CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20220126 Verslag gemeenteraad middag

RAAD 16 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de notulen van de raadsvergadering op 26 januari 202231.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

22

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

Ik zou dat willen weten. Omdat Thunnissen een reserveringsovereenkomst heeft gekregen, wat zou dan de schade kunnen zijn in het geval het herzieningsverzoek voor het bestemmingsplan in de volgende gemeenteraad wordt ingewilligd? De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Doorninck. Wethouder VAN DOORNINCK: Dat is een bedrag dat ik hier niet direct paraat hebt. Ik denk dat de heer Van Schijndel het zo moet zien, dat inderdaad Thunnissen nu een reserveringsovereenkomst heeft, maar dat we inmiddels op andere kavels ook gesprekken voeren. Er zijn meerdere geïnteresseerden. Ik kan het zo niet inschatten; het is voortdurend in ontwikkeling. Het is namelijk een bedrijventerrein waarbij we op dit moment klaar zijn voor uitgifte. Er vinden dus heel veel gesprekken nu plaats. Het zal niet alleen bij die ene kavel blijven. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen voor een aanvullende vraag. De heer VELDHUYZEN: Ik sloeg toch een beetje aan op het antwoord van de wethouder dat er natuurlijk afspraken zijn gemaakt in 2013 en daar moet de wethouder zich aan houden. De raad heeft dat nu eenmaal besloten. Maar dat we nu per se meer bedrijven nodig hebben of meer industrieterreinen, omdat we groeien, dat vind ik toch lastig. Ik denk er dan aan dat er 1,5 miljoen m2 aan kantoorpanden leegstond in 2021 in Amsterdam.

Dat heeft natuurlijk ook te maken met corona, maar ik zou de wethouder toch willen vragen daarop te reflecteren. Het gaat immers wel om het laatste stukje biologische landbouwgrond. Ik hoop dat we als gemeenteraad en college meer kunnen betekenen voor de Lutkemeerpolder dan we nu doen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Doorninck. Wethouder VAN DOORNINCK: Ik weet niet voldoende van de kantorenleegstand. De wethouder Economische Zaken heeft daarover niet lang geleden met de raadscommissie gesproken. Ik heb niet het beeld dat er op dit moment een grote kantorenleegstand is. Het is natuurlijk zo dat een bedrijventerrein echt om specifiek een andere locatie vraagt dan kantoren. Kantoren kunnen overal in de stad, terwijl bedrijventerreinen veelal meer aan de rand van de stad liggen. Vaak zitten daar milieucontouren omheen waardoor je het niet dicht bij andere bebouwing kunt hebben. In 2013 is inderdaad besloten de Lutkemeer die bestemming te geven. Het is zo dat in een verdichtende stad met meer mensen je van alles meer nodig hebt, ook bedrijven. Als we als stad zouden zeggen, al die bedrijven vinden we wat minder aardig; die zetten we allemaal maar over de grens, dat we daarmee niet verantwoordelijk met het groen rondom onze stad omgaan. Of we het nu willen of niet, de winkels van Amsterdam zullen uiteindelijk bevoorraad moeten worden met producten.

Een van de plekken waar dat zou kunnen, zo’n distributiecentrum, dat zou de Lutkemeerpolder zijn. Dat hoort ook bij de verantwoordelijkheid van een grote stad. De VOORZITTER: Ik constateer dat er geen andere leden zijn die nog een aanvullende vraag willen stellen over dit onderwerp. Dan gaan we door naar de volgende en tevens laatste set mondelingevragen. De heer VAN SCHIJNDEL: Een punt van orde, voorzitter.

23

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel voor een punt van orde. De heer VAN SCHIJNDEL: Ik voel me echt bezwaard. We kampen nu twee jaar met corona en altijd heb ik gewoon naar het spreekgestoelte kunnen lopen net zoals dat voor anderen mogelijk was. Nu ineens valt er een kennelijk medisch voorschrift uit de lucht. Ik wil eigenlijk vragen of de echte voorzitter van de gemeenteraad mij daarin die ruimte wil geven. De VOORZITTER: Ik ben op dit moment de voorzitter van de vergadering. U kunt gewoon deelnemen aan de vergadering. Het is gewoon verplicht om in binnenruimten een mondkapje te dragen. Als u wilt, kan er wellicht een mondkapje voor u worden geregeld. Anders zult u gewoon vanaf uw plek het woord kunnen voeren. Dat is zoals het is. De heer VAN SCHIJNDEL: Dat is zoals het is. Voorzitter, dit is onvoldoende motivatie. U moet als jurist, als advocaat nota bene, kunnen aanwijzen waarop dit is gebaseerd. Dit is de raadszaal. Voor het stadhuis begrijp ik het, maar in de raadszaal kan het gewoon absoluut niet. Neem een voorbeeld aan altijd weer die stomme Tweede Kamer. Daar geldt het ook niet. De VOORZITTER: Mijnheer Van Schijndel, op dit moment ben ik gewoon de voorzitter van de vergadering. Dit is zoals het is. U kunt het woord voeren vanaf uw plek. Dit was geen punt van orde. We gaan door met de vergadering.

Nee, een punt van orde is dat u iets in stemming wilt brengen en dat heeft u niet gedaan. Uw punt heeft u gemaakt. Ik ben als voorzitter duidelijk: u kunt het woord voeren. U heeft net het woord gevoerd. En als u wilt, kan er een mondkapje worden gebracht. Dat is ook geen enkel probleem. Vragen van het lid Kuiper inzake bezorgen van alcohol aan minderjarigen door flitsbezorgers De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kuiper. Mevrouw KUIPER: In onze stad is het klaarblijkelijk doodeenvoudig om op jeugdige leeftijd alcohol te bestellen. Dat is buitengewoon ongewenst. De fractie van de ChristenUnie wil daarom een vraag stellen. Het mag namelijk niet mogelijk zijn. Er zijn immers heldere spelregels voor online verkoop van alcohol. Voor de afronding van de online verkoop moet er sprake zijn van een zogenaamd leeftijdsverificatiesysteem. Vervolgens moet bij iedere bezorging de bezorger de leeftijd van de klant controleren. Verkopers dienen werkprocessen te hebben waarin staat beschreven hoe dit eventueel wordt uitgevoerd. De NVWA voert hierop controles uit. Naast Het Parool bericht ook AT5 over deze kwestie. Uit de steekproef blijkt dat het in de praktijk niet werkt. Dat is buitengewoon ongewenst. Er is geen leeftijdsverificatie. Bij levering wordt ook niet in alle gevallen de leeftijd gecontroleerd. Mijn vraag is wat de reactie van het college is op genoemde artikelen.

Hoe zit het met de verantwoordelijkheid omtrent de handhaving? Hoe zijn de contacten met de NVWA hieromtrent? Het proces blijkt nu in de praktijk niet de werken en er lijkt geenszins

24

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

sprake van de juiste handhaving. Eigenlijk is het welhaast een promotie voor mensen om op deze manier aan alcohol te komen. Kunt u hierop reflecteren. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording van de vragen. Burgemeester HALSEMA: In uw vraag ligt eigenlijk een deel van mijn antwoord besloten. Dat is namelijk dat de controle op het verkopen van alcohol onder de 18 jaar is geregeld via de Nationale Voedsel- en Warenautoriteit en dat die heeft toe te zien op de handhaving. Ik ben het wel met u eens dat dat weinig lijkt te gebeuren en dat er in Amsterdam inderdaad wel sprake is van verkoop via bezorgdiensten aan jongeren onder de 18 jaar. Ik zal mij in verbinding stellen met de NVWA en ik zal er op hameren hoe belangrijk het is dat die handhaving ook plaatsvindt. Daarover kan ik u nog even een bericht sturen als dat is gebeurd. De VOORZITTER: Tot zover de beantwoording van deze mondelingevragen. Dat betekent dat we aan het einde zijn gekomen van het mondelingevragenuur. Ik zou de vergadering graag kort willen schorsen om enerzijds het voorzitterschap weer over te dragen. Dan gaan we zo dadelijk verder met agendapunt 2a, de interpellatie van mevrouw Van Soest. Aangezien we misschien ook van woordvoerders moeten wisselen, schorsen we tot 14.15 uur.

