20210517 Raadsinformatiebrief voortgang gesprekken meest energie-intensieve organisaties Amsterdam_DEF
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door
Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 17 mei 2021 Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid Marieke van Doorninck Ruimte en Duurzaamheid, bestuurszaken.rd@amsterdam.nl en Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, bestuurszaken@odnzkg.nl Voortgang gesprekken met meest energie-intensieve organisaties van Amsterdam
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 7 februari 2019 heeft raadslid de heer Biemond bij de bespreking van de Routekaart Klimaatneutraal Amsterdam 2050 verzocht om een lijst van de tien grootste CO2 uitstoters op Amsterdams grondgebied. Op 23 april 2019 heb ik u een brief gestuurd met een top tien van deze bedrijven. In die brief gaf ik aan dat de gemeente - als onderdeel van de uitvoering van de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal - in gesprek zou gaan met deze bedrijven over de mogelijkheden om hun productieprocessen te verduurzamen en CO2-uitstoot te verminderen. In deze brief informeer ik u over de uitkomsten van deze gesprekken. Ik ga daarbij in op de uitdagingen waar deze sectoren voor gesteld staan, de sturingsmogelijkheden en de wijze waarop we vanuit de gemeente – in samenwerking met partners – in verschillende termijnen werken aan een toekomst voor een klimaatneutrale industrie. In bijlage 1 vindt u een overzicht van de conclusies per bedrijf. Daarnaast zijn in bijlage 2 de duurzaamheidseisen die worden gesteld bij de vestiging van nieuwe datacenters opgenomen.
Huidige situatie o Gemeente heeft beperkte sturingsmogelijkheden o Dilemma’s en uitdagingen voor de industrie in de verschillende sectoren Gemeente heeft beperkte sturingsmogelijkheden Zoals ik in mijn eerdere brief al aangaf is de gemeente Amsterdam voor geen van deze bedrijven bevoegd gezag voor handhaving van de regelgeving t.a.v. het verbruik van energie en uitstoot van CO2 (zie voor achtergrondinformatie bijlage 3: EU ETS en landelijke CO2-heffing). De gemeente beschikt dus niet over formele instrumenten om te sturen op de hoeveelheid CO2 die deze bedrijven uitstoten. Om in 2050 een klimaat neutrale stad te zijn en in 2030 het tussendoel van 55% CO2reductie te behalen, is verduurzaming van deze bedrijven echter wel noodzakelijk. Ook al zijn de bevoegdheden van de gemeente beperkt, door het voeren van een open dialoog met de bedrijven was het wel mogelijk om inzicht te krijgen in de ambities van deze bedrijven om hun CO2-uitstoot te reduceren. Tijdens de gesprekken is gezamenlijk gezocht naar mogelijkheden om de bedrijven
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 2 van 12
met deze ambities te stimuleren. Ook heeft de gemeente een actieve lobby gevoerd richting het Rijk voor het invoeren van een CO2-belasting en de sluiting van de kolencentrale aan de Hemweg. De uitdagingen waar deze tien bedrijven tegenaan lopen, gelden natuurlijk voor veel meer bedrijven in de stad. In essentie is het nodig om per sector ecosystemen te creëren die de transitie naar duurzame productieprocessen mogelijk maakt en stimuleert. Die opgave reikt dus verder dan de uitdagingen voor deze tien bedrijven en vergt gezamenlijke inzet vanuit bedrijven en overheden. De top tien grootste CO2 uitstoters kunnen onderverdeeld worden in drie sectoren, die elk om een eigen aanpak vragen om de energietransitie door te maken. Een verschil in aanpak is onder andere nodig vanwege het verschil in behoefte van energie(dragers), het verschil in wettelijke kaders waar ze onder vallen en de geografische mogelijkheden die de omgeving biedt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen datacenters, maatschappelijk vastgoed (UMC – vroegere locatie AMC) en de industrie. Zes van de tien grootste uitstoters bevinden zich in het Westelijk havengebied.
