20240619 SED conceptverslag.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering
SED
Raadscommissieverslag, 22 mei 2024
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Woensdag 19 juni 2023 van 13.20 tot 19.00 uur in de commissiezaal 10 juli 2024 Voorzitter: de heer Von Gerhardt Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink, wethouder Mbarki Commissiegriffier: Vos Verslaglegging: Van Vlodrop (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Alberts (SP), Aslami (D66), Badal (CDA), Belkasmi (PvdA), Bentoumya (GroenLinks), Bilgin (FvD, ter vervanging van het lid Van Schijndel), Bouali (GroenLinks), Bouhassani (PvdA), Broersen (VOLT), Hylkema (VVD), Kabamba (Lijst Kabamba), Keesman (PvdA), Krom (PvdD), Namane (PvdA), Nijssen (VVD), Perdok (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Schmit (D66), Van der Veen (GroenLinks), IJmker (GroenLinks) Afwezige commissieleden: Brante (JA21) Overige aanwezigen: -
1, Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent om 13.20 uur de vergadering en heet iedereen van harte welkom op deze openbare commissievergadering SED. Er zijn voldoende fracties aanwezig. b. Mededelingen Het lid Brante (JA21) heeft zich afgemeld. Het lid Van Schijndel wordt vervangen door het lid Bilgin. De commissie moet een tijdelijk vervangend voorzitter benoemen in verband met het zwangerschapsverlof van het lid Yemane. De voorzitter stelt vast dat het lid Krom zich aanmeldt en dat de commissie daar geen bezwaar tegen heeft. De VOORZITTER roept alle commissieleden op zich tijdig aan te melden voor de agendapunten waar zij het woord over willen voeren. Als zich vervolgens niemand tijdens de vergadering aanmeldt, wordt de commissie getrakteerd. c. Vaststellen agenda DE VOORZITTER deelt mee dat agendapunt 5, Intrekken van het overnachtingsbeleid, en agendapunt 6, Hotelbeleid 2024, in de volgende commissievergadering worden behandeld. Het hotelbeleid zal op verzoek van GroenLinks als raadsvoordracht aan de commissie worden voorgelegd. GroenLinks heeft verder verzocht om agendapunt 8, Statement van de straatalliantie, en agendapunt 15, Raadsinformatiebrief voortgang aanpak werkloosheid, na agendapunt 7 te behandelen.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
De vergadering wordt verlengd tot 19.00 uur. De agenda wordt met deze aanpassingen vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare raadscommissievergadering SED van 22 mei 2024 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er zijn geen opmerkingen. De termijnagenda’s worden ter kennisgeving aangenomen. f. Tkn-lijst Tkn-1, tkn-2, tkn-5, tkn-7 en tkn-9 worden op verzoek geagendeerd voor de volgende commissievergadering. De commissie stemt in met deze verzoeken. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies - Er zijn geen ingekomen stukken bij dit onderwerp. 2, Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte b. Inspreekmoment publiek Inspreker REDA HAOUAM spreekt namens de Sportraad Amsterdam over de toegankelijkheid van sportvoorzieningen voor Amsterdammers met een fysieke beperking. Tijdens een bijeenkomst hebben studenten eerder ideeën geuit om het sport- en beweegklimaat te verbeteren. Zij maakten pijnlijk duidelijk welke fysieke drempels er zijn om te sporten in de publieke ruimte met bijvoorbeeld voor rolstoelgebruikers moeilijk toegankelijke sportveldjes; een fitnesstuin was alleen bereikbaar via een onverhard pad, terwijl duidelijk was aangegeven dat het een rolstoelvriendelijke locatie was. Deze slechte toegankelijkheid betreft niet alleen openbaar toegankelijke sportparken, maar ook sportverenigingen en commerciële sportaanbieders.
Een groot deel van de sportfaciliteiten heeft geen liften, mindervalidetoiletten, rolstoelvriendelijke toegangspoorten of aangepaste fitnessapparatuur. De meeste sportvoorzieningen in de stad zijn voor rolstoelgebruikers niet met het openbaar vervoer te bereiken. Het AOVsysteem is voor sportdoeleinden veelal niet toereikend. Veel Nederlandse sporters met een lichamelijke beperking geeft aan als kind obstakels te hebben ervaren bij het sporten. Velen bewegen dan ook onvoldoende. Dat gaat ten koste van hun fysieke en mentale gezondheid, maar ook van het sociale leven en zelfredzaamheid. Er wordt veel gesproken over goed toegankelijke sportaccommodaties, maar hoe dat moet worden bereikt, blijft onduidelijk. De Sportraad vraagt daarom om een duidelijke visie op sporten met een beperking, zodat elke Amsterdammer gebruik kan maken van de sportfaciliteiten in de stad. De Sportraad is bereid om daarin mee te denken.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
Het lid KROM wil weten of de Sportraad zelf ideeën heeft voor de visie. REDA HAOUAM wil meer aandacht voor inclusiviteit bij het inrichten van de infrastructuur. Ook moeten alle betrokken partijen bewust worden van het vraagstuk. Een student sprak op de bijeenkomst over een keurmerk. Dat is een goede eerste stap. Verder is het belangrijk om de doelgroep te betrekken bij de plannen. Het lid BELKASMI vraagt naar de impact en de gevolgen voor de betrokkenen als dit probleem niet wordt opgelost. REDA HAOUAM benadrukt dat bewegen voor mensen die niet mobiel zijn, belangrijk is. Voor hen zijn de mogelijkheden echter beperkt. Zo liggen sportfaciliteiten voor hen aan de randen van de stad en moeten zij van alles regelen om daar te kunnen komen. Vaak ook moeten ze hun afspraak afzeggen, omdat bijvoorbeeld de taxi te laat komt. Het zou goed zijn als zij in hun eigen wijk laagdrempelig zouden kunnen sporten. Dat komt ook ten goede aan de participatie in de samenleving en het vergroot de zelfredzaamheid. Dat voorkomt ook potentiële gezondheidsproblemen. SANDER EGAS spreekt namens de Regenbooggroep over het project Dier en Vriend. Het project vangt sinds 2019 met behulp van vrijwilligers dieren op van kwetsbare Amsterdammers die moeten worden verzorgd, bijvoorbeeld in een ziekenhuis. Zonder de opvang van hun huisdier maken ze vaak geen gebruik van de verzorging met alle gevolgen van dien.
Het project heeft de afgelopen vijf jaar veertig baasjes geholpen. Zij zijn vaak achterdochtig en boos. De professionals hebben veel kennis en expertise en weten goed met hen om te gaan, zodat ze niet afhaken. De dieren zijn vaak de sleutel tot afstel, maar de baasjes zijn achteraf vaak dankbaar. Ook de professionals zijn onverdeeld positief. Het project is tot nu toe vooral gefinancierd met fondsen. De stadsdelen hebben het tijdelijk gefinancierd, maar hebben nu aangegeven het niet passend te vinden binnen de sociale basis. De subsidieaanvraag is afgewezen. Het project dreigt eind dit jaar te moeten stoppen. Dan gaat alle opgebouwde expertise verloren en verdwijnt een waardevolle schakel in het beschikbare zorgaanbod. Spreker vraagt dan ook de commissieleden om Dier en Vriend overeind houden. Het lid KROM onderschrijft het belang van het project, maar de wethouder heeft een brief aangegeven dat er onvoldoende behoefte aan zou zijn. Het zou voornamelijk gaan om mensen vanuit de GGZ of in detentie. SANDER EGAS benadrukt dat het vaak gaat om mensen die maatschappelijk (willen) worden opgevangen. De wethouder spreekt over economisch daklozen, maar het gaat om mensen met een multiproblematiek die in de reguliere maatschappelijke opvang terechtkomen. Spreker vindt het dan ook ongepast om te twijfelen aan de behoefte aan deze zorg.
