CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20240110 SO conceptverslag

Raadscommissie Stadsontwikkeling 13 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie SO d.d. 10 januari 20248.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

19 alinea's met “stadsontwikkeling”: 1 5 9 15 21 28 35 42 49 56 63 70 77 84 91 98 105 112 119

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling

SO

Raadscommissieverslag, 10 januari 2024

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Stadsontwikkeling Woensdag 10 januari 2024 van 19.30 tot 23.00 uur in de raadszaal Woensdag 13 maart 2024

Voorzitter: mevrouw M. Yemane Portefeuillehouders: wethouders Groot Wassink en Mbarki Portefeuillehouders afw: wethouder Moorman Commissiegriffier: Commissieondersteuners: Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bouhassani (PvdA), mevrouw I. Nadif (GroenLinks), de heer C.A.D. van Munster (GroenLinks), mevrouw M. Lust (D66), de heer E.W. Schmit (D66), de heer L. Staartjes (VVD), de heer J.A. Veldhuyzen (Lijst AhmadiVeldhuyzen), mevrouw J.M. Krom (Partij voor de Dieren), de heer I.N. Hendriks (Volt), de heer M.G. Lelkes (JA21), de heer A. Yacoubi (DENK), de heer T. Bilgin (FvD), de heer J.A.H. Olivieira (Lijst Kabamba) Afwezige commissieleden: de heer E. Bobeldijk (SP) Overige aanwezigen: de heer E. Ünver (Stadsdeelvoorzitter Nieuw-West), de heer P. Boon (Stadsdeelcommissie Nieuw-West), mevrouw E. IJmker (GroenLinks), mevrouw M. Perdok (Stadsdeelcommissie Centrum), mevrouw A. Strens (voorzitter dagelijks bestuur Stadsdeel Centrum)

Algemeen, 1 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 19.30 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1.b. Mededelingen Wethouder GROOT WASSINK komt terug op een vraag van lid Staartjes, inzake de verandering van het wegingspercentage in het Volkshuisvestingsfonds. De wethouder geeft aan dat begin februari de derde tranche van het fonds wordt opengesteld. Hierop zijn geen wijzigingen van de voorwaarden van toepassing. Bij de vierde tranche in de periode van 1 juli tot 1 oktober 2024 zijn er wel inhoudelijke wijzigingen van toepassing op de regeling. De stedelijke focusgebieden krijgen dan minder extra punten. Hiermee wordt dan volgens de wethouder tegemoetgekomen aan de door het lid Staartjes gewenste correctie. Als antwoord op de vraag van lid Staartjes, inzake de rol van de alliantie in de besteding van het toegekende bedrag, geeft de wethouder aan dat het hierbij gaat om particulier bezit en dat de gemeente ernaar streeft om bij de besteding samen te werken met de alliantie gezien het gemeenschappelijk belang. Voor de kwetsbare huurders heeft de gemeente een isolatieoffensief ingericht. 1.c. Vaststellen agenda

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

De VOORZITTER deelt mee dat lid Staartjes heeft verzocht om agendapunt 3, Advies rechtspositie voor de alliantie van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West, gevoegd te behandelen met agendapunt 5, Concept-uitvoeringsprogramma Wij Maken Samen Nieuw-West. De commissie gaat hiermee akkoord. Dit zal allereerst worden behandeld, gevolgd door de behandeling van punt 4. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SO d.d. 27 september 2023 Bij het agendapunt Rondvraag van lid Hendriks is vermeld dat het een werkbezoek aan Noord betreft. Dit moet zijn ‘een werkbezoek aan Zuidoost’. Het verslag wordt met het doorvoeren van deze wijziging vastgesteld. 1.e. Termijnagenda, per portefeuille Lid HENDRIKS geeft aan dat de toezegging over de kostenraming van de maatregelen in de Aanpak Binnenstad inmiddels is verjaard. Met betrekking tot Masterplan Zuidoost vraagt lid Hendriks wanneer de commissie het afschrift Raadsadres van het college kan verwachten. Wethouder MBARKI zegt toe dat de toezegging inzake de kostenraming binnenkort zal worden afgedaan, ook via de uitvoeringsagenda. Lid NADIF refereert aan de toezegging bij Aanpak Zuidoost over de financiën. Zij meent dat aan deze toezegging inmiddels is voldaan. Wethouder MBARKI is het hiermee eens. 1.f.

TKN-lijst De VOORZITTER heeft het volgende voorstel tot agendering in de volgende commissie ontvangen: Op verzoek van de leden Staartjes en Olivieira wordt TKN-stuk 1, inzake monitoring Masterplannen Zuidoost, Nieuw-West en Aanpak Noord, geagendeerd voor de commissie van 13 maart 2024. De commissie gaat hiermee akkoord. De motivatie van de leden Olivieira en Staartjes voor bespreking heeft op 9 januari in de Dagmail gestaan. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER deelt mee, dat er adviezen vanuit de stadsdeelcommissies zijn binnengekomen. Het betreft adviezen van de Stadsdeelcommissie Centrum over het initiatiefvoorstel ‘Reclaim het Centrum’. De voorzitter stelt voor de adviezen te betrekken bij de inhoudelijke behandeling van het initiatiefvoorstel. Inhoudelijk deel, 2 2.a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en deelt mee dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

2.b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mee dat zich één inspreker heeft aangemeld. Mevrouw Elena Simons spreekt als buurtbewoner en namens Stadshart Topbuurt, inzake agendapunt 4, Initiatiefvoorstel ‘Reclaim het Centrum. Zij beschrijft wat de organisatie Stadshart Top doet en met wie zij samenwerkt. Zij heeft gezien dat er volop energie voor samenwerking op buurtniveau bestaat vanuit diverse organisaties waarin bewoners, ondernemers en ambtenaren zich hebben verenigd. Mevrouw Simons plaatst ook een kritische noot over de rol van de gemeenteraad. Zij pleit voor samenwerking en ziet bij het initiatiefvoorstel hiervoor een mooie kans. Tot slot nodigt mevrouw Simons de leden uit om de Stadshart Top bij te wonen op 31 januari, of voor een inspirerend gesprek over de oude binnenstad. Lid NADIF heeft in gesprekken met de bewoners ook gemerkt dat er veel animo is om de binnenstad te versterken. Zij vraagt mevrouw Simons voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat de bewoners medeverantwoordelijkheid voelen. Mevrouw Simons noemt het initiatief met betrekking tot afval, Clean up Your City. Ook noemt zij een bewoner die zich bezighoudt met ‘Wallen Schoon’ en dit doet in samenwerking met bewoners, ondernemers en gemeente. Zij geeft aan dat er de laatste jaren steeds meer samenwerkingsverbanden zijn ontstaan ter verbetering van de buurt.