De verduurzaming van de grootste uitstoters moet hand in hand gaan met de transitie van de haven van een fossiele naar een duurzame energiehub en circulaire economie, zoals beoogd in de Gemeentelijke Visie op de Haven en het Strategisch Plan 2021 – 2025 van Port of Amsterdam (beide vastgesteld op 21 december 2020 door de gemeenteraad). Dilemma’s en uitdagingen voor de grote uitstoters Uit de gesprekken die zijn gevoerd met de bedrijven komt naar voren dat al deze bedrijven serieuze plannen hebben om te verduurzamen. De landelijke CO2-heffing, die de komende jaren sterk kan oplopen, is daarvoor een belangrijke drijfveer. De meeste bedrijven geven aan daarbij een inherente motivatie te hebben om duurzamer te produceren. In sommige sectoren zien bedrijven een toenemende vraag van klanten naar duurzamere producten. Voorop lopen in verduurzaming biedt (voor een aantal van de gesproken bedrijven) competitieve voordelen ten opzichte van concurrenten. Voor alle bedrijven geldt dat niets doen op het gebied van verduurzaming richting 2030 zal leiden tot een toenemende kostenpost met een negatief bedrijfseconomisch perspectief als gevolg. Ondanks dat de ambities om te verduurzamen aanwezig zijn, geven alle bedrijven aan dat de transitie naar een CO2-arme toekomst een enorme uitdaging zal zijn. Geen van de bedrijven heeft de route naar een duurzame toekomst volledig uitgestippeld.
Veel onzekerheid is er over hoe technieken zich gaan ontwikkelen, de beschikbaarheid van duurzame energiedragers en de kosten die daarmee gepaard gaan. Verschillende stappen dienen genomen te worden om de uitdagingen binnen deze energie-intensieve ecosystemen te tackelen. In de volgende sectie is onderscheid gemaakt welke stappen op korte en langere termijn gezet kunnen worden. Ontwikkelingen op korte termijn (nu – 2025) o Laaghangend fruit benutten o Energiescan voor industriële bedrijven o Samenbrengen van partijen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 3 van 12
Laaghangend fruit benutten De eerste stap voor veel bedrijven is het detecteren en benutten van laaghangend fruit. Laaghangend fruit wordt gezien als relatief kleine aanpassingen die bijdragen aan CO2-reductie. Een voorbeeld is het beperken van het energieverbruik door het nemen van energiebesparende maatregelen, zoals het beter (her)gebruik van restwarmtestromen, het benutten van vervangingsmomenten en het realiseren van zonnepanelen. Voor een deel van de bedrijven is hier winst te behalen, in andere gevallen is het laaghangend fruit in het bestaande productieproces reeds benut. Voor alle bedrijven geldt dat dit laaghangend fruit maar een beperkt deel van de benodigde CO2-reductie oplevert. Er zal daarom ook gekeken moeten worden naar ingrepen met een grotere CO2-impact. Energiescan voor industriële bedrijven De gratis energiescans – die inzicht bieden in de mogelijkheden om energie te besparen en CO2uitstoot te reduceren - die de gemeente Amsterdam aanbiedt aan MKBers, bieden voor de industriële sector weinig soelaas. Met als reden dat er veelal specialistische kennis wordt vereist van industriële processen. In het kader van de gesprekken met de grootste uitstoters wordt een pilot uitgevoerd waarbij op dit moment een energiescan wordt gedaan door een gespecialiseerd onafhankelijk adviesbureau. Dit is o.a. aangeboden aan Cargill Multiseeds.
Indien er positieve resultaten worden behaald, kan de Energiescan vaker worden aangeboden aan industriële bedrijven. Door het opzetten van zo’n samenwerkingsverband kan er inzicht verkregen worden in de mogelijkheden voor zowel het benutten van laaghangend fruit als fundamentelere aanpassingen in het productieproces. Samenbrengen van partijen Op dit moment zijn de bedrijven op zoek naar individuele oplossingen om duurzamer te opereren. Als eerste stap is dit een goede zet, omdat de bedrijven hun energievraag duidelijk in kaart moeten brengen om geschikte transitie paden te vinden. De daadwerkelijke realisatie van deze opgave zal echter alleen haalbaar zijn wanneer krachten gebundeld worden en er bijvoorbeeld naar gemeenschappelijke energiebronnen en infrastructuur gekeken wordt. In het Havengebied zal samen met de bedrijven en het Havenbedrijf van Amsterdam een ecosysteem ontwikkeld moeten worden waarbij vraag en aanbod van duurzame energiedragers op elkaar is afgestemd. De gemeente werkt samen met partners uit het Noordzeekanaal Gebied aan de Cluster Energie Strategie NZKG (CES). De CES is de industriële tegenhanger van de RES (Regionale Energie Strategie) die de vraag, beschikbaarheid en benodigde ontwikkeling van de infrastructuur voor een duurzame industrie kwantitatief inzichtelijk maakt.