JAN SCHRIJVER hekelt het regentenbestuur en het naar binnen gekeerd en gejuridiseerd ambtelijk doen en laten en verwijst daarvoor naar het rapport Brenninkmeijer van 2015. Hij prijst de participatieverordening met als gemeenschappelijke noemer procedurele rechtvaardigheid, maar heeft nog een aantal additionele voorstellen. Hij verwijst daarvoor naar zijn schriftelijke bijdrage. Het is belangrijk dat in de gemeente de algemene norm geldt dat je plannen bespreekt met betrokkenen om zo met ieders belangen rekening te kunnen houden. Maar deze procedurele rechtvaardigheid is nog niet expliciet opgenomen in de verordening. Vaak worden inspraakreacties te defensief weggeschreven in plaats van dat de kern van het belang wordt gehonoreerd. Spreker stelt dan ook voor om een bepaling op te nemen waarin de opbrengst van de participatie tot uiting komt. Dat komt ten goede aan het vertrouwen in de politiek. De behoefte aan participatie is het grootst bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Alleen kan dan participatie vanwege de Omgevingswet niet worden afgedwongen. De
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
gemeente kan wel voorafgaand aan de vergunningaanvraag een buurtoverleg initiëren. Dat is echter niet opgenomen in de participatieverordening. De verordening verwijst wel naar de participatiehandreiking en naar instructies voor de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Die zijn echter passief en gaan over de periode dat de vergunningaanvraag al in behandeling is genomen en ontvankelijk is verklaard. Daar wordt in het najaar van 2024 verder over gesproken. MIKE BRANTJES spreekt namens de (nieuwe) coalitie van buurtplatformen in Amsterdam. De buurtplatformen worden nu, na een grote inzet van onder andere de wethouder, ambtenaren, de vele betrokken en actieve buurtbewoners en de Stichting Woon, verankerd in de participatieverordening. Daarmee kunnen de actieve bewoners effectief aan het werk. De coalitie heeft eerder negen aanbevelingen aangedragen. De wethouder heeft toegezegd dat de spelregels nog binnen deze coalitietermijn worden opgenomen in het beleidskader. Ook worden de ontwikkelingen constant geëvalueerd. De coalitie is vier jaar geleden begonnen met een noodkreet. Maar de subsidie loopt nu af. Daarmee zal een groot deel van het organisatorisch vermogen verdwijnen. Spreker roept de raad op om dit te voorkomen. Het lid BROERSE vraagt naar de reden van het verzoek van de coalitie om de termijn van drie jaar te verlengen naar vier jaar.
MIKE BRANTJES legt uit dat dat de termijn van een stadsdeelcommissie ook vier jaar is. Met het verzoek worden de termijnen gesynchroniseerd met het bestuur en krijgen de buurtplatforms meer tijd om organisatorische kracht op te bouwen en zichzelf te bewijzen. Het lid KEESMAN merkt op dat er 300.000 à 400.000 euro is gereserveerd voor de buurtplatforms. Is dat te weinig en wat zou dan wel een passend budget zijn? MIKE BRANTJES heeft eerder een stip op de horizon gezet met over vijf jaar vijftig platforms en 5 miljoen euro op de gemeentebegroting. Er bestaan echter grote verschillen tussen de platforms. Het platform Zuidoost gebruikt model C voor het buurtplatformbudget. Daar wordt nu al 700.000 euro verspijkerd. Daar heeft het stadsdeel veel baat bij. Het is een waardevolle investering voor de hele stad. Beginnende platforms hebben voldoende aan 10.000 euro. Stadsdeel Poort (Bijlmer-Centrum) zoekt bijvoorbeeld een collectieve ruimte. Die kost meer dan 10.000 euro. Daarom vraagt de coalitie om nu 2,5 miljoen euro in de begroting op te nemen om later toe te groeien naar de 5 miljoen euro. Het gaat naast democratisering, ook om veiligheid, ruimtelijke ordening, verduurzaming en bijvoorbeeld stadsontwikkeling. Het lid KABAMBA leest dat buurtplatforms bij een schorsing het recht moet hebben om in te spreken bij de raad op de stadsdeelcommissie.
MIKE BRANTJES is van mening dat je met een administratieve procedure in beroep kunt gaan tegen het besluit van de overheid. Hij vindt dergelijke kwesties echter niet ambtelijk. Hij wil er de volksvertegenwoordigers op aanspreken. JUDITH FISCHER spreekt namens de Straatalliantie, een onafhankelijke belangenorganisatie die opkomt voor de rechten en belangen van dakloze mensen en mensen die dreigen dakloos te worden in Amsterdam. Het statement van april 2024 is gebaseerd op gecombineerde signalen, verhalen en ervaringen van deze mensen en op informatie uit bezoekersoverleggen. De alliantie maakt zich zorgen over deze mensen. Dakloosheid is in de eerste plaats in woonprobleem. Het is een symptoom van de wooncrisis en een schending van het mensenrecht op huisvesting. Bezoekers van de opvang zijn over het algemeen tevreden over de medewerkers en de begeleiding, echter niet over de ondersteuning en de informatievoorziening. Dat zorgt voor veel nodeloze stress en onrust; veel mensen krijgen niet tijdig passende hulp. De alliantie pleit dan ook voor kwalitatief hoogwaardige ondersteuning. Dat voorkomt dat
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
de problemen toenemen en mensen uit beeld raken. Zij bevinden zich in een extreem afhankelijke situatie. Zij voelen zich machteloos. Juist in die situatie is het belangrijk om zeggenschap en regie te versterken. Bewoners zouden actief betrokken moeten worden bij besluitvorming door naar hen te luisteren. De Straatalliantie wil niets anders dan de situatie van deze mensen verbeteren en pleit daarom voor structurele betrokkenheid van onafhankelijke belangenbehartigers in de voorbereiding van de winteropvang. Zij beschikken over de noodzakelijke kennis voor een effectieve en humane aanpak. Na de jaarlijkse opening volgt de jaarlijks te sluiten en dan belanden de mensen weer op straat. De winteropvang is de absolute humanitaire ondergrens. Daarom doet de alliantie aanbevelingen, maar oplossingen voor dakloosheid vergen structurele oplossingen met betaalbare woonoplossingen. Het lid BENTOUMYA wil weten op welke manier belangenbehartigers betrokken willen worden bij bijvoorbeeld de organisatie van de winteropvang. JUDITH FISCHER legt uit dat de alliantie nu werkt op basis van signalen. Die worden geanalyseerd. Als er sprake is van een structurele problematiek, wordt dat aangekaart bij ambtenaren en bestuur. De alliantie heeft veel expertise. Die mag niet verloren gaan. De alliantie wil die expertise graag inbrengen.
Het lid KROM wil weten of de alliantie de aanbevelingen al met de wethouder heeft besproken. JUDITH FISCHER beaamt dat. De alliantie heeft ieder kwartaal overleg met de wethouder. Er zijn nog geen concrete afspraken gemaakt over betrokkenheid bij de organisatie van de winteropvang. Voor een verdere reactie verwijst zij naar de wethouder. Het lid BOUHASSANI wil weten of de alliantie de raad nog andere punten wil meegeven dan onder andere de gevolgen van de sluiting van de windopvang om zo de mensen beter te kunnen begeleiden. JUDITH FISCHER deelt mee dat de alliantie een aantal suggesties in zijn statement heeft meegegeven. Zo wil de alliantie meespreken over de organisatie van de winteropvang, rekening houdend met de behoefte aan de noden van de mensen. In de notulen van de bezoekersoverleggen zijn veel concrete voorbeelden opgenomen van wat er verbeterd kan worden om concreet in te kunnen gaan op de behoeften van de verschillende groepen daklozen. Het lid BROERSE wil weten hoe de ervaringen van betrokkenen kunnen worden meegenomen bij het opstellen van het beleid. JUDITH FISCHER geeft aan dat dat op verschillende manieren kan worden vormgegeven. De mensen hebben echter geen vaste verblijfplaats. Het is dan ook een uitdaging om hen erbij te betrekken. Daarvoor moet een ander dan regulier participatieproces worden ingericht.
