CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 Raadsinformatiebrief meer Amsterdammers te ondersteunen via sociaal werk.pdf

RAAD 11 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake meer Amsterdammers ondersteunen via sociaal netwerkpartners (reguliere werkgevers, Pantar en sociale firma's) (VN2025-007098)3.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam

Datum 10 december 2024 Portefeuille(s) Sociale zaken Portefeuillehouder(s) Rutger Groot Wassink Behandeld door

WPI, bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl

Onderwerp

Voortgangsbrief meer Amsterdammers te ondersteunen via sociaal werk

Geachte leden van de gemeenteraad, Het college zet extra in op het aan het werk helpen en houden van Amsterdammers met beperkte kansen op de arbeidsmarkt en een minder kansrijk profiel. Zoals eerder aangegeven in de brieven van d.d. 27 juni 2023 en 27 november 20231 . Het college heeft de ambitie dat het aantal Amsterdammers dat aan het werk is met extra ondersteuning in 2026 nagenoeg is verdubbeld, naar in totaal 3.200 werkende Amsterdammers, ten opzichte van 1.600 aan het begin van deze collegeperiode. Het college hecht er grote waarde aan dat deze Amsterdammers aan het werk komen en blijven. Werk is een belangrijk middel om mee te doen, financieel zelfredzaam te zijn en daarmee de bestaanszekerheid te verbeteren. Met de huidige inzet lukt het om veel Amsterdammers die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben duurzaam te ondersteunen richting betaald werk. Het realiseren van de ambitie vraagt echter nog een extra inspanning. Het college zet daarom extra in door verbreding van de inzet van loonkostensubsidie (LKS) en door meer persoonlijke ondersteuning (jobcoaching) te bieden. We willen werkgevers beter ondersteunen en meer Amsterdammers extra persoonlijke ondersteuning bieden zodat voor een grotere groep Amsterdammers betaald werk mogelijk wordt. Hierbij is het belangrijk ook het netwerk van bedrijven, sociale firma's en Pantar in te zetten en te versterken.

Onderdeel hiervan is ook het versterken van het netwerk van de Sociaal Werkkoepel. Deze extra inzet is een uitwerking om ambitie in lijn met het Amsterdams Akkoord 2022-2026 te realiseren en is onderdeel van de bredere aanpak Iedereen Kans op Werk. Met deze brief informeer ik u over de voortgang op de ambities sociaal werk en de ontwikkelingen rondom Pantar en andere sociale firma’s. Tijdens de bespreking van de Voorjaarsnota d.d. 19 juni jl. is in de raad gesproken over de gevolgen van de ontoereikende financiering voor onze opgave en met name voor Pantar. In deze brief licht ik dit nader toe. Ook informeert het college u over het 1

Raadsinformatiebrief Meer Amsterdammers ondersteunen via Sociaal Werk Raadsinformatiebrief Voortgang Iedereen kans op werk

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 10-12-2024 Pagina 2 van 8

structureel maken van een aantal tijdelijke maatregelen en het verhogen van de vergoeding Nieuw beschut werk om de ambitie te ondersteunen. Tenslotte wordt u geïnformeerd over de afwikkeling van de gemeentelijke leenmogelijkheid die tot medio 2019 bestond voor sociale firma’s op grond van de Verordening op het investeringsfonds sociale firma’s. De kernboodschap is dat het college de komende jaren blijft investeren in een stevige infrastructuur voor de Amsterdammers die de meeste ondersteuning nodig hebben in het vinden en behouden van betaald werk. Voortgang realisatie ambitie sociaal werk Het aantal Amsterdammers dat met extra ondersteuning aan het werk is gegaan is eind 2023 op 1.999 uitgekomen, een groei van ruim 200 Amsterdammers in 2023. Om de ambitie te behalen is een jaarlijkse groei van 300 Amsterdammers die met extra ondersteuning aan het werk gaan nodig. In de bijlage is de factsheet Sociaal Werk opgenomen, waarmee we dit in beeld brengen. We zien een aantal oorzaken waardoor de groei op dit moment achterblijft bij de ambitie: • Tot ongeveer een jaar geleden richtten we ons met sociaal werk op de groep Amsterdammers met een (vermoedelijke) arbeidsbeperking. Het inzetten van loonkostensubsidies en jobcoaching voor een bredere groep, namelijk Amsterdammers met beperkte kansen op de arbeidsmarkt, vraagt tijd.