De CES wordt door alle zes industrieclusters in Nederland opgesteld en gaat over alle energiedragers die nodig zijn voor het verduurzamen van de industrie. De CES moet zo concreet als mogelijk de infrastructurele behoefte van de industrie inzichtelijk maken, op basis waarvan wordt geanalyseerd welke aanvullende infrastructuur nodig zal zijn. De CES vormt op haar beurt de basis voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Het MIEK is de beoogde nieuwe overlegstructuur tussen het Rijk en vertegenwoordigers uit de industrieclusters waarin afspraken worden gemaakt over (investeringen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 4 van 12
in) de ontwikkeling van energie-infrastructuur, die worden vastgelegd in een brief aan de Tweede Kamer. Ontwikkelingen op lange termijn (nu – 2030): o Grote aanpassingen in het productieproces o Energie infrastructuur, waterstof en CCSU noodzakelijk o Lobby richting het Rijk Grote aanpassingen in het productieproces Veel bedrijven zullen in het komende decennium ook grotere aanpassingen moeten doen in hun productieproces, waarbij zij gebruik maken van andere energiebronnen en dragers en nieuwe technieken. De meeste bedrijven geven aan bereid te zijn om hierin te investeren, vaak in orde van grootte van tientallen tot honderdtallen miljoenen. Om dat te doen geeft een aantal bedrijven aan vooral behoefte te hebben aan zekerheid dat die investeringen resulteren in bestaanszekerheid. Anders zullen de veelal internationale moederbedrijven benodigde investeringen naar verwachting niet toestaan. Verstedelijking en toenemende druk op de al schaarse milieu- en risicoruimte worden door de bedrijven gezien als risico’s voor hun transitie-opgave. Een dilemma waar veel van de bedrijven voor staan, is het vinden van de juiste timing. De oplopende CO2-heffing zorgt voor een sterke prikkel om kortetermijnmaatregelen te nemen om CO2-reductie te realiseren. Voor de meeste bedrijven zijn echter de mogelijkheden om op korte termijn over te stappen op duurzame alternatieven beperkt.
De bedrijven zijn daarbij veelal afhankelijk van externe factoren, zoals de aanwezigheid van energie-infrastructuur en de kwaliteit en betaalbaarheid van duurzame energie. Het risico dat ik zie, is dat op korte termijn wordt gekozen voor suboptimale oplossingen om aardgasverbruik te reduceren, bijvoorbeeld door in teveel gevallen in te zetten op biomassa. Gebiedsgerichte duurzame oplossingen in het havengebied zoals stoom of waterstof worden daarmee tegelijkertijd minder kansrijk. Dat vraagt dus om goede afstemming tussen keuzes en investeringen van bedrijven, investeerders en interventies van publieke partijen zoals het Havenbedrijf, de provincie Noord-Holland, het Rijk en de gemeente Amsterdam. Energie infrastructuur, waterstof en CCSU noodzakelijk De belangrijkste randvoorwaarde die in veel van de gevoerde gesprekken is benoemd, om over te kunnen stappen op duurzame energiedragers, is de tijdige aanwezigheid van een energieinfrastructuur. Concreet wordt er aandacht gevraagd voor verzwaring van het elektriciteitsnet, aanleg van een stoomnet en waterstof- en CO2-infrastructuur. Energie-infrastructuur ontwikkeling vergt doorgaans lange voorbereidingstijd en goede afstemming van planning en investeringen tussen netwerkbeheerders, overheden en gebruikers.
De gemeente werkt samen met Liander in het programma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA), om ook in de toekomst voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet te borgen. Daarnaast werkt de gemeente samen met partners in het Noordzeekanaalgebied (NZKG) aan de regionale Cluster Energie Strategie (CES) voor de ontwikkeling van energie-infrastructuren op regionaal niveau. Zoals eerder genoemd is het doel van dit programma om gezamenlijk een duurzaam ecosysteem te bouwen waar de bedrijven optimaal gebruik van kunnen maken.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 5 van 12
In het havengebied en het NZKG worden stappen gezet in de ontwikkeling van de waterstofeconomie. Op verschillende locaties wordt gewerkt aan realiseren van elektrolysers voor de productie van groene waterstof (onder andere door Nouryon en Vattenfall). Het Havenbedrijf werkt samen met partners aan het ontwerpen van waterstof infrastructuur die bedrijven in het havengebied op termijn direct toegang moet bieden tot waterstof. Naast duurzame brandstof voor de procesindustrie kan waterstof worden gebruikt als grondstof voor onder andere kunstmest en de productie van synthetische brandstoffen voor de lucht- en scheepvaart. Een enorme positieve impact op het reduceren van CO2-uitstoot is de ambitie van AEB Amsterdam om CO2 af te vangen en op te slaan onder de bodem van de Noordzee, of her te gebruiken. Het AEB onderzoekt de mogelijkheid om jaarlijks 450 kiloton CO2 af te vangen uit de rookgassen van de Hoogrendement Centrale. Zoals opgenomen in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal ondersteunt de gemeente AEB om deze ambitie mogelijk te maken. Afvangen van 450 kiloton zou een CO2-reductie betekenen van 9% voor de stad als geheel en staat gelijk aan twee derde van het aardgasverbruik van alle Amsterdamse woningen. Lobby richting het rijk Om de duurzaamheidstransitie voor de grote uitstoters te realiseren is ook een stevige inzet vanuit het rijk noodzakelijk.
Het gaat daarbij zowel om investeringen in benodigde energie infrastructuur, aanpassingen van wet- en stevige financiële prikkels om de transitie van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen te bespoedigen. Het wettelijk kader moet duidelijk, meerjarig consistent zijn en aansluiten bij de realiteit van bedrijven. Daarnaast moet de wet- en regelgeving niet (onbedoeld) in de weg staan. Het is belangrijk dat zowel de groei als de vraag en aanbod van hernieuwbare energie in samenhang is met de verdere ontwikkeling van noodzakelijke energie-infrastructuur. Het is van groot belang dat er voldoende duurzame energie voorhanden is en ervoor te zorgen dat de planning voor de aanlanding van windenergie op zee goed aansluit op de energietransitie in het NZKG. Regionale overheden moeten ervoor zorgen dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor de energieinfrastructuur, voor voldoende snelheid in de besluitvorming, voor ruimtelijke inpassing en het afgeven van vergunningen. Voor het realiseren van een landelijke transport- en opslaginfrastructuur voor waterstof moeten financiële middelen beschikbaar worden gesteld om het bestaande aardgasnetwerk van Gasunie geschikt te maken voor waterstof. Daarnaast moet de business case van de industrie versterkt worden door het nemen van financiële maatregelen.
Een rendabele business case is cruciaal om de industrie te kunnen elektrificeren of over te stappen op groene waterstof. De business case kan geholpen worden door bijvoorbeeld het verbeteren van de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++), voor de elektrificatie-opties en door energiebelastingtarieven voor elektriciteit te verlagen of op aardgas te verhogen. Ook een hogere CO2-heffing kan hierbij helpen. Ook kan verbreding energiebesparingsplicht voor ETS bedrijven helpen om de energietransitie te versnellen. Op dit moment is er een energiebesparingsplicht voor bedrijven om energiebesparende maatregelen voor gebouwen en processen te nemen die zichzelf in vijf jaar of minder
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 6 van 12
terugverdienen. Bedrijven zijn uitgezonderd als zij vallen onder het EU-ETS regime. Motie Van der Lee pleit er voor om ook ETS bedrijven onder deze besparingsplicht te laten vallen. Vervolg stappen De gesprekken met de grote uitstoters was de eerste stap in de richting van een terugkerend dialoog tussen de gemeente Amsterdam en de gevestigde bedrijven om te onderzoeken waar er samenwerking nodig is om de ambities voor de energie-transitie te behalen. In deze overleggen is bevestigd dat een gemeenschappelijk uitvoering essentieel is om een duurzaam ecosysteem te realiseren. Dat vergt een verdere professionalisering van de samenwerkingsrelatie met duidelijkheid over de verschillende rollen. Naast de stappen die worden genomen voor het onderzoek van de CES zou ik graag deze samenwerking voortzetten. Daarom zou ik, samen met Wethouder Everhardt en de Haven van Amsterdam, bedrijven willen uitnodigen om in gesprek te gaan om deze rollen verder in te vullen, met respect voor ieders rol, positie, kennis en expertise. Hiermee hoop ik de bestaande samenwerkingsrelatie met het bedrijfsleven verder te versterken. Vertrouwende u hiermee volledig geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 7 van 12
Bijlage 1: Belangrijkste conclusies n.a.v. de gesprekken met individuele bedrijven Vattenfall locatie Hemweg: De gas- en de kolencentrale op de Hemweglocatie zijn onderdeel van het Zweedse energiebedrijf Vattenfall. Onder het motto ‘fossielvrij leven binnen één generatie’ heeft Vattenfall zichzelf tot doel gesteld om haar portfolio voor 2050 fossielvrij te maken. Met de sluiting van de kolencentrale eind 2019 is de CO2-uitstoot op de Hemweglocatie fors gedaald. De CO2-uitstoot van de kolencentrale schommelde, afhankelijk van de elektriciteitsmarkt, tussen de 2500 en 3500 kton per jaar. De gascentrale is nog wel in bedrijf, deze heeft een CO2-uitstoot van ongeveer 500 tot 1000 kton per jaar en zal op termijn stapsgewijs overgezet worden op gebruik van groene waterstof. Voor de Hemweglocatie heeft Vattenfall een plan gemaakt waarin ze het terrein gefaseerd transformeert tot een duurzame energiehub die duurzame warmte, elektriciteit, groene waterstof en duurzame brandstoffen levert aan stad en regio. Vattenfall werkt aan de realisatie van een 10 MW elektrolyser, die op termijn kan worden opgeschaald naar 100 MW voor de productie van groene waterstof en synthetische brandstoffen. Met Vattenfall is in het kader van de Routekaart AKN verschillende malen gesproken.
