CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20231102 commissie FKD - Brief concertgebouworkest

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 2 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspreekmoment Publiek1.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Commissie FKD Amstel 1 1011 PN Amsterdam

Amsterdam, 1 november 2023

Geachte commissieleden,

Graag nemen wij uw commissievergadering van 2 november aanstaande te baat om de noodklok te luiden over de voorgenomen bezuiniging van 3 miljoen euro op het budget voor de zeven instellingen die conform het advies van de Amsterdamse Kunstraad (AKr) in Kunstenplanperiode 2025-28 zullen ressorteren onder de directe verantwoordelijkheid van de Gemeente. Wij hebben hier, samen met onze collega’s al gezamenlijk correspondentie over gevoerd met Wethouder Meliani – waarvan u kopie heeft ontvangen – en spreken ons in deze brief graag nog uit over onze individuele positie. Allereerst willen wij benadrukken dat het Concertgebouworkest de gemaakte beleidskeuzes waarbij middelen worden toegekend om nieuwe instroom in onze prachtige sector mogelijk te maken van harte onderschrijft: jonge makers en nieuwe kunst- en presentatievormen verdienen een kans op gestructureerde ondersteuning om het Amsterdamse Kunstleven tot verdere ontwikkeling en bloei te brengen. De argumentatie waarmee de voor deze beweging benodigde middelen worden verplaatst van ‘de zeven instellingen’ naar het AFK vinden wij echter problematisch en zal ook een grote instelling als het Concertgebouworkest op korte termijn in problemen brengen.

‘Sterke Schouders’ Het veelvuldig gebruik van de formulering ‘sterke schouders’ waarmee in de bestuurlijke reactie op het AKr voorstel en ook in de Hoofdlijnennotitie een verantwoordelijkheid voor deze verplaatsing van financiële middelen wordt opgelegd, doet geen recht aan de oplopend zorgwekkende financiële situatie waarin wij ons bevinden en waarvoor wij in onze contacten met onze beide subsidienten al ruim tien jaar dringend aandacht vragen.

Onze ‘sterke schouders’ zijn namelijk helemaal niet zo sterk als zij op de buitenwacht soms kunnen overkomen. Ja, onze (grote) zalen zitten vol; en ja, onze toegangsprijzen behoren tot de hoogste van Europa, en ook: ja, wij zijn een zichtbaar groot en kostbaar apparaat. Het Koninklijk Concertgebouworkest heeft er de afgelopen jaren alles aan gedaan om artistiek en in zijn publiekswerking aan de top te blijven. Daarbij hebben wij getracht de stijgende kosten zoveel mogelijk te matchen met toenemende eigen inkomsten èn tegelijkertijd zo toegankelijk mogelijk te blijven. Dat was geen lichte opgave. In de afgelopen vijf jaar is de gemiddelde leeftijd van onze bezoekers aan onze internationaal aansprekende concerten in het Concertgebouw met ruim zeven jaar gedaald tot 51 jaar en is onze actieve klantendatabase met 50% gegroeid. Onze zaalbezettingen zijn met 90% terug tot boven het niveau van voor Corona. Wij zijn actief tot ver buiten de landsgrenzen en in meerdere stadsdelen, geven een jaarlijks gratis toegankelijk openluchtconcert en bereiken met onze educatieve apps en kinder- en schoolconcerten vele duizenden schoolkinderen uit Amsterdam en daarbuiten. Juist deze zaken komen met een extra bezuiniging onder grote druk te staan.

De toename van onze activiteit-gebonden kosten hebben wij de afgelopen jaren grotendeels kunnen afdekken, maar de onderliggende stijging in onze noodzakelijke vaste (personeels-) kosten slaan een gestaag groeiend gat in onze exploitatie. De sterk gestegen werkgeverslasten, pensioenafdrachten, extra kosten voor fair practice en de Wet Arbeidsmarkt in Balans en de rap stijgende kosten van de zaalhuur die wij aan het Concertgebouw kwijt zijn, hebben in de afgelopen tien jaar gezorgd voor een structureel tekort van ruim € 2,2 miljoen op een begroting van 33 miljoen (2022). Voor 2023 tekende het bestuur voor een begroting met een tekort van €1,8 miljoen. Dat kan en mag niet herhaaldelijk plaatsvinden (zie bijgevoegde begroting). Uiteraard zitten wij niet stil en zijn we al hard bezig om kostenbesparingen waar mogelijk door te voeren en werken wij verder aan het verhogen van onze inkomsten. We werken aan een nieuwe financiële bedrijfsvoering. Naar verwachting zal die transitie over 3 à 4 jaar gereed kunnen zijn. Een organisatie zo groot als de onze is niet van de ene dag op de andere te veranderen, met alle contractuele afspraken en een lange-termijnkalender. In die periode zullen wij de aanwezige risicoreserve binnen de orkeststichting vrijwel geheel aanspreken. Een eventuele extra opgelegde bezuiniging brengt ons binnen afzienbare tijd in acute liquiditeitsproblemen.

Daarmee zal onze continuïteit in gevaar komen. Steunfondsen In de hoofdlijnennota vraagt de wethouder de AKr om bij de beoordeling en toekenning van de subsidieaanvragen van ‘de zeven instellingen’ de aanwezigheid van steunfondsen nadrukkelijk mee te wegen bij de verdeling van de last van de bezuiniging van 3 miljoen.

Wij hebben de wethouder er per brief en in een aanvullend gesprek op gewezen dat deze route niet opportuun en bovendien niet toepasbaar is: de steunstichtingen staan alle op afstand van de instellingen met een subsidierelatie met de Gemeente en beslissen zelfstandig en binnen de eigen doelstellingen over de aanwending van de verkregen gelden ten behoeve van de kunstinstelling. Ook als die doelstelling soms breed is geformuleerd, blijft de vrije besteedbaarheid van de geworven middelen zeer beperkt doordat schenkers en fondsen strenge oormerking aanbrengen op de bestedingen. Het gaat vrijwel altijd om projectgerichte (deel)bijdragen, niet om structurele ondersteuning van de exploitatie of vaste lasten. Schenkers kunnen bovendien geld terugvorderen als zij vinden dat de gelden niet conform hun doelstellingen zijn aangewend. De Voorzitters van de drie betrokken steunfondsen van Nationale Opera en Ballet, Stedelijk Museum en Concertgebouworkest hebben hun standpunt inzake de aanwijzing van hun middelen ter dekking van de door de wethouder aan de instellingen onttrokken (structurele) subsidiegelden verwoord in een gezamenlijke brief aan de Wethouder, welke u in kopie heeft ontvangen.

Timing Wij willen u graag meegeven dat de timing van deze bezuiniging door een verplaatsing van middelen met name de drie instellingen binnen de groep van zeven die ook vanuit de Rijksoverheid een substantieel subsidiebedrag ontvangen (Internationaal Theater Amsterdam, Nationale Opera en ballet en Koninklijk Concertgebouworkest) voor een extra uitdaging plaatst. Immers: wij zijn ook gehouden aan de subsidievereisten die door de Rijksoverheid aan ons worden gesteld en die uiteindelijk het totale pakket aan subsidie-inkomsten bezien. Een substantiële bezuiniging vanuit de ene subsidiepartner kan voor de instelling betekenen dat deze niet aan de vereisten van de andere subsidiepartner kan voldoen. Juist om dit te voorkomen gelden er al sinds eind jaren 1980 zg. convenantsafspraken waarin de gedeelde verantwoordelijkheid voor de instellingen met bi-financiering wordt geborgd. Deze afspraken lijken nu buiten beeld te raken. Dit wringt des te meer wanneer beide subsidiepartners werken aan een stelselherziening zonder dat deze voldoende op elkaar worden afgestemd. De stelselwijziging bij de Gemeente wordt nu per 2025 doorgevoerd, terwijl die bij het Rijk op zijn vroegst per 2029 zijn beslag zal krijgen. In de tussenliggende vier jaar worstelen de getroffen instellingen met het tempoverschil tussen beide bewegingen.

De hieruit voortvloeiende schade zal – vanwege onze natuurlijke focus op de activiteiten in onze standplaats – vooral in Amsterdam landen.

Help ons Wij vragen u om ons meer tijd te gunnen om onze financiële bedrijfsvoering aan te passen en het orkest te helpen in zijn voortbestaan. Het is daarbij noodzakelijk dat ons huidig beschikbare budget tenminste in stand blijft en dat er samen met de Rijksoverheid naar een structurele oplossing wordt gezocht die ook past binnen de komende landelijke stelselherziening. Dat zal uiteindelijk ook u helpen om de gewenste verandering in de Amsterdamse kunstsector tot stand te brengen zónder de grotere instellingen met internationale uitstraling kopje onder te duwen. Wij verzoeken u daarom gehoor te geven aan de oproep van de Amsterdamse Kunstraad om voor Kunstenplanperiode 2025-28 extra middelen beschikbaar te stellen voor de cultuurbegroting. In ieder geval zodanig dat de gewenste verruiming van de instroom tot het Amsterdamse Kunstenbestel kan plaatsvinden zonder dat daarvoor budget behoeft te worden weggenomen van de zeven instellingen die onder verantwoordelijkheid van de Gemeente zullen ressorteren. Met hartelijke groet, Mede namens Algemeen directeur Dominik Winterling

David Bazen Directeur bedrijfsvoering

Begroting Koninklijk Concertgebouworkest 2023 (€ x 1.000) Concertinkomsten NL Concertinkomsten Internationaal Overige eigen inkomsten (private bijdragen via foundation) Subsidie Rijksoverheid Subsidie-Gemeente Amsterdam Totaal inkomsten

6.500 4.000 5.110 8.500 7.200 31.310

Vaste personeelskosten Vaste bedrijfskosten (huur, kantoorkosten) Variabele artistieke kosten (incl educatie) Waarvan educatie en talentontwikkeling Variabele concertkosten Internationaal Variabele bedrijfskosten Waarvan huur en afdrachten aan Concertgebouw Totaal kosten

18.500 1.950 3.950

Tekort 2023

1.780 (structureel tekort)

1.050 3.560 5.130 2.900 33.090

Bijdragen Gemeentesubsidie ‘Zeven instellingen’ 2023 (€ x 1.000) Bijlmerparktheater De Meervaart Koninklijk Concertgebouworkest Amsterdammuseum Internationaal Theater Amsterdam Nationale Opera en Ballet Stedelijk Museum

1.686 3.117 7.200 9.526 11.077 12.993 14.337

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13423388/1