen van LAV naar wethouder De Jager van Volkshuisvesting. Wethouder DE JAGER bevestigt dat er gesprekken op stapel staan met de woningcorporaties over de mogelijke gevolgen van de OZB-verhoging. Allereerst vindt wethouder De Jager het belangrijk om inzichtelijk te krijgen wat deze effecten kunnen zijn. En hoewel het gaat om één bedrag zouden de corporaties afzonderlijk hier op verschillende manieren mee om kunnen gaan. Hij benadrukt dat er goede en transparante communicatie plaatsvindt met de corporaties en het college werkt binnen het kader van de doelen die in samenspraak met de raad zijn vastgesteld voor waar het Volkshuisvesting betreft, maar ook doelen op het terrein van de Duurzaamheid en het Sociale Domein. De wethouder zegt toe de raad deelgenoot te maken van de bevindingen die uit de gesprekken voortkomen. Lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder bedoelt dat het college opnieuw gaat kijken naar de prestatieafspraken. Wethouder DE JAGER ontkent dit. Hij geeft aan dat de directeur van de Algemene Federatie Woningcorporaties ten stelligste heeft ontkend dat zij van plan is om de samenwerkingsafspraken open te breken.

Het college heeft wel een voorziening in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen dat op het moment dat er veranderingen plaatsvinden hierover gesproken kan worden. Het kan zijn dat hier op dit moment sprake van is. Lid VON GERHARDT geeft aan dat dit voor hem bevestigt dat de samenwerkingsafspraken worden heroverwogen en hij concludeert dat de afspraken nog niet zwart-op-wit staan. Wethouder DE JAGER geeft aan dat dit een onjuiste conclusie is en hij legt uit dat de afspraken, die ook werden bevestigd door de directeur nog steeds gelden, maar er is altijd de mogelijkheid dat een van de partijen of beide partijen aangeven alsnog hierover in gesprek kan gaan.

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

Lid VON GERHARDT geeft aan dat een aantal van zijn vragen nog niet zijn beantwoord. Wethouder DE JAGER verwijst hiervoor naar de inhoud van de brief. Lid VON GERHARDT herhaalt zijn vraag over wat de wethouder tijdens de raadsvergadering heeft gezegd en dat dit in de brief anders staat beschreven. Ook vroeg hij of het college van mening is dat met de huidige informatie een goede beslissing genomen kan worden. Wethouder DE JAGER verwijst wederom naar de brief, aangezien er tijdens de raad is toegezegd dat de betreffende vragen schriftelijk zullen worden beantwoord. Ook benadrukt de wethouder dat het gaat om een generieke maatregel en dat er niet expliciet over de corporaties is gesproken. Voor het antwoord op de tweede vraag sluit de wethouder aan bij de woorden van wethouder Van Buren; er is een zorgvuldig proces doorlopen en er is in algemene zin gesproken dat de OZB verhoogd zou moeten worden om een aantal andere belangrijke doelen te realiseren. En op het moment dat de corporaties aangaven dat dit gevolgen voor hen zou kunnen hebben heeft het college aangegeven dat zij hierover in gesprek wil gaan met deze belangrijke partner. Lid VON GERHARDT stelt nogmaals aan de orde dat wethouder De Jager tijdens de raad specifiek heeft gezegd dat er met hem over de implicaties voor de corporaties is gesproken tijdens de begrotingsbehandelingen.

Hij vraagt de wethouder of hij hier nu op terugkomt. Wethouder DE JAGER voegt daaraan toe dat deze woorden tijdens de raadsvergadering leidde tot onduidelijkheid, waarop hij toezegde de vragen schriftelijk te beantwoorden. In de brief staat de situatie beschreven zoals het is gegaan. Lid VON GERHARDT concludeert dat de wethouder zijn woorden die hij tijdens de raad heeft uitgesproken terugneemt en toegeeft dat hij op dat moment de raad verkeerd heeft geïnformeerd. Wethouder DE JAGER legt uit dat hij tijdens de raad hierover in algemene termen heeft gesproken en hij blijft bij het statement, zoals dat in de brief is verwoord en volgens hem is dat in lijn met hoe hij erover in de raad heeft gesproken. Lid BROERSEN vraagt wat de wethouder op tafel gaat leggen tijdens de gesprekken met de corporaties, zodat zij zich kunnen houden aan de samenwerkingsafspraken. Wethouder DE JAGER wil hier nog niet op vooruitlopen. Hij zal de gesprekken ingaan binnen de kaders van de doelen die zijn gesteld op het gebied van de terreinen uit zijn portefeuille en de uitgangspunten van het vastgestelde beleid. Lid BROERSEN vraagt de wethouder alsnog hier meer informatie over te geven, nu de OZB-verhoging voor verandering zal zorgen. Kan de wethouder iets meer informatie geven over mogelijke scenario’s, bijvoorbeeld ten aanzien van de voorstellen die vanuit de commissie zijn gekomen.

Wethouder DE JAGER geeft aan dat er op dit moment nog geen sprake is van scenario’s, er worden nu voorbereidingen gedaan. De suggestie over duurzaamheid door lid Alberts zal de wethouder meenemen. De wethouder staat open voor andere suggesties uit de raad. Hij vraagt de raad om hem de ruimte te geven om gesprekken met de corporaties te voeren om te komen tot goede afspraken.

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

Lid BROERSEN stelt dat de scenario’s gaan over alle doelen die de gemeente heeft voor volkshuisvesting in de stad. Daarom is het voor Volt noodzakelijk om hier kennis van te hebben, voordat er moet worden ingestemd met een OZB-verhoging. Wethouder DE JAGER herhaalt dat de vastgestelde beleidsdoelen voor hem het uitgangspunt zijn en dat is tevens het uitgangspunt van de raad. Dit zou voor Volt helder moeten zijn. Lid LOCHTENBERG vraagt of het voor de wethouder ook een optie is om de schuld bij woningcorporaties op te laten lopen. Wethouder DE JAGER kan hier nog niets over zeggen, aangezien dit een heel specifiek punt is en hij stelt voor dit een onderdeel van de gesprekken te laten zijn. De wethouder somt op welke onderwerpen er aan de orde kunnen komen in deze gesprekken. Lid ALBERTS suggereert dat er wellicht helemaal geen problemen zijn, omdat er voldoende knoppen zijn om aan te draaien. Er moet echter eind november een besluit worden genomen en lid Alberts vraagt de wethouder of die gesprekken er dan al zijn geweest en of het dan duidelijkheid is of problemen zijn. Wethouder DE JAGER antwoordt dat dit zeker niet voor de vaststelling van de begroting het geval is. Hij vermoedt dat de gesprekken meer tijd n beslag zullen nemen. Ook zal er een motie in behandeling genomen moeten worden. Hij verwacht er bij de Voorjaarsnota op terug te kunnen komen.

Lid ABOULKASEM vraagt of er al wel is gekeken naar wat de gevolgen van de OZB-verhoging kunnen zijn voor de kleine huishoudens. Wethouder DE JAGER verwijst hiervoor naar het vastgestelde beleid dat ook hier het uitgangspunt is. Lid VELDHUYZEN trekt op basis van de beantwoording de voorgenomen motie van de LAV, die werd aangekondigd tijdens de Algemene Beschouwingen terug. LAV ziet geen gevaar voor de woningbouwcorporaties in 2025. Hij stelt een scenario voor waarin de gemeente de sociale woningen opkoopt met als doel deze in te zetten voor culturele en maatschappelijke doeleinden. Hij noemt een aantal voorbeelden. Wethouder DE JAGER gaat er geen toezegging op doen, maar ideeën voor mogelijkheden zijn welkom en zullen worden meegewogen. De wethouder kondigt vervolgens aan dat er in de volgende commissie uitgebreid zal worden gesproken over schimmelwoningen. De wethouder ziet met belangstelling de motie inzake groen van de Partij voor de Dieren tegemoet. In reactie op de zorgen van D66 inzake de doorstroming geeft de wethouder aan dat eraan wordt gewerkt om de voorstellen in Q1 2025 gereed te hebben. De moeilijkheid is dat er een systeemverandering voor nodig is. Met betrekking tot de Wet Betaalbare Huur wordt er vanaf 1 juli 2025 gehandhaafd. Lid ASLAMI vraagt of de raad voor 1 juli erover kan worden geïnformeerd op welke wijze de handhaving zal worden uitgevoerd.

Wethouder DE JAGER zegt toe dat hier aan het einde van 2024 een brief over zal verschijnen. Op dit moment wordt besproken welke partij welke rol in het proces zal innemen.

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 16 oktober 2024

FKD

Op de vraag van Volt geeft de wethouder aan dat de handhaving anders is ingericht en er wordt gerichter gehandhaafd, waarbij er goed wordt bekeken bij welke melding de inzet het meest effectief kan worden gedaan en hoe de capaciteit kan worden gebruikt. Tijdens de volgende commissie zal de rapportage die hierop betrekking heeft aan de orde komen, ook met het oog op de doelen en prioriteiten die hierin zijn vastgesteld. Lid LOCHTENBERG herhaalt zijn vraag over de bezuinigingen binnen de eigen organisatie. Wethouder DE JAGER geeft aan dat er met de huidige capaciteit uitvoering gaat worden gegeven aan de doelen die er bereikt moeten worden. Een andere reactie kan de wethouder niet geven. Lid VON GERHARDT stelt in een punt van orde voor om de directeur van de woningcorporaties uit te nodigen om bij deel twee van de begrotingsbehandeling te zijn, aangezien er ook veel vragen zijn over de corporaties. Lid ASLAMI meent dat het voorstel van lid Von Gerhardt ongepast is, ook in het licht van de gesprekken die gevoerd zullen gaan worden tussen de gemeente en de woningcorporaties. De VOORZITTER roept een stemming uit en concludeert dat hier geen meerderheid voor is. Lid HEINHUIS geeft aan dat er bij een politiek debat geen mensen van buitenaf aanwezig horen te zijn. Lid BILGIN herhaalt zijn vraag over corporaties die niet altijd meewerken aan de doorstroming.

Wethouder DE JAGER geeft aan dat dit een onderdeel is van het doorstroombeleid, waar de corporaties bij betrokken zijn. Dit zal aan de orde komen in Q1 van 2025. Lid VON GERHARDT bestrijdt de conclusie van de voorzitter en heeft zelf de conclusie getrokken dat een meerderheid is voor uitnodigen van de directeur. De VOORZITTER stelt dat de griffie heeft geconstateerd dat er geen meerderheid was. Zij stelt vast dat de begroting 2025 voor de commissie WV en RO voldoende is besproken. De tweede termijn vindt plaats in de reguliere commissie op 23 oktober 2024. SLUITING De VOORZITTER bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en schorst de vergadering om 13.00 uur.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14784939/1