20230420 Woonwensen van Amsterdamse jongeren_definitief.pdf
Tekst van het document
Woonwensen van Amsterdamse jongeren Onderzoek & Statistiek
1
In opdracht van: Wonen Projectnummer: 22245 Auteur: Hester Booi, Laura de Graaff E-mailadres: h.booi@amsterdam.nl Bezoekadres: Weesperstraat 113-117 Telefoon: 020 251 0333 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl Amsterdam, januari 2023 Foto voorzijde: Studenten- en jongerenhuisvesting Little Manhattan in Nieuw-West, fotograaf Edwin van Eis (2017)
2
Inhoud
Samenvatting
4
Inleiding
7
1 Huidige woonsituatie jongeren
9
1.1 Bijna een kwart van de 18 tot 35-jarige Amsterdammers woont thuis 1.2 Jongeren in Centrum, West en Zuid vaker uitwonend 1.3 Ongeveer de helft van de uitwonenden huurt in de particuliere sector 1.4 Uitwonende jongeren hebben vaak een tijdelijk huurcontract
9 10 12 13
2 Inkomenspositie jongeren
15
3 Verhuiswensen en woonwensen jongeren
20
3.1 De woonwensen van thuiswonende jongeren 3.2 De woonwensen van uitwonende jongeren in een onzekere woonsituatie
20 24
4 Omvang woningbehoefte jongeren
31
5 Aanwezigheid en beschikbaarheid van betaalbaar aanbod voor jongeren
32
6 Tabellenbijlage
36
Jongeren naar woonsituatie, voornaamste bezigheid en andere kenmerken Inkomenspositie jongeren naar woonsituatie, voornaamste bezigheid Woonwensen thuiswonende jongeren (18-34 jaar) per stadsdeel Woonwensen uitwonende 27+ers in een onzekere woonsituatie per stadsdeel
36 39 42 43
3
Samenvatting
In opdracht van de directie Wonen heeft Onderzoek en Statistiek de woonwensen en woonsituatie van Amsterdamse jongeren van 18 tot 35 jaar in beeld te gebracht en onderzocht hoe groot hun woonvraag is en wat hun mogelijkheden op de Amsterdamse woningmarkt zijn. Hierbij zijn ook de jongeren uit Weesp meegenomen. Voor de analyse is gebruik gemaakt van CBS-microdata, data uit de tweejaarlijkse enquête ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam’ (\WiMRA) en data van Woningnet. Thuiswonende jongeren Van de 280.000 Amsterdamse jongeren tussen de 18 en 35 jaar woont iets minder dan een kwart thuis, de rest is uitwonend. Thuiswonende jongeren zijn vaak jong; twee derde is jonger dan 24 jaar. De meeste thuiswonende jongeren zijn bezig met een opleiding, een derde is aan het werk. Jongeren die studeren hebben in nagenoeg alle gevallen een laag inkomen, onder de sociale huurgrens. Bij de jongeren die werken liggen de inkomens wel wat hoger, maar ook hun inkomens vallen nagenoeg allemaal onder de sociale huurgrens. Thuiswonende jongeren in Zuidoost en Nieuw-West zijn verhoudingsgewijs wat vaker aan werk dan de jongeren in andere stadsdelen. De helft van de thuiswonende jongeren is middelbaar opgeleid, daarnaast heeft ongeveer een op de vier (nog) geen startkwalificatie, een tiende heeft een hbo/wo-diploma.
Onder de werkende thuiswonenden is zes op de tien middelbaar opgeleid en heeft een vijfde (nog) geen startkwalificatie en een vijfde heeft een hbo/wo-opleiding afgerond. Woonwensen thuiswonende jongeren In de WiMRA-enquête 2021 is aan ouders met kinderen die uit huis willen gevraagd wat de woonwensen zijn van het kind dat als eerst op zichzelf wil gaan wonen. In dit onderzoek is gekeken naar de wensen van deze thuiswonende kinderen die in Amsterdam/Weesp willen wonen. De meest gewilde woonvorm onder alle leeftijdsgroepen is alleen wonen in een zelfstandige woning, ongeveer de helft wil dit. De 18-22-jarigen willen ook vaak woningdelen. Van de thuiswonende jongeren willen zes op de tien gaan huren en 28% kopen. De thuiswonenden jongeren die werken en degenen die met partner/kinderen willen gaan wonen, geven vaker dan gemiddeld de voorkeur aan kopen. Het overgrote deel van de jongeren die willen gaan huren, denkt aan een maximale huur die onder de sociale huurgrens valt. Jongeren die willen gaan woningdelen of een kamer huren hebben vaker een lager huur op het oog een kwart denkt een aan maximale huur van €443. Van de thuiswonende jongeren die zelfstandig een koopwoning willen betrekken, denkt ruim de helft aan een maximale koopprijs van €296.000.
Jongeren lijken er rekening mee te houden dat het aanbod aan betaalbare woningen tot €188.000 beperkt is in de gemeente, slechts 10% noemt dit als maximale koopprijs, bij degenen die alleen willen gaan wonen gaat het om 19%. Uitwonende jongeren Van de 228.000 uitwonende jongeren is een ruime helft ouder dan 27 jaar en drie op de tien tussen de 24 en 27 jaar. Een minderheid heeft een gezin (13%). Het deel dat alleen woont is wat groter dan het deel dat met een partner woont (43% versus 39%). Onder de uitwonende 4
jongeren zijn verhoudingsgewijs veel jongeren met een migratie-achtergrond uit Amerika, Azië, Oceanië of Europa, het gaat om ruim een derde. Uitwonende jongeren zijn vaker aan het werk dan thuiswonende jongeren, ongeveer zes op de tien werkt. Van deze uitwonende werkende jongeren heeft 65% een inkomen onder de sociale huurgrens. Voor uitwonende werkende jongeren in Zuidoost, Noord en Nieuw-West is dit vaker het geval, hier heeft tussen de 75%-84% van deze jongeren een inkomen tot de sociale huurgrens. Twee op de tien volgen een opleiding en 5% heeft een uitkering. Zij hebben nagenoeg allemaal een inkomen onder de sociale huurgrens. De uitwonende jongeren met een uitkering wonen relatief vaak in Noord, NieuwWest en Zuidoost. Uitwonende jongeren hebben veelal een hbo/wo-diploma (42%), onder de werkenden is dit nog vaker het geval. Ongeveer een kwart van de uitwonenden jongeren is middelbaar opgeleid en een beperkt deel heeft (nog) geen startkwalificatie. Acht van de tien uitwonenden jongeren huren. Ongeveer zes van de tien huurders hebben een contract voor onbepaalde tijd voor de hele woning, de rest zit in een tijdelijke huursituatie. De gemiddelde huur die jongeren betalen ligt aanzienlijk hoger dan gemiddeld in Amsterdam/Weesp (€959 versus €783).
Jongeren in de sociale huur van corporaties hebben gemiddeld de laagste huur (€543) en de jongeren die in de particuliere vrije sector huren gemiddeld de hoogste huur (€1360). Woonwensen uitwonende jongeren in een onzekere woonsituatie Met WiMRA-data is gekeken wat de woonwensen zijn van Amsterdamse jongeren die een tijdelijk huurcontract hebben en/of woningdelen en in Amsterdam/Weesp willen wonen. Bijna al deze jongeren hebben plannen om binnen twee jaar te verhuizen. Dik de helft moet in die tijd ook verhuizen. Anders dan bij de thuiswonende jongeren, gaat de voorkeur met name uit naar het kopen van de volgende woning, zes van de tien willen dit. De jongeren denken dan vaak aan een maximale koopprijs boven de €296.000. Bij de jongeren die willen huren, denkt meer dan de helft aan een maximale huur tot de sociale huurgrens. De uitwonenden jongeren zijn vooral op zoek naar een meergezinswoning en het vaakst geven ze de voorkeur aan een woonoppervlak tussen de 40 en 60m2 of tussen de 60 en 80 m2. Bij verhuizing wil ongeveer de helft binnen het eigen stadsdeel verhuizen en drie op tien wil binnen de buurt verhuizen. In Nieuw-West en Zuidoost willen de jongeren juist betrekkelijk vaak naar een ander stadsdeel verhuizen. Het grootstedelijk woonmilieu is populair onder de jongeren, vooral onder jongeren tussen de 18-22 jaar.
De oudste groep van 28 tot 35 geeft wat vaker aan in een woonwijk of ruim opgezet woonmilieu te willen wonen, maar die groep is alsnog beperkt. Omvang woningbehoefte jongeren Er zijn naar schatting minimaal 11.400 thuiswonende woningzoekenden op zoek naar een zelfstandige woning in Amsterdam. Daarvan komen er 4.900 in aanmerking voor studentenhuisvesting, de overige 6.500 vallen niet onder deze doelgroep. Van de uitwonenden jongeren wonen naar schatting 66.700 in een onzekere woonsituatie. Het grootste deel hiervan is van plan of moet binnen twee jaar verhuizen. Daarvan wil ruim driekwart in de stad blijven wonen. In totaal komt dit neer op 47.800 onzeker wonende jongeren die op korte termijn in de stad naar andere woonruimte zoeken. Figuur 1 geeft de woningvraag van jongeren weer.
