CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-03 Raadsbrief B4 Profielonderzoek straatdealers.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 29 september 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Brief van de driehoek aan de gemeenteraad d.d. 11 april 2022 over de stand van zaken van de plannen ten aanzien van een beheersbare cannabismarkt en de aanpak straatdealen (VN2022-029348)10.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

September 2021

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

Auteur(s)

Menno Segeren en Willem Schipper

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Inhoud 1. Aanleiding

3

2. Methode 2.1 Werkwijze profielonderzoek 2.2 Specificatie van de indicatoren 2.3 Profielanalyse 2.4 Steekproef en representativiteit

4 5 6 10 10

3. Resultaten 3.1 Uitkomst profielanalyse 3.2 Beschrijving profielen 3.3 Zorgkenmerken psychopathologie en verslaving 3.4 Kenmerken van de profielen in meer detail

12 12 14 16 17

4. Conclusie en aanbevelingen 4.1 Beperkingen van het onderzoek 4.2 Aanbevelingen

21 22 23

Bijlages Bijlage 1. Verantwoording gegevensverzameling en gegevensuitwisseling Bijlage 2. Beschrijving Latente Klasse Analyse Bijlage 3. Representativiteit van de steekproef

25 25 27 30

2

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

1.

GGD Amsterdam September 2021

Aanleiding

Vanwege de toenemende overlast van drugsgebruik en drugshandel in Amsterdam1,2 is in 2020 vanuit het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) van de gemeente Amsterdam het programma Weerbare Mensen Weerbare Wijken (WMWW) gestart.3 Dit programma richt zich op het verminderen van de sociale ontwrichting van buurten door drugshandel en op het weerbaar maken van wijken en jongeren tegen de aantrekkingskracht van drugscriminaliteit. Een van de maatregelen van het programma WMWW richt zich op de problematiek van het straatdealen in de binnenstad. In projectvorm wordt gepoogd een vernieuwde aanpak van de straatdealers te ontwikkelen die hiermee samenhangende criminaliteit en overlast duurzaam vermindert. De effectiviteit van een dergelijke aanpak is deels afhankelijk van de mate waarin die goed weet aan te sluiten op verschillende subgroepen binnen de algemene doelgroep van straatdealers.

De afgelopen jaren zijn in de praktijk veel inzichten opgedaan over personen die worden opgepakt vanwege straatdeal activiteiten. Een ervaren operationeel specialist van het basisteam Burgwallen van de politie Eenheid Amsterdam meende de groep straatdealers die actief is in de binnenstad van Amsterdam op te kunnen delen in een aantal daderprofielen. Het zou gaan om een groep ‘jongeren/jongvolwassen die niet per se zorgbehoevend zijn’. Dit zou relatief jonge (18-) of jongvolwassen (18-23 jaar oud) vaak agressieve straatdealers betreffen die geen (sterke) zorgvraag op het gebied van psychiatrie en/of verslaving lijken te hebben. Velen van hen blowen maar zijn vermoedelijk niet (hard)drugsverslaafd. Deze groep zou bijvoorbeeld via de jeugd en veiligheidsaanpakken in de stadsdelen of de Top400/600 aandacht moeten krijgen. Het tweede betreft de ‘overlastveelplegers/verslaafden’. Dit zou gaan om zorgbehoevende en/of zorgmijdende straatdealers die vaak zelf verslaafd zijn. Deze personen zouden primair aandacht moeten krijgen via de (doorontwikkelde) overlastveelplegersaanpak en op deze manier kunnen worden toegeleid naar een zorgtraject. Het derde profiel zou een subgroep van ‘professionals’ zijn. Dit gaat om straatdealers, gepokt en gemazeld in het straatdealen, die meer berekenend en vaak ook achter de schermen te werk gaan.

Vaak hebben deze personen wel een uitkering maar geen evidente zorgbehoefte. Voor deze groep zouden strafrechtelijke afdoeningen en/of het intrekken van uitkeringen als interventie voor de hand liggen.

1

Tops, P., & Tromp, J. (2019). De achterkant van Amsterdam. Een verkenning van drugsgerelateerde criminaliteit

2

Gemeente Amsterdam (Augustus 2021). Drugscriminaliteit in Amsterdam. Kenmerken, spreiding en trends

3

Gemeente Amsterdam (Oktober 2019). Weerbare mensen, weerbare wijken. Programma Terugdringen Drugshandel

3

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Het bestaan van dergelijke profielen wordt vermoed op basis van praktijkkennis, maar is niet gebaseerd op gestructureerd onderzoek. In het kader van het ontwikkelen van een effectieve aanpak is daarom vanuit de gemeente behoefte om het bestaan van bovenbeschreven daderprofielen op meer objectieve en onderbouwde wijze aan te tonen en, indien nodig, bij te stellen. Een beter inzicht in dergelijke subgroepen, en daarmee in ‘de persoon achter de dader’ kan, zeker wanneer het in verband wordt gebracht met de mate van crimineel gedrag en van overlast geven, bijdragen aan een effectieve aanpak die is toegesneden op relevante subgroepen binnen de doelgroep van straatdealers actief in Amsterdam.

2.

Methode

Dit onderzoek is uitgevoerd om beter zicht te krijgen op profielen van straatdealers actief in Amsterdam. Hiervoor is de reeds gebruikte definitie van straatdealen in de Amsterdamse binnenstad gebruikt en een groep straatdealers nader bekeken. Het ging om de groep die in 2017-2019 is aangehouden als verdachte voor tenminste één keer straatdealen in de binnenstad. Het betrof de volgende delicten: bezit harddrugs (tenminste een handelshoeveelheid); handel harddrugs; handel softdrugs; handel nepdope. Als iemand in de binnenstad voor een dergelijk delict wordt aangehouden betreft dit volgens de politie straatdealen.

Een reeds door het AcVZ uitgevoerde doelgroep analyse4,5 toonde aan dat de totale doelgroep van straatdealers, actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017 – 2019, bestond uit 2.267 personen. Deze personen waren allen tenminste eenmaal als verdachte aangehouden van bovengenoemde delicten. In het huidige onderzoek zijn kenmerken van deze groep straatdealers uit verschillende registratiesystemen op persoonsniveau samengebracht en op groepsniveau geanalyseerd. Het ging daarbij om de volgende categorieën van kenmerken: -

Sociodemografische achtergrondkenmerken;

-

Delict- en veroordelingskenmerken;

-

Zorgkenmerken;

-

Aanpak en doelgroep kenmerken.

4

Gemeente Amsterdam, Actiecentrum Veiligheid en Zorg (September 2021). Straatdealers in de Amsterdamse binnenstad. Kenmerken en trends 2017-2019. 5 Gemeente Amsterdam, Actiecentrum Veiligheid en Zorg (Juni 2021). Verkennende analyse straatdealers Amsterdamse binnenstad (concept)

4

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

2.1

GGD Amsterdam September 2021

Werkwijze profielonderzoek

Om te onderzoeken of er betekenisvolle subgroepen zijn te identificeren binnen de totale groep straatdealers is een profielonderzoek uitgevoerd. Met een profielonderzoek kan, op basis van op persoonsniveau gekoppelde kenmerken, een groep personen worden onderverdeeld in een aantal homogene subgroepen. Homogene subgroepen worden gevormd door personen met overeenkomende kenmerken die bovendien betekenisvol anders zijn dan de kenmerken van andere subgroepen. Op basis van een interpretatie van de kenmerken van subgroepen en een vergelijking van kenmerken tussen subgroepen ontstaat een beeld van eventuele profielen van straatdealers binnen de grotere populatie. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van een toetsende analyse (en niet van een beschrijvende analyse). Dat wil zeggen dat op statistische gronden is bepaald 1) hoeveel profielen binnen de grotere populatie straatdealers kunnen worden onderscheiden en 2) tot welk profiel elke persoon het meest waarschijnlijk behoort.