In de Routekaart AKN is de transitie van de Hemweglocatie tot fossielvrije energiehub in het hoofdstuk over Haven en Industrie opgenomen als ‘etalageproject’. Momenteel voert de gemeente Amsterdam overleg met Vattenfall over de verdere uitwerking van hun toekomstplannen voor de Hemweglocatie, waarbij ook wordt gekeken naar de veiligheidsen milieucontouren in relatie tot de verstedelijkings-plannen van Haven-Stad. Alhoewel de CO2-uitstoot voor energieproductie vanaf de Hemweglocatie niet wordt meegenomen in de scope van de Routekaart AKN, dragen de plannen van Vattenfall om te transformeren naar een fossielvrije energiehub bij aan de klimaatdoelen van de stad en de ambitie om de haven te transformeren naar duurzame energiehub. AEB Amsterdam In 2021 zal de gemeente starten met het verkoopproces van de aandelen van het AEB. In het kader van de verkoop en het opstellen van de Routekaart AKN zijn gesprekken gevoerd met het AEB over mogelijkheden om CO2-uitstoot te reduceren. De hoeveelheid CO2-uitstoot is het gevolg van het verbranden van afval. Een van de manieren om CO2-reductie te bereiken is het afvangen van CO2 en vervolgens opslaan of hergebruiken (CCSU). Het AEB ambieert grootschalige CO2-afvang (CCSU) – 450 kton CO2-afvang bij de hoogrendementscentrale (HRC) - maar de investeringen die hiervoor nodig zijn, zijn enorm.
Een deel van de kosten kan mogelijk gedekt worden door subsidies of door investeringen van de aandeelhouder. Momenteel werkt het AEB aan de voorbereiding voor een SDE++-aanvraag om de benodigde investeringen mogelijk te maken. De weg naar de aanvraag van deze subsidie is erg complex. De gemeente Amsterdam ondersteunt AEB zoveel als mogelijk – rekening houdend met het verkoopproces – en in samenwerking de partners in het Noordzeekanaalgebied om CCSU op grote schaal mogelijk te maken. Wanneer de verkregen investeringen en subsidies voldoende zijn om het project door te zetten – de afvang van 450 kton CO2 - zullen de gezette reductiedoelstellingen van 2030
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 8 van 12
een stuk dichterbij komen. De stad zou in een keer een CO2-reductie van 9% op moeten leveren, dit staat qua uitstoot gelijk aan ongeveer 2/3 van het aardgasverbruik van alle woningen in Amsterdam. De inzet van het AEB en de gemeente is om zoveel mogelijk van die CO2 op te slaan onder de Noordzee. Albemarle Albemarle bevindt zich aan de Noordelijke IJ-oever, tussen het IJ en het Vliegenbos. Vroeger zat hier veel meer industrie, maar die is met de uitbreiding van het Westelijk Havengebied langzamerhand verdwenen en opgeschoven naar het westen. Albemarle heeft een groot terrein tot zijn beschikking, waarvan het overgrote deel eigen grond betreft. Albemarle produceert katalysatoren die hoofdzakelijk worden gebruikt bij de raffinage van aardolie om er benzine en dieselolie van te maken. Naast de drie productielijnen is er een R&D-faciliteit gevestigd op het complex. Er zijn in totaal ca. 500 mensen werkzaam, waarvan ca. 180 R&D ingenieurs. Albemarle gebruikt momenteel vooral aardgas voor het verhitten (bakken) van de katalysatorpoeders. Albemarle heeft de ambitie om haar CO2-uitstoot voor 2030 met 50% te reduceren o.a. door hergebruik van restwarmte en elektrificatie. Na 2030, heeft Albemarle plannen om hun productieproces te verduurzamen met groen gas of waterstof.