5
Figuur 1 Schatting aantal Amsterdamse woningzoekende jongeren
47.800
11.400 thuiswonende woningzoekenden
4.900
6.500
doelgroep studentenwoning
geen doelgroep studentenwoning
uitwonenden in een onzekere woonsituatie
Aanwezigheid en beschikbaarheid betaalbaar aanbod Het betaalbare koopaanbod is zeer beperkt in Amsterdam. De meeste jongeren hebben een inkomen tot €40.024. Daar paste in 2021 een koopwoning van €188.000 bij. Slechts 250 (2%) van de verkochte woningen in 2021 vielen in dit segment. Er is op dit punt weinig verschil tussen de stadsdelen. Wel is in Zuidoost en Weesp het aanbod tot €296.000 aanzienlijk ruimer dan in de rest van de stad. Relatief veel vrijkomend corporatieaanbod is bestemd voor jongeren, al gaat het wel om tijdelijke contracten. Van de 14.000 in 2021 verhuurde corporatiewoningen zijn vier op tien een jongeren- of studentenwoning. Een op de tien verhuurde corporatiewoningen valt in de vrije sector en vormt passend aanbod voor het kleine deel van de jongeren met een middenof hoger inkomen. Jongeren huren verhoudingsgewijs vaak in de particuliere sector. Van de recente verhuringen in dit segment ging het in de helft van de gevallen om een tijdelijk contract. Jongeren kunnen hier maar beperkt terecht voor de door hun vaak gewenste woning met een huur tot de sociale huurgrens, 27% had namelijk zo’n huur.
6
Inleiding
Nieuwbouw in Amsterdam sluit volgens jongeren en jongvolwassenen vaak niet aan op hun woonbehoefte (grootte) en/of mogelijkheden (inkomen). Uit onderzoek is bekend dat met name jongeren met een mbo-opleiding andere voorkeuren en mogelijkheden hebben dan jongeren met een hbo- of wo-opleiding. Over het algemeen beginnen jongeren met een mbo-opleiding eerder met werken en vormen eerder een gezin. Bovendien zijn de mogelijkheden van deze groep door minder financieel- en sociaal kapitaal anders/beperkter dan die van de groep hbo/woopgeleiden. De directie Wonen wil beter zicht krijgen op de woonwensen van de groep jongeren die niet terecht kan in studentenhuisvesting, maar wel een (urgente) verhuiswens binnen Amsterdam heeft. Met deze informatie kan vervolgens beter ingespeeld worden op de woonwensen van jongeren en jongvolwassenen in de nieuwbouwopgave en kunnen tevens krap wonende gezinnen worden ontlast. De opbrengsten van het onderzoek kunnen gebruikt worden door het team Jongeren en Studentenhuisvesting, de projectmanagers van de gebiedsontwikkelingsprojecten in de stad, de directie Wonen en G&O en voor de verdere uitrol van de Masterplannen Zuidoost en Nieuw-West en de aanpak Noord.
De directie Wonen heeft geïnventariseerd welke informatie nodig is om beter te kunnen afstemmen op de woonwensen van de Amsterdamse jongeren en aan Onderzoek & Statistiek (O&S) gevraagd om hierover een rapportage te maken. Afbakening In deze rapportage gaat het om jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot en met 34 jaar. We kijken hierbij naar de woonwensen en woonsituatie van deze jongeren die in Amsterdam/Weesp wonen en die in Amsterdam/Weesp willen wonen. Voor de leesbaarheid wordt hierna verder gesproken over Amsterdamse jongeren, en dit is inclusief jongeren in Weesp. Het deel over de woonwensen gaat in op zowel de wensen van thuiswonenden jongeren als die van uitwonenden jongeren in een onzekere woonsituatie. Bij een onzekere woonsituatie doelen we op jongeren die een tijdelijk huurcontract hebben en op uitwonende jongeren die onzelfstandig wonen bijvoorbeeld omdat zij woningdelen of op kamers wonen. Onderzoeksvragen De volgende vragen zullen in deze rapportage beantwoord worden:
Wat is de huidige woonsituatie van Amsterdamse jongeren? Deze vraag gaat het over hoeveel jongeren thuis wonen en hoeveel op zichzelf wonen en wat hierbij de verschillen zijn naar achtergrondkenmerken. Bij de uitwonende jongeren is er vooral aandacht voor de groep in een onzekere woonsituatie (tijdelijk huurcontract, gedeelde woning). Ook wordt gekeken of de jongeren aan het werk zijn, studeren of anderszins. Ten slotte komt aan bod hoe de situaties is van jongeren die huren, wat voor contracten zij hebben en hoeveel huur zij betalen. 7
Wat zijn de woonwensen van Amsterdamse jongeren die in Amsterdam/Weesp willen wonen? Bij de woonwensen van de jongeren wordt onder andere ingegaan op de reden van de verhuiswens, de urgentie van de verhuiswens en in welke huishoudenssamenstelling zij willen gaan wonen. Er wordt gekeken naar de woonwensen qua woningtype, woninggrootte, locatie, woonmilieu en het woonsegment.
Wat is de (geschatte) omvang van de woningbehoefte van deze Amsterdamse jongeren met een voorkeur voor een woning in Amsterdam/Weesp?
Wat zijn de mogelijkheden en kansen voor Amsterdamse jongeren en jongvolwassenen die in Amsterdam/Weesp willen wonen om hun woonwensen te realiseren? Bij deze vraag wordt gekeken naar het inkomen en de leencapaciteit van de jongeren en jongvolwassenen. De vraag wordt beantwoord in hoeverre er momenteel in de stad aanbod is dat past bij hun woonwensen en financiële situatie en welk aanbod er ontbreekt.
Bij de beantwoording van de onderzoeksvragen zal waar mogelijk een onderscheid gemaakt worden naar opleidingsniveau, leeftijd, inkomen, migratie-achtergrond en stadsdeel van de jongeren.
8
1 Huidige woonsituatie jongeren
In dit hoofdstuk wordt met CBS-microdata de woonsituatie van thuiswonende en uitwonende Amsterdammers onder 35 jaar beschreven. Voor de mogelijkheden van jongeren op de woningmarkt, maakt het veel uit of jongeren nog onderwijs volgen of al werkend zijn. Daarom wordt ingegaan op de kenmerken van jongeren die uit- of thuis wonen en werken of studeren. Bij de uitwonende jongeren wordt met WiMRA-data gekeken naar het huidige type huurcontract, de hoogte van de huur en de bijkomende servicekosten.
1.1 Bijna een kwart van de 18 tot 35-jarige Amsterdammers woont thuis Amsterdam, inclusief Weesp, telt op 1 januari 2021 in totaal 280.000 jongeren tussen de 18-34 jaar. Van hen zijn er 52.000 thuiswonend en 228.000 zijn uitwonend. De thuiswonende jongeren zijn gemiddeld jonger: 64% is tussen de 18-23 jaar en 15% is tussen de 28-34 jaar. Ze volgen vaak nog onderwijs: 59% volgt onderwijs en 32% werkt.1 De uitwonende jongeren zijn ouder, 17% is tussen 18-23 jaar en 56% is tussen 28-34 jaar en werken vaker (19% volgt onderwijs en 57% werkt). Thuiswonende jongeren zijn vaker mannen (54%) en uitwonende jongeren vaker vrouwen (56%). Uitwonende jongeren wonen vaak alleen (43%) of met een partner samen (39%). Een klein deel vormt een gezin (13%). Figuur 1.1 Uit- en thuiswonende jongeren naar leeftijd, 2021 (%) thuiswonend (51.968)
64
uitwonend (228.081)
17
20
28
0
15
56
20
40
18-23 jaar
%
60
80
24-27 jaar
100
28-34 jaar
Figuur 1.2 Uit- en thuiswonende jongeren naar sociaal-economische categorie, 2021 (%) thuiswonend (51.968)
32
59
uitwonend (228.081)
57 0
19
20 werkend
4
40 scholier, student
60
5
19
80 uitkering
5
% 100
overig
Bron: CBS/bewerking O&S 1 Indeling op basis van sociaal-economische categorie in de CBS-statistiek. Jongeren die (voltijds) studeren en ook
werken, worden bij de studenten gerekend.
9
1.2 Jongeren in Centrum, West en Zuid vaker uitwonend Uit- en thuiswonende jongeren wonen redelijk verspreid over de stad, met een aantal verschillen. Jongeren in Centrum, West en Zuid zijn vaker uitwonend. Jongeren in Nieuw-West, Noord, Zuidoost en Weesp wonen vaker thuis. Of deze jongeren onderwijs volgen of werken maakt daarin niet veel uit. Figuur 1.3 Uit- en thuiswonende jongeren naar sociaal-economische categorie en stadsdeel, 2021 (%) % 100
thuiswonend - overig 6 3
7 4
8 15
3
9
15
11 17
16
5 80
22
14 4
2
16
4
11
17
6
17 4
7 3 6
thuiswonend - uitkering
6 15
thuiswonend - scholier, student
4
thuiswonend - werkend
16
11
12
uitwonend - overig
17
40
55 20
11 10
18 5
20
10
2
15
60
15
11 22
46
53 41
47
50
42
uitwonend - uitkering 47
33
0
Centrum
West Nieuw-West Zuid
Oost
Noord
uitwonend - scholier, student
Zuidoost Weesp Amsterdam
uitwonend - werkend
Bron: CBS/bewerking O&S
Ruim een derde uitwonenden heeft als migratie-achtergrond Europa, Amerika, Oceanië of Azië Cultuurverschillen, die deels samenhangen met migratie-achtergrond, kunnen samengaan met verschillen in woonbehoeften. Jongeren met een migratie-achtergrond uit Marokko of Turkije en in mindere mate Suriname bleken voorheen vaak liever thuis te blijven wonen dan op kamers te gaan of ergens alleen te wonen.2 Ook kan discriminatie een rol spelen in het vinden van een woning.3 Thuiswonende jongeren hebben in bijna de helft van de gevallen een migratieachtergrond uit één van de migratielanden Turkije, Marokko, Indonesië, Suriname, Antillen. Daarna volgt de groep zonder migratie-achtergrond (30%). De uitwonende jongeren hebben in 44% van de gevallen geen migratie-achtergrond. Het aandeel met een migratie-achtergrond in Turkije, Marokko, Indonesië, Suriname, Antillen is veel 2 O&S (2011) Woonwensen van (allochtone) jongeren in Amsterdam. 3 https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2021/03/320350_discriminatie-op-de-woningmarkt_WEB.pdf
10
lager (15%) dan onder de thuiswonende jongeren. Bij de uitwonenden verschilt de samenstelling naar migratie-achtergrond sterk per voornaamste bezigheid. De uitwonende jongeren die onderwijs volgen of werken hebben relatief vaak geen migratie-achtergrond. Bij de werkenden valt een relatief grote groep uit de Europese Unie op (16%). Onder de uitwonende uitkeringsgerechtigden vallen de jongeren met een migratie-achtergrond uit Turkije, Marokko, Indonesië, Suriname of de Antillen op (41%), evenals de jongeren met een migratie-achtergrond uit het Midden-Oosten en Afrika (25%; deels statushouders). De groep waarvan niet bekend is wat hun voornaamste bezigheid is, hier geschaard onder ‘overig’, zijn vaak jongeren die recent naar Nederland zijn gekomen. Zij hebben nog geen aangifte inkomstenbelasting gedaan en/of hun inschrijving bij een universiteit is nog niet opgenomen in de statistieken waarmee hun voornaamste bezigheid nog niet bekend is in de statistieken. Het overgrote deel heeft dan ook een migratie-achtergrond, vaak uit Europa, Amerika of Azië. Figuur 1.4 Uit- en thuiswonende jongeren naar sociaal-economische categorie en migratie-achtergrond, 2021 (%)
uitwonend
werkend (131.030)
52
scholier, student (43.466)
16
63
uitkering (10.585)
24
5
16
41
overig (43.000) 6 11 8 totaal uitwonend (228.081)
12
geen migratie-achtergrond
13 6 10 8 25
43
44
5 6 32
15
7
19
Turkije, Marokko, Indonesie, Suriname, Antillen Midden-Oosten en Afrika
15
Europese Unie
thuiswonend
werkend (16.452)
28
scholier, student (30.668)
33
uitkering (2.313)
21
overig (2.535)
20
totaal thuiswonend (51.968)
9 5 7
41
12 6 8
59
10 4 5
44
30 0
51
20
13 45
40
11
Amerika, Oceanië, Azië en overig Europa
12
11 6 8 % 60
80
100
Bron: CBS/bewerking O&S
Thuiswonende werkenden vaak middelbaar opgeleid Thuiswonende jongeren hebben relatief vaak nog geen zogenoemde startkwalificatie (havo, vwo of mbo-2 diploma; 37%). Zij gaan vaak nog naar school en zijn bezig om zo’n startkwalificatie voor de arbeidsmarkt te halen. De grootste groep (50%) heeft een middelbaar opleidingsniveau (havo, vwo, mbo-2 tot en met 4). Met name werkende thuiswonende jongeren zijn vaak middelbaar opgeleid (59%). Uitwonende jongeren zijn relatief vaak hbo/wo opgeleid (42%), gevolgd door middelbaar opgeleid (26%). Van een kwart van de uitwonende jongeren is het opleidingsniveau niet bekend, meestal omdat zij vanuit het buitenland komen en er geen geregistreerd opleidingsniveau bekend is. Degenen die onderwijs volgen zijn vaak middelbaar opgeleid (56%) en bezig met een vervolgopleiding. Werkende uitwonende jongeren hebben vaak een hbo of wo diploma. Uitwonende jongeren met een uitkering hebben relatief vaak geen startkwalificatie. Zij hebben bijvoorbeeld praktijkonderwijs gevolgd dat niet opleidt tot een startkwalificatie.
11
Figuur 1.5 Uit- en thuiswonende jongeren naar sociaal-economische categorie en opleidingsniveau, 2021 (%)
uitwonend
werkend (131.030)
4
scholier, student (43.466)
21
34
31
overig (43.000) 3
17
56
uitkering (10.585) totaal uitwonend (228.081)
11
33
1
15
7
6
21
80
26
werkend (16.452)
thuiswonend
58
9
42
20
26
59
scholier, student (30.668)
19
46
uitkering (2.313)
49
overig (2.535)
30
totaal thuiswonend (51.968)
32 37
0
5
34
6
10
28
50
20
40
weinig geschoold, geen startkwalificatie
2
48
10
60
middelbaar opgeleid
11
80
hbo/wo
3 % 100
onbekend
Bron: CBS/bewerking O&S
1.3 Ongeveer de helft van de uitwonenden huurt in de particuliere sector Thuiswonende jongeren wonen veelal in corporatiewoningen (58%) of in koopwoningen (30%). Uitwonende jongeren huren vaak in de particuliere sector (49%), 22% heeft een koopwoning en eveneens 22% huurt bij een corporatie. Uitwonende jongeren met een uitkering wonen veelal in een corporatiewoning (64%). Jongeren met een koopwoning hebben vaak een woning met een WOZ-waarde tussen de €296.000 en €438.000 (43%), 22% zit daaronder, 35% zit daarboven. Figuur 1.6 Uit- en thuiswonende jongeren naar sociaal-economische categorie en eigendomsvorm van de woning, 2021 (%)
thuiswonend
uitwonend
werkend (131.030)
29
scholier, student (43.466)
20
11
uitkering (10.585)
20
18
totaal uitwonend (228.081)
22
werkend (16.452)
26
6
62 54
13
78
inkomensbron onbekend (2.535)
27
totaal thuiswonend (51.968)
30
eigenaar-bewoner
12 49
35
0
9
52 22
scholier, student (30.668) uitkering (2.313)
7
64 18
4
58
7
inkomensbron onbekend (43.000)
47
24
16 58
40
corporatieverhuur
1 2
7 1
55
20
11 10
2 10
60
80
particuliere verhuur
1% 100
onbekend
Bron: CBS/bewerking O&S
12
1.4 Uitwonende jongeren hebben vaak een tijdelijk huurcontract Het grootste deel van de uitwonende Amsterdamse jongeren woont in een huurwoning, het gaat om 80%. Ongeveer een op de vijf is eigenaar-bewoner, 2% betaalt geen huur maar heeft een andere regeling. Van de jongeren die huren heeft 59% een contract voor onbepaalde tijd en 20% heeft een tijdelijk contract voor de hele woning. Een kleiner deel heeft een campus- of een jongerencontract (beide 7%) of huurt met anderen een zelfstandige woning (2%). Anti-kraak en onderhuur worden weinig genoemd. Figuur 1.7 Type huurcontract van uitwonende jongeren, 2021 (%) 01 7
onbepaalde tijd
2 3
tijdelijk contract hele woning campuscontract
7
jongerencontract
anti-kraak 20
59
onderhuur medehuurderschap zelfstandige woning (bv. friendscontract) anders
bron: WiMRA 2021
Onder jongeren tot 27 jaar zijn maar weinig eigenwoning bezitters, ongeveer negen van de tien zijn huurders. Bij de 28-34-jarigen is ruim een kwart in het bezit van een koopwoning. Hoe ouder de jongeren, hoe vaker zij een huurcontract voor onbepaalde tijd hebben. Van de 18-22-jarigeren heeft 40% van de huurders een contract voor onbepaalde tijd, in de oudste groep is dat 69%. Huur jongerencontract gemiddeld hoger dan campuscontract Gemiddeld betalen de jongeren die huren €959 aan kale huur per maand, het gaat om de huur zonder aftrek van eventuele huursubsidie. De gemiddelde huur van jongeren ligt hoger dan gemiddeld in Amsterdam en Weesp (€783). De huren die jongeren in de uiteenlopende huursegmenten betalen, komen deels overeen met het stedelijk gemiddelde (zie figuur 1.8). Jongeren die een sociale huurwoning van een corporatie huren hebben gemiddeld de laagste huur (€543). De gemiddelde huur van jongeren in de particuliere huursector ligt daar net wat boven. Jongeren die in de vrije sector van corporaties huren, betalen gemiddeld €1088, in dit segment is het verschil met het stedelijk gemiddelde het grootst. In de particuliere vrije sector hebben de jongeren gemiddeld een huur van €1360. Er zijn duidelijke verschillen in de hoogte van de huur als we kijken naar het type huurcontract (zie figuur 1.8).
De jongeren met een campuscontract hebben gemiddeld de laagste huur (€488), gevolgd door degenen met een jongerencontract (€571). De hoogste gemiddelde huur hebben de jongeren die een tijdelijk contract hebben voor de huur van een hele woning (€1170). Jongeren met een contract voor onbepaalde tijd betalen gemiddeld €1019 per maand. De jongeren die in de particuliere vrije sector huren en een tijdelijk contract hebben voor de hele woning betalen met gemiddeld €1462 de meeste huur.
13
Figuur 1.8 Gemiddelde kale huur naar huursegment, uitwonende jongeren en gemiddeld Amsterdam/Weesp, 2021 (€)
1360 1088 543
557
553
sociale huur, corporatie
996
533
sociale huur, particulier
jongeren
1367
vrije sector huur, corporatie
vrije sector huur, particulier
Amsterdam/Weesp
Figuur 1.9 Gemiddelde kale huur naar type huurcontract van uitwonende jongeren, 2021 (€)
1170 1019 834
488
onbepaalde tijd, hele woning
tijdelijk contract, hele woning
campuscontract
571
jongerencontract
medehuurderschap zelfstandige woning (bv. friendscontract)
bron: WiMRA 2021
Jongeren die huren, zijn per maand gemiddeld 32% van hun inkomen kwijt aan kale huur, dat is meer dan gemiddeld onder Amsterdammers (30%). Het gaat hierbij om de huur zonder aftrek van eventuele huurtoeslag. De jongeren die een sociale huurwoningen huren bij een corporatie hebben gemiddeld de laagste huurquote met 28% en de jongeren die een particuliere vrije sector woning huren hebben met 36% de hoogste gemiddelde huurquote. Servicekosten bij particuliere verhuurder het hoogst De service kosten die uitwonende jongeren betalen, liggen gemiddeld tussen de €51 en €70 euro. Jongeren met een tijdelijk contract voor de hele woning hebben gemiddeld de hoogste servicekosten. Jongeren die een corporatiewoning huren betalen gemiddeld hogere service kosten dan de jongeren in een particuliere huurwoning (€36 versus €67). Bij campus- en jongerencontracten is dit verschil ook aanwezig. Hier betalen jongeren die via een corporatie huren gemiddeld €46 aan servicekosten en de jongeren die via een particulier huren €84. Tabel 1.10 servicekosten uitwonende jongeren naar type contract, 2021 (€) servicekosten huurcontract voor onbepaalde tijd voor de hele woning
€51
tijdelijk contract voor de hele woning
€70
campuscontract
€58
jongerencontract
€59 bron: WiMRA 2021
14
2 Inkomenspositie jongeren
Dit hoofdstuk zet uiteen hoe de inkomenspositie van verschillende groepen Amsterdamse jongeren (18-34 jaar) is. In het bijzonder wordt gekeken naar de jongeren die aan het werk zijn. Zij maken namelijk geen kans op studentenhuisvesting. Voor deze analyse is gebruik gemaakt van CBS-microdata. Bijna de helft van de jongeren heeft en laag inkomen tot €23.725 De meeste jongeren hebben een (zeer) laag inkomen, 45% valt in de laagste inkomenscategorie tot €23.725. In totaal heeft 69% van de jongeren tussen de 18 en 34 jaar een inkomen onder de sociale huurgrens van €40.024. Een deel van de jongeren heeft een negatief inkomen (6%), dat duidt niet meteen op schulden, het gaat om belastbaar inkomen en na het verrekenen van aftrekposten komt hun inkomen onder de nul uit. Er zijn bijna 13.000 jongeren met een uitkering, zij hebben zelden een inkomen boven de €23.725. Het gaat hier waarschijnlijk vaak om jongeren met een arbeidsbeperking. De meesten zijn uitwonend. De onderwijsvolgende jongeren (74.000) hebben eveneens zelden een inkomen boven de €23.725. Dit geldt zowel voor de thuiswonende studenten als de uitwonende. Van de groep ‘overig’, vaak recente instromers uit het buitenland, is het inkomen veelal onbekend. Werkende jongeren hebben in 35% van de gevallen een zeer laag inkomen, 64% valt daarboven. In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op deze groep.
Figuur 2.1 Inkomenspositie jongeren (18-34 jaar) naar sociaal-economische categorie, persoonlijk belastbaar inkomen, 2021 (%)
werkend (147.482) 1
35
64
uitkering (12.898) 1
93
scholier, student (74.134)
15
overig (45.535)
85
11
totaal (280.049)
89
6
0
6
45
20 negatief inkomen
34
40 tot €23.725
14
60
80
€23.725 en meer
%
100 onbekend
Bron: CBS/bewerking O&S
Merendeel werkende thuiswonende jongeren heeft inkomen tot de sociale huurgrens Uitwonende werkende jongeren hebben een hoger inkomen dan thuiswonende werkende jongeren en dat geldt binnen elke leeftijdsgroep. Thuiswonende werkende jongeren hebben nagenoeg altijd een inkomen onder de sociale huurgrens (< €40.024; 93%), ook als ze al wat 15
ouder zijn. Voor uitwonende werkende jongeren tot en met 23 jaar geldt dit ook. Daarna neemt het aandeel met een inkomen boven de €40.024 toe van 14% bij de 24-27-jarigen tot 42% bij de 28-34-jarigen. Figuur 2.2 Inkomenspositie werkende uit- en thuiswonende jongeren naar leeftijdsgroep, persoonlijk
thuiswonend
uitwonend
belastbaar inkomen, 2021 (%)
18-23 jaar (4.950)
83
24-27 jaar (30.910) 28-34 jaar (95.165)
23
totaal (131.030)
23 16
31
16
17 18
18-23 jaar (4.980)
28 16
11
20
49
totaal (16.450)
25 67
0
20
tot €23.725
€23.725 - €32.300
13 18
40
60
€32.300 - €40.024
2
14 23
68
28-34 jaar (5.605)
3 11
12
89
24-27 jaar (5.865)
negatief inkomen
11
46
80
€40.024-€60.036
8
21
7
3
10 8
2 5 1 % 100
€60.036 en meer
Bron: CBS/bewerking O&S
Thuiswonende werkende jongeren hebben merendeels een laag inkomen tot €40.024. Achtergrondkenmerken zoals opleidingsniveau, migratie-achtergrond en het stadsdeel waar ze wonen maakt hierin weinig verschil. Het grootste verschil wordt gemaakt door opleidingsniveau. Thuiswonende werkende jongeren met een mbo-opleiding hebben in 95% van de gevallen een laag inkomen tot €40.024, voor hbo/wo-opgeleiden is dit 81%. Maar over het algemeen kan gesteld worden dat thuiswonende werkende jongeren sterk afhankelijk zijn van sociale huur om uit huis te kunnen gaan. Zolang sociale huur vanwege wachttijden niet binnen bereik ligt, en het inkomen niet toeneemt, blijven zij thuis wonen. Meerderheid uitwonende werkende middelbaar opgeleiden heeft inkomen tot sociale huurgrens Voor uitwonende werkende jongeren maken achtergrondkenmerken wel veel verschil. Het opleidingsniveau is een belangrijke factor in de hoogte van het inkomen van uitwonende jongeren. Uitwonende werkende jongeren met een mbo-opleiding verdienen in 86% van de gevallen minder dan €40.024, bij de hbo/wo-opgeleiden is dit 57%.
16
Figuur 2.3 Inkomenspositie werkende uit- en thuiswonende jongeren (18-34 jaar) naar opleidingsniveau,
uitwonend
ongeschoold, geen startkwalificatie (5.405)
thuiswonend
persoonlijk belastbaar inkomen, 2021 (%)
ongeschoold, geen startkwalificatie (3.330)
64
middelbaar opgeleid (27.395)
51
hbo/wo-opgeleid (75.375)
22
24 16
10 20
44
20
20
€23.725 - €32.300
9
40
3 11 7 3
17 60
€32.300 - €40.024
3
13
69
0
5 2
29
84
hbo/wo-opgeleid (3.105)
tot €23.725
7 12
19
middelbaar opgeleid (9.730)
negatief inkomen
19
14
3%
80
€40.024-€60.036
100
€60.036 en meer
Bron: CBS/bewerking O&S
Inkomenspositie van uitwonenden werkende jongeren niet overal in de stad gelijk Uitwonende werkende jongeren in Zuidoost hebben de laagste inkomens, 84% heeft een inkomen tot €40.024. Daarna volgen Noord en Nieuw-West met 76% en 75%. In Zuid zijn de inkomens het hoogst, 56% heeft hier een inkomen tot €40.024; 44% zit daarboven. Figuur 2.4 Inkomenspositie werkende uitwonende jongeren (18-34 jaar) naar stadsdeel, persoonlijk belastbaar inkomen, 2021 (%) Centrum (13.600)
32
West (29.370)
16
27
Nieuw-West (20.185)
17
24
Oost (21.410)
26
Noord (10.670)
29 0
negatief inkomen
20 tot €23.725
€23.725 - €32.300
6 16
28
21 46
Weesp (1.885)
18
28 17
39
12
16
17 16
12
26
20 15
Zuidoost (8.650)
23
17
39
Zuid (25.235)
16
12
16 23
18 14
5 13
3
23
17
22
8
40
60
80
100
€32.300 - €40.024
€40.024-€60.036
€60.036 en meer
%
Bron: CBS/bewerking O&S
Uitwonende werkende jongeren met een migratie-achtergrond uit Turkije, Marokko, Indonesië, Suriname of de Antillen en uit het Midden-Oosten en Afrika hebben vaker een laag inkomen dan jongeren met een migratie-achtergrond uit de Europese Unie of de overige landen.
17
Figuur 2.5 Inkomenspositie werkende uitwonende jongeren (18-34 jaar) naar migratie-achtergrond, persoonlijk belastbaar inkomen, 2021 (%) geen migratie-achtergrond (67.700)
27
17
18
26
Turkije, Marokko, Indonesie, Suriname, Antillen (20.705)
43
21
14
Midden-Oosten, Afrika (6.980)
45
18
12
Europese Unie (20.420)
29
17
Amerika, Oceanie, Azie en overig Europa (15.220)
29
14
0
negatief inkomen
tot €23.725
€23.725 - €32.300
20
€32.300 - €40.024
16
5
16
18
8
23
15
40
11
12
25
15
60
%
80
€40.024-€60.036
100
€60.036 en meer
Bron: CBS/bewerking O&S
Uitwonenden werkenden met een inkomen tot sociale huurgrens wonen vaak in particuliere huur Uitwonende werkende jongeren in een corporatiewoning hebben een lager inkomen dan jongeren in de particuliere huursector of met een eigen woning. Vooral bij de oudste leeftijdsgroep zijn de verschillen groot. Bij de werkende uitwonende jongeren van 28-34 jaar die in een corporatiewoning wonen, heeft 78% een inkomen onder de €40.024. Voor de jongeren die bij een particulier huren is dit 56% en bij de groep met een eigen woning is dit 45%. Figuur 2.6 Inkomenspositie werkende uitwonende jongeren (18-34 jaar) naar eigendomsvorm van de
eigenaar-bewoner (715)
76
14 86
particuliere huur (2.495)
83
24-27 jaar
corporatiehuur (1.320)
eigenaar-bewoner (5.035)
28-34 jaar
18-23 jaar
woning, persoonlijk belastbaar inkomen, 2021 (%)
eigenaar-bewoner (32.270)
22
17
59
particuliere huur (17.930) 16
24
13
16
particuliere huur (40.980)
21
22 16
0
20
tot €23.725
€23.725 - €32.300
40
€32.300 - €40.024
2
22 16
19
6 1 13
32
40
5
11 17
2 3 11
16
22
42
corporatiehuur (18.575)
negatief inkomen
11
40
corporatiehuur (6.195)
3 3 3 10
17
31 60
4 12
80
€40.024-€60.036
% 100
€60.036 en meer
Bron: CBS/bewerking O&S
Uitwonende werkende jongeren met een inkomen tot €60.036 wonen in bijna de helft van de gevallen in een particuliere huurwoning, daarna neemt dit aandeel af tot 34% bij de hoogste inkomensgroep (zie figuur 2.7). De laagste inkomens wonen voor 30% in corporatiewoningen 18
(waaronder ook studentenhuisvesting) en dat aandeel neemt per leeftijdscategorie snel af tot 4% bij de hoogste inkomensgroep. Het aandeel dat in een koopwoning woont neemt gestaag toe met het inkomen, van 19% bij de laagste inkomensgroep tot 59% bij de hoogste. Figuur 2.7 Eigendomsvorm woning van uitwonende werkende jongeren (18-34 jaar) naar inkomensgroep, persoonlijk belastbaar inkomen, 2021 (%) % 100
5
4
45
48
4
4
3
3
3
51
51
49
47
42
80
30
24
20 19 0
34
24
17
28
14 32
11 37
9 41
7
49
onbekend particuliere huur
4
60
40
3
corporatiehuur 59
eigenaar-bewoner
tot €23.725 - €32.300 - €40.024- €44.655 - €50.030 - €60.036 - €80.048 €23.725 €32.300 €40.024 €44655 €50.030 €60.036 €80.048 en meer (40.605) (22.990) (21.560) (10.395) (9.300) (10.855) (8.530) (5.445)
Bron: CBS/bewerking O&S
19
3 Verhuiswensen en woonwensen jongeren
Dit hoofdstuk gaat over de woonwensen van de jongeren die thuis wonen in Amsterdam en de jongeren die uitwonend zijn in de stad. Bij de uitwonende jongeren ligt de focus op jongeren die onzelfstandig wonen en/of een tijdelijk huurcontract hebben. De inzichten over de woonwensen zijn gebaseerd op WiMRA-data. In Wonen in Amsterdam 2021 hebben ouders vragen beantwoord over de woonwensen van hun thuiswonende kinderen. Daarnaast hebben bijna 1.400 35-minners met een onzekere woonsituatie (tijdelijk contract of woningdeler) de enquête zelf ingevuld.
3.1 De woonwensen van thuiswonende jongeren Zo’n 6% van de Amsterdamse huishoudens heeft thuiswonende kinderen die binnen twee jaar het huis uit willen. Het kan hier ook gaan om kinderen die jonger zijn dan 18 jaar of ouder dan 34 jaar. In sommige huishoudens zijn er meerdere kinderen die binnen afzienbare tijd uit huis willen, maar in de meeste gevallen (73%) gaat het om één kind. Bij 23% van deze huishoudens zijn er twee kinderen die binnen twee jaar het huis uit willen. In de rest van deze paragraaf kijken we naar de woonwensen van de jongeren die: binnen een huishouden het snelst uit huis willen en tussen de 18 en 35 jaar zijn in Amsterdam of Weesp thuis wonen en op zichzelf in Amsterdam of Weesp willen wonen Iets meer dan helft (52%) van deze groep thuiswonende kinderen die uit huis willen, is tussen de 18 en 22 jaar, 33% is tussen de 23 en 27 jaar en 15% is tussen de 28 en 35 jaar. Vergeleken met de totale groep thuiswonende kinderen zijn er in deze selectie wat minder 18-22-jarigen (52% versus 64%) en wat meer 23-27-jarigen (33% versus 204%). Waarschijnlijk komt dit omdat er is gevraagd naar de wensen van het thuiswonende kind dat het eerst uit huis wil, dit zal naar verwachting vaak het oudste kind zijn.
Thuiswonenden jongeren die uit huis willen, zijn in vergelijking met de totale groep wat minder vaak onderwijsvolgend (52% versus 59%) en wat vaker werkend (41% versus 32%). Ruim de helft van de jongeren wil graag op zichzelf wonen in een zelfstandige woning Hoe en met wie de jongeren willen gaan wonen verschilt per leeftijdsgroep. De woonvorm die onder elke leeftijdsgroep het meest gewild is, is alleen wonen in een zelfstandige woning (zie figuur 3.1). Ruim de helft (55%) van de thuiswonende jongeren wil dit. Jongeren tussen de 18-22 jaar willen dit iets minder vaak dan de oudere groepen. Zowel onder studenten (52%) als onder werkenden (60%) is dit de meest gewilde woonvorm.
4 De leeftijdsselectie komt net niet overeen. In de enquête is de indeling 18-22 en 23-27; in paragraaf 1 is 18-23 en 24-
27 gebruikt.
20
Zelfstandig wonen maar dan met partner en/of kinderen is onder 23-plussers een relatief vaak gewenste woonvorm, vier op de tien noemen dit. Onder 18-22-jarigen is dit minder vaak de gewenste woonvorm (15%). Onder de jongste groep is woningdelen met vrienden of anderen juist een gewilde woonvorm, 46% wil dit. Het animo hiervoor is veel minder onder 23-plussers (20%). Woningdelen is een stuk minder gewild onder werkenden dan onder studenten (17% versus 43%). Ook een kamer huren wordt vooral door de jongste groep genoemd (25%), maar dit is ook onder de jongste groep minder populair dan woningdelen. Onder 23-plussers wil maar een heel beperkt deel op kamers wonen. De woonvormen die bij ‘anders’ meermaals naar voren komen zijn begeleid of beschut wonen. Figuur 3.1 Hoe willen thuiswonende jongeren (18-34 jaar) uit Amsterdam/Weesp die binnen Amsterdam/Weesp willen verhuizen gaan wonen? (meerdere antwoorden mogelijk), 2021 (%) 50 alleenwonend in een zelfstandige woning 55 15
met partner/kind(eren) in een zelfstandige woning een kamer huren
4
anders
geen voorkeur
weet niet, geen antwoord
23-27 jaar 28-34 jaar
15 20 20
een woning delen met vrienden/anderen
18-22 jaar
39 39
27 25
6
58 61
totaal
46 32
3 2 2 3 2 3 3 2 3 1
%
bron: WiMRA 2021
Voorkeur voor huren overheerst Over het algemeen geven de thuiswonende jongeren de voorkeur aan het huren van de toekomstige woning. Van de hele groep wil 60% graag gaan huren, 28% wil kopen en 12% heeft geen voorkeur op dit punt. Maar deze voorkeur verschilt binnen de groep thuiswonende jongeren. De voorkeur voor kopen ligt hoger onder de 23-plussers dan onder de jongere groep (35% versus 21%). Vooral jongeren die aan het werk zijn, geven relatief vaak aan dat ze graag willen gaan kopen (40%). Ook degenen die met partner en/of kinderen zelfstandig willen gaan wonen, willen vaker kopen (40%). Thuiswonende jongeren waarvan het inkomen van de ouder(s) boven de sociale huurgrens ligt, geven vaker aan dat zij willen gaan kopen dan jongeren waarvan het inkomen van de ouders hieronder ligt (tot €40.024: 17%; meer dan €80.048: 34%).
21
Figuur 3.2 Willen thuiswonende jongeren (18-34 jaar) de toekomstige woning gaan kopen of huren?, naar leeftijd, voornaamste bezigheid en gewenste woonvorm, 2021 (%) 18-22 jaar
21
67
naar school gaan 8
12
23-27 jaar
35
51
14
studeren
28-34 jaar
35
60
5
werken
totaal
28 0
zelfstandige woning alleenwonend
20
60 40
27
zelfstandige woning met partner/kinderen
60
12 80
61
40
%
100
75
21
17
68 40
anders
50
16 0
11 10
70 20
40
15 60
80
%
100
12
48
13
kamer huren 12
80
8
woningdelen
71
10
kopen huren
20 0
20
40
60
80
%
geen voorkeur
100
bron: WiMRA 2021
Voorkeur voor huren: grootste deel wil een huur onder de sociale huurgrens Voor het merendeel van de thuiswonende jongeren die (bij voorkeur) willen gaan huren, is een huur tot de sociale huurgrens (€752; 2021) het bedrag dat zij maximaal bereid zijn te betalen (zie figuur 3.3). Jongeren die op kamers willen wonen of willen woningdelen hebben vaker een lagere toekomstige huurprijs voor ogen dan jongeren die zelfstandig willen gaan huren. Onder jongeren die op kamers gaan of willen woningdelen is 95% bereid om maximaal een huur tot de sociale huurgrens te betalen: 23% wil maximaal €443 aan huur betalen, 63% denkt aan een huur tussen de €443 en €679 en 9% denkt aan het hoogste sociale huursegment (€680-€752). Bij de groep die een zelfstandige woning wil huren, is 79% bereid om maximaal een huur tot de sociale huurgrens te betalen: 10% wil niet meer dan €443 aan huur betalen, vervolgens denkt 43% aan een huur tussen de €443 en €679 en ongeveer een kwart aan een huur tussen €680 en €752. Van degenen die bereid zijn een huur boven de sociale huurgrens te betalen, denkt het overgrote deel aan een bedrag dat onder middenhuur valt (tot €1.053). Deze bedragen liggen veel lager dan de gemiddelde huren die uitwonende jongeren betalen (zie paragraaf 1.1).
22
Figuur 3.3 Gewenste woonvorm van thuiswonende jongeren (18-34 jaar) die binnen twee jaar uit huis willen naar maximale huurprijs, 2021 (%)
kamer huren of woningdelen
23
zelfstandige woning, bij voorkeur huren
72
10
4 2
69
19
2
% 0
20 tot 443 euro
40 443-752 euro
60
80
752-1053 euro
100
meer dan 1053 euro
bron: WiMRA 2021
Voorkeur voor koopprijs ligt vaak tussen de €188.000 en €296.000 Ruim de helft (54%) van de jongeren die als starter zelfstandig in een koopwoning willen gaan wonen, denkt aan een maximale koopprijs van €296.000. Voor een tiende zou de prijs echter niet hoger dan €188.000 mogen zijn. Dat lijkt een relatief klein deel van deze groep starters. In deze groep zou je verwachten dat een groter deel een maximale koopprijs van €188.000 in gedachten heeft. Een koopprijs van €188.000 paste in 2021 bij een bruto jaarinkomen van €40.024. Aannemelijk is dat men bij het beantwoorden van deze vraag in het achterhoofd heeft gehouden dat het aanbod aan woningen onder de twee ton in de gemeente Amsterdam zeer beperkt is. Onder degenen die alleen willen gaan wonen ligt het aandeel dat aan een maximale koopprijs van €188.000 denkt hoger dan onder de groep die met partner/kinderen wil gaan samenwonen (19% versus 7%). Een koopwoning tussen de €296.000 en €438.000 is voor 36% van de jongeren die willen gaan kopen het beoogde budget en 10% denkt aan een woning van minstens €438.000. Figuur 3.4 Gewenste woonvorm van thuiswonende jongeren (18-34 jaar) die binnen twee jaar uit huis willen naar maximale koopprijs, 2021 (%)
zelfstandige woning, bij voorkeur kopen
10
44
36
10
%
0 tot 188.000 euro
20 188.000-296.000 euro
40
60 296.000-438.000 euro
80
100
meer dan 438.000
bron: WiMRA 2021
23
3.2 De woonwensen van uitwonende jongeren in een onzekere woonsituatie Deze paragraaf gaat over de uitwonende jongeren die een onzekere woonsituatie hebben. Zij hebben een tijdelijk huurcontract en/of zijn woningdeler. Het gaat om jongeren die in Amsterdam of Weesp wonen en daar ook willen wonen als zij verhuizen. Van de uitwonende jongeren wonen vier van de tien in een onzekere woonsituatie. De helft van de jongeren in een onzekere woonsituatie woont niet langer dan een jaar in de huidige woning. Nagenoeg alle jongeren (99%) willen zeker dan wel misschien binnen twee jaar verhuizen. Ruim de helft (54%) van de jongeren in een onzekere woonsituatie denkt binnen twee jaar te moeten verhuizen, onder studenten is dit aandeel hoger dan onder niet-studenten (62% versus 50%). Ongeveer zes van de tien jongeren in een onzekere woonsituatie zijn in de afgelopen twee jaar op zoek geweest naar een woning. Naast groter willen wonen, is de tijdelijk woonsituatie de meest genoemde verhuisreden De meeste genoemde verhuisreden onder jongeren in een onzekere woonsituatie is dat men groter wil wonen, 45% noemt deze reden. Ook in het algemeen onder Amsterdammers die in Amsterdam willen wonen, is dit de vaakst genoemde verhuisreden. Daarnaast noemen de jongeren vaak dat zij hun woning uit moeten en dat zij mooier of beter willen wonen, beide redenen worden door 36% van de jongeren genoemd.
Voor de 30% is onvrede over de buitenruimte een verhuisreden en willen kopen in plaats van huren is voor 29% van de jongeren een verhuisreden. Voor 20% is de woning te duur en 18% wil zelfstandig gaan wonen. Andere verhuisreden worden wat minder vaak genoemd. Figuur 3.5 Twaalf meest genoemde verhuisredenen van jongeren (18-34 jaar) in een onzekere woonsituatie, 2021 (%) 45 44
groter wonen
moet mijn woning uit mooier/beter wonen
geen/ te kleine tuin of balkon
woning is te duur
omstandigheden in het huishouden slechte kwaliteit woning
dichter bij groen wonen dichter bij werk of studie wonen
buurt bevalt niet (meer)
kopen i.p.v. huren
36 34 30
mooier/beter wonen moet mijn woning uit
24 29
kopen i.p.v. huren
zelfstandig wonen
36
9
13
19 20
woning is te duur
21 17 19 15 19 14 11 12 9 10 7 13 6 14 geen student
17 13 11 13 9 11 9 3 9 9
omstandigheden in het huishouden
jongeren totaal Amsterdam/Weesp
37 33 30 30 30
wil zelfstandig wonen
slechte kwaliteit woning dichter bij groen wonen wil dichter bij werk of studie wonen %
38
11
heb geen/te kleine tuin of balkon
18
5
47 42
groter wonen
buurt bevalt niet (meer)
46
%
student (mbo/hbo/wo)
bron: WiMRA 2021
24
Binnen deze groep jongeren zijn er tussen studenten die een mbo/hbo/wo-opleiding volgen en niet-studenten wel duidelijke verschillen in de verhuiswensen. Zo is onder studenten de meest genoemde verhuisreden (46%) dat men moet verhuizen, voor niet-studenten is dit dat men groter wil wonen (47%). Studenten willen vaker verhuizen omdat de buurt niet bevalt of omdat ze dichter bij hun studie/werk willen wonen, al zijn dit ook bij studenten niet hun meest genoemde verhuisredenen. Niet-studenten willen relatief vaak een woning kopen (38%). Zij geven vaker dan studenten als verhuisreden dat de woning te duur is, dat ze zelfstandig willen gaan wonen en omstandigheden in het huishouden. Zes van de tien willen graag kopen De onzeker wonende jongeren willen vaker kopen dan huren. Zes van de tien onzeker wonende jongeren geeft de voorkeur aan een koopwoning. De voorkeur gaat vooral naar middeldure koop en dure koop. Dertien procent van de jongeren in een onzekere woonsituatie zoekt een betaalbare koopwoning, tot €296.000. Degenen die willen huren zijn vaak op zoek naar een sociale huurwoning (21%). Rond een tiende wenst middeldure huur en een vergelijkbaar deel denkt aan dure huur. Figuur 3.6 Gewenst segment van jongeren (18-34 jaar) in een onzekere woonsituatie, 2021 (%)
21
9
10
13
26
21
% 0
20
40
60
80
100
sociale huur, tot en met €752
middeldure huur, €752-€1.053
dure huur, meer dan €1.053
betaalbare koop, tot €296.000
dure koop €296.000 - €438.000
duurste koop, hoger dan €438.000
bron: WiMRA 2021
De voorkeur voor huren of kopen verschilt per leeftijd van de jongere. De 18-22-jarigen willen overwegend gaan huren, en dan vooral een sociale huurwoning (figuur 3.7). Met het stijgen van de leeftijd gaat de voorkeur steeds meer uit naar kopen, van de 28-34-jarigen wil nog 28% huren. Ook per huishoudenstype is er een verschil in het gewenste woonsegment, maar alleen onder eenoudergezinnen is de voorkeur voor huren sterker dan voor kopen (72% versus 28%). Onder stellen zonder kinderen is de voorkeur voor kopen het sterkst (76%). Een groot deel van de jongeren heeft een koopwoning voor ogen, maar de overstap van huur naar koop blijkt in de praktijk vaak lastig te maken, in ieder geval voor jongeren die huren met een tijdelijk jongerencontract. Uit een evaluatie van deze jongerencontracten blijkt dat slechts 5% van de jongeren die uitgestroomd is uit een woning met een jongerencontract een koopwoning betrok.5
5 RIGO (2022). Evaluatie jongerencontract Amsterdam Onderzoek naar de werking en beleving.
https://www.rigo.nl/wp-content/uploads/2022/06/Evaluatie-jongerencontract_20220330.pdf
25
Figuur 3.7 Gewenst segment naar huishoudenstype en leeftijd van jongeren (18-34 jaar) in een onzekere woonsituatie, 2021 (%) alleenwonend
25
11 9
16
27
13
18-22 jaar stel zonder kind 4 4 15 7 eenoudergezin
27
11 5
stel met kinderen
28
7 7 10 7
overig
24
13 7
39
40
60
20
16
14 5 4 14
43
61
0
48
23
23-27 jaar
24
11 10 12
28-34 jaar
13 6 9
16
27
17
40
17
80
30
26
%
% 0
100
20
40
60
80
100
sociale huur, tot en met €752
middeldure huur, €752-€1.053
dure huur, meer dan €1.053
betaalbare koop, tot €296.000
dure koop, €296.000 - €438.000
duurste koop, hoger dan €438.000
bron: WiMRA 2021
Meergezinswoning het meest gewild Het grootste deel van jongeren in een onzekere woonsituatie wil in een meergezinswoning wonen (50%), een beperkt deel wenst een eengezinswoning (9%) en daarnaast oriënteert 41% zich op beide woningtypen. Binnen de groep zijn er echter verschillen. De 28-34-jarigen denken wat vaker aan een eengezinswoning (12%) en hoe hoger het inkomen, hoe vaker men aangeeft naar een eengezinswoning te willen verhuizen. Toch is de meergezinswoning onder de verschillende groepen populairder dan de eengezinswoning. Figuur 3.8 Gewenst woningtype naar leeftijd en inkomensklasse van jongeren (18-34 jaar) in een onzekere woonsituatie, 2021 (%) 70
52
18-22 jaar 5
tot €40.024 5 25
43
53
23-27 jaar
58
7
€40.024-€60.036
40
12 30
42
28-34 jaar
42
12
45
meergezinwoning
meer dan €60.036 %
eengezinswoning
14 44
%
eengezins en meergezins
bron: WiMRA 2021
Grootste deel zoekt woonoppervlak tussen 40 en 60 m2 of tussen 60 en 80 m2 Hoe groot de gewenste woning moet zijn, verschilt. Het vaakst wensen de jongvolwassenen tussen de 40 en 60 m2 en tussen de 60 en 80 m2. Beide woonoppervlakten worden door 31% van de jongeren genoemd. Rond een kwart geeft de voorkeur aan een woning van meer dan 80 26
vierkante meter. Een kleiner deel, 12%, wenst een woning tot 40 m2. Onder de jongste groep is dit woonoppervlak populairder dan onder de oudere jongvolwassenen (zie figuur 3.9). Van de jongeren die zich richten op een sociale huurwoning denkt 29% aan een woning tot 40 m2, maar een groter deel (37%) wil een sociale huurwoning tussen de 40 en 60 m2. Onder de jongvolwassenen die zich oriënteren op een middeldure huurwoning wenst de helft een woninggrootte tussen de 40 en 60 m2. Degenen die naar dure huur op zoek zijn wensen vaak een groter oppervlak, vier van de tien denken aan een woning tussen de 60 en 80 m2. Jongvolwassenen die een woning willen kopen, zijn ook vaker op zoek naar een woning van meer dan 60 m2. Bij de groep die zich op betaalbare koop richt, wil ruim de helft meer dan 60 m2. Bij geïnteresseerden in de duurste koopklasse richt de helft zich op een woning van meer dan 80 m2. Twee derde van de jongeren die zich enkel op een eengezinswoning oriënteert, denkt aan een woning van meer dan 60 m2. De jongeren die zowel op meergezins- als eengezinswoningen gericht zijn, lijken vooral op zoek naar een grote woning: 72% hiervan wil een woning van meer dan 80 m2.
Figuur 3.9 Gewenst woonoppervlak naar leeftijd, gewenst woonsegment en gewenst woningtype van jongeren (18-34 jaar) in een onzekere woonsituatie, 2021 (%) totaal
12
18-22 jaar 23-27 jaar 28-34 jaar
13
31 31
6
20 23 16
35
36
30 13
5
35
27
28
33
23
37 21
31 30
27
20 80-100 m2
10 15 20
40
18 7
11 9
40
11
100-120 m2
1 4 1 10 3
19
37
2
9
13
50
6
7
16
35
27
0 60-80 m2
16 31
27 29
eengezinswoning meergezinwoning eengezins of meergezins
40-60 m2
26
12
betaalbare koop, tot €296.000 dure koop €296.000 - €438.000 duurste koop, hoger dan €438.000
16
36
6
sociale huur (tot en met €752) middeldure huur (€752-€1.053) dure huur (meer dan €1.053)
tot 40 m2
31
3 4 2 7 3 5 2 7 1 4
9 2 10 3 10 4 2 %
40
60
80
120 -160 m2
160-200 m2
200 m2 of groter
100
bron: WiMRA 2021
Eenkamerwoning niet populair; ruim negen op tien zoeken 2 of meer kamers De meeste jongvolwassenen zijn op zoek naar een twee- of driekamer woning (figuur 3.10). Niet verrassend hangt het gewenste aantal kamers positief samen met het gewenste woonoppervlak. Eenkamerwoningen zijn onder een beperkt deel van de jongeren gewild (9%). Bij degenen die zich richten op een woonoppervlak tot 40 m2 is de eenkamerwoning populairder maar ook hier wil meer dan de helft (55%) graag een woning met meer dan één kamer.
27
Figuur 3.10 Gewenst aantal kamers naar gewenst woonoppervlak van jongeren (18-34 jaar) in een onzekere woonsituatie, 2021 (%)
100
% 1
3
11
33
80
3 kamers
53
52
60
42
61
40
2 kamers 53
56
1 kamer 40
45
20
4 of meer kamers
14 32
35
28 14
9
0
tot 40 m2
40-60 m2
60-80 m2
80-100 m2
7
8
meer dan 100 m2
totaal
bron: WiMRA 2021
Drie op de tien willen in de eigen buurt blijven wonen Drie op tien jongvolwassenen in een onzekere woonsituatie willen in de eigen buurt blijven wonen, 19% wil naar een andere buurt binnen het stadsdeel en 23% wil naar een ander stadsdeel verhuizen. Een deel, 28%, heeft geen voorkeurslocatie voor de toekomstige woning. In Centrum en Zuid zijn jongeren het vaakst aan hun buurt verknocht. In Zuidoost en Nieuw-West is dit het minst vaak het geval; jongeren die hier wonen willen juist vaak naar een ander stadsdeel toe verhuizen binnen Amsterdam. Figuur 3.11 Waar willen jongeren (18-34 jaar) in een onzekere woonsituatie bij voorkeur naartoe verhuizen* 2021 (%) %
100 wil weg uit Amsterdam
20
80
60
28
16
30
22
39
17
40
33
27
12
17
24 34
21 20
16
20
37
NieuwWest
23
19
bij voorkeur naar een ander stadsdeel bij voorkeur in eigen stadsdeel, andere buurt bij voorkeur in eigen buurt
13 35
32
Centrum West
41
16
22
0
heb geen voorkeur
24
19
28
Zuid
31
Oost
29
22
30
Noord Zuidoost totaal
bron: WiMRA 2021 *uitsplitsing naar Weesp is niet mogelijk omdat het aantal respondenten daarvoor te laag is.
28
Grootstedelijk woonmilieu populair onder jongeren, maar andere stedelijke woonmilieus ook in trek Binnen de voorkeur voor Amsterdam als woonplek is er een onderscheid te maken in het type woonomgeving waarin de jongeren willen wonen. In WiMRA 2021 zijn er acht woonmilieus onderscheiden, variërend van zeer stedelijk tot ruim opgezette en groene woonmilieus. Ze staan hieronder omschreven. grootstedelijk: centrum van een grote stad met veel winkels, uitgaansgelegenheden, bedrijven en kantoren rustig stedelijk: buurt waar vooral gewoond wordt, nabij het centrum wonen-winkels-werken: buurt met vooral appartementen, dichtbij wijkwinkelcentrum gevarieerd: historisch gevarieerde laagbouwbuurt in of bij het centrum van een stad of dorp woonwijk: wijk waar vooral gewoond wordt, met voornamelijk eengezinswoningen landelijk: landelijk gebied met weinig andere woningen ruim wonen: woonomgeving met veel ruimte tussen de woningen op ruime kavels recreatief: woonomgeving met veel ruimte, tussen recreatieve voorziening als golfbaan, water of bos. De jongeren geven overwegend de voorkeur aan de vier stedelijke woonmilieus. Daarbij is het grootstedelijke woonmilieu het populairst onder jongeren die willen verhuizen, 28% wil graag in het centrum bij uitgaansgelegenheden wonen.
Het rustig stedelijke en gevarieerde woonmilieu zijn daarna het meest in trek, gevolgd door wonen-winkels-werken. Vooral 18-22-jarigeren voelen zich relatief vaak aangetrokken tot het grootstedelijke woonmilieu (44%), onder de oudere jongvolwassenen is die voorkeur minder dominant. Over het algemeen is er maar beperkte interesse in de meer ruime woonmilieus, hoewel de oudere groep hier wel wat meer in geïnteresseerd is en dan vooral in de woonwijk (9%). De woonmilieuvoorkeuren lopen uiteen als we kijken naar het gewenste woonsegment. Bij de jongvolwassenen die een sociale huurwoning willen, is de voorkeur heel divers. Degenen die een hogere huur in gedachten hebben, willen relatief vaak graag grootstedelijk wonen. Onder jongeren die willen kopen is het patroon minder uitgesproken. Wel is de groep met het grootste budget relatief het vaakst geïnteresseerd in ruim wonen. Figuur 3.12 Voorkeur voor woonmilieu van jongeren (18-34 jaar) in een onzekere woonsituatie, 2021 (%) 18-22 jaar
44
23-27 jaar
22
28
28-34 jaar
18
23
totaal
21
17
28
13
102 2
24
23 18
15
22 21
4 221
9
22
0 5 1
6
1 3 2 %
0
20
40
60
80
100
grootstedelijk
wonen-winkels-werken
gevarieerd
rustig stedelijk
woonwijk
landelijk
ruim wonen
recreatief
bron: WiMRA 2021
29
Figuur 3.13 Voorkeur voor woonmilieu per gewenst woonsegment van jongeren (18-34 jaar) in een onzekere woonsituatie, 2021 (%)
betaalbare koop, tot €296.000
19
18
dure koop €296.000 - €438.000
29
duurste koop, hoger dan €438.000
27
sociale huur (tot en met €752)
24
middeldure huur (€752-€1.053)
26 15
22
10
25 23
dure huur (meer dan €1.053)
20
41 0
20
23
6
19
8
21 17
60
41
4 2 6
25 15
40
7 12
25 18
35
26
3 22 3
18 80
grootstedelijk
wonen-winkels-werken
gevarieerd
rustig stedelijk
woonwijk
landelijk
ruim wonen
recreatief
22
%
100
bron: WiMRA 2021
Woonvorm De WiMRA-data geven beperkt inzicht in de woonwensen van de onzeker wonende jongeren wat betreft de woonvorm die zij nastreven na verhuizing. Er is geen data over of men gemeenschappelijke voorzieningen wenst of bijvoorbeeld een gemeubileerde woning wenst. Ook is niet bekend in welke huishoudenssamenstelling men wil gaan wonen en of dat zelfstandig of onzelfstandig zal zijn.
30
4 Omvang woningbehoefte jongeren
In dit hoofdstuk komt de geschatte woningbehoefte van Amsterdamse jongeren aan bod. De schatting is op basis van een combinatie van CBS-microdata en WiMRA-data. 6.500 jongeren die uit huis willen, vallen niet onder doelgroep voor studentenhuisvesting Uit paragraaf 3.1 bleek dat 6% van de huishoudens een inwonend kind heeft dat op zichzelf wil gaan wonen in 2021. Vijf procent valt in de leeftijdsgroep 18-34 jaar. Omgerekend gaat het om 20.400 huishoudens. Daarmee komt het geschatte aantal thuiswonende woningzoekenden op minimaal 20.400 (gezinnen met meerdere thuiswonende kinderen die het huis uit willen worden maar één keer geteld). Van deze thuiswonende kinderen zoekt tweederde deel een zelfstandige woning (67%), de overige jongeren zoeken een kamer of willen een woning delen. En van de jongeren die een zelfstandige woning zoeken, zoekt 83% een woning in Amsterdam/Weesp. Het aantal thuiswonende jongeren dat een zelfstandige woning zoekt in Amsterdam/Weesp komt daarmee uit op naar schatting 11.400. Bijna de helft (43%) van deze jongeren studeert, 57% werkt of heeft een andere voornaamste bezigheid. Van deze thuiswonende woningzoekende jongeren komt daarmee 4.900 in aanmerking voor studentenhuisvesting, voor de overige 6.500 geldt dit niet.
Ongeveer 48.000 jongeren in een onzekere woonsituatie weer op zoek naar woonruimte in de stad Amsterdam telt 228.000 uitwonende jongeren, verdeeld over ongeveer 170.000 huishoudens. Van de jonge huishoudens woont 39% in een onzekere woonsituatie. Dat zijn er in absolute aantallen naar schatting 66.700. Nagenoeg iedereen (93%; 61.700) wil binnen twee jaar verhuizen. Zoals in paragraaf 2.2 bleek is het tijdelijke huurcontract een belangrijke reden hiervoor. De meesten willen in Amsterdam blijven (77%). Het totaal aantal uitwonende jongeren in een onzekere woonsituatie die op zoek zijn naar een woning in Amsterdam komt daarmee uit op 47.800.
Figuur 4.1 Schatting aantal Amsterdamse woningzoekende jongeren (18-34 jaar), 2021
11.400
47.800
thuiswonende woningzoekenden
uitwonenden in een onzekere woonsituatie
4.900
6.500
doelgroep studentenwoning
geen doelgroep studentenwoning
31
5 Aanwezigheid en beschikbaarheid van betaalbaar aanbod voor jongeren
Voor de analyse over de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen voor jongeren houden we de betaalbaarheidsgrenzen uit ‘Wonen in Amsterdam 2021’ aan (zie tabel 5.1). Jongeren met een inkomen tot €40.024 hebben een inkomen dat passend is voor sociale huur en kunnen een hypotheek financieren tot €188.000 (in 2021; met de huidige gestegen rentes ligt dit bedrag lager). Voor jongeren met een inkomen tussen de €40.024 en €60.036 is huur tussen de €752 en €1053 en koop tot €296.000 betaalbaar. De groep jongeren met een inkomen boven de €60.036 is klein en wordt verder in deze analyse buiten beschouwing gelaten. Voor het betaalbare aanbod in de koopsector wordt gekeken naar de verkoopprijzen van verkochte woningen op basis van het kadaster. Voor het aanbod in de corporatiesector wordt gekeken naar de beschikbare gegevens over de verhuringen. Het aanbod aan particuliere huur wordt geschat met behulp van de enquête ‘Wonen in Amsterdam’. Tabel 5.1 Woonsegmenten koop en huur en bijbehorende inkomensgroepen, 2021
Segment
€ kale huur per maand
WOZ waarde koop
bruto hypotheek /maand
doelgroep tot huurtoeslaggrens 1
tot €633
tot €98.000
tot €311
doelgroep tot huurtoeslaggrens 2
€633€679
€98.000€147.000
€679 €752
€ netto/ maand
inkomensgroep (€ bruto per jaar)
tot €1701
€311 - €466
lage inkomens tot huurtoeslaggrens 1 €23.725 groep 1 lage inkomens tot huurtoeslaggrens 2 (€23.725 - €32.200) groep 1
€147.000€188.000
€466 - €596
lage inkomens huurtoeslaggrens tot €40.024 groep 2
€2089 €2502
€752
€ 209.000
€596 - €663
lage middeninkomens: €40.024 tot €44.655
groep 3
€2502 €2767
middelduur 1
€752 €940
€209.000€237.000
€663 - €751
lage middeninkomens: €44.655 tot €50.030
groep 4
€2767€2994
middelduur 2
€940 €1053
€237.000 €296.000
€751 - €938
middeninkomens: €50.030 tot €60.036
groep 5
€2994€3419
duur 1
€1053 €1400
€296.000 €438.000
hoge inkomens: €60.036 tot €938 - €1389 €80.048 groep 6
duur 2
vanaf €1400
vanaf €438.000
vanaf €1389
bereikbaar grens boven trendmatige huurverhoging sociale huur
hoogste inkomens: €80.048 en meer groep 7
€1701 €2089
€3419 €4206 €4206 en meer
De inkomensgrens voor de huurtoeslag is voor eenpersoonshuishoudens €23.725 (huurtoeslaggrens 1) en voor meerpersoonshuishoudens €32.200 (huurtoeslaggrens 2). De door de Europese Unie en de rijksoverheid sinds 2011 gehanteerde inkomensgrens ligt in 2021 op €40.024. Van de vrijkomende gereguleerde huurwoningen van corporaties moet 90% worden