CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20241003 FKD conceptverslag

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 7 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 3 oktober 2024 en van de openbare (ochtend en middag) en besloten vergadering d.d. 16 oktober 202415.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

criteria duurzaamheid, toerisme en financiën, zodat lid Schmit een goede afweging kan maken. Lid Schmit kijkt uit naar het moment dat er gesproken kan worden over de nieuwe bestemming voor de plek van de PTA, bijvoorbeeld wonen. Lid BURGERS wijst op het financieel tekort dat wordt benoemd in de analyse bij verplaatsing van de PTA naar de Coenhaven. Lid SCHMIT erkent dat hierover moet worden nagedacht en dat is ook de reden dat hij zijn vraag aan de wethouder stelde. Lid BURGERS stelt dat het onderhavige besluit de doelstellingen van de zeesluis IJmuiden ondermijnt en hij vraagt lid Schmit of hij denkt dat het Rijk weer bij wil springen als het om dit plan gaat. Lid SCHMIT stelt dat het nog niet is bewezen dat die zeesluis de doelstellingen behaalt. Hij geeft er de voorkeur aan bij de feiten te blijven en te bekijken op welke manier de zeesluis uiteindelijk zal worden gebruikt, wellicht met meer vrachtschepen. Lid BURGERS vraagt of lid Schmit denkt dat er minder cruiseschepen, maar meer vrachtschepen de haven binnenkomen. Lid SCHMIT geeft aan dat er nog geen recente analyse gemaakt van het gebruik van de sluizen. Lid VAN BERKEL vraagt hoe D66 meent de problematiek van de cruiseterminal op te lossen door de verplaatsing hiervan naar een van de door hem genoemde opties. Lid SCHMIT benadrukt dat geen van deze locaties de cruiseschepen wil hebben.

Wellicht wordt het tijd om te realiseren dat niemand de cruiseschepen wil hebben, want ze zijn vervuilend en ze brengen toeristen. Lid VAN BERKEL begrijpt dan niet dat D66 komt met voorbeelden waar de Terminal naartoe zou moeten. Het komt hem voor dat lid Schmit meent dat het probleem minder is als de PTA maar eenmaal weg is uit het centrum. Lid SCHMIT benadrukt de strekking van de motie: de PTA moet de stad uit. Dit is goed voor Amsterdam ter vermindering van vervuiling en overtoerisme. Lid Schmit neemt in de omgeving waar dat dit ook het standpunt is van andere gemeenten. Lid VAN BERKEL maakt uit de woorden van lid Schmit op dat hij de Terminal de stad uit wil, zodat hier de problemen goeddeels zijn opgelost, maar dat de omgeving van de nieuwe locatie het zelf maar moet uitzoeken als er problemen zijn. Lid SCHMIT heeft alle begrip voor het standpunt van Rotterdam, Zaandam en IJmuiden, wanneer deze aangeven ook geen vervuilende cruiseschepen in hun haven te willen. Lid BILGIN geeft namens zijn fractie aan een voorstander te zijn voor verplaatsing van de PTA naar de Coenhaven. Dit om een Westbrug over het IJ te kunnen realiseren. FvD pleit voor verplaatsing, want bij sloop zonder alternatieve locatie worden Amsterdam en de regio economisch hard geraakt. Lid Bilgin beschrijft de gevolgen voor de economie en de werkgelegenheid als er voor deze laatste optie wordt gekozen.

Lid NAMANE vraagt of Forum voor Democratie over deze punten heeft nagedacht voordat ze voor de motie hebben gestemd.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Lid BILGIN antwoordt dat FvD blij is met het voorliggende onderzoek dat aantoont welke opties er zijn voor verplaatsing of het weghalen van de PTA. Voor FvD is dit een belangrijke stap voor het realiseren van de Westbrug en een alternatieve locatie voor de PTA in de Coenhaven in de toekomst. Lid SCHMIT attendeert lid Bilgin erop dat Forum voor Democratie de motie heeft ondertekend dat de Terminal de stad uit moet. Lid BILGIN geeft aan dat dit de uitwerking is die FvD voor ogen heeft. Lid SCHMIT stelt dat dit niet rijmt met de inhoud van de motie, namelijk de PTA gaat de stad uit. Lid BILGIN refereert aan het onderzoek dat er is gekomen dankzij de motie. Dit biedt perspectief om in de toekomst de Westbrug te kunnen realiseren en de PTA verdwijnt uit het centrum van de stad. Lid Bilgin betoogt vervolgens dat de toeristen die met zeecruises naar Amsterdam komen niet de overlast gevende toeristen zijn, maar ouder zijn, meer geld hebben en zij bezoeken de kunst- en cultuurinstellingen. Zij vormen slechts 1 procent van het totale aantal toeristen. FvD wil tot de sluiting van PTA in 2035 geen keuzes maken die geld- en banenverlies tot gevolg hebben. Lid Bilgin stelt namens zijn partij voor om walstroom pas in 2030 te verplichten conform de EU-regels in plaats van in 2027. Tot 2030 wil Forum voor Democratie de tweede ligplaats behouden en het aantal aanlopen niet verminderen.