Daarbij kunnen belangenbehartigers een sleutelrol vervullen. Zij staan in nauw contact met de mensen. Het lid PERDOK heeft onlangs een werkbezoek gebracht aan de Straatalliantie. Daar werd gesproken over het zichtbaar maken van dakloosheid om stigmatisering te voorkomen. Wat kan de gemeente op dat gebied doen? Ook werd er gesproken over het flexibiliseren van sommige regels zodat hulporganisaties onafhankelijk van de gemeente kunnen opereren en sneller kunnen reageren op bepaalde situaties, zoals het vullen van de lege bedden in de winteropvang. JUDITH FISCHER legt uit dat er veel misverstanden zijn over de reden dat mensen dakloos worden. Ook is vaak onduidelijk wie feitelijk dakloos is en hulp nodig heeft. De gemeente heeft aangegeven te willen starten met de ETHOS-stelling. Dat is belangrijk om er goed zicht op te krijgen. Een ander aspect is om geen stigmatiserende
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
en (onbedoelde) discriminerende taal te gebruiken. In eerste instantie is het belangrijk om de problematiek zichtbaar te maken. Zij stelt voor om later in te gaan op de vraag over het flexibiliseren van regels. Het lid KABAMBA wil weten wat de gemeente kan doen aan preventie. JUDITH FISCHER legt uit dat niet de psychische problematiek, maar armoede de grootste voorspeller is van werkloosheid. Een huisuitzetting is een traumatische ervaring, zeker voor kinderen. Zij hebben dan ook een veel grotere kans om later als volwassene ook dakloos te worden. Daarnaast is er nog een groot aantal mogelijkheden om aan preventie te werken. Zij zegt toe daar later meer informatie over te geven. De VOORZITTER bedankt de insprekers voor hun bijdragen. c. Actualiteiten d. Rondvraag Het lid ASLAMI deelt mee dat een meerderheid in de Tweede Kamer een regeling wordt besproken voor een groep ongedocumenteerde oudere Surinamers. Zij hebben al jaren geen recht op zorg, onderwijs en allerlei andere basale zaken. Is de wethouder bereid om namens Amsterdam zijn steun voor deze oplossing uit te spreken richting de staatssecretaris? Wethouder GROOT WASSINK deelt mee dat Amsterdam al jaren lobbyt heeft om dit historisch onrecht recht te zetten.
Het heeft lang geduurd, daarom heeft Amsterdam met verschillende instanties regelingen getroffen en heeft de wethouder de staatssecretaris opgejut om met een oplossing te komen. De wethouder ziet geen heil in het uiten van steun, dat zou misschien averechts werken, en ziet uit naar de definitieve stemming op 25 juni 2024. Het zou fantastisch zijn als de regeling wordt aangenomen. BESPREEKPUNTEN Financiën 3. Vaststellen van het Jaarverslag 2023 (inclusief de Jaarrekening 2023) (VN2024006741) De VOORZITTER deelt mee dat in deze commissie het deel sociale zaken en economische zaken, democratisering en sport van het jaarverslag wordt besproken. Het lid NAMANE gaat in op de toeleiding naar werk. Het jaarverslag staat een mooi resultaat over de loopbaanpaden. Daarmee kunnen mensen snel aan de slag in de sectoren waar dat hard nodig is. Zij vraagt de wethouder naar de toekomstige ontwikkelingen van deze loopbaanpaden. Er is sprake van een actieplan tegen de personeelstekorten in het sociale domein. Op welke manier wordt de raad hierin meegenomen? Het lid IJMKER heeft een vraag over de reserve economische structuur en arbeidsmarktversterking. Die is ingesteld ten tijde van de coronacrisis voor het subsidiëren van economische activiteiten.
Op welke manier worden de bestedingen verantwoord? Is de onlangs vastgestelde Visie lokale economie een vervolg op deze reserve? En wie kan aanspraak maken op dit geld?
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
Het lid SCHMIT is blij met de inzet op impact ondernemen; samen met het bedrijfsleven binnen een publiek private samenwerking de maatschappelijke uitdagingen aangaan. Een mooi voorbeeld is het onlangs gehouden Sociaal Impact Worldforum. Hij maakt zich zorgen over de omvang van de externe investeringen in de duurzame groeisectoren. De stad investeert 400 miljoen euro minder in zaken als de energietransitie, de circulaire economie en voedseltransitie. Hij vraagt de wethouder om een reactie. Er is sprake van lagere lasten bij de tegemoetkoming energiekosten en bij projecten die bijdragen aan de economische structuur- en arbeidsmarktversterking, omdat er minder aanvragen zijn binnengekomen dan nu begroot. Hoe verklaart de wethouder dit? Ondernemers vinden het vaak lastig om regelingen te vinden en aanvragen in te dienen. Ziet de wethouder mogelijkheden om de regelingen toegankelijker te maken? Het lid BROERSEN leest dat er minder taaldocenten zijn en dat er minder inburgeringtrajecten hebben plaatsgevonden. Dat laatste is ingehaald. Hoe zit dat met de taaldocenten? De indicatoren bij economische zaken zijn de ranking van bepaalde lijstjes zoals de European citys en regions of the future ranking.
Wat zegt dat over hoe het met de economie in Amsterdam gaat? Wethouder GROOT WASSINK vindt het moeilijk om bij de loopbaanpaden te spreken over het aantal mensen dat daar gebruik van maakt. Het doel is om het aantal gebruikers te laten toenemen. Zo zijn voor Bouw en Techniek oriëntatiedagen georganiseerd. Die zijn goed bezocht. Ongeveer een derde van de bezoekers heeft gebruikgemaakt van zo’n loopbaanpad. Met het mbo wordt gesproken over een intensievere samenwerking. De wethouder zegt toe de fracties te informeren over de ontwikkelingen. Het Actieplan personeelstekort sociaal domein is geen overkoepelend actieplan. Er zijn specifieke acties opgestart, onder andere om het tekort aan leraren en bijvoorbeeld zorgmedewerkers tegen te gaan. Ook het Regionaal werkcentrum is op dat gebied actief. De wethouder zegt toe de rapportages te clusteren. Hij beaamt dat er ook bij Inburgering sprake is van een tekort aan docenten. Op dat gebied is nu een inhaalslag gemaakt, maar het tekort blijft nijpend. Het heeft echter nog niet geleid tot een grote achterstand. Wethouder MBARKI gaat in op de vragen over de reserve economische structuur en arbeidsmarktversterking. Met de reserve wordt de economische structuur en arbeidsmarkt gestimuleerd conform het door de gemeenteraad eerder vastgestelde beleid.
Het gaat bijvoorbeeld om de mbo-agenda in combinatie met economisch arbeidsmarktbeleid in een publiek-private samenwerking met onderwijs. Het gaat vaak om meerjarige opgaven. De reserve voorziet ook in lopende verplichtingen vanaf de coalitieperiode 2015-2018. De middelen uit de reserve zijn gealloceerd voor de aangegane verplichtingen en (incidentele middelen) voor de nieuwe opgave-agenda van deze coalitieperiode. Voor de volgende periode moet bekeken worden welke middelen nog nodig zijn. Het lid IJMKER wil weten of bedrijven voor hun continuïteit aanspraak kunnen maken op de nieuwe middelen. Wethouder MBARKI legt uit dat een subsidie altijd een looptijd heeft. Als die stopt, moet bekeken worden of die moet worden verlengd. De middelen en de reserve zijn nu gealloceerd. Zo is er een subsidieregeling laboratoriumruimte, een projectstimuleringsregeling en middelen voor impact development. Als de regelingen eindigen, moet er opnieuw over worden gesproken. D66 heeft vragen gesteld over de daling in de duurzame groeisector. Die vraag is eerder gesteld over de grotere investeringen in de stad. Toen heeft de wethouder uitgelegd dat de stad afhankelijk is van de kapitaalmarkt. Die is weer afhankelijk van de economische toestand bijvoorbeeld van het vestigingsklimaat. Dat gaat nu in Amsterdam
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
goed, maar de wethouder heeft zorgen over de landelijke ontwikkelingen en over de hoge rentestanden. In de Uitvoeringsagenda circulaire economie zijn maatregelen opgenomen om investeringen te stimuleren. De Regeling energiekosten voor kleine ondernemers was een tijdelijke regeling voorafgaand aan de rijksregeling. De wethouder benadrukt dat de ondernemers daar via allerlei verschillende kanalen goed over zijn geïnformeerd, maar het is uiteindelijk aan de ondernemer zelf om van de regeling gebruik te maken. De regeling is nu gestopt. Het begrote bedrag is niet helemaal gebruikt. Het lid SCHMIT wil weten of de wethouder mogelijkheden ziet om de ondernemers nog meer en beter te informeren. Zo zijn er weinig aanvragen voor de economische structuur en arbeidsmarktversterking. Hoe kan de toegankelijkheid worden verbeterd, zodat er nog meer ondernemers gebruik van kunnen maken? Wethouder MBARKI wil ook dat zoveel mogelijk ondernemers gebruik maken van de regelingen. Daarom zet hij in op een goede en brede communicatie. Hij staat open voor nieuwe ideeën. Het lid SCHMIT leest in het jaarverslag dat er minder aanvragen zijn binnengekomen dan gepland. Hij roept de wethouder op om bij volgende regelingen nog eens kritisch te kijken naar de communicatie. Hij zegt toe de wethouder te informeren over mogelijke verbeteringen.
Wethouder MBARKI wil ook dat het geld zo goed mogelijk wordt besteed. Hij staat open voor suggesties. Hij geeft aan dat de economische ontwikkelingen in de stad zich tot meer zaken verhouden dan het lijstje dat het lid Broerse noemde. De Economische verkenningen bevatten meer zaken dan alleen maar dergelijke lijstjes. Maar Amsterdam concurreert wat betreft het investeringsklimaat ook met andere Europese steden. Daarbij wordt wereldwijd gekeken naar de rankings. Die worden opgesteld door onafhankelijke experts. Amsterdam maakt daar gebruik van, maar het is niet de enige indicator waar de stad op vaart. Het lid BROERSE deelt mee dat er ook rankings bestaan op het gebied van brede welvaart. Gaat het dan ook om concurrentie met andere steden in Europa? Wethouder MBARKI beaamt dat die rankings er zijn. Je moet je er, naast eigen onderzoeken, nu eenmaal toe verhouden, want Amsterdam is een internationale stad. Het lid BROERSE wil weten of dit wel de goede maatstaven zijn waar de raad zijn beleid op moet baseren. Wethouder MBARKI staat open voor nieuwe en betere indicatoren om zo nieuw beleid beter vorm te kunnen geven. Het lid BROERSE kondigt aan in te gaan op dit verzoek voor het indienen van een motie. Het lid IJMKER beaamt dat het interessant is te weten op welke plekken Amsterdam in de ranking staat, maar belangrijker is te weten wat de stad op stuurt.
Zij denkt graag mee over alternatieven. Wethouder MBARKI legt uit dat je stuurt op doelstellingen. Zo kent Amsterdam een doelenboom. Indicatoren zijn daarbij een hulpmiddel. Hij ziet ernaar uit om daar bij de bespreking van de begroting verder over te spreken. Het lid IJMKER vindt dat een indicator een uiting is van de doelstelling. Zij ziet uit naar een discussie hierover bij de bespreking van de begroting.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
DE VOORZITTER deelt mee dat het onderwerp verder in de raadsvergadering wordt besproken. 4. Vaststellen van de begrotingswijzigingen en kennisnemen van de Voorjaarsnota 2024 (VN2024-007446) De VOORZITTER deelt mee dat alleen amendementen kunnen worden ingediend bij de begrotingswijzigingen. Het college geeft in verband met de veranderde werkwijze geen schriftelijke preadviezen. Het lid BELKASMI is blij dat het mbo-traineeship wordt doorgezet. Hij vraagt de wethouder naar de ervaringen. Hij vraagt ook naar de koppeling van sport en bewegen met de kinderopvang. In de visie Sportbeleid is aandacht voor de toegankelijkheid, waar ook een inspreker over sprak. Wat is de stand van zaken? Er is sprake van onderbesteding bij de buurtbudgetten. Kan met dat geld de continuïteit van de buurtplatforms worden versterkt? Het lid NAMANE las in de stukken dat de inkoop vanuit de gemeente voor Pantar is gedaald. Wat is daarvan de reden en welke effecten heeft dat? In de voorjaarsnota staat dat er voor hetzelfde doel geld wordt vrijgemaakt voor de jaren 2024 en 2025. Hoe kan ervoor worden gezorgd dat Pantar ook op de langere termijn gezond blijft? En welke verwachtingen heeft de wethouder voor de mensen die nu via Pantar aan het werk zijn? Het lid KEESMAN vraagt de wethouder toe te zeggen dat de budgetten voor de stadsdelen en het stadsgebied helder, volledige en transparant worden uitgesplitst.
Het lid KROM acht sport en bewegen net zo belangrijk als het groen in de natuur. Zoals ook uit de bijdrage van de inspreker blijkt, is sporten niet altijd goed toegankelijk voor mensen met een beperking. De studenten van de Johan Cruijff Academy hebben een aantal oplossingen voorgesteld om de toegankelijkheid te verbeteren, maar ook voor het probleem van beweegarmoede en voor het aantrekken van sponsors voor het voetbaltoernooi bij het 750-jarig bestaan van de stad. Zij kondigt een motie aan om sportscholen te motiveren om ze zoveel mogelijk toegankelijk te maken voor rolstoelgebruikers en ze te wijzen op het eerdergenoemde keurmerk voor rolstoeltoegankelijkheid. In een tweede motie vraagt de Partij voor de Dieren om samen met de Sportraad te werken aan een visie op de toegankelijkheid van sporten in Amsterdam. Het lid IJMKE merkt op dat de raad in het kader van Amsterdoen eerder geld heeft vrijgemaakt voor de gemeenschapseconomie tot 2024. Wat zijn de plannen voor de toekomst? Het lid BOUALI lees in de voorjaarsnota dat er geen geld meer wordt uitgetrokken voor de RIMI-regeling. Die is onlangs beëindigd. In de commissie is eerder gesproken over het belang van deze regeling en de initiatieven die met de regeling worden ondersteund.