Ook geeft Albemarle aan graag warmte te leveren aan nabijgelegen woonwijken, zoals het toekomstige Hamerkwartier. Albemarle geeft aan meer milieuruimte nodig te hebben voor een duurzame alternatieve energievoorziening voor haar installaties, hetgeen op gespannen voet staat met de ontwikkeling van het Hamerkwartier. Bunge Soja Bunge is wereldwijd de grootste oliezadenverwerker. In maart 2017 heeft Bunge de sojaverwerkingsfabriek in de Amsterdamse haven overgenomen van Cargill. De fabriek verwerkt ongeveer 4.000 ton per dag en is daarmee een grote speler in deze sector. Bunge werkt volgens een concern breed duurzaamheidsplan van 10 jaar (2016-2026). Het doel is het water, afval en de CO2-uitstoot met 10% te verminderen. Ook wil Bunge de supply chain waarin ze actief zijn verduurzamen om ook een positieve impact te hebben elders in de supply chain. In 2025 wil Bunge in een volledig ontbossingsvrije supply chain opereren. Hiervoor hanteert Bunge de zogenaamde Ace Track. De vestiging in Amsterdam is aangesloten op een het landelijke elektriciteitsnet en er staat een WKK (combinatie van turbine en ketel) die voorziet in 95% van het aardgasverbruik, stoom en stroom opwekt. Op deze locatie vindt uitwisseling plaats met het elektriciteitsnet, waarbij een deel van de ingekochte stroom duurzaam wordt op gewekt door Vattenfall.
Bunge is een ETS gecertificeerd bedrijf en zal vanaf 2021 te maken krijgen met de landelijke CO2-heffing. Vanaf 2022/2023 gaat Bunge naar verwachting fors meer betalen. Bij een business as usual scenario zullen ze ongeveer 5,8 miljoen betalen aan CO2-belastingen. Het bedrijf ziet zich genoodzaakt op zoek te gaan naar alternatieven voor duurzame energie. Hierbij lopen ze tegen een tweetal obstakels aan; het vinden van duurzame alternatieven op de eigen locatie en het ontbreken van een goede infrastructuur voor duurzame
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 9 van 12
energiedragers van elders. Daarnaast spelen de ontwikkelingen rond Haven-Stad ook een belangrijke rol voor het toekomstperspectief van Bunge. Bunge is bereid te investeren in een duurzame toekomst. Bunge wil echter meer inzicht hebben op het tijdspad van de beschikbaarheid van alternatieve duurzame energiebronnen en -dragers , zoals bijvoorbeeld waterstof en de daarvoor benodigde infrastructuur. Bunge is ook bereid om mee te werken aan en te investeren in een verhuizing, naar een andere locatie waar de fabriek langer kan blijven met duurzamere productiemethoden. Deze verhuizing kan volgens hen alleen met een bijdrage vanuit de gemeente.
Amsterdam UMC (vroegere locatie AMC) Het Amsterdam UMC heeft een energievisie op gesteld met daarin een verkenning van de opgave voor de komende 30 jaar. Deze visie is uitgewerkt in de vorm van een routekaart met maatregelen en bijbehorende kosten. Het streven is een CO2-reductie van 39% in 2030 (t.o.v. 1990) en een verdere reductie, afhankelijk van de technische en financiële mogelijkheden. Het Amsterdam UMC heeft de Green Deal ondertekend waarin naast CO2reductie ook aandacht is voor een bredere verduurzamingsopgave met circulair werken, het reduceren van medicijnresten in afvalwater en het bijdragen aan een gezonde werk- en leef omgeving. Beide locaties VUMC en AMC maken veel gebruik van aardgas door opwekking van elektriciteit en warmte. Er wordt gezocht naar alternatieven. Deze zijn op korte termijn beperkt aanwezig en vragen bovendien grote aanpassingen. Daarnaast is de verduurzaming van de ingekochte energie (elektriciteit) ook belangrijk. De energiecentrale op het AMC-terrein en de centrale van VU en VUmc spelen hierin een belangrijke rol. De toekomst van beide energiecentrales vormt samen met de kosten, de bedrijfsvoering en de leveringszekerheid het belangrijkste punt in de discussie over de verduurzamingsopgave van de energievoorziening van het UMC.
Bij de nieuwbouw is verduurzaming geen probleem, maar bij de oudbouw (de omvang van beide ziekenhuizen samen bedraagt ca 900.000 m²) zijn er substantiële financiële en technische beperkingen.
