20241002 SED definitief verslag
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Raadscommissieverslag, 2 oktober 2024
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering
Openbare vergadering van de Raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Vergaderdatum Woensdag 2 oktober 2024 van 13.30 tot 17.13 uur in de commissiezaal Verslag vastgesteld op: 6 november 2024 Voorzitter: de heer Runderkamp Plaatsvervangende voorzitters Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink, wethouder Mbarki Commissiegriffier: Vos Commissieondersteuner: Hollander Verslaglegging: Van Vlodrop (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Belkasmi (PvdA), Namane (PvdA), Abdi (PvdA), Bouali (GroenLinks), IJmker (GroenLinks), Bentoumya (GroenLinks), Veenhoff (GroenLinks), Aslami (D66), Schmit (D66), Von Gerhardt (VVD), Staartjes (VVD), Krom (Partij voor de Dieren), Broersen (VOLT), Alberts (SP), Mangal (DENK), Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Badal (CDA), Kabamba ((Lijst Kabamba), Van Berkel (JA21), Afwezige commissieleden: Brant (JA21) Overige aanwezigen: Idsinga (PvdA ZO), Esajas (PvdA ZO), Simons (GroenLinks ZO)
1, Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent om 13.30 uur de vergadering en heet iedereen van harte welkom op deze openbare commissievergadering SED. Er zijn ruim voldoende fracties aanwezig. b. Mededelingen In de Bijzondere vergadering financiën van 16 oktober 2024 worden in de eerste termijn de begrotingen van alle commissies besproken. OZA en SED zijn gepland in de middag van 13:30 uur tot 15:00 uur. De tweede termijn vindt plaats in de commissie SED. Het lid VAN BERKEL vervangt zijn collega Brant. Hij stelt voor om agendapunt 4, Standplaatsvergunningen in deze commissievergadering te bespreken. Wethouder GROOT WASSINK heeft de commissie in 2023 toegezegd dat de zorgondernemers in het Medisch Centrum Oost een huurcontract zal worden aangeboden. De onderhandelingen zijn afgerond. Alle zorgondernemers hebben de huurcontracten ondertekend. De continuïteit van de zorgverlening is dus gewaarborgd. In de termijnagenda stond een toezegging aan de commissie uit 2017 over de actualisatie van de vastgoedstrategie. Die wordt op 6 november 2024 aan de commissie SED voorgelegd en vervolgens in de raadsvergadering van 13 november 2024 besproken.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
Wethouder MBARKI geeft antwoord op de vraag van het lid Pijpers over de woningen bij het Mandje, die waren eerder in gebruik als horecaruimte. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor om agendapunt 3 door te schuiven in verband met afwezigheid van het lid Heinhuis, agendapunt 4 te bespreken conform agendering, agendapunt 9 af te voeren onder vermelding van het lid Von Gerhardt en agendapunt 12 door te schuiven naar de commissie FKD van 7 november 2024 (daarmee kan het samen worden besproken met de resultaten en vervolgverkenning van de directie WPI en de bestuursopdracht diversiteit en inclusie). De agenda wordt met deze aanpassingen vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare raadscommissievergadering SED van 11 september 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille De termijnagenda wordt ter kennisgeving aangenomen. f. Tkn-lijst Het lid KROM deelt mee dat bij het onderwerp economische zaken al lange tijd een groot aantal punten openstaat. Zij vraagt aandacht voor Motie 696. Daarin wordt gevraagd om een strategie te ontwikkelen voor een gezamenlijke agenda Circulaire economie en een aparte agenda Economie die in deze commissie wordt besproken.
Is de wethouder daar al mee aan de slag? De wethouder heeft bij de bespreking van het hotelbeleid toegezegd dat het Oudvoor-nieuw-beleid ook eventueel kan plaatsvinden buiten de Amsterdamse gemeente. Dat is echter niet opgenomen op de termijnagenda. Wethouder MBARKI zegt toe aandacht te schenken aan Motie 696 en het Oudvoor-nieuw-beleid op te nemen in de termijnagenda. De VOORZITTER deelt mee dat er geen verzoeken zijn binnengekomen voor de tkn-lijst. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn twee ingekomen stukken van de stadsdeelcommissie ZO. Een stuk gaat over agendapunt 6, een ongevraagd advies over de herinrichting van het Bijlmer sportpark en atletiekvereniging Fenix. Het tweede gaat over agendapunt 11, de brief over boerderij Langelust. De stadsdeelcommissie stelt voor om deze stukken te betrekken bij de bespreking van deze agendapunten. De commissie stemt in met de behandeling van deze stukken. 2, Inhoudelijk deel a.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van deze vergadering. b. Inspreekmoment publiek Agendapunt 11, Bespreken van de raadsinformatiebrief over de stand van zaken alternatieve locaties woonzorgfunctie VLIJMINCX spreekt in op persoonlijke titel. Inspreker vindt het jammer dat de raadsinformatiebrief over dit onderwerp weinig informatie bevat, ondanks de grote zorgen over de plaatsing van windturbines aan de Gaasperplas en de gevolgen daarvan voor de toekomst van boerderij Langelust. Het gebied wordt gaandeweg steeds prikkelrijker en dus ongeschikt voor de doelgroep. Er wordt onderzoek gedaan naar alternatieve locaties, maar de wethouder meent de vergunningaanvraag voor de boerderij voort te moeten zetten. Dat verhoogt de weerstand tegen plannen voor een woonzorgfunctie zo dicht bij wijken en recreanten. Waarom speelt de wethouder geen open kaart en betrekt hij de omwonenden bij zijn afwegingen? Met zijn handelwijze ontstaat weerstand tegen zijn plannen. Waarom zet hij niet in op een prikkelarme, veilige en ov-toegankelijke locatie waar geen weerstand is te verwachten, namelijk op de locatie UMC/AMC? De wethouder organiseert - naast de weerstand – ook zijn eigen vertraging. De VOORZITTER bedankt de inspreker voor zijn bijdrage. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d.
Rondvraag Het lid BELKASMI prijst de verschillende mogelijkheden in de stad om te sporten. Het blijkt echter dat Skatepark Noord in zwaar weer verkeert. Het is belangrijk voor Amsterdam en vooral voor Noord om deze skatevoorziening te behouden. Ziet de wethouder mogelijkheden voor een toegankelijke en betaalbare skatefunctie in de stad? Wethouder MBARKI beaamt dat de gemeente oog moet blijven houden voor nieuwe sporten als skaten en daarvoor ruimte moet maken in de openbare ruimte. Het is niet voor het eerst dat Skatepark Noord in zwaar weer verkeert. De voorziening moet betaalbaar blijven, maar moet zich op termijn wel zelf kunnen bedruipen. Daar wordt opnieuw - met het skatepark over gesproken met aandacht voor een duurzame businesscase. De gemeente heeft al bijna 1 miljoen euro geïnvesteerd in het skatepark. Wellicht dat er gekeken moet worden naar een andere - duurzame - oplossing. Als dat niet op die plek mogelijk is, zal naar een andere locatie moeten worden gezocht. Het lid BELKASMI wil weten wanneer de wethouder duidelijkheid kan geven. Wordt er gesproken over een oplossing of alleen over een duurzame businesscase? Wethouder MBARKI herhaalt dat de gemeente eerder in het skatepark heeft geïnvesteerd. Toen is ook gevraagd om een duurzame businesscase.
Over de haalbaarheid wordt nu met het skatepark, inclusief de mogelijkheden voor de gemeente omdat te faciliteren, gesproken. Wellicht dat het op de langere termijn een gemeentelijke voorziening moet worden. Dat raakt aan de schaarste aan locaties voor sportvoorzieningen, maar wellicht is er ruimte voor skatevoorzieningen. Voor nu heeft de wethouder een concreet substantieel bedrag genoemd voor huidige ondersteuning, maar dat vraagt ook om perspectief.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
Het lid ABDI maakt zich zorgen dat het Centrum voor transculturele psychiatrie, Kliniek Veldzicht, niet langer vluchtelingen met complexe psychiatrische zorg gaat behandelen. Het gaat om zeer kwetsbare mensen die zorg nodig hebben. Er is al jaren een tekort aan opvangplekken op dit gebied. ASKV heeft al uitgesproken dat dit kan leiden tot levensgevaarlijke situaties. Daarbij wil het nieuwe kabinet de bed-, bad- en broodvoorzieningen terugdraaien. Dat gaat ook ten koste van deze kwetsbare mensen. Het is inhumaan beleid. Het is politiek hooliganisme. Wat betekent de opnamestop voor Amsterdam op de korte termijn en wat zijn de alternatieven? Is daarover gesproken met het Rijk en de G4? Wethouder GROOT WASSINK was ook verrast dat Veldzicht per 1 november 2024 geen mensen met een asielachtergrond meer opvangt. Hij was ook verrast dat een cliënt naar Amsterdam werd doorverwezen; anders zou deze persoon op straat worden gezet. De wethouder vindt deze ontwikkeling buitengewoon zorgwekkend. Veldzicht zou ruimte moeten maken voor 75 (Nederlandse) tbs’ers. De gemeenten moeten het verder maar uitzoeken. Misschien zijn er wel partijen in Den Haag die willen dat deze ernstig zieke mensen rotzooi veroorzaken om hen zo na te kunnen wijzen als ‘die verschrikkelijke vluchtelingen’. De wethouder is dan ook van mening dat minister Faber een bedreiging is voor alle Amsterdammers.
Er is getracht gesprekken te voeren onder andere aan de Landelijke regietafel en in het Veiligheidsoverleg, echter met nul respons als resultaat. Sommige cliënten zijn levensgevaarlijk en worden nu gewoon naar Amsterdam gestuurd. De minister zegt gewoon: zoek het maar uit. De vier collega’s binnen de G4 zijn er allemaal pissig over. De groep in Veldzicht is op zich nog vrij overzichtelijk, maar dat gaat veranderen als mensen met psychische problemen en psychoses op straat belanden. Dat is doodeng en gevaarlijk. Ook de sluiting van de LVV wordt een probleem. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om deze mensen te helpen, want het is volstrekt onverantwoord dat deze mensen op straat belanden. Dat vergroot hun problemen. Zij kunnen niet altijd terug naar hun eigen land, zoals de minister wil. Er zijn VVD’ers die het eens zijn met de sluiting van de LVV, ook in deze gemeenteraad. Gelukkig heeft de VVD-fractie in de Tweede Kamer in een motie gevraagd om deze mensen op te vangen. De motie is aangenomen. Gelukkig. Het systeem werkt aantoonbaar goed. De wethouder verwacht dan ook van de minister een plan hoe de gemeente deze mensen moet opvangen. Het is geen politiek hooliganisme, maar nihilisme. De minister neemt doelbewust risico’s voor de samenleving. Soms kunnen deze mensen terug naar hun eigen land, maar vaak ook niet. Dan moet hen perspectief worden geboden.
De mensen worden op straat en doorverwezen naar een andere gemeente. Dat zorgt voor een carrousel van mensen. Dit rijk en beschaafd land laat hen aan hun lot over. De wethouder zegt toe te zoeken naar oplossingen, maar heeft vooralsnog geen oplossing voor het stoppen van de opvang in Veldzicht. Als dat niet mogelijk blijkt, moet de verantwoordelijkheid maar gelegd worden bij de nihilisten die vinden dat deze mensen op straat gezet kunnen worden. Het lid ABDI deelt de analyse en de woede van de wethouder. Zij vraagt de wethouder de raad op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat toe. Het lid VELDHUYZEN sluit zich aan bij de woorden van de wethouder. De motie van de VVD kan gevolgen hebben voor Amsterdam. Wellicht dat het Rijk dan toch de LVV blijft financieren. Ook JA21 wil de LVV openhouden. Wethouder GROOT WASSINK zegt toe de commissie op de hoogte te houden van ontwikkelingen. De motie is zodanig geformuleerd dat hij niet precies weet wat wordt bedoeld. Zo zouden de mensen uit de LVV moeten worden opgevangen. Dat is vreemd. Hij verwacht geen financiële compensatie. Hij merkt op dat het kabinet de motie ook niet hoeft uit te voeren.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
Het lid BROERSEN is cynisch en is van mening dat er expres chaos en onveiligheid worden gecreëerd. Het rijksbeleid faalt en niemand neemt de politieke verantwoordelijkheid voor de gevolgen voor de samenleving. In Amsterdam zijn eerder middelen vrijgemaakt voor de Aanpak verwarde personen. Kunnen deze middelen voor deze groep worden ingezet? Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat die middelen voor een brede groep, mensen met een asielverleden, zijn vrijgemaakt. Het aantal personen met verward gedrag neemt toe. Met de stadsdelen is een lange lijst van interventies, zowel in het psychosociale domein als in het veiligheidsdomein, besproken. De inzet van deze middelen voor deze groep moet met de burgemeester worden besproken. De wethouder beaamt dat er een grote overlap is van de doelgroepen. Deze kwetsbare mensen moeten worden opgevangen en perspectief worden geboden en Amsterdammers moeten minder overlast ervaren van mensen met verward gedrag. Die uitdaging wordt steeds groter. De wethouder zegt toe dit met de burgemeester en wellicht later in de commissie AZ te bespreken en deze commissie op de hoogte te houden van ontwikkelingen. BESPREEKPUNTEN Economische Zaken 4.
Bespreken van de raadsinformatiebrief over staanplaatsvergunningen Bespreken van het initiatiefvoorstel 'Iedereen kan Amsterdammer worden' van het lid Heinhuis (PvdA) en de bestuurlijke reactie Het lid VAN BERKEL stelt vast dat haringkramen, een van de weinige tradities in Amsterdam, straks moeten loten om hun voortbestaan. Dat is ongewenst. De wethouder voert een soort uitsterfbeleid in door geen vergunningen meer voor onbepaalde tijd af te geven, terwijl er steeds meer lucratieve Nutella-shops komen. De realiteit zal zich pas over tien jaar aftekenen. Daarom moet het dan ook hier en nu worden besproken. De regels zijn niet bedoeld om een culinaire traditie de nek om te draaien, maar om concurrentie mogelijk te maken. Wat krijgt voorrang? De kramen waar Amsterdammers een harinkje kunnen eten of winkels waar toeristen hun ultra Nutella-ervaring kunnen opdoen. Het lid IJMKER benadrukt dat het nieuwe beleid niet is opgesteld ten behoeve van innovatie, maar omdat het huidige beleid niet voldoet aan de Europese dienstenrichtlijn (EDR). Welk voorstel heeft JA21 als het niet op de voorgestelde manier wordt geregeld? Het lid VAN BERKEL beaamt dat het nieuwe beleid te maken heeft met de EDR. Hij maakt zich zorgen over het stukje Hollands erfgoed. Het is belangrijk om dat te behouden voor de stad, bijvoorbeeld met een beschermde status van deze kramen. Amsterdam is eerder berispt.
Een ondernemer eiste een kans op een kraam op. De rechter gaf hem daarin gelijk. Heeft dat geleid tot hoger beroep? Heeft de wethouder ook naar andere landen gekeken, bijvoorbeeld in Italië naar de lokale gorgonzola-boer? Het lid NAMANE stelt vast dat JA21 net doet alsof het college willens en wetens erfgoed wil schrappen. Alle fracties in deze zaal willen dat deze ondernemers voor de stad behouden blijven. Het hoort bij het karakter van de stad. Zij is blij dat er - na een eerdere stop - nieuwe vergunningen kunnen worden verleend. Hoe denkt de wethouder over het uitgeven van langjarige vergunningen niet alleen in verband met de terugverdientijd van de ondernemers maar juist ten behoeve van de buurtfunctie? Met nieuwe locaties, vooral in de buurten met veel inwoners, kan de schaarste worden verkleind. Ook onder andere het vaarbeleid wordt geconfronteerd met Europese regels. Dat vraagt om nieuw beleid. Is dit ook van toepassing op andere schaarse vergunningen?
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
Het lid ALBERTS stelt voor om de tienjarentermijn die nu wordt voorgesteld te verlengen tot 25 jaar. Het lid NAMANE is het daarmee eens. Zij is benieuwd hoe de wethouder aan de andere fracties daarover denken. Een bekend gezicht op een bekende plek is belangrijk. Het lid VON GERHARDT beaamt dat ook de VVD graag wil dat de ondernemers kunnen blijven bestaan op de straathoeken, maar er moet nu eenmaal iets veranderen vanwege de Europese regels. Ook moet er ruimte komen voor vernieuwing. Het systeem mag dan ook niet op slot komen te zitten. De gemeente heeft onlangs afspraken gemaakt met de sector om te verduurzamen. Veel ondernemers hebben toen nieuwe karren aangeschaft. Zij maken zich nu zorgen dat zij hun vergunning verliezen en hun investeringen niet kunnen terugverdienen. Straks wordt er geloot. Hoe zorgt de wethouder ervoor dat er niet alleen toeristentrekkers (Nutellawinkels) worden ingeloot, maar dat er ook ruimte is voor Amsterdamse kramen? Worden daar criteria voor opgesteld? Het lid SCHMIT wil weten welke oplossing de VVD heeft voor dit dilemma. Het lid VON GERHARDT heeft van de sector vernomen dat de periode van tien jaar voor de ondernemers te kort is. In andere steden, bijvoorbeeld Utrecht, is de periode al verlengd tot vijftien of twintig jaar. Daarmee hebben de ondernemers voldoende kans om hun investering terug te verdienen.
Bij de rondvaartboten is het een enorm debacle geworden. Het heeft jaren geduurd om tot beleid te komen. Dat moet nu worden voorkomen. Welke lessen heeft de stad geleerd? Het lid SCHMIT stelt vast dat de EDR roet in het eten van ondernemers gooit. Dat was eerder ook al het geval bij de markten, bij de schepen en de avondwinkels. D66 heeft de wethouder toen gevraagd om met een visite te komen op deze Europese richtlijnen. Door de onzekerheid zullen ondernemers niet gaan investeren. Dat is niet goed voor de stad. D66 stelt voor om de schaarste op te heffen door veel meer staanplaatsen mogelijk te maken. Er zijn ongetwijfeld nog vele mooie plekken in de stad waar bewoners een bloemetje willen kopen of een harinkje willen happen. Ook stelt D66 voor om het venten in de stad meer bekendheid te geven. Het lid VON GERHARDT wil weten of D66 geen restricties wil in aantallen en soorten kramen. Het lid SCHMIT heeft veel vertrouwen in ondernemers. Hij vindt het geen rol van de gemeente om te bepalen wat ondernemers wel en niet moeten doen. Hij is verbaasd dat de VVD dat wel wil. Het lid VON GERHARDT had eerder ook dat vertrouwen, maar toen kwamen er overal in het centrum Nutellawinkels. Het lid SCHMIT pleit voor meer kramen in de stadsdelen, bijvoorbeeld in Noord, Nieuw-West, Zuidoost, IJburg en de Havenstad. De mensen in die stadsdelen hebben geen behoefte aan Nutella-pannenkoeken.
Het lid VON GERHARDT wil weten of D66 geen criteria wil vaststellen. Daarmee kun je voorkomen dat de hele stad straks volstaat met Nutella-kramen. Het lid SCHMIT wil minder bureaucratie voor ondernemers. Dat kan in dit geval door meer plaatsen te creëren buiten het centrum.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
Het lid BADAL vindt het goed dat nieuwe ondernemers de kans krijgen om een standplaats te verwerven, maar heeft ook begrip voor de ondernemers die hun (succesvolle) standplaats willen behouden. Zij onderhouden hun gezin met de inkomsten uit hun bedrijf. Het zou dus vervelend zijn als zij hun vergunning zouden verliezen. Is er ruimte voor maatwerk? Onder andere het personeel van een bloemenstal aan de Singel maakt zich zorgen over hun voortbestaan. Het lid IJMKER is verrast dat D66 de VVD op rechts inhaalt op het gebied van economisch beleid. Er zijn twee oplossingen voor dit probleem. Je kunt iets doen aan de schaarste, zoals D66 voorstelt. Of je kunt zoeken naar mogelijke oplossingen binnen de EDR. Het college stelt voor om te loten voor een termijn van tien jaar. Dat zou het enige instrument zijn dat juridisch toelaatbaar is. Maar de uitspraak van de Raad van State over de rondvaartboten heeft ook impact. Ook zij zijn al jaren actief in de stad en doen nu een beroep op hun anciënniteit. Nieuwe toetreders vinden echter dat de markt op slot zit. De Raad van State heeft de omzetting van vergunningen voor onbepaalde tijd naar vergunningen voor bepaalde tijd onderuitgehaald. Het lid is van mening dat er, gezien de grote belangen en de vele spelers op de markt, altijd rechtszaken zullen komen.
Wat is dan wenselijk en welke risico’s durft de gemeente te nemen? GroenLinks is gecharmeerd van de Utrechtse oplossing. Daar is gekozen voor een selectieproces, zoals ook de VVD voorstelt, met criteria als duurzaamheid, binding met de wijk en diversiteit van aanbod en met een periode van vijftien jaar. Waarom heeft de wethouder daar niet voor gekozen? Het lid ALBERTS stelt vast dat Europa niet altijd zaligmakend is. De EDR kan ervoor zorgen dat de haringkar uit het straatbeeld van Amsterdam verdwijnt. Dat zou zonde zijn. De achterliggende gedachte van de regeling dat er vernieuwd moet worden, maar je moet ook behouden wat goed is. Er is meer vraag naar staanplaatsen dan er daadwerkelijk zijn. Daarvoor wordt het aantal standplaatsen uitgebreid met vijftien plekken. Dat is echter te weinig. Een aantal fracties stelt voor om met criteria te werken. Ook de SP is daar voorstander van. De fractie is verder voorstander van een termijn van 25 jaar. Daarmee kom je tegemoet aan de EDR en geef je de ondernemers zekerheid. En in 25 jaar kan veel veranderen, bijvoorbeeld dat de EDR weer wordt afgeschaft. Wethouder MBARKI is zeker niet van plan om de haringkar uit de stad te bannen. Dan gaat het debat ook niet over. Het gaat over wie die haringkar mag gaan runnen. Er komen vijftien nieuwe plekken en er moet iets gedaan worden aan de vergunningen voor onbepaalde tijd.
De nieuwe plekken moeten, als gevolg van een rechtszaak, vergund worden op basis van een nieuw systeem. Ook nieuwe ondernemers moeten kunnen instappen. Daarvoor neemt het college deze tijdelijke maatregel. De plekken worden door de stadsdelen aangewezen en zij stellen daar voorwaarden voor op. Alleen bij meerdere geschikte gegadigden wordt geloot. Dat geldt alleen voor de nieuwe plekken. Voor de bestaande ondernemers verandert er vooralsnog niets. Fracties verwijzen naar Utrecht, maar ook Utrecht zal te maken krijgen met rechtszaken. De wethouder stelt voor om de jurisprudentie hierover af te wachten. Ook hij maakt zich zorgen over bijvoorbeeld familiebedrijven; hun bestaanszekerheid. Er wordt nu onderzoek gedaan of iets gedaan kan worden in de opvolging. Ook wordt onderzoek gedaan naar een mogelijke overgangstermijn. Daarbij worden de ervaringen met de avondwinkels meegenomen. Toen bleek uiteindelijk dat er geen sprake was van schaarste. Er was weinig animo voor nieuwe winkels, omdat ze niet lucratief meer zouden zijn. Daarmee was de schaarste opgeheven. De ontwikkelingen worden verder gemonitord. Met dit voorstel gaat het slechts om de nieuwe vijftien plekken. De wethouder is benieuwd naar de vraag naar de nieuwe plekken en naar vernieuwingen. De EDR moet er voor zorgen dat ook nieuwe ondernemers kunnen toetreden tot de markt waar schaarste heerst.
Met dit voorstel worden de rechten van de bestaande ondernemers gerespecteerd en komt er ruimte voor de toekomstige ondernemers. De stad moet, ook om rechtszaken te voorkomen, ondernemers gelijk behandelen. Dat is de aanleiding voor het voorstel.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
De wethouder legt uit dat het gaat om een dynamisch thema, ook op het gebied van jurisprudentie, met verschillende ontwikkelingen en met verschillende termijnen. Hij staat voor alles open, maar het moet wel (juridisch) haalbaar zijn. Het gaat dus niet over het voortbestaan van de haringkar, maar over wie die haringkar in de toekomst mag runnen. Het lid VON GERHARDT stelt vast dat de periode van tien jaar die in de brief is opgenomen, niet hard is. Wethouder MBARKI legt uit dat het enige dat hard is dat er nu juridisch gezien sprake moet zijn van een juiste overgangstermijn voor het terugverdienen van de investeringen. Daar is bij de avondwinkels al onderzoek naar gedaan. Bij de nieuwe vergunningen wordt nu uitgegaan van tien jaar. Dat is een redelijke termijn om de investering terug te verdienen. Daar wordt met ondernemers over gesproken. De termijn moet juridisch goed onderbouwd zijn en in het belang zijn van zowel de zittende als de toekomstige ondernemer. Het lid IJMKER stelt vast dat de regeling voor de bestaande ondernemers pas later aan de orde is. Wethouder MBARKI beaamt dat. Hij benadrukt dat hij constant kijkt naar andere steden en ziet onder andere uit naar de ontwikkelingen in Utrecht. In de tussentijd verandert er niets. Als er iets gaat veranderen, zal er sprake zijn van een goed onderbouwde overgangstermijn.
Voor ondernemers met een vergunning voor onbepaalde tijd verandert er niets. Het lid VAN BERKEL herhaalt zijn vraag of de ondernemer in hoger beroep is gegaan. Wethouder MBARKI legt uit dat er destijds twee ondernemers interesse hadden in dezelfde plek. De gemeente heeft gekozen voor de ondernemer die het langst stond ingeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat dat niet meer mogelijk is. Daarom is de niet gekozen ondernemer in beroep gegaan. Er is gevraagd om meer plekken, waardoor de schaarste zou verdwijnen. Het voorliggende voorstel is hiervoor een eerste aanzet. Maar er is ook grote vraag naar de populaire plekken, waar nu vergunningen voor zijn afgegeven voor onbepaalde tijd. Met alleen nieuwe plekken, blijft de schaarste aan populaire plekken aanwezig. De wethouder prijst het idee om venten te promoten. Maar dat vraagt om een ander bedrijfsmodel en andere investeringen. Het lid SCHMIT herhaalt zijn vraag over hoe het college in het algemeen omgaat met de EDR. Wethouder MBARKI wijst op het belang van bestaanszekerheid voor de bestaande ondernemers, maar ook op het belang voor nieuwe toetreders. Beide groepen moeten in de stad kunnen ondernemen. Dat is op dit moment een creatief en juridisch thema. De gemeente moet samen met de ondernemers zo verstandig mogelijke keuzes maken op basis van onderzoeken (zoals ook met de avondwinkels is gebeurd).
Bovendien moeten de keuzes juridisch stand houden. Het lid SCHMIT wil weten of ook andere branches getroffen worden door deze EDR. Dat zou moeten worden meegenomen in het nieuwe beleid. Wethouder MBARKI deelt mee dat er al wordt gewerkt aan de dossiers die het betreft. Uit de eerdere ervaringen moet lering worden getrokken. Het lid VON GERHARDT wil weten of de stadsdelen criteria kunnen opstellen voor het toekennen van standplaatsen. Kan er gewerkt worden met verschillende soorten
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
vergunningen met verschillende doorlooptijden, afhankelijk van de populariteit van de standplaats? Wethouder MBARKI legt uit dat dit nu precies de zaken zijn die worden onderzocht. Hij beaamt dat de stadsdelen straks voorwaarden kunnen vaststellen aan de invulling van de standplaats, bijvoorbeeld de toegevoegde waarde voor de buurt. Het lid VAN BERKEL wil weten of deze problemen zich ook in andere landen en andere drukke steden voordoen. Wethouder MBARKI beaamt dat. Hij verwijst daarvoor naar de strandtenthouders in Italië. Het lid BADAL merkt op dat naast de eigen familie ook veel ander personeel lang meedraait in het bedrijf. Ook zij worden brodeloos als de vergunning worden ingetrokken. Wethouder MBARKI herhaalt dat er nu geen vergunningen worden ingetrokken. Bij het opstellen van nieuw beleid zal zeker goed worden nagedacht over dit soort zaken. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. Er is ook geen behoefte aan behandeling in de raadsvergadering. Sport en Bewegen 5. Bespreken van de raadsinformatiebrief voorwaarden Sportvergoeding Jeugd Het lid BELKASMI merkt op dat enkele verenigingen rond de duizend euro vragen voor topsporttrainingen. Daarmee is topsport ontoegankelijk voor mensen met een laag inkomen. Alle kinderen in de stad moeten gelijke kansen krijgen, ook op het gebied van topsport.
Maar een bedrag van duizend euro is voor veel gezinnen onbetaalbaar. Wat gaat de wethouder doen tegen deze te hoge contributies? Wat zijn de positieve en negatieve effecten van de huidige set aan maatregelen op de weerbaarheid van de verenigingen door mogelijk minder inkomsten? Het lid STAARTJES merkt op dat jonge leden van sportverenigingen met behulp van een sportvergoeding volwaardig lid zijn van de vereniging. Met de pilot wil de gemeente daar gek genoeg verandering in brengen. Als de contributie meer dan 350 euro is, kunnen deze jongeren alleen blijven sporten met behulp van sponsoren en door solidariteit van andere leden. Mocht dat uitblijven, dan verdwijnt de ondersteuning. Tegelijkertijd worden voetbalverenigingen door stijgende kosten van leges van de gemeente en omdat ze moeten blijven investeren in de jeugd, geconfronteerd met een hogere contributie-opgave. De voorgestelde pilot kan daarom een tweedeling teweegbrengen. Het lid KABAMBA is er ook voorstander van dat het geld bij de vereniging terechtkomt, maar dat ontneemt ouders en kinderen de mogelijkheid om ambitieuze keuzes te maken. Arme gezinnen kunnen de bijlessen niet betalen. De verenigingen staan onder druk. Zij hebben het lastig om hun problemen oplossen. Je kunt niet zomaar uitgaan van sponsoren.
Kunnen de verenigingen deze financiële uitdaging wel aan? Kan de gemeente daarin nog iets betekenen? Is er een kennisplatform voor verenigingen en sponsoren, zoals de nationalesponsorpot.nl? Wethouder MBARKI legt uit dat de stad met dit voorstel sport nog toegankelijker wil maken voor alle kinderen in de stad door een (maximale) vergoeding van de contributie in te voeren. Ouders worden daarnaast toch geconfronteerd met een eigen substantiële bijdrage, waardoor de kinderen moeten afhaken.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
De pilot start met de voetbalverenigingen, omdat de contributie daar lager is dan de maximale vergoeding. Verenigingen kunnen de contributie verhogen, waardoor ouders die gebruik maken van de armoederegeling, geen eigen bijdrage (boete) hoeven te betalen. Het lid STAARTJES vindt dat het niet gaat om een boete maar om contributie. Met dat geld investeert de vereniging in bijvoorbeeld de kwaliteit van trainers. Met deze regeling kunnen verenigingen ervoor kiezen om geen leden meer toe te laten die gebruik maken van de sportvergoeding. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wethouder MBARKI vindt niet dat ouders die gebruik maken van een armoederegeling alsnog een eigen bijdrage moeten betalen. Dat kan niet de bedoeling zijn? Solidariteit, als andere leden iets meer betalen, komt ook ten goede aan de verenigingsgedachte. De stad wil de verenigingen zo goed mogelijk te faciliteren. Zij maken bijvoorbeeld gebruik van een gereduceerd uurtarief van de accommodatie. Tegelijkertijd wil de stad ook mensen die gebruik maken van de armoederegeling laten sporten. Het lid STAARTJES vindt dat de hoogte van de contributie een verantwoordelijkheid is van de vereniging. De pilot kan ertoe leiden dat er twee soorten leden ontstaan. Wethouder MBARKI legt uit dat er sowieso verschillende soorten leden zijn, leden die de contributie kunnen betalen en leden die wat minder financieel daadkrachtig zijn.
Die laatste groep wordt door de stad ondersteund. Het resterende deel dat de ouders niet zelf kunnen dragen, moet vanuit de solidariteitsgedachte door de vereniging worden gedragen. In een groot deel van de verenigingen is dat al het geval. Wat betreft topsport lopen de contributies inderdaad veel uit elkaar, tot wel duizend euro. Dan zouden de arme gezinnen zeshonderd euro moeten bijbetalen. Dat is niet bevorderlijk voor de beweegparticipatie van kinderen zonder kapitaalkrachtige ouders. De wethouder herhaalt dat de accommodaties voor een groot deel door de belastingbetaler worden betaald. Een vereniging is financieel en juridisch gezien gewoon een vereniging. Daar zijn ook de tarieven op gebaseerd. Het lid BELKASMI stelt vast dat de tarieven voor breedtesport best betaalbaar zijn. Voor topsport lopen de contributies op tot wel duizend euro. Dat is voor arme gezinnen onbetaalbaar. Wethouder MBARKI zegt toe dat te monitoren en daar na de pilot op terug te komen met aandacht voor de contributie en de verschillen in selecties en leeftijden. De wethouder beaamt dat sporters zelf hun keuzes moeten kunnen maken voor de soort sport, ook de sporten die niet via de verenigingen worden aangeboden. De mogelijkheid blijft om zich aan te sluiten bij commerciële partijen, maar sporten in een vereniging krijgt altijd voorrang. Voetbal is alleen mogelijk bij een vereniging.
Daarom is gekozen voor deze pilot. De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. 6. Bespreken van de raadsinformatiebrief herinrichting Bijlmer Sportpark De VOORZITTER deelt mee dat de stadsdeelcommissie Zuidoost een ongevraagd advies heeft gestuurd. De commissie zal dit kort toelichten. ESAJAS gaat in op het uitgangspunt van de wethouder: de kansen die er liggen om de waarde van de sportparken verder te verhogen, moeten worden aangepakt. De druk op de openbare ruimte en de ruimte voor sport en bewegen neemt toe in Amsterdam Zuidoost. De sportruimte die wel beschikbaar is, moet daarom optimaal worden ingezet. Het college wil daarom op het Bijlmersportpark inzetten op multifunctioneel gebruik van de
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
beschikbare ruimte. Dat vraagt om een andere inrichting van het sportpark. Tegelijkertijd wil de stad de bestaande verenigingssporten blijven accommoderen en verder versterken. De stadsdeelcommissie deelt dit laatste. Maar dat kan niet gepaard gaan met multifunctioneel gebruik van de beschikbare ruimte. De huidige accommodatie is een belangrijk visitekaartje voor de atletieksport. Als er geen wedstrijden meer kunnen worden gehouden, moet Zuidoost het met een onsje minder doen. Het wedstrijdelement is de ziel van de sport en een belangrijke drijfveer en moet dan ook gehandhaafd blijven. Ook honkbal en softbal zijn belangrijke sporten in Zuidoost. De verenigingen hadden een geschikt complex in De toekomst. Er is destijds echter niet gekeken naar een geschikte alternatieve locatie, maar die nalatigheid mag nu niet ten koste gaan van de atletiekvereniging Feniks. Nu hangt een uitstel van drie jaar als een zwaard van Damocles boven de vereniging. Dat werkt verlammend op de vereniging. De stadsdeelcommissie adviseert daarom Model 2. Daarin blijft de wedstrijdfunctie behouden én komt er ruimte voor de honkbal- en softbalvereniging. Het lid BELKASMI stelt vast dat er nu een besluit genomen is voor uitstel voor een periode van drie jaar. Maar de verdere afspraken zijn nog niet scherp geformuleerd. IDSINGA herhaalt dat dit uitstel leidt tot veel onzekerheid bij de atletiekvereniging.
De vereniging is gestart in een gymlokaaltje met training voor jongeren. Het is na jaren uiteindelijk gelukt om over een atletiekaccommodatie te beschikken. Naast inwoners van het stadsdeel, maken ook andere mensen gebruik van deze accommodatie. Ze zijn vaak verrast over een dergelijke mooie voorziening. Het is nu onduidelijk wat er over drie jaar gaat gebeuren. Er is grote behoefte aan duidelijkheid en ondersteuning. De vereniging voelt zich lamgeslagen; de ziel wordt uit de wedstrijdsport weggehaald. Het lid STAARTJES merkt op dat de voorkeur voor Model 2 past binnen de stedelijke kaders. Waarom is dit model niet aan de wethouder voorgelegd? ESAJAS is ook benieuwd naar de reden hiervan. Het lid ASLAMI is het ermee eens dat ook het wedstrijdelement belangrijk is voor de toekomstige kampioenen. Welk gevoel hebben de leden van de stadsdeelcommissie bij deze donkere wolken boven de atletiekvereniging? ESAJAS deelt mee dat er bij de vereniging verslagenheid heerst. De vereniging werkt niet professioneel, maar draait op vele vrijwilligers. Zij zetten zich al vele jaren in voor de sporters op weg naar succes. Het uitstel van drie jaar en de onzekerheid over de criteria zorgen voor veel onzekerheid. Zij vragen zich af hoe zij in deze situatie zijn beland. Het lijkt erop alsof het functioneren van de vereniging (met de inzet van de vele vrijwilligers) ter discussie staat.
Het lid BADAL stelt vast dat er vele wensen zijn bij de herinrichting van het sportpark, maar stelt ook vast dat sommige plannen niet samen kunnen gaan. Hoe wordt bijvoorbeeld omgegaan met de drukte van de meerdaagse festivals? Wat betekent dit voor de atletiekvereniging? De vereniging moet volledig kunnen blijven bestaan, inclusief het middenterrein. De vereniging is van groot belang voor de inwoners in Zuidoost, met name voor de kinderen. De stad stimuleert hen immers om te sporten. Het CDA vraagt het stadsbestuur er dan ook alles aan te doen om de vereniging te behouden. Zo kan de stad ook op die manier steun verlenen op de manier die in agendapunt 5 is besproken. Het lid BELKASMI is blij dat er uiteindelijk iets van een besluit ligt. De jongeren in Zuidoost moeten zoveel mogelijk worden gestimuleerd om te sporten. Daarbij helpt een volwaardige atletiekvereniging. Maar de stad moet de ruimten ook zo optimaal mogelijk benutten, zodat zoveel mogelijk mensen kunnen sporten en bewegen. Dat is mogelijk, zoals ook het geval is op de atletiekbaan in Noord. De PvdA stelt voor om de komende drie jaar te benutten om tot de meest optimale oplossing te komen. De gemeente moet alles op alles
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
zetten om de atletiekvereniging te ondersteunen bij het stimuleren van jongeren om te gaan sporten. Er zijn contacten gelegd met de vereniging om afspraken te maken. Het lid ziet uit naar een spoedige concretisering van de afspraken. Het lid ASLAMI prijst de inzet van het lid dit Belkasmi voor (top)sport in de gemeente. Ook het lid Belkasmi is van mening dat de accommodatie multifunctioneel kan worden ingezet. Waarom moet daar dan drie jaar (met donkere wolken boven de atletiekvereniging) op worden gewacht? Het lid BELKASMI legt uit dat er twee waarheden bestaan. Zo moet de volwaardige atletiekaccommodatie in Zuidoost blijven bestaan. Maar ook moet de aanwezige ruimte optimaal worden benut. AV Feniks heeft 250 leden, maar er is voldoende ruimte voor groei (in de komende drie jaar). Daarmee kunnen er nog meer jongeren sporten. De vorm waarin is dan een tweede. Het lid ASLAMI is het daarmee eens. De vereniging is ook winnaar van het clubklassement. Hij stelt voor om dit als uitgangspunt te nemen voor de toekomst van het sportpark en de komende drie jaar te benutten om dat verder aan te sterken. Het lid BELKASMI deelt dat uitgangspunt, maar ziet uit naar concretisering van de eerder genoemde afspraken met de vereniging met als insteek een volwaardige atletiekvereniging. Het lid STAARTJES stelt vast dat er sprake is van een vrij curieus probleem.
Het gaat om een volwaardige en iconische atletiekvereniging. Er is nu een voorstel ingediend om de voorziening wedstrijdwaardig te houden én ruimte te maken voor andere sporten. Het advies voor Model 2 past binnen de stedelijke kaders. Het college kiest er echter voor om de vereniging nog drie jaar te laten bungelen. Waarom heeft het college al een voorlopig besluit genomen? Er is bijvoorbeeld nog geen nota van beantwoording. De wethouder spreekt van maatschappelijke oriëntatie; daar zou de vereniging aan moeten werken. Wat bedoelt hij daarmee? Het lid ASLAMI is voorstander van een herinrichting van het sportpark, maar de kern van de discussie is het voortbestaan van AV Feniks. De vereniging zit in de haarvaten van het stadsdeel en zorgt voor goede prestaties. Dat is een cadeau voor Amsterdam. Dat mag je niet weggooien. Het lid stelt voor om de vereniging in de komende drie jaar te ondersteunen bij het vergroten van de organisatiekracht. Daar zijn eerder moties voor aangenomen, bijvoorbeeld voor meer diversiteit in het verenigingsbestuur. D66 stelt dan ook voor om de vereniging in te passen in de toekomstige ontwikkelingen. Het lid MANGAL is ook van mening dat een volwaardig sportpark wedstrijdgeschikt moet zijn, anders blijft het slechts een hobby. DENK vraagt bij de herinrichting opnieuw aandacht voor cricket.
Zo moeten de velden op de accommodatie ook voor die sport kunnen worden gebruikt. Het lid BELKASMI is van mening dat dit ten koste gaat van een volwaardige atletiekbaan, waar ook DENK voorstander van is. Het lid MANGAL lees in de plannen dat er ook gekeken wordt naar het gebruik van de velden door andere sporten, zoals honkbal. Dat zal ook niet gebeuren op dat de atletiekbanen. Wethouder MBARKI vindt het goed nieuws dat stad geld heeft vrijgemaakt voor de verdere ontwikkeling van het sportpark in Zuidoost. Als je meer mensen wil laten bewegen, moet je ook zorgen voor goede faciliteiten. Het voornemen is om er iets moois van te maken voor de inwoners en de verenigingen van Zuidoost. De stad moet echter ook weloverwogen keuzes maken. Daarom is er een participatietraject opgestart. Daaruit blijkt dat er in het
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
stadsdeel ook behoefte is aan ruimte voor andere sporten, bijvoorbeeld voor (meer) cricket. Ruimte is echter schaars. De wethouder benadrukt dat Feniks deel uitmaakt van de plannen voor de toekomst. Dat was ook het startpunt. Er zijn gesprekken gevoerd over de verschillende modellen. De vereniging krijgt de gelegenheid om zich te verhouden tot de toekomstige ontwikkelingen. Daarover worden afspraken gemaakt over onder andere het toekomstig aantal leden. Dat er topsport wordt bedreven en er successen worden behaald, maakt het nog niet legitiem om Feniks voorrang te geven. De vereniging moet vooral toekomstbestendig zijn. De stad biedt de vereniging daarbij ondersteuning in de komende (drie) jaren. De ontwikkelingen worden gemonitord en ieder jaar geëvalueerd. Het lid ASLAMI vraagt naar de doelstellingen op het gebied van aantal leden voor het verkrijgen van een permanente wedstrijdplek. Wethouder MBARKI legt uit dat gestart wordt met de herontwikkeling van het sportpark zonder dat Fenix daar last van heeft. Het middenstuk blijft ongerept. Daaromheen wordt het sportpark naar een hoger niveau getild. Verenigingen worden intussen ondersteund om te groeien naar een vitale vereniging. Een vereniging runnen met vrijwilligers is niet gemakkelijk.
Er gaat straks iets moois ontstaan in Zuidoost en ondertussen wordt gekeken of het lukt om de meerwaarde voor de atletiekvereniging te behouden. Het lid ASLAMI prijst deze positieve insteek met ondersteuning aan de verenigingen. Waarom kiest de wethouder dan niet voor Model 2, met voldoende ruimte voor Feniks? Dat biedt de vereniging ook perspectief en weet het waar het aan toe is. Wethouder MBARKI benadrukt dat er in de stad meer behoefte is aan ruimte voor sporten, ook nieuwe (urban) en andere (cricket) sporten. Met de herinrichting krijgen deze sporten de ruimte; ondertussen moet gekeken worden hoe Feniks kan worden gefaciliteerd. Veel andere atletiekverenigingen hebben ook geen mogelijkheid voor wedstrijden op de accommodatie. De wedstrijden worden dan elders georganiseerd. De wethouder wil met de bestaande ruimte en de beschikbare middelen de beste oplossing kiezen voor de inwoners van Zuidoost om op de lange termijn te kunnen blijven sporten op een manier die past bij de wensen van de inwoners, met Feniks, maar dan op een verstandige manier. De wethouder ziet ook uit naar een florerende en succesvolle vereniging, maar er zijn ook andere verenigingen die uitzien naar een geschikte accommodatie. Het lid ASLAMI begrijpt dat de stad door de schaarste aan fysieke ruimte keuzes moet maken.
Het gaat hier echter om een succesvolle vereniging, zowel qua ledenaantal als sportieve successen. Daarmee heeft de vereniging behoefte om (topsport)wedstrijden te organiseren. Wanneer voldoet AV Feniks voor de wethouder aan de criteria? Die informatie is belangrijk om een volwaardig besluit te kunnen nemen. Wethouder MBARKI heeft vertrouwen in de positieve ontwikkelingen van de vereniging. Hij ziet uit naar de bespreking van de indicatoren en naar de ontwikkelingen, te beginnen in het komende jaar met eventueel een bijstelling van de indicatoren over een jaar. De keuze wordt dus niet nu al gemaakt. De vereniging krijgt de ruimte om vitaal te worden. De stad investeert een groot bedrag in de openbare ruimte. Daarbinnen moeten weloverwogen keuzes worden gemaakt. Het lid BELKASMI stelt vast dat ook het uitgangspunt van de wethouder het behoud van Feniks is. Geldt dat ook voor het beschikbaar blijven van de wedstrijdaccommodatie? Wethouder MBARKI legt uit dat de vereniging altijd al onderdeel was van de plannen. Dat blijft zo. Samen met de gemeente wordt gekeken hoe de vereniging nog beter en vitaler kan worden gemaakt. De vraag over de wedstrijdaccommodatie is een andere vraag. Wedstrijden kunnen ook op een andere locatie worden gehouden. Het gaat nu om
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
het verder ontwikkelen van het sportpark. In de tussentijd blijft het mogelijk om er te sporten en wordt onderzoek gedaan naar de toekomst van het sportpark. Het lid STAARTJES stelt vast dat er wordt gesproken over het mogelijk afwaarderen van een wedstrijdaccommodatie. Dat wordt vervolgens gekoppeld aan de toekomstige vitaliteit van de vereniging. De vraag is nu of de accommodatie wedstrijdgeschikt blijft. Wethouder MBARKI legt uit dat er altijd wordt gekeken naar de mogelijkheden van de accommodaties. Zo veranderen tennisbanen in padelbanen en worden voetbalaccommodaties zo ingericht dat ze ook voor andere sporten geschikt zijn. Bovendien zijn niet alle accommodaties wedstrijdgeschikt. Dat alles is niet nieuw. De opdracht van de raad aan de wethouder is: hoe zorg je er voor - door slimme keuzes te maken - dat er zoveel mogelijk gesport kan worden op de bestaande accommodaties? De stad moet de gelden zo goed mogelijk besteden. Hij stelt voor om het voorgestelde traject in te gaan. Wellicht dat gaandeweg de juiste oplossing wordt gevonden. Het is vooral belangrijk om door te gaan met de verdere ontwikkeling van het sportpark. Het lid BADAL merkt op dat de samenstelling van het stadsdeel verandert. De nieuwe mensen hebben ook nieuwe wensen. Wethouder MBARKI herhaalt dat het stadsbestuur in gesprek blijft met het stadsdeel.
Verder is ondersteuning van verenigingen altijd aan de orde. Dat verandert niet. Ook de gemeente is gebaat bij vitale verenigingen. Dat is ook onderdeel van de gesprekken met AV Feniks en de stadsdeelcommissie De wethouder deelt mee dat ook het db heeft geadviseerd om het advies voor Model 2 niet te volgen. De overwegingen daarbij heeft hij eerder al uitvoerig uitgelegd. Het lid STAARTJES stelt vast dat in de brief niet wordt gesproken over de vitaliteit van de vereniging. De wethouder spreekt daarin over maatschappelijke oriëntatie. Wat betekent dat concreet? Kennelijk is de vereniging nu niet vitaal; dit terwijl de indicatoren voor een vitale vereniging nog niet bekend zijn. Wethouder MBARKI vindt het belangrijk dat het stadsdeel en de vereniging tot afspraken komen waar de gemeente iets mee kan. De maatschappelijke organisatie gaat ook bijvoorbeeld over leden die gebruikmaken van de armoederegeling. Daarmee kan de vereniging weer groeien. Er blijft sprake van flexibiliteit. Na fase 1 worden afspraken gemaakt voor fase 2. Ondertussen krijgt de vereniging de ruimte om zich verder te ontwikkelen. Het lid ASLAMI stelt vast dat sporters straks wellicht naar een andere locatie moeten reizen voor hun wedstrijden. Dan is ook de bereikbaarheid van de locatie belangrijk.
Wethouder MBARKI beaamt dat, maar herhaalt dat de inwoners van het stadsdeel ook in de buurt allerlei verschillende sporten willen bedrijven. Anders moeten zij naar een ander stadsdeel reizen. Ook dan is bereikbaarheid belangrijk. Amsterdam kent een aantal mooie sportaccommodaties, bijvoorbeeld een overdekte atletiekbaan. Hij roept op om te starten met de herontwikkeling en uit te zien naar de verdere ontwikkelingen. Tweede termijn Het lid ASLAMI vraagt de wethouder de commissie mee te nemen in de besluitvorming en de verdere ontwikkelingen van AV Feniks en de gesprekken tussen vereniging het stadsdeel in Zuidoost Het lid STAARTJES wil weten of de wethouder bereid is het eventuele advies voor Model 2 over te nemen. Het db heeft het advies van het stadsdeel namelijk naast zich neergelegd.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
Wethouder MBARKI benadrukt dat het db van het stadsdeel anders heeft besloten. Hij zegt toe nieuwe feiten met de commissie te bespreken. De wethouder zegt toe de commissie te informeren over de verdere ontwikkelingen. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken. Er is geen behoefte om dit verder in de raadsvergadering te bespreken. MBO en Toeleiding Arbeidsmarkt 7. Bespreken van de resultaten van een drietal door O&S uitgevoerde onderzoeken naar de schoolloopbanen, de woon- en studielocatie, en de arbeidsmarktpositie van Amsterdamse mbo-studenten Het lid SCHMIT vindt het belangrijk dat er voldoende mbo’ers worden opgeleid in de juiste sectoren, zoals in de zorg en in de techniek. Daarvoor is goed kwalitatief onderwijs nodig. Daarbij speelt de docent een belangrijke rol. Door het hoge aantal vacatures vallen veel lessen uit. Soms worden de vakken Nederlands en Juridisch zes maandenlang niet gegeven. Er is een hoog verloop onder de docenten. Hoe hoog? Ook zij-instromers stromen na een korte periode vaak weer uit. De mooiste manier om jonge mbo’ers te inspireren is met coachend lesgeven. Daar hebben de docenten meer begeleiding bij nodig. Wat wordt daaraan gedaan? Ook het onderwijs in de praktijk verloopt moeizaam.
Hoe kan dat de komende periode worden verbeterd? Het lid ALBERTS wil weten hoe het mbo effectief nog populairder kan worden gemaakt onder de jongeren. Daarbij moet de peergroup worden betrokken, de mensen die al actief zijn in het onderwijs. Zij kunnen uitleggen dat ze jongeren opleiden voor een leuke baan. Het lid BADAL merkt op dat veel jongeren vanuit het mbo een eigen onderneming starten. Zij moeten hun weg gaan vinden om zelf hun brood te verdienen. Is daar ook aandacht voor? Het lid BELKASMI merkt op dat steeds als over dit onderwerp wordt gesproken, de conclusie altijd is dat mbo’ers minder kansen hebben. Het aantal schoolverlaters neemt toe en het blijkt het Amsterdamse mbo-starters minder vaak aan het werk komen dan mbostarters elders. Daar moet de stad effectief op inzetten. Spreker pleit al een jaar lang voor het aanstellen van een jongerenwerker in het mbo. Ook de wethouder ziet daar de meerwaarde van in. Daarvoor zijn in de begroting al middelen vrijgemaakt. Hoeveel? Welke impact heeft de inzet van de middelen? Is de inzet wel voldoende om het tij te keren? Dat is een primaire verantwoordelijkheid van de scholen. Zij moeten blij zijn dat de stad via de mbo-agenda zoveel middelen beschikbaar stelt.
Maar wat doen de roc’s zelf? Spreekt de wethouder daarover met de roc’s? Het lid BENTOUMYA is blij met de stukken die inzicht geven in hoe het mbostudenten vergaat in hun loopbaan. Ook gaan de stukken in op het arbeidsmarktperspectief. Doet de gemeente meer dan het mbo-traineeship voor specifiek deze mbo’ers? Veel studenten switchen van sector tijdens hun studie. Wat is de verklaring? Spreekster stelt voor om samen met studenten en professionals te werken aan verbeteringen. Zij vraagt verder specifiek aandacht voor gendergelijkheid en gendersensitiviteit binnen het mbo-onderwijs. Het lid MANGAL ziet dat banen voor mbo’ers vaak naar hbo’ers gaan. Er is sprake van verdringing op de arbeidsmarkt. Mbo’ers zouden daarin beter moeten worden gefaciliteerd.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
Mbo’ers krijgen moeilijk woonruimte. Vaak moeten ze bij de ouders blijven wonen, waardoor hun ontwikkeling en daarmee hun carrière achterblijft. Ze krijgen niet de mogelijkheid om zich door te ontwikkelen tot een volwassen zelfreddend persoon. Mbo’ers kunnen ook terecht in de maakindustrie, met name de herstelindustrie. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan om zo de mbo’ers te behouden voor de stad? Het lid KABAMBA wil weten in hoeverre de gemeente openstaat voor de verbinding tussen de nu studerende mbo’ers en de mbo’ers die het via het ondernemerschap hebben gered. Zij waren in staat, ondanks vaak discriminatie, om als zelfstandige meer te verdienen. Ze blijken echter niet goed te worden voorbereid op een zelfstandig ondernemerschap. De stad moet daarom maximaal inzetten op de capaciteiten en talenten van deze mbo’ers buiten het traditionele idee om van werknemer. Wethouder MBARKI beaamt dat het mbo voor Amsterdam, maar ook voor Nederland, een belangrijke sector is. Het is een jonge maar ook de grootste sector. Veel jongeren kiezen voor het mbo. De sector is ook zeer divers. Jongeren kunnen kiezen uit veel opleidingen. De sector heeft dus veel te bieden. Als oud-docent op het mbo weet de wethouder dat het altijd wel goed komt met mbo’ers. Hij komt ze overal in Amsterdam tegen.
Daarvoor moeten de kansen op de arbeidsmarkt worden benut en moeten de juiste opleidingen worden aangeboden. Daarover moet steeds het gesprek worden gevoerd met de opleidingen, maar ook met het bedrijfsleven. De wethouder probeert die gesprekken vanuit de mbo-agenda goed te faciliteren. Verder moet ook gewerkt worden aan de kwaliteit van het onderwijs. Daarvoor zijn goede docenten nodig, maar ook de organisaties moeten zich blijven ontwikkelen. Het lid VON GERHARDT vraag naar de rol van de gemeente in de gesprekken over de arbeidsmarkt met bijvoorbeeld de maakindustrie. Het is belangrijk om bedrijven aan te trekken, zodat mbo’ers gemakkelijk een baan kunnen vinden. Wethouder MBARKI deelt mee dat de stad daar veel aandacht aan besteed ook in tijden als deze met een krapte op de arbeidsmarkt. Alle sectoren hebben het moeilijk om mensen te vinden. In Amsterdam is sprake van een diversiteit aan sectoren, onder andere ook de maakindustrie, maar ook de zorg en het onderwijs. Het zou mooi zijn als de landelijke VVD daarover het gesprek zou opstarten, want op dat niveau worden geen keuzes gemaakt. Zo is in tegenstelling tot in Amsterdam, de sector Landbouw landelijk belangrijk met onder andere de slachthuizen. Is dat wel een toekomstbestendige sector? Het lid VON GERHARDT verwijst naar een stuk van de landelijke VVD met hoe de partij zaken als de arbeidsmarkt en arbeidsmigratie ziet.
Hij merkt op dat de maakindustrie in Amsterdam verdwijnt. Daarom heeft de provincie ingegrepen bij de scheepsreparatiewerf. Zouden zulke bedrijven niet meer voor Amsterdam moeten worden behouden? Wethouder MBARKI geeft aan dat de ingreep van de provincie aanleiding is geweest om na te denken over nieuwe vormen van maakindustrie in Amsterdam-Noord. Verder is het voornemen van de stad om een compleet nieuwe stad te bouwen, inclusief bedrijfsterreinen. Eerder is onderzoek gedaan naar mogelijkheden om het tekort in mbo, zowel kwantitatief als kwalitatief, aan te pakken. Daaruit bleek dat het tekort veel minder groot is dan in het vo. Verder zijn in het mbo niet alleen docenten actief, maar ook instructeurs en onderwijsassistenten. Het zijn de (onderwijs)teams die het onderwijs verzorgen. Dat raakt aan kwaliteit: wie geeft welk vak op dat moment? Daarover wordt met de onderwijsinstellingen gesproken, over voldoende mbo-professionals in welke vorm dan ook. Het lid SCHMIT herhaalt zijn vragen over de uitstroom, onder andere van herintreders, en over coachend lesgeven.
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
Wethouder MBARKI herhaalt de woorden van het lid Belkasmi dat het niet de verantwoordelijkheid is van de gemeente om docenten op te leiden voor coachend leraarschap. Via de mbo-agenda zijn er echter voldoende mogelijkheden om dit soort zaken te faciliteren als daar vraag naar is. Daarbij moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden. De wethouder zeg toe later terug te komen op de uitstroom van herintreders. Het lid VON GERHARDT heeft bij zijn bezoeken aan de onderwijsinstellingen vastgesteld dat de grootste tekorten zijn in de vakken Nederlands en Rekenen. Wat meespeelt is dat deze docenten in het basisonderwijs onder andere parkeervergunning krijgen. Dat is in het mbo niet het geval. Hij stelt voor om die oneerlijkheid te schrappen voor dit type docenten. Wethouder MBARKI wil deze ambitie om deze barrière weg te nemen, heel graag waarmaken. Aan de peergroup wordt onder andere aandacht besteed in de Week van het vakmanschap. Daarin wordt verteld hoe belangrijk en hoe mooi de mogelijkheden van het mbo zijn. De wethouder legt uit dat in de opleiding ook onderwijs wordt gegeven in het opstarten van een onderneming. Daar wordt dus al aandacht aan besteed. Hij benadrukt dat er binnen de mbo-agenda hard wordt gewerkt aan onder andere het positioneren van mbo’ers. Ook is er aandacht voor de publiek-private samenwerking.
Hij zegt, gezien de tijd, toe dat bij de presentatie van de mbo-agenda verder toe te lichten. Het lid BENTOUMYA herhaalt genderdiversiteit.
haar vragen over de tekorten en de
Wethouder MBARKI legt uit dat de pps-en juist zijn ingericht in de sectoren waar tekorten zijn. Daar wordt actief aan gewerkt. Hij beaamt dat er verschillen zijn in gender. Daar is in het verleden op ingezet. Toen zijn er echter geen verschillen geconstateerd. Op dit moment heeft het dan ook geen prioriteit in de agenda, die de raad heeft vastgesteld. Er worden wel stappen gezet. Hij kwam bijvoorbeeld Ilse tegen als elektrotechnicus. De primaire verantwoordelijkheid voor de opleidingen ligt bij de roc’s, maar de stad voelt ook een verantwoordelijke voor de jongeren. Daarom wordt daar via de mbo-agenda op ingezet. De wethouder ziet jongerenwerk op scholen ook als een meerwaarde, maar betwijfelt of dat de kwaliteit van het onderwijs zal verbeteren. Hij kondigt aan daar bij de verdere uitwerking op terug te komen. De wethouder herhaalt desgevraagd dat er geen sprake is van verdringing op de arbeidsmarkt van mbo’ers door hbo’ers. Een elektrotechnicus in Amsterdam heeft de keuze uit 55 vacatures. Het lid MANGAL heeft de ervaring dat de vacatures voor mbo’ers vaak worden ingevuld door hbo’ers. Wethouder MBARKI herhaalt dat mbo’ers in sectoren waar tekorten zijn, altijd een baan kunnen krijgen. Daarom wordt daar binnen de mbo-agenda niet extra op ingezet. Hij beaamt dat er soms sprake kan zijn van een mismatch. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken.
Het hoeft niet verder te worden besproken in de raadsvergadering. De VOORZITTER stelt voor om nu eerst agendapunt 13 te bespreken. De commissie stemt daarmee in. 13. Bespreken van de raadsbrief Scan arbeidsmigratie
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Definitief raadscommissieverslag 2 oktober 2024
Het lid BENTOUMYA merkt op dat arbeidsmigratie expliciet onderdeel is van het landelijke hoofdlijnenakkoord. Het gaat veel over de verantwoordelijkheid van uitzendbureaus en werkgevers voor het oplossen van de overlast. Er wordt echter weinig gesproken over het welzijn van deze mensen, over constructies met tussenpersonen, de koppeling van werk- en woonplaats, de effecten op kinderen en andere familieleden, de stigmatisering (over hoe in dit land wordt gesproken over migratie) en het onderscheid tussen expats en arbeidsmigranten. Er worden gesproken over de meerwaarde van de werkers in de voorzieningen voor de Amsterdamse economie, zoals hulp in de huishouding, het bezorgen van pakketten en maaltijden, in de keuken van restaurants en in de supermarkten. Het is daarom goed dat de stad daarmee aan de slag gaat. Op verschillende plekken in Nederland zijn informatiepunten voor arbeidsmigranten gestart. In Amsterdam wordt daar nu onderzoek naar gedaan. Waarom niet eerder? Waarom kunnen de informatiepunten niet gewoon worden georganiseerd? Bij de scan en bij de onderzoeken moeten ook de doelgroepen en de verschillende gemeenschappen worden betrokken. Hun expertise moet structureel worden ingezet. Sommige doelgroepen zijn al goed georganiseerd, zoals de Bulgaarse arbeidsmigranten in de POC. Verder moeten er mogelijkheden zijn voor omscholing naar tekortsectoren.