Zijn er mogelijkheden om hiervoor alsnog geld vrij te maken? Het lid BROERSE lees in de voorjaarsnota dat er geld wordt vrijgemaakt voor een goede dienstverlening, onder andere wordt er gewerkt aan de digitalisering van de dienstverlening aan bijstandsgerechtigden. Waaraan wordt dat geld precies besteed? De investering in mbo-traineeships is een goede investering. Mbo’ers blijven nodig, ook in de toekomst, maar er is steeds sprake van incidentele investeringen voor dit doel. Blijft dat zo de komende jaren? Het lid SCHMIT is blij met de investeringen mbo-traineeships. Hij wil weten om hoeveel trainingships het gaat. Hij is ook blij met de investeringen in de lokale, nationale en internationale ondernemers en met het onderzoek naar systemen die bijdragen aan de
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
brede welvaart. De coach- en fixteams kunnen ondernemers helpen bij het verlagen van hun energiekosten. Wat zijn de ambities op die gebieden? D66 maakt zich zorgen over de financiële gezondheid van het sociaal ontwikkelingsbedrijf Pantar en de invloed daarvan op de Amsterdamse financiën. De afgelopen jaren zijn de tekorten oplopen tot miljoenen euro’s; de tekorten zullen alleen maar oplopen, zo blijkt uit het jaarverslag. D66 begrijpt het belang van Pantar en is het eens met de jaarlijkse subsidies. Maar daarnaast dekt de gemeente ieder jaar weer de verliezen van dit bedrijf. Sinds 2019 is dat totaal bijna 35 miljoen euro. De gemeente gaat de verliezen ook in 2024 en 2025 betalen. De continuïteit van Pantar is daarvan afhankelijk. Dat is geen houdbare financiële situatie. Welke stappen worden gezet om te komen tot een gezondere financiële situatie? Welke prikkels heeft Pantar om haar financiële situatie te verbeteren? Welke visie heeft de wethouder op Pantar voor de periode na 2025? Het lid NAMANE wil weten of beschut werk voor D66 altijd volledig kostendekkend moet zijn. Het lid SCHMIT vindt het belangrijk dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt mee kunnen doen, maar maakt zich zorgen over de financiële houdbaarheid van het bedrijf.
Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat bij de buurtbudgetten cosmetisch sprake is van onderbesteding, maar dat is in de praktijk niet het geval. De uitgaven voor in een bepaald jaar aangegane verplichtingen vinden vaak later plaats. De onderbesteding in het ene jaar wordt dan meegenomen naar het jaar daarop. Het geld is dus niet vrij besteedbaar voor andere zaken. Het lid Keesmaat heeft gevraagd om de budgetten voor de stadsdelen en het stadsgebied helder, volledig en transparant uit te splitsen. De wethouder vindt dat er al een grote verbeterslag is gemaakt met het benoemen van (de 22) taken en de bijbehorende budgetten. Dat overzicht wordt bij de Begroting 2025 verder geconcretiseerd. Het lid KEESMAN merkt in de gesprekken met de stadsdelen en het stadsgebied dat zij het als een manco ervaren dat er geen duidelijkheid is over de budgetten. Dan werkt het mandaat ook niet. Het is dus zeer urgent. Hij vraagt de wethouder om op zijn minst een route aan te geven hoe de informatieverstrekking volledig kan worden gemaakt. Wethouder GROOT WASSINK herkent deze signalen vanuit de stadsdelen en het stadsgebied niet. Hij merkt daarbij op dat zij een andere verantwoordelijkheid hebben. Ten aanzien van de db’ers zijn er 22 taken, inclusief budgetten, gemandateerd. Die informatie wordt in de Begroting 2025 verder geconcretiseerd.
Dat wil echter niet zeggen dat de stadsdeelcommissies daar volledig zeggenschap over krijgen. Ze hebben slechts adviesrecht. De raad heeft het budgetrecht niet overgedragen. Het lid KEESMAN vraagt de wethouder om de informatie niet slechts verder te concretiseren, maar ook volledig te maken. Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat de begroting een verantwoordelijkheid is van de wethouder Financiën. Hij begrijpt de opmerking en is bereid om hem dit signaal van de PvdA mee te geven. Het functioneren van db’ers en stadsdeelcommissies is niet afhankelijk van de precieze teksten in de begroting. De wethouder deelt mee dat de sterfhuisconstructie die de toenmalige PvdAstaatssecretaris Kleinsma heeft ingezet, buitengewoon effectief is gebleken. Het Rijk heeft het sociaal werk langzaam verworgd. Dat zal de gemeente Amsterdam nog wel meer geld gaan kosten. In 2014 was het tekort jaarlijks ook al 8 miljoen euro. Dat tekort is zonder bijbehorend budget overgeheveld naar de gemeenten. Dat betekent dat de gemeente structureel en stelselmatig flink moet betalen om mensen beschermd werk aan te kunnen bieden. Elke gemeente worstelt hier mee. Ook de wethouder maakt zich daar grote
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
zorgen over. Hij vindt ook dat de financiële situatie bij Pantar moet worden verbeterd. Vanuit de Participatiewet neemt het beslag op de organisatie toe. Daar moet nu op een andere manier over worden nagedacht. De wethouder zegt nu voor twee jaar die financiering toe onder de voorwaarde om er in die periode goed over na te denken, zodat de gemeentelijke lasten lager zijn en opbrengsten hoger. Daar wordt nu met Pantar over gesproken. Wethouder Groot Wassink is het er niet mee eens dat de inkoop structureel daalt. Dat is slechts incidenteel. Verder is er een intensievere relatie met de gemeente nodig wat betreft de groep uit de Participatiewet. Het lid SCHMIT vraagt de wethouder om richting te geven aan een oplossing. Voor mensen die via de Participatiewet bij Pantar wreken, krijgt de gemeente een lagere rijksbijdrage dan via de oude wet. Wat is zijn idee hoe hij daar verder mee wil? Wethouder GROOT WASSINK stelt vast dat het lid Schmit hiermee de kern van het financieringsprobleem benoemt. Hij heeft Pantar en WPI gevraagd om samen te bespreken hoe dit probleem kan worden gekeerd. Hij wil daar op dit moment niet al te zeer in sturen. Hij ziet uit naar hun voorstellen. De wethouder benadrukt dat de gemeente altijd een verantwoordelijkheid heeft voor deze groepen mensen; dat kost altijd geld. Het is in het belang van de gemeente om de rekening zo laag mogelijk te houden.
Het lid SCHMIT wil weten wanneer de gemeenteraad informatie kan verwachten over de resultaten van de gesprekken. Hij stelt voor om dit bij de bespreking van de Begroting 2025 mee te nemen. Dan moet er langjarig zicht zijn op de uitgaven. Wethouder GROOT WASSINK ziet niet in om dat nog voor het zomerreces te realiseren. Het is gebruikelijk om in de meerjarige prognoses rekening te houden met tegenvallende resultaten, want die zijn er - net als in de voorgaande jaren - sowieso. De gemeente legt er al jaren geld op toe. De wethouder grijpt nu in om te voorkomen dat de tekorten nog verder oplopen. Het lid SCHMIT ziet de urgentie om de financiële situatie bij Pantar te verbeteren. Hij hoopt dat de wethouder daar bij de bespreking van de begroting of uiterlijk eind dit jaar mee terugkomt naar de raad. Wethouder GROOT WASSINK is het eens met de urgentie. Het lid BENTOUMYA benadrukt dat het gaat om mensen die steun nodig hebben. Dat kost nu eenmaal geld. Zij stelt voor om met de commissie een bezoek brengen aan Pantar om zelf te zien wat de organisatie doet voor de stad. Wethouder GROOT WASSINK zegt toe dit voor te leggen aan de directie. Het lid NAMANE is benieuwd of op termijn de kosten voor beschut werk worden uitgesplitst. Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat het gaat om mensen en hoe de gemeente hen het beste kan helpen.