Wat betreft de zorgkenmerken en demografische kenmerken op het gebied van wonen/huisvesting was de verwachting dat de GGD van een groot deel van deze groep zou beschikken over relevante informatie. Zorgkenmerken waren echter in tekstvelden weggeschreven in de betreffende cliëntregistratie en daarmee niet geautomatiseerd, als kwantitatieve informatie, te onttrekken. Demografische kenmerken waren enkel handmatig te ontsluiten via de toegang die de GGD heeft tot de BRP (Basisregistratie Personen, i.e. GBA-gegevens). Omdat het handmatig ontsluiten van deze gegevens een te grote tijdsinvestering zou vragen is gekozen een representatieve steekproef te trekken uit de grotere populatie straatdealers. Zo is een meer ‘behapbare’ onderzoeksgroep ontstaan van straatdealers van wie óók de zorg- en woonkenmerken beschikbaar waren voor het onderzoek. Het uitgangspunt hierbij was dat de onderzoeksresultaten kunnen worden gegeneraliseerd naar de grotere populatie van straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad.

Analyse zorgkenmerken Voor elke persoon in de steekproef is relevante informatie met betrekking tot zorgkenmerken uit hun cliëntdossier bij Vangnet (GGD, afdeling MGGz) onttrokken en omgezet in gekwantificeerde zorgindicatoren. Het betrof een inschatting van: -

Zorgbehoevendheid op het gebied van psychiatrie en verslaving, inclusief een nadere specificatie van de aanwezigheid van psychiatrische stoornissen en problematisch middelengebruik (alcohol, cannabis, opiaten/methadon, overige drugs);

-

Zorgmijdendheid op basis van indicatoren zoals: gebrek aan motivatie voor zorg/hulp, conflict met behandelaar, no-shows, eenzijdige beëindiging van zorgtrajecten.

5

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Koppeling met andere kenmerken Zorggegevens zijn op persoonsniveau gekoppeld met gegevens afkomstig uit de registraties van de politie eenheid Amsterdam Amstelland, het arrondissementsparket Amsterdam van het Openbaar Ministerie (OM), het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) en de gemeentelijke dienst Werk, Participatie en Inkomen (WPI). Meer specifiek betrof het: -

Sociodemografische kenmerken waaronder geslacht, leeftijd, nationaliteit, regiobinding en woonsituatie (politie, GGD, BRP);

-

Delict kenmerken over aard en frequentie van delict gedrag gespecificeerd voor straatdealdelicten, geweldsdelicten en wapendelicten (politie);

-

Aanpak en doelgroep kenmerken waaronder of iemand is opgenomen in een gemeentelijke persoonsgerichte aanpak (zoals de Top1000 of Verwarde verdachten) en of iemand stond op de veelplegerslijst van het OM met de kwalificaties Veelpleger (VP), Zeer Actieve Veelpleger (ZAV) of Stelselmatige Dader (STD).

-

Uitkeringsgegevens (WPI Amsterdam, via het AcVZ).

2.2

Specificatie van de indicatoren

Ten behoeve van het uitvoeren van de profielanalyse en de interpretatie van de resultaten daarvan zijn sommige kenmerken bewerkt tot indicatoren die als “input-variabelen” zijn meegenomen in de analyse. Kenmerken zijn vereenvoudigd door categorieën samen te voegen (als voorbeeld is nationaliteit vereenvoudigd tot Nederlandse vs. niet Nederlandse nationaliteit) de leeftijdsgroepen t/m 27 jaar en 28 jaar of ouder). Hieronder volgt een korte beschrijving van de kenmerken op persoonsniveau zoals die ruw zijn ontvangen en, indien van toepassing, de bewerkingen van deze kenmerken tot de indicatoren zoals die zijn gebruikt in de profielanalyse. Tabel 1 presenteert een overzicht van de indicatoren. Sociodemografische kenmerken (Politie, GGD en BRP): Deze gegevens waren afkomstig uit de cliëntregistratie van de GGD, de BRP en/of de politieregistratie6 met als peildatum de datum van het laatste bekende straatdealdelict gepleegd in de periode 2017-2019. Deze gegevens betroffen de volgende indicatoren: -

Leeftijd ten tijde van het laatste straatdealdelict in jaren en uitgesplitst naar de leeftijdscategorieën 12-17 jaar, 18-22 jaar, 23-24 jaar en vervolgens steeds 5-jaars categorieën. In de analyse is een verder vereenvoudigde categorisering gebruikt: t/m 27 jaar en 28 jaar of ouder;

-

6

Nationaliteit, gecategoriseerd als een Nederlandse of een niet-Nederlandse nationaliteit;

Indien verschillende bronnen tegenstrijdige informatie bevatten was voor deze gegevens de BRP informatie leidend.

6

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

-

GGD Amsterdam September 2021

Woonplaats/gemeente, gecategoriseerd als Amsterdam-Amstelland, elders in Nederland, buitenland;

-

Regiobinding Amsterdam7 (ja/nee);

-

Woonsituatie in Amsterdam, gecategoriseerd als wel woonachtig op een Amsterdamse adres (zelfstandig adres of in de maatschappelijke opvang / beschermd wonen (MOBW)) of niet woonachtig op een Amsterdams adres (indien sprake was van het hebben van een postadres, verblijf in detentie, of wonen in een instelling);

-

Dakloosheid (ja/nee)8.

Delict kenmerken (Politie): Onderstaande indicatoren zijn samengesteld op basis van de ruwe delict gegevens over de periode 20172019: -

Aantal straatdealincidenten (maximaal 1; 2 tot 5; 6 of meer) inclusief een uitsplitsing naar het aantal bezit harddrugs (F40), handel harddrugs (F41), handel softdrugs (F43) en nepdope (R1114) incidenten;

-

Aantal geweldsincidenten (ja/nee) volgens de classificatie in High Impact Crimes (HIC) die ook in het kader van de Top600 Aanpak wordt toegepast, inclusief een uitsplitsing naar diefstal/inbraak woning, moord/doodslag, openlijk geweld tegen personen, bedreiging, mishandeling, straatroof, overval (de maatschappelijke klassen die we kennen van de Top600);

-

Aantal wapenincidenten (ja/nee) inclusief een uitsplitsing naar het aantal bezit vuurwapens(F70), handel vuurwapens (F41), bezit overige wapens (F72) en messenverbod (R1115) incidenten.

Veroordelingen (OM): -

Eindvonnis (strafoplegging en/of -maatregel);

-

Sepotgrond9;

-

Straf: vrijheidsstraf totaal in dagen; voorwaardelijke vrijheidsstraf in dagen; werkstraf in dagen; voorwaardelijke werkstraf in dagen; geldboete; voorwaardelijke geldboete; leerstraf; voorwaardelijke leerstraf.

7

BRP informatie over regiobinding is niet in 100% van de gevallen actueel en/of kloppend maar indicatief en moet derhalve beschouwd worden als een proxymaat. 8 De kenmerken regiobinding, woonsituatie in Amsterdam en dakloosheid zijn aan elkaar gerelateerd en ten dele overlappend maar niet per se uitsluitend. Daarom is gekozen deze als losstaande indicatoren mee te nemen in de analyse. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand met een bekend adres in Amsterdam op de peildatum (nog) geen regiobinding had met Amsterdam. Ook kan het zo zijn dat iemand die op de peildatum weliswaar in detentie of een instelling verbleef bij de GGD wel bekend was als dakloos. 9 Sepotgronden waren: ander dan strafrechtelijk ingrijpen prevaleert; beëindiging executie strafbeschikking vanwege gewijzigde omstandigheden, niet ontvankelijk, dader niet strafbaar, door feit of gevolgen getroffen, gering feit, geringe strafwaardigheid van het feit, niet ontvankelijk; onrechtmatig verkregen bewijs; onvoldoende bewijs; onvoldoende nationaal belang; oud feit; recente bestraffing

7

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Zorgindicatoren (GGD en WPI): -

Bekend bij de GGD vanaf 2012;

-

Zorgbehoefte op het gebied van psychiatrie inclusief een specificatie van type stoornis(sen) op hoofdcategorieën;

-

Zorgbehoefte op het gebied van verslaving inclusief een specificatie van het type middel(en) (alcohol, cannabis, cocaïne, opiaten/methadon, overige drugs);

-

Zorgmijden op basis van indicatoren zoals niet gemotiveerd, niet meewerken, no-shows en conflicten met behandelaars/begeleiders;

-

Het hebben van een uitkering bij WPI in de periode 2017-2019 (WPI gegevens verkregen via het AcVZ).

Aanpak en bekend als veelpleger (AcVZ, OM): -

Of iemand bekend is in een gemeentelijke (persoonsgerichte) aanpak: Top600, Top400, Verwarde verdachten;

-

Om iemand op de veelplegerslijst van het OM staat met de specificaties Veelpleger (VP), Zeer Actieve Veelpleger (ZAV) en Stelselmatige Dader (STD).10

10

Op de veelplegerslijst staan mensen met de kwalificatie Veelpleger (in hun leven min. 10 misdrijven gepleegd), Zeer Actieve Veelpleger (in de laatste vijf jaar minimaal 10 misdrijven gepleegd en minimaal één daarvan in het laatste jaar) en Stelselmatige Dader. Dit zijn ZAV’ers die ook nog minimaal drie keer veroordeeld zijn. Deze kwalificatie zegt wat over a) hoe crimineel iemand is en b) wie mogelijk in aanmerking komt voor een ISD maatregel (Inrichting Stelselmatige Daders). Dit geldt voor personen met een ZAV of STD kwalificatie.

8

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Tabel 1. Overzicht van de indicatoren meegenomen in de profielanalyse Kenmerk

Ruwe indicator

Clustering in categorieën

Bron

Toelichting

Demografie

Leeftijd in jaren

12-17; 18-23; 24-27; 5-jaars

Politie

ttv laatste straatdealdelict

groepen

Delict

Nationaliteit

Nederlandse / niet-Nederlandse

Politie / BRP

ttv laatste straatdealdelict

Woonplaats

Amsterdam-Amstelland, elders

Politie / BRP

ttv laatste straatdealdelict

Regiobinding Amsterdam

ja/nee

BRP

ttv laatste straatdealdelict

Dakloosheid

ja/nee

GGD / BRP

ttv laatste straatdealdelict

Woonsituatie (adres)

ja/nee

GGD / BRP

Aantal straatdealdelicten

Max. 1; 2 tot 5; 6 of meer

Politie

ttv laatste straatdealdelict Adres: zelfstandig/ MOBW Geen adres: postadres/detentie/instelling 2017-2019

Aantal bezit harddrugs

ja/nee

Politie

Aantal handel harddrugs

ja/nee

Politie

Aantal handel softdrugs

ja/nee

Politie

Aantal nepdope

ja/nee

Politie

Aantal en type

ja/nee

Politie

ja/nee

Politie

Aantal voorkomingen OM

0 keer; 1-2 keer; 3 keer of vaker

OM

Soort veroordeling

Hoogste veroordeling:

OM

geweldsdelicten

Aantal en type wapendelict Veroordelingen

Vanwege weinig spreiding in aantal delicten gehercodeerd tot ja/nee Vanwege weinig spreiding in aantal delicten gehercodeerd tot ja/nee Vanwege weinig spreiding in aantal delicten gehercodeerd tot ja/nee Vanwege weinig spreiding in aantal delicten gehercodeerd tot ja/nee Op basis van de volgende delictcategorieën: Diefstal/inbraak woning; moord/doodslag; openlijk geweld tegen personen; bedreiging; mishandeling; straatroof; overval Op basis van de volgende delictcategorieën: Bezit/handel vuurwapens; bezit overige wapens; messenverbod Voorkomingen ipv veroordelingen omdat niet altijd sprake was van een (voorwaardelijke) veroordeling Exclusief voorwaardelijke straffen

Geen/vrijspraak; geldboete; werk/leerstraf; detentie Zorg

Aanpak

Bekend bij de GGD

ja/nee

GGD

Zorgbehoefte psychiatrie

ja/nee (incl. type stoornis)

GGD

Zorgbehoefte verslaving

ja/nee (incl. type verslaving)

GGD

Zorgmijden

ja/nee

GGD

Uitkering

ja/nee

WPI

Gemeentelijke aanpak

oa. Top600, Top400, Verwarde

AcVZ

verdachten Veelplegers lijst OM

VP: ja/nee ZAV: ja/nee STD: ja/nee

OM

Vanaf 2012, om te voorkomen dat verjaarde informatie gebruikt zou worden Vaak onbekend. Indien onbekend én woonplaats Amsterdam-Amstelland gehercodeerd naar “nee” Vaak onbekend. Indien onbekend én woonplaats Amsterdam-Amstelland gehercodeerd naar “nee” Vaak onbekend. Indien onbekend én woonplaats Amsterdam-Amstelland gehercodeerd naar “nee” Vaak onbekend. Indien onbekend én woonplaats Amsterdam gehercodeerd naar “nee” Verwarde verdachten: verdachten waarbij het vermoeden van een onderliggende psychiatrische zorgbehoefte bestaat Veelpleger (VP) Zeer actieve Veelpleger (ZAV) Stelselmatige dader (STD)

9

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

2.3

GGD Amsterdam September 2021

Profielanalyse

Bovenbeschreven indicatoren zijn gebruikt om een zogenaamde latente klasse analyse (Latent Class Analysis; LCA) uit te voeren. LCA is een statistische techniek gericht op het identificeren van homogene subgroepen van individuen (profielen) binnen een grotere onderzoekspopulatie. De analyse zoekt daarbij naar niet direct zichtbare (latente) subgroepen van individuen met gemeenschappelijke kenmerken waarbij subgroepen betekenisvol van elkaar afwijken. De LCA is uitgevoerd met de PoLCA package11, 12 in het statistische softwareprogramma R. De analyse kan worden onderverdeeld in een aantal stappen: -

Objectief bepalen van de beste “profieloplossing” en daarmee het aantal profielen dat de onderzoekspopulatie het best in betekenisvolle subgroepen verdeeld;

-

Per individu berekent de analyse per profiel de kans dat die persoon daartoe behoort en wijst de persoon toe aan het profiel waartoe hij het meest waarschijnlijk behoort;

-

Berekenen van een maat die weergeeft in welke mate de profielen elkaar overlappen (uiteenlopend van 0 = volledige overlap tussen profielen tot 1 = volledig gescheiden profielen);

-

Visualiseren van de gevonden profielen op basis van gemiddelde scores per profiel op elk van de indicatoren waarop verschillen tussen profielen zijn gevonden.

Een meer uitgebreide beschrijving van de profielanalyse is als bijlage 2 opgenomen.

2.4

Steekproef en representativiteit

Een willekeurige steekproef van 450 personen is getrokken uit de gehele populatie van 2.267 straatdealers. Een steekproefomvang van 450 is voldoende om een LCA uit te kunnen voeren. Binnen de steekproef waren alle personen (logischerwijs) bekend bij de politie. Bij het OM waren 360 personen bekend (80%), bij de GGD 231 (51%) en bij WPI 163 (36%).

De steekproef bleek voldoende representatief voor de gehele doelgroep van Amsterdamse straatdealers. Alleen op een aantal delict kenmerken week de steekproef wat af van de gehele doelgroep. Zo bleek het gemiddelde aantal gepleegde delicten van alle types in de steekproef wat lager dan in de hele populatie (3,13 vs. 3,48). Het gemiddeld aantal straatdealdelicten was in de steekproef juist wat hoger (2,52 vs. 2,17), met uitzondering van de delict categorie “handel in harddrugs”: deze was gemiddeld wat lager in de steekproef (o,01 delicten per persoon) dan in de hele populatie (gemiddeld

11

Linzer, Drew A. and Jeffrey Lewis. 2013. "poLCA: Polytomous Variable Latent Class Analysis." R package version 1.4. http://dlinzer.github.com/poLCA. 12 https://cran.r-project.org/web/packages/poLCA/poLCA.pdf

10

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

0,34). Deze verschillen kunnen worden verklaard doordat een vijftal personen met een afwijkend hoog aantal straatdealdelicten (≥19 per persoon) in de steekproef terecht is gekomen. Hierdoor is met name het gemiddeld aantal gepleegde straatdealdelicten binnen de steekproef wat hoger uitgevallen dan het gemiddelde van de hele populatie.

Omdat op geen van alle overige kenmerken verschillen tussen steekproef en de hele populatie straatdealers zijn gevonden kan de steekproef als voldoende representatief worden beschouwd. Dit betekent dat de onderzoeksresultaten op basis van de steekproef gegeneraliseerd kunnen worden naar de hele populatie straatdealers. Een meer uitgebreid overzicht van alle kenmerken en verschillen tussen steekproef en de hele populatie is terug te vinden in bijlage 3.

Binnen de steekproef van 450 personen bleek ongeveer de helft niet voor te komen in de betreffende cliënt registratie van de GGD. Van deze personen was het niet mogelijk om zorg kenmerken te verzamelen. Een voor de hand liggende verklaring waarom personen niet bekend waren bij de GGD was dat veel straatdealers niet in Amsterdam woonden of geen regiobinding met Amsterdam hadden. Voor deze groep zijn onbekende scores op de zorgkenmerken gehandhaafd. Voor de groep personen die wél in Amsterdam woonden en/of regiobinding hadden maar niet bekend waren bij de GGD is de aanname gedaan dat zij geen zorgbehoefte hadden. Deze aanname was noodzakelijk omdat zorgkenmerken, vanwege te veel ontbrekende gegevens anders niet konden worden meegenomen in de profielanalyse.

11

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

3.

Resultaten

3.1

Uitkomst profielanalyse

GGD Amsterdam September 2021

De profielanalyse is uitgevoerd op basis van de groep personen in de steekproef van wie scores op een meerderheid van de indicatoren beschikbaar waren. Na het trekken van de steekproef bleek een groep van 52 personen, allen met een niet-Nederlandse nationaliteit, in geen van de registraties behalve die van de politie voor te komen. Vanwege de vele ontbrekende gegevens is deze groep “onbekende buitenlanders” niet meegenomen in de profielanalyse. De profielanalyse is daarmee uitgevoerd op basis van een groep van 398 unieke personen.

De analyse leverde een “profieloplossing” op met drie subgroepen (zie ook bijlage 2). De relatieve groottes van deze profielen zijn weergegeven in onderstaande figuur 1. Figuur 2 op de volgende pagina visualiseert de gevonden profielen. Alleen indicatoren waarop significante verschillen tussen de profielen zijn gevonden zijn weergegeven in de grafiek. Kenmerken met meerdere categorieën zijn ten behoeve van de visualisatie vereenvoudigd tot ja/nee kenmerken. Een meer uitgebreid en gedetailleerd overzicht van alle verschillen tussen de profielen wordt gegeven in paragraaf 3.4.

Figuur 1. Grootte van de gevonden profielen

18,9%

Profiel 1

42,7%

Profiel 2 26,9%

Profiel 3 Onbekende buitenlanders

11,6%

* vanwege het ontbreken van informatie op vrijwel alle indicatoren is deze groep van “onbekende buitenlanders” niet meegenomen in de profielanalyse. Personen met een niet- Nederlandse nationaliteit van wie wel informatie beschikbaar was zijn wel meegenomen in de profielanalyse.

12

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Figuur 2. Visualisatie van de profielen van straatdealers op basis van vereenvoudigde indicatoren

Profielen van straatdealers actief in de binnenstad van Amsterdam in de periode 2017-2019

Percentage "ja" op indicatoren

100%

75%

50%

25%

0%

Profiel 1 (43% van de groep) Profiel 2 (19% van de groep) Profiel 3 (27% van de groep) Profiel 4: onbekende buitenlanders (12% van de groep)

* significant verschil tussen de profielen

Leeswijzer: Dit is een vereenvoudigde weergave van de gevonden profieloplossing. Alleen de indicatoren waarop significante verschillen tussen de profielen zijn gevonden zijn opgenomen in de grafiek. Omwille van de leesbaarheid van de grafiek zijn indicatoren met meerdere categorieen bewerkt tot dichotome (ja/nee) kenmerken. Voor de interpretatie kunnen percentages worden afgelezen die aangeven welk deel binnen een profiel “ja” scoort op de betreffende indicator. Indicatoren waarop de afstand tussen lijnen groot zijn tonen aan op van welke kenmerken profielen duidelijk van elkaar verschillen. Binnen een profiel geldt dat percentages hoger dan 50% aantonen dat de meerderheid van de straatdealers in het betreffende profiel “ja” scoort op dat kenmerk. Bij percentages lager dan 50% gaat dat om een minderheid. Percentages rond de 50% geven aan dat er grofweg evenveel straatdealers in een profiel aanwezig zijn die wel en niet “ja” scoren op een indicator. In die gevallen is de betreffende indicatoren daarmee niet kenmerkend voor een profiel.

13

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

3.2

GGD Amsterdam September 2021

Beschrijving profielen

Profiel 1 is de grootste van de gevonden profielen en betreft 43% van de onderzoekspopulatie. Straatdealers in dit profiel hebben een gemiddelde leeftijd van 32 jaar, waarbij ongeveer de helft jonger is dan 27 jaar en 7% minderjarig ten tijde van het laatste straatdealdelict. Binnen dit profiel heeft een meerderheid van 73% de Nederlandse nationaliteit. Alle straatdealers in dit profiel hebben regiobinding met Amsterdam en staan ook in de BRP ingeschreven op een adres in Amsterdam. Dat gaat ofwel om een zelfstandig adres of om een adres in de maatschappelijke opvang / beschermd wonen. Binnen dit profiel is 62% bekend bij de GGD van wie bijna driekwart (72%) een zorgbehoefte heeft vanwege een psychiatrische stoornis (dit kan zijn een “klinisch psychiatrische stoornis” zoals ADHD en een psychotische stoornis, maar ook een lichte verstandelijke beperking of een persoonlijkheidsstoornis) en iets meer dan de helft (56%) vanwege verslavingsproblematiek. De helft van de straatdealers in dit profiel is bekend als zorgmijder. Iets meer dan de helft (58%) heeft een uitkering bij WPI. Met een gemiddeld aantal delicten (alle in deze analyse opgenomen types) van 3,45 zijn straatdealers in profiel 1 iets minder crimineel actief dan straatdealers in profiel 2 (gemiddeld 5,41 delicten).

De helft van de groep is bekend vanwege maximaal 1 straatdealdelict en de andere helft met tenminste 2 straatdealdelicten (gemiddeld 2,38 per persoon). Dit type delicten betreft hoofdzakelijk handel in nepdope en relatief weinig het bezit van harddrugs (27%). Iets minder dan de helft van de personen in dit profiel is bekend vanwege tenminste een geweldsdelict en 10% vanwege een wapendelict. Gemiddeld zijn dealers 2,13 keer ingestroomd bij het OM vanwege straatdealen, waarbij iets meer dan de helft is veroordeeld tot een werk/leerstraf (52%) en 20% tot detentie. Iets minder dan een op de vijf (18%) zat of zit in de Top600 Aanpak en 9% in de Top400 Aanpak. Profiel 2 is een relatief klein profiel (19%) binnen de onderzoeksgroep van straatdealers. Met een gemiddelde leeftijd van 32 jaar en 67% ouder dan 27 jaar zijn straatdealers in profiel 2 gemiddeld wat ouder dan profiel 1 en profiel 3. Met name de groep 18-23 jarigen is ondervertegenwoordigd in dit profiel. Relatief veel straatdealers in profiel 2 hebben een niet-Nederlandse nationaliteit (34%). Wel hebben de meeste straatdealers in profiel 2 (net als profiel 1) regiobinding met Amsterdam, maar nog steeds een kwart niet. Qua huisvesting zijn er vrijwel geen straatdealers in profiel 2 met een bekend zelfstandig (of MOBW) adres in Amsterdam.

De meerderheid van deze straatdealers is daarmee ofwel niet ingeschreven en op basis van GGD gegevens vermoedelijk dak- of thuisloos (81%), en/of heeft een postadres, verblijft in detentie of in een instelling (69%). Het kan ook zijn dat iemand bewust niet ingeschreven staat, om uit zicht te blijven van instanties, maar in de praktijk wel degelijk huisvesting in Amsterdam heeft. Vrijwel alle straatdealers in dit profiel zijn bekend bij de GGD (91%). Qua zorgbehoefte heeft een meerderheid een probleem op het gebied van psychiatrie (76%) en/of verslaving (71%) (deze laatste percentages gaan alleen over de groep binnen profiel 2 die bekend was bij de GGD). Net als in profiel 1 word de helft van de straatdealers in profiel 2 beschouwd als zorgmijder. En ook hier heeft meer dan de helft een uitkering bij WPI. Qua delictgedrag zijn straatdealers in profiel 2 het meest actief met een gemiddelde van 5,41 delicten waarvan 3,74 straatdealincidenten. Een grote meerderheid