Lid SCHMIT complimenteert mevrouw Simons met haar inzet en vraagt wat zij de gemeenteraad zou willen adviseren als prioriteit om in de binnenstad op te pakken. Mevrouw Simons adviseert de raad om vooral goed te luisteren naar de geluiden die uit de buurt komen, inzake veiligheid, schone stad, het winkelaanbod en eenzaamheid. De gemeente zou er tevens goed aan doen om de bewoners aan te moedigen met ideeën te komen. 2.c. Actualiteiten en mededelingen Er zijn geen actualiteiten of mededelingen. 2.d. Rondvraag De VOORZITTER verzoekt de leden de rondvragen vooraf aan te melden. Lid HENDRIKS vraagt of er inmiddels een opvolger is gevonden voor de afgetreden programmadirecteur Masterplan Zuidoost. Wethouder MBARKI geeft aan dat er nog deze maand een informatiebrief aan de raad wordt toegestuurd, waarin het proces wordt beschreven om te komen tot een opvolger en wat de stand van zaken is. BESPREEKPUNTEN Masterplan Nieuw-West 3. Advies rechtspositie voor de alliantie van het Nationaal Programma Samen NieuwWest (VN2023-026665) Gevoegd behandeld met

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

5. Concept-uitvoeringsprogramma Wij Maken Samen Nieuw-West (VN2023-027156) De VOORZITTER leidt de agendapunten in en geeft aan dat agendapunt 3 is geagendeerd op verzoek van lid Staartjes. Tevens heet zij de voorzitter en het lid Boon van de Stadsdeelcommissie welkom. Lid BOON is verheugd over de snelheid waarmee een en ander dit keer in behandeling wordt genomen. In het verleden is dat trager geweest. Toch is de Stadsdeelcommissie op dit moment nog niet in staat om met één standpunt naar de raadscommissie te komen. Op dinsdag 16 januari zal er in de Stadsdeelcommissie over dit onderwerp worden gesproken. De uitkomst van deze bespreking zal worden gedeeld met de wethouder en de programmadirecteur, maar er zal ook een terugkoppeling worden gedaan naar de raadscommissie. De VOORZITTER vervolgt de vergadering met de eerste termijn van de commissie. Ook voor dit onderdeel verzoekt zij de leden hun bijdrage voortijdig aan te melden. Lid STAARTJES plaatst wat kritische noten bij de onderliggende stukken en verwijst hierbij tevens naar de blogs van zijn hand. Lid VELDHUYZEN vraagt lid Staartjes een aantal voorbeelden te noemen van wat er niet goed gaat in het programma. Lid STAARTJES geeft aan dat dit nog aan bod zal komen in zijn betoog. Hij noemt drie onderdelen uit het programma waar hij over zal spreken: 1. Wantrouwen moet vertrouwen worden; 2.

De informatiehuishouding van het Nationaal Programma moet op orde; 3. Er is bestuurlijk eigenaarschap nodig. Het wantrouwen is voor het lid Staartjes verklaarbaar; wie bepaalt waar de middelen vanuit het Rijk en vanuit de andere delen van de stad voor worden ingezet? Profiteren de bewoners hiervan of gaan het naar ‘vlotte types’ met bepaalde vaardigheden? Lid Staartjes refereert aan de hartenkreet van de wethouder ‘Breng de Eenvoud terug’ en geeft aan dat dit tevens zou moeten gelden voor het Nationaal Programma, maar die met de vele vragen omtrent allianties en de functie van de programmadirecteur ver te zoeken is. Lid Staartjes vervolgt zijn betoog met vragen omtrent de duidelijkheid van het Nationaal Programma. Voor hem is het niet helder hoe het Nationaal programma de komende jaren functioneert, mede door de keuzes die er gemaakt zijn in het uitvoeringsprogramma. Dit uitvoeringsprogramma speelt een sleutelrol in het wegnemen van het wantrouwen, maar daarin is nog veel niet duidelijk. Ten aanzien van punt 2 refereert lid Staartjes aan zijn eerdere vragen over een lokaal betalingssysteem. Dit lijkt nog niet van de grond te zijn gekomen. Dit doet lid Staartjes eraan twijfelen of er sprake is van bestuurlijk eigenaarschap.

Om erachter te komen of iets werkt, zoals het lokale betalingssysteem, is het belangrijk dat de raad inzicht kan krijgen in het Nationaal Programma en daarom is het belangrijk dat de infomatiehuishouding op orde komt. Lid Staartjes pleit ervoor om dit moment aan te grijpen om het concept-Nationaal Programma in samenspraak te voorzien van een gedegen, goede structuur, die rust, zekerheid en ruimte biedt, waarin mensen binnenin kunnen experimenteren en waarin de pijlers staan. Lid Staartjes hoopt dat zijn input aan het begin van dit traject zal leiden tot een aangepast concept-uitvoeringsprogramma. Lid VELDHUYZEN verwijst naar een voorstel van een van de opgaveteams om bewoners externe controle te laten uitvoeren op de financiën op basis van de afgesproken besteding in het convenant. Hij vraagt de VVD hierop te reflecteren.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

Lid STAARTJES vindt dit een goed voorstel, maar geeft aan dat de Stadsdeelcommissie het controlerend orgaan is, dus dit zou moeten worden aangepast. Lid KROM heeft aan aantal vragen en opmerkingen:  Zij verwijst naar de focus op jongeren in het onderliggende document. Zij refereert aan twee jongens die voetbaltoernooien organiseren in NieuwWest, die op zoek zijn naar een plek. Hopelijk kan dit betrokken worden bij de plannen.  Zij verwijt naar een artikel in De Telegraaf, waarin wordt beschreven dat er bij een horecazaak nog steeds de kogelgaten in de ramen zitten. Voor lid Krom heeft dit zijn uitwerking op het gevoel voor veiligheid in de buurt en geeft dit aan hoe belangrijk de gemeente de buurt vindt. Zij vraagt de wethouder welke prioriteiten er gelden voor deze buurt en of er niet vanuit het bestuur hier maatregelen voor moeten worden genomen. Ook vraagt zij lid Boon hierop te reflecteren, alsmede op de kritiek die wordt geuit in het onderliggende stuk.  De genoemde maatregelen ten aanzien van groen en openbaar vervoer lijken lid Krom niet makkelijk te realiseren. Zij wil graag weten hoe dit toch kan gebeuren.  Zij vraagt hoe het vertrouwen in Nieuw-West kan worden hersteld, aangezien lid Krom meent dat dit vooral een cultuurprobleem is.  De lage verkiezingsopkomst in deze buurt wordt wel genoemd in het plan, maar er wordt geen voorstel voor een oplossing gedaan.

 Lid Krom wil tevens graag weten of er al iets bekend is over de inhoudelijke planning.  Ook vraagt zij aan welke criteria er moet worden voldaan om als alliantie een rechtspositie te verkrijgen. Wordt dit al betrokken bij de plannen?  Wat wordt er gedaan met het advies inzake een eigen governance code? Lid BILGIN geeft aan dat het Nationaal Programma voor hem geen duidelijkheid verschaft, maar juist meer vragen oproept dan het beantwoordt. Bij het hoofdstuk CWB stelt lid Bilgin dat de gemeente een van de ankerorganisaties is die inkoop verricht, maar hierbij geldt tevens de aanbestedingswet. Dit heeft eerder al eens geleid tot een tweetal mislukkingen en lid Bilgin vraagt wat het Nationaal programma hieraan kan veranderen. Ook vraagt lid Bilgin zich af hoe andere ankerorganisaties, die nu reeds hun eigen leveranciers hebben, betrokken kunnen worden. Dit betekent een prijsaanpassing. Hoe voorkom je dat de grote organisaties hiervan profiteren en de kleine organisaties niet? En hoe kun je controleren dat de inkoop inderdaad in Nieuw-West terecht komt? Het is voor Forum voor Democratie evenmin duidelijk welke bronnen in Nieuw-West er worden aangesproken. Lid Bilgin mist de verwijzing naar de vele kunstenaars in NieuwWest.

