2023 06 13 Rapport Duisenberg onderzoek ruimtelijke kwaliteit
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam
Jaarverslag 2022 Methode Duisenberg Commissie Ruimtelijke Ordening Onderwerp: Bewaken ruimtelijke kwaliteit
Rapport 13 juni 2023
Rapporteurs: Jennifer Bloemberg-Issa Mohamed Belkasmi
|1
Inhoud INTRO Methode Duisenberg en rol van de raad Context ‘Ruimtelijke kwaliteit in Ruimtelijke Ordening’ VRAGEN DUISENBERG 1. Wat is de beschikbaarheid en kwaliteit van de informatie? 2. Wat is het beeld van het beleidsterrein op hoofdlijnen/ welke ontwikkelingen zijn er geweest in 2022? 3. Welke doelen zijn vooropgesteld, welke behaald in 2022? 4. Welke activiteiten zijn uitgevoerd in 2022? 5. Wat heeft het gekost? 6. Wat is het oordeel over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid? 7. Welke conclusies en aanbevelingen heeft de commissie aan de wethouder/ college/ raad? BIJLAGES |2
INTRO -
Methode Duisenberg Context bewaken ruimtelijke kwaliteit
METHODE DUISENBERG Aanbeveling uit 2016
Aanbevelingen aan de gemeenteraad van Amsterdam, 7 maart 2016, uit de Enquête financiële functie Amsterdam 2002-2014
De rapporteurs van de methode Duisenberg van de raadscommissie RO worden ondersteund door onderzoekers van Policy Research Corporation.
|4
METHODE EN WERKWIJZE Methode Duisenberg
◼ Opdracht: beoordelen van de begroting
en de verantwoording namens de gemeenteraad. ◼ Werkwijze: hierbij mag alles worden betrokken: lokale rekenkamers, beleidsdoorlichtingen, benchmarks, wetenschappelijke rapporten, andere externe rapportages, EU/OECD rapporten etc. ◼ Uitkomst: technische conclusies, op basis hiervan kan het politieke debat op inhoud gevoerd worden. ◼ Doelstelling methode: een betere invulling van de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad
|5
MANIER VAN KIJKEN
4
1 Doelen
Activiteiten
Middelen
2
3 Indicatoren en streefwaarden
|6
Keuze Onderwerp Methode Duisenberg Vertrekpunt onderzoek: risico benoemd in Programma 9.4 Ruimtelijke Ordening in jaarverslag bladzijde 186
Worden de doelstellingen ten aanzien van integrale kwaliteit van de stad behaald (bij voorkeur opgesplitst naar stadsdelen), welke inspanningen worden hiertoe geleverd, welke afwegingen worden er (bestuurlijk) gemaakt en is bovenstaande te controleren door raadsleden? |7
Scope afbakening onderzoek: Bewaken integrale kwaliteit - Vanuit het jaarverslag kan de koppeling worden gemaakt met Doelstelling 9.4.1: Amsterdam geeft ruimtelijke voorwaarden voor nieuwe woon, werk en leefmilieus om demografische en economische groei mogelijk te maken en de 4 daarbijhorende activiteiten uit de doelenboom. - Sinds 2018 zijn Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen vooropgesteld bij nieuwe ontwikkelingen. De scope van dit onderzoek zal worden beperkt tot 2 van de 8 benoemde domeinen: groen en sport. - Over beide normen bestaan zorgen of deze worden behaald; - De onderwerpen zijn actueel want in 2023 komt de Raad een voorstel toe over herziene en gecombineerde normen t.a.v. Sport, Groen en Spelen (aangekondigd in Coalitie akkoord); - De overige 6 maatschappelijke domeinen zijn hetzij wettelijk gecoverd (Onderwijs), hetzij onvoldoende belicht in het Jaarverslag (Kunst, Jeugd, Zorg, Basisvoorzieningen, WPI)
|8
Alle G4-gemeenten hebben tussen 2018 en 2022 referentienormen opgesteld in verband met woningbouwopgave
Wat valt op: • • • • • • • •
G4-gemeenten hebben allen referentienormen of –waarden. Amsterdam was van G4 de eerste • Utrecht verwijst naar Amsterdamse referentienormen, bv. inzake cultuur Alle gemeenten noemen verdichtende stad, financiering en vele ambities als opgaven Domeinen zijn grofweg hetzelfde binnen alle gemeenten (onderwijs, zorg, welzijn, cultuur, sport, buitenspelen en –sporten) • Den Haag en Amsterdam noemen groen als aparte norm In alle gemeenten hebben normen richtlijnkarakter Functiemenging wordt door Den Haag, Utrecht en Amsterdam aangegeven als instrument om efficiënt ruimte te gebruiken Rotterdam voegt na een jaar nieuwe referentiewaarden toe Den Haag zou gebruik normen na 2 jaar evalueren (jan 2021), maar evaluatie is nog niet beschikbaar Den Haag, Rotterdam en Utrecht noemen Omgevingswet i.r.t. referentienormen
|9
Vraag 1 Wat is de beschikbaarheid en kwaliteit van de informatie?
Chronologisch overzicht beleidsdocumenten en monitoring 2021: Omgevingsvisie Amsterdam 2050
2011: Structuurvisie 2040: Amsterdam economisch sterk en duurzaam
2020: Groenvisie Amsterdam 2050 Uitwerking Herziening in “Ontwikkelstrategie 2035”
2016: Koers 2025: Ruimte voor de Stad (5.000 woningen per jaar) Uitwerkingen
2016: Sportvisie Amsterdam 2025 Herziening voorzien,, in het bijzonder groen / sport normen
2018: Amsterdamse referentienormen maatschappelijke voorzienigen 2019: Strategisch Huisvestingsplan Sport
2020: Strategisch Huisvestingsplan Bovenwijks groen Herziening in 2023/2024
2017: Vernieuwd Plaberum (plan- en besluitvormingsproces ruimtelijke maatregelen) Overzicht evaluatie en monitoring
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Ruimte voor de Stad
ja
ja
ja
ja
Nee
Nee
Nee
Woningbouwrapportages
Ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
Ja
Ja
Ja
Sportmonitor Monitor Omgevingsvisie
Aangekondigd
Monitor Groen
Aangekondigd
Evaluatie SHVP 2023-2027
Aangekondigd
| 11
Sleuteldocumenten (1/5) Structuurvisie 2040 Amsterdam economisch Sterk en duurzaam
2011
- Dit document bevat de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam. Doelstelling: “Amsterdam ontwikkelt zich verder als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool.” (blz. 8) - Onderdelen van de plannen zijn: bouwen in bestaande stad, verbetering OV, verbeteren kwaliteit openbare ruimte, intensiveren gebruik groen en water, aanpassen aan klimaatverandering, duurzame energieopwekking. - Over de maatschappelijke voorzieningen staat het volgende: “Bij de fasering van de uit de Structuurvisie voortvloeiende projecten en programma’s – en de precisering daarvan in de Stedelijke Investeringsagenda (…) – zijn de volgende overwegingen van belang: (…) Samenhang gebiedsontwikkelingen en (bestaande of nog aan te leggen) infrastructuur en andere aspecten zoals groen, sociaalmaatschappelijke voorzieningen etc.” (blz. 161)
Koers 2025: Ruimte voor de stad
2016
Dit document is een uitwerking van de structuurvisie Amsterdam 2040. Tot 2025 wil het college 50.000 woningen bouwen binnen de stadsgrenzen (5.000 per jaar). Veel woningbouwontwikkelingen gebeuren op een van de 17 grote ontwikkellocaties. Deze locaties worden ‘bouwstenen’ genoemd.
| 12
Sleuteldocumenten (2/5) Visie openbare ruimte 2025
2017
- Deze visie is bedoeld om regie te voeren op gebruik van openbare ruimte in de hele stad, geldt als uitwerking van de structuurvisie 2040. De uitwerking en concrete toepassing van de Visie Openbare Ruimte vindt plaats in projecten en stedelijke uitvoeringsprogramma’s.” - Bij ontwikkeling van nieuwe gebieden gelden de volgende principes: - In en rondom nieuwe stadsbuurten is stedelijke openbare ruimte toegevoegd of geactiveerd; - Bomen zijn gezond; - Groen is ingericht voor intensief gebruik; - Water is toegankelijk voor gebruik; - Semi-openbare ruimtes zijn zichtbaar openbaar. - We geven sturing door te kiezen voor levendigheid of rust.
Vaststelling Amsterdamse Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen
2018
In dit document worden referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen neergelegd. Deze worden gebruikt bij stedelijke ontwikkelingen. • De referentienormen zijn volgens het document dynamisch en worden regelmatig geëvalueerd in de voortgangsrapportages Ruimte voor de stad. Kleine wijzigingen worden tussentijds doorgevoerd. Grote wijzigingen worden ter besluitvorming aan het college aangeboden (blz. 14) • Richtlijn, geen echte norm • De genoemde voorzieningen zijn: primair en voortgezet onderwijs, jeugd en zorgvoorzieningen, basisvoorzieningen, kunst en cultuur, groen spelen en | 13 recreatie en sport.
Sleuteldocumenten (3/5) Ruimte voor de stad voortgangsrapportage 2018
2019
- De voortgangsrapportage Ruimte voor de Stad 2018 rapporteert over de voortgang van het programma Ruimte voor de Stad in 2018. - Benoemd wordt dat de sportnorm in veel projecten niet gehaald kan worden. - Als resultaat van de vaststelling van referentienormen in 2018 wordt het volgende benoemd (blz. 32): - "Referentienormen die voorzien in voldoende en divers kwalitatief aanbod van maatschappelijke voorzieningen, groen en speelvoorzieningen - Deze voorzieningen stevig verankeren in de groeiende stad - Referentienormen zijn als richtlijn onderdeel van het planvormingsproces van gebiedsontwikkeling (Plaberum).”
Ruimte voor de stad werkprogramma
2019
In het werkprogramma staan een aantal praktische ambities voor de komende periode. Een ambitie is het afronden van een hoofdstuk groennormen. Het doel is het bieden van concrete handvatten voor ontwerpers om de referentienormen maatschappelijke voorzieningen groen en spelen te realiseren. Dit moet via een handboek maatschappelijke voorzieningen
Strategisch Huisvestingsplan Sport 2019 2020 – 2023
Het Strategisch huisvestingsplan Sport (SHP-Sport) geeft een overzicht van investeringen in sportaccommodaties voor de periode van 2020-2023. In het plan staat wat nodig is om onze sportinfrastructuur mee te ontwikkelen met de groei van de stad. Doel van voorgestelde investeringen is het behalen van de sportnorm. | 14
Sleuteldocumenten (4/5) Strategisch huisvestingsplan (SHP) Bovenwijks Groen 2021 – 2025
2020
Bovenwijks groen is een groengebied dat van betekenis is voor meerdere buurten/ wijken. • Vanuit het SHP Bovenwijks Groen wordt geïnvesteerd in het toevoegen van bovenwijks groen in Amsterdam. Hiervoor zijn tijdige planvorming en het reserveren van middelen nodig. • Wanneer binnen een gebiedsontwikkeling onvoldoende groen wordt gerealiseerd, kan dit worden gecompenseerd door vanuit de grondexploitatie een financiële bijdrage te doen aan een investering in Bovenwijks groen. Op deze manier wordt zoveel mogelijk Bovenwijks groen gecreëerd. Investeringen louter vanuit het SHP (zonder externe financiering zoals die vanuit de grondexploitatie) gebeuren alleen wanneer op deze manier niet voldoende groen wordt gerealiseerd. • De werkwijze waarin zoveel mogelijk andere financieringsbronnen worden ingezet voordat vanuit het SHP wordt geïnvesteerd, zorgt ervoor dat zoveel mogelijk bovenwijks groen wordt toegevoegd.
Groenvisie 2020 – 2050: een leefbare stad voor mens en dier
2020
In de groenvisie wordt de ambitie voor het openbare groen in de stad vastgelegd. Een van de ambities is het actualiseren van de groennormen zodat deze in lijn zijn met de ambities van de Groenvisie.
Invoering Sportmonitor
2021
Voor sportvoorzieningen bestaat Sportmonitor • Monitoring toepassing van de norm voor georganiseerde buitensport (traditionele sportverenigingen en andere (commerciële) sportaanbieders - bijv. ook urban sports) • Per stadsdeel of combinatie van stadsdelen • Invloed van te bouwen of reeds met bouw aangevangen sportvoorzieningen op sportnorm; geen 1-op-1 realisatiegegevens
| 15
Sleuteldocumenten (5/5) Omgevingsvisie 2050: een menselijke metropool
2021
De omgevingsvisie is een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad, die elke gemeente moet opstellen in het kader van de Omgevingswet die in januari 2024 zal in gaan. - De omgevingsvisie vormt voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam tot 2050 de leidraad voor de inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving - De visie kent vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroenen en samen stadmaken. - Iedere twee jaar moet er een monitor omgevingsvisie verschijnen op basis waarvan de visie eventueel een update kan krijgen. Het is evenwel niet de bedoeling om de visie elke twee jaar volledig te veranderen. De hoofdlijnen moeten voor een periode van 10 jaar houvast bieden.
