20230607 verslag Gemeenteraad avond
Tekst van het document
32
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
een goed proces heeft, maar ook een goed besluit, want dan werken we aan geloofwaardige participatie. En daarom een vraag aan de wethouder. De D66-fractie ziet graag een evaluatie van het burgerberaad na het eerste burgerberaad, want dan kunnen we leren wat gaat goed en wat kan beter. En we vragen de wethouder in die eerste evaluatie ook om de waardering mee te nemen van de participanten aan het burgerberaad, want we gaan immers voor een zeven, herinnert de wethouder zich, en we gaan niet voor een zesje. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: Amendement van de leden Broersen en Krom inzake beleidskader burgerberaden, NR. 336.23 Besluit: In het Beleidskader Burgerberaden op pagina 13, de volgende zin aan te passen: Huidig: Bij elk afzonderlijk burgerberaad kunnen vooraf nog specifieke voorwaarden worden geïnventariseerd. Het commitment van de raad en het college is voorafgaand aan het burgerberaad bekend bij alle betrokkenen Nieuw: Bij elk afzonderlijk burgerberaad zal er vooraf door de gemeenteraad gesproken worden over aanvullende specifieke voorwaarden en het commitment. Het uiteindelijke commitment van de raad en het college is voorafgaand aan het burgerberaad bekend en met alle deelnemers en externe betrokkenen besproken. En dit ook te laten doorwerken in het handboek burgerberaden.
Amendement van de leden Broersen en Krom inzake Beleidskader burgerberaden, nr. 337.23 Besluit: In het Beleidskader Burgerberaden op pagina 16, de volgende zin aan te passen: Huidig: De deelnemers van het burgerberaad zullen na afloop met enige regelmaat door de verantwoordelijk wethouder op de hoogte gehouden worden van de voortgang in de uitvoering van de overgenomen aanbevelingen. Nieuwe: De deelnemers van het burgerberaad zullen na afloop door de verantwoordelijk wethouder op de hoogte gehouden worden van de voortgang in de uitvoering van de overgenomen aanbevelingen. Tijdens het burgerberaad zullen de deelnemers gezamenlijk met de verantwoordelijk wethouder bepalen in welke frequentie en op welke manier dit zal plaatsvinden. En dit ook te laten doorwerken in het handboek burgerberaden. Amendement van de leden Broersen en Krom inzake beleidskader burgerberaden, nr. 338.23 Besluit: In het Beleidskader Burgerberaden op pagina 16, de volgende zin aan te passen: Huidig: Tenslotte komt er gedurende het burgerberaad een vorm van onafhankelijk toezicht in de vorm van een regiegroep van deelnemers om het eigenaarschap zo veel mogelijk bij hen te leggen (of twee of drie buitenstaanders met verstand van burgerberaden).
Nieuw: Tenslotte komt er gedurende het burgerberaad een vorm van onafhankelijk toezicht in de vorm van een regiegroep van deelnemers om het eigenaarschap zo veel mogelijk bij hen te leggen (of twee of drie buitenstaanders met verstand van
33
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
burgerberaden). Deze regiegroep houdt toezicht op dat het burgerberaad eerlijk en onafhankelijk verloopt. En dit ook te laten doorwerken in het handboek burgerberaden. Motie van leden Broersen en Kabamba inzake Burgerberaden voor en door Amsterdammers, nr. 339.23 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Om na het tweede burgerberaad met een voorstel te komen om aan het beleidskader toe te voegen dat naast de raad en het college, ook Amsterdamse bewoners een burgerberaad kunnen initiëren om een maatschappelijk probleem aan te pakken, en dit voorstel te delen met de raad. De motie en amendementen maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Dan is nu mevrouw Krom aan de beurt voor een bijdrage. Het lid KROM: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, met het burgerberaad kiezen we ervoor om Amsterdammers weer meer te betrekken bij het wel en wee van onze stad. En we geven Amsterdammers met dit beleidskader burgerberaad de mogelijkheid om mee te denken en mee te beslissen bij beleid. Dit kan de kwaliteit van de beslissingen verbeteren en het helpt, mits goed uitgevoerd, uiteraard bij het vergroten van het vertrouwen in de gemeente. Mensen die normaal hun stem niet laten horen of misschien wel zijn afgehaakt, zoals ze dat tegenwoordig zo mooi zeggen, worden betrokken bij de stad en krijgen de mogelijkheid hun kennis en inzichten te delen.
De Partij voor de Dieren denkt wel dat er in het huidige kader een aantal verbeteringen mogelijk zijn en we hebben hier dan ook drie amendementen voor ingediend. Het eerste amendement gaat over de financiën. Er staat nu in het beleidskader dat de kosten van het beraad vallen binnen de portefeuille van het onderwerp. Dit kan betekenen echter dat binnen een kleinere portefeuille het lastige is om een burgerberaad te organiseren. Het is dan lastig om een half miljoen zomaar vrij te maken als je gemiddeld een kleiner budget hebt, of het gaat ten koste van staand beleid. En het eerste amendement dat we indienen regelt dan ook dat het geld wordt vrijgemaakt, niet uit de bijbehorende portefeuille komt, maar dat het naar rato van de verschillende groottes en door alle portefeuilles gezamenlijk wordt gefinancierd. Dus zo voorkom je dat ieder maatschappelijk relevant en urgent vraagstuk in aanmerking komt voor een burgerberaad en niet alleen de onderwerpen binnen de relatief grotere portefeuilles. Het tweede amendement gaat over de participatie van raadsleden. Voorzitter als raadsleden iets graag doen, dan is het wel andere mensen overtuigen van hun eigen gelijk en op zich is dat een hele mooie eigenschap voor een politicus, maar als het aankomt op burgerberaden dan lijkt ons dit niet wenselijk.
Wat ons betreft voorkomen we inmenging en dus beïnvloeding door politieke partijen en ambtenaren en we willen expliciet laten opnemen dat politici zich niet inhoudelijk bemoeien met het burgerberaad. Zo is het bij de G1000-variant bijvoorbeeld mogelijk dat politici worden uitgenodigd, echter we zien daar een risico in dat het alsnog politiek gemaakt gaat worden en dit kan de … Zal ik stoppen? (Het lid IJMKER: Dank u wel. Ik had een vraag over dat amendement specifiek, ik snap op zich wel dat u zegt politieke vertegenwoordigers hebben geen rol in zo’n burgerberaad, maar waarom wilt u een hele beroepsgroep, namelijk ambtenaren, uitsluiten?)
34
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
We willen voorkomen dat ook ambtenaren politieke invloed kunnen uitoefenen op het beraad. Dus het lijkt ons goed als het echt door burgers gedragen wordt. Wat wel in het amendement staat, is dat we wel van zins zijn dat de ambtenaren natuurlijk betrokken kunnen worden om technische kennis en inzichten te delen. (Het lid IJMKER: Ik heb twee vragen nog. Aan ene kant denk ik, ja ambtenaar is best wel breed dus als iemand, stel, bij het ministerie van Sociale Zaken werkt, mag die dan ook niet meedoen? En mijn tweede punt ben ik nu vergeten, maar daar kom ik vast weer op.) Wat Partij voor de Dieren betreft is het een burgerberaad, dus echt voor burgers. Dus wat ons betreft voorkomen we op geen enkele manier dat er politici of mensen die met de politiek te maken hebben zich ermee bemoeien, omdat je gewoon het risico hebt dat het toch op een gegeven moment een politiek gedragen beraad gaat worden. (Het lid IJMKER: Ik weet weer wat mijn tweede punt was, dat sluit hier mooi op aan. Namelijk bent u het eens met GroenLinks dat ambtenaren ook gewoon burgers zijn?) Ja, dat ben ik eens met GroenLinks. Iedereen is ‘…’. Wij zijn ook burgers, zou ik willen zeggen. Toch sluiten we onszelf ook … Oh, pardon.