Hij refereert aan het advies van Forum van anderhalf jaar geleden om kunstenaars in te zetten voor de verfraaiing van Station Lelylaan, dat helaas terzijde is geschoven. Forum voor Democratie pleit voor het dieper ingaan op de rol van de kunstenaars. Een andere bron in Nieuw-West is voedsel. In de Lutkemeerpolder zijn bewoners bezig met het verbouwen van voedsel op de drie hectare die hiervoor beschikbaar is. Dit had 60 hectare kunnen zijn als de gemeenteraad niet had besloten op daar een bedrijventerrein te ontwikkelen. Hij vraagt het bestuur hierop te reflecteren. Tenslotte vraagt lid Bilgin zich af hoe er wordt gegarandeerd dat de beschikbare middelen ook daadwerkelijk naar Nieuw-West stromen en daar ook worden ingezet. Onderzoek leert hem dat de projectleider die bezig was met de ontwikkeling van een digitaal betaalmiddel, dat overigens werd afgewezen, nu bezig is met het ontwikkelen van een netwerk van lokale betaalrekeningen als financieel instrument. Maar hoe dit afloopt is voor lid Bilgin onduidelijk. Binnenkort zal de projectleider een presentatie houden die voor de bewoners van Nieuw-West en de politie hopelijk duidelijkheid in de lokale geldstromen zal verschaffen. Deze presentatie vindt echter plaats in Nijmegen, wat de deelnemers tijd en geld gaat kosten. Hij vraagt de wethouder de projectleider in de Meervaart uit te nodigen.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

Lid LUST vindt het een goede zaak dat er na de position paper en het convenant nu een concept-Nationaal Programma is verschenen. Een plan van aanpak dat de komende vier jaar richting moet geven aan concrete activiteiten met als doel duurzame, structurele verandering en verbetering in Nieuw-West. D66 heeft enkele vragen bij de gestelde richtinggevende principes uit het document. Lid Lust gaat in op het wat en het hoe. De tien stelregels voor wat betreft het hoe zijn voor D66 weinig directief. Er wordt niet duidelijk beschreven wie de leidende rol heeft als er iets moet worden georganiseerd. De verantwoordelijkheid voor dit Nationaal Programma wordt gelegd bij de brede alliantie. Zij vraagt de wethouder of hier dan geen afbreukrisico dreigt. Het verheugt lid Lust dat het document een inclusieve toon ademt en er spreekt een duidelijke ambitie tot transparantie uit, vooral met betrekking tot de te verdelen beschikbare middelen. Tenslotte pleit lid Lust ervoor om het Nationaal Programma het startpunt te laten zijn van de langjarige, structurele verandering die nodig is voor Nieuw-West. Lid STAARTJES vraagt hoe D66 kijkt naar het uitvoeringsprogramma met betrekking tot de SMART-doelstellingen. Lid LUST vraagt zich af of het in dit stadium reëel is om hele concrete SMARTdoelen te stellen.

Uiteindelijk is dit wel de bedoeling en zal D66 kijken naar wat er daadwerkelijk gebeurt de komende maanden en jaren in het kader van de gestelde doelen op de middellange termijn. Lid STAARTJES vraagt of D66 van mening is dat er momenteel te weinig handvatten zijn om het proces te kunnen volgen. Lid LUST geeft aan dat er wel hele concrete zaken zijn benoemd als onderdeel van de vijf domeinen, waar aan gewerkt gaat worden. D66 is van plan om dat met veel belangstelling te blijven volgen. Lid VAN MUNSTER erkent dat het onderliggende document pas een begin is van wat er in de komende 20 jaar bereikt moet gaan worden. Het is hierbij van belang om voortdurend met bewoners, met de organisaties en met de alliantie het hierover te hebben en dat begint vandaag. Het is voor GroenLinks van cruciaal belang dat de Stadsdeelcommissie hierbij wordt betrokken. Lid Van Munster hoort graag hoe de Stadsdeelcommissie hiernaar kijkt. Transparantie is een ander belangrijk onderdeel voor GroenLinks. Dit betekent dat het daadwerkelijk in de buurt terechtkomt en niet blijft in de Stopera of bij de Stadsdeelcommissie. Lid VELDHUYZEN geeft namens zijn fractie aan dat hij positief staat tegenover het uitvoeringsprogramma. Hij pleit voor het gebruik van herstelrecht om de criminaliteit te bestrijden en uit zijn tevredenheid erover dat dit een plek heeft gekregen in het programma.

Voor lid Veldhuyzen is het niet duidelijk hoe de betrokkenheid van bewoners binnen de kaders van het programma wordt gewaarborgd en hoe dit kan worden gemonitord. Dit wordt evenmin duidelijk gemaakt in het verdiepend document. Wel staat daarin beschreven dat bewoners worden toegevoegd aan het alliantiebestuur, alsmede aan de opgaveteams voor de lange termijn, alsmede aan de ontwerpgroep voor verregaande en structurele zeggenschap. Graag verneemt hij van de wethouder wat de stand van zaken is met betrekking tot deze drie punten. Bij de permanente dialoog met bewoners mist lid Veldhuyzen migratiemigrantenorganisaties en religie. Tot slot pleit lid Veldhuyzen voor transparantie voor de bewoners met betrekking tot financiën, bijvoorbeeld door bewoners een controlerende taak te geven. Lid BOUHASSANI verklaart waar het wantrouwen jegens de overheid in NieuwWest vandaan komt en geeft aan wat er nodig is om het vertrouwen te herstellen. Zij benadrukt het belang van het Programma voor Nieuw-West.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

Lid Bouhassani stelt een aantal vragen:  Welke rol hebben de alliantiepartners, zowel op het gebied van activiteiten als financiële middelen?  Wanneer krijgt de raad meer inzicht in de middelen waarover de gezamenlijke besluitvorming plaatsvindt?  Het is voor lid Bouhassani lastig om onderscheid te maken tussen de verschillende activiteiten en doelen die er gesteld worden. Zij vraagt zich af welke nieuwe of extra activiteiten er volgens het Masterplan worden uitgevoerd?  Voor de PvdA is het belangrijk dat de raad haar controlerende taak kan uitvoeren. Daarom is het van belang te weten wat er nieuw is aan bijvoorbeeld de wijkallianties die worden opgezet. En kan hierbij de diversiteit en inclusiviteit gewaarborgd worden?  Wat voegt het Masterplan toe aan Passend werk voor iedereen?  In het document staat tevens beschreven dat het Masterplan uitvoering gaat geven aan de garantieknop, maar deze bestaat al vanuit Werk en Inkomen.  Ook de pilot ‘Gewoon Geld Geven’ bestaat al vanuit de portefeuille Armoedebestrijding. Is er hier sprake van een tweede pilot?  Inzake het project Notweg 32 ontvangt PvdA graag meer duidelijkheid over de toevoeging vanuit het Masterplan, aangezien dit project ook al bestaat.  De bereikbaarheid van het Programmabureau laat te wensen over en de PvdA wil dit graag verbeterd zien.

Lid YACOUBI spreekt namens zijn fractie waardering uit voor het document, maar hij heeft alsnog enkele kritische vragen en opmerkingen: Veel beleid en vele activiteiten bestaan reeds en namens DENK stelt lid Yacoubi de vraag wat er is toegevoegd vanuit het Masterplan. Ook zou hij graag zien dat het Masterplan online wordt geplaatst, zodat het voor iedereen toegankelijk is en de transparantie wordt gewaarborgd. Verder verwijst lid Yacoubi naar pagina 10, waar wordt beschreven dat tientallen jongeren in Osdorp-Oost aan banen zijn geholpen. De tekst op pagina 11 spreekt dit juist weer tegen. Hij vraagt de wethouder uit te leggen hoe zich dat tot elkaar verhoudt. Lid HENDRIKS vindt het vreemd dat dit onderwerp nu in de raadscommissie wordt besproken en pas later in de Stadsdeelcommissie. Hij zag liever dat er vanuit de Stadsdeelcommissie een uitgebreid advies was gekomen en stelt dat er immers geen haast was voor de commissie SO om het onderwerp nu te agenderen. De VOORZITTER schorst de vergadering om 20.30 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 20.43 uur De VOORZITTER biedt bij wijze van uitzondering de heer Boon de gelegenheid om de gestelde vragen van enkele leden alsnog te beantwoorden. Dit had eigenlijk moeten gebeuren direct na het inleidende betoog van de heer Boon en niet in de eerste termijn van het debat.