14

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

had tenminste 2 straatdealdelicten op zijn naam staan, en driekwart is bekend vanwege het handelen in nepdope. Naast straatdealincidenten hebben straatdealers in profiel2 het vaakst ook geweldsdelicten gepleegd met meer dan de helft die tenminste één High Impact Crime op zijn naam heeft staan. Ook wapendelicten komen het meest voor onder straatdealers met profiel 2. Dealers met profiel 2 zijn verder het vaakst voorgekomen bij het OM (gemiddeld 3 keer per persoon) en Iets minder dan de helft (43%) is gedetineerd geraakt binnen de onderzoeksperiode. Werk/leerstraffen komen in dit profiel minder voor (18%) dan in profiel 1 (52%) en profiel 3 (40%). Bijna een op drie straatdealers uit profiel 2 zit of zat in de Top1000 Aanpak (31%) en bijna de helft (48%) staat op de OM-veelplegerslijst. Profiel 3 vormt iets meer dan een kwart van de totale populatie en is daarmee het tweede grootste profiel. In vergelijking met profiel 1 en 2 betreft het een relatief jonge groep (ca. 70% is jonger dan 27). Ook hebben in profiel 3 relatief veel straatdealers een niet Nederlandse nationaliteit (die wel bij de instanties bekend waren). Slechts een minderheid van circa 20% heeft regiobinding met Amsterdam en 40% heeft een bekend adres in Amsterdam (zelfstandig/MOBW). Straatdealers in profiel 3 zijn overwegend onbekend bij de GGD en WPI.

In profiel 3 worden vrijwel geen zorgbehoeftes voor psychiatrische problemen dan wel verslaving aangetroffen en geen van de straatdealers in profiel 3 heeft een uitkering bij WPI. Voor een deel is dit gebaseerd op het feit dat dealers die niet in Amsterdam wonen onbekend zijn bij de GGD/WPI. Qua delictgedrag zijn straatdealers in profiel 3 wat minder actief op het gebied van de handel in drugs. Wel wordt harddrugs bezit in dit profiel het vaakst aangetroffen. Gewelds- en wapendelicten worden door straatdealers in profiel 3 vrijwel niet gepleegd. Wel is circa 20% veroordeeld tot detentie. Slechts weinigen zijn bekend in een aanpak van de gemeente of staan op de veelplegerslijst van het OM. Profiel 4 is een subprofiel. Dit profiel is niet geïdentificeerd op basis van de profielanalyse. Het betreft een groep die 12% vormde van de gehele straatdealpopulatie en die in zijn geheel bestaat uit, voornamelijk Europese (71%), buitenlanders die onbekend zijn bij de betrokken Amsterdamse instanties. Gemiddeld zijn zij 31 jaar oud. Deze groep was dus niet bij de GGD en WPI bekend. Qua delictgedrag zijn zij het minst actief en in vergelijking met de andere profielen het vaakst in beeld vanwege handel in nepdope (ca. 35%) of harddrugsbezit (ca. 27%). Deze groep dealers in profiel 4 zijn verder vrijwel niet bekend in verband met geweldscriminaliteit of wapenincidenten.

Wel is een kleine 10% is veroordeeld tot detentie. Vermoedelijk betreft het ten minste voor een deel een groep personen met een nietNederlandse nationaliteit die in aanraking is gekomen met de politie vanwege harddrugsbezit en/of dealen in het Amsterdamse uitgaansleven.

15

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

3.3

GGD Amsterdam September 2021

Zorgkenmerken psychopathologie en verslaving

Alle straatdealers in de steekproef zijn opgezocht in de cliëntregistratie van Vangnet (GGD, afdeling MGGz) om te kunnen bepalen 1) wie bekend was en zo ja 2) in verband met een zorgbehoefte op het gebied van psychiatrie, 3) verslaving en 4) zorgmijden. Voor de groep met dergelijke zorgbehoeftes is ook in kaart gebracht om welke vormen van psychopathologie het ging. Van de steekproef van 450 straatdealers was iets meer dan de helft bekend bij de GGD (n = 231; 51%). Binnen deze groep was bij ongeveer de helft (48%) sprake van tenminste een psychiatrische stoornis. Psychotische stoornissen en agressieregulatie stoornissen waren de meest voorkomende klinisch psychiatrische stoornissen. Daarnaast waren een lichte verstandelijke beperking (LVB) (22%) en persoonlijkheidsstoornissen (13%) ook regelmatig aanwezig. Bij in totaal 61% van de bij de GGD bekende groep was sprake van problematisch middelengebruik c.q. een verslaving vanwege cannabis (47%) en/of alcohol (33%) en/of cocaïne (23%). In totaal was 29% een harddruggebruiker en was 22% alleen verslaafd aan cannabis. Een kleine groep van 4% was alleen bekend vanwege problematisch alcoholgebruik (zie tabel 2). Tabel 2. Voorkomen van psychiatrische stoornissen en problematisch middelengebruik in de steekproef, binnen de groep die bekend was bij de GGD (n = 231) Psychiatrische stoornissen As I stoornis totaala (excl.

verslaving) Psychotische stoornis (incl. schizofrenie) Agressieregulatiestoornis Stemmingsstoornis (angst/depressie) ADHD Trauma/PTSS Oppositionele opstandige stoornis Ontwikkelingsstoornis As II stoornis totaala LVB Persoonlijkheidsstoornissen

n 71 30 19 17 14 9 6 4 69 51 29

% 30,7 13,0 8,2 7,4 6,1 3,9 2,6 1,7 29,9 22,1 12,6

Problematisch middelengebruik (totaal) Alcohol Cannabis Cocaïne Opiaten (heroïne/methadon) Overige drugs Harddrugs (cocaïne/opiaten/overige) Alleen alcoholverslaving Alleen cannabisverslaving

94 50 69 35 5 14 44 6 32

61,0 33,4 46,6 23,4 3,3 9,0 29,3 4,1 21,6

Psychiatrische stoornis (As I e/o As II), incl. middelen Psychiatrische stoornis (As I e/o As II), excl. middelen Dubbele diagnose (As I stoornis + verslaving) Triple diagnose (As I stoornis + verslaving + LVB)

137 111 44 14

83,5 48,1 28,6 6,7

Binnen de groep bekend bij de GGD (51%) van de steekproef zijn er heel veel onbekende scores op de indicatoren over middelengebruik (ca. 33%). In totaal is van 154 van de 450 personen iets te zeggen over middelengebruik. Binnen die groep is bij een meerderheid (61%) sprake van problematisch middelengebruik (misbruik / afhankelijkheid). De aanwezigheid van psychiatrische stoornissen / problematisch middelengebruik is vaak vastgesteld op basis van screenings en/of professionele inschattingen van zorgmedewerkers van de GGD maar niet op basis van diagnostiek. De percentages zijn daarmee inclusief personen bij wie een professioneel vermoeden was van de aanwezigheid van een stoornis of verslaving. a Volgens DSM-IV methodologie betreft As 1 stoornissen klinisch psychiatrische (“behandelbare”) stoornissen, waaronder ook verslavingsstoornissen, behalve persoonlijkheidsstoornissen en LVB. De laatste worden dan beschouwd als zogenaamde As II stoornissen die iemand heeft “voor het leven”.

16

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

3.4

GGD Amsterdam September 2021

Kenmerken van de profielen in meer detail

De tabellen 3 t/m 7 geven de kenmerken van en verschillen tussen de profielen weer. Bij de gebruikte tweedeling van leeftijd (t/m 27 jaar versus 28 jaar of ouder, zie ook figuur 2) werden geen hele grote verschillen tussen de profielen gevonden. Desalniettemin is de leeftijdsopbouw van de profielen niet helemaal gelijk en zijn er wel degelijk verschillen. Profiel 2 is duidelijk het profiel met de meeste “oudere” straatdealers. Ruim tweederde van de dealers in profiel 2 is 28 jaar of ouder. In de andere profielen gaat dat om minder dan de helft (profiel 1) en minder dan een derde (profiel 3). Ook in profiel 4 zitten relatief veel oudere straatdealers. Een ander verschil tussen de profielen is nationaliteit. Op dat gebied springt profiel4 er natuurlijk uit. Tussen profielen 1, 2 en 3 zijn de verschillen niet zo groot. Profiel 1 lijkt de meest “Nederlandse” groep en heeft met name relatief weinig straatdealers met een Oost- of West-Europese nationaliteit. Die groep is weer het sterkst vertegenwoordigd in profiel 3.

Op het gebied van wonen/huisvesting verschillen de profielen het meest. Profiel 1 bestaat vrijwel uitsluitend uit personen met regiobinding met Amsterdam, die ook in Amsterdam wonen op een zelfstandig adres of in de maatschappelijke opvang/beschermd wonen. Ook in profiel 2 is een grote meerderheid een Amsterdammer met regiobinding, alleen hebben de straatdealers in profiel 2 overwegend een vorm van huisvestingsproblematiek omdat zij niet zijn ingeschreven op een adres en op basis van gegevens van de GGD vermoedelijk feitelijk dak- of thuisloos zijn (met een postadres) of gedurende langere tijd verblijven in detentie of in een instelling. Straatdealers uit profiel 3 hebben in minderheid regiobinding met Amsterdam, en iets minder dan de helft staat niet ingeschreven in Amsterdam en/of heeft een andere woonplaats dan Amsterdam.

17

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Tabel 3. Overzicht leeftijd en nationaliteit per profiel Profiel 1 (43%)

Profiel 2 (19%)

Profiel 3 (27%)

Gemiddelde leeftijd (jaren)

31,7

32,3

26,9

Leeftijd categorieën < 18 jaar

% 6,8

% 3,6

%

18 t/m 23 jaar

29,7

15,7

24 t/m 27 jaar 28 t/m 34 jaar

16,7 19,3

35 jaar en ouder

27,6 %

13,3

33,7 33,7

Nationaliteit Nederlandse

73,4

% 65,9

Niet Nederlandse Wonen/huisvesting Regiobinding Amsterdam

26,6 % 99,5

34,1 % 75,9

Woonplaats Amsterdam

100,0

91,6

Adres (zelfstandig/MOBW)

100,0

Postadres / kliniek / detentie

0,5

Dakloos

-

6,0 68,7 80,7

“Onbekende Buitenlanders” (12%) 31,2 % -

2,5 46,7

17,3

19,2 20,0

15,4 42,3

11,7

25,0

%

% -

60,3 39,7 %

18,3 53,3

100,0 % -

58,3

-

9,6

-

38,3

-

Op het gebied van delictgedrag zijn straatdealers uit profiel 2 het meest actief met gemiddeld 3,74 straatdealincidenten per persoon, 1,35 geweldsdelicten en 0,32 wapendelicten en een totaal van 5,41 delicten per persoon. Profiel 2 is tevens de groep met de meeste nepdope incidenten. Profiel 3 daarentegen valt op met het hoogste gemiddelde aantal harddrugbezit incidenten. De groep onbekende buitenlanders is evident de minst actieve groep. Dit kan verklaard worden doordat in deze groep relatief veel personen zijn vertegenwoordigd die slechts een keer zijn opgepakt in verband met (een handelshoeveelheid) harddrugsbezit. Tabel 4. Overzicht delict kenmerken per profiel Delict kenmerken

Profiel 1 (43%)

Profiel 2 (19%)

Profiel 3 (27%)

Straatdealincidenten (aantal) Totaal

Gem. 2,38

Gem.

3,74

Gem. 2,49

“Onbekende Buitenlanders” (12%) Gem. 1,12

Bezit harddrugs

0,39

0,55

0,68

0,29

Handel harddrugs Handel softdrugs Nepdope

0,38 0,03 1,59

0,40 -

2,79

0,31 1,50

0,40 0,42

Geweldsdelicten Aantal (gemiddeld)

0,95

1,35

0,21

-

42,7%

52,9%

16,5%

-

Minimaal 1 geweldsdelict Wapendelicten Aantal (gemiddeld) Minimaal 1 wapendelict Totaal aantal delicten (straatdeal + geweld + wapen)

0,12

0,32

0,09

0,04

10,4% 3,45

8,8%

6,6%

5,41

2,79

1,9% 1,15

18

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Ook uit gegevens over de vervolging door het OM blijkt dat straatdealers uit profiel 2 het meest actief zijn met een gemiddelde van 3 voorkomingen bij het OM in de onderzoeksperiode per persoon. Tevens is dit het profiel waarin veroordelingen tot detentie ruim twee keer vaker voorkomen dan in de andere profielen. Profiel 1 onderscheidt zich met name door het relatief hoge aantal straatdealers dat een werk/leerstraf heeft gehad.

Tabel 5. Overzicht OM-vóórkomingen per profiel Veroordelingen

Voorkomingen (aantal) Hoogste veroordeling Geen/vrijspraak Geldboete Werk/leerstraf Detentie

Profiel 1 (43%)

Profiel 2 (19%)

Profiel 3 (27%)

Gem 2,13 % 19,4 8,4 51,9

Gem 2,99 % 19,7 18,4 18,4

Gem 2,33 % 19,6 19,6

40,2

“Onbekende Buitenlanders” (12%) gem 1,13 % 31,8 36,4 9,1

20,1

43,4

20,6

22,7

Op het gebied van zorg en uitkering blijken dealers uit profiel 2 verreweg het meest bekend bij de GGD en in mindere mate bij WPI. Ook een meerderheid van profiel 1 is bekend bij de GGD. Zowel profiel 1 als profiel 2 is overwegende bekend vanwege een zorgbehoefte vanwege een vorm van psychopathologie. Verslavingsproblematiek komt ook in beide profielen veel voor, maar in profiel 2 beduidend meer dan in profiel 1. Zorgmijdend gedrag wordt aangetroffen bij circa de helft van de bij de GGD bekende straatdealers in profiel 1 en 2.

Tabel 6. Overzicht zorg indicatoren per profiel Zorg indicatoren

Profiel 1 (43%)

Profiel 2 (19%)

Profiel 3 (27%)

Bekend bij de GGD

61,5

91,8

5,0

“Onbekende Buitenlanders” (12%) -

Zorgbehoefte psychiatrie Zorgbehoefte verslaving Zorgmijder WPI uitkering

72,4 55,7 49,0 58,3

76,2 71,4 48,6 58,8

0,8

-

Een vergelijking tussen profielen van de mate waarin straatdealers bekend zijn vanwege gemeentelijke aanpakken of op de veelplegerslijst van het OM staan laat zien dat profiel 2 het vaakst in een aanpak zit. In totaal 31% in de Top1000 en 48% staat op de veelplegerslijst van het OM. Ook dealers in profiel 1 zitten relatief vaak in een aanpak. Dealers uit profiel 3 niet, maar dat is ook logisch, want het gaat hier om een groep die overwegend geen binding heeft met Amsterdam en/of in een andere gemeente woont.

19

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Tabel 7. Overzicht gemeentelijke aanpak en voorkomen op de OM-veelplegerslijst per profiel Profiel 1 (43%)

Profiel 2 (19%)

Profiel 3 (27%)

Aanpak Top600

% 17,7

%

21,2

% 0,8

“Onbekende Buitenlanders” (12%) % -

Top400 Verwarde verdachten OM-veelplegerslijst

8,9 0,5 17,7

7,4

-

4,1

-

0,8 2,5

-

Veelpleger

14,1

Zeer actieve veelpleger Stelselmatige dader

0,5 3,1

9,4 2,4

48,2 23,5 3,5

21,2

20

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

4.

GGD Amsterdam September 2021

Conclusie en aanbevelingen

Door gegevens over straatdealers, afkomstig van verschillende bronnen, op persoonsniveau te combineren is het gelukt om een profielanalyse uit te voeren. Deze profielanalyse heeft aangetoond dat er binnen de populatie straatdealers die actief waren in de binnenstad van Amsterdam in de periode 2017-2019 vier profielen zijn te onderscheiden.

Profiel 1: Overlastplegende Amsterdammers met zorgproblemen Bijna de helft van de groep straatdealers (43%) bestaat uit Amsterdammers die overwegend zelfstandig wonen. Binnen dit profiel is vaak sprake van evidente zorgbehoeftes vanwege psychiatrische en/of verslavingsproblematiek en slechts een kleine minderheid is bekend als zorgmijder. Het delictgedrag van straatdealers uit profiel 1 is gemiddeld qua frequentie, variëteit en ernst.

Profiel 2: Criminele overlastplegers met zorg- en woonproblemen Ongeveer een vijfde van de totale groep straatdealers bestaat uit Amsterdammers die niet wonen op een zelfstandig of MOBW adres in Amsterdam. Het gaat om personen die dakloos zijn of verblijven in detentie of in een instelling. In vergelijking met de andere profielen is dit profiel crimineel het meest actief met gemiddeld het hoogste aantal straatdealdelicten, het hoogste aandeel plegers van HIC en wapendelicten. Overigens laat maximaal de helft van dit profiel dergelijk ernstig crimineel gedrag zien. Personen in profiel 2 zijn ook relatief het vaakst gedetineerd, opgenomen in een aanpak van de gemeente (Top1000) en verreweg het vaakst bekend op de OM-veelplegerslijst.

Profiel 3: Harddrugsdealende forensen Ongeveer een kwart van alle straatdealers bestaat uit personen van wie de helft wel een Nederlandse nationaliteit heeft, maar slechts minder dan een kwart regiobinding met Amsterdam. Binnen deze groep lijkt weinig psychiatrische dan wel verslavingsproblematiek voor te komen, alhoewel dat een vertekend beeld kan zijn vanwege het feit dat in ieder geval de helft niet in beeld is bij de GGD / WPI in Amsterdam. Qua delictgedrag wijken zij niet veel af van de eerder beschreven profielen. Mogelijk kan een deel van deze groep worden beschouwd als druggebruiker die in het uitgaansleven is opgepakt vanwege harddrugs bezit. Deze groep is dan ook vrijwel niet bekend in het kader van de Top1000 in Amsterdam of de OM-veelplegerslijst.

Profiel 4: Dealende buitenlanders Dit profiel wordt gevormd door een relatief klein aandeel van de straatdealers die uitsluitend bestaat uit personen met een niet-Nederlandse nationaliteit die verder niet in Amsterdam bekend zijn. Binnen deze groep komt harddrugs bezit het meest voor. Mogelijk betreft het ten dele een groep toeristen die, al dan

21

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

niet als dealer, in het Amsterdamse uitgaansleven tegen de lamp aan zijn gelopen vanwege het bezig van tenminste een handelshoeveelheid harddrugs.

Alhoewel wel een significant verschil tussen de profielen is gevonden voor leeftijd, is leeftijd geen sleutelkenmerk gebleken die de verschillende profielen van elkaar onderscheidt. Wel is het zo dat jongvolwassenen relatief vaak gevonden worden in profiel 3, dat overwegend bestaat uit niet Amsterdammers die worden opgepakt vanwege harddrugsbezit. Dit kan een indicatie zijn dat een deel van de populatie straatdealers ook lijkt te bestaan uit buitenlanders die harddrugs dealen in het Amsterdamse uitgaansleven. Andersom geldt dat wat oudere personen overwegend worden ingedeeld in profiel 2, de groep met de meeste problemen op het gebied van wonen en die bovendien het meest crimineel actief is.

In zekere zin bevestigen de profielen daarmee het bestaan de groepen zoals beschreven in de inleiding van dit rapport: een groep “jongvolwassenen die niet perse zorgbehoevend zijn” (profiel 3) en een profiel van “overlastveelplegers/verslaafden” (profiel 2). Het bestaan van een groep “professionals” is in dit onderzoek niet duidelijk naar voren gekomen (zie ook paragraaf 4.1).

4.1

Beperkingen van het onderzoek

Dit onderzoek moet worden beschouwd als een relatief oppervlakkige analyse die in relatief korte tijd is uitgevoerd. Voor het onderzoek zijn uitsluitend registratiegegevens gebruikt. Een belangrijke beperking hierbij, specifiek met betrekking tot de delict indicatoren, is dat er vermoedelijk sprake is van een grote “dark number” van straatdealdelicten die onder de radar zijn gebleven. Onze verwachting is dat met name bij profiel 1 en 2 het daadwerkelijke aantal straatdealincidenten fors hoger zal liggen. Daarnaast kunnen de onderzoeksresultaten gegeneraliseerd worden naar de algemene groep “geregistreerde straatdealers” (de 2.267 personen), maar het is niet zeker of dat ook kan naar de daadwerkelijk groep actieve straatdealers in Amsterdam.

Voor de zorgindicatoren geldt dat er sprake is van een behoorlijke onzekerheidsmarge. Ten eerste komt dit omdat veel personen in de steekproef, waaronder ook de groep met een evidente binding met Amsterdam, niet bekend waren bij de GGD. In het onderzoek is voor deze groep de aanname gedaan dat bij hen geen sprake was van psychiatrie/verslaving omdat zij anders vermoedelijk wel bij de GGD bekend zouden zijn geweest. Deze aanname leidt waarschijnlijk tot een onderschatting van het daadwerkelijke aandeel straatdealers met een zorgbehoefte op het gebied van psychiatrie/verslaving. Ten tweede is het voor de groep die wel bekend was bij de GGD belangrijk om te benoemen dat de aan- of afwezigheid van psychiatrische stoornissen/verslavingsproblematiek in veel gevallen niet was gebaseerd op diagnostiek,

22

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

maar op een professionele inschatting en/of een screening. Voor het onderzoek betekent dit dat ook personen met een vermoedelijke stoornis zijn meegeteld als zorgbehoeftig op het gebied van psychiatrie en/of verslaving. Dit zou juist weer hebben kunnen geleid tot een overschatting van de prevalentie van zorgbehoeftes.

4.2

Aanbevelingen

Een groot deel van de groep straatdealers die actief is in de Amsterdamse binnenstad bestaat uit personen die niet in Amsterdam geregistreerd staan en/of geen regiobinding met Amsterdam hebben. Dit betekent dat zij voor de gemeente Amsterdam relatief ongrijpbaar zijn, zeker als zij ook niet in de regio van Amsterdam (oa. Amstelland gemeentes) woonachtig zijn. Om meer effectief op het niveau van de persoon te kunnen interveniëren zou de samenwerking tussen zorg- en veiligheidshuizen in hun woonplaats kunnen worden geïntensiveerd, bijvoorbeeld in de vorm van informatiedeling. Op basis van een meer volledige informatiepositie over de persoon kan het straatdealen, en andere vormen van overlastgevend en crimineel gedrag, mogelijk beter worden tegengegaan door de inzet van de juiste combinatie van straf/zorg. Ondanks de eerder genoemde beperkingen bij het interpreteren van de zorgkenmerken blijkt de doelgroep van straatdealers in zijn algemeenheid een zorgbehoeftige groep. Diverse vormen van psychopathologie zijn aanwezig. In enge zin kan bij een grote meerderheid, althans bij de groep die bekend is bij de GGD, van 84% gesproken worden van een (vermoedelijke) zorgbehoefte en bij nog steeds de helft (48%) als problematisch middelengebruik niet wordt meegeteld.

Vergelijkbare percentages zijn ook in andere Amsterdamse justitiële doelgroepen zoals de Top60013 en exgedetineerden aangetroffen14. Dit roept tevens de vraag op of ook bij de groep die niet in beeld is wel degelijk zorgbehoeftes aanwezig zijn. Voor het ontwikkelen van een vernieuwde aanpak van straatdealers is het belangrijk om ook die groep beter in beeld te krijgen. In de ontwikkeling van een vernieuwde aanpak kan worden gedacht aan het opzetten van een structuur met betrokken organisaties om straatdealers beter in beeld te krijgen en te kunnen aanpakken. Een dergelijke structuur kan mogelijk ook worden ingebed in bestaande overleggen zoals het APVveelplegersoverleg waarin de stadsdelen, politie, GGD, WPI, Jellinek en Veldwerk Amsterdam vertegenwoordigd zijn. Het screenen van straatdealers kan daarin een onderdeel zijn. Omdat een sociaalpsychiatrische screening inzicht geeft in iemands zorg- en hulpbehoefte, kan het bijdragen aan

13 Segeren, M., Fassaert, T., De Wit, M., Grimbergen, C., & Popma, A. (2020). The relationship between adverse childhood experiences

and self-sufficiency problems in early adulthood among violent offenders. Child Abuse & Neglect,101, 104354. 14 Segeren, M., & De Wit, M. (2016). Klaar voor de start?!: een onderzoek naar determinanten van recidive na ontslag uit detentie. GGD

Amsterdam: Epidemiologie, Gezondheidsbevordering en Zorginnovatie.

23

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

het formuleren van een straf-zorg combinatie en daarmee ook het motiveren voor en toeleiden naar geschikte vormen van hulp/zorg. Screenen is natuurlijk vooral zinvol als er ook mogelijkheden zijn om een vervolg te kunnen geven aan de uitkomsten van zo’n screening. Daarnaast is het onderscheid belangrijk tussen dealers die, vanwege een “tik op de vingers”, na één of twee incidenten stoppen met hun straatdealactiviteiten en dealers die juist meer volhardend zijn. Voor de eerste groep is er mogelijk niet veel aan de hand en onvoldoende aanleiding om in te zetten op een dwingender vervolg. Een behoorlijk aandeel van de straatdealers met regiobinding is reeds opgenomen in een gemeentelijke aanpak (Top1000) en daarnaast zijn ook veel dealers bekend op de OM-veelplegerslijst. Ondanks dat er dus sprake is van een groep bekende Amsterdamse delinquenten is nog onvoldoende weten te voorkomen dat deze personen stoppen met crimineel gedrag. Het zou interessant zijn om ook retrospectief meer inzicht te krijgen in het aandeel straatdealers dat niet actueel, maar in het verleden opgenomen geweest is in een persoonsgerichte aanpak (Top1000). Zo kan onder andere worden onderzocht of een focus op het terugdringen van HIC-recidive samengaat met een hogere kans om een ander type delicten te plegen (straatdealen).

Tenslotte zou meer diepgravend onderzoek zicht kunnen bieden op de vraag in welke mate (jonge) straatdealers “in opdracht” aan het dealen zijn. Mogelijk is er ook sprake van criminele exploitatie van kwetsbare jongeren, zoals jongeren met een LVB, jongeren die kampen met een verslaving en/of met urgente sociale problematiek zoals op het gebied van huisvesting. Voor straatdealers die crimineel geëxploiteerd worden is een andere aanpak nodig.

24

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Bijlages Bijlage 1. Verantwoording gegevensverzameling en gegevensuitwisseling Bronbestand Het AcVZ heeft een lijst met naam, geboortedatum, BSN en GBA nummer van de gehele groep straatdealers, een groep van 2.269 personen die in de periode 2017-2019 in de binnenstad van Amsterdam zijn aangehouden als verdachte van een straatdealdelict, beschikbaar gesteld aan de onderzoekers van de GGD.

Sleutelbestand De GGD heeft de personen uit de groep straatdealers een anoniem onderzoeksnummer toegekend en uit deze totale groep een steekproef van 450 personen getrokken. Van deze steekproef is een sleutelbestand aangemaakt met daarin de combinatie van naam, geboortedatum, BSN en GBA nummer en pseudonieme onderzoeksnummers. Dit bestand is door de GGD gedeeld met het AcVZ.

Steekproef Bij de GGD is het sleutelbestand gebruikt om alle personen in de steekproef handmatig op te zoeken in de cliëntregistratie van de afdeling MGGz van de GGD “Lotus” en via de toegang tot de BRP. Hiervoor is een werkwijze gekozen conform de “Handreiking ontsluiten patiëntgegevens voor onderzoek: werken volgens de regels uit AVG, UAVG en WGBO”15 van het RIVM / Trimbos-Instituut. Deze werkwijze komt erop neer dat het verzamelen van cliëntgegevens heeft plaatsgevonden binnen de afdeling MGGz, onder toezicht van een leidinggevende. De betreffende zorgindicatoren uit Lotus en de BRP-indicatoren zijn gekoppeld aan personen op basis van hun onderzoeksnummer en lokaal opgeslagen in een pseudoniem bestand. Dit bestand is beschikbaar gesteld aan de onderzoeker werkzaam op de afdeling Epidemiologie, Gezondheidsbevordering en Zorginnovatie, een andere afdeling van de GGD alwaar geen toegangsmogelijkheden tot Lotus of de GBA aanwezig zijn. Er zijn geen zorg- en BRP-gegevens uitgewisseld tussen de GGD en het AcVZ.

Toestemming verwerken gegevens politie en OM Het AcVZ en de onderzoekers van de GGD hebben toestemming gekregen van het College van Procureurs Generaal (artikel 22 WPG; PaG/BJZ/55392_1) om indicatoren van politie en het OM te verwerken voor dit onderzoek. 15

van Bon-Martens & van Veen (2020). Handreiking ontsluiting patiëntgegevens voor onderzoek: werken volgens de regels uit AVG, UAVG en WGBO. RIVM, Trimbos-instituut, GGD regio Utrecht, GGD West-Brabant en de PraktijkIndex.

25

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Samenstellen onderzoeksdata AcVZ Voor het onderzoek heeft het AcVZ indicatoren van de politie, het OM, de directie WPI (Gemeente Amsterdam) en het AcVZ gekoppeld aan de onderzoeksnummers van personen in de steekproef met behulp van het sleutelbestand. Het resultaat hiervan is vervolgens door het AcVZ beschikbaar gesteld aan de GGD.

Daarnaast heeft het AcVZ ook een bestand met gegevens over de gehele groep straatdealers, afkomstig van politie, OM, WPI en het AcVZ, gekoppeld aan onderzoeksnummers, met de GGD gedeeld. Dit is gebeurd om de mate van representativiteit van de steekproef ten opzichte van de totale groep straatdealers te kunnen onderzoeken.

Koppelen van bronbestanden profielanalyse De bestanden van de GGD en het AcVZ zijn vervolgens op persoonsniveau gekoppeld, op basis van de onderzoeksnummers. Op deze wijze is een onderzoeksbestand met alle beschikbare indicatoren uit de verschillende registraties samengesteld om de profielanalyse uit te kunnen voeren. Er heeft geen uitwisseling van gezondheidsgegevens plaatsgevonden tussen de GGD en het AcVZ. Deze zijn intern door de GGD verwerkt. Na koppeling van de bestanden met inhoudelijke gegevens hebben zowel de GGD als het AcVZ hun kopie van het sleutelbestand verwijderd.

26

Een profielonderzoek naar straatdealers actief in de Amsterdamse binnenstad in de periode 2017-2019

GGD Amsterdam September 2021

Bijlage 2. Beschrijving Latente Klasse Analyse Om binnen de doelgroep van straatdealers subgroepen te identificeren is op basis van bovenbeschreven indicatoren een profielanalyse uitgevoerd. Meer specifiek is gekozen voor een zogenaamde “latente klasse analyse (Latent Class Analysis; LCA). LCA is een statistische techniek speciaal ontwikkeld voor het identificeren van homogene subgroepen van individuen (profielen) binnen een grotere onderzoekspopulatie. De toevoeging ‘latent’ verwijst naar het gegeven dat verschillende profielen binnen een grotere onderzoekspopulatie door bestudering van afzonderlijke kenmerken vaak niet direct waarneembaar, maar wel latent aanwezig kunnen. Indien een onderzoekspopulatie kan worden onderverdeeld in subgroepen van individuen die (veel) specifieke kenmerken gemeenschappelijk hebben, en waarbij deze gemeenschappelijke kenmerken bovendien betekenisvol afwijken van die van andere (latente) subgroepen in de onderzoeksgroep, wordt gesproken van “latente klassen”.

LCA is niet de enige manier om profielen in een grotere onderzoekspopulatie te kunnen identificeren. Een belangrijk voordeel van LCA ten opzichte van meer en traditionele clustering technieken, is dat LCA een reeks van modellen, met een oplopend aantal profielen, genereert (“oplossingen”) waarbij op basis van goodness of fit statistieken objectief kan worden bepaald welke oplossing het best past op de data, en daarmee welke oplossing de onderzoeksgroep in de meest betekenisvolle subgroepen verdeeld.

Twee gangbare goodness of fit indicatoren zijn het Bayesiaanse Informatie Criterium (BIC) en het Aikaiken Informatie Criterium (AIC). Van deze twee is de BIC een strengere maat dan de AIC en daarmee een iets betere indicator voor het bepalen van het aantal klassen. Maar de indicatoren kunnen ook in samenhang worden gebruikt om te bepalen welke oplossing de beste is. Daarnaast berekent een LCA ook de zogenaamde “entropie” maat. Entropie is altijd een waarde tussen 0 en 1 en geeft aan in welke mate de gevonden profielen elkaar overlappen. Een entropie van 0 betekent volledige overlap tussen de profielen en een entropie van 1 betekent volledige scheiding van de profielen. In andere woorden, hoe hoger de entropie, hoe meer de profielen betekenisvol van elkaar verschillen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11828090/1