(Het lid BELKASMI: Ja voorzitter, eigenlijk heb ik ook wel wat moeite met het deel ambtenaren omdat ik me ook afvraag hoe definieert het lid de ambtenaren? Wie zijn dat dan?) Dank u wel, voorzitter. Ik snap wel wat het lid Belkasmi probeert te zeggen, want reinigers zijn bijvoorbeeld ook ambtenaren. Ja, we zouden daarover na kunnen denken of we daar misschien nog iets over toe kunnen voegen. Maar wat ik wil voorkomen is dat we te maken krijgen met ambtenaren die binnen de Stopera werken, die direct invloed hebben op politiek beleid, dat we die invloed gaan geven in dat burgerberaad. (Het lid BELKASMI: Voorzitter, zou ik het amendement dan zo moeten begrijpen dat het lid Krom dus zegt, ambtenaren die vakinhoudelijk bezig zijn met hetzelfde beleidsterrein, dus stel je voor een burgerberaad afval, dat dan de ambtenaren met betrekking tot afval niet deelnemen aan het desbetreffende burgerberaad. Maar niet de reinigers, niet bijvoorbeeld een ambtenaar met betrekking tot sport die dan meedoet aan een burgerberaad met betrekking tot afval. Moet ik hem zo interpreteren?) Ja, wat bij betreft wel. Ik hoor net op links, dan moet u het wel zo opschrijven. Dus ik ga mijn beleidsmedewerker aankijken om te zien of die misschien nog iets kan wijzigen waardoor dat duidelijker wordt.
Want ik vind het namelijk nog steeds een heel belangrijk punt om ervoor te zorgen dat we een politiek neutraal burgerberaad krijgen. En ik denk dat we er alles aan moeten doen om te voorkomen dat we achteraf bij de uitkomsten discussies zullen gaan krijgen over of het nog steeds wel een politiek neutraal beraad geweest is. Dus dat wil ik wel echt benadrukken. Want het kan toch ten koste gaan van de kwaliteit van de besluiten. En daarnaast doet het gewoon echt geen goed aan het vertrouwen van de burger in de uitkomst. Immers, in hoeverre kun je de aanbevelingen nog als politiek neutraal beschouwen als er raadsleden en ambtenaren zich met de inhoud bemoeien? Voorzitter, dan het derde en het laatste amendement, wat ons betreft gaan we geen burgerberaad organiseren als de uitkomst ervan alleen dient als bespreekstuk in een commissie, 500.000 euro uitgeven om er alleen een bespreekstuk aan over te houden, vinden we zonde van het geld en zouden we echt beter kunnen besteden en daar hebben we ook andere gereedschappen voor die we zouden kunnen inzetten. En daarnaast loop je het risico dat mensen het toch als een vorm van schijnparticipatie kunnen gaan ervaren, omdat er immers niks gedaan wordt met hetgeen ze hebben aangedragen. En de kans bestaat dat een bespreekstuk dus terzijde wordt geschoven.
Tegelijkertijd heeft de raad natuurlijk het laatste woord, dus daarom stel ik voor dat we er op zijn minst een besluitstuk
35
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
van maken. Dus dat de raad ervan uit kan gaan dat de aanbevelingen niet als bespreekstuk in de commissie komen en daarna terzijde worden geschoven. Dan nog twee andere overwegingen die we de wethouder mee zouden willen geven. Ik begreep de kritiek van de VVD zojuist wel over de opvolging van de aanbevelingen en we denken dat het belangrijk is dat de deelnemers aan het beraad, maar ook de rest van Amsterdam, duidelijk moet zien dat er opvolging plaatsvindt en hoe het gaat met de vorderingen. Dus dat we ook iedereen regelmatig op de hoogte houden van wat er wordt gedaan met de aanbevelingen en zoals een van de experts in de technische sessies zei, doe het goed of doe het niet, want als je het niet goed doet dan heeft het een enorm afbreukrisico en dat kan het vertrouwen in de overheid alleen nog maar verder schaden. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Heb ik nu staan dat heer Boomsma een bijdrage heeft op dit punt. Gaat uw gang. Het lid BOOMSMA: Dank voorzitter. Ja, welkom bij het burgerberaad van Amsterdam hier vanavond in vergadering bijeen, zou ik willen zeggen, wij zijn volksvertegenwoordigers en burgers. Meer burgerparticipatie, absoluut, ja lijkt me een heel goed idee. Maar laten we vooral ook proberen om de reguliere participatie met Amsterdammers op orde te krijgen, bijvoorbeeld op tijd vergunningen te publiceren zodat Amsterdammers bezwaar kunnen maken.
Ik noem maar een voorbeeld. Kijk, in Amsterdam is ongelooflijk veel kennis en creativiteit en bij de grote opgaven waar we voor staan is dat cruciaal om daar gebruik van te maken. En ik denk dat een overleg van burgers daar absoluut van waarde kan zijn en veel kan bijdragen. Ik vind het ook goed om daarnaar te kijken en daarmee te experimenteren, het is wel erg duur. Maar ik vind ook principieel dat er één aanpassing nodig is, want het verhoudt zich wat mij betreft gewoon niet tot onze Grondwet en de Gemeentewet om te zeggen, het uitgangspunt is dat de aanbeveling van de burgerberaden overgenomen worden door de raad. En dan met name, alleen indien de aanbevelingen van het burgerberaad financieel, juridisch, praktisch niet uitvoerbaar zijn kan er met zwaarwegende redenen van worden afgeweken. Dat kan volgens mij gewoon niet. Je bent volksvertegenwoordiger, dus je wordt geacht te stemmen zonder last. Je maakt zelf een belangenafweging, met gericht op het algemeen belang. En vervolgens moet je kunnen worden afgerekend op de afwegingen die jij maakt, zo is hoe het werkt. En je kunt je niet bij voorbaat toeleggen of vastbinden aan een bepaalde uitkomst waarvan je niet weet wat het is. Volgens mij kan dat niet en dan kan je dus niet van tevoren zeggen, alleen als het onmogelijk is, doen we het niet. Volgens mij kan dat niet, dus vandaar een amendement om dat daaruit te halen.
De VOORZITTER: Dank u wel. Dan staat nu mevrouw Broersen klaar voor een bijdrage. Gaat uw gang. Het lid BROERSEN: Voorzitter, de wethouder gaf net tijdens de bespreking van de Voorjaarsnota echt een prachtig pleidooi over dat Europa echt democratischer moet. En daar kan ik het natuurlijk alleen maar heel erg mee eens zijn, want we kunnen er echt niet meer omheen, het vertrouwen in de politiek is nog nooit zo laag geweest. En om terug te krabbelen uit het dal moeten we dit als raad enorm serieus nemen, om er weer voor te zorgen dat de Amsterdammer zich gehoord en begrepen voelt. Het is geen geheim dat wij daarom een voorstander zijn van burgerberaden. Volt staat voor een lokale democratie waarin verhouding tussen college, raad en Amsterdammers in balans wordt gebracht. Het is daarom belangrijk om te horen wat Amsterdammers voor ideeën hebben en gebruik te
36
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
maken van hun kennis en ervaring. De representatieve democratie in de gemeenteraad en de participatieve democratie waarbij vooral Amsterdammers zelf aan het woord zijn, vullen elkaar aan en hebben elkaar nodig. We zien een burgerberaad als een perfect middel om de Amsterdammer en de politiek dichter bij elkaar te brengen en bij eerdere burgerberaden in andere Europese steden zijn er maatschappelijke problemen opgelost. Maar misschien nog wel belangrijker, het heeft ervoor gezorgd dat er in plaats van polarisatie begrip tussen bewoners ontstond. In onze ogen kunnen we maar niet duidelijk genoeg zijn in dit beleidskader, omdat duidelijke communicatie bijdraagt aan een succes voor burgerberaad. Daarom hebben wij drie amendementen ingediend om een aantal punten duidelijker te kaderen. Ons eerste amendement gaat over de onafhankelijkheid van het burgerberaad. We willen graag dat de regiegroep van participerende Amsterdammers binnen het burgerberaad verantwoordelijkheid is over de eerlijkheid en onafhankelijkheid. Dit zorgt voor meer eigenaarschap en vertrouwen in het proces. Dit wordt ook als aanbeveling in het handboek genoemd en zouden we graag terug willen zien in het beleidskader. Het tweede amendement gaat over communicatie over de voortgang van de uit te voeren aanbevelingen met de deelnemers.
Eerdere burgerberaden hebben geleerd dat slechte opvolging van aanbevelingen kan leiden tot teleurstelling in het beraad. Communicatie is dus wederom enorm belangrijk om iedereen mee te krijgen en kan een proces maken of breken. Wij stellen voor om samen met de participanten helder van tevoren af te spreken in welke frequentie en op welke manier dit communicatiemoment over de voortgang zal plaatsvinden, om zo afhakers te voorkomen. En met het laatste amendement willen we ervoor zorgen dat het commitment voor elke betrokken partij duidelijk is. We willen dat voorafgaand aan elk burgerberaad er door de raad gesproken zal worden over eventuele aanvullende specifieke voorwaarden en commitment. Dit zal wederom bijdragen aan een helder proces en duidelijkheid voor de deelnemers. Tot slot is het burgerberaad voor de Amsterdammers, dus vinden wij dat een Amsterdammer ook onderwerpen zou moeten aandragen voor dit beraad. Daarom dienen we tot slot een motie in die pleit dat naast het college en raad een Amsterdammer een onderwerp voor een burgerberaad kan aandragen. We vragen het college om met een plan te komen om dit vorm te geven na het tweede burgerberaad, zodat de lessons learnt hierin kunnen worden meegenomen. Amsterdammers weten wat de grote uitdagingen zijn die in hun stad spelen en dat zij ook in staat moeten zijn om een burgerberaad te starten.
Nogmaals, Europa moet democratischer, dus laten we daar mee beginnen, we kijken uit naar het eerste burgerberaad eind dit jaar. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan heb ik nu staan dat mevrouw IJmker een bijdrage heeft. Het lid IJMKER: Dank u wel, voorzitter. Ik sta hier namens mijn collega Yemane die hier vandaag helaas niet bij kon zijn. Het was voormalig GroenLinks wethouder Van Doorninck die de vorige periode het eerste burgerberaad in Amsterdam organiseerde. Een groep van honderd Amsterdammers werd uitgenodigd om samen na te denken over aanvullende duurzaamheidsmaatregelen voor onze stad. En dat leverde 26 mooie voorstellen op waarvan een heel aantal ook zijn opgenomen in onze routekaart klimaatneutraal. En de ervaringen en de geleerde lessen uit dit burgerberaad staan nu aan de basis van het beleidskader dat we hier bespreken. GroenLinks is enthousiast. Burgerberaden zijn een waardevolle aanvulling op onze representatieve democratie. Dat moet vervolgens wel met de juiste voorwaarden, zoals een
37
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
goed onderwerp, duidelijke verwachting vooraf en bijvoorbeeld over wat er met de uitkomsten gedaan wordt. En het is belangrijk dat we zorgen dat iedereen mee kan doen. En daarom komt GroenLinks met een motie die vraagt om de burgerberaden zo inclusief en representatief mogelijk vorm te geven. En daarmee denken we bijvoorbeeld aan mensen met een beperking of laaggeletterden zodat we zorgen dat iedereen mee kan doen in het samen nadenken over de toekomst van onze stad. De VOORZITTER: Dank wel voor uw bijdrage. Dan heb ik nu staan dat mevrouw Bons ook nog een bijdrage heeft. Gaat uw gang. Het lid BONS: Dank u, voorzitter. Het is tijd dat we opstaan en onszelf laten horen, dit onderschrijft BIJ1. We moeten de controle over onze toekomst terugnemen en vormgeven op een manier die ons allemaal weerspiegelt. Onze stad is de thuisbasis van een diverse groep mensen, elk met unieke perspectieven en inzichten. In de woorden van de voor BIJ1 belangrijke Malcolm X, als je geen deel uitmaakt van de oplossing ben je deel van het probleem. Daarom pleit ik vandaag voor een nieuw instrument om de stem van elke Amsterdammer te versterken, de burgerberaden. Momenteel kunnen alleen onze gremia een burgerberaad initiëren. Dit beperkt het vermogen van de gewone Amsterdammer om direct invloed uit te oefenen op de besluitvorming.
Deze beperking ondermijnt het vertrouwen tussen ons, het volk en de politiek. Het houdt ons terug van het bereiken van de ware potentie van burgerberaden, een betere afspiegeling van de Amsterdamse hyperdiverse samenleving. Ook kweekt het proactief de interesse in politiek en besturen. Amsterdammers hebben het vermogen en de wijsheid om de grote uitdagingen van onze stad te begrijpen. Door burgerberaden te institutionaliseren stelt de gemeente zichzelf in staat de moeilijke beslissingen te nemen tegen lagere kosten. Het vertrouwen in het instrument burgerberaad zal groeien als we het voor Amsterdammers mogelijk maken een dergelijk beraad aan te vragen. Daarom ondersteunen wij de motie van Volt en ik roep het college op, ontwerp een voorstel om het beleidskader zodanig te wijzigen dat naast de raad en het college ook Amsterdamse bewoners een burgerberaad kunnen initiëren met de juiste kaders in quota om de diversiteit te borgen. Laat ons en inwoners in al hun, hen, haar diversiteit een actieve rol spelen bij het aanpakken van maatschappelijke problemen. Dank u. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan wethouder Groot Wassink voor de beantwoording.
Wethouder GROOT WASSINK: Dank voorzitter en voorzitter laat mij beginnen met een groot woord van waardering uit te spreken aan de raad, omdat ik zie dat er veel voorstellen liggen die ik niet alleen erg interessant vind maar waarmee ook denk ik dit kader, zoals wij dat hebben opgesteld, wordt verrijkt. Dus ik ben daar buitengewoon verguld mee dat er denk ik echt een discussie over is geweest, dat ook de raad dit kader goed heeft doordacht en dat er interessante voorstellen liggen. Ik kom zo op de preadvisering. Dan voorzitter, laat ik beginnen met de bijdrage van het lid Hoogtanders, want in alle eerlijkheid heeft me dat wel enigszins verbaasd. Want als het klopt wat het lid Hoogtanders zegt, dan deugt er echt zo ongeveer helemaal niks. Dan is het toch echt zo dat je moet niet meepraten over beleid want er gebeurt helemaal niks. Ja, ik zat toch te denken dat is een motie van wantrouwen eigenlijk wel waard. Het is niet aan mij natuurlijk, maar ik vind het ook wel schadelijk omdat hier volgens mij een voorstel ligt wat echt tot doel heeft om het handelen van de overheid te verbeteren. Waar we met elkaar ook praten over commitment met opvolging en dan te zeggen, ja we moeten het maar even niet doen want
38
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
de gemeente heeft haar zaakjes niet op orde, klinkt mij als een uitstel-afsteltactiek in de oren. (Het lid HOOGTANDERS: Ik vraag me af, heeft de wethouder de rapporten van de ombudsman dan gelezen?) Jazeker. (Het lid HOOGTANDERS: En hoe kan de wethouder dan zeggen dat daar niet heel veel werk op dit moment aan de winkel is wat eerst gedaan moet worden alvorens hij de burgers gaat uitnodigen om heel veel tijd te stoppen en nog meer beleid te maken terwijl in die rapporten al heel uitgebreid staat dat al die participatie-inbreng stelselmatig terzijde wordt geschoven?) Ja maar voorzitter, ik betwist wat het lid Hoogtanders hier zegt. Want dat zegt de ombudsman helemaal niet. Er zijn namelijk tal van participatietrajecten die in deze stad hartstikke goed gaan. Gaat het af en toe fout? Ja, absoluut en het gaat ook weleens heel erg fout. En soms zijn dingen ook beide waar. Voorzitter, ik wil toch het lid in overweging meegeven dat het best kan in de stad van deze omvang en een organisatie van deze omvang dat er sommige dingen hartstikke goed gaan en andere dingen wat minder goed. Ook het voorbeeld naar een raadsbrief, ik ben de eerste om daarop te zeggen, en dat ging over sociaal werk, dat dat beter moet. Maar te suggereren dat het dan allemaal diepe, bittere ellende is, sorry ik herken dat beeld gewoon niet, voorzitter.
(Het lid HOOGTANDERS: Ja ik wil dan, een interruptie is een beetje lastig, want eigenlijk is er geen vraag. Maar ik zou de wethouder toch willen uitnodig om alle rapporten te lezen, ook van de Rekenkamer, waarin staat dat ook de aanbevelingen die opgevolgd moeten worden, niet worden opgevolgd. Het is geen motie van wantrouwen, maar het is wel een oproep om al die verbeteringen eerst door te voeren alvorens wij burgers gaan uitnodigen om zich met ons beleid te gaan …) Maar voorzitter, hier zit dan misschien verschil. Overigens heb ik deze rapporten wel gelezen, we hebben er als college ook op geantwoord. Ik deel dit cynisme gewoon niet. Sterker nog, ik denk dat gelote burgers enorm zouden kunnen helpen in het verbeteren van ons beleid. Ik denk dat juist burgers uitnodigen en meedenken over de dingen die we doen tot betere oplossing in sommige gevallen zullen leiden. Dus ik zou zeggen, misschien hebben we wel meer burgerberaden nodig dan dat we nu hebben afgesproken. Dat is mijn opvatting. Voorzitter, dan kom ik zo toch echt bij de moties en amendementen. Ik wilde ten aanzien van de opmerking van het lid Schmit ook zeggen dat dat punt van die evaluatie is natuurlijk een hele belangrijke, dus dat zeg ik ook gewoon toe. En ook die ervaring van de participanten is natuurlijk eigenlijk cruciaal, dus dat vind ik zeer terecht.
De heer Boomsma, ik zal zo, daar wil ik toch net iets meer aan weiden dan de preadvisering, want volgens mij klopt het toch niet helemaal. Want eigenlijk zegt de heer Boomsma, voorzitter, die zelfbinding is in zekere zin in strijd met de wet. Nee, dat is het niet. Je kunt natuurlijk als je daar, om allerlei redenen kun je jezelf binden. Alleen, dat kan altijd op basis van vrijwilligheid en de zwakte daarin is natuurlijk als niet iedereen zichzelf bindt, of als er iemand is die zegt nou ik bind mij niet. Ja, dan wordt het natuurlijk wel een ingewikkelde. Technisch gezien zou het kunnen, maar ik snap uw amendement buitengewoon goed. Dus in die zin geen misverstand daarover. Ik ga ook die gewoon aan oordeel raad laten. Maar ik herinner mij een referendum in het toch wel roemruchte stadsdeel Westerpark over het Domela Nieuwenhuisplantsoen waar in mijn herinnering de gehele stadsdeelraad zichzelf gebonden heeft. Dus het kan. De vraag is of het wenselijk is en dat snap ik. Dus uw punt snap ik ook in die zin wel. Voorzitter, kom ik bij de moties, 305 van het lid IJmker, hartstikke goed punt, laat ik aan de raad, ik ben er positief over. 312 van leden Hoogtanders, en dan zou ik natuurlijk
39
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
heel kinderachtig kunnen doen, maar daar ben ik toch eigenlijk wel een beetje positief over, omdat ik denk daar heb ik ook geen bezwaar tegen. Zo’n uitvoeringstoets kan natuurlijk helpen, alleen is de uitvoeringstoets natuurlijk, en dat is even wel een vraag, gaat het dan over de uitvoering van of het uitvoerbaar is of, of er bereidheid is binnen de ambtelijke organisatie? Want dat tweede, dat kan wat mij betreft niet ter discussie staan. Als iets een wens is van u raad, dan dient het te gebeuren. Maar ik laat deze, ik heb daar geen bezwaar tegen, dus laat het aan oordeel raad. Motie 313, het uitstellen van burgerberaden, u snapt dat ik daar mordicus tegen ben. 314 om af te zien van het thema afval, ben ik ook tegen. Hebben we afgesproken, staat in het coalitieakkoord. Ik denk juist dat afval een onderwerp is dat vele burgers raakt en waar veel mensen over mee willen praten. Dus ik zou dat een onverstandig voorstel vinden. Kom ik bij amendement 321 van het lid Krom, ja eigenlijk en het is goed dat de wethouder der Financiën hier niet is, want eigenlijk wordt hier impliciet een taakstelling in de toekomst opgelegd. Maar ik heb er toch in die zin laat ik dat wel aan het oordeel van de raad, want als je dit een belangrijk instrument vindt dan moet je dat natuurlijk ook gewoon oplossen. Dus ik snap dit en ik heb het ook wel een beetje afgestemd.
322 over die politieke inmenging, ja dat is nog wel even een punt. Want als je nou een gelote, als je toevallig geloot wordt als ambtenaar zijnde, mag je dan wel of niet meepraten? Ik zou denken van wel. En als je nou als gelote ambtenaar zijnde, en die kans lijkt me buitengewoon klein, ook in dat werkveld werkt, dan zou je net zo goed kunnen betogen dat het zinvol is. Het punt ten aanzien van die politieke inmenging snap ik, maar ik kan me heel goed voorstellen dat een burgerberaad wel graag met de ambtelijke organisatie wil praten hoe dingen zijn. Dus volgens mij liggen we niet ver uit elkaar, begrijp ik uw intentie. Maar omdat het een amendement is, wil ik u dan toch verzoeken om een accentamendement in te dienen. En dan kan ik die ook gewoon oordeel raad laten. (Het lid KROM: Ik ben even op zoek naar wat de wethouder precies bedoelt, want in het amendement staat dat, ik heb zojuist aangepast. Sowieso was het al zo dat ambtenaren uiteraard technische kennis en inzichten kunnen delen en ik heb toegevoegd aan het amendement dat ambtenaren die niet direct vakinhoudelijk betrokken zijn bij het onderwerp wel kunnen meedoen.) Ik had dat aangepaste voorstel nog niet gezien, maar volgens mij begrijpen wij elkaar, dus dan laat ik dat in die zin ook graag aan het oordeel van de raad omdat ik dit zeer goed begrijp.
Amendement 323 Krom cum suis over uitsluiten van het bespreekstuk, snap ik ook heel goed, geen bezwaar. 325 van de heer Boomsma laat ik ook in die zin aan het oordeel van de raad, want die begrijp ik dus ook. Amendement Broersen over commitment, geen bezwaar, Broersen over communicatie zeer terecht punt dus in die zin ook geen enkel bezwaar. Regiegroep, vond ik eigenlijk ook wel een heel slim en verstandig punt, dus ook die, het wordt een beetje saai voorzitter, heb ik echt helemaal geen bezwaar tegen en het is inderdaad een motie, 339. Hij staat in de stukken als een amendement, oh is alweer aangepast, de wegen der techniek zijn ondoorgrondelijk en de snelheid ook. Geen bezwaar. De VOORZITTER: Dank u wel voor uw bijdrage. Dan kijk ik de zaal rond. Ik zie dat er geen behoefte is aan een tweede bijdrage, tweede termijn en dan sluit ik dit punt. 7.
40
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Vaststellen van de Beleidsbrief Amsterdamse Familie School 2023-2027 en wijzigen van de Verordening op Lokaal Onderwijs Beleid Amsterdam 2019: Voorziening Amsterdamse Familie School 2023-2027 VN2023-013504 De VOORZITTER: En gaan we over naar punt 7, ik heb één iemand staan, de heer Runderkamp voor het woord. Gaat uw gang. En mevrouw Van Pijpen zie ik nu. Het lid RUNDERKAMP: Dank, voorzitter. Met de Amsterdamse Familie School wordt ingezet op het bevorderen van kansengelijkheid en voor het realiseren van kansengelijkheid binnen kwetsbare gezinnen is namelijk niet alleen de inzet vanuit onderwijs nodig, maar ook vanuit jeugdzorg, armoedebestrijding en gezondheidszorg. En de Amsterdamse Familie School doet dit, vanuit school een integrale samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen met als doel het bieden van een brede ondersteuning aan het gehele gezin. De afgelopen jaren hebben laten zien dat deze aanpak werkt. En de Lucasschool in Amsterdam Osdorp is een van de Amsterdamse Familie Scholen en ik sprak ondanks een betrokkene daar en die vertelde mij ook over de ontwikkeling die die ondersteuning aan kwetsbare gezinnen heeft doorlopen. Dat het vroeger weleens was dat de school en maatschappelijke instellingen naar elkaar keken, wie gaat wel doen? Is het nu gewoon zo bij de Amsterdamse Familie School heel duidelijk, de scholen nemen als eerste verantwoordelijkheid.