Lid MEERBURG vindt de motie een stap in de goede richting, maar hij benadrukt dat er nog veel moet gebeuren om het beoogde doel te behalen. Hij vraagt wat het standpunt van het college is: halveren of helemaal geen cruises meer. Ook vraagt hij zich af wat de gevolgen zijn als de cruiseschepen aanmeren in IJmuiden en de toeristen alsnog naar Amsterdam komen. Lid Meerburg stelt dat ook op een andere locatie de klimaatschade blijft bestaan, ook al heeft de directe omgeving van Amsterdam nu minder luchtvervuiling. Hij vraagt het college hierop te reflecteren. Lid VAN BERKEL citeert uit een ingezonden brief van Siep de Haan in Het Parool, waaruit blijkt dat deze omwonende geen last heeft van de genoemde problemen. Bovendien, vervolgt lid Van Berkel zijn betoog, worden de schepen door sleepboten de haven in geloodst. Daarnaast is het vanaf 2030 verplicht op walstroom te gebruiken, waardoor de uitstoot nog verder zal afnemen. Lid Van Berkel beschrijft welke, voornamelijk financiële, gevolgen het heeft voor de gemeente als het aantal afmeerplekken voor cruiseschepen wordt teruggebracht naar 1. Ook de genoemde overlast door cruisetoeristen wordt door lid Van Berkel als overdreven beschouwd, aangezien deze slechts 2 procent van het totaal uitmaken. Bovendien, zo schrijft ook de heer De Haan, zijn er geen bravere toeristen dan die op de cruiseschepen.

Lid Van Berkel onderscheidt een tegenstelling in de wens van Amsterdam voor hoogwaardig toerisme en het wegsturen van de welvarende cruiseschiptoeristen, die bovendien geen overlast veroorzaken, integendeel. Hij vraagt de wethouder wat de gevolgen voor de doorstroming zijn als 3000 toeristen met de bus vanuit IJmuiden alsnog naar Amsterdam komen. Lid VAN PIJPEN verwijst naar de uitspraak van de Reclamecode Commissie die zich uitsprak over de advertenties waarin cruiseschepen zich voorstaan op hoe duurzaam ze zijn. De RCC achtte niet bewezen dat er sprake is van duurzaamheid bij cruiseschepen. Lid

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Van Pijpen is ervan overtuigd dat het een van de meest vervuilende vormen van toerisme is. Namens haar partij staat zij volledig achter het beschreven handelingsperspectief en het uitfaseren van de PTA. De belangrijkste argumenten hiervoor zijn de verbetering van de luchtkwaliteit, vermindering van het toerisme en de realisatie van de Westbrug. Lid Van Pijpen hoort graag van de wethouder welke afspraken er zijn gemaakt over de verplaatsing van de PTA naar de Coenhaven. Zij vraagt zich af waarom hiernaar een onderzoek is gestart als er de vraag ligt of er nog wel zeecruises in Amsterdam welkom zijn. Zij vraagt de wethouder of er ook wordt gekeken naar hoe andere steden hiermee omgaan, in ons land, maar ook internationaal. Lid MEERBURG vraagt of GroenLinks Venetië, die een totaalstop wil, als voorbeeld voor Amsterdam ziet. Lid VAN PIJPEN is voorzichtig met het noemen van steden, omdat ze onvoldoende afweet van hun beleid, maar het zou kunnen bijdragen om een richting te vinden in de zoektocht naar andere vormen. Wethouder VAN BUREN erkent in haar beantwoording dat er nog niet veel elektrische sleepboten zijn. De sleepboten die nu worden gebruikt zijn over het algemeen niet elektrisch. De wethouder zegt toe de suggestie van lid Lochtenberg over te brengen bij het Havenbedrijf, zodat dit een plek kan krijgen in de nieuwe strategische visie die het Havenbedrijf ontwikkelt.

