CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-12-04 Conceptverslag OZA.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 22 januari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 04 december 20247.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Raadscommissieverslag, 4 december 2024

Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

CONCEPTVERSLAG

Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 4 december 2024 van 9:00 tot 12:30 uur in de raadszaal Woensdag 22 januari 2025 Voorzitter: R. Alberts Portefeuillehouders: wethouder M. Moorman, wethouder A. Scholtes Commissiegriffier: K. Van Klooster Verslaglegging: Notuleerservice Nederland Aanwezige commissieleden: de leden Bouali (GroenLinks), Didderen (Partij voor de Dieren), Haijen (SP), Hakiki (DENK), Havelaar (CDA), Hylkema (VVD), De Jong (JA21), Kabamba (Lijst Kabamba), Van der Kamp (VVD), Noordzij (PvdA), Van Pijpen (GroenLinks), Runderkamp (PvdA), Wehkamp (D66). Afwezig commissielid: Broersen (Volt) Overige aanwezigen: M. Saelman (Commissieondersteuner) ALGEMEEN DEEL 1. a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09:00 uur en heet iedereen welkom. Ze stelt vast dat er voldoende fracties aanwezig zijn. b. Mededelingen De VOORZITTER heeft een afmelding ontvangen van het lid Broersen. In volgende commissies zal men gaan werken met een tentatieve vergaderorde, die op de dag voorafgaand aan de vergadering wordt gedeeld via de dagmail. Commissieleden dienen tijdig van tevoren aan te geven op welke agendapunten zij een bijdrage willen leveren. Lid VAN PIJPEN feliciteert de voorzitter van harte met haar verjaardag namens de commissie.

Wethouder MOORMAN heeft een mededeling naar aanleiding van een vraag van lid Wehkamp over een pilot in Flevoland met betrekking tot het gratis verstrekken van anticonceptie. Helaas is die pilot niet doorgegaan. Lid WEHKAMP vraagt of een dergelijke pilot in Amsterdam kan worden gedaan. Wethouder MOORMAN vindt dit onverstandig omdat de pilot haaks staat op de werkwijze in Amsterdam, waar verstrekking van anticonceptie via professionals verloopt. Ten tweede deelt ze mede dat de Tafelberg op 5 februari wordt geopend. Het gaat om een woonzorgproject met 290 plekken voor jongeren, waaronder zestig plekken specifiek voor jongeren met een jeugdzorgachtergrond. De gemeente heeft dit gesubsidieerd. Ze vindt het een belangrijke mijlpaal. Tot slot meldt ze dat de witgoedactie van start gaat, waarbij

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

mensen met een minimuminkomen witgoed kunnen aanschaffen met korting en oude apparatuur kan worden vervangen door duurzamer witgoed. Wethouder SCHOLTES meldt dat MBO College West is geopend op Campus Slotervaart als onderdeel van het ROC van Amsterdam-Flevoland. Het vormt een centraal punt voor ROC-zorgopleidingen. Ten tweede gaat hij in op een toezegging van wethouder De Jager aan lid Perdok, waarbij zou worden nagegaan of de pilot in de Wildemanbuurt ook in andere buurten kan worden gestart. Bewoners worden door coaches geholpen bij het vinden van andere woonruimte, vooral in het kader van de schimmelwoningenaanpak, maar tegenwoordig ook om senioren te helpen aan een meer passende woning. Deze pilot is al uitgebreid, onder andere naar de Aker. Er wordt verkend of verdere uitbreiding mogelijk is. Zijn derde mededeling gaat over het IZA en de positie van de VNG, naar aanleiding van vragen van lid Van Pijpen. In de ledenvergadering is een resolutie aangenomen en er is een motie besproken over het gebrek aan gelijkwaardigheid tussen partijen. De VNG zal de gesprekken tijdelijk stoppen. Hij verwacht dat besprekingen binnenkort weer van start kunnen gaan, met heldere afspraken over die gelijkwaardigheid. Dit heeft geen impact op de activiteiten van de gemeente binnen Amsterdam Vitaal Gezond.

Lid VAN PIJPEN vraagt of het ministerie van VWS ook bereid is om extra financiële middelen beschikbaar te stellen, zoals in de voorwaarden was opgenomen. Wethouder SCHOLTES zegt dat de inzet van de VNG met name gericht was op drie aspecten. Ten eerste de gelijkwaardigheid bij de besprekingen. Ten tweede wil men in die gesprekken de nadruk leggen op het gezondheidsperspectief als vertrekpunt. Ten derde is het daarbij noodzakelijk dat middelen verschuiven van zorg naar gezondheid. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER zegt dat er eerder stukken zijn gedeeld met betrekking tot de opvolging van het onderzoeksrapport inzake het steekincident in de Robert Scottstraat. Lid Van Pijpen heeft voorgesteld agendapunt 8 en deze stukken te bespreken in de commissie AZ op 23 januari, in gezamenlijkheid met de commissies OZA, SED en de betrokken wethouders. Lid Perdok heeft voorgesteld om agendapunt 5 over de Wmo-meldcode nogmaals door te schuiven. De commissie stemt hiermee in. De agenda is vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 6 november 2024 De commissie stelt het verslag ongewijzigd vast. e. Termijnagenda, per portefeuille Er zijn voor deze commissiecyclus voor het eerst voor alle commissies bestuurlijke lange termijnagenda’s per portefeuille ontvangen.

In de OZA-commissie vervangen deze de diverse lange termijnoverzichten, die eerder meegeleverd werden met vergaderstukken. De raad wordt op deze manier geïnformeerd door het college over de stukken die naar de commissie toekomen. Bij de portefeuille Onderwijs dient nog een update plaats te vinden. Lid HAIJEN vraagt aan wethouder Moorman wat de status is van het project De Krant voor Iedereen. Er zou aan het einde van het jaar meer over bekend zijn. Hij vindt dit niet terug in de lange termijnagenda. Wethouder MOORMAN zegt dat dit in de vergadering van 22 januari komt.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

Lid VAN PIJPEN heeft een vraag naar aanleiding van het werkbezoek aan drie Amsterdamse ziekenhuizen, waar de problematiek rondom personeelstekorten, huisvesting en mobiliteit van verpleegkundigen centraal stond. Ze ziet in de lange termijnagenda ook het onderwerp personeelstekorten staan. Ze vraagt of de andere twee onderwerpen daar ook in meegenomen worden. Wethouder SCHOLTES zegt dat men al sinds jaren werkt aan de problematiek rondom personeelstekorten in de zorg. Dit jaar zullen bijvoorbeeld het aantal parkeervergunningen voor zorgpersoneel worden verdubbeld. Daarnaast vinden er gesprekken plaats met de zorgsector, om te inventariseren waar het beter kan. Dit zal worden meegenomen in de vernieuwde aanpak personeelstekorten, die in 2025 volgt. f. TKN-lijst Er is verzocht om TKN-6, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Derde voortgangsrapportage inzet Amsterdamse schoolveiligheid’ te bespreken in de volgende vergadering. De motivatie is bijgevoegd. Daarnaast is verzocht om TKN-7 over loting en matching te agenderen voor de volgende vergadering. De voorzitter vraagt lid Wehkamp dit verzoek te motiveren. Lid WEHKAMP is geïnteresseerd om kennis te nemen van de woonplaatsen van de leerlingen en de scholen van hun voorkeur. Dit wil zij met de commissie bespreken. De voorzitter stelt vast dat de commissie hiermee kan instemmen. g.

Ingekomen stukken stadsdeelcommissie Er zijn geen ingekomen stukken stadsdeelcommissies. INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek Bij agendapunt 7, Amsterdamse spoedeisende hulp onvoldoende bereikbaar bij hevige regenval Inspreker Muriël Louman is onderzoeksjournalist en spreekt namens Platform Investico. Inspreker vraagt aandacht voor de gevolgen van hevige regenval op de bereikbaarheid van ziekenhuizen en spoedeisende hulpposten. Onderzoek heeft aangetoond dat regenval van 70 mm binnen twee uur, wat ongeveer vier keer per jaar in Nederland voorkomt, grote impact heeft. Met behulp van een model van kennisinstituut Deltares is voorspeld waar water zich ophoopt, waarbij de resultaten laten zien dat de SEH’s van OLVG Oost en het UMC onbereikbaar worden. De gemeente Amsterdam heeft een klimaatadaptatiekaart ontwikkeld, die dergelijke conclusies ondersteunt. Inspreker benadrukt dat het treffen van maatregelen een gedeelde verantwoordelijkheid is. Het OLVG Oost geeft terecht aan dat de toegankelijkheid een verantwoordelijkheid van de gemeente is. De gemeente is voornemens daar in 2030 klimaat adaptieve maatregelen te nemen. Het AMC heeft de afvoercapaciteit aangepast, maar het is onduidelijk hoe effectief deze maatregelen zijn.

De inspreker wijst erop dat ziekenhuizen voor andere dringende problemen staan, waar de beschikbare middelen en tijd naartoe gaan. De inspreker

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

concludeert dat de gemeente Amsterdam de problematiek rond wateroverlast goed in kaart heeft gebracht, maar dat er meer gedaan kan worden om over deze maatregelen te communiceren en wellicht eerder actie te ondernemen. Desgevraagd geeft inspreker aan dat het regenwater vier uur lang blijft staan, na een bui van twee uur, al is dit moeilijk te voorspellen met het huidige model. Bij een overstroming in Doetinchem moest de SEH gedurende zeven uur gesloten blijven. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten en mededelingen. d. Rondvraag Lid NOORDZIJ zegt dat het volgende week Paarse Vrijdag is. Veel scholen besteden hier aandacht aan. Tegelijkertijd is er de laatste jaren onrust op scholen rond dit thema. Hij vraagt waar scholen terecht kunnen met dit soort signalen en wat daarmee gedaan wordt. Wethouder MOORMAN zegt dat er vanuit de Gezonde School-aanpak van de GGD en vanuit Leerplicht is gesproken met scholen over hoe men ondersteuning kan bieden. Er is vorig jaar ook een brief hierover verstuurd. Twee jaar geleden zijn er problemen geweest, maar vorig jaar niet. Sommige scholen kiezen ervoor om seksuele diversiteit structureel in het lesprogramma te verwerken in plaats van Paarse Vrijdag te organiseren. Er zijn dit jaar geen signalen over onrust binnengekomen.

Lid VAN DE KAMP vraagt hoeveel scholen deze dag niet meer vieren en of er een verband is met de afname van de onrust rond dit thema. Wethouder MOORMAN heeft hier geen cijfers over. Het is geen verplichting voor scholen om Paarse Vrijdag te organiseren. Het is wel verplicht voor scholen om aandacht te besteden aan seksuele diversiteit in het curriculum. Lid VAN DE KAMP denkt dat relatief eenvoudig is stijging van het verzuim op deze

vrijdag na te gaan.

Wethouder MOORMAN zegt dat daar vorig jaar geen sprake van was. Lid WEHKAMP uit haar bezorgdheid over het gestegen aantal abortussen. Uit onderzoek blijkt dat een deel van de vrouwen geen anticonceptie gebruikt, wat het belang van voorlichting onderstreept. D66 heeft eerder een initiatiefvoorstel ingediend om daar ook de mannen bij te betrekken en ze vraagt hoe het staat met de uitwerking ervan. Ze juicht toe dat er Soa-testen beschikbaar komen voor mensen zonder klachten en informeert naar de voortgang rondom de lokale Soa-polis. Ze vraagt de wethouder om een beleidsbrief over al deze ontwikkelingen. Wethouder SCHOLTES benadrukt ook het belang van aandacht voor deze problematiek en goede voorlichting. Hij betreurt dat hiervoor minder middelen beschikbaar gaan komen vanuit Den Haag. Eerder heeft hij al een beleidsbrief toegezegd op het thema seksuele gezondheid. Deze zal in de zomer van 2025 naar de commissie komen.

Lid WEHKAMP heeft een tweede vraag over afname van het aantal ZZP’ers in het onderwijs en uit haar zorgen over de veranderingen in de regelgeving per 1 januari. Hierdoor zullen kosten toenemen, omdat mensen via duurdere detacheringsbureaus gaan werken. Ze vraagt naar een reactie.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

Wethouder MOORMAN zegt dat men in het onderwijs liever minder ZZP'ers en gedetacheerden zou willen inzetten, omdat zij vaak hogere kosten met zich meebrengen en niet altijd een bijdrage leveren aan de continuïteit van het beleid. Schoolbesturen zijn al langere tijd bezig met het verminderen van deze werkconstructies, terwijl ze tegelijkertijd proberen personeelstekorten te voorkomen. Ze voorziet geen problemen door de veranderingen in de regelgeving. Wethouder SCHOLTES sluit zich daarbij aan en neemt het mee in zijn gesprekken met de zorgsector. Lid HAIJEN vraagt of het klopt dat er in het basisonderwijs afspraken zijn gemaakt over een maximumtarief per uur. Wethouder MOORMAN bevestigt dat. Het probleem daarbij is dat iedereen ditzelfde tarief ook vraagt, terwijl men in de publieke sector deze hoge tarieven juist wil verminderen. Lid BOUALI vraagt hoe men hiermee omgaat in de kinderopvangsector. Wethouder MOORMAN geeft aan dat de kinderopvangbranche zich ook zorgen maakt, omdat er momenteel veel ZZP-constructies zijn. Tegelijkertijd is men ook van mening dat commerciële werkconstructies niet thuishoren in de publieke sector. BESPREEKPUNTEN Financiën 3. Vaststellen van de Najaarsnota 2024 (VN2024-016583) Lid WEHKAMP vraagt zich af of er inzicht is in de onderbesteding van subsidies binnen het onderwijs.

