2024.05.28 Rekeningencommissie conceptverslag OPENBAAR
Tekst van het document
Rekeningencommissie 2022-2026 Conceptverslag van het openbare deel van de vergadering van de Rekeningencommissie op 28-05-2024 Aanwezig: Mw. Van Pijpen (voorzitter) De leden dhr. Asruf, dhr. Garmy, dhr. Von Gerhardt, dhr. Havelaar, mw. Krom. dhr. Mangal, dhr. Schmit Overige aanwezigen: mw. Van Buren (wethouder), dhr. Ceelie (ACAM), dhr. Demirel (ACAM), mw. Diemont (griffie) en dhr. Van Hooff (ACAM) Afwezig: Verslag: dhr. Eijking (Notuleerservice Nederland) 1. Opening De voorzitter heropent de vergadering om 20.08 uur. Men was al begonnen, maar het geluid werkte toen niet. De voorzitter zal niet weer helemaal opnieuw beginnen, maar beginnen met de vragen aan de wethouder. 2. Vaststellen van de openbare en besloten verslagen van 7 en 14 mei 2024 Dit agendapunt is behandeld toen het geluid nog niet werkte. 3. Wethouder Van Buren Mevrouw Krom merkt op dat de accountant voor het eerst sinds jaren een verklaring met beperking heeft afgegeven. Wat is de reflectie van de wethouder hierop? Is dit een incident of daalt de kwaliteit in de gemeentelijke organisatie ten aanzien van de interne beheersing? Hoe komt het dat dit probleem is ontstaan? Mevrouw Van Buren antwoordt dat de onrechtmatigheid met betrekking tot inkoop ook voor haar een teleurstelling zijn, zeker omdat zij eind 2023 aan de raad had aangegeven dat de gemeente op koers lag. In 2022 bedroeg de onrechtmatigheid 45 miljoen.
Dat was een daling ten opzichte van het jaar ervoor. In 2023 komt de gemeente uit op 75 miljoen. Er was al een bestuursopdracht om hier meer grip op te krijgen. Dat men pas laat in het jaar inzicht kreeg dat de onrechtmatigheid was toegenomen heeft ermee te maken dat de gemeente in 2023 voor het eerst een ander proces heeft doorlopen. Het college legt de rechtmatigheidsverantwoording af. De toets op de verantwoording vindt in de organisatie plaats en wordt dus niet meer door de ACAM gedaan. Er was tijd nodig om op basis van het nieuwe proces te signaleren en te rapporteren. Dit moet nog verder geanalyseerd worden. Door het nieuwe proces is er meer en uitgebreider getoetst en heeft men misschien meer onrechtmatigheden kunnen constateren. Ook in dat geval is de grote omvang absoluut niet wenselijk. De eerder ingezette verbetermaatregelen hebben niet genoeg effect gesorteerd, bijvoorbeeld het werken met de inkoopkalender en het vergroten van kennis en kunde op het gebied van inkopen en aanbesteden. Bij een aantal grote contracten was het contract overschreden, maar was men ook te laat begonnen met aanbesteden. Dit heeft te maken met de cultuur in de organisatie. De wethouder heeft ook geconstateerd dat de organisatie hier versterking bij nodig heeft. De viermaandsrapportages moeten op tijd komen, zodat er nog gestuurd kan worden.
Door de nieuwe werkwijze is er in 2023 geen analyse gedaan. Dit zal nu wel gebeuren. De wethouder
2 heeft in het gemeentelijk managementteam een stevig gesprek gevoerd, omdat zij vindt dat er vanuit het GMT en de verschillende directies meer eigenaarschap moet zijn. De cultuur binnen de organisatie is nog niet zo open wat betreft het maken van fouten. In plaats van dit snel op tafel te leggen om samen naar een oplossing te zoeken, houden mensen problemen lang bij zich en proberen ze deze zelf nog op te lossen. Hier moet een cultuurverandering plaatsvinden. Dit heeft tijd nodig. De wethouder hoopt dat de onrechtmatigheid dit jaar binnen de gestelde marges blijft. De wijze van controle zal geëvalueerd worden om de controle beter uit te kunnen voeren. De implementatie van AFIS is belangrijk voor de inkooprechtmatigheid. Het systeem moet echter wel gevuld worden. De voorzitter hoorde de wethouder zeggen dat er meer punten naar boven zijn gekomen doordat de gemeente nu zelf haar rechtmatigheidsverantwoording moet doen. Later zei zij iets wat hiermee in tegenspraak was. Hoe zit dit? Mevrouw Van Buren antwoordt dat er zal worden gekeken naar de wijze van verantwoorden. Er zijn interne audits op gezet. Er is een uitvraag gedaan. Eerst was de onrechtmatigheid nog groter. Later bleken bepaalde uitgaven toch niet onrechtmatig te zijn. Het kan echter ook zo zijn dat er nog onrechtmatigheden zijn in niet-gecontroleerde processen. Er is zorgvuldig gecontroleerd.
Hierover gaat de gemeente nog met ACAM in overleg. Er moet op de juiste punten gecontroleerd worden. Mevrouw Krom hoorde de wethouder de verwachtingen temperen en zeggen dat het ook een cultureel probleem is, bijvoorbeeld wat betreft eigenaarschap. Is de organisatie voldoende geschrokken van het verslag en wordt er genoeg urgentie gevoeld om zaken op orde te brengen? Mevrouw Van Buren antwoordt dat de organisatie zeker geschrokken is. Onrechtmatigheid is een onderwerp van gesprek in zowel het college als in het managementteam. Mevrouw Krom merkt op dat de accountant ook in de boardletter al zijn zorgen uitte over het proces rondom de rechtmatigheidsverantwoording. Op dat moment werd aan de Rekeningencommissie en de raad gemeld dat er geen problemen waren bij het opstellen van de verantwoording. Nu blijkt dat de organisatie op dat moment onvoldoende zicht had op de verantwoording of een te positief beeld had van het proces. Hoe kijkt de wethouder hierop terug? Mevrouw Van Buren antwoordt dat zij geleerd heeft om nog meer door te vragen. De cultuur in de organisatie is dat men problemen bij zich houdt of dat ze heen en weer worden geschoven omdat onduidelijk is wie verantwoordelijk is. Van het groencontract was bijvoorbeeld al veel eerder bekend dat het onrechtmatig was. De wethouder vertelt de medewerkers dat ze liever heeft dat ze transparant zijn.
De heer Von Gerhardt merkt op dat in eerder jaren ook al over deze cultuurverandering is gesproken. Hoe kan ervoor gezorgd worden dat de commissie volgend jaar niet weer hetzelfde verhaal hoort? Wat gaat de gemeente concreet anders doen? Mevrouw Van Buren antwoordt dat in de brief al een aantal maatregelen genoemd zijn. Directies die boven de 1% komen moeten met een plan van aanpak komen. Bij de viermaandsrapportage wordt gerapporteerd over wat de directies doen. Het is een onderwerp van gesprek in prestatieafspraken. Alle inkoopcontracten moeten gedigitaliseerd worden, zodat er op tijd signalen komen. Een cultuur veranderen is lastig. Dit moet bespreekbaar gemaakt worden. Het is niet erg als er soms iets onrechtmatig gebeurt, zolang men binnen dit percentage blijft. Dit kan bewust gedaan worden. Hoe meer de gemeente de gewone inkoop- en aanbestedingscontracten goed op orde heeft, hoe meer ruimte de organisatie heeft. Medewerkers ervaren het nu zo dat ze niks meer kunnen. Van die cultuur moet de organisatie af. De voorzitter merkt op dat dit punt continu aandacht aan de orde is geweest. Dan blijft de vraag waarom dit zo weerbarstig is, dat zelfs dit niet gebeurt. Mevrouw Van Buren antwoordt dat dit met kennis en know-how te maken heeft. Er is continu aandacht voor bij interne opleidingen. Er is gekeken of de wijze waarop het proces is georganiseerd goed werkt.
Wanneer de controles intern gebeuren, is het een leerproces om te bepalen waar het niet goed gaat. De
3 gemeente Amsterdam is niet de enige organisatie die hiermee kampt. De wethouder durft ook niet te zeggen dat volgend jaar alles opgelost zal zijn. De heer Von Gerhardt wordt juist bezorgd van dit antwoord. Dit gesprek wordt in de Rekeningencommissie al jaren gevoerd. Wat zal de toekomst brengen? Wanneer kan wel met zekerheid gezegd worden dat het goed zal komen? Mevrouw Van Buren antwoordt dat er altijd iets van onrechtmatigheid over zal blijven, bewust en onbewust. Dat kan ook door calamiteiten of de markt komen. De wethouder hoopt dat ze volgend jaar, door het nieuwe systeem, alle maatregelen, de rapportages en de 1%-plannen, een positiever verhaal zal hebben. Mevrouw Krom merkt op dat het probleem in de cultuur zit en dat de oplossingen van de wethouder betrekking hebben op het proces en het systeem. Wat gaat de wethouder doen om de cultuur te veranderen? Mevrouw Van Buren antwoordt dat dit te maken heeft met de hele cultuur. Directeuren en leidinggevenden moeten het een belangrijk onderwerp vinden. De wethouder bemoeit zich veel met de organisatieontwikkeling en voert het gesprek met de gemeentesecretaris. Dit wordt meegenomen in een bredere cultuurverandering. Er wordt niet een heel cultuurtraject ingezet op onrechtmatigheid. Het gaat om het nemen van verantwoordelijkheid. Het is niet zo dat medewerkers niks zeggen omdat ze bang zijn.
Soms denken ze juist de problemen zelf wel te kunnen oplossen. De wethouder moet hier dan verder op doorvragen. Mevrouw Krom merkt op dat de wethouder onvoldoende geïnformeerd was, mede doordat mensen de problemen bij zich hielden, en zij aanvankelijk een te positief beeld gaf. Heeft de wethouder wel het gevoel dat zij hier grip op heeft? Mevrouw Van Buren heeft dit gevoel. Het waren niet de ambtenaren in haar staf die haar niet goed geïnformeerd hadden. Het zat nog dieper in de organisatie. De heer Havelaar hoorde de wethouder twee cultuurproblemen aan elkaar knopen. De organisatie is groot en er speelt veel. Hoe kan de raad controleren of het goed gaat? Nu lijkt de wethouder te zeggen dat het opgepakt wordt en de raad vanzelf wel weer wat hoort. Mevrouw Van Buren vindt het vervelend dat zij dit beeld blijkbaar gegeven heeft. De gemeente is bezig met de bestuursopdracht, met inclusie en met diversiteit. Daar zitten ook veel maatregelen die betrekking hebben op een cultuurverandering. Er is geen apart traject voor de cultuurverandering met betrekking tot inkoop. De wethouder kan de raad in een commissie nader informeren over trajecten die lopen en hier ook mee te maken hebben. De heer Havelaar vindt het een goed idee om het hier in de commissie FKD over te hebben. De voorzitter sluit zich hierbij aan, mede omdat het onderwerp deels politiek is.
In de organisatie wordt de verantwoording gezien als een administratief iets. Daar worden mensen niet door gedreven. De inhoud en de verantwoording worden gezien als verschillende dingen, terwijl het een niet zonder het ander kan. Kan de wethouder hier een reflectie op geven? Mevrouw Van Buren vindt dit een goede analyse. De ambtenaar die onrechtmatig aanbesteedt, is met inhoudelijke zaken bezig. Die bevlogenheid is mooi, maar daar horen administratieve handelingen bij. Dat moet tot de organisatie doordringen. Het gaat op een hoop plekken overigens goed. Mevrouw Krom merkt op dat het een aandachtspunt is om het inkoopcontractenregister compleet te krijgen. Wat maakt het zo lastig om dit op orde te krijgen en wat moet ervoor gebeuren om dit op orde te krijgen? Mevrouw Van Buren wil dit echt voor 1 januari op orde hebben. Dan moet het in AFIS zijn ingevoerd. Het is lastig omdat bepaalde contracten moeten worden gezocht en worden aangevuld. Soms ontbreekt er nog informatie. Doordat de implementatie van AFIS is uitgesteld tot 1 januari, heeft de gemeente respijt om het op orde te krijgen. De gemeente ligt op schema.
4 De heer Schmit vraagt welke risico’s, ook op het gebied van rechtmatigheid, de wethouder ziet die veroorzaakt worden door het uitstel van de implementatie van AFIS. Mevrouw Van Buren antwoordt dat het plan was om afgelopen 1 januari live te gaan met AFIS. Dat lukte de partner van de gemeente, Capgemini, echter niet. Daarom is dit eerst tot 1 oktober uitgesteld en vervolgens tot 1 januari 2025. De andere systemen kunnen nog in de lucht blijven. Daar zijn afspraken over gemaakt en contracten over afgesloten. Er is dus meer tijd om de contracten in te voeren in het systeem. Dit brengt uiteraard wel extra kosten met zich mee. De wethouder ziet geen risico’s en krijgt te horen dat 1 januari echt zal lukken. De heer Schmit vraagt of de wethouder er vertrouwen in heeft dat het deze keer echt op 1 januari zal gebeuren. Mevrouw Van Buren heeft daar, voor zover zij nu weet, vertrouwen in. De heer Schmit vraagt of de wethouder er ook vertrouwen in heeft dat alle onderdelen van AFIS worden ingevoerd. Mevrouw Van Buren antwoordt dat bepaalde producten, zoals de borging van de bestuurlijke producten en de lopende contracten, de hoogste prioriteit hebben. Later wil de gemeente nog innovatie bewerkstelligen met AFIS. Het contractmanagement en de facturen moeten gewoon goed gaan per 1 januari.
De heer Schmit begrijpt dat alle bestaande processen straks in AFIS gedaan worden en dat later gekeken wordt wat er eventueel nog extra met AFIS kan. Mevrouw Van Buren bevestigt dit. De voorzitter vraagt of de wethouder een algemene reflectie wil geven op het jaarverslag en de P&Ccyclus. Er worden best forse afwijkingen geconstateerd tussen de verschillende P&C-producten. Formeel klopt het wel volgens het budgetrecht van de raad, maar hoe kunnen deze verschillen zo groot zijn? Mevrouw Van Buren antwoordt dat het rekeningresultaat 122,1 miljoen positief was, maar in de Najaarsnota was het 3,9 miljoen hoger. Er zijn zowel aan de baten- als aan de lastenkant flinke afwijkingen. De uitkeringen uit het Gemeentefonds zijn hier van grote invloed op. Daarnaast was er een aantal grote ontwikkelingen: de afwaardering van ruim 100 miljoen van het AEB, een hogere toeristenbelasting van 57 miljoen en lagere lasten van 58 miljoen. De kwaliteit van de begroting roept dus vragen op. De wethouder begrijpt het belang van het verbeteren hiervan. Het college zal de adviezen van de ACAM meenemen en wil graag gebruikmaken van het onderzoek van de Rekenkamer. De wethouder benadrukt dat de afwijkingen binnen de afspraken met de raad vallen. Sommige zaken zijn lastig te beïnvloeden. Ook de energietoeslag van het Rijk van 63,6 miljoen ontving de gemeente pas na de Najaarsnota.
Toch wil de gemeente dit beter voorspellen in de toekomst. De voorzitter erkent dat het formeel in orde is, maar vindt de navolgbaarheid voor de raad ook van belang. Ze snapt dat bepaalde zaken lastig te ramen zijn, maar op andere zaken heeft de gemeente wel degelijk regie. Kan de wethouder zeggen welke ideeën ze heeft om hiermee aan de slag te gaan? Mevrouw Van Buren antwoordt dat ze hier nog niet zo veel over kan zeggen. Ze wacht het onderzoek en de aanbevelingen van de Rekenkamer af. Hier komt het college nog op terug. De voorzitter merkt op dat er in het proces van opstellen en controleren van de jaarrekening veel wijzigingen zijn doorgevoerd. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan en kan zij verklaren waarom deze correcties intern niet eerder zijn gesignaleerd? Mevrouw Van Buren antwoordt dat dit te maken heeft met de eerder besproken administratieve hygiëne. Dit mag niet voorkomen en hier zal ze zeker op letten. De voorzitter vraagt hoe de wethouder aankijkt tegen het advies van de accountant om het ramingsproces van de grondexploitaties te onderzoeken. Mevrouw Van Buren antwoordt dat dit valt onder grondzaken en dat dit in de portefeuille van wethouder Van Dantzig zit. De voorzitter vraagt of hier in de brief van het college op ingegaan wordt.
5 Mevrouw Van Buren antwoordt dat er wel wordt gekeken naar het vereveningsfonds. In het collegeakkoord is afgesproken dat er een robuust vereveningsfonds moet zijn. Hier zal bij de begroting op teruggekomen worden. De heer Von Gerhardt merkt op dat dit niet gaat over de robuustheid, maar over de vraag hoe navolgbaar het is wat er gebeurt in het vereveningsfonds. Er wordt vaak met te oude cijfers gewerkt bij ramingen die marktgevoelig zijn. Hoe kunnen die dichter bij elkaar komen? Of is het college bereid om de ramingen op een andere manier te doen, zodat de cijfers meer kloppen met de dan geldende werkelijkheid? Mevrouw Van Buren vindt ook dat dit navolgbaar moet zijn. Bij de begrotingsbehandeling komt het college hierop terug. Ze vindt het lastig om hier een antwoord op te geven. De voorzitter vraagt hoe de wethouder kijkt naar het advies van de accountant om de reserves integraal te beoordelen op nut, noodzaak en wet- en regelgeving. Beleid en keuzes spelen hier wellicht een rol bij. Kan de wethouder hier iets over zeggen? Mevrouw Van Buren antwoordt dat zij hecht aan een inzichtelijke begroting. De ACAM maakt hier een goed punt. Ze zal hiermee aan de slag gaan en in overleg onderzoeken hoe de toelichting op de mutaties van de reserves beter kan. In het kader van de bestuursopdracht zullen ook de reserves in kaart gebracht worden.
De voorzitter merkt op dat de navolgbaarheid voor de raad ook bij de reserves van belang is en beter kan. Daarnaast vraagt ze welke risico’s de wethouder ziet in de leningen aan het AEB nu de deelneming is afgewaardeerd. Mevrouw Van Buren antwoordt dat ze hierover in een besloten commissievergadering antwoorden op gegeven heeft. Ze vindt het lastig om nu in het openbaar hierover te spreken. Mevrouw Krom heeft een vraag over de egalisatiereserve XAAS. Ze leest in het rapport van de accountant dat gemaakte kosten niet onder materiële vaste activa mogen vallen. Het doel van de reserve lijkt te zijn om te kunnen corrigeren zonder besluitvorming door de raad. Herkent de wethouder zich hierin? Mevrouw Van Buren antwoordt dat ook dit meegenomen wordt in de herijking van de reserves. Mevrouw Krom vraagt of de wethouder er inhoudelijk op kan ingaan. Ze vond het namelijk een heftige aantijging dat de raad het budgetrecht van de raad bewust zou omzeilen. Was de wethouder hiervan op de hoogte en wat vindt ze ervan? Mevrouw Van Buren antwoordt dat het college niet bewust het budgetrecht van de raad omzeild heeft. De heer Von Gerhardt zal vragen stellen over fraude en integriteit. Dit onderwerp is ook vorig jaar al besproken. Toen is een aantal aanbevelingen opgenomen.
Hoe kijkt de wethouder naar de ontwikkelingen die op basis van die aanbevelingen hebben plaatsgevonden? Mevrouw Van Buren antwoordt dat ze wat kan zeggen over fraude en integriteit met betrekking tot haar portefeuille, maar dat deze onderwerpen onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester vallen. De voorzitter denkt bij deze vraag aan de accountantsverklaring. Kan de wethouder hier iets over zeggen? Mevrouw Van Buren antwoordt dat er stappen zijn gemaakt in de processen en dat de wethouder die blijft volgen. Je kunt nooit alle fraude voorkomen, maar er is wel aandacht voor. De heer Von Gerhardt vraagt of goed genoeg inzichtelijk is welke risico’s de organisatie loopt als dit niet helemaal op orde is. Mevrouw Van Buren antwoordt dat er in het kader van risicomanagement ook gekeken wordt naar frauderisico’s. Veel is in beeld, maar bij fraude weet je nooit precies wat je niet in beeld hebt. Hier is aandacht voor, ook bij aanbestedingen en inkoop. De heer Von Gerhardt merkt op dat er al eerder is gesproken over de cultuur in de organisatie. Vorig jaar is gesproken over het fraudebewustzijn van ambtenaren en de directies. Is dit ook een aandachtspunt? Is het fraudebewustzijn verbeterd?
6 Mevrouw Van Buren antwoordt dat in de directies frauderisicogesprekken gevoerd worden. Hier is in de afgelopen tijd veel aandacht voor geweest. De heer Von Gerhardt vraagt of er, naast de directies, ook aandacht voor fraudebewustzijn is in alle lagen van de organisatie. Mevrouw Van Buren antwoordt de gesprekken met de directies gevoerd worden en dat die managers die gesprekken vervolgens voeren met hun teams. Dit is een onderwerp van gesprek, zeker op risicovolle afdelingen. De heer Von Gerhardt merkt op dat er in eerdere jaren gesproken is over de lage meldingsbereidheid. Hierom is er een vertrouwenspersoon aangesteld. Is er inmiddels een positieve ontwikkeling te zien? Mevrouw Van Buren antwoordt dat dit niet zozeer op het gebied van fraude het geval is. Er zijn vooral meldingen over discriminatie en sociale onveiligheid. De meeste meldingen over fraude komen bij Bureau Integriteit binnen. Ze heeft de cijfers niet paraat, maar die staan binnenkort in het jaarverslag van Bureau Integriteit. Het is ook positief wanneer er meer meldingen binnenkomen, omdat dit betekent dat de meldingsbereidheid hoger is. De heer Von Gerhardt is het ermee eens dat een hoger aantal meldingen niet per se wil zeggen dat er meer fraude is gepleegd.
Klopt het dat de vertrouwenspersoon er niet voor heeft gezorgd dat er meer meldingen zijn binnengekomen? Welke stappen ziet de wethouder nog om de meldingsbereidheid te laten stijgen? Mevrouw Van Buren antwoordt dat het hoger aantal meldingen volgens haar vooral gaat over discriminatie en sociale onveiligheid. Ze kan weinig zeggen over het aantal fraudemeldingen. Dit ligt bij de burgemeester en dit is binnenkort terug te lezen in de rapportage van Bureau Integriteit. De heer Mangal merkt op dat er binnen het ambtelijk apparaat een zeker wantrouwen bestaat in Bureau Integriteit. Men durft of wil geen meldingen maken. Dit verklaart deels de lage meldingsbereidheid. Hoe ziet de wethouder dit in relatie tot fraude? De voorzitter merkt op dat hier een veronderstelling in zit die niet voortkomt uit het jaarverslag of het verslag van de accountant. Dit is een apolitieke commissie. De voorzitter stelt voor om deze vraag in een andere commissie te stellen. De heer Mangal is hiermee akkoord. Er zijn niet meer meldingen gedaan over fraude. Hoe staan die in verhouding tot het aantal geconstateerde gevallen van fraude? Mevrouw Van Buren antwoordt dat zij de cijfers van Bureau Integriteit niet heeft. Zij had het net over de cijfers van de externe meldpunten. Over fraude weet zij niet genoeg om hierop in te gaan. Dit is niet haar portefeuille.
De voorzitter merkt op dat het er voor de Rekeningencommissie om gaat dat het proces op orde is en er vertrouwen in bestaat dat fraude wordt ontdekt of voorkomen. Het proces is wel de verantwoordelijkheid van deze wethouder. Soms moet er ook meer onderzocht worden in plaats van te vertrouwen op de cultuur en de processen. Kan de wethouder hierop ingaan? Mevrouw Van Buren antwoordt dat er stappen zijn ondernomen op dit onderwerp. ACAM meldde dit ook in het rapport. De heer Von Gerhardt merkt op dat de ACAM wat betreft die onderzoekende rol van de gemeente juist nog weinig ontwikkeling heeft gezien. Gaat de gemeente deze rol oppakken? Mevrouw Van Buren antwoordt dat fraude-integriteit valt onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester. De wethouder weet het antwoord op deze vraag niet. De heer Havelaar merkt op dat de accountant aangeeft dat de informatiehuishouding en het proces van de totstandkoming van de SiSa-bijlage niet verbeterd zijn en dat de gemeente financiële risico’s loopt. Wat is er de oorzaak van dat dit proces niet goed loopt? Mevrouw Van Buren antwoordt dat het aantal SiSa-uitkeringen de afgelopen jaren sterk is toegenomen. In 2018 waren er 10 specifieke uitkeringen. Nu gaat het om 91 specifieke uitkeringen van in totaal een miljard euro. Dit betekent een hoop werk voor de ontvangers. Dit moet gedetailleerd verantwoord
7 worden. Met het Rijk was al afgesproken dat het aantal sterk terug zou worden gedrongen. De verantwoording moet wel goed gedaan worden. De verantwoordelijke directies moeten zich meer inspannen om inzicht te krijgen in de verantwoordingseisen. De adviezen van de ACAM worden opgevolgd. Er zal geanalyseerd worden hoe de informatiehuishouding verbeterd kan worden. Er worden veel centrale informatiebijeenkomsten georganiseerd. Daar wordt samen met de ACAM ingegaan op het proces, de richtlijnen en de tijdlijnen, zodat de uitgaven goed verantwoord kan worden. De gemeente doet een periodieke monitoring, zodat inzichtelijk wordt welke uitkeringen zijn toegekend en onder welke voorwaarden die besteed kunnen worden. Het college neemt de aanbevelingen van de ACAM over. De gemeente ontvangt een aanzienlijk bedrag. De wethouder heeft het precieze bedrag dat eventueel misgelopen kan worden niet paraat, maar het risico is niet heel hoog. De heer Havelaar vraagt of hij goed begrijpt dat de oorzaak is dat de informatiehuishouding niet op orde is. Mevrouw Van Buren antwoordt dat dit niet klopt. Het kost veel administratieve handelingen en dit moet de gemeente beter op orde hebben. Het is niet zo dat het geld niet aan de juiste dingen wordt uitgegeven. Er gaat veel tijd en geld zitten in de verantwoording. Er is veel kennis en knowhow nodig. Elk jaar komt er wel een nieuwe uitkering bij.
De informatiehuishouding moet goed op orde zijn en hier moeten de medewerkers bij geholpen worden. De heer Havelaar deelt de opvatting dat het complex is. Is de complexiteit van de administratie er de oorzaak van dat het niet op orde is? Mevrouw Van Buren antwoordt dat er door de complexiteit veel tijd in gaat zitten. De heer Havelaar hoort de wethouder zeggen dat ze niet weet hoe hoog het risico precies is, maar dat ze wel weet dat het risico klein is. Waar baseert zij die conclusie dan op? Mevrouw Van Buren antwoordt dat de gemeente een groot deel wel heeft verantwoord en heeft ingeleverd. Een groot deel is dus wel in beeld. De heer Havelaar vraagt wat een klein risico precies inhoudt. Kan zij dit in een bedrag of een percentage uitdrukken? Mevrouw Van Buren weet dit nu niet, maar kan wel toezeggen dat ze dit nog rapporteert aan de raad. De heer Havelaar merkt op dat niet altijd duidelijk is wie een bepaalde SPUK heeft aangevraagd. Soms zijn medewerkers weg en wordt er geld gestort waarvan niemand meer weet waar het voor was. De geldverstrekker heeft allerlei regels. Bij welke afdeling zou de wethouder de oplossing voor dit probleem willen neerleggen? Mevrouw Van Buren antwoordt dat dit bij verschillende directies ligt. Het hangt ervan af bij welke directie de specifieke uitkering terechtkomt.
De voorzitter vraagt of zij iets kan zeggen over het lopende jaar en hoe zij kijkt naar 2024, welke uitdagingen daar eventueel zijn en waar de raad zich op moet voorbereiden. Mevrouw Van Buren antwoordt dat er al veel gesproken is over de onrechtmatigheden, maar de transparantie en de navolgbaarheid zijn heel belangrijk. De bestuursopdracht Inzicht in beleid, geld en keuzes vordert. Morgen komt de raadsbrief over het Cebeonrapport. Dat is de benchmark. Er komt ook een expertsessie. Daarnaast is het college bezig met het dashboard. Dit zijn belangrijke dingen die dit jaar afgerond worden. Vervolgens kan de gemeente hiermee aan de slag in het kader van de bestuursopdracht. Daar zullen nog interessante gesprekken over gevoerd worden met de raad. Dat ligt er, misschien in een volgende collegeperiode. De heer Garmy vraagt wat de wethouder bedoelde met “de volgende collegeperiode”. Mevrouw Van Buren antwoordt dat dit college dat straks in beeld heeft en bekijkt welke keuzes er gemaakt moeten worden. Het ravijn is nog niet opgelost. Daar kan een start mee gemaakt worden, maar bij het aantreden van dit college werd ook gevraagd om meer inzicht in de begroting. Dat wordt nu uitgevoerd, zodat de raad hier ook in een volgende collegeperiode goed inzicht in heeft. Dat betekent niet dat daar nu op gewacht moet worden. Daarnaast merkt de wethouder op dat er afgewacht moet
8 worden wat de plannen van de nieuwe regering betekenen voor de gemeente en zeker ook wat ze betekenen voor de financiën van de gemeente. Het ravijn zal met dit regeerakkoord zeker niet worden gedicht. De SPUK’s gaan met 10% omlaag. Hier zal de gemeente zich allemaal op moeten voorbereiden. De voorzitter constateert dat geen van de aanwezigen nog een vraag heeft. Ze vraagt de wethouder of er nog zaken zijn waarvan zij verwachtte dat die aan de orde zouden komen. Mevrouw Van Buren denkt dat alle vragen wel gesteld zijn. 4. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen en sluit de vergadering om 21.17 uur.