Hij zegt toe de financiën in alle openheid te bespreken, inclusief de moeilijke keuzes die moeten worden gemaakt. De evaluatie van Amsterdoem is eind 2024 gereed. Dan wordt gekeken in welke mate vanuit de programma’s democratisering en EZ, ondersteuning geboden moet worden. Het lid IJMKER stelt voor om dit bij de Begroting 2024 te bespreken. Dan heeft de raad nog ruimte om zijn eigen keuzes te maken. Wethouder GROOT WASSINK kan dat nu niet toezeggen. Hij zegt toe een
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
volgende keer een datum te noemen. Voor de RIMI-regeling is inderdaad geen aanvullende financiering opgenomen. De regeling wordt komende weken in het college besproken. De vragen van VOLT over de post dienstverlening gaan over vervanging van de oude computersystemen, over We go for it. Het lid BROERSEN wil weten wanneer de commissie wordt geïnformeerd over de vorderingen van de besprekingen over de RIMI-regeling. Wethouder GROOT WASSINK deelt mee dat het onderwerp nog voor het zomerreces in het college wordt besproken. Het zal wellicht in de volgende commissievergadering aan de orde kunnen komen. Wethouder MBARKI is blij met de pilot mbo-traineeship na het initiatiefvoorstel van raadslid Mbarki. Het gaat nu nog om veertien plaatsingen. De trainees krijgen gewoon salaris. Er worden gekeken naar doorgroeimogelijkheden. Zo is een trainee bij Leerplicht gestart met de opleiding Buitengewoon opsporingsambtenaar. Amsterdam heeft een prijs gewonnen voor de manier waarop zij geworven heeft, via een game en niet op basis van opleiding en achtergrond. Andere organisaties in Nederland hebben er al belangstelling voor getoond. Ook de wethouder is voorstander van een structurele aanpak, maar is al blij met deze incidentele pilot. Hij hoopt het op termijn structureel, of meerjarige incidenteel, te kunnen regelen. De wethouder ziet uit naar de moties van de Partij voor de Dieren.
De gemeente werkt al samen met de cliëntenraad aan de toegankelijkheid van sportaccommodaties. Hij is voorstander van een structureel beleid. Hij werkt nu aan het Integraal beleidskader sport waarin alle vragen (ook bijvoorbeeld over de toegankelijkheid) worden samengebracht. Het lid BELKASMI vraagt de wethouder wanneer dat beleidskader aan de raad wordt voorgelegd. Hij wil ook weten hoe de Visie sport- en beweegbeleid (met aandacht voor toegankelijkheid) zich verhoudt tot het integraal beleidskader. Wethouder MBARKI stelt vast dat vaak zaken apart van elkaar worden besproken, terwijl ze hetzelfde doel hebben. Of het nou gaat om kinderen of bijvoorbeeld rolstoelgebruikers. Het is beter om daar integraal over te spreken. Hij zegt toe de initiatieven van de inspreker mee te nemen. Het lid BELKASMI vraagt de wethouder om dan ook de toegankelijkheid bij de kinderopvang mee te nemen. Wethouder MBARKI geeft de voorkeur aan een onderzoek om jonge kinderen aan het bewegen te krijgen. Het lid Schmit vroeg naar de ambities van de fix-teams. De wethouder wil met deze teams ondernemers steunen waar ze ook daadwerkelijk iets aan hebben, bijvoorbeeld met materiële zaken om de energierekening te drukken. De ambitie is om in 2024 tweeduizend ondernemers te helpen. Daarover zijn met de uitvoerende partijen prestatie-afspraken gemaakt.
De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het wordt verder behandeld in de raadsvergadering. Economische Zaken 5. Intrekken van het Overnachtingsbeleid ‘Herziening van het Amsterdamse deel van de Regionale hotelstrategie 2016-2022: van hotelbeleid naar overnachtingsbeleid'
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
(VN2024-007536) Vervallen
6. Kennisnemen van het Hotelbeleid 2024 en de afdoening van motie 549.22 inzake een 'nieuw voor oud'-regeling als beheersmaatregel voor het aantal nieuwehotelkamers (VN2024-007538) Vervallen Democratisering (inclusief Bestuurlijk stelsel) 7. Vaststellen van de Participatieverordening gemeente Amsterdam (VN2024007952) De VOORZITTER deelt mee dat hierover in de volgende raadsvergadering wordt gestemd. De eerder vastgestelde kaders zijn vertaald naar de voorliggende verordening. Die regelt hoe de gemeente burgers betrekt bij nieuw beleid, hoe de gemeente initiatieven van burgers faciliteert en op welke manier de gemeente samenwerkt met buurtplatforms. Het lid BROERSEN weet dat de Amsterdammer weet wat er nodig is om de stad te maken. Goede inspraak draagt bij aan het draagvlak, mits het goed wordt uitgevoerd. De verordening biedt een wettelijke basis om Amsterdammers te betrekken bij het vaststellen van beleid. Een van de uitgangspunten is de inspanningsverplichting voor het actief benaderen van ondervertegenwoordigende groepen. Dat is echter niet opgenomen in het participatieplan. Bewonersparticipatie gaat vaak achteraf fout. Pas dan volgt er een discussie in de raad. Het lid stelt daarom voor om de participatieparagraaf toe te voegen aan de beleidsstukken, zodat de raad daarop kan sturen. Met deze verordening wordt ook een participatieverslag opgesteld.
Het lid stelt voor om het verslag bij de stukken voor besluitvorming te voegen. Er wordt een pilot gestart om te onderzoeken op welke manier Amsterdammers aan de bel kunnen trekken als een participatietraject niet deugt. Dat is een waardevolle toevoeging en draagt bij aan een responsieve overheid. Hoe wordt deze pilot ingevuld? Vaak ligt de nadruk op burgerparticipatie, maar er moet ook aandacht zijn voor overheidsparticipatie. Op het gebied van buurtrechten is er ruimte voor verbetering. Daarover is nog maar weinig kennis in Amsterdam. Het buurtplatformrecht geeft buurtplatforms geen recht om in beroep te gaan. Wat is daarvan de reden? Verder is er niet voor gekozen om meerdere buurtplatforms in een buurt op te nemen. Tot slot stelt het lid voor om de looptijd te verlengen naar vier jaar in plaats van drie jaar. Het lid Broersen kijkt uit naar de eerste bijeenkomst op de participatiewerkplaats. Right to Challenge leidt vaak tot samenwerking tussen Amsterdammers en de gemeente. Zij vraagt de wethouder tot slot te reageren op de vraag van een inspreker over de budgetten van de buurtplatforms. Het lid BADAL vindt het belangrijk dat de platforms goed geëquipeerd zijn. Dat is nodig voor een goede organisatie van de participatie. Daarvoor is structurele ondersteuning nodig van de gemeente.
Hoe kunnen de masterplannen elkaar versterken en kan worden voorkomen dat ze niet langs elkaar heen werken? De inzet is om drie stadsdelen extra te versterken door de participatie van zoveel mogelijk inwoners. Bij breed gedragen plannen voelen mensen zich verantwoordelijk. Hoe gaat de wethouder daarvoor zorgen?
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
Het lid HIJLKEMA is blij met het participatieplan om doelgroepen te bereiken. Hij wil weten of er ook participatie kan worden georganiseerd in buurten zonder buurtplatform. Ook wil hij weten wat er gebeurt bij conflicten tussen bewoners die wel en die geen lid zijn van een buurtplatform. De gemeente is op zoek naar een betere participatie. Zijn er concrete doelstellingen wanneer participatie een succes is? Er wordt nog gesproken over ‘een groot deel van de burgers’ die ‘meer zeggenschap’ moeten krijgen. Heeft de wethouder concrete doelstellingen (cijfers) op het oog? Het lid BROERSE zet er vraagtekens bij dat goede participatie is vast te leggen in cijfers. Het lid HIJLKEMA deelt mee dat er al cijfers zijn over tevredenheid en bijvoorbeeld zeggenschap. Als je dat wil verbeteren, kun je daarvoor doelstellingen (in cijfers) formuleren. Het lid ALBERTS neemt als voorbeeld de ontwikkelstrategie. Het is een groot plan in Amsterdam met aandacht voor verdichting en dergelijke. De SP heeft schriftelijke vragen gesteld over de strategie, maar werd in de beantwoording verwezen naar de participatieverordening. De ontwikkelstrategie is al in gang gezet. Daaruit blijkt nu al wat je in de toekomst niet meer zou moeten doen, zoals bobo’s (bijvoorbeeld bestuurders van stadsdelen, investeerders en corporaties) vragen om hun mening over de stad.