De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. voorzitter: burgemeester Halsema De VOORZITTER heropent de vergadering.

2. Interpellaties en actualiteiten 2a. Interpellatie van het lid Van Soest inzake het Wobverzoek over informatie omtrent het actieonderzoek lhbtiq+ gedaan door de afdeling Diversiteit De VOORZITTER: Deze interpellatie is aangevraagd door mevrouw Van Soest. Zij krijgt in haar eerste termijn de gelegenheid om haar vragen toe te lichten. Vervolgens zal het college de vragen beantwoorden. In de eerste termijn zijn geen interrupties toegestaan; in de tweede termijn krijgt mevrouw Van Soest de gelegenheid om aanvullende vragen te stellen. Daarna kunnen ook andere leden van de raad het woord voeren. Tot slot vindt de beantwoording door het college plaats. Er is een motie bij dit agendapunt ingediend. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: Motie van het lid Van Soest inzake Interpellatie Wobverzoek over informatie omtrent het actieonderzoek LHBTQI+, nr. 016.22

25

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

Verzoekt: -

het vertrouwen in de wethouder Diversiteit op te zeggen.

Motie van het lid Martens inzake Interpellatie inzake het Wobverzoek over informatie omtrent het actieonderzoek lhbtiq+ gedaan door de afdeling diversiteit, nr. 037.22 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -

te inventariseren wat progressieve steden in het buitenland zoals Tel Aviv en San Francisco doen op het gebied van het bevorderen van de vrijheid en veiligheid van lhbtiq+’ers en dit te delen met de raad.

Motie van het lid Martens inzake Interpellatie inzake het Wobverzoek over informatie omtrent het actieonderzoek lhbtiq+ gedaan door de afdeling diversiteit, nr. 038.22 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -

in aanvulling op alle reeds bestaande voorlichtingen een nieuw voorlichtingstraject te ontwikkelen dat zich specifiek richt op het daderprofiel wat naar voren komt uit het actieonderzoek anti-discriminatie lhbtiq+.

De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Soest. Mevrouw VAN SOEST: Met GroenLinks als grootste partij van de stad Amsterdam gebruikte wethouder Groot Wassink de woorden: het wordt linkser, groener, eerlijker, gelijkwaardiger, transparanter en inclusiever. Na vier jaar kunnen we stellen dat alleen dat linkser is gelukt. Niks gelijkwaardig voor homo’s die zich dagelijks bedreigd en onveilig voelen. Niks eerlijker tegenover de raad, de stad, als er een rapport ligt waaruit blijkt, dat de daders van antihomogeweld veelal uit Marokkaanse jeugd bestaat. Niks transparanter door het rapport maanden in de kluis te laten liggen. Niks transparanter als de pers terecht opheldering eist. Zeg maar dat ik op vakantie ben. Niks inclusiever voor de lhbtiq+-gemeenschap die wel mag komen opdraven als het zoveelste regenboogzebrapad wordt geopend. Aan symboolpolitiek immers geen gebrek. Het is de lhbtiq+-gemeenschap waaraan de wethouder verantwoording verschuldigd is, niet aan mij. Ik ben wel uitgepraat met deze wethouder zoals aangekondigd in mijn motie. De mensen die dagelijks worden bedreigd, worden beschimpt, bespuugd en geslagen, zíj verdienen antwoorden. Zíj voelen zich in de steek gelaten. Zíj moeten dagelijks hun leven aanpassen omdat de Marokkaanse jeugd vrij spel heeft in deze stad.

Wel mogen wapperen met de regenboogvlaggetjes wanneer het de wethouder uitkomt voor de plaatjes. Maar geen steun krijgen als het er echt op aan komt en de waarheid moet worden benoemd. De waarheid vindt GroenLinks namelijk ongemakkelijk. Want waar was de wethouder toen er brand werd gesticht in een studentenflat? Waarschijnlijk omdat daar regenboogvlaggen hingen. Waar was de wethouder toen de studenten de vlaggen moesten weghalen in plaats van dat de daders werden opgepakt?

26

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

Waarom is de wethouder daar niet voor gaan liggen en door medeleven te tonen desnoods bewakingscamera’s aan te brengen? Waar was de wethouder toen de woning in Oost meermaals het doelwit werd van vandalen die zwaar vuurwerk gooiden naar de regenboogvlag die daar wapperde? Waarom verschuilt de wethouder zich achter het OM? Leerkrachten zijn bang voor bedreigingen. Hoe gaat de wethouder dit nu oplossen? Hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat homoseksualiteit kan worden besproken in het onderwijs? Na de raadscommissievergadering over het weggemoffelde rapport zat de wethouder bij Margriet Van der Linden aan tafel in het programma M. In dit tv-programma dat bijkans een GroenLinkstestbeeld bracht, dacht de wethouder zijn straatje even te kunnen schoonvegen. Gelukkig had Margriet haar kritische pak aangetrokken en legde ze de wethouder het vuur aan de schenen. Het resultaat was ontluisterend: stemverheffing, opgeheven vingertjes, vuurspugende ogen en een passief-agressieve houding was het beeld dat Nederland te zien kreeg van onze wethouder Diversiteit. Wat ons betreft was dit zijn laatste tv-optreden. Wij zeggen het vertrouwen op in deze wethouder. De antwoorden op gestelde vragen mag de wethouder aan de lhbtiq+gemeenschap geven. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink.

Wethouder GROOT WASSINK: Ik denk dat wij ons allemaal in deze stad, in deze raad, zorgen maken over de (in)tolerantie in de stad. Volgens mij hebben we daar allemaal grote betrokkenheid bij. Soms met verschillende accenten zetten we ons allemaal in om tolerantie te bevorderen en intolerantie te bestrijden. Als college doen wij dat op verschillende manieren. We doen dat onder andere door heel veel aandacht te geven aan het onderwijs – ik zal daar zo op terugkomen – het ondersteunen van emanciperende krachten, en ook repressieve politiek die natuurlijk vanzelfsprekend bij de burgemeester ligt. Ik denk en hoop dat we daarin juist gelijk kunnen blijven optrekken zoals we dat in het verleden hebben gedaan. Velen van u hebben verschillende initiatieven ingediend, waarvoor veel dank. Als je kijkt naar het rapport dat we hebben gepubliceerd samen met andere rapporten over onder andere antisemitisme, antizwartracisme zie je dat dit rapport schokkende conclusies bevat. Dat zijn conclusies waarbij we, denk ik, allemaal ongemakkelijk zijn, omdat het betekent dat mensen hun directe leven aanpassen. Tegelijkertijd vond ik bijvoorbeeld waar het gaat over het daderprofiel dat niet verrassend. Ja, bij mensen met een migratieachtergrond komt homohaat voor.

Als je kijkt naar de acties die ook in het rapport zijn voorgesteld, dan zijn dat eigenlijk oplossingen die vanuit de community zelf komen om het lhbtiq+-beleid van ons te verbeteren, dan kan ik niet anders dan constateren dat wij daar al heel veel hebben gedaan. Als het bijvoorbeeld gaat over het geven van voorlichting op scholen, dan zijn er heel veel voorlichtingsactiviteiten door zowel het COC als zaken die de gemeente daarin zelf aanbiedt. Ik zal de vragen van mevrouw Van Soest proberen te beantwoorden. Zij vroeg naar waar ik was bij de brand. Ik neem aan dat zij dan het studentenappartement in de Krelis Louwenstraat bedoelt. Op het moment dat die berichten naar buiten kwamen, heb ik contact gezocht met de burgemeester. De burgemeester heeft namens het college hierop gereageerd en ze heeft op de dag van die brand met bewoners van de flat gesproken die naar ik meen in stadsdeelkantoor West werden opgevangen. Wij vonden het juist goed om de burgemeester dit te laten doen, omdat het hier aan de ene kant mogelijk over een strafbaar feit ging van brandstichting, maar aan de andere kant omdat

27

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

de symbolische waarde van de burgemeester hier erg belangrijk is. Er is op 26 augustus als COC een demonstratie georganiseerd als steunbetuiging en de burgemeester heeft in haar toespraak namens het college juist ook de solidariteit van het college benadrukt. Wij vinden als college vanzelfsprekend dat bewoners regenboogvlaggen moeten kunnen ophangen als ze dat willen met inachtneming van de algemene regels die gelden. Dus in die zin vind ik dat wij als college daarop adequaat hebben gereageerd zoals we dat eigenlijk altijd doen. Er zijn tot ieders grote teleurstelling en verdriet hele serieuze incidenten in deze stad. Dat gaat van een opmerking, een beschimping, een belediging, tot zware mishandeling en soms nog verder. Dat is erg. Dat is elke keer erg en we moeten daar elke keer tegen opstaan. De burgemeester heeft daarin heel nadrukkelijk een rol. Tegelijkertijd is het niet de rol van een wethouder Diversiteit noch de rol van een burgemeester om over de vervolging iets te zeggen. Ik geloof niet dat wie zich dan ook wil verschuilen achter het Openbaar Ministerie, maar het is natuurlijk wel zo dat de politie opsporing zal moeten doen en het Openbaar Ministerie uiteindelijk gaat over veroordeling en strafmaat. Dan de vraag aangaande het onderwijs. Ik denk dat dat een terecht punt is.

Zoals ik eerder heb gezegd, repressie alleen kan tolerantie niet bevorderen en gemeentebesturen veranderen geen culturen. Ja, wij zullen hard moeten optreden. Weet dat wij pleiten voor sterke ondersteuning door Roze in Blauw, hogere straffen voor hatecrimes en dat er in het repressieve mogelijk nog wel wat zou kunnen gebeuren. Ik heb goede hoop dat de nieuwe minister van Justitie en Veiligheid die ik ken als iemand die zeer pal staat voor de lhbtiq+-communities, daar mogelijk stappen in wil zetten. Ik zal er zelf ook graag mee in contact treden. Ik heb vanochtend samen met mijn collega’s uit de G4 een gesprek gevoerd met de Nationale Coördinator Discriminatie en Racisme die onlangs is aangesteld. Samen met mijn collega uit Rotterdam hebben we gevraagd om juist aan die veroordelingskant, de sanctiekant, of de Nationaal Coördinator daar heel nadrukkelijk aandacht voor wil hebben. Wij zien namelijk ook dat het daar te kort schiet. Zoals ik al zei, het is cruciaal dat we in de bejegening, in de opstelling van mensen iets doen. Iedereen in deze stad moet namelijk weten dat de norm is: je kunt hier zijn wie je wilt zijn. En dat de norm is dat we elkaar ruimte bieden. En dat de norm is dat bijvoorbeeld regenboogvlaggen iets volstrekt normaals zijn en dat iedereen daar maar aan te wennen heeft.

Dat betekent dat we een grote inzet moeten plegen op het onderwijs, maar dat we tegelijkertijd het onderwijs alleen daarvoor niet verantwoordelijk kunnen houden. Heel nadrukkelijk is er ook een rol weggelegd voor ouders, voor peer groups, voor anderen. Daarom dat we emanciperende krachten die bijvoorbeeld jongeren en anderen proberen te versterken, heel erg ondersteunen. Dat doen wij op een hele brede manier. U heeft zelf eerder het subsidie-instrumentarium opnieuw vastgesteld waarin we juist heel veel aandacht geven aan het ondersteunen van die emanciperende krachten. Maar het onderwijs is natuurlijk wel moeizaam, omdat dat soms moeilijke gesprekken zijn. Ja, in sommige delen van de stad zijn dat moeilijke gesprekken. Er is wettelijk natuurlijk het een en ander vastgelegd wat daar moet gebeuren en dat is op 1 augustus aangescherpt met de Wet burgerschap. Die heeft sterker verankerd dat scholen verplicht zijn een omgeving te creëren waar leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd voelen. Daarmee wordt vastgelegd dat er wordt voorgelicht over kennis en over het respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid. Daarnaast geven wij als Amsterdam daar juist extra aandacht aan. Mijn collega Moorman heeft daarover onlangs in haar brief over Amsterdams burgerschap uitgebreid

28

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

gerapporteerd. Het gaat dan bijvoorbeeld in de regio Amsterdam om 600 lessen van het COC. Aanvullend. Dat zijn lessen op het po, vo en mbo waarmee we juist heel erg proberen die gesprekken te voeren. We hebben bijvoorbeeld ook fototentoonstellingen gemaakt. Misschien is dat voor de één een symbool, maar tegelijkertijd zijn er naar die fototentoonstellingen ook mbo-klassen heen gegaan om er later ook over te praten. Dus zijn leerkrachten bang? Ja, ik denk dat sommige leerkrachten best moeite hebben om dit gesprek te voeren, omdat dit een schurend gesprek is en omdat het niet zo is, dat iedereen deze norm zomaar accepteert. Maar ik zie heel veel leerkrachten die alles op alles zetten om juist van die Amsterdamse norm van vrijheid en tolerantie te bevechten. Het is echter wel iets van permanent onderhoud. Dat is iets wat je elke dag zult moeten doen. Dat is iets wat je niet in een keer regelt. Als leraren bang zijn of daarbij ondersteuning nodig hebben, dan kunnen ze bij ons terecht. Wij trainen leraren ook om er juist beter in te worden om die lessen te geven. We trainen leraren om zowel op scholen als in klassen daarvoor een veilig klimaat te creëren. Dus ja, we bespreken het in het onderwijs. Kan dat nog meer? Vast wel. Daar is dus wel de complicatie dat enerzijds wettelijk is vastgelegd wat moet en anderzijds dat wij daar behoorlijk veel bovenop doen.

Maar ook naar aanleiding van het rapport zijn we opnieuw met onderwijsinstellingen in gesprek gegaan om te kijken of ze meer lessen zouden kunnen geven. Wij onderschrijven het belang ervan dit centraal te stellen in het onderwijs, evenzeer als wie dan ook. Ik heb hiermee de vragen beantwoord. Ik zal even naar de moties van mevrouw Martens kijken. Die ken ik nog niet. U snapt dat ik de motie van het lid Van Soest niet van een preadvies voorzie. De VOORZITTER: Ik vergat dat er nog een derde motie is binnengekomen en dat maak ik nu even goed. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: Motie van het lid Martens inzake Interpellatie inzake het Wobverzoek over informatie omtrent het actieonderzoek lhbtiq+ gedaan door de afdeling diversiteit, nr. 036.22 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -

onderzoek te doen naar de participatie van scholieren op het gebied van educatie omtrent seksualiteit en seksuele voorlichting; hierover per stadsdeel en school te rapporteren aan de raad; vervolgens met een plan van aanpak te komen om zo op elke school deze lessen mogelijk te maken, waarbij een hoge participatiegraad van belang is.

De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Van Soest voor vervolgvragen. Mevrouw VAN SOEST: Ik vind dat de wethouder zich verschuilt achter de burgemeester. Ik vertrouw de burgemeester, anders had ik de burgemeester wel aangesproken. Maar ik spreek nu de wethouder aan.

29

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

De VOORZITTER: Dan snap ik. Ik wil u even interrumperen. U heeft een vraag van de heer Vroege. Ik wijs u er wel op dat er een portefeuilleverdeling is waarbij de openbare orde en repressie bij mij liggen. (De heer VROEGE: Een vraag over de volgorde van deze vergadering, want ik snap mevrouw Van Soest daadwerkelijk niet. Zij dient een motie van wantrouwen in; ze wil dus geen zaken doen met deze wethouder. Maar ze gaat hem wel vragen stellen. Waarom stelt zij vragen aan een wethouder van wie zij vindt dat die weg moet? Dat is toch totaal onlogisch?) Ik heb de heer Vroege in mijn bijdrage al beantwoord in de raadscommissievergadering. Toen kregen we constant vragen van de coalitiepartijen om je spreektijd op te maken. Ik ben niet van plan daar iedere keer op in te gaan. (De heer VROEGE: Een politiek debat is altijd lastig, voorzitter, maar dan toch een andere vraag dan. Als de wethouder de vragen van mevrouw Van Soest naar haar tevredenheid beantwoordt, gaat de motie van wantrouwen dan van tafel of blijft die ongeacht wat de wethouder ook zegt, zo meteen ter stemming komen?) Het verbaast mij dat D66 juist deze vraag durft te stellen. D66 is toch degene die opkomt voor de mensen? Als u dan concludeert wat er allemaal is gebeurd ...

Want waarom is de wethouder niet in de flat gaan staan en heeft hij niet gezegd, die vlaggen blijven hangen en de eerste de beste die hier iets durft te doen, die pak ik onmiddellijk in z’n kladden. Kijk, dat noem ik optreden. Maar als er brandbommen naar binnen worden gegooid, dan was ik er geweest, als ik wethouder was. Ik was ervoor gaan liggen. Ik was niet gaan wijken voor welke intimidatie van wie dan ook. (De heer VROEGE: Laatste keer dan. Ik ben vaak genoeg kritisch op deze wethouder en ik heb zo ook nog wat vragen aan hem. Maar ik had nu vragen aan mevrouw Van Soest. Krijgt de wethouder van u een kans om uw vragen te beantwoorden en kan hij u overtuigen of zegt u, nee, wat de wethouder ook zegt, de motie van wantrouwen komt zo meteen ter stemming? Ja of nee?) Het is helemaal geen ja of nee. Ik heb nog wel wat vragen aan de wethouder naar aanleiding van zijn antwoorden. Dus u bent een beetje voorbarig, meneer Vroege. Ik was net begonnen dat de wethouder zich een beetje probeerde te verschuilen achter de burgemeester. Maar goed, beiden zijn daarvoor verantwoordelijk, heb ik nu begrepen. Maar ik voel ook dat de wethouder een beetje het boetekleed aantrekt. Hij is nu uitgebreider dan dat hij in de raadscommissie was. Nog even over de leerkrachten. Iedereen weet dat leerkrachten het in de klas niet durven benoemen uit angst voor bedreigingen.

Hoe denkt de wethouder dit te gaan oplossen? Gaat hij er in de klas bij zitten als er les wordt gegeven? Gaat hij dan kijken of er bedreigingen komen en pakt hij dat dan samen met de burgemeester aan? Kijk, dan toon je lef. Het onderwijs moet tegenwoordig alles maar oplossen. Als mensen het niet meer weten, dan is het: het onderwijs moet het maar gaan oplossen. Nog even een vraag. Het OM. Iedereen weet dat de politie overbelast is. De mensen die het gebeurt, die dus worden beschimpt, geschopt of in elkaar geslagen, die moeten aangifte doen bij de politie. Dan kan het OM pas in actie komen. Maar de politie heeft geen capaciteit daarvoor. Nu met de laatste zaken rond RTL, ik zal er niet teveel bij halen, wordt er bij de politie ook van alles en nog wat op het bord gelegd. Ik vind dus, als je wilt helpen iets te veranderen, dan moet je met je poten in het veld gaan staan en dan moet je zeggen, ik ga dat onderzoeken en ik zal kijken wat ik hieraan zou kunnen doen.

30

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

(Mevrouw ROOSMA: Ik heb expres even gewacht tot het einde van het betoog van mevrouw Van Soest, want mevrouw Van Soest grijpt hier naar een zwaar middel, het zwaarste middel, een motie van wantrouwen. Nog voordat de wethouder de vragen heeft kunnen beantwoorden, heeft ze die al ingediend. Sterker nog, zij heeft dat in de eerste termijn van de raadscommissie al aangekondigd. Mij is tot op het einde van haar betoog nog niet helder wat zij nu precies van de wethouder verwacht of waar precies haar aanstoot zit en wat de wethouder niet goed heeft gedaan. Welke vraag heeft hij niet beantwoord? Welke actie heeft hij niet ondernomen? Dat is mij onhelder. Ik vind wel, als zij zo’n zwaar middel kiest, dat zij heel precies moet formuleren waarom zij vindt dat dat rechtvaardig is. Dat heeft zij tot op heden in mijn ogen nog niet gedaan.) Als we wel met z’n allen de zebrapaden in de vlaggen gaan schilderen, dan denk ik bij mezelf, wat hebben die mensen daar nu aan? Als die mensen in elkaar worden geslagen, dán moet je erbij staan. Dán moet je naar die mensen toegaan en vragen hoe je hen kunt helpen. Niet van gaat u maar aangifte doen bij de politie. Dat is mijn werkwijze namelijk. Dus dat verwacht ik van een wethouder ook. (Mevrouw ROOSMA: Ik probeer het dan te begrijpen. U zegt eigenlijk: bij het onderwijs kunnen we eigenlijk niets meer doen.

We kunnen niets doen bij de politie want daar is geen capaciteit meer. Maar de wethouder moet eigenlijk bij elk incident ernaast gaan staan. De wethouder heeft al toegelicht dat de burgemeester bij het voorbeeld dat mevrouw Van Soest noemde, bij die flat, daar naartoe is gegaan. Dus dat heeft eigenlijk het college gedaan. Ik zie eigenlijk niet zo goed wat zij nu precies van de wethouder zou willen. Dat hij bij elk incident iemand op z’n muil gaat slaan? Wat vraagt zij nu precies?) Ik mag de vraag niet met een wedervraag beantwoorden, want ik zou zeggen, hoe vaak komt dat voor op een dag? Maar goed. Nogmaals, mijn werkwijze is, als ik iets signaleer wat niet door de beugel kan, dan ga ik er op af. Ik heb het niet over de burgemeester. Ik heb het over deze wethouder die dit in zijn portefeuille heeft. Als je dan niet zichtbaar bent door iedere keer als er iets is, samen met de mensen op de foto gaat en dat je laat zien, kijk, ik sta voor deze mensen, dan vind ik hem een held. (Mevrouw ROOSMA: Volgens mij is de wethouder heel erg zichtbaar op dit dossier in de stad. U kunt daarover een andere mening hebben, maar eigenlijk is uw aanklacht, de reden dat u een motie van wantrouwen indient, dat de wethouder niet met elk slachtoffer van lhbtiq+-geweld op de foto gaat?) We gaan het toch niet bagatelliseren? Nee. Maar goed, ik vind dat de wethouder daar meer zichtbaar had moeten zijn.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Nanninga. Mevrouw NANNINGA: Laat ik beginnen met uit te spreken dat ik een zeker ongemak voel bij de vorm die dit debat inmiddels heeft. We hebben dit in de raadscommissie besproken. Dat was een heel kritisch debat. Daar heeft de wethouder gewoon antwoorden op gegeven. Het staat ook weer geagendeerd voor de volgende raadsvergadering. Ik moet heel eerlijk zeggen, ik voel de oprechtheid bij mevrouw Van Soest, maar een interpellatie en een motie van wantrouwen, onze fractie ervaart daar ongemak bij. Ook omdat ik hier zonder op de zaken en de antwoorden van de wethouder vooruit te lopen, niet een wethouder zie die mensen in gevaar heeft gebracht of bewust

31

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

heeft beschadigd of genegeerd of de raad keihard heeft voorgelogen wat dit zou rechtvaardigen. Onze fractie ziet dat niet. Dat gezegd hebbende en dat is ook in de raadscommissie besproken ... Nou goed, we bespreken het hier vandaag nog een keer met elkaar. We zien hier natuurlijk wel wat ik tot ontsteltenis van de voorzitter van de raadscommissie een clusterfuck heb genoemd. Dat zeker, ja. Er is natuurlijk heel raar opgetreden met de timing van dat rapport. Het is uit en te na bekend. Het lag er al lang; het kwam pas aan het begin van het reces uit. Het argument daarvoor was, dat we meerdere rapporten in een keer moeten uitbrengen. Ook daar is natuurlijk geen echt helder antwoord op waarom het nu per se zo moest. Er is ook gevraagd, waarom was u niet bereikbaar? Pas na een Wobverzoek van De Telegraaf kwam naar voren dat de wethouder wel degelijk bereikbaar was. Dat is zeer laakbaar. Binnen drie minuten kregen de ambtenaren een antwoord. Het is geen plicht van de wethouder om de pers te woord te staan, maar over zoiets wat zo veel onveiligheid veroorzaakt ... En daar vind ik mevrouw Van Soest ook wel.

