CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 -05-16 - NvB zienswijzen BP VERDI GEREDIGEERD Geredigeerd

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad’ (VN2024-007043)22.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ook de toenemende mate van windhinder en als gevolg daarvan een verslechtering van het verblijfklimaat, doet volgens adressant 3 af aan het monumentale karakter van het Olympisch Stadion. De ontwikkelingen doen immers afbreuk aan de kwaliteit van het leefklimaat en de ordening van de omgeving. Reactie op de zienswijze: De zienswijze van adressant 3 wordt zo gelezen dat er enerzijds zorgen zijn om de windbeleving op maaiveld door de gewijzigde windinval in en buiten het plangebied, en anderzijds dat er een zorg bestaat dat de belastingen op het tribunedak niet van tijdelijke aard zullen zijn. Om de zienswijze te beantwoorden moet eerst een onderscheid worden gemaakt tussen de termen windhinder en winddruk. Windhinder is de mate van hinder als gevolg van wind die wordt ervaren op maaiveld door gebruikers. Winddruk, ook wel windbelasting genoemd, ontstaat op gebouwen en bouwwerken maar heeft niet zozeer met windhinder of windbeleving te maken. Als het gaat om winddruk in het bestemmingsplan, dan wordt de druk bedoeld die mogelijk kan ontstaan op de tribunedaken van het Olympisch Stadion. Om de mogelijke gevolgen door winddruk op het Olympisch Stadion in kaart te brengen is onderzoek verricht, zie ‘Olympisch Stadion; Windtunnelmetingen t.b.v.

invloed nieuwbouw op windbelastingen tribunedaken’, 11 november 2022 (bijlage 12 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan), ‘Eretribune en Marathontribune vergelijking windbelasting 2021’, 16 24

december 2022 (bijlage 13 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan) en ‘Toetsing windhinderonderzoek Olympisch Stadion Kavel 1 bebouwd’, 26 januari 2023 (bijlage 14 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan). De mogelijke gevolgen voor windhinder zijn ook onderzocht, zie ‘Verdi Zuidas Amsterdam windhinderonderzoek’, 1 juli 2020 (bijlage 11 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan). De volgende aspecten worden in het kader van deze zienswijze hierna behandeld: • Winddruk bij volledige realisatie van het plangebied en de gevolgen voor de omgeving; • Winddruk in de verschillende projectfases van het plangebied en de gevolgen hiervan; • Windhinder binnen het plangebied • Windhinder buiten het plangebied Winddruk bij volledige realisatie en de gevolgen voor de omgeving Voor wat betreft winddruk geldt dat uit de onderzoeken van 11 november 2022 (bijlage 12 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan) en 16 december 2022 (bijlage 13 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan) volgt dat er op de Marathontribune van het Olympisch Stadion op bepaalde gordingen winddruk zal ontstaan na realisatie van het gehele plangebied. Om dit te voorkomen zullen op deze gordingen extra kipsteunen moeten worden geplaatst. In het ontwerpbestemmingsplan, en nu ook in het bestemmingsplan, is ter borging van deze maatregel in artikel 3.2.4. en 4.2.4.

van de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen inhoudende dat een omgevingsvergunning voor bouwen slechts wordt verleend indien is aangetoond dat de desbetreffende maatregelen uitvoerbaar zijn. Daarnaast zijn in september 2023 privaatrechtelijke afspraken gemaakt tussen de gemeente en adressant 3 over de realisatie en dekking van de kosten van deze maatregel. Inmiddels is ook op 12 april 2024 door het college een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van de kipsteunen ter ondersteuning van de gordingen op de Marathontribune van het Olympisch Stadion (OLO-nummer 7243359). Hiermee is geborgd dat bij volledige planrealisatie de winddruk op het dak van de Marathontribune kan worden opgevangen door het dak. Met het treffen van deze maatregelen is sprake van acceptabele gevolgen voor de winddruk en daarmee een goede ruimtelijke ordening. Anders dan adressant 3 stelt, doen deze maatregelen geen afbreuk aan het monumentale karakter van het Olympisch Stadion, zo blijkt uit het advies van de Commissie Omgevingskwaliteit, advies van de Monumentencommissie en advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, allen onderdeel van de verleende omgevingsvergunning. Daarnaast zijn door adressant 3 eerder ook kipsteunen aangebracht ter versteviging van het tribunedak. De zorgen hierover zijn dus niet gegrond.

Winddruk in de verschillende projectfases en de gevolgen hiervan De ontwikkelingen binnen het plangebied worden gefaseerd gerealiseerd. Het gebouw op Kavel 1 (het meest oostelijke kavel) zal in deze fasering als eerste worden gerealiseerd. In de situatie dat alleen dit gebouw is gerealiseerd (en de overige drie kavels nog niet), is er een hogere opwaartse windbelasting op het dak van de Marathontribune van het Olympisch Stadion dan in de eindsituatie. Dit kan opgelost worden door tijdelijk extra ballast op het dak van de Marathontribune te plaatsen, bovenop de maatregel zoals hiervoor is besproken in de permanente situatie (onder kopje ‘Winddruk bij volledige realisatie en de gevolgen voor de 25

omgeving’). Het gaat om extra gewicht op vijf spanten van de Marathontribune. De omvang van de extra ballast die tijdelijk moet worden toegevoegd bedraagt ongeveer 3% extra ten opzichte van de reeds aanwezige ballast op het dak. Deze maatregel is alleen noodzakelijk in de situatie dat het gebouw op Kavel 1 is gebouwd en de rest van de kavels nog niet zijn gerealiseerd. Op het moment dat de overige drie kavels ook zijn gerealiseerd, kan de tijdelijke extra ballast worden verwijderd. Om voorgaande te borgen geldt ook dat in het bestemmingsplan (publiekrechtelijk) een voorwaardelijke verplichting opgenomen inhoudende dat een omgevingsvergunning voor bouwen slechts wordt verleend indien is aangetoond dat de desbetreffende maatregelen uitvoerbaar zijn. Tevens zijn voor het plaatsen van de tijdelijke extra ballast, privaatrechtelijke afspraken gemaakt tussen de gemeente en adressant 3. Adressant 3 verwijst zelf ook naar deze afspraken. Op grond van die afspraken wordt de ballast op kosten van de gemeente gerealiseerd en is afgesproken dat, wanneer de tijdelijke extra ballast niet meer nodig is, kan worden verwijderd. Anders dan adressant 3 stelt wordt het dak van de Marathontribune niet ’provisorisch’ belast.

Er is grondig onderzoek gedaan naar de noodzakelijke ballast en er zijn afspraken gemaakt tussen partijen over de te plaatsen belasting en de voorwaarden waaronder de ballast kan worden verwijderd. Er is dus geen sprake van ‘provisorisch belasten’, maar van een zorgvuldig afgewogen (en afgesproken) maatregel. De omgevingsvergunning om de tijdelijke extra ballast aan te mogen brengen heeft adressant op 12 april 2024 verkregen (OLO-nummer 7243359). De angst van adressant 3 dat er afbreuk wordt gedaan aan het monumentale karakter van het Olympisch Stadion is in die zin dus ongegrond. De zienswijze en de zorgen van adressant 3 worden dan ook niet gevolgd, nu zij zelf meewerkt aan de realisatie van de ballast en zij ook zelf verantwoordelijk is voor het nakomen van de privaatrechtelijke afspraken die zijn gemaakt. Windhinder in het plangebied In lijn met vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) (zie bijvoorbeeld ABRvS 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:927) geldt dat bij het vaststellen van een bestemmingsplan de raad beleidsruimte heeft en het de daarbij betrokken belangen moet afwegen. Bij deze belangenafweging komt onder andere aan de orde of de nadelige gevolgen van het bestemmingsplanplan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer wegens een plan het windklimaat binnen en/of rondom het plangebied verslechtert. In die gevallen kan het zo zijn dat het nadelige gevolg van een verslechtering van het windklimaat in redelijke verhouding kan staan tot de ontwikkeling die wel hiermee gerealiseerd wordt (zie bijvoorbeeld ABRvS 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1164). In het kader van deze belangenafweging is het volgende relevant. Er is onderzoek gedaan naar de beleving van wind(hinder) in het plangebied voor én na realisatie van de ontwikkeling van Verdi. Uit onderzoek van 1 juli 2020 (zie bijlage 11 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan) volgt onder andere dat het windklimaat op maaiveld in het plangebied op sommige plaatsen zal verslechteren na ontwikkeling van het gehele plangebied. Desondanks blijft het windklimaat wel aanvaardbaar. Er zijn dan ook geen maatregelen nodig om een aanvaardbaar windklimaat te waarborgen. Wel zal er meer groen (bomen, beplanting) worden geplaatst in de open(bare) ruimten tussen de gebouwen

26

dan nu het geval is. Dit heeft meerdere positieve effecten waaronder dat de toevoeging van groen het windklimaat binnen het gebied aangenamer zal maken. Overigens valt niet in te zien in hoeverre adressant 3 wordt geraakt door de windhinder in het plangebied, nu het Olympisch Stadion zelf buiten het plangebied is gelegen. Windhinder buiten het plangebied Er is ook onderzoek verricht naar de beleving van wind(hinder) rondom het Olympisch Stadion voor én na realisatie van de ontwikkeling van Verdi (1 juli 2020, zie bijlage 11 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan). Aan de west- en zuidzijde van het Olympisch Stadion zal het windklimaat als gevolg van het bestemmingsplan op sommige plekken verslechteren. Op deze locatie is, net als binnen het plangebied, een variatie van kwaliteitsklasse A, B, C en D te verwachten. Gelet op de functie (verkeersruimte, openbare ruimte en evenementenlocatie) vindt de raad de deze verslechtering van het windklimaat ook hier acceptabel. Het betoog van adressant 3 dat de ontwikkeling afbreuk doet aan het leefklimaat en de ordening van de omgeving volgen wij dan ook niet. De raad vindt nog altijd dat sprake is van een acceptabel windklimaat. Conclusie Het aspect winddruk heeft voor dit bestemmingsplan als gevolg dat er maatregelen nodig zijn om het dak van de Marathontribune van het Olympisch Stadion te verstevigen.

Voor deze maatregelen heeft adressant 3 reeds een omgevingsvergunning verkregen en zijn privaatrechtelijke afspraken gemaakt met de gemeente over de uitvoering en kosten. De maatregelen zijn dus uitvoerbaar. Wat betreft windhinder zal zowel in het plangebied als rondom het Olympisch Stadion moeten worden geaccepteerd dat het windklimaat iets zal verslechteren ten opzichte van de huidige situatie. De verslechtering is echter ook niet zodanig dat het niet in redelijke verhouding staat tot het belang dat is gediend met de beoogde ontwikkeling. Daarbij is van belang dat het windklimaat aanvaardbaar blijft en volgens de raad dus sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

3.5 Geluid Zienswijze Op 26 september 2023 heeft de geluidadviseur van adressant 3 (Peutz) een notitie toegezonden waarin wordt ingegaan op het oude geluidrapport van Cauberg Huygen. Dit geluidrapport is nu gewijzigd en opgenomen bij het bestemmingsplan, zie bijlage 7 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan. De notitie van Peutz van 26 september 2023 wordt in deze zienswijze als herhaald en ingelast beschouwd. Bij notitie van 23 februari 2024 heeft adressant 3 haar zienswijze aangevuld met nadere punten ten aanzien van geluid. Adressant 3 wijst op de volgende onjuistheden en/of onduidelijkheden uit het rapport van Cauberg Huygen: 1. In het rapport wordt geen/onvoldoende rekening gehouden met andere verkeersbronnen en cumulaties;

27

2.

3.

4.

5.

6. 7.

8. 9.

De incidentele bedrijfssituatie van adressant 3 wordt onjuist beschreven nu de evenementen niet aan enige tijdsduur zijn gekoppeld in de aanvraag omgevingsvergunning milieu; Uit het rapport volgt dat de verwachting groot is dat met bouwkundige maatregelen wordt voldaan aan de geluidseisen. Dit zijn echter geen garanties. Hieruit blijkt dat er onvoldoende onderzoek is verricht; Uit het feit dat er rekening wordt gehouden met het gebruikers- en woongedrag van toekomstige bewoners (verwachting dat ramen en deuren gesloten zullen zijn tijdens evenementen in de winter), blijkt dat het bestemmingsplan slecht inpasbaar is; Dat een bepaalde buitenruimte (pagina 73 van het rapport) op een bepaalde zijde ‘kan’ worden gesitueerd, vindt adressant te ‘zacht’ en ziet zij onvoldoende terugkomen in de planregels; Op pagina 74 van het rapport wordt over ‘verwachting’ gesproken. Hieruit blijkt dat er onvoldoende onderzoek heeft plaatsgevonden.

Uit het feit dat op pagina 74 wordt geadviseerd om ‘de berekening van de geluidswering wel uit te voeren’ blijkt dat problemen met betrekking tot de inpassing ten onrechte worden doorgeschoven naar de toekomst, en dat kennelijk sprake is van onvoldoende onderzoek; Het onderscheid tussen de zogenaamde A-weging en C-weging van bepaalde geluidbelasting blijkt onvoldoende uit het rapport; De geadviseerde geluidisolaties en glaspakketdikten (pagina 76 van het rapport) ziet adressant 3 onvoldoende terug in de planregels.

Reactie op zienswijze: Op 1 mei 2024 heeft een overleg plaatsgevonden tussen de adviseurs van adressant 3, het projectteam van de gemeente en de geluidadviseur van Cauberg Huygen. Het grootste deel van de opmerkingen op het geluidrapport zijn verwerkt in een definitieve versie 9 van het geluidrapport (bijlage 7 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan). Dit gesprek en de zienswijze hebben verder niet geleid tot inhoudelijke wijzigingen, maar wel tot verbeteringen en verduidelijkingen in het geluidrapport, de planregels en de plantoelichting. De meeste punten zijn dus overgenomen maar hebben inhoudelijk geen gevolgen. De beantwoording van de aspecten die zien op geluid is als volgt opgebouwd. Hieronder zal worden ingegaan op de punten 1-9. Daarna volgt een schema met daarin een beantwoording van alle punten die zien op het oude geluidrapport bij het ontwerpbestemmingsplan (versie 8, bijlage 9 bij de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Tot slot wijst adressant 3 op enkele specifieke bepalingen in de planregels en de plantoelichting. Daarop zal worden ingegaan in paragraaf 3.7 en 3.8 van deze Nota van Beantwoording.

Ten aanzien van punt 1: Het geluidrapport dat ziet op geluidseffecten door de inrichting van het Olympisch Stadion (versie 9, bijlage 7 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan) bevat een beoordeling van gecumuleerde geluideffecten door de bestaande geluidbronnen in het gebied, namelijk: de Rijksweg A10, de Amstelveenseweg, spoorverkeer, het evenement De Coolste Baan (een vierjaarlijkse ijsbaanactiviteit in het Olympisch Stadion, dat dient te gelden als maatgevende activiteit voor de reguliere bedrijfssituatie van het Olympisch Stadion) en stemgeluid van buitenspelende kinderen en horecaterrassen. Ten behoeve van het bestemmingsplan zijn 28

daarnaast meerdere geluidonderzoeken verricht die zien op akoestiek en geluid vanwege verschillende geluidbronnen in de omgeving. Uit deze beoordeling van cumulatie volgt dat de hoogste berekende waarde de hoogst toelaatbare geluidbelasting overschrijdt voor een binnenstedelijke ontwikkeling vanwege wegverkeerslawaai (dat is 63 dB). Omdat de hoogste berekende waarde van LVL,CUM hoger is dan 63 dB, zijn de berekende cumulatieve geluidniveaus slechts aanvaardbaar, als de binnenwaarde in de verblijfruimten in de toekomstige woningen gewaarborgd wordt. Dit is het geval, omdat op grond van de planregels binnen de woonruimte een binnenwaarde van 35 dB langtijdgemiddelde etmaalwaarde moet worden geborgd (zie artikel 3.2.3. en 4.2.3. van de planregels). Deze planregels beschermen de woonruimten dus ook tegen het gecumuleerde geluid van de verschillende geluidbronnen. Voor andere evenementen binnen de reguliere bedrijfssituatie van het Olympisch Stadion is ook een beoordeling van gecumuleerde geluideffecten verricht. Dit is gedaan omdat het evenement De Coolste Baan slechts sporadisch (vier keer per jaar) plaatsvindt. Buiten het evenement De Coolste Baan, is het gecumuleerde geluid een stuk lager en wordt slechts op één woonblok de hoogst toelaatbare geluidbelasting overschreden, zie paragraaf 6.3 van het geluidrapport.

Gelet op het voorgaande is de geluidscumulatie van verschillende geluidbronnen voldoende in beeld gebracht. Hoewel tijdens het evenement De Coolste Baan sprake is van een overschrijding van de hoogst toelaatbare geluidbelasting bij cumulatie van geluidbronnen, is in de planregels van het bestemmingsplan geborgd dat de binnenwaarden in de woonruimte voldoen aan 35 dB langtijdgemiddelde etmaalwaarde. Er is dus wel degelijk rekening gehouden met cumulatie van geluidbronnen. Wij volgen deze opmerking dan ook niet. Ten aanzien van punt 2: Uit de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit milieu die door adressant is ingediend (en vergund met de revisievergunning van 16 oktober 2023), volgt dat het aantal evenementen is gesteld op maximaal twaalf evenementen per jaar. Verder is er verschil tussen muziek- (zes per jaar), dance- (twee tot vier per jaar) en sportevenementen (twee tot vier per jaar). Leidend is dat evenementen plaatsvinden in de dag en/of avond periode (10.00 uur tot 23.00 uur) enniet in de nacht. De duur van een evenement binnen een dag- of avonddeel doet er voor de beoordeling van de geluidbelasting niet toe. Om de geluidbelasting door incidentele evenementen te beoordelen is gekozen om uit te gaan van het evenement met de zwaarste geluidbelasting, namelijk bij dance event ‘The Flying Dutch’.

De geluidbelasting door dit evenement is dus leidend voor de geluidbelasting door alle incidentele evenementen. Dat die evenementen op verschillende tijdstippen kunnen plaatsvinden is hierbij niet relevant: De benodigde bescherming voor de woningen geldt altijd en is geborgd in de planregels van het bestemmingsplan. Ten aanzien van punt 3: In het geluidrapport zijn geluidbelastingen op de toekomstige gevels berekend voor verschillende evenementen (dance, De Coolste Baan, sportwedstrijden met maximaal aantal toeschouwers, etc). De berekende geluidbelasting is leidend voor de vraag welke maatregelen nodig zijn om de binnenwaarden als bedoeld in artikel 3.2.3. en 4.2.3. van de 29

planregels te behalen. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen wordt niet verleend als niet kan worden voldaan aan de geluidweringseisen die nodig zijn om de vereiste binnenwaarde te borgen. Op welke manier aan de geluidweringseisen zal worden voldaan is iets wat in het kader van de toekomstige aanvraag omgevingsvergunning moet worden beoordeeld. Dat betekent niet dat er nu onvoldoende onderzoek is gedaan. Sterker nog: In het geluidrapport staan voorbeelden van verschillende soorten maatregelen (glasisolatiepakketten) waarmee de gewenste binnenwaarden zouden kunnen worden bereikt. Dat in het geluidrapport staat dat de verwachting ‘groot’ is dat direct wordt voldaan aan de geluideisen, doet aan het voorgaande niet af. Ten aanzien van punt 4: Het is inherent aan gebiedsontwikkeling dat met normaal/gewoon gebruik van een woning rekening wordt gehouden bij de inpasbaarheid van een nieuwe ontwikkeling, zeker in stedelijk gebied. Er wordt in het geluidrapport rekening gehouden met geopende en gesloten ramen, juist om ook de dagelijkse praktijk mee te nemen in de beoordeling en niet alleen de theoretische situatie. Dit is een gangbare manier van de geluidsituatie beoordelen. Dat rekening wordt gehouden met gebruikers- en woongedrag getuigt van zorgvuldigheid, niet van slechte inpasbaarheid.

Ten aanzien van punt 5: Adressant 3 verwijst naar een stuk uit het geluidrapport waarin wordt genoemd wat de mogelijkheden zijn voor het beperken van geluidbelasting voor de woonruimten. Uit het geluidrapport volgt niet hoe het gebouw moet worden ingericht, dat moet de uiteindelijke ontwikkelaar zelf bepalen. In het bestemmingsplan zien we ook geen reden in dit geval om een verbod of verplichting op te leggen zoals het bepalen van de locatie van buitenruimten van de woningen. Dit betreft een ontwerp- en geluidsopgave voor de toekomstige ontwikkelaar. Hiermee wordt flexibiliteit en maatwerk behouden. Het is enkel is van belang dat geluidwaarden binnen de woonruimten worden geborgd en dat dit met maatregelen haalbaar en inpasbaar is. Dit is het geval. De borging van maatregelen is vastgelegd in artikel 3.2.3. en 4.2.3. van de planregels van het bestemmingsplan. Ten aanzien van punt 6: We herhalen wat eerder is gezegd m.b.t. bouwkundige maatregelen die beschermen tegen maximale geluidbelasting (zie ‘ten aanzien van punt 3’). Ten aanzien van punt 7: De zin uit het geluidrapport waar adressant naar wordt gerefereerd luidt in zijn volledigheid: ‘De verwachting is groot dat met de bouwkundige maatregelen, die nodig zijn met betrekking tot het geluid bij De Coolste Baan, direct wordt voldaan aan de voor maximale geluidniveaus gestelde eis binnen woningen van 55 dB(A) etmaalwaarde.

Ter waarborging van het gewenste geluidniveau binnen wordt geadviseerd om de berekening van de geluidwering wel uit te voeren.’ De planregels van het bestemmingsplan borgen dat een initiatiefnemer bouwkundige maatregelen zal moeten treffen om aan de gewenste binnenwaarde in verblijfruimten in woonruimten te kunnen voldoen. Om aan te tonen dat de gewenste binnenwaarde wordt 30

behaald, zal een initiatiefnemer/ontwikkelaar dit moeten aantonen met een berekening van de geluidwering. Er is dus geen sprake van onvoldoende onderzoek, maar een aanbeveling om de borging van de binnenwaarde ook te beoordelen met een berekening van de gekozen geluidwering. Ten aanzien van punt 8: De dB (C) waarde is gebruikelijk voor het bepalen van het geluidniveau van een evenement. De dB (C) valt hoger uit dan dB (A) vanwege het basgeluid dat wordt meegenomen. De omzetting van dB (C) naar dB (A) is lager, dus bijvoorbeeld 97 dB(C) is 80 dB(A). Hier wordt in het geluidrapport als volgt mee omgegaan. Voor het geluid op de gevel wordt als eerste uitgangspunt de dB (C) waarde genomen met bijbehorende spectra. Vervolgens wordt die dB(C) waarde omgezet naar een waarde in dB(A), om de vertaalslag te maken en de geluidbelasting voor de woningen te kunnen beoordelen. Daarna wordt de berekening van de geluidwering voor de gevel gemaakt in dB(A). Dit wordt ook zo vertaald naar de gewenste binnenwaarde. Het meten van dB(A) voor de binnenwaarde is in de praktijk gangbaar/standaard. Het wordt daarom niet noodzakelijk geacht dit onderscheid nog eens in het rapport te benadrukken. Uit het voorgaande blijkt echter dat de C-weging wel is meegenomen in de beoordeling van de geluidbelasting.

Ten aanzien van punt 9: Welke geluidisolatie, glaspakketdikten of andere bouwkundige maatregelen worden toegepast, wordt bij de aanvraag omgevingsvergunning beoordeeld. Het wordt onwenselijk geacht om specifieke materialen of wijze van geluidweging voor te schrijven in de planregels van het bestemmingsplan. Dit biedt niet de gewenste ruimte voor flexibiliteit, mogelijke nieuwe ontwikkelingen of verbeteringen. Voldoende is dat is aangetoond dat er maatregelen getroffen kunnen worden die geschikt zijn om de benodigde geluidreductie (en daarmee vereiste binnenwaarde binnen de woningen) te bereiken. Zienswijzen op het geluidrapport Op 26 september 2023 is namens adressant 3 een notitie aangeleverd, voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage werd gelegd. De meeste opmerkingen uit deze notitie waren al overgenomen in het geluidrapport bij het ontwerpbestemmingsplan (versie 8). Tevens is bij aparte notitie van 14 november 2023 gereageerd op de punten uit de notitie van 26 september 2023. In de zienswijze wordt dezelfde notitie door adressant 3 ingebracht. De meeste opmerkingen van adressant 3 uit de zienswijze zijn overgenomen in het geluidrapport bij het definitieve bestemmingsplan (versie 9): Daar het bijvoorbeeld ging om de wens voor ander jargon/terminologie te kiezen of het verzoek om consistentie in gebruik van termen.

In het schema hieronder worden de punten uit de notities van 26 september 2023 en 23 februari 2024 gelijktijdig behandeld. In de linkerkolom staan de opmerkingen uit de notities, in de rechterkolom staat de reactie hierop vanuit de raad.

31

5

6

7

p.17 onder ii: Door Cauberg is de richting waarbij de hoogst geluidemissie optreedt verwisseld. Het moge duidelijk zijn dat bij een oost-west opstelling van de geluid-systemen de hoogste emissie in oostelijke richting plaatsvindt. Hetzelfde geldt voor de noordzuid opstelling, waarbij de hoogste emissie in zuidelijke richting optreedt. De noord-zuid opstelling (richting Verdi) is maatgevend voor Verdi en derhalve in de modellering van Westerveld Advies opgenomen. In de aanvullende zienswijze heeft Peutz hun reactie van 16 november 2023 op dit punt nog een keer herhaald. Hierin wordt het volgende gesteld: ‘De geluidboxen hebben tijdens de Coolste baan een opstelling richting het zuiden, hetgeen voor de middels het bestemmingsplan mogelijk te maken beschouwing tot de maatgevende situatie ten aanzien van geluid leidt. In het rapport van CH wordt hierbij gesproken over een oost-west opstelling en daarna over een niet maatgevende variant met geluidemissie in oostelijke richting, waarbij de geluidboxen in een noord-zuid opstelling staan. Een en ander leidt tot verwarring. Een opstelling van geluidboxen in noord-zuid richting leidt tot een maatgevende geluidemissie in zuidelijke richting. Verzocht wordt om deze aanduidingen om te draaien.

§4.4 Grenswaarden geluid, §4.4.1 Representatieve bedrijfssituatie (p.18): 2 e alinea: Achter ‘moet’ gaarne toe te voegen: “…, voor zover een herkenbaar muziekkarakter wordt waargenomen,…”. §4.4.2 Incidentele bedrijfssituatie: ev. Beleid A’dam (p.18): De laatste zin van de eerste alinea van deze paragraaf suggereert dat bij het Olympisch Stadion direct het evenementenbeleid moet worden gevolgd. Het geluidbeleid voor evenementen is echter niet direct van toepassing op inrichtingen. Dit dient bij sterke voorkeur te worden gewijzigd naar: De te hanteren richtwaarden voor de incidentele bedrijfssituatie zijn gebaseerd op het Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam.”

Dit onderdeel is niet aangepast in het geluidrapport. In het geluidrapport zijn de juiste uitgangspunten opgenomen voor de geluidemissies en de uitstralingsrichtingen. In de uitstralingsrichting met hoek 170º (min of meer zuid-zuid-oost) is de hoogste geluidemissie opgenomen, zowel in het rapport van Cauberg Huygen als in het rapport van Westerveld Advies. Hierover bestaat tussen de adviseurs dus consensus. Op pagina 3 van de notitie van 14 november 2023 van Cauberg Huygen (in reactie op de notitie van 26 september 2023) is een afbeelding opgenomen van de wijze waarop de geluidemissies en uitstralingsrichtingen zijn beoordeeld. In het geluidrapport van Cauberg Huygen wordt met de oost-west opstelling van de geluidboxen bedoeld dat de geluidboxen naast elkaar staan van oost naar west, in het rekenmodel vier sterren naast elkaar als: ****. De geluiduitstraling van elk van die vier geluidboxen is het hoogst in zuid-zuid-oostelijke richting (uitstralingsrichting 170º). Met de noord-zuid opstelling van de geluidboxen wordt bedoeld dat de geluidboxen boven elkaar staan van noord naar zuid, in het rekenmodel vier sterren boven elkaar als: * * * *. De gekozen opstelling is correct.

De tekstuele opmerking is verwerkt in definitieve versie van het geluidrapport behorende bij het bestemmingsplan (versie 9).

Dit is niet aangepast in het geluidrapport. Zie de toelichting hieronder. In de genoemde paragraaf worden de geluidnormen (grenswaarden) uit het gemeentelijk evenementenbeleid besproken. Conform het 'Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam – beleidsregel' wordt de term ‘grenswaarden’ toegepast. In de eerste alinea van deze paragraaf wordt dit ook benoemd. Bij de beoordeling van de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op de gevels binnen het plangebied vanwege incidentele bedrijfssituaties in het Olympisch Stadion, is aangesloten bij de grenswaarden conform de Amsterdamse beleidsregel voor evenementen. Er is in het 33

8

9

10

Toevoeging in aanvullende zienswijze van 23 februari 2024: ‘Boven en in de opsomming van de evenementen wordt over grenswaarden gesproken die bij deze evenementen (incidentele bedrijfssituaties) te hanteren zouden zijn. De grenswaarden voor deze bedrijfssituaties volgen echter uit de definitieve vergunning van het Olympisch Stadion. De suggestie wordt hier gewekt dat de genoemde grenswaarden direct van toepassing zijn op de betreffende bedrijfssituaties binnen het OS, terwijl dit nadrukkelijk niet het geval is. Verzocht wordt hier de term 'richtwaarden ' te gebruiken of ten minste 'gebruikelijk te stellen grenswaarden'. p.19, 3e alinea: Boven de opsomming van de evenementen wordt ook hier weer over de grenswaarde gesproken terwijl deze nog niet in een definitieve vergunning voor het Olympisch Stadion zijn opgenomen. Het geniet sterke voorkeur om ook hier de term richtwaarden’ te gebruiken of ten minste ‘gebruikelijk te stellen grenswaarden’. §4.6 Representatieve bedrijfssituatie De Coolste Baan, §4.6.1 Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (p.20): Wij maken allereerst een algemene opmerking ten aanzien van het gebruik van de naam ‘De Coolste Baan’. Gelieve dit aan te passen naar ‘recreatief gebruik ijsbaan’, de merknaam Coolste Baan is slechts een voorbeeld hiervan.

Verder wordt de muziektoeslag door Cauberg pas vanaf 45 dB(A) muziekgeluid gehanteerd (ook in de avond) en wordt hiervoor op p.27 een onderbouwing met betrekking tot het dynamische karakter van het muziekgeluid gegeven. In het geluidrapport behorende bij de lopende vergunningaanvraag van het Olympisch Stadion is door Westerveld Advies deze grens gesteld op 40 dB(A) en dan ook nog eens alleen bij het recreatie gebruik van de ijsbaan. Bij sportwedstrijden en concertreeksen is de toeslag wel degelijk toegepast bij niveaus vanaf in ieder geval 40 dB(A). Indien Cauberg deze onderbouwing volgt en ook vanaf 40 dB(A) de toeslag zou toepassen wordt de situatie in al de afbeeldingen in hoofdstuk 4 van het rapport Cauberg Huygen plots een stuk minder rooskleurig.

definitieve geluidrapport een overzicht opgenomen van de gehanteerde termen in het rapport zodat hierover geen onduidelijkheid ontstaat.

Zie de beantwoording onder punt 7.

De tekstuele opmerking is verwerkt in definitieve versie van het geluidrapport behorende bij het bestemmingsplan (versie 9).Er is toegevoegd dat het evenement De Coolste Baan synoniem staat voor een vergelijkbare ijsbaanactiviteit.

In bijlage II van het geluidrapport is aangegeven wanneer de muziektoeslag in rekening is gebracht. Samengevat komt het erop neer dat de muziektoeslag in rekening is gebracht bij een muziekgeluidbijdrage van 42 dB(A) danwel 43 dB(A), afhankelijk van de bouwhoogte. In de laatste alinea van pagina 22 van het geluidrapport is hierbij een nadere toelichting gegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat de getalswaarde van het achtergrondniveau ontleend is aan pagina 7 van het rapport van Westerveld Advies, behorende bij de aanvraag om revisievergunning van het Olympisch Stadion. In het rapport van Westerveld Advies is verder geen onderbouwing opgenomen voor de geluidwaarde waarboven een muziektoeslag van toepassing is. In beginsel is een muziekgeluidkarakter niet meer duidelijk hoorbaar wanneer de geluidbijdrage door muziek 7 dB of meer onder het achtergrondgeluid blijft. Het hanteren van een verschil van 10 dB of meer, waarbij wordt gerekend vanaf 40 dB (A) zoals adressant 3 stelt, is een conservatief uitgangspunt (bron: Notitie “Geluidbelasting omgeving Stadhuisplein met 34

stemgeluid op de terrassen” van adviesbureau Peutz, d.d. 8 juli 2019 met referentie FS/ MO/ DvdH/ L 1023-5-NO-002). Door het dynamische karakter van muziek kunnen er luidere muziekpassages zijn. Dan nog worden die luidere muziekpassages vergeleken met een achtergrondgeluidniveau dat 95% van de tijd door het omgevingsgeluid wordt overschreden. We zijn terecht uitgegaan van een minder conservatief uitgangspunt obv jurisprudentie en vakliteratuur. De toelichting en achtergrond hierbij wordt onder het volgende punt verder uiteengezet. 11

Toevoeging op dit punt uit de aanvullende zienswijze: p. 22, wel of geen muziekgeluidcorrectie?” Allereerst wordt opgemerkt dat het gebruik van de term muziekgeluidcorrectie dient te worden vermeden. Verwarring met de bedrijfsduurcorrectie ligt voor de hand. Conform de Handleiding dient de gebruikelijke term toeslag voor muziekgeluid of muziektoeslag te worden gehanteerd. Daarnaast wordt gesteld dat het dynamisch karakter van de muziek 7 dB(A) bedraagt en dat het muziekgeluidkarakter dus niet meer herkenbaar is wanneer de geluidbijdrage door muziek 7 dB of meer onder het achtergrondgeluid blijft. Echter, het dynamisch karakter van de muziek bepaalt het verloop van het muziekgeluidniveau in de tijd. De herkenbaarheid van muziekgeluid in de omgeving wordt bepaald door de hoogte van de momentane geluidimmissie vanwege muziek ten opzichte van het achtergrondgeluid niveau. Aldus dient er ook bij luidere passages in de muziek sprake te zijn van muziekgeluidimmissieniveaus die niet tot herkenbaarheid ten opzichte van het achtergrondgeluidniveau leiden. Bij vanwege de dynamiek luidere muziekpassages (tot 7 dB boven het gemiddelde niveau) kan het muziekgeluidimmissieniveau onder de voorwaarden die Cauberg stelt tijdelijk net zo hoog zijn als het achtergrondgeluidniveau en zal daarmee weldegelijk herkenbaar zijn.

In het rapport van Westerveld Advies, dat onderdeel uitmaakt van de revisievergunningaanvraag van het Olympisch Stadion, is daarom een generiek uitgangspunt

Met het hanteren van de term muziekgeluidcorrectie begrijpen de geluiddeskundigen wat er bedoeld wordt, namelijk het wel of niet toepassen van de toeslag voor bijzonder geluid K3, ingeval sprake is van herkenbaar muziekgeluid, zoals bedoeld in paragraaf A.7.3.2 van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Zoals aangegeven in het vorige punt, past Cauberg Huygen de muziekgeluidcorrectie toe bij een geluidbijdrage van 42 dB(A) bij de lagergelegen beoordelingspunten en 43 dB(A) bij hoger gelegen beoordelingspunten. In beginsel is een muziekgeluidkarakter niet meer duidelijk hoorbaar wanneer de geluidbijdrage door muziek 7 dB of meer onder het achtergrondgeluid blijft. Voorts is van belang om te vermelden dat het L95-niveau rondom het Olympisch Stadion en op maaiveldniveau 49 dB(A) in de avondperiode bedraagt (zie pagina 7 rapport Westerveld Advies). Door het dynamische karakter van muziek kunnen er luidere muziekpassages zijn. Dan nog worden die luidere muziekpassages vergeleken met een achtergrondgeluidniveau dat 95% van de tijd door het omgevingsgeluid wordt overschreden. Met andere woorden: gedurende 95% van de tijd in de avondperiode is het geluidniveau nabij het Olympisch (zónder activiteiten in het Olympisch Stadion) hoger dan 49 dB(A).

In bijlage II van het geluidonderzoek is te zien wat het achtergrondgeluid is, wat de muziekgeluidbijdrage is en waar de situaties zich voordoen waarbij het muziekgeluidkarakter duidelijk hoorbaar is. Als de muziekgeluidbijdrage tot en met 43 dB komt, is dat muziekgeluidkarakter niet duidelijk hoorbaar bij een achtergrondgeluid van 50 dB (A) (want 50-7). Het hanteren van een muziektoeslagzoals toegepast in het rapport behorende bij het bestemmingsplan ) ligt ook in de lijn met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2006:AY0351), waarin de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en 35

gehanteerd dat bij (gemiddelde) muziekgeluidniveaus die ten minste 10 dB onder het achtergrondgeluidniveau zijn gelegen (inclusief mogelijk te verwachten dynamiek) er geen sprake zal zijn van herkenbaar muziekgeluid en dat er in die gevallen dus geen muziektoeslag behoeft te worden toegepast. Verzocht wordt om ten aanzien van het toepassen van de muziektoeslag in het vervolg van het onderzoek bij deze uitgangspunten aan te sluiten.

12

Daarnaast worden in de tabellen 4.1 t/m 4.3 de berekende niveaus in de dag-, avond- en nachtperiode gepresenteerd, maar in de daaropvolgende figuren als etmaalwaarden. Dit werkt enigszins verwarrend. Het heeft onze sterke voorkeur in de tabellen ook de etmaalwaarde te presenteren. Verder zou een kolom met de beoordelingshoogten moeten worden toegevoegd zodat in een oogopslag duidelijk is op welke hoogten de maatgeven geluidbelastingen optreden.

13

p. 21, onder de tabel: Er staat ‘(etmaalwaarde, nachtperiode is maatgevend’). Dit moet avondperiode zijn. p. 23, figuur 4.3: Dit betreft exact dezelfde figuur als figuur 4.2 voor Blok 2. Hier dient de figuur voor blok 3 te worden ingevoegd. Toevoeging uit aanvullende zienswijze:

14

15

p. 23 Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau De etmaalwaarden in tabel 4.2 komen voor blok 3 niet overeen met de gepresenteerde resultaten in de avondperiode. Aangenomen wordt dat de etmaalwaarden correct zijn opgenomen, daar deze vergelijkbaar zijn met het naastgelegen blok 2. In figuur 4.4 staat op p.26 zijn echter alsnog etmaalwaarden tot 64 dB(A) weergegeven. Dit lijkt niet correct.

Ruimtelijke Ordening heeft geadviseerd. In die uitspraak is een casus met een equivalent muziekgeluidniveau van 27 dB(A), tegen een gemeten achtergrondgeluid van 35-40 dB(A). Gelet op het verschil in geluidniveaus acht de deskundige het aannemelijk dat het geluidniveau van muziek ter hoogte van de omliggende woningen dusdanig laag is dat dit door het achtergrondgeluid wordt gemaskeerd. Daarom zal ter hoogte van de omliggende woningen geen sprake zijn van een hoorbaar muziekkarakter, zodat de toeslag van 10 dB(A) niet hoeft te worden toegepast, aldus de deskundige. Cauberg Huygen hanteert derhalve terecht het uitgangspunt dat muziekgeluid hoorbaar is bij berekende geluidniveaus vanwege het Olympisch Stadion van 42 dB(A) en hoger. Dit is in deze specifieke situatie een realistisch uitgangspunt. Het gekozen uitgangspunt, om geen muziekgeluidcorrectie c.q. muziektoeslag te rekenen wanneer de geluidbijdrage door muziek 7 dB of meer onder het achtergrondgeluid blijft, is in lijn met vakliteratuur en jurisprudentie. De wens om het gekozen uitgangspunt uit het rapport van Westerveld over te nemen volgen wij gelet op het voorgaande niet. In de tabellen in het geluidrapport zijn de etmaalwaarden en de toetshoogten, waarop het maatgevende geluid is berekend, reeds opgenomen.

De tekstuele opmerking is verwerkt in definitieve versie van het geluidrapport behorende bij het bestemmingsplan (versie 9). De tekstuele opmerking is verwerkt in definitieve versie van het geluidrapport behorende bij het bestemmingsplan (versie 9). Cauberg Huygen heeft reeds een extra controle uitgevoerd en geconstateerd dat in tabel 4.2 de etmaalwaarden voor blok 3 niet juist zijn. Daar moet 64 dB(A) etmaalwaarde staan, in plaats van 74 dB(A). Dat er bij blok 3 beduidend lagere geluidniveaus optreden komt door de gebruikte opdeling van de muziekemissies in verschillende richtingshoeken: blok 1 en 2 ondervinden geluid van de maatgevende richtingshoek van 170 graden, met een geluidvermogen van 102,8 dB(A) per bron. Blok 3 ondervindt geluid van een minder maatgevende richtingshoek, met een geluidvermogen van 95,8 dB(A). Daarnaast zal afstand tot die bronnen een rol spelen. 36

Verzocht wordt alle tabellen en figuren in het rapport ten aanzien van de optredende geluidbelastingen goed te controleren op mogelijke onjuistheden. Dit wordt van het grootste belang geacht, omdat er in de planregels direct naar de figuren in het rapport wordt verwezen.

16

17

18

19

Verder zou in deze tabel en de navolgende tabellen bij voorkeur een kolom met de beoordelingshoogten moeten worden toegevoegd zodat in een oogopslag duidelijk is op welke hoogten de maatgevende geluidbelastingen optreden. P. 24 bovenaan: Wederom staat hier ‘(etmaalwaarde, nachtperiode is maatgevend’). Dit moet in dit geval zowel de dag- als de avondperiode zijn. p. 26: Niet alle gepresenteerde waarden in figuur 4.6 zijn te herleiden naar de berekende geluidbelastingen voor blok 3 in tabel 4.1. Aangenomen wordt dat de geluidbelastingen van 55 en 56 dB (A) – etmaalwaarde in deze figuur worden bepaald door de dagperiode en de belastingen groter en gelijk aan 60 dB (A) door de avondperiode. Dit zou moeten worden verduidelijk met een voetnoot (of iets dergelijks) onder de figuur. §4.6.2 Muziekgeluidcorrectie vanwege De Coolste Baan (p.27), 3 e alinea: Aangegeven wordt dat de paars gemarkeerde gevels een overschrijding kennen van de 45 dB(A) grenswaarde in de avondperiode (inclusief de muziektoeslag). Dit kan echter niet correct zijn voor de gevels met een gepresenteerde geluidbelasting van 55 – 59 dB(A)etmaalwaarde. Er zou dan namelijk sprake zijn van een geluidbelasting van 50 – 54 dB(A) in de avondperiode en derhalve van 40-44 dB(A) zonder muziektoeslag, maar dan wordt de toeslag volgens Cauberg niet toegepast.

Kennelijk worden deze geluidbelastingen dus veroorzaakt in de dagperiode. Zoals een en ander nu is opgeschreven klopt dit in elk geval niet. Het is wat ons betreft aan Cauberg om hier een logisch sluitend verhaal van te maken. p.31, figuur 4.9: De rode gevelmarkeringen voor blok 3 met een geluidbelasting van 46 dB(A)-etmaalwaarde komen niet overeen met

Figuur 4.4 is daarom een correct figuur. De overige tabellen zijn nagekeken en correct. De beoordelingshoogten zijn verwerkt in de definitieve versie van het geluidrapport behorende bij het bestemmingsplan (versie 9).

De tekstuele opmerking is verwerkt in definitieve versie van het geluidrapport behorende bij het bestemmingsplan (versie 9). De tekstuele opmerking is verwerkt in definitieve versie van het geluidrapport behorende bij het bestemmingsplan (versie 9). De figuren 4.2 tot en met 4.7 (hernummering, door invoeging figuur 4.1 in paragraaf 4.5) in het nieuwe rapport van 5 oktober corresponderen met (inmiddels) tabel 4.2 (hernummering: er was in paragraaf 4.1 al een tabel 4.1).

De motivering staat in paragraaf 4.5 op bladzijde 22 van het geluidrapport.

De figuren 4.8 tot en met 4.10 in het geluidrapport corresponderen nu met tabel 4.3 (hernummering). 37

20

tabel 4.2. Daaruit volgt namelijk 47 dB(A)etmaalwaarde. 4.8 Incidentele bedrijfssituatie (p.33 en 34): Algemeen: Alleen de initiële uitgangspunten van Westerveld Advies zijn gehanteerd, zonder de aanvullend te nemen maatregelen die ook in het akoestisch onderzoek behorende bij de vergunningaanvraag van het Olympisch Stadion zijn beschreven. Enerzijds leidt dit tot een worst case situatie op de gevels, zodat ook de vereisten aan de geluidwering van de gevels hierop kunnen worden gebaseerd. Dit geeft bij lagere geluidniveaus op de gevels door de eventueel te nemen maatregelen uiteindelijk dus minder kans op klachten. Anderzijds lijkt het nu of er bij sommige evenementen sprake is van significant (te) hoge geluidniveaus in de omgeving. Voor de sportevents ligt de berekende geluidbelasting bijvoorbeeld tot 15 dB boven de richtwaarde van 75 dB(C) uit de beleidsregel. Indien de nadere maatregelen en het toepassen van de bedrijfsduurcorrectie voor muziek uit het akoestisch onderzoek door Westerveld Advies worden gevolgd zou een geluidbelasting rond de 75 dB(C) mogelijk moeten zijn.

Dit is niet aangepast in het geluidrapport. Zie de toelichting hieronder. In het geluidsrapport is voor de geluidsberekeningen uitgegaan van de geluidinvoergegevens volgens de bijlagen van het onderzoeksrapport van Westerveld Advies d.d. 25 oktober 2022 (rapport versie V1). Hierbij is ervan uitgegaan dat de geluidsinvoergegevens inclusief maatregelen zijn en dat de resultaat tabellen in het onderzoeksrapport van Westerveld Advies d.d. 25 oktober 2022 verband houden met die bijlagen. Met de gehanteerde werkwijze is gekozen voor een worstcase benadering. Daarmee wordt geborgd dat de binnenwaarde in de woningen te allen tijde aanvaardbaar is. Verder merken we op dat het hanteren van een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid in strijd is met de Handleiding meten en rekenen industrielawaai én het gemeentelijk geluidbeleid voor evenementen. Een dergelijke correctie is dus niet toegepast.

Dit punt is in de aanvullende zienswijze nog aangevuld:

21

Algemeen p.48 en 49: Onduidelijk is of alleen de initiële uitgangspunten van Westerveld Advies zijn gehanteerd, of dat ook de zo nodig aanvullend te nemen maatregelen conform hoofdstuk 10 van het akoestisch onderzoek behorende bij de vergunningaanvraag van het Olympisch Stadion 1 zijn beschouwd. De overschrijding bij sport events wordt in gevallen waar muziek van ondergeschikt belang is (bijvoorbeeld EK voetbal), op bestaande geluidgevoelige bestemmingen gereduceerd door de geluidniveaus op 25 meter van het podium met 10 dB te verlagen en door een bedrijfsduurcorrectie voor muziek toe te passen vanwege de beperkte duur van het muziekgeluid. p.34, onder tabel 4.4: Er is nog geen vergunning van kracht waarin grenswaarden zijn openomen. Gelieve te wijzigen in: “…, daarbij vergeleken met de grenswaarden voor

De grenswaarden hebben inderdaad betrekking op de grenswaarden voor evenementengeluid uit het Amsterdamse geluidbeleid. Er is een overzicht opgenomen in de definitieve geluidsrapportage van de gehanteerde termen in het rapport zodat hierover geen onduidelijkheid ontstaat. 38

22

evenementengeluid uit het Amsterdams evenementenbeleid.” p.34, onder tabel 4.4 Gesteld wordt dat er geen sprake is van een overschrijding van de richtwaarden voor stap 2 uit de VNG-brochure. In de navolgende zin wordt gesteld dat er ter plaatse van de noordgevel van de bovenste twee bouwlagen van blok 2 een overschrijding plaats vindt. Dit is in tegenspraak met elkaar.

De oude tekst luidde als volgt: “Alleen ter plaatse van de noordgevel van bovenste twee bouwlagen van blok 2 vindt, vanwege het mogelijk duidelijk hoorbare muziekgeluidkarakter, een overschrijding van de richtwaarden voor stap 2 plaats.” Dit is in het nieuwe geluidrapport (definitieve versie van het geluidrapport behorende bij het bestemmingsplan (versie 9) gewijzigd naar de volgende tekst: “Voorgaande met uitzondering van de noordgevel van bovenste twee bouwlagen van blok 2 vindt, vanwege het mogelijk duidelijk hoorbare muziekgeluidkarakter, een overschrijding van de richtwaarden voor stap 2 plaats.”

23

24

25

26

p. 49, onder tabel 4.7: Er is nog geen vergunning van kracht waarin grenswaarden zijn openomen. Gelieve "grenswaarde" te wijzigen in: "normstelling uit het gemeentelijk evenementenbeleid." §4.9 Cumulatie van evenementen, §4.9.2 Resultaten (p.49, tabel 4.5): Cauberg heeft op basis van een door de ODNZKG ter beschikking gesteld rapport een rekenmodel voor Oranjebloesem gereproduceerd. Het daadwerkelijke model, zoals opgesteld door Westerveld Advies, had op verzoek echter aangeleverd kunnen worden. Er ontstaan nu discrepanties tussen het feitelijke model behorende bij Oranjebloesem en het door Cauberg gereproduceerde model. Een globale berekening met het feitelijke model op de bouwblokken van Verdi door Westerveld advies laat thans gecumuleerde geluidniveaus door geheel Oranjebloesem (OS en stadionplein) tot 97 dB(C) zien. Cauberg komt op slechts 93 dB(C) vanwege geheel Oranjebloesem. De daadwerkelijk optredende geluidbelastingen tijdens Oranjebloesem worden aldus significant onderschat.

p.56, opsomming onder punt 1: “NGS Richtlijn” dient te worden gewijzigd in NSG Richtlijn p.56, onder Ad 1.: Het verschil tussen de berekende dB(A) en dB(C) waarde bedraagt kennelijk 17 dB. Opgemerkt wordt dat op de gevels van bestaande woningen aan het IJsbaanpad in het onderzoek van Westerveld Advies gedurende Flying Dutch verschillen

Zie de beantwoording onder punt 7.

De informatie van de ODNZKG volgt op basis van een vergunningaanvraag voor het evenement Oranjebloesem en zou de juiste informatie moeten bevatten. Het geluidmodel dat van toepassing is op het evenement Oranjebloesem is op 3 mei 2024 alsnog verstrekt door Westerveld Advies namens adressant 3. Dit model is onderzocht en er is beoordeeld of aanpassing van het geluidrapport nog noodzakelijk is. Gebleken is dat de geluidbelasting weliswaar beperkt hoger is (0,25 dB), maar dat een ander evenement (The Flying Dutch) maatgevend kan blijven, zie hierna. Gezien de door Peutz aangegeven geluidniveaus tot 97 dB(C) tijdens het evenement Oranjebloesem kan worden aangegeven dat die geluidniveaus niet hoger zijn dan de geluidniveaus bij het evenement The Flying Dutch, die als maatgevende incidentele bedrijfssituatie wordt gebruikt, zie tabel 6.3 van het geluidrapport. Dat betekent dat er voor de geluidbelasting op de gevel nog steeds terecht is uitgegaan van het evenement The Flying Dutch, en niet het evenement Oranjebloesem. De tekstuele opmerking is verwerkt in definitieve versie van het geluidrapport behorende bij het bestemmingsplan (versie 9). Niet aangepast in de geluidrapportage. Zie de toelichting hieronder. Op hogere toetshoogten kunnen de verschillen tussen dB(A) en dB(C) waarden lager zijn dan op lagere toetshoogten. Dit komt ons inziens door verschillen in berekende 39

27

28

29

30

tussen de dB(C) en dB(A) waarden tot 22 dB worden berekend. p.58, onder Geluidwering gevel: Opgemerkt wordt dat de benodigde geluidisolaties als laboratorium waarden zijn gegeven. Bij realisatie van een gevel in de praktijk moet rekening worden gehouden met verliezen tussen deze labwaarden (Rw) en de uiteindelijke praktijkwaarden (R’w) tot enkele dB’s. p.64: Het gebruik van de term "grenswaarde" dient ook in dit kader te worden vermeden. Voorgesteld wordt dit te wijzigen in "normstelling uit het gemeentelijk evenementenbeleid". P. 65, tabel 4.8: Cauberg heeft op basis van een door de ODNZKG ter beschikking gesteld rapport een rekenmodel voor Oranjebloesem gereproduceerd. Het daadwerkelijke model, zoals opgesteld door Westerveld Advies, had op verzoek echter aangeleverd kunnen worden. Er ontstaan nu discrepanties tussen het feitelijke model behorende bij Oranjebloesem en het door Cauberg gereproduceerde model. Een globale berekening met het feitelijke model op de bouwblokken van Verdi door Westerveld advies laat thans gecumuleerde geluidniveaus door geheel Oranjebloesem (OS en stadionplein) tot 97 dB(() zien. Cauberg komt op slechts 93 dB(C) vanwege geheel Oranjebloesem. De daadwerkelijk optredende geluidbelastingen tijdens Oranjebloesem worden aldus significant onderschat.

Tabel 6.4: Aangegeven wordt dat voor de ijsbaan de forse maatregelen als genoemd in tabel 6.4 benodigd zijn voor steeds slechts 10 dagen in 4 jaar tijd om 30 dB(A) binnenniveau te kunnen garanderen. Tevens leiden min of meer gelijke maatregelen tot een binnenniveau van 45 dB(A) bij incidentele evenementen. Wanneer uit wordt gegaan van de gevelmaatregelen om tot 50 dB(A) binnenniveau bij incidentele evenementen te komen bedraagt het binnenniveau gedurende het gebruik van de ijsbaan 36 dB(A). Geadviseerd wordt dit binnenniveau in de bestuurlijke afweging te betrekken. Wij wijzen ten aanzien van deze bestuurlijke afweging op het volgende: Na realisatie van Verdi neemt het aantal potentiële klagers in de directe omgeving van het Olympisch Stadion bij

geluidafschermingen (door het stadiongebouw) op de verschillende toetshoogten. Niet aangepast in de geluidrapportage. Zie de toelichting hieronder. In de gehanteerde geluidisolatiewaarden is al rekening gehouden met de verschillen tussen praktijkwaarden en laboratoriumwaarden. Dit is ook duidelijk te lezen in (inmiddels) bijlage XI van het geluidrapport. Zie de beantwoording onder punt 7.

Zie de beantwoording onder punt 24.

Het evenement De Coolste Baan geldt als maatgevende situatie voor de te treffen maatregelen in de reguliere bedrijfssituatie. Hiermee wordt een goed woon- en leefklimaat geborgd. Er wordt dus niet voorgesteld om een hogere binnenwaarde te accepteren. De alinea over de afweging van De Coolste Baan is in het rapport gehandhaafd.

40

grotere evenementen significant toe. Wanneer slechts de minimale gevelmaatregelen worden getroffen om aan de 50 dB(A) binnenwaarde uit het Evenementenbeleid te kunnen voldoen is dit potentiële aantal uiteraard nog eens beduidend hoger dan wanneer de extra 5 dB marge wordt ingebouwd (ergo 45 dB(A) binnenniveau als uitgangspunt). Wij wijzen er daarnaast op dat het Olympisch Stadion de afgelopen jaren al een meermaals (onterecht) dwangsommen heeft opgelegd gekregen bij evenementen als gevolg van kleine overschrijdingen van vooraf op basis van berekeningen ingeschatte geluidniveaus in de omgeving, zonder dat daarbij duidelijk was in hoeverre rekening werd gehouden met meteorologische omstandigheden en stoorgeluid. Overigens lagen de geconstateerde geluidbelastingen hierbij steeds onder de grenswaarde uit het gemeentelijk evenementenbeleid. Bij het Olympisch Stadion bestaat de terechte vrees dat dit bij realisatie van Verdi, mede gezien de significante toename van het potentieel aantal gehinderden in de omgeving, zonder verregaande maatregelen aan de gevels van kwaad tot erger gaat.

3.6 Inkijk Zienswijze inkijk Adressant 3 wijst erop dat in de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan een onderbouwing met betrekking tot het aspect inkijk ontbreekt. Vanuit de beoogde woningen kan uitgekeken worden op het veld van het stadion. Hierdoor kan het Olympisch Stadion niet meer voldoen aan de eisen van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (hierna: KNVB) en de Union of European Football Associations (hierna: UEFA) om besloten (voetbal)trainingen te kunnen faciliteren. Door in het bestemmingsplan niet in te gaan op dit aspect is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Reactie op zienswijze: Het aspect inkijk is inderdaad niet expliciet benoemd in de plantoelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Dit wil echter nog niet zeggen dat geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Inkijk in relatie tot een goede ruimtelijke ordening Het aspect inkijk kan een rol spelen binnen het beoordelingskader of sprake is van een goede ruimtelijke ordening, met name wat betreft privacy. Voor dit onderwerp is geen wettelijk kader waaraan moet worden getoetst. Wel moet de mogelijke inkijk worden betrokken in de belangenafweging die wordt gemaakt tussen enerzijds de behoefte aan privacy van omliggende functies en anderzijds de mogelijkheden om te kunnen ontwikkelen (in een 41

hoogstedelijk gebied). Dit volgt bijvoorbeeld uit de volgende uitspraken: ABRvS 27 mei 2020, (ECLI:NL:RVS:2020:1285) en ABRvS 16 maart 2022,(ECLI:NL:RVS:2022:761). In dit geval merkt de raad het volgende op. Het plangebied is gelegen in hoogstedelijk gebied met een bebouwing die relatief hoog en dicht op elkaar staat. Beperkingen van privacy en vergrote kans op inkijk valt in dit gebied te verwachten en vindt de raad dan ook acceptabel. Een situatie die helemaal vrij is van inkijk kan dan ook niet worden gegarandeerd. Adressant 3 wijst er verder op dat er voor het organiseren van besloten trainingen geen sprake mag zijn van inkijk in het Olympisch Stadion. De UEFA en KNVB stellen volgens adressant 3 namelijk eisen aan stadions voor wat betreft inkijk. Hiervoor zijn twee documenten meegestuurd van de UEFA en KNVB waaruit de eisen voor het faciliteren van een besloten (voetbal)training volgen. Deze twee documenten zijn opgesteld in het kader van de Nations League Finale die in 2021 in Nederland werd georganiseerd. Toernooien als deze worden zeer sporadisch in Nederland georganiseerd, waardoor het faciliteren van (besloten) trainingen een zeer beperkt aandeel heeft in de totale exploitatie van het Olympisch Stadion.

Adressant 3 heeft verder niet onderbouwd dat de richtlijn van de KNVB en de UEFA ook in andere situaties dan bij dit soort uitzonderlijke internationale (voetbal)toernooien, van toepassing zijn. Hierdoor hoeft in het kader van de belangenafweging bij dit bestemmingsplan weinig tot geen rekening te worden gehouden met dergelijke activiteiten, die meer een uitzondering vormen dan regel. Al zouden besloten trainingen moeten voldoen aan voorgaande eisen die wel (regelmatig) worden gehouden in het Olympisch Stadion, dan geldt het volgende. Het Olympic Hotel (51 meter hoogte) bevindt zich al ruim 7 jaar op circa 100 meter van het Olympisch Stadion. Vanaf de ramen op de zesde verdieping en hoger aan de noord- en oostzijde van het gebouw is inkijk in het stadion al mogelijk, zie bijlage 16 bij de plantoelichting van het bestemmingsplan. Daarnaast volgt uit dezelfde bijlage dat inkijk in het Olympisch Stadion op dit moment ook al mogelijk is vanaf de zesde verdieping van de woonwijk direct ten noorden van het Olympisch Stadion, het Olympisch Kwartier. Het Olympic Hotel en de bestaande woningen bevinden zich op een vergelijkbare afstand als de toekomstige woningen aan de noordzone van het IJsbaanpad. Na realisatie van het plangebied geldt voor wat betreft de inkijk hetzelfde als voor de bestaande functies, namelijk dat inkijk mogelijk is vanaf de zesde verdieping.

Gelet op het voorgaande wordt de inkijk van de toekomstige woningen op het Olympisch Stadion niet onaanvaardbaar geacht. Deze afweging zal in de plantoelichting bij het bestemmingsplan expliciet worden opgenomen. Conclusie Er geldt geen absoluut recht op het voorkomen van inkijk. Zeker in een hoogstedelijk gebied vindt de raad enige mate van inkijk acceptabel. Ook speelt mee dat in de bestaande situatie al sprake is van inkijk vanuit het Olympic Hotel en de bestaande woningen. Het bestemmingsplan levert in die zin geen (nieuwe) beperkingen op voor de bedrijfsmogelijkheden binnen het Olympisch Stadion (voor zover die beperkingen er al zijn, omdat er niet regelmatig aan de inkijk eisen hoeft te worden voldaan). Daarom heeft de raad enige mate van inkijk acceptabel geacht en is tot de conclusie gekomen dat geen sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening.

42

Naar aanleiding van de zienswijze is een beoordeling van uitzicht en inkijk toegevoegd aan de plantoelichting. Deze is terug te lezen in paragraaf 14.4 van de plantoelichting. 3.7 Plantoelichting Adressant 3 heeft tevens zienswijzen ingediend tegen specifieke paragrafen in de plantoelichting. Deze zienswijzen worden hieronder per regel uit de zienswijze besproken. Zienswijze

28 29

30

Ziet op Specifieke paragraaf of regel Par. 2.2.1 van de plantoelichting

Par. 6.2.2. van de plantoelichting

31

Par 6.2.3 van de plantoelichting

32

Par 6.2.3 van de plantoelichting

Zienswijze van adressant 3

In figuur 2.3 wordt het plangebied onjuist ingekaderd. De Tripolis gebouwen en desbetreffend terrein maken geen deel uit van plan Verdi. Zoals hierboven vermeld, blijkt uit de plantoelichting niet of onderzoek is gedaan naar de haalbaarheid en effectiviteit van het 'Sturen op parkeerruimte voor auto's'. Onduidelijk is ook hoeveel parkeerplaatsen uit de openbare ruimte worden verwijderd en wat daar het effect van is.

Zoals eveneens hierboven reeds vermeld, ontbreekt inzicht in de relatie tussen de hier gepresenteerd getallen (en zone 592) en het verkeersonderzoek dat daar kennelijk aan ten grondslag ligt. Ook is niet duidelijk waarom en in hoeverre de geconstateerde toename van 1,3% van het verkeer geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeerstechnische situatie in de omgeving. Met name nu in de onderzoeken wordt gesteld dat nu reeds sprake is van een kritische situatie. Ook is onduidelijk op basis van welk scenario (realistisch, maximaal) de 1,3% is vastgesteld en wat de gevolgen zijn indien wordt uitgegaan van andere scenario's.

Reactie van de gemeente

Dit is aangepast in de plantoelichting.

De vermindering van het aantal autoverplaatsingen als gevolg van het reduceren van parkeerplekken wordt juist heel beperkt ingeschat in het Mobiliteitsplan, zie ook de figuur Autoaankomsten in de ochtendspits op pagina 8 van het Mobiliteitsplan. Uit deze figuur blijkt dat parkeerbeleid maar een klein aandeel betreft van de maatregelen die het verkeer doen afnemen. Zie hiervoor ook paragraaf 3.2 van deze Nota van Beantwoording onder ‘Parkeerruimte’. Uit de plantoelichting (paragraaf 6.2.3.) volgt wat de relatie is tussen de berekende getallen en de verkeersstudie. De verkeerseffecten van de beoogde ontwikkeling door het bestemmingsplan zijn beoordeeld aan de hand van de uitkomsten van de verkeersstudie bij het Mobiliteitsplan. Hierbij is gekeken hoeveel van het extra verkeer wordt verwacht als gevolg van de voorziene ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt. Daarbij moet worden opgemerkt dat onduidelijk is waar adressant 3 uit opmaakt dat nu sprake is

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14322741/1