De effecten van de aankomende bezuinigingen worden in kaart gebracht en ze vraagt wanneer men daar informatie over kan verwachten. Bezuinigingen op salarissen van leerkrachten gaan mogelijk al op 1 januari 2026 in, dus hier moet men zo snel mogelijk mee aan de slag. Wethouder MOORMAN zegt dat onder- en overbestedingen zoals gebruikelijk gerapporteerd worden in de jaarrekening van 2024. Over de aankomende bezuinigingen zegt ze dat onderhandelingen in Den Haag nog steeds gaande zijn en dat men de uitkomst eerst moet afwachten. De voorzitter stelt vast dat het punt gereed is voor bespreking in de raad. Zorg en Maatschappelijke ontwikkeling 4. Vaststelling van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025. (VN2024-016549) Lid VAN PIJPEN heeft uit het veld vernomen dat de indexatie van de sociale basis lager uitvalt dan verwacht. Ze vraagt hoe het kan dat indexatie lager is dan de prijs- en loonstijgingen. Ook vraagt ze waarom de indexatie verschillend is bij diverse voorzieningen die onder de Wmo vallen. Lid HAVELAAR vraagt of voorkomen kan worden dat hulpverleners meerdere keren een VOG moeten aanvragen. Ten tweede vraagt hij of initiatieven zoals Zorgmaatje Aan Huis passen binnen de visie van het college.

Ten derde merkt hij op dat er in het document staat dat men bij woonwagens geen woonaanpassingen aanbrengt, indien de economische levensduur korter is dan vijf jaar. Het aankopen van een nieuwe woonwagen is ook geen geschikte optie, want als men komt te overlijden, bepaalt gemeentebeleid dat

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

de woonwagen van de grond verwijderd moet worden. Dit vindt hij onrechtvaardig. Hij verzoekt de wethouder om het gesprek aan te gaan met vertegenwoordigers van woonwagenbewoners. Ten vierde zegt hij dat er bij diverse regelingen een inkomenstoets wordt gedaan. Hij pleit ervoor om ook het vermogen, waaronder vermogen in het buitenland, hierin mee te laten tellen. Zijn vijfde vraag gaat over mobiliteitsregelingen die onder de Wmo vallen. Hij geeft een voorbeeld waarbij de weg van een woonhuis naar het Vondelpark rolstoeltoegankelijk is gemaakt en vraagt of de gemeente dit proactief kan doen in bepaalde wijken. Ten zesde vraagt hij of aangepaste fietsen en speeltoestellen voor kinderen met een fysieke beperking na gebruik weer terugkomen en welke eigenrisicoregelingen er zijn bij schade voor dit soort toestellen. Ten slotte vraagt hij naar de voertuigen die maximaal 45 kilometer per uur rijden. Hij merkt op dat het document zowel diesel- als elektrische voertuigen noemt, terwijl hij denkt dat het alleen om elektrische voertuigen gaat. Lid HAIJEN reageert op het punt van de fietsen. De hulpmiddelenleverancier heeft deze in eigendom en ziet erop toe dat ze indien nodig ook weer worden ingeleverd. Lid HAVELAAR bevestigt dat en benadrukt dat dit ook bijdraagt aan circulariteit. Hij vindt dit belangrijk en wil graag weten of de gemeente hier financieel aan bijdraagt.

Wethouder SCHOLTES zegt in algemeenheid dat het bij dit punt gaat om technische aanpassingen en geen wijzigingen van het beleid. Het document is overzichtelijker en leesbaarder. Lid HAVELAAR begrijpt dit, maar wijst ook op het concept nadere regels en de toelichting daarbij. Hij vraagt hoe het proces voor die nadere regels dan zal verlopen. Wethouder SCHOLTES zal dit nagaan en komt daar schriftelijk op terug. Hij begrijpt dat het vervelend is om meerdere keren een VOG te moeten aanvragen. Tegelijkertijd wil men ook het recente verleden checken van deze hulpverleners, daar zij met kwetsbare kinderen werken. Er wordt een termijn van twaalf maanden gehanteerd. Het initiatief Zorgmaatje aan Huis is niet beschikbaar in Amsterdam, en er is geen subsidierelatie mee. Maar over initiatieven op het vlak van mantelzorgondersteuning is men natuurlijk positief. Op de vragen over woonwagens zal hij schriftelijk terugkomen. Hij bevestigt richting lid Van Pijpen dat er drie verschillende indexatiepercentages zijn in het sociaal domein, wat onwenselijk is. Er is een algemeen percentage dat voor alle subsidies geldt, er zijn specifieke afspraken voor Wmo-partijen en buurtteams in Amsterdam, zoals contractueel is vastgelegd en er zijn landelijke afspraken gemaakt binnen de jeugdzorg.

Lid VAN PIJPEN vraagt meer toelichting over de contractuele afspraken voor buurtteams in Amsterdam, waarbij de gemeente opdrachtgever is. Wethouder SCHOLTES verheldert dat er contractueel is vastgelegd welke systematiek wordt gehanteerd met betrekking tot de indexatie. Lid VAN PIJPEN blijft met vragen zitten. Ze zou graag een overzicht willen van hoe dit in elkaar steekt, wellicht kan dit bij de voorjaarsnota aangeleverd worden. Wethouder SCHOLTES zegt dit toe. Indien men een gunstiger compensatie wil, zullen daar ook de financiële middelen voor gevonden moeten worden. De voorzitter concludeert dat het punt voldoende is besproken en voor een korte bespreking naar de raad wordt gestuurd. 5. Raadsinformatiebrief over het rapport ‘Effectief gebruik van de meldcode in de Wmo-praktijk’ bespreken (VN2024-016094) Dit punt is doorgeschoven.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

6. Bespreken van de bestuurlijke reactie n.a.v. motie 337 d.d. 9 november 2022 van de leden Alberts en Kabamba inzake 'Stop het aanbesteden in de zorg, zet in op samenwerking in plaats van marktwerking' (VN2024-016089) Lid VAN PIJPEN steunt de motie van harte en heeft met belangstelling kennisgenomen van het onderzoek en de daaropvolgende technische sessie. De uitkomst van het onderzoek laat zien dat een vorm van concurrentie, waarbij een afweging tussen verschillende partijen gemaakt kan worden, noodzakelijk blijft. De vraag is dan hoe deze afweging moet plaatsvinden. De evaluatie die in het onderzoek is gedaan naar het traject dagbesteding, laat zien dat een aantal zaken zijn gemist. Rond dit onderwerp zijn eerder een aantal kritische noten gekraakt. Ze vindt het belangrijk dat de deskundigheid van de gemeente op dit thema fors verbeterd wordt, waarbij gebruik kan worden gemaakt van externe experts, maar ook van Amsterdammers die van deze zorg gebruikmaken. Daarnaast is het belangrijk dat er een heldere visie ontwikkeld wordt, met scherpe doelstellingen. Ze pleit ervoor om toekomstige aanbestedingen tijdig en zorgvuldig voor te bereiden. In de brief van het college ziet ze nu nog weinig concrete beslissingen staan. Ze vraagt naar een reflectie van het college en welke acties er worden ondernomen.

Lid RUNDERKAMP is ook positief over het onderzoek en de technische sessie, waardoor er meer inzicht is verkregen in de verschillende vormen van contracteren in het sociaal domein. Hij concludeert dat zowel aanbesteding als subsidiering geschikte opties zijn. De aanbesteding van dagbesteding Kwekerij Osdorp in 2022 is helaas niet goed verlopen en het is de vraag of dit voorkomen had kunnen worden met contracteren via subsidiering. Experts geven aan dat dit niet het geval is. Daarom is hij het eens met de onderzoekers dat contracteren via aanbesteding voor Amsterdam de beste wijze van contracteren is. Dat laat onverlet dat de informatiepositie van de gemeente verbeterd moet worden bij toekomstige aanbestedingen. Lid VAN PIJPEN vraagt per interruptie meer toelichting over de opmerking dat contracteren via aanbesteding de beste werkwijze is. Geldt dit voor specifieke onderdelen van de Wmo, of in algemeenheid? Lid RUNDERKAMP zegt dat het specifiek gaat om die componenten van de Wmozorg, waarbij heel duidelijk is wat er ingekocht wordt. Hij noemt de hulp bij het huishouden als een voorbeeld daarvan. Lid VAN PIJPEN wijst erop dat de onderzoekers aangeven dat dit ook via inbesteding zou kunnen. Lid RUNDERKAMP geeft aan dat er veel nadelen aan inbesteding zitten, omdat de gemeente veel zelf moet regelen.

Lid HAIJEN zegt dat daar juist ook veel voordelen aanzitten, zoals het reguleren van salarissen of de werkdruk. Lid RUNDERKAMP wil voorkomen dat de gemeente alles zelf moet gaan doen. Externe partijen kunnen dit waarschijnlijk efficiënter en dat heeft zijn voorkeur. Lid HAIJEN zegt dat efficiëntie en marktdenken blijkbaar voorop staan bij de PvdA. Lid RUNDERKAMP spreekt dat tegen. De onderzoekers hebben de nadelen van inbesteding uitdrukkelijk vermeld. Een dergelijke uitbreiding van de capaciteit bij de gemeente is ook niet realistisch.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

Lid VAN PIJPEN vindt niet de efficiëntie, maar juist de professionaliteit de belangrijkste reden om niet over te gaan op inbesteding. Ze maakt een vergelijking met het vervoersbedrijf GVB, waarbij de gemeente eigenaar is van het bedrijf en sturingsmogelijkheden heeft. De uitvoering ligt niet bij de gemeente, maar bij professionals. Lid RUNDERKAMP heeft bedoeld te zeggen dat andere partijen dit beter kunnen doen dan de gemeente. De optie zoals bij het vervoersbedrijf vindt hij interessant, maar dat is niet het onderwerp van dit onderzoek. Lid HAVELAAR steunt het betoog van lid Runderkamp. Hij vindt dat het goed is om efficiëntie na te streven, maar dat dit niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van zorg. Lid RUNDERKAMP is het daarmee eens. Hij vervolgt zijn betoog en zegt dat de risico’s van aanbesteding onvoldoende worden belicht in het onderzoeksrapport. Bij langdurige zorg ontstaat een vendor lock-in effect, d.w.z. dat het kostbaar en tijdrovend is om te wisselen van aanbieder. Ook is er bij de overgang naar andere aanbieder een risico voor discontinuïteit van de zorg. Hij vraagt om een reactie van de wethouder. Lid HAIJEN waardeert de manier waarop het college uitvoering heeft gegeven aan de motie. Hij moet het onderzoeksrapport nog verder bestuderen en zal dan terugkomen met een aantal concrete vragen. Lid VAN PIJPEN zegt dat het nu ter bespreking is geagendeerd.

Ze heeft vragen gesteld over het tijdspad en wil graag helder krijgen hoe de SP dit ziet. Lid RUNDERKAMP benadrukt nogmaals dat het onderzoek gaat over de wijze waarop de gemeente kan contracteren, niet over de wijze waarop zorg wordt geleverd. Hij vraagt of lid Haijen daarop kan reageren. Lid HAIJEN wil de reactie van de wethouder over het tijdspad afwachten. Verder vindt hij inbesteden een betere optie dan aanbesteden. Lid RUNDERKAMP vraagt waar dat op gebaseerd is. Lid HAIJEN erkent de voor- en nadelen bij de diverse constructies, maar vindt dat men bij inbesteding de meeste politieke zeggenschap heeft. Lid RUNDERKAMP is het daar niet mee eens. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is juist, dat de gemeente bij aanbesteding beter kan sturen op kwaliteit. Lid KABAMBA vraagt hoe het college de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport concreet gaat vormgeven. Ook vraagt ze hoe de concurrentie in de zorg kan worden teruggedrongen en het expertiseniveau binnen de gemeente kan worden versterkt, zodat er meer door de gemeente zelf kan worden gedaan. Wethouder SCHOLTES zegt dat het onderzoeksrapport heel uitgebreid is en handvaten biedt om in de toekomst op een juiste manier met zorgaanbieders samen te werken. Hij concludeert uit het onderzoek dat aanbesteding een gepaste vorm van contracteren is bij hulp in het huishouden en dagbesteding.

Ook wordt duidelijk dat per voorziening deze afweging zorgvuldig moet worden gemaakt. In algemeenheid zegt hij dat alle aanbevelingen die de onderzoekers doen, doorgevoerd kunnen worden binnen het huidige inkoopkader. Maar er zal per voorziening moeten worden afgewogen welke aanbevelingen daadwerkelijk worden overgenomen. In de toekomst zal men bij aanbestedingstrajecten een aantal verbeteringen doorvoeren. Om de informatiepositie van de gemeente te versterken, zal men in de initiatiefase meer belanghebbenden gaan betrekken, zoals cliëntenorganisaties, maar ook individuele Amsterdammers, die gebruik maken van Wmo-zorg. Daarnaast zal men tijdens de inkoopfase dialooggericht werken, via

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

een marktconsultatie of gesprekken met marktaanbieders. Men zal meer tijd nemen voor de aanbestedingstrajecten. Momenteel is men bijvoorbeeld al in gesprek met aanbieders van dagbesteding, waarvoor de aanbesteding in 2027 komt. In die gesprekken wordt toegewerkt naar heldere, transparante regels, zodat er een gelijk speelveld is in de markt. Hij denkt dat deze plannen rust en continuïteit in de Wmo-zorg gaan brengen. Men zal per voorziening een inkoopstrategie ontwikkelen, met een aanbestedingsleidraad en een nota van inlichtingen. De commissie zal worden meegenomen in de keuzes die hierbij worden gemaakt. Lid VAN PIJPEN vraagt of de wethouder ook vindt dat er een visie nodig is die als leidraad dient bij al deze keuzes. Wethouder SCHOLTES beaamt dat. Het is van belang dat die visie wordt bepaald per voorziening, door de gemeente in samenwerking met de belanghebbenden en marktpartijen. De risico’s van het vendor lock-in effect heeft hij in beeld. Er moet een balans gezocht worden, waarbij rust en continuïteit geboden worden, maar flexibiliteit behouden blijft. Daarnaast denkt hij dat het risico op discontinuïteit in de zorg zich zal voordoen bij alle vormen van contracteren. Hij sluit zich aan bij de argumenten van lid Runderkamp, om delen van de Wmo-zorg niet te gaan inbesteden. Hij denkt dat dit de rust en continuïteit verstoort.

Bovendien wil men juist de zorgcoöperaties een grotere rol laten spelen. Lid VAN PIJPEN vraagt of de wethouder inzicht kan geven in de tijdlijnen bij de inkoopprocessen. Daarnaast stelt ze de vraag of er meer ambtelijke capaciteit nodig is. Wethouder SCHOLTES denkt dat er voldoende kennis en ervaring aanwezigheid is bij de ambtelijke organisatie, maar uiteraard zou hij graag meer capaciteit hiervoor hebben. De tijdlijnen kan hij delen met de commissie. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 7. Amsterdamse spoedeisende hulp onvoldoende bereikbaar bij hevige regenval (VN2024-015538) Lid DIDDEREN verwijst naar de bevindingen van het onderzoek en de bijdrage van de inspreker. Ze vindt dit zorgwekkend, vooral omdat extreme weersomstandigheden door klimaatverandering vaker zullen voorkomen. Ze heeft vernomen dat de ziekenhuizen verwijzen naar de verantwoordelijkheid van de gemeente, terwijl de gemeente in de eerstkomende jaren nog geen verbeteringen zal aanbrengen. Ze vindt dat er te weinig gebeurt. Ze vraagt naar een reactie van de wethouder. Tegelijkertijd beseft ze dat klimaatbestendigheid een bredere verantwoordelijkheid is, waar meerdere wethouders een rol hebben. Daarnaast informeert ze of er een noodprotocol en hoe dat eruit ziet. Lid DE JONG vraagt bij interruptie of er suggesties zijn om de bereikbaarheid te verbeteren.

Lid DIDDEREN wacht graag de reactie van de wethouder af over de mogelijke maatregelen, die wellicht al gepland staan voor 2030. Lid VAN PIJPEN is ook woordvoerder klimaatadaptatie en benadrukt het belang van het programma gericht op klimaatbestendigheid. Ze vindt niet alleen de bereikbaarheid een zorg, maar ook de werkzaamheid. Kunnen ziekenhuizen en SEH nog functioneren bij zulke extreme omstandigheden? Ze vraagt om dit aspect wat meer te belichten. Lid DE JONG relativeert de problematiek met de opmerking dat het gaat om een regenbui die zich eens in de honderd jaar zal voordoen in Nederland. Daarnaast is gebleken dat de SEH van het OLVG Oost in de problemen komt, terwijl deze sowieso gesloten zal

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

worden. Hij is het ermee eens dat de bereikbaarheid van het AMC verhoogd moet worden met bredere wegen en meer asfalt, maar niet vanwege klimaatadaptatie. Lid DIDDEREN vraagt of lid De Jong vindt dat er eerst een ramp moet plaatsvinden voordat er maatregelen genomen worden. Ze wil juist proactief handelen naar aanleiding van deze voorspellingen. Lid DE JONG benadrukt dat hij ook de bereikbaarheid wil verbeteren. Maar hij vindt niet dat klimaatadaptatie daarvoor de aanleiding is. Desalniettemin vindt hij klimaatadaptatie ook belangrijk. Lid VAN PIJPEN zegt dat de tegenstelling tussen klimaatadaptatie en meer asfalt niet groter kan zijn. Uiteraard gaat het hier om verbetering van de waterafvoer, waar meer groen voor nodig is. Lid DE JONG wil meer wegenbouw en werken aan klimaatadaptatie, maar ziet daar geen verband in. Wethouder SCHOLTES heeft met belangstelling het onderzoek gelezen. Hij ziet het als een reëel, breder probleem waar men bij de inrichting van steden rekening mee moet houden. Ook wil hij graag meer inzicht in de weerbaarheid van Amsterdam bij calamiteiten of rampen. Lid DE JONG begrijpt deze bezorgdheid over een fictieve regenbui niet. In de ziekenhuizen van Noord-Holland of Flevoland is er regelmatig een SEH-stop.

Wethouder SCHOLTES begrijpt die opmerking, maar is tegelijkertijd van mening dat het goed is om inzicht te verkrijgen in de risico’s bij rampscenario’s. Bij een calamiteit zal de gemeente verantwoordelijk worden gehouden voor het voorkomen ervan. Hij verduidelijkt dat het gaat om een bui die eens in de honderd jaar op een specifieke locatie voorkomt, en dus niet eens in de honderd jaar in Nederland. De gemeente heeft diverse plannen op dit vlak, onder andere voor onderhoud in de Ruyschstraat in 2025 voor verbetering van de afwatering bij OLVG Oost. In 2030 staan grotere aanpassingen gepland in combinatie met onderhoud van de trambaan, waarbij ook klimaatadaptieve maatregelen worden toegepast. Lid DE JONG zegt dat er in Flevoland en Noord-Holland 450 SEH-stops per jaar zijn. Hij vindt dat het onderzoek wordt gepresenteerd als een rampscenario, waardoor men klimaatadaptiemaatregelen naar voren moet halen. Hij vindt dat vreemd als je bedenkt dat SEH’s om hele andere redenen veel vaker dichtgaan. Wethouder SCHOLTES zegt dat het een het ander niet uitsluit. Hij herhaalt dat het goed is om inzicht te verkrijgen in de risico’s en het nemen van maatregelen gericht op klimaatadaptatie vindt hij heel verstandig. Hij heeft van het AMC-bestuur vernomen dat er plannen zijn voor betere waterafvoer en maatregelen bij hevige regenval. Hij zal nog navragen wat de status precies is.

De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Het wordt doorgestuurd naar de raad voor een korte bespreking eind januari. Openbare Orde en Veiligheid 8. Onderzoeksrapport aanloop dodelijk steekincident Robert Scottstraat Amsterdam (VN2024-016088) Dit punt is doorgeschoven. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

9. Cijfers CBS, Nibud en SCP laten toenemende armoede in Amsterdam zien (VN2024-015057) Lid HAIJEN zegt dat het leven in Amsterdam duur is, met hoge kosten voor huur, energie, vervoer en levensmiddelen. De cijfers over de toenemende armoede maken hem strijdvaardig, maar hij is er niet verbaasd over. Amsterdam is de stad met de meeste armoede in Nederland. Hij vindt het schokkend dat er zoveel armoede is in een rijk land als Nederland, terwijl bedrijven 327 miljard winst maakten in 2022. Ondanks hoge winsten weigeren bedrijven hun werknemers een goed loon te geven, waar ze van kunnen leven. Winstbejag leidt tot een winst-prijsspiraal, waarbij de prijzen alsmaar stijgen. Het gemeentelijk beleid om armoede te bestrijden kent verschillende voorzieningen, zoals een collectieve zorgverzekering, scholierenvergoedingen of de Stadspas. Echter, de groep van de werkende armen, mensen die rond het bestaansminimum verdienen, wordt moeilijk bereikt. Hij vraagt wat de gemeente doet om het bereik van de minimaregelingen te vergroten. Daarnaast vraagt hij of de gemeente contact heeft met de branches waar veel werkende armen in werken, zoals de schoonmaakbranche of het uitzendwerk. Voor zijn volgende vraag verwijst hij naar een proef met Aliander, waarbij werd voorkomen dat mensen werden afgesloten van het net.

Hij vraagt of de gemeente contact kan opnemen met deze mensen om ze te wijzen op de het minimabeleid. Tot slot verwijst hij naar de ondersteuning voor zelfstandigen in de coronatijd. Ook van deze gegevens kan men gebruik van maken, bijvoorbeeld met betrekking tot schuldhulpverlening, of om hen te attenderen op gemeentelijke regelingen. Lid HAKIKI zegt dat armoede een hardnekkig probleem is in Amsterdam. Het heeft grote impact op het welzijn van deze mensen en maakt het voor hen onmogelijk om deel te nemen aan de samenleving. De gemeente ondersteunt deze mensen met minimavoorzieningen, maar niet alle rechthebbenden vragen dit aan vanwege onbekendheid ervan of ingewikkelde aanvraagprocedures. Factoren als stress, schaamte, onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal of angst om te moeten terugbetalen, spelen ook een rol. Ze vraagt welke acties het college onderneemt om het bereik te vergroten. Tot slot geeft ze aan dat de cijfers aangeven dat ook mensen die formeel boven de armoedegrens zitten, met een inkomen tot 130 procent van het sociale minimum, toch vaak geldzorgen ervaren. Ze vraagt de wethouder een reactie op de nieuwe definitie van armoede. Ze vraagt daarnaast hoe het bereik van de gemeentelijke regelingen vergroot kan worden. Tot slot verwijst ze naar het benchmarkonderzoek over het bereik van minimaregelingen.

Ze vraagt of de wethouder bereid is om de aanbevelingen hieruit over te nemen. Lid KABAMBA uit haar zorgen dat huishoudens met financiële reserves volgens de nieuwe definitie niet meer als arm worden beschouwd. Ze vindt het pijnlijk dat er mensen zijn die hard werken, maar niet kunnen rondkomen. Ze vraagt een reflectie van het college. Daarnaast vraagt ze hoe de gemeente deze mensen ondersteunt, ook degenen die door deze nieuwe definitie ineens boven de armoedegrens uitkomen. Ze wil ook met name de werkgevers hierop aan te spreken. Wethouder MOORMAN vindt het belangrijk dat er voldoende aandacht is voor het armoedeprobleem. Ze heeft bedenkingen bij de nieuwe definitie omdat mensen niet langer als arm worden beschouwd, terwijl er in hun leven niets veranderd is. Daarmee wordt de urgentie van het probleem verkleind. Tegelijkertijd vindt ze wel het goed dat er rekening wordt gehouden met de kosten en het besteedbaar inkomen. Amsterdam komt als armste stad van Nederland uit de bus, omdat de kosten hier hoog zijn, maar er zijn ook andere redenen voor, zoals een hoog aantal sociale huurwoningen en relatief veel ZZP’ers. De cijfers verrassen haar niet en kunnen ook als basis dienen voor het aanvragen van extra hulp vanuit het Rijk.

Uit een recente analyse van het NIBUD, waarin armoedebeleid van verschillende gemeenten is vergeleken, bleek dat de verschillen tussen gemeenten groot zijn. Amsterdam doet heel veel op het vlak van armoedebestrijding. Ze wil er dan ook voor waken dat Den Haag de verschillen tussen gemeenten wil gaan opheffen. Het

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

gemeentebeleid is op dit moment juist een belangrijk onderdeel van de bestaanszekerheid voor mensen geworden. Dit beleid zal de gemeente dan ook voortzetten in de komende tijd. De opmerkingen over de groep werkende armen, alsook de verantwoordelijkheid van werkgevers, vindt ze zeer terecht. Om informatievoorziening over armoederegelingen te versterken, zijn er verschillende acties ondernomen. Er is contact opgenomen met vijftig werkgevers in branches zoals schoonmaak, horeca en transport, over hoe zij hun werknemers kunnen wijzen op armoederegelingen. Daarnaast zijn ook buurtteams, de Flying Squad, de OBA, zorgmedewerkers en de religieuze gemeenschappen belangrijke organisaties bij de informatievoorziening over gemeentelijke regelingen voor mensen die in armoede leven. Zoals lid Haijen al aangaf, is dankzij de TOZO-regeling een groep ondernemers in beeld gekomen, die financiële steun ontvingen tijdens de coronaperiode. De actie met Aliander heeft ook bijgedragen, al moet men er rekening mee houden dat sommige informatie niet gedeeld mag worden. Op deze manier kan de gemeente het bereik van de gemeenteregelingen vergroten. Mensen zijn daar ook erg blij mee. Richting lid Hakiki geeft ze aan dat de kindregeling wordt doorgezet en dat het bereik daarvan in de afgelopen tijd is toegenomen.

Tot slot zegt ze dat de aanbevelingen uit het benchmarkonderzoek uit 2017 destijds zijn opgevolgd. Lid HAKIKI vraagt of een dergelijk onderzoek opnieuw gedaan kan worden. Wethouder MOORMAN denkt niet dat dat nodig is, omdat er jaarlijks gerapporteerd wordt via de armoedemonitor. Lid KABAMBA vraagt of het mogelijk is om de groep van werkende armen te verbinden met groeisectoren, waardoor zij kunnen profiteren van de economische groei in deze sectoren en hun inkomen kan stijgen. Wethouder MOORMAN geeft aan dat er juist in deze sectoren ook veel werkende armen zijn. Ze voegt toe dat, naast de eerdergenoemde overleggen met werkgevers, ook contact is gelegd met de FNV. Aansluitend merkt ze op dat het een van de doelstellingen binnen Masterplan Zuidoost is, om mensen naar beter werk te begeleiden met gunstiger arbeidsvoorwaarden. De voorzitter concludeert dat het voldoende besproken is. Onderwijs 10. Evaluatie en vervolg Onderwijskennis Netwerk Amsterdam (VN2024-016092) Lid WEHKAMP is enthousiast over het ONA en ziet het als een waardevolle investering in de kwaliteit van het onderwijs. De bekendheid en vindbaarheid kunnen nog verbeterd worden. Ze stelt voor om de positieve effecten van ONA en de lerarenbeurs in kaart te brengen en deze te delen, het liefst door leraren zelf, bijvoorbeeld in een filmpje.

Zij kunnen hun collega’s overtuigen van de meerwaarde en uitleg geven over de diverse methoden. Zij is blij dat er structureel een miljoen beschikbaar gesteld wordt voor de lerarenbeurs. Daarnaast is er vanuit de coalitiemiddelen drieënhalf miljoen voor het ONA beschikbaar in de komende twee jaar. Ze vraagt hoe dit na 2026 kan worden voortgezet en of uitbreiding naar middelbare scholen en mogelijkheid is. Wethouder MOORMAN deelt het enthousiasme van lid Wehkamp. Dankzij de structurele bijdrage van een miljoen kan men de onderwijskwaliteit verbeteren en het lerarentekort tegengaan. Ze verwacht dat de bijdrage vanuit de coalitie ook na 2026 zal worden doorgezet, gezien de positieve resultaten die worden behaald. Het onderwijsprogramma Ontwikkelkracht is een landelijke navolging, waar ook VO-leraren gebruik van kunnen maken. Het programma wordt zeer gewaardeerd. Ze vindt het idee van een filmpje erg leuk en neemt dat mee. De voorzitter concludeert dat het punt voldoende is besproken.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

11. Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Liefde voor Lezen’ (VN2024-016087) Lid WEHKAMP betreurt dat er tweeënhalf miljoen mensen in Nederland moeite hebben met lezen, schrijven en rekenen. Daarnaast kan een op de drie vijftienjarigen onvoldoende lezen om mee te doen in de maatschappij. Ze steunt de aanpak van de wethouder. Ze vraagt waarom er op sommige scholen geen schoolbibliotheek is en of er meer scholen betrokken kunnen worden bij OBA op school. Wellicht kunnen ook voorschoolse opvang en kinderopvang hierbij betrokken worden. Om het lezen thuis te stimuleren, ontvangen ouders het BoekStartKoffertje via de bibliotheek. D66 heeft landelijk voorgesteld om hier al op te attenderen bij inschrijving van een kind bij de gemeente. Ze vraagt om een reactie van de wethouder. Tot slot vraagt ze naar de status van de uitvoering van het initiatiefvoorstel van de Verhalenprijs. Lid RUNDERKAMP erkent het belang van lezen eveneens. Ook hij ondersteunt de aanpak van de gemeente. Hij vindt dat liefde voor lezen met name aangewakkerd dient te worden op de scholen en geeft aan dat het ONA hierbij van grote waarde is. Resultaten op het gebied van leesvaardigheid verbeteren aanzienlijk, zoals bijvoorbeeld is aangetoond bij IKC Tuindorp. Lid WEHKAMP vraagt naar ideeën van de PvdA om de leesvaardigheid bij kinderopvang en in de thuissituatie te verbeteren.

Lid RUNDERKAMP heeft zeker ook waardering voor de inzet van de gemeente bij kinderopvang en in de thuissituatie. Tegelijkertijd vindt hij dat de grootste effecten kunnen worden behaald in de klas. Lid KABAMBA waardeert de diverse initiatieven om liefde voor lezen te bevorderen. Ze vraagt of deze programma’s voldoende bereikbaar zijn voor kwetsbare gezinnen en of er voldoende aandacht is voor diversiteit en inclusie. Ze pleit ervoor om ook het lezen te stimuleren bij mensen met een achtergrond die minder vertegenwoordigd is, omdat die schrijvers minder vaak zichtbaar zijn in de media. Ze heeft daar verschillende ideeën over en wil die graag delen met haar collega’s. Tot slot zegt ze dat lezen een sleutel vormt naar een meer rechtvaardige en meer inclusieve samenleving. Wethouder MOORMAN is zelf ook zeer overtuigd van het belang van lezen. De samenwerking met het onderwijs en de diverse partners is erop gericht de leesvaardigheid te verbeteren. Er zijn voorbeelden die aantonen dat deze aanpak zeer effectief is. De aanpak richt zich op scholen, maar ook op de thuissituatie. Tegelijkertijd is er een trend van ontlezing zichtbaar in de gehele samenleving, dus er zijn ook ouders die hier geen aandacht aan besteden. De nadruk ligt daarom op het lezen in de klas. Tien procent van de scholen werkt samen met OBA, maar er zijn veel meer scholen die een bibliotheek op school hebben.

Men streeft naar de aansluiting van 80 PO-scholen, 10-VO scholen en 5 ROCopleidingen in 2025. Daarnaast wordt ernaar gestreefd dat alle scholen in 2030 een bibliotheek hebben. Ze omarmt het idee om voorschoolmedewerkers ook de gratis bibliotheekpas aan te bieden. Ze zegt toe om dit gesprek te gaan voeren. Ze weet niet of inschrijving bij de gemeente kan samengaan met aanmelding bij de bibliotheek, met het oog op het delen van privacygevoelige informatie. Ze betwijfelt of het effectief is, omdat kinderen zich pas later gaan interesseren voor plaatjesboeken of voorlezen. Lid WEHKAMP begrijpt dat mensen in die beginfase met andere dingen bezig zijn. Tegelijkertijd is het een mooi moment voor de gemeente om mensen te attenderen op het BoekStartKoffertje. De drempel om op een later moment nog een aanvraag te moeten doen, wordt daarmee weggenomen. Wethouder MOORMAN wijst nogmaals op de privacywetgeving. Maar daarnaast wil ze voorkomen dat mensen later vergeten dat ze ingeschreven zijn. Liever wil ze mensen

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

bewust maken van dit initiatief op het moment dat het interessant voor ze is. Ze merkt tot slot op dat men nu de laatste hand legt aan de Verhalenprijs, waar mogelijk rapper Donnie een rol in zal spelen. Richting lid Runderkamp zegt ze bekend is met het voorbeeld van IKC Tuindorp en daar ook zeer enthousiast over is. Aan lid Kabamba meldt ze dat er binnen het programma specifieke aandacht is voor de wijken Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Hierbij is het inderdaad ook belangrijk dat kinderen zich kunnen herkennen in de personages in de boeken die worden aangeboden. Leesconsulenten kunnen daar ook bij helpen. De voorzitter concludeert dat het punt voldoende is besproken. Het wordt doorgestuurd naar de raad voor een korte bespreking. 12. Bespreken van de reactie op motie 63 d.d. 15-02-2023 van de leden Von Gerhardt (VVD), Rooderkerk (D66), Broersen (Volt) en Boomsma (CDA) inzake inzicht in onderbesteding (VN2024-016091) Lid VAN DE KAMP zegt dat in de motie gevraagd wordt de onderbesteding van VloA-subsidies te onderzoeken. De resultaten laten zien dat niet alle scholen gebruik maken van deze subsidie en dat er grote verschillen zijn tussen de subsidies die scholen ontvangen. In sommige stadsdelen wordt minder subsidie aangevraagd dan waarvoor men in aanmerking komt.

Ook wordt duidelijk dat met name kleinere scholen met weinig administratieve slagkracht moeite hebben om hun weg te vinden in het aanbod van verschillende subsidies. Hij vindt dit zorgelijk, mede omdat het gelijke kansen belemmert. Hij vraagt hoe de wethouder de efficiency en effectiviteit van de subsidieregels beoordeelt. Daarnaast vraagt hij of er verbeterslag kan worden gemaakt in het categoriseren van de diverse subsidies. Lid WEHKAMP haalt uit het onderzoek dat het onderzoek naar de onderbesteding complex was. Subsidies hebben verschillende, ingewikkelde voorwaarden en zijn daardoor moeilijk met elkaar te vergelijken. Ze is verheugd dat de gemeente hier lessen uit trekt en de administratieve druk voor scholen wil verminderen. Ze stelt voor om de maatregelen ook te evalueren. Ze gaat specifiek in op de onderbesteding bij cultuureducatie, die wordt veroorzaak door een tekort aan leraren voor dit vak. In het coalitieakkoord zijn er afspraken gemaakt over het programma De Rijke Schooldag. Ze vraagt de wethouder te kijken of de cultuureducatiesubsidies het gebrek aan cultuureducatie kunnen opvangen. Lid HAVELAAR sluit zich aan bij de opmerkingen van lid Wehkamp over de complexiteit binnen het onderzoek. Hij vraagt of onderbesteding sneller gesignaleerd kan worden, zodat herallocatie van budgetten binnen het boekjaar mogelijk is.

Daarnaast vraagt hij of er no regret maatregelen mogelijk zijn, om in 2025 al versimpelingen binnen het subsidielandschap door te voeren. Wethouder MOORMAN is het eens met de raadsleden dat onderbesteding valt te betreuren. Ze wijst ook nog eens op de plannen van de regering om forse bezuinigingen door te voeren, welke grote impact zullen hebben op de verschillende programma’s in het onderwijs. Ze doet een hartgrondige oproep om deze bezuinigingen niet te steunen. Het onderzoek toont inderdaad aan dat er ongelijkheid zou kunnen ontstaan tussen stadsdelen en tussen grotere en kleinere scholen. Ze stelt dat een stevig schoolbestuur met voldoende administratieve armslag nodig is om goed te functioneren als school. Ze kan zich dan ook vinden in het voornemen van het Rijk om de Kleine Scholen Subsidie af te schaffen. Ze bevestigt dat verkrijgen van inzicht in de wirwar van subsidievoorwaarden een ingewikkelde klus was. Ze benadrukt dat het onderzoek de periode van 2018 tot 2022 beslaat, waar de coronaperiode binnenvalt. Dit geeft een enigszins vertekend beeld en speelt een rol bij de onderbesteding van cultuursubsidies. Er is juist meer aandacht voor cultuureducatie en er zijn ook voldoende middelen voor. Men wil een verbeterslag maken in de efficiency en de effectiviteit binnen de VloA.

Daarbij wordt een balans gezocht tussen enerzijds een gedegen verantwoording van subsidies en anderzijds zo min mogelijk administratieve last. Ze geeft er de voorkeur aan om het hele pakket te herzien en tussentijds geen no regret

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

maatregelen te nemen. Verder benadrukt ze dat de definitieve onderbesteding pas kan worden vastgesteld na de verantwoording. Bij onvoldoende verantwoording wordt een deel van het subsidiebedrag immers teruggevraagd. Lid HAVELAAR vraagt of de wethouder kan bevestigen dat ze in het eerste kwartaal met een voorstel komt. Wethouder MOORMAN bevestigt dat. Lid VAN DE KAMP vraagt hoe de wethouder orde wil gaan brengen in de wirwar van subsidieregelingen. Gaat het dan om verminderen van regelingen, of versimpeling van procedures? Wethouder MOORMAN zegt dat het doel met name is om meer helderheid te creëren, niet om het aantal te verminderen. Ze denkt ook aan het vereenvoudigen van aanvraagprocedures, waardoor er ook minder administratieve lasten zijn. Men zal daarbij ook de hoeveelheid informatie die nodig is om subsidie te ontvangen, moeten reduceren. Lid WEHKAMP erkent dat de gemeente veel informatie opvraagt, maar denkt dat dezelfde informatie ook via andere wegen verkregen kan worden. Ze vraagt om meer toelichting bij het punt over cultuureducatie. Ook vraagt ze of de niet-gebruikte subsidies naar de algemene middelen gaan. Wethouder MOORMAN zegt dat er extra middelen zijn gegaan naar het muziekonderwijs, de Cultuurcoachregeling en het AFK. Er zijn binnen de gemeente algemene afspraken over onderbesteding van subsidies.

Indien er een onderbesteding is, kan men dat budget in het jaar daarna besteden binnen hetzelfde programma. Als het budget boven een bepaalde grens uitkomt, wordt het toegevoegd aan de algemene middelen. De voorzitter stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken is. 13. Raadsinformatiebrief en Evaluaties Kansenaanpak Primair Onderwijs (PO) 20222023 en Voortgezet Onderwijs (VO) 2022-2023 (VN2024-016090) Lid WEHKAMP zegt dat ook bij dit punt het belang van subsidies weer naar voren komt. Vaak wordt deze subsidie aangewend voor extra inzet op taal, maar het onderzoek toont aan dat er geen significante leergroei is bij de onderzochte scholen. Ze spreekt haar steun uit voor aanvullend onderzoek. Ze benadrukt het belang van evidence based onderwijs. Hier zou ONA een rol bij kunnen spelen. Ze vraagt de wethouder hoe er samenhang kan worden gecreëerd tussen deze initiatieven. Wethouder MOORMAN geeft aan dat het enerzijds van belang is dat scholen zelf keuzes maken, gezien de verschillen tussen scholen. Anderzijds laat het onderzoek zien dat er ook heel veel variatie is, waardoor effecten moeilijk te meten zijn. Er is samenwerking met de UvA gezocht om hier een kwalitatief onderzoek naar te doen, waarbij het belang van evidence based methoden evident is. Lid WEHKAMP vraagt hoe scholen geattendeerd kunnen worden op het belang van het gebruik van ONA en ONA-based materialen.

Wethouder MOORMAN verwijst naar de discussie bij agendapunt 10. De voorzitter stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken is. Sluiting

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 4 december 2024

De VOORZITTER bedankt iedereen voor de inbreng en sluit de vergadering. De volgende vergadering is op 22 januari 2025.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14977359/1