Daarbij zijn de bewoners niet aan de orde, terwijl je juist bij hen zou moeten beginnen. Zij kennen de buurt en weten wat de buurt nodig heeft. Zij moeten vooraf kunnen participeren en niet pas achteraf bezwaar moeten aantekenen. Daarbij moeten zij al op de hoogte zijn van het besluit, de mogelijkheid van bezwaar en van de bezwaarprocedure. Bovendien kost het geld. De gemeente zou met deze participatieverordening meer mensen mee laten doen. De ontwikkelstrategie is nu nog abstract, maar gaat op een gegeven moment de wijken in. Dat is het moment om de mensen te informeren en te bevragen. En niet alleen met een advertentie in de wijkkrant, die veel mensen niet lezen. En als ze de advertentie al lezen, weten ze niet waartoe ze worden opgeroepen. Daarmee bereik je dus lang niet iedereen. De praktijk moet leren of de verordening ook werkt. De buurtplatforms in Amsterdam doen het goed. Zij vragen terecht om een budget voor hun activiteiten. Dat zorgt voor een risico van institutionalisering. Is de wethouder dat met de SP eens? En is de wethouder het eens met de inspreker die sprak over het multiplier effect? Daarmee is het een interessante investering, ook voor de rest van de stad. Het lid BROERSEN merkt op dat de problemen die de SP schetst, bijvoorbeeld over de ondervertegenwoordiging, juist met deze verordening worden aangepakt.
Het lid ALBERTS herhaalt dat de praktijk moet uitwijzen of de verordening goed werkt. Zij ziet uit naar de praktische uitwerking en heeft slechts enkele problemen geschetst die zich zouden kunnen voordoen. Het lid BROERSEN ziet uit naar de steun van de SP voor het voorstel voor een participatieplan. Het lid ALBERTS zegt dat toe. Daarom heeft ze het voorbeeld van de ontwikkelstrategie genoemd. Het lid BELKASMI wil weten of ook de SP van mening is dat deze verordening een grote stap voorwaarts is voor de participatie in Amsterdam. Het lid ALBERTS ziet dat het een stap voorwaarts is, maar ziet ook nog gevaren voor mislukking.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
Het lid KROM is blij met deze verordening en ziet uit naar de daadwerkelijke uitvoering met aandacht voor zorgvuldigheid, transparantie en navolgbaarheid. Dat moet bijdragen aan het vertrouwen van Amsterdammers in de gemeente. Zij stelt voor om de verwachtingen aan de voorkant zorgvuldig te managen. De mensen die meedoen, moeten zich gehoord voelen. Als er geen participatie mogelijk is, moet de gemeente dat goed uitleggen. Wordt dat opgenomen in een participatieplan of in de participatieparagraaf? Wordt die paragraaf dan vooraf en zorgvuldig gepubliceerd? En kunnen de Amsterdammers nog invloed uitoefenen op het participatieplan met bijvoorbeeld het indienen van een zienswijze? Het lid SCHMIT merkt op dat een betere participatie leidt tot betere besluiten voor de stad. Hij prijst de voorliggende verordening. Het is een goede start. Het komt nu aan op de uitvoering met onder andere een goede, open en eerlijke communicatie over meedoen en - later - over de resultaten van de participatie. Het lid roept de wethouder Democratisering om de participatie, ook bij collega-wethouders, te blijven volgen; net als de wethouder Financiën dat bij andere wethouders doet op het gebied van financiën.
Het lid KEESMAN is ook blij met deze participatieverordening met spelregels voor de participatie van Amsterdammers bij initiatieven van de gemeente, spelregels voor de participatie van de gemeente bij initiatieven van Amsterdammers en spelregels bij participatie via de buurtplatforms. Amsterdammers moeten eerder, beter en pro-actiever betrokken worden bij stedelijk beleid. Participatie zal ook met deze verordening niet altijd vlekkeloos verlopen. Dergelijke processen verlopen vaak asymmetrisch met vaak vele lege stoelen in de zalen. Woningbouwprojecten roepen soms weerstand op bij omwonenden, maar woningzoekenden worden niet gehoord. Ook worden de minder mondige Amsterdammers vaak niet gehoord. Hoe gaat deze verordening daar verandering in brengen? Burgers willen dat hun boodschap over komt en zorgvuldig wordt meegewogen. Een van de grootste uitdagingen is de traceerbaarheid van de participatie. Dat zal veel werk en capaciteit kosten. Dat vraagt om slimme oplossingen. Stadsdelen en het stadsgebied wezen terecht op het belang van begrijpelijke communicatie over de verordening. De PvdA stelt voor sociale media te voorzien van publieksvideo’s. Ook moet er goed gecommuniceerd worden over succesvolle buurtinitiatieven. In de verordening zijn de buurtplatforms opgenomen.
De PvdA stelt voor om een platform per buurt te erkennen; het platform dat zoveel mogelijk de gehele buurt vertegenwoordigd. De PvdA pleit er ook voor een netwerk van buurtplatforms in de verordening op te nemen en daarvoor middelen vrij te maken. Een inspreker sprak al namens een coalitie van buurtplatforms. De fractie sluit zich aan bij het voorstel om de termijn van drie jaar te verlengen na vier jaar, synchroon met de zittingstermijn van de raad. Burgerinitiatieven zijn van harte welkom in Amsterdam en moeten worden ontvangen met een positieve grondhouding. Dat moet expliciet worden opgenomen in de verordening. Dat zal ook zorgen voor een positieve grondhouding van de inwoners voor gemeentelijke initiatieven. Het lid BOUALI is blij met de verordening en hoe deze tot stand gekomen met veel ruimte voor nieuwe ideeën. Ze heeft echter nog veel vragen, onder andere over inclusief taalgebruik. Er komt een publiekvriendelijke versie. Zou dat niet voor alle verordeningen moeten? Er wordt gesproken over een werkplaats met ambtenaren, Amsterdammers en politici. Wat is de rol van de politiek? Kunnen hierbij ook informele organisaties worden betrokken die moeilijk bereikbare groepen, bijvoorbeeld in gebieden met de lage opkomstcijfers bij verkiezingen en waar het wantrouwen naar de overheid groot is, wel kunnen bereiken? Wellicht kan een koppeling worden gemaakt met het Herstelhuis.
Verder moet de administratieve last voor initiatieven worden verminderd en moeten initiatiefnemers geholpen worden met hun administratie. Tot slot stelt de PvdA voor om het beleidskader in de verordening op te nemen.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
Wethouder GROOT WASSINK stelt tevreden vast dat de fracties tevreden zijn met deze verordening. Volt vroeg aandacht voor de diversiteit van de doelgroepen. Die inspanningsverplichting is opgenomen in artikel 4c met ook aandacht voor ongehoorde stemmen. De participatieparagraaf is eerder besproken. Het is verstandig om deze te verwerken in de raadsvoordracht. Bij de besluitvorming moet uiteraard aandacht zijn voor de uitkomsten van participatie met een zienswijze van het college op het resultaat van de participatie. Het is inderdaad ook belangrijk om Buurtrecht meer onder de aandacht te brengen. De wethouder beaamt dat het mogelijk is om in beroep te gaan tegen een besluit. Dat is onderdeel van het Bestuursrecht wen hoort niet in de raad thuis. In principe is er gekozen voor een buurtplatform per buurt om te voorkomen dat buurtplatforms in een buurt met elkaar gaan concurreren. In de praktijk werken meerdere buurtplatforms in een buurt al best goed samen. Het lid BROERSEN is ook voorstander van een platform per buurt. Zij stelt voor om de route om te komen tot een keuze vast te leggen. Wethouder GROOT WASSINK vindt dat een goed voorstel en zegt toe dat op te nemen. Er is gekozen voor een termijn van drie jaar. De wethouder vindt een hele bestuursperiode (te) lang. Een periode van drie jaar is voldoende voor de continuïteit en biedt ruimte voor flexibiliteit.
Het lid BROERSEN kan zich voorstellen dat het een beginnend buurtplatform veel tijd kost om goed te starten. Daarom kiest zij voor een periode van vier jaar. Wethouder GROOT WASSINK merkt op dat in de meeste buurten al platforms actief zijn. Hij beaamt dat anderen anders kunnen denken over de lengte van de periode. Het lid KEESMAN stelt vast dat de wethouder een beslissing neemt op zijn gevoel. Dat gevoel kan voor hetzelfde geld richting vier jaar gaan. Dat geeft het vertrouwen van de gemeente in de buurtplatforms weer. Daarmee ontstaat ook een heldere situatie synchroon met de raadsperiode. Dat zorgt voor rust en duidelijkheid. Wethouder GROOT WASSINK doet in het algemeen niet aan gevoel. Hij verwijst naar zijn eerdere argumentatie met aandacht voor continuïteit en flexibiliteit. Hij blijft bij zijn voorstel. Het is aan de raad om daarover te beslissen. Hij zal er niet minder om slapen. De financiële situatie van buurtplatform Hart voor de K-buurt waar het lid Broersen aan refereerde, moet buiten deze discussie blijven. De situatie bij dat buurtplatform is niet vergelijkbaar met andere. De wethouder wil ervoor waken om dat te extrapoleren naar alle andere buurtplatforms. De gevraagde bedragen leiden slechts tot onderbesteding.
De wethouder benadrukt dat met de masterplannen intensief wordt samengewerkt met een gezamenlijk bestuurlijk team met aandacht voor de verschillende aanpakken. Daarbij is ook de betrokkenheid van de bewoners belangrijk. Er zijn grote verschillen, onder andere in aanpak en ambitie. Daar kun je van leren. Participatie mag er niet toe leiden dat het overheidshandelen wordt verengd. De overheid heeft een veel bredere rol, bijvoorbeeld bij het normeren van zaken. Er zijn altijd tegengestelde belangen. Daarom gaat de verordening niet alleen over de platforms, maar ook over de keuze voor de vorm van participatie en voor de instrumenten. Daarmee wordt de eerdere willekeur voorkomen en worden alle betrokkenen, zowel voor- als tegenstanders, erbij betrokken. De wethouder heeft geen cijfers voor doelstellingen. Met de monitor zijn de processen en kwaliteitseisen vertaald in indicatoren. Die worden gemeten en de resultaten zijn onderdeel van de evaluatie. Het lid HIJLKEMA vindt het jammer dat er geen concrete doelstellingen zijn. Op dit moment voelen grote groepen zich niet goed vertegenwoordigd. 80% is ontevreden
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
over de huidige manier participatie. De verordening geeft handvatten om dat te verbeteren. Daar kun je toch concrete doelstellingen aan hangen? Wethouder GROOT WASSINK bestrijdt dat het doel van de verordening meer participatie is. Het doel is het stroomlijnen, uniformeren en verduidelijken op welk niveau participatie wordt ingezet, waarom, en op welke manier mensen daarbij worden betrokken. Daar is nu veel onduidelijkheid over. Daarom is het ingewikkeld om er een cijfer aan te hangen. Het lid HIJLKEMA beaamt dat het proces belangrijk is, maar voor de burger is het belangrijk om zeggenschap te hebben en mee te kunnen beslissen. Alleen maar luisteren en er voor de rest niets mee doen, is niet de goede manier. Burgers moeten het gevoel hebben dat ze mee hebben mogen beslissen. Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat dat soms waar is, maar soms is dat ook niet het geval. Het ongenoegen dat er soms is, komt vooral omdat eerder soms de suggestie is gewekt dat mensen mee konden beslissen terwijl dat niet aan de orde was. Met deze verordening wordt vooraf duidelijk in welke mate mensen invloed kunnen uitoefenen. Er zijn kwesties van algemeen belang die zich ingewikkeld laten combineren met individuele belangen. Toch zal de raad er besluiten over moeten nemen. De wethouder ziet uit naar een voorstel van de VVD voor meer participatie. De SP vindt dat je eerst met de mensen moet praten.
Op de resultaten ervan kun je vervolgens je beleid baseren. Maar dat is soms ingewikkeld. Zo overstijgt de ontwikkelstrategie individuele belangen. En bij het voorbeeld van woningbouw wordt slechts gesproken met omwonenden en niet met de mensen die wachten op een woning. Het is niet vreemd om daar eerst investeerders, aannemers en wijkplatforms bij te betrekken. Het doel blijft het algemeen belang. De wethouder beaamt dat de participatieverordening niet het antwoord is op alle vragen. De wethouder is het eens met de SP over het dilemma tussen institutionalisering en inkapseling. Dat is inderdaad een risico. Maar een zekere mate van institutionalisering van overleg moet mogelijk zijn. Hij wil dat risico nemen. Daarom is hij ook voorstander van een periode van drie jaar. Het lid ALBERTS weet dat veel mensen wel weten dat er woningen moeten komen, maar het gaat om hoeveel en de soort woningen en de plek van de woningen. Daar moeten mensen over mee kunnen denken met aandacht voor allerlei voorzieningen in de buurt. Daar kunnen mensen ter plekke heel goed over meedenken. Wethouder GROOT WASSINK stelt vast dat het hier het snijpunt betreft tussen de participatieve democratie en de gekozen volksvertegenwoordiging (met een mandaat van de kiezer). Hij is het met de SP eens dat het heel goed mogelijk is om met de mensen ter plekke het gesprek te voeren over de precieze invulling.
Het lid ALBERTS ziet uit naar de ervaringen met deze verordening en de toepassing ervan in de ontwikkelstrategie. Wethouder GROOT WASSINK vervolgt en beaamt dat het uitsluiten van participatie in de raadsvoordracht moet worden opgenomen. Er kan onvrede ontstaan over de voorgestelde keuze voor de mate van participatie. Soms is er sprake van wettelijke verplichtingen, bijvoorbeeld in de openbare ruimte, maar het bestuur kan daar ook soms van afwijken. Hij zegt toe om expliciet op te nemen dat mensen in beroep kunnen gaan tegen een voorgestelde keuze. Het lid KROM stelt voor om ook de reden voor het uitsluiten van participatie duidelijk op te nemen in de raadsvoordracht. Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat er zonder participatie ook geen participatieplan worden opgesteld. Maar het moet voor de raad wel zichtbaar en
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische zaken en Democratisering
SED
Conceptraadscommissieverslag, 22 mei 2024
navolgbaar zijn dat er gekozen is voor slechts informatieverstrekking. De wethouder is het niet eens met D66, die beweert dat iedereen wil participeren. Sommige mensen willen gewoon met rust gelaten worden. Hij geeft aan dat hij verantwoordelijk is voor het stelsel, maar benadrukt dat hij niet verantwoordelijk is voor alle participatietrajecten in deze gemeente. Ook de andere wethouders moeten zich aan deze verordening houden. De verordening gaat niet alle problemen oplossen. De verordening is bedoeld om het proces van de participatie te ordenen, te structureren en voorspelbaarder te maken. Er zullen altijd mensen ontevreden blijven. Voor de opmerkingen over diversiteit en ongehoorde stemmen, verwijst de wethouder naar 4c. Daar is ook aandacht voor onder andere meertaligheid Hij is verder geen voorstander van publieksvideo’s en de inzet van Tik-Tok. Je moet goed met anderen nadenken hoe je mensen in de stad kunt bereiken, bijvoorbeeld via netwerken. Het lid KEESMAN vindt dat het onderwerp zich uitstekend leent voor publieksvideo’s. Bij de coalitie van buurtplatforms gebeuren leuke dingen die zich uitstekend lenen voor video’s en sociale media. Wellicht heeft de wethouder meer mogelijkheden voor communicatie dan hij zelf beseft. Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat, maar is er voorstander van om dat gedoseerd in te zetten.