De heer Boon zal antwoorden namens zijn eigen partij en niet namens de gehele Stadsdeelcommissie. Lid BOON is van mening dat schade als gevolg van incidenten moet worden hersteld, maar niet onder de noemer van het Nationaal Programma, dat meer is gericht op de visie voor de komende twintig jaar. Als antwoord op de vraag van lid Van Munster legt lid Boon uit, dat er eerst een wijkalliantie wordt opgericht, die wordt geleid door een van de maatschappelijke instituten. Hierna wordt er aan de bewoners gevraagd wat zij willen. Hij vraagt zich af waarom er niet eerst met de bewoners is gepraat, voorafgaand aan dit proces.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

Lid VAN MUNSTER vraagt lid Boon welke procedure er kan worden gevolgd om het vertrouwen te herstellen. Lid BOON stelt voor te kijken naar stadsdeel West, waar minder wantrouwen is. Daar zijn echter ook problemen en daar werken ook organisaties samen. Volgens lid Boon is een goede manier om een wijkalliantie op te richten van bewoners, ondernemers en lokale initiatieven en hierbij de grote spelers, zoals de woningcorporaties, even buiten beschouwing te laten. Hierbij verwijst lid Boon tevens naar de Participatieverordening, die een paar nieuwe rechtspunten behelst, waarbij bewoners zelf het initiatief kunnen nemen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink voor de beantwoording van de vragen. Wethouder GROOT WASSINK benadrukt dat het onderliggende document een product is van de Alliantie. De wethouder zegt toe dat hij in samenspraak met de Stadsdeelvoorzitter Ünver de bijdragen van de commissie mee zal nemen ten behoeve van de definitieve versie. Voor de wethouder is het niet bezwaarlijk dat deze bespreking plaatsvindt, voordat het in de Stadsdeelcommissie aan bod is geweest. Hij hoopt ook dat er veel reacties en inbreng ook van anderen zullen komen en verwijst naar de bijeenkomst van 27 januari, wanneer er met bewoners zal worden gesproken. De wethouder heeft gemerkt dat er bij sommige leden behoefte bestaat aan meer concretisering.

Hij zal hier in zijn beantwoording nader op ingaan. Voor nu verwijst de wethouder naar de TKN-stukken die gaan over monitoring. Wethouder Groot Wassink vraagt zich af of er ooit aan de verwachtingen van lid Staartjes kan worden voldaan, maar het is wel het streven. Hij verwacht dat de concretisering kan worden bereikt, die samen met de monitoring ook het lid Staartjes in staat stelt er een mening over te vormen. Als antwoord op de vraag van lid Yacoubi erkent de wethouder dat er sprake is van bestaand beleid, maar hier worden ook wel wijzigingen aangebracht of er wordt iets aan toegevoegd. Binnen de gemeentelijke inzet is er sprake van meer-beter-anders en de wethouder noemt enkele voorbeelden. Hij attendeert de leden op de aanvullende acties op het gebied van werk, specifiek gericht op Nieuw-West. De wethouder erkent dat er een discrepantie lijkt te bestaan tussen meer jongeren aan het werk en de stijgende cijfers van jeugdwerkeloosheid en schoolverlaters. In NieuwWest worden aanvullende investeringen gedaan om de uitstroom uit de bijstand te stimuleren. In antwoord op de vraag van lid Bouhassani geeft de wethouder aan dat de alliantiepartners wel degelijk een bijdrage leveren, zoals het om, de politie en het onderwijs. Dit hoeft niet altijd een financiële bijdrage te zijn, maar kan ook een verandering van inzet betekenen.

Het is belangrijk om te bepalen over welke middelen er gezamenlijke besluitvorming plaatsvindt. Er zijn geoormerkte middelen, waarvan vaststaat waar ze voor moeten worden ingezet, maar er zijn ook andere middelen, zoals vanuit de SPUK, waarover gezamenlijk moet worden besloten hoe die worden besteed. Tevens zijn er gemeentelijke middelen die worden overgedragen voor verschillende programma’s conform bestedingsvoorstellen en waarvan een gedeelte wordt overgedragen aan de alliantie. Het is van belang dat de gemeenteraad hier inzicht in heeft en dat er verantwoording over plaatsvindt. De wethouder is het niet eens met de stelling van lid Boon dat dit maatschappelijke organisaties zijn. In zijn optiek moeten allianties door bewoners worden gedragen. In antwoord op een vraag van lid Bouhassani verwijst de wethouder naar een brief aan de raad, waarin werd beschreven dat het college de garantieknop wil starten in NieuwWest. Met betrekking tot het project ‘Gewoon Geld geven’ wordt gekeken naar andere vormen van inkomensvoorziening in Nieuw-West. Het is geen tweede pilot, maar een uitbreiding van de bestaande met een focus op Nieuw-West. Dit geldt eveneens voor het project Buurtbanen.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

Lid BOUHASSANI refereert aan het document waarin wordt beschreven dat de vraag uitstaat wat de allianties formatief kunnen bijdragen de komende jaren. Zij vraagt de wethouder wanneer de raad informatie kan verwachten over de bijdragen van de alliantiepartners. Wethouder GROOT WASSINK kan op dit moment nog niet aangeven op welke termijn het college de bijdragen van de allianties inzichtelijk zou kunnen maken. De wethouder zegt toe dat dit inzichtelijk wordt gemaakt voor de raad bij de volgende rapportage. De wethouder noemt Notweg 32 een voorbeeldcase van hoe een dergelijk project moet worden uitgevoerd. In de verdere uitwerking van verschillende domeinen zal dit nadrukkelijk terugkomen. Lid BOUHASSANI zou het duidelijker vinden als in het document wordt aangegeven dat het gaat om bestaande projecten die op een bepaalde wijze worden uitgebreid. Dit komt de inzichtelijkheid van de raad ten goede. Wethouder GROOT WASSINK zegt toe dat hier gehoor aan wordt gegeven en wordt aangepast in het definitieve plan. Hij nodigt de leden uit om input te blijven geven om beschrijvingen explicieter te maken, die kan worden meegenomen naar de definitieve versie. Wat betreft zijn toezegging om te rapporteren zal de wethouder nog even moeten achterhalen wat anderen hiervan vinden en de vorm waarin de rapportage kan plaatsvinden.

De wethouder kan worden aangesproken op de gemeentelijke inzet, en de wethouder zal de alliantiepartners aanspreken op hun inzet. Lid BOUHASSANI legt uit waarom zij dit punt aan de orde stelde en zij constateert dat de wethouder het hiermee eens is. Wethouder GROOT WASSINK bevestigt dit. Tevens vraagt hij zich bezorgd af wat de politieke ontwikkelingen betekenen voor deze aanpak. Op dit moment worden er vanuit het Rijk middelen beschikbaar gesteld die voor Nieuw-West zeer belangrijk zijn. Dit zijn geoormerkte middelen. Tevens zijn er gemeentelijke middelen en uiteindelijk moet daar ook een bijdrage van alliantiepartners bijkomen. Bij de toepassing van het herstelrecht, wat lid Veldhuyzen te berde bracht, valt waar te nemen hoe er in de veiligheidsketen wordt nagedacht over oplossingen. In reactie op het betoog van lid Bilgin geeft de wethouder aan dat juist bij de inkoop wordt gekeken naar alternatieve methoden. Het lijkt de wethouder interessant om coöperatieven in te zetten, zoals door wethouder Mbarki in de visie Lokale Economie is benoemd. De wethouder beaamt dat kunst een belangrijke bron is. Lid Lust heeft aangegeven dat er sprake moet zijn van duurzame en structurele verandering en de wethouder erkent dat dit de essentie is van het Programma, maar dat is ingewikkeld in de samenwerking met elkaar en met de verschillende partijen.

De wethouder benadrukt het belang van de rol van de programmadirecteur als aanjager, hoeder en bewaker van de processen. Hij zal moeten bewaken dat er niet wordt teruggevallen in dezelfde patronen. In antwoord op de vraag van lid Krom geeft de wethouder aan dat de verdere uitwerking er zal komen. De buslijnen is een collegeverantwoordelijkheid. De wethouder erkent dat vertrouwen een cultuurprobleem is. Vanuit de burgemeester is er al een reflectie over de opkomst bij de verkiezingen verschenen. Ten aanzien van de governance code geeft de wethouder aan dat er een vertrouwensprotocol is gedeeld met de raad via de Dagmail. Dit kan worden beschouwd als een governance code. Op dit moment is er geen programma dat die rechtsvorm heeft. Het lijkt de wethouder bovendien overbodig om nu weer een discussie te houden over governance, er zijn genoeg zaken die moeten worden aangepakt, zoals communicatie en

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

bewonersbetrokkenheid. Er is ook al wat bereikt, zoals het programma met de Haven om jongeren aan het werk te helpen en het wordt tijd om zichtbaar te maken wat de inzet is. Als reactie op het betoog van lid Staartjes beaamt de wethouder dat de informatiehuishouding nog niet op orde is, maar daar wordt aan gewerkt. Ook heeft het volgens de wethouder geen zin om kritiek te hebben op de directeur, aangezien deze, hoewel in dienst van de gemeente, een onafhankelijke positie bekleedt. De wethouder geeft aan dat het belangrijk is om een manier te vinden om jongeren uit de criminaliteit te krijgen en te houden. Dit betekent een ander perspectief bieden dan snel-geld. Dit is de onderliggende gedachte bij de term ‘merk Samenleving’. De wethouder weet niet of dit de beste oplossing is, maar hij vindt het belangrijk dat dit wordt geprobeerd. Het verheugt de wethouder dat lid Staartjes hem heeft gewezen op de bijeenkomst in Nijmegen. Lid STAARTJES vraagt de wethouder waarom hij akkoord is gegaan met een aantal omschrijvingen in een analyse in het convenant, die in het uitvoeringsprogramma volgens lid Staartjes op een verkeerde manier zijn uitgewerkt. Wethouder GROOT WASSINK is het niet eens met lid Staartjes. Lid STAARTJES vraagt of de wethouder van mening is dat het versterken van het ‘merk Samenleving’ dé manier is om de mensen uit de criminaliteit te halen.

Wethouder GROOT WASSINK ontkent dat hij zou hebben aangegeven dat dit dé manier is en zo is dat ook niet in het document gesteld. Lid STAARTJES vraagt de wethouder of hij van mening is dat het ‘merk Samenleving’ een manier is om mensen uit de criminaliteit te houden, dan wel de aangewezen manier in het Nationaal Programma. Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat dit een manier is. Hij vervolgt de beantwoording. De wethouder was niet op de hoogte van een bijeenkomst in Nijmegen. Evenmin wist hij van een projectleider Lokale Betaalsystemen. Hij refereert aan een bijeenkomst van 27 september 2023 waarbij er is gesproken over een onderzoek naar lokale betaalsystemen, maar de wethouder geeft aan dat hier op dit moment niet op wordt ingezet en de organisatie is verzocht om de titulatuur aan te passen. Lid BILGIN geeft aan hoe de onderzoeker wordt geïntroduceerd bij het Nationaal Programma Nieuw-West en hij vraagt de wethouder of dit nog van toepassing is. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat hij verbaasd was over deze introductie en daarom heeft gevraagd of dit kan worden aangepast. Lid BILGIN vraagt of deze functionaris nog werkzaam is binnen het Nationaal Programma en wat zijn werkzaamheden inhouden.

Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat er in het verleden onderzoek is gedaan naar lokale betaalsystemen, waarvan de wethouder melding heeft gemaakt in september 2023 en hij refereert aan de discussie die hierover ontstond. Maar dit heeft niet geresulteerd in een ambitie om een lokaal betaalsysteem op te zetten. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ünver, Stadsdeelvoorzitter. De heer ÜNVER (Stadsdeelvoorzitter) geeft aan dat de kogelgaten waaraan lid Krom refereerde, zijn afgeplakt en dat er tevens een informatiefolder vanuit de burgemeester, inzake de status van het pand, is aangeplakt. Helaas is dit door onbekenden verwijderd. Ook in andere wijken zijn er dergelijke voorvallen die niet worden opgepakt en de heer Ünver vraagt zich af of dit thuishoort in het Nationaal Programma. Hij erkent dat het

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

vergroten van het veiligheidsgevoel in Nieuw-West een grotere opgave is dan in andere wijken van Amsterdam. Dit heeft ook te maken met hoe de wijk is ingericht. Ook andere factoren spelen hierbij een rol, zoals het ophalen van afval en de straatverlichting. Er zijn snelle interventieteams voor de openbare ruimte opgezet, die zich hiermee bezighouden. Toch voelen de bewoners van Nieuw-West zich achtergesteld bij de rest van de stad en dat is volgens de heer Ünver terecht. In antwoord op de vraag van lid Veldhuyzen geeft de heer Ünver aan dat er zou worden gekeken hoe de vijf zetels in het Alliantie Bestuur worden ingevuld. Hierbij wordt ook rekening gehouden met diversiteit. De heer Ünver zegt toe de uitkomst te zijner tijd te doen toekomen aan de raad. De heer Ünver vindt het een goed idee om de bewoners een extra controlepositie op de bestedingen toe te bedelen, maar het lijkt hem lastig om hiervoor de juiste bewoners te vinden. Zij moeten in elk geval bepaalde rekenkamervaardigheden bezitten. Hij stelt voor dit in te brengen als onderdeel van het vergroten van de bewonersbetrokkenheid. Lid VELDHUYZEN is blij met de toezegging en vraagt of de raad vanuit het college hierover informatie krijgt over hoe dit wordt uitgevoerd. De heer ÜNVER (Stadsdeelvoorzitter) zal dit inbrengen bij de volgende ABvergadering.

Hij kan niet vooruitlopen op de reactie die hierop komt, maar hij zal de raad hiervan op de hoogte stellen. Vervolgens verwijst de heer Ünver naar het verzoek van een van de raadsleden om een conferentie te organiseren met jongeren. Hij zal dit in Q1 van dit jaar oppakken en zal de leden hiervoor uitnodigen. Hij is van mening dat de inbreng van jongeren het eigen beleid kan versterken. Vervolgens beaamt de heer Ünver het belang van het betrekken van religieuze en migratieorganisaties bij het Programma. Hij gaat hierover met de programmaorganisatie in gesprek en hij zal dit inbrengen bij het Alliantie Bestuur. Hij noemt een aantal vraagstukken die er spelen op dit gebied. Volgens de heer Ünver is het wantrouwen dat er bestaat niet uniek voor NieuwWest, maar speelt dit ook op andere plekken in de stad en in de samenleving. Hij geeft hier een verklaring voor. Voor Nieuw-West is het een vraagstuk waar de gemeente alert op moet zijn en zij moet kijken waar dit wantrouwen uit voortkomt. De heer Ünver hoopt dat dit Nationaal programma zal helpen om de oorzaken van het wantrouwen weg te nemen. Lid VELDHUYZEN vraagt aan de Stadsdeelvoorzitter of er nog een verdere uitwerking komt van de ontwerpgroepen. De heer ÜNVER (Stadsdeelvoorzitter) beaamt dit, alsmede informatie over de positie en de vertegenwoordiging met betrekking tot de vijf zetels in het Alliantie Bestuur.

Hij zegt toe om dit in te brengen in de eerstvolgende AB-vergadering en dit terug te koppelen naar de raad. Lid BOUHASSANI refereert aan haar vraag over de bereikbaarheid en de bekendheid van het Nationaal Programma. Wethouder GROOT WASSINK is het eens met lid Bouhassani dat de bereikbaarheid en de bekendheid verbetering behoeven. De wethouder zegt toe om voor de volgende vergadering de communicatie en bereikbaarheid te agenderen. Het lijkt hem tevens zinvol om voor de gemeenteraad een gesprek te organiseren met het Alliantie Bestuur en het programmateam. Lid BOUHASSANI is het hiermee eens. Lid YACOUBI refereert aan zijn vraag over de transparantie en het openbaar maken van nieuwe initiatieven en wat hiervan de resultaten zijn.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

Wethouder GROOT WASSINK stelt voor om dit in de monitoring mee te nemen. Bij de eerstvolgende bespreking van het document zal hier wat uitgebreider op in worden gegaan. Lid VAN MUNSTER stelt voor om in dit stadium in het kader van communicatie er kritisch naar te kijken of de mensen die bereikt moeten worden ook inderdaad bereikt worden. Dit geldt ook voor digitaal laaggeletterden, die wellicht niet op online platforms terecht kunnen. Wethouder GROOT WASSINK vindt dit een zeer terecht punt en refereert aan de bijdrage van lid Khan hierover in de laatste gemeenteraad. De wethouder zegt toe dit mee te nemen in de besprekingen. Lid BOUHASSANI vraagt in een punt van orde hoe de verdere gang van zaken is met betrekking tot dit concept-document. Wethouder GROOT WASSINK zegt toe alle input van deze bijeenkomst in te brengen bij de Alliantie. Het is de bedoeling om eind februari 2024 een definitief uitvoeringsprogramma vast te stellen. Dit zal dan worden gedeeld met de raad. De raadsleden, maar ook anderen, kunnen nog punten inbrengen, die dan worden besproken bij de Stadsdeelcommissievergadering van volgende week. Uiteindelijk is er dan sprake van een definitieve versie. Lid BOUHASSANI begrijpt dat er alsnog een definitieve versie wordt besproken in de commissie en dat er dan de mogelijkheid is om dit te agenderen in de gemeenteraad.

Wethouder GROOT WASSINK kan niet beslissen over de agenda van de raad. De VOORZITTER beaamt dat de mogelijkheid, die lid Bouhassani noemt, bestaat. Zij stelt vast dat het agendapunt hiermee voldoende is besproken. De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Bespreekpunten Economische Zaken 4. Bespreken van het initiatiefvoorstel Reclaim het Centrum van de leden Nadif, Bentoumya en IJmker (GroenLinks) en de bestuurlijke reactie (VN2023-027136) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat allereerst de initiatiefnemers de gelegenheid krijgen om een korte toelichting te geven op het voorstel. Zij legt hierbij de vergaderorde uit, voornamelijk met betrekking tot de spreektijden. Lid NADIF geeft aan dat zij en haar collega’s al anderhalf jaar bezig zijn met de uitwerking van het initiatiefvoorstel. De initiatiefnemers focussen zich op de wijk Centrum vanuit hun eigen portefeuilles: Economische Zaken, Veiligheid en Aanpak Binnenstad. Centraal in het voorstel staan de structurele veranderingen die nodig zijn. Er zijn al veel initiatieven in de wijk en veel goede ideeën over samenwerking om van het Stadsdeel Centrum een mooier en veiliger stadsdeel te maken. De opgave wordt bijzonder bemoeilijkt door de vele bezoekers en de druk op het vastgoed.

Dit laatste maakt het moeilijk voor startende ondernemers of maatschappelijke organisaties om een plek te vinden in dit stadsdeel.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

De initiatiefnemers hopen dat hun voorstel de discussie losmaakt over wat er moet gebeuren met het Centrum. Vanuit de Stadsdeelcommissie zijn er al goede adviezen gekomen. Hier wordt in de bijdragen verder op ingegaan. Lid HENDRIKS geeft bij punt van orde aan dat hij meende dat de andere initiatiefnemer ook het woord ging voeren. Lid KROM verwijst naar punt 1 in het voorstel en zij vraagt of de initiatiefnemers zich kunnen vinden in de reactie van de wethouder. Lid IJMKER geeft aan dat er aanvankelijk een discussie was over welk gebied het voorstel betreft, de Binnenstad of Stadsdeel Centrum. Het college heeft aangegeven het voorstel mee te nemen bij de Aanpak Binnenstad, terwijl voor de initiatiefnemers een breder gebied geldt. Lid LELKES vraagt wat er wordt bedoeld bij punt 3 met ‘eerlijk werkgeverschap’. Lid IJMKER geeft aan dat het hierbij gaat om banen die een leefbaar loon opleveren. Mevrouw PERDOK (Stadsdeelcommissielid) geeft aan dat het initiatiefvoorstel een belangrijke toevoeging is aan de inspanningen die al worden geleverd. Ook voor de Stadsdeelcommissie geldt dat het Centrum niet alleen de Binnenstad betreft, maar het gehele Stadsdeel Centrum. Mevrouw Perdok beschrijft het karakter van het bijzondere Stadsdeel, waar echter de balans tussen de bewoners en de andere deelnemers aan dit gebied zoek is.

Het is zaak ervoor te zorgen dat het voor de bewoners een fijne plek is om te wonen. Uit gesprekken blijkt dat verbinding hierbij een belangrijke factor is en hier wordt aan tegemoet gekomen door initiatieven als ondernemerschap-met-social-impact en de Community Land Trust. Het creëren van ontmoetingsplekken kan een bijdrage leveren aan de bestrijding van eenzaamheid. Er zijn echter weinig betaalbare ontmoetingsplekken. Het is daarenboven belangrijk dat de bewoners zeggenschap hebben over wat er voor hen nodig is. Mevrouw Perdok vestigt de aandacht op de vergrijzing die plaatsvindt in de wijk. Er zal moeten worden geïnvesteerd in jongeren en in jonge gezinnen. Bij punt 5 worden initiatieven genoemd die voornamelijk gaan over vergroening en dat is terecht volgens mevrouw Perdok. Maar zij pleit tevens voor initiatieven met een sociale impact. Hiervan noemt zij een aantal voorbeelden. Het benadrukken van positiviteit in het initiatiefvoorstel sprak de Stadsdeelcommissie zeer aan. Mevrouw Perdok nodigt de leden uit om een bezoek te brengen aan het Stadsdeel om dit zelf te ervaren. Tot slot verklaart mevrouw Perdok dat de Stadsdeelcommissie het initiatiefvoorstel steunt en dat zij benieuwd is hoe de adviezen zullen terugkomen in dit voorstel.