En daarnaast ook het bredere belang van projectleiders, zij dragen niet alleen zorg voor de kwetsbare gezinnen, maar zijn daarin ook faciliterend aan de schoolbesturen, die daarmee een taak uit handen is genomen. En zij kunnen zich dan weer richten op het bieden van goed onderwijs. Dus kortom, de PvdA is groot voorstander van de Amsterdamse Familie Scholen, is blij dat deze aanpak niet alleen wordt verlengd maar zelfs wordt uitgebreid zodat meer scholen en daarmee het aantal kwetsbare gezinnen kunnen worden geholpen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is nu, mevrouw Van Pijpen krijgt het woord. Het lid VAN PIJPEN: Voorzitter, dank u wel. De Familie School is een prachtig initiatief en waar we ook vanuit de GroenLinks-fractie blij mee zijn. En het is dan ook goed dat het nu wordt uitgebreid en wordt doorontwikkeld, want de kracht van onderwijs zit niet alleen in de klas, maar juist ook in de verbinding met de omgeving, met de eigen familie, maar met alle sociale structuren in de buurt. In de bespreking in de commissie heeft mijn collega Yemane, die ik hier probeert te vervangen, aangegeven hoe belangrijk het is als juist al die maatschappelijke organisaties ook in de buurt een rol spelen, ook in de verdere ontwikkeling en de uitbreiding van de familiescholen ook die rol gaan spelen, zoals bijvoorbeeld de studiezalen die heel graag meedoen ook met deze ontwikkeling.
En ik wil dan ook graag de wethouder oproepen, het staat ook in de stukken, maar nog extra benadrukken om juist ook maatschappelijke organisaties hier goed bij te betrekken en mogelijk te maken dat ook zij gebruik kunnen maken van de subsidie en de kennis van en over familiescholen. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan wethouder Moorman voor de beantwoording. Wethouder MOORMAN: Voorzitter, dat kan heel kort want ik hoor vooral steun en eigenlijk één vraag voor een soort onderstreping dat maatschappelijke organisaties nadrukkelijk ook een bijdrage leveren in de familiescholen. Dat is nou juist het idee, dat de
41
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
school zich in eerste instantie natuurlijk richt op heel goed onderwijs om daarmee de toekomstkansen van kinderen te vergroten, maar ook vanuit de kennis en het besef dat dat niet voldoende is om kansengelijkheid te bieden, zich ook richt op het gezin en de structuur daaromheen. En het kan vanuit formele organisaties als buurtteams, het OKT, maar zeker ook de wat meer informele organisaties. En u weet dat wij Abdelhamid Idrissi met zijn studiezalen zeer waarderen en ook zeer ondersteunen, met ook een groot bedrag per jaar. En hij is ook bij meerdere familiescholen echt nauw betrokken. Dus daarmee geef ik nogmaals aan, zoals ook al duidelijk is in de voordracht, dat dit ook nadrukkelijk de bedoeling is. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik zie dat er geen behoefte is aan het tweede termijn. En dan sluit ik dit punt. 8. Vaststellen van de beleidsbrief voortzetting Brede Brugklas Bonus 2023-2027 en wijzigen van de Verordening op het Lokaal Onderwijsbeleid Amsterdam 2019: Voorziening Brede Brugklas Bonus 2023-2027 VN2023-013472 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: Motie van de leden Boomsma, Runderkamp en Khan inzake Symposium mobieltjes: thuis of in de kluis, nr.
335.23 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders; - Samen met scholen, onderwijsorganisaties, ouders en/of leerlingen, wetenschappers en andere betrokken een symposium/informatiebijeenkomst te organiseren over het weren van smartphones op school, waarbij recente wetenschappelijke inzichten en ervaringen uit binnen- en buitenland worden betrokken; - Daarbij de mogelijkheden te bespreken voor een pilot voor de school als smartphone vrije zone, voor scholen die daar interesse in tonen De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: En dan gaan we door naar punt 8. Ik heb staan dat de heer Runderkamp graag het woord wil voeren. Is er iemand anders nog die het woord wil voeren? Ja, de heer Boomsma en mevrouw Rooderkerk. Als eerste de heer Runderkamp. Gaat uw gang. Het lid RUNDERKAMP: Dank, voorzitter. De Brede Brugklas Bonus, een uitstekend voornemen om de Brede Brugklas Bonus de komende vier jaar voort te zetten zodat dat scholen worden gefaciliteerd om die brede brugklassen te behouden of op te zetten. Want de Gezondheidsraad constateert dat brede brugklassen de segregatie in het onderwijs tegengaan. En daarnaast constateert de Gezondheidsraad ook dat er in Nederland op te jonge leeftijd wordt geselecteerd voor de schoolsoort in het voortgezet onderwijs. En vroegere selectie leidt tot ongelijke kansen.
Dus de PvdA is om meerdere redenen een voorstander van brede brugklassen waar leerlingen de tijd hebben om zichzelf en hun talenten te ontplooien. En dan een toelichting bij de motie over de telefoons in de kluis of thuis. Twee jaar geleden betoogde Ingrid Schouten en Alexander Rinnooy Kan in de Volkskrant al dat nu zelfs de techondernemers in Silicon Valley hun eigen kinderen weghouden van
42
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
smartphones, Nederland daarbij niet achter kan lopen. En uiteraard is het zo dat de scholen de vrijheid hebben om zelf dat te bepalen of zij een verbod op smartphones willen instellen. Maar gezien de maatschappelijke impact van de mobiele telefoons op het dagelijks leven is het belangrijk dat wij een maatschappelijke discussie over mobiele telefoons op school faciliteren. En daarom dien ik samen met de heren Boomsma en Khan een motie in die het college oproept om scholen, onderwijsorganisaties, ouders, leerlingen en andere betrokkenen een symposium te organiseren over smartphones op school waarbij recente wetenschappelijke inzichten en ervaringen uit binnen- en buitenland kunnen worden gedeeld. Tot zover. (Het lid ROODERKERK: Dank voor de bijdrage. Ten aanzien van die motie over de smartphones, kijk een symposium organiseren kan natuurlijk over heel veel onderwerpen een heel mooi gesprek opleveren. Maar vindt u niet ook dat het eigenlijk, zeg ik via de voorzitter, gewoon de taak is van de leraar en dat prima de leraar en de school zelf kan bepalen wat het beleid is dat ze hebben ten aanzien van smartphones? En dat dat iets is wat dus eigenlijk gewoon bij de leraar in de klas thuishoort?) Ik vind dat mevrouw Rooderkerk helemaal gelijk heeft dat het aan de scholen en daarmee ook aan de leraar is om te bepalen of er eventueel een smartphoneverbod moet komen.
Maar ik vind ook dat we niet onze ogen kunnen sluiten voor hetgeen wat we zien. Uit onderzoek blijkt dat een derde van de kinderen aangeeft de hele dag bezig is met sociale media om contact te hebben met de vrienden en vriendinnen en ik denk dat dat gewoon niet bevorderlijk is voor het onderwijs, voor onderwijsresultaten, voor het leervermogen van de kinderen. En dat blijkt ook uit de teruglopende resultaten, uit de slechtere prestaties van de Nederlandse kinderen op alle metingen. (Het lid ROODERKERK: Nee, maar daar zijn we het over eens. Dus het effect van smartphones op jeugd, op jongeren, is groot en daar moeten we ons, terecht maakt de heer Runderkamp zich daar zorgen over, dat doe ik ook. Maar de vraag is natuurlijk, moeten wij nu als gemeente dan een symposium gaan organiseren, of is het gewoon iets wat de leraar bepaalt? Wat de leraar met de school bepaalt, waar heel veel scholen al mee bezig zijn natuurlijk. Heel veel scholen hebben daar al regels over opgesteld. Waarom moeten wij dat als gemeente weer gaan doen?) Nogmaals, ik denk dat we het uiteindelijk helemaal met elkaar eens zijn. Inderdaad is het aan de scholen zelf hoe zij met smartphones willen omgaan. Maar ik vind wel dat je ook als gemeente een verantwoordelijkheid kan hebben of nemen om in ieder geval het gesprek aan te jagen en te faciliteren.
Dat je gaat zeggen, wat zijn nou de goede ervaringen in binnen- en buitenland? Ik heb met de directeur van de OSB gesproken gisteren, die zegt ook, ja we zijn er al zelf mee bezig, we doen ook al zelf onderzoek of we eventueel zo’n smartphoneverbod willen hebben. Dus het is niet zo dat wij dat moeten opleggen vanuit de gemeente, maar is wel zo dat we goede ervaringen kunnen delen en dat we ook wetenschappelijk onderzoek daarbij kunnen betrekken. (Het lid ROODERKERK: Ik denk dat we daar dan gewoon iets van inzicht verschillen. Ik ga er gewoon vanuit dat leraren daar echt prima zelf toe in staat zijn, dat wij dat niet per se dan nog met een symposium met ze hoeven te bespreken. Dus daar staan we denken dan even wat anders in.) Ja, waarvan akte. De VOORZITTER: Dank u wel voor uw bijdrage. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Boomsma voor zijn bijdrage. Het lid BOOMSMA: Ja, dank mijnheer de voorzitter. Kijk, het onderwijs staat zwaar onder druk. Jongeren kunnen nu gemiddeld minder goed lezen en schrijven dan hun ouders
43
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
in Nederland. De eerste generatie die minder geletterd is dan de vorige. En daarbij zijn die achterstanden ongelijk verdeeld. Ze treffen vooral kinderen die van huis uit minder steun, minder hulp, minder aanmoediging, minder bijles en dergelijke, die dat allemaal minder meekrijgen. Die worden extra hard getroffen. Tegelijkertijd geven steeds meer leerlingen aan dat ze veel stress voelen. Dus je hebt aan de ene kant lagere resultaten, een lager niveau, maar meer stress. Dus wat gaat er dan mis? Hoe kan het dat we er anno 2023 in een van de meest welvarende landen ter wereld er niet in slagen om zoveel kinderen basale vaardigheden bij te brengen? Ik heb alle antwoorden niet, maar ik denk wel dat het onze dure plicht is om daarnaar op zoek te gaan en doen wat we kunnen doen om het tij te keren. In de commissie hebben we veel gedebatteerd al over de Brede Brugklas, het CDA denkt dat dat voor sommige leerlingen zeker van nut kan zijn en kan werken. Wij denken niet dat je dat op alle scholen zou moeten doen, zeker ook gezien het lerarentekort, het feit dat lesgeven op zoveel verschillende niveaus ook wel een grote belasting kan zijn. Maar goed, een proef op dit niveau is misschien zeker van waarde.
Ik denk dat het ook van belang is om bijvoorbeeld zogenaamde laatbloeiers te kunnen helpen, of om leerlingen die willen opstromen of leerlingen die juist willen voorkomen dat ze moeten afstromen, dat de zomerscholen een hele belangrijke rol kunnen spelen. Dus dat die lange zomervakanties, zoals we die hebben ook grote nadelen, kinderen komen uit het ritme, vergeten ook weer veel stof en ik hoor ook van veel leraren die ik spreek dat er best veel behoefte is aan zomerscholen om dan bij te spijkeren, dat dat echt kan helpen. En we weten ook vanuit de ervaring met Midzomermokum natuurlijk dat die zomerscholen ook heel leuk kunnen zijn. En dat ze ook heel goed zijn voor allerlei andere vaardigheden en niet alleen de cognitieve. Dus ik denk ook dat het goed zou zijn om eens te kijken of dat aanbod van die zomerscholen niet wat kan worden uitgebreid, of daar ruimte voor is en behoefte aan. En vandaar een motie. En dan voorzitter een ander voorstel dat mijn collega Runderkamp al had aangekondigd.
Want wat als er nou iets is dat de scholen zouden kunnen doen dat geen extra geld kost, dat je in principe morgen zou kunnen invoeren en dat toch een grote verbetering van de leerresultaten zou kunnen opleveren? Er zijn steeds meer onderzoeken en signalen dat die smartphones op scholen gewoon ontzettend kunnen afleiden, het concentratievermogen ondermijnen, dat die verslavend zijn, dat die ten koste gaan van het onderwijs en leerresultaten. En dat er dus serieuze leerwinst te behalen is, ook minder werkdruk, meer rust, een prettiger leerkringklimaat en werksfeer als geldt, mobieltje thuis of in de kluis. Dus ik zou zeggen, laat dat Instagram uit de klas. Inmiddels is er ook veel wetenschappelijk onderzoek dat dat inderdaad het nut ervan bevestigd en onderstreept. Dan kan de vraag zijn, is het dan niet eigenlijk aan kinderen zelf om daarmee om te kunnen gaan? Moet je nou niet gewoon leren om, want we hebben allemaal met die mobieltjes te maken, die zijn er nou eenmaal. Dan denk ik, ja het is inderdaad aan die kinderen om daarmee te leren omgaan maar ik denk dat het misschien best wel zo is dat de beste manier om dat te leren ook is dat je een plek hebt, namelijk de school, waar je hem dan een paar uur niet hebt. (Het lid BLOEMBERG-ISSA: Dank, voorzitter. De heer Boomsma heeft het over wetenschappelijk onderwijs als het gaat om mobieltjes.
Hij had het ook over zomerscholen en ik ben benieuwd of hij daar ook wetenschappelijk onderwijs voor heeft dat aantoont dat zomerscholen nut hebben bij scholieren en dat het echt noodzakelijk is.) Nee, als het gaat om zomerscholen dan is het bewijs dat ik heb meer anekdotische en is opgedaan in gesprekken die ik heb met de sector, met leerlingen zelf, met leraren die zeggen dat daar best behoefte aan. Als het gaat om het effect van de smartphonevrije school is er inderdaad veel onderzoek. Er is ook recent bijvoorbeeld Brits onderzoek gedaan aan London School of Economics, dan blijkt dat echt als je, die hebben een aantal scholen
44
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
gevolgd die dat inderdaad hadden ingesteld, waar echt de leerresultaten zeer significant verbeterden. En met name ook inderdaad voor leerlingen die zich niet goed kunnen concentreren, die dus juist eigenlijk minder kansen hebben, dat zijn juist die leerlingen die het meest gebaat zijn bij zo’n maatregel. Maar inderdaad, voor alle duidelijkheid, wij pleiten niet voor een top down opgelegd verbod. Dit is aan de scholen zelf, die scholen in Nederland hebben autonomie. In Frankrijk hebben ze in 2018 gewoon gezegd een verbod geldt in alle scholen in het hele land. In Nederland werkt dat niet op die manier. Maar daarom zouden we wel kunnen kiezen nu voor een symposium, inderdaad zoals de heer Runderkamp al zei, om informatie uit te wisselen, ook wetenschappers te betrekken, best practices, om daar een discussie over te voeren en dat gesprek aan te gaan met de laatste wetenschappelijke inzichten. En dan inderdaad is het aan de scholen zelf om te kijken, zetten we dit voort, gaan we inderdaad verder met een pilot of een besluit voor een mobieltjesvrije school. (Het lid BLOEMBERG-ISSA: Denkt de heer Boomsma niet dat er al symposiums zijn over mobieltjes en bijeenkomsten waar rectors met elkaar en leraren met elkaar het gesprek aangaan over hoe om te gaan met mobieltjes in de klas?) Nee, kijk die die discussie is zeker al gaande en ik denk dat het ook heel goed is.
Ik denk wel dat het ook echt belangrijk is om als gemeente daar toch ook een stap in te zetten nu en dat we het faciliteren, zo’n symposium. Natuurlijk kunnen leraren sowieso al met elkaar in gesprek daarover gaan. Wat betreft wat mevrouw Rooderkerk net al zei, het gaat ook om het aan elke leraar te laten. Natuurlijk is het ook aan de leraren maar juist zoiets als een smartphonevrije school is wel gebaat bij een bepaalde eenduidigheid. Want als elke leraar op een school weer wat anders doet, kan dat ook voor verwarring zorgen. Want dan is het bij de ene leraar wel en de andere niet, dan liggen ze bij de ene leraar gewoon op tafel en bij de andere, die moet dan extra veel moeite doen om het te handhaven. Dus enige eenduidigheid is denk ik hier van belang en dat is ook een reden om zo’n symposium te organiseren. (Het lid BLOEMBERG-ISSA: Wat is dan de meerwaarde van zo’n symposium vanuit de gemeente, als die er al zijn?) De VOORZITTER: De heer Boomsma geeft geen antwoord. Dan dank ik de heer Boomsma voor zijn bijdrage en dan zag ik dat mevrouw Rooderkerk ook haar hand op stak voor een bijdrage. Dus gaat uw gang. Het lid ROODERKERK: Dank voorzitter. Aangezien de heer Boomsma niet maar kan antwoorden kan ik het net zo goed in mijn bijdrage verwerken. Maar wat D66 betreft is de leraar zelf prima in staat om te bepalen hoe die met mobieltjes omgaat.
Dat gebeurt natuurlijk al op veel scholen en nu juist niet willen bepalen als gemeente dat dat voor alle scholen op een bepaalde manier moet, is wat mij betreft het beste om te doen. Het verschilt namelijk ook per klas hoe het gaat. Bij de ene klas gaat het wel goed, bij de andere klas gaat het minder goed. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dat echt aan de leraar laten. Net als beleid ten aanzien van spieken of ten aanzien van je briefje vergeten op school. Ik denk dat dat allemaal zaken zijn die de school zelf prima kan organiseren. Maar dan even terug naar … (Het lid RUNDERKAMP: Ik was benieuwd waar in de motie leest mevrouw Rooderkerk dan dat het niet aan de leraren van de scholen zelf zou zijn om de smartphones eventueel te verbieden?) Dat lees ik niet in de motie, daar lees ik een symposium waarvan er al heel veel zijn georganiseerd. Maar dat was een reactie op de woorden van heer Boomsma, die dat wel zei.
45
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Dan de Brede Brugklas Bonus, want daar hadden we het eigenlijk over. Het is natuurlijk belangrijk dat wij scholen de kans geven om die Brede Brugklas op te zetten, zeker omdat we zien dat vroegselectie eraan bijdraagt dat leerlingen niet altijd op het niveau uitkomen wat goed bij hen past en dat is natuurlijk het doel en dat moet dan ook het doel zijn. Maar een vraag die ik wel heb en waar ik me ook zorgen over maak, is als ik kijk naar het onderzoek wat is gedaan naar de werking van deze Brede Brugklas Bonus in Amsterdam, daar zie je namelijk heel duidelijk dat vmbo-leerlingen vaker opstromen, vwoleerlingen vaker afstromen en havoleerlingen vaker op- of afstromen, oftewel alles gaat eigenlijk naar het gemiddelde toe. En dat is natuurlijk heel erg zorgelijk, want het kan niet de bedoeling zijn dat wij gelijke kansen vervangen door gelijke uitkomsten. En ik neem toch ook aan dat dat niet past bij het verheffingsideaal van ook onze PvdA-wethouder. Dus mijn vraag aan de wethouder is ook, hoe gaat zij er dan voor zorgen, samen met scholen en leraren, dat die Brede Brugklas ook leidt dat kinderen echt op het niveau komen wat bij hen past. En dat bijvoorbeeld het differentiëren in de klas op drie niveaus lesgeven, maar binnen die niveaus vaak ook nog op twee of drie niveaus.
Dus het zijn heel verschillende niveaus en schoolboeken waarbij leraren gebruik maken, hoe zorgen we dan dat leerlingen wel op het niveau komen wat bij hun past? Want dat moet het doel zijn. Dank voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan wethouder Moorman voor de beantwoording. Wethouder MOORMAN: Ja voorzitter, dank u wel. Voorzitter, thuis of in de kluis, het is niet een vraagstuk die alleen maar voor onze jonge Amsterdammers geldt. Ik keek net eventjes hier in de raadszaal … En ik snap echt ook wel het vraagstuk. Ik snap, overigens is het interessant, we hebben het over de Brede Brugklas Bonus, maar we hebben het meteen ook over de mobieltjes in de klas. Maar eigenlijk vind ik dat mijnheer Boomsma dat wel mooi aan elkaar verbond door te zeggen, er is gewoon steeds meer stress in de samenleving. En ik denk dat dat het kernpunt is waarom we de Brede brugklas Bonus hebben geïntroduceerd, omdat we zien dat de prestatiedruk die er op leerlingen zit in combinatie met die hele vroege selectie die er is, de ongelijkheid die er is in de ondersteuning die leerlingen krijgen, ervoor zorgen dat er veel ongelijkheid ontstaat. En dat heeft overigens niet alleen maar met achtergrond te maken, maar ook gewoon met de eigen cognitieve ontwikkeling. De heer Boomsma verwees zeer terecht ook naar de laatbloeiers bijvoorbeeld.
Dus die Brede Brugklas Bonus is een manier om stress bij leerlingen weg te halen en ze langer de kans te geven om zichzelf te ontwikkelen. Laat mij dan ook meteen in de richting van mevrouw Rooderkerk zeggen, kijk ik de manier waarop u daarover spreekt, ik snap dat want dat is eigenlijk ook een hele traditionele manier waarop we daar altijd naar hebben gekeken. Op elfjarige leeftijd denken wij dat wij kinderen kunnen indelen in categorieën, een vmbo-leerling, een vbo-leerling. Maar het punt is nou juist dat we dat helemaal niet kunnen, dat we helemaal niet in staat zijn om op elfjarige leeftijd dat al zo te determineren. Maar doordat wij het zo determineren wij dat er wel van maken. We draaien het eigenlijk om, we zetten een stempel op iemand en vervolgens ontstaat een padafhankelijkheid. Dus je wordt wat er eigenlijk voor stempel op je is gedrukt. Dus ik denk eigenlijk dat het onderzoek vooral laat zien dat het helemaal niet zo te bepalen valt op jonge leeftijd. Dus we moeten aan beide kanten hogere verwachtingen hebben voor kinderen die misschien nog helemaal niet zo ver zijn in hun ontwikkeling, maar we moeten ook oppassen dat we te hoge verwachtingen zetten op kinderen die daar vooral misschien andere talenten hebben, die net zo waardevol is zijn. En laat mij dat ook zeggen,
46
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
want ik heb, en ik weet dat u, dat geldt voor u zeker, u heeft daar ook wel eerder een punt voor gemaakt, maar het is soms ook moeilijk om daar andere woorden voor te vinden. Maar ik denk dat we moeten oppassen met woorden als opstromen en afstromen. Ik realiseer me meteen dat dat ook de woorden zijn die gebruikt worden door de onderzoekers, dus het is ook ingewikkeld om, we hebben het ook vaak over hoog en laag, maar ik denk dat dat geen recht doet aan de veelzijdigheid van de talenten die leerlingen hebben. En tot slot voorzitter, en ik zie inderdaad dat mevrouw Rooderkerk daar staat voor een interruptie, maar ik denk dat het belangrijk is om dit punt toch nog wel te maken. Regressie naar het gemiddelde kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Dus dat is ook zeker niet wat ik hiermee beoog of bedoel. Ik denk ook niet dat dat gaat gebeuren. Het is helemaal volgens de lijn, zoals ook de Onderwijsraad dat zegt en waar u ook naar refereert, later selecteren, beter differentiëren. Laten we recht doen aan alle talenten die er zijn, daar geen hiërarchie in aanbrengen maar ook niet een soort middenmoot. (Het lid ROODERKERK: Dank voorzitter, want dat laatste, daar zijn we het zo te horen met elkaar eens.
En ik ben ook blij dat dat erbij werd gezegd, want ik vind het een beetje lastig worden, ook een soort glijdende schaal als we nu niet meer mogen praten van de wethouder over opstromen of afstromen, iets wat ook in het rapport staat wat onderzocht is. Want dat betekent eigenlijk dat we ook eigenlijk maar kunnen stoppen met proberen kinderen goed onderwijs te geven. Want ja, welk niveau je uitkomt maakt niet uit want we moeten je toch waarderen voor je niveau. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?) Opstromen en afstromen geeft een hiërarchie aan en daar heb ik een probleem mee. Want het een is niet beter dan het ander, een vbo-leerling is niet beter dan een vmboleerling. Het gaat precies om wat u zegt, dat een leerling zich ontwikkelt op het niveau wat het beste past. En laat mij dan dit erbij zeggen, zou er bewijs zijn in Nederland dat dat vroege selecteren en het apart zetten van de meer cognitief begaafde leerlingen ook zouden leiden tot betere onderwijsprestaties van die meer cognitief begaafde leerlingen, dan zou ik dat een bijzondere keuze vinden in Nederland, dat we alleen maar voor die categorie kiezen. Maar daar zou in ieder geval een reden onder liggen. Dan zou je zeggen, oké excellentie moet prevaleren, wij noemen dat dan excellent en daar kiezen wij volledig voor. Daar is geen enkel … Voorzitter, ik was nog niet aan het einde van mijn zin.
Ik weet dat mijn zinnen is soms lang zijn, maar dat heeft ook een reden, want dan heb ik mijn punt kunnen maken. Er is geen enkel bewijs voor. Het is door meerdere van de raadsleden gememoreerd, voorzitter, het gaat bijzonder slecht met de onderwijsprestaties in Nederland, over de hele linie. Dus er wordt ook niet beter gepresteerd door leerlingen op vroegere leeftijd apart te zetten. (Het lid ROODERKERK: Ja, even terug naar helemaal begin van die zinnen. Toen zei de wethouder, het niveau wat kinderen doen, dat moeten we evenveel waarderen. Dus het is niet per se beter als je vwo doet dan dat je vmbo doet. Daar zijn wij het over eens. Maar het is natuurlijk onzin om dan te zeggen, als wij zien uit ons eigen onderzoek dat het ertoe leidt dat leerlingen die vmbo doen omhooggaan, dat leerlingen die het vwo doen omlaaggaan en dat alles op het gemiddelde uitkomt. Dat zegt natuurlijk wel degelijk wel iets over wat het effect is van die Brede Brugklas. Dat is ook de hele reden dat dit onderzoek gedaan is, kan ik me zo voorstellen.
En mijn vraag aan de wethouder is dan ook, welke uitkomst van een onderzoek kan er nou toe leiden dat zij zegt we moeten hier iets aan doen, we gaan hiermee stoppen, we gaan het aanpassen, we gaan er op een andere manier voor zorgen dat wij die kinderen ook echt het beste onderwijs geven wat zij kunnen krijgen? Voorzitter, met alle respect maar ik vind dit een ouderwetse redenatie. Want u zegt daarmee eigenlijk dat het vaststaat dat een advies op elfjarige leeftijd ook het advies is wat moet worden gegeven, terwijl u tegelijkertijd uit dit onderzoek eigenlijk ook kunt concluderen, en dat blijkt ook, want de meeste schooladviezen worden gegeven die wijken
47
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
ook weer af van uiteindelijk de toetsen die worden gedaan, dat het bijzonder moeilijk is om op elfjarige leeftijd precies te zeggen wat de ontwikkelmogelijkheden van leerlingen zijn. En daarin zien wij dat een bepaalde groep wordt overgeadviseerd, dat een bepaalde groep wordt ondergeadviseerd en dat er een duidelijk patroon in herkenbaar is. En dat het vooral zo is dat het eigenlijk niet mogelijk is om dat vast te leggen. Ik zeg nogmaals, er ontstaat vervolgens een padafhankelijkheid. Want als jij op die jonge leeftijd, terwijl je het eigenlijk niet vast kan stellen, kinderen al in hokjes gaat plaatsen, dan worden dat zelf vervullende prophecies. En ik denk dat dat precies is waar we vanaf moeten. Dus ja voorzitter, het kan soms zo zijn dat een leraar inschat dat een leerling een vbo-niveau aan zou kunnen, maar dat uiteindelijk blijkt in de ontwikkeling van een leerling, omdat er ook nog allerlei andere talenten aanwezig zijn, dat het een havodiploma wordt. En daar is niets mis mee. (Het lid ROODERKERK: Nee, daar is helemaal niets mis mee en daar zijn wij nog steeds over eens.
Alleen, waarom is dan het onderzoek gedaan? Ten tweede, als er dus uit het onderzoek komt dat het allemaal wel naar een gemiddelde toegaat, wat wordt er dan aan gedaan om te zorgen dat het differentiëren beter gaat? Want dat is wel wat in het onderzoek staat, dus dat moeten we dan toch ook serieus nemen?) Voorzitter, het gemiddelde is het gemiddelde van alle mensen, dus uiteindelijk in elk onderzoek zul je altijd een gemiddelde vinden omdat dat de het gemiddelde is. Maar wat dit onderzoek vooral laat zien is dat sommige leerlingen uiteindelijk van vmbo naar vwo kunnen en dat sommige leerlingen een vwo-advies krijgen maar dat blijkt dat havo beter bij ze past. Maar het gemiddelde van alles is altijd het gemiddelde. Dat is nou eenmaal zoals statistiek werkt. Dus dat kan ik niet anders maken, maar het is niet het gemiddelde voor de individuele leerling. Wat voor de individuele leerling geldt is dat je op het niveau terechtkomt wat het beste bij je past. Dus voorzitter, mevrouw Rooderkerk haalt daarbij twee dingen door elkaar. Uiteindelijk zal je als je alle verschillende uitkomsten bij elkaar neemt een gemiddelde krijgen. Dat betekent niet dat we middenmootonderwijs krijgen, zeker niet. Wat daar wel uit zal blijken, en daar ben ik ongelooflijk trots op in Amsterdam, dat die padafhankelijkheid en dat die achtergrondkenmerken minder bepalend gaan worden voor de uitkomsten.
En ik denk dat u daar ook tevreden mee zal zijn. De VOORZITTER: Mevrouw Rooderkerk, u heeft zojuist vier interrupties gehad op hetzelfde onderwerp, dus … Het lid ROODERKERK: Drie. De VOORZITTER: Ik heb er vier geteld. In elk geval, drie is ook te veel dus ik sta deze interruptie niet toe. Het lid ROODERKERK: Maar ik word hier rechtstreeks aangesproken op iets wat gewoon onzin is. Het gaat nu over … De VOORZITTER: U kunt ook kiezen voor een tweede bijdrage, een tweede termijn. Laten we dat … Het lid ROODERKERK: Een nieuw punt, ik wil graag een nieuw punt. Want ik wil gewoon, want volgens mij liggen we niet zo ver van elkaar in wat het doel moet zijn. Maar er wordt nu een beetje gekscherend gedaan over een gemiddelde. Terwijl wat ik letterlijk zeg, en dat valt zo terug te lezen in het rapport, is vmbo-leerlingen die stromen vaker op, vbo-leerlingen stromen vaker af, havoleerlingen vaker op en af, oftewel het gaat naar het gemiddelde toe. En dat heeft dus niks ermee te maken dat als je heel veel leerlingen hebt,
48
Jaar
2023
Vergaderdatum 7 juni 2023
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
heb je een gemiddelde. Nee, dat heeft ermee te maken dat dit blijkt uit het onderzoek van de wethouder. Dus ik vind het een beetje gek dat dit nu verdraaid wordt, want dit staat gewoon in het onderzoek. Ik denk wel goed, als we dan zo'n onderzoek doen dat we ook de conclusies serieus nemen. De VOORZITTER: De wethouder. Wethouder MOORMAN: Maar voorzitter, de conclusie van mevrouw Rooderkerk klopt niet, want dat zou betekenen dat iedereen hetzelfde diploma zou krijgen en dat is gewoon niet waar. Dus er is nog steeds een grote differentiatie in de diploma's. Maar het is waar wat mevrouw Rooderkerk zegt, dat er inderdaad, en nogmaals ik wil het dus niet hebben over op- of afstromen, ik wil het hebben over niveauwisseling die plaatsvindt, en die vindt alle kanten op plaats. Omdat het dus niet mogelijk is om op elfjarige leeftijd dat al zo te determineren. En dat is precies wat hieruit blijkt. Maar wat wel blijkt is dat achtergrondkenmerken vervolgens minder van invloed zijn, want wat we nu zien in de stad is dat er nog steeds een gemiddelde is met inderdaad uitschieters alle kanten op en dat die uitschieters bepaald worden de door de achtergrondkenmerken van leerlingen. Dat is wat we willen tegengaan. De VOORZITTER: Dank u wel. Was u aan het eind gekomen van uw bijdrage? Wethouder MOORMAN: Nee voorzitter, maar ik vind wel een leuke discussie.