Cargill Multiseeds Cargill produceert voornamelijk hoogwaardige zonnebloemolie en een beperkte hoeveelheid raapzaadolie voor de voedingsindustrie en verder ook een beperktere hoeveelheid raapzaadolie. De hullen van de zonnebloempitten die overblijven worden verwerkt tot veevoer. Cargill heeft een eigen gasturbine en stoomketel waar energie wordt geproduceerd die wordt gebruikt voor het uitpersen van de zaden en het raffineren van de olie. Cargill heeft de ambitie om een biomassa boiler te realiseren, waarmee een groot deel van het aardgasverbruik kan worden teruggedrongen. De beoogde feedstock voor de biomassa boiler zijn cacaodoppen die als reststroom afkomstig zijn van zusterbedrijf Cargill, die gevestigd is in Zaanstad en de hullen die afkomstig zijn van de zonnebloempitten die in de fabriek worden verwerkt tot zonnebloemolie. Cargill heeft daar reeds een omgevingsvergunning voor aangevraagd bij de Provincie Noord-Holland en is voornemens hier in 2021 een SDE-subsidie voor aan te vragen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 10 van 12
De gemeente Amsterdam heeft bezwaar aangetekend bij Gedeputeerde Staten (bevoegd gezag) tegen de vergunningverlening. De bezwaarprocedure is op dit moment in behandeling. De gemeente Amsterdam heeft in overleg met het Havenbedrijf, de Provincie en Omgevingsdienst aan Cargill een industriële energiescan aangeboden dat wordt uitgevoerd door een externe partij, om mogelijkheden voor CO2-reductie voor Cargill in beeld te brengen. De energiescan wordt momenteel uitgevoerd.
Sonneborn Refined Products Sonneborn werkt aardolie op tot een zeer zuivere witte olie, die wordt gebruikt als basiscomponent voor diverse farmaceutische en personal care producten zoals crèmes, shampoos en vaccinaties. Sonneborn heeft haar energieverbruik recent flink teruggebracht. Sonneborn verbruikt momenteel nog circa 8 miljoen m3 aardgas en 14 miljoen kWh elektriciteit per jaar en is daarmee uit de top 10 van grootste CO2-uitstoters verdwenen. Sonneborn wil graag overschakelen naar duurzame alternatieven. Met name stoom van een externe bron, zoals het AEB zou direct kunnen worden gebruikt om de CO2-uitstoot terug te dringen. Sonneborn is in gesprek met het Havenbedrijf over alternatieve energiedragers en de noodzaak om daarvoor nieuwe (collectieve) energie-infrastructuren aan te leggen. Sonneborn zal daarmee naar verwachting in staat zijn om haar CO2-uitstoot verder terug te brengen. RWZI West De RWZI gebruikt energie om Amsterdams rioolwater te zuiveren. Als restproduct van de zuivering produceert RWZI slib en biogas die door het AEB wordt omgezet in elektriciteit. De warmte en de elektriciteit die daarmee worden gewonnen, worden volledig hergebruikt door de RWZI zelf, waardoor ze aanvullend geen gas of elektra aansluiting nodig hebben. De huidige installatie bij het AEB waarmee het slib en biogas worden omgezet in elektriciteit is echter afgeschreven.
Er komt een nieuwe installatie die gaat zorgen voor groen gas. De bedoeling is om deze 2021 in gebruik te nemen. Het groene gas zal worden geleverd aan het aardgasnet. Daarnaast heeft de RWZI plannen om over een paar jaar ook het CO2 uit het biogas, dat vrijkomt bij de opwekking van biogas tot groengas, in herbruikbare vorm om te zetten. Voor de verdere energietransitie zet het waterschap AGV/Waternet in op aquathermie en nieuwe sanitatie. Bij aquathermie wordt thermische energie (warmte en koude) gewonnen uit water en omgezet naar bruikbare warmte voor gebouwen. De toekomstige Amsterdamse woonwijk Strandeiland (8000 huishoudens) zal hier gebruik van gaan maken. Daarnaast wil AGV/Waternet nieuwe sanitatie invoeren op verschillende plekken in Amsterdam. Dit is een nieuwe manier om afvalwater in te zamelen en te verwerken. Ook zet AGV/Waternet in op zonnepanelen en windturbines. Op verschillende locaties van Waternet zijn in totaal al 65.000 zonnepanelen geplaatst (waarvan 4.000 op RWZI Amsterdam-West) en daarnaast willen ze ook in het Westelijk Havengebied windturbines ontwikkelen. Het Waterschap AGV heeft als doelstelling om in 2025 volledig energieneutraal te zijn.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 11 van 12
Bijlage 2: Duurzaamheidseisen aan vestiging nieuwe datacenters In de top 10 grootste CO2-uitstoters stonden twee datacenters, Equinix en Global Switch. Op 17 december 2020 is het nieuwe vestigingsbeleid voor datacenters vastgesteld. Bij de participatie omtrent het vestigingsbeleid is diverse keren gesproken met vertegenwoordigers uit deze sector over verschillende elementen van het beleid, waaronder duurzaamheid. Het vestigingsbeleid datacenters is in eerste instantie ruimtelijk beleid, waarbij tevens aan energie, water- en ruimtegebruik van datacenters grenzen worden gesteld. Het is vanuit maatschappelijk belang dat wij willen dat deze datacenters bijdragen aan het beperken van energieverbruik en aan de energietransitie. Bij vestiging binnen Amsterdam willen wij dat datacenters onze duurzaamheidsambities (privaatrechtelijk) onderschrijven en samen met ons tot een invulling komen die meerwaarde levert. Duurzaamheid is daarom een belangrijke randvoorwaarde voor vestiging van nieuwe datacenters. Daarnaast is er bij de totstandkoming van dit vestigingsbeleid met de sector (incl. Equinix en Global Switch), Liander, Waternet e.a. besproken hoe de duurzaamheidscijfers en –prestaties van zowel nieuwe als bestaande datacenters beter kunnen worden gemonitord.
Eén van de uitkomsten van het traject rond het nieuwe vestigingsbeleid is het oprichten van twee monitoring- en evaluatie-tafels op MRA niveau. De eerste richt zich op groei/ontwikkeling(en) van en binnen de sector, het energievermogen en de ontwikkeling van de capaciteit in de regio, het watergebruik en de ontwikkeling van een eventueel vierde hyperconnectiviteitscluster. De tweede richt zich op energie-efficiency (o.a. project LEAP), benutten restwarmte (Green Deal), innovaties in de sector en relevante wet- en regelgeving ten aanzien van duurzaamheid. In aanloop naar het oprichten van de genoemde tafels zal er een gesprek georganiseerd worden met de sector over de energietransitie en de rol die energie-intensieve bedrijven als datacenters hierin vervullen. Dit gesprek zal gericht zijn op het verder verkennen en stimuleren van samenwerking aan de klimaatopgave, meer specifiek om het energieverbruik te verminderen en te voldoen aan de wettelijke bepalingen, efficiënter te werken en zodanig de sector verder te verduurzamen. Partijen zullen tijdens dit gesprek worden opgeroepen deel te nemen aan de tafels om aandacht en betrokkenheid van de sector op dit onderwerp vast te houden en samen te werken aan een duurzame digitale infrastructuur. Parallel zal er een intensivering van het toezicht op energiebesparende maatregelen komen, met name op het gebied van powermanagement.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 mei 2021 Pagina 12 van 12
Bijlage 3: EU ETS en landelijke CO2-heffing Acht van de tien bedrijven vallen onder het Europese ETS-regime (Emission Trading System), waarmee hun CO2-uitstoot wordt beprijsd. Deze bedrijven vallen onder het bevoegd gezag van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) die de uitstoot van de bedrijven registreert. Voor de twee bedrijven die niet onder het ETS vallen – het Afval Energiebedrijf Amsterdam (AEB) en de Rioolwaterzuivering Installatie (RWZI) van Waternet – is de Provincie Noord-Holland bevoegd gezag voor het verbruik van energie. De provincie is bij alle bedrijven bevoegd voor andere omgevingsthema’s zoals externe veiligheid en emissies anders dan CO2. Emissiehandel werkt volgens het ’cap and trade’ principe. Binnen het EU ETS is een plafond van emissierechten beschikbaar dat gelijkstaat aan de totale toelaatbare CO2-uitstoot, de ‘cap’. Het emissieplafond is afgeleid van de reductiedoelstellingen die de EU wil bereiken en gaat geleidelijk omlaag, waardoor de totale uitstoot daalt. De ETS prijzen zijn op dit moment aan het stijgen, 40 euro per ton. De verwachting is dat ETS prijzen verder zullen stijgen, naar aanleiding van de verhoogde doelstelling van de Europese Commissie van 40% CO2-reductie in 2030 naar minimaal 55% CO2-reductie.
Vanaf 1 januari 2021 is er in aanvulling op de ETS een nationale CO2-heffing voor de industrie in werking getreden, deze heffing komt bovenop de ETS-prijs. De CO2-heffing gaat gelden voor grote industriële bedrijven die ook onder het EU ETS vallen. Ook afvalverbrandingsinstallaties en bedrijven die grote hoeveelheden lachgas (N2O; broeikasgas) uitstoten zullen CO2-heffing moeten gaan betalen. Bedrijven krijgen een vrijstelling over een deel van de uitstoot (dispensatierechten). Over deze vrijstelling hoeven zij geen heffing te betalen. De vrijstelling wordt bepaald door de CO2uitstoot van het bedrijf te vergelijken met de efficiëntste bedrijven in dezelfde branche in Europa. Hoe efficiënter het bedrijf produceert, hoe minder CO2-heffing het per saldo betaalt. De CO2heffing wordt geheven over het teveel aan uitgestoten CO2. De hoeveelheid vrijgestelde uitstoot neemt jaarlijks af.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl