20210920_Raadsinformatiebrief streefcijfer externe inzet.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 23 september 2021 Personeel & Organisatie Touria Meliani Directie P&O (bestuurszaken.peno@amsterdam.nl) Afdoening toezegging brief aan de raad met scenario’s in relatie tot het streefcijfer externe inzet
Geachte leden van de gemeenteraad, Naar aanleiding van de uitkomsten van het plan van aanpak ‘Bewust omgaan met externe inzet’1, vroeg uw raad zich af of een realistisch streefcijfer meer recht doet aan de huidige context en de haalbaarheid van het streefcijfer. In de raadscommissie van 16 september 2020 heb ik vervolgens op verzoek van de leden Kreuger (JA21) en De Heer (PvdA) toegezegd om uw raad een aantal scenario’s voor te leggen met betrekking tot een realistisch streefcijfer externe inzet. Op verzoek van de gemeenteraad heeft het college deze scenario’s verder uitgewerkt. Met deze brief komt het college tegemoet aan de toezegging om uw raad hierover te informeren. De maatregelen uit het plan van aanpak worden uitgevoerd Het terugdringen van externe inzet (uitzendkrachten, zzp’ers en overige externen) is voor het college een belangrijke prioriteit. Zo vindt het college dat vast werk met een vast contract moet worden beloond. Een van de belangrijkste maatregelen uit het plan van aanpak is daarom de 2jaarstermijn voor uitzendkrachten. Deze maatregel is op 17 augustus 2020 succesvol in werking getreden. Sindsdien zijn 233 uitzendkrachten in dienst gekomen. Het tegengaan van de flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft het college hoog in het vaandel staan.
Het college is dan ook blij om te zien dat deze maatregel een belangrijke bijdrage levert aan een betere arbeidspositie met meer baanzekerheid voor uitzendkrachten. Naast de 2-jaarstermijn voor uitzendkrachten is er een monitor externe inzet ontworpen en geïmplementeerd. De monitor brengt personele- en financiële informatie samen, waardoor de omvang van externe inzet continue goed in beeld blijft. Tenslotte blijft het college zich inspannen om de maatregelen die langdurige inzet vergen, te realiseren. Zo blijft het college inzetten op goed werkgeverschap, het wegnemen van belemmeringen in de financiële kaders, de administratie verder op orde brengen en het stimuleren van personele wendbaarheid en flexibiliteit. Deze maatregelen vragen meerjarige inzet van de organisatie en medewerkers om effect te hebben. Ondanks de genomen maatregelen wordt het streefcijfer nog niet bereikt De in 2020 gerealiseerde inhuur bedraagt in de jaarrekening 18,4% van de loonsom. Dit is 3% lager dan de realisatie in 2019 (21,4%). Hoewel de genomen maatregelen om de externe inzet terug te 1 Met dit plan van aanpak kwam het college tegemoet aan motie 405 van de leden Temmink (SP), De Heer (PvdA), Elabd
(GroenLinks) en Ceder (CU) .
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 september 2021 Pagina 2 van 5
dringen weliswaar hebben bijgedragen aan het terugdringen van de externe inzet, blijft het streefcijfer van 10% uit zicht. Daarnaast wordt de daling van het percentage externe inzet ten opzichte van 2019 grotendeels verklaard door wettelijke bepalingen.2 Als gevolg van deze wettelijke bepalingen komt de berekening van het percentage externe inzet op een andere manier tot stand. De effecten hiervan op de rapportages worden op dit moment verder onderzocht en uitgewerkt. Daarnaast is de externe inzet van Amsterdam in 2020 vergelijkbaar met die in andere (grote) steden. Het gemiddelde percentage externe inzet van de G4 gemeenten lag over 2020 op 18% van de loonsom. Ook het landelijk gemiddelde van alle gemeenten lag over 2020 op 18% van de loonsom.3 Er zijn verschillende verklaringen voor het huidige percentage externe inzet Uit bovenstaande blijkt dat de genomen maatregelen vooralsnog niet leiden tot een substantiële daling van het percentage externe inzet. In voorgaande jaren is de gemiddelde realisatie externe inzet structureel rond de 20% geweest. Hoewel dit gemiddelde percentage vergelijkbaar is met G4 gemeenten, vindt het college een dergelijk percentage externe inzet ongewenst, gegeven de ambities van het college op het gebied van goed werkgeverschap en het tegengaan van de flexibilisering van de arbeidsmarkt.
Tegelijkertijd is dit cijfer wel te verklaren door zowel ontwikkelingen in de buitenwereld als in de organisatie.
Opgaven in de stad: De verschillende opgaven in de stad staan centraal en moeten ook worden bemenst. Bovendien zien we dat, als gevolg van de coronacrisis, nieuwe opgaven en bemensingsvraagstukken zijn ontstaan. Dit maakt het sturen op externe inzet nog complexer omdat er bijvoorbeeld bij de GGD door tijdelijke, onvoorzienbare capaciteitsproblemen juist extra behoefte is ontstaan aan externe inzet (bemensing van de test- en vaccinatielocaties).
Een deel van de externe inzet is niet of nauwelijks te beïnvloeden: Uit het plan van aanpak is ook gebleken dat het terugdringen van externe inzet tot het vastgestelde streefcijfer op korte termijn onrealistisch is. Indien alleen extern wordt ingehuurd voor vervanging bij piek- en dal belasting, ziekte, verlof en crisisinzet zoals bij corona, is de externe inhuur al meer dan 10%. Dit is de niet te beïnvloeden inhuur. Het daarvan afzien is niet realistisch en bovendien onwenselijk. Eerder is hierbij door het college een kritische kanttekening gemaakt.4
Besparingen: Het college heeft in september 2020 ingrijpende besparingsmaatregelen aangekondigd die nodig zijn om in 2024 tot een sluitende begroting te komen. In totaal gaat het om een cumulatieve besparingsopgave van €240 miljoen, waarvan €120 miljoen op de gemeentelijke organisatie. Gezien deze besparingen in de huidige recessie is het financieel onverstandig om veel vaste mensen aan te nemen, omdat dit het risico op boventalligheid, gedwongen ontslagen en frictiekosten voor de organisatie vergroot.
2 Conform bepalingen wet DBA en richtlijnen Iv3. Het huidige percentage van 18,4% is exclusief een deel van de inzet van zzp’ers
dat vanwege dit wettelijke kader onder uitbesteed werk valt. 3 Bron: Personeelsmonitor 2020 A&O fonds Gemeenten 4
Raadsbrief ‘Afdoening Motie 405 en toezegging om te rapporteren over onderzoek naar dure externe inzet’ ter kennisname commissie KDD d.d. 6 mei 2020.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 september 2021 Pagina 3 van 5
Gegeven het bovenstaande wil het college met realiteitszin kijken naar het streefcijfer externe inzet, zonder de ambitie om externe inzet verder terug te brengen los te laten. Het college wil enerzijds recht doen aan de behoefte van de raad om grip te houden op externe inzet, in lijn met de ambitie van het college, en anderzijds de organisatie in staat blijven stellen om de Amsterdammer zo goed mogelijk te blijven bedienen. Scenario’s voor het streefcijfer externe inzet Op verzoek van de gemeenteraad zijn een viertal scenario’s uitgewerkt. In deze scenario’s is rekening gehouden met bovengenoemde context. Op basis van de scenario’s kan vervolgens het gesprek met uw raad worden gevoerd. Scenario 1 (0-situatie): Het streefcijfer van 10% niet aanpassen (voortzetten huidige beleid) In dit scenario zetten we het huidige beleid voort. Het huidige streefcijfer van 10% blijft gehanteerd onder het motto van “pas toe of leg uit”. Een belangrijke signaalfunctie van het college om externe inzet zoveel mogelijk te beperken blijft op deze manier behouden. Tegelijkertijd is eerder in deze brief benoemd dat in de huidige context het beperken van externe inzet zeer complex is omdat er grote behoefte blijft bestaan aan externe inzet om de opgaven in de stad te bemensen. Geforceerd toewerken naar dit streefcijfer gaat ten koste van de dienstverlening aan de Amsterdamse burger.
Wanneer dit het streefcijfer blijft bestaat er ook meer kans op frictiekosten. Met een beperkte flexibele schil moet de daling in het beschikbare werk worden opgevangen door een krimp in vaste formatie. Met veelal boventalligheid als gevolg, wat nadelig kan zijn voor het streven naar goed werkgeverschap en het imago van de gemeente Amsterdam. Scenario 2: Een streefcijfer hanteren van 10% voor uitzendkrachten Dit scenario gaat uit van een streefcijfer van 10% voor uitzendkrachten.5 Het college is van mening dat er niet één streefcijfer moet zijn voor twee totaal verschillende groepen: uitzendkrachten en overige externen, zoals zzp'ers. Het belangrijkste argument voor dit scenario is dat de dynamiek rondom de inzet van uitzendkrachten en de inzet van zzp’ers wezenlijk van elkaar verschillen. Bij uitzendkrachten is het van belang dat we vanuit goed werkgeverschap vast werk met een vast contract belonen. Het gaat hier om functies van schaal 9 en lager die naar mening van het college extra bescherming verdienen. Het college vindt het onwenselijk dat mensen jarenlang op basis van uitzendcontracten werken waar zij geen zekerheid aan kunnen ontlenen. Bij de inzet van zzp’ers spelen andere factoren. Ten eerste gaat het veelal om inzet vanaf schaal 10 en hoger. Veel zzp’ers kiezen zeer bewust voor een bestaan als externe en zijn niet bereid om een vast contract te accepteren.
Daarnaast worden zzp’ers voornamelijk ingezet op werk dat door schaarste op de arbeidsmarkt en de behoefte aan specialistische kennis en expertise, niet altijd met eigen medewerkers uitgevoerd kan worden. Ook gaat het soms om tijdelijke capaciteit waardoor het vanuit financieel oogpunt verstandig is om externen in te zetten. Het is daarbij van belang dat deze externe inzet, zoals de inzet van zzp’ers, weloverwogen plaatsvindt binnen de kaders van onder meer de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) en het protocol externe 5 Zie ook de raadsbrief Toezegging rondom onderzoek externe inzet d.d. 29 maart 2019
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 september 2021 Pagina 4 van 5
inzet. Zo worden in het kader van de Wet DBA onder meer beheersmaatregelen genomen bij de inzet van zzp’ers: (1) er is opdrachtgeversverklaring verstrekt via de webmodule van het Rijk, (2) opdrachten worden vooraf getoetst aan de duur en (3) er wordt gebruik gemaakt van de standaard overeenkomst van opdracht zoals deze wordt gebruikt bij het Dynamisch Aankoopsysteem (DAS). In de raadsbrief ‘Beheersmaatregelen ZZP’ers in het kader van de wet DBA’ wordt hier nader op ingegaan. We sturen daarnaast op het protocol externe inzet met als doel externe inzet (waar mogelijk) verder in te perken. Het college vindt het daarom niet nodig om een streefcijfer voor zzp'ers te hanteren. Hoewel dit scenario alleen voor uitzendkrachten geldt, staat daar tegenover dat het percentage – mede door de invoering van de 2-jaarstermijn voor uitzendkrachten – realistisch is. Scenario 3: Het streefcijfer van 10% volledig loslaten Dit scenario gaat uit van het volledig loslaten van het streefcijfer van 10%. De belangrijkste reden om voor dit scenario te kiezen is dat uit de praktijk blijkt dat een streefcijfer van 10% niet realistisch is. Dit blijkt ook uit de realisatiecijfers van de afgelopen jaren. Een kerneigenschap van een streefcijfer is dat er realistisch naartoe gewerkt moet kunnen worden. Dat is nu niet het geval.
Zelfs wanneer de organisatie alle beïnvloedbare externe inzet terugbrengt naar 0%, wordt het streefcijfer van 10% niet gehaald. Daarnaast hebben we op dit moment weinig invloed op het beperken van de inhuur door de effecten van coronacrisis en de behoefte die daardoor juist ontstaat aan externe inzet. Dit scenario heeft echter als nadeel dat, door het in zijn geheel loslaten van een streefcijfer, ook de belangrijke signaalfunctie verdwijnt die het college wil uitdragen als goed werkgever voor interne en externe medewerkers. Scenario 4: Een nieuw streefcijfer hanteren van 15% (inclusief groeipad) In dit scenario blijft er een streefcijfer gehanteerd worden en is dit streefcijfer meer in lijn met historische cijfers van de afgelopen vijf jaar. Daaruit blijkt dat het percentage externe inzet structureel rond de 20% is geweest. Een streefcijfer van 15% hanteren heeft als voordeel dat daar met een groeipad de komende jaren in stappen naar toe gewerkt kan worden. Een groeipad dat jaarlijks bij de begroting kan worden vastgesteld en daardoor ook zorgt voor grip. Een streefcijfer van 15% is meer realistisch dan het huidige streefcijfer van 10%, maar tegelijkertijd ook ambitieus omdat het percentage externe inzet sinds 2014 ruimschoots hoger is uitgevallen. Dit scenario heeft als nadeel dat het streefcijfer hoger ligt dan de nu gehanteerde 10%.
Tegelijkertijd doet het wel recht aan de omstandigheden waarin we ons nu bevinden, de beschikbare financiële ruimte en de noodzakelijke inzet van externen om onze ambities te kunnen blijven realiseren. Voor wat betreft het groeipad is in dit scenario 17% in 2022, 16% in 2023 en 15% in 2024 gehanteerd. Dit zal, mocht de keuze op dit scenario vallen, verder uitgewerkt worden. De ambitie van het college reikt verder dan een streefcijfer van 15%. Door het groeipad vanaf 2024 (of zoveel eerder als mogelijk) passend bij deze ambitie in te richten, blijft het college zich inspannen om externe inzet ook op lange termijn zoveel mogelijk terug te dringen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 september 2021 Pagina 5 van 5
Van een generiek streefcijfer naar een gericht streefcijfer voor uitzendkrachten Indien uw raad het streefcijfer van 10% externe inzet wil loslaten, adviseert het college te kiezen voor scenario 2. Door een streefcijfer van 10% voor uitzendkrachten te hanteren, handelt het college in de geest van de eerder aangenomen motie en het opgestelde plan van aanpak. Zoals eerder in deze brief is gemotiveerd is dit streefcijfer – mede door de invoering van de 2jaarstermijn voor uitzendkrachten – realistisch en wordt in dit scenario de uitvoering zoveel mogelijk ontzien. Het college blijft inzetten op het realiseren van bestuurlijke ambities om de Amsterdammer zo goed mogelijk te bedienen. Zeker in deze moeilijke en onzekere tijden. Onze opgaven voor Amsterdam en de Amsterdammers staan centraal. Dit betekent ook dat externe inzet nodig blijft. Tegelijkertijd blijft het college alles op alles zetten om externe inzet waar mogelijk verder terug te dringen. Ik vertrouw erop dat deze brief een goede aanzet vormt voor een constructief en open gesprek in uw raad. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Touria Meliani Wethouder Personeel & Organisatie
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl