2024 Masterplan Artis 2030.pdf
Tekst van het document
D E N A T U U R A L S L E E R M E E S T E R E S V A N O N Z E C U LT U U R
RUIMTELIJK MASTERPLAN ARTIS 2030 N AT U R A A RT I S M AG I S T R A EEN LEVEND DOCUMENT VERSIE 2024
H+N+S LANDSCHAPSARCHITECTEN
APRIL 2020
ARTIS Missie In ARTIS inspireren en activeren we iedereen verantwoordelijk met natuur om te gaan
ARTIS Visie Een leefbare wereld voor toekomstige generaties
ARTIS Strategie De komende jaren zijn hierin drie strategische prioriteiten leidend: 1. Inspiratie: ARTIS wil bezoekers meer inspireren en activeren verantwoord om te gaan met de natuur door: • verbinding mens, dier en plant versterken • zelf een sterk voorbeeld te zijn op dierenwelzijn, duurzaamheid en andere essentiële onderdelen • versterking van de zintuiglijke natuur- en cultuurbeleving; • versterking van de educatie; 2. Diversificatie: Meer en meer verschillende mensen bereiken door: • een groter publiek te bereiken; • een breder publiek te bereiken, met meerdere additionele onderdelen zoals de botanische tuin, het Groote Museum, een vernieuwd Planetarium, Micropia en nieuwe thema’s zoals voedsel 3. Organisatie: ARTIS heeft de ambitie de organisatie te versterken om de missie en visie te kunnen uitvoeren, op het gebied van: • de organisatie (structuur, cultuur en beleid); • het imago (merk en bezoekerstevredenheid); • het fysieke park (alle infrastructuur); • de financiën (inkomsten en kosten); Om dit te bereiken zijn verschillende subdoelstellingen opgesteld voor 2030 (de ARTIS 2030 strategie). De meest relevante doelstellingen zijn een groei van 1,4 naar 2 miljoen bezoeken per jaar (en daarvoor een significante stijging in het educatieve groepsbezoek) en het behouden van de 8+ in bezoekersbeleving.
Dit vergt onder meer optimalisatie van de verschillende gebruikersstromen in en uit ARTIS en een beter ruimtegebruik van het Park. En, ARTIS wil niet alleen een groter bereik maar ook een breder publiek aantrekken. ARTIS is voor iedereen – alle leeftijden, opleidingsniveaus, achtergronden en mobiliteiten.
ARTIS Masterplan Om deze strategische doelstellingen te bereiken worden diverse projecten voorbereid en uitgevoerd. Sommige zijn vrij klein of gericht op de korte termijn. Andere projecten zijn grootschaliger en complexer, zoals de plannen voor de achtertuin, het entreegebied en de parking. De uitdaging is al deze dynamiek en planvorming te richten, op elkaar af te stemmen, en te laten condenseren in één coherente planvisie als stip op de horizon waarmee ARTIS klaar is voor de toekomst: het Masterplan ARTIS 2030+.
D E N A T U U R A L S L E E R M E E S T E R E S V A N O N Z E C U LT U U R
RUIMTELIJK MASTERPLAN ARTIS 2030 N AT U R A A RT I S M AG I S T R A een levend document versie 2024
H+N+S LANDSCHAPSARCHITECTEN
APRIL 2020 U P DAT E AU G U S T U S 2024
VOORWOORD Rembrandt Sutorius, ARTIS-directeur Waarom voelen we ons goed na een dag op de hei of een wandeling aan het strand? Omdat natuur in ons DNA zit: we zijn er op zoveel verschillende manieren mee verweven. Doordat we zijn omringd met steeds slimmere technologie zijn we ons hier niet altijd bewust van. We zijn met de rug naar natuur gaan leven en op afstand komen te staan van al het andere leven op aarde. We leven in een tijd waarin natuur ons eraan herinnert dat er geen afstand is. Onze onachtzaamheid heeft verstrekkende gevolgen. Planten en dieren sterven massaal uit en het klimaat verandert sneller dan ooit. Om de aarde leefbaar te houden, moeten wij ook veranderen: ons gedrag, onze houding, onze blik op natuur. Daar kunnen we niet tot morgen mee wachten, we moeten er vandaag mee beginnen. ARTIS is bij uitstek de plek om hierbij te helpen. Nergens ter wereld wordt met dieren, bomen, planten en microben het volledige verhaal van de mens in zijn natuurlijke omgeving verteld. In ARTIS omarmen we het leven, leren we haar begrijpen en ervan houden en willen we haar beschermen, in het volle besef dat we onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Alleen met liefde voor dieren, planten en
microben kunnen we een positieve verandering brengen. En de liefde begint met echt zintuiglijk contact en oog in oog met ander leven. Het ARTIS-Park is een groene oase in de stad, waar je weg van alle drukte, kan genieten van de natuur en het volop aanwezige erfgoed, het Planetarium en Micropia, het enige microbenmuseum ter wereld. Midden in het centrum van Amsterdam biedt het jaarlijks zo’n anderhalf miljoen bezoekers rust en inspiratie, en is het de uitgelezen plek waar we de grootste uitdagingen waar we met zijn allen voor staan, persoonlijk, klein en voelbaar maken. Waar we je meenemen en je laten ervaren dat je zelf wel degelijk een verschil kan maken. In de komende jaren zal het ARTIS-Park op grote schaal verder ontwikkeld worden. Dierverblijven worden vergroot, het Groote Museum wordt geopend na meer dan 70 jaar leegstand, het Aquarium zal moeten worden gerestaureerd, het entreegebied en het Planetarium worden vernieuwd, het parkeerterrein zal onderdeel worden van het ARTIS-park, en de ‘achtertuin’, het gebied tussen het Aquarium en het Dienstencentrum, zal beter ingebed worden bij de rest van het park. Met
deze vernieuwingen ontwikkelen we het park verder in lijn met onze missie: een breed publiek inspireren en stimuleren om verantwoordelijk met de natuur om te gaan. Bij deze verdere ontwikkeling van het ARTIS-Park en haar monumenten is het historisch besef van essentieel belang. Vernieuwing en behoud zullen hand in hand moeten gaan. De vernieuwingen zullen de ruimtelijke principes en sfeer van het ARTIS-Park moeten volgen. Daarom ben ik trots
dat we met dit ruimtelijk Masterplan één coherente visie neerleggen voor de toekomst waar juist deze balans is gevonden en die handvatten geeft voor de toekomst. Ik wil daarom graag ook iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan dit Masterplan; en in het bijzonder prof. dr. Erik de Jong die in zijn laatste jaar als ARTIS hoogleraar hierin een belangrijke rol heeft vervuld. Het is tijd. Laten we beginnen.
TEN GELEIDE Erik A. de Jong, ARTIS hoogleraar UvA Geëngageerde Amsterdamse burgers met een visie op de toekomst schiepen in de 19de-eeuw parknatuur als onlosmakelijk onderdeel van hun stad. Sindsdien vervult het ARTIS-Park in de Plantage een belangrijke rol voor de inwoners van de Amstelstad en daarbuiten. ARTIS werd een park dat in onze huidige tijd als groen erfgoed verzamelingen levende natuur, museale collecties en een planetarium een huis biedt ten behoeve van recreatie en educatie. Wat woorden zijn voor een dichter en verf voor de schilder is de natuur voor de park-ontwerper. Met bomen, heesters, planten, gras, aarde en water zette tuin- en landschapsarchitect Hendrik van Lunteren vanaf 1838 de toon voor de ontwikkeling van het ARTISPark dat zou uitgroeien tot een bijzonder ensemble van natuur en cultuur. De ruimtelijke illusies van een parklandschap werden ingezet om een gevarieerd, theatraal decor te scheppen waar dieren en planten de hoofdrol spelen samen met monumentale architectuur en parkdecoraties. Het park is bedoeld als een atmosferische, poëtische compositie waar de bezoeker op een ingenieus bedacht padenstelsel door heen wordt geleid. Landschapsarchitect en hovenier schilderen als een landschapschilder met een gevarieerd palet aan vormen en kleuren van stam, tak, blad,
bloesem en vrucht en ‘bouwen’ de groene ruimte als een architect, maar dan met ‘zachte materialen’. Het park is de geënsceneerde architectuur van de tijd, want ontworpen voor toekomstige groei en ontwikkeling. Continu onderhoud en voortdurend tuinieren dragen in hoge mate bij tot de kwaliteit van het park met inachtneming van de dynamiek van de natuur. Het park is geen statisch object maar een vitaal proces. Zijn succes hangt af van de intensieve begeleiding van groei, verval en vernieuwing. Het ARTIS-Park is de uitkomst van meer dan 180 jaar ontwerp, beheer en gebruik. De ontwikkelingen in die lange duur zijn bepalend voor de verschijningsvorm en de cultuur- en natuurhistorische betekenis van het park. Vernieuwingen kunnen alleen op basis van onderbouwde argumenten en overwegingen tot stand komen. Daarom is ARTIS toe aan een nieuw masterplan 2020-2030, als vervolg op het eerste vernieuwingsplan dat in 2007 werd ontwikkeld. Maatregelen, ingrepen, ontwerp, gebruik, beheer en onderhoud van de parkstructuur dienen zowel op lange als korte termijn in overeenstemming zijn met een gevoel voor kwaliteit en integrale samenhang. Ze dienen ook gevoed door een visie die zowel artistiek en inventief is, even bewust van geschiedenis als actualiteit. Ook dient het te stoelen op duurzaamheid, waarvan de natuur zelf een manifestatie is.
Ontwerpen aan een historisch park is tweeledig. Voor de lange duur vraagt het van de landschapsontwerper en zijn opdrachtgever om het waarderen, begrijpen en versterken van het historisch ensemble, zowel in hoofdlijnen als details. Ten behoeve van de korte duur vraagt het park om eigentijdse ontwerpen voor onderdelen en functies die tegemoetkomen aan nieuwe inzichten en behoeften. Opvattingen over beheer, betekenis en gebruik, over natuur (dieren, planten, sterren, microben, de positie van de mens ten opzichte van al deze) veranderen in de eenentwintigsteeeuwse samenleving het ARTIS-Park. De gegevens van grond, water, energie en klimaat, vragen om een nieuwe infrastructuur van dit unieke stadspark met behoud van het ensemble dat zowel historisch als springlevend wil zijn. Dat maakt het stadspark ARTIS tot een complexe en gelaagde opgave voor behoud, beheer en gebruik. Het doet beroep op een duidelijke visie en een helder scenario. Wij zijn in onze cultuur gewend aan de restauratie van gebouwen en kunstwerken, veel minder aan de instandhouding van grote stadsparken. Het ARTIS-Park maakt ons met dit masterplan bewust van het belang van stadsnatuur en de relatie die de mens met natuur onderhoudt. Het voorliggende masterplan laat zien hoe belangrijk het is stadsparken te actualiseren in alle lagen, functies
en betekenissen. Anders kunnen zij hun rol niet blijven spelen in de veranderende stad. Het ARTIS-Park draagt bij aan (stads) ecologie, behoud en ontwikkeling van (groen) erfgoed, duurzaamheid, biodiversiteit en culturele diversiteit, aan fysieke, morele en geestelijke gezondheid. Dat ARTIS als cultuur- en natuurinstituut op tal van verschillende manieren al deze belangrijke essenties van de relatie natuur - mens centraal in overdracht en educatie ontwikkelt parallel aan het fysieke park, maakt dit masterplan tot een eigentijdse, geëngageerde visie die de grenzen van het ARTIS-Park overstijgt.
“
Ik geloof dat het stellen van vragen over het kleine en grote belangrijk is, omdat we langzamerhand met zijn allen niet meer weten waar we naar toe moeten of hoe we daar moeten komen. (uit: Dwalen in het antropoceen - René ten Bos, 2017)
”
Figuur 1. Vignet bij het 175-jarig bestaan van ARTIS, gebaseerd op het 19de -eeuwse vignet
PA R A G R A A F T I T E L
9
INHOUD 1. INLEIDING
11
Beschrijving aanleiding, doel document, werkwijze en leeswijzer
2. ARTIS VERNIEUWT: VROEGER – NU - STRAKS
19
a. Beschrijving historische ontwikkeling ARTIS
23
b. Beschrijving huidige situatie: ‘de wandeling’
94
c. Nieuwe ontwikkelingen en opgaves
105
3. ÉÉN INTEGRALE VISIE VOOR ARTIS
125
Van deelambities naar één integrale visie: het ruimtelijk toekomstplan ARTIS 2030, inclusief uitwerking van de vier aandachtsgebieden: a. Entreegebied
130
b. Parkeerterrein
139
c. Achtertuin
143
d. De randen
158
4. DE ARTIS PRINCIPES
161
Procesprincipes en ruimtelijke principes voor de verdere ontwikkeling van ARTIS, nu en in de toekomst. a. Procesprincipes
165
b. Ruimtelijke principes
166
GEBRUIKTE BRONNEN
188
BIJLAGE: RIJKSMONUMENTEN ARTIS
193
(redengevende beschrijving Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
COLOFON
207
11
1. INLEIDING Aanleiding en vraag Het ARTIS-Park is een plek voor levende flora en fauna in een door de mens ontworpen parklandschap, en kent daarnaast een uitgebreid historisch archief, studiecollecties, een verzameling natuurhistorische objecten, boeken en een collectie voorwerpen van geschiedenis, kunst en cultuur. Dit alles bedoeld voor het leren kennen van, het verbreden van inzicht in en het vergroten van begrip van de natuur. Veel van deze collectie is gehuisvest in monumentale gebouwen. Het rijke verleden is de laatste jaren naar de visie van het tienjarig Masterplan 2008-2018 voor een vernieuwd ARTIS geherwaardeerd, vernieuwd en gerestaureerd. Grote vernieuwingen uit deze periode zijn onder meer het vrij toegankelijk Artisplein met daaraan horecagelegenheid De Plantage en museum Micropia. En natuurlijk de vele vernieuwde dierverblijven zoals het nieuwe olifantenbuitenverblijf, en daarnaast de twee monumenten, het Apenhuis en het Vogelhuis, welke een duidelijke metamorfose hebben ondergaan. Van een traditionele tentoonstelling naar een plek waar ontmoetingen tussen dieren en mensen plaatsvinden. Daarnaast is er veel aandacht geweest voor de bomen, beplanting en parkstructuur. ARTIS is in de basis een kennisinstituut waar in de loop der tijd vele facetten aan zijn toegevoegd; een dierentuin, een arboretum, het planetarium en de twee musea; Micropia en het Groote Museum.
ARTIS wil actuele thema’s zoals milieubescherming, behoud van natuur en biodiversiteit op een begrijpelijke manier onder de aandacht van een breed publiek brengen. De vernieuwingsdrang is hiermee nog lang niet voltooid. ARTIS blijft werken aan haar toekomst met ambities op vele terreinen: onder meer groei van de bezoekersaantallen naar 2 miljoen (met vooral een toename in de dalmomenten), een groeiende bezoekersbeleving (gemiddeld cijfer 8+) en ambities op het gebied van verduurzaming. Er zijn verbouwingsplannen voor het Groote Museum, het Aquarium, de ARTIS-Bibliotheek
en het Planetarium. Daarnaast zijn er grote uitdagingen in het ontwikkelen van de diverse dierenverblijven door het gehele park om op de juiste manier onze levende have te huisvesten. In dit gedeelte van het Park is ARTIS voornemens een duidelijke link te leggen met de invloed die de mens op de natuur kan hebben door de keuzes in het eetpatroon met een zogenaamde Voedselboulevard waar aandacht besteed wordt aan duurzame voedselvoorziening. Om dit gericht te kunnen sturen heeft ARTIS behoefte aan een nieuw ruimtelijk toekomstplan, als basis voor de verdere vernieuwing van ARTIS in de periode 2020-2030. Het gaat hierbij om een plan voor het gehele park, met aankomende grote projecten zoals het Aquarium, het primatenverblijf, pinguinverblijf en de Salmhuisjes. Daarnaast zijn er plannen voor het herontwikkelen van het entreegebied, dé plek waar we als ARTIS ruimte anders in kunnen richten, in lijn met ons gedachtegoed. Ook is er natuurlijk het huidige parkeerterrein dat (gefaseerd) een volwaardig onderdeel van het park zal worden. Alle aandachtsgebieden moeten voortborduren op de ruimtelijke principes van eerdere plannen. Voor het creëren van een overkoepelend toekomstplan voor de periode tot 2030 en het ontwerp van de achtertuin heeft ARTIS H+N+S Landschapsarchitecten geselecteerd. Doel Masterplan ARTIS is een bijzondere organisatie met een grote dynamiek en veel energie.
Een echte ‘doe’-organisatie, projectgericht en hands-on. Dat is een geweldige kwaliteit. De belangrijkste uitdaging is evenwel om deze energie goed te kanaliseren en ervoor te zorgen dat alle deelprojecten en daaruit voortvloeiende activiteiten inhoudelijk goed sporen en uiteindelijk dezelfde kant op wijzen. Voorkomen moet worden dat zaken ruimtelijk – zowel onder- als bovengronds - niet goed op elkaar passen. Daarnaast is ARTIS ook een dynamische organisatie in die zin dat er de laatste tijd diverse
12
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
Figuur 2. Werkwijze: cyclisch proces en drie pijlers als fundament voor het masterplan
personele wisselingen hebben plaatsgevonden en binnenkort gaan plaats hebben, op belangrijke in sommige gevallen zelfs strategische posities. Dat maakt het belangrijk om bepaalde zaken vast te leggen en kennis over te dragen. Hiervoor is een ruimtelijk masterplan ofwel toekomstplan voor de periode tot 2030 (en daarna) essentieel, als een gemeenschappelijk sturingsmiddel en toetsingskader. Dit masterplan 2030 stoelt op gemeenschappelijk gedeelde waardes en ambities en is het beoordelingskader voor individuele deelprojecten. Zo krijgen de geformuleerde ARTIS missie, visie en strategie een ruimtelijke vertaling in een ruimtelijk kader waar ARTIS gericht de ontwikkelingen mee kan sturen. Dát is het doel van het voorliggende document. Als gevolg van deze afbakening kent dit document echter ook zijn beperkingen. Niet alles over ARTIS wordt (uitgebreid) behandeld. Dit masterplan ondersteunt de noodzaak van een goede zorg voor de plek, in de zin van dagelijks terrein- en groenonderhoud, en de eisen die dit met zich meebrengt om het op een zo efficiënt mogelijke wijze uit te kunnen voeren. Dit masterplan is echter geen beheerplan, dus
gaat hier verder niet op in. Een vertaling van de masterplan-gedachten in een (herijkt) beheerplan zou wel een goede volgende stap zijn. Daarnaast gaat dit plan bijvoorbeeld ook niet verder in op de rol van de ARTISmedewerker en ARTIS-vrijwilliger in het geheel, buiten het kort benoemen van het belang van de zichtbaarheid en het mens-opmens contact. Werkwijze en aanpak ARTIS bereidt een nieuwe ronde van ingrijpende vernieuwingen voor, met plannen voor onder meer het entreegebied en de achtertuin. Hiervoor is een ruimtelijk masterplan ofwel toekomstplan als kader nodig. Dit betekent wel dat we eerst even een kleine pas op de plaats dienen te maken. Een moment waarop het net wordt opgehaald, om te zien wat er allemaal aan recente en nieuwe plannen, visies, ideeën en ambities, enzovoorts ligt. Pas als alles op tafel ligt kan bekeken worden of dit alles onderling spoort of waar het eventueel inhoudelijk schuurt. Aan dat inzicht moeten dan de juiste conclusies verbonden worden, niet alleen met betrekking
INLEIDING
tot de visie en het ruimtelijk toekomstplan beïnvloedend, maar ook terug met betrekking tot de individuele deelprojecten of planstudies die hun eigen separate trajecten kennen. Fundamenteel nadenken over de toekomst zal betekenen dat op eerdere beslissingen zal moeten worden teruggekomen, juist in een projectgerichte doe-organisatie als ARTIS. Om dit goed te kunnen doen is in de eerste maanden van het masterplantraject nauw samengewerkt: de hulp en input vanuit de ARTISorganisatie is hierbij onontbeerlijk geweest. In een eerste ronde is gestart met het aanvullen van de verkregen informatie en basisdocumenten door een groot aantal interviews te houden met sleutelpersonen vanuit ARTIS. Deze interviews betroffen de thema’s (in willekeurige volgorde): dieren, groen/beplanting, bomen, duurzaamheid, cultuurhistorie, educatie, vastgoed, logistiek, bezoekersfaciliteiten en parkmanagement. Een apart interview is gewijd aan de plannen voor de vernieuwing van het Groote Museum. Door deze intensieve gespreksronde is het gelukt om in een compacte ronde zo veel mogelijk alle relevante informatie boven tafel te krijgen (aan oude plannen, recente visies, ideeën en ambities). Dus niet enkel dat wat reeds op papier beschikbaar en voorhanden was maar ook de informatie die enkel in de hoofden aanwezig is en de achtergrond van eerder gemaakte keuzes.
De belangrijkste bevindingen uit de interviews zijn in dit document genoteerd (hoofdstuk 2) en vormen een belangrijk fundament voor het masterplan, naast de door onszelf verrichte historische analyse. De historisch-ruimtelijke analyse maakt het mogelijk om in de ingrepen rekening te houden met de waardevolle geschiedenis van ARTIS en hier op verder te borduren. Op de interviewronde volgde een ronde van workshops. Hierin is verder gegaan op een aantal thema’s uit de interviews die inhoudelijk nog niet voldoende gerijpt of uitontwikkeld bleken. Zo zijn twee workshops gehouden die specifiek toegespitst waren op de deelgebieden ‘entreegebied’ respectievelijk ‘achtertuin’. Een andere workshop was gewijd aan het concretiseren van de duurzaamheidsambities op het gebied van waterbeheer, om voldoende grip te krijgen op de eventuele ruimtelijke consequenties. Tijdens een van de vaste ‘Jour Fixe’-dagen is een aparte werksessie gehouden over het integraal ontwerp met de leden van ARTIS’ eigen kwaliteitsteam. De laatste workshop betrof een sessie met vertegenwoordigers van
13
enkele gemeentelijke diensten over de inbedding van ARTIS in haar omgeving. Leeswijzer Op basis van de interviews met de sleutelpersonen en de thema-workshops is vervolgens gestart met de visiefase. De opgehaalde input – uit interviews en workshops aangevuld met een eigen historische en ruimtelijke analyse – is door ons geanalyseerd. De resultaten hiervan zijn genoteerd in hoofdstuk 2.(ARTIS VERNIEUWT: VROEGER – NU – STRAKS) waarin de historische ontwikkeling van ARTIS wordt behandeld, gevolgd door een rondgang door het huidige ARTIS. Het hoofdstuk wordt besloten met een korte samenvatting van de belangrijkste opgaves waar ARTIS nu voor staat. Hieruit zijn de belangrijkste kwesties gedestilleerd die tussentijds als keuzes zijn voorgelegd en met ARTIS besproken. Op basis hiervan is in hoofdstuk 3 de toekomstvisie voor ARTIS 2030 genoteerd, dat wil zeggen vertaald in een ruimtelijk toekomstplan voor de ontwikkeling van ARTIS in de periode tot 2030 (en een doorkijkje erna). De visie is vertaald in uitwerkingen voor vier aandachtsgebieden: Achtertuin, Entreegebied, Parkeerterrein en Savanne. Tegelijkertijd is in een paralleltraject gewerkt aan de uitwerking van de ARTIS-principes 2.0, als de ruimtelijke ‘golden rules’ voor heel ARTIS.
Zaken die deels bekend zijn – in het ‘collectief geheugen’ – maar ten dele ook niet of in ieder geval niet bij iedereen bekend zijn, zijn in dit document juist geëxpliciteerd (hoofdstuk 4). Deze ARTIS-principes zijn geüpdatet en aangevuld voor de planlagen water, groen, paden, reliëf, dierverblijven en bijzondere objecten. Door dit alles gelijktijdig op te laten lopen was het mogelijk het een het ander te laten beïnvloeden (‘al werkend testen’) en is tijd gewonnen, zodat het voorgaande traject in ruim 6 maanden kon worden doorlopen in de periode september 2019 tot maart 2020. De in de volle breedte en diepte geïnteresseerde lezer wordt van harte uitgenodigd alles te lezen. Maar de lezer die naar iets specifieks op zoek is kan ook enkel het betreffende onderdeel in een bepaald hoofdstuk opzoeken. Alle hoofdstukken zijn zo geschreven dat ze eigenstandig leesbaar
14
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
zijn. Hierdoor is plaatselijk enige overlap aanwezig, weliswaar vrij beperkt. Hier is dus bewust voor gekozen. Tegelijkertijd hebben de hoofdstukken natuurlijk een sterke onderlinge relatie, en is de volgorde niet willekeurig, integendeel. Er is juist voor een bewuste opbouw gekozen: de opbouw volgend wordt de lezer als het ware aan de hand meegenomen zodat
de redeneerlijn en de voorgestelde keuzes navolgbaar zijn. Het document is zo opgebouwd dat de eerste delen vrij feitelijk zijn – met de historische analyse en de analyse van de huidige situatie - om gaandeweg steeds meer visievormend te worden. Aanbevolen wordt in ieder geval om voor bepaalde doelgroepen een verkorte en toegankelijker publieksversie (samenvatting) te vervaardigen, bijvoorbeeld voor fondsenwerving
Figuur 3. Werkwijze met oplopende integraliteit en complexiteit - opzet interviews en workshops
INLEIDING
15
16
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
Figuur 4. Toponiemenkaart ARTIS - overzicht van veel gebruikte namen
INLEIDING
17
18
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
Figuur 5. Oprichters van ARTIS J.J. Wijsmuller, G.F. Westerman en J.W.H. Werlemann uit 1888
19
2. ARTIS VERNIEUWT: VROEGER – NU - STRAKS ARTIS is de oudste dierentuin van Nederland. ARTIS is circa 14 hectare groot en ligt in de Plantagebuurt. Het Park kent vele monumentale gebouwen die grotendeels uit de negentiende eeuw dateren en diverse andere monumenten met een bescherming van rijkswege. In ARTIS zijn honderden dieren en planten te bewonderen door bezoekers. Maar ARTIS is naast een dierentuin ook een plantentuin. Veel van de planten in ARTIS komen in ons eigen land voor, maar er zijn ook vele soorten uit andere werelddelen. De plantensoorten die zich niet in ons klimaat thuis voelen, staan in kassen en verwarmde gebouwen. In ARTIS staan ruim tweehonderd verschillende soorten bomen, waarvan de meeste inheems. Er zijn echter ook heel wat bijzondere soorten die van over de hele wereld komen. ARTIS is het oudste, nog integraal bestaande, stadspark van Nederland, met zichtbare monumentale gebouwen, maar daarnaast zijn er ook bomen met een monumentale status, zoals de prachtige eeuwenoude Heimans-eik. Algemene geschiedenis van dierentuinen De eerste openbare dierentuinen in Europa ontstonden aan het einde van de 18e eeuw. Deze kwamen voort uit de menagerieën van vorsten en rijke particulieren, die er genoegen in schepten om in de tuinen van hun paleizen en buitens exotische diersoorten te houden.
Het houden van exotische dieren is iets wat zich al sinds de oudheid in velerlei culturen voordeed. In de begintijd waren dergelijke verzamelingen vooral uitingen van de macht en roem van belangrijke personen en hun territoria, terwijl ze tijdens de Griekse beschaving ook een wetenschappelijke functie begonnen te vervullen, een functie die tijdens de Verlichting zou terugkeren. In de lange tussenliggende periode dienden menagerieën, naast het tonen van status, vooral voor vermaak en vertier, maar ook de wetenschap
en de kunsten. In de negentiende eeuw werden de aristocratische menagerieën vervangen door de moderne dierentuinen, die wetenschappelijk en educatief gericht waren. De term menagerie heeft ook betrekking op reizende gezelschappen, die wilde dieren tentoonstelden in Europa en Amerika. De oudst bekende Europese dierentuin is Tiergarten Schönbrunn. Deze Weense dierentuin ontstond in 1752 uit de menagerie van de Habsburgse monarchie. Het eerste dierenpark met wetenschappelijke en educatieve doelstellingen was de Ménagerie du Jardin des Plantes in Parijs, opgericht in 1794. [De Jardin des Plantes maakte haar dieren en planten en natuurhistorische collecties onderdeel van wetenschappelijke studie; onderzoek naar de ordening van de natuur (naar Linneaus) en anatomie (Cuvier). Red.] Vanaf dat moment ontstonden er in heel Europa dierenparken. Rijke burgers richtten halverwege de negentiende eeuw dierentuinen op. De eerste dierentuinen hadden net als de menagerieën het karakter van trofeeëngalerijen en rariteitenkabinetten: exotische geschenken, vorstelijke collecties en souvenirs uit verre landen werden bijeen geplaatst in bonte tentoonstellingen. [De vroege dierentuinen houden deels dat karakter, maar zijn eerder een uitdrukking van imperialisme te noemen, voor vermaak en educatie.
Red.] Door een andere wetenschappelijke benadering wilde men in de dierentuin de wonderen van de natuur en haar rijkdom laten zien door van zoveel mogelijk soorten dieren minstens één exemplaar aan te schaffen. Deze dieren werden in eerste instantie in simpele kooien tentoongesteld.
20
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw besteedde men ook aandacht aan de vormgeving van de verblijven. Zo werden vele dierenverblijven in exotische stijl gebouwd om de herkomst van de dieren te benadrukken. Soms werden er zelfs verschillende ‘primitieven’ in traditionele kledij naast de dieren uit hun land getoond. Dergelijke exposities trokken ongekende aantallen toeschouwers. (bron: Natura ARTIS Magistra: kunstenaars in ARTIS / Netherlands Institute for Art History / 22-4-2013)
Korte geschiedenis van ARTIS Op 1 mei 1838 werd het Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra (N.A.M.), letterlijk ‘de natuur is de leermeesteres van kunst en wetenschap’, opgericht door uitgever en boekhandelaar G.F. Westerman, makelaar J.W.H. Werlemann en horlogemaker J.J. Wijsmuller. De meeste Europese dierentuinen waren in deze periode nog privébezit. ARTIS wilde echter toegankelijk zijn voor een breed publiek, althans voor de rijkere burgers. [Voor burgers die bereid waren een lidmaatschap te betalen; niet alleen hogere ook de middenstand. Red.] Om lid te worden van het Genootschap en daarmee toegang te krijgen tot de dierentuin moest een aanzienlijk bedrag betaald worden. Deze exclusieve zoölogische sociëteit had ‘het bevorderen van de kennis der natuurlijke historie op eene aangename en aanschouwelijke wijze’ tot doel. Het lidmaatschap van ARTIS was een statussymbool voor de burgerij, die met giften investeerde in de uitbreiding van de dierentuin. Naast financiële steun kreeg de dierentuin ook geregeld levende dieren en parafernalia als dieren op sterk water en etnografica van haar leden. De sociëteit had ook een brede culturele functie. Naast het houden van exotische dieren en het verzamelen van planten, werden tentoonstellingen, concerten en lezingen georganiseerd.
De naam van het Amsterdamse Natura Artis Magistra werd al snel, twee jaar na oprichting, in de volksmond afgekort tot ‘ARTIS’. De dierentuin begon als een tuin met een vijver en een orangerie met een terrein van
Figuur 6. ARTIS Souvenirposter 1854
60 bij 80 meter op het buiten ‘Middenhof’. Het Genootschap bezat aanvankelijk slechts enkele apen, herten en papegaaien, aangevuld met het naturalia-kabinet van Reindert Draak, waarvoor een tijdelijk houten museaal ‘çabinet’ werd gebouwd. In 1839 werd voor 34.000 gulden de hele menagerie van kermisexploitant Cornelis van Aken aangekocht. Deze bestond uit een olifant, leeuwen, een panter, een tijger, een poema, hyena’s, ijsberen, bruine beren, een zebra, lama’s, een kangoeroe, een gnoe, apen en een Boa constrictor. De bekendste bewoner van ARTIS was waarschijnlijk olifant Jack. Het was de eerste belangrijke aankoop van grote en exotische dieren. Ook vroeg men om donaties en om medewerking van reizigers naar exotische landen, meestal leden van het Genootschap. Nederlandse burgers stuurden
ARTIS VERNIEUWT: VROEGER - NU - STRAKS
schenkingen uit de koloniën, in ruil voor privileges en een erelidmaatschap van ARTIS. Ook kapiteins die tussen Nederland en de koloniën voeren, werden bereid gevonden om dieren te transporteren en te verzorgen. In de loop van de negentiende eeuw kocht het allengs groter wordende Genootschap steeds meer percelen aan in de Plantage. Het oude Middenhof werd uitgebreid met de Houtwallen aan beide zijden van de Nieuwe Prinsengracht. Een veerpont verbond beide delen van de dierentuin. In 1877 had ARTIS een oppervlakte van tien hectare, gelegen tussen de Plantage Kerklaan, de Plantage Middenlaan en de Plantage Doklaan. In de dierentuin verrezen het Roofdierengebouw (1859) en het Aquarium (1882), beide het werk van architect G.B. Salm. Behalve levende dieren bezat de sociëteit ook een verzameling van zogenoemde ‘naturaliën’, zoals dieren op sterk water, skeletten, een kabinet met opgezette dieren, schelpen, fossielen en gesteenten. De steeds groeiende verzameling naturalia werd tussen 1851 en 1855 ondergebracht in het ‘Groote Museum’ aan de Plantage Middenlaan, dat al snel te klein werd. De verzamelingen raakten over verschillende locaties in de tuin van ARTIS verspreid; rond 1900 bezat ARTIS maar liefst tien musea, waaronder een zeer omvangrijk Etnografisch Museum (1860) en een bibliotheek (1868).
In 1892 volgde de samenvoeging van de zoölogische collecties van ARTIS en die van de Universiteit van Amsterdam. In 1947 werd het Groote Museum gesloten en in 1988 verhuisde de zoölogische verzameling naar de depots van de Universiteit van Amsterdam aan de Mauritskade. Bezoekers van ARTIS kwamen naar de dierentuin om te flaneren onder de bomen van het Park, om de dieren, het Natuurhistorisch en het Etnografisch Museum te bezoeken en om concerten bij te wonen, uitgevoerd door bekende orkesten. De dierentuin bevorderde ook wetenschappelijk onderzoek, wat resulteerde in lezingen en publicaties op natuurhistorisch gebied. ARTIS was oprichter en uitgever van de eerste Nederlandse zoölogische tijdschriften: Bijdragen tot
21
de dierkunde (1848) en Nederlandsch tijdschrift voor de dierkunde (1863). Zo werd ARTIS al gauw een belangrijk cultureel en wetenschappelijk centrum in Amsterdam. Vanaf 1851 was het ook voor niet-leden mogelijk om de dierentuin te bezoeken op voordracht van een lid en uitsluitend op enkele dagen in de maand september. Aan het eind van de negentiende eeuw ging het minder goed met ARTIS: andere culturele instellingen, zoals het Concertgebouw, musea en academies, namen de culturele rol over. Om te overleven zag de dierentuin zich genoodzaakt een breder publiek toe te laten, zodat er nieuwe gelden binnen kwamen. Ook werd het wetenschappelijk onderzoek van ARTIS overgenomen door de universiteiten. Hierdoor veranderde het karakter van ARTIS voorgoed. (bron: Natura ARTIS Magistra: kunstenaars in ARTIS / Netherlands Institute for Art History / 22-4-2013)
Figuur 7. Het interieur en exterieur van het Amsterdamse Aquarium in ARTIS (Stadsarchief Amsterdam)
22
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1893
1945
1972
Figuur 8. Reconstructie van de Plantage (deel ARTIS) in 1830 waarvoor de kaart in figuur 17 als basis dient
2004
2019
23
2A.
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
24
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1893
1945
1972
2004
2019
Figuur 9. Belangrijke structuren van de Plantage, die deels nog zichtbaar zijn in het huidige ARTIS 1. De tuinen en de bijhorende gebouwen volgen de orthogonale structuur (met enkele restanten als het Duivenhuis en de Herberg) 2. De Prinsengracht en de (verlengingen) van de lanen in de Plantage
Het ontstaan van de Plantage – de pré ARTIS periode
De stadsuitbreiding van Amsterdam vond tussen 1578 en 1665 in vier stappen plaats. De Plantage was het sluitstuk van wat men de ‘vierde uitleg’ noemt. De uitbreidingen boden ruimte voor nieuwe havens, industrieterreinen en woningbouw. Er was geen ruimte gepland voor groen zoals moes- en pleziertuinen; die bevonden zich vaak (illegaal) buiten de stadswallen. In het rampjaar 1672 zakte de vraag naar bouwgrond in. Naar de geplande percelen ten noorden van de Amstel was ineens geen vraag meer. Het gevolg was een braakliggend gebied binnen de stadswallen waar de grote kavels beschikbaar werden gesteld aan sociale instellingen, de stadsvuilnisbelt en industrieën. Later werd hier toch ‘de Nieuwe
3. De Muiderpoort als belangrijke oost entree van A’dam
Plantage’ geprojecteerd, met verhuurbare tuinkavels, mooie wandellanen en houtwallen. Dit plan sloeg aan. Er kwamen bijvoorbeeld tapperijen op de Nieuwe Plantage af. Mensen realiseerden er hun buiten. Het werd binnen de kortste keren hét recreatiegebied van de stad. Het ontwerp van de Plantage bestond uit een rechthoekig raster van brede promenades die groepen tuinkavels omsloten; de randen waren geschikt als houtwallen. Er werd naar een nieuwe toegangsweg gezocht die de toegangswegen van de oude stad met de Muiderpoort verbond. Stadsingenieur Jacob Bosch besloot een enkele hoofdstraat aan te leggen (de huidige Plantage Middenlaan), die recht op de Muiderpoort afliep. Deze kaarsrechte laan was het perfecte decor
voor ‘zien en gezien worden’, een sociale ontmoetingsruimte voor heel Amsterdam. De laan bestond uit dubbele rijen linden, wat een monumentaal beeld opleverde. De Kerkstraat en de Nieuwe Prinsengracht waren de belangrijkste transportroutes door de Plantage. De Plantage Doklaan verloederde onder invloed van de aanleg van het Entrepotdok in 1827. Dat was een initiatief van koning Willem I in navolging van een eerder experiment tijdens de Franse overheersing. Het was een zogenaamde transitohaven: het moest de doorvoer van goederen, bestemd voor andere landen, vereenvoudigen. Ook de Plantage zakte af: we weten dat er veel transgressief gedrag plaats vond in de Plantage: groen maakt vrij. Denk aan drankgelagen, hoererij, vandalisme, onderhuur van tuinen. De tuinen werden steeds minder van belang, reden dat ARTIS ze kon opkopen.
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
25
Figuur 10. Muiderpoort (links) met zicht op de Plantage (rechts) in 1768
Figuur 11. Koetsjes, spelende kinderen en flanerende dames en heren in de Plantage Middenlaan met zicht op de Muiderpoort, rond 1725
Figuur 12. Het Entrepotdok waar tot 1890 tijdelijk goederen werden opgeslagen (1832)
Figuur 13. Plantage Middenlaan met zicht op de Muiderpoort (1776)
De Raapenburger Gracht
Plantage Middenlaan
Figuur 14. Ontwerp van Jacob Bosch van de Plantage in 1682 De afbeeldingen op deze pagina zijn afkomstig uit het Stadsarchief Amsterdam.
Muiderpoort
26
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
Figuur 15. Amsterdam na de vierde uitleg in 1820/25 met de Plantage en Muiderpoort in het Oosten (hier links)
Figuur 16. De nieuwe Prinsengracht (1768) De afbeeldingen op deze pagina zijn afkomstig uit het Stadsarchief Amsterdam.
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
Figuur 17. Kaarten van ARTIS / de Plantage in de 19e eeuw. Bron: Gebaseerd op Anoniem, De grondvlakte van Natura ARTIS Magistra bij hare uitbreidingen 1838-1870, ARTIS Jaarboekje 1870
27
28
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1893
1945
Figuur 18. Reconstructie van ARTIS in 1854 waarvoor de kaart in figuur 30 als basis dient
1972
2004
2019
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
29
30
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1893
1945
1972
2004
2019
Figuur 19. De grootste veranderingen in het ARTIS-Park tussen 1830 en 1854 1. Introductie romantisch park op de orthogonale structuur van de Plantage sengracht
2. Pontje tussen Oost en West ARTIS over de Prin-
3. Behoud van sommige gebouwen uit de Plantage en bouw van nieuwe monumentale gebouwen aan de rand
De aanleg van ARTIS - de begintijd Op 1 mei 1838 werd het Zoölogisch Genootschap Natura ARTIS Magistra opgericht door drie Amsterdammers: boekhandelaar Westerman, commissionair Werlemann en horlogemaker Wijsmuller. Het doel was onder andere de wetenschap te bevorderen in een mooie, groene omgeving met wilde dieren. ARTIS had ook een sociale functie voor de burgerij, en om het dure lidmaatschap aantrekkelijker te maken werden ook andere activiteiten aangeboden, zoals Ledenlokalen, een natuurhistorisch museum en een bibliotheek. In 1839 werden diverse wilde dieren gekocht van Cornelis van Aken (die ermee langs de kermissen reisde). Het terrein
moest eerst uitgebreid worden voordat er toestemming werd verleend voor de bouw van de verblijven. Tussen 1838 en 1870 werd meer dan de helft van de oorspronkelijke tuinkavels van de Noordoostkant van de Plantage gekocht. De prenten uit deze tijd verklappen dat de dieren ‘planmatig’ werden tentoongesteld in kleine hokken. De dierencollectie werd na de opening van Natura Artis Magistra ondergebracht op het aangekochte terrein van het buiten ‘Middenhof’. ARTIS was een serieus aangelegde diergaarde in een soort Engelse landschapstuin met slingerende paadjes, watertjes en kleine verblijfjes voor de enkele levende dieren. Daarnaast fungeerde het gebouw van Middenhof als ledenlokaal. De plattegrond uit
1839 (fig. 27) laat mooi zien hoe de tuin was aangelegd. Deze tuin liep tot aan de Fransche Laan, de huidige Papegaaienlaan. Links in het grijs zien we het terrein van Zorgvliet welke in 1870 ter beschikking van het Genootschap kwam en waar de Nieuwe Ledenlokalen werden gebouwd (tegenwoordig o.a. De Plantage en Micropia). Rechts werd de tuin toen nog beperkt door de houtwallen langs de Nieuwe Prinsengracht. Deze houtwallen kwamen in 1842 bij de tuin. De toenmalige ingang van de diergaarde (rechtsonder) bevond zich ongeveer op de plek van de huidige ingang van het Groote Museum. Voor de uitbreiding naar de Oostkant van de Prinsengracht werd een ontwerp gemaakt door de tuinarchitecten (vader
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
en zoon) Hendrik en Samuel van Lunteren. Zij maakten een ontwerp met kenmerken van de Engelse landschapsstijl als ruim gebogen paden, glooiingen en eilanden met binnen- en buitenverblijf voor de dieren. Naast de verblijven werden grasvelden en bloemperken aangelegd en de paden werden in zand uitgevoerd. Om een verrassende wandeling aan te bieden, wer-
den boomgroepen van drie, vijf, negen of twaalf bomen voorgesteld in de bochten. Er werd zelfs een slingerende beekloop voorgesteld, maar deze is niet uitgevoerd, waarschijnlijk vanwege een problematische waterhuishouding. De Nieuwe Prinsengracht sneed ARTIS in twee delen. Bezoekers werden van Oost naar West
31
vervoerd met een pontje. De meeste dierverblijven waren niet op de Prinsengracht georiënteerd maar keerden zich ervan af. De entree van ARTIS is in 1850 van de Plantage Middenlaan naar de Kerklaan verplaatst. De verblijven voor grote dieren werden naar de rand van de dierentuin aan de Doklaan geschoven.
Figuur 20. Plein aan het einde van de Papegaaienlaan (1855)
Figuur 21. De grote laan, Franssche laan later Papegaaienlaan geheten, ARTIS (1938-1956)
Figuur 22. Pontje tussen twee delen van ARTIS op de Nieuwe Prinsengracht (1845)
Figuur 23. Het Groote Museum aan de park-zijde (1860)
Figuur 24. Ronde ijzeren kooi met in het midden een natuurstenen hok, bekroond met een koepeltje en rijke begroeiing (ca.1850)
Figuur 25. Roofdierengallerij in 1855, voorbeeld van het ‘gallerij’ principe beschreven op pagina 41
De afbeeldingen op deze pagina zijn afkomstig uit het Stadsarchief Amsterdam.
32
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
Figuur 26. ARTIS in 1845 met enkele schepen aan het Entrepotdok op de achtergrond
Figuur 28. Apen- en Vogelhuis in 1855
1893
1945
1972
2004
2019
Figuur 27. Koninklijk zoölogisch genootschap Natura ARTIS Magistra 1839 (bron: Gerald Postma) - beeld van de 1e aanleg
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
Figuur 29. Plattegrond van Hendrik van Lunteren in 1842 (het hele terrein van het huidige Artisplein is heraangelegd)
Figuur 30. ‘Plattegrond van den Zoölogischen Tuin te Amsterdam, in het voorjaar van 1854 De afbeeldingen op deze pagina zijn afkomstig uit het Stadsarchief Amsterdam.
33
34
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1893
1945
Figuur 31. Reconstructie van ARTIS in 1872 waarvoor de kaart in figuur 42 als basis dient
1972
2004
2019
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
35
36
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1893
1945
1972
2004
2019
Figuur 32. De grootste veranderingen in het ARTIS-Park tussen 1854 en 1872 1. Introductie van de vijver op de Prinsengracht
2. Aankoop nieuwe percelen en uitbreiding romantische stijl naar het Oosten
3. Roofdierengallerij krijgt een bijpassende tuin in 17e eeuwse stijl
ARTIS groeit en groeit Het genootschap werd al snel populair en door investeringen van leden kon de dierverzameling worden uitgebreid. Ook werden er tussen 1859 en 1870 extra percelen aangekocht. De bestemming van de Plantage stond geen permanente gebouwen toe; de gemeente hoopte in de toekomst het gebied nog te kunnen ontwikkelen. Na lang onderhandelen werden aan ARTIS toch verschillende vergunningen verleend voor de realisatie van dierverblijven, sociëteitslokalen en tentoonstellingsruimten. Bovendien kon de gemeente zich de aankoop van de gronden niet veroorloven. De Prinsengracht vormde een barrière voor de dierentuin en was een drukke vaarroute. Het
4. Fundamenten rijstpakhuis worden hergebruikt
was moeilijk om de scheepslieden te weerhouden af en toe ARTIS te bezoeken. Daarom verwierf het genootschap ook de rechten van een deel van de Prinsengracht met bijhorende oevers. G.B. Salm (Gerlof) ontwierp de transformatie van de Prinsengracht tot een sierlijke vijver die zich op twee plekken vernauwt waar twee identieke gietijzeren bruggetjes de oevers verbinden. Zo ontstond een tweedeling met in het eerste deel, voor de gracht/vijvers: een openbaar gedeelte, met een meer stedelijk karakter: een rechte laan, voortkomend uit de Plantage, een muziektent, de Ledenlokalen en Museum. Na de bruggen begon het uitwaaieren en dwalen in het tweede deel, het landschapspark.
Salm – jarenlang vaste architect van ARTIS - ontwierp in deze tijd ook het Leeuwenverblijf (1858) en de Bibliotheek (1866-1867). In 1866 werd een stuk aangekocht met het rijstpakhuis ‘de Volharding’ erop. Op de fundamenten hiervan werd het Etnografisch museum gebouwd, ontworpen door architect A.L. van Gendt (Dolf), dat in 1888 werd geopend. De begane grond werd gebruikt als runderstallen en aan weerszijden bevonden zich roofvogels en een buitenverblijf voor de runderen. De gebouwen op ARTIS rangschikten zich langs de (voormalige) assen van de Plantage, waardoor de zichtlijnen vooralsnog behouden bleven. Aan de randen van ARTIS ontstonden de grotere, monumentale gebouwen – waaronder het Groote Museum
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
(1850-1855), van architect Van Maurik, wat destijds anders dan nu in een parkachtige setting stond. Het was een vrije, informele ruimte net als het huidige Artisplein maar groener en
zachter van karakter. In het Park bevonden zich kleinere (binnen) verblijven voor dieren. De eilanden waarop de verblijven zich bevonden breidden zich verder uit en hielden geen rekening
met de orthogonale structuur. Naast de verblijven waren er ook groene eilanden waar zich geen dierverblijf op bevond.
Figuur 33. Het Groote Museum in 1860
Figuur 34. Beeld van het plein met bomen op ARTIS voor het Groote Museum (het huidige Artisplein)
Figuur 35. Voormalige stoomrijstpelmolen in 1863 in gebruik genomen als Nijlpaardenverblijf, later omgebouwd tot de Volharding.
Figuur 36. Een tijdelijk monument ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van ARTIS (1888)
De afbeeldingen op deze pagina zijn afkomstig uit het Stadsarchief Amsterdam.
37
38
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1893
1945
1972
2004
2019
Figuur 37. Nijlpaarden-bassin (1875)
Figuur 38. Roofdierenverblijf (1875), voorbeeld van het ‘gallerij’ principe (zoals beschreven op pagina 41)
Figuur 39. Gnoeverblijf (1875)
Figuur 40. Roofdierengallerij en Hollandse Tuin (1871)
Figuur 41. Plantage Kerklaan gezien vanaf de kruising met rechts op de achtergrond de hoofdentree van ARTIS (na 1870)
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
Figuur 42. Plattegrond van ARTIS (1872) van P.H. Witkamp
Figuur 43. Gebouwen van ARTIS (1870) De afbeeldingen op deze pagina zijn afkomstig uit het Stadsarchief Amsterdam.
39
40
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
Figuur 44. Gids voor de bezoekers (parkplattegrond ARTIS, 1854)
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
41
Binnen en buiten: de paden als basis voor ruimtelijke samenhang en beleving De hierbij afgebeelde ARTIS-plattegrond uit circa 1854 laat het principe van de wandeling door het ARTIS-Park zien zoals die vanaf het begin is bedacht. De bezoeker wandelt over de slingerpaden rond de perken. Bij de ingang slaat men bijvoorbeeld linksaf, wandelt om een perk met antilopen en andere perken om vervolgens het vogelhuis binnen te gaan. Dit is een galerij met een rechte lijn, waar men ter linkerzijde langs loopt, aan het einde terugkeert, langs de noordzijde wandelt, het gebouw uitgaat om dan het apenhuis binnen te gaan, een korte galerij van waaruit men weer zijn wandeling door het Park vervolgt. De speelse parkwandeling confronteert de bezoeker met telkens een wisselend uitzicht -, open, gesloten, verrassend -, brengt de dieren in de perken dichtbij vanuit diverse gezichtsen belevingspunten en zorgt voor alzijdigheid. De wandeling is beweeglijk en sierlijk in zijn slingerlijn. Het is ook een dwaallijn zonder al te dwingende richting door de ruimte, waarin naast aarde, water en lucht, dieren, bomen en planten en architectuur een rol spelen; hij is in principe vrij. Daar tegenover staat de wandeling op de meer statische, rechte lijn: die is voorbehouden aan de galerij die dieren en bezienswaardigheden aan twee kanten in opeenvolging presenteert.
Deze wandeling is dwingender en statischer, want begrensd door architectuur en architectonische ruimte met wanden, vloer en dak en ‘vaste’ materialen. Het is een ‘museale’ wandeling die teruggaat op het allereerste principe van de galerij als gepresenteerd door de galerie Francois I in Fontainebleau uit de jaren dertig van de 16e eeuw. Toen uitgevonden om bij slecht weer te kunnen wandelen en voorzien met kunstwerken aan de wanden om instructie, vermaak en afleiding te bieden. In ARTIS is deze wandeling bedoeld om de tentoonstelling van dieren en andere natuur te kunnen aanbieden, geordend en opeenvolgend, als de pagina’s van een leerboek. Deze opzet vinden we in alle ‘musea’ van ARTIS, gebouwen waar de compositie is gebaseerd op een lange as, zoals het Groote
42
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
Museum, zoals de kaart ook aangeeft. Hij bestaat ook binnenstebuiten zoals bij nr 33 en 36 aan de overzijde van de gracht: volières waar men in een rechte lijn langs de buitenkanten langs loopt: zij introduceren een rechte wandeling in het Park in relatie tot een gebouw. Deze rechte lijn spiegelt zich in de Papegaaienlaan, die een overblijfsel is van de geometrische opzet van de Plantage en waar straat parklaan wordt, rood vertaald naar groen met de ingang als drempel. Hier is de rechte as bedoeld als onderdeel van een monumentale ingang en om zo veel mogelijk mensen op te vangen. Het is een ‘sociale’ ruimte waar een grote groep zich kan verzamelen. Tegelijkertijd behoud je het overzicht over het doen en laten van de binnenkomende mensen, voordat zij zich in het Park verspreiden. We kunnen dit vergelijken met de Great Walk in Central Park, waar F.L. Olmsted om dezelfde redenen een meer ‘openbare’ rechte lijn introduceerde naast de landschappelijke wandeling. De Papegaaienlaan vindt nog altijd duidelijk zijn weerspiegeling in de Hollandse Tuin en de Doklaan langs het Insectarium - deze vertegenwoordigen ook zichtlijnen. Onduidelijk zijn de assen in het Park naast de grote grasvlakken in het midden van het Park, of langs de achterkant van het Aquarium, of de as langs de Salmhuisjes. Het zijn eerder rudimentaire vormen.
In ARTIS bestaan deze twee wandelingen nog altijd prominent naast elkaar, zij het dat hier nu wellicht niet heel bewust op gestuurd wordt als onderdeel van educatie, presentatie, of compositie. Toch vormen zij, wellicht verwaterd, nog altijd het basisprincipe van de ARTIS-ervaring: van binnen en buiten, van buiten naar binnen en binnen naar buiten, waar natuur op verschillende manieren aan de bezoeker wordt gepresenteerd en dus ook wordt gepresenteerd in de zin van een systeem aan kennis, educatie, belevingsprincipes. We moeten deze wandeling (het padenstelstel) als de eenheid zien die het ‘binnen’ en ‘buiten’, park en gebouwen, met elkaar verbindt. De binnenruimte en de buitenruimte zijn beide
verbijzonderingen van ruimte als zodanig zoals op de kaart die Nolli in 1748 van Rome maakte (zie fig. 45), waar buitenruimte van straat, plein en park en binnenruimten van gebouwen gezamenlijk op een kaart zijn weergegeven. Op het begane grondniveau zijn eigenlijk alle ruimten één en er kan dus ook op ontworpen worden. Sinds de restauratie van de Ledenlokalen en de aanleg van het Artisplein is de wandeling in dit gedeelte van ARTIS verzelfstandigd ten opzichte van wat het nu het ARTISPark is, binnen de hekken. Dit heeft in het systeem een ruimtelijke breuk gebracht: het Artisplein met aanliggende gebouwen is nu meer een verblijfsruimte geworden, niet een wandelruimte als onderdeel van het ARTISPark. Daar is bewust voor gekozen en dat is niet per se slecht. Maar de doorgaande verbindingen met het ARTIS-Park zijn niet ontworpen, bijvoorbeeld voor leden. De vraag is hoe dit in ruimtelijke zin verbeterd kan worden door logische markering en ontwerp (van samenhang en scheiding), educatieve aanpak (rondleidingen kunnen ook buiten het Park beginnen bijvoorbeeld), enzovoorts. Hier ligt een opgave.
Het ARTIS-terrein laat zich echter in principe nog altijd tezamen lezen met de binnenruimten van de (publiekstoegankelijke) gebouwen: + Apen- en Vogelhuis; + Reptielenhuis; + Groote Museum; + Micropia; + Planetarium (al is dit goeddeels een restaurant en kent het een zeer onduidelijk organisatie principe qua functies); + Kleine Zoogdierenhuis; + Chimpansees binnenverblijf; + De begane grond van de Volharding - (nog) niet toegankelijk voor publiek + Gorillahuis; + Vlindertuin (die eigenlijk de wandeling heeft van een slingertuin); + Insectarium; + Metzelaarkas - (nog) niet toegankelijk voor publiek; + ARTIS-Bibliotheek - (deels) toegankelijk voor publiek: de Bibliotheekzaal is open, maar niet vanaf het Park;
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
43
Figuur 45. Giovanni Battisa Nolli, kaart van Rome met de (publieke) binnen en buitenruimtes als één samenhangend systeem getekend (1748)
+ Aquarium; + De benedenverdiepingen van de Salmhuisjes - (nog) niet toegankelijk voor publiek; + Twee Cheetahs, ook restaurant maar met een wat onduidelijke ruimtelijke organisatie en routing.
Nieuwe tussenvormen die later zijn ontstaan zijn nieuwe dierverblijven waar men doorheen kan lopen: de perken van de wallaby’s en vari’s; het zijn eigenlijk binnentuinen met dieren zoals de Hollandse Tuin en Japanse Tuin dat zijn voor planten, en de Vlindertuin voor planten en dieren. Rechte lijnen o.a. langs perken in het Park: + Volières (buitenkanten georganiseerd langs een rechte lijn); + Gieren; + Ruïne; + De Hollandse Tuin (het ontwerp volgend); + Langs de Bibliotheek (het gebouw volgend); + Passage door de Volharding (centraal door het gebouw);
+ Langs het Entrepotdok op het noorden (de Entrepotkade volgend); + Langs de Olifanten op het westen.
Rechte lijnen die onduidelijk zijn in hun richting of vorm, uitwerking, aansluiting met architectuur / ingangen / gebruik: + Langs de Salmhuisjes; + Langs het Aquarium, achterzijde; + In fragmenten, langs de grasperken met de muziektent, voor de Boeddha.
Tot slot zijn er nog de knopen of pleinen, die eerder doorgangsruimten zijn dan duidelijk ruimtelijk vormgegeven: tussen het Apen- en Vogelhuis en Reptielenhuis, rond de Twee Cheetahs, voor het Kerbertterras. De Hollandse Tuin, de twee grote grasvelden in het midden van de tuin, de Japanse Tuin en de tuin achter de Volharding zijn zelfstandige tuinruimte/groene pleinen met een belangrijk zelfstandig, alzijdig ruimtelijk karakter.
44
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1894
1945
1972
2004
2019
Figuur 46. Reconstructie van ARTIS in 1894 waarvoor de kaart in figuren 59 en 60 als basis dient - onzeker is overigens welke onderdelen van het Springer-plan daadwerkelijk zijn gerealiseerd en wat bij getekende intenties is gebleven
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
45
46
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1894
1945
1972
2004
2019
Figuur 47. De grootste veranderingen in het ARTIS-Park tussen 1872 en 1894 1. Aankoop extra percelen en uitbreiding romantische stijl met grotere eilanden
2. Introductie Aquarium-gebouw met oriëntatie
naar de Midden Plantagelaan en het Park
ARTIS als gefragmenteerd park
De gemeente had moeite met het feit dat ARTIS slechts toegankelijk was voor leden. In 1870 werd een deel van het wagenplein dat voor de Muiderpoort lag met moeite aangekocht, op voorwaarde dat ARTIS zich meer openstelde voor de gewone burger. Het deel was bestemd voor een nieuw Aquariumgebouw, ontworpen door Gerlof Salm en zijn zoon Abraham, dat in die tijd het modernste en grootste ter wereld werd. Naast een Aquarium (tuinzijde) kreeg het gebouw ook een collegezaal en praktijkruimten voor de Universiteit van Amsterdam (straatzijde). Hierdoor was het gebouw in tweeën gedeeld in de lengte en richt het zich ook tot de Plantage Middenlaan. De bergloodsen (Salmhuisjes)
zijn het laatste ontwerp van Bureau Salm in 1874. Ze werden geïnspireerd door de Zwitserse chaletbouw. De gebouwen waren bedoeld als opslag en werkplaats, de gebouwen waren goed toegankelijk aan de kant van de Muidergracht voor (vracht)boten. Ze grensden destijds direct aan het water.
heeft gekregen zoals de Roofdierengalerij ook in relatie staat tot de Hollandse Tuin. Deze heeft tussen 1945 en 1972 weer plaats moeten maken voor het nieuwe pinguïnverblijf. Springer houdt in zijn kaart rekening met een goede balans tussen verblijfsplekken voor dieren en voor mensen.
ARTIS was in de tweede helft van de 19e eeuw stukje bij bee tje gegroeid, wat het Park was aan te zien. De fragmentatie van ARTIS wordt in 1893 ingezien en ligt ten grondslag aan de Springerkaart van 1893. De kaart is bedoeld om van het Park echt een geheel te maken. Er zijn door Leonard Springer grotere eilanden, bosschages, solitaire bomen en lanen getekend. Opvallend is ook dat het Aquarium een symmetrische ‘voortuin’
Opvallend is dat het gebied van de Bibliotheek tot aan de Papegaaienlaan, met het huidige Artisplein, dat eigenlijk vanaf het begin steeds heraangelegd is maar wel steeds een parkachtig karakter had, een meer stedelijke inrichting krijgt: pleinachtig, waarschijnlijk halfverharding met een aanplant van individuele bomen als schaduwrijke bossage rond een centraal geplaatste muziektent.
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
Figuur 48. Brug over de Singelgracht, de Muiderpoort en de Salmhuisjes op de achtergrond (1895)
Figuur 49. Het vijftigjarig bestaan van Natura ARTIS Magistra. Litho met vier gezichten in de dierentuin. “De kennis der Dierenwereld noopt tot bescheidenheid” (1888)
Figuur 50. Aquarium ca. 1883 vanaf de Plantage Middenlaan
Figuur 51. Chimpansee met oppasser Houtman (1896-1900)
Figuur 52. Studieblad met apen (1894)
De afbeeldingen op deze pagina zijn afkomstig uit het Stadsarchief Amsterdam.
47
48
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1894
1945
1972
Figuur 53. IJsbeer op ARTIS (1890)
Figuur 54. Zebra met oppasser (1892)
Figuur 55. Oppasser met nijlpaard Betsy (1907)
Figuur 56. Twee walrussen (1890/1910)
Figuur 57. Papegaaienlaan rond 1883
Figuur 58. Paard met dompteur (1890)
De afbeeldingen op beide pagina’s zijn afkomstig uit het Stadsarchief Amsterdam.
2004
2019
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
Figuur 59. Kaart van ARTIS voor de bouw van het Aquarium (1877)
Figuur 60. Uitsnede van ARTIS met Aquarium uit de plattegrond van Amsterdam in 1884-1895, vervaardigd door J.H. Schmull
49
50
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
Figuur 61. Nieuw ontwerp voor ARTIS van Leonard Springer, 1893 (+ aanduiding van de gebruikte ontwerpprincipes) Bron: Foto’s gemaakt van kaarten in het Stadsarchief Amsterdam gemaakt door Niels Kwantes, Polman restauratie en kleuronderzoek. Later gemonteerd en bewerkt door H+N+S Landschapsarchitecten
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
51
52
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1893
1945
Figuur 62. Reconstructie van ARTIS in 1945 waarvoor de kaart in figuur 75 als basis dient
1972
2004
2019
BESCHRIJVING HISTORISCHE ONTWIKKELING ARTIS
53
54
1830
M A S T E R P L A N A RT I S 2030
1854
1872
1893
1945
1972
2004
2019
Figuur 63. De grootste veranderingen in het ARTIS-Park tussen 1894 en 1945 1. Introductie water om verblijven als grens (Hagenbeck principe) 3. Hollandse tuin krijgt andere orientatie
Begin 20 e eeuw – verlandschappelijking van ARTIS
In de eerste helft van de 20e eeuw verandert de opzet van de dierverblijven sterk en daarmee ook de lay-out van het Park. De beleving en het contact met de dieren werd belangrijk. De principes die voor het eerst geïntroduceerd werden door Carl Hagenbeck (1844-1913) lagen hieraan ten grondslag. Hij vond dat dieren moesten worden tentoongesteld in grote buitenverblijven die veel weg hebben van het oorspronkelijke habitattype van de soort. Hierdoor kon de diersoort zijn natuurlijke gedrag vertonen. Ook zouden meerdere soorten bij elkaar kunnen worden gezet en moest er zo min mogelijk barrière zijn tussen de bezoeker en het dier.
2. Aquariumgebouw krijgt een bijpassende tuin
4. Entrepotdok breidt uit en wordt rangeerterrein voor treinen
Hierdoor zou de bezoeker meer het gevoel krijgen in de wildernis te zijn. In ARTIS werden de dierverblijven ook steeds groter en kregen ze voorzichtigaan een wat natuurlijker karakter. In deze periode kwam er meer en vrijwel uitsluitend de nadruk op de dieren te liggen. Ook werden hekken om sommige dierverblijven vervangen door een gracht, zodat de visuele barrière tot het dier zo klein mogelijk werd. Goede voorbeelden hiervan op ARTIS zijn het Kerbertteras (Leeuwenverblijf, 1927-1928), en later ook de Apenrots (1940), het Kamelenveld en de Bokkenrots. De Plantage Doklaan wordt in deze tijd uitgebreid en ingenomen door de Nederlandse Spoorwegen Van Gend & Loos -
er kwamen spoorrails te liggen. Het spoor voerde richting het Weesperpoortstation met een spoorbrug over de Singelgracht. Ook al werden de activiteiten van de transitohandel in 1895 verplaatst naar het Nieuw Entrepotdok in de Stadsrietlanden, het Entrepotdok bleef lange tijd een plek met flink wat opslag en vervoersbewegingen. Vanwege de toename in verkeersintensiteit aan het begin van de 20e eeuw werd ook de doorgang van de Muiderpoort te klein. Er wordt een nieuwe brug gemaakt voor trams en auto’s tussen de Muiderpoort en de Plantage Middenlaan; hiervoor moet het verkeer om de poort heen worden geleid, waardoor de poort wat terzijde komt te staan.