Er is al sprake van korting op het liggeld voor duurzame schepen die aangesloten zijn op walstroom, zo is ook te lezen in het rapport. Lid Burgers wordt gecomplimenteerd voor zijn zorgvuldigheid bij het lezen van het rapport en de wethouder erkent dat er een fout bedrag staat vermeld. Het juiste bedrag is 105 miljoen. De wethouder bevestigt dat de cijfers in het rapport afkomstig zijn uit eerdere jaren en deze zijn bewust gebruikt, aangezien deze bekend zijn en zo kan er vergeleken worden. De economische gevolgen zijn, ondanks de hoge bedragen die genoemd worden, relatief beperkt. Dit heeft Berenschot in het rapport beschreven. Het gebeurt vaker dat beslissingen die genomen worden door Amsterdam gevolgen hebben voor Nederland. In onderhavig geval heeft de wethouder gesproken met Rotterdam en het ministerie en dat leidt tot een gezamenlijk onderzoek naar de mogelijkheden van het voorstel. Afspraken die in het verleden zijn gemaakt, onder andere over het Noordzeekanaalgebied, worden hier bij betrokken, maar ook afspraken over de Westbrug. De wethouder is erop gebrand om de motie zorgvuldig uit te voeren ten behoeve van de haalbaarheid. Het voorstel is een tussenstop en het college is van mening dat het recht doet aan alle afspraken die in het verleden zijn gemaakt.

Lid VAN PIJPEN verzoekt de wethouder haar uitspraak te verduidelijken over de juridische procedures die er zouden volgen als de verplaatsing naar de Coenhaven niet wordt uitgevoerd. Wethouder VAN BUREN ontkent dat en geeft aan dat het gaat over juridische procedures richting de cruisemaatschappijen. De wethouder geeft vervolgens aan dat er goed overleg is met het ministerie van I en W en er is afgesproken om gezamenlijk het onderzoek te gaan doen naar de financiële en economische gevolgen, alsmede naar de gevolgen voor de leefbaarheid en de impact voor de duurzaamheid. De verplaatsing naar de Coenhaven is bij dit onderzoek betrokken, waarbij de gemeente heeft aangegeven dat uiterlijk in 2035 een beslissing moet worden genomen over het bouwen van de Westbrug. In 2021 heeft de Commissie D’Hooghe geadviseerd om de PTA te verplaatsen naar de Coenhaven. De wethouder zal hier verder geen uitspraken over doen, aangezien zij niet wil vooruitlopen op de uitkomsten van het onderzoek. De wethouder zegt toe deze te delen met de raad als ze bekend zijn en in aansluiting hierop vanuit het college te komen met een voorstel. Zij verwacht dat het gesprek hierover kan worden opgepakt in de tweede helft van

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

2025. De wethouder vreest dat er op de plek van de PTA geen sprake kan zijn van woningbouw. De omgeving leent zich daar niet toe. De wethouder is het niet eens met het standpunt van de VVD dat Amsterdam zich isoleert van partners waarmee de gemeente juist zou moeten samenwerken; zij is actief in gesprek met Rotterdam, het ministerie en met IJmuiden. Deze laatste heeft slechts plek voor één cruiseschip en wil er niet meer. De wethouder heeft echter geen zeggenschap in de gemeente IJmuiden. Lid MEERBURG meent dat de terminal in IJmuiden onderdeel is van de Port of Amsterdam en dan blijft de PTA in wezen in de haven van Amsterdam. Wethouder VAN BUREN deelt mee dat de gemeente Velzen gaat over de haven in IJmuiden. Zij vervolgt de beantwoording en geeft aan dat Rotterdam openstaat voor meer cruiseschepen. De wethouder staat in contact met andere steden, maar het blijkt dat voor deze steden Amsterdam een voorbeeldfunctie heeft en dat de ontwikkelingen hier nauwlettend worden gevolgd. Het is voor de wethouder zaak om zorgvuldig in gesprek te gaan met andere steden over verplaatsing, want waar de cruiseschepen ook aanmeren, ze blijven erg vervuilend, zoals dat ook in de media wordt beschreven. Vervolgens benoemt de wethouder vragen die zijn gesteld door lid Namane en lid Schmit en ook hierbij geeft zij aan niet vooruit te willen lopen op de uitkomsten van het onderzoek.

