2022 10 27 Rapport Duisenberg sportparticipatie Begroting 2023
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam
Begroting 2023 Methode Duisenberg Commissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering (SED) Onderwerp: sportparticipatie bij de jeugd 27 oktober 2022
Rapporteurs: Igor Runderkamp Stijn Nijssen Milka Yemane
|1
INHOUD INTRO Methode Duisenberg en rol van de raad Context sportparticipatie jeugd VRAGEN DUISENBERG 1. Wat is de beschikbaarheid en kwaliteit van de informatie? 2. Wat is het beeld van het beleidsterrein op hoofdlijnen/ welke ontwikkelingen zijn er voor 2023? 3. Welke doelen zijn gepland voor 2023? 4. Welke activiteiten zijn gepland voor 2023? 5. Wat gaat het kosten? 6. Wat is het oordeel over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid? 7. Welke conclusies en aanbevelingen heeft de commissie aan de wethouder/ college/ raad? BIJLAGEN
|2
INTRO -
Methode Duisenberg Context sportparticipatie jeugd
Kaderstellende en controlerende rol Bron: Advies budgetrecht raad Amsterdam (H. G. Warmelink)
Het vaststellen van de begroting is bij uitstek een prachtig voorbeeld van ‘kaderstelling en controle’, woorden die in het kader van de dualisering zijn gebruikt om de rol van de raad te omschrijven. De raad bepaalt de verdeling van de middelen (allocatiefunctie), machtigt het college om de middelen te besteden (autorisatiefunctie), controleert of de baten en lasten daadwerkelijk conform de begroting plaatsvinden (controlefunctie) en vragen uiteindelijk om verantwoording door het college (rekenschapsfunctie). |4
CONTEXT EN AANLEIDING METHODE DUISENBERG
Aanbevelingen aan de gemeenteraad van Amsterdam, 7 maart 2016, uit de Enquête financiële functie Amsterdam 2002-2014:
De rapporteurs van de methode Duisenberg voor de raadscommissie SED worden ondersteund door onderzoekers van Policy Research Corporation.
|5
METHODE EN WERKWIJZE Methode Duisenberg
Opdracht: beoordelen van de begroting en de verantwoording namens
de gemeenteraad. Werkwijze: hierbij mag alles worden betrokken: lokale rekenkamers, beleidsdoorlichtingen, benchmarks, wetenschappelijke rapporten, andere externe rapportages, EU/OECD rapporten et cetera. Uitkomst: technische conclusies, op basis hiervan kan het politieke debat op inhoud gevoerd worden. Doelstelling methode: een betere invulling van de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad
|6
MANIER VAN KIJKEN
4
1 Doelen
Activiteiten
Middelen
2
3 Indicatoren en streefwaarden
|7
KEUZE ONDERWERP SPORTPARTICIPATIE JEUGD “Sport en bewegen zijn essentieel voor een gezonde leefstijl en het welbevinden. Door de coronacrisis blijken twee groepen in het bijzonder belemmerd in hun sportgedrag: kinderen tussen 5-12 jaar en mensen die in armoede leven. De Gemeente Amsterdam spant zich daarom in om jeugdige Amsterdammers structureel te doen sporten en bewegen en richt zich hierbij vooral op de groep kinderen die opgroeit in zwakkere sociaal-economische omstandigheden. In het Duisenberg onderzoek willen we namens de gemeenteraad de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid terzake beoordelen. Concreet zullen we ons met name richten op de in de vernieuwde doelenboom geformuleerde doelstellingen: – Doelstelling 4.1.1: ‘Iedere Amsterdammer heeft toegang tot passend sportaanbod in een kwalitatief goede omgeving.’ – Doelstelling 4.1.2: ‘Iedere Amsterdammer voldoet aan de beweegrichtlijn in een kwalitatief goede omgeving’. Voor de scope van dit onderzoek richten we ons op de bijhorende indicatoren voor de jeugd (5 tot 18 jaar). Opvallend is dat de doelenboom grondig werd herwerkt ten opzichte van de begroting 2022 met onder meer een differentiatie naar stadsdeel.
Dit zal de nodige aandacht krijgen in het onderzoek.” Bron: Brief Rapporteurs Methode Duisenberg 2023 SED, Igor Runderkamp, Stijn Nijssen, Milka Yemane, aan de leden van de raadscommissie SED, 22 september 2022
Dit Duisenberg onderzoek focust op het beleid inzake sporten en bewegen voor de doelgroep jeugd (4-12 en 13-18j), met in het bijzonder aandacht voor stadsdelen met een achterstand qua sport en bewegen. |8
Rijksoverheid legt Beweegrichtlijnen en -normen vast
Bron: Beweegrichtlijnen Rijksoverheid (2017)
Voorheen was de beweegnorm als volgt geformuleerd: minimaal 5 dagen 30 minuten matig intensief bewegen per dag. Over het halen van de norm is in 2016 een landelijk onderzoek uitgevoerd. Na 2017 is de beweegnorm onderdeel geworden van de beweegrichtlijn. |9
Amsterdammer beweegt meer dan het landelijke gemiddelde, maar niet iedereen beweegt voldoende Gezondheidsmonitor; bevolking 18 jaar of ouder 2020 Noot: dit zijn cijfers bij volwassenen, voor jeugd zijn cijfers niet in vergelijking met Amsterdam beschikbaar. Voormalige beweegnorm
In 2020 voldoet minder dan 60% aan de beweegrichtlijn, en voldoet net meer dan 60% aan de beweegnorm.
Gezondheidsenquête; bevolking tot 18 jaar 2020 Voormalige beweegnorm
In 2020 voldoen de middelbare scholieren het minst aan de norm. (noot: cijfers betreffen Nederlandse jeugd)
Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, Trimbos Instituut, VeiligheidNL, Rutgers, SOA Aids Nederland en Voedingscentrum | 10
Participatie ‘bewegen’ middelbare scholieren lijkt beter dan bij volwassenen in nov’21
Bron: Sportdeelname Index Amsterdam november 2021 | 11
Sportdeelname heeft een dip gekend omwille van coronamaatregelen; <18j nog niet hersteld
Bron: Sportdeelname Index Amsterdam november 2021
| 12
Maatschappelijk rendement van investeringen in sport en beweging is groot De Social Return On Investment (SROI) is in 2022 berekend op 2.7: de maatschappelijke opbrengsten zijn 2.7 x groter dan de maatschappelijke kosten.
Bron: rapport ‘SROI Sport en Bewegen’, gepubliceerd mei 2022, in opdracht van Kenniscentrum Sport en Bewegen | 13
In Amsterdam zijn ook grote maatschappelijke baten te realiseren
Bron: Agenda Sport en Bewegen (2019)
| 14
Vraag 1 Wat is de beschikbaarheid en kwaliteit van de informatie?
Sleuteldocumenten (1/6) Sportaccommodatieplan 20152022
April 2015
Beleidsmatige uitgangspunten sportaccommodatie tot 2022. Speerpunten: wegwerken van wachtlijsten, rol van openbare ruimte in sport, toegankelijkheid en bereikbaarheid sportaccommodaties, intensiever gebruik accommodaties, duurzame accommodaties en behoud van unieke voorzieningen.
Sportvisie 2025 ‘De sportieve stad’ (vervolg op Sportplan 20132016)
2016
Nieuwe accenten in sportbeleid: meer gebiedsgericht te gaan werken in de sportstimulering en nog meer bij te dragen in de aanpak van sociale problemen in de stad. Pijlers van sportbeleid: • Sportparticipatie: Alle Amsterdamse kinderen genieten van sport en bewegen. Voor Amsterdammers met een achterstand of beperking biedt het brede scala aan sportaanbieders een passend sport- en beweegaanbod. • Sportinfrastructuur: • Sportieve ruimte: Amsterdam heeft een toegankelijk, aantrekkelijk en duurzaam aanbod van sportieve ruimte en (top) sportaccommodaties, die bijdragen aan de kwaliteit van de stad, wijken en buurten. • Sportaanbieders: Amsterdam kent een rijk en divers palet aan vitale en maatschappelijk actieve sportaanbieders, die actief sporten en bewegen toegankelijk maken voor alle Amsterdammers. • Topsport | 16
Sleuteldocumenten (2/6): Ruimte voor de stad / Koers 2025
April 2016
Groei van Amsterdam impliceert nodige uitbreiding van verscheidene faciliteiten waaronder sportvoorzieningen. De toevoeging van 50.000 woningen betekent dat de stad moet voorzien in een extra sportvraag bovenop de ‘reguliere sportinvesteringen’ die vooral voorzien in het inlopen van achterstanden, onderhoud, vervanging en transformatie van velden.
Sportdeelname index Amsterdam (per halfjaar gepubliceerd)
November 2016 – november 2021 (nadien nog geen update gepubliceerd)
Amsterdamse Beweeglogica De bewegende stad
2017
De stad dient zo ingericht te worden dat bewegen een vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijks leven. Bij de jeugd d.m.v. programma’s, maar ook ruimtelijke ordening kan worden ingezet om bewegen te stimuleren. Met de Bewegende Stad wordt in één stedelijk programma de expertise op het gebied van gedragsverandering gecombineerd met de expertise op het gebied van de ruimtelijke inrichting van de stad.
Amsterdamse referentienorm voor Maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen
9 januari 2018
Referentienorm is instrument om ruimtereserveringen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen in gebiedsontwikkeling te doen. Voor sport betreft die binnensportlocaties (sporthallen en zwembaden) en veldoppervlak buitensporten, verdeeld naar verschillende woonmilieus ('centrum stedelijk', 'gemengd stedelijk' en 'groen blauw').
Collegevoordracht Voortzetten Amsterdams sportarrangement voor kinderen die opgroeien in minimahuishoudens
11 december 2018
Per januari 2019 wordt het sportarrangement voor minimakinderen voortgezet onder naam Sportvergoeding jeugd (SV Jeugd). Hiermee wordt de ambitie om 60% van de Amsterdamse kinderen die opgroeien in armoede per eind 2022 structureel aan sport te laten doen getracht te verwezenlijken. Via de SV Jeugd kunnen (ouders van) kinderen met hun stadspas de contributie van een sportclub betalen. | 17
Sleuteldocumenten (3/6): Dashboard SV Jeugd
Kwartaalrapportages
Rapportages mbt aantal verzilveringen sportvergoedingen, bereik, kosten, afgezet tegen geslacht, leeftijd, buurt.
Strategisch Huisvestingsplan Sport 2020-2023 (SHP)
Januari 2019
SHP geeft een meerjarig overzicht van de investeringsopgave (276 mln) in A’damse sportaccommodaties voor de periode 2020-2023. Het overzicht betreft ruimteclaims, huisvestings-, beheerexploitatie en organisatiekosten. Investeringsopgave per stadsdeel (Oost/Zuidoost, Noord, Centrum/Zuid, West/Nieuw West).
Agenda Sporten en Bewegen in Amsterdam
Najaar 2019
Vierjarenplan (2019-2022) m.b.t. sportstimulering Amsterdam. Belangrijke thema’s: 1) gezond, inclusief en veilig sportklimaat, 2) verschillen in sportdeelname worden verkleind, 3) betere spreiding van sportaanbod, onderverdeeld in doelen: a) alle Amsterdammers kunnen sporten, b.) stimuleren van mensen tot zelfstandig en structureel sporten en bewegen en c.) toegankelijk maken van sport en bewegen voor jongeren, minima, kwetsbare jeugd, vluchtelingen, mensen met een beperking, ouderen. In de Agenda Sporten en Bewegen 2019-2022 ligt de nadruk op het vergroten van de maatschappelijk waarde van sport. Twee ambities lopen als een rode draad door de gehele agenda: ‘de sport in Amsterdam’ dient zich te ontwikkelen tot een volwaardig onderdeel van de sociale basis en de sport heeft de opdracht via structurele sportdeelname, juist die groepen te activeren die om uiteenlopende redenen niet of onvoldoende maatschappelijk meedoen. | 18
Sleuteldocumenten (4/6): Amsterdams Sportakkoord
Mei 2020
Doel: samen werken aan een sociaal veilig, inclusief en pedagogisch sterk sportklimaat. Langs vier lijnen: 1) We helpen sportaanbieders de basiseisen sociale veiligheid op orde te brengen, 2) We helpen trainers en begeleiders hun de pedagogische competenties te versterken 3) We helpen sportverenigingen een positieve sportcultuur te ontwikkelen 4) We maken de subtiele mechanismen van uitsluiting expliciet
Programma Positieve Sportcultuur (Uitvoeringsprogramma Agenda Sporten en Bewegen in Amsterdam)
Augustus 2020
Conform de Agenda Sport en Bewegen kan sport maatschappelijke waarde vervullen, maar zover is ‘de sport in Amsterdam’ nog niet. Amsterdam kent veel vitale en toekomstbestendige sportaanbieders. Maar ook moet geconstateerd worden dat veel sportclubs een naar binnen gerichte cultuur hebben waar niet iedereen zich welkom voelt en waar sommige groepen Amsterdammers zich zelfs buitengesloten voelen. Doel: Creëren van een sociaal veilig sportklimaat en een positieve en inclusieve sportcultuur voor iedere Amsterdammer die aan sport doet, waarbij de sporters begeleid worden door pedagogisch-didactisch bekwame trainers en sportleiders Middel: Uitwerking van vier sporen uit Amsterdams Sportakkoord.
Initiatiefvoorstel Zet racisme en discriminatie overboord met het Amsterdams Sportakkoord
29 juni 2020
Raad vraagt college i.r.t. sport actief een rol nemen rondom de thema’s antidiscriminatie en diversiteit.
| 19
Sleuteldocumenten (5/6): Bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel Zet racisme en discriminatie overboord met het Amsterdams Sportakkoord
1 september 2020
Het college van B&W zal de uitvoering van het initiatiefvoorstel inzetten door het programma Positieve Sportcultuur Amsterdam (aug. 2020) te intensiveren lang 4 pijlers: 1) sportclub ondersteuning, 2) pedagogische competenties van trainers en jeugdleiders, 3) basiseisen sociale veiligheid en 4) terugdringen uitsluiting.
Adviesbrief Amsterdam sportakkoord door Sportraad Amsterdam
14 september 2020
Er worden verscheidene aanbevelingen gedaan: 1) evalueer bestaand beleid en verbeter of vernieuw waar nodig op basis van die evaluatie, 2) Betrek lokale aanbieders als volwaardige partners bij de uitvoering, realisatie en evaluatie van het Amsterdams Sportakkoord, 3) Zet de beperkte (financiële) middelen gericht in op ondersteuning in de praktijk. 4) Bied de Amsterdamse sportaanbieders een handelingskader.
Beleidsbrief Vrouwen en Sport (opvolgdocument Agenda Sporten en Bewegen in Amsterdam)
April 2021
De in Agenda Sporten en Bewegen 2019-2022 genoemde ambities en prioriteiten gericht op meiden krijgen in deze beleidsbrief nadere invulling. Vier uitvoeringslijnen met 10 aandachtsgebieden: 1) meer meiden sporten (a. creëren goede randvoorwaarden specifiek voor meiden, b. verbeteren en vergroten sportaanbod voor meiden, c. Inzetten meer vrouwelijke sportbuurtwerkers/trainers), 2) Meer zichtbare vrouwelijke rolmodellen en talenten (a. vergroten zichtbaarheid door middel van verhalen, b. identiteitsontwikkeling, c. weerbaarheidstraining), 3) Weerbaarheidstraining, 4) Meer evenementen voor vrouwen (a. WK Vrouwenvoetbal 2017, b. vrouwen kampioenschappen, c. Urban sportsevent voor vrouwen).
Agenda Urban Sport 2021-2025
Juni 2021
Amsterdam wil dat urban sporters betere mogelijkheden krijgen om hun sport uit te oefenen. D.m.v. 5 doelen: de openbare ruimte van de stad wordt beter ingericht voor urban sports; meer en betere sport- & speelplekken en accommodaties voor urban sports; jonge Amsterdammers die achterblijven doen weer mee via urban sports; Amsterdamse urban topsporters presteren op een hoger niveau; Amsterdam ontwikkelt zich tot een internationale urban sportstad. | 20
Sleuteldocumenten (6/6) Strategisch Plan: Sporten en spelen in de openbare ruimte
Augustus 2021
Strategisch plan met uitgangspunt dat in heel Amsterdam voldoende en kwalitatief goede plekken, zijn, komen en blijven om te kunnen spelen en sporten in de openbare ruimte. Vertaalt zich in investeringen voor Stad Zijn (13,5 mln, vervangen van sport- en speeltoestellen), Stad Verbeteren (5 mln, kwaliteitsimputs sport- en speelplekken) en Stad Maken (12 mln, inrichting sport- en speelaanleiding op ontwikkellocaties).
Raadsinformatiebrief Investeringen in sport
4 maart 2022
Informatie rondom de bouw van nieuwe sportfaciliteiten, de renovatie van reeds bestaande. Enkele keer voorzien van kosten.
Raadsbrief Voortgang Agenda Sport en Bewegen + Bijlage 1 Cijfermatige onderbouwing
8 maart 2022
Rapportage voortgang op volgende punten: gezond, inclusief en veilig sportklimaat; verkleinen verschillen in sportdeelname en ondersteunen van kwetsbare Amsterdammers; Urban Sports en wijksport; en meer bewegen.
Raadsbrief Voortgang Agenda Urban Sports
8 april 2022
In de Agenda komen een aantal onderwerpen aan bod, zoals: 1) een analyse van de huidige stand van zaken; 2) de ruimtelijke kaders voor urban sports; 3) het maatschappelijke krachtenveld waarbinnen urban sports zich afspelen; 4) het positioneren van Amsterdam als urban sportstad; en 5) het organisatorische kader dat daarbij hoort.
Coalitieakkoord Amsterdam Akkoord 2022-2026
Mei 2022
Sport en bewegen is verbindend en essentieel voor goede gezondheid van Amsterdammers. Om gezondheidsverschillen te verkleinen zet Amsterdam extra in op sport en bewegen juist op die plekken in de stad waar dit niet vanzelfsprekend, of niet toegankelijk genoeg is. Hoe jonger we hiermee beginnen, hoe groter het effect is op de rest van de levensloop. De sociale waarde van sport wordt versterkt en gestimuleerd door onder andere duidelijke verbanden te leggen met het jongerenwerk. Dit moet leiden tot een uiterst beweegvriendelijke stad waar iedereen wordt aangezet tot- en in staat is om dichtbij huis zowel georganiseerd als ongeorganiseerd te sporten. We blijven inzetten op sport- en beweegparticipatie voor alle Amsterdammers, ook voor mensen met een beperking en groepen die hierin nu ondervertegenwoordigd zijn.
| 21
Antwoord vraag 1 Beschikbaarheid van informatie (1/2) Kwantiteit beschikbare informatie
– Er zijn verschillende beleidsstukken beschikbaar. – De sportdeelname index Amsterdam wordt halfjaarlijks opgesteld en biedt veel cijfermatige inzichten, maar is sinds november 2021 niet meer geupdatet. – De monitoring / tussentijdse evaluaties van beleidsonderdelen wordt niet regelmatig geagendeerd binnen de raad(scommissie): - De Sportraad heeft aanbevolen om meer te leren uit de opgedane ervaring; - Bij navraag bij de gemeente werd aangegeven dat er gaandeweg wordt bijgestuurd vanuit opgedane ervaringen. Dit is echter voor de raadsleden niet zichtbaar; - Monitoring van werkzaamheid beleidsinstrumenten ontbreekt in rapportages; - Rapportage over voortgang grote beleidskaders zoals Visie 2025/Agenda Sport en Bewegen vindt niet of enkel tegen het einde van looptijd beleidsstuk plaats.
| 22
Antwoord vraag 1 Beschikbaarheid van informatie (2/2) Kwaliteit beschikbare informatie
– De beleidsstukken zijn consistent. Er worden nieuwe accenten gelegd, maar de boodschap blijft dat er een integrale aanpak nodig is om Amsterdammers massaal aan het sporten en bewegen te zetten.
– Vanuit de sportdeelname index wordt een cijfermatig beeld geschetst en geduid. - De populatie blijkt echter niet altijd groot genoeg, waardoor er schommelingen in de data optreden en de gemeente met een trendlijn werkt, en is afgestapt van het onderscheid tussen jongeren > en < 12 jaar.
– Over de financiële inzichten (welke inspanningen worden gedaan met welk resultaat) is weinig beschikbaar, ook de navraag in het kader van dit onderzoek kreeg beperkte respons. – Het monitoren en opvolgen van ingezet beleid en maatregelen wordt beperkt en sporadisch opgepakt.
| 23
Vraag 2 Wat is het beeld van het beleidsterrein op hoofdlijnen? Welke ontwikkelingen zijn er voor 2023?
Sportbeleid hangt met verschillende domeinen samen
Bron: Sportvisie Amsterdam 2025 (2016)
| 25
Aanpak sportparticipatie Krachtlijnen Sportvisie 2025 (2016)
Nieuwe accenten
Sportparticipatie verhogen
Monitoring
• Gebiedsgerichte aanpak • Sport als middel tot aanpak sociale problematiek in stad
• Innovatie in stimuleringsprogramma’s om aan te sluiten op veranderende sportvraag doelgroepen • Versterken van gebiedsgericht maatwerk in stimuleringsprogramma’s • Breder benutten sportstimuleringsprogramma’s en –infrastructuur om inactieve Amsterdammers te begeleiden naar gezondere levensstijl • Benutten sportinfrastructuur en – netwerk bij aanpak van doelen in sociale, ruimtelijke en economische domein
• Sportdeelname index • Herijking sportstimuleringsprogramma’s en instrumentarium gebiedsgericht werken
Bron: Sportvisie Amsterdam 2025 (2016) | 26
Aanpak sportparticipatie Krachtlijnen Agenda Sport en Bewegen (2019)
Doelen
Aanpak doelen
Monitoring
• Verschillen sportdeelname verkleinen • Amsterdammers meer laten
• Uitbreiden Sportvergoeding Jeugd. Ambitie: 60% van de kinderen in armoede doen structureel aan sport • Onderzoeken of vergoeding structureel sporten kan worden ingevoerd • PvA voor gebieden waar participatie achterblijft • Sportstimuleringsprogramma's • Bewegingsstimuleringsprogramma’s
• Sportdeelname index • Sportomgevingsscan (o.a. Beweegatlas) • Sportaanbiedersscan • Effectmetingen verschillende programma’s, met name sportstimuleringsprogramma’s die reeds langere tijd worden uitgevoerd
bewegen • Betere spreiding sportaanbod Uitbreiding Wijksport en Urban sports
Bron: Agenda Sport en Bewegen (2019)
| 27
Agenda Urban Sports (2021)
Doelen
Aanpak doelen
Monitoring
• Openbare ruimte beter inrichten voor urban sports • Meer en betere sport- en speelplekken en – accommodaties voor urban sports • Jonge Amsterdammers die achterblijven doen mee via urban sports • Amsterdamse urban topsporters presteren op een hoger niveau • Amsterdam ontwikkelt zich tot urban sportstad
• Gebiedsgerichte wensen en behoeften vormen uitgangspunt • 20 ontwikkellijnen, rondom: • Breng stand van zaken in kaart • Het ruimtelijk kader • Het maatschappelijk krachtenveld • Positionering van Amsterdam • Watersport • Organisatorisch kader
• Geen melding van monitoring, wel planning en toekomstige uitvoeringsagenda
Bron: Agenda Urban Sports (2021)
| 28
Ontwikkelingen beleid richting 2023 (1/2) Uit Begroting 2023, gestructureerd door rapporteurs naar de thema’s uit de Sportvisie: Sportparticipatie: – Het coalitieakkoord bevat ambities ten aanzien van gelijke kansen op sportdeelname en verduurzaming van het (eigen) vastgoed. We gaan de komende periode op zoek naar slimme verbindingen, met name in de buurten. – De investeringen en inspanningen voortkomend uit Masterplannen Zuidoost en Nieuw-West en een aanpak Noord voorzien in de ontwikkeling van die veilige leefbare buurten. In die ontwikkeling neemt ook de arbeidsmarkt van de sport- en beweegsector een prominente rol in. Daarnaast verstevigen we de rol van sport en bewegen in de ambities van de Masterplannen op de thema’s veiligheid, inclusie, ondernemerschap en preventie door in de bestaande allianties de maatschappelijke waarde van de sport en beweegsector te duiden en te vertalen naar de dagelijkse praktijk. Topsport: – Door de jaarlijkse organisatie van toonaangevende evenementen en de samenwerking met het bedrijfsleven daarin profileren we Amsterdam als sportieve en vitale hoofdstad. – Amsterdam is een topsportstad. | 29
Ontwikkelingen beleid richting 2023 (2/2) Sportieve ruimte (infrastructuur): – Een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen, sporten en buitenspelen zijn een must. We actualiseren met alle betrokken gemeentelijke partners de referentienormen voor sporten, spelen en groen. In 2023 wordt een voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd, deze herziening moet vanaf 2026 een structurele bezuiniging opleveren en vanaf 2024 al tot besparingen gaan leiden. De herziening geeft inzicht in de mogelijkheden om de groen- en sportnorm te actualiseren, om flexibeler met de normen om te gaan en om een gecombineerde norm voor groen, sport en spelen in de openbare ruimte in te voeren. Hierbij wordt gekeken hoe we bestaande sportaccommodaties intensiever kunnen gebruiken en hoe we rekening kunnen houden met reeds aanwezig groen in de omliggende gebieden. – We investeren in verduurzaming (LED verlichting, klimaatadaptieve sportvelden,…). Sportaanbieders (infrastructuur): – Voor maatschappelijke organisaties zoals sportverenigingen worden middelen gereserveerd via het Amsterdams noodfonds omwille van de hoge energieprijzen.
| 30
Antwoord vraag 2 Beeld van het beleid op hoofdlijnen Het beleid zet in op zowel sporten als bewegen en hanteert daarbij landelijke definities en normen / richtlijnen. Met de investering in topsport en evenementen wordt een aanzuigeffect beoogd. Investeringen in de sportaccommodatie (infrastructuur in eigen beheer en extern beheer) zijn een basisvoorwaarde: het aanbod moet bereikbaar, toegankelijk en betaalbaar zijn: – Richting 2023 worden de normen in het kader van ruimtelijke ordening herbekeken. De verwachting is dat een besparing kan worden doorgevoerd door slimme combinaties te maken met bijvoorbeeld natuur en bos; – Naast klassieke sportverbanden wordt in toenemende mate ingezet op nieuwsoortige manieren van sport en bewegen, zoals Urban sports. Sportparticipatie is een vast thema binnen het sportbeleid: middelen worden vrijgemaakt om doelgroepen die achterblijven op het vlak van sport & beweging te stimuleren: – Stadsdelen en jeugd worden in het kader van dit Duisenberg onderzoek speciaal belicht (doelgroepen in de scope van dit onderzoek); – Ook minima, mensen met een beperking en vrouwen worden in het beleid als doelgroep getarget met programma’s en projecten.
| 31
Vraag 3 Welke doelen zijn gepland in 2023?
In Begroting 2023 staan voor dit onderzoek 2 relevante doelstellingen met betrekking tot sporten en bewegen Doelstelling 4.1.1 Iedere Amsterdammer heeft toegang tot passend sportaanbod in een kwalitatief goede omgeving.
Doelstelling 4.1.2 Iedere Amsterdammer voldoet aan de beweegrichtlijn in een kwalitatief goede omgeving.
Doelindicator 1
Doelindicator 1
Percentage jeugdigen (5-18j) dat structureel wekelijks sport.
Percentage jeugden (5-12j) dat aan de beweegrichtlijn matig intensief bewegen voldoet.
Doelindicator 2 Percentage jeugdigen (13-18j) dat aan de beweegrichtlijn matig intensief bewegen voldoet. | 33
Doelstelling 4.1.1 nader bekeken
Wat opvalt: - Ten opzichte van de begroting 2022 worden de groepen jonger en ouder dan 12 jaar samengenomen. Uit navraag blijkt dat hiervoor gekozen is omdat de populatie van de steekproef onvoldoende groot was om statistisch relevant te zijn (in bijlage inzicht in de fluctuaties over de jaren heen); - De streefwaarde voor 2023 ligt op hetzelfde niveau als de peilwaarde in 2019, in de | 34 tussenliggende jaren lag de realisatie lager door de coronamaatregelen.
In de doelenboom worden 4 activiteiten genoemd die bijdragen tot deze doelstelling Activiteit 4.1.1.1.
Activiteit 4.1.1.2
Actviteit 4.1.1.3
Activiteit 4.1.1.4
We ondersteunen gericht doelgroepen die achterblijven in sportdeelname
We zorgen en faciliteren in ieder gebied voor een kwalitatief goede sociale sportinfrastructuur (sportaanbieders)
We zorgen voor bouw, exploitatie en beheer van duurzame sportvoorzieningen ook in de openbare ruimte
We bieden structurele faciliteiten voor topsporters
Wat opvalt: • In deze activiteiten herkennen we de kernelementen van de Sportieve Stad; • Voor de scope van dit onderzoek focussen we verder op de 1e, 2e en 3e activiteit.
| 35
Indicator bij Activiteit 4.1.1.1 toont focus op stadsdeel
Wat opvalt: Ten opzichte van de begroting 2022 worden ook hier de groepen jonger en ouder dan 12 jaar samengenomen. Voor de stadsdelen die achterblijven ten opzichte van het stedelijk gemiddelde wordt een inhaalbeweging vooropgesteld van 0,5% per jaar. Voor de stadsdelen die beter scoren dan het gemiddelde, wordt vooropgesteld dat de voorsprong blijft, met| 36 uitzondering van Zu.
Bij Activiteit 4.1.1.2 wordt ook een link gelegd naar participatie
Wat opvalt: - Het is niet duidelijk in welk jaar de peilwaarde van 52% werd bereikt. - De doelstelling om in 2023 een lidmaatschap van 43% na te streven bij de jeugd, lijkt relatief laag ten aanzien van de peilwaarde, en blijft eerder in lijn met de realisatie van de voorgaande | 37 coronajaren met beperkende maatregelen op het vlak van sport.
Doelstelling 4.1.2 nader bekeken
Wat opvalt: - Hier wordt wel onderscheid gemaakt naar lagere school en middelbare school leeftijd. - De streefwaarde voor 2023 ligt iets hoger als de peilwaarde in 2018, maar lager dan de laatst gemeten realisaties van november 2021 (zie bijlage). - De prognose voor 24-26 lijkt niet te kloppen. | 38
In de doelenboom wordt 1 activiteit gekoppeld aan deze doelstelling
Wat opvalt: -
Analoog als bij de andere doelstelling wordt differentiatie naar stadsdelen gemaakt.
-
De spreidstand tussen beste en slechtste prestatie is hier groter: -8 tot +10 (ten opzicht van -7 tot +6).
-
Ook hier wordt voor de stadsdelen die achterop hinken een inhaalbeweging van 0,5% per jaar voorzien.
-
Voor de stadsdelen die vooruitlopen wordt dezelfde voorsprong behouden (wat mathematisch niet kan| 39 kloppen).
Antwoord op vraag 3 Doelen geformuleerd voor 2023 (1/2) • Doelstelling op het vlak van regelmatig sporten • Er wordt een indicator gebruikt die aangeeft in welke mate wekelijks wordt gesport, gedifferentieerd naar jeugd en volwassenen (< of > 18j) maar geen onderscheid lagere school of middelbare school leeftijd. • De lat wordt voor de jeugd in 2023 gelegd op 79%, in lijn met de realisatie vóór corona. • De indicator wordt opgevolgd per stadsdeel, met een variatie van -7% voor NW tot +6% voor Zu. De doelstelling voor 2023 is de achterstand van de stadsdelen die achterop hinken te verkleinen met 0,5 % per jaar. • Achterstand wegwerken zou ook absoluut kunnen worden door een minimum streefdoel per stadsdeel uit te drukken, om uit te sluiten dat een stadsdeel minder achterstand heeft maar er absoluut op achteruit gaat als het gemiddelde achteruit zou gaan. • Daarnaast wordt ook een indicator gevold die aangeeft welk aandel van de 5-18 jarigen lid is van een sportclub. De streefwaarde voor 2023 ligt op 43%, wat substantieel lager is dan 52% in het peiljaar. Deze indicator wordt niet verder opgedeeld naar doelgroep. | 40
Antwoord op vraag 3 Doelen geformuleerd voor 2023 (2/2)
• Doelstellingen op het vlak van regelmatig bewegen • Er wordt gebruik gemaakt van de landelijke Beweegrichtlijnen matig bewegen, gedifferentieerd naar 3 leeftijdsgroepen (<12, 12-18, >18). • Het is onduidelijk waarom dit wel mogelijk blijft voor deze beweegindicator (zie bijlage, zelfde bezorgdheid over statistische relevantie). • De lat wordt voor <12 gelegd op 32% en voor 12-18 op 39%, wat iets hoger is dan in het peiljaar 2018, maar lager dan de laatst gemeten waarde van november 2021 (zie bijlage). • De indicator wordt ook opgevolgd per stadsdeel, met een grotere achterstand voor de slechtst presterende stadsdelen: bij de 12-18j scoort ZO -15% slechter dan het stedelijk gemiddelde. Ook hier is de doelstelling om de achterstand te verkleinen met 0,5% per jaar (maar is er een mathematische denkfout gemaakt). • Zelfde bemerking als vorige sheet: alternatief zou absoluut streefdoel per stadsdeel kunnen zijn. | 41
Vraag 4 Welke activiteiten zijn gepland in 2022?
Verschillende activiteiten binnen het Programma Sport zijn te herleiden naar de thema’s uit de Sportvisie Gerichte ondersteuning doelgroepen -
Sportbuurtwerk subsidies Stichting Jeugdsportfonds en Diplomazwemmen Specifieke projecten en programma’s Tijdelijke Impuls Urban Sports
Subsidies voor Sportstichtingen voor het beheer van sportvoorzieningen.
Verwerven, ondersteunen en organiseren van (topsport)evenementen Algemeen aanzuigeffect geen specifieke link naar doelgroep. Niet nader onderzocht
Bouw en beheer van duurzame sportvoorzieningen
Op de volgende sheets worden deze activiteiten toegelicht in wijzerszin, te starten links bovenaan met de gerichte ondersteuning van doelgroepen | 43
Sportbuurtwerk ter ondersteuning van doelgroepen
Sportbuurtwerk budget voor onder meer gratis proeflessen en gereduceerd tarief
Bron: website gemeente Amsterdam Geen zicht op de resultaten / effecten van deze activiteiten | 44
Sportvergoeding Jeugd (SV Jeugd) (1/5) Stichting Jeugdfonds Sport (JFS) en Stadspas Wat is het: - Jeugd wordt middels SV Jeugd geholpen met betalen van contributie (rechtstreeks aan sportaanbieders). - Via Stadspas (direct) of Jeugdfonds Sport Amsterdam (intermediair). Resultaten: - In 2016 maakt 20% van de doelgroep gebruik van Jeugdfonds Sport. - In 2017 formuleert college ambitie dat eind 2022 60% van de kinderen uit minimahuishoudens structureel sporten en start hiervoor Sportarrangement minimakinderen. - Eind 2018 ligt de sportparticipatie van minimakinderen op 39% (t.o.v. 78% gemiddeld A’dam). - Vanaf jan 2019 wordt SV Jeugd structureel geïmplementeerd bij sportaanbieders. - SV bleek t/m 2019 effectief maar in periode 2020-2021 is groei in aantal verzilveringen van SV Jeugd afgenomen door verandering in sportgedrag door corona.
Bron: Bijlage Cijfermatige onderbouwing voortgang Agenda Sport en Bewegen (2022)
| 45
Sportvergoeding Jeugd (SV Jeugd) (2/5) Stichting Jeugdfonds Sport (JFS) en Stadspas
Bron: Dashboard SV Jeugd
Wat valt op: • Piek voor zowel JFS als Stadspas rond augustus/september (ingang nieuw 'stadspasjaar'). • In 2019 piek in aanvragen JFS en Stadspas. • Het aantal verzilveringen JFS en Stadspas lijkt in 2022 achter te blijven, mogelijk is dit een effect van de halfjaarlijkse meting. | 46
Sportvergoeding Jeugd (SV Jeugd) (3/5) Stichting Jeugdfonds Sport (JFS) en Stadspas
Bron: Dashboard SV Jeugd
Wat valt op: • Jongens maken meer gebruik van zowel de stadspas als van JFS. • Van de stadspas wordt in absolute aantallen minder gebruik gemaakt dan van JFS. • Aantal gebruikers stadspas blijft relatief constant, waar JFS een piek kent rond het 10e levensjaar.
| 47
Sportvergoeding Jeugd (SV Jeugd) (4/5) Stichting Jeugdfonds Sport (JFS) en Stadspas
Bron: Dashboard SV Jeugd
Wat valt op: • In Oost is het bereik het hoogst, hier ligt de sportparticipatie hoger dan gemiddeld. • Bereik in gebieden waar sportparticipatie achterblijft zoals Noord is lager dan waar sportparticipatie hoog is zoals Oud-Zuid. | 48
Sportvergoeding Jeugd (SV Jeugd) (5/5) Stichting Jeugdfonds Sport (JFS) en Stadspas
Bron: Dashboard SV Jeugd
Wat valt op: • Onder de verzilveringen is voetbal met afstand de meest gekozen sport. • Voor verzilveringen via de Stadspas is de sport onbekend.
| 49
Activiteiten agenda Urban Sports
Stimuleren participatie: - Structurele programmering voor buurt- en schoolactiviteiten (PO, VO, MBO); - Structurele inzet urban sportaanbiedes bij sportstimulering; - Bekwame gymdocenten hebben kennis van Urban Sports; - Programmering voor vrouwen.
Topsport -Aanzuig- en voorbeeldeffect; -Urban Topsport Talentenprogramma.
Sportieve ruimte voorzien: - Voorzieningen en openbare ruimte (hardware) zijn essentiële voorwaarde; - Subsidie sportaanbieders voor inrichting/verbetering eigen accommodatie; - Bouw verscheidene voorzieningen voortzetten, zoals reeds gefaciliteerd: - Herplaatsing Paperdome; - House of Urban Sports; - Urban Sport Zone Zeeburgereiland. Status juni 2021 (vertrekpunt): - 8% van sportende A’damse bevolking (6% vrouw, 10% man). - Top-10 meeste beoefende sporten in de stad (6e). | 50
Bouw en beheer van duurzame sportvoorzieningen 86 sportaccommodaties en sportparken worden door de gemeente onderhouden en beheerd: • 28 sporthallen; • 45 sportparken; • 2 watersportcentra; • 11 zwembaden. Bij de ontwikkeling en bouw van nieuwe sportaccommodaties wordt met de buurt gekeken wat de wensen zijn. In het kader van de Agenda Urban Sports wordt daarbij ingespeeld op de anders georganiseerde sporten en de belevingswereld van jongeren. De gemeente tracht het gebruik van sportaccommodaties te intensiveren, bvb. door sportparken toegankelijk te maken voor publiek en recreatief medegebruik. Met de sportclubs worden gebruikersoverleggen georganiseerd op de sportaccommodaties. De gemeente organiseert het onderhoud en renovatie van de sportaccommodaties. Daarbij wordt ingezet op verduurzaming van de Amsterdamse sportaccommodaties (LEDsportverlichting, zonnepanelen, aardgasloze warmtevoorziening zwembaden…).
| 51
Voor de periode 2020-2023 werd de investeringsopgave in het Strategisch Huisvestingsplan Sport vastgelegd 1. Vanuit de
2. Per windrichting werd een ‘sportinvesteringopgave’ gemaakt met
Sportnorm wordt aangeduid hoeveel sportaccommodatie nodig is in functie van het aantal inwoners. Zie bijlage 1.
onderscheid naar: • Bestaande sport ; • Sport verbeteren ; • Sport Maken (voorbeeld plaatje Noord).
Bron: Strategisch Huisvestingsplan Sport
Wat valt op: - De investeringsopgave is uitgesplitst per windrichting. - De sportnorm is bepalend voor de vereiste investeringen, het is niet zo dat er bijkomend inspanningen voorzien zijn in stadsdelen waar de sportdeelname index lager ligt dan elders. | 52
Kwalitatief goede sociale sportinfrastructuur Subsidies sportstichtingen voor extern beheer Door historische ontwikkelingen is stedelijke verdeling van extern en gemeentelijk geëxploiteerde voorzieningen ontstaan: • In 2015 23 van 29 sporthallen opgenomen in verhuursysteem van de gemeente, 6 in beheer door andere partijen. • Daarnaast 9 sportzalen, allen niet in het beheer van gemeente. • 10 gemeentelijke en 6 particuliere zwembaden. • 16 gemeentelijke en 10 particuliere tennisparken. Bron: Sportaccommodatieplan
Met deze externe partijen is een exploitatieovereenkomst afgesloten. Onder meer met: - Sloterparkbad in Nieuw-West; - Sportfondsenbad in Oost. | 53
Gerichte ondersteuning doelgroepen Effect op stadsdelen zichtbaar
Bron: Sportdeelname Index Amsterdam november 2021
De sportdeelname is er in bijna alle stadsdelen op vooruitgegaan t.o.v. de trendlijn; in het stadsdeel waar de sportdeelname het laagst was (Noord), is de sportdeelname het meest vooruit gegaan, in Zuidoost en NieuwWest echter weinig verbetering t.o.v. trendlijn. | 54
Gerichte ondersteuning doelgroepen Effect op jongeren niet zichtbaar in SDI 11/2021 Top 10 meest beoefende sporten
Bron: Sportdeelname Index Amsterdam november 2021
Doelgroep jongeren heeft in de afgelopen coronajaren sterke afname gekend van sportdeelname; effect beleid is moeilijk vast te stellen - 5 tot 12 jarigen is gezakt van 79% naar 66%. Zwemsport lijkt wel te winnen aan populariteit, wat kan gezien worden als effect van SV Jeugd. Urban sports zijn opkomend en vechtsport wint aan populariteit. - 13 tot 18 jarigen is gezakt van 77% naar 65% . Urban Sports komt ook hier op. | 55
Antwoord vraag 4 Conclusies effectiviteit ingezette activiteiten
Effectiviteit is moeilijk in te schatten: – Coronaperiode heeft sportdeelname bemoeilijkt en grondig verstoord. – Voor de ingezette activiteiten is niet altijd inzichtelijk welke inspanningen gericht zijn op de doelgroepen en hoe deze worden ingevuld (bvb. voor wat betreft de grootste kostenpost investeringen). – Wel lijkt het er op dat het effect van het Jeugdsportfonds positief is (cfr. zwemmen bij de lagere schoolkinderen), al worden minder jongeren bereikt in stadsdelen met een lagere sportdeelname. – Ook lijkt een positief effect van de inzet op urban sports zichtbaar.
Noot: er worden weinig documenten aangetroffen die aantonen dat effectiviteitsmeting ondernomen wordt binnen de gemeente. (Welke activiteiten werden ingericht om welke doelgroep meer te laten bewegen/sporten en welk effect heeft dit gehad?)
De achterliggende reden waarom jeugd niet (vaak) beweegt of structureel sport is niet helder: welke bottlenecks om jeugd te doen participeren in sport en bewegen blijven hardnekkig? – Sportinfrastructuur en inschrijvingsgeld zijn wellicht niet het enige probleem. – Logistiek / transport richting sport en bewegen organiseren? – Combinatie van sport en bewegen met schoolwerk? – Verantwoordelijkheden begeleiding of opvang broers / zussen,…? – … | 56
Vraag 5 Wat gaat het kosten?
Het budget voor programma Sport gaat voor 2/3 naar de infrastructuur Onderste 2 thema’s zijn goed voor 65% van 63,9 miljoen € Gerichte ondersteuning doelgroepen -
-
Sportbuurtwerk subsidies Stichting Jeugdsportfonds en Diplomazwemmen Specifieke projecten en programma’s Tijdelijke Impuls Urban Sports
Subsidies voor Sportstichtingen voor het beheer van sportvoorzieningen.
18,7 m
9,7 m
3,7 m
31,9 m
Verwerven, ondersteunen en organiseren van (topsport)evenementen (niet nader onderzocht)
Bouw en beheer van duurzame sportvoorzieningen | 58
Gerichte ondersteuning doelgroepen Totaal apparaatslasten
lasten
Gerichte ondersteuning doelgroepen Gerichte ondersteuning ambtenaren
baten
totaal 18 700 000 €
2 700 000 €
Sportbuurtwerk subsidies (zie detail)
8 800 000 €
Stichting Jeugdsportfonds en Diplomazwemmen
3 200 000 €
Specifieke projecten en programma's (zie detail)
3 000 000 €
Tijdelijke impuls Urban Sports
1 000 000 €
Bron: cijfers Begroting 2023, met uitzondering van Specifieke projecten en programma’s (lijkt per abuis niet in de Begroting benoemd, werd nagevraagd bij de gemeente).
Wat opvalt: - Er zijn geen baten gekoppeld aan deze activiteit; - De sportbuurtwerk subsidies zijn het omvangrijkst. | 59
Gerichte ondersteuning doelgroepen Detail Sportbuurtwerk (miljoen €) In onderstaande tabel wordt aangeduid hoe de €8,74 miljoen middelen Sportbuurtwerk worden ingezet, uitgesplitst naar activiteiten binnen bepaalde stadsdelen en gefocust op leeftijd. Waar ‘Alle’ staat, gaat het om een budget dat niet aan 1 leeftijdscategorie of stadsdeel kan worden toegewezen.
Alle
ZO Centrum Noord
NW
0,07
Oost Weesp
West
Zuid Totaal
0,21
0,09
1,62
19%
Alle
1,2 0,05
Jeugd
0,79
0,27
0,86
0,47
0,43
0,03
0,08
0,64
3,57
41%
Volwassenen
0,13
0,3
0,4
0,87
0,39
0,02
0,73
0,71
3,55
41%
Totaal
1,2 0,97
0,57
1,33
1,34
1,03
0,05
0,9
1,35
8,74
100%
14% 11%
7%
15%
15%
12%
1%
10%
15%
100%
Bron: informatie nagevraagd bij de gemeente Wat opvalt: - De middelen lijken gelijk verdeeld over jeugd en volwassenen. - Niet duidelijk wat juist gefinancierd wordt. - De budgettaire verdeling over stadsdelen is deels op basis van de objectieve verdeling aan de hand van indicatoren van de gemeentefonds systematiek en deels op basis van historisch bepaalde lasten. - De stadsdelen alloceren via de Sociale Basis de middelen. - Het resultaat is alleszins niet dat meer gelden ingezet worden waar de opgave het grootste is: Noord en Zuid krijgen elk 15% van het totale budget, terwijl ze respectievelijk slechtst en best | 60 scoren op deelname.
Gerichte ondersteuning doelgroepen Detail Projecten en Programma’s Project
Begroting
Toelichting
Sportstimulering diverse lasten Programma gehandicaptensport
1,0 mlnOnder meer Sportdeelname index rapportages, ook externe inhuur en communicatie 0,5 mlnDrieledig: - voor jeugd Programma Sportstimulering op scholen speciaal onderwijs - voor volwassenen wordt door middel van gesubsidieerde sportloket van Reade vraag en aanbod aan elkaar verbonden - voor volwassenen wordt in samenwerking met Uniek Sporten de uitleen van sporthulpmiddelen gefaciliteerd
Sport en Armoede
0,1 mlnProject ter ondersteuning aan de minimaregeling Sportvergoeding Jeugd (SV): helpt sportclubs aansluiting op de regeling te krijgen en monitort het bereik van de regeling
Sport en vluchtelingen
0,2 mlnOrganisatie van sport- en beweegstimulering voor jeugd en volwassenen op en rond opvanglocaties en voor statushouders
Programma Jeugd en Jongeren
1,2 mlnVoor de leeftijdsgroep 4 tot en met 23 jarigen Gericht op stimuleren tot wekelijks zelfstandig structureel sporten en voldoende matig intensief bewegen - Basis en Voortgezet onderwijs: naschools sport en beweegaanbod (onderdeel van gezonde schoolaanpak) - Jongvolwassenen: in afstemming met MBO wordt programmering uitgewerkt voor achterblijvende groepen. Recentelijk vooral aandacht voor het tegengaan van (veel) zitten in het onderwijs en fietsen (fietsbezit, vaardigheden verhogen en verbeteren imago fietsen)
Totaal
3,0 mln
Bron: informatie nagevraagd bij de gemeente Wat opvalt: - De middelen voor jeugd en jongeren lijken relatief beperkt ten aanzien van de totale begroting (1,2 van 64 miljoen), terwijl via de scholen alle jongeren benaderd kunnen worden. - Wellicht meer resultaat te behalen door hier meer op in te zetten? - Het is niet inzichtelijk welke lasten gefinancierd worden (wellicht externe inhuur | 61 sportcoaches? Mogelijks ook huur materiaal / locaties?).
Bouw en beheer van duurzame sportvoorzieningen apparaatslasten
lasten
baten
Bouw en beheer van duurzame sportvoorzieningen in eigen beheer Zorgen voor bouw en beheer ambtenaren Inkomsten uit verhuur van sportvoorzieningen in eigen beheer en toegangsgelden Exploitatielasten van sportvoorzieningen in eigen beheer
totaal 31 900 000 €
18 700 000 € 14 700 000 € 14 300 000 €
Toevoeging voorziening groot onderhoud
3 500 000 €
Rente en afschrijvingingskosten
7 800 000 €
Extra toegekend structureel budget voor inflatie
2 300 000 €
Bron: cijfers Begroting 2023, met assumptie dat extra budget voor inflatie integraal ten goede komt aan dit onderdeel Wat opvalt: - De lasten en baten worden momenteel nog niet per stadsdeel separaat bijgehouden; dit zou wel nuttig zijn om de inspanningen te vergelijken met de sportparticipatie cijfers (wordt meer geïnvesteerd waar de opgave groter is?). - De baten dekken ruwweg de exploitatielasten in enge zin, maar niet de apparaatslasten en kapitaallasten (afschrijvingen en rente). | 62
Ter referentie: de investeringslasten met betrekking tot het Strategisch Huisvestingsplan Sport Cfr. sheet 50: per windstreek werd een investeringsopgave bepaald; tegelijk werden normkosten gehanteerd voor sportaccommodaties. Dit resulteert in onderstaand overzicht ‘total cost of ownership’ (investeringen, lasten en baten uit exploitatie) In totaal voor 272 miljoen € investeringen voorzien
De investeringen worden afgeschreven over een langere periode (vaak 2025 jaar), de kapitaallasten zijn daarom maar een fractie van de investering.
Bron: Strategisch Huisvestingsplan Sport
Noot: de lasten zijn niet te herleiden naar de stadsdelen
| 63
Subsidies voor sportstichtingen (sportvoorzieningen niet in eigen beheer)
apparaatslasten
lasten
baten
Subsidies voor sportstichtingen voor het beheer van sportvoorzieningen niet in eigen beheer Toegangsgelden van sportaccommodaties niet in eigen beheer Subsidies sportstichtingen
totaal 9 700 000 €
2 400 000 € 12 100 000 €
Bron: cijfers Begroting 2023 Uit navraag bij de gemeente blijkt dat het onder meer gaat om exploitatiesubsidies met externe exploitanten als het Sloterparkbad in Nieuw-West of het Sportfondsenbad in Oost.
Wat opvalt: - De lasten en baten worden momenteel nog niet per stadsdeel separaat bijgehouden; dit zou wel nuttig zijn om de inspanningen te vergelijken met de sportparticipatie cijfers. | 64
Antwoord vraag 5 Wat gaat het kosten
In 2023 zijn voor het Programma Sport 64 miljoen begroot: – 22,9 miljoen apparaatslasten; – 17,1 miljoen baten (inkomsten uit verhuur van accommodaties en ingangsgelden); – 58,2 miljoen lasten (exploitatielasten, subsidies, afschrijvingen,…).
Voor wat betreft de grootste kostenposten (de infrastructuur in eigen beheer zowel als extern beheer) is niet inzichtelijk in welke mate de doelgroepen voordeel hebben. – Ook is niet eenvoudig in beeld te brengen in welke mate de sportnorm behaald werd naar aanleiding van deze investeringen.
Voor wat betreft de stadsdelen is wel inzichtelijk hoe de Sportbuurtbudgetten werden gealloceerd, maar deze lijkt geen rekening te houden met de relatieve voorsprong of achterstand voor wat betreft sportdeelname.
Voor wat betreft de jeugd: - Is de subsidiëring middels het Jeugdsportfonds en Diplomazwemmen belangrijk; - Wordt ook vanuit de Sportbuurtbudgetten specifieke acties opgezet; - Is het programma Jeugd en Jongeren specifiek gericht op het motiveren van jongeren tot meer bewegen, in samenwerking met de scholen. Dit heeft echter een beperkt budget (1,2 miljoen), en resultaten zijn niet inzichtelijk gemaakt. | 65
Vraag 6 en 7
Wat is het oordeel over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid?
Welke conclusies en aanbevelingen aan de raad / wethouder?
Conclusies Doelstelling is duidelijk: Amsterdam wil dat iedere Amsterdammer: • Toegang heeft tot een passend sportaanbod (en daar gebruik van maakt). • Voldoet aan de beweegrichtlijn. •
Programma Sport budgettert 63,9miljoen.
•
Het grootste deel van het budget gaat naar infrastructuur in eigen of extern beheer (65%), zonder dat inzichtelijk is in welke stadsdelen geïnvesteerd wordt.
•
•
De gerichte ondersteuning van doelgroepen (18, miljoen) gaat vooral naar JSF en Sportbuurtwerk.
•
De opgebouwde activiteiten zijn een mix op verschillende domeinen (infrastructuur / sportparticipatie / topsport) en vanuit verschillende initiatieven (Urban Sports, JFS, Sociale Basis,…).
•
Het is niet altijd duidelijk op welke doelgroepen de activiteiten zijn gericht.
•
Het is nog minder inzichtelijk wat het effect van de individuele activiteiten is.
•
Globaal zijn (minimale) positieve signalen zichtbaar.
Doelen
De gemeenteraad kan haar kaderstellende (en controlerende) rol onvoldoende invullen als activiteiten, middelen en doelen niet of lastig aan elkaar te koppelen zijn en indicatoren onvoldoende/geen inzicht geven.
Middelen
Activiteiten
Programma’s in samenwerking met scholen hebben een beperkt budget van 1,2 miljoen.
Indicatoren en streefwaarden • Indicatoren zijn relevant, maar er is geen zekerheid over de beschikbaarheid ervan: de afgelopen periode zijn ze veelal niet (statistisch relevant) beschikbaar geweest, en voor de komende periode is nog geen onderzoeksbureau gecontracteerd. • De streefwaarden zijn in de doelenboom ietwat slordig opgesteld: zijn niet altijd mathematisch correct, lijken niet altijd in lijn met de trend.
| 67
Aanbeveling 1: houd rekening met doelgroepen bij update sportnorm Uit Begroting 2023 p. 32: Herziening groen- en sportnormen “In 2023 wordt een voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd voor herziening van de sport- en groennormen. Deze herziening moet vanaf 2026 een structurele bezuiniging opleveren en vanaf 2024 al tot besparingen gaan leiden. De herziening geeft inzicht in de mogelijkheden om de groen- en sportnorm te actualiseren, om flexibeler met de normen om te gaan en om een gecombineerde norm voor groen, sport en spelen in de openbare ruimte in te voeren. Hierbij wordt gekeken hoe we bestaande sportaccommodaties intensiever kunnen gebruiken en hoe we rekening kunnen houden met reeds aanwezig groen in de omliggende gebieden.” De raadsleden zijn bezorgd over het effect hiervan op de doelgroepen, vraag van de raad is om • Bij de uitwerking van de herwerkte normen inzichtelijk te maken wat het effect ervan is op de doelgroepen (met name de stadsdelen waar de sport- en bewegingsdeelname lager is dan gemiddeld). • Effectmeting zowel op vlak van investeringen, project- en programma-uitgaven als op realisatie van de norm per stadsdeel. | 68
Aanbeveling 2: rapporteer beter richting raad om haar in staat te stellen goed bij te sturen Maak effectmeting van activiteiten rond sportparticipatie jongeren inzichtelijk voor de raad, minstens jaarlijks. •
Wat doet de gemeente ervoor? • Scholen programma’s leeftijd 5 t/m 12; • Scholen programma’s leeftijd 12 t/m 17; • SV Jeugd leeftijd 5 t/m 17; • Stadsdeel programma’s; • (VIP) pedagogisch sterkere sportverenigingen; • Investeringen in infrastructuur; • …
•
Wat zijn de effecten; • Per programma / project: Hoeveel scholen/ hoeveel kinderen/Welke gebieden/ hoeveel verzilveringen,… (en hoe gemeten); • Inzicht in evolutie sportparticipatie met focus op doelgroepen (SDI 2.0 zie verder); • Inzicht in behalen Sportnorm (toekomstige Sport en Groennorm) per stadsdeel.
•
Wat zijn de kosten (Begroting tov realisatie) • Middelen per programma / project; • Met ook inzicht in allocatie per doelgroep (stadsdelen / leeftijd). | 69
Aanbeveling 3: evalueer en stuur bij met stakeholders Ga als centrale beleidsmaker de dialoog aan met stakeholders om bij te sturen op basis van globale monitor en effectmeting: - Stadsdelen / buurtteams; - Bewoners; - Sportaanbieders; - Andere directies bvb. op het vlak van armoedebestrijding; - … Doe dit over de kwantitatieve maar zeker ook over kwalitatieve uitkomsten (welke drempels zijn er nog en hoe kunnen deze weggewerkt worden). Ga na of bestaande overlegstructuren hiervoor kunnen worden gebruik (bvb. Sportraad).
| 70
Aanbeveling 4: zorg voor SDI 2.0 Investeer in een goede overkoepelende monitor SDI 2.0 SDI wordt ondergebracht bij een nieuw onderzoeksbureau, maar er is nog geen contract. Ideale gelegenheid om een betere opzet af te stemmen. - Zowel voor sportdeelname als beweegrichtlijn dienen 5-12 en 13-18 separaat te kunnen worden opgevolgd. Te bekijken welke inspanningen vereist zijn om de steekproef van jeugd op lagere school en middelbare school te vergroten. - Detailniveau in combinatie met stadsdelen is noodzakelijk.
- Breng naast cijfermatige inzichten ook kwalitatieve inzichten naar voor: - Waarom worden doelgroepen systematisch niet bereikt? - Wat zijn bottlenecks die kunnen worden aangepakt? - Toegang tot kwalitatieve sportinfrastructuur; - Mobiliteit / transport; - Taal / digitale laaggeletterdheid; - …
| 71
Bijlages
Bijlage 1: Amsterdamse referentienorm voor Maatschappelijke voorzieningen
Bron: Amsterdamse referentienorm voor Maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen (2018) | 73
Bijlage 2: Amsterdamse Sport Index Cijfers Sportparticipatie
Bron: Analyse op basis van alle beschikbare rapportages
Wat opvalt: - Het aantal respondenten is vaak te klein om statistisch relevante uitspraken te doen op de combinatie van leeftijdsgroep en stadsdeel (cfr. onderste lijn: heel hoog aantal ‘indicatieve’ cijfers. - Sinds november ‘20 worden de cijfers enkel op geaggregeerd niveau beschikbaar gesteld (dus wel uitsplitsing naar jeugd maar niet meer per leeftijdsgroep en stadsdeel (zie bovenste lijnen).
| 74
Bijlage 3: Amsterdamse Sport Index Cijfers Beweging
Bron: Analyse op basis van alle beschikbare rapportages
Wat opvalt: - Het aantal respondenten is vaak te klein om statistisch relevante uitspraken te doen op de combinatie van leeftijdsgroep en stadsdeel (cfr. onderste lijn: heel hoog aantal ‘indicatieve’ cijfers. - Sinds november ‘20 worden de cijfers enkel op geaggregeerd niveau beschikbaar gesteld (dus wel uitsplitsing naar jeugd maar niet meer per leeftijdsgroep en stadsdeel (zie bovenste lijnen). | 75