Brieven Sportraad
2019 - 2022
De Sportraad constateert tussen januari 2019 en januari 2022 ten minste zeven keer dat voor de realisatie van sportruimte: - Naar nieuw te ontwikkelen locaties buiten plangebied wordt verwezen - Naar reeds bestaande sportparken in nabije omgeving wordt verwezen (waarbij geen rekening wordt gehouden met huidige bezetting of in verschillende plannen naar dezelfde locatie wordt verwezen) - Naar het verbouwen van ‘groen’-gebieden wordt verwezen - Naar gebieden buiten de stad wordt verwezen
| 16
Antwoord vraag 1: Wat is de beschikbaarheid en de kwaliteit van de informatie voor de raad -
Meest relevante document met concrete referentienormen dateert van 2018 en werd nog niet tussentijds bijgestuurd, ook al werd dit wel aangekondigd
-
Voortgangsrapportages (Ruimte voor de stad en woningbouwrapportages) richten zich vooral gerealiseerde woningen en op handen zijnde projecten. Bij vaststelling van de referentienormen werden tussentijdse evaluaties over de referentienormen aangekondigd in deze voortgangsrapportages, maar deze belofte is niet opgevolgd. In de voortgangsrapportage 2019 is weliswaar gemeld dat evaluaties zijn gebeurd, maar uitkomsten hiervan konden bij navraag i.k.h.v. dit Duisenbergonderzoek niet worden aangeleverd.
-
De Raad krijgt alleen bij individuele investeringsbesluiten inzicht over het al dan niet behalen van de referentienormen; een integraal overzicht bestaat niet
-
Er zijn vooral beleidsdocumenten beschikbaar op dit domein (vooruitblik: wat willen we doen), en slechts beperkte monitoring / evaluatie (achteruitblik: wat is al dan niet geslaagd en hoe sturen we bij) -
Opvolging gebeurt naar verluidt wel binnen directie RO, maar is niet beschikbaar voor raadsleden en niet aangeleverd na aanvraag i.h.k.v. dit Duisenbergonderzoek
-
Het jaarverslag biedt wel een terugblik, maar daarin wordt niet gemonitord wat de status is van de ruimtelijke kwaliteit (eerder input ipv output kpi’s: hoeveel adviezen zijn verleend ipv hoeveel nieuwe ontwikkelingen respecteren de normen) | 17
Vraag 2 Wat is het beeld van het beleidsterrein op hoofdlijnen/ welke ontwikkelingen zijn er geweest in 2022?
Beleid Ruimtelijke Ordening blijft gericht op de groei van de stad Coalitieakkoord 2022 - 2026
Belangrijke thema's voor Ruimtelijke Ordening zijn:
Jaarverslag 2022:
• Het vaststellen van de Omgevingsvisie en de bijbehorende uitvoeringsagenda, • De groei van de stad en de bijhorende opwaartse druk op de huizenprijzen, • De ontwikkeling van de planvoorraad, • De invoering van de Omgevingswet, • Vernieuwen sport- en groennorm.
Evenwicht tussen extra woningen en kwaliteit van de maatschappelijke voorzieningen is uitdagend “Het bestrijden van de wooncrisis blijft topprioriteit” (Coalitieakkoord 2022-2026, blz. 52) Amsterdam staat voor grote woningbouwopgave → Tot 2025 voorzien in 50.000 voorzien c.q. 5.000 per jaar (Ruimte voor de stad, 2016) → Coalitieakkoord 2022-2026: 7.500 woningen per jaar (streefverhouding: 40/40/20) → Ambitie om tot 2030 70.000 woningen te realiseren (Begroting 2022, blz. 43) → “Stedelijke groei vraagt om veel meer dan alleen woningen bouwen. Het betreft een integrale opgave, waarin het één niet zonder het ander kan. Maar waarin ook concurrentie bestaat om schaarse ruimte en middelen.” (A’damse referentienormen, 2018, blz. 4)
Begroting 2022, blz. 137
Jaarverslag 2022, blz. 182
Jaarverslag 2022, blz. 16
Groei van de stad is belangrijke opgave met vele facetten (waaronder druk op maatschappelijke voorzieningen), binnen context die risico’s kent. Hierdoor staat bouw ‘complete’ stad onder druk.
Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen opgesteld in 2018 Om voldoende maatschappelijke voorzieningen in nieuwe gebieden te realiseren zijn er referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen opgesteld in 2018. Naast verantwoordelijkheid voor voorzieningen als openbaar vervoer, bereikbaarheid, afval en nuts, stelt de gemeente referentienormen op ten aanzien van maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen •
Referentienorm is vertaling van behoefte aan voorzieningen vanuit verschillende beleidsafdelingen ten aanzien van de in Koers 2025 (2016) gestelde woningbouwambitie – het bouwen van 50.000 woningen – en instrument om voldoende en divers kwalitatief aanbod van niet-woon voorzieningen te verankeren in groei van de stad: hoeveel m2 van welke voorziening nodig bij realisatie van xaantal nieuwe woningen?
•
Referentienormen zijn opgesteld voor domeinen onderwijs, jeugd, zorg, basisvoorzieningen, WPI (werk, participatie en inkomen), kunst & cultuur, groen en spelen, en sport
•
Referentienormen hebben richtlijnkarakter en zijn dynamisch van aard: “Beredeneerd, op basis van integrale afweging kan van de referentienormen worden afgeweken”
| 21
Referentienormen binnen- en buitensport zijn uitgedrukt in benodigde m2 per woning De drie types woonmilieus komen voort uit Koers 2025. • Centrum stedelijk: Buurten met stedelijke, nationale en (soms) internationale functie. Hoge mate van functiemenging en hoge dichtheid. • Gemengd stedelijk: Groter aandeel niet-woonprogramma en hogere dichtheid dan groen/blauw. • Groen/blauw: Woonbuurten met laag aandeel niet-woonprogramma. Relatief veel groen/water. Hoge en lage dichtheid kan.
Referentienorm groen en spelen en sporten in de openbare ruimte worden ook in m2/woning uitgedrukt
Voorziene ontwikkelingen binnen domein Ruimtelijke Ordening in 2023 In 2023 staat veel te gebeuren (Bron: Intern jaarprogramma Ruimtelijke ordening 2023; Vragenbeantwoording n.a.v. Duisenbergonderzoek):
Beleidsontwikkeling
Ontwikkeling normen
Monitoring beleid
- Ontwikkelstrategie 2035, in plaats van de Koers 2025: Planning van ontwikkeling nieuwe gemengde stadswijken voor komende 10-15 jaar - Tweejaarlijkse actualisatie van de Omgevingsvisie om het integrale ruimtelijke beleid actueel te houden voor zowel bestaand stedelijk gebied als nieuwe gebiedsontwikkelingen te borgen. - Referendum Beleidskader hoofdgroenstructuur: Het wordt zelfstandig beleid en niet onderdeel van een ander strategiedocument (raadsvoorstel waarschijnlijk pas in 2024).
- Actualisatie Normen voor maatschappelijke voorzieningen. Dit gebeurt op basis van onderzoek en bestuurlijke besluitvorming. - Voorbereiding en implementatie van de Omgevingswet, onder meer door vaststelling van de basisregelset en stapsgewijze samenvoeging (over meerdere jaren) van alle bestemmingsplannen, verordeningen en beleidsregels tot één omgevingsplan. - De actualisatie van het Plaberum. Deze is voorzien in 2023 of 2024. Bij navraag i.h.k.v. Duisenbergonderzoek wordt vermeld dat ‘het voor de hand ligt’ dat actuele referentienormen hierin worden opgenomen.
• Monitor Omgevingsvisie. Deze monitor wordt gepubliceerd en besproken met de raad alvorens een actualisatie van de omgevingsvisie wordt gedaan. De monitor kijkt niet letterlijk naar de realisatie van de referentienormen. Er is gekozen voor een set criteria die in bredere zin iets zeggen over de ontwikkeling van groen in de stad. • Monitor Groen (najaar 2023). Deze geeft in detail het beeld van het groen in de stad. De Monitor Omgevingsvisie baseert zich voor het onderdeel groen in belangrijke mate op de Monitor Groen.
Antwoord vraag 2: Beeld van beleidsterrein Ruimtelijke Ordening ten aanzien van Groen en Sport -
-
-
De gemeente Amsterdam heeft als beleid om jaarlijks 7.500 woningen te bouwen. Voor de komende jaren ligt de focus op het vullen van de planvoorraad in de periode na 2025 zodat ook in deze jaren 7.500 woningen jaarlijks gerealiseerd kunnen worden. Om een stad te bouwen zijn naast woningen ook maatschappelijke voorzieningen nodig. Om de realisatie hiervan te begeleiden bestaan sinds 2018 referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen bij nieuwe ontwikkelingen. - De referentienormen garanderen niet de realisatie van groen en sport, dit omdat zij geen verplichtend karakter hebben. - De referentienormen worden enkel toegepast in gebiedsontwikkelingen. Investeringen in groen in de bestaande stad worden separaat georganiseerd via bijvoorbeeld de Strategische Huisvestingsplannen. Voor alle referentienormen staat in 2023 een vernieuwing op de planning. Deze
herziening moet op het gebied van groen en sport vanaf 2026 een structurele bezuiniging opleveren en vanaf 2024 al tot besparingen gaan leiden.
Vraag 3 Welke doelen zijn vooropgesteld en behaald in 2022?
Doelstelling 9.4.1 uit doelenboom heeft geen kpi Uit begroting 2022
Uit jaarverslag 2022
| 27
Wel kpi’s gekoppeld aan de 4 onderliggende activiteiten
•
Merk op: nummer 3 ontbreekt
Op volgende sheets nader belicht | 28
Activiteit 9.4.1.1 Kaderstelling
• •
Indicatoren worden niet allemaal behaald, onder meer door start nieuwe college Vraag is wel of het aantal afgeronde verkenningen een goed beeld geeft van de mate waarin de gemeente voldoende kaders stelt
| 29
Activiteit 9.4.1.2 Integrale en kwalitatieve afweging
Indicator wordt niet behaald, er wordt geen enkel principebesluit vastgesteld in 2022 • De relevantie van de kpi wordt in de toelichting geminimaliseerd, maar er wordt geen alternatief geboden • Nochtans is het aantal principebesluiten geen indicator van kwalitatieve afweging, daarvoor zou bijvoorbeeld een verwijzing naar normen kunnen worden gebruikt | 30
Activiteit 9.4.1.4 Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
• • •
2 van de 3 indicatoren worden behaald Uit navraag is gebleken dat CRK geen toetsing doet op de groen- en sportnormen (niettegenstaande vanuit de naamgeving en kpi 3 anders kan vermoed worden), CRK is feitelijk de wettelijk verplichte Welstandscommissie. De subcommissie Integrale kwaliteit (SIRK) heeft hier ook geen taakstelling. | 31
Activiteit 9.4.1.5 Regionaal landschap rond Amsterdam
• •
Bezoekersaantallen stabiel De kpi lijkt vooral bedoeld om de relevantie van de financiële bijdrage die de gemeente aan de recreatiegebieden overmaakt (ca. € 3 miljoen) te duiden, maar is minder relevant binnen de scope van dit onderzoek | 32
Over realisatie referentienormen maatschappelijke voorzieningen is geen integraal beeld Wat is er wel: In individuele investeringsnota’s wordt aangegeven op welke manier wordt omgegaan met sport- en groennormen Monitor Maatschappelijke voorzieningen toont bestaande voorzieningen per stadsdeel inzake Onderwijs, Jeugd, Basisvoorzieningen, Sport en spelen, en Kunst en cultuur
• •
In monitor Maatschappelijke voorzieningen wordt geen link gelegd met behalen referentienormen en wordt geen realisatie Groen getoond Er bestaat dus geen monitoring die het aantal woningen relateert aan de infrastructuur (dus in het format van de referentienormen zelf: aantal m2 per woning)
Bron: https://public.tableau.com/app/profile/maatschappelijke.voorzieningen/viz/Bestaandevoorzieningen_16257339247840/Dashboard
| 33
Een monitor voor wat betreft Groen is wel aangekondigd Referentienormen worden niet genoemd in het Jaarverslag t.a.v. 3.11.3 Groen en dierenwelzijn • Wel wordt gelijke terminologie gebruikt, bijv.: “Het Strategisch Huisvestingsplan Bovenwijks Groen (SHP) is bedoeld om groene investeringen te financieren die nodig zijn om in een groeiende en verdichtende stad een kwalitatief goed woon- en leefklimaat te realiseren en te behouden.” (p. 218) Voor groenvoorzieningen werd elders geen monitoring gevonden • College werkt wel aan een monitor Groenvisie die inzicht moet geven in realisatie referentienorm Groen, deze zou eind 2022 beschikbaar zijn, maar is vooruitgeschoven naar 2023 • Groen, Sport en Spelen moet in deze monitor worden samengevoegd •
In Begroting 2023 (p. 32) Herziening groen- en sportnormen: “In 2023 wordt een voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd voor herziening van de sport- en groennormen. Deze herziening moet vanaf 2026 een structurele bezuiniging opleveren en vanaf 2024 al tot besparingen gaan leiden. De herziening geeft inzicht in de mogelijkheden om de groen- en sportnorm te actualiseren, om flexibeler met de normen om te gaan en om een gecombineerde norm voor groen, sport en spelen in de openbare ruimte in te voeren. Hierbij wordt gekeken hoe we bestaande sportaccommodaties intensiever kunnen gebruiken en hoe we rekening kunnen houden met reeds aanwezig groen in de omliggende gebieden.” | 34
Over sport kan wel integrale informatie worden gevonden (1/3) Referentienormen worden in het Jaarverslag wel genoemd t.a.v. 3.6.1 Sport • Onduidelijk in hoeverre indicator leidt tot daadwerkelijke realisatie van maatschappelijke voorzieningen conform referentienorm
•
In risico’s/maatregelen wordt sportnorm als mitigerend instrument genoemd
| 35
Over sport kan wel integrale informatie worden gevonden (2/2)
Sportmonitor toont inpassing georganiseerde buitensport per stadsdeel. Het gaat om geplande en gerealiseerde sportvoorzieningen vanaf 2019, waarbij toegevoegde m2 sport binnen plangebieden worden afgezet tegen sportnorm Per plangebied wordt de opgave in relatie tot de Sportnorm getoond Monitoringsperiode bouw- en opleveringsplannen loopt tot 2030
Bron: https://public.tableau.com/app/profile/team.mv/viz/Monitorsportnormupdate/Extrasportvoorzieningenperwindrichting
• •
Sportmonitor toont geen binnensportaccomodaties en sporten in openbare ruimte (die zijn wel onderdeel van de sportnorm) Sportmonitor toont toekomstige opgave (hoeveel m2 sportvoorzienignen moet worden gerealiseerd o.b.v. gepland aantal nieuwe woningen) maar niet of stadsdelen | 36 reeds voldoen aan Sportnorm
Over sport kan wel integrale informatie worden gevonden (3/3) Sportmonitor toont inpassing georganiseerde buitensport per stadsdeel. Het gaat om geplande en gerealiseerde sportvoorzieningen vanaf 2019, waarbij toegevoegde m2 sport binnen plangebieden worden afgezet tegen de sportnorm voor wat betreft georganiseerde buitensport Ook wordt saldo per stadsdeel getoond (toegevoegde m2 minus sportnorm)
• •
Saldo per windrichting (gepland, in m2)
2023
2026
2030
Noord
+26,5k
+30,5k
+16k
Centrum Zuid
-1k
-6,5k
+15k
Havenstad
+2,5k
+26k
+20k
Ijburg
-2,5k
+7k
+7k
Oost
+7k
+12,5
+20k
West/Nieuw-West
+9k
-10k
+40k
Zeeburgereiland
+13k
+6k
+12k
Zuidoost
-9k
+8,5k
+15k
Alle stadsdelen hebben in 2030 een positief saldo gepland Enkele stadsdelen gaan door realisatie van bijkomende woningen achteruit t.o.v. 2023 (maar respecteren wel nog steeds de norm) | 37
Bron: https://public.tableau.com/app/profile/team.mv/viz/Monitorsportnormupdate/Extrasportvoorzieningenperwindrichting
Antwoord vraag 3: Welke doelstellingen werden vooropgesteld en behaald in 2022? -
-
-
De vooropgestelde kpi’s uit de doelenboom worden slechts gedeeltelijk behaald - Wel: Aantal verkenningen en onderzoeken (gebieden), Aantal aanvraagtoetsingen welstandsvergunning, Aantal adviezen plaatsingen monumentenlijst en Bezoekersaantallen regionale landschappen rond Amsterdam - Niet: Aantal thematische verkenningen en onderzoeken (waaronder duurzame gebiedsontwikkeling, Aantal integrale adviezen en Aantal vastgestelde principebesluiten - Aan een aantal vooropgestelde kpi’s zijn geen streefwaarden gekoppeld of over prestaties zijn geen gegevens beschikbaar De geformuleerde kpi’s weerspiegelen echter niet of de ruimtelijke ontwikkelingen voldoende kwalitatief zijn Het respecteren van de referentienormen Groen en Sport is geen doelstelling die de gemeente als dusdanig formuleert: - De Referentienormen zijn in 2018 geformuleerd als richtlijn, er kan van worden afgeweken mits onderbouwing - Het al dan niet respecteren van de normen is enkel bij individuele investeringsdossiers inzichtelijk, er wordt geen overkoepelend overzicht bijgehouden Monitor Maatschappelijke Voorzieningen toont bestaande voorzieningen maar brengt deze niet in verband met het al dan niet behalen van de referentienormen De sportmonitor toont de toekomstige inpassing van sportvoorzieningen in plangebieden, waarmee een deel van de sportnorm inzichtelijk wordt gemaakt (maar niet gerelateerd aan aantal
bestaande woningen). In de doelenboom wordt enkel gerefereerd aan het opnemen van de sportnorm.
Vraag 4 Welke activiteiten zijn uitgevoerd in 2022?
Programma 9.4 wordt verzorgd door Directie Ruimte & Duurzaamheid -
Directie Ruimte & Duurzaamheid (R&D) werkt in 2022* aan 3 programma’s uit het Jaarverslag: - Programma 9.4 Ruimtelijke Ordening is het grootste - Programma B.1 Overhead - Programma 4.2 Erfgoed
-
Directie R&D had in 2022 bijna 600 FTE in dienst (zie volgende sheet) • De grootste afdelingen (Ruimtelijk ontwerp en Gebieden) werken in opdracht van stadsdelen en andere binnen- en buitengemeentelijke opdrachtgevers • Met name de afdelingen Strategie en Expertise en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit werken aan de activiteiten vooropgesteld in de doelenboom onder Programma 9.4 • Afdeling Monumenten en archeologie is recentelijke samengevoegd met directie R&D maar volgt nog een eigen systematiek (onder Programma 4.2 Erfgoed)
* In 2023 werd programma 9 (Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid) samengevoegd met Grond en ontwikkeling, Volkshuisvesting en Gemeentelijk vastgoed in Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Bron: mailing gem. A’dam 24 mei 2023
Organisatie Directie Ruimte & Duurzaamheid: bezetting in 2022 was 584 FTE
| 41
Afdeling Strategie staat in voor de meeste kpi’s uit de doelenboom
Activiteit 9.4.1.2 (principebesluiten) uit doelenboom wordt hiermee tot uitvoering gebracht Activiteit 9.4.1.1 (verkenningen en studies) uit doelenboom wordt hiermee tot uitvoering gebracht
Bron: mailing gem. A’dam 24 mei 2023
• • •
Activiteiten voornamelijk gericht op opstellen beleidskaders Activiteiten mbt inschrijven referentienormen in ontwikkelplannen ligt niet bij Directie R&D (wel bij G&O) Activiteiten met betrekking tot handhaving (referentie)normen nog nergens specifiek belegd maar zou met de op te zetten monitoring kunnen worden geborgd. | 42
Afdeling Expertise
| 43
Bron: mailing gem. A’dam 24 mei 2023
Ten aanzien van de referentienormen heeft de Afdeling geen directe verantwoordelijkheid, wel adviseren ze over hoe normen in te passen in openbare ruimte (bvb. aan G&O en V&OR)
Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) CRK is een onafhankelijke welstandscommissie en kent als hoofdtaak het adviseren (op verzoek of eigen beweging) over visuele kwaliteit van de fysieke leefomgeving (cfr. welstandsnota) en staat hiermee in voor activiteit 9.4.1.3 uit de doelenboom. Het CRK toetst aan de wet (Bestemmingsplan, straks Omgevingswet) De Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (SIRK), adviseert stadsbreed over integrale aanpak ruimtelijke kwaliteit in planontwikkeling van bouwprojecten • Toezien op behalen referentienormen groen en sport is geen expliciete taakstelling van SIRK (in de 18 adviezen over 2022 werden deze dan ook niet genoemd) | 44
•
• •
De CRK kent een bezetting van 9 FTE en een aantal externe experts, ze kent in totaal een 15-tal leden In 2022 hebben deze 15 leden meer dan 9.000 toetsingen uitgevoerd (cfr. activiteit 9.4.1.4 uit doelenboom), volgens de gemeente waren dit eerder kleine vergunningsaanvragen (bvb. pui, gebouwverlichting), uit de teksten blijkt dat groen en sport normen daarin niet aan bod kwamen Deze commissie ziet expliciet niet toe op het respecteren van de maatschappelijke referentienormen (hoewel de naam anders doet vermoeden)
Overzicht van de activiteiten Directie R&D geplot op het Plaberum
(Plan- en Besluit-vormingsproces ruimtelijke maatregelen)
Directie Grond en Ontwikkeling (G&O) is meestal opdrachtgever en draagt eindverantwoordelijkheid voor het respecteren van de Referentienormen • Voor raadsleden is enkel argumentatie over al dan niet respecteren norm in individuele investeringsnota’s zichtbaar, ook binnen de gemeente zelf wordt geen integraal overzicht bijgehouden van hoeveel projecten wel of niet voldoen aan de normen • De verantwoordelijkheid om het verschil tussen planning en realisatie bij te houden is niet geborgd (bvb. wanneer in de plannen voorzien werd om 25% groen te realiseren op privé terrein, lijkt er geen handhaving te gebeuren hierop)
Fasen Plaberum Voorafgaand aan het Plaberum / buiten Plaberum om • Afdelingen Strategie zorgen voor beleid / normering waaraan plannen moeten voldoen • CRK (en SIRK) adviseert vanuit verschillende disciplines
Verkenning
Haalbaarheid
Ontwerp
Uitvoering
Hoofdlijnen bouwproject Haalbaarheid getoetst in projectnota in principenota Leidt tot principebesluit
Uitwerken ontwerp gebied in Leidt tot projectbesluit investeringsnota. Leidt tot investeringsbesluit
Afdelingen Ruimtelijk Ontwerp en Gebieden van Directie R&D werken in opdracht van G&O de plannen uit, en schetsen hoe de referentienormen hierin geborgd worden
Bouw
Ontwikkelaar/aannemer voert bouwactiviteiten uit Na oplevering wordt project overgedragen aan lijnorganisatie gemeente.
Afdeling Gebieden van Directie R&D adviseert ook nog tijdens Uitvoeringsfase
Antwoord vraag 4: Welke activiteiten werden uitgevoerd in 2022? -
Vanuit de Directie Ruimte & Duurzaamheid werken meerdere teams in meer of mindere mate aan het bewaken van ruimtelijke kwaliteit, waaronder voldoende groen en sport: -
Vanuit Afdeling Expertise wordt aandacht besteed aan de juridische aspecten (implementatie Omgevingswet, juridische kaders,) en aan data
-
De Afdeling Strategie houdt zich bezig met gebiedsontwikkeling (trendmonitoring, thematische verkenningen, gebiedsuitwerkingen) en recreatiegebieden. Binnen deze afdeling wordt ook de Omgevingsvisie vormgegeven en gewerkt aan de update van de referentienormen.
-
De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit borgt wettelijke normen t.a.v. Welstand, maar heeft geen focus op groen- en sportnormen.
-
Vanuit Grond en Ontwikkeling worden in individuele dossier paragrafen toegevoegd over wel of niet behalen van referentienormen per plangebied
-
Er is echter niet achterhaald welk team controle uitoefent over het behalen van de normen op overkoepelende wijze, en ook niet wie instaat voor handhaving van afspraken met betrekking tot groen op privaat terrein.
Vraag 5 Wat heeft het gekost?
Kosten vs. investeringen In Programma 9.4 worden gerapporteerd over de kosten (lasten) die gemaakt worden inzake Ruimtelijke Ordening, onder meer om te bewaken dat de ruimtelijke kwaliteit geborgd wordt. → Deze lasten worden nader onderzocht in dit hoofdstuk. Dit zijn niet de middelen die gebruikt worden om de maatschappelijke voorzieningen op het gewenste peil te krijgen: daarvoor worden investeringsbudgetten aangesproken - De ruimtelijke reservering en aanlegkosten voor groen in de gebiedsontwikkeling worden volledig gedekt vanuit de grondexploitatie. - Voor sport geldt dat de ruimtelijke reservering, het bouwrijp maken en soms ook de aanlegkosten (zoals bij tijdelijk sportpark op Strandeiland) gebeurt op kosten van de grondexploitatie; de inrichtingskosten voor sport worden over het algemeen gedekt uit het MIP (Meerjareninvesteringsprogramma Sport). - Als investeringen voor sport of groen voor een deel buiten het gebied van de grondexploitatie worden opgelost, dan draagt de grondexploitatie bij aan deze kosten. - Stedelijke investeringen in groen en sport die niet aan één specifieke gebiedsontwikkeling gekoppeld zijn, worden gedekt vanuit respectievelijk het SHP Bovenwijks Groen en het Meerjareninvesteringsprogramma Sport. Deze stedelijke investeringen staan los van de groen- en sportnormen, omdat de normen alleen betrekking hebben op de gebiedsontwikkeling.
→ De investeringsbudgetten worden niet nader onderzocht in volgende sheets | 48
Geen duidelijk zicht op totale lasten voor programma 9.4 ruimtelijke ordening 2022 € 17,2 miljoen
€ 28,1 miljoen
€ 30 miljoen
€ 32,7 miljoen
€ 89,5 miljoen
Begroting 9.4 Bron: beantwoording vragen In de tekst wordt melding gemaakt van € 15,5 miljoen Jaarnegatieve lasten ter dekking programma RO Financieel van overhead kosten (wat kaderstuk Lias impliceert dat er eigenlijk € Begroting RO 32,7 miljoen lasten worden gedragen)
DMC overzicht baten en lasten (negatieve lasten voor dekking uren buiten beschouwing )
• Op volgende sheets worden de cijfers van deze 4 verschillende bronnen nader onderzocht Bron: beantwoording vragen i.h.k.v. Duisenbergonderzoek
| 49
DMC cijfers geven beter inzicht in lasten Programma 9.4 in 2022 Baten Lasten
Saldo van baten en lasten
Personeelslasten PO 9.4 dir R&D dekking uren maal tarief Vaste loonkosten dir R&D Variabele loonkosten inhuur flexibele schil inhuur personeel Overige bedrijfsvoeringlasten doorbelaste afdelingskosten Marktconformiteitstoeslag Doorbelaste overhead centraal
-639.173 17.634.352 16.995.179
Begroting 2022 (Najaarsnota) -72.525.664 46.903.757 9.557 1.208.626 1.043.963 1.846.607 3.837.730 4.752.801 -12.922.623
-4.108.558 15.734.801 11.626.243
Rekening 2022
Deze bedragen getoond in documenten voor raad, maar indien abstractie wordt gemaakt van dekking uren maal tarief, betekent dit respectievelijk € 90.1 en 89.5 miljoen totale lasten Belangrijk deel van de gemaakte uren wordt doorgerekend aan opdrachtgevers (met name Stadsdelen), resulteert in grote negatieve last (eigenlijk baten)
-73.816.227 40.382.655 1.051.234 9.197.083 1.630.846 1.063.257 1.846.607 3.837.730 4.752.803 -10.054.012
Deze lasten dekken loonkost van ambtenaren die niet rechtstreeks op Programma 9.4 zijn tewerkgesteld (bvb. overhead), en worden forfaitair ten laste genomen
-
1.614.001
Correctie op vaste loonkosten Directie R&D
ter aansluiting bedrijfsvoeringsparagraaf jaarrekening -12.922.623
-11.668.013
Realisatie personeelskosten Stadsdeel West
Verbonden partijen PO 9.4: Recreatieschappen
3.165.164
3.359.053
Overige kosten en baten
26.752.638
19.935.204
Saldo van baten en lasten
16.995.179
11.626.243
Bron: Baten en Lasten opgevraagd bij DMC in het kader van het Duisenberg onderzoek Bron: Notitie overhead https://commissiebbv.nl/cms/view/4ff22f81-edf2-4f70-9d94-dc2703ebc903/notitie-overhead
Loonkosten personeel Directie R&D werkzaam op Programma 9.4 Lasten voor externe inhuur (niet op de payroll) die werkt aan programma 9.4
Ca. € 3 miljoen overgemaakt aan waterschappen Waarvan 16 miljoen ‘’doorbelaste loonkosten ambtenaren’ op basis van geschreven uren op projecten 9.4 door ambtenaren van andere directies dan R&D | 50
In de jaarrekening is enkel het topje van de ijsberg zichtbaar
€27.4 miljoen Programmalasten
€ 10.4 miljoen Doorberekende overhead
€ 11.9 miljoen Kosten inhuur / flex schil
€ 39,8 miljoen Loonkosten (vast en variabel) Totale lasten Programma 9.4 bedragen € 89.5 miljoen
Deze lasten worden per project / thema opgevolgd. Ze bestaan uit materiële kosten (€ 3 miljoen overgemaakt aan de recreatieschappen, allerlei facturen bvb. voor drukwerk) maar ook voor €16 miljoen uit doorbelaste uren ambtenaren van andere directies (Ingenieursbureau, Project Management Bureau, Bureau Interim & Advies) op basis van geschreven uren.
Het gaat om overhead vanuit B.1 (personeel dat ook binnen Directie R&D actief is), doorbelasting van centrale overhead en een ‘marktconformiteitstoeslag’ (hiermee wordt een deel van de marge herverdeeld). Opvallend is dat deze bedragen exact overeenkomen met de begroting, dit zijn dus forfaitaire afspraken en niet in functie van geschreven uren.
Waar expertise en/of capaciteit ontbreekt binnen de Directie R&D, worden externen ingehuurd. In 2022 was hierop € 1.2 miljoen begroot, maar uiteindelijk €11,9 miljoen geboekt (communicerende vaten met loonkosten). De salarissen van de personeelsleden van Directie R&D worden voor 39.8 miljoen ten laste van Programma 9.4 genomen (daar bovenop ca. 13 miljoen ten laste van 4.2 Erfgoed en B.1 overhead). De bezetting van de Directie (584 FTE) liep in 2022 achter op de formatie (650 FTE), de realisatie van loonkosten is daarom lager dan de begroting. | 51
Baten en lasten in Begroting 2022
Dit komt eigenlijkk overeen met ‘saldo lasten’ uit de DMC cijfers
Toelichting Gemeente: “De directie Ruimte en Duurzaamheid verricht werkzaamheden in opdracht van andere gemeentelijke organisatieonderdelen. Een groot deel van de salarislasten wordt in rekening gebracht (declarabele uren, de zogenaamde negatieve lasten) van andere gemeentelijke dekkingsbronnen; vereveningsfonds, opdrachtgeversbudgetten stadsdelen en het mobiliteitsfonds.” Uit de DMC cijfers blijkt echter dat er meer dan 70 miljoen negatieve lasten in de Begroting zijn opgenomen, en niet slechts €15 miljoen
Begroting 2022 blz. 187
De lijnen die hierin worden benoemd, maken allemaal onderdeel uit van de bovenste rode driehoek van de ijsberg (de Programmalasten). • Deze bestaan dus uit materiële kosten en doorbelaste ambtenaren uren van andere directies (voor in totaal meer dan €30 miljoen) • Om dit bedrag naar het werkelijke saldo van lasten (€17 miljoen) terug te brengen, worden negatieve lasten van €15.5 genoemd, maar dit bedrag is dus een ruime onderschatting • In deze opsomming worden de onderste 3 lijnen uit de rode driehoek van vorige figuur niet meegenomen, dus ook niet de loonlasten van het eigen personeel van Directie R&D | 52
Baten en lasten in Jaarverslag 2022 Genoemde wijziging baten en lasten is eigenlijk boekhoudkundig doorgeefluik. Uit toelichting gemeente: “Het EU Horizon 2020 project ATELIER (over Positieve-Energie-Districten) heeft 30 internationale partners. Amsterdam is coördinator van het project wat betekent dat de EU-subsidie voor alle partners eerst aan Amsterdam uitbetaald wordt. Vervolgens moeten de goedgekeurde kosten van de partners door Amsterdam zo snel mogelijk weer overgemaakt worden aan de projectpartners. Dit jaar betrof het € 3,3 miljoen. Een deel is voor Amsterdam zelf.
Jaarverslag 2022 blz. 185-186
| 53
Antwoord vraag 5: Wat heeft het gekost? -
Budgettering voor Programma 9.4 en de betrokken Directie Ruimte & Duurzaamheid is complex omwille van de hoge negatieve lasten uit opdrachten voor binnen- en buitengemeentelijke opdrachtgevers - In 2022 werd voor bijna 74 miljoen€ “dekking uren” over 2022 geboekt blijkt uit het overzicht Baten en Lasten ontvangen van DMC (niet publiek beschikbaar) - Deze zijn eigenlijk opbrengsten voor de directie en zouden dus als baten overzichtelijk kunnen worden voorgesteld in de jaarrekening. Geen verklaring waarom dit niet gebeurt. - In het Begrotingsdocument (publiek beschikbaar) is enkel te lezen dat er 15 miljoen ‘negatieve lasten’ wordt voorzien, terwijl het in de praktijk quasi het vijf-voudige bedrag is - Het doorbelasten van uren (zowel directe uren als overhead toeslagen) binnen de gemeente resulteert in een weinig transparante vestzak / broekzak operatie
-
Hierdoor is beperkt zicht op de kostprijs van het bewaken van de ruimtelijke kwaliteit - De ‘dekking uren maal tarief’ die gehanteerd wordt voor een deel van de uren gepresteerd door de medewerkers van Directie R&D, resulteert in een ruime overdekking: niet enkel worden de loonkosten van alle medewerkers R&D hiermee gecoverd, ook de flex schil en een deel van de overhead wordt hiermee gedragen
Vraag 6 Oordeel doeltreffendheid en doelmatigheid
Vraag over doeltreffendheid en doelmatigheid vormt kern van Duisenberg onderzoek Doeltreffendheid Effectiviteit (Vraag 3)
Doelen
Doelmatigheid Efficiëntie
Activiteiten (Vraag 4)
Middelen (Vraag 5)
Indicatoren en streefwaarden
Doeltreffendheid bewaken ruimtelijke kwaliteit is moeilijk te beoordelen -
-
Doelstellingen met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit als geformuleerd in de doelenboom laten niet toe om doeltreffendheid beleid te bevestigen - Reflecteren niet of de ruimtelijke kwaliteit goed bewaakt wordt (veelal output ipv outcome gemeten: hoeveel aanvragen behandeld ipv hoeveel aanvragen respecteren de normen) - Worden niet allemaal behaald Referentienormen maatschappelijke voorzieningen als geformuleerd in 2018 zijn strikt gezien geen doelstelling, want ze zijn geformuleerd als streefwaardes waar mits onderbouwing van kan worden afgeweken - Al dan niet respecteren van streefwaarden wordt bij individuele investeringsdossiers wel steeds behandeld - Wanneer de rererentienormen niet gehaald worden, wordt in de afweging bijvoorbeeld verwezen naar groen in aanpalend gebied - Er wordt geen overkoepelend overzicht bijgehouden over alle investeringsdossiers heen, het is dus niet te beoordelen in welke mate de normen gerespecteerd worden - Uitzondering: Sportmonitor geeft wel integraal beeld van geplande sportvoorzieningen maar brengt dit niet in relatie tot aantal reeds bestaande woningen - Een evaluatie van de referentienormen is niet teruggevonden, ondanks dat deze zijn aangekondigd bij publicatie van normen in 2018
Doelmatigheid is nog moeilijker te beoordelen -
-
-
Activiteiten van betrokken Directie Ruimte & Duurzaamheid zijn in 2022 aan minstens 3 verschillende programma’s te koppelen - 4.2 Erfgoed - 9.4 Duurzaamheid en Ruimtelijke ordening - B.1 Overhead Baten en lasten zijn erg complex binnen Directie RO en Programma 9.4 - Twee grote afdelingen van Directie R&D werken uitsluitend in opdracht (bijvoorbeeld van Stadsdelen) aan het uitwerken van plannen, hier staat een grote negatieve last ter dekking van de uren van € 73 miljoen tegenover - Deze dekking ligt hoger dan de lasten van alle personeelsleden van de directie RO samen (ca. € 50 miljoen) - Onder ‘materiële lasten’ worden ook kosten van ambtenaren ten laste genomen van buiten Directie R&D - Voor raadsleden is echter via de Begroting en de Jaarrekening enkel een netto bedrag aan lasten en baten terug te vinden van € 17 miljoen Het bewaken van de ruimtelijke kwaliteit is niet expliciet toegewezen aan één team, maar zit verspreid over verschillende afdelingen en teams
Vraag 7 Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
Aanbevelingen
Gemeente kijkt vooral vooruit en nog te weinig achteruit • Vooruit: er wordt veel gewerkt aan beleidsdocumenten, visiedocumenten, agenda’s • Achteruit: (beloofde) evaluaties gebeuren niet, monitors worden (ver)traag(d) uitgewerkt • Er is bij de gemeente veel informatie beschikbaar, maar data wordt onvoldoende inzichtelijk gecombineerd
Volg de in de omgevingsvisie geformuleerde cyclus van beleidsontwikkeling, -doorwerking, uitvoering en -terugkoppeling. Zorg voor slim combineren van beschikbare data om bijvoorbeeld monitor groen en sport te koppelen aan aantal woningen zodat referentienormen beter kunnen worden beoordeeld • Niet enkel voor nieuwe ontwikkelingen, maar ook over het gehele grondgebied van de gemeente
Doelstellingen en indicatoren zijn met name outputgericht en minder outcomegericht
Zorg dat doelen waar primair op wordt gestuurd, opgenomen worden in doelenboom Voor wat betreft programma Ruimtelijke Ordening wordt uitgekeken naar meer outcome gerichte kpi’s die beter de lading dekken van het volledige programma
Conclusies
Aanbevelingen
Er is geen evaluatie van de referentienormen uit 2018 - Er is geen integraal inzicht (bijvoorbeeld sport en groen) in hoeverre de normen al dan niet gerealiseerd zijn, of de lat te hoog of te laag ligt
Voeg bij het aanbieden van de geactualiseerde normen een evaluatie toe van wat wel/niet goed werkte in de 2018versie, en licht van daaruit de aanpassingen toe Zorg ervoor dat de Raad bij keuzes voor investeringsbesluiten of –nota’s beschikking heeft voor een integraal overzicht van bijvoorbeeld sport en groen, zodat de effecten van het al dan niet verwezenlijken van een enkele sport- en/of groenvoorziening kan worden meegewogen. (Bijv. bij/vanaf revisie van Strategisch Huisvestingsplan Sport of Bovenwijks Groen.)
Verantwoordelijkheid voor het borgen van de ruimtelijke kwaliteit is niet expliciet toegewezen - Gedeeltelijk bij beleidsteams - Gedeeltelijk bij CRK - Gedeeltelijk bij planners / projectteams - Geen handhaving - Geen monitoring
Beleg verantwoordelijkheid binnen de organisatie en stel verantwoording op, ook voor wat betreft monitoring - Kan centraal (bvb. uitbreiding taken CRK) - Kan zeker ook decentraal mits integraal register / overzicht van status
Conclusies
Aanbevelingen
Financiële cijfers programma 9.4 in de jaarrekening zijn voor raadsleden niet inzichtelijk - Er is geen onderscheid tussen Programma en Apparaatslasten - Terminologie is soms verwarrend (bvb. materiële lasten verkeerd gebruikt)
Maak bij begroting en jaarrekening duidelijk onderscheid naar: - Apparaatslasten direct (loonlasten van ambtenaren die rechtstreeks aan programma werken) - Apparaatslasten indirect (loonlasten van ambtenaren overhead) - Inhuur - Overige lasten (subsidies, materiële lasten zoals drukwerk, …)
Systematiek ‘dekking uren’ is moeilijk navolgbaar - Uit de cijfers blijkt dat veel meer dan de directe personeelslasten van de betrokken medewerkers gedekt worden (ook overhead uren* / doorrekening van andere directies) waardoor de netto lasten getoond in de begroting weinig verband houden met de praktijk
Maak de financiën minder complex en beter navolgbaar voor de raadsleden
* Overhead doorbelasten lijkt niet in lijn met de regels BBV: Uit de Notitie Overhead van Commissie BBV van juli 2016: “In het BBV is één uitzondering gemaakt op het verplicht centraal begroten en verantwoorden van overhead. Dit betreft de toerekening van overhead aan grondexploitaties en te activeren investeringen (…) Om het inzicht te behouden in het totaal van de overheadkosten, wordt alle overhead in eerste instantie wel onder het overzicht overhead geboekt en vervolgens als negatieve last overgeboekt naar de betreffende grondexploitatie of investering.”