Die gevoelens dat iets wordt weggestopt, dat er in jouw dagelijks leven op straat als je boodschappen doet, een probleem is waarbij het lijkt alsof dat wordt gebagatelliseerd, waarbij het lijkt alsof de vragen daarover maar lastig worden gevonden, ja, dat vind ik wel echt heel, heel laakbaar. Dat rechtvaardigt zeker hierover een discussie met elkaar te voeren en om aan de wethouder te vragen ... Dat heb ik nog niet gezien. Zoals gezegd, in de raadscommissie werd er mijns inziens gewoon constructief antwoord gegeven door de wethouder maar niet geheel bevredigend. Ik mis daar echt nog wel wat zelfinzicht. Er werd een beetje gedaan van, goh, wat zeuren jullie nu. Ik was op vakantie. Ja, dat kan toch gebeuren. Ik vind het heus wel belangrijk. Ik zal de wethouder er nooit van beschuldigen dat hij antihomogeweld niet belangrijk vindt. Dat is een krankzinnige beschuldiging. Dat vindt iedereen hier zoals de wethouder het zelf ook al zei. Maar kan hij nu echt niet inzien dat deze manier van omgaan, die combinatie van factoren, van dat ogenschijnlijk een beetje wegstoppen en het ogenschijnlijk een beetje duiken voor de pers, dat wrijven in die vlek en dat draaien, dat dat ... En het gaat niet om ons als raad. Ik heb al gezegd dat wij niet zijn voorgelogen voor zover ik weet. Er is wel informatie weggehouden die pas later weer naar boven kwam.

Maar begrijpt de wethouder nu echt niet dat de mensen om wie het hier gaat, dat die daarbij echt een heel naar gevoel kunnen krijgen? En kan de wethouder het over zijn lippen krijgen om te zeggen, joh, het was gewoon niet goed; dat moet ik anders doen? Dat heb ik tot nu toe gemist in dit debat en dat debat had ik hier vandaag graag willen voeren op een iets minder oververhitte manier dan het nu is aangevlogen. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Martens. Mevrouw MARTENS: Ik wil graag beginnen met de woorden dat dit de laatste keer is dat we op deze manier een onderwerp met elkaar bespreken. Niet omdat het onderwerp veiligheid van een grote groep Amsterdammers niet belangrijk zou zijn, maar wel omdat de manier waarop wij dit debat met elkaar voeren of een eventuele twijfel bij het al dan niet ongunstig uitbrengen van een rapport, niets ten goede komt. Laat ik daarmee dan maar beginnen. Dan sluit ik me aan bij de woorden van mevrouw Nanninga. De enige verliezers op dit moment zijn de mensen van de lhbtiq+gemeenschap zelf wat mijn fractie betreft. Het debat dat wij hierover twee weken geleden met z’n allen voerden, is het lelijkste wat ik in de afgelopen vier jaar als raadslid heb mogen voeren.

Raadsleden die poogden hun controlerende taak uit te voeren door simpelweg informerende vragen te stellen, werden al vanaf zin twee structureel onderbroken waardoor een simpele bijdrage

32

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

in verhaal niet mogelijk was. Er was een aantal partijen dat bijna letterlijk voor de wethouder ging liggen – het was dat er een scherm tussen zat. Dit onderwerp verdient beter. Ik kan me heel goed voorstellen dat alle Amsterdammers die meekeken, zich afvroegen wat wij hier met z’n allen aan het doen waren. Want bij mijn fractie leven helaas toch nog enkele twijfels over de verklaring die de wethouder heeft gegeven over de wat vreemde timing van publicatie en de reden die de wethouder daarvoor heeft gegeven. We hebben allemaal in de Wobstukken kunnen lezen, dat de wethouder wel degelijk op zijn telefoon zat. Een ander groot argument dat de wethouder aanhield, was het feit dat de rapporten gebundeld naar buiten moesten komen. Ook dat is simpelweg onjuist. We wachten nog op het rapport Moslimdiscriminatie. Dus er is wel degelijk gekozen om niet te lang te wachten met de rapporten en die alvast eerder naar buiten te brengen. Het rapport kwam dus naar de raad op het moment dat het de wethouder het best uitkwam. Daar kan ik simpelweg niet omheen. Ook het argument dat de wethouder onbereikbaar was, is lichtelijk discutabel.

Zoals mevrouw Nanninga zei, het zal al dan niet met opzet zijn geweest, maar de keuze om wel te reageren op het moment dat de postercampagne in Nieuw-West werd beklad en niet te reageren op het moment dat verschillende landelijke media toenadering zoeken met vragen over de timing van dit rapport, is een keuze geweest van de wethouder. Als ik wethouder zou zijn geweest en dit onderwerp gaat mij ontzettend aan het hart, dan had ik ervoor gekozen dit rapport naar buiten te brengen op het moment dat ik de telefoon had kunnen opnemen. Ik wil graag terug; ik wil terug naar dit rapport en ik wil graag in oplossingen denken. Ik maak op dit moment graag gebruik van een optie om moties in te dienen – ondanks het feit dat we weer dit debat voeren. De moties zijn inmiddels genoemd door de burgemeester, dus dat zal ik hier niet herhalen. (Mevrouw ROOSMA: Ik kan het toch niet helemaal laten, omdat het niet de eerste keer is dat we deze kwestie bespreken. Het is in september besproken; het is in oktober besproken en twee weken geleden nogmaals.

Mevrouw Martens zegt nog steeds het idee te hebben dat de wethouder de rapporten heeft gestuurd op het moment dat het hem uitkwam, maar de wethouder heeft daarover al gezegd dat in navolging van een toezegging aan ik meen de heer Vroege of aan de hele raad, dat de reden was dat hij de rapporten die op dat moment beschikbaar waren – dus op één rapport na – voor de zomer heeft gestuurd. Wat in het antwoord van de wethouder is nu niet goed genoeg waardoor mevrouw Martens de wethouder niet gelooft dat hij daarmee aan een toezegging van de raad tegemoet wilde komen?) Dat heeft meerdere redenen. Ik weet niet of mevrouw Roosma het debat heeft gevolgd, maar het was bijna onmogelijk om tot vragen aan de wethouder te komen in de vorige raadscommissievergadering. Dus ook daar zit voor mij gewoon nog heel veel ruis. Dat is ook de reden waarom ik dit op dit moment opnieuw agendeer. De reden dat het allemaal gebundeld moest zijn, is wat mijn fractie betreft, onvoldoende juist omdat we op dit moment nog wachten op het rapport over moslimdiscriminatie. Het had een keus van de wethouder kunnen zijn om de urgentie aan te voelen om het rapport alvast naar de raad te zenden. Ja, daar hebben we een ander inzicht. Dat had mijn fractie anders gedaan en dat is wat ik hier wil benadrukken.

(Mevrouw ROOSMA: Dat is toch conform de toezegging die de wethouder aan de raad heeft gedaan? Daar ben ik zo verbaasd over, dat dat antwoord niet voldoende voor u is. Want u zegt, ik kon de vraag niet

33

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

stellen, maar ik heb het debat even teruggekeken: de wethouder heeft wel degelijk die antwoorden gegeven.) Ik snap dat mevrouw Roosma het niet laten kan gezien deze situatie. Nogmaals, ik geef volgens mij antwoord op haar vraag. Er is toegezegd dat het gebundeld zou komen. Ik heb blijkbaar een andere definitie van gebundeld dan mevrouw Roosma heeft. (De heer VROEGE: Ik heb gewacht met mijn interruptie, want mevrouw Martens heeft te kennen gegeven dat ze het heel vervelend vindt als ik haar zorgvuldig uitgetypte monoloog onderbreek. Daarom doe ik het nu. De vraag is eigenlijk dezelfde als in de commissievergaderingen. Op 1 september hebben we op verzoek van D66 het rapport besproken. Niet alleen dit rapport, maar ook het rapport over antisemitisme, over antizwartracisme, over geweld tegen vrouwen. Belangrijke onderwerpen. Waar was mevrouw Martens tijdens dat debat? En waar was de fractie van de VVD tijdens dat debat?) Ik ben echt ontzettend blij dat de heer Vroege deze vraag stelt. Dat zie ik als een cadeautje. Ik ben het namelijk even nagegaan. Ik heb een aantal maanden niet in de raadscommissie gezeten. Op dit moment behandel ik dit als lijsttrekker. Dus ik kan het u heel eerlijk op dit moment vertellen. Zo belangrijk vindt mijn fractie dit onderwerp. Aan de andere kant was de spreektijd op.

Mevrouw Poot, die op dat moment het woord voerde, heeft ook gezegd dat het al geagendeerd was voor de dag daarna, voor de raadscommissie Algemene Zaken. Daar is het op initiatief van de VVD behandeld. Dus mij verwijten dat de VVD dit niet belangrijk vindt, dat is onjuist. (De heer VROEGE: De spreektijd was op. En dat van de grootste oppositiepartij op een onderwerp als openbare veiligheid dat zo belangrijk is. Inderdaad, u heeft een aspect behandeld in de raadscommissie Algemene Zaken. Dat ging over één rapport, maar over het rapport antisemitisme, antizwartracisme of geweld tegen vrouwen, daarover heeft noch u, noch uw fractie ook maar iets gezegd. Kunt u nog eens aan ons en aan alle Amsterdammers uitleggen waarom uw fractie dat niet belangrijk vond?) Volgens mij bespreken we dat rapport niet vandaag. Ik zou de heer Vroege graag willen aangeven dat ik snap dat hij een manier zoekt om wederom dit debat over het vertraagd naar buiten brengen van het rapport lhbtiq+, de communicatie van de wethouder en zijn voorlichter te bespreken. Ja, volgens mij hebben we het daarover vandaag. Dus ik zou hem willen uitdagen, als dat opnieuw op de agenda staat, mij dan dezelfde vragen te stellen. Dan beantwoord ik deze met liefde. (Mevrouw ROOSMA: Mevrouw Martens maakte er een punt van dat dat rapport eigenlijk te laat naar buiten kwam.

Ze had eigenlijk gewild dat het rapport in februari naar buiten was gebracht. Het rapport over antizwartracisme was in maart af. Daarover heb ik haar niet gehoord. Had ze dat dan ook eerder naar buiten gebracht willen zien?) Een beetje een vraag in dezelfde lijn als die van de heer Vroege. Eigenlijk het liefst wel. Ik geloof dat zulke belangrijke, zware rapporten zo snel mogelijk naar buiten moeten komen om te bespreken. We bespreken hier vandaag het lhbtiq+-stuk. Als het aan mij had gelegen, dan was het anders gelopen. Absoluut. Dat ben ik helemaal met mevrouw Roosma eens. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege.

34

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

De heer VROEGE: Ik heb getwijfeld of ik zou meedoen aan dit debat vandaag, een gênante interpellatie, een van tevoren aangekondigde motie van wantrouwen, dat doet mijn democratische hart toch wel enigszins zeer. Het onderwerp, de veiligheid van de lhbtiq+-gemeenschap, gaat mij te zeer aan het hart om vandaag te zwijgen. De trigger was een interviewer die wethouder Groot Wassink afgelopen week besprak bij een website getiteld De kanttekening. Niet de antwoorden van de wethouder, maar de vragen die werden gesteld, waren toch weer schokkend. De vragensteller, Amsterdammer, midden 30, van Turkse origine, zit in de bubbel van Pakhuis De Zwijger en is ook op andere plekken in het sociaal domein actief, oftewel een Amsterdammer die meedoet en waarvan ik denk, die hoort erbij, die vroeg aan de wethouder: begrijpt u als ik een regenboogvlag zie in mijn buurt, dat ik dat als een bedreiging zie en dat de lhbtiq+emancipatie overkomt als een poging van het stadsbestuur om mij de wijk uit te krijgen en dat andere mensen meer ruimte hebben en krijgen dan wij? Ik vond het schokkend, die vragen van de vragensteller. De reactie van de wethouder was zeer terecht: de regenboogvlak hoort erbij en als je daar niet tegen kan, dan heb je gewoon een probleem. Maar deze meneer staat ongetwijfeld niet alleen.

Het doet me ook denken aan het boek van Lale Gűl, een goed boek, waarin zij duidelijk maakte dat er een hele onderlaag is in onze samenleving van grote groepen bewoners voor wie alles wat met homoseksualiteit te maken heeft, wordt omvat als dat is iets van hen, iets van de Hollanders, dat hoort niet bij ons. Dat is een kwalijke zaak, niet zozeer voor de hele stad maar zeker ook voor die tienduizenden jongens en meisjes, mannen en vrouwen uit die gemeenschappen die zelf worstelen met hun seksuele en genderidentiteit. Die moeten net als Lale Gűl kiezen tussen een verborgen leven of een verstoten leven. Voor hen moeten wij meer aan het werk. (Mevrouw VAN SOEST: Ik heb een vraag aan de heer Vroege. Wat had hij gedaan als hij in de schoenen van de wethouder had gestaan? Hoe had hij dan geoordeeld?) Als ik op vakantie was geweest met mijn gezin ver weg aan het strand, dan was ik inderdaad gaan zwemmen en dan had ik niet De Telegraaf te woord gestaan. (Mevrouw VAN SOEST: Het verbaast mij dat juist D66 dit niet veroordeelt, dat het rapport zo lang in de lade heeft gelegen. Dan kan de heer Vroege wel zeggen, we hebben gewacht op de andere rapporten. Nee, het gaat erom dat we eindelijk eens een keer gaan benoemen wie de daders zijn en dat we niet iedere keer zeggen “een lichtgetint iemand.” Nee, het gaat om de Marokkaanse jeugd en dat moeten we eens een keer bespreekbaar maken.

We moeten dat bij naam en toenaam benoemen. Bent u dat met mij eens?) Ik ben degene geweest die de wethouder de hele tijd heeft gevraagd waar die rapporten bleven en wanneer ze kwamen. Ik ben degene geweest die de rapporten heeft geagendeerd in de raadscommissie zodat we ze inhoudelijk en procedureel konden bespreken. Beide keren was mevrouw Van Soest afwezig. (Mevrouw VAN SOEST: De heer Vroege weet dat wij hierover als eerste schriftelijke vragen hebben gesteld. Dus u heeft de antwoorden niet gelezen, denk ik.) Ik lees de dagmail iedere dag zorgvuldig. Ik ga verder met mijn betoog. Op de dag van de raadscommissievergadering gaf de wethouder een aantal interviews aan de media, het roemruchte interview bij M, maar ook op AT5. Daar zei hij twee dingen die mij licht verbaasden en daarover heb ik aanvullende vragen. Hij zei, we zijn als stadsbestuur, als college bezig met het onderwijs. Ik heb deze week nog wat cijfers opgevraagd hoeveel scholen in het basisonderwijs nu

35

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

meedoen met bijvoorbeeld paarse vrijdag. Dan blijkt dat ongeveer de helft van de scholen meedoet en de andere helft niet. Maar waar liggen die scholen die wel meedoen? Je kunt het uittekenen: IJburg, oostelijk havengebied, Watergraafsmeer, Oudzuid. En waar doen de scholen niet mee? Nieuw-West, daar waar het het hardst nodig is. Mijn vraag aan de wethouder is dan ook wat hij de laatste vier jaar concreet heeft gedaan om die scholen te bewegen wel mee te doen en er meer aandacht aan te besteden of wat zit er nog in de planning voor de komende jaren om daar waar het het hardst nodig is, de meeste druk te zetten? De tweede opmerking. In dat interview ging het ook over religie. De wethouder zei dat hij in gesprek was met de islamitische gemeenschap over dit onderwerp. Dat verbaasde mij. Ik had daar geen kennis van; ik wist dat niet. In 2019 heb ik nota bene een motie ingediend in deze raad waarin ik de wethouder heb opgeroepen juist religie te betrekken bij de emancipatieprocessen. Religie is volgens mij breder dan alleen de islam. Ik kijk nadrukkelijk ook naar Zuidoost waar voor de christelijke gemeenschappen nog het nodige werk te verzetten is.

Mijn vraag aan de wethouder is dan ook: wat hebben die gesprekken in het islamitische gebedsgebouw nu concreet opgeleverd? Wat is er precies gebeurd? Want in zijn reactie op mijn motie – en de wethouder weet dat ik niet echt tevreden ben over de uitvoering daarvan – schreef hij nog wel dat het college niet voornemens was actie te ondernemen tegen mensen die wegens hun religie vooroordelen hebben. Kortom, hij schrijft het een maar gelukkig doet hij het ander. Dus graag een nadere duiding op beide punten van deze wethouder. Tot slot hoop ik dat we niet alleen in de toekomst kunnen spreken over incidenten, hoe vervelend ook, maar dat we ons meer focussen op die brede berg die onder het oppervlak zit bij grote gemeenschappen, waar ongemak is rond het spreken over seksualiteit, over homoseksualiteit. Dat is een voedingsbodem van problemen die boven de oppervlakte zichtbaar worden. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel. De heer VAN SCHIJNDEL: Ik heb eigenlijk twee punten. Ik vind dat de wethouder erg wollig heeft gesproken over dat er erg veel gemeenschappen zijn in de stad waar nu eenmaal anders tegen homoseksualiteit wordt aangekeken dan bij gewone Nederlanders. Er is een mooi boekje over van Werdmölder, Het is toch vooral als je kijkt naar de statistiek, en dat mag je gewoon benoemen, de Marokkaanse jongens die zwaar zijn oververtegenwoordigd.

Het kan zo zijn dat men er in de Turkse gemeenschap erg conservatief tegenover staat, maar dat slaat niet echt door op straat. Bij de Marokkaanse jongens ligt dat anders en dat moet gewoon worden benoemd. Waarom doet de wethouder dat niet? Waarom gooit hij het eigenlijk op de grote hoop? Dus al die wat conservatievere gemeenschappen worden nu eigenlijk ik wil niet zeggen aansprakelijk gehouden. Dat is het ene punt. En het andere punt betreft het rapport. Kijk, het gaat om de inlichtingenplicht van het college aan de raad. Die geldt in volle omvang. Dan vind ik dat niet alleen de stukken volledig moeten zijn en naar waarheid enzovoorts maar dat die inlichtingenplicht ook betekent dat het allemaal tijdig moet worden verstuurd. Het moet tijdig. Ik heb nog steeds niet duidelijk voor ogen waarom het zo lang moest duren tot ver in de zomer. Dat zijn de twee vragen die ik heb. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Flentge.

36

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

De heer FLENTGE: Eerst even over het debat. Verschillende mensen hebben in het rapport zorgvuldig aangegeven wat ze meemaakten op straat over jongeren met een migratieachtergrond waarbij ze werden geïntimideerd. Het ging om jongeren van Marokkaanse afkomst. De mensen gaven dat aan in het rapport. Zorgvuldig. En hoe ze werden geïntimideerd. Ik zou zeggen, een indringende roep om hulp. Dan volstaat volgens mij niet – en we doen het nu ook weer in deze raad - te spreken over een opgewarmde prak of iets dergelijks. Soms vind ik te veel Stoperanavelstaarderij in het debat doorklinken waar de stad toch echt iets anders verlangt. Ik denk dat we daar verre van moeten blijven en ik hoop dat we daar lering uit gaan trekken. Dat vereist zorgvuldigheid. Het bespreken van maatregelen. Het ongemak benoemen. En over de wethouder: ik denk dat het onverstandig was om niet – en dan niet in eerste instantie op vakantie maar ook te laat, later – te reageren. Ik denk dat je altijd direct moet reageren zeker als het dit soort gevoelige thema’s betreft. Anders voelt de gemeenschap zich snel verweesd. Maar hier geldt ook dat een wethouder vooral beterschap moet beloven. Die mea culpa heeft hij mijns inziens gedaan. Een beetje knarsetandend soms misschien en dat was ook een beetje de toon van het debat. Maar hij heeft beloofd: ik zal voortaan in het land zijn en beschikbaar.

Dat is dan waar ik van uitga – totdat het tegendeel is bewezen. En dan gaan wij verder met de burgemeester in gesprek over bijvoorbeeld de regenboogveiligheidsalliantie, al die knoppen die we met elkaar verder willen onderzoeken. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK: Dank aan de leden met alle verschillende vragen die zijn gesteld en die zal ik proberen zo goed mogelijk te beantwoorden. Ik denk dat we een veelheid aan onderwerpen hebben geraakt. Mevrouw Van Soest had vragen over de leraren. Ik heb al gezegd dat het wettelijk verplicht is voor scholen om hieraan specifiek aandacht te besteden, maar wij bieden als stad aanvullende onderwijsprogramma’s. Op basisscholen, middelbare scholen en op het mbo bieden we als stad programma’s aan om acceptatie te bevorderen met subsidies. Daarbij hebben we onder andere lesprogramma’s als Gelijk=Gelijk?, 30 klassen, 500 leerlingen. Het COC Amsterdam 600 voorlichten per schooljaar. (Mevrouw VAN SOEST: De wethouder begint er nu weer over dat leerkrachten het moeten oplossen. Mijn vraag is iedere keer weer: gaat u erbij zitten in de klas als er zo’n les wordt gegeven en gaat u dan ook optreden, mochten daar bedreigingen uit voortkomen?) Ik kan alleen maar en dat wilde ik hier illustreren, dat wij naast de wettelijke verplichting vele honderden aanvullende voorlichtingen geven.

Ik geloof niet dat het mogelijk is voor mij om daar allemaal bij te zijn. Ik heb overigens zelf onlangs om het Munduscollege nog in het kader van de Week van Respect zelf een gastles gegeven, ook over dit onderwerp. Dat was een prima gesprek. Ik vind het niet zozeer mijn rol om bij elke les aanwezig te zijn. het COC heeft daarvoor zeer, echt zeer ervaren trainers voor. Wij trainen dus wel onderwijzend en docerend personeel om hen juist te helpen. In die zin vind ik dat niet aan mij. U vroeg ook heel nadrukkelijk dat ik het zelf zou moeten onderzoeken. Ik heb helaas geen opsporingsbevoegdheid, maar ik kan u wel meegeven dat Roze in Blauw in Amsterdam is opgericht en uitgebreid. Zoals u al aangaf, loopt bijna iedereen in deze raad meermaals te hoop tegen het grote politietekort. Het tekort bij de politie is met grote

37

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

regelmaat door de burgemeester aangekaart. Volgens mij is iedereen in deze raad het erover eens dat de politie onderbezet is. Ik heb echter geen opsporingsbevoegdheid. Zoals u weet, is in dit soort kwesties bewijslast soms best ingewikkeld. Het moet wel bijna op heterdaad zijn, voordat je daaraan iets kunt doen. Maar elk incident wordt in de driehoek besproken en met grote prioriteit afgehandeld. Dat ligt in die zin heel nadrukkelijk bij degene die gaat over de openbare orde. Dat zeg ik niet om me erachter te verschuilen, maar over de openbare orde gaan de burgemeester en de driehoek. Zeker waar het over mogelijke strafvervolging gaat, is dat natuurlijk de passende plek. In alle eerlijkheid, ik zou me er best mee willen bemoeien, maar dat is niet mijn rol. Dat past ook niet. Ik zie de burgemeester nu enigszins verschrikt kijken, want dat zou een ongewenste rolvermenging met zich meebrengen. (Mevrouw VAN SOEST: Ik kan u melden dat ik me in 1980 heel erg bemoeide met onderwijs. Toen heb ik al het COC geïntroduceerd in het onderwijs. Laat ik het zo zeggen, zo lang zijn we al bezig om het bespreekbaar te maken in het onderwijs. Je moet er bovenop gaan zitten. U heeft geen opsporingsbevoegdheid. Die heeft de leerplichtambtenaar wel. Als u een leerplichtambtenaar naast u neerzet, dan kunt u evengoed gewoon even gaan luisteren en kijken wat er allemaal gebeurt.

Dan hoort u het namelijk uit de praktijk. Dan hoort u het ook wanneer de leerkrachten worden beschimpt en bedreigd. Dát vraag ik u.) Ik heb aangegeven dat wij naast wat wettelijk verplicht is, juist honderden aanvullende lessen geven, dat wij docenten ondersteunen en dat dat in een heleboel opzichten ook heel goed gaat. In de richting van de heer Vroege zou ik willen zeggen, ook in Nieuw-West wordt er juist heel veel aan gedaan. Het is absoluut niet zo dat dit alleen iets zou zijn voor bijvoorbeeld stadsdelen zoals Centrum of Zuid. Ook in West werken scholen mee – waar het gaat om verschillende toneelstukken, waar het gaat om tentoonstellingen waar dit gewoon een onderwerp van gesprek. Is het daarmee makkelijk? Nee, natuurlijk niet altijd. Is het daarmee opgelost? Nee, natuurlijk niet altijd. Dat is echt iets van een lange adem. Ik ben heel blij dat we daarin juist de afgelopen jaren heel veel hebben gedaan. Nogmaals, collega Moorman heeft daarover in haar brief gerapporteerd. En ik ben heel blij dat mevrouw Van Soest aangeeft dat zij dat al in 1980 heeft gedaan. Dat geeft natuurlijk aan hoe hardnekkig dit probleem is. Dat geeft natuurlijk aan dat dit echt iets is van lange adem. Als je kijkt naar de wetenschappelijke cijfers over acceptatie van homoseksualiteit door de jaren heen, dan zie je dat die acceptatie toeneemt, maar niet snel genoeg.

Dus dat betekent dat je daar permanent op in moet zetten. Ik heb u gezegd, ik vind helemaal niet dat we hiervoor het onderwijs alleen verantwoordelijk moeten houden. Dit is echt iets waar je als overheid, als nationale overheid, lokale overheid een norm moet stellen en een norm moet uitdragen. Dus dat zit in opvoeding. Dat zit in onderwijs. En dat zit ook in het versterken van krachten in de samenleving zelf: jongerenwerkers, buurtvaders, eigenlijk in iedereen. Ik heb u willen aangeven wat wij aanvullend doen bij onderwijs en dat is veel, denk ik. Zou nog meer wenselijk zijn? Nou, misschien wel, want 100 procent dekking is er in die zin natuurlijk nooit, ook niet omdat scholen niet altijd verplicht zijn dit soort dingen over te nemen. Wij bieden het aan, we kunnen hen stimuleren, maar we kunnen het als gemeente niet opleggen. Dat is het lastige. (Mevrouw VAN SOEST: Het was in de vorige eeuw. Ik was voorzitter van de gemeenschappelijke ouderraad. Dat was nog vóór de medezeggenschapsraad. Toen hield ik me al met deze materie bezig. Het komt dus niet uit de lucht vallen. U bekent zelf dat het een hardnekkig probleem is. We hebben het dan inmiddels over 40 jaar

38

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

geleden. Moeten we dan nog langer wachten? We hebben niets aan voorlichtingsfilmpjes; we hebben daar niets aan. We moeten de praktijk in. We moeten gaan benoemen wat de oorzaak is en hoe we de oorzaak aanpakken. Bent u dat met mij eens?) Ik geloof zeer in een aanpak van aan de ene kant bestraffing, maar daar schiet het instrumentarium op sommige punten te kort. En aan de andere kant een instrumentarium van ondersteuning en preventie. Samenleven is nu eenmaal niet een heel eenvoudig ding. Zoals ik al zei, gemeentebesturen veranderen culturen niet. Dat is iets wat we permanent zullen moeten bevechten en dat is inderdaad iets van lange adem. Zoals we er allemaal gelukkig steeds meer aandacht voor hebben, heeft dit college ook weer meer gedaan dan in het verleden. Maar het is weerbarstig. Dit is niet iets wat je heel gemakkelijk zo een, twee, drie kunt meten of kunt bevorderen. Daarvoor zijn de contexten wel te complex. (De heer VAN SCHIJNDEL: Dus enerzijds kan de gemeente best veel met onderwijs en het ondersteunen enzovoorts maar verder is er natuurlijk de strafrechtelijke weg. Als college waar de burgemeester in zit, kan er ook worden gekozen voor de bestuursrechtelijke weg, dus het opleggen van de gedragsbevelen aan de jongelui op straat die treiteren enzovoorts. Die aanpak, de bestuursrechtaanpak, is heel effectief.

Ik zou ervoor willen pleiten dat vooral te benoemen.) Ik ben een simpele historicus en ik weet niet precies alles van het bestuursrecht, maar ik hoor dat daarvoor bestuursrapportages van de politie nodig zijn en dat er geen terughoudendheid is om die in te zetten als dat kan. Zoals ik u al zei, juist het oppakken van incidenten is een grote prioriteit binnen de driehoek. Dat wordt steeds besproken met zowel communities zelf. Ik ben daar dan op de tweede rang ook bij betrokken met Roze in Blauw. Dus in de driehoek heeft dit grote prioriteit. Dat maakt ook dat het eigenlijk altijd de burgemeester en de politie zijn die daarin naar voren treden en die direct contact opnemen met slachtoffers als er een incident is. Ik geloof niet dat het mij past om te zeggen dat we deze suggestie moeten volgen, maar de burgemeester gaf aan dat dat absoluut een begaanbare weg is. Dan moet er dus wel die bestuursrapportage aan ten grondslag liggen. De VOORZITTER: Mevrouw La Rose, u had in de tweede termijn willen spreken maar dat is niet gelukt. Dan mag u nu interrumperen en dan nemen we mee dat het op een inbreng mag lijken. (Mevrouw LA ROSE: Kort. De aandacht voor dit onderwerp is meer dan terecht. We mogen nooit lichtzinnig doen over geweld dat Amsterdammers wordt aangedaan om wie of wat ze zijn.

Dat stemt mij dan ook hoopvol dat we allemaal onze afschuw uitspreken als dit voorkomt en dat niemand van ons geweld tegen mensen van de lhbtiq+gemeenschap bagatelliseert of negeert. In deze stad moet iedereen zich vrij voelen om te zijn wie je wilt zijn en elke vorm van geweld hiertegen door wie dan ook, moet ons allemaal aangrijpen. We moeten ons blijvend inzetten voor een vrije stad en voor de vrijheid om jezelf te zijn. Daarin moeten we altijd het uiterste doen om onze vrijheden te beschermen. Daarom ben ik blij dat er grondig onderzoek is gedaan naar het geweld tegen mensen van de lhbtiq+-gemeenschap in Amsterdam. Toch kan ik niet zeggen, dat de uitkomst mij of mijn fractie hebben verbaasd. De wethouder stelde terecht in de raadscommissie dat men in Amsterdam

39

wst Jaar

2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 26 januari 2022 Raadsnotulen

R

weet, dat homohaat ook voorkomt bij jongeren met een migratieachtergrond en dat is niet goed te praten. Dat is onacceptabel en dat moeten we bestrijden. Voor de PvdA zit dat in de combinatie van straffen en opvoeden. Geweldplegers moeten we hard aanpakken opdat we de vrijheid behouden dat iedereen hand in hand over straat kan. Tegelijkertijd moeten we de Amsterdammers opvoeden in hun houding tegenover de anderen. Tot slot hoop ik dat we hiermee blijven doorgaan. Als ik om me heen kijk, ook in deze raad, zie ik dat iedereen zich daarvoor zal blijven hardmaken.) De VOORZITTER: Ik heb geen vraag beluisterd. Dat is u vergeven. De wethouder was aan het woord. Wethouder GROOT WASSINK: Ik zou het betoog van mevrouw La Rose zeer willen onderschrijven. Dat is denk ik de kern van wat we proberen te doen. Alleen repressie werkt niet. Het gaat om het bevorderen van tolerantie en het bestrijden van intolerantie. Die twee elementen zijn cruciaal. De heer Vroege, dan. Ik moet zeggen dat ik ook enigszins verbaasd was over stellingnames in het interview bij De Kanttekening. Ik denk dat de positie van zowel mij persoonlijk als het college daar helder in is. Wij hebben een norm en die moeten we met elkaar uitdragen. Dan ten aanzien van het beeld dat de heer Vroege schetste over onderwijs in Nieuw-West. Dat scholen achterblijven, die conclusie deel ik niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11169749/1