CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20220103 Ruimtelijke visie op de Dijksgracht verkleind.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 10 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis te nemen van de raadsbrief met de ruimtelijke visie voor de Dijksgracht Oost, die als basis dient voor het wijzigen van het vigerende bestemmingsplan. (ZD2021-014755)13.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke visie Dijksgracht Oost

Versie 2.2 03 januari 2022 1

1 Inleiding .................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding ......................................................................................................................................................... 3 1.2 Programma....................................................................................................................................................... 4 1.3 Waarom deze ruimtelijke visie? ........................................................................................................................... 5 1.4 Opdracht .......................................................................................................................................................... 5 1.5 Projectgebied .................................................................................................................................................... 5 1.6 Status ............................................................................................................................................................... 6 1.7 Leeswijzer ......................................................................................................................................................... 6

2 Bestaande situatie ................................................................................. 7 2.1 Algemeen...........................................................................................................................................................7 2.2 Dekschuiten ...................................................................................................................................................... 8 2.3 Spooremplacement ........................................................................................................................................... 9 2.4 Oostenburg ..................................................................................................................................................... 10 2.5 Kattenburgerstraat, Mariniersbrug, spoorwegonderdoorgang ............................................................................ 10 2.6 Water ..............................................................................................................................................................11 2.7 Vleermuizen .................................................................................................................................................... 12

3 Programma ...........................................................................................14 3.1 Fiets-voetgangersroute .....................................................................................................................................15 3.2 Ligplaatsen bedrijfsvaartuigen ......................................................................................................................... 16 3.2.1 Ligplaatsen passagiersvaart ........................................................................................................... 16 3.2.2 Ligplaatsen waterbouwkundige aannemers .................................................................................... 18 3.2.3 Op- en overslag .............................................................................................................................. 21 3.2.4 Conclusie ligplaatsen bedrijfsvaartuigen ......................................................................................... 22 3.3 Herstel kademuur ............................................................................................................................................ 23 3.4 Compenserende maatregelen vleermuizen ........................................................................................................

24 3.5 Programma hoogfrequent spoor (PHS) ............................................................................................................. 28 3.6 Spoorpark ....................................................................................................................................................... 29 3.7 Ontwikkelingen Oostenburg en VOC kade ..........................................................................................................31 3.8 Ontwikkelingen Kattenburgerstraat, Mariniersbrug en spoorwegonderdoorgang .................................................33

4 Planologische mogelijkheden ...........................................................34 4.1 Geldend bestemmingsplanregime .................................................................................................................... 34 4.2 Planologische inpassing ................................................................................................................................... 38

5 Uitwerking en participatie ................................................................39 6 Afweging van belangen ......................................................................44 7 Ruimtelijk ontwerp .............................................................................46 7.1 Voorkeursmodel............................................................................................................................................... 46 7.2 Alternatieve varianten ..................................................................................................................................... 49

2

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Dijksgracht Oost, tussen de Kattenburgerstraat en de VOC-kade, ligt aan de noordrand van het centrum en lijkt een vergeten stuk van de stad. De oever is verwilderd en ontoegankelijk.

Overzicht open water van de Dijksgracht

Aan de Dijksgracht Oost komen diverse projecten en (bestuurlijke) wensen samen met elk hun effect op de omgeving, tijdspad en ruimtelijk beslag. Deze ontwikkelingen kunnen het beste in samenhang beschouwd te worden. Thans ontbreekt een integrale ruimtelijke visie waarin alle ontwikkelingen gewogen worden. Doel is om te komen tot een integrale kwaliteitsimpuls voor het gebied, door hiervoor kaders en randvoorwaarden mee te geven, waarbij de verschillende ontwikkelingen invulling krijgen en waarbij toevoeging van functies en kwaliteit in de openbare ruimte centraal staat, als samenhangend element tussen de ontwikkelingen. Dit ruimtelijk kader vormt tevens de onderbouwing voor de planologische procedures om de gewenste functies mogelijk te maken. Door het slim combineren van de voorliggende opgaven kan de Dijksgracht Oost duidelijker onderdeel van de stad worden en een bijdrage leveren aan de groei van de stad en de verdichtingsopgave. De huidige wensen en initiatieven nemen bij elkaar opgeteld op het eerste gezicht meer ruimte in dan dat er beschikbaar is. In deze visie vindt waar nodig een afweging plaats tussen de verschillende gewenste ontwikkelingen en projecten. Een afweging tussen het programma varen met de ligplaatsen voor rederijen (incl.

bijhorende voorzieningen behorende bij het gebruik en de exploitatie, denk aan laadinfrastructuur en andere nutsvoorzieningen en t.b.v. bevoorrading), Kades en Bruggen voor de ligplaatsen van dekschuiten en mogelijke andere vaartuigen, bewoners voor wellicht wat meer rust langs de kade, een doorgaande fiets- en wandelroute en tevens 3

ontsluitingsroute voor onderhoudsverkeer van en naar de gemeente werf en het te ontwikkelen spoorpark dat wellicht ook een plek aan het water verdient. Afhankelijk van de vorm waarin de ligplaatsen gerealiseerd en geëxploiteerd worden zijn hiervoor ook (haven) voorzieningen nodig. 1.2 Programma Hieronder een overzicht van het gewenste te realiseren programma met hierachter tussen haakjes de verantwoordelijke partij: 1. Realisatie van 40 ligplaatsen voor de rondvaart met bijhorende (oplaad) voorzieningen t.b.v. botenstalling buiten de exploitatie uren. (opgave uit de Watervisie Amsterdam 2040 en Nota Varen 2.1 (later overgenomen in de Nota Varen Deel 2.)) 2. Realisatie van 30 ligplaatsen voor dekschuiten en de mogelijkheid voor overslag t.b.v. de natte aannemerij en voor vervoer van bouwmaterialen over water. (Programma Bruggen & Kades) 3. Realisatie van een hoofdfiets- en wandelroute tussen Kattenburgerstraat en VOC kade. Deze route is tevens de ontsluitingsroute voor onderhoudsverkeer van en naar de gemeente werf op Oostenburg welke i.v.m. de doorstroming van het reguliere verkeer niet langer over de Piet Heinkade kan rijden. Mogelijk kan deze route incidenteel ook door nood- en hulpdiensten gebruikt gaan worden. Voor deze route is al een definitief ontwerp vastgesteld. (SDC / V&OR) 4. Vernieuwing en herstel kademuur Dijkgracht Oost. (Kades en Bruggen) 5.

Realisatie Spoorpark Oostenburg als onderdeel van het Programma Hoogfrequent Spoor en als bestuurlijke wens voor vergroening en uitbreiding van recreatiemogelijkheden in de stad (PHS). ProRail richt het gebied in als park en is voornemens het gebied (tijdelijk) in gebruik te geven als park waarbij er altijd een mogelijkheid is dat het terrein in de (verre) toekomst weer voor het spoor kan worden gebruikt. De onderhandelingen hierover met de gemeente lopen nog. (ProRail / V&OR) 6. Raakvlakprojecten: o Programma Hoogfrequent Spoor Locatie Dijksgracht, vernieuwing van de sporen incl. dive under / fly over en afwaarderen en verder vergroenen van het huidige rangeerterrein. Belangrijk hierbij is ook een reservering t/m 2028 van een gebied van 80x50 meter voor de overslag van grond in het water van de Dijksgracht (ProRail) o Gebiedsontwikkeling Oostenburg (Stadgenoot e.a. / Grond en Ontwikkeling) o Herinrichting Kattenburgerstraat en invoering van 30 km/uur (V&OR) o Groenvisie 2050 en het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Hierin is vastgelegd dat Amsterdam zich moet toeleggen op het stimuleren van de biodiversiteit en het verder vergroenen van de stad.

Randvoorwaardelijk voor de bovenstaande ontwikkelingen is het realiseren van compenserende maatregelen om het foerageergebied van de Gewone Dwergvleermuis in stand te houden tijdens de uitvoeringswerkzaamheden (naar verwachting tussen 2023 en 2028). Dit tenminste totdat de rust is weergekeerd in het gebied en er nieuwe definitieve foerageerplekken van vergelijkbare grootte zijn ontstaan. Momenteel fungeert de oever en het aansluitende spoortalud als foerageerplek. Ook is een belangrijke randvoorwaarde dat alle gewenste ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt in een nieuw bestemmingsplan voor het gebied.

4

1.3 Waarom deze ruimtelijke visie? De verschillende projecten en (bestuurlijke) wensen hebben elk hun effect op de omgeving, tijdspad en ruimtelijk beslag. Ook wordt er meer gevraagd van het gebied dan wellicht redelijkerwijs mogelijk is. Een integrale ruimtelijke visie incl. schetsontwerp voor Dijksgracht Oost tussen Kattenburgerstraat en VOC-kade is daarom onontbeerlijk om een passende juridischplanologische procedure te kunnen doorlopen en om uitvoering te geven aan de gestelde ambities. 1.4 Opdracht Deze ruimtelijke visie probeert een antwoord te geven op het zogenaamde ‘laadvermogen’ van het gebied. In hoeverre kunnen alle claims een plek vinden op zo’n manier dat er ook in de toekomst sprake is van een ruimtelijke kwaliteit. Hoe verhouden de verschillende opgaven zich tot elkaar en in hoeverre kunnen ze elkaar versterken. De verschillende projecten proberen elk op hun eigen manier te komen tot een optimalisatie. Alle optimalisaties bij elkaar leiden echter niet automatisch tot een optimale ruimtelijke inrichting van de Dijksgracht Oost en directe omgeving. Mogelijk zijn hier bestuurlijke keuzes bij nodig. Een integrale ruimtelijke visie incl.

schetsontwerp voor de Dijksgracht Oost tussen Kattenburgerstraat en VOC-kade is daarom onontbeerlijk om een goede, integrale afweging tussen alle, soms tegengestelde, wensen en eisen te kunnen maken Om tot een gedragen ruimtelijke visie te komen is een participatietraject met de omwonenden, ondernemers uit de buurt en toekomstige gebruikers van de Dijksgracht Oost doorlopen. Wat is belangrijk voor de buurt, waar is ruimte en wat is de minimale opgave die een plek moet krijgen op, aan, langs en in de Dijksgracht Oost. Niet iedereen zal tevreden zijn met de uiteindelijke ruimtelijke visie voor het gebied. Het is aan het bestuur om de eindafweging te maken. 1.5 Projectgebied Het water van de Dijksgracht tussen de Kattenburgerstraat en de VOC-kade, de noordoever van de Dijksgracht en een deel van het spooremplacement Dijksgracht

5

Plangebied ruimtelijke visie Dijksgracht Oost

1.6 Status De ruimtelijke visie wordt kader stellend voor de toekomstige ontwikkelingen op en rond de Dijksgracht Oost. Tevens vormt het straks de basis en een onderbouwing voor een juridischplanologische procedure om uitvoering te kunnen geven aan de gestelde ambities. 1.7 Leeswijzer In deze ruimtelijke visie wordt eerst in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de bestaande situatie van de Dijksgracht en omgeving. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens een opsomming gegeven van de opgaven die er liggen in het gebied. Welke vragen, wensen en eisen zijn er voor de Dijksgracht. Hoofdstuk 4 geeft een weergave van de huidige planologische situatie en beschrijft welke stappen nodig zijn om de verschillende opgaven planologisch mogelijk te maken. Hoofdstuk 5 vervolgens beschrijft welke input er vanuit de omgeving en mogelijke toekomstige gebruikers tijdens de participatie is gegeven voor deze ruimtelijke visie. Verschillende varianten die de revue zijn gepasseerd worden besproken. Ook worden hier de tegenstellingen en dillema’s weergegeven. Hoofdstuk 6 vat de verschillende, soms tegengestelde belangen weer en geeft input voor de bestuurlijke afweging hiervan.

In hoofdstuk 7 is uiteindelijk ruimte voor een weergave van het ruimtelijk ontwerp passend bij de visie inclusief een aantal alternatieve mogelijkheden om beter tegemoet te kunnen komen aan de omwonenden of juist aan de reders als toekomstige gebruikers.

6

2 Bestaande situatie

2.1 Algemeen De dijk, waarnaar gracht en oever genoemd zijn, ontstond eind 19de eeuw als bescherming van de Oostelijke Eilanden tegen verzanding vanuit het IJ. Op het dijklichaam zelf ligt de spoorlijn van Amsterdam (CS) naar Utrecht en Hilversum. Aan de andere kant van de spoordijk ligt de Piet Heinkade. De Dijksgracht kenmerkt zich door zijn openheid. Het brede water tussen de spoordijk en de oostelijke eilanden geven het gebied zijn eigenzinnige karakter. Het is er rustig en voelt als de rand van de stad. De groene oever langs het spoor vormt de zichtbare beëindiging van het water in het noorden. De horizon loop nog verder door over de lege ruimte van het spooremplacement. De (illegaal) aangemeerde dekschuiten passen bij het nautische karakter dat de Dijksgracht al sinds decennia heeft. Door de nieuwbouw op Oostenburg en de bebouwing langs de Piet Heinkade verliest de historische open ruimte al wat aan kracht. De stad rukt zichtbaar op richting het water van de Dijksgracht.

Bestaande situatie Dijksgracht Oost

De oever van de Dijksgracht Oost is momenteel nauwelijks begaanbaar. Het is afgesloten met hekken en is alleen met toestemming van Waternet toegankelijk. Het water en de kade vallen binnen het beheergebied van stadsdeel Centrum, het hoger gelegen talud is eigendom van ProRail en is zichtbaar gescheiden door een ca 10 jaar oude damwand. De groene oever is in totaal ca. 14,5 – 15,0 meter breed. De 80 jarige kademuur is in redelijke staat maar heeft wel groot onderhoud nodig. De beplanting is verwilderd en bestaat uit enkele jonge iepen, esdoorns, boswilgen, (bramen) struiken, ruig gras en kruiden.

7

Schematisch profiel bestaand talud Dijksgracht Oost

Smalle groene oever, afgesloten en ontoegankelijk

2.2 Dekschuiten

Dekschuiten liggen al sinds decennia langs de Dijksgracht

8

De Dijksgracht-Oost kwalificeert zich als een zeldzame en unieke locatie door de afmetingen van het vaarwater én vanwege het feit dat de gracht niet (of nauwelijks) doorgaand vaarverkeer kent. De historie van de Dijksgracht Oost, gekenmerkt door de aanwezigheid van de scheepswerf van Stork-Werkspoor tot eind jaren 90, bevestigt het unieke karakter en nautische gebruiksmogelijkheden van de Dijksgracht. Ongeveer zes verschillende waterbouwkundige aannemers gebruiken de Dijksgracht (sinds de jaren zestig) met stilzwijgende toestemming van de gemeente, om dekschuiten af te meren die nodig zijn bij herstel en restauratiewerkzaamheden in de binnenstad. De dekschuiten worden met een ring aan de walmuur of aan een paal in de grond achter de walmuur vastgemaakt. Het water en de kade vallen binnen het beheergebied van stadsdeel Centrum Die ligplaatsen zijn al die tijd ongeregelde ligplaatsen geweest; de marktpartijen betaalden geen havengelden en hadden geen vignet. In de uitvoeringsnota van het bedrijfsvaartuigenbeleid voor de binnenstad van april 2008, wordt de Dijksgracht genoemd als stallingslocatie voor dekschuiten. Geconstateerd werd dat de ligplaatsen en het gebruik daarvan goed geregeld zouden moeten worden. Maar omdat dit water nog grootstedelijk gebied was wilde stadsdeel Centrum hier toen nog geen regels aan stellen.

Het gevolg was dat de gedoogsituatie tot op heden is blijven voortduren. De bedrijven die tot op heden gebruik maken van de Dijksgracht voor het stallen van hun vaartuigen zijn aangeschreven met de mededeling dat de ligplaatsen middels een vergunningenstelsel gereguleerd zullen gaan worden. Voorrang zal hierbij gegeven worden aan bedrijven die werkzaamheden verrichten voor het programma Kades en Bruggen. Voor een aantal ondernemers zal dit betekenen dat ze een alternatieve ligplaats dienen te zoeken. De gemeente is in overleg met de aannemers om dit op vrijwillige basis te regelen. Mocht dat niet lukken dan wordt een juridische- en/of handhavingsprocedure opgestart.

2.3 Spooremplacement

Zicht vanuit het westen op het spooremplacement Dijksgracht Oost

De Dijksgracht Oost is onderdeel geweest van de bloeiende Amsterdamse haven. Sinds de opening van Amsterdam Centraal Station is langzaam maar zeker het uitgebreide spooremplacement Dijksgracht ontstaan. Momenteel wordt het emplacement nog weinig gebruikt voor het stallen van treinen; dit gebeurt meer en meer buiten de binnenstad. De doorgaande sporen kennen relatief veel wissels die tot vertraging kunnen leiden. Het terrein is redelijk onherbergzaam en ecologisch weinig interessant. Het emplacement staat aan de vooravond van een ingrijpende verbouwing als onderdeel van programma Hoogfrequent Spoor van ProRail. 9

2.4 Oostenburg

Werf op Oostenburg en ter waterlating schip op Oostenburg in 1920

Oostenburg is het gebied ten oosten van de Dijksgracht. Daar waar in het verleden schepen gebouwd werden wordt nu door Stadsgenoot een nieuwe stadswijk ontwikkeld. Jarenlang was het bedrijfsverzamelgebouw INIT de enige nieuwe ontwikkeling in het gebied. Hier is o.a. de binnenstadswerf van Stadswerken gevestigd.

Oostenburg in 2018 (??)

2.5 Kattenburgerstraat, Mariniersbrug, spoorwegonderdoorgang

Mariniersbrug

10

De Kattenburgerstraat is een belangrijke ontsluitingsweg in de binnenstad. Door diverse ontwikkelingen vanuit het programma autoluw wordt de Kattenburgerstraat straks nog belangrijker als ontsluitingsweg vanuit de oostelijke binnenstad naar de S100 (Piet Heinkade). Door fysieke maatregelen als het versmallen en verleggen van de rijbanen, het vergroenen van het profiel en het instellen van een 30 km/uur regime wordt tegemoetgekomen aan de zorgen die er in de buurt leven over toenemende drukte op deze route. De nota van uitgangspunten (NvU) is in november 2021 door de Raad van Amsterdam vastgesteld. De eerste Mariniersbrug is gebouwd in 1878. Na een aantal aanpassingen en verbredingen is de gehele brug in 1935 vervangen. In 1955 werd deze 2e brug, een basculebrug, ook weer verbreed. De Kattenburgerstraat duikt ten noorden vervolgens onder de Kattenburgerspoorbrug door naar de verkeerskruising met de Piet Heinkade. De brug is vernoemd naar het nabijgelegen Marine Etablissement Amsterdam. Sinds 2001 is de brug inclusief de aangrenzende poort naar de Dijksgracht een rijksmonument.

Mariniersbrug en spoorweg onderdoorgang Kattenburgerstraat

De maximale doorvaarthoogte onder de brug in gesloten staat is 2.1 meter. De breedte is maximaal 20 meter. Bij de doorvaarthoogte dient rekening gehouden te worden met eventuele waterstandwisselingen waardoor bij extreem hoog water de doorvaarthoogte lager kan zijn. 2.6 Water De vertakkingen van het water van de Dijksgracht Oost worden gebruikt door dekschuiten, pleziervaart, en varende woonschepen en zijn doodlopend. Aan de Wittenburgervaart ligt de jachthaven Albatros die gebruikt wordt voor boten in de pleziervaart. De woonschepen liggen verspreid over deze wateren. De steiger in het verlengde van de Wittenburgervaart is aangewezen als wissellocatie voor woonboten die tijdelijk hun vaste ligplaats in de binnenstad moeten verlaten i.v.m. kadeherstel. Omdat er via de Dijksgracht Oost geen doorgaande verbinding naar ander water is en er geen noemenswaardige bezienswaardigheden aan dit water zijn, worden de vaarroutes vooral gebruikt door bestemmingsverkeer en is het een relatief rustig stuk water. Vanwege ambities voor de toekomst wordt een toename van het aantal vaarbewegingen verwacht. Zo bestaat voor de Van Gendthallen de ambitie om transport van personen en goederen via water te realiseren. In de Watervisie Amsterdam 2040 wordt gesproken over het vergroten van de doorvaart van de duikerbruggen van o.a. de Kattenburgervaart en Wittenburgervaart. Hierdoor zal men vanaf de 11

Dijksgracht Oost naar de Nieuwe Vaart kunnen varen en is het geen doodlopend vaarwater meer. Vanwege praktische problemen wordt echter afgezien van dit beleidsvoornemen en blijft de bestaande situatie bestaan. Doordat er in de toekomst meer (toeristische) bestemmingen en voorzieningen in de omgeving komen, wordt een toename in het aantal vaarbewegingen verwacht. Dit betekent dat de huidige vaargeulen met een breedte van 24 meter gehandhaafd moeten blijven.

Zoutgehalte in de grachten van Amsterdam

Het water van de Dijksgracht Oost is brak. Het heeft een chloridegehalte tussen de 2.000 – 2.800 mg per liter. Het vormt de overgang tussen het zoute water dat via het Noordzeekanaal het land in komt en het zoete water wat door de Amstel en andere waterstromen vanuit het oosten wordt aangevoerd. Dit brakke water is bepalend voor het leven in en op het water. Echte zoetwaterplanten bijvoorbeeld zullen niet overleven in dit gebied. 2.7 Vleermuizen

Gewone Dwergvleermuis

Doordat de oever van de Dijksgracht is afgesloten van de omgeving heeft de beplanting zich hier ongestoord kunnen ontwikkelen. Hierdoor is het een eldorado voor insecten geworden. Deze insecten en de relatieve rust trekken onder andere de sterk beschermde ‘Gewone Dwergvleermuis’ aan. Deze vleermuis gebruikt de Dijksgracht als foerageergebied, hij overnacht hier niet. Door de beschermde status is deze Gewone dwergvleermuis een belangrijke speler in de herontwikkeling van de Dijksgracht. Elke ingreep die zijn foerageergebied aantast is aan strenge regels gebonden.

12

Praktisch betekend dit dat er eerst een alternatief foerageergebied ontwikkeld moet worden voordat er werkzaamheden ter plaatse van het huidige foerageergebied kunnen plaatsvinden. Het juridisch kader voor de bescherming van de gewone dwergvleermuis is vastgelegd in artikelen 3.5 tot en met 3.9 van de Wet natuurbescherming (bijlage 1). Dit kader is door de nationale wetgever uitgewerkt in het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming

13

3 Programma Op en langs het water van de Dijksgracht vinden veel ontwikkelingen plaats en ligt een hoge druk op de beschikbare ruimte. Op onderstaande tekening is het oppervlak van de verschillende ruimtelijke claims weergegeven. Duidelijk wordt dat de ambitie hoog is en de beschikbare ruimte beperkt. Vooral het waterprogramma lijkt groter dan de beschikbare ruimte. Door te schuiven met functies en bijvoorbeeld de dekschuiten verschillende rijen dik langs de kade te leggen kan er veel van het programma gerealiseerd worden. Duidelijk lijkt wel dat de ruimtelijke kwaliteit dan onder druk komt te staan. De relatie tussen het spoorpark en de nieuwe voet- en fietsroute over de kade enerzijds met het water van de Dijksgracht anderzijds wordt minder. De openheid van de ruimte wordt aangetast.

Oppervlakte van de verschillende ruimtelijke claims op de Dijksgracht

14

3.1 Fiets-voetgangersroute

Fiets- en voetgangersroute

Sinds 2007 zijn er plannen om langs de Dijksgracht Oost tussen Kattenburgerstraat en VOC kade een fiets- en wandelroute aan te leggen. Het fietspad wordt een schakel in het hoofdroute fietsnetwerk. Het uitvoeringsbesluit is in 2019 vastgesteld. De nieuwe route is onder andere voorzien als een extra ontsluitingsroute voor de nieuwe bewoners, bezoekers en ondernemers op Oostenburg. De route vergroot ook de mogelijkheden voor de bestaande bewoners voor een recreatief rondje rond de oostelijke eilanden. Deze route is tevens een nieuwe ontsluitingsroute voor de veeg/zuigauto’s van de reiniging van de Gemeente Amsterdam welke omdat ze de doorstroming op de Piet Heinkade teveel belemmeren eigenlijk niet langer over de Piet Heinkade kunnen rijden. Zeer waarschijnlijk zullen door de centralisatie van de stadsreiniging de locaties in Oost en Centrum gaan fuseren. Er is een gerede kans dat beide op Oostenburg zullen worden geconcentreerd. Ook voor nood- en hulpdiensten kan deze route van toegevoegde waarde zijn om snel Oostenburg te kunnen bereiken.

Impressie nieuwe Fiets- en voetgangersroute (exclusief de andere ruimteclaims)

Uitgangspunt is dat het fietspad op de smalle strook grond langs de kade welke eigendom is van de gemeente Amsterdam wordt aangelegd en niet op terrein van ProRail. Op deze manier wordt gewaarborgd dat de route ook in de verre toekomst beschikbaar zal blijven.

15

3.2 Ligplaatsen bedrijfsvaartuigen

Opgave ligplaatsen bedrijfsvaartuigen

Fysiek is er op de Dijksgracht Oost ruimte voor maximaal 70 ligplaatsen. In de staf Dijksma van 28 september 2020 is ingestemd met de verdeling 40 ligplaatsen voor passagiersvaartuigen in het segment groot (lengte van 14-20 meter) en 30 dekschuiten voor het programma PB&K. Omdat er geen passagiers mogen op- en afstappen en bevoorrading vanaf het land beperkt blijft vanwege de ligging aan een toekomstig fiets- en wandelpad, is er een geringe kans op geluidsoverlast voor de omgeving. 3.2.1 Ligplaatsen passagiersvaart Noodzaak Na de watervisie Amsterdam 2040 is in de Nota Varen Deel 2 in 2020 opnieuw vastgelegd dat in de Dijksgracht Oost een ligplaatsencluster wordt gerealiseerd ten behoeve van veertig (hoofdzakelijk) grote passagiersvaartuigen. Deze ontwikkelopgave komt voort uit een tekort aan ligplaatsen voor de passagiersvaart en is gebaseerd op onderstaande beleidsdoelstellingen. 1. De gemeente ziet erop toe dat er in redelijkheid voldoende ligplaatsen beschikbaar blijven voor de passagiersvaartuigen met een exploitatievergunning (in totaal 550 vaartuigen); 2. Het creëren van ruimte voor efficiënt medegebruik door andere reders door het verplaatsen van ligplaatsen op exclusieve locaties; 3. Minder permanente ligplaatsen in het stadshart voor een fraaiere en overzichtelijke openbare ruimte.

Voor met name kleinere passagiersvaartuigen worden op meerdere plekken in de stad stallingsmogelijkheden voorzien, zij kunnen ook gebruikmaken van voorzieningen in jachthavens. Voor een ligplaatsvoorziening voor een groot aantal grote passagiersvaartuigen zijn in de stad geen andere opties dan de Dijksgracht Oost. De nieuwe ligplaatsen in de Dijksgracht worden alleen gebruikt voor het afmeren van passagiersvaartuigen wanneer deze niet in bedrijf zijn. Op deze locatie zullen geen passagiers op- en afstappen.

16

Realisatie van 1 ligplaatsencluster voor 40 grote passagiersvaartuigen heeft de voorkeur boven meerdere kleinere voorzieningen verspreid over de stad, o.a. omdat kosten voor aanleg en beheer van afmeervoorzieningen en laadinfrastructuur op meerdere plekken hoger zijn. Ook is (in de Nota Varen) aan de reders toegezegd, dat de vaartuigen zoveel als mogelijk op één plek kunnen blijven afgemeerd, zodat verplaatsing niet ten koste gaat van een efficiënte bedrijfsvoering.

Impressie bestaande ligplaatsen rondvaartboten aan het Damrak en in het Open Havenfront, hier komt meer ruimte

Het streven is om de nieuwe ligplaatsen voor de grote passagiersvaartuigen eind 2023 in gebruik te kunnen nemen, want per 1 maart 2024 treedt het nieuwe vergunningenstelsel in werking. Voorzieningen Elke rondvaartboot moet straks onafhankelijk van andere schepen toegang hebben tot de beveiligde ligplaatsen. Een haakse en flexibele inrichting van de ligplekken is hierbij belangrijk voor een efficiënte bedrijfsvoering. In de Nota Varen 2 staat dat alle nieuw vergunde passagiersvaartuigen vanaf 01-03-2024 uitstootvrij moeten varen en dat de bestaande passagiersvaartuigen vanaf 01-01-2025 uitstootvrij moeten varen. Bij de ligplaatsen zijn verschillende basisvoorzieningen voorzien zoals oplaadvoorzieningen t.b.v. elektrisch varen maar ook aansluitingen voor vuil- en schoon water. Met name de elektrische infrastructuur heeft een grote impact op de ruimtelijke kwaliteit. Eén transformator (3,0 x 2,5 x 2,5 m) is voldoende om alle 40 ligplaatsen van de rondvaartboten van oplaadpunten inclusief bijbehorende techniek te voorzien. Het is echter goedkoper en minder ruimtelijk ingrijpend om te anticiperen op een hogere toekomstige vermogensvraag (bijvoorbeeld door meer ligplaatsen met oplaadvoorzieningen uit te rusten of de wens voor enkele snellaadvoorzieningen) door nu alvast ruimte te reserveren voor een tweede transformator en deze ruimte ook al fysiek te realiseren.

Meer dan twee transformatoren zijn ruimtelijk niet in te passen en dit geeft dus een limiet aan de maximale vermogensvraag. Ter indicatie, voor twee snellaadplekken is al één transformator nodig waar deze bij ‘normaal laden’ tot 45 boten tegelijk op kan laden. Bij elke ligplaats zal een oplaadpunt inclusief bijbehorende techniek dienen te komen. Onderdeel van de ontwerpopgave voor de ligplaatsen is om deze infrastructuur goed in de omgeving in te passen. Tot op heden wordt met name ruimte gezocht op of boven het water. Op de wal is geen ruimte vanwege de gewenste fietsroute en een alternatieve locatie op het terrein van ProRail geeft weer nieuwe onzekerheden en afhankelijkheden. Een definitief Programma van Eisen (PvE) voor de ligplaatsen voor passagiersvaartuigen wordt in samenspraak met de ondernemers en een eventuele toekomstige exploitant van de ligplaatsen 17

opgesteld. Gegeven de schaarse ruimte worden bij de ligplaatsen aan de Dijksgracht in principe geen grote opslagruimten, kantoren of werkplaatsen voorzien. De plekken zijn puur bedoeld als ligplaats voor wanneer de schepen niet in de vaart zijn. Hierom zijn wensen van de reders voor grootschalige (bovengrondse) opslag, toegang via het fietspad met kleine bestelwagens, cateringvoorzieningen, auto parkeerplaatsen voor schippers en ander personeel en omkleedruimten niet opgenomen in het voorlopige Programma van Eisen. Afhankelijk van de uiteindelijke uitwerking van de ligplaatsen is wellicht een beperkte realisatie van voorzieningen wel haalbaar. Er wordt in elk geval onderzocht of een (openbare) toiletvoorziening mogelijk is.

Oppervlakte benodigd voor transformatorruimtes t.b.v. de elektriciteitsvoorziening (gele vlakken)

3.2.2 Ligplaatsen waterbouwkundige aannemers Noodzaak Medio 2019 is het programma Bruggen en Kademuren (PB&K) gestart. De slechte staat van de kademuren en bruggen in Amsterdam en de beperkte kennis over de te verwachten levensduur gaven aanleiding tot het organiseren van een programmatische aanpak. Om 205 km kademuur en de 830 bruggen versneld te onderzoeken, veilig te stellen en te vernieuwen staat het programma voor de opgave om in de komende decennia honderden verschillende projecten op te starten.

Voorbeeld gebruik dekschuiten bij kadevernieuwing in de binnenstad

Het uitvoeren van al die projecten vraagt om het vervoer van grote hoeveelheden bouwmaterialen en bouwafval. De stad moet ruimte kunnen bieden aan de toename van bouwterreinen, bouwlogistiek en tegelijkertijd bereikbaar en leefbaar blijven voor haar inwoners. Dit vraagt om een efficiënte afwikkeling van vervoer over land en over water. Om de kwetsbare infrastructuur in de stad te ontzien en hinder in de omgeving van bouwprojecten te beperken, is op stedelijk niveau besloten om bouwmaterialen zoveel mogelijk over water te vervoeren. 18

Dit leidt tot de noodzaak om over voldoende, gunstig gelegen ligplaatsen en overslaglocaties te beschikken. Vanuit logistiek oogpunt kan worden geconstateerd dat er in de binnenstad géén locaties zijn waar overslag kan plaatsvinden van land naar water (v.v.). De mogelijkheid voor incidentele overslag van water op water is voor PB&K dus waarschijnlijk heel zinvol. Het PB&K is bezig met het opzetten van een productieketen waarin het gebruik van prefab onderdelen een zeer belangrijke rol speelt. Die moeten van een nader te bepalen locatie buiten de binnenstad worden aangevoerd. Vanwege het gewicht en de omvang van die prefab onderdelen is aanvoer van die onderdelen over water praktisch gezien de enige oplossing. In het Westelijk Havengebied zijn enkele overslaglocaties gevestigd. Die maken het mogelijk om bouwmaterialen met vrachtwagens of binnenvaartschepen, die niet over de grachten kunnen varen, over te slaan op kleinere (en elektrische) vaartuigen die dat wel kunnen. Omdat het IJ een ontzettend druk bevaren vaarweg is, is het vanuit overwegingen van veiligheid en efficiëntie niet wenselijk de benodigde hoeveelheid kleinere vaartuigen van het Westelijk Havengebied, over het IJ, naar de oostelijke binnenstad te laten varen. Daarom moet bij het transport over het IJ gebruik worden gemaakt van grotere vaartuigen.

Dergelijke vaartuigen zijn echter door hun afmetingen niet geschikt voor het gebruik op de grachten in de binnenstad. Overslag van de prefab onderdelen in de omgeving van de binnenstad is dus noodzakelijk. Het vaarwater van de Dijksgracht is uniek gelegen omdat het vanaf het IJ eenvoudig is te bereiken via het Oosterdok. Het relatief brede vaarwater van de Dijksgracht maakt deze locatie bij uitstek geschikt als transferlocatie en is om die reden onmisbaar in de bijna industriële productieketen die het PB&K voor de twee komende decennia aan het opzetten is. Het belang van de op- en overslaglocatie aan de Dijksgracht komt voort uit het doorvaartprofiel en de ligging. De Dijksgracht kenmerkt zich door de ruime vaarweg en de diepte van het water. Het is nu de enige plek in het centrum met het doorvaartprofiel van klasse A2, die het mogelijk maakt om ruimte te bieden aan de relatief grote schepen die materialen en elementen vervoeren, zoals bijvoorbeeld grote prefab elementen. Daarnaast is er een beperkt aantal mogelijkheden om van het IJ de binnenstad binnen te varen. In het noordwestelijke deel van de stad wordt gebruik gemaakt van het Westerkanaal. In het noordoostelijke deel wordt de Oosterdoksdoorgang gebruikt.

In onderstaande schetsen is de verdeling van doorvaartprofielen in de binnenstad te zien (schets 1) en is aangegeven hoe vaartuigen vanaf het IJ (de groene pijlen in schets 2) de binnenstad kunnen bereiken.

Schets 1 Doorvaartprofielen Binnenstad

Schets 2 Vaarverkeer Bouwlogistiek

19

De vraag naar alternatieve locaties voor ligplaatsen is voorgelegd aan het Amsterdamse Havenbedrijf en aan het programma Varen. Er zijn geen alternatieve locaties in de omgeving van de binnenstad beschikbaar. De Dijksgracht-Oost is de meest geschikte locatie voor het realiseren van ligplaatsen voor het programma B&K. Verder biedt een locatie aan de rand van de oostelijke binnenstad de mogelijkheid tot een kortere afstand tot projectlocaties. Gezien het gebruik van het water naar verwachting toeneemt, is dit voordelig omdat hiermee meer ruimte op het water beschikbaar komt voor andere vaartuigen. Een bijkomstigheid is dat dit de kosten voor bouwlogistiek over water drukt omdat deze deels bepaald worden door de afstand die vaartuigen moeten afleggen. De afspraak is dat er 30 ligplaatsen voor PB&K worden gerealiseerd aan de Dijksgracht. Deze ligplaatsen zijn nieuw en niet opgenomen in de watervisie 2040 of de Nota Varen Deel 2. Gebruik van de locatie De afgelopen decennia is de Dijksgracht-Oost gebruikt om varend materieel van aannemers te kunnen stallen. Tot op heden zijn de ligplaatsen voor dekschuiten langs de Dijksgracht nooit officieel vergund of bestuurlijk vastgelegd.

De komst van de ligplaatsen van de rondvaartboten maken een herindeling van de Dijksgracht Oost noodzakelijk en het belang van opslaglocaties voor varend materieel van waterbouwkundige marktpartijen en bouwmaterialen zal de komende jaren alleen maar toenemen. Het organiseren van bouwlogistiek over water is complex. Het afstemmen van het gebruik van de Amsterdamse wateren moet in overleg met veel verschillende gemeentelijke instanties. Daarnaast zal het gebruik van de vaarwegen en de aangewezen op- en overslaglocaties grotendeels bepaald worden door het materieel en de plannen van aannemers en vervoerders. Het is daarom onmogelijk om op dit moment concreet antwoord te geven op de vraag op welke manier de ruimte aan de Dijksgracht-Oost zal worden geëxploiteerd door aannemers. Flexibiliteit is dus noodzakelijk om aannemers en vervoerders de ruimte te kunnen bieden een efficiënt vervoerssysteem in te richten. Daarbij heeft de gemeente en het programma Bruggen en Kademuren de verantwoordelijkheid de kaders vast te stellen en het gebruik van infrastructuur te faciliteren. Voorzieningen Er hoeft in fysieke zin in principe niets te gebeuren om een vergelijkbaar gebruik als in de huidige situatie te kunnen continueren; de minimale eisen van PB&K aan de ligplaatsen zijn eigenlijk nihil.

Om ook in de toekomst te kunnen voorzien in de behoeftes van de bouwlogistieke partijen, aannemers en onderaannemers zijn in 2021 gesprekken gevoerd om de behoefte aan ruimte en voorzieningen nader te specificeren en te onderbouwen. Een definitief Programma van Eisen (PvE) voor de ligplaatsen t.b.v. het programma Bruggen en Kademuren wordt niet voor het vierde kwartaal van 2021 verwacht. Op dit moment kan worden gesteld dat de ligplaats te herkennen moet zijn als (formele) ligplaats, en dat er aangemeerd moet kunnen worden aan de wal of aan een vast punt in het water. Gezien de toekomstige openbaarheid van de kade is beveiliging van mogelijke lading op de dek- en ruimschuiten nodig.

20

Dit kan d.m.v. cameratoezicht, maar minimaal een ligging los van de kademuur om ongewenst betreden door derden te voorkomen. Voor een optimaal en onafhankelijk gebruik van de ruimte is een ligging in piano opstelling te verkiezen boven de huidige wijze van dubbele ligging parallel aan de kade. Vanuit het programma Varen is er de wens om (een deel van) de ligplaatsen voor de dekschuiten van het PK&B op dezelfde manier uit te voeren als die voor de passagiersvaart met dezelfde (laad)voorzieningen. Op deze manier kunnen alle ligplaatsen in de toekomst flexibel gebruikt worden en is uitwisseling tussen de verschillende programma’s mogelijk. Ook is laadinfrastructuur van belang voor toekomstige ontwikkelingen. Die dekschuiten zelf hebben geen eigen aandrijving, maar wellicht dat zij via ‘battery packs’ elektrisch voortgedreven duwers, slepers, of ander materieel en gereedschappen van drijfkracht voorzien. De precieze behoefte wordt op dit moment onderzocht. Het is afhankelijk van de mate van elektrificering of er kan worden volstaan met een of twee transformatorruimtes. Het is ruimtelijk niet mogelijk meer dan twee transformatorruimtes in te passen, waardoor er een plafond aan de vermogensvraag zit. Enkele woonbootbewoners ondervinden op dit moment al overlast van varende dekschuiten.

Des te meer faciliteiten voor elektrisch laden voor materieel worden gerealiseerd, des te intensiever de Dijksgracht Oost door dekschuiten gebruikt zal worden. Het is van belang hierbij het maatschappelijk draagvlak in het oog te houden. 3.2.3 Op- en overslag De rondvaart heeft de wens uitgesproken voor laad- en losvoorzieningen en opslagmogelijkheden. Zoals eerder gesteld is bovengrondse opslag niet in het voorlopige Programma van Eisen opgenomen. Er kan nog onderzocht worden in hoeverre opslag zonder ruimtelijke impact mogelijk is, bijvoorbeeld onder de steigers. Opslag op een schip is niet zonder meer mogelijk, dit zou ten koste gaan van ligplaatsen en bovendien verbiedt de Verordening op het Binnenwater (VOB) nietwatergebonden opslag. In de omgeving van de Dijksgracht kan worden gezocht naar alternatieve laad en losplaatsen, bijv. in het Oosterdok. Dit kan gecombineerd worden met de mogelijkheid voor (kleinschalig) vervoer per (bijvoorbeeld) bakfiets naar de ligplaatsen. Een aannemer moet tijdens de werkzaamheden aan kades en bruggen zijn flexibele voorraad aan varend materieel en materiaal tijdelijk op een andere plaats kunnen stallen om daarmee voor derden een veilige doorvaart over de grachten te kunnen waarborgen.

Het moet daarom ook toegestaan zijn om materieel en materiaal zoals bijvoorbeeld prefab kade elementen voor korte tijd op een dekschuit te stallen op de Dijksgracht Oost terwijl er wordt gewacht op verwerking. De overslag van materieel van een groter schip op kleinere schepen is noodzakelijk voor de herstelopgave van het Programma Kades & Bruggen. Het herstel van de kades en bruggen in de stad is een logistieke puzzel wat kortstondige opslag op de Dijksgracht rechtvaardigt. Naast overslag die een directe relatie heeft met de in de Dijksgracht voorziene nieuwe ligplaatsen zijn er ook andere vormen van overslag te verwachten in de komende jaren. Afvalinzameling zal bijvoorbeeld veel vaker dan nu via het water plaats gaan vinden. Ook afval van de Oostelijke

21

Eilanden zal mogelijk via het water afgevoerd gaan worden. Een groot deel van de aan- en afvoer t.b.v. de Van Gendthallen is nu al voorzien via het water. In de buurt leeft de angst dat een toename van overslag op het water van de Dijksgracht geluidsen andere overlast met zich meebrengt. Echter, door tijdens de besluitvorming over de Dijksgracht expliciet overslag te beperken of verbieden worden toekomstige ontwikkelingen m.b.t. transport en overslag over water onmogelijk gemaakt. Daarnaast is overslag logistiek gezien een dure activiteit; het is economisch gezien gunstiger om langer te varen. Overslag op de Dijksgracht Oost zal naar verwachting dus slechts incidenteel plaats vinden waardoor de verwachte overlast gering zal zijn. Om overslag van water op water voor de toekomst te kunnen waarborgen is het nodig dit in de bestuurlijke besluitvorming van deze ruimtelijke visie mogelijk te maken en dit straks ook te vertalen in het bestemmingsplan. Hierbij dient dan wel oog te zijn voor het maatschappelijk draagvlak en kan er een beperking op de soorten van overslag of beperkingen in tijd vastgesteld worden. Zo kan er bijvoorbeeld in gebruiksvergunningen de verplichting worden gesteld dat zand en grind, et cetera niet als bulk maar alleen in Big Bags overgeslagen mag worden om hinder door geluid, stof en wellicht stof te voorkomen. De werkzaamheden van ProRail t.b.v.

het emplacement Dijksgracht vallen hierbuiten. 3.2.4 Conclusie ligplaatsen bedrijfsvaartuigen De Dijksgracht Oost is de enige locatie aan de oostzijde van de binnenstad waar een ligplaatsencluster voor grote rondvaartboten gerealiseerd kan worden en waar ook op- en overslag t.b.v. bouwlogistiek over water plaats kan vinden. Bouwlogistiek over water en de herstelopgave van PB&K worden zonder de op- en overslag locatie aan de Dijksgracht te afhankelijk van de overslaglocaties in het Havengebied en de doorgang in het Westerkanaal. Op de eerste plaats heeft dit een negatief effect op de veiligheid op het water. Daarnaast zorgt dit voor meer vaarbewegingen dan nodig op het almaar drukker wordende water. Het toekomstig gebruik van met name de ligplaatsen voor dekschuiten is niet goed te voorspellen en hangt van veel factoren af. Hierom moeten toekomstige ontwikkelingen niet op voorhand onmogelijk gemaakt worden door overslag van water op water of tijdelijke opslag te verbieden. De realisatie van meer elektrische laadinfrastructuur komt de flexibiliteit ten goede maar brengt intensivering van gebruik met zich mee. Belangrijk is om bij keuzes over toekomstige ontwikkelingen het maatschappelijk draagvlak in het oog te houden.

22

Bestaande ligging dek- en ruimschuiten aan de Dijksgracht

3.3 Herstel kademuur De kademuur van Dijksgracht Oost is circa 520 meter lang, circa 80 jaar oud en in redelijke staat. Constructief is er niet heel veel aan de hand. De eerste ca. 50 meter kademuur vanaf de Mariniersbrug dient met ca. 1 meter opgehoogd te worden voor een goede aansluiting van de nieuwe fiets- en wandelroute op de Mariniersbrug. De bestaande kadeconstructie ter plaatse kan deze verhoging niet aan en dient integraal vernieuwd te worden. Vanwege het openstellen van de voetgangers - en fietsroute langs de Dijksgracht Oost is op de resterende 470 meter nog een aantal andere constructieve aanpassingen nodig aan de kademuur. Het gaat onder meer om het aanbrengen van drenkelingentrappen en het aanbrengen van grijpstenen. Daarnaast worden gelijk kleine onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Het gaat daarbij om herstel van circa 20% van het metselwerk en het vastzetten van circa 10% van de dekstenen. De werkzaamheden hebben ook als doel de constructie van de kademuur zodanig te versterken dat in de toekomst ook de reinigingswagens over de kade kunnen rijden zodat deze niet langer over de Piet Heinkade hoeven te rijden. Het ontwerp van de aansluiting van de langzaam verkeersroutes langs de Dijksgracht op de Mariniersbrug moet nog worden geoptimaliseerd. Dit is onderdeel van het project herinrichting Kattenburgerstraat.

In het huidige ontwerp voor de fiets- voetgangersroute is een houten voetgangersvlonder aan het Rijksmonument de Mariniersbrug opgenomen. Het ontwerp hiervoor is reeds door Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed goedgekeurd. De (vrije) doorgang van de toegangspoort, nodig voor de fietsroute, zou moeten worden verbreed naar 4,00 m. Hiervoor is nog geen goedkeuring van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en ProRail als eigenaar van de poort.

23

3.4 Compenserende maatregelen vleermuizen

Ruimtegebruik groencompensatie bij realisatie drijvende eilanden

Bureau Tauw BV heeft een ecologisch onderzoek van de noordoever van de Dijksgracht Oost uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het projectgebied waar o.a. een nieuw fietspad wordt gerealiseerd dient als foerageergebied voor de beschermde Gewone Dwergvleermuis. Om het fietspad aan te kunnen leggen zijn compenserende maatregelen nodig om het foerageergebied van de Gewone Dwergvleermuis in stand te houden tijdens de uitvoeringswerkzaamheden. Dit tenminste totdat de rust is weergekeerd in het gebied en er nieuwe definitieve foerageerplekken zijn ontstaan. Deze alternatieve foerageerlocatie dient dicht bij de oorspronkelijke plek en aan de zuidzijde van het spoor te liggen. Liggen ze op te grote afstand of aan de noordzijde van het spoor dan worden ze door het bevoegd gezag niet erkent als compenserende maatregel en volgt er geen ontheffing.

Ruimtegebruik groencompensatie bij realisatie plas-dras zone

Het uitgangspunt voor de compensatie is dat ca. 75% van de bestaande groene oever tijdens de werkzaamheden verdwijnt. Dit betekend dat ca. 3.000 m2 groen struweel gecompenseerd dient te worden. Uit onderzoek blijkt dat er in de directe omgeving van de Dijksgracht Oost te weinig mogelijkheden op land zijn om het totale foerageergebied te compenseren. Hierom wordt onderzocht of de compensatie deels op het water gerealiseerd kan worden in de vorm van drijvende natuureilanden of als een plas-dras zone langs de oever. In eerste instantie is voorgesorteerd op het aanleggen van ca. 1.500 m2 drijvende eilanden gecombineerd met het aanpassen van de beplanting langs de Kattenburgervaart opdat deze aantrekkelijker wordt voor insecten en daarmee de vleermuis.

24

Uit nader onderzoek en na overleg met het bevoegd gezag blijkt dat de realisatie van een brede plas-draszone voor de bestaande kademuur van de Dijksgracht ook kan dienen als compenserend foerageergebied mits deze gereed is voordat de werkzaamheden in de bestaande groenzone beginnen. Doordat het gros van de werkzaamheden in het plangebied overdag plaatsvinden en de vleermuizen met name ’s avonds en ’s nachts gebruik maken van het gebied verstoren de werkzaamheden de vleermuizen maar beperkt.

Indien gekozen wordt voor (van natuurlijke materialen gemaakte) drijvende eilanden dient het totale oppervlak ca. 1.500 m2 te beslaan. Dit oppervlak kan bestaan uit drijvende natuureilanden afgewisseld met smalle stroken (beschut) open water.

Voorbeeld drijvende natuureilanden

Groencompensatie op of in het water in de vorm van drijvende eilanden of plas-draszones functioneren mede als waterzuivering en verbeteren de zuurstofhuishouding in het water.

Voorbeeld plas-dras zone

Het compenserende groen bestaat uit oeverplanten als riet, biezen, engelwortel, lisdodden, et cetera. Plas-dras zones of vanuit de eilanden in het water groeiende wortels bieden beschutting voor (jonge) vissen, zijn plek voor ei afzetting, foerageergebied, etc. Eilanden kunnen ook een functie vervullen als ecologische stepping-stone voor diverse waterdieren, vogels en zoogdieren. Een negatieve invloed op de waterbodem kan zijn dat er onder de eilanden te veel schaduw op de bodem komt. Door de eilanden echter in dieper water te leggen waar al weinig licht op de bodem valt heeft deze schaduwwerking vrijwel geen negatief effect op het onderwaterleven. Sterker, door aanvullende maatregelen aan de onderzijde van de eilanden kunnen deze eilanden juist een impuls zijn voor het onderwaterleven. Waternet is echter vooralsnog terughoudend met betrekking tot de eilanden en is toch bang voor een verslechtering van de waterkwaliteit wat in tegenspraak is met Europese wetgeving. Een plas-dras zone daarentegen heeft enkel positieve effecten op de waterkwaliteit. 25

Vanuit ruimtelijk optiek zijn drijvende eilanden negatief voor de ruimtelijke kwaliteit, voor de beleving van de open ruimte van de Dijksgracht. Mede om bovenstaande redenen wordt in deze ruimtelijke visie de voorkeur uitgesproken voor groencompensatie door middel van een plas-draszone tussen de kademuur aan de noordzijde van de Dijksgracht en de beoogde ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen. Het groen wat aangebracht wordt is interessant voor insecten waardoor het zoals bedoeld, als foerageergebied voor de Gewone Dwergvleermuis kan gaan fungeren.

Voorbeeld plas-dras zone

Naast de aanleg van de plas-dras zone wordt de bestaande beplanting langs de Kattenburgervaart en de Marinierskade vernieuwd en (ecologisch) aantrekkelijker gemaakt voor zowel omwonenden als voor de Gewone Dwergvleermuis. Deze omvorming van het groen telt voor de helft van het oppervlak mee als compenserende maatregel.

26

Marinierskade nu

Marinierskade straks

Kade Kattenburgervaart nu

Kade Kattenburgervaart straks

27

3.5 Programma hoogfrequent spoor (PHS)

Overzicht bestaande situatie spooremplacement Dijksgracht Oost

De bestaande railinfra is circa 100 jaar oud. ProRail voert komende jaren het Programma hoogfrequent Spoor / PHS Dijksgracht uit waarbij de bestaande rails worden gebundeld en een nieuwe fly over / dive under wordt aangelegd. Bij de werkzaamheden vindt veel zandverzet plaats. De aan- en afvoer hiervan zal via het water van de Dijksgracht plaatsvinden. Hiertoe wordt aan de Dijksgracht Oost / VOC kade een tijdelijke overslagfaciliteit voor zand gerealiseerd. Deze faciliteit beslaat een ruimte van ca. 50x80 meter. Pas nadat dit rond 2028 wordt verwijderd kan dit deel van de kade definitief ingericht worden met ligplaatsen voor rondvaart en/of dekschuiten.

Ruimtegebruik ProRail voor overslag kade voor grond van en naar het emplacement

De verdere PHS bouwlogistiek vindt plaats over het spoor en over de bestaande tijdelijke bouw weg tussen Dijksgracht Oost en de Frans de Wollantstraat. Als het PHS is uitgevoerd is het gebied Oostenburg in gebruik als woon- en werkgebied. De tijdelijke bouwweg moet worden afgebroken, zodat de strook aansluit op de dan bestaande nieuwe openbare ruimte. Hierover moeten afspraken worden gemaakt met de wegbeheerder Verkeer & Openbare Ruimte van de Gemeente Amsterdam. De hoeveelheid sporen zal met zeker de helft verminderen. De vrijkomende ruimte zal worden gebruikt voor een samenhangende, groene en ecologische inrichting. Het vrijkomende areaal grond aan de Dijksgracht kan hierbij ingericht worden als een (mogelijk) openbaar toegankelijk park.

28

Schematisch overzicht toekomstige situatie sporen Dijksgracht Oost (beeld ProRail).

Impressie toekomstige situatie sporen Dijksgracht Oost incl. groene invulling (beeld ProRail)

3.6 Spoorpark Met de realisatie van het Programma Hoogfrequent Spoor komt aan de Dijksgracht op het spoorterrein, tegen het nieuwe woon- en werkgebied Oostenburg, ca. 15.000 m2 toegankelijke ruimte beschikbaar. Dit is vergelijkbaar met het oppervlak van 2 flinke voetbalvelden of van het Wertheimpark of Plantage Westermanplantsoen, wat momenteel de grootste groengebieden zijn in stadsdeel Centrum. Amsterdam is met ProRail in gesprek om deze ruimte voor langere tijd in beheer te nemen en om te vormen tot nieuw openbaar toegankelijk stadspark. ProRail geeft het gebied alleen tijdelijk in gebruik als park zodat er altijd een mogelijkheid is dat het terrein in de (verre) toekomst weer (deels) voor het spoor kan worden gebruikt. Hierover lopen gesprekken tussen ProRail en de gemeente met als doel hierover een bestuurlijke overeenkomst te sluiten.

29

Overzicht oppervlakte toekomstig spoorpark Dijksgracht

ProRail is voornemens het park met diverse hoogteverschillen als casco park aan te leggen. D.w.z. grondkeringen, bomen en heesters worden aangeplant, grasweiden worden ingezaaid. ProRail en de Gemeente Amsterdam voeren onderhandelingen over de voorwaarden waaronder het park eventueel kan worden opengesteld als openbaar toegankelijk park. Een gewenste nadere invulling van het park gebeurt vervolgens onder verantwoordelijkheid van Amsterdam. Deze nadere inrichting zal ter zijner tijd in goede samenspraak met betrokken bewoners en gebruikers uit het gebied uitgewerkt worden. Realisatie van het Spoorpark kan aanvangen na voltooiing van het PHS, dat wil zeggen op zijn vroegst in 2028. Het Spoorpark naast Oostenburg is een unieke kans om een voor de binnenstad omvangrijk nieuw park te realiseren, gelegen op het zuiden en aan het water. Hiermee krijgt de buurt naast alle functionele onderdelen als ligplaatsen ook iets aantrekkelijks wat ze zelf kan gebruiken. Het park ligt op het zuiden en aan het water. De inrichting van de kade dient zodanig te worden dat zwemmen in de Dijksgracht door de recreanten uit het park wordt ontmoedigd. Zwemmen op deze locatie verenigt zich niet met de beoogde ligplaatsen langs de kade en kan tot gevaarlijke situaties leiden. Onderzocht kan worden hoe een alternatief waterelement onderdeel kan worden van het park.

30

Huidige situatie groene oever Dijksgracht

Schematische (incomplete) impressie toekomstig spoorpark Dijksgracht (beeld ProRail)

Impressies toekomstig spoorpark Dijksgracht (beeld ProRail)

3.7 Ontwikkelingen Oostenburg en VOC kade Het project Oostenburg betreft de ontwikkeling van een nieuwe stadsbuurt inclusief de herinrichting van de openbare ruimte op het noordelijke deel van het eiland Oostenburg. Er komt een mix van woningen, horeca, en kantoren. Het gehele project is in uitvoering tot halverwege 2025 en wordt in de tussentijd in delen opgeleverd. Door de ontwikkelingen op Oostenburg ontstaan ook steeds meer aanvullende belanghebbenden m.b.t. de ontwikkelingen langs de Dijksgracht. Op de kop van Oostenburg, waar de nieuwe fietsroute en de VOC-kade elkaar ontmoeten staat het nieuwe Inntel Hotel. Dit hotel heeft groot belang bij een ordentelijke inrichting van de Dijksgracht.

31

Impressies toekomstige VOC-kade en Inntel hotel Oostenburg

Overzicht planontwikkeling stadswijk Oostenburg

Door de veranderingen op Oostenburg, er is bijvoorbeeld voorzien dat de Van Gendthallen onder andere bedrijven, winkels, en horeca gaan herbergen, zullen er meer transportbewegingen van goederen en personen gaan plaatsvinden. Hierbij is het de ambitie om zoveel mogelijk van het water gebruik te gaan maken. Voor personenvervoer van en naar Oostenburg wordt de wenselijkheid en mogelijkheid voor een op- en afstapplaats voor rondvaartboten aan de VOC-kade bekeken.

32

3.8 Ontwikkelingen Kattenburgerstraat, Mariniersbrug en spoorwegonderdoorgang

Impressies nieuwe situatie aansluiting fiets- en voetpad op de mariniersbrug

De herinrichting van de Kattenburgerstraat is onderdeel van de Agenda Amsterdam Autoluw (maatregel 15). Het plan was om aanvullend op de herinrichting van de Kattenburgerstraat naast de bestaande Mariniersbrug en onderdoorgang een tweede brug en onderdoorgang speciaal voor het toenemende fietsverkeer aan te leggen. Deze nieuwe langzaam verkeer brug en onderdoorgang onder het spoor naast de Mariniersbrug was onderdeel van de fietsroute op de Kattenburgerstraat en zou de toekomstige hoofdfietsroute Dijksgracht kruisen. Eind 2021 is mede om financiële redenen door de Raad echter besloten van deze onderdoorgang en nieuwe LV-brug af te zien. De insteek wordt nu om ruimte te zoeken in het bestaande profiel door bijv. de instelling van éénrichting verkeer voor auto’s in de bestaande onderdoorgang. Het ontwerp van de kruising van de langzaam verkeerroutes via de Dijksgracht en de Kattenburgerstraat moet nog worden geoptimaliseerd.

33

4 Planologische mogelijkheden

De Dijksgracht e.o. ligt binnen de werkingssfeer van meerdere bestemmingsplannen. Hieronder een overzicht.

Het bestemmingsplan water is bepalend voor grofweg het grootste, zuidelijk gelegen deel van het water en het bestemmingsplan Oostelijke Handelskade voor het noordelijke deel van het water inclusief oevers en spooremplacement. Voor de herontwikkeling van het spooremplacement van ProRail is een Tracébesluit genomen welke verwerkt dient te worden in het onderliggende planologische kader. Onderzocht wordt welke juridisch planologische procedure het meest passend is om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Intussen is al wel onderzoek verricht naar de toekomstige geluidbelasting op de woningen van Kattenburg als gevolg van de nieuwe activiteiten. De verwachte overlast lijkt beperkt en levert milieutechnisch geen knelpunt op. 4.1 Geldend bestemmingsplanregime Ligplaatsen voor passagiersvaartuigen en dekschuiten De voorziene ligplaatsen voor passagiersvaartuigen en dekschuiten liggen in het gebied van het bestemmingsplan ”Oostelijke Handelskade”. De bestemming ‘Water’ (Vw) is van toepassing. Op het grootste deel hiervan is de aanduiding ‘Steigers met woon- en bedrijfsschepen’ opgenomen. Direct ten oosten van de Mariniersbrug ontbreekt genoemde aanduiding.

34

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Oostelijke Handelskade

De gronden met de bestemming ‘Water’ zijn aangewezen voor, voor zover hier van belang, vaarwater en afwateringskanalen (artikel 8, lid 1). De aanduiding ‘Steigers met woon- en bedrijfsschepen’ die op de planverbeelding is opgenomen, komt niet met dezelfde naamgeving terug in de regels. In de regels wordt aangegeven dat ter plaatse van deze aanduiding ligplaatsen met steigers ten behoeve van woonschepen/woonarken zijn toegestaan (artikel 8, lid 1). Bedrijfsschepen worden niet genoemd in de regels. Nu de planverbeelding en de planregels niet goed op elkaar aansluiten, moet in het belang van de rechtszekerheid voorrang worden gegeven aan de planregel 1. Reden hiervan is dat in het algemeen aangenomen moet worden dat de regels de bedoeling van de planwetgever het meest nauwkeurig weergeven. Planregels moeten dan ook letterlijk worden uitgelegd 2. Nu er in de planregels enkel gesproken wordt over woonschepen/woonarken volgt dat alleen deze ter plaatse zijn toegestaan, ook al staat in de legenda van de verbeelding bij de desbetreffende aanduiding het woord bedrijfsschepen. Het begrip ‘bedrijfsschip’ komt overigens, in tegenstelling tot de andere op de planverbeelding en in de planregels gehanteerde begrippen, niet voor in de begripsbepalingen (artikel 1). Ook in de toelichting staat dat de Dijksgracht bestemd is voor ongeveer 80 woonschepen. Bedrijfsschepen worden niet genoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11075785/1