Lid HENDRIKS vraagt of de adviezen zo zwaar wegen voor de Stadsdeelcommissie, dat het aanleiding is om het initiatiefvoorstel niet langer te steunen, indien sommige niet meegenomen worden in het voorstel. Mevrouw PERDOK (Stadsdeelcommissielid) geeft aan dat sommige adviezen, die te maken hebben met verbinding en sociale cohesie heel belangrijk zijn. Zij is van mening dat het initiatiefvoorstel juist hierover gaat en ziet vooralsnog geen aanleiding het initiatiefvoorstel af te wijzen. De VOORZITTER geeft aan dat de vergadering nu wordt vervolgd met de eerste termijn van de bespreking.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

Lid IJMKER licht het voorstel toe vanuit Economische Zaken. Zij constateert dat er in het Centrum veel geld wordt verdiend, maar dat komt niet ten goede aan de bewoners aldaar of Amsterdammers buiten het Centrum. De initiatiefnemers kunnen zich vinden in de bestuurlijke reactie op het onderwerp Ontmoetingsplekken. Hierbij gaat het meer om het vergroten van de toegankelijkheid, verschillende doelgroepen, betaalbaarheid en herkenbaarheid. Zij vraagt de wethouder toe te lichten op welke manier dit zal worden uitgevoerd. Er liggen ook kansen voor de religieuze gebouwen als ontmoetingsplek. Lid IJmker is blij met de positieve reactie van de wethouder op de ankerinstituten. Deze hebben een vaste plek in het stadsdeel en hebben een duurzame rol. Zij kunnen vanwege hun schaalgrootte ook wel significant impact maken wanneer ze lokaal gaan inkopen. En hoewel iedereen welkom is om mee te doen, zou de prioriteit hierbij moeten liggen bij de grote instellingen. Er is verschil van mening tussen de raad en het college over Community Land Trust. Lid IJmker pleit ervoor om het in ieder geval te proberen om erachter komen tegen welke problemen je dan aanloopt. Lid NADIF is het eens met mevrouw Perdok dat de zeggenschap bij de bewoners moet liggen. Bovendien is gebleken dat bewoners zeer actief zijn.

Voor de initiatiefnemers is het belangrijk dat de initiatieven en pilots deel uit gaan maken van een standaardbeleid en niet steeds worden beschouwd als losse projecten. Wanneer het beleid wordt aangepast kunnen de initiatieven beter worden gefaciliteerd. Lid Nadif mist deze vertaalslag in de reactie van het college. Vervolgens verwijst lid Nadif naar punt 7 in het voorstel. Het verheugt haar dat er geregeld kennisuitwisseling plaatsvindt van de masterplannen en programma’s tussen de verschillende stadsdelen. Aan de masterplannen wordt deelgenomen door verschillende organisaties naast de gemeente. Er is behoefte om van elkaar te leren en lessen door te geven onder de verschillende stadsdelen. Daarbij is het ook nodig de economische banden tussen de verschillende stadsdelen te versterken. Tenslotte noemt lid Nadif een aantal problemengebieden op in het Stadsdeel Centrum, zoals de sociale impact, de (on)zichtbaarheid van bepaalde groepen en zij vraagt de Stadsdeelvoorzitter en de wethouder hierop te reflecteren. Lid HENDRIKS ondersteunt de grote lijnen van het initiatiefvoorstel, maar heeft enkele vragen:  Hebben de indieners inzicht hebben in de kosten van dit voorstel?  Het college heeft in haar reactie aangegeven dat een aantal punten ondersteuning van bestaand beleid is.

Zijn de initiatiefnemers het hiermee eens?  Ten aanzien van punt 3 wil lid Hendriks graag weten of de initiatiefnemers met de ankerinstituten hebben gesproken en wat de reacties van hieruit zijn;  Het college vraagt de initiatiefnemers om punt 4 gewijzigd in te dienen. Zijn de initiatiefnemers het eens met de argumentatie van het college en zullen zij een gewijzigde versie van dit punt indienen? Zo ja, hoe gaat dit punt dan luiden? Ten aanzien van de adviezen van de Stadsdeelcommissie vraagt lid Hendrik zich af wat de initiatiefnemers vinden van het advies om de lokale media te ondersteunen. Ook wil lid Hendriks weten hoe de concrete ideeën inzake de minima en de werkende armen worden geïntegreerd in de plannen. Lid IJMKER geeft aan in een punt van orde dat vragen aan de initiatiefnemers niet meer worden beantwoord in verband met de vergaderorde. De VOORZITTER is bereid bij wijze van uitzondering de initiatiefnemers in de gelegenheid te stellen de vragen van lid Hendriks te beantwoorden.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

Lid IJMKER geeft aan dat zij hebben gesproken met een aantal ankerinstituties en die hebben positief gereageerd. Naar aanleiding van de adviezen van de Stadsdeelcommissie en de suggesties van het college zullen de initiatiefnemers een gewijzigd voorstel schrijven. Lid KROM verklaart namens haar fractie dat zij het initiatiefvoorstel ondersteunt. Zij is van mening dat het plan met de focus op lokaal eigenaarschap, onderlinge verbinding en meer zeggenschap door bewoners eraan kan bijdragen dat Amsterdammers zich weer thuis gaan voelen in het Centrum van hun eigen stad. Zij vraagt de wethouder of wat er in het voorstel wordt genoemd ter bestrijding van de monocultuur hetzelfde is wat er in de Aanpak Binnenstad wordt beschreven. Acht de wethouder het realistisch om de monocultuur in de Binnenstad aan te pakken als er sprake is van een beperkende factor zoals de hoge prijzen? Ook vraagt zij de wethouder na te denken over het geven een alternatieve invulling van het principe dat schuilgaat achter de precaire situatie waarin wijkcentra zich bevinden. Lid Krom lijkt het aanvullen van de vastgoedreserve met 10 miljoen euro een druppel op de gloeiende plaat wanneer je naar de huidige vastgoedprijzen kijkt. Zij vraagt de wethouder waar dit bedrag vandaan komt en waar het toe zou bijdragen.

Lid SCHMIT wil de initiatiefnemers het volgende meegeven wanneer zij de volgende stap gaan maken met dit voorstel. Kijk welke acties er al zijn gepland bij de Aanpak Binnenstad en laat het initiatiefvoorstel met nieuwe acties komen. Beschrijf in de herziene versie van het voorstel hoe de bestaande praktische initiatieven van bewoners ondersteund kunnen worden. Lid Schmit noemt een aantal initiatieven die hij zelf heeft gezien. Hij suggereert dat het meer waarde heeft om pragmatisch te kijken naar de initiatieven van bewoners in plaats van de focus te leggen op de Community Wealth Building. Vastgoed is volgens lid Schmit de sleutel tot verbetering van de Binnenstad en hij vraagt zich af of Community Land Trust hierbij een oplossing biedt. Hij verwijst naar de twee instituties die er zijn, namelijk N.V Zeedijk en Stadsgoed en die op basis van ervaring en middelen in staat zijn om de verandering in vastgoed in de Binnenstad te realiseren. Lid NADIF geeft aan dat CLT eerder een versterking dan een concurrent is voor de genoemde instituties. Lid SCHMIT meent dat er een keuze moet worden gemaakt en hij zou kiezen voor N.V. Zeedijk en Stadsgoed. Ook hij erkent dat er voortvarend moet worden opgetreden in de Binnenstad. Hij vraagt de wethouder en de Stadsdeelvoorzitter binnen welke termijn de bespreking van de Binnenstad in de commissie plaatsvindt en vervolgens in de raad.

Met de huidige agendaplanning zou dit dan pas in maart of april kunnen worden vastgesteld. Dit duurt voor lid Schmit te lang als er recht moet worden gedaan aan de bewoners van de stad en hij zou graag zien dat dit anders wordt georganiseerd. Lid OLIVIEIRA sluit zich namens zijn fractie aan bij de gestelde vragen en voegt daar de volgende vragen aan toe, die hij richt aan de initiatiefnemers: Is er ook gesproken met horeca- en winkelondernemers en wat waren de reacties? Zijn er met deze ondernemers afspraken gemaakt over de ruimtes die zij eventueel ter beschikking stellen? De VOORZITTER geeft wederom bij wijze van uitzondering het woord aan lid Nadif voor de beantwoording van deze vragen. Lid NADIF beaamt dat er is gesproken met deze ondernemers. In informele sfeer worden er dan ook regelmatig ruimtes ter beschikking gesteld, bijvoorbeeld om bewoners

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

in de gelegenheid te stellen elkaar te ontmoeten. De initiatiefnemers zouden deze activiteiten graag versterken. Het is goed om te zien dat de sociale cohesie niet alleen door de gemeente wordt gefaciliteerd, maar ook door de ondernemers zelf en ankerinstituten. Lid STAARTJES geeft namens zijn fractie aan dat het voor hem nog niet duidelijk is wat het initiatiefvoorstel toevoegt aan het bestaande beleid en hij hoopt dat de volgende versie dit wat scherper stelt. In aansluiting op de vraag van lid Krom over de extra 10 miljoen vraagt lid Staartjes hoe dit zich verhoudt tot het eerder besproken Strategische Huisvestingsplan. Ook wil hij weten of andere stadsdelen eveneens aanspraak willen maken op een extra bedrag ten behoeve van het verwerven van vastgoed. Volgens de VVD is dit namelijk en stedelijk probleem. Wethouder MBARKI geeft aan dat de gemeente hierin staat voor een grote uitdaging die zich niet alleen beperkt tot de bewoners en ondernemers van het Centrum. Ook de andere Amsterdammers hebben baat bij een centrum waar zij zich veilig kunnen voelen en graag willen zijn. De wethouder verwijst naar de publicatie van de uitvoeringsagenda Binnenstad 2024, die volgende week plaatsvindt. Hierbij wordt duidelijk dat er veel is gedaan en wordt gedaan. De wethouder acht het belangrijk dat er naast reguleren ook wordt nagedacht over welke richting er met de invulling wordt gekozen.

De wethouder benadrukt het belang van de ankerinstituten in de wijk. Hij maakt onderscheid tussen ankerinstituten die zich richten op de bewoners en ankerinstituten die door ondernemers worden georganiseerd. Er moet dan gekeken worden naar hoe deze elkaar versterken. Vervolgens constateert de wethouder dat de bewonersgroepen veelzijdig zijn. De Aanpak Binnenstad betreft het hele Centrum, maar het oude stadshart heeft weer andere uitdagingen. De wethouder stelt dat een aantal genoemde acties al wordt gedaan en het initiatiefvoorstel is hierop een aanvulling, zoals het vastgoed verwerven genoemd bij punt 4. Hij geeft hiervan een aantal voorbeelden. De keuzes die hiervoor worden gemaakt zijn gebaseerd op effectiviteit bij het verwerven van de panden. In antwoord op de vraag van het lid Krom geeft de wethouder aan dat de vastgoedreserve is bedoeld om het onrendabele deel te financieren als er een pand wordt aangekocht door een Deelneming. Hij erkent dat er meer geld nodig is. De principes van de CLT zal de wethouder aan de orde stellen in de gesprekken met de Deelnemingen. Maar hij wil vasthouden aan de richting waar nu voor is gekozen, het verwerven van vastgoed en dit als woonfunctie bestemmen.

Lid IJMKER geeft aan dat de indieners met CLT niet bedoelen dat de gemeente alle financiële risico’s draagt, maar dat er wordt onderzocht in welke samenwerkingsverbanden het verwerven van panden kan worden uitgewerkt. Wethouder MBARKI stelt dat de gemeente al bezig is met het onderzoeken van coöperatieve vormen. Hij houdt vast aan het bestaande beleid, dat inhoudt het verwerven van panden en deze teruggeven aan de bewoners van Amsterdam. Het gaat hierbij niet om het verwerven van grond. Lid NADIF verwijst naar een aantal vragen dat nog niet is beantwoord. Dit betreft het lerend vermogen van de gemeente en hoe de kennisuitwisseling tussen de stadsdelen kan worden versterkt. Ook wil zij nog weten hoe pilots en experimenteren kunnen worden verankerd in beleid. Wethouder MBARKI geeft aan dat er voorbeelden aangewezen kunnen worden van kennisuitwisseling tussen de stadsdelen.

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

Lid NADIF verduidelijkt dat het haar ook gaat bij het uitwisselen van ervaringen om de ondernemers en de bewoners onderling. Wethouder MBARKI verwijst hiervoor naar de BIZ-en in de verschillende stadsdelen, het Stedelijk Ondernemersoverleg en de inzet van de gemeente om ervoor te zorgen dat er een goede uitwisseling plaatsvindt. De wethouder heeft geen zicht op de uitwisseling van ervaringen tussen bewonersgroepen onderling. Lid SCHMIT vraagt wanneer de update Binnenstad wordt gepubliceerd, zodat hij een indicatie heeft wanneer dit in de commissie en vervolgens in de raad aan de orde kan komen. Lid Schmit maakt zich zorgen over de lange tijdsduur. Wethouder MBARKI deelt deze zorg, aangezien volgens zijn berekening de vaststelling pas in maart kan plaatsvinden. Hij heeft echter geen zeggenschap over de agenda van de raad. Lid SCHMIT stelt bij een punt van orde voor om een extra of vervroegde vergadering van de commissie SO in te lassen over drie weken. De VOORZITTER geeft aan dat dit nu niet kan worden besloten. De commissie zal hierover per e-mail op de hoogte worden gehouden. Mevrouw STRENS (Stadsdeelvoorzitter Centrum) beschrijft wat er centraal staat in het voorstel. Zij verwijst in het kader van het toegankelijk maken van ontmoetingsplekken naar de samenwerking tussen vijf BIZ-en, de Stuurgroep Nieuwmarkt.

Dit heeft tot doel het realiseren van een platform waar ondernemers en bewoners kunnen laten zien wat er al is gebeurd. Ook het onderling contact wordt hiermee gefaciliteerd. Als voorbeeld noemt zij Taboe, een initiatief op de Zeedijk. Hier is het mogelijk om radio te maken en podcasts op te nemen. Vanuit de sociale basis wordt er ook gekeken naar verborgen armoede en de sociale impact. Vanuit Aanpak Binnenstad is er een aantal subsidies beschikbaar voor jonge en culturele ondernemers, die graag in de Binnenstad willen ondernemen. Er zijn hiervan al enkele voorbeelden waar dit mogelijk is gemaakt. Mevrouw Strens stelt dat er een lange adem nodig is om het verschil te maken, maar er zijn nu al kwesties waar moet worden ingegrepen om die economische structuurverandering te bewerkstelligen en dat er een ander aanbod komt op wonen. Er wordt ook nadrukkelijk gekeken naar het bewonen van de leegstaande ruimtes boven winkels. Dit kan een wezenlijke verandering aanbrengen in het karakter van de buurt. De VOORZITTER dankt de sprekers voor hun inbreng en stelt vast dat dit agendapunt voldoende is besproken. Er komt een gewijzigd initiatiefvoorstel en het onderliggende document wordt niet geagendeerd voor de raad.

Vervolgens geeft zij aan inzake het ordevoorstel van lid Schmit, dat een extra of vervroegde bijeenkomst van de commissie SO kan plaatsvinden indien tenminste vier fracties hiermee akkoord gaan. Ook moet er een schriftelijke motivatie voor de extra of vervroegde vergadering worden ingediend. Lid SCHMIT acht het noodzakelijk dat de Stadsdeelcommissie hierin wordt meegenomen. De VOORZITTER geeft aan dat zij het gemotiveerde verzoek van D66 en drie andere fracties tegemoet ziet. De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.30 uur.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Conceptraadscommissieverslag, 10 januari 2024

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13869842/2