Het vraagt om bewustzijn bij veel meer professionals dat deze aanpak kansen biedt aan een veel grotere groep dan die met een aantoonbare arbeidsbeperking. De groei van het aantal plaatsingen vanaf 2024 is een indicatie dat deze brede inzet toeneemt (per saldo een groei van 172 in het eerste halfjaar 2024 ten opzichte van 172 in heel 2023). • Amsterdammers die eerder ondersteuning kregen maar dat nu niet meer nodig hebben, worden niet meer meegerekend. Het gaat om 150 mensen die het nu dus zelfstandig op de arbeidsmarkt redden. Dit is een onvoorziene positieve ontwikkeling, die we ten tijde van het vaststellen van onze ambitie niet hadden voorzien. • Ook degenen die verhuisd zijn buiten Amsterdam (aanzienlijk meer dan degenen die naar Amsterdam toe verhuizen) en waarvan de ondersteuning is overgedragen aan de nieuwe gemeente, zijn niet meer meegerekend. Dit is een gevolg van een wijziging in de regelgeving na het opstellen van de ambitie. Het ging in totaal om 93 werknemers in 2023. De plaatsingen via sociaal werk blijken in hoge mate duurzaam te zijn. De factsheet Duurzaamheid plaatsingen Sociaal Werk (Bijlage 1) toont onder andere het volgende aan: • Veel Amsterdammers (3.146 van de 4.275 die ooit zijn gestart via sociaal werk) zijn duurzaam aan het werk, bij reguliere werkgevers, sociale firma’s en Pantar.

Een belangrijke constatering is de hoge duurzaamheid onder reguliere werkgevers, zo blijkt van de 789 Amsterdammers die zij in dienst hebben ongeveer 80% langer dan een half jaar aan het werk te zijn. De extra persoonlijke ondersteuning via loonkostensubsidie en jobcoaching draagt er aan bij dat veel Amsterdammers aan het werk blijven als ze een baan hebben gevonden. • Het aantal Amsterdammers dat herplaatst of herbemiddeld moet worden na de eerste plaatsing is beperkt. Voor de meesten geldt dat dit tot een of twee plaatsingen beperkt blijft, slechts een beperkte groep heeft het nodig om vaker opnieuw naar werk begeleid te worden.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 10-12-2024 Pagina 3 van 8

Dit geeft aan dat de extra persoonlijke ondersteuning er aan bijdraagt dat veel Amsterdammers aan het werk blijven zonder steeds van baan hoeven te veranderen. Ik ben blij met de ingeslagen weg en de resultaten die tot nu toe zijn geboekt met sociaal werk. In 2024 verwachten we per saldo een groei van 250 werkende Amsterdammers (ten opzichte van 200 in 2023) via sociaal werk. Om de ambitie van 3.200 te halen is in 2025 een sterkere groei nodig. Er is dus ook zeker nog veel inspanning nodig. Amsterdam compenseert ontoereikende financiering rijk De invoering van de Participatiewet in 2015 ging gepaard met een flinke bezuiniging. Het rijk heeft de verantwoordelijkheid voor mensen die ondersteuning nodig hebben om aan het werk te komen zonder bijbehorend budget overgeheveld naar de gemeenten. Ondertussen betalen veel gemeenten structureel en stelselmatig flink meer om mensen beschermd werk aan te kunnen bieden. En de rekening loopt, tot 2050, steeds verder op, met de verdere afbouw van Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De financiering van de Wsw is , hoewel ook niet toereikend om de uitvoeringskosten geheel te dekken, veel gunstiger. Er wordt steeds meer naar gemeenten gekeken om dit tekort te compenseren. Voor de meeste gemeenten in Nederland levert dit een groot financieel probleem op. Dit financiële probleem speelt ongeacht de vraag wie de uitvoerder van de opgave is.

Anders dan het landelijke beeld laat zien lukt het ons relatief goed om de doelgroep sociaal werk op de reguliere arbeidsmarkt te plaatsen. Dat sluit goed aan bij het uitgangspunt van het college dat als een Amsterdammer regulier kan en wil werken we dit willen helpen realiseren. In Amsterdam geldt dat, de sw-ers niet meegerekend, ongeveer 60% van de doelgroep sociaal werk aan het werk kunnen bij reguliere werkgevers met behulp van loonkostensubsidies en jobcoaching. Dat zijn op dit moment 1.300 mensen. De financiering vanuit het rijk dekt deze kosten voor een belangrijk deel af. Dit gaat niet op voor ongeveer 40% van deze groep Amsterdammers. Dat zijn op dit moment ongeveer 870 mensen en de groep neemt toe de komende jaren naar ongeveer 1.500 in 2034. Zij hebben extra ondersteuning nodig en zijn daarvoor aangewezen op de infrastructuur die het sociaal ontwikkelbedrijf Pantar en de sociale firma’s in onze arbeidsmarktregio bieden: werken in een ‘beschermde’ omgeving met intensieve begeleiding. Dat betekent dat Pantar en sociale firma's het financieel extra lastig krijgen omdat bij hen juist die bovengenoemde groep komt te werken die (nog) niet regulier kunnen werken.

De belangrijkste financiële knelpunten die mede daardoor ontstaan zijn: • Medewerkers van Pantar, die vanuit de Participatiewet aan het werk zijn gegaan, vallen inmiddels onder een eigen landelijke cao, de cao aan de slag. De gestegen werkgeverslasten van ongeveer 10% vallen bij Pantar, dat is in 2024 € 1,4 miljoen. Het rijk compenseert dit niet. • Deze groep Amsterdammers heeft vaak extra begeleiding nodig. Deze bestaat uit extra benodigde persoonlijke begeleiding, grotere en aangepaste werkruimten, aangepaste productieprocessen, extra aansturing als gevolg van een kleinere span of control, het regelen van (collectief) vervoer, extra administratieve taken etc. De vergoeding vanuit het rijk is niet toereikend om dergelijke kosten te dekken.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 10-12-2024 Pagina 4 van 8

• De aanname van het rijk is dat mensen in staat zijn hun loonwaarde terug te verdienen. Daar is de loonkostensubsidie op gebaseerd. Bij Pantar en sociale firma's is dit een onjuiste aanname. Gezien de beperkte loonwaarde die hun medewerkers in het algemeen hebben en het feit dat deze medewerkers vaak op niet of nauwelijks rendabele werksoorten moeten worden ingezet maakt veel van deze plekken (zwaar) verliesgevend. Terwijl de LKS maximaal maar tot 70% van het WML mag worden aangevuld. Bovendien valt de methodiek van de loonwaardemeting vaak ongunstig uit binnen sociale firma’s en bij Pantar. Hierdoor wordt de loonwaarde onterecht te hoog vastgesteld waardoor de LKS te laag uitvalt. Instrumenten als LKS en jobcoaching dekken deze extra kosten bij lange na niet af, vooral bij sociaal ontwikkelbedrijven die in hoge mate werksoorten bieden die passen bij de doelgroep. Bij sociale firma's is meer sprake van een regulier bedrijfsmodel waarbij de hogere aantallen mensen met extra ondersteuning leiden tot aanvullende kosten.

Landelijke analyses tonen aan dat de netto kosten (na aftrek van LKS en begeleidingsvergoedingen) voor sociaal ontwikkelbedrijven en sociale firma's jaarlijks uiteenlopen van enkele duizenden tot enkele tienduizenden euro's per plek.2 Bij een sociaal werkbedrijf is een gemiddelde van € 15.000 een goede indicatie van de extra kosten per persoon per jaar wat Pantar minder ontvangt ten opzichte van de wet sociale werkvoorziening. De ontoereikende financiering vanuit het rijk treft Amsterdam in hoge mate in haar maatschappelijke opgave om Amsterdammers betaald werk te bieden. En dit verklaart vervolgens grotendeels het oplopende tekort bij Pantar. Hoewel sociale firma's een regulier bedrijfsmodel hebben, staan maatschappelijke opgaven meer centraal dan winstgevendheid zoals bij de meeste reguliere bedrijven. Dat leidt tot hogere kosten in de ondersteuning van de relatief hoge aantallen medewerkers die dat nodig hebben. Sociale firma's nemen daarmee een positie in tussen reguliere werkgevers en het sociaal onrwikkelbedrijf: de netto kosten liggen hoger dan bij reguliere werkgevers, maar lager dan bij het sociaal ontwikkelbedrijf dat volledig is gericht op het werken met deze doelgroep. We zien de groei van het aantal plekken bij sociale firma’s stagneren, reden om ook hen tegemoet tekomen in de ontoereikende kosten.

Gemeenten (VNG en Divosa), maar ook Cedris, de koepelorganisatie voor sociaal ontwikkelbedrijven, hebben meermaals hun zorgen geuit over het tekort aan middelen voor de opgave. Het kabinet Rutte IV heeft op de valreep voor de val van dat kabinet nog wel gezorgd voor wat extra geld3. De huidige regering heeft deze budgetten grotendeels behouden, onder meer voor beschut werk. Dit is echter volstrekt ontoereikend om de werkelijke kosten van deze plekken geheel te dekken. En de infrastructuur te behouden en te versterken voor de groep die is aangewezen op een beschermde werkomgeving. Tegenover deze hoge kosten van deze infrastructuur staan hoge maatschappelijke baten. Recent onderzoek in opdracht van VNG, Divosa en Cedris toont aan dat als iemand bij een sociaal 2

Twee recente onderzoeken, een van Berenschot naar de kosten van werkplekken met LKS bij sociaal ontwikkelbedrijven en een van Significant/APE naar de kosten van plekken Nieuw Beschut geven een landelijk beeld van de werkelijke gemiddelde kosten die sociaal ontwikkelbedrijven/gemeenten zelf moeten dekken. Afhankelijk van bijvoorbeeld of iemand intern werkt of wordt gedetacheerd lopen deze kosten nogal uiteen. 3 Kamerbrief Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 10-12-2024 Pagina 5 van 8

ontwikkelbedrijf werkt met loonkostensubsidie onder begeleiding van het bedrijf diverse kosten (zoals zorgkosten) afnemen en de kwaliteit van leven voor degenen die zijn gaan werken toeneemt. Investeren in deze infrastructuur loont dus als maatschappij4. De ambitie van het college om te blijven investeren in een stevige structuur voor deze groep Amsterdammers betekent een forse financiële compensatie van het deel dat het rijk niet vergoedt. Het college biedt deze compensatie voor 2024 en 2025.

Versterken samenwerking met partners Om de groei te blijven stimuleren wil het college langs vier lijnen het netwerk van partners van sociaal werk versterken: 1. In 2024 en 2025 de toenemende kosten van Pantar geheel compenseren. 2. In 2024 en 2025 een vergoeding verstrekken aan sociale firma's voor de extra bedrijfskosten waar ze mee te maken hebben. 3. Het structureel maken van een viertal eerdere tijdelijke intensiveringsmaatregelen. 4. Een hogere bijdrage beschut werk verstrekken aan werkgevers.

1. Pantar Het college wil gezien haar maatschappelijke opgave de dienstverlening die Pantar biedt voor de Amsterdammers die dat nodig hebben borgen. Zoals eerder beschreven zorgt met name de huidige financiering vanuit het rijk voor oplopende tekorten. Het college heeft besloten Pantar in 2024 en 2025 extra financiële compensatie te bieden om de toenemende tekorten als gevolg van het rijksbeleid te dekken. De situatie van Pantar past in de landelijke ontwikkelingen die sociaal ontwikkelbedrijven (voorheen de sociale werkvoorzieningen) doormaken. De relatief gunstige financiering op basis van de Wsw neemt sterk af met de daling van het aantal sw-medewerkers, terwijl de financiering op basis van de Participatiewet sterk ontoereikend is. Oftewel: met elke sw-er die wordt vervangen door iemand uit de nieuwe doelgroep Participatiewet nemen de kosten met ongeveer 15.000 euro toe. Lange tijd heeft Pantar net als veel andere sociaal ontwikkelbedrijven de tekorten weten te beperken met de financiering vanuit de Wsw. Het aantal sw-medewerkers is inmiddels enorm afgenomen, terwijl het in dienst nemen van mensen met loonkostensubsidies naar loonwaarde (LKS) om hetzelfde werk te doen veel duurder is. Pantar staat voor de uitdaging de transitie naar een sociaal ontwikkelbedrijf succesvol in te zetten.

Vanaf 2022 heeft Pantar de organisatie aangepast om nog meer een sociaal ontwikkelbedrijf te worden. De directie Mens en Ontwikkeling richt zich op het ontwikkelen van de medewerkers met de inzet van coaches, trainingen en dergelijke, de directie Werk heeft de taak om werksoorten aan te bieden en te ontwikkelen die passend zijn voor wat medewerkers nodig hebben in hun ontwikkeling. Dit past bij de opgave die de Participatiewet voor Pantar met zich meebrengt. Dekking bedrijfsresultaat Pantar 2024 en 2025 Een analyse van Berenschot toont aan dat het investeren in 40.000 extra LKS-banen 250 mln kost en 400 mln. als maatschappelijke baten oplevert. 4

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 10-12-2024 Pagina 6 van 8

In de commissievergadering SED van 19 juni 2024 is aandacht geweest voor de begroting 2024 van Pantar. Deze laat een meerjarig perspectief zien van oplopende kosten als gevolg van de ontoereikende financiering op basis van de Participatiewet. In 2023 valt het negatief resultaat al aanzienlijk hoger uit (9,4 mln.) dan de oorspronkelijk begrote 5,3 mln. In 2024 begroot Pantar haar bedrijfsresultaat op 12,7 mln. negatief. In 2025 zal dit verder oplopen naar ongeveer 16 mln. negatief. Ik ben veelvuldig in gesprek met Pantar over haar transitie naar een sociaal ontwikkelbedrijf binnen de maatschappelijke opgave van de gemeente. En het financieel kader dat daar bij past. V00r de korte termijn zijn ook de mogelijkheden om de kosten bij Pantar terug te brengen en de omzet te verhogen onderwerp van gesprek. Het is echter onwaarschijnlijk dat met de huidige landelijke financierinsgsystematiek de financiële situatie bij Pantar na 2025 sterk verbetert. De Meerjarenstrategie en – begroting Pantar 2026 – 2030 die in 2025 aan de raad wordt voorgelegd zal hier meer inzicht in moeten gaan geven. Begin 2025 zal ik u informeren over de voortgang van de gesprekken met Pantar en over het perspectief op langere termijn vanaf 2026. 2.

Vergoeding ter compensatie bedrijfskosten sociale firma’s Versterken netwerk partners sociaal werk Als gemeente streven we naar een breed, zo gelijkwaardig mogelijk netwerk van partners om de ambitie om zoveel mogelijk Amsterdammers een goede passende werkplek te geven te kunnen realiseren. Reguliere werkgevers zijn hierin belangrijk, het aantal dat Amsterdammers in dienst neemt met inzet van jobcoaching en/of LKS stijgt nog steeds. Sociale firma’s en het sociaal ontwikkelbedrijf Pantar hebben hierbij een belangrijke, specifieke rol voor degenen die (nog) niet bij reguliere werkgevers kunnen werken. De Sociaal Werkkoepel heeft hierbij een belangrijke rol om werkgevers te ondersteunen zodat voor een grotere groep Amsterdammers betaald werk mogelijk wordt. En ze heeft een belangrijke rol in het versterken van het netwerk van werkgevers. Het college heeft 3 december 2024 besloten om in 2024 en 2025 door de gemeente erkende Amsterdamse sociale firma’s een extra vergoeding te verstrekken voor werknemers die ze in dienst heeft die onder de doelgroep sociaal werk vallen. Met als doel de infrastructuur die sociale firma’s bieden te versterken. Erkende sociale firma’s met Amsterdammers in dienst behorend tot de doelgroep sociaal werk ontvangen een jaarlijkse vergoeding van 2.000 euro per werknemer uit de doelgroep.

Naast deze maatregel wordt ook vanuit Inkoop maatregelen genomen om de positie van sociale firma’s te versterken en waarover vier moties zijn ingediend. Hierover bent u in de Raadscommissie FKD van 7 november 2024 geïnformeerd. De inzet van de voorgestelde vergoeding heeft tot doel verdere groei van het aantal plekken voor de doelgroep sociaal werk bij sociale firma’s te stimuleren. Sinds 2021 hebben 38 van de 60 sociale firma’s gezamenlijk 287 medewerkers uit de gemeentelijke doelgroep in dienst, de overige uit andere doelgroepen en/of op basis van andere regelingen zoals stages en dagbesteding. We zien de laatste jaren een stabilisatie van het aantal werkplekken sociaal werk bij sociale firma’s. Met de financiële compensatie wil het college een verdere groei van het aantal plekken stimuleren. Het college gaat de inzet van de regeling monitoren en na twee jaar beoordelen op effectiviteit om te bepalen of deze inzet moet worden voortgezet.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 10-12-2024 Pagina 7 van 8

Investeringsfonds sociale firma's In 2015 is door de raad met het vaststellen van de Verordening voor het Investeringsfonds Sociale firma´s een gemeentelijke leenmogelijkheid geopend voor sociale firma’s. Doel was het versterken van het ondernemingsklimaat voor sociale firma’s en bij te dragen aan het vergroten van het aantal werkplekken bij sociale firma’s. In 2019 is een externe evaluatie uitgevoerd en met de raad gedeeld. Daar kwam uit naar voren dat de gemeentelijke kredietmogelijkheid complex was en onvoldoende meerwaarde had naast al bestaande kredietmogelijkheden. Mede op grond van deze evaluatie is door het college besloten om de leenmogelijkheid vanuit het Investeringsfonds per 21 mei 2019 stop te zetten. Er liepen toen nog twee leningen; de oorspronkelijke hoofdsom hiervan bedroeg € 150.000, respectievelijk € 42.500. Aan beide firma’s is in de loop van 2019 betalingsuitstel verleend, omdat zij op dat moment financieel niet meer in staat waren om aan hun aflossingsverplichtingen te voldoen. Dit betalingsuitstel is naderhand verlengd. Voor beide partijen ontstaat naar verwachting ook de komende tijd niet de mogelijkheid om de lening met bijgekomen kosten geheel of gedeeltelijk af te lossen. Daarnaast gold voor beide partijen dat ook andere crediteuren leningen en vorderingen hadden kwijtgescholden.

Daarom is aan beide partijen kwijtschelding verleend voor de nog openstaande vordering/bestuursrechtelijke geldschuld; het gaat daarbij om een bedrag van € 79.548, respectievelijk € 37.206 (in totaal € 116.754). De kosten in de vorm van gemiste baten kunnen worden gedekt binnen programma 7 (Sociale zaken en armoedebestrijding). Nu aan de gemeentelijke verordening voor het investeringsfonds geen toepassing meer wordt gegeven, zal aan de raad worden voorgesteld om deze verordening in te trekken. Hiervoor kunt u in 2025 een raadsvoordracht tegemoet zien.

3. Evaluatie en vervolg tijdelijke intensiveringsmaatregelen In 2022 en 2023 heeft het college een aantal tijdelijke maatregelen ingezet om een impuls te geven aan sociaal werk. Het monitoren en evalueren van deze maatregelen heeft erin geresulteerd dat vier maatregelen, de HARRIE-training, LWS+ (vanaf 2025 voortgezet als vergoeding interne werkbegeleiding), Praktijkleren en het voorschakeltraject Beschut Werk onderdeel van de reguliere werkwijze zijn geworden. Hiervoor is structurele financiële dekking via programma 7.2 gevonden om ze in te zetten. In bijlage 3 worden de vier maatregelen en de ermee bereikte resultaten nader toegelicht. 4. Verhogen vergoeding Nieuw beschut Het aantal Amsterdammers dat via beschut werk werkzaam (371 per april 2024) is groeit en ligt op schema. Het college wil deze groei blijven stimuleren in lijn met de landelijk bepaalde streefcijfers voor Amsterdam. Onderzoek toont echter aan dat ook de uitvoering van beschut werk leidt tot een fors financieel tekort voor werkgevers en gemeenten. Het rijk heeft daarom de vergoeding aan gemeenten verhoogd in 2024 van 8.600 naar 11.300 euro. Het college heeft besloten het extra beschikbare budget vanuit het rijk vooral aan de werkgevers zelf te laten toekomen om hen te stimuleren nog meer Amsterdammers werk te bieden via deze regeling.

De vergoeding per plek komt daarmee uit op 10.000 euro vanaf 2025, zowel voor het eerste jaar als de jaren daarna. Dit was 11.000 euro in het eerste jaar en daarna 8.500 euro.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 10-12-2024 Pagina 8 van 8

De beperkte financiële ruimte tussen de rijksvergoeding en de vergoeding aan de werkgever (maximaal 1.300 euro per plek) zet het college in om eigen bijkomende kosten te dekken, zoals het indexeren van de vergoeding en de vergoeding die ze werkgevers biedt in het voorschakeltraject van de Amsterdammer. Samenvattend Het college hecht eraan dat steeds meer Amsterdammers die extra ondersteuning nodig hebben betaald werk vinden en behouden. En waardeert dat een forse groei plaatsvindt van het aantal Amsterdammers dat op deze manier duurzaam aan het werk is in de lijn van de gestelde ambitie hiervoor. Een breed, steeds verder uitbreidend netwerk van partners is hier een noodzakelijke voorwaarde voor. Zodat veel Amsterdammers duurzaam aan het werk gaan bij reguliere werkgevers. Voor een verdere groei wil het college dit netwerk verder versterken en uitbreiden. Er is echter ook een groep Amsterdammers die is aangewezen op een ‘beschermde’ werkplek bij Pantar of een sociale firma. Het college wil zich ook nadrukkelijk voor deze groep blijven inspannen. Werkplekken met weinig of geen financieel rendement maar van groot belang om deze Amsterdammers betaald werk te kunnen bieden. Steeds zichtbaarder wordt dat de financiering vanuit het rijk volstrekt onvoldoende is om de kosten van deze plekken te dekken waarmee de rekening bij gemeenten komt te liggen.

Om de ambitie die het college heeft te realiseren kiest zij ervoor in 2024 en 2025 extra financiële compensatie uit eigen middelen in te zetten om deze plekken bij Pantar en sociale firma's voor Amsterdammers te behouden en waar mogelijk te laten toenemen. Het college blijft er daarnaast bij het rijk op aandringen om gemeenten voldoende middelen te geven de taak uit te voeren om deze infrastructuur te behouden en te versterken.

Ik vertrouw er op u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15626909/1