Wel geeft zij aan dat er bij gemeenten in het Noordzeekanaalgebied geen animo is voor het bouwen van terminals ten behoeve van cruiseschepen. In antwoord op de bijdrage van Forum voor Democratie geeft de wethouder aan dat uitstel van de aansluiting op walstroom voor haar geen optie is. Wanneer de walstroom beschikbaar is, is het verplicht voor de schepen om hier gebruik van te maken. Dit is voor de schepen tevens een impuls om te gaan verduurzamen op dat gebied. Lid SCHMIT herhaalt zijn vraag of het college heeft besloten dat de PTA verdwijnt achter het Centraal Station en dat de mogelijkheid dat de terminal er toch blijft liggen is uitgesloten, ongeacht de uitkomsten van het onderzoek. Wethouder VAN BUREN ontkent dat het college heeft besloten dat de terminal daar weggaat, er is gekozen voor een onderzoek naar de mogelijkheden van verplaatsing naar de Coenhaven en te kijken naar de financiële, economische consequenties en welke gevolgen er zijn voor de duurzaamheid. Wel is er vastgesteld dat de gemeente in 2035 ruimte wil maken voor de Westbrug. Het eigenlijke besluit van het college staat beschreven in de raadsinformatiebrief. Lid SCHMIT benadrukt dat de motie aangeeft dat de PTA de stad uit moet, terwijl het hem voorkomt dat het college toch de mogelijkheid openhoudt dat in 2030 wordt gekozen voor behoud van de terminal op de bestaande plek.

Wethouder VAN BUREN verwijst hiervoor naar de uitkomsten van de onderzoeken die in de tweede helft van 2025 bekend zullen zijn en naar aanleiding waarvan het college besluiten hierover kan nemen. De wethouder is zich bewust van de strekking van de motie, die zij overigens destijds heeft ontraden, omdat zij twijfelde aan de uitvoerbaarheid. De stappen die nu zijn gezet zijn onderdeel van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid, maar ook om recht te doen aan de afspraken die in het verleden zijn gemaakt met diverse partijen. Lid SCHMIT pleit ervoor om ook recht te doen aan de Amsterdammers en het klimaat in Amsterdam door de motie uit te voeren zoals hij bedoeld is.

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Wethouder VAN BUREN meent dat zij recht doet aan de motie door de stappen die er nu worden gezet. Lid MEERBURG vraagt welke afspraken er bestaan die het vertrek van de cruiseschepen uit Amsterdam tegenhouden. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit onderdeel uitmaakt van het onderzoek. Het is voor de wethouder duidelijk dat het de wens van iedereen is dat de cruiseschepen verdwijnen uit Amsterdam, maar zij vraagt nog enige respijt ten behoeve van het verdiepende onderzoek, zodat bekend wordt wat de financiële consequenties zijn. Lid MEERBURG verwijst naar de contracten met de fossiele bedrijven in de haven, die tot een bepaalde datum gelden. Hij is dan ook benieuwd naar de aard van de afspraken met de diensten rondom de cruiseschepen. Hij vraagt de wethouder dit concreet te maken. Wethouder VAN BUREN ontkent ten stelligste dat het hier gaat om contracten met cruisemaatschappijen. Het gaat om afspraken met het Havenbedrijf, met het ministerie en met de Provincie. Lid VAN BERKEL vraagt wat verplaatsing van de terminal naar de Coenhaven betekent voor de gezondheid van de mensen die wonen op ms Galaxy. Wethouder VAN BUREN deelt mee dat de gevolgen voor de gezondheid van omwonenden wordt meegenomen in het onderzoek. Wellicht dat ms Galaxy tegen die tijd er niet meer ligt. Lid VAN BERKEL concludeert dat ms Galaxy weg moet zijn als de terminal zich daar vestigt.

Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het gaat om 2035 en de wethouder kan nu nog niet aangeven wat dan de situatie zal zijn. Zij heeft niet gezegd dat ms Galaxy weg zou moeten. Lid VAN PIJPEN vat samen wat de wethouder heeft aangegeven over het doel van het onderzoek. Zij vraagt of behalve de haalbaarheid ook de wenselijkheid van verplaatsing naar de Coenhaven bij het onderzoek wordt betrokken en dat het ook een optie is om het niet te doen. Wethouder VAN BUREN beaamt dit volmondig. Lid BURGERS somt de financiële gevolgen op die dit voorstel heeft voor de gemeente en hij vraagt of dit voor de wethouder een reden kan zijn om af te zien van het handelingsperspectief. Wethouder VAN BUREN deelt mee dat er rekening is gehouden met minder inkomsten vanuit de havengelden. Als de verplaatsing naar de Coenhaven aan de orde is, wordt er een afweging gemaakt rekening houdend met de financiële gevolgen. Dit zal nader onderzocht worden en de wethouder komt hier volgend jaar op terug. Lid LOCHTENBERG stelt twee vragen: Kan de wethouder naast de verplichting voor gebruik van walstroom ook elektrisch slepen verplicht stellen? Wat houden de afspraken met het ministerie in met betrekking tot de sluizen? Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze de suggestie over het verplicht stellen van elektrisch slepen doorgeeft aan het Havenbedrijf.

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

De afspraken met het ministerie betreffende de sluizen zijn een onderdeel van het verdiepende onderzoek, aangezien de wethouder hier op dit moment nog niet voldoende vanaf weet. Op de vragen van lid Meerburg antwoordt de wethouder dat IJmuiden niet veel cruiseschepen kan opvangen, er is sprake van één cruiseschip. De wethouder denkt niet dat alle passagiers in bussen en taxi’s naar Amsterdam gaan; onderzoek heeft uitgewezen dat veel passagiers aan boord blijven. Het verheugt de wethouder dat er ook mensen zijn die genieten van het uitzicht op een cruiseschip, volgens de ingezonden brief in Het Parool. Blijft staan, geeft de wethouder aan, dat de schepen voor veel luchtvervuiling zorgen, getuige de zwarte rook die opstijgt uit de schoorstenen. Vanuit de raad heeft het college de opdracht gekregen dat het aantal toeristen teruggedrongen moet worden. In samenwerking met wethouder Mbarki zijn hiervoor enkele maatregelen genomen. De wethouder maakt geen onderscheid tussen de toeristen. Zowel voor de toeristen zelf als voor de bewoners is het onaangenaam als het heel erg druk is in de stad. Lid MEERBURG vraagt of het college een toekomst ziet met geen enkel cruiseschip in Amsterdam. Dit zou de noodzaak van een extra terminal in de Coenhaven wegnemen. Wethouder VAN BUREN beaamt dat het college deze toekomst ziet.

Lid VAN BERKEL verwijst naar de Visie Bezoekerseconomie die door het college is opgesteld. Hierin staat het onderscheid in het type toerist beschreven en welk type Amsterdam graag zou willen ontvangen. Waarom maakt de wethouder dit onderscheid niet? Wethouder VAN BUREN vindt het lastig om verschillende types toerist te onderscheiden. Voor haar is het belangrijk om het aantal toeristen terug te dringen. Lid MEERBURG krijgt graag van het college een datum en tijdlijn wanneer de zeecruiseschepen uit Amsterdam zijn verdwenen. Wethouder VAN BUREN is het ermee eens dat dit belangrijk is. Daarom is zij gestart met stappen zetten en is de datum van 2035 in beeld. In de tweede stap, die volgend jaar plaatsvindt, zal er hierover meer duidelijk worden. Lid MEERBURG vraagt of hierover in deze collegeperiode nog uitsluitsel over komt. Wethouder VAN BUREN zou dit ook willen, maar zij houdt een slag om arm vanwege de uitkomsten van het onderzoek. Tweede termijn Lid MEERBURG noemt een punt van zorg ten aanzien van het gebruik van walstroom. Wanneer dit op grote schaal wordt afgenomen zal dit een grote druk uitoefenen op het net. Hij vraagt om een onderzoek naar de kosten hiervan totdat de totale stop een feit is. Wethouder VAN BUREN is ermee bekend dat er bij het opladen van de accu’s rekening wordt gehouden met het juiste moment en de piekuren worden vermeden.

Zij zegt toe hier bij de commissie schriftelijk op terug te komen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp in de commissie voldoende is besproken. Coördinatie Inkoop

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

8. Bespreken van de voordracht over het aanpakken van de scope 3 emissies in (huidige) inkoopcontracten (VN2024-013029) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt is geagendeerd door lid Krom (Partij voor de Dieren), omdat zij met de commissie en het college wil bespreken welke aanvullende maatregelen er genomen kunnen worden om de scope van d emissies van de eigen organisatie te verminderen. Op 5 september jongstleden zijn de stukken besproken in de Commissie DC, maar met een andere insteek. Hij verzoekt de commissieleden om zich in de bespreking van nu te richten op het aspect van inkoop. Lid KROM bevestigt dat het haar alleen gaat om inkoop. Zij was niet tevreden over de afdoening van de motie en het leek haar zinvol om dit alsnog met de juiste portefeuillehouder te bespreken. De afdoening had wat haar betreft een te hoog gehalte jargon in de bijbehorende uitvoering. Zij stelt een wat meer praktische uitvoering voor door direct contact op te nemen met de leveranciers en ze te vragen wat de mogelijkheden voor hen zijn binnen het bestaande contract. Zij vermoedt dat de leveranciers in de huidige tijdsgeest bereid zijn om mee te werken. Lid Krom vraagt waarom er dan toch is gekozen om te schermen met wet- en regelgeving en juristen bij de uitvoering van de motie.

Ook vraagt ze de wethouder om de urgentie te verhogen, want het is inmiddels anderhalf jaar geleden dat de motie werd aangenomen. Lid NAMANE stelt namens haar fractie dat het zinvol is om meer inzicht te krijgen in de emissies bij inkoop. Zij vraagt of de commissie hiervan op de hoogte kan worden gesteld middels een rapportage. Lid SCHMIT stelt dat ‘true pricing’ voor D66 als beste instrument geldt om de scope 3 emissies naar beneden te krijgen, dat is: eerlijke prijzen. Hij hoort daarom graag wat de stand van zaken is van de pilot ‘True Pricing’. Lid IJMKER verwijst in aansluiting op de vraag van lid Namane naar het initiatiefvoorstel van GroenLinks om de emissies bij inkoop consistent te gaan monitoren en te onderzoeken hoe hierop gestuurd kan worden. Zij hoopt hier voor de kerst nog een bestuurlijke reactie op te krijgen. Ook suggereert zij om de Europese regel voor bedrijven om te voldoen aan de Corporate Sustainability Reporting Directive als criterium binnen het inkoopbeleid te stellen. Wethouder VAN BUREN als reactie op de vragen van lid Krom aan dat hier onvoldoende capaciteit voor beschikbaar is. Er is een bepaalde capaciteit beschikbaar om op een zorgvuldige manier contracten op te stellen. Op het terrein van de uitvoerbaarheid moet deze capaciteit zo effectief mogelijk worden benut. Het is gemakkelijker om duurzaamheidsafspraken te maken met nieuwe leveranciers.

Vervolgens geeft de wethouder een update van wat er momenteel wordt gedaan met lang lopende contracten, waarbij de focus ligt op de top 20-contracten met de meeste klimaat- en grondstoffenimpact. Via de Verduurzaamheidsrapportage van de Gemeentelijke Organisatie Amsterdam wordt de raad geïnformeerd over het jaar 2024. De raad zal deze rapportage in de loop van 2025 ontvangen. Lid KROM meent dat de beantwoording van de wethouder inhoudelijk afwijkt van wat er in de motie staat, waar sprake is van een cyclus met evaluatie. Lid Krom vraagt zich af of de capaciteit die hiervoor wordt gebruikt niet beter kan worden benut om te communiceren met bedrijven die al een contract hebben. Zij is benieuwd hoe de rapportage inzicht gaat verschaffen in de communicatie met de bedrijven en welke veranderingen er worden beschreven.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Wethouder VAN BUREN kan momenteel nog geen uitspraken doen over de inhoud van de rapportage, aangezien de motie ook bij wethouder de Jager is ingediend. Voor wethouder Van Buren geldt dat zij zich richt op de contracten die nog langer dan twee jaar lopen, alsmede de 70 nieuwe contracten. Zij zal erop toezien dat hierover duidelijk wordt gerapporteerd. In reactie op de bijdrage van lid Namane verwijst de wethouder naar een brief die staat op nummer 3 op de TKN-lijst. Daar wordt integraal de jaarrekening op basis van de beschikbare informatie. Deze rapportage wordt de komende jaren uitgebreid. Aan lid Schmit belooft de wethouder dat er binnen enkele weken een brief zal verschijnen met informatie over de pilot ‘True Pricing’. Aan lid IJmker laat de wethouder binnenkort weten wanneer zij zal terugkomen op het initiatiefvoorstel van GroenLinks. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp in de commissie voldoende is besproken. Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de inzet bij bestrijding van antisemitisme (afdoening toezegging aan lid Garmy) (VN2024-012836) Dit punt is doorgeschoven naar de commissie van 7 november 2024. Kunst en Cultuur 10.

Bespreken van de beantwoording van de schriftelijke vragen inzake ‘geen consequenties grensoverschrijdend gedrag binnen ITA’ (VN2024-013173) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt is geagendeerd door het lid Hylkema (VVD). De voorzitter vraagt de commissie om het debat over de bredere subsidieverlening te voeren op het moment dat het Kunstenplan wordt besproken. Vandaag is het Internationaal Theater Amsterdam aan de orde. Lid HYLKEMA heeft tot zijn genoegen kunnen constateren dat het ITA inmiddels de nodige verbeterstappen heeft gemaakt. Bij de onderliggende brief heeft lid Hylkema nog enkele vragen. Hoewel het college heeft aangegeven zich niet te bemoeien met de bedrijfsvoering, blijkt dat er intensief contact is geweest met ambtenaren over het betreffende probleem. Lid Hylkema hoort graag van de wethouder waarom dit contact nog nodig was naast het contact dat de wethouder al had met de directie.

Waren aldus de uitspraken van de wethouder op 11 juli in Het Parool en op 17 juli in de raadsvergadering dan niet voorbarig? Waarom kan er in Het Parool wel inhoudelijk gereageerd worden op de adviezen van de Raad voor Cultuur, maar niet op de schriftelijke vragen hierover van lid Hylkema? Als antwoord op vraag 9 schrijft het college dat zij wil waken voor het tegenovergesteld signaal, dat instellingen gestraft worden op het moment dat ze proactief de eigen werkcultuur onderzoeken en willen verbeteren. Lid Hylkema vraagt of dit betekent dat een onveilige werkcultuur voor het college geen onderdeel mag zijn in de subsidiebesluitvorming. Ook vraagt hij of de wethouder van mening is dat het ITA proactief heeft gehandeld in deze kwestie. Lid MANGAL maakt op uit de brief dat er geen juridische consequenties zijn voor het grensoverschrijdend gedrag. Hij vraagt of er wel een juridische grond is om de klokkenluider uit de voorstelling te halen. Welk signaal geven het ITA en de toezichthouders af aan slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag?

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Wethouder MELIANI benadrukt dat al sinds enkele jaren wordt geagendeerd dat sociale veiligheid een van de belangrijkste pijlers is. Bij het ITA is er sprake van een cultuur die al 22 jaar bestaat, dus de wethouder stelt dat er tijd voor nodig is om dat te veranderen. De wethouder heeft de commissie eerder al geïnformeerd over welke acties hiervoor hebben plaatsgevonden. Zij noemt hiervan enkele voorbeelden, waarvan een breed onderzoek onderdeel is. Zij somt hierbij de tijdlijnen op binnen welke de acties zijn uitgevoerd. Sommige informatie die zij geeft staat ook in de brief met antwoorden. Vervolgens refereert de wethouder aan het accountantsverslag dat is goedgekeurd. In de gesprekken met de wethouder, die de komende periode worden geïntensiveerd, zal het ITA de wethouder meenemen in de ontwikkeling van een Plan van Aanpak. De ‘korte metten’ die de wethouder noemt in de brief betekent kaders stellen en normeren, zoals dat inmiddels heeft plaatsgevonden. De wethouder vertrouwt erop dat de RvT en de directie dit op een goede manier zullen uitvoeren. Lid MANGAL bevreemdt het dat, tegen het licht van het handelingsperspectief, de slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag uit de groep worden gehaald. Wethouder MELIANI refereert aan het onderzoek naar de cultuur binnen de gehele organisatie.

Dit heeft uitgewezen dat er geen grondslag is om mensen te ontslaan, maar er zijn wel passende maatregelen genomen en kaders gesteld. Bovendien is er al enkele jaren een externe vertrouwenspersoon beschikbaar bij wie grensoverschrijdend gedrag gemeld kan worden. Lid MANGAL verduidelijkt zijn vraag. Het gaat hem niet om het noemen van personen, maar in algemene zin: wanneer het slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag uit de groep worden gehaald, is dat een verkeerd signaal naar de pleger. Lid Mangal is van mening dat hier dan sprake is van een verkeerd kader waarvan uit wordt gegaan. Wethouder MELIANI benadrukt dat het ITA zich bewust is van het standpunt van het college dat sociale veiligheid een van de belangrijkste doelstellingen is. In dat kader worden er momenteel met alle partijen gesprekken gevoerd. Zij herhaalt dat er juridisch is getoetst, dat er geen grond is om mensen te ontslaan. Zij kan niet ingaan op de situatie van één slachtoffer, zoals lid Mangal nu vraagt, maar ook aan mensen die iets is overkomen wordt hulp en ondersteuning geboden. Zij voegt hieraan haar persoonlijke mening toe, dat daders te allen tijde moeten worden aangepakt. De wethouder heeft vanuit haar verantwoordelijkheid contact opgenomen met de directie nadat er in de media over misstanden is geschreven. Zij vindt het haar taak om dan uit te zoeken wat er is gebeurd.

Er zijn afspraken gemaakt over hoe er vanuit het college wordt meegekeken. Lid HYLKEMA citeert de woorden van de wethouder in Het Parool, waarin zij aangeeft dat al het mogelijke is gedaan om de problemen op te lossen en dat er flinke stappen zijn gezet ter verbetering van de sociale veiligheid. Een week later, in de NRC, wordt echter geschreven dat de RvT opstapt en het contract met de artistiek directeur wordt opgezegd. En dat er nog vele stappen gezet moeten worden. Hij vraagt de wethouder aan te geven waarom zij in eerste instantie aangeeft zich niet te bemoeien met de bedrijfsvoering, maar dat zij in een later stadium alsnog ingrijpt. Wethouder MELIANI verwijst naar haar eerdere uitleg hierover. Zij beschrijft de stappen die het ITA heeft gezet en waarin de wethouder is meegenomen. Voorts geeft zij aan dat er gesprekken liepen met de voormalige directie over een eventueel afscheid, voordat de artikelen in de kranten verschenen. Na de publicatie is dit versneld en heeft ook de RvT, als onderdeel van de directie, ervoor gekozen zich eveneens terug te trekken. De wethouder benadrukt dat het gaat om eigen keuzes.

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

Lid HYLKEMA refereert aan de beantwoording van vraag 9 en hij vraagt of je wel kunt spreken van een proactieve houding bij het ITA als er eerst pas wordt gereageerd naar aanleiding van krantenartikelen. Wethouder MELIANI heeft er alle vertrouwen in dat onder de huidige directie en de nieuwe voorzitter er een verschil is gemaakt. Zij benoemt het ITA als voorbeeld van een instelling die zelf onderzoek doet naar de bedrijfscultuur en er is van alle kanten vertrouwen in de gevolgen van de stappen die zijn gezet en die worden gezet. Het zal echter tijd kosten om alle gestelde doelen te bereiken. Zij vat samen wat haar rol is geweest in de afgelopen maanden, op basis van de informatie die zij heeft gekregen en de gesprekken die zijn gevoerd. Zij verwacht van de raad dat die haar in de gelegenheid stelt om deze rol al bestuurder uit te voeren. In de komende tijd betekent dit dat er gemonitord wordt en dat de communicatie wordt geïntensiveerd, maar ook dat in de komende Kunstenplannen een visitatiecommissie wordt ingesteld. Lid MANGAL vraagt of de instelling ook het vertrouwen heeft van de slachtoffers van het grensoverschrijdend gedrag. Wethouder MELIANI is in gesprek gegaan met medewerkers die daar nog werken en daar kwam uit naar voren dat er vertrouwen is in de huidige directie.

Het ontbreekt de wethouder aan tijd om de dingen die boven komen drijven op een goede manier aan te sturen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het gevoel afgestraft te worden. Uit de informatie van de medewerkers kwam naar voren dat zij rust en tijd nodig hebben om de cultuurveranderingen na 22 jaar door te kunnen voeren. Hier moet volgens de wethouder aandacht voor zijn, evenals voor de slachtoffers. De huidige directie doet dit op een zorgvuldige manier, betoogt de wethouder. Ook de wethouder zelf heeft aandacht voor de medewerkers die steun nodig hebben. Lid MANGAL verwijst naar artikelen in de media, waarin medewerkers hun verhaal doen. Lid Mangal vindt dit een teken dat deze medewerkers zich niet binnen de organisatie durven uitspreken. Hij vraagt hoe het ITA deze mensen gaat benaderen. Wethouder MELIANI geeft aan dat er veel zorg is voor alle medewerkers. Het ITA gaat ook in gesprek met de medewerkers die zich in de media uitlaten over de instelling. Zij roept de commissieleden op om de signalen die zij ontvangen te bespreken met de raad en de wethouder. In antwoord op een vraag over haar uitspraken in de media van lid Hylkema beschrijft de wethouder dat zij zich bezorgd maakt over ongeveer 45 instellingen in Amsterdam die buiten de subsidie geen geld krijgen van het Rijk. Hierover heeft zij in het genoemde krantenartikel wellicht emotioneel gesproken.

Dit was echter geen uitspraak over de Raad voor Cultuur. De wethouder benadrukt dat zij zich moet voegen naar het advies van de Kunstraad en die heeft een positief advies gegeven aan het ITA. In aansluiting hierop heeft het college besloten om de subsidie niet te verlagen voor de komende twee jaar als reactie op wat het Rijk heeft besloten over haar bijdrage. Hiermee meent de wethouder het ITA een kans te geven voor de toekomst, al blijven haar zorgen bestaan nu het allemaal met minder geld moet. 11. Bespreken van de verdeling subsidies instellingen onder verantwoordelijkheid van de gemeente Kunstenplan 2025-2028 (VN2024-012838) Dit punt is doorgeschoven naar de commissie van 7 november 2024. SLUITING

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 3 oktober 2024

FKD

De VOORZITTER bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering om 